Ik heb het niet gedaan
Het is midden in de nacht en de deur van het huis van Nick en Sofie word geopend door een vrouw met lang blond haar op Sofie lijkt, ze sluipt naar de slaapkamer van Sofie waar ze met behulp van een sleutel die aan de sleutelbos van Sofie zit het kastje waar ze haar wapen bewaart. Dan sluit ze het kastje weer af en gaat er met de Glok van Sofie vandoor.
De volgende ochtend is Sofie haar hele kamer overhoop aan het halen op zoek naar haar Glok, maar ze vind hem niet. Nick is wakker geworden van de herrie die Sofie maakt en gaat daarom naar haar kamer toe.
Nick : Wat is er aan de hand?
Sofie : Mijn Glok, hij is verdwenen, hij licht niet meer op zijn plaats.
Nick : Hoe kan dat?
Sofie : Dat weet ik niet, ik weet zeker dat ik hem er gister er ingelegd heb en op slot gedraaid.
Nick : Dat kan niet, dan moet er ingebroken zijn?
Sofie : Kijk jij dan of er braaksporen zijn.
Nick : Doe ik.
Nick gaat op zoek naar Braaksporen maar vind niets en Sofie zoekt in haar kamer verder, maar vind niets.
Nick : Sofie, geen enkel braakspoor, laten we maar naar het commissariaat gaan en het aan Vanbruane vertellen.
Sofie : Ja dat is goed.
Op het commissariaat zitten zowel Britt als Bruno zich kwaad te maken om dat hun partner er niet is. Dan komt Carla binnen gelopen dat iemand vermoord is in een kraakpand. Britt en Bruno besluiten dan maar samen daar naartoe te gaan met Raymond en Pasmans.
Aangekomen in het kraakpand gaan de 4 de krakers ondervragen, een aantal krakers hebben een vrouw weg zien rennen met blond lang haar, normaal postuur. Dan komt iemand van het afstappingteam naar Britt toe met een Glok in een plasticzak.
Man : Dit is waarschijnlijk het moordwapen.
Britt : Een Glok, ze hebben een goede keuze.
Man : Zal ik hem naar het labo brengen?
Britt : Ja, dat is goed, laat hem ook controleren of hij geregistreerd is.
Man : Zal ik doen.
Ondertussen zijn Nick en Sofie op het commissariaat en gaan meteen naar Vanbruane.
Nadine : Waar hebben jullie uitgehangen?
Sofie : Thuis.
Nadine : Ik hoop dat jullie daar een goede reden voor hebben?
Sofie : Mijn Glok is weg.
Nadine : U wapen?
Sofie : Ja, hij is uit mijn kast weggehaald en we hebben geen braaksporen ontdekt.
Nadine : Doe maar aangifte bij Nick en ik zal het door moeten geven aan Intern toezicht en het parket.
Sofie : Dat zal ik doen.
Na een uur komen Britt en Bruno terug.
Britt : Waarom ben je niet gekomen naar die moord?
Sofie : Mijn Glok is gestolen.
Britt : Dat meen je niet?
Meer tijd heeft Britt niet wand dan komt Tibo al binnen.
Tibo : Sofie Beeckman, mag ik u vragen waar uw Glok is?
Sofie : Hij is deze nacht gestolen.
Tibo : Weet u dat wel heel zeker?
Sofie : Ja, hoezo?
Tibo : Er is een moord gepleegd met deze Glok, en die staat op uw naam.
Britt : Tibo, je gelooft toch niet dat Sofie dat gedaan heeft?
Tibo : Jij hebt getuigen ondervraagt Britt?
Britt : Ja.
Tibo : Kijk dan eens goed naar die persoonsbeschrijving.
Britt kijkt in haar aantekeningen en dan naar Sofie.
Britt : Dat kan niet, dat moet een misverstand zijn.
Tibo : Sofie Beeckman, ik arresteer u op verdenking van de moord op Robbert Verstraten.
Sofie : Ik heb helemaal niemand vermoord.
Tibo : Dat mag u dan bij ons komen uitleggen, wij nemen het onderzoek vanaf hier over, ik wil dat jullie alles doorsturen.
Britt : Dit meen je niet.
Tibo : Ja, dat meen ik wel.
Tibo boeit Sofie en neemt haar mee, iedereen die in het teamlokaal is, staat een beetje beduusd te kijken wat er allemaal gebeurt.
Om dat alle bewijzen zich tegen Sofie keren en er geen bewijs is dat Sofie thuis was op het moment van de moord en er ook geen vingerafdrukken van een ander op het wapen stonden en er aan het huis geen braaksporen zijn gevonden word Sofie voor voorarrest op een vrouwe afdeling in de Nieuwe wandeling geplaatst.
Niemand van het team gelooft dat Sofie het gedaan heeft maar ze kunne haar niet helpen. Britt heeft Johan gevraagd om haar te verdedigen en dat doet hij ook.
Vandaag wordt Sofie vanuit de kazerne overgebracht naar de Nieuwe Wandeling. Sofie wordt naar haar cel op de afdeling gebracht en daar moet ze haar koffer uitpakken waar wat spullen die Nick voor haar heeft ingepakt in zitten.
Na een halfuur zit Sofie nog steeds mokkend op haar bed zonder wat gedaan te hebben, dan komt er een bewaarder naar haar toe.
Magda : Je hebt nog 10 minuten om je koffers uit te pakken en dan woeden die koffers weg gebracht.
Sofie : Ik heb niets nodig, ik blijf hier niet lang, ik ben onschuldig.
Magda : U gelooft wat u wild, maar u gaat over 10 minuten naar de werkplaats en alles wat nog in je koffer zit is dan weg tot je vrijgelaten word.
Magda verdwijnt weer en Sofie begint boos haar koffer uit te pakken...
10 minuten later...
Magda : Toch maar je spullen uitgepakt?
Sofie : Ja, en tegen mijn zin.
Magda : Je denkt toch niet dat iemand hier voor zijn lol zit, kom nu maar mee, dan kan je, je nuttig gaan maken.
Sofie : Waar ga ik dan heen?
Magda : Naar de werkplaats, en schiet nu maar op.
Sofie loopt boos achter Magda aan.
Magda : Ik raat je aan om snel van gedrag te veranderen, wand het leven is hier hard en het wordt alleen maar harder als jet tegen werkt.
Sofie : Maakt niets uit, ik blijf hier toch niet.
Magda : Dat had je al verteld, maar zolang de rechter zegt dat u tussen deze muren moet blijven blijft dat zo.
Sofie: Wacht maar af. (mompelend)
Dan zijn ze bij de werkplaats aangekomen...
Magda : Dames, dit is Sofie Beeckman en zij is nieuw op de groep, ik wil dat jullie haar goed behandelen dan zal zij dat ook doen. Kees, wil jij kijken wat een geschikte arbeid er voor haar is?
Kees : Kom maar mee.
Sofie loopt achter de manlijke bewaarder aan naar een apart kamertje van deze zaal.
Kees : Wat deed je voor Werk?
Sofie : Ik zit bij de flikken.
Kees : Denk dat je er nu niet meer bij zit, maar laten we maar eens kijken wat je hier kan doen voor werk. Kan je naaien?
Sofie : Wie niet?
Kees : Mooi dan kan je bij de naaigroep.
Sofie: Maar dat is toch doodsaai?! (protesterend)
Kees : Het is altijd wel gezellig aan die tafel, soms een beetje te.
Sofie : Kan ik niets anders doen.
Kees : Wat had je in gedachte?
Sofie : Iets waar je niet bij stil hoeft te zitten.
Kees : dat heb ik niet voor je, je mag bij het luchten rond gaan rennen.
Sofie : Heb ik nog een andere keuze?
Kees : Nee, ik heb op het moment niets voor je.
Sofie zet zich woedend neer en begint boos te naaien...
Na een uurtje...
Marlies : Sofie, waar ben jij eigelijk voor veroordeeld?
Sofie : Ik ben niet veroordeeld.
Marlies : Waarom zit je hier dan?
Sofie : Ik zit hier onschuldig.
Marlies : Marijke, een collega voor je, ze zit hier ook al onschuldig!
Sofie : Laat me gerust.
Marlies : Dan moet je normaal doen, en doe die bokken pruik eens af, ik heb daar nu wel lang genoeg naar zitten kijken.
Sofie: Nou, ik blijf mokken en als je het nie wilt hebben ga je maar weg! (snauwend)
Op dit geschreeuw komt er al gauw een agent aangelopen...
Marcel : Kan het hier wat rustiger, en wat is er aan de hand?
Marlies : Die nieuwe, ze is niet te genieten.
Sofie : Zij laat mij niet met rust.
Marcel : Jullie houden je allebei gedeisd, begrepen?
Marlies : Begrepen, Marcel.
Sofie houd boos haar mond.
Marcel : Sofie Beeckman, had je het begrepen?
Sofie : Laat me met rust.
Marcel : Nee dus, je gaat je nu gewoon gedragen zo als het hoort dame.
Sofie zwijgt boos...
Marcel: Begrepen?
Ilse : Ik zal maar antwoorden, Sofie.
Sofie : Begrepen. (boos)
Ondertussen is het al half een en betekend dat ze naar de zaal gaan om te eten. Iedereen moet in de rij staan en wanneer dat gebeurd is lopen ze richting de zaal waar iedereen een blad met warm eten uit een kast pakt en aan tafel gaat zitten.
Marcel : Sofie, op ieder blad staat van wie hij is en je moet dan gewoon die met je eigen naam pakken en dan ga je aan de tafel zitten.
Sofie : Bedankt.
Sofie pakt nu het blad met haar naam er op en gaat op een lege plaats zitten.
Magda : iedereen stil voor de gene die willen bidden.
Wanneer het even stil is begint iedereen met het eten.
Sofie : Waarom eten we nu al warm?
Diana : Omdat er 's avonds geen keuken personeel nodig is.
Sofie: Ahzo (mompelend)
Na het middageten moet iedereen helpen opruimen...
Magda: Beeckman?
Sofie: Ja? (slechtgezind)
Magda: Je advocaat is er.
Sofie: Ik heb geen advocaat nodig. (mompelend)
Magda: Ook niet meester Van Lancker?
Sofie : Is Johan hier?
Magda : Als hij zo heet, ja.
Sofie : Breng hem maar.
Magda : Jij gaat naar hem, we hebben daarvoor de bezoek kamers.
Sofie : Breng mij dan maar.
Magda brengt Sofie naar de bezoek kamer waar Johan al op haar wacht en Magda blijft in de hoek zitten.
Sofie : Johan, moet ze er bij blijven?
Johan : Ja Sofie, dat hoort hier.
Sofie : Het is hier echt verschrikkelijk.
Johan : Ik begrijp je, ik moest dit van Dorien en Simon geven.
Sofie : Een foto van hun.
Johan : Ja, we hebben het hun verteld, je had Dorien moeten horen Toen Tibo gister voor Britt kwam.
Sofie : Wilde ze me zo graag terug?
Johan : Je word behoorlijk gemist, Britt is niet meer te genieten, daarom ga ik je helpen om er achter te komen wat er aan de hand is.
Sofie: Ik heb niets gedaan. (mompelend)
Johan: Dat weet ik ook wel. (glimlachend)
Sofie: Wat gaat er nu met mij gebeuren?
Johan : Ik weet het nog niet, maar de federalen zijn niet te zeggen aardig voor je, maar je eigen team is ook aan het speuren al mag dat niet van de Federalen en Moet Vanbruane dat tegen houden, maar dat lukt haar niet.
Sofie : Zij geloven gelukkig wel in mijn onschuld.
Johan : Ja, Sofie ik hoef je natuurlijk niet te vragen of je vijanden heb, maar ben jij recentelijk nog bedreigt?
Sofie : Nee, ja gewoon wat je zovaak naar je toe geslingerd krijgt, maar dat is geen bedreiging.
Johan : Ook niemand die je langer geleden heeft bedreigt?
Sofie : Nee, niet iemand die op mij lijkt.
Ondertussen op het commissariaat.
Nadine : Britt, ik heb vanmiddag 3 sollicitanten die komen om de plaats van Sofie in te nemen.
Britt : Stuur ze maar weg, ik ga toch met niemand anders samen werken, ik dacht dat u geloofde in het onschuld van Sofie.
Nadine : Ik geloof daar ook in, maar jij hebt zolang een andere partner nodig, er zit niets anders op.
Britt : Ik red het wel alleen.
Nadine : Je hebt de keuze of je er bij wild zijn of niet, ben je er niet bij dan kies ik, anders kan je zelf nog inbreng hebben, voor de persoon met wie je voorlopig gaat samenwerken.
Britt : Ik zal er wel bij blijven.
Nadine : Daar ben ik blij om.
In de gevangenis zijn Johan en Sofie klaar en Sofie word weer naar de werkplaats gebracht, waar ze weer gaat naaien.
Sofie: Wat is dit saaaai (zagend)
Diane: Hier kan je niks anders doen, hoor. (zuchtend)
Sofie : Tot hoe laat moeten we hier blijven?
Diana : Tot 4 uur en dan moet je een uur op cel. Om 5 uur mag je dan nog wat voor jezelf doen op de zaal en 6 uur eten en 7 uur gaan we een halfuur naar buiten. Dan worden we om 10 uur weer ingesloten voor de Nacht.
Sofie : Ik zal blij zijn als het 4 uur is.
Ilse : Daar is echt geen klap aan hoor, lekker alleen in je cel, na een halfuur komen de muren al op me af.
Sofie : Zo erg als dit naaien kan het niet zijn.
Ilse : We horen je om 5 uur wel.
Sofie : Dat is goed.
Ondertussen zijn er op het commissariaat al t manlijke sollicitanten geweest en Britt vind ze allebei maar niets, de 3e sollicitant is te laat en dat maakt ook geen bijster goede indruk op Britt.
Britt : Nummer 3 hoeft niet meer te komen, ik hoef geen partner die te laat komt.
Nadine : Ik dacht dat je niets ander gewend was.
Britt : Wie is het eigelijk?
Nadine: Als zij toch niet hoeft te komen, moet ik het ook nie vertellen...
Britt: Toch wel, vertel maar. (nieuwsgierig)
Nadine:
Dan komt Tony ineens binnen gelopen.
Tony : Sorry dat ik zo laat ben, maar de oppas was te laat.
Nadine : Tony sorry, maar je kan weer gaan, Britt wild geen partner die te laat komt
Britt : Baas, ik wil het wel proberen met Tony.
Nadine : Nee, je zij dat je niet wilde dan hoeft het ook niet.
Britt : Baas alstublieft.
Nadine : Nou, omdat ik anders toch geen partner voor je heb.
Britt : U bent een schat.
Nadine : Ik dacht toch wel dat het Tony zal worden.
Tony : Zoveel vertrouwen in mij?
Nadine : Nee, in Britt er zijn weinig mensen die het bij haar uithouden.
Tony : Ik dacht dat, dat mijn repetitie was.
Nadine : Van jullie beiden, op het gebied van een andere partner zijn jullie rampen.
Nadine: Zo, veel succes samen. Hoewel ik denk dat dat nie nodig is. (glimlachend)
Britt: Bedankt baas. (lachend)
Aan hun bureau...
Britt: Waarom kom je weer werken? Ik dacht dat je niet meer wilde? (nieuwsgierig)
Tony : Vanbruane had me gebeld, ze vertelde wat er met Sofie gebeurd was en jij alleen was ze hoopte dat ik samen met je wilde werken, aangezien je nogal last heb van het hechte aan een partner, en zeker nu het voor een korte tijd is. Zelf weet ik eigelijk niet wat ik wil, en zo kan ik het mooi uitproberen of ik weer bij de flikken wil of dat ik naar kantoor ga.
Britt : Streep dat kantoor dan maar door, wand jij bent een flik en je word gek na een paardagen bureauwerk.
Tony : Ja dat is waar.
Britt : Volgens mij is dit het makkelijkste sollicitatie gesprek in de geschiedenis voor iemand die bij de flikken komt.
Tony : Ik heb gister al met Vanbruane gepraat.
Ondertussen is het al weer 4 uur en Sofie mag naar haar cel aar ze nogal blij mee is. Sofie gaat daar lekker zitten lezen. Het is voor haar wel lang geleden dat ze een boek in handen heeft gehad, ze heeft daar bijna nooit tijd voor maar nu gelukkig wel. Ze zit zelfs zo verdiept in haar boek dat ze niet merkt dat het 5 uur is en uit haar cel mag. Sofie blijft dan ook doorlezen tot er een bewaarster aan komt.
Annemieke : Kom je nog eens uit je cel?
Sofie : Hoe laat is het dan?
Annemieke : tien voor zes, we gaan bijna eten.
Sofie : Is het al zo laat, dan is de tijd snel gegaan.
Annemieke: Verdiept in je boek?
Sofie knikt glimlachend... Dan gaan ze naar de eetzaal...
Ilse : Zo, je hebt het volgehouden.
Sofie : Met een goed boek lukt dat wel hoor, ik heb daar normaal weinig tijd voor.
Ilse : Moest je zo hard werken?
Sofie : Ja, en ik had een kotgenoot die niets deed, ben benieuwd hoe het huis er uit ziet als ik terug kom.
Ilse : En hoelang gaat dat duren?
Sofie : Zo snel mogelijk, ik word nu al gemist en ze doen er alles aan om de echte dader te vinden.
Ilse : Als de flikken zeker weten dat jij het niet bent, waarom houden ze je dan vast?
Meerte : Omdat het een flik is.
Sofie : Het zijn de federale die me niet geloven, maar mijn team genoten hebben nog alle geloof er in.
Karin : iedereen zijn eten pakken en aan tafel!
Iedereen gaat in een rij voor de etenskar staan en pakt zijn broodmaaltijd. Wanneer iedereen aan tafel zit word er nog even stilte gehouden voor diegene die willen bidden en dan mag iedereen eten. Na het eten wordt alles opgeruimd en Annemieke telt het bestek. Dan vraagt Karin of Sofie bij haar komt.
Karin : Ik waarschuw je alvast dat je het hier best pittig zal krijgen nu er mensen weten dat je van de politie komt. Ik ben de hoofdbewaarder van deze afdeling, als er wat aan de hand is kom je naar 1 van ons toe.
Sofie : Begrepen.
Karin : Oke, ik heb nu al klachten over je gehad, ik zie dat maar als onwetendheid, maar laat dat niet meer gebeuren.
Sofie : Dat is goed.
Karin : Je moet nog even de menulijst invullen, dan heb je een beetje keuze in je eten. Als je dat nog even wild doen voor we naar buiten gaan dan heb je vanaf morgen zelf gekozen eten.
Sofie : Ik zal het direct doen, heeft u misschien een pen voor mij?
Karin : In de zithoek zal er best wel eentje voor je liggen.
Ondertussen in het huis van Britt.
Dorien : Mamma, mag ik mee naar Sofie?
Britt : Nee, ik wil nu even met Sofie praten, misschien de volgende keer, maar ik hoop dat het niet nodig is.
Dorien : Geef je haar dan dadelijk een dikke kus van mij?
Britt : Natuurlijk, wil jij die foto´s van het team voor mij inpakken, dan kan ik hem aan Sofie geven.
Dorien : Natuurlijk.
Dorien gaat meteen aan de slag en Simon helpt haar en dan is het helemaal mooi ingepakt.
Dan vertrekt Britt naar Sofie... Daar aangekomen zit Sofie al te wachten in een kamertje...
Britt: Dag Sofie. (glimlachend)
Sofie: Britt! Wat een verassing! (verrast)
Britt: Ik heb wat voor je bij (glimlachend)
Britt geeft een heel bundeltje foto's...
Sofie : Bedankt, dan zijn jullie toch een beetje bij me.
Britt : Hoe gaat het hier een beetje?
Sofie : Voor of na vier uur?
Britt : Allebei.
Sofie : Voor vier uur verschrikkelijk, ik moet naaien en na vier uur wel lekker, boek lezen en zo.
Britt : Wij proberen je te helpen, maar we mogen niets doen van de federalen.
Sofie : ik heb gehoord dat je niet te genieten was van Johan.
Britt : Ja, maar dat is met het hele team zo, maar onze nieuwe collega brengt daar denk ik wel verandering in.
Sofie : Hebben jullie een nieuwe?
Britt : Ja, ik moest een nieuwe partner, vandaag waren er sollicitatie gesprekken vond ze allemaal niets, de laatste kwam te laat, blijkt dat Tony het zijn.
Sofie : Je oude partner?
Britt : Ja, maar ze wild niet lang blijven, het is om te kijken wat ze wild, maar vooral om mij te steunen. Aangezien ik me slecht aan partners hecht en dan slecht ga samenwerken.
Sofie : Toch voor jou nog een gelukje, anders was je weer met een ander opgescheept.
Britt : Ja, maar ik hoop echt dat je heel erg snel terug komt.
Sofie : Ik heb daar helaas geen inbreng in, ik vind het zo raar. Er word bij ons thuis ingebroken en er zijn geen braaksporen.
Britt : Dat vonden de federalen ook, en daaruit hebben ze hun conclusie getrokken.
Sofie: Die mannen trekken veel te snel hun conclusies. (zuchtend)
Britt: Vind ik ook... Bij ons zou het niet waar geweest zijn. (glimlachend)
Sofie: Help me hieruit, Britt (smekend)
Britt : ik doe echt alles wat ik kan Sofie, en Tony is ook wel erg handig in regels overtreden, dus we gaan je helpen.
Sofie : Ik vind het zo stom, ik weet eigelijk niet waar je over moet praten hier, normaal, over de kinderen of wat Nick heeft uitgehaald of een zaak, maar nooit echt over iets anders.
Britt : Ja dat is waar.
Britt en Sofie praten nog even door en dan is het halfuurtje voorbij en moet Britt weer weg en Sofie word naar de zaal terug gebracht, het is ondertussen al weer kwartover acht. Sofie besluit dat ze de foto's maar gaat uitstallen in haar cel en dan maar verder in haar boek.
Die avond moet Sofie al snel gaan slapen...
De volgende dag in de gevangenis...
Om halfacht wordt Sofie wakker gemaakt door weer een andere bewaakster Linda : Sofie.
Sofie : Ja wat is er?
Linda : Je moet zorgen dat je om acht uur klaar bent wand dan gaan we ontbijten en om negen uur ga je weer naar de werkplaats.
Sofie : Kan ik op die werkplaats echt niet iets anders doen dan naaien, PV's tikken is zelfs nog leuker.
Linda : Nee, maar doe gewoon je best en met een beetje geluk heb je volgende week een ander karwijtje.
Sofie: Maar het is zo saai... (mopperend)
Linda: Ik wil geen woord hierover meer horen. Zorg dat je om 8 uur klaar staat...
Sofie blijft mokkend liggen, en om 8 uur is ze alweer in slaap gevallen...
In de zaal gaat iedereen beginnen met het ontbied en Magda gaat naar Sofie toe en vind haar in diepe rust in haar bed. Magda maakt haar wakker en Sofie luistert helemaal niet, ze heeft het gehad hier en besluit om maar niet te luisteren. Linda heeft geen zin om de koppige Sofie te dwingen om nu mee te komen en zegt dan ze geen ontbied krijgt en dat ze als ze niet meer problemen wild krijgen moet zorgen dat ze om negen uur moet klaar staan. Dit alles meld ze ook aan haar collega's en ze meld het incident in het rapport.
Om 9 uur is Sofie op het nippertje klaar...
Magda: Goed, en nu naaien... (streng)
Sofie: Neen (beslist)
Magda : Ik weet niet wat jij gewend ben, maar hier spreek je niet tegen, en dat doe je zeker niet als je problemen hebt.
Sofie : Ik doe het dus wel.
Magda : Dat zie ik, maar zal je vertellen, als Karin deze middag om 3 uur het Rapport leest heb je een heel groot probleem, als ik jou was zal in nu maar aan het werk gaan.
Sofie : Ik zij toch dat ik het niet ging doen en dan doe ik het ook niet.
Magda : je gaat echt voor de harde manier, nou goed, niet willen werken dan mag je op deze stoel gaan zitten en niets doen. Dat betekend ook dat je vandaag geen gebruik kan maken van de voorrechten zoals tv, radio en bezoek.
Sofie: Vergeet het , ik ben geen crimineel.
Magda: Als je geen crimineel was, zou je hier nu niet zitten. (gemeen)
Sofie : Dat is een vergissing. (boos)
Magda : Ik wil nu je keuze weten.
Sofie : Ik wil naar mijn cel.
Magda : Dat was geen keuze, Naaien ja of nee?
Sofie : IK ga niet Naaien.(aanvallend)
Magda : Oke, dan ga je op die stoel zitten.
Magda plaats Sofie op de stoel en Sofie gaat er ongelofelijk sacherijnig zitten en Magda gaat in het Rapport schrijven.
Ondertussen op het commissariaat...
Britt: Baas, wanneer mag Sofie daar weg?
Nadine: Britt, hoeveel keer moet ik het u nog zeggen? Tot er tegenbewijzen zijn gevonden.
Britt: Mag ik dan nu op bezoek gaan?
Nadine: Na het werk.
Britt: Oke...
Wanneer iedereen gedaan heeft met werken gaat Britt naar de Nieuwe Wandeling, maar...
Bewaker : Sorry, mevrouw Michiels, maar Sofie Beeckman mag nu geen bezoek ontvangen.
Britt : Het is vijf uur, waarom mag ze dan geen bezoek krijgen?
Bewaker : Ze heeft zich vandaag niet goed gedragen dus zitten daar consequenties aan vast.
Britt : Ik moet haar spreken.
Bewaker : Het is te hopen voor u dat ze morgen zich aan de regels houd anders kan het wel even duren voor u met haar kan praten.
Britt : Mag ik haar dan niet streng toespreken?
Bewaker : Nee.
Britt : Mag haar advocaat haar wel spreken?
Bewaker : Ja, dat mag.
Britt : Dan laat ik het hem vragen.
Britt gaat nu boos naar huis, ze heeft er echt de balen in dat ze niet met Sofie mocht praten.
Britt: Johan, meekomen. (boos)
Johan: Naar waar?
Britt: Nieuwe Wandeling. Ik mag nie bij Sofie, jij wel. (mompelend)
Johan: Rustig maar, je hoeft zo nie te trekken, ik kom wel mee (lachend)
Britt stopt met aan Johan te sleuren... Aangekomen in de Nieuwe Wandeling...
Onderweg verteld Britt wat er aan de hand is.
Bewaker : U bent al snel terug, maar u mag nog steeds niet bij haar.
Johan : Ik ben meester van Lancker, de advocaat van Sofie Beeckman.
Bewaker : U mag wel bij haar maar mevrouw niet.
Johan : Zou ik dan nu met haar kunnen praten?
Bewaker : Ik zal naar de afdeling voor u bellen.
Britt moet nu dus bij de ingang blijven wachten en Johan wordt naar de ontvangst kamer gebracht. Niet veel later komt Sofie met Karin binnen.
Johan : Wat heb jij vandaag uitgevreten?
Sofie : Niets.
Johan : Je krijgt voor niets straf?
Sofie : Ik heb geweigerd te naaien.
Johan : Als je wild dat je teamgenoten je kunnen helpen moet je wel zorgen dat ze met je kunnen spreken en je niet zo te gedragen als een klein kind.
Sofie : Ik ben volwassen, je hoeft me niet te preken.
Johan : Dat doe ik zolang jij je niet weet te gedragen, Britt was echt heel boos.
Sofie : Ben je klaar met me uitkafferen?
Johan : Ik spreek je morgen wel.
Karin laat Johan er uit en gaat met Sofie naar de zaal terug waar ze dan nog net op tijd kunnen komen voor het eten.
Karin : Je hebt het goed voor elkaar, zelfs je advocaat is boos op je.
Sofie : Dat komt ook alleen door zijn vriendin.
Karin : Ja, en als ik jou was zal ik na die preek van hem toch meer je best doen.
Sofie haalt haar schouders op en begint met een lang gezicht te eten...
Na het eten...
Sofie loopt meteen naar haar cel om daar meteen in haar boek te duiken.
Marco : Karin, moet je dat gedrag niet meteen de kop indrukken van die nieuwe?
Karin : Ja, ik heb voor morgen al een afspraak met mevrouw Dorenstein.
Marco : Ik hoop dat de Directrice indruk op haar maakt.
Karin : Ik hoop het. Ik was bij het gesprek met die advocaat, nou die was boos, haar partner van de flikken is zijn vriendin en zij heeft dus zo voor elkaar gekregen dat ze kan laten weten dat ze zich moet gedragen.
Marco : Maar ze luistert niet.
Annemieke : Karin, we missen een mes.
Karin : Daar gaan we weer, roep iedereen maar aan tafel.
Iedereen zit weer aan tafel...
Karin: Wie heeft er een mes achtergehouden?
Iedereen zwijgt...
Karin: Dat wordt cellencontrole (streng)
Marlies : Wie heeft dat gedaan, ik wil naar buiten ik snak naar een sigaret.
Madelon : ja, ik heb ook geen zin om de hele avond binnen te zitten, wie is er nou zo stom geest om dat mes achter te houden.
Karin : Niemand, Oke, ik ga even versterking oproepen om de cellen te doorzoeken, jullie kunnen allemaal hier aan tafel blijven zitten en ik wil geen woord horen, behalve als je het mes weet. We gaan dus ook niet luchten.
Karin belt naar de ander afdelingen of ze 1 bewaker willen uitlenen om naar het mes te zoeken en al snel zijn er wat meer bewakers. In groepjes van twee bewakers worden de cellen doorzocht en Karin blijft in de zaal om op de groep dames te letten. Daar zijn alle dames behoorlijk boos.
Marlies: Waarom worden WIJ gestraft als we niks gedaan hebben?! (ontzettend kwaad)
Ilse : Ja, laat ons toch buiten!!! (kwaad)
Karin : Weten jullie wie het mes heeft?
Diana : Neen (mompelend)
Karin : Dan zwijgen jullie!
Na een uur zoeken is het mes gevonden in de cel van Sofie. Daarom wordt Sofie apart gehouden en gaat met Karin naar een kantoortje. De bewakers van de andere afdelingen gaan nu weer terug.
Karin : We hebben het mes in jou cel gevonden, heb je daar een verklaring voor?
Sofie : Nee, het is niet van mij.
Karel : Het gaat er niet om van wie dat mes is, maar wat dat mes daar deed.
Sofie : Ik weet het echt niet, maar ik heb het echt niet gedaan.
Karin : Ik ben jou behoorlijk zat te worden, je begrijpt wel waarom.
Sofie : Ik heb het echt niet gedaan. Iemand anders zal dat gedaan moeten hebben.
Karin : Wie?
Sofie : Vraag het aan die andere, een flik in deze omgeving is niet gelieft dus.
Karin : Als hun het zouden doen om te pesten doen ze het in de ochtend of de middag, ze willen hun lucht pauze niet missen.
Sofie : Maar ik heb het echt niet gedaan. (huilend)
Karin kijkt Sofie streng in de ogen en deze begint nog harder te huilen...
Sofie: Ik heb het echt nie gedaan... (hard huilend)
Karin: Hoe komt dit mes dan bij jou terecht? (streng)
Sofie: Ik weet het niet, ik weet het echt niet. (huilend)
Karin: Dat wordt straf als je niet alles opbiecht. (streng)
Sofie : Ik heb het echt niet gedaan.
Karin : Wanneer moet dat mes in je cel gelegd zijn door een ander, als je gelijk naar je cel bent gegaan?
Sofie : Ik was de laatste die zijn spullen in de kar heeft gezet, alle tijd om dat te doen, mijn celdeur stond gewoon open.
Karin : Je hebt er goed over na gedacht he.
Sofie : Ja, dat word normaal van mij verlangd om op die manier te denken, maar ik heb dat mes niet in mijn cel gelegd, waarom zou ik dat doen.
Karin : Omdat je hier weg wild.
Sofie : Dan gebruik in niet zo'n bot mes, ik ken de trucs om een wapen af te pakken.
Karin : Ik ga het aan de rest vragen, maar geef je weinig hoop.
Sofie: Alstublieft, geloof me nu toch... (smekend)
Maar Karin loopt al weg en gaat het aan de rest vragen...
Karin: Heeft iemand dit mes in Beeckman's cel gelegd? (streng)
Maar geen van de vrouwen zegt dat zij het gedaan heeft en dat komt dus slecht uit voor Sofie. Karin gaat nu het laatste gesprek met Sofie aan.
Karin : Niemand heef toegegeven dat zij het gedaan heeft, dus jij hebt problemen.
Sofie : Dat is oneerlijk, ik heb het niet gedaan, het is niet rechtvaardig.
Karin : Ik geef je daarom je de kans om je goed te gedragen morgen, anders vlieg je de isoleercel in. Vanavond blijf je in je cel, al is dat voor jou niet echt een straf.
Sofie : Ik zal me gedragen.
Karin : Dat is dan afgesproken, ik heb ook een afspraak met je bij de directrice aangezien war er de afgelopen anderhalve dag is gebeurd.
Sofie: Wat?! Dat meent u toch nie?! Ik zit hier onschuldig!!! (boos)
Karin: Ik dacht dat je je ging gedragen. (streng)
Sofie : Ja, maar het is niet eerlijk.
Karin : Door in je cel te blijven bescherm je jezelf.
Sofie : Maar mijn boek is uit, wat moet ik dan doen?
Karin : Dat is jou probleem.
Sofie : Is er hier niet een tijdschrift dan of zo?
Karin : In de zithoek, ga die maar snel pakken en dan naar je cel.
Sofie : Bedankt Karin.
Bij de ingang van de nieuwe wandeling stond Nick die te horen kreeg dat hij Sofie niet mocht spreken. Nick begint boos worden, maar dat helpt helemaal niets wanneer hij de Nieuwe wandeling verlaat komt hij Vanbruane tegen die ook voor Sofie komt. Nick verteld dat ze niet met Sofie mogen praten omdat ze zich niet aan de regels heeft gehouden, daar is Vanbruane ook boos om dat Sofie zich niet aan de regels heef gehouden en zich alleen maar in de problemen helpt.
Nadine: Waarom houdt ze zich nu niet gewoon kalm? (boos)
Nick: Met boos te worden lossen we niets op, baas...
Nadine : Je hebt gelijk, maar ga morgen het maar weer proberen.
Nick : Ik wil het morgen ochtend proberen, zou ik dan wat later mogen komen.
Nadine : Dat is goed, als je maar ook mijn preek geef.
Nick : Bedankt baas, dan ben ik er om 10 uur.
Nadine : Ik hoop dat je dan bij haar mag.
Nick : Ik ook baas.
Dus de volgende ochtend, weer aan de Nieuwe Wandeling...
Nick: Mag ik nu bij Sofie Beeckman? (beetje met bange voorgevoelens)
Bewaker : U bent vroeg, ik zal naar de werkplaats bellen, daar zal ze net zijn.
Nick : Graag.
De bewaker belt naar de werkplaats en hij krijgt daar te horen dat Sofie wel een halfuurtje weg mag. Wanneer Nick dat hoor wordt hij behoorlijk blij en kan niet wachten tot Sofie in de ontvangstkamer komt. Sofie is blij dat ze wat minder lang hoef te naaien.
Kees : Meneer, het is eigelijk de bedoeling dat het bezoek in de avond komt.
Nick : Ik was gister geweest, maar toen kon het niet en ik moet vandaag laat lang werken.
Kees : Het is al goed.
Sofie : Nick, leuk dat je er bent.
Nick : Voor dat ik met je ga praten, krijg je eerst de boze preek die ik van Vanbruane moet doorgeven.
Nick geeft Sofie haar donderpreek...
Daarna...
Sofie : Ik heb al besloten om me te gedragen. Gister heb ik me overdag niet gedragen en ze hadden gister avond een mes in mijn cel verstopt. Als ik vandaag nog iets zou doen dat ik de isoleercel in zou vliegen, daar heb ik echt geen zin in Nick.
Nick : Ik ben blij dat je dat heb besloten.
Sofie : Ik heb gister ook al een enorme preek van Johan gehad die door Britt is gestuurd en ik ben zo stom geweest om hem een grote mond te geven, ik had dat nooit moeten doen.
Nick : Ik zal het aan Britt doorgeven die zal het wel tegen Johan zeggen.
Sofie : Ik ben blij dat je dat wild doen. Zou je nog wat voor me willen doen?
Nick : Wat moet ik voor je doen?
Sofie : Zou je wat boeken willen brengen of aan de gene die als eerste hier heen komt, ik ben er helemaal doorheen.
Nick : Heb je thuis nog boeken?
Sofie : Nee, je moet ze uit de biep halen, mijn pas licht in het onderste laatje van de kast.'
Nick : Ik stuur Britt wel even naar de biep, die heeft denk ik wel een goede smaak.
Sofie: Ja, een beetje dezelfde smaak als ik. (glimlachend)
Nick: Dacht ik al. (glimlachend)
Na nog een tijdje gepraat te hebben gaat Nick werken...
Nadine: En? Mocht je bij haar?
Nick: Ja. En ik heb haar uw preek gegeven. (glimlachend)
Nadine: Dank je. Dan ga ik vanavond eens langs.
Britt: Waarlangs?
Nick: Ah, Britt, ik moest je van Sofie vragen of je voor haar naar de bieb wilde gaan, om boeken te halen.
Britt: Waar ligt haar pasje?
Nick: In het onderste laatje van haar kast, maar ik zal dat morgen meebrengen voor je, goed?
Britt: Helemaal goed. (glimlachend)
Ondertussen in De Nieuwe Wandeling...
Sofie luistert nu heel goed naar de bewakers en dat hebben ze ook in de gaten aangezien Sofie de hele ochtend niet heeft gezaagd over het werk wat ze moet doen. Sofie is toch al heel blij wanneer het elf uur is en ze een halfuur mag stoppen en ze naar buiten gaan. De andere vrouwen zijn ook blij dat ze eindelijk weer naar buiten mogen aangezien ze gister niet mochten en Sofie dat behoorlijk kwalijk nemen. Er worden buiten dan ook behoorlijk wat opmerkingen tegen haar gemaakt die Sofie niet leuk vind. Sofie durft alleen niets terug te doen omdat ze geen zin heeft om op die manier de isoleercel in te gaan. Sofie is zelf blij wanneer ze om halftwaalf weer naar binnen moeten en aan de naaitafel word ze niet uitgedaagd omdat er een bewaker bij staat.
Halverwege de middag...
Karin: Beeckman, meekomen. (streng)
Sofie: Waar naar toe?
Karin: Directie.
Sofie was het helemaal vergeten, en loopt toch wel bang achter Karin aan.
Karin : Mevrouw Dorenstein, Sofie Beeckman voor u.
Marjan : Blijf je er bij Karin?
Karin : Dat is goed Marjan.
Marjan : Sofie Beeckman, ik heb van Karin te horen gekregen dat het al heel erg slecht gaat in de korte tijd dat u hier al bent.
Sofie : Ik zal mijn gedrag verbeteren.
Marjan : Dat is u geraden ook, anders gaat er veel strenger opgetreden worden, ik hoop u niet meer hier te hoeven zien over uw gedrag, wand dan heb je een heel groot probleem, maar dat had je wel begrepen.
Sofie : Dat had ik al begrepen.
Marjan : Manieren heb je niet.
Sofie : Ik heb het begrepen mevrouw Dorenstein.
Marjan : Dat is beter. Karin, je mag haar weer terug brengen.
Sofie : Zal haar wel gelijk insluiten, het heeft geen nut om haar nog voor 10 minuten terug te brengen.
Marjan : Dat is goed.
Sofie, die al lang content is dat ze niet meer hoeft te naaien, volgt Karin braaf naar haar cel...
Karin: Hier ben je dan...
Sofie gaat haar cel in en wordt meteen opgesloten...
Uit verveling pakt ze het boek wat ze al uit heeft en begint het opnieuw te lezen. Om 5 uur wordt haar cel weer geopend maar Sofie denkt verstandig zijn door maar in haar cel te blijven zodat ze niets fout kan doen. Maar die beslissing was niet zo verstandig van Sofie wand al kon ze niemand lastigvallen kunnen de andere wel naar haar toe en dat doen er twee ook.
Valerie : He vuile trut.
Sofie : Ik heb je niets misdaan, doe even normaal en ga anders mijn cel uit.
Nansy : Dat doen wij niet en jij hebt ons wel wat misdaan.
Sofie : Wat dan?
Nansy : Je hebt er voor gezorgd dat we gisteravond niet naar buiten mochten.
Sofie : Daar heb ik niet voor gezorgd maar degene die het mes in mijn cel heeft gelegd.
Nansy: Je weet best dat jij dat gedaan hebt. (ongelofelijk kwaad)
Sofie: Das jouw mening, ik heb er niets mee te maken, dus hoef je me ook nie lastig komen te vallen...
Valerie : Ik zal je excuus maar gaan aanbieden.
Sofie : echt niet en verlaat mijn cel.
Valerie en Nansy blijven staan en laten zien dat ze niet van plan zijn om te vertrekken. Sofie heef hier geen zin in en denkt ineens aan de woorden van Karin op haar eerste dag dat ze gewoon naar haar toe kon gaan en ze besluit dat maar te doen. Alleen Nansy en Valerie houden haar tegen zodat Sofie er niet uit kan.
Sofie : Laat me er door! (boos)
Valerie : Echt niet, wand jij gaat dan naar Karin en daar heb ik geen zin in.
Nansy : Jij blijf vanaf nu in je cel en je komt er ook niet uit. Ook niet voor het eten en het luchten.
Sofie : En anders?
Valerie : Dat zal je wel merken.
Sofie : dan zulle jullie merken dat ik me niet laat bedreigen.
Sofie geeft nu beide dames een hele harde duw en loopt meteen door maar Karin.
Sofie : Karin?
Karin : Ja Sofie?
Sofie : Twee hebben me net bedreigd.
Karin: Weet je hoe ze heten?
Sofie: Neen, maar ik kan ze wel aanduiden... (twijfelend)
Karin: Oke... Vanavond bij het eten mag je hen aanduiden, goed?
Sofie: Bedankt, he. (glimlachend)
Karin : Het is al goed.
Sofie : Ik ben alleen bang dat ze naar me toe komen.
Karin : Dan moet je ook hier in de zaal blijven.
Sofie : Ik ga even mijn boek halen, maar als ik lang weg blijf, wil je dan even gaan kijken?
Karin : Ja dat is goed.
Sofie loopt naar haar cel en Nansy en Valerie gaan naar Karin.
Nansy : Karin, die nieuwe heeft ons zomaar geduwd.
Karin stapt boos naar Sofie...
Karin: Wat hoor ik net van Nansy? (streng)
Sofie : Wie is Nansy?
Karin : Die jij geduwd hebt.
Sofie : Dat heb ik gedaan omdat ze me bedreigde en mijn cel niet uit lieten.
Karin : Ik ben het zat, meekomen.
Sofie : Niet naar de isoleercel, alstublieft. (huilend / smekend)
Karin : Eerst wil ik weten wat er precies aan de hand is.
Karin neemt Sofie mee naar Nansy en Valerie en ze moeten alle drie aan de tafel gaan zitten.
Karin : NU vertellen jullie wat er gebeurd is en de waarheid.
Sofie : Ik was in mijn cel aan het lezen toen zij binnen kwamen. Ze begonnen op me te schelden en ik heb gevraagd of ze weg wilde gaan. Dan bedreigde ze me en ik zou mijn cel van hun niet uit mogen, ook niet voor het eten of luchten, dan heb ik geduwd en ben ik naar u gekomen.
Valerie: Das nie zo! We wilden gewoon wat vragen, maar zij begon gewoon te duwen. (protesterend)
Nansy: Inderdaad...
Karin kijkt Sofie twijfelend aan...
Sofie : Ik spreek de waarheid, maar ik kan het niet bewijzen en zij dekken elkaar toch.
Nansy : Je spreekt de waarheid niet.
Karin : Wat wilde jullie dan aan Sofie vragen?
Valerie: Of zij dat mes had weggestopt...
Nansy: Klopt. (gemeen)
Dit keer kijkt Karin Valerie en Nansy twijfelend aan...
Valerie: Het is echt zo!
Karin : Ik weet niet wie ik moet geloven. Waarom zou Sofie naar mij komen om dat te zeggen als het niet zo is en ze weet dat ze problemen heeft.
Nansy : Om zich in te dekken natuurlijk.
Valerie : Het is echt zo gebeurd.
Sofie kijkt Karin met een smekende blik aan.
Sofie : Ik heb me de hele dag al gedragen, waarom zou ik hun dan zomaar een dus geven?
Karin: Daar zit wat in natuurlijk.. (twijfelend)
Valerie: Wij hebben ons ook de hele dag al gedragen (protesterend)
Nansy: Dat is ook waar, Karin, en dat weet je even goed als wij...
Karin : Ik wil de echte waarheid horen, tot die tijd blijven jullie hier aan tafel zitten en mogen jullie ook niet naar buiten.
Nansy : Maar dat is oneerlijk, zij zegt het niet en daarom mogen we niet naar buiten.
Karin : dat is jammer, maar als ik voor het eten nog niet weet wat er is gebeurd en ik kom er later achter dan heeft die persoon of personen het heel erg zwaar, laat dat maar heel goed doorschemeren.
Valerie : Sofie, vertel gewoon wat er gebeurd is.
Sofie : Dat heb ik toch gedaan.
Nansy: Je weet best dat je liegt!
Sofie houd haar mond maar en blijft boos zitten en zwijgt. Om vijf voor zes komt Karin naar hun toe.
Karin : Oke, wie gaat nu mij iets anders vertellen dan daarnet?
Alle drie houden ze hun mond.
Karin : Oke, dat word binnen blijven dames, en voor jou Sofie je weet wat er vanmiddag is afgesproken.
Sofie : Maar ik lieg niet.
Karin : Alsnog mag je niet duwen.
Sofie : Dan ben ik daarvoor fout geweest en mag je me daar voor straffen, maar zij hebben me bedreigd. (boos)
Karin: Ik begin meer en meer jouw versie te geloven, Nansy...
Sofie : Maar ik spreek de waarheid. (machteloos)
Karin : We gaan nu eten en dan wil ik de waarheid horen is dat heel goed begrepen.
Sofie : Die heb ik al verteld.
Karin kijkt dwingend naar Sofie en daaruit begrijpt Sofie dat ze nu beter kan zwijgen. Sofie voelt zich zo machteloos maar dan komt de kar van het brood en iedereen pakt zijn brood. Tijdens het eten is Sofie behoorlijk boos en Nansy en Valerie ook, wand Sofie blijft maar volhouden en ze hebben geen zin in straf, al zal dat nu wel gaan gebeuren. Ze zijn wel blij dat Karin hun gelooft verzie gelooft en hopen dan ook dat ze toch naar buiten mogen.
Na het eten blijft Sofie zitten en gaat als laatste haar spullen pas in de kar doen zodat er gezien word dat zij niet achter gehouden kan worden en gaat meteen weer op haar strafplaats zitten en wachten tot Karin komt.
Wanneer Karin is aangekomen...
Karin : Ga je het me nu vertellen?
Sofie : Ik spreek de waarheid echt waar, Karin.
Karin : Dat zeggen zij ook.
Sofie : Maar dat is de waarheid niet.
Karin : Dan krijgen jullie alle drie straf, en die is zwaarder dan de straf die je anders zou krijgen, omdat er gelogen word.
Sofie : Maar ik lieg niet.
Karin: Dit is jullie straf : Jullie mogen zowel vanavond als morgen niet luchten en jullie krijgen geen voorrechten, vanavond en morgen...
Sofie: Maar... (protesterend)
Karin: Zeg maar? (streng)
Sofie : Laat maar, je gebruikt toch alles om me tegen te zitten.
Nansy : Ik wil luchten daar heb je recht op.
Karin : Dat is jammer.
Valerie : Sofie spreekt de waarheid.
Nansy : Dat is niet zo.
Valerie : Ik stop met liegen, ik wil wel naar buiten.
Karin : Geef jij ook nog toe Nansy?
Nansy : Ja ik geef toe, maar die trut heeft er gewoon voor gezorgd dat we gister ook niet naar buiten konden.
Valerie: Daar heeft diegene voor gezorgd die dat mes gestolen heeft, Nansy...
Nansy: Ah, zwijg jij! (boos)
Karin: Dit is dus bevestigd. Jullie mogen gaan luchten vanavond...
Sofie haalt opgelucht adem en Valerie glimlacht verlegen naar haar...
Karin : Weten jullie ook wie dat mes heeft gestolen?
Valerie : Nee, dat weet ik niet.
Karin : Sofie je mag gaan, jullie gaan bij het kuchten maar apart van de groep en uit elkaar bij de muur staan. Daarna verdwijnen jullie in je cel zonder voorrechten. En dat geld ook voor morgen
Karin gaat Nu naar Sofie toe die zich in haar cel heeft terug getrokken.
Karin : Sofie?
Sofie : Ja?
Karin : Je weet dat ik je toch moet straffen.
Sofie : Niet naar de isoleercel alstublieft?
Karin : Omdat je geen eerlijke kans hebt gehad mag je kiezen, in de cel blijven of geen voorrechten.
Sofie : In mijn cel, maar mag ik dan wel bezoek krijgen?
Karin : Ja, ik ontneem je, je voorrechten niet.
Sofie: Wanneer is mijn straf gedaan dan?
Karin : Alleen vanavond.
Sofie kijkt niet zo blij met dat antwoord.
Karin : Sofie wat is er?
Sofie : Mag best wel wat langer.
Karin : Je moet je wat meer socialiseren in de groep Sofie, je staat er helemaal buiten.
Sofie : Wat maakt dat mij uit, ik vind het niet nodig om hier vrienden te maken.
Karin : Ik begrijp je wel, maar ik sluit ook vriendschap met hun, net zo als met jou om te zorgen dat ze beer van de straf worden en niet slechter.
Sofie : Maar ik hoor hier niet.
Karin: Dat denkt iedereen hier...
Sofie: Maar bij mij ist zo! (protesterend)
Karin : Tot het tegendeel is bewezen, word je toch als een moordenaar neer gezet.
Sofie : Maar ik heb die moord helemaal niet gepleegd.
Karin : Ik laat me daar niet over uit, maar voor mij zit je hier omdat je straf hebt en ik moet zorgen dat je niet slechter wordt.
Sofie : Het zal wel, ik wil hier gewoon weg, ze moeten de dader gewoon pakken.
Karin : Ik ga hier niet verder over in discussie, maar over een kwartier kom ik je halen, om te luchten.
Sofie : Dat is goed.
Een kwartiertje later...
Sofie licht huilend op haar bed als haar cel word open gedaan en geroepen word dat ze naar buiten gaan, Sofie is alleen zo in haar verdriet dat ze het niet merkt en op haar bed blijft liggen. Omdat Sofie niet komt besluit ze zelf maar polshoogte te gaan nemen en stuurt de andere 3 bewakers naar buiten met de gevangenen.
Karin loopt Sofie haar cel binnen en ziet meteen dat Sofie licht te huilen en gaat bij haar op bed zitten.
Karin : Wat is er Sofie?
Sofie : Ik wil niet naar buiten.
Karin : Waarom niet?
Sofie : Ze gaan me dan toch weer pesten, ik wil dat niet, ik wil hier blijven.
Karin : Je kan hier niet blijven.
Sofie : Het kon toch ook als we niet zouden bekennen.
Karin : Je hoort gewoon mee naar buiten te gaan, en je moet dan ook mee, Buitenlucht is goed voor je, je zit hier veelte lang binnen.
Sofie : Ze gaan me pesten, ik vind dat niet leuk en ik ben bang dat ik op een gegeven moment dan te boos word en wat tegen de regels ga doen.
Karin : Dan blijf je voor straf bij mij.
Sofie : Echt?
Karin : Ja, en als je nu niet mee gaat moet je bij de muur staan dus ik zal maar voor in mijn buurt blijven kiezen, als ze dan wat proberen hebben ze een probleem.
Sofie: Meen je dat? (nog nasnikkend)
Karin knikt vriendelijk...
Sofie: Bedankt, Karin... (nasnikkend)
Karin: Graag gedaan, maar kom nu maar naar buiten, goed?
Sofie knikt en samen lopen ze naar buiten...
Buiten loopt Karin naar Linda en gaat daar mee staan praten en let op wat er gebeurd. Sofie staat er naast en vind er helemaal niets aan, ze hoopt dat het snel tijd is om naar haar cel te gaan. Natuurlijk hoopt ze dat er vandaag weer iemand voor haar komt dan kan ze een beetje leuk gesprek hebben. De andere gevangenen laten het nu wel uit hun hooft om wat tegen Sofie te zeggen, maar ze kijken wel met blikken naar haar toe. Karin en Linda zien ze ook.
Linda : Wat ga je daar aan doen?
Karin : Even toespreken, meer kan niet.
Linda : Ik hoop dat het nog goed gaat komen.
Karin : Ik ook, maar zelf heeft ze het geloof er in dat ze onschuldig is.
Linda : Ze weet zelf of het waar is of niet.
Karin knikt...
Na het luchten...
Iedereen wild zijn eigen gang gaan, maar Karin stuurt iedereen aan tafel, ook die drie die naar hun cel moesten.
Karin : Dames, ik ben helemaal niet tevreden hoe het de afgelopen dagen is gegaan.
Iedereen kijkt meteen naar Sofie.
Karin : Dat bedoel ik, en het is niet alleen Sofie haar schuld, dat Sofie niet al te netjes is begonnen begrijp weet ik ook, maar het is aan ons de taak om daar over in te grijpen en niet van jullie. Wij gaan daarom streng worden. Aangezien Sofie straf heeft zit ze vanavond nog op cel, maar morgen gaan jullie normaal doen en haar accepteren, Sofie gaat zich gedragen. Wie zich niet aan de afspraak houd heeft een heel groot probleem dat Karin heet. Ik ben twee dagen vrij, dus als ik over drie dagen kom wil ik het hier zo zien gaan als het hoort, hebben jullie dat allemaal begrepen, dus geen blikken naar Sofie of andere manieren van pesten. En Sofie sluit zich niet steeds op in haar cel.
Iedereen knikt braaf, inclusief Sofie...
Karin: Oke, iedereen mag nu wat doen wat hij of zij wil, maar Sofie komt met me mee naar de bezoekkamer...
Sofie's gezicht klaart meteen op...
Sofie: Heb ik bezoek?! (verwonderd) Wie dan? (blij)
Karin: Die blonde flik, uhm...
Sofie: Britt Michiels (helpend/glimlachend)
Sofie : Fijn je te zien Britt.
Britt : Ik ben blij jou ook te zien, en ik ben even langs de bieb voor je geweest, eigelijk kon dat morgen pas, maar je hebt geluk gehad.
Sofie : Dank je Britt.
Britt : Graag gedaan, maar hoe is het hier gegaan?
Sofie : Nogal slecht.
Britt : Wat is er gebeurd?
Sofie vertelt wat er zich allemaal heeft afgespeeld zins het laatste bezoek van Britt. Britt heeft wel medelijden met Sofie, aangezien ze het zo zwaar heeft en hoopt dat het vanaf morgen beter zal gaan, en Sofie belooft ook haar uiterste best te doen. Britt meldt Sofie nog dat Johan haar excuus heeft geaccepteerd en dan is het al weer tijd dat Sofie naar haar cel gaat.
Britt: Morgen komt Johan, goed?
Sofie: Das goed... En bedankt. (glimlachend)
Britt: Veel leesplezier. (glimlachend)
Twee uurtjes later, in Sofie's cel...
Karin: Bedtijd. (glimlachend)
Sofie: Ah toe, nog even... Is zo'n interessant boek. (smekend)
Karin : Maak je dan eerst klaar om te slapen en ga dan verder lezen, maar als ik om 11 uur kom kijken voor ik naar huis ga is het hier donker, dus je hebt nog 1 uur.
Sofie : Afgesproken.
Sofie doest zich even snel en schiet dan in gaar pyjama en grijpt meteen haar boek. Maar een uurtje is zo voorbij en Sofie zit nog helemaal verdiept in haar boek en heeft niet eens in de gaten dat Karin er staat. Ze merkt dat pas als het boek uit haar handen wordt getrokken. Karin doet de boekenlegger er tussen en legt het boek weg.
Karin : Klokkijken is uw sterkste kant niet he?
Sofie : het spijt me, ik had het niet gemerkt.
Karin : Dat was te merken, je reageerde niet eens op mijn binnenkomen, maar ga maar lekker slapen.
Sofie : Bedankt, u ook en geniet van je vrije dagen.
Karin : dat zal ik doen, doe jij dan je best.
Sofie : Ik zal het doen.
Karin: Tot binnen 3 dagen. (glimlachend)
Dan vertrekt Karin en Sofie valt in een diepe slaap...
De volgende ochtend...
Sofie doet haar best om zo normaal mogelijk te doen, en de rest doet dat ook. Iedereen weet dat je Karin niet tegen je moet hebben, omdat het dan slecht met je staat. Sofie heeft nu allebei de kanten van Karin wel gezien, aan de ene kant de aardige bewaakster die naar je luistert en je helpt, aan de andere kant de ijzeren vrouw die geen tegen spraak toe staat.
De ochtend gaat ook heel goed en Sofie maakt dan ook tijdens het luchten contact met de anderen en Valerie en Nansy staan dan nog wel boos tegen de muur, maar begrijpen dat het hun eigen schuld is en hebben het lef niet om nog wat te doen na wat Karin gister geeft gezegt.
Nansy: We krijgen haar nog wel te pakken... (sissend)
Valerie knikt instemmend... Doch twijfelt ze...
Sofie: Waarom zit jij hier eigenlijk?
Katrina : Inbraak.
Sofie : Waar hebben jullie het eigelijk hier over, ik zal niet weten waar je over zal moeten praten.
Katrina : Er zijn niet echt onderwerpen, maar ja je zit de hele dag met elkaar opgescheept, ik ben altijd blij aks ik even alleen ben je word anders gek van elkaar.
Sofie : Ik ken het, mijn huisgenoot zit in hetzelfde team als ik, het gaat nu wel redelijk tussen ons maar het is niet te doen.
Da is het al weer tijd om terug naar de werkplaats te gaan.
Sofie: Uhm...Magda?
Magda: Ja?
Sofie: Kan ik niet eens wat anders doen dan naaien? Wordt saai vind ik... (beleefd)
Magda : We hebben met Karin overlegt en als je je goed blijft gedragen, gaan we voor iets anders kijken.
Sofie : Echt?
Magda : Ja, dus nog een rede om goed je best te doen.
Sofie : Voor mijn bezoek vind ik het al belangrijk genoeg.
Magda : Maar ik vond dat je het al goed hebt gedaan tot nu toe.
Sofie: Bedankt... (glimlachend)
Weer gaat Sofie aan het naaien...
Dan, tijdens het avondeten...
Nansy en Valerie moeten weel met de groep mee eten en Nansy zit tegenover Sofie. Tijdens het bidden krijgt Sofie een behoorlijke trap tegen haar been waardoor ze een pijngil geeft. Kees loopt meteen naar haar toe en kijkt haar boos aan en wacht tot iedereen die bid klaar is.
Kees : Wat was dat?
Sofie : Ik kreeg een trap tegen mijn been, en niet zo zacht.
Kees : Wie van jullie?
Sofie : Hij kwam van voor.
Kees : Nansy?
Nansy : Nee, echt niet.
Kees : Dat zij je gister ook al, de woorden van Karin zijn niet tot je door gedrongen he?
Nansy: Ik was het echt nie! (schijnheilig)
Kees : Je mag nog een dagje langer in je cel blijven.
Nansy : Dat is gemeen.
Kees : Nee, hoor, dat is straf. En als ik nog last van je heb, heb je nog een probleem er bij.
Dan kon iedereen weer aan zijn eten, Sofie was blij dat ze nu eindelijk wel gelijk geloofd werd, maar vond dat Nansy in verhouding een te hoge straf had gekregen.
Na het luchten moeten Sofie en Nansy samen opruimen... En dat zorgt, uiteraard, voor de nodige spanningen en, jammer genoeg voor Sofie, ruzies tussen hen...
Nansy krijgt Sofie nu zo kwaad dat Sofie Nansy een slag in haar gezicht geeft. Die wordt opgemerkt door Kees. Kees grijpt meteen in en duwt Sofie naar de muur om haar te boeien en brengt haar zonder woorden naar de isoleercel, Daar laat hij haar achter in een lege wit betegelde cel met alleen een ingebouwd bed in staat met een matras er op.
Sofie valt huilend op bed... Na een kwartiertje komt Kees binnen...
Kees: Waarvoor was dat goed?! (ontzettend kwaad)
Sofie : Ze was me zo aan het uitdagen.
Kees : Je hebt nu een probleem, dat begrijp je natuurlijk wel, maar je geluk is, zolang je hier zit hoef je niet te naaien. Je blijft hier tot Karin terug is van haar vrije weekend.
Sofie : Maar ik heb hier niets.
Kees : Klopt, je gaat apart luchten en je krijgt hier je eten, en ja voor de rest heb je niets.
Sofie : Mag ik ook geen boek?
Kees : Nee, het is niet voor niets een hele zware straf.
Sofie : te zwaar voor een klets.
Kees : Je was al gewaarschuwd, voor als er nog wat zal gebeuren dat je hier heen zal vliegen, en er is al het een en ander gebeurd.
Sofie: Maar ze daagde me uit! (protesterend)
Kees: Dan moet je naar ons komen en niet je geduld verliezen (streng) Tot straks...
Dan gaat Kees weer weg en Sofie staart voor zich uit en denkt...
Hij heeft makkelijk praten, hij mag na 8 uurtjes er weer van door, maar ik moet hier blijven, hem zal ze ook wat minder snel doen wand dan heeft ze meteen straf te pakken.
Dan gaat Sofie op het bed liggen en begint te huilen. Na twee uur hebben liggen huilen wat voor Sofie wel tien uur leek, moet ze plassen, Sofie kijkt rond in de cel en ziet een metalen wc staan, ze had hem nog niet eens gezien. Sofie heeft het er niet echt op wand hij is helemaal niet afgeschermd en als er iemand dan binnen komt, maar ze moet zo nodig dat ze toch maar gaat.
Kees heef in de tussentijd al naar het commissariaat gebeld aangezien er altijd iemand van het team komt en dat, dat zeker wel twee dagen kan duren voor Sofie bezoek mag krijgen.
Britt: Michiels
Kees: Met bewaker Kees uit de Nieuwe Wandeling...
Britt: Scheelt er wat met Sofie? (paniekerig)
Kees: Ja, ze heeft straf en mag zeker 2 dagen geen bezoek ontvangen...
Britt wordt stil...
Britt : Wat is er dan gebeurd?
Kees : Ze was al gewaarschuwd als ze niet zou luisteren dat ze de isoleercel in zou vliegen en ze heeft vanmiddag iemand een slag in haar gezicht gegeven.
Britt : Sofie heeft geslagen? (onbegrijpend)
Kees : Ja.
Britt : Helemaal niets voor Sofie.
Kees : Dat maakt op het moment niet uit, ze heeft het gedaan en dat mag niet, u hoeft in ieder geval niet te komen.
Na het telefoongesprek vraagt Tony meteen wat er aan de hand is en Britt verteld dat Sofie iemand geslagen heeft. Vanbruane hoort dat ook wand ze stond bij het kopieerapparaat.
Nadine : Waar is die in hemelsnaam mee bezig?
Britt : Ik geloof niet dat het zonder rede is.
Nadine: Dat geloof ik ook nie eigenlijk... (zuchtend)
Britt: Baas? Mag ik toch eens naar Sofie gaan? Enfin, Johan?
Nadine knikt...
Nadine: Goed idee (glimlachend)
Britt: Ik hoop nou echt dat haar advocaat bij haar mag... (mompelend)
En dus belt Britt naar Johan...
Maar helaas heeft Johan zij mobiel uit staan, wand hij zit in de rechtszaal. Britt baalt er van en hoopt dat Johan vanavond dan maar verhaal bij Sofie kan komen halen.
Tony : Is er onderhand niet al meer bekend van de federalen?
Britt : Die laten niets los, ze doen volgens mij niets, Sofie is volgens mij in de tussentijd ook nog niet verhoord.
Tony : Ik wil het verleden van Sofie uitpluizen, misschien komen we dan wel op een spoor van de dader.
Britt : Vijanden zal ze best wel hebben, maar ze heeft me nooit iets verteld over dat ze bedreigd zal worden.
Tony : Ik wil Sofie verhoren, ik ga eerst aan de baas vragen of het mag en dan aan de onderzoeksrechter.
Britt : Ik hoop dat je haar mag verhoren.
Britt: Ik wil haar wel mee verhoren (beslist)
Tony : Als het mag, maar dan leid ik het verhoor.
Britt : Ja dat is goed.
Tony loopt dan naar Vanbruane toe.
Tony : Baas, ik zou graag Sofie willen verhoren over haar verleden, misschien heeft ze wel iemand die haar bedreigd heeft of andere vijanden.
Nadine : Je moet daarvoor maar contact op nemen met de onderzoeksrechter.
Tony : Ik bel meteen.
Nadine : Tony, het is alleen verhoren en verder niets.
Tony : Natuurlijk baas, ik zal aan de onderzoeksrechter vragen of ze naar hier kan worden overgebracht voor verhoor.
Aan de telefoon...
Onderzoeksrechter : Met onderzoeksrechter van Eeckhaut.
Tony: Mevrouw de onderzoeksrechter, Dierickx hier. Zouden wij Sofie Beeckman mogen verhoren over haar verleden?
Onderzoeksrechter : Waarom wild u haar verhoren.
Tony : Wij geloven niet dat Sofie de moordenaar is en we willen weten of het geen bekende van Sofie kan zijn, het zou kunnen dat ze vijanden heeft.
Onderzoeksrechter : Maar jullie voeren dat onderzoek toch niet mevrouw Dierickx?
Tony : Wij hebben helaas weinig verstouwen in onze collega's van de federale en we zijn zeker dat Sofie onschuldig is.
Onderzoeksrechter : Eenmalig en stuur het verslag door naar de federale.
Tony : Bedankt mevrouw van Eeckhaut.
Tony : Het is niet meer de Bits van toen.
Britt : Maar het mag?
Tony : Ja, eenmalig en we moeten het verslag aan de federale geven.
Britt : Die vermoorden ons.
Tony : Ik zal Raymond en Pasmans vragen Sofie op te halen, en dan ga ik Sofie maar natrekken misschien vind ik nog wel wat, maar ben bang van niet.
Britt: Das goe... Dan doe ik ondertussen wel even verder met mijn pv's (lachend)
Na een tijdje...
Vanbruane loopt naar de balie en komt Raymond, Pasmans en Sofie tegen, wat haar meteen opvalt is dat Sofie niet geboeid is.
Nadine : Raymond en Wilfried, ik wil jullie zo op bureau hebben. (streng)
Raymond : We mochten Sofie ophalen.
Nadine : Dat weet ik, maar ik wil jullie spreken.
Dan loopt ze verder.
Sofie : Wat heeft die?
Raymond : Ik weet het niet, maar ik zal Britt en Tony roepen.
Sofie : Zeg maar dat ze me heel lang mogen verhoren, ik zit tot overmorgen zeker in de isoleercel, ik heb daar helemaal geen zin in, dus een beetje aanspraak is helemaal niet verkeerd..
Pasmans : Dat weten zij ook, we zijn gebeld.
Sofie : En jullie kregen me zo makkelijk mee?
Raymond : Nee, dankzij de onderzoeksrechter, maar het is maar eenmalig.
Ze zetten Sofie in verhoor2, roepen Britt en Tony, en gaan dan, met een bang hart, naar Vanbruane..
Nadine: Waarom was Sofie nie geboeid? (streng)
Raymond : Ik ga mijn eigen collega niet geboeid mee nemen.
Nadine : Heeft ze de gehele tijd zonder boeien gelopen?
Pasmans : In de auto hebben we haar los gemaakt.
Nadine : Een collega of niet, ze word verdacht van moord en jullie horen haar dus op de juiste manier te behandelen.
Raymond : Baas, u geloofd toch zelf niet dat Sofie een moord heeft gepleegd?
Nadine : Wat ik geloof gaat er niet om, jullie hebben je niet aan de regels gehouden, laat me er niet achter komen dat het op de terugweg weer zo gaat wand dan hebben jullie een probleem, dan gaat er namelijk een telefoontje naar Intern toezicht, heel goed begrepen?
De twee heren knikken.
Vanbruane verlaat dan het kantoor en gaat naar verhoor twee waar ze naar het verhoor van Sofie gaat volgen.
Tony : Sofie, ik wil van jou weten of je vijanden heb.
Sofie : Niet meer dan een andere flik.
Tony : Sofie, werk wel een beetje mee, ik probeer er achter te komen wat er echt is gebeurd, en het heeft heel veel moeite gekost om toestemming van de onderzoeksrechter te krijgen om je te mogen verhoren, het is ook maar eenmalig.
Britt : Sofie denk goed na, heb je vijanden?
Sofie denkt even goed na...
Sofie: Neen, ik denk het nie...
Britt: Zeker?
Sofie: Ja, zeker...
Tony : Sofie, heb je enig idee, waarom ze jou wapen hebben gebruikt?
Sofie : Nee, ik heb echt geen flauw idee.
Tony : Een idee hoe die persoon binnen gekomen moet zijn?
Sofie : Ik weet het echt niet, ik kan het ook niet begrijpen.
Britt : Geen boze ex?
Sofie : Nick.
Tony : Nick?
Sofie : Het moet een ex van Nick geweest zij.
Britt : Waarom hebben we daar nooit eerder aan gedacht.
Sofie : Ik heb er zelf ook niet aan gedacht, maar dat word nog een hele klus om als zijn exen naar te trekken.
Britt grinnikt, evenals Tony...
Tony: Bedankt voor je hulp Sofie... Raymond en Pasm...
Britt:... Wil je nog wat drinken na dit lange gesprek? (gemeen)
Sofie : Graag.
Tony : Ik zal het verslag wel even uit tikken dan kunnen jullie even bij kletsen, het verhoor is toch afgelopen.
Britt : Je bent een schat.
Tony : Het is alleen omdat jij anders niet te genieten bent.
Vanbruane die het verhoor heeft staan volgen moet wel om de opmerking van Tony lachen en verlaat het verhoor. Op de gang komt ze Tony tegen.
Nadine : Zal ik Nick en Bruno maar even oproepen?
Tony : U heeft mee geluisterd?
Nadine : Controleren of jullie je aan de regels houden.
Tony : Geen vertrouwen in ons?
Nadine : Raymond en Pasmans hielden zich ook al niet aan de regels, en ik heb geen zin om nog meer problemen te hebben.
Tony : Ik begrijp het, het is natuurlijk makkelijk om misbruik van onze positie te maken.
Nadine: Juist, maar je beseft dat ik hen moet onderbreken.
Tony: Ja, dat weet ik...
Nadine : Ik vind dit zo hopeloos, ik gun het Britt wel, maar ik moet me aan de regels houden.
Tony : Er moet toch iemand bij Sofie zijn, het maakt toch niet uit dat het Britt is en dat ze praten?
Nadine : Hoe gaat dat normaal gesproken?
Tony : De verdachte wordt naar een cel gebracht.
Nadine : Precies.
Tony : Maar het is wel erg druk beneden en ik zal het snel in typen dan is het alleen maar onhandig.
Nadine : heel snel typen dan.
Tony : Zal ik doen commissaris.
Tony snelt zich naar haar bureau en typt snel... Na een half uurtje is ze klaar...
Nadine: Dat was snel (lachend)
Tony : Het heeft me dan ook heel veel moeite gekost.
Nadine : Ik weet nu hoe ik he hard moet laten werken, gewoon onder druk zetten.
Tony : Werkt alleen onder bepaalde omstandigheden.
Nadine : Laat hem maar ondertekenen.
Tony : Ik ben al weg baas.
Tony loopt naar het verhoor en wanneer die net binnen is komen Nick en Bruno er aan gelopen.
Nick : Sorry, we moesten nog iets afhandelen, maar waarom moesten we komen baas?
Nadine : Bruno kan naar huis, en Tony gaat jou verhoren Nick.
Nick : Waar is dat goed voor?
Nadine : We hebben net Sofie verhoord, we denken dat het een ex van jou moet zijn.
Nick : Waarom heeft ze dan wat van Sofie genomen.
Nadine : Jij bewaard je spullen hier, en verder weet ik het ook niet, we moeten er maar achter komen.
Nick: Is oke voor mij (glimlachend)
Nadine : Ik ben daar heel blij om, zou je alvast een lijstje kunnen maken van alle vriendinnen die je hebt gehad hebt sinds dat je in Gent woon.
Nick : Is dat echt nodig?
Nadine : Ja, graag met telefoonnummer en adres.
Nick : Als ik dat vandaag doe kan Tony me dan niet beter morgen verhoren.
Nadine : Ja, dat is goed, als je nog foto's van die meiden er bij kan doen helpt dat een heleboel.
Nick : Ik ga meteen beginnen.
Wanneer Sofie weer terug in de nieuwe wandeling is, is het al weer 6 uur. Ze krijgt meteen haar brood, het is al klaar gemaakt en daarom heeft ze er ook geen bestek bij en het bord is van plastic.
Sofie (denkt): Waarom overkomt toch alles MIJ...
Sofie begint traag te eten, maar na 5 minuten komen ze haar bord weer halen en ze heeft nog nie gedaan met eten...
Sofie : Ik ben nog niet klaar.
Bard : Nog 5 minuten, wand je gaat zo naar de buitencel.
Sofie : Buitencel?
Bard : Je denkt toch niet dat je gezellig bij de andere mag, er zijn aparte ruimtes buiten waar strafklanten in kunnen wachten, maar je moet nu dus eerder naar buiten.
Sofie : bedankt voor de uitleg.
Bard : Schiet nou maar op, ik kom je zo halen.
Na 5 minuten werd Sofie gehaald en buiten in een hokje gestopt waar ze een halfuur in moest blijven. Er was een soort betonen bank in gemaakt en een kant was er een dakje boven. Sofie ging op het bankje zitten en hoopte dat de tijd snel voorbij ging wand ze kreeg het kauwt van het stilzitten wand zo warm was het ook weer niet.
Een half uurtje later komt Bard er weer aan...
Sofie : Eindelijk, ik heb het hartstikke koud.
Bard : ja dat komt van het stil zitten op een bankje.
Sofie : Het heeft volgens mij veel langer als een half uur geduurd.
Bard : Nee, precies.
Sofie : Ik verveel me echt te pletter, zou ik niet een boek mogen.
Bard : Nee dat mag niet, je hebt straf.
Sofie : Zo maak je een mens gek.
Bard : Een rede om maar eens goed te gaan leren luisteren.
Sofie : En wat moet ik nu gaan doen tot ik moet gaan slapen, weer de hele tijd gaan nietsen?
Bard : Over je straf nadenken en je krijgt om 8 uur wat te drinken.
Dan zijn ze bij de isoleercel en word Sofie ingesloten.
Sofie zucht diep...
Die avond, rond 8 uur...
Eindelijk gaat dan de celdeur open en staat daar een bewaakster.
Marleen : Wil je koffie of thee?
Sofie : Doe maar thee, anders blijk ik hier veelte wakker.
Marleen : Wil je er nog suiker in?
Sofie : 1 klontje graag.
Marleen : Alsjeblieft.
Marleen geeft haar de thee en sluit de cel weer af. Sofie gaat op haar bed zitten en dringt de thee op. Dan gaat ze maar weer liggen, ze vindt het echt verschrikkelijk, ze kan helemaal niets doen hier dan een beetje liggen, zitten en heen en weer lopen. Om tien uur komt iemand haar een kussen, deken en haar pyjama brengen. Sofie verkleedt zich en dan wordt haar kleding na een kwartier al opgehaald. Sofie licht dan inmiddels al te slapen.
De volgende morgen wordt Sofie wakker gemaakt om te ontbijten en na het ontbeid mag ze zich gaan doezen en krijgt schone kleding. Daarna wordt Sofie weer terug naar haar cel gebracht. Maar op tien uur moet ze al gaan luchten en zit een halfuur dus weer buiten. Gelukkig is het nu iets minder koud dan gister. Wanneer het halfuur is afgelopen word Sofie niet zoals ze verwachte naar de isoleercel gebracht, maar ze wordt geboeid en mee genomen door twee mensen van de federalen.
De federalen hadden inmiddels ook al door gekregen dat Sofie verhoord was door Tony en daarom wilde zij net nog maar eens op hun manier proberen om dat de lokale politie een hele andere kant op gaat als zij.
Sofie: Waarom word ik nogmaals verhoord? (beetje verwonderd)
Christina (federale): Vorige keer was door de lokalen, nu door ons. (streng) Ga zitten...
Sofie zet zich een beetje gespannen neer...
Sofie : Hebben ze mijn verklaring dan niet door gestuurd.
Christina : Dat hebben ze wel, maar we zouden je graag zelf nog eens verhoren.
Sofie : Om me zeker te laten bekennen?
Christina : Dat zouden we fijn vinden, maar we gaan de spelregels even veranderen, vanaf nu stel ik de vragen en jij antwoord.
Sofie : Ik zal ze eerlijk beantwoorden.
Tommy (federale): Oke... Vertel eens een paar redenen waarom jij het nie gedaan zou kunnen hebben.
Sofie : Ik zou niet weten waarom ik iemand vermoord als ik lig te slapen. Waarom zal ik mijn eigen wapen gebruiken en die daar laten slingeren?
Tommy : Ik wilde geen vragen, waarom heb je het niet gedaan.
Sofie : Als ik een moord zal plegen zal ik nooit mijn eigen wapen gebruiken en daar laten slingeren.
Tommy : Je vergeet alleen een ding, je bent daar gezien.
Sofie : Dat kan niet, ik lag thuis in bed.
Tommy : Wie heeft het dan gedaan, je tweelingzus?
Sofie : Zou best kunnen dat ik een dubbelganger heb, wie weet.
Christina; Niet met onze voeten spele, he (streng)
Sofie: Doe ik ook nie! Iedereen heeft wel een dubbelganger op de wereld...
Tommy : Je stopt nu met dat bijdehante gedoe.
Sofie : ik spreek de waarheid, en ik heb alle tijd dus stel gerust nog maar een paar vagen.
Tommy : Waarom heb je Robbert Verstraten vermoord?
Sofie : Ik heb hem niet vermoord.
Christina : Waarom liegt u?
Sofie : Ik spreek de waarheid, ik heb die man in mijn gehele leven nog nooit gezien zover ik weet.
Ondertussen op het commissariaat.
Tony : Ik dacht dat ik een reputatie had, maar dit slaat echt alles.
Britt : Ja, leuk klusje gaat het worden om met al die vrouwen te praten.
Tony : Laten we eerst maar eens alle blonde nemen.
Britt : Weet je wel wat je zegt?
Tony : De schutter had lang blond haar.
Britt : Ja dat kan een pruik geweest zij, maar de meeste zijn blond.
Tony : We moeten toch ergens beginnen.
Britt : Laten we gewoon van dichtbij naar verder weg werken.
Tony : Ook goed.
Bij Sofie
Sofie : Ik wil mijn advocaat, ik laat me niet zo onder druk zetten, ik ga toch niet bekennen omdat ik het niet gedaan heb.
Christina: Wie is uw advocaat? (geërgerd)
Sofie : Johan van Lancker.
Christina : Dat is niet de eerste de beste, ik weet wel wie u moet kiezen.
Sofie : Hij is de vriend van mij Partner, hij wilde me graag helpen, bel hem nou maar.
Christina: Oke... Tot zo. (geërgerd)
Christina en Tommy lopen buiten en gaan Johan opbellen...
Johan: Van Lancker.
Christina : U bent de advocaat van Sofie Beeckman?
Johan : Ja.
Christina : Ze wild dat ze u haar helpt, ze word nu door de federale politie verhoort.
Johan : Ik kom er meteen aan.
Dan word en opgehangen.
Johan gaar meteen naar Sofie toe.
Sofie: Ah Johan, eindelijk. Ik zeg nooit meer wat zonder dat jij erbij bent (opgelucht dat Johan er eindelijk is)
Johan: Dat is je goed recht (glimlachend)
Sofie : Ze zijn je zo aan het dwingen om wat te vertellen, maar ik heb het niet gedaan, ze willen gewoon dat ik beken.
Johan : Ik weet het.
Sofie : Ik snap het niet, ik heb nog nooit een verhoor op deze wijze mee gemaakt, volgens mij mag het ook helemaal niet.
Johan : dat mag het ook niet, maar hoe bewijs je dat het gebeurd is?
Sofie : Dat kan ik niet.
Johan : Precies, en wat ik van Britt heb gehoord hebben de federale het niet zo op jou vanwege je verleden.
Sofie: Maar gaat dat mij nu heel mijn leven blijven achtervolgen?!
Johan: Natuurlijk niet, maar de federalen moeten er wel rekening mee houden natuurlijk... (sussend)
Sofie: Degene die me dit geflikt heeft vermoord ik nog es (boos)
Johan: Zou ik niet doen als ik jou was, dan zit je hier nog eens, maar dan veel langer en omdat je schuldig bent.
Sofie : Johan, wat kan ik eigelijk het beste doen?
Johan : Alleen antwoorden op zinnige vragen, en niet tegen hun praten zonder dat ik er bij ben.
Sofie : Dat begrijp ik, ze leggen je zo iets in je mond.
Johan : Daarom.
Christina (die plots binnenkomt): Kunnen we weer verder verhoren?
Sofie: Ja.
Johan knikt bevestigend en Christina en Tommy gaan weer verder met verhoren...
Tommy : Waarom heb je die moord gepleegd?
Sofie : Dat moet u aan de moordenaar vragen niet aan mij.
Tommy : We gaan wel even dimmen dame.
Johan : Op welke gronden bent u zo zeker dat het mijn cliënt is op na dat haar wapen is gebruikt.
Tommy : De persoonsbeschrijving.
Johan : Blond haar er zijn wel honderden vrouwen en met een pruik er bij zijn dat er zeker duizenden.
Sofie: Britt is ook blond (mompelend)
Tommy: Britt? Hoofdinspecteur Michiels? (verwonderd)
Johan: Ja. (beetje twijfelend)
Christina en Tommy kijken elkaar aan...
Johan : Dan kan u alle blonde vrouwen uit gent en omgeving nemen als u zo werkt.
Tommy : Ze kan aan het wapen van Sofie komen.
Johan : Maar ze heeft het net zoals Sofie niet gedaan hebben.
Christina : Hoe weet u dat zo zeker?
Johan : Britt is mijn vriendin, ze was bij mij en de kinderen.
Tommy : En hoe bent u zo zeker van de onschuld van Sofie hier?
Johan : Omdat ik haar vertrouw.
Christina: Zo kan iedereen beweren dat hij een vriendin vertrouwt. Wij willen mevrouw Michiels spreken.
Tommy: Wij gaan naar het commissariaat...
Dan vertrekken ze...
Johan: Verdomme Sofie! Had toch gezwegen dat Britt blond is!!! (boos)
Sofie: Sorry, hoor!! (boos)
Johan: Het spijt me... Ik ga ook naar het commissariaat, goed?
Sofie: Oke, tot ziens (glimlachend)
Aangekomen op het commissariaat (Christina en Tommy)
Christina : Wij willen graag mevrouw Michiels spreken.
Nadine : Die is hier niet, ze is weg voor een zaak.
Dan komt Johan ook binnen gelopen.
Nadine : Als je voor Britt komt, dan is ze er niet.
Johan : Mooi, dan hebben deze dame en heer haar niet een moord in de schoenen kunnen schuiven.
Nadine : Waar heb jij het over?
Johan : Ze denken nu dat Britt die moord heeft gepleegd, dat kan niet ik was bij haar.
Nadine: Wie gaan jullie nog allemaal verdenken?! Misschien was IK het wel met een blonde pruik!! (boos)
Dan komt Britt binnengelopen...
Britt : Wat is er aan de hand?
Johan : Je wordt verdacht op de moord van Robbert Verstraten.
Britt : Hoezo?
Johan : Omdat je blond bent.
Tony : Wat is dat nou voor onzin, hebben jullie geen hersens meer bij de federalen, en jullie kunnen haar niet verhoren wand ik heb haar nodig om iemand anders te verhoren.
Nadine : Iemand gevonden?
Tony : Ja, maar niet voor wat we wilde.
Britt : Een potloodventer.
Nadine : Ga maar verhoren, en ga daarna maar verder. Jullie, ga nu eens de echte dader vinden.
Tommy: We gaan eerst mevrouw Michiels verhoren. (beslist)
Britt kijkt Nadine vragend aan...
Britt : Snel dan, mijn advocaat is er toch al. Tony, doe jij even dat verhoor met iemand anders?
Tony : Komt in orde Britt. Johan jij verdedigt mij ook wel he, als ze mij gaan verdenken?
Johan : Is goed Tony.
Britt : Laten we verhoor twee maar nemen.
Tommy : Waar was u op het moment van de moord?
Britt : Thuis, bij mijn vriend en de kinderen.
Christina: Kunt u dat bewijzen?
Johan: Ik bevestig dat.
Tommy: U kunt zeggen wat u wilt.
Britt : Onze kinderen natuurlijk.
Tommy : We zullen het hun gaan vragen.
Britt : Ja en als ze bevestigen dat ik thuis was, mijn dochter met blond haar was dat dus ook.
Christina : Wat suggereert u nou, dat wij een ieder met blond haar verdenken?
Britt : Ja, dat suggereer ik.
Tommy : U blijft aangehouden tot uw verhaal bevestigd is.
Britt : Als dat nodig is, maar ik blijf wel hier. Johan, ga jij mee naar de kinderen?
Johan : Natuurlijk schat.
Christina: Draai u maar om Mevrouw Michiels. Wij brengen u naar de cel...
Britt : Die weet ik zelf wel te vinden, maar ik zal eerst even mijn spullen bij mijn baas inleveren, die vertrouw ik niet aan u toe, en die boeien zijn niet nodig ik heb ze zelf ook.
Johan : Is dit nou echt nodig, als ze belooft om het commissariaat te verlaten.
Tommy : Daar houwt ze zich toch niet aan.
Johan : U kan haar collega's toch verwittigen, die zorgen wel dat ze hier blijft al doet ze het zelf ook wel.
Britt : Als ik nou beloof om in het teamlokaal te blijven, dan kan ik nog wat voor de stat beteken dan alleen maar geld te koste om onder diensttijd een beetje in een cel te zitten wachten tot ik er weer uit mag omdat ik niets gedaan heb.
Christina : Ons best, ons best ... (zuchtend/geërgerd)
Britt haalt opgelucht adem, gaat naar Vanbruane, levert haar spullen in en gaat dan wat pv's typen...
Johan; Christina en Tommy gaan ondertussen naar de kinderen...
Dorien: Wie zijn dat, papa? (wijzend naar Christina en Tommy)
Tommy: Zijn dat uw kinderen?
Johan: Simon wel, Dorien niet, maar binnenkort misschien wel... Maar ze mag gerust papa zeggen, al moet ze dat niet... (glimlachend)
Tommy knikt begrijpend...
Dorien: Papa, wie zijn dat? (nieuwsgierig)
Johan : Dorien, deze mensen zijn van de federale politie, je weet wel die mensen die Sofie in de gevangenis hebben gestopt, ze willen van jou weten waar mamma die ochtend was toen Sofie werd opgepakt.
Dorien : Die was thuis bij ons drie en na dat ze ons naar school heeft gebracht heeft is ze toch naar het commissariaat gegaan zo als ze altijd doet.
Johan : Tevreden?
Tommy: Oke, tis al goed... Michiels is onschuldig... (mompelend)
Dan gaan ze weer terug naar het commissariaat... Daar aangekomen...
Britt: En?! (nieuwsgierig)
Ook Vanbruane komt er nu bijstaan...
Tommy : Michiels is onschuldig.
Vanbruane : Dat had ik u zo ook wel kunnen vertellen, Britt pakt je spullen maar uit mijn bureau.
Britt loopt dan naar het kantoor van Vanbruane om haar spullen weer om te doen.
Nadine : Gaan jullie nou achter de echte dader aan, dan kan Sofie weer eens terug komen, die zit nog steeds onschuldig in de cel.
Christina: DAT is nog niet bewezen...
Dan gaan zij en Tommy weer weg...
Britt: Jezus (mompelend)
Johan : Vreselijke mensen.
Nadine : Ze zijn echt niet makkelijk en Sofie heeft haar afscheid niet echt goed gepland toentertijd en ze mogen haar dus helemaal niet meer.
Britt : Maar dit is onzin, ik ga met Tony de echte dader zoeken, hopelijk komen we niet weer iets onhandigs tegen.
Tony : Ik heb omdat jij niet weg mocht maar wat dames uitgenodigd.
Britt : Dat is eigelijk veel beter, hopen dat ze er bij zit.
Nadine: Gaan jullie hen verhoren?
Britt en Tony knikken...
Britt: Ga jij alvast? Ik kom zo.
Tony: Ik snap het al (gemeen glimlachend)
Tony gaat al verhoren...
Britt: Tot vanavond liefje... (glimlachend)
Britt en Johan zoenen elkaar innig... Vanbruane kijkt hen vanuit haar kantoortje glimlachend aan... 'Britt is eindelijk gelukkig geworden...' flitst het door haar hoofd...
Ondertussen zijn Tommy en Christina weer naar Sofie gegaan, omdat ze eigelijk niet weten waar ze anders moeten zoeken.
Tommy : Waarom heb jij Robbert Verstraten vermoord?
Sofie : Waar is mijn advocaat?
Tommy : Het wordt een duurgrapje hoor.
Sofie : Ik wil dat je mijn advocaat laat komen, ik wil anders niet met jullie praten.
Christina: Bel Van Lancker maar op, Tommy. (geërgerd)
Terwijl Tommy gaat bellen, probeert Christina Sofie te intimideren...
Sofie stopt haar vingers om de woorden niet te hoeven aan horen, maar dat maakt het alleen maar erger doordat Christina harder gaat praten en Sofie haar vingers uit de oren trekt. Dan verliest Sofie haar zelfbeheersing en geeft Christina een harde slag in haar gezicht. Dat was natuurlijk geen goede zet en daarom duwt Christina haar tegen de muur en boeit Sofie.
Dan komt Tommy binnen en snapt niet wat er aan de hand is, maar natuurlijk verteld Christina dat Sofie haar een slag heeft gegeven.
Tommy : Dan houden we de boeien maar om, en je advocaat is onderweg.
Sofie: Ik ben verdomme geen crimineel! (boos)
Christina: Ga je vrijwillig zitten of moeten we je dwingen?
Sofie besluit om toch maar te gaan zitten... Wanneer Johan aangekomen is...
Johan : Waarom heeft ze handboeien om?
Tommy : Deze dame heeft lossenhandjes.
Sofie : Ze zat me helemaal te intimideren en toen heb ik haar een klets gegeven, weet je hoe machteloos je hier bent.
Johan : Ik weet het, maar laten we maar ter zaken komen.
Dan gaan Christina en Tommy weer verder met verhoren...
Maar lang gaan ze niet door wand om 1 uur gaan ze lunzen, Sofie krijg dan ook wat te eten, maar Christina wild haar niet los maken, Daarom vraagt Johan of hij het mag doen, en dat mag hij gelukkig wel dus zo kan Sofie tenminste op een normale manier eten.
Sofie: Wat gebeurde er als ik niet los mocht? (etend)
Johan : Dan moesten ze je voeren.
Sofie : Denk je dat dit nog lang gaat duren?
Johan : Geen idee.
Sofie : Moet jij niet eten?
Johan : Ik heb net al wat genomen toen ik uit het commissariaat kwam.
Sofie: Ik wil hier weg, Johan, het is hier echt verschrikkelijk (mompelend)
Johan: Dat weet ik... En dat weet Britt ook...
Sofie zucht diep...
Johan : Ik merk dat ze niets hebben, ze hebben zelfs Britt ondervraagt en zijn bij de kinderen gaan controleren of haar alibi wel klopte, terwijl ik het bevestigde.
Sofie : Ze zijn vreselijk, ik hoop dat ik er uit kom, maar ik denk dat ik moet wachten tot ik vrijgesproken word.
Johan : Ik hoop dat Britt en Tony de moordenaar gewoon vinden.
Sofie: Ik weet uit ervaring dat dat echt onmogelijk is bijna (zuchtend)
Johan : Je gaat de moet toch niet opgeven?
Sofie : Nee, maar al word ik vrij gesproken, ik denk dat ik mijn carrière bij de flikken wel kan vergeten al de moordenaar niet gevonden word.
Johan : Het team knokt voor je en dat weet je toch?
Sofie : Ja dat weet ik.
Johan : Ze zullen je echt altijd blijven steunen.
Sofie: Waarom heeft Britt eigenlijk in de gevangenis gezeten? Tony was er toen nog en ze wilde het me nie vertellen... (twijfelend)
Johan : Heeft Britt gezeten?
Sofie: Tony heeft me dat verteld... (twijfelend)
Johan: Dat wist ik helemaal nie!!! Vind je het erg als ik nu naar Britt toe ga?
Sofie: Neen, hoor, ga maar (zuchtend)
Wanneer Johan bij Britt is aangekomen...
Johan : Britt, heb jij wel eens vast gezeten?
Britt : Nee, hoezo?
Johan : Sofie zij dat Tony dat had verteld.
Dan schiet Britt in de lach.
Britt : Ja, Mark heeft me geresteerd en toen heb ik vast gezeten, hij deed het meer om me te pesten.
Ook Johan begint nu te lachen...
Britt: Die kan het echt tactvol zeggen (schaterend)
Johan: Ik schrok me een ongeluk (lachend)
Britt : Ik begrijp het, mar denk je nou als ik voor een delict had gezeten dat ik dit werk kon doen?
Johan : Nee, daarom vond ik het zo raar.
Britt : Hoe gaat het met Sofie schat?
Johan : Ze ziet het somber in, ze wacht er op om vrijgesproken te worden, maar is bang voor haar baan.
Britt: Als ze vrijgesproken wordt, wil dat zeggen dat ze onschuldig is, dus hoeft ze niet te vrezen voor haar baan, toch?
Johan: Ik dacht dat het zo was, ja (glimlachend)
Britt haalt opgelucht adem...
Britt: Bedankt, he lieverd. (glimlachend)
Dan gaat Johan zijn telefoon weer.
Johan : Ik denk dat Sofie weer verhoord gaat worden door dat kreng.
Britt : Zo erg?
Johan : ja, ik zal maar even opnemen.
Johan : Van Lancker.
Tommy: Meester Van Lancker? Wij willen Sofie verhoren, maar ze wil u er absoluut bij hebben, dus...
Johan: Ik kom (zuchtend)
Britt: En?
Johan: Zoals ik al dacht... Ze willen Sofie weeral verhoren (zuchtend)
Britt: Tot vanavond?
Johan: Vanavond (glimlachend)
Aangekomen in de Kazerne
Johan gaat weer naar het verhoor en daar gaat hetzelfde gezeur weer beginnen, maar ze komen dus geen steek verder en het word opgegeven en er word besloten dat Sofie weer naar de Nieuwe wandeling word gebracht.
Die avond bij Britt en Johan thuis.
Britt : En hoe gong het?
Johan : Ze hebben niets en ze zitten gewoon vast. En hoe ver zijn jullie gekomen?
Britt : we hebben nog 5 vriendinnen die we moeten verhoren.
Johan: Wanneer denk je gedaan te hebben?
Britt: Morgen hopen we iedereen verhoord te hebben, en diegenen die geen goed alibi hebben gaan we hoogstwaarschijnlijk opnieuw verhoren... (zuchtend)
Johan : Ik hoop dat Sofie het vol houd, en eigelijk hoop ik dat ze morgen niet verhoor word wand ik zit de hele dag in het gerechtshof en heb me heel slecht voor kunnen bereiden.
Britt : Ga je dat nu doen?
Johan: Ik zal wel moeten zeker, maar als ik jouw verliefde en smekende blik zie, denk ik niet dat daar veel van in huis zal komen...
Johan zoent Britt innig en Britt zoent hem overtuigd terug...
Britt: Gaan we naar bed? (verliefd)
Johan: Graag (ook verliefd)
Al zoenend lopen ze naar hun bed...
De volgende morgen is Johan al heel vroeg wakker en gaat aan het werk terwijl de rest van huize van Lancker, Michiels nog in diepe rust is.
Bij Sofie schiet om 7:10 de deur van de isoleercel open en staat Karin daar. Karin kijkt ongelofelijk boos naar Sofie toe.
Karin : Aankleden nu! (streng)
Sofie: Hmm, wat? (slaperig)
Karin: Heb je me nie gehoord?! Aankleden! (ongelofelijk boos)
Karin trekt het laken van Sofie af en neemt het mee naar buiten, waarna ze Sofies kleren op haar bed gooit...
Karin: Binnen 5 minuten aangekleed zijn (streng)
Nog slaapdronken gaat Sofie zich aankleden en 5 minuten later staat Karin weer voor Sofie.
Karin boeit Sofie en neemt haar mee naar de zaal, daar word ze op een stoel bij de tafel geplaatst en wacht daar tot iedereen aan tafel zit en dat duurt heel lang. Wanneer iedereen zijn ontbied mag pakken komt Karin naar haar toe.
Karin : Kan je zonder iemand te slaan je ontbeid pakken?
Sofie : Ja dat kan ik Karin.
Karin : Oke, ik zal je los maken.
Karin maakt Sofie los en Sofie neemt haar eten mee terug naar de tafel... Sofie begint te eten, maar uit voorzorg blijft Karin erbij...
Sofie: Moet je er echt bijblijven? (zeurend)
Karin : Ja, mensen die zelfs de politie slaan wel.
Sofie : Ze daagde me uit.
Karin : Maakt niet uit, je mag niet slaan en dat weet je dondersgoed.
Sofie : Ik weet het, maar je emoties gaan op een gegevenmoment op de loop als iemand je maar blijft intimideren.
Karin : Zwijg nu.
Sofie: En als ik daar geen zin in heb? (uitdagend)
Karin : Je krijgt nog 1 kans als ik je nog hoor vlieg je de isoleercel in hebt je dat heel erg goed begrepen?
Sofie : Nee, dat heb ik niet, ik heb recht op te spreken.
Karin trekt Sofie mee naar achter en duwt haar tegen de muur en boeit haar en laat haar met haar handen op haar rug geboeid in de isoleercel achter.
Sofie begint zachtjes te huilen... Na een uurtje...
Het is onderhand dus al 9 uur geweest en Karin komt dan binnen.
Karin : Sta eens op? (streng)
Sofie staat bang op. Dan maakt Karin gaar boeien los en Sofie masseert gelijk haar polsen.
Karin : Ga maar op het bed zitten.
Sofie gaat zitten en Karin neemt nu ook plaats op het bed.
Karin : Sofie, waarom dé je vanochtend zo?
Sofie haalt haar schouders op... Er rolt een traan over haar wang...
Karin: Sofie?
Sofie: Ik wil hier weg... (zachtjes)
Karin : Ja ik doe het toch niet goed iedereen wil hier maar weg.
Sofie : Ja, je hebt te weinig vrijheid en je mag niet eens je eigen werk doen.
Karin : Hoe zijn de verhoren?
Sofie : De federale weten niet waar ze moeten zoeken en mijn teamgenoten ook niet, maar ze zijn hard bezig, Johan heeft me gister zo geholpen ander had ik er echt onderdoor gegaan.
Karin: Sofie, je weet dat ik nie partijdig mag zijn, maar ik geloof dat je onschuldig bent...
Sofie: Echt?
Karin: Ja, echt. Je ziet er me nie iemand uit die een moord gaat plegen... Ik hoop echt voor je dat je team je kan helpen...
Sofie : Daar herken je een moordenaar niet aan, dat heb ik geleerd en dat is waar mensen waar je het nooit van zou verwachten en waar je dus geen rekening mee houd dat is dan ineens de moordenaar.
Karin : Als jij de moordenaar was had je het nooit zo stom in elkaar gezet, dan zou je de verdenking nooit naar je zelf laten wijzen en je weet waar naar gekeken word.
Sofie : Dat is waar, wat gaat er nu met mij gebeuren hier?
Karin : Kan jij je weer normaal gedragen?
Sofie : Ja dat kan ik.
Karin : Oke, kom dan maar mee.
Sofie volgt Karin naar een 'normale' cel...
Sofie : Moet ik niet naar de werkplaats?
Karin : Nee, je hebt nog steeds, dus je hebt geen recht op voorrechten dus dan is werken overbodig vind ik.
Sofie : Bedankt.
Karin : Je moet je wel heel erg goed gaan gedragen wand je staat er niet goed voor.
Sofie: Ik zal het proberen...
Karin: Het is je geraden...
Sofie : Bedankt he.
Karin het is al goed, maar ik moet nog wat werk doen en jij hebt toch straf en kan die dus mooi uitzitten.
Sofie : Mag ik niet op de bank zitten?
Karin : Nee, wand dan moet ik je kunnen zien en ik je cel hoeft dat niet.
Sofie : Ik hegrijp het, ik ben blij om even een beetje redelijk gesprek gehad te hebben.
Karin : Als ik dadelijk nog tijd over heb mag je wel uit je cel.
Sofie gaat op haar bed zitten en begint verder te lezen in haar boeken...
Een kwartiertje later...
Karin : Heb jij wel wat te drinken gehad?
Sofie : Nee, wand je hebt me naar de isoleercel gebracht en toen had ik nog niet gedronken.
Karin : Je mag zelf wat pakken uit het keukentje. Je mag dan wel even in de zaal blijven ik ga toch een kopje koffie drinken als je wild mag je dat ook.
Sofie : Graag.
Sofie volt Karin naar het keukentje en neemt net als haar een kopje koffie...
Karin: Welk boek ben je aan het lezen? (geïnteresseerd)
Sofie : Mobi Dick van Chals Dikkens.
Karin : Mooi boek.
Sofie : Zeker, al zijn boeken zijn mooi.
Karin : Weet ik, lees je normaal ook zo veel?
Sofie : Ja, maar dan zijn het meer PV's strafregisters en autopsierapporten.
Karin : Ook interessant.
Sofie : Ja, ik begin het nu al gewoon te missen.
Karin: Tja...
Sofie : Ik hou het echt niet meer uit hier Karin, ik wil naar huis.
Karin : Je weet het he Sofie, ik kan dat niet voor je regelen, het moet echt bewezen worden.
Sofie : Ik weet het ook.
Britt en Tony gaan naar het laatste huisbezoek, ze hebben er al behoorlijk de balen in wand ze hebben eigelijk niemand die ze bij de moord kunnen plaatsen. Dan wordt de deur geopend door een vrouw die op Sofie lijkt alleen ze heeft rood haar.
Britt : Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. Zouden we even met u kunnen praten?
Tine (vrouw) : Tuurlijk, kom maar binnen (beetje angstig)
Wanneer ze bij de vrouw binnenzitten, beginnen ze met de routinevragen... Eenmaal terug buiten...
Tony: Die vrouw deed wat TE zenuwachtig naar mijn zin... (twijfelend)
Britt : We gaan haar alibi checken.
Tony : Tegen de tijd dat we bij die man zijn heeft zij hem al lang gebeld
Britt : Ja, maar we kunnen niets anders, ik wil haar ook na gaan trekken ze lijkt me teveel op Sofie als ze een pruik op doet lijkt ze helemaal op haar.
Tony: Britt, je weet toch dat het niets gaat uithalen als we naar die man stappen? (zuchtend)
Britt: Ik weet het, maar... maar...
Britt breekt...
Britt : Ik kan het niet meer Tony, ik wil Sofie zo graag helpen, maar ik wet het gewoon niet meer.
Tony : Ik weet het, maar ik blijf je helpen, we zorgen er samen voor dat ze vrij komt, en ik ben er zeker van dat wij het eerder vinden als de Federalen.
Britt : Ja dat is niet moeilijk, die zoeken niet.
Tony glimlacht zacht...
Nadine: En dames?! (goedgehumeurd)
Britt: Hoe kunt u nu verdomme goed gehumeurd zijn als Sofie in de gevangenis zit!!! (kwaad)
Nadine : Rustig Britt.
Tony maakt een gebaar dat ze Britt maar even moet laten. Tony neemt dan Britt mee naar de kleedkamer.
Britt : Ik kan het niet meer Tony echt niet.
Tony : Ik begrijp het en ik weet dat je veel voor je partner over hebt dat heb je bij mij ook met Frank bewezen.
Britt zucht eventjes diep...
Tony: Wil je anders naar huis gaan?
Britt : Nee, ik moet de moordenaar vinden en zo Sofie helpen.
Tony : Ga jij ju naar Sofie, neem deze foto mee en vraag of ze haar kent en hoe ze tegen haar doet.
Britt : Maar ze laten mij niet bij haar.
Tony : Dan ga je met je penning zwaaien.
Britt: Dan lukt het ook nie!! (nerveus)
Tony : He, niet opgeven, je weet toch, niet geschoten altijd gemist.
Britt : Oke, ik ga geef me die foto maar.
Tony : Dat is goed.
Dan vertrekt Britt en Tony belt meteen naar de nieuwe wandeling en legt uit wat er aan de hand is en zorgt dus zo dat Sofie al op Britt zit te wachten zonder dat Britt dat weet.
Wanneer Britt aankomt, begint ze meteen met haar penning te zwaaien, maar ze laten haar meteen door...
Sofie: Dag Britt... (zwakjes glimlachend)
Britt : He, hoe kan dat, je zit er nu al?
Sofie : Er was al voor je gebeld.
Britt : Tony.
Sofie : Dat is niet tegen me gezegd.
Britt : Laat ik maar eerst eens afhandelen waarvoor ik kwam en misschien morgen we dan nog even praten.
Sofie : Ja dat is goed.
Britt : Ken je deze vrouw?
Sofie schrikt duidelijk wanneer ze deze foto ziet...
Britt: Wat scheelt er? (verwonderd)
Sofie : Dat is mijn nicht.
Britt : Maar ze zat tussen de lieven van Nick.
Sofie : Hij zal ook wel met haar gehad hebben.
Britt: Heeft je nicht een strafblad?
Sofie: Ik weet nie... (twijfelend)
Britt: Da zal ik zo wel natrekke voor je... eerst jou weer ff opfleuren (glimlachend)
Sofie : Ik denk dat jij ook wel opgevrolijkt kan worden.
Britt : Ik ben gewoon kapot van al het verhoren.
Sofie : Tony zorgt toch wel goed voor je?
Britt : Ja dat doet ze zeker.
Sofie: Ik kom er heus wel uit, Brittje (glimlachend)
Maar dan begint Britt hard te huilen...
Sofie loopt om de tafel heen en gaat Britt troosten. Ze ziet ondertussen de streng toekijkende blik van Karin, maar ontdekt daar ook de goedkeuring in en daarom blijft Sofie Britt zich nog even tegen zich aan houden en Karin laat dit ook toe, ze weet dat beide dames het er heel zwaar mee hebben.
Britt: Waarom nou wij weer... Hebben we nog nie genoeg meegemaakt... (snikkend)
Sofie: Sht, rustig maar, alles komt wel goed... (troostend)
Britt : Hoe weet je dat zo zeker?
Sofie : Omdat ik onschuldig ben Britt.
Britt : Ik geloof in je Sofie en ik ga dadelijk die nicht van je eens flink aan de tand voelen.
Sofie: Zo ken ik je weer! (lachend)
Britt : Sofie, mag ik nog even een vraag over je nicht stellen?
Sofie : Natuurlijk, stel maar.
Britt : Hoe was jullie relatie?
Sofie : Nou niet zo goed, ze is altijd wel jaloers geweest en de laatste jaren had ik niets meer van haar gehoord tot dat ik haar bij het ontbeid tegen kwam.
Britt: Bij het ontbijt? Welk ontbijt? Wanneer was da?
Sofie: De dag voor ik beschuldigd werd... (twijfelend)
Britt: Sofie, vind je het goed als ik je nicht nu ga verhoren?
Sofie : Ja dat is goed.
Britt : Hopelijk zie ik je over een paar uur, en dan kom ik je persoonlijk ophalen.
Sofie : Ik hoop het ook.
Britt verlaat dan de Nieuwe wandeling en belt meteen naar Tony en verteld wat Sofie heeft verteld, Tony verteld dan dat zij er ook al achter was gekomen en dat ze haar heeft laten ophalen.
Britt gaat zo snel ze kan naar het commissariaat...
Daar aangekomen wordt Sofies nicht ook net in Verhoor 2 geplaatst...
Tanja : Waarom moet ik hier nu komen?
Britt : Tanja, jij kent Sofie Beeckman.
Tanja : Ja dat is mijn nicht, wat is daar mee.
Britt : Ik neem aan dat je op de hoogte gesteld bent.
Tanja : Sofie zit in de bak.
Tony : Hoe was jou relatie met Sofie?
Tanja haalt haar schouders op.
Britt: Tanja? (streng)
Tanja: Ik ben jaloers op haar.
Britt: Nog steeds?
Tanja kijkt Britt niets-begrijpend aan...
Britt: Ze zit in de bak, daar ben jij jaloers op?
Tanja : Ze zit in de bak en iedereen steunt haar nog steeds.
Britt : Waarom heb jij die jongen vermoord?
Tanja : Hij stalkte me.
Tony : Hoe ben je aan het wapen van Sofie gekomen?
Tanja : Ik wist niet dat Nick met haar in het zelfde huis woonde tot ik haar die ochtend zag, ik heb een sleutel van het huis genomen en heb dan de later ingebroken en haar wapen genomen en die jongen neer geschoten.
Britt : Waarom het wapen van Sofie?
Tanja : Ik kon daar makkelijk bij komen.
Britt: En toen dacht je, toen Sofie beschuldigd werd 'Beter zij dan ik'?
Tanja knikt bevestigend.
Britt: Bedankt voor het toegeven, Tanja. Dit is allemaal opgenomen op video. Ik ga nu Sofie uit de bak halen. (gelukkig)
Tony : Ik zal je verklaring noteren.
Britt verlaat dan het verhoor en belt naar de onderzoeksrechter en verteld hoe het er voor staat. De onderzoeksrechter zal aan de Nieuwe wandeling door geven dat Sofie onschuldig is en dat ze vrij gelaten kan worden. Britt vertrekt dan meteen naar de Nieuwe wandeling waar ze nog even moet wachten wand Sofie was nog niet klaar met in pakken en wilde toch wel van de andere gevangene afscheid nemen.
Na een half uurtje vertrekken ze eindelijk...
Ze rijden onmiddellijk door naar De Combi, waar ze bijkletsen en over van alles en nog wat praten, buiten werk en de gevangenis...
Zo eindigt alles toch nog goed voor Sofie.
*****EINDE*****
Vervolgverhaal van De flikken rukken uit
|