De
perfecte minnaar
- ‘Hey.’
- Hij
glimlachte. ‘Hey. Ça va?’
- Ik
knikte. ‘Jaja... Mèdu?’
- Hij
glimlachte iets breder. ‘Jaja, ça va.’
- Het
werd stil. Nonchalant bleef hij in de deuropening staan.
-
- Hij
wachtte.
-
- Op het moment
dat hij naar binnen mocht.
-
- Ik wíst dat hij
graag naar binnen wilde, maar ik was totaal niet zeker of het wel zo’n
goed idee was om toe te geven. Ik twijfelde. Zou ik hem naar binnen laten en
beantwoorden aan mijn verlangens, of zou ik de deur best in zijn
- gezicht
dichtgooien? Ik durfde niet kiezen.
Hij keek me aan, in zijn ogen stond overduidelijk te lezen dat hij nu toch
wel eens wilde weten waar hij aan toe was. Hij zei het ook nog eens,
‘En?’.
-
- En
weer die glimlach.
-
- ‘Al
besloten?’
-
- Subtiel
was hij steeds wat dichter bij mij komen staan. Ik voelde zijn warme adem in
mijn hals, ik rook de geur van zijn deodorant en zijn aftershave.
-
- En ik zag hoe
hij mij al uitkleedde met zijn ogen.
-
- Voor
ik er erg in had, zoende hij mij en duwde hij mij naar binnen. Hij trok de
kleren van mijn lijf, en ik deed bij hem hetzelfde. Na een tijdje hevig
zoenen zochten we onze weg naar de slaapkamer. We vonden ze niet. We liepen
daar maar, zonder te kijken waar precies. Ik struikelde over een stapel
tijdschriften die ik op de grond had neergezet – bij gebrek aan een tafel.
Ik zei één keer ‘auw’ - ik was toch redelijk hard met mijn hoofd op de
vloer gekomen en hij was ook nog bovenop mij gevallen, maar een tel later
ging ik weer volledig op in waar ik mee bezig was.
-
- Vaak
genoeg heb ik me afgevraagd waarom. Ik was gelukkig getrouwd, maar toch
bleef ik tot hem aangetrokken. Ik wilde het niet, ik wil het nog stééds
niet, maar het gebeurt toch, élke keer weer. Misschien is het wel omdat mijn
ventje er nooit is om mij ervan te weerhouden, hij doet niet erg zijn
best om ervoor te zorgen dat ik genoeg heb aan hem alleen. En tja…, Thomas
was daar op de juiste plaats en op het juiste moment… Thomas… Hij was de
gene met wie ik mijzelf en mijn man bedroog. Als ik nadien terug alleen ben
probeer ik dit overspel goed te praten, maar er is precies geen goede reden
voor te vinden…
-
- Ik
wist dat hij ook nog anderen zag, zowel mannen als vrouwen. Even dacht ik
nog dat hij een soort gigolo was, en dat hij over een tijd met de rekening
bij mijn ventje zou komen aankloppen. Ik had het mis. Hij was gewoon een
boekhouder bij een volledig betrouwbaar bedrijf, niks mee aan de hand. ’s
Avonds en in ’t weekend deed hij niks dan luieren, of bij mij langskomen.
Of bij die anderen natuurlijk. Maar veel deerde mij dat niet. Zijn lijf,
zijn charmes, … Er was direct die klik toen ik hem voor ’t eerst zag.
’t Was vanop een afstandje dat ik ‘m zag staan, maar ik wist direct
zeker dat ik met deze man minstens een keer de liefde wilde bedrijven. Of
dat er dan ook sprake was van liefde maakte mij niet uit, zolang het maar zo
leek was het goed. En patat! Nog diezelfde avond wast
van da. Mijn eerste affaire was geboren. Ik was blij dat ik hem had
leren kennen, maar trots was ik niet. Daarom deed ik mijn best om geen
argwaan te kweken. Ik vertelde niemand iets, zelfs niet aan mijn beste
vrienden. Het zou mij wel overkomen dat iemand mijn ventje zou inlichten, en
dat wilde ik vermijden. Want ondanks deze affaire zag ik hem graag,
doodgraag, zélfs als hij er tijden lang niet was. Ik zou desnoods alle
mannen neerknallen, als hij dan weet dat ik enkel hem en niemand anders
graag zie. Niks staat onze relatie dan nog in de weg.
-
- Ik
wil ook niet scheef bekeken worden. Want ik ben altijd zó ontzettend
eerlijk… Pff, bullshit. Niemand is perfect, dat weten zij en ik weet ’t
ook wel, maar ik wil graag de schijn ophouden dat ik de perfectie toch
redelijk benader.
-
- Soms
vraag ik mij écht af wat ik aan het doen ben…
-
- …
-
- En
wíe ik eigenlijk ben…
-
- Hoofdstuk 1
- ’t
Zou best kunnen dat ik een losbol moet zijn, enfin, ik schijn dat vroeger
geweest te zijn. Weglopen van huis, experimenteren met drugs en alcohol láng
voor dat eigenlijk mocht, seks voordat ik er wettelijk gezien zelf mee kon
instemmen, en nog van die zever…
-
- Ach
nuja, ik voel me ook een losbol. Coupke, nóg een coupke, nóg coupkes,
meervoud… En dan komt ge al eens een sympathieke gast tegen, ge doet daar
eens een klapke mee, je krijgt nog een coupke, ge bedankt met een veel
belovende tongzoen en voor je ’t weet lig je te vozen met diezelfde gast
van wie je de naam niet eens kent…
-
- Welke muts gaat
er dan ook vreemd?
-
- Ik
weet dat Florian in Irak zit om die mensen daar wat koest te houden en
bijgevolg dus niet op mij kan letten en kan zien of ik mij wel gedraag enzo,
maar toch… Ik heb de hele tijd het idee dat hij alles kan zien wat ik doe,
dat hij straks thuiskomt en direct de scheiding aanvraagt omdat hij weet dat
ik hem bedrogen heb.
-
- ‘Maar hè, een
vrouw wil ook wel eens wat…!’
-
- En
nadien voel ik mij klote…
-
- Hij
belde daarstraks, voor ’t eerst in vier maand hoorde ik zijn stem nog
eens.
-
- Voor ’t eerst
dat ik überhaupt eens iets van hem hoorde.
-
- Geen
brieven, geen foto’s, niks. Elke dag sta ik op en ga ik slapen met de
gedachte dat hij misschien levend begraven is in één of andere
platgebombardeerde legerbasis, of dat hij is onthoofd tijdens een
plotselinge overval, of…
-
- ‘Hey
lieveke… Ge vindt ’t toch niet erg dat ’t ik jou hiervoor laat
betalen, hm?’ Hij gaf zómaar, inééns teken van leven, en dan nog vanuit
the middle of nowhere… Who
cares about the collect in a collect call?
‘Neenee… Ik
ben al lang blij dat ik je even hoor… Hoe gaat ’t met je?’
- ‘Goed…
’t Is voor ’t moment redelijk rustig, de afgelopen dagen eigenlijk al.
Er is volgens de Rambo al zestig
uur geen zak gebeurd…’
- ‘Hm,
goed en slecht nieuws dus.’
- ‘Hoe
bedoel je?’
- ‘Nuja,
’t goede nieuws is dat je nog leeft, ’t slechte dat je niet gewond bent
en dus niet naar huis komt.’
- Hij
zuchtte. ‘’t Spijt me… Ik dacht niet dat ik nog zou worden
uitgezonden. Maar blijkbaar vonden ze die knieblessure niet ernstig genoeg
om mij in België te houden.’
- ‘Dat
blijkt.’ Nu zuchtte ík. ‘Luister Flo, ik wil dat je een andere job
zoekt van zodra je terug bent. Een job waarbij ik meer zekerheid heb dat ik
je nog ga terugzien. No way dat
jij nóg een keer wordt uitgezonden naar een of ander land waar twee
grootmachten vechten omdat ze niks beters te doen hebben en vanwege hun
zielige jeugdsentiment. En dan bedoel ik die zakken die zichzelf nu
president of koning noemen, die zakken die vroeger graag oorlogen naspeelden
met hun Lego, díe zákken…, ik zou ze graag persoonlijk de keel
oversnijden.’
- ‘Dorien…’
- ‘Nee
Flo, ik meen ‘t. Ik ben ’t nu al spuugzat dat ik een militair getrouwd
ben. Kun je je voorstellen dat ik daar vroeger van droomde? Neeneenee, jij
gaat uit dat leger. En misschien mag ik dat wel niet van je vragen en vind
je me nu egoïstisch enzo, maar ik doe het toch. Ik wil niet eindigen zoals
mijn moeder, zielig en alleen. ’t Enige verschil is dat wij nog altijd
geen kind hebben samen. En als je nu besluit om in ’t leger te blijven,
zorg dan in ieder geval dat we een kind hebben.’
- ‘Lieveke…,
je weet wat de uitslag was van de test. ’t Gaat niet.’
- ‘Ja,
wrijf ’t er nog even in…’
- ‘Kan
ik eraan doen? Nee. Kan jij eraan doen? Nee. … Niemand kan hier ook maar
íets aan doen, Dorien…’ Hij zuchtte. ‘We zullen de mogelijkheden wel
eens overlopen als ik thuisben… Oké?’
- ‘Hm…
Ja…’
- ‘Mijn
tijd zit erop, de rest wil ook bellen.’
- ‘Ja.’
- Een
stilte.
- ‘Hoe
dan ook…, ik hou van je.’
- ‘Ik
ook van jou… Maar kan je alsjeblieft niet even zorgen dat je een kleine
schotwonde krijgt ofzo? Dan kan je naar huis… … Flo…’
- ‘Hm…?’
- ‘Ik
mis je. Ik wil dat je naar huis komt, nu direct.’
- ‘Ik
mis jou ook, lief…’
- Weer
een stilte.
- ‘’t
Spijt me.’
- ‘Wat?’
- ‘’t
Spijt me dat ik zoveel fouten maak. ’t Spijt me zo… Maar vergeet
alsjeblieft niet dat ik van je hou, vergeet dat níet, hoor je? Wat ik ook
doe, ik hou van je.’
- ‘Ik
ook van jou… Kusje…’
- ‘Kusje…’
Maar hij had al opgehangen.
-
- Ik
wist zeker dat hij nu op z’n minst een keer zou gaan denken dat ik hem
bedroog. De kans dat hij de scheiding zou aanvragen van zodra hij terug was,
was flink gegroeid. Met veel dank aan mijzelf.
-
- ‘Een vrouw wil
ook wel eens wat…’
-
- Pure
onzin.
-
- Hoofdstuk 2
- Hij
heeft iets, iets wat ik graag heb in een man. ’t Is zijn manier van doen
denk ik, en zijn glimlach heeft er vast ook iets mee te maken… Die is
mysterieus, en de manier waarop hij sommige dingen aanpakt maken ‘m nog
mysterieuzer. Dat alles op zo’n manier dat je ’t mysterie wil
ontrafelen. Ik heb die mysterieuze types eigenlijk altijd gemeden, omdat ik
bang ben dat ik zo iemand nooit helemaal ga kennen, dat er altijd iets
verborgen blijft om bang van te zijn.
-
- Ik
heb hem wel verteld dat ik mij er niet comfortabel bij voel en de affaire
’t liefste helemaal zou beëindigen, maar hij weet mij steeds zover te
krijgen dat ik er tijdelijk vanaf zie. Wat een zoen en een paar lieve
woorden al niet kunnen doen… Ik word er kotsmisselijk van als ik eraan
denk, maar op dat bewuste moment kan ik er juist van genieten. Misschien júíst
omdat er überháupt iemand is die lieve woordjes zegt of mij een zoen
geeft…
-
- Elke
keer als ik mijn eígen ventje zie
of hoor, of alleen nog maar aan hem denk, heb ik spijt. Spijt dat ik steeds
opnieuw op de avances van een ander inga, opnieuw, en opnieuw, en opnieuw…
Spijt dat ik de persoon die ik ’t allerliefste zie, blíjf bedriegen. Maar
‘t is precies een verslaving: ik wil wel stoppen, maar ’t lukt niet. En
ik denk niet dat ze hier pleisters voor hebben… En daar word ik wanhopig
van. De tijden met Thomas zijn heerlijk, ik geniet intens van zijn
liefdesspel en hij is ongetwijfeld de perfecte minnaar. Maar hoe langer ’t
duurt, hoe schuldiger ik mij voel. Tegen over mijzelf, tegenover Thomas,
tegenover mijn omgeving, …
-
- Maar vooral
tegenover Dominique.
-
- Want
ik heb ‘t ‘m beloofd. Ik heb luidop gezegd dat ik zijn man wil zijn, ik
heb beloofd heb trouw te blijven,
-
- ‘in goede en
kwade dagen,
- in armoede en
rijkdom,
- in ziekte en
gezondheid,’
-
- ik
heb gezegd dat ik hem wil liefhebben en waarderen,
-
- ‘al de dagen
van ons leven.’
-
- …
-
- Ons
huwelijk was de bevestiging van onze liefde voor elkaar.
-
- En nu ben ík de
gene die ’t verkloot.
-
- Ik
heb ’t hem al zovaak willen vertellen. Maar elke keer wint de gedachte dat
ik hem geen pijn wil doen het van de waarheid. Ik zie hem dan zo voor mij,
huilend, schreeuwend, … Dat wil ik niet. Ik wil niet dat hij pijn heeft om
een fout van mijn kant, een domme fout… Maar Dominique…, hij is niet
achterlijk. Ik zie in zijn ogen dat hij ’t eigenlijk al weet, dat hij mij
gewoon doorheeft. En óngetwijfeld zal ik vanavond weer op ’t punt staan
om ’t hem te zeggen, om alles uit te leggen, maar op het kritieke moment
maak ik mezelf weer wijs dat ’t niet het juiste moment is. ’t
Is nooit ’t juiste moment, en dat gaat er ook nooit komen… En dat
wist ik al lang. Maar dat stemmetje in mijn hoofd gaat dat blijven herhalen.
Uw plaat blijft hangen.
-
- Och
Dominique… ’t Spijt me zo…
-
- Hoofdstuk 3
- Op
den duur verlangde ik er zó erg naar dat ik ‘m zelf opbelde, ondanks mijn
bezwaren sinds mijn vorige – prille – affaire. Enfin, voor zover dat je
dat een affaire kon noemen… Er was een soort van…, klik,
en na een tijdje was er een kus, en weer een tijdje later nóg een kus, maar
dat was ‘t. Grr, een goed voorbeeld van een anti-climax…
-
- …
-
- Maar
dit is dan wat anders. Dit kan je wél een affaire noemen. ’t Is precies
alsof ik ’t erom doe, alsof ik er trots op ben, maar dat is niet zo, ’t
is me gewoon overkomen… *zucht* Díe zin is al oud…
-
- Maar
als de bel dan gaat…, mijn hart bonst in mijn keel.
-
- Een
glimlach.
-
- Even
die opwinding.
-
- Mijn minnaar
staat voor de deur…
-
- Met
een huppeltje en een beheerst sprintje begeef ik mij naar de deur. Ik zwaai
‘m open, en doe een poging om verleidelijk en charmant, doch niet
opvallend de doorgang te blokkeren. ‘Hey.’ En voor ik ’t weet lig ik
ergens in mijn immense huis te vozen met iemand waarmee ik absoluut niet
betrapt wil worden, zéker niet door Johan.
-
- ’t
Is eigenlijk nogal cliché, een wat oudere – naar haar mening ook
uitgezakte – vrouw die – ook naar haar mening – niet genoeg intimiteit
en liefde van haar echtgenoot krijgt, die de overige intimiteit en liefde
bij een jong blaadje gaat zoeken. Dat jong
blaadje doet er eigenlijk niet veel toe, enfin, eigenlijk wel; je wilt
aan jezelf bewijzen dat je nog best een jonge gast kan krijgen, en ontkennen
dat je helemaal nog niet zo oud bent omdat je dus nog een jongere gast kan
krijgen… Desperate housewife’s theory noemen ze dat.
-
- Enfin,
zo noem ik ‘t.
-
- …
-
- En
ja, achteraf kruipt dan dat schuldgevoel over mij. Ik voel mij steeds
kleiner worden tegenover Johan, de leugens stapelen zich op, alles komt op míjn
schouders terecht omdat ik de getrouwde vrouw in het verhaal ben, en
diezelfde leugens, die ballast, ’t drukt mij helemaal in elkaar. Hij
vraagt wel eens wat er is, ik antwoord dan meestal met ‘moe’ of
‘hoofdpijn’. En dan heb ik het nog niet eens over als híj goesting
heeft…
-
- Ik
wéét dat hij daarom naar de hoeren gaat, ik heb ‘m zovaak zien binnen
gaan tijdens patrouilles en andere autoritten door ’t stad, wetende dat
onze gezamenlijke rekeningen steeds
just op tijd worden aangevuld om rond te komen. Normaal gezien zouden we
zat geld hebben, maar hij geeft alles aan zijn madammen.
-
- Als
ik ‘m dan ergens zie binnen gaan waar dat ik ‘m niet had willen zien
binnen gaan, zou ik eigenlijk uit mijn wagen willen stappen, ‘m verrot
schelden, de scheiding aanvragen en z’n kop omwringen, maar ik doe ’t
niet omdat ik zelf net zo hard meewerk aan het verkloten van mijn
huwelijk… Soms haat ik mijzelf. En ’t is dáárom. Hij heeft ’t er
daarstraks nog eens goed ingewreven. We waren aan ’t lachen met een
anekdote over een man die naar een hoer ging, terwijl zijn vrouw thuis haar
minnaar ontvang. Lachuuhh…
-
- Hoofdstuk
4
- ‘Een
tafel voor twee alstublieft.’
- De
ober begeleidde ons naar een tafeltje bij het raam. Hij stak de kaars die
midden op de tafel stond, aan, en vroeg ondertussen of we al iets wilden
drinken, als aperitief. ‘Twee coupkes.’ Ik gaf Thomas een beheerste
schop onder tafel. ‘Jij betaalt hoor!’ Ik lachte, ik had het naar mijn
zin. En dat terwijl ik eerst helemaal niet met hem in ’t openbaar gezien
wilde worden.
-
- Maar
plots trok iets mijn aandacht. ‘Ohnee…,’ zei ik zacht. ‘Wat is
er?’, vroeg Thomas bezorgt. ‘Ohnee…,’ herhaalde ik, terwijl mijn
mond steeds verder dreigde open te zakken. ‘’t Is niet waar hè…!’
Ik ging ‘gewoon’ op mijn stoel zitten, met mijn hand voor de zijkant van
mijn gezicht. ‘Er zit daar een oud-collega van mij. Die blonde. En d’r
dochter is er ook bij, da’s mijn werkpartner.’ Zachtjes liet ik een paar
keer ‘Godverdomme’ en ‘Shit’ ontsnappen. Ik spreidde mijn vingers
een beetje, zodat ik ’t restaurant in kon kijken. ‘Wat doet zíj
hier?’, hoorde ik Thomas plots zeggen, naar mijn mening véél te luid.
‘Shtt!’, maar ’t was al te laat.
-
- ‘Héé
Wilfried!’
-
- Ik
zuchtte, haalde mijn hand weg bij mijn gezicht en liet met een glimlach
weten dat ik hen gezien en gehoord had. Maar dat was voor hen blijkbaar niet
genoeg. Ze kwamen richting onze tafel gelopen. ‘Hé die Wilfried,’ zei
Britt. ‘Ça va?’ Ik knikte en glimlachte voorzichtig. ‘Jaja… Medu?’
‘Ook hè,’ zei ze glimlachend. Bij gebrek aan gesprekstof schoot mijn
blik opzij. Ik glimlachte. ‘Dorien…’ ‘Wilfriedje…,’ zei zij met
een kleine glimlach.
-
- Weer
een stilte.
-
- Even
vreesde ik dat ik ze zou moeten voorstellen aan Thomas, dat ik zou moeten
liegen dat hij gewoon een vriend is. De leugen zou nogal obvious zijn, want wát moet een ouwe lul als ik met een gewone
vriend van halverwege de twintig?
-
- En
op zo’n moment voel ik me écht oud.
-
- Dominique
zegt vaak genoeg dat dat best meevalt, maar daar ben ik het niet mee eens.
Over een goede vijftien jaar kan ik met prepensioen als ik zou willen…
Vijftien jaar!
-
- Een
oud-collega slash goede vriend van
mij zei ooit eens: ‘Ik heb de top van de berg al gezien. Vanaf nu gaat
’t alleen maar berg afwaarts…’ En nu snap ik wel wat hij bedoelt. Ik
snap zijn manier van denken nu ook veel beter. Want ’t is toch schoon dat
als je zo aftakelt en zo’n jong
poepke tóch op u valt?
-
- Dat
jong poepke kon me even niet boeien. Ik voelde in mijn zak.
-
- Gsm...!
-
- Ik
fakete dat ik telefoon had. ‘Sorry hoor,’ glimlachte ik, waarna ik
‘opnam’.
-
- ‘Dominique?’
-
- …
-
- ‘Wat
is er? Je klinkt zo raar?’
-
- …
-
- ‘Oké…,
als je dat graag wil… Tot zo dan…’
-
- Ik
hing op. ‘Sorry mensen, ik moet dríngend naar huis.’ Snel stond ik op
en stak mijn hand uit naar Thomas. ‘Wij spreken mekaar nog wel.’ Hij
speelde het gelukkig mee door mijn hand te schudden. ‘’t Was heel leuk
je nog eens gezien te hebben Britt… … En Dorien…, tot morgen.’
-
- Epiloog
- ‘Hey.’
- Hij
glimlachte. ‘Hey. Ça va?’
- Ik
knikte. ‘Jaja... Mèdu?’
- Hij
glimlachte iets breder. ‘Jaja, ça va.’
- Het
werd stil. Nonchalant bleef hij in de deuropening staan. Hij liet duidelijk
merken dat ik de weg naar binnen versperde.
-
- Voor
ik er erg in had, zoende hij mij en duwde hij mij naar binnen. Hij probeerde
mijn blouse open te krijgen, maar ik hield hem tegen. Blijkbaar had hij door
dat er iets anders was dan normaal.
-
- ‘Wat
is er?’
-
- Ja
dus. Godzijdank… ’t Zou mij
een hoop gedoe besparen.
-
- Ik maakte ’t
enige knoopje dat hij open had gekregen, terug dicht. ‘Kijk hè…,’
begon ik, ‘ik weet dat we normaal gezien direct waren door gelopen tot de
slaapkamer om daar vervolgens minstens twee keer goede seks te hebben, maar
ik heb besloten dat ik dat niet meer wil.’ Hij was verbaasd, verrast,
verward…
-
- Zo
had ik ‘m nog nooit gezien.
-
- Nog nooit móeten
zien.
-
- Ik
wist dat ik het alleen maar erger zou maken met de zin die hierop zou
volgen, ‘’t Is beter als we elkaar niet meer zien.’
-
- ‘Maar…’
Zijn stem trilde. ‘Waar komt dit vandaan? Zo opeens?’
-
- Ik
schudde mijn hoofd. ‘Niet opeens. Ik ben nooit echt het type geweest voor
overspel, en dat heb ik je aan het begin ook gezegd. Begrijp me niet
verkeerd, ik vond het heerlijk met je. Maar ondertussen heb ik mij steeds
schuldig gevoeld omdat ik naar andere mannen keek, en van één specifieke
andere man genoot op de manier waarop ik eigenlijk alleen van mijn ventje
zou willen genieten.’
-
- Er
viel een stilte. Hij had de hele tijd geen woord kunnen uitbrengen, en nu
ging ’t ook niet.
-
- ‘Ik
heb mijn man bedrogen. Het goedpraten kan niet, dat weet ik, ik wil het ook
niet meer proberen. De bedoeling van…, van dít komt op hetzelfde neer: ik
wil mijn ventje geen pijn doen.’ Ik ging tegenover hem staan en keek ‘m
recht in zijn ogen. ‘’t Spijt mij, Thomas. ’t Spijt mij…,
-
- maar
ik zie Dominique graag.’
-
-
|