Zelfmoord of moord

Britt en Tony stappen over het rood-witte lint heen en lopen het huis binnen. Het stinkt er behoorlijk.
Tony: zo te ruiken ligt het lijk hier al even.
Britt antwoord niet en spreekt Ben aan.
Britt: waar ligt het lijk?
Ben: het lijk? Drie lijken. Een moeder en twee dochters. 
Ben wijst naar de trap: boven. 
Tony : Weet je al wie het zijn?
Ben : De moeder moet Veerle Koster zijn en de dochters heten Marjolein en Kirsten Verwaal.
Britt : Gescheiden dus.
Tony : Kan ook hertrouwd zijn.
Ben : Ik denk gescheiden, het ziet er niet naar uit dat er hier een man leeft.
Britt : Zal jij dat dadelijk willen uitzoeken, wij gaan boven kijken. 
Britt loopt als eerst boven en stapt de kamer in, waar de 3 lijken liggen, maar na even een snelle blik op de lichamen gekeken te hebben, loopt ze snel naar buiten en geeft over in het gras...
Tony volgt na een paar minuten, en ziet ook lijkbleek... 
Tony schudt even mee warrig haar hoofd en wacht tot de misselijkheid wat is gezakt.
Tony: die zijn behoorlijk aangepakt. 
Britt : Ja, maar ze liggen hier ook al even zeg.
Tony : Ik hoop voor de patholoog dat hij heel erg verkouden is.
Britt : Ja haast wel.
Tony : De lijken worden zo weg gehaald en de mannen gaan dan een huiszoeking doen. Zullen wij ondertussen de buren ondervragen?
Britt : Ja, weet jij toevallig wie ze gevonden heeft?
Tony : Raymond en Pasmans, ze waren opgeroepen de buren hadden geklaagd over stankoverlast. 
Britt draait zich om en bekijkt het blok huizen. Ze staan dicht op elkaar.
Britt: toch raar dat de buren niks gemerkt hebben. Die huizen staan zo dicht op elkaar. 
Tony haalt haar schouders op: we vragen het zo wel. 
Britt : Laten we dan maar gaan.
Britt en Tony lopen dan naar het huis van de buren.

Britt : Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. Wij zouden graag wat vragen stellen over uw buren?
Mariska : Mariska van Buren. Wat wilt u weten?
Britt : Wanneer heeft u uw buren voor het laats gezien? 
Mariska denkt even na: dat zou zo'n twee weken geleden zijn.
Britt: vind u dat niet raar. Je ziet ze toch wel eens buiten komen.
Mariska: ik werk fulltime en zit vaak in het buitenland. Ik begin vroeg en kom rond vijf uur thuis. Daar zal het aanliggen denk ik.
Britt: waarom bent u vandaag dan eigelijk wel thuis?
Mariska: toen ik gisteravond thuis kwam stonk het zo vreselijk. Het was al laat, dus toen heb ik besloten om de volgende dag, vandaag, de politie maar te bellen. Daar heb ik op gewacht.
Britt knikt begrijpend: en de andere buren.
Mariska: die zullen misschien meer weten. Ze zijn met pensioen en niet vaak weg.
Britt: bedankt. 
en dan gaan ze naar de andere buren
en ze bellen aan 
Mevrouw: hallo?
Britt: Britt Michiels en Tony Dierickx politie gent kunnen we even me u spreken?
Mevrouw: ja tuurlijk ik ben Betty van de boon wat wilt u weten? 
Terwijl ze dat zegt kijkt ze sneakie langs hen heen naar wat er allemaal bij de buren gebeurd.
Britt: wij wilden u vragen wanneer u uw buren voor het laatst heeft gezien?
Betty: dat zou ik echt niet meer weten. Ja, mijn geheugen is de laatste tijd zo slecht. Maar ik kan het mijn man vragen. Toon!!
Britt en Tony horen wat gestommel en wachten tot er nog iemand in de deuropening verschijnt.
Betty buigt zich wat naar Toon toe en begint hard te praten.
Betty: de dames willen weten wanneer wie de buren voor het laatst hebben gezien?!
Toon: dat weet ik niet. Mijn geheugen is de laatste tijd niet wat het wezen moet.
Dan stommelt hij terug naar binnen.
Tony kijkt Britt glimlachend aan.
Betty: sorry wij kunnen u niet helpen. 
Tony: maar heeft u deze nacht niks vreemds gemerkt hard lawaai of zo?
Betty: mevrouw wat denkt u zelf? ik en mijne man zijn zo doof als een stok!
Tony: sorry
Betty: het geeft nie m'n kind en ze aait Tony over haar wang
Britt: bedankt voor u moeite voor ons 
Betty: ook graag gedaan m'n kind en ze aait Britt ook even over haar wang 
Britt en Tony wachten tot de deur dicht is en beginnen dan te lachen.
Britt: wat een schattige vrouw zeg.
Tony knikt: we moeten nog met de patholoog gaan praten. Door onze snelle weg naar buiten zijn we dat helemaal vergeten.
Britt: zou hij er nog zijn?
Tony: dat zien we wel. kom.
Britt gaat met tegenzin weer het stinkende huis binnen en loopt langzaam de trap op. 
Pasmans : Komen jullie helpen?
Britt : We zijn vergeten om met de patholoog te praten.
Pasmans : Het rapport zal morgen op je bureau liggen.
Tony : Weten jullie al iets van de vader van de kinderen?
Raymond : Nee, wisten de buren dat dan niet?
Tony : De ene werkt de hele dag en de andere zijn doof.
Britt : Laten we op het commissariaat in de computer kijken. 
Tony: ik ben haast zeker dat ze gescheiden zijn en anders heeft hij er wat mee te maken. Je komt toch niet een paar dagen niet thuis.
Britt haalt haar schouders op: misschien is hij militair en zit hij in ht buitenland of misschien zijn ze inderdaad gewoon gescheiden. We zullen het zo wel zien.
Tony: ik rijd wel. 
Nadine : Britt wat zie jij wit vandaag.
Britt : Ik moest overgeven van de stank.
Nadine : Willen jullie mij briefen?
Tony : Ga jij alvast?
Britt : Ja dat is goed.

Britt : Raymond en Pasmans hebben het lijk van een moeder met twee dochters gevonden. De buurvrouw had alarm geslagen omdat ze last had van stank overlast. Zelf heeft ze hun twee weken geleden voor het laats gezien, maar ze werkt veel. De andere zijn niet zo helder meer in hun herinneringen en ook nog eens doof. De lichamen waren al in ontbinding.
Dan komt Tony binnen.
Britt : En de man?
Tony : Twee jaar geleden overleden aan kanker. 
Britt : Maar waarom heeft zij dan haar eigen naam dan weer genomen?
Tony : Heeft ze niet, de meisjes zijn pleeg kinderen. 
Britt zucht: het wordt een beetje gecompliceerd allemaal.
Nadine glimlacht: kom op, dames. Daardoor laten jullie je toch niet door tegenhouden.
Tony: normaal gesproken niet nee.
Nadine: en waarom nu dan wel?
Tony (vol afschuw): Nadine, je had die lijken moeten zijn. Ik heb nog nooit zoiets afschuwelijks gezien.
Nadine: des te meer redenen om te moordenaar te pakken zou ik zeggen. Zoek naar connecties en een moordwapen. 
Britt : we weten morgen pas hoe ze vermoord zijn.
Tony : Ik vond het ook wel bijzonder hoe doe moeder die meisje vast heb, een moordenaar legt dat toch niet zo neer.
Nadine : Was er sporen van inbraak?
Britt : Ja, Raymond en Pasmans hebben de deur moeten forceren.
Tony : En nog behoorlijk ook, hij was geloof ik behoorlijk beveiligt.
Nadine : Dan moet de moordenaar een bekende zijn. 
Britt: was de deur zwaar beveiligd?
Tony knikt: dat vertelde Raymond me.
Britt: dat zou kunnen betekenen dat ze werd lastig gevallen. Bedreigt of zo. 
Nadine : Er kan ook een keertje ingebroken zijn en dat ze nu haar huis veilig wilde hebben.
Britt : Ja dat is waar.
Nadine : Kunnen jullie haar ouders op de hoogte brengen, en vraag of ze nog contact heeft met haar schoonouders en de biologische ouders van die tweeling.
Tony : Is goed baas, ik heb al het adres van haar ouders. 
Britt kijkt haar bewonderend aan.
Tony: zin om te werken. 
Nadine : Goed om te horen.
Britt : Zullen we dan maar gaan?
Tony : Ja dat is goed.
Vanbruane kijk lachend hoe haar twee dames weer eens vrolijk het teamlokaal uit lopen. Het is mooi om te zien hoe goed die twee samen gaan ondanks dat ze zo verschillend zijn.
Britt : Wat is het adres? 
Tony: Rijmansweg 16.
Britt: dat is in de chique buurt.
Tony knikt bevestigend.

Na een klein kwartiertje staan ze voor de deur bij de familie Hofstede. Ze bellen aan. Na een tijdje wordt er opengedaan door een man van rond de zestig.
Britt: Britt Michiels, Tony Dierickx. Politie Gent. Mogen wij even binnenkomen?
De man steekt zijn hand uit: Rob Hofstede.
Dan laat hij hen binnen en nemen plaats op de bank. De vrouw is er inmiddels ook bij gekomen.
Britt: ik ben bang dat we slecht nieuws voor u hebben. Wij hebben vanmorgen uw dochter en haar pleegkinderen dood gevonden. Het spijt me.
De vrouw reageert totaal niet zoals verwacht.
mevrouw Hofstede : ik had ze allang niet gezien. Die kinderen nog nooit dus wat kan het schelen?
dan loopt ze de kamer uit. Britt en Tony verbaasd achterlatend. 
Rob : Veerle en vrouw hebben elkaar nooit gelegen. Mijn vrouw heeft Veerle nooit gewild. Veerle is van een verkrachter. Hij heeft haar toen veel pijn gedaan en iedere keer als ze Veerle zag deed het haar weer pijn.
Britt : Sorry dat wisten we niet?
Rob : Dat komt omdat ze nooit aangifte heeft gedaan. Het was taboe, we hebben altijd gedaan of het kind van mij is. Ik begrijp het wel dat ze het niet weer wild vertellen, ik heb gezien hoe ze verkracht werd, ik kwam thuis toen het gebeurde. 
Britt: wat verschrikkelijk. Ik begrijp de reactie van uw vrouw nu beter.
Tony: heeft u ook nooit meer contact met haar gehad?
Rob: een enkele keer. Mijn vrouw wilde dat liever niet.
Britt kijkt hem even onbegrijpend aan, maar trekt haar gezicht gelijk weer in de plooi. 
Tony : Hoelang was het geleden dat u Veerle voor het laats heeft gezien?
Rob : 6 jaar geleden.
Britt : Dus u weet echt helemaal niets meer van haar?
Rob : Ze is met haar 18 uit huis gegaan, ik was haar 6 jaar geleden toevallig tegen gekomen, het leek dat ze nu pas echt gelukkig was. Ik was niet vaak thuis en mijn vrouw gaf haar geen liefde zo als een ander kind krijgt. 
Britt: en u?
Rob: ik wilde geen onderscheid maken tussen mijn kinderen. Ook al was Veerle niet mijn eigen kind. Ik hield even veel van haar. Maar mijn vrouw stond dat niet altijd toe.
Tony: en wat vonden uw andere kinderen daarvan?
Rob: die hebben het nooit geweten.
Britt: viel het hen dan niet op?
Rob haalt zijn schouders op: wat moesten die ervan denken? Ze hadden het trouwens toch nooit begrepen. Ik deed dat eerst ook niet. Veerle heeft er toch niet voor gekozen om door een verkrachter verwekt te worden?
Britt knikt.
Rob: maar later begreep ik pas hoeveel pijn ik daar mijn vrouw mee heb gedaan.
Tony: uw andere kinderen. Gingen die nog met Veerle om?
Rob: dat weet ik eigelijk niet. Thuis werd het onderwerp 'Veerle' doodgezwegen. Niemand sprak er over.
Britt: heeft u voor mij de adressen?
Rob: ik zal even kijken.
Britt wacht even tot hij uit het zicht is.
Britt (fluisterend): wat een verhaal.
Tony: ja maar die kinderen moeten daar gewoon iets van gemerkt hebben. Dat kan niet anders. Vooral als er niet over gesproken mocht worden.
Britt knikt en ziet dan Rob weer aankomen.
Rob: hier heb je ze.
Britt kijkt even op het briefje. drie adressen ziet ze. dan kijkt ze weer naar Rob.
Britt: bedankt. 
Rob : Ik hoop dat u de moordenaar vind.
Britt : Wij ook, wist Veerle dat zij ongewenst was?
Rob : Nee, niemand weet het.
Tony : Bedankt voor de informatie.

Britt : Snap jij dat nou Tony?
Tony : Nee, maar wat gaan we doen? Eerst met haar broer en zussen praten of met haar schoon ouders?
Britt : Eerst haar schoonfamilie maar, misschien was ze daar wel gelieft.
Tony : Hopelijk. 
Britt en Tony gaan op weg naar het huis van haar schoonouders. Als ze willen aanbellen gaat net de deur open en staan er een man en een vrouw in een jas gehuld.
Man: wat kan ik voor u doen?
Tony: Britt Michiels, Tony Dierickx. Politie Gent. Kunnen we misschien even naar binnen gaan?
Man: is het dringend? We moeten eigelijk weg. we gaan eten bij onze dochter.
Britt wijst naar de deur en gebaart dat het echt dringend is.
de twee mensen draaien zich om en gaan hen voor. 
Wanneer ze met zijn 4e rond de tafel zitten begint Britt het gesprek met de nu toch wat gespannen geworden echtpaar.
Britt : Vanochtend hebben we uw schoondochter Veerle en haar twee dochters dood aangetroffen, Het spijt ons.
Man : Hoe kan dat?(geschrokken) 
Tony: ze zijn vermoord.
de vrouw begint te jammeren dat ze behalve haar zoon, nu ook haar dochter en kleinkinderen kwijt is. Britt speelt hier op in.
Britt: Veerle was als een dochter voor u?
Man: thuis werd ze volkomen genegeerd, terwijl ze zo'n lieve meid was. Ze was geweldig voor onze zoon en ook voor hun pleegkinderen. 
Tony : Hoe lang is het geleden dat u ze voor het laats heeft gezien?
Vrouw : Een maand, we zijn bij onze dochter ik Turkije geweest. Gister zijn we pas terug gekomen.
Britt : Dit is een vervelende vraag, maar weet u of ze vijanden had?
Vrouw : Nee, ik zal het echt niet weten. 
Man: ik het me haast niet voorstellen. Ze was echt een goede meid. Je kon altijd op haar rekenen.
Vrouw: en dat ze samen geen kinderen konden krijgen...
Man: dat kwam door Joris. Ze hebben zich allebei laten testen. Veerle heeft daar geen moment moeilijk over gedaan. Ze stelde gelijk voor op een kind te adopteren.
Vrouw: dat is gelukt, maar ze zaten krap in het geld, dus zijn ze daar terecht gekomen. Maar dat deed er voor hen niks toe. Ze waren gelukkig en daar ging het om, dat zeiden ze altijd.
Tony: en toen kreeg uw zoon kanker. 
Vrouw : Ja, hij heeft nooit iets gemerkt. Hij was ziek geworden en binnen 3 maanden was het allemaal over.
Man : Veerle had het er echt verschrikkelijk moeilijk mee. We hebben haar echt heel goed geholpen, ze had voor de rest niet veel mensen waar ze op terug kon vallen. 
Vrouw : Ze was heel erg gesloten, vroeger veel gepest, maar ze kon wel haar mannetje staan als het moest. 
Man: maar ze is altijd goed voor de kinderen blijven zorgen. wat natuurlijk nog moeilijker ging met een inkomen.
Vrouw: ze heeft een extra baan erbij genomen, om de kinderen toch af en toe wat extra's te kunnen geven.
Even is het stil.
Vrouw: wie heeft haar nou willen vermoorden... 
Britt : Dat willen wij ook heel erg graag weten.
Dan gaat de telefoon over. De vrouw neemt op het is hun dochter die zich afvroeg waar ze bleven. De moeder vertelt huilend dat de politie er is en dat Veerle is vermoord. De dochter bied aan om dan maar naar hun toe te komen.
Britt en Tony wachten daarom ook nog even zodat ze met de dochter kunnen spreken. 

Na een kwartier staat hun dochter in de huiskamer. Ze heeft een wit gezicht en geeft Britt en Tony bevend een hand.
Dochter: ik ben amber. Wat is er in godsnaam gebeurd?
Britt: ze zijn vermoord.
Dochter: ze? De kinderen....
Nu laat ze zich als verdoofd in een stoel zakken.
Britt: wanneer heeft u haar voor het laatste gezien.
Amber: ik weet het niet. Ik heb een drukke baan. Eigelijk zagen we elkaar alleen op familiegelegenheden. Maar we belden af en toe. We konden het goed met elkaar vinden.
Britt: wanneer heeft u haar voor het laatst aan de telefoon gehad?
Amber (fluisterend): vorige week heb ik gebeld. Verschillende keren. We zouden iets leuks gaan doen met de kinderen. Er werd niet opgenomen.
Britt: deden jullie dat vaker?
Amber: iets met de kinderen? ja zo eens in de twee maanden. Ik regelde dat met mijn man. Ze hadden niet veel geld. dus vandaar... 
Tony : U vond het niet raar dat er niet werd opgenomen?
Amber : Nee, Veerle deed veel met de kinderen, ze was vaak met ze wandelen en zo. Natuurlijk werkte Veerle ook heel erg hard.
Britt : Weet u ook op welke school de kinderen zaten?
Amber : Ja, die bij hun om de hoek. 
Britt: bedankt. Wij zullen het u laten weten als we meer weten.
Voor dat ze weggaan drukt ze Amber een kaartje in de handen.
Britt: voor als je nog wat te binnen schiet. 
Britt : Eerst maar wat gaan eten voor we naar de broers en zussen gaan?
Tony : Ja dat kijkt mij wel het verstandigst.
Britt : Ik geloof dat we daar hele andere gesprekken krijgen als net.
Tony : Zeker weten, denk meer iets in de richting van haar vader.
Britt : Ik wil eigenlijk eerst naar de school van die kinderen, die kinderen zijn minstens 2 weken niet op school geweest. 
Tony: inderdaad. Ben benieuwd wat daar voor verhaal rondgaat.
Britt gooit het stuur om en rijdt richting de school. 
Tony : Gingen wij niet eerst eten?
Britt : Daarna.
Tony : Je kan beter even wachten dan zitten al die leerkrachten bij elkaar een de koffiekamer.
Britt : En kunnen wij eten bedoel je.
Tony : Ja.
Britt : Je hebt gewonnen.
Tony : Mooi.
Britt : Naast die school zit een broodjes zaak. 
Tony: ik had eigelijk meer gerekend op de zalm in de combi.
Britt: Tony, niet zeuren. Eten is eten.
Tony zucht en geeft Britt dan gelijk. Maar moet toch nog even zeggen dat de zalm nergens zo lekker is als in de Combi.
Britt lacht even en vervolgd dan hun weg. 
Tony : Een school moet toch melden als een kind een aantal dagen zonder dat er iemand wat laat horen actie ondernemen?
Britt : Ja, Daarom vind ik het heel erg raar dat dat niet is gebeurd.
Tony : We horen het zo wel. 
Als ze na het eten op school aankomen horen ze al gelijk waarom er geen actie is ondernomen. 
Directeur: de kinderen zijn van school gehaald. Zo'n drie weken geleden.
Tony: heeft u enig idee waarom?
Directeur: nee, ik snapte er zelf ook niets van. Van de ene op de andere dag kwam mevrouw Koster met een vage smoes dat ze ging verhuizen en dat de kinderen van school gingen. 
Britt : Maar u vond het niet raar dat er geen contact is opgenomen door een andere school?
Directeur : Niet alle scholen doen dat.
Britt : Ze heeft niet gezegd waar ze naar toe zal gaan?
Directeur : Ze gingen naar Nederland, maar het plaatsje weet ik niet meer.
Tony : Bedankt voor uw tijd.

Tony : Het lijkt alsof ze het al wist.
Britt : Het zal toch geen zelfmoord zijn geweest?
Tony : Ik begin dat ook te vrezen. 
Britt: dat heeft ze dus eerst haar kinderen van kant gemaakt en daarna zichzelf. Wie doet zoiets verschrikkelijks. Je eigen kinderen ombrengen...
Tony: het kan ook iets anders geweest zijn. Bijvoorbeeld dat ze werd gestalkt of bedreigd. En daar uiteindelijk zo ban van werd dat ze besloot te verhuizen. 
Britt : Waarom is ze dan nu dood?
Tony : Misschien omdat de moordenaar er achter kwam.
Britt : Maar niemand heeft ons voor de rest verteld dat ze gingen verhuizen, en dan zal ze de huur toch op gezegd moeten hebben.
Tony : Misschien was daar zelfs geen tijd voor.
Britt : Laten we ook maar met de huisbaas gaan praten, maar eerst haar broer en zussen. 
Tony: we hebben wel erg veel gesprekken vandaag he?
Britt: ja maar dat moet wel. Iedereen denkt zo verschillend over het gezin. Maar waarschijnlijk kunnen die broers en zussen ons wel verder helpen. En ik wil weten of ze echt niet wisten dat Veerle verwekt is door een verkrachter. 
Tony : Wie woont er het dichts in de beurt?
Britt : De broer.
Tony : Laten we daar maar naar toe gaan.

Aangekomen bij het huis van de broer word er door een klein meisje open gedaan.
Britt : Is Harmen Verwaal thuis?
Meisje : Pappa is werken, maar mamma is wel thuis. 
Britt: wil je haar dan even halen?
Het meisje knikt en loopt naar binnen. Enkele seconden verschijnt haar moeder in de deuropening.
Britt: Britt Michiels, Tony Dierickx. politie Gent. 
Moeder: Lynn Verwaal. Wat is er aan de hand?
Tony: kunnen wij misschien even binnenkomen?
Lynn knikt. ze nemen plaats aan de keukentafel.
Britt: wij hebben slecht nieuws voor u. Uw schoonzus Veerle is vanmorgen samen met haar twee kinderen dood gevonden. Ze is waarschijnlijk vermoord.
Lynn kijkt hen raar aan: vermoord? Dat kan toch niet.
Tony: ging u veel met haar om?
Lynn schudde haar hoofd: ik heb haar maar enkele keren gezien. Af en toen zocht mijn man haar op. Maar daar mocht niemand wat van weten. Veerle werd thuis niet geaccepteerd.
Tony: heeft u enig idee waarom?
Lynn: nee, Harmen sprak daar niet over. Maar of hij het zelf nou helemaal zeker wist... Voor de rest heb ik er nooit wat over gehoord. 
Britt : Waar werkt uw man?
Lynn : Hij is taxichauffeur.
Britt : Tot hoe laat moet hij vandaag werken?
Lynn : Tot 6 uur, maar morgen heeft hij een late dienst.
Britt : Zou u willen vragen of hij om 10 uur op het commissariaat aan de Belfoedsstraat willen komen en dan naar Britt Michiels wild vragen?
Lynn : Ja tuurlijk. 
Britt: bedankt voor uw tijd.
vervolgens stappen de twee flikken weer in de auto en gaan op weg naar het volgende adres. 
Tony: wie nu?
Britt: de laatste gelukkig. De zus, maar ze woont in Zomergem.
Tony zucht en laat zich tegen het raam aan zakken. 
Tony : Het is pas 2 uur en ben nu al kapot.
Britt : Ja, maar je stond vanochtend om 8 uur al bij drie lijken.
Tony : Ja, laten we maar naar die zus gaan en dan binnen rijden.
Britt : Je zal zien, ze is werken.
Tony : Dan kan ik eerder achter de computer kruipen om alles in te typen.
Britt houwt haar hand tegen het hoof van Tony. 
Britt : Nee, je heb geen koorts.
Tony : Ik krijg het steeds beter onder de knie dat typen, ik ga het misschien nog eens leuk vinden. 
Tony moet lachen wanneer Britt haar aankijkt alsof ze gek is.
Tony: wat kijk je nou. Niets is veranderlijker dan de mens.
Britt kijkt haar nog even aan en concentreerd zich dan weer op de weg.

Britt belt aan. Gelukkig wordt er opengedaan. 
Britt : Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. Bent u Anoek de Koning?
Anoek : Dat ben ik.
Britt : Zouden we even binnen mogen komen?
Anoek : ja dat is goed.

Anoek : Waarom zijn jullie gekomen?
Tony : We hebben slecht nieuws, uw zus Veerle Koster is vanochtend dood aangetroffen, met haar twee dochters.
Anoek : O, ik heb haar al in geen 10 jaar meer gezien. 
Tony: wat was daar de reden van?
Anouk haalt haar schouders op: ik ging nooit veel met haar om. Toen we allebei ergens anders naar toe gingen werd dat nog minder.
Tony: hoezo ging u thuis ook al niet veel met haar om.
Anouk denkt even na: geen idee. Eigelijk werden we een beetje gescheiden gehouden. Alsof er iets mis was met haar.
Tony: en u heeft u nooit afgevraagd wat?
Anouk: in eerste instantie niet. Ik was jong en begreep het niet. Later heb ik het eens aan mijn moeder gevraagd en toen zei ze dat ik daar geen zaken mee had. Daarna deed ze de rest van de dag heel afstandelijk. Dat was de laatste keer dat ik er naar heb gevraagd. 
Britt : Maar u heeft dus nooit meer contact met Veerle opgenomen?
Anoek : Nee, thuis werd zij altijd al apart gehouden en mijn moeder had het liever niet.
Britt : Bedankt voor uw tijd. 
Wanneer Britt en Tony vermoeid het commersariaat inlopen, worden ze gelijk aangeschoten door Nadine.
Nadine: kunnen jullie mij even briefen. Jullie staan vast al een heel eind. Jullie bleven zolang weg. 
Britt : Eerst een koffie.
Nadine : Is goed.

In het kantoor vertellen Britt en Tony hoe alles er voor staat. 
Britt : De mannen hebben die al wat te weten gekomen?
Nadine : Nee, Raymond en Pasmans hebben het huis doorzocht en daarna zijn ze opgeroepen voor een ongeval, ik heb ze nog niet gesproken. 
Nadine zucht: dus eigelijk hebben jullie de hele middag gezocht en zijn jullie niets te weten gekomen?
Britt: dat is niet helemaal waar. We kennen veel van de relatie tot het slachtoffer. Hoe er over haar gedacht werd aan beiden kanten. maar ik ben niet zeker of we de moordernaar in de familie moeten zoeken. 
Tony : Ik zal graag het autopsie rapport willen hebben.
Nadine : Dat is er nog niet
Tony : Ik ga tot die tijd alles uit typen.
Nadine : Heel erg graag.
Britt : Tony, ik wil weten wat er met jou is?
Tony : Niets, ik wil niet overwerken.
Nadine : Ik zag dat niet vaak Britt, maar neem een voorbeeld aan Tony. 
Tony (lachend): ahh, wat klinkt dat heerlijk!!
Britt en Nadine grinniken en gaan dan allebei aan hun eigen werk. De rest van de dag blijven ze wachten op het autopsierapport maar dat komt niet. Om vijf uur gaan ze vermoeid op huis aan. 
Britt : Goedemorgen Tony, dat mag ook niet vaak gebeuren dat jij vroeger bent als ik te vroeg ben.
Tony : Goedemorgen, het autopsierapport is binnen gekomen toen we net weg waren.
Britt : Wat stond er in?
Tony : Ze zijn al 3 weken dood. De oorzaak is vergiftiging. De lichamen waren ook aangegeten door muizen, maar voor de rest was er geen sporen van geweld.
Britt : Welk gif? 
Tony: lees zelf maar even. Moeilijk om uit te spreken.
Britt lacht en kijkt dan met een raar gezicht naar het autopsierapport.
Britt: inderdaad! Maar we moeten kijken of iemand werkt met ehm... dat gif. Misschien is er iemand die er heel makkelijk aan kan komen en dus daarmee ze heeft vermoord.
Tony: hmm zou kunnen natuurlijk. 
Britt : Maar ik zou eigenlijk niet weten waar dat gebruikt wordt.
Tony : Ik zal eens na gaan vragen.
Britt : Jij bent echt ijverig, wat is dat toch?
Tony : Mijn goede voornemen.
Britt : Je hebt dan een raar moment uitgekozen, het is geeneens nieuwjaar.
Tony : Mag je dan niet op een ander moment een nieuw voornemen nemen?
Britt : Tuurlijk wel.
Tony : Gelukkig. 
Britt begint steeds minder van haar partner te snappen. Maar ze is toch ook blij met haar vrolijkheid. Als Tony terug komt vraagt ze gelijk of ze wat gevonden heeft.
Tony knikt: meer dan een ding trouwens. Het gif wordt gebruikt in kwekerijen. Voor planten en zo. Een of ander groeimiddel. 
Britt: mooi. En het andere?
Tony: Raymond en Pasmans hebben ontdekt dat Veerle vaak gebeld werd door een en dezelfde persoon. Vaak op vreemde tijdstippen. Proximus is bezig het nummer te achterhalen. 
Britt : Een tuinder.
Tony : Ja, maar iedereen kan het eigenlijk gebruiken als hij een tuin heeft.
Britt : Zo makkelijk is het toch niet te verkrijgen?
Tony : Moet je zo maar even aan Raymond vragen, die weet dat vast wel.
Britt : En anders vraagt hij het denk ik wel aan Lidy.

Raymond : Goedemorgen dames, al vroeg aan de arbeid.
Britt : Goedemorgen Raymond, we hebben je hulp nodig.
Raymond : Waar kan ik jullie mee helpen?
Britt : Weet je of dit spul makkelijk te verkrijgen is?
Raymond : Het licht niet in de winkel voor het grijpen, maar je kan het bij een tuincentrum wel bestellen, zijn ze hier mee vermoord?
Tony : Ja.
Het is sterk spul, ik geloof niet dat ze veel pijn hebben gehad. 
Britt: laten we dat dan maar 'gelukkig' noemen. Weet je toevallig de werking van het spul? 
Raymond : Het is supergoed om onkruid weg te krijgen, maar in een mens weet ik het niet, maar het doet wel behoorlijk wat geloof ik.
Britt : Bedankt.
Tony : Zullen we eens in haar schuur gaan kijken, misschien licht het daar wel.
Britt : Zal de moordenaar dat daar dan gewoon terug zetten?
Tony : Je weet het nooit. 
Britt en Merel lopen naar de auto.
Britt: zou die Veerle dat wel hebben dat spul? Ze heeft zo'n kleine tuin.
Tony: ik zou het niet weten. Maar ja laten we er nou gewoon maar langsgaan.
Britt: ja sorry. Maar ik heb echt geen zin om weer de halve dag in de auto te zitten. 
Tony : We moeten toch meer weten, we kunnen nog met andere buren gaan praten, misschien komen we toch iets verder.
Britt : Je hebt me overtuigd.
Tony : Ik begin goed te worden hè. 
Britt: ik heb toch nooit gezegd dat je slecht was?
Tony lacht: dat zei ik toch ook niet.
Britt kijkt verbaasd als Tony een straat in rijdt.
Britt: gaan we nou toch nog even langs haar huis?
Tony: inderdaad en dan langs haar zus in Zomergem. Die hadden zo'n groot huis 
Britt : Tony je bent goed, maar om 10 uur staat haar broer wel op het commissariaat.
Tony : Oke, dan eerst even in het huis van Veerle kijken en dan naar het commissariaat. En als hij weg is naar haar zus.
Britt : Dat is goed. 
Britt zucht even en kijkt naar buiten. Ze denkt aan de kleine huisjes die haar staan. Je moet het wel heel slecht hebben als je hier woont.
Tony: waar denk je aan?
Britt maakt een gebaar naar buiten.
Britt: aan deze arbeiders wijk. Hoe slecht die mensen het hebben.
Tony knikt even en denkt kort aan vroeger, toen zij ook hier ergens woonde. Snel schud ze die gedachten van haar af en parkeert de auto voor het huis van Veerle. 
Britt : Tony, hier staat een hele bus met dat gif.
Tony : Is hij nog vol?
Britt : Ik zal even kijken?

Britt : Hij is bijna leeg.
Tony : Laat hem naar het labo brengen.
Britt : Hoe zou ze het eigenlijk hebben ingenomen?
Tony : In eten denk ik.
Britt : Ja, maar ik snap niet dat het is terug gezet.
Tony : Kijk hier een brief.
Britt : Maak eens open?
Tony maakt de brief open en begint hem te lezen.

Tony : Het is een afscheidsbrief.
Britt : Dus toch zelfmoord? 
Tony: ik denk het.
Britt: ik geloof het gewoon niet. Je vermoord niet je twee kinderen.
Tony: Britt. Even bij blijven. Een afscheidsbrief.
Britt: ja net of dat alles zegt. Wie weet is dat ook in scène gezet.
Tony: Kom op. Je maakt het nu allemaal wel heel gecompliceerd. Dat is niet nodig.
Britt wordt nu wat boos: een moordenaar laten lopen omdat hij een afscheidsbrief heeft geschreven ... dát is niet nodig! 
Tony : Je moet het niet op mij afreageren.
Britt : Waarom zal die brief in de schuur liggen denk je, waarschijnlijk heeft de moordenaar hem geschreven maar hem vergeten mee te nemen.
Tony : We laten die brief door de schoonfamilie lezen, dit is zo'n speciaal handschrift dat zullen ze zeker herkennen of juist niet.
Britt : Oke, maar dan eerst de broer. 
In het verhoor met Harmen beginnen ze niet gelijk over de afscheidsbrief.
Britt: heeft u uw zus nog wel eens gezien?
Harmen: gezien niet. Maar ik stuurde haar nog wel altijd een kaartje op verjaardagen en met kerst. En heel af en toe belde ik haar.
Britt: wisten uw ouders daarvan?
Harmen: ben je me daar gek! Die zouden me wat doen. Vooral mijn moeder.
Britt: hoe kwam dat?
Harmen: ik heb werkelijk geen idee. Er werd nooit meer over haar gesproken toen ze het huis uit was. En daarvoor was ze altijd al het buitenbeentje, omdat mijn moeder weinig aandacht aan haar besteedde. Ze verbood ons bijna om nog met haar om te gaan.
Britt: waarom belde u haar dan altijd toch?
harmen zucht: ze blijft mijn zus. En eigelijk... ik heb altijd een beetje medelijden met haar gehad. 
Tony : Zou jij het handschrift van je zus herkennen?
Harmen : Ja, ze had een heel sierlijk handschrift, dat herken je meteen.
Dan legt Tony de brief voor zijn neus.
Harmen : Ja, dit is echt door haar geschreven, zeker weten. 
Tony kijkt Britt aan met een blik van 'zie je wel'. Britt wenkt Tony dat ze mee naar buiten moet komen.
Britt: we zijn zo terug.

Tony: wat is er nou?
Britt: ook dit bewijst niets. Ze kan die brief toch onder dwang hebben geschreven? 
Tony : Je wild het echt niet inzien.
Britt : Ik wil zeker zijn.
Tony : Laten wel dadelijke met de huisbaas gaan praten en wachten wat het labo zegt.
Britt : Oke, maar ik geloof niet dat ze zelfmoord heeft gepleegd.
Tony : Waarom niet, die vrouw heeft een afschuwelijk leven gehad, nu is ze haar mans kwijt, ze heeft geen geld. 
Britt: maar ze heeft wel twee kinderen om voor te zorgen en waar ze van hield! 
Tony zucht en kijkt haar aan: misschien kon ze zelfs daar niet meer voor zorgen.
Britt: dan zoek je hulp. Maar je vermoord niet je kinderen!
Britt was steeds harder gaan praten. Uit verscheidene deuren kwamen nu mensen kijken naar wat er aan de hand is. 
Tony : Britt, niet iedereen is hetzelfde.
Ook Nadine was op de ruziënde dames afgekomen.
Nadine : Britt en Tony wat is er hier aan de hand?
Tony : Een meningsverschil.
Nadine : Zijn jullie klaar met het verhoor?
Britt : Bijna.
Nadine : Maak dat af en kom dan bij mij. 
Britt en Tony stappen het verhoor weer in.
Tony: heb je je zus de afgelopen tijd nog gezien?
Harmen schudt zijn hoofd.
Tony: dan zijn wij voorlopig klaar. Houdt u zich beschikbaar.

Nadine: wat was er daarnet nou allemaal aan de hand? Kon jullie hier horen roepen. 
Tony : Er zijn steeds meer aanwijzingen dat die vrouw haar dochters vermoorden heeft en zelfmoord heeft gepleegd, maar volgens Britt vermoord iemand zijn kinderen niet en pleegt geen zelfmoord.
Nadine : Britt, wat zijn de aanwijzingen tot moord? 
Britt wordt lichtjes rood.
Nadine: niet veel of niets dus. En wat zijn de aanwijzingen tot zelfmoord?
Tony: we hebben een brief gevonden en we weten dat ze het moeilijk heeft gehad. Haar man is overleden, weinig geld. Haar familie praatte op een enkeling na niet met haar. Ik blijf er dus bij dat het zelfmoord is.
Nadine: waarom vind jij dan van niet Britt? als ik zo hoor wat Tony allemaal te zeggen heeft...
Britt: ik geloof het gewoon niet. 
Nadine : Probeer vandaag nog wat te vinden dan, maar als je het niet vind moeten we het toch aan de feiten toegeven.
Britt : Minder dan een dag om het te bewijzen dat het moord is?
Nadine : Sorry Britt, maar ik denk dat de onderzoeksrechter het ook zo zal zien en het niet toelaten dat jullie verder gaan. 
Britt: ik ben zeker! dus ik laat het niet hierbij zitten.
Boos staat ze op en neemt plaats achter haar bureau. Verwoedt begint ze in haar computer te zoeken naar iets dat ze zelf eigelijk ook niet weet. Nadine zit nog steeds met Tony in het kantoor.
Nadine: wat is er met haar aan he hand?
Tony: pfff ik weet het niet. Maar ze is in ieder geval erg koppig.
Nadine: dat had ik al gemerkt. 
Tony : Ik denk dat ze het persoonlijk neemt.
Nadine : Je bedoelt dat ze ook haar man is verloren en ook een kind heeft.
Tony : Ja, ze geeft ook allemaal oplossingen die Veerle had kunnen nemen.
Nadine : Wat wilde je nog gaan doen?
Tony : Ik wil nog met de huisbaas gaan praten.
Nadine : Doe dat maar.

Tony : Britt, je raad nooit wie de huisbaas is.
Britt : Tavaniers?
Tony : Helemaal goed.
Britt : Nodig jij hem uit?
Tony : Dat zal ik doen. 
Britt: zo meneer Taverniers. Daar zitten we weer.
Taverniers: als ik iets voor de politie kan doen...altijd.
Britt: we willen u iets vragen over het huis van Veerle Koster. 
Taverniers: kan ik het alweer verhuren?
Britt (geïrriteerd): nee, het labo is nog bezig. Heeft u voor de volgende maand al huur gekregen?
Taverniers schudt zijn hoofd: maar daar kijk ik niet van op. Die griet wilde nooit betalen. 
Tony : Waarom wilde ze nooit betalen?
Taverniers : Omdat ze nooit geld had zij ze. Haar kinderen kosten veel geld.
Tony : Hoe kon ze u dan wel betalen?
Tavaniers : Dat weet ik niet, maar het ging niet gemakkelijk, ik moest meerdere keren langskomen.
Britt : Wanneer bent u voor het laats geweest?
Tavaniers : Drie en halve week geleden, ik zou eigenlijk morgen weer gaan, maar dat is niet nodig.
Tony : Nee, u zal geen geld ontvangen. 
Taverniers: nee inderdaad. En ik kan het niet eens verhuren. Die lui brengen me altijd in de problemen. 
Britt : Ze heeft er anders niet om gevraagd om dood te gaan.
Tavaniers : Wie zal haar doden, er is niets bij haar te halen.

Tony : Ik wil even contact opnemen met de bank.
Britt : Hoezo?
Tony : Weten hoe het er financieel precies bij haar uitzag.
Britt : Heel erg krap.
Tony : Ik wil weten hoe krap.

Tony : Tavaniers had gelijk dat er niets bij was te halen.
Britt : Ja dat wist ik ook.
Tony : Veerle stond heel erg ver in het rood, eerdaags had er een deurwaarder voor de deur gestaan. 
Britt zucht.
Tony: Britt zou je je er niet eens bij neerleggen dat echt alles wijst naar zelfmoord? 
Britt : Ik heb nog een halve dag.
Tony : Ja, ik ook en ik zou liever wat nuttiger gaan doen dan dit volhouden het is zelfmoord.
Britt : Waarom zijn die kinderen dan dood?
Tony : Om ze geen erfenis achter te laten, wat denk je dat ze daar blij mee zijn met die schulden. Die kinderen hebben geen toekomst. 

Britt: als ik het zo hoor dan hadden die kinderen al geen toekomst.
Tony: inderdaad. En wat als ze die kinderen had laten leven. Dan hadden ze vast ook geen fijn leven gehad. Hun vader en hun moeder kwijt. 
Britt : En hun echte ouders kwijt.
Tony : Wat is de rede eigenlijk dat ze ter adoptie zijn aangeboden?
Britt : Geen idee, kunnen we nagaan.
Tony : Oke, zal ik wel doen. 
Britt knikt en zakt neer op haar stoel.
Britt: en wat doe ik.
Tony: jij haalt koffie en iets uit de automaat voor mij.
Britt lacht en gaat op weg. Op het moment had ze toch niets beters te doen. 
Als Britt terug komt met de koffie is Tony druk in gesprek. Britt begint dan maar aan het papierwerk wat ze allemaal nog moet doen, Na een dik halfuur legt Tony de telefoon dan eindelijk neer een neemt een slok van haar koude koffie.
Britt : Zal ik nieuwe voor je halen?
Tony : Graag, maar zal ik dan eerst vertellen wat er mij is verteld voordat het weer koud is?
Britt : Dat is goed.
Tony : De tweeling was te vroeg geboren en moest daarom langer in het ziekenhuis blijven. De ouders reden dagelijks heen en weer naar het ziekenhuis om hun kinderen te bezoeken, op een dag zijn de ouders van de weg gereden en hebben het ongeluk niet kunnen overleven, de vader heeft nog 3 jaar in coma gelegen, maar is ook overleden. 
Britt zucht: het wordt er niet vrolijker op.
Tony: nee inderdaad niet.
Britt: ik denk dat ik zo onderhand moet gaan toegeven?
Tony: ja ik denk het wel. Maar ik zie aan je dat je het echt niet wilt geloven. 
Britt : Ik vind het raar, de moeder lag tussen haar dochters in.
Tony : Ze kan de kinderen eerst hebben vermoord en dan zichzelf en dan de kinderen nog voor haar dood hebben vast gepakt.
Britt : Ik bel de patholoog of dat zal kunnen?
Tony : Geef je dan toe?
Britt : Ik denk dat ik dan echt wel toe moet gaan geven. 
Tony knikt opgelucht dat Britt heeft toegegeven. Ondertussen belt Britt met de patholoog. Na een paar minuten legt ze de telefoon neer.
Tony: en?
Britt: het zou kunnen. 
Tony : Laten we deze zaak dan maar helemaal gaan afsluiten?
Britt : Ja, we moeten het ook nog aan de vader en schoonouders gaan vertellen.
Tony : Maar eerst eten, het is al 2 uur en ik vind het wel tijd voor een broodje.
Britt : Ja dat lijkt mij ook een heel goed idee.

Na het eten maken ze het papierwerk van deze zaak af en gaan dan nog langs de vader, die heeft nu pas echt ingezien hoe slecht hij is geweest. De schoonfamilie was ook behoorlijk geschrokken van het nieuws dat het zelfmoord was.

Einde 

Vervolgverhaal van de club flikken10 

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]