DAT IS OOK EEN MOOIE BAK.

Zoals gewoonlijk kwam Tony weer te laat op het commissariaat binnen. Ze had nog koekkruimels op haar wang ten teken dat ze onderweg geprobeerd had iets als een ontbijt naar binnen te werken.
Britt: Weer eens overslapen?
Tony: Hoe zo weer eens?
Britt: Dat is deze week al de derde keer.
Tony: Wekker kapot. Zullen we aan het werk gaan?
Britt: Of is er een nieuw lief op gedoken bij uw boot?
Nadine: Dat lief interesseert me niet. Jullie hebben werk en ik wil jullie graag aan het werk zien. Hier is het adres en nu er heen.
Britt: Wat is het en waar moeten we heen?
Nadine: Begraafplaats Heuvelpoort, misdrijf: grafschennis.
Tony: Mooie dooie boel zadel je ons mee op zeg.
Britt: Tony gedraag je een beetje, wil je?
Tony: Ik zeg toch niets verkeerd? Daar zijn toch alleen maar doden of niet soms?
Britt: Ik denk dit keer ook levenden want iemand zal die grafschennis gepleegd hebben.
Tony: Ja dat is waar, laten we maar gaan.
Britt: Oké.
Britt en Tony rijden naar de begraafplaats. Daar aangekomen gaan ze eerst met de toezichthouder praten.
Britt: Britt Michiels en Tony Dierickx politie Gent.
Stefan: Ah, jullie zijn toch gekomen?
Tony: Hoezo toch?
Stefan: Nou ik heb het al een paar dagen geleden gemeld.
Tony: Ja nou we hebben niet altijd mensen vrij.
Stafan: Nou oké als ik ‘s avonds weg ga dan kijk ik de graven na en ‘s ochtends zijn er altijd een paar graf stenen vernield.
Britt: Kunt u ons naar die graven brengen?
Stefan: Ja komt u maar mee.
Britt en Tony lopen achter Stefan aan..
Britt ziet met lede ogen de vernielingen die zijn aangebracht. Ongewild denkt ze aan het graf van Mark. Ze komt er niet zo heel vaak meer,maar toch nog wel ongeveer een keer per maand. Ze moet er niet aan denken dat zij op een dag zijn graf ook zo aan zal treffen.
Tony ziet haar afwezige blik en neemt dan maar het woord tegenover Stefan.
Tony: Hoe vaak is dat nu gebeurt?
Stefan: Dit is nu de derde keer.
Tony: Iets bijzonders opgevallen, bijvoorbeeld altijd de dezelfde dag, of een bepaald soort graf of op een vaste plek?
Stefan: Steeds op de zaterdag dat ik het ontdekte, dus ik denk dat het in de nacht van vrijdag op zaterdag gebeurt.
Britt: Hebt u gegevens van de beschadigde graven? Wie er in ligt en hoelang al?
Stefan: Dat zal ik in het register na moeten kijken.
Tony: Waar wachten we dan op?
En Stefan draait zich om en loopt naar het gebouwtje, gevolgd door Tony. Britt blijft nog even bij het beschadigde graf staan en kijkt wat in het rond.
Opeens roept Tony dat Britt ook moet komen en dan gaat ze ook maar naar het gebouwtje.
Binnen houd Stefan er een imposante administratie op na en zo is snel een overzicht te krijgen van de beschadigde graven.
Het betreft graven die tussen de drie en vijf jaar oud zijn en in alle graven liggen mannen.
Op uitdrukkelijk verzoek van Tony stelt Stefan zijn boeken beschikbaar zodat Britt en Tony die mee kunnen nemen naar het commissariaat om daar eens rustig door te nemen.
Op de terugweg in de auto is Britt nog steeds erg stil en reageert heel traag als Tony haar wat vraagt. Vanuit haar ooghoek ziet Tony dat Britt haar ogen wat glazig worden, het lijkt of ze verdrietig is. Tony denkt heel snel bij zichzelf na welke datum het is en of dat wat te maken heeft met Mark, bijvoorbeeld zijn verjaardag, of misschien de trouwdag. Ze komt er zo niet op maar van Britt krijgt ze ook geen antwoord, die is in gedachten mijlenver weg.
Tony denkt bij zichzelf dat het zo voor Britt geen werken is en besluit, zonder overleg, om niet naar het commissariaat te rijden maar naar Britt haar huis. Pas als Tony al is uitgestapt en het portier aan Britt's zijde opent heeft die in de gaten dat ze voor haar eigen huis staat.
Britt: Wat doen we hier?
Tony: We gaan hier even voor een kop koffie of thee, wat jij wilt.
Brittt: We moeten naar het commissariaat.
Tony: Later. Nu eerst je huis in.
Binnen laat Britt zich op de bank ploffen en slaat haar handen voor haar gezicht en begint zachtjes te huilen. Tony heeft in de keuken al water opgezet om een beker thee te maken en gaat dan naast Britt zitten en legt een arm om haar schouders.
Tony: Hé, wat scheelt er aan? Je bent ineens zo verdrietig. Wat is er gebeurt op dat kerkhof?
Britt: Mark. Ik moest aan Mark denken.
Tony: Is het vandaag een bijzondere dag, zijn verjaardag of zo?
Britt: Nee, zijn verjaardag was twee weken geleden. Overmorgen zou onze trouwdag zijn.
Tony: Shit, dat ik daar niet aan gedacht heb. En net nu moet Nadine ons die opdracht geven.
Britt: Maar dat kon zij toch niet weten?
Tony: Vraag haar of ze je van deze zaak afhaalt. Ik kan dat wel alleen . Neem even een paar dagen vrij en probeer je zinnen even te verzetten.
Britt: Ik kan toch niet zomaar vrij nemen?
Tony: Als jij er met je gedachten niet bij bent is het niet goed en zeker niet makkelijk om te werken. En trouwens waarom zou je geen vrij nemen, het zijn toch jouw dagen en jouw herinneringen?
Britt: Redt je het echt wel zonder mij dan?
Tony: Nee, vast niet (lachend). Natuurlijk wel. Ik vind het al erg genoeg dat je dit allemaal weer moet doormaken.
Britt: Dank je Tony dat je dat voor ons wilt doen.
Tony: Ons?
Britt: Ja, voor Mark en mij en voor Dorien. Vind je niet dat die steeds meer op Mark gaat lijken?
Tony: Ik heb Mark zelf niet gekend, dus ik zou het niet weten.
Britt: Wil je wat foto's van hem zien?
Tony: Zou je dat willen? Ik bedoel, dat ik ze mag zien?
Britt: Jij bent toch mijn partner?
Tony: Oké, heel graag dan. Ik wil wel eens zien aan wie jij denkt als je zo dromerig voor je uit zit te staren.
Britt: Doe ik dat dan?
Tony: Vaker dan je van je zelf weet.
Als Tony de thee gemaakt heeft en de bekers heeft gevuld komt Britt met een doos met foto's en haar trouwalbum aan.
Eerst komen de oudste foto’s tevoorschijn, nog uit hun verkeringstijd.
Tony: Mai, daar krijg je honger van als je dat ziet.
Britt: Maar ik had de grootste honger en hij smaakte voortreffelijk.
Dan de foto's van in hun trouwen; vakantiekiekjes, de geboorte van Dorien, kerstavonden, en ook enkele foto's van Mark in uniform, gemaakt op het politiekerstbal twee weken voor hij werd vermoord.
Nu heeft Britt weer tranen in haar ogen en Tony geeft haar een hand een geeft een bemoedigend kneepje.
Britt: Wil je ons trouwalbum ook zien?
Tony: Als het mag heel graag.
Britt: Kijk, deze jurk heeft mijn moeder helemaal zelf gemaakt. En die bloemen, die waren toen haast niet te krijgen, maar Mark wist dat ik ze heel mooi vond en heeft ze speciaal voor mij over laten komen van de veiling in Nederland.
Tony: Wat zie je er gelukkig uit Britt.
Britt: Dat was ik ook." Voor altijd samen" hadden we in de ringen laten graveren. Wist ik veel dat voor altijd maar heel kort zou zijn.
En dan begint ze weer te huilen en doet het boek dicht. Ze kan het niet meer aanzien, die beelden van hun gelukkige huwelijk.
Tony: Britt, neem echt even de tijd om dit door te werken. Laat het werk maar even voor wat het is. Ik snap heel goed dat je hem mist. Als ik zie hoe gelukkig je toen was en je nu soms zo droevig zie, weet ik dat je hem vreselijk mist.
Britt: Echt heel veel. En Dorien ook. Het is soms zo moeilijk ,. Ze vraagt nog wel eens over hem maar ik heb nog niet durven te vertellen wat er echt gebeurt is. Ik denk dat ze daar nog te jong voor is.
Tony: Ik ga nu naar het commissariaat. Als er wat is hoor ik het? Gewoon bellen hoor, ook als je denkt dat het niet belangrijk is.
Britt: Bedankt Tony dat je het zo goed begrijpt.
Tony: Sterkte, oké?
Op het commissariaat wordt Tony direct bij Nadine geroepen.
Nadine: sinds wanneer bepaal jij of Britt vrij kan zijn?
Tony: Baas, je had haar moeten zien. Die kan zo niet werken hoor. Helemaal van de kaart. Kun je het je voorstellen op zo'n kerkhof al die graven vernielt. Logisch dat je dan denkt aan je eigen overleden echtgenoot. En wist je dat het overmorgen hun trouwdag zou zijn?
Nadine: Nee dat wist ik niet. Ik vind het heel erg voor haar. Maar bon. Britt is er niet, en het werk is er wel, dus dat wordt een beetje harder lopen voor jou.
Tony: Geeft niet, dat heb ik er wel voor over.
Nadine: Ook om naar de burgermeester te gaan?
Tony: Wat heb ik nu weer mispeutert?
Nadine: Hopelijk niets. Maar hij verwacht je om half vier.
Tony: Ik hoef toch niet in uniform of wel?
Nadine: Heb je geen tijd meer voor. Het is vijf voor half.
 
Tony: En jij vertelt me nu pas dat ik daarheen moet?
Nadine: Ja sorry Tony maar ik hoor het ook net. Ga nu maar anders kom je te laat.
Tony: Heeft hij echt niet gezegd waar het over gaan?
Nadine: TONY!!!!
Tony: Oké oké ik ben al weg.
Tony loopt het commissariaat uit en het kleine stukje naar de overkant om bij de burgemeester te komen probeert ze te begrijpen waarom hij haar wil spreken.
Burgemeester: Ah mevrouw Dierickx fijn dat u kon komen. Gaat u zitten.
Tony: Waarom wilt u me spreken??
Burgermeester: Ik heb al veel over u gehoord en van u gezien en ik heb een bijzonder vraag aan u.
Tony: Oh, en wat dan wel?
Burgermeester: Ik zou graag gebruik willen maken van uw kennis en uw dienst.
Tony: En wat zou ik dan moeten doen?
Burgermeester: Ik heb eigenlijk een privé-opdracht. Misschien zal ik de hoofdcommissaris moeten vragen om u tijdelijk van de politiedienst te halen. Ik krijg namelijk vrienden over uit Zuid-Amerika en die willen een stuk van de omgeving hier zien, en ik wil ze graag veilig hier kunnen ontvangen.
Tony: Ze zijn hier toch veilig?
Burgemeester: Maar zo voelen ze zich niet. Het zijn gewoon Vlamingen die daar heen verhuisd zijn, maar ze worden af en toe belaagd door mensen van hier. En nu wil ik u vragen om u met hen bezig te houden en zo erachter te komen wat die belagingen nu zijn. Snapt u?
Tony: En wat wordt ik dan geacht te doen?
Burgermeester: U logeert bij hun op hun adres, niet zo'n slechte plaats hoor, en u gaat met ze op stap, samen met mijn vrouw. En we zullen samen een aantal openbare bijeenkomsten bezoeken.
Tony: Hoe openbaar?
Burgermeester: Schouwburg, opening van het nieuwe theaterseizoen. En we worden ontvangen in Brussel. En mijn vrouw wil onze gasten graag meenemen naar Nederland naar de bloemenstreek. Bent u daar een beetje bekend?
Tony: Nee, nog niet, maar ik kan het me wel eigen maken.
Burgermeester: Er zit wel een maar aan.
Tony: Oh ja? Wat dan?
Burgermeester: Uw omgeving mag niet weten dat het ene privé-opdracht is. Ik zal met mevrouw Vanbruane kort samenspraak houden maar de rest weet van niets. Oké?
Tony: Ook Britt niet? Die heeft altijd zo in de gaten als er iets is. En ik heb nog een zaak lopen over grafschennis, en die moet ik echt eerst oplossen. Wanneer komen die vrienden?
Burgermeester: Over 10 dagen, maar ik wil u vanaf komende maandag graag ter beschikking hebben.
Tony: En Britt mag echt niets weten? Zij zou mij toch kunnen helpen met deze opdracht?
Burgermeester: U heeft haar toch zelf met ziekteverlof gestuurd?
Tony: Spreekt zich dat zo snel rond in deze kringen?
Burgermeester: Sommige dingen gaan inderdaad snel rond. Zij heeft haar rust nodig, en als het moet, dan geven we haar die.
Tony: U doet haar niets, anders doe ik niets voor u.
Burgermeester: Maar mevrouw Dierickx, u spreekt wel tegen de burgermeester!
Tony: Sorry, maar van Britt blijft u af. Dat is het enigste wat ik stel.
Burgemeester: Dat moet haalbaar zijn. Ik kan dus op u rekenen?
Tony: Als u het regelt met Nadine.
En zo gaat Tony met vreemde gevoelens naar het bureau terug. Bij de deur kruist ze het pad met Nadine die nu met "spoed" naar de overkant moet.
Ondertussen probeert Tony een plan op te stellen om verder te kunnen met die kerkhofzaak.
Zonder Britt zal ze of alleen op uitkijk moeten, maar dat zal Nadine niet goedkeuren, of ze zal een tijdelijke andere partner moeten vinden.
Tony: Sel , ben jij druk op vrijdagavond?
Sel: Nee, ik heb een vrije avond. Is er wat?
Tony: Ik kan je hulp wel gebruiken. Ik heb Britt met verlof gestuurd en nu moet ik op uitkijk en ik mag denk ik niet alleen van Nadine.
Sel: Had je eerder aan moeten denken. Is er wat met Britt?
Tony: zullen we straks even naar de Combi gaan, ik wil het er hier liever niet over hebben. Maar kan ik op je rekenen dan kan ik aan een plan werken?
Sel: Schrijf mij maar op
Tony: Bedankt.
Om half vijf komt Nadine met een kwaaie kop terug en dirigeert Tony gelijk mee naar haar kantoortje.
Nadine: Wat hoor ik nu van de burgermeester, wil hij jou confisqueren? En we hebben het al zo druk zonder Britt en nu jij ook nog..
Tony: Hoezo zonder Britt, die is toch maar voor een paar daagjes weg?
Nadine: Volgens de burgemeester zeker voor drie weken. Wat weet hij wat ik niet weet?
Tony: Geen idee. Waar heeft hij het met jou over gehad dan?
Nadine: Dat jij voor twee weken een opdracht voor hem hebt en dat je niet beschikbaar bent voor het corps.
Tony: Ik mocht er verder niets van zeggen heb ik hem beloofd, maar hij zei niets van Britt. Ik bel hem gelijk op en zeg wel af. Dit was niet de afspraak.
En zonder wachten grijpt Tony de telefoon op Nadine's bureau en belt naar de burgermeester.
Tony: Zeg, ik dacht dat we hadden afgesproken dat er niets met Britt zou gebeuren.
Burgermeester: Rustig mevrouw Dierickx, het gaat wel goed komen.
Tony: Wat gaat er met Britt gebeuren?
Burgermeester: Om u gerust te stellen: ik heb haar, ter compensatie van alle ellende die ze door de stad heeft opgelopen een korte vakantie aangeboden en ze zal dus een paar weken vrij af zijn. Dan u kunt gerust uw werk doen.
Tony: En waar gaat ze heen?
Burgermeester: Dat is toch niet belangrijk?
Tony: Ik moet goed op haar letten dus ze zal bij mij in de buurt moeten zijn.
Burgermeester: U bent een straffe onderhandelaar. Oké, ik zal haar in uw buurt laten zijn. maar ik kan toch rekenen op uw onverdeelde steun?
Tony: Als met Britt alles goed is wel.
Burgermeester: Kom maandag middag hier naar toe en we zullen de details doornemen.
Nadine: Wat was dat nou weer?
Tony: Even wat regelen met onze burgervader, maar niet over Britt's rug heen.
Nadine: Die zaak met die grafschennis, wat ga je daar mee doen?
Tony: Vrijdag samen met Sel op uitkijk staan en dan verder zien of er wat gebeurd.
Nadine: Bon, houd me op de hoogte.
In de Combi vraagt Sel nogmaals aan Tony wat er met Britt is. Hij vond haar wel wat stiller maar hij wilde haar niet vragen wat er was. Dat vond hij te opdringerig.
Tony: Twee weken geleden was Mark's verjaardag en overmorgen, shit dat is op vrijdag, dan zou hun trouwdag zijn. En dan komen wij op zo'n kerkhof waar de graven vernield worden en dat kon ze net niet hebben. Ze moest steeds aan Mark denken en toen heb ik gezegd dat ze gewoon even de tijd voor zich zelf moet nemen.
Sel: En dat accepteerde ze? Britt?
Tony: Is daar wat mis mee?
Sel: Die dopt toch altijd haar eigen boontjes, die laat zich toch niet makkelijk zeggen wat ze moet doen?
Tony: Dit keer was ze echt kapot. Ik denk dat ze het er nu heel moeilijk mee heeft. En ik kon dat gewoon niet meer aanzien. Ik wilde dat ze niet zo hard voor zichzelf was, dat ze niet altijd alles zelf wil oplossen, maar eens mensen in haar omgeving toelaat die haar willen helpen en die haar liefhebben.
Sel: Tony, ben jij .......?
Tony: Wat bedoel je Sel?
Sel: Nou gewoon. Ben jij op Brit???
Tony: Verliefd bedoel je? Sel toch, ze is mijn partner. Ik zou alles doen om haar te helpen, en we zijn hele goede vriendinnen maar verliefd? Nee hoor, wees niet bang. Ze is volgens mij nog vrij. (hihihi)
Sel: Ik mag haar ook heel graag, maar ik vind het zo moeilijk om in haar buurt te zijn. Ze lijkt aan de ene kant zo kwetsbaar, maar van de andere kant is het ook een hele harde.
Tony: En dat zou je beletten wat met haar te beginnen?
Sel: Valt het op aan mij?
Tony: Het valt niet op, maar nu je zo over haar praat, denk ik dat je graag wat meer wilt bij Britt.
Sel: Ik weet het niet. Misschien, maar alleen als zij er zelf ook volledig voor open staat.
Tony: Maar zullen we morgenochtend even het plan voor vrijdagavond doornemen, dan weten we wat ons eventueel te wachten staat. Ik zie het eigenlijk niet eens zitten om 's nachts op het kerkhof rond te hangen, al die enge geluiden en zo.
Sel: Ik zal je wel beschermen Tony, wees niet bang.
Wanneer Tony weer thuis is gaat de telefoon. Het is Britt en ze heeft behoefte aan een luisterend oor.
Britt: Zou je langs willen komen Tony?
Tony: Is goed, ik ben er over een half uurtje.
Wanneer Tony aangekomen is, valt Britt huilend in diens armen...
Tony: Rustig maar, meid, wat scheelt er? Ben je zo verdrietig? (geruststellend)
Britt: Ik moet steeds aan Mark denken. We waren tien jaar getrouwd overmorgen. En dat gaat nooit meer komen.
Tony: Britt, lieverd, wat een verdriet heb je. Is er iets wat ik kan doen, dat je je wat beter en wat rustiger gaat voelen?
Britt: Houd me even vast, wil je. Ik wil voelen dat ik leef. Ik heb het zo koud en voel me zo leeg en alleen.
Tony: Kom maar Britt (en ze opent haar armen om Britt warm en liefdevol in op te nemen).
Britt huilt een poosje tegen Tony aan maar hervind zich na een tijdje toch weer.
Britt: Wat ben ik blij met jou. In het begin dacht ik :"die maakt het mij nog knap lastig", maar nu weet ik veel beter.
Tony: Ik ben er niet zo een die zich bij de eerste kennismaking al helemaal laat zien.
Britt: Ben je morgen druk?
Tony: Ik ga samen met Sel op observatie staan bij dat kerkhof.
Britt: Oh.
Tony: Was er iets, wilde je me iets vragen?
Britt: Nee, laat maar.
Tony: Zeg het maar Britt. Maak van je hart geen moordkuil.
Britt: ik wilde morgen naar het graf van Mark, maar na wat ik gezien heb ben ik een beetje bang dat het daar ook zo kan zijn. Ik wilde eigenlijk vragen of je mee wilde gaan, maar je hebt het te druk, dus laat maar.
Tony: Natuurlijk ga ik met je mee. De observatie is morgenavond na zonsondergang, dus ik heb overdag vrij.
Britt: Vind je het niet vervelend dat ik je dit vraag??
Tony: Kom nog eens? (en weer geeft ze Britt een heel stevige knuffel) Ik wil mijn partner niet kwijt omdat die het af en toe eens moeilijk heeft.
Britt: (heel bescheiden) Dank je wel Tony.
De andere ochtend haalt Tony Britt op om samen naar de begraafplaats van Mark te gaan. Britt is heel stil en zit wat dromerig voor zich uit te staren in de auto.
Tony: Ca va?
Britt: Niet zo heel goed nu.
Tony: Dat begrijp ik.
Britt had een bloemstukje meegenomen en een tekening die Dorien had gemaakt. Dorien was er nog niet aan toe om nu zelf naar het kerkhof toe te gaan. Die raakte steeds nog overstuur.
Toen ze waren aangekomen zette Tony de auto op de parkeerplaats en haalde ook een heel mooi bloemstuk uit de wagen. Toen Britt dit zag begon ze gelijk te huilen en Tony nam haar in de arm en samen liepen ze op naar het graf van Mark.
Ook hier waren sporen zichtbaar van vernielingen en Britt keek angstig vooruit of Mark's graf wel ongeschonden was.
Maar daar aangekomen zag ze dat de steen beklad was met fluorverf. Eerst bleef Britt stokstijf staan, en toen viel ze ineens op haar knieën voor de steen neer en begon huilend met haar handen over de steen te poetsen, maar de verf liet niet los.
Het huilen werd steeds erger. Tony legde haar bloemen op het graf en ging naast Britt knielen en nam haar weer in haar armen. Het ging Tony door merg en been, te zien hoe intens veel verdriet haar collega en vriendin hier moest doorstaan. Zelf kon ze haar ogen ook niet droog houden.
Tony: ik ga hier werk van maken. Dit kan niet. Al moet ik de burgermeester zelf vragen om hier wat tegen te doen.
Britt leek ontroostbaar. Niets wat Tony zei stelde haar gerust. Ze was getroffen en ze was kwaad. Hier lag haar Mark die ze al heel jong had moeten loslaten en dan werd er zo met het graf omgesprongen.
Na een kleine vijftien minuten probeerde Tony toch om Britt weer overeind te helpen en mee te nemen naar huis.
Voor ze vertrokken ging Tony ook hier bij de beheerder langs en nam de nodige gegevens op zodat ze die kon toevoegen aan haar zaak van grafschennis.
Weer thuis zat Britt heel verdrietig in een hoekje op de bank,afgesloten van de wereld en niet bereikbaar.
Tony: Britt, zal ik even een kop koffie voor ons maken?
Britt: (niks)
Tony: Gaat het wel Britt? Je bent zo stil, ik vind dat eng.
Britt: Laat me maar Tony. Ik moet nu gewoon alleen zijn. Bedankt dat je mee bent gekomen. Ik vond het prachtig dat jij ook bloemen bij je had. Het waren hele mooie bloemen.
Tony: Gaat het echt wel? Bel je als het niet gaat? Echt doen hoor, beloof je me dat?
Britt: Dank je Tony, ik beloof het.
En zo vertrok Tony weer naar huis, maar daar kon ze haar draai ook niet vinden en dus ging ze vast naar het commissariaat waar ze nog minstens vijf uur de tijd had om op papier met deze zaak bezig te gaan. Pas om half negen had ze met Sel afgesproken.
Urenlang doorzocht Tony de computer en de archieven op zoek naar andere meldingen van grafschennis. Gaandeweg vond ze over een periode van 4 maanden al meldingen variërend van gestolen bloemen tot en met bekladden van grafstenen tot het breken van die stenen of ornamenten. Steeds waren er aanwijzingen in bepaalde richtingen maar niemand had nog ooit de daders op heterdaad kunnen betrappen. Tony werd er, met de ervaringen deze ochtend met Britt, meer en meer op gebrand om vanavond niet met lege handen terug te komen op het commissariaat.
Haar ogen brandden in haar hoofd toen Sel om zeven uur binnen kwam lopen.
Sel: Tony, wat zie jij eruit. Alles goed met je?
Tony: Ja, (gapend) al de hele middag op de computer en in het archief aan het zoeken.
Sel: Waarna? We hadden toch alles al nagekeken?
Tony: Ben vanmorgen met Britt bij het graf van Mark geweest en daar was met fluorverf op geklad. Ze was helemaal kapot.
Sel: Daar kan ik goed inkomen. Iemand die is overleden heeft toch zijn rust verdient, dan moeten ze niet beginnen met die graven te verstoren.
Tony: Ik heb wat aanwijzingen ,maar nog nooit is er iemand op heterdaad betrapt. Ik hoop voor Britt echt dat we vanavond beet hebben.
Sel: Laten we maar gaan, en hopen dat we niet de hele nacht daar hoeven te zitten.
Op het kerkhof nemen ze elk een eigen deel ter observatie voor hun rekening maar ze blijven via
hun mobieltjes met elkaar in contact.
Het is al nabij twaalf als Sel doorseint dat er twee jongens op het terrein lopen. Tony duikt nog wat verder weg achter een grote grafsteen en geeft haar oren goed de kost.
Ze krijgt de indruk dat de jongens onder invloed verkeren, of van drank of van drugs. Hun spraak lijkt wat warrig. Dan roept de ene tegen de ander dat hij niet meer mee wil doen en dat hij vast weggaat. Tony hoort Sel doorgeven dat een patrouille die knaap buiten de poorten van de begraafplaats moet afvangen, en daarna seint hij naar Tony dat de andere knaap haar kant uitkomt.
Voor Tony's gevoel staat hij zo'n beetje bij het graf waar zij achter zit als hij ineens heftig tegen de steen aan begint te slaan met een moker die hij uit zijn jas haalt. Er schieten splinters van het marmer af en Tony krijgt er een van in haar gezicht en gilt het uit. De knaap schrikt en wil wegrennen maar loopt hoog tegen Sel aan die hem was gevolgd en direct in de boeien slaat.
Hij duwt hem naar de grond en roept dan naar Tony of alles goed is.
Als die achter de steen tevoorschijn komt ziet hij dat ze veel bloed in haar gezicht heeft. Ze probeert het zelf wat te stelpen door er een zakdoek tegen aan te drukken.
Sel: Gaat het gaan Tony?
Tony: Ik bloed als een rund.
Sel: Ik laat deze gast ophalen en dan rijden we even naar het ziekenhuis. Het universitair ziekenhuis is hier kort bij.
Aldaar loopt Tony vijf hechtingen op in haar voorhoofd, door haar wenkbrauw heen. Na behandeling kan ze weer heen gaan en ze wil direct door naar het commissariaat om die knaap te verhoren.
Sel: We hebben niets te verhoren, het is al na een uur. We zullen moeten wachten tot morgen ochtend. Ik zal je thuis brengen dan kun je gaan slapen. Je ziet er moe uit.
Tony: Bedankt Sel.
De volgende ochtend belt Tony op , dat ze wat later komt. Ze wil eerst naar Britt toe om te zeggen dat ze in elk geval een dader hebben opgepakt.
Britt: En je hebt ook weer klop opgelopen?
Tony: Nee, hoezo?
Britt: Je hoofd.
Tony: Och dat, nee, een scherf voor mijn kop gehad. Alles oké hoor. Hoe is het gisteren verder voor jou geweest? Kon je een beetje de dag doorkomen?
Britt: Ja, we hebben ons best gedaan. Toen Dorien uit school kwam hebben we even over Mark zitten praten en daarna heeft ze geholpen met koken en gisteravond hebben we een Disney video gezien.
Tony: En hoe is het voor JOU geweest?
Britt: Moeilijk.
Tony: En nu?
Britt: Nu moet ik weer verder. Ik zal maandag weer gewoon op het werk komen.
Tony: Kun je niet nog wat vakantiedagen opnemen?
Britt: Misschien moet dat wel, want ik kreeg vanmorgen zo'n rare brief. Wil jij eens kijken?
Met een glimlach om haar mond ontdekt Tony de strekking van de brief.
Het was de door de burgermeester "beloofde" compensatie voor al het leed dat haar was overkomen in dienst van de stad.
Tony: Jeetje, je krijgt een vakantie aangeboden door de gemeente. Dat overkomt ook niet iedereen. "Voor al het leed u door de stad aangedaan", wat kunnen ze het toch altijd mooi zeggen. Nou ik ben benieuwd wanneer ik zo'n vakantie krijg.
Britt: Da's ook een mooie bak: eerst door dat geteisem kapot gemaakt worden, en als je op het punt staat om het op te geven of het af te leggen dan pas gaan ze zich beseffen wat ze je allemaal aandoen.
Tony: Daar zou ik niet zo mee zitten. Laat ze maar bloeden, ik zou er een hele luxe vakantie van maken of een mooie cruise of lekker drie weken naar Indonesië of zo.
Britt: Ik dacht dat jij die brief had gelezen. Er staat: een vakantie verblijf in een hotel in Brussel, een paar dagen naar de bollenstreek in Nederland en een kaart voor een theatervoorstelling voor het nieuwe seizoen. Wat je maar leuk vind.
Tony: Och, ik zou dat denk ik wel leuk gaan vinden denk ik.
Britt: Is er iets wat je me wilt vertellen?
Tony: Ik wil het wel maar ik mag het niet.
Britt: Zeg het toch maar, want jij kunt toch moeilijk geheimen bewaren.
En alsof het schoolmeiden waren zaten ze samen op de bank, kop koffie erbij en lekker te kleppen over wat de burgermeester voor opdracht had voor Tony.
Britt: Dan kan ik jou dus ook een beetje in de gaten houden, want het lijkt me duidelijk dat hij ons op een of andere manier samen wil laten zijn.
Tony: Maar je zegt hem niks, begrepen?
Britt: Tuurlijk niet. (glimlachend)
Plots valt Britt's oog weer op Mark's foto en denkt ze weer aan zijn graf...
Britt: Ik moet Mark's graf gaan schoonmaken. (plotseling)
Tony: Zou je dat wel doen Britt?
Britt: Ik MOET het doen Tony!
Tony: Zal ik meekomen?
Britt: Wil je dat? (verlegen)
Tony: Jawel, maar dan moet je wel wachten tot vanmiddag, want ik moet zo dat stuk vreten nog gaan verhoren.
Britt: Wil ik meekomen naar het commissariaat?
Tony: Nee, jij bent met verlof dus je mag er niet komen.
Britt: Ik wil weten wie dat gedaan heeft. Wie zoiets op zijn geweten heeft.
Tony: Zo iemand kan geen geweten hebben en jij schiet er niets mee op als je hem ziet. En daarbij is niet duidelijk of hij ook bij het graf van Mark is geweest. Ik ga hem verhoren en daarna kom ik bij je terug en gaan we naar het kerkhof. Oké?
Op het commissariaat zit Nadine al op Tony te wachten.
Tony: En Sel dan?
Nadine: Die komt zo ook wel, maar is die knaap wel meerderjarig anders verdoe je je tijd ook nog.
Tony: Ik hoop het wel, zo iets mag niet ongestraft weglopen. Die heeft opnieuw opvoeding nodig.
Nadine: Hoe is het met Britt gegaan?
Tony: Die houd zich sterk, die laat niet blijken dat ze het heel moeilijk heeft.
Nadine: Ik wilde dat ze eens wat minder hard voor zichzelf zou zijn, dat zou haar veel goed doen.
Tony: Vertel me, ik weet er alles van. Na het verhoor ga ik met haar terug naar het graf van Mark om dat schoon te maken.
Nadine: Was dat ook besmeurd dan?
Tony: Ja, met fluorverf nog wel. Britt was helemaal kapot toen ze het zag.
Nadine: Nou succes er maar mee dan.
Tony: Bedankt. (glimlachend)
Tony onderzoekt snel of de jongen meerderjarig is, en gelukkig is hij net 18 jaar geworden...
Tony: Oef. (glimlachend/opgelucht)
Dan is Selattin aangekomen en beginnen ze aan zijn verhoor...
Tony: Oké, naam en woonadres.
Knaap: Waarom?
Tony: Je bent gisteren opgepakt toen je op de begraafplaats Heuvelpoort graven aan het vernielen was.
Knaap: Dat heeft niets met mijn naam te maken.
Sel: Wees even slim. Je geeft je naam, je antwoord op onze vragen en als alles een beetje vlot verloopt kan je advocaat proberen om je voor de rechtbank te verdedigen.
Knaap: En wat schiet ik er mee op?
Tony: Luister even. En luister heel goed: WIJ stellen de vragen en jij antwoord ze. Begrepen? Of is dat teveel gevraagd van die hersens van jou?
Knaap: K*twijf. Jij hoeft niet zo neerbuigend te doen tegen mij. Weet je wel wie mijn vader was?
Tony: Ik luister.
Knaap: Dat was schepen Vandenbroecke.
Tony: DE schepen Vandenbroecke? Die begin dit jaar is verongelukt?
Knaap: Ja.
Sel: En hoe is je roepnaam?
Knaap: Thomas.
Tony: Wel Thomas, zover zijn we al gekomen. Waarom liep jij op die begraafplaats de boel te vernielen?
Thomas: Omdat ik kwaad ben.
Tony: Waar op?
Thomas: Omdat mijn vader dood is. Dat ongeluk, ..... als die zak niet met zijn dronken kop achter het stuur was gekropen dan...... Weet je wat hij mijn moeder heeft aangedaan? En mijn zusje en mijn broertje? Ik haat hem. Vuile egoďst.
(en dan begint hij te huilen)
Tony: Gaat het een beetje?
Thomas: Natuurlijk niet stomme trut. Denk je dat het verdriet zomaar overgaat als ik zeg dat ik dat gedaan heb? Jij snapt er geen biet van.
Sel: Hé Thomas, even rustig aan jongen.
Thomas: De tering met jullie.
En hij vliegt overeind en grijpt Tony bij haar haren en slingert haar heen en weer.
Vlug springt Sel op en maakt Thomas los van Tony en duwt hem tegen de tafel zodat hij geen kant meer uit kan en doet hem dan de handboeien om.
Nadine die in het andere verhoor had meegekeken kwam vlot naar binnen en nam Tony in haar armen en troonde haar de gang op.
Nadine: Ca va Tony?
Tony: Ik schrok me kapot. Wat een idioot. Zeker geen fatsoenlijke opvoeding gehad.
Nadine: Heeft hij je pijn gedaan?
Tony: Ja, mijn hoofd doet pijn.
Nadine: Ga even mee naar mijn kantoor en dan drinken we samen een kop koffie.
Tony: Hij is kwaad omdat zijn pa zich met zijn dronken kop kapot heeft gereden en nu reageert hij zich af op de graven van andere mensen.
Nadine: Alleen op de Heuvelpoort of op meerdere plekken? Ik had gezien dat je meer meldingen hebt gevonden.
Tony: Voor zover hij nu bekend op 4 begraafplaatsen, ook die waar Mark ligt.
Nadine: En heeft hij bekend dat hij met die fluorverf is bezig geweest?
Tony: Ja, en hij kon zelfs de namen geven van de graven die hij "onder handen" heeft gehad. Daar was dat van Mark ook bij.
Nadine: Ga je het Britt vertellen?
Tony: Moet ik dat? Ik weet niet of ik dat kan. Die heeft zo al zoveel verdriet. Ik heb met haar afgesproken dat we vanmiddag gaan om te proberen die steen weer schoon te maken.
Nadine: Als je weer wat rustiger bent kun je wat mij betreft wel gaan. Ik vraag Sel wel om dat PV te maken, dan kun je naar Britt gaan.
Tony: Dank je Nadine.
Die middag op het kerkhof is het hard werken. Met veel moeite en pijn in de armen gelukt het om de steen weer schoon te krijgen van de verf. Britt heeft het grootste deel van de tijd gewerkt met tranen in haar ogen en Tony had er bij tijden ook moeite mee. Nadat ze thuis waren gekomen hadden ze nog een potje thee gedronken en daarna was Tony naar haar boot gegaan en had zich voor de rest van het weekend vrijaf gegeven om niets anders te doen dan alleen maar slapen.
Toen ze even wakker was om wat drinken te pakken keek ze even op het internet naar informatie over de bollenstreek en het theaterprogramma, zodat ze enigszins geďnformeerd was als de gasten van de burgermeester zouden komen.
Maandagmiddagmiddag om vijf uur zou die haar verder informeren over het programma dat er was opgesteld.
Eerst ging ze op maandag echter nog terug naar het commissariaat om van Sel te horen wat er nu verder met Thomas zou gebeuren.
Die was in het weekend in de wachtcel helemaal doorgedraaid en overgeplaatst naar de gesloten afdeling van het Dr. Guislain ziekenhuis.
Zijn moeder was ingelicht over de misdaden en de toestand van haar zoon. Zij was heel erg van de kaart geweest en snapte niet dat het zo vreselijk uit de hand had kunnen lopen.
Tony: Afgezien van de afkeuring die zijn gedrag oproept heb ik wel met hem te doen. Ik hoop maar dat het goed gaat komen met hem.
Sel: Ik hoop het ook. Ze hebben me gebeld toen hij door het lint ging, en hij was er echt vreselijk aan toe.
Nadine: Tony kom je nog even.
Ik heb globaal gehoord waar het om gaat. Ik kan het niet helemaal goedkeuren dat de burgermeester denkt dat hij zo maar mijn agenten kan inpikken, maar ik denk dat we een beetje ons best moeten doen om hem te vriend te houden. Het kan ons altijd weer van pas komen. Maar onthoud wel, dat wij je vrienden zijn. Als het niet gaat, of je ziet het niet meer zitten wil ik dat je ons belt en stopt met die opdracht.
Tony: Dank je Nadine. Tot over .... een week of twee zou ik dan maar zeggen.
En zo gaat Tony ook eens "naar de overkant". Zoals de opdracht wordt uitgelegd ziet het er wel redelijk uit. Woensdag al, eerder dus dan verwacht, komen de vrienden over. Dan volgt er op vrijdag de rit naar Brussel en de ontvangst bij een diplomatenfeestje. Deftig gekleed dus, iets waar Tony nou niet echt op zit te wachten.
Na het overleg schiet ze even aan bij Britt om te vragen of die nog een geschikte jurk heeft voor het deftige feestje.
Nu ziet ze dat Britt gelukkig nog wel kan lachen, al is zij zelf het onderwerp van spot.
 
En zo begint Tony aan haar speciale opdracht en komt er gelukkig achter dat de burgermeester zijn woord heeft gehouden door Britt bij haar in de buurt te laten. Bij elke gelegenheid treffen Britt en Tony elkaar, en op de momenten dat Tony even vrijaf heeft van haar opdracht brengen ze de tijd samen door. Het doet Tony goed te zien dat Britt zich weer wat herstelt van haar mentale inzinking.
Tony: Ben je van plan om straks weer aan het werk te gaan Britt?
Britt: Natuurlijk, waarom niet?
Tony: Nou, ik dacht , je hebt het er steeds moeilijker mee. Misschien wil je wel helemaal niet meer voor de politie werken.
Britt: Daar heb ik wel over gedacht, en als ik heel eerlijk ben, ik weet het ook nog niet zeker. Dit is wel het vak waar ik voor geleerd heb, en ik vond het altijd ook wel leuk, maar soms ...... ach ik weet het gewoon niet.
Tony: Heb je hier al eens met iemand over gesproken?
Britt: Dat doe ik toch met jou?
Tony: Ja, maar ik bedoel met een professioneel iemand, je weet wel, een psycholoog of zo.
Britt: Zeg maak het effe. Ik ben niet gek hoor.
Tony: Dat heb je mij ook niet horen zeggen. Maar als ik jou de laatste dagen zo zie maak ik me wel eens zorgen om je.
Britt: En bedank hč.
Tony: Britt je snapt wel wat ik bedoel.
Maar de stemming leek te bekoelen en dus zei Tony maar niets meer. Van binnen baalde ze een beetje. Deed ze haar best voor haar vriendin en dan werd ze zo teruggefloten.
In de bollenstreek kwam er voor Tony en Britt nog een gelegenheid om samen te werken terwijl het gezelschap zich even had teruggetrokken voor een onderonsje.
Terwijl ze door de prachtig aangelegde tuinen liepen waren ze getuige van een tasjesroof.
Een oudere vrouw begon in paniek te roepen dat ze was overvallen. Tony spiedde als een echte speurder het terrein rond en zag een opgeschoten jongen wegrennen.
Tony: Britt, help die vrouw even, ik ga er achteraan.
En weg is ze, alsof ze door een horde wilde dieren achterna word gezeten. Ze voelt zich er lekker bij dat ze zich even fysiek in kan spannen.
Ondanks haar vermanend: Halt, politie! stopt de knaap niet en dus moet ze er nog even wat harder voor lopen, maar uiteindelijk lukt het haar om hem met een snoekduik te stoppen.
Als ze de knaap omdraait ziet ze tot haar schrik dat het Thomas Vandenbroecke is. Hij had kans gezien om uit het psychiatrisch ziekenhuis te ontsnappen en was daarop meteen gevlucht naar Nederland. Tony sloeg hem in de boeien en droeg hem over aan de ordebewakers van de bloemententoonstelling. Ze was zelf nogal in de war geraakt van deze situatie en nu was het Tony die niet goed met Britt kon praten. Ze had namelijk nog steeds niet tegen Britt gezegd dat ze de dader van de grafschennis van Mark's graf hadden opgepakt.
's Avonds in het hotel voelde ze zich nog steeds heel erg onrustig. Ze kon de slaap niet vatten en piekerde zich suf hoe ze dit aan Britt moest uitleggen.
De andere ochtend aan het ontbijt kwam de burgemeestersvrouw eens vragen wat er aan de hand was, Tony maakte een afwezige indruk.
Tony: Och, niet zo goed geslapen. Gaan we vandaag terug naar Gent?
Vrouw: Ja, en dan vanavond naar het theater en dan vertrekken onze vrienden morgen voor een korte vakantie naar Zwitserland en dan zit uw opdracht er weer op. Mijn man en ik zijn u dankbaar voor uw inzet. Ook nog mijn bewondering dat u gisteren die overvaller hebt opgepakt. Het gaat gelukkig goed met die oude vrouw?
Britt: Ja hoor. Het was vooral de schrik. Ze heeft haar tas met al haar spulletjes weer terug gekregen.
En zo ging het gezelschap na een uitgebreid ontbijt op weg, via de Deltawerken , terug naar Gent.
In de wagen merkte Britt dat haar buik wat opspeelde. Ze voelde zich wat misselijk worden en was blij dat ze thuis terug was. Maar helaas, daar aangekomen werd ze ziek. Ze kreeg buikloop en moest vreselijk braken, dus haar avondje in het theater schoot er bij in. Ze voelde zich slap als een vaatdoek en kroop snel in bed. Dorien, die een paar dagen bij haar oma had gelogeerd was blij dat Britt terug was en legde zich dicht tegen haar moeder aan en zo vielen ze samen in slaap.
 
Alhoewel Tony niet zo'n theatermens was (volgens eigen zeggen), genoot ze zeer van de voorstelling. Het was de uitvoering van de Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupery.
Nadien was er nog weer een ontvangst met diverse hoge gasten en Tony zette weer haar beste beentje voor om de vrienden van de burgermeester "veilig" te beschermen zodat die ook een avond ongedwongen konden genieten van het theater.
Zo tussen de bedrijven door probeerde Tony toch eens aan de weet te komen waarom die vrienden nu zoveel bescherming nodig hadden. Het waren immers, ondanks hun verhuis naar Zuid Amerika, nog steeds gewoon Vlamingen. De burgemeestersvrouw stond dan ook wat vreemd te kijken van Tony's vraag.
Vouw: Maar ik wist niet eens dat u was gevraagd om ze te beschermen.
Tony: Zeker wel, door uw man hoogstpersoonlijk.
Vrouw: Ik zal hem zo eens vragen en ik laat het u weten.
Na een kwartiertje kwam ze al terug maar hetgeen ze te vertellen had gaf nog steeds geen antwoord op Tony's vraag. De burgermeester had namelijk verteld dat hun vrienden door sommige Vlamingen werden gezien als landverraders. Ze hadden een bloeiende bedrijfsvoering, maar zoals het roddelcircuit dat aangaf, zou dat niet allemaal zuivere koek zijn.
Tony dacht er zo het hare van.
De party duurde door tot in de kleine uurtjes. De drankjes vloeiden royaal. En dit had weer tot gevolg dat menigeen wat loslippig werd, om van de losse handjes nog maar te zwijgen.
Omdat Tony hier was met een dienstopdracht hield zij zich keurig aan de watertjes en behield tenminste een koel hoofd.
De burgemeestersvrouw verliet tegen half twee met haar vrienden het feest en ging naar huis. De burgermeester en zijn schepenen, en nog een hoop andere gasten, bleven nog wat nakletsen. De burgermeester vroeg Tony nog even mee te komen naar het gemeentehuis. Aldaar wilde hij een korte en voorlopige debriefing willen doen.
Tony: Zou u dat wel doen, ik bedoel, het is al laat en u kunt denk ik uw nachtrust ook wel gebruiken (maar niet open zeggend dat ze hem op zijn minst behoorlijk beschonken vond).
Burgermeester: Komt u maar, we zijn dichtbij en klaar is klaar. Wat zegt u?
Dus verliet Tony samen met de burgermeester het feest en liepen ze naar het stadhuis.
Maar eenmaal op de kamer van de burgermeester aangekomen begon hij wel erg vrijpostig te worden en Tony voelde zich hoogst opgelaten. Hij begon haar te strelen en wilde haar zoenen maar ze verzette zich er tegen.
Maar de burgermeester had haar zo stevig vast dat ze zich bijna niet vrij kon krijgen.
Tony: Laat dat. Dit hoort niet. Niet bij de opdracht en zeker niet bij uw functie als burgervader.
Burgermeester: Maar ik ben zo verzot op u. Heeft u dat dan nog steeds niet door?
Tony: U heeft een vrouw en kinderen en ik stel trouw zeer op prijs, dus verwacht van mij niet dat ik met u ga zitten rotzooien.
De burgermeester had absoluut geen zin aan urenlang gebakkelei en nam Tony zowat in de houdgreep en begon haar heftig te zoenen. Hij duwde zijn tong in haar mond en zijn handen schoten in haar decolleté.
Tony duwde hem weg, maar als een speels jongetje kwam hij weer achter haar aan. Tony wist niet hoe snel ze hier weg moest komen maar ontdekte tot haar schrik dat hij de deur in het slot had gedraaid.
Tony: U moet nu ophouden. Ik keur dit gedrag af, van iedereen, dus ook van u.
Burgermeester: Dat is ook een mooie bak: Doe ik mijn best om u eens van die nare politiedienst af te halen en dan bent u zo ondankbaar. U moet eens weten wat ik u allemaal te bieden heb als u eens wat minder preuts en stoďcijns zou doen. Je denkt toch niet dat ik na vierentwintig jaar nog met mijn vrouw slaap? Daar ben ik wel op uitgekeken. Ik ben toe aan wat anders en ik wil jou.
Tony: Ik ben niet beschikbaar. Zou u de deur willen ontsluiten zodat ik weg kan?
Burgermeester: Maar Tony (heel zwoel), we kunnen toch wel eens even die stijve officiële houding afleggen. Ik mag u graag en ik zou graag ...
Tony: Nee.
Burgermeester: Dan doe ik het anders.
En hij liep, wat dronken, maar redelijk resoluut, op haar af, nam haar weer stevig vast en begon haar opnieuw te zoenen en te betasten. Hij had haar stevig in zijn greep en liet zich samen met haar op de grond zakken en ging bovenop haar liggen. Zijn handen waren razendsnel onder de lange jurk verdwenen en begonnen nu aan hun weg naar Tony's intieme delen.
Tony was doodsbenauwd en gilde het uit.
Burgermeester: Doorgaan Tony, u wind me op met uw stem.
Ondertussen had hij zijn jasje en zijn overhemd ook al uitgetrokken en begon nu zijn broek te openen, Tony stevig tussen zijn benen klemmend.
Burgermeester: Tony, ik wil je graag nemen, help deze brave man eens wat.
Tony: Nee, laat me gaan. Ik wil dit niet en ik doe het ook niet. (en ze begon hem te slaan om zich zo los te wurmen).
De burgermeester zat in al zijn mannelijkheid boven op Tony en wilde haar net gaan binnendringen toen hij ineens heftig begon te schudden en zich eigens op de tong beet, en met een doffe dreun bovenop Tony viel, die even de adem werd benomen, want hij was een grote en stevig kerel.
Geschrokken werkte Tony zich onder hem vandaan. Hij lag er wel wat vreemd bij en zijn ogen stonden ook raar. Tony schikte haar baljurk weer netjes en schudde haar haren weer wat in orde en boog zich toen voorover om de polsslag op te nemen. Er was wel een polsslag maar die was erg onregelmatig. Nu zag ze ook belletjes spuug in de mondhoeken zitten. Ze dacht: "Oh jee, krijg ik dat ook nog".
Ze ging zoeken naar de kamersleutel en vond die in de broekzak. Even keek ze naar de broek en trok snel de rits dicht. Het overhemd knoopte ze vlug dicht en ging toen heel snel de 100 bellen, want het was niet goed met de burgermeester.
Nauwlettend hield ze hem in de gaten en nog voor de 100 er was kreeg hij een hartstilstand en moest ze gaan reanimeren. Ondanks dat ze walgde van de man zijn misdragingen was het wel een mens in acute nood en dus deed ze wat ze geleerd had.
Gelukkig werd ze snel afgelost door de ambulance, die de reanimatie overnam en de burgermeester naar het ziekenhuis bracht.
Tony voelde zich toen verplicht mevrouw de burgermeester hierover te informeren en liet zich met een taxi naar hun huisadres brengen.
Maar mevrouw de burgermeester was niet eens verbaasd dat haar man mogelijk een hartinfarct zou krijgen.
Vrouw: Hij werkt ook altijd zo hard!
Tony: Ja dat doet hij. Maar ik kom dus vertellen dat hij in het Jan Palfijn wordt opgenomen. Ik wens u sterkte toe en zie u denk ik nog wel als dit allemaal wat in een rustiger vaarwater is gekomen. Goedenavond.
En zo vertrok Tony tegen half vier in de nacht naar haar boot. Helemaal kachel na die lange dagen op sleeptouw zijn voor de burgermeester en zijn vriendjes en dan dat hele gebeuren van deze nacht. Ze voelde zich smerig en gebruikt. Nooit had ze van hem verwacht dat hij tot zoiets in staat zou zijn. En omdat niemand officieel iets wist van deze opdracht kon ze er ook met niemand over praten.
Thuis nam ze een lange hete douche en daarna een stevige whisky en ging toen naar bed, waar ze nog een paar uur wakker lag tot de slaap haar eindelijk tegen zeven uur kwam halen.
Rond 11 uur gaat haar telefoon...
Tony: Dierickx... (mompelend/slaperig)
Britt: Dag Tony, Britt hier... Ik wilde vragen...
Tony: Ja, wat? (mompelend/slaperig)
Britt: Uhm... Ken jij misschien een goede psychologe? Je hebt gelijk, ik moet met iemand gaan praten... (twijfelend/verlegen/zacht)
Tony: Moet je me daarvoor wakker bellen??
Britt: Sorry ik wist niet dat je sliep.
Tony: Nou ik weet geen psychologe moet je even aan iemand anders vragen.
Britt: Oke zal ik doen maar gaat alles wel goed met je?
Tony: Jaja.
Britt: Oke. Ik kom vanmiddag even lang als je het goed vind.
Tony: Als ik zeg dat ik het niet goed vind dan kom je toch want dan denk je dat er wat is.
Britt: Hahaha ja dat is waar, nou ik zie je vanmiddag
Tony: Oke.
Britt en Tony hangen op. Tony baalt er een beetje van dat Britt langs komt, want ze weet dat ze heel slecht is in doen alsof er niks aan de hand is maar ze kan er niet met Britt over praten..
Daarom gaat ze in het begin van de middag een heel eind hardlopen zodat ze kapot is als ze thuiskomt. Dan ziet ze Britt al op het voordek staan. Die was al ongeduldig geworden dat Tony er niet zou zijn.
Britt: Waar kom jij vandaan?
Tony: Heb ...(hijg, hijg) hardge....lopen. 15 .....kilometer. Is ......goed......voor de....conditie.
Britt: Zullen we binnen gaan? Ik sta al een half uur hier buiten op je te wachten.
Binnen laat Tony zich met een plof op de bank vallen en gebaard Britt zelf een plekje te zoeken.
Als Britt wil weten wat er aan de hand is weet Tony het gesprek een handige draai te geven en de aandacht op Britt te vestigen.
Tony: Jij zag er gisteren belabberd uit toen we terug kwamen. Wat was er aan de hand?
Britt: Ik denk voedselvergiftiging. Heb alles bij elkaar gekotst en was vreselijk aan de diaree. Heb vanaf vijf uur tot vanmorgen aan een stuk door geslapen. Wat voelde ik me beroerd. Vannacht heb ik gedroomd over wat je me een paar dagen geleden zei, je weet wel, dat ik hulp moest gaan zoeken en zo.
Nou, ik denk dat je best wel gelijk hebt, maar ik vind het zo eng. Zullen ze niet raar staan te kijken als ik zelf hulp ga vragen terwijl iedereen altijd bij mij komt voor raad en daad?
Tony: Britt, ik zei het omdat ik jou steeds nog verdriet en pijn zie hebben. Zo zeer dat ik er soms naar van wordt. Maar wie ben ik om te zeggen wat je moet? Jij kunt heel goed voor jezelf bepalen wat je kunt of wilt doen en laten.
Britt: Maar wil jij er dan wel voor me zijn? Ik bedoel, het is best wel eng en zo, en als ze dan alles weer gaan oprakelen dan ben ik bang dat het mij teveel gaat worden. Ik wil soms gewoon eens even tegen iemand aan kunnen kletsen.
Tony: Hey, ik ben je partner, je weet dat je rustig tegen me aan kunt kletsen, en als het mij teveel wordt is het aan mij om stop te zeggen. Oké?
Britt: Dank je Tony, dat je er steeds bent voor ons, voor Dorien en voor mij.
Maar hoe was nu gisteren die voorstelling? Ik heb hem helaas moeten missen.
Tony: Ken je het boek de Kleine Prins?
Britt: Wel eens van gehoord, maar nog niet kunnen lezen.
Tony: Ik heb hem in de kast staan, je mag hem lenen als je wilt.
Britt: Dat vind ik aardig.
Tony: Maar als je het niet erg vind, wil ik me zo even gaan douchen. Ik ga straks nog met een oude vriend uit wat eten.
Britt: Laat me je niet ophouden. Wanneer ben je weer terug op het commissariaat?
Tony: Gewoon komende maandag. Jij toch ook?
Britt: Ja, ik ben nu wel voldoende uitgerust. Tot maandag dan.
Als Britt weg is slaakt Tony een zucht van opluchting. Gelukkig had Britt niets gemerkt van wat Tony was overkomen.
Ergens was Tony wel nieuwsgierig hoe het met de burgermeester zou zijn, maar ze stond nou niet bepaald te popelen om naar hem toe te gaan, maar ze wist ook dat ze telefonisch geen informatie zou krijgen en dus ging ze na het douchen maar even naar het ziekenhuis.
Daar trof ze de burgemeestersvrouw ook weer aan. De vrienden waren vertrokken en zij zat nu al de hele ochtend te wachten op een arts die haar zou informeren over de toestand van haar man.
Vriendelijk begroette ze Tony toen ze die binnen zag komen. Tony had de indruk dat de vrouw niets wist van het overspelige gedrag van haar echtgenoot.
Na een kwartier kwam de arts er aan en wilde met de echtgenote praten, maar die stond erop dat Tony ook aanwezig was, want die was er immers bij aanwezig geweest toen haar man dat infarct had gehad en zij had hem gereanimeerd en daarmee het leven gered.
Arts: Uw man heeft heel veel geluk gehad dat er iemand bij was die kon reanimeren. Het was een groot infarct, en hij zal lange tijd uit de running zijn. Eigenlijk is het nog maar de vraag of hij zijn ambt weer kan opnemen. Op dit moment is het zaak dat hij heel goed rust en het hart de kans krijgt om weer aan te sterken. Over een dag of vijf zullen we wat tests gaan doen om te bepalen hoe groot de schade aan de hartspier is, en pas daarna kunnen we u meer vertellen.
Vrouw: Kunnen we nu naar hem toe?
Arts: Ja, maar u moet hem niet opwinden.
("Wat zal hij doen als hij mij ziet" dacht Tony, denkend aan de opwindingstoestand van de man de avond ervoor)
Op de kamer lag de burgermeester als een zielig hoopje mens in bed. Hij was heel erg geschrokken van wat hem was overkomen en kon amper uit zijn woorden komen. Hij sprak nauwelijks. Zijn vrouw kuste hem en liep al weer weg, met de woorden dat hij het heel rustig aan moest doen.
Burgermeester: Dank je lieverd, ik wil nog heel kort even met mevrouw Dierickx praten, oké?
Vrouw: Ja schatje, ik ga vast naar huis en zie je vanavond weer.
Tony: Wat wilde u nog zeggen dan?
Burgermeester: Dit mag niet bekend worden. Begrijpt u?
Tony: Oh, ik begrijp het donders goed, maar u bent degene die over de schreef is gegaan. Aan u om er wat mee te doen.
Burgermeester: Wat klinkt u koel.
Tony: Sorry hoor, maar zoals ik gisteren al zei ben ik niet gewoon om met getrouwde mannen wat te beginnen. Bovendien had u om mijn expertise op het gebied van veiligheid gevraagd en meer niet.
Burgermeester: Ik snap het. Het spijt me dat ik u in verlegenheid heb gebracht. Ik zal eerst weer moeten aansterken en zal er dan nog eens op terugkomen. Ik zal er voor zorgen dat u op gepaste wijze beloond wordt voor uw inzet. Dank u mede namens mijn vrouw en onze vrienden.
Tony: Ik hoef geen beloning. Ik heb mijn werk gedaan en de stad betaald mijn salaris. Ik ben blij dat u tevreden bent over mijn werk, dat is belangrijk voor mij om te weten.
Ik wens u een voorspoedig herstel, en misschien komen we elkaar nog wel eens tegen. Goedendag.
En met een diepe zucht ging Tony weer weg. Het had haar heel veel moeite gekost om niet tegen hem uit te varen. Zijn gedrag was echt onaanvaardbaar, maar ze had nu eenmaal de verplichting op zich genomen om erover te zwijgen, zowel over haar taken van de voorbije week als over het voorval van gisteravond.
*
Die maandag kwamen zowel Tony als Britt te laat voor hun dienst op het commissariaat.
Tony had zich, bijna zoals gewoonlijk, weer overslapen, en Britt was bij een psycholoog geweest voor kennismaking en om een aantal afspraken te plannen.
Nadine: Blij dat de dames ons toch hebben kunnen vinden dan kunnen we tenminste weer aan het werk. Ben en Sel jullie gaan patrouille rijden, Raymond en Pasmans te voet richting Vrijdagmarkt, want daar komen klachten binnen van tasjesdiefstallen.
En Tony en Britt in mijn kantoor alsjeblieft.
Daarbinnen bracht Nadine ze elk een bak koffie en liet ze plaatsnemen.
Nadine: En Britt, weer een beetje tot rust gekomen?
Britt: ja hoor. Bedankt dat je er even naar vraagt.
Nadine: Die toestand op het kerkhof , is dat allemaal goed gekomen?
Britt: Wat weet jij ervan?
Nadine: Wat Tony mij heeft verteld. Het bleek dat de dader op meerdere kerkhoven actief is geweest.
Britt: Hebben jullie hem opgepakt? En jij hebt mij niets gezegd Tony !!!
Tony: Sorry, Britt, ik kon het toen niet opbrengen om het je te vertellen. Je was al zo van slag door wat er met Mark's graf gebeurd was. Ik zag je pijn en verdriet, en het zou niets oplossen te weten wie het gedaan had.
Britt: Maar, maar....
Nadine: Ik denk dat Tony gelijk heeft Britt.
Britt: En heeft hij bekend?
Tony: Ja, volmondig. Hij was kwaad op zijn pa die zich met zijn zatte kop kapot heeft gereden.
Britt: En is hij al voorgeleid? Wordt hij gestraft?
Tony: Die nacht hier in de cel is hij doorgedraaid en hebben ze hem naar het Guislain gebracht. Daar is hij gevlucht.
Britt: Wat??? En nu loopt hij weer vrij rond? Ik snap er niets van, dat moet toch niet kunnen?
Tony: Hij is naar Nederland gevlucht.
Britt: En daar hebben ze hem weer opgepakt?
Tony: Daar heb IK hem weer opgepakt.
Britt: Ja, nu snap ik er echt niets meer van. Wat is er gebeurt?
Tony: Weet je nog daar bij die bloementoestand toen die vrouw van haar tasje werd beroofd?
Britt: Ja?
Tony: Dat was hij. Ik zag het pas toen ik hem in de boeien had. Ik heb hem overgedragen aan de ordedienst daar en die zouden hem terugbrengen naar Gent.
En ik heb er tijdens ons verblijf in Nederland ook niets meer van gehoord, dus die zal nu wel veilig opgesloten zitten. Maar we hebben zijn bekentenis, dus we kunnen de zaak afsluiten en overdragen aan de onderzoeksrechter.
Nadine: Helaas niet dus.
Britt: Zeg niet dat hij weer is weggelopen. Wat voor ziekenhuis is dat eigenlijk dat ze daar zo maar weg kunnen lopen? Da's toch ook ......
Tony: Nee, da's geen mooie bak. Ik weet het, en ik voel met je mee. Hij heeft zoveel mensen zo veel pijn gedaan. Ik vind dat hij een gepaste straf moet krijgen.
Nadine: Dat zal niet meer gaan.
Tony: Hoe bedoel je, dat zal niet meer gaan?
Nadine: Ik kreeg vanmorgen bericht van zijn moeder, Thomas heeft zich gisteren in het ziekenhuis zelf van het leven beroofd.
Tony: Shit. GVD. Ik baal als een stekker. Waarom in Gods naam? Hij had toch toegegeven dat hij het moeilijk had met het overlijden van zijn vader. Hij zou toch hulp kunnen krijgen en dan gooit die verdomme zijn leven naar de mallemoer.
Britt: Is hij dood??
Nadine: Ja Britt, hij heeft zelfmoord gepleegd in het psychiatrisch ziekenhuis waar hij was opgenomen.
Britt: Dat vind ik heel erg voor zijn moeder.
Tony: (nog erg boos en niet goed begrijpend wat ze er nu verder mee moet) Merde. Zo'n jonge vent.
Britt: Rustig nou Tony, daar komt hij niet van terug, en Mark trouwens ook niet.
Tony: Wat moeten we nu doen Nadine?
Nadine: We kunnen het rapport van de arts uit Guislain afwachten. Gisteren zijn er al onderzoeken gestart of het ziekenhuis zijn suďcidaliteit wel goed in de gaten hebben gehad en juist hebben ingeschat.
Wat mij betreft zou je even bij die moeder langs kunnen gaan en daarna mag je van mij het dossier inleveren dan zorg ik wel dat het afgewerkt wordt.
Tony: Moet ik naar die moeder toe? Je maakt een grapje?
Nadine: Nee Tony, dit keer niet. Jij hebt hem twee keer opgepakt. Je hebt hem verhoord. Ik denk op zijn minst dat je, ondanks wat hij gedaan heeft, die moeder even je deelname kunt overbrengen.
Britt: Wil ik met je meegaan?
Tony: Ik weet niet of dat zo'n goed idee is, na wat jij hebt meegemaakt.
Britt: Ik wil zijn moeder onder ogen durven komen. Ik wil niet gevangen blijven zitten in haat tegen iemand die er niet meer is. Die knaap had het zelf ook moeilijk en ik weet wat die vrouw nu doormaakt. Nadine, mag ik mee gaan?
Nadien: Alleen als je je er goed genoeg voor voelt, als je twijfelt wil ik dat je hier blijft. Ik wil niet dat je er gelijk weer aan onderdoor gaat.
Britt: Ik denk dat ik het nodig heb om haar onder ogen te komen. Maar kunnen we dan wel zo gaan voor ik mij bedenk ?
Nadine: Oké, ga maar, maar na de tijd eerst terug komen voor jullie wat anders gaan doen.
Bij het huis van de familie Vandenbroecke heerst grote droefheid. De moeder zit met rood doorlopen ogen in de kamer en wordt gesteund door haar kinderen en haar broer en schoonzus.
Tony: Mevrouw Vandenbroecke, we komen hier om u onze deelname te betuigen. We begrijpen dat het heel zwaar voor u is nu alweer iemand van uw geliefden te moeten missen. Ik heb uw zoon toen op dat kerkhof aangehouden en hem anderdaags verhoord.
Hij vertelde heel boos te zijn over de dood van zijn vader.
Moeder: Maar dan had hij toch die anderen met rust moeten laten? Hij heeft van ons toch wel beter geleerd? Is dit nu mijn straf, heb ik dit verdient?
Britt: Nee mevrouw, dit verdient niemand.
Vrouw: Hoe kunt u dat nu weten?
Britt: Ik ben mijn man verloren. Hij zat bij de Rijkswacht en is vermoord. Zomaar tijdens zijn werk, en toen kwam hij niet meer thuis, nooit meer. Ik weet dat het heel veel pijn doet om een dierbaar iemand te verliezen. En het kost veel tijd en veel pijn om je leven weer een beetje bij elkaar te krijgen.
Vrouw: Oh, sorry dat ik dat gezegd heb. Ik wilde u niet kwetsen.
Britt: Niet nodig. U kon het niet weten. Wat ik u wilde laten weten is dat het graf van Mark ook door Thomas onder handen is genomen. Ik wil het niet goed keuren, maar nadat mijn collega mij vertelde dat Thomas zo in de knoop zat begon ik een beetje te begrijpen van zijn verdriet. Het doet veel pijn, en soms kun je er niet over praten.
Het spijt me heel erg dat het zo mis is gegaan met uw zoon. Hij had echt de kans moeten krijgen om zijn verdriet te kunnen verwerken.
Vrouw: Hoe was uw naam ook weer?
Britt: Britt MIchiels, en dit is mijn collega Tony Dierickx.
Vrouw: Wilt u mij even excuseren?
Na enkele minuten komt ze terug en houd Tony een schrift voor. Daarin had Thomas veel geschreven over zijn verdriet en zijn boosheid.
Vrouw: U mag het meenemen als het helpt om de zaken duidelijk te krijgen.
Tony: Ik denk dat wij het heel goed begrijpen. De zaak wordt geseponeerd, en er zal geen strafvervolging kunnen plaatsvinden, dus ik denk niet dat we er veel mee kunnen.
Vrouw: Ik heb hier ook een brief. Die heeft hij in het ziekenhuis geschreven en die is gevonden toen zijn kast werd leeggemaakt. De brief is aan u gericht. Voor hij .... voor hij zelfmoord pleegde heb ik hem nog bezocht en hij vertelde me dat u hem hard aanpakte bij het verhoor, maar dat hij daardoor wel bewust was geworden van het verdriet dat hij anderen had aangedaan. Hij begreep ook dat het graf van meneer Michiels het graf van uw collega’s echtgenoot was.
Hij vertelde me veel spijt te hebben en hij werd kwaad omdat hij het nooit goed zou kunnen maken wat hij had gedaan.
Hij leek al zo groot, maar in zijn hartje was hij nog steeds mijn kleine jongen. Hij moest ineens volwassen worden toen zijn vader verongelukte. Dat heeft hij niet kunnen verwerken.
Tony: Bedankt dat we ondanks de moeilijke periode toch even mochten komen. Nogmaals veel sterkte gewenst, en mocht u later nog vragen hebben willen we u graag helpen. Hier is mijn kaartje.
Vrouw: Dank u voor uw medeleven. En mevrouw Michiels, het spijt me heel erg dat Thomas ook het graf van uw man heeft beklad.
Britt: Wist u dat HIJ dat had gedaan?
Vrouw: Het staat in zijn schrift. U mag het alsnog meenemen.
Britt kijkt Tony vragend aan maar die haalt haar schouders op.
Britt: Sorry, ik weet niet of ik dat aankan. Voor nu kan ik er mee, dat ik weet wie het gedaan heeft en waarom. Veel sterkte.
Vrouw: U ook.
En zo rijden Britt en Tony weer weg. Maar Tony kan haar hoofd niet bij de weg houden. Er spookt van alles door haar gedachten.
Britt: Zet dan even die auto aan de kant voor je hem in de prak rijd met ons erin.
Tony: HOU OP !!!
Britt: Wat scheelt er met jou? Wat doe je bot.
Tony: Sorry, maar ik heb het even niet meer.
Britt: Dan nu uitstappen en dan gaan we praten.
Tony: We moeten binnenrijden van Nadine.
Britt: De pot op met Nadine. Nu maak ik me zorgen over jou. Jij en ik gaan eerst praten voor we binnen rijden.
Met tegenzin parkeert Tony de wagen en gaat dan met een kwaaie kop naar buiten zitten kijken.
Britt: We zouden kunnen praten wat je dwarszit.
Tony: Dat kan ik niet.
Britt: Sinds wanneer kun jij niet praten?
Tony: GVD Britt, ik mag het niet. Dat heb ik beloofd.
Britt: Gaat het om die Thomas? Omdat hij de zoon is van wijlen schepen Vandenbroecke?
Tony: Dat speelt ook, maar ik denk dat het nog lukt daar mee om te gaan als ik zie hoe jij dat oppakt. Ik ben blij dat je daarginder niet in elkaar geklapt bent.
Britt: Ik ben wel wat harder geworden door de jaren heen.
Tony: Ja dat heb ik gezien.
Britt: Dat is laag Tony,dat is onder de gordel. Zoiets had ik van u niet verwacht.
En dan ziet Britt dat er bij Tony tranen over de wangen beginnen te lopen.
Als ze haar hand op Tony's schouder legt wordt die eerst weggeduwd, maar wat later draait Tony zich naar Britt en laat zich huilend in diens armen vallen.
Na een hele huilpartij en het nodige gesnotter begint ze dan toch te vertellen over haar "toestand"met de burgermeester. Dat het haar heel dwars zit dat ze beloofd had niets te zeggen maar ze kan het gewoon niet bij zich houden.
Britt: Ga je een aanklacht indienen?
Tony: Dat kan toch niet, dan verbreek ik mijn belofte.
Britt: Maar dit kan toch ook niet.
Tony: Maar ik moet het verhaal gewoon kwijt.
Britt: Dat kun je bij mij doen. Hoe is het met hem?
Tony: Ik heb die kl...zak zijn leven gered en hij zei dat hij mij passend zou belonen. Ik wordt gewoon misselijk als ik aan hem denk.
En dan springt ze uit de auto en kots over de vangrail heen tot ze groen ziet van beroerdheid. Britt is naast haar komen staan en wrijft haar over de rug.
Britt: Laat maar komen. Kots die vent er maar uit.
Tony: Ik geloof dat ik het meeste nu wel kwijt ben. Ik hoop dat met de tijd de herinnering ook verdwijnt en de scherpe kantjes eraf gaan. Het zal niet de eerste keer zijn dat Dierickx zich inlaat met de verkeerde mannen. Ben ik net het type voor.
Britt: Tony, zo moet je niet over jezelf denken. Er loopt daar heus nog wel een vent in Gent met wie jij een geweldige toekomst zult kunnen opbouwen.
Tony: Denk je???
Britt: Ik denk het niet alleen, ik weet het bijna zeker.
Tony: Zullen we dan maar eens terug gaan en ons weer in Gent op de straat begeven en zien of er nog wat schoons rondloopt?
Britt: Zo ken ik je weer. Kom op, jij en ik samen. Gaan we ervoor?
Tony: We gaan er voor.
En dan gaat Brittt's mobiel. Het is Nadine die informeert of alles goed is gegaan en waarom ze zo lang wegblijven.
Britt: We moesten nog even wat regelen.
Nadine: En daar verwittig je je baas niet van?
Brit: Dat kon dit keer niet, sorry, maar we komen.
Tony: Wat had die nu weer te zagen?
Britt: Helemaal de Tony die ik ken. Kom op. Zullen we haar niet nog meer geven om over te vallen.
Tony: Dat zou ook een mooie bak zijn: Ik zit met een geheimhouding en zij begint me door te zagen. Dan kan ik echt me klep niet houden hoor!!!!
Britt: Ik laat je wel tegen mij aan kletsen dan raak je de spanning kwijt en hoeft verder niemand er wat van te weten. Oké?
Tony: Oké. Laten we maar weer agentje gaan spelen, daar zijn we immers goed in.
 
 
E I N D E
 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]