Zorgen
Hallo iedereen,
Zuchtend stopte ik mijn wapen weer in mijn holster. Ik voelde een hand op mijn schouder. ‘Gaat het Wilfried?’, vroeg Raymond bezorgd. Ik knikte. ‘Gewoon een snee, niets bijzonders.’ ‘De ambulance is onderweg,’ zei mijn collega nog, ‘je hebt ‘m vol in z’n been geraakt. Hij bloed nogal, dus ’t is waarschijnlijk wel verstandig om er even naar te laten kijken.’ ‘Waar is hij nu?’, vroeg ik, al kon het me eigenlijk niets schelen. ‘Hij is aan het leegbloeden in de combi,’ zuchtte hij. ‘We kunnen ons dus weer verheugen op een fijne schoonmaakbeurt.’ Ik grijnsde ongemeend. ‘Leuk.’ Hij klopte op mijn schouder. ‘Ga maar even zitten. De ambulance zal er zo zijn, dan kunnen ze ook even naar je hoofd kijken.’ Ik knikte, en ging op het gras tegen een muurtje zitten.
Ik legde mijn hoofd in mijn handen en sloot mijn ogen. De hoofdpijn van die ochtend kwam weer terug. Ik had dan wel een flinke klap tegen mijn hoofd gehad, maar ik wist zeker dat het niet daarvan kwam. Ik had gewoon te veel zorgen, te veel stress. Niet alleen professioneel, maar eigenlijk vooral privé.
Zodra ik een hand op mijn schouder voelde, keek ik abrupt op. ‘Hey.’ Ik keek in het vriendelijk glimlachende gezicht van een verpleegkundige. ‘Ik ben Lieve,’ zei ze. ‘Je collega zei dat je gewond bent geraakt.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Een klein wondje, het is minder erg dan het lijkt.’ Ze knielde naast mij neer. ‘Dat zal ik wel uitmaken.’ Ze haalde een gaasje en wat ontsmettingsmiddel uit haar koffer, om de wonde schoon te maken. ‘Kijk maar even naar boven.’ Eigenlijk had ik geen zin om haar order op te volgen. ‘Is het ook goed als ik naar uw schone collega kijk?’ Nadat ze vluchtig achter zich had gekeken, ging ze breed grijnzend weer verder met de wonde boven mijn oog schoonmaken. ‘Dat mag ook. Zolang je maar stilzit.’
Ik zuchtte zacht. ‘Mag ik iets persoonlijks vragen?’, vroeg ik nog voor dat ik het zelf doorhad. Ze bleef geconcentreerd mijn wonde schoonmaken. ‘Vraag maar…’
‘Hebt ge ooit wel eens het gevoel gehad dat ge iets mist in uw relatie?’
‘Uhm… Niet…, niet echt nee. … Wat mis je dan?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Nee…, laat maar…’
Ze glimlachte kort, waarna ze een gaasje op mijn hoofd tapete. ‘Zo. Even een dag niet douchen, het gaas regelmatig verschonen en de wonde goed schoonhouden. Dan heelt het vanzelf.’
Ik knikte, waarna ze wegliep.
Opnieuw een zucht. ‘Wist ik het maar…’
Wilfried.
(©June, 16/11/07)
|