In vertrouwen
"Britt, we worden opgeroepen door Ben en Sel."
"Waarvoor?"
"Ze hebben een dooie gevonden."
Tony en Britt springen uit de wagen en lopen naar hun collega's.
"Wat hebben we?"
Selattin draait zich om. Ben, die verderop met omstanders praat, steekt even
zijn hand op. Ze zien allebei wat bleek. Sel vertelt: "Ik kwam de hoek om
en zag hem zomaar uit de lucht vallen. Van de vijfde verdieping." Hij wijst
naar een lichaam dat er niet al te fris meer uitziet. Er staan wat ambulanciers
omheen, maar van een afstand is al te zien dat die niets meer kunnen doen.
"Ik begrijp dat jullie geschrokken zijn, maar waarom hebben jullie ons nu
opgeroepen? Voor een simpele zelfmoord?"
Tony kijkt hem afwachtend aan. Selattin antwoordt: "Vanbruane heeft de zaak
aan jullie toegewezen." Hij slikt even. ".en we weten het nog niet
helemaal zeker. Dat het zelfmoord was."
"Het lijkt mij toch duidelijk?"
Sel gaat verder: "Hij schreeuwde heel erg hard. Bovendien viel hij
achterover."
"Dan is hij achteruit gesprongen zodat hij de grond niet hoefde zien."
"Komaan Tony, we kunnen toch tenminste gaan kijken?"
Britt trekt haar mee.
Eenmaal boven, in de kamer vanwaar de man gevallen is, kijken ze eens snel rond.
Het appartement bestaat uit drie kamers. Een badkamer, een slaapkamer en een
woonkamer die kennelijk ook dienst doet als studeerkamer. Er staat maar één
raam open. Daaronder staat een bureau met een computer en een stapeltje boeken.
Tony loopt ernaartoe en roept dan triomfantelijk: "Zie je nou wel! Een
afscheidsbriefje."
Ze wappert een papier heen en weer voor Britts neus.
Er staat in koeienletters 'VAARWEL' op. Maar Britt vertrouwt het nog altijd niet
en kijkt een tijdje rond, onder luid protest van haar partner.
"Britt, jij bent écht toe aan vakantie!"
"Maar 't is toch raar! Als hij wilde springen, waarom koos hij dan voor
dát raam en niet dat ernaast? Nu moest hij helemaal over dat bureau
klimmen!"
"Mensen doen wel vaker rare dingen!"
Ze vinden inderdaad niets dat wijst op iets anders dan zelfmoord, behalve dat
het handschrift van het briefje niet helemaal klopt met andere brieven die ze
vinden. Maar Tony vindt dat niet belangrijk: de man was waarschijnlijk
zenuwachtig. Ze vinden wel een portemonnee met een identiteitskaart erin. Het
slachtoffer heette Peter Vermeulen, was 29 jaar en had geen naaste familie
behalve zijn ouders, geen goede vrienden en geen vriendin of ex-vriendin
("Geen wonder dat hij sprong! Negenentwintig en nog steeds geen lief
gehad!"). Na een kwartier moet zelfs Britt toegeven dat het misschien
géén moord of ongeluk was. Meer uit koppigheid dan uit hoop dat ze nog iets
vinden zegt ze dat Pasmans de computer maar eens moet uitspitten. Ben heeft de
ouders al ingelicht, dus gaan ze maar weer, vermoeid, op huis aan.
"Slaap wel."
"Slaap wel, mama."
Britt sluit de deur en loopt terug naar de woonkamer. Ze zit net op de bank als
de bel gaat. Met een diepe zucht staat ze weer op en loopt naar de intercom.
"Wie is daar?"
"Ik ben het, Selattin."
"Kom maar boven."
Ze trekt haar wenkbrauwen op. Wat doet Sel hier nog zo laat?
Als ze zich even later samen op de bank geïnstalleerd hebben, steekt Sel van
wal.
"Zeg, die zaak van vandaag. nou, ik kan die schreeuw van die man niet uit
mijn hoofd zetten. En de enorme smak die hij maakte. recht voor mijn neus."
Hij moet even slikken. "Weet je, ik vertrouw het gewoon niet."
"En je bent nu hier omdat.?"
".omdat jij de enige bent die mij gelooft."
"En Ben dan? Hij was er toch ook bij? Hij zag het toch ook gebeuren?"
"Nee, hij reed een eind achter mij. Hij heeft alleen de klap gehoord. Hij
denkt ook aan zelfmoord."
"En nu wil je dat ik de zaak nog eens onderzoek? We hebben echt óveral al
gekeken."
"Nee, ik wilde gewoon weten of jij er ook zo'n raar gevoel over had."
"Ja, maar Tony heeft gelijk, er is geen bewijs van een misdaad. Kom Sel,
zet het uit je hoofd."
Ze kijken elkaar kort aan. "Dan ga ik maar weer eens, hè."
"Dat zei ik niet. Blijf nog even, dan drinken we wat en praten niet meer
over het werk."
"Sorry, ik moet echt gaan, anders gaat Mihriban zich vragen stellen."
"Goed dan. Ik moest eigenlijk ook eens gaan slapen."
"Tot morgen dan, hè."
"Tot morgen."
Ze kijken elkaar even aan en Britt kan het niet laten een korte kus op zijn
lippen te drukken voordat ze de deur achter hem sluit.
De volgende ochtend op het commissariaat is er, zoals gewoonlijk, weer eens
niets te doen.
"Het lijkt wel of alle misdadigers vandaag uitslapen!"
Met tegenzin wordt er aan de achterstallige PV`s gewerkt. Dan schiet Britt
ineens de computer te binnen. "Pasmans, kun je iets voor me doen?",
vraagt ze poeslief. Pasmans vertrouwt het niet.
"Wat dan?"
"Een computer?"
Zijn gezicht klaart op. Dat heeft hij lang niet meer gedaan, in computers
graven. "Goed dan. Waar?"
"De Talismanlaan, nummer 34. Wacht, ik ga wel even mee. Hier is toch niks
interessants te doen."
Tony kijkt haar smekend aan.
"Jaja, ga jij ook maar mee."
"Niets verdachts te vinden. Geen e-mail, geen bestanden, behalve
systeembestanden dan."
Britt is toch een beetje teleurgesteld. Ze had écht gehoopt dat er aanwijzingen
op de computer zouden staan. Al was het maar om iets aan Selattin te kunnen
vertellen. "Kom, dan gaan we wat eten!" onderbreekt Tony haar
gedachten.
Ze besluit het nog één keer te proberen: "Kun je ook verwijderde
bestanden terugvinden?"
"Ik kan het wel, maar het kost veel werk en het levert waarschijnlijk toch
niets op!"
"Please, Wilfried?"
Pasmans zucht eens diep. Hij weet dat hij Britt nooit op andere gedachten kan
brengen als ze zich eenmaal iets in het hoofd heeft gehaald. Dus gaat hij maar
weer aan het werk. Tony, die hoopvol was opgestaan, installeert zich maar weer
op de rand van het bed.
"Britt, we zitten hier al bijna twee uur zonder iets te doen te hebben. Het
is nog erger dan PV`s typen!" En als Tony dát zegt, verveelt ze zich écht
erg. "Nog heel even", bericht Pasmans. En inderdaad, na nog geen
minuut horen Britt en Tony: "Ja! We hebben beet!" De twee vrouwen
kijken elkaar even aan en vliegen dan nieuwsgierig op. "Wat heb je
gevangen?"
"Ik kan alleen de bestanden vinden die de afgelopen week verwijderd zijn,
maar kijk: achtentwintig e-mails, gisteren verwijderd, allemaal van dezelfde
persoon!"
"Mr. Leneuve", leest Tony hardop voor. "Shit, hij is meester in
de rechten! Een advocaat, of misschien wel een rechter!" Maar het
enthousiasme wordt er niet minder van. Pasmans typt wat commando's in en het
eerste bericht opent zich.
"Dag Peter,
Weet je nog wie ik ben? En belangrijker nog, hoeveel je me schuldig bent? Je
dacht zeker dat je me kon ontvluchten, maar ik weet je te vinden. Begin maar
vast met sparen, zou ik zeggen."
"Een schuldeiser? Maar zijn administratie klopte precies! Hij had toch
helemaal geen schulden?" Britt schudt haar hoofd. "Pasmans, kun je die
e-mailtjes doorsturen naar het commissariaat? Dan rijden we binnen om met
Vanbruane te overleggen."
Selattin zit voor zich uit te staren, alsof hij door zijn beeldscherm heen
kijkt. Dan voelt hij iets tegen zijn hoofd vliegen. Hij draait zich verstoord om
en ziet een pen op zijn bureau liggen die daar eerst nog niet lag. Ben zit breed
te grijnzen.
"Sorry Sel, heb ik je wakker gemaakt?"
"Ha ha, leuk hoor."
"Waar zat je aan te denken?"
Sel voelt zich een beetje betrapt. Hij zat eigenlijk aan de vorige avond en aan
Britt te denken, maar heeft nou niet bepaald veel zin om dat met Ben te delen.
"Nog steeds die zaak van gisteren?"
Hij grijpt deze ontsnappingskans met beide handen aan. "Ja, ik blijf aan
die klap denken en waarom iemand dat zichzelf aandoet."
"Mensen doen rare dingen om dood te gaan. Nou, zijn die PV`s al bijna
af?"
Even knippert Sel verbaasd met zijn ogen, dan typt hij toch maar verder.
Uit zijn ooghoek ziet hij de dames binnenkomen: een welkome afwisseling. "Hey,
hebben jullie nog wat gevonden?"
Tony haalt adem om iets te gaan zeggen, maar Britt is haar voor:
"Achtentwintig gisteren verwijderde e-mailtjes, allemaal van ene 'Mr.
Leneuve'. We hebben alleen de eerste gelezen, maar volgens mij werd onze Peter
bedreigd! De andere mailtjes staan als het goed is nu op ónze computer."
"Goed werk! Weet de baas het al?"
"Nee, we wilden het net gaan vertellen. Waar is ze?"
"Aan de overkant."
"Nee hè. Hoe lang al?"
"Een kwartiertje. Die blijft voorlopig nog wel even weg."
Britt zucht. Hopeloos. Altijd als ze Nadine nodig hebben, zit ze in het
stadhuis. "Nou ja, we kunnen in ieder geval beginnen die mailtjes te
lezen."
"...en dus wil ik meer blauw op straat..."
Nadine zucht onhoorbaar. Eigenlijk zouden ze eens Bingo moeten spelen met dit
soort termen. Altijd komen ze voor in de toespraak van de burgemeester, alleen
steeds in een andere volgorde. Hé, dat is eigenlijk niet eens zo'n gek idee! Op
een kladblaadje begint ze een bingokaart te tekenen met woorden als:
randgroepjongeren, vandalisme, meer blauw op straat, groeiend gevoel van
onveiligheid, het krappe politiebudget, enzovoort. Ze kijkt de zaal eens rond en
ziet daar genoeg mensen die wel wat afleiding kunnen gebruiken. Ze grinnikt bij
het idee hoe het gezicht van de burgemeester zou staan als ze ineens 'Bingo!'
zou roepen. "Commissaris Vanbruane, wat is er zo grappig? Discriminatie is
een heel serieus onderwerp!"
"Ehm, ik dacht even aan iemand die ik pas heb opgepakt: een allochtoon die
alle blanken discrimineerde." Gelukkig, er glimlachen wat mensen en de
burgemeester besteedt er verder geen aandacht aan. Snel schrijft ze op haar
blaadje: 'discriminatie' en 'bestrijding van kleine misdaad'. Dan probeert ze
toch maar weer op te letten.
"Yes! Hier heb ik wat!" Enthousiast springen Ben, Tony, Britt en
Pasmans op en lopen naar Selattins bureau. Raymond sjokt er rustig achteraan. Op
het scherm staat te lezen:
"Dag Peter,
Voor het geval je nog steeds niet weet wat je me moet geven: je hebt me zoveel
jaren van mijn leven afgepakt! Nu is de tijd gekomen om ze terug te geven."
"Als dit een moord is, is hij de moordenaar! Peter had nog een lange tijd
te leven, en Leneuve heeft dat afgepakt door hem te vermoorden!" Iedereen
kijkt elkaar een beetje uit het veld geslagen aan. "Die vent is gestoord,
en niet zo'n beetje ook!"
"Dit soort dingen zie je in horrorfilms, niet hier in Gent! Toch?"
Er valt een ongemakkelijke stilte. Het is Raymond die hem verbreekt: "Nou,
waar wachten we nog op? We pakken die gek!"
Er komt weer beweging in het team. Britt en Tony zoeken de naam 'Leneuve' op in
het rijksregister, Ben belt dan toch Nadine maar op, Selattin maakt een uitdraai
van de e-mails en Pasmans en Raymond trekken het emailadres na op eigenaar en
hoe lang het al bestaat.
Grijnzend komt Nadine even later het teamlokaal binnen en vraagt gespeelboos:
"En wat was er nou zo dringend om mij uit die interessante vergadering te
halen?"
De burgemeester had een beetje verstoord opgekeken, wat gestotterd en was toen
verdergegaan. De meeste mensen in de zaal hadden een beetje jaloers naar haar
gekeken toen ze wegliep.
"Baas, daar bent u, ik zal u wel even briefen."
Britt loopt mee haar kantoortje in en legt alle gebeurtenissen haarfijn uit. Ook
Nadine is erg verbaasd. Opeens komt Pasmans zonder kloppen binnenstormen, op de
voet gevolgd door Raymond.
"Dat emailadres bestaat nog maar twee jaar, en behoort inderdaad toe aan
ene meester Leneuve."
"Maar dat kan natuurlijk best een nepnaam zijn."
"Ja, maar misschien ook niet." Tony is ook aan komen lopen. "Ik
heb het opgezocht. Meester Leneuve bestaat, en woont hier in Gent. Met één
nadeel. hij is advocaat."
"Goed. Haal hem maar op. Eeh .nee, wacht, nodig hem maar uit voor een
gesprek. We kunnen niet voorzichtig genoeg zijn. Straks hebben we een proces aan
onze broek!"
Tony drukt op de bel. Even gebeurt er niets, maar dan horen ze wat gestommel. De
deur gaat open en een norse man verschijnt. Onmiddellijk valt hen op dat hij een
mitella draagt. De moed zinkt hen in de schoenen. "Goede middag, bent u
meneer Leneuve?"
"Die ben ik, ja." Aan zijn taalgebruik en uitspraak te horen, komt hij
uit de middeleeuwen, denkt Tony spottend.
"Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. We zouden u willen vragen
even met ons mee te komen naar het bureau."
"Dus hij heeft eergisteren zijn arm gebroken." Nadine zucht nog eens.
"Is het door het ziekenhuis bevestigd?"
"Ja, en ook door de huisarts."
"Dat maakt de kans dat hij de moordenaar is wel heel klein."
"En we weten nog niet eens zéker dat het moord was! Dus we hebben onze
'excuses voor enig ongemak' moeten aanbieden en hem laten gaan. Maar hij kan
natuurlijk best een handlanger hebben gehad."
"Maar waarom zou hij zijn eigen naam dan ook onder die mailtjes hebben
gezet? Hij is toch niet achterlijk? Als dit een rechtszaak wordt, maakt de
verdediging gehakt van ons."
"Ik ben er zéker van dat het moord was. Maar ik geloof niet dat hij de
moordenaar was. Hij is er veel te chique voor."
"En te gierig! Hij zou zijn slachtoffer bestelen van al zijn geld. Peters
portefeuille lag er nog."
Met een zucht staat Nadine op. "We zoeken morgen wel een andere verdachte,
nu gaan we naar huis."
Britt blijft expres nog wat treuzelen. Als bijna iedereen weg is, loopt ze naar
Selattins bureau. "Hé Sel, kun jij koken?"
"Trap er niet in, Sel, ze heeft mij ook eens gestrikt om te koken, voor
haar en haar Kris."
Britt werpt Ben een vernietigende blik toe. "Bemoei je met je eigen zaken,
Vanneste!"
Grinnikend verdwijnt hij.
"Asjeblief, Sel? Voor jou, mij en Dorien? Ze zal het geweldig vinden. En ik
ook!"
"Goed dan. Wat wil je eten?"
"Kun je iets Italiaans?"
Na het eten wordt er snel afgeruimd. Als Dorien naar de keuken loopt met twee
bekers in haar handen, botst ze bijna tegen Sel op, die net de hoek om komt. Hij
wijkt snel uit, maar stoot daarbij wel tegen de radio. Ineens vult muziek de
kamer. Britt schiet in de lach om het geschrokken gezicht van Sel. Dorien komt
teruglopen uit de keuken en begint te dansen. "Jullie moeten ook
meedoen!" Sel herstelt zich snel, en al gauw dansen ze lachend met z'n
drieën door de kamer.
Als Dorien een klein uurtje later in bed ligt, ploffen de twee flikken met een
glas wijn moe neer op de bank. "Ze is echt een leuk kind."
"Ja. En ze ziet jou volgens mij ook wel zitten."
Een tijdje lang praten ze over de zaak.
"Zeg Sel, waarom ben jij eigenlijk zo geïnteresseerd in deze zaak, terwijl
je er niet eens aan werkt?"
Sel zucht en drinkt zijn glas leeg. "Om eerlijk te zijn: ik kende Peter. Ik
heb vroeger met hem op school gezeten. Ik heb het Nadine verteld, en daarom
heeft ze me niet op de zaak gezet."
"Waarom heb je het niet aan mij verteld?" Britt voelt zich een beetje
buitengesloten.
"Dan zou je me niet meer geloven als ik zei dat het geen zelfmoord kón
zijn!" Daar heeft hij een punt, denkt Britt. Dan kondigt Sel aan maar weer
eens op te stappen. Dit keer gebeurt dat zonder kus. Maar dat is ook niet nodig,
de avond was zó al perfect.
"Hèhè, daar ben je dan eindelijk!" Britt kijkt verbaasd op haar
horloge. Ze is precies op tijd! Maar Raymond heeft kennelijk op haar zitten
wachten, want hij is opgeveerd en loopt naar haar toe met een paar vellen
papier. "Er waren geen zaken, dus heb ik maar iets voor jullie zaak gedaan:
ik heb Peter Vermeulen en zijn ouders nagetrokken in het Rijksregister."
Britt pakt de papieren aan en leest ze snel door. "Wat is er vreemd
aan?"
"Kijk: Peter was 29 jaar oud. Dan moet hij dus geboren zijn in 1973. Maar
Vera en Mike Vermeulen hebben maar één zoon, en die is geadopteerd in
1970!"
"Dat kan een typfout zijn." Maar haar ogen glinsteren. Ze hebben weer
een spoor! "Dank je, Raymond! Ik ga meteen uitzoeken of er nog meer niet
klopt: misschien was zijn identiteitskaart wel vals of zo."
Als Tony binnenkomt wordt die ook onmiddellijk ingelicht, maar Britt heeft het
eerst resultaat: het adres van meneer en mevrouw Vermeulen.
Tony kijkt Britt aan. "Met de ouders praten? Wat zouden die ons nog te
vertellen hebben dan?"
"Dat gegoochel met die zoons. Ik wil gewoon alles uitgeprobeerd
hebben."
"En een wit voetje halen bij Selattin?"
"Tony! Waarom denk je dat nu?"
"Een betrouwbare bron heeft me verteld dat hij Peter kende."
"Heeft Ben weer geroddeld?"
"Hmm-mm! En ik heb nog iets gehoord?"
Britt kijkt heel verbaasd.
"Jij en Sel?"
"Hij heeft alleen gekookt voor mij en Dorien!"
"Jaja."
"TONY!"
"Meneer en mevrouw Vermeulen?"
"Ja?"
"Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. Mogen we even
binnenkomen?"
Ze stappen achter de twee aan een klein huiskamertje in.
"Gaat het over Peter? Een van uw collega's heeft gebeld, dat hij. dat hij
uit een raam. gevallen is."
Tony slikt. Dit zijn altijd moeilijke vragen. "Mogen we u enkele vragen
stellen?"
De vrouw knikt een beetje afwezig.
"Had uw zoon vijanden?"
Opeens is ze weer helemaal wakker. "Wat suggereert u nu? Móórd???"
Het woord klinkt alsof het uitgespuugd wordt. De man legt kalmerend een hand op
haar knie.
"Wij suggereren helemaal niets, we moeten alleen alle mogelijkheden
uitsluiten," helpt Britt haar partner.
"Nee, iedereen vond hem aardig." Dat was te verwachten.
Tony bedenkt ineens iets. "Zouden we even in uw fotoalbums mogen
kijken?"
"Natuurlijk." De Vermeulens zijn duidelijk verrast door de vraag.
"Ik haal ze even."
Als de vrouw weg is, en de man erachteraan om haar te helpen, fluistert Britt:
"Wat ben je van plan?"
"Zijn babyfoto's! Met een beetje geluk staan er jaartallen op en kunnen we
zijn geboortedatum nog eens checken! Want die identiteitskaart had wel alle
echtheidskenmerken. Ik wil zeker weten dat hij vals is voordat we verder gaan op
dat spoor." Ze hoeven maar even te wachten. "Hier heeft u ze."
"Zouden we ze even mogen lenen?"
"Ja hoor. Maar mag ik vragen waarom?"
"Oh, eh, voor in het dossier. Om te bewijzen dat hij geen ongelukkige jeugd
heeft gehad. De onderzoeksrechter heeft dat graag. Zoals we zeiden, om alle
mogelijkheden uit te sluiten."
Snel maken ze zich uit de voeten, voordat de nieuwsgierige vrouw vragen gaat
stellen.
"Kon je nu niets beters verzinnen dan dat?"
"Ik vond het wel geloofwaardig. De onderzoeksrechter zou ertoe in staat
zijn om dat te eisen!"
"Ik neem deze wel. Doe jij die dan?"
De fotoalbums worden verdeeld en dan is het lang stil. Ben en Selattin zitten op
een fraudezaak en zijn dus op pad, en Raymond en Pasmans rijden patrouille. Als
Nadine binnenkomt, ziet ze haar twee overgebleven agenten met hun neus in de
foto's zitten. Boos roept ze: "Wat is dat nou? Sta ik jullie toe aan die
vreemde zelfmoordzaak te werken, gaan jullie fóto's zitten kijken! Er is hier
nog wel werk, hoor!" De twee dames kijken elkaar aan en grinniken.
"Baas, dit zijn niet onze foto's, die zijn van Peter Vermeulen, het
slachtoffer!"
"Hm. Nou, schiet dan wel op, hè."
Met een big smile gaan ze door met hun onderzoek. Het duurt niet lang of Tony
heeft babyfoto's gevonden. "Hier! Ik heb ze!" Voorzichtig maakt ze er
een los uit het album. "Yesss! Er staat zelfs een jaartal achterop! Deze is
uit 1970. De pas was dus vals." Britt zegt: "Hè? Ik heb hier óók
een album met foto's van een baby. Deze foto is van." (ook deze foto wordt
uit het album gehaald) ".van 1973?"
"Dus: óf het kind is baby gebleven tot zijn derde."
".of er waren er twee!"
"Die pas hoeft dus niet vals te zijn. Die foto's van `73 kunnen van Peter
zijn."
"Maar van wie zijn de andere dan?"
"Kom, dit moeten we aan Vanbruane vertellen!"
Enthousiast stormen ze het kantoortje binnen. "Baas, we hebben iets vreemds
ontdekt!"
Nadine grinnikt. Het lijken net kleine kinderen die snoep ruiken.
"Alweer?"
".Maar als ik het goed begrijp hebben jullie niet eens een kléin beetje
bewijs dat het meer dan een ongeluk of zelfmoord was?"
"Eh. nee. Maar dat komt nog wel!"
"Kijk. Het zit zo. Jullie zijn de twee beste agenten die ik heb. Jullie
hebben vaak gelijk in wat je denkt. Maar ik heb een politiebureau te runnen, en
deze zaak die geen zaak is duurt me eerlijk gezegd al te lang."
"Maar baas.!"
"Het spijt me, maar dit kunnen we niet door de stad laten betalen. Andere
zaken blijven liggen. De burgemeester heeft me er zelfs al op aangesproken! Ik
ga jullie weer op echte zaken zetten."
"Kunnen we dan niet wat minder werk dan normaal krijgen?"
"Britt, er is wel veel werk te doen. Maar goed, ik zal kijken wat ik voor
je kan doen."
"Mag ik dan ook."
"Jaja, óók voor jou, Tony. Maar hou me op de hoogte, hè."
Met een glimlach op hun gezichten lopen ze terug naar hun bureaus. Nadine ís
wel aardig, ze wil het alleen niet teveel laten merken.
De volgende dag werken ze snel hun zaken af en krijgen van een breed
glimlachende Nadine (zij vermoedt ook dat er een verband is tussen de
plotselinge werklustigheid van Britt en de nieuwsgierigheid van Sel) toestemming
om nog eens naar huize Vermeulen te gaan en met mevrouw te praten. De man is
namelijk op zijn werk.
"Goedendag, daar zijn we weer, met uw fotoboeken."
"Oh. Dank u. Is de onderzoeksrechter tevreden?"
"Ja. Maar nu zitten wíj weer met een paar vragen. Mogen we.?"
"Maar natuurlijk. Kom maar binnen."
Ze nemen plaats op de oude, leren bank. Mevrouw Vermeulen gaat tegenover hen
zitten in een gemakkelijke leunstoel. "Brand maar los."
"We hebben nog niet alle albums meegenomen, zoals u ziet. Er ontbreken er
nog twee."
"De twee albums met babyfoto's."
Even lijkt de vrouw te schrikken, maar ze herstelt zich zo snel dat het niet
écht opvalt. "Waarom?"
"Het viel ons op dat er foto's in zitten van twéé baby's."
"Had u nóg een zoon, mevrouw Vermeulen?"
De vrouw ziet er ineens een beetje zenuwachtig uit, vindt Tony.
"Nee, waar heeft u het over?"
"Mevrouw, wilt u ons de waarheid vertellen? Anders zullen we u mee moeten
nemen naar het bureau."
Ze begint plotseling te snikken. "Als u het dan zo nodig moet weten: ik had
nog een zoon, ja. Bart. Maar hij had een beschadiging aan zijn hersenen. Hij is
overleden toen hij drie jaar was. Daarom hebben we Peter geadopteerd." Tony
krijgt spijt van haar harde woorden. "Sorry. Dat wisten we niet."
"Dat kon u ook niet weten."
Verslagen lopen ze naar de auto. Wéér een dood spoor. "Britt, ik vind dat
we hiermee moeten stoppen. We hebben nog steeds geen bewijzen." Ze stappen
in, maar rijden nog niet weg.
"Is het om Sel?"
"Ik geloof hem gewoon. Ik wil persé bewijzen dat het moord was en de
moordenaar pakken."
"Romantisch hoor."
"Tony, geen geintjes nu. Ik meen het serieus. Als een vriendin van mij
zoiets zou overkomen, zou ik ook willen dat de zaak tot op de bodem uitgezocht
werd."
"Maar dan toch wel objectief! Je bent nu bijna bezig bewijzen te máken in
plaats van te vinden!"
"Tony, alsjeblieft! Help me de rest van de dag nog, dan zal ik verder niets
van je vragen!"
".En je betaalt een dineetje?"
Britt zucht eens. Denkt die ooit aan iets anders dan eten? "Goed dan. Kom
op, dan verspillen we nu geen tijd meer."
Ze lezen alle mailtjes nog eens, trekken alle Leneuves in Gent na, en dan ook
die in de rest van België, praten over de telefoon met meneer Vermeulen, die
niets vertelt dat ze nog niet wisten, en denken nog eens diep na. Niets. Geen
enkel resultaat. Dus geven ze het tegen het eind van de middag maar op.
Britt zet zich met een teleurgestelde zucht aan haar computer en begint het PV
van de zaak Peter Vermeulen te typen: een kort rapport met de officiële
bevestiging van zelfmoord. De twee motards komen het teamlokaal net binnen.
"En?" vraagt Selattin hoopvol.
"Niets. Ik begin net aan het rapport. We gaan ervan uit dat het dan toch
zelfmoord was. Het spijt me." Teleurgesteld ploft hij, zonder iets te
zeggen, neer op zijn stoel. Britt kijkt nog even medelijdend naar zijn rug, en
typt afwezig verder: 'Naam slachtoffer: Peter Verleumen.' Ze kijkt naar het
scherm en wil de fout herstellen: 'Verleu.' Dan schiet er een rare gedachte door
haar hoofd. Ze zegt het maar hardop, om de gespannen stilte, die nog altijd in
de ruimte hangt, te doorbreken. "Is het jou ook opgevallen, Tony, dat 'Leneuve'
best lijkt op 'Vermeulen'?"
"Zeg, ben je al bijna klaar met dat verslag? Je bent me nog een etentje
schuldig!"
Maar nu is het Pasmans die niet doorwerkt. Hij aarzelt even en zegt dan:
"Zeg jongens, we weten toch nog steeds niet wie zich achter de naam 'Mr.
Leneuve' verschuilt? Het kan best een anagram zijn!"
Ben kijkt niet-begrijpend. "En nu in het Vlaams, graag?"
"De letters zijn door elkaar gehusseld! Kijk dan." Hij pakt een
papiertje en zet de twee namen erop. ".als je de letters van 'Vermeulen' in
een andere volgorde neerzet, krijg je 'Mr. Leneuve'!"
Tony merkt op: "Leuk bedacht, Pasmans, maar hij had geen familie behalve
die ouders, weet je nog? En ik denk niet dat die het waren."
Maar zo makkelijk geeft Britt de hoop niet op: "Zijn vader! Ik had het idee
dat hij iets achterhield. Misschien heeft hij Bart ook wel vermoord! En het
klopt met die afgepakte jaren van zijn leven. De opvoeding van een kind kan heel
zwaar zijn. Misschien was Peter wel heel vervelend. Daarom had hij natuurlijk
geen goede vrienden."
"Dus als ik het goed begrijp, denk jij dat die nette meneer Vermeulen zijn
beide zoons heeft vermoord?"
"En dat zijn vrouw dat zomaar pikt en hem ook nog verdedigt? Waarom zou ze
dat doen? Britt, je draaft door!"
"Hij kan haar toch bedreigd hebben?"
Nu mengen de andere teamleden zich ook in de discussie.
"Waarom zouden ze, als Peter zo vervelend was, zoveel foto's van hem
hebben?"
"Ja, die zagen er heel vrolijk uit."
"En van Bart hadden ze er ook veel."
"En die vrouw huilde toch toen ze over hem praatte?"
"Toen ik haar aan de telefoon had, klonk ze oprecht geschokt over wat er
met hem gebeurd was."
Maar Sel is het (natuurlijk) met Britt eens. "Dat kun je met een beetje
oefening best faken. En trouwens, als ze door die man bedreigd wordt, kan ze
toch best nog verdrietig zijn!"
"Heb ik iets gemist?" Vanbruane is binnengekomen en is verbaasd dat
haar team zit te overléggen in plaats van te werken of elkaar te plagen.
"Sorry baas, we hadden het over de zaak Vermeulen."
"Is er bewijs?"
"Nee, maar ik heb net bedacht waar we dat kunnen vinden! Kom mee,
Britt!"
Tien minuten later staan ze voor de deur van de Vermeulens. Tony heeft onderweg
haar plan uitgelegd: als de man zijn beide zoons vermoord heeft, weet hij
waarschijnlijk niet waar Barts graf is, want hij zal hem dan waarschijnlijk zelf
weggewerkt hebben.
Als ze weer op het leren bankstel zitten, beginnen ze een ontspannen gesprek.
Eerst over Peter, dan over Bart.
"Gaat u nog wel eens naar zijn graf?"
"Ja. Daar kom ik nog vaak." Nu hebben ze de Vermeulens waar ze hen
hebben willen.
"Op welke begraafplaats ligt hij?"
"Op begraafplaats 'Rust zacht'." Maar Britt ziet dat de man nerveus
is.
Ze kletsen nog wat verder over koetjes en kalfjes om de twee verdachten gerust
te stellen, en gaan dan onmiddellijk naar de begraafplaats.
"Er staat geen Bart Vermeulen in uw archieven? U bent daar zeker van?"
"Absoluut."
"Kan er geen fout in zitten?"
"Nee. Alles wordt dubbel gecontroleerd." De twee vrouwen kijken elkaar
aan met een twinkeling in hun ogen. Ze hebben hem! Als ze weer in de auto willen
stappen, gaat Britt`s mobiel. "Ja? .Geadopteerd? .Verder niets? .Dank je,
Ben." Tony kijkt vragend en Britt legt uit: "Dat was Vanneste. Over
Bart Vermeulen hebben ze alleen gevonden dat hij de geadopteerde zoon is, verder
weten we niets over hem."
"De ouders arresteren?"
"Op grond waarvan?"
"Tegen ons liegen! Ze hebben zich verdacht gedragen."
"Laten we dat dan maar morgen doen. Eerst naar huis!"
"Ho, niet zo snel! Jij bent me nog iets schuldig."
Britt kijkt op haar horloge. "Nou goed dan. Dorien blijft toch tot negen
uur bij een vriendinnetje."
"Goedemorgen allemaal!" Tony komt vrolijk binnen. "Vanneste, kijk
voor deze éne keer eens niet zo zuur als ik binnenkom."
Sel is verbaasd. "Wat is er, Tony? Nieuw lief?"
"Nee, maar jij wel, hoor ik!"
Sel zucht. "Waarom weet jij die dingen altijd eerder zeker dan ik?"
Dan komt Britt binnen. "Hey allemaal, goeiemorgen!"
"Waarom zijn jullie nou zo vrolijk?" Ben is nu echt verbaasd. Meestal
komen de twee vrouwen een beetje slecht gehumeurd binnen.
"We mogen éindelijk eens iemand arresteren!"
"Nog één keer: waar is Bart gebleven?"
"Ik weet het niet! Hij is ontvoerd, denk ik!"
Tony zucht en gaat weer rustig zitten. Dit kan nog heel lang duren zo. Tijd voor
een andere tactiek. "Meneer, we proberen echt alleen de moord op uw andere
zoon op te lossen! Die verdwijning."
"Ontvoering!"
".jaja, wat dan ook, die is allang verjaard!"
Nu lijkt de man toch te twijfelen. Tony gaat hoopvol rechtop zitten. Maar nee:
"Luister eens, ik weet echt niet wat er toen is gebeurd en zie ook het
verband met jullie zaak niet."
Intussen gaat het in verhoor 2 al niet veel beter. "Mevrouw Vermeulen, u
kunt het echt maar het beste vertellen, in het belang van de zaak."
"Wat moet ik dan vertellen? Ik weet niets van wat er met Bart gebeurd
is." Nu begint Britt toch echt een beetje geïrriteerd te raken. "Wilt
u dan niet weten wat er met Peter gebeurd is? U wilt hem zich blijven herinneren
als een laffe zelfmoordenaar?"
De vrouw kijkt naar de grond. Britt krijgt meteen spijt en zegt zacht:
"Sorry, zo bedoelde ik het echt niet. Het spijt me."
"Nee, u heeft gelijk." Nu is Britt toch uit het veld geslagen.
"Dus u weet wel iets?"
Een lichte knik. Dan kijkt de vrouw op en Britt ziet dat er een dikke traan over
haar wang rolt.
"Mike, mijn man, en ik, wij konden geen kinderen krijgen." Ze pakt een
zakdoekje en veegt haar tranen weg. "Dus besloten we er één te adopteren.
Bart. Zijn ouders waren overleden in een ongeluk." Britt knikt haar
bemoedigend toe.
"We waren heel gelukkig met hem. En toen, na bijna drie jaar, begon ik
dikker te worden. Ik bleek tóch in verwachting te zijn! Toen Peter gezond
geboren was, waren we ontzettend blij natuurlijk. Totdat we hem aan Bart lieten
zien." Ze slikt even. "Vanaf het begin kon Bart Peter niet uitstaan.
Eén keer hebben we ze even alleen gelaten.want wat kan zo'n kleuter nou doen,
dachten we.en toen heeft Bart, die intussen drie en een half was en sterk voor
zijn leeftijd, hem zo hard tegen zijn hoofd geslagen dat hij bewusteloos raakte.
Peter moest met spoed naar het ziekenhuis en heeft het maar nét overleefd. Toen
knapte er kennelijk iets in Mike." Ze snikt. "De volgende dag ging hij
weg, met Bart. Toen hij thuiskwam vroeg ik waar Bart gebleven was. 'Bij een
vriend', zei hij. Dat was de laatste keer dat ik Bart gezien heb."
Britt moet dit even verwerken. "Dus uw man was gek op Peter?" Zonder
op antwoord te wachten staat ze op en loopt het verhoor uit. Ze klopt op de deur
ernaast. "Tony, heb je een momentje?"
"Die man zegt niets."
"De vrouw heeft gepraat!"
Even later zijn zowel Tony als Nadine volledig ingelicht. Britt en Tony gaan
samen verhoor 1 binnen, waar de man nog altijd zit.
"Wat wilt u nou weer van me?"
"De waarheid, alstublieft."
"Maar ik."
".u weet niets meer? Laten we uw geheugen opfrissen: u heeft de kleine Bart
meegenomen naar 'een vriend'."
"Nu willen we maar een ding weten: wie is dat, meneer Vermeulen?"
"Het.het was een schoolvriend van vroeger"
"Naam en adres?"
"Rob. Rob. de Graaf geloof ik. Het adres weet ik niet meer." Tony
kijkt ongelovig. Je zoon weggeven en niet eens weten of hij nog leeft, waar hij
is of met wie? "Nou ja, dat kunnen wij wel opzoeken."
"Mag ik nu gaan? En mijn vrouw ook?"
"Goed. Maar blijft u voorlopig nog wel in Gent, alstublieft."
"Wat gaan jullie nu doen?"
"We wilden dat adres opzoeken en Peters spullen nog eens onderzoeken op
achtergebleven bewijs." Nadine knikt goedkeurend. "Maar als die man
het niet gedaan heeft, wie dan wel?"
"Als hij de waarheid spreekt, is Bart waarschijnlijk nog in leven. Hij was
het huis uit gezet vanwege Peter, dus had ook nog een rekening met hem te
vereffenen."
"Ik hoop dat jullie nog wat vinden. En wees in het vervolg íets
voorzichtiger met beschuldigen, hè."
Tony rolt geïrriteerd met haar ogen. "Ja, baas."
"Succes!"
"Ik heb het adres gevonden! Koperstraat 127C."
De twee dames springen op en lopen naar de wagen.
"Zeg, ben jij nou eigenlijk al uit geweest met Sel?"
"Ik wilde wel, maar moest eerst persé met jou eten, weet je nog?"
"Zo erg was dat nou toch ook weer niet?"
"Het eten was wel lekker."
Tony grinnikt en start de auto. Ze hadden een heel gezellige avond gehad. Zoiets
zouden ze vaker moeten doen. Even onthouden voor de volgende keer dat Britt haar
om een gunst vraagt.
Een dikke man doet open. Britt schat hem zo'n 45 jaar. Ze zwaait even met haar
identificatiekaart en voert dan het woord.
"Hallo, Britt Michiels, Tony Dierickx, politie Gent. Bent u Rob de
Graaf?"
"Ja. Wat is er?"
"Mogen we u een paar vragen stellen?"
"Mij best."
"Heeft u kinderen?"
"Hoezo?"
"Eeh, vanwege een enquête voor mensen tussen 20 en 30 jaar die opgegroeid
zijn in deze buurt. Over veiligheid."
"Nee. Geen kinderen."
"Ook geen andere jonge mensen in huis?"
"Nop."
"Ook geen uit huis wonende kinderen?"
"Nada."
"Toch bedankt voor uw tijd."
Teleurgesteld draaien ze zich om. Nu weten ze nog niet hoe Bart zichzelf
tegenwoordig noemt en waar hij woont. Maar als ze bijna halverwege de trap zijn,
horen ze achter zich twijfelend: "Tellen pleegkinderen ook mee?" Tony
denkt spottend: goh, een zin van víer héle woorden!
Hij zal wel hoofdpijn hebben!
"Ja, natuurlijk. Als ze hier maar zijn opgegroeid."
"Probeer dan de Groeneweg nummer 17 es. Vraag naar Barthezz." Dan pas
slaat de deur dicht.
Eerst gaan de dames nog eens langs de plaats delict, om nog een keer alles te
bekijken.
"Waar zoeken we eigenlijk naar?"
"Vingerafdrukken, DNA."
"Zo stom om DNA achter te laten is onze moordenaar niet, en hij had
waarschijnlijk handschoenen aan. Zoeken is zinloos."
"Maar het slot is niet opengebroken. Dus tenzij onze man een sleutel
had."
".is hij binnengelaten door Peter. Hé wacht, als hij binnengekomen zou
zijn met handschoenen aan, zou Peter dat verdacht hebben gevonden met dit
weer."
"Dus goeie kans dat hij ze bij binnenkomst niet aan had. Dat betekent
vingerafdrukken op."
Britt gaat het appartement uit en komt dan weer binnen. Wat zou Bart aangeraakt
kunnen hebben? De bel natuurlijk, maar die is afgeveegd. Ze glipt de woonkamer
in alsof er iemand voor de deur staat, want daar heeft Peter waarschijnlijk
gestaan. Daarbij botst ze bijna tegen een bijzettafeltje. ".op deze
tafel!"
Ze houdt haar hoofd scheef om te kijken of er inderdaad vingerafdrukken op
zitten. "Ja, hier maken we wel een kans mee. Ik bel meteen het labo."
"Ik bel de mannen, om eens met de buren te praten."
Die middag werken ze weer, een tikkeltje nerveus, snel en geroutineerd hun
andere zaken af. Ze vonden het niet verstandig om meteen naar Bart (alias
Barthezz) te gaan, ze zouden hem zo immers op de vlucht kunnen jagen. Als de
telefoon gaat, heeft Tony hem het eerst.
"Dierickx? .Mooi zo. Nee, dat is juist goed! Bedankt!" Ze haakt in en
vertelt Britt, die vragend kijkt: "Het labo! Ze hebben onze afdrukken
meteen behandeld: ze komen niet overeen met die van Peter zelf!"
"Zullen we het erop wagen en Bart oppakken?"
Maar Tony herinnert Britt: "We hebben nog geen officiële grond."
"Dan gaan we toch gewoon met hem praten? Peter viel achterover. Dat wijst
erop dat hij waarschijnlijk bedreigd is en gedwongen op het bureau te klimmen,
terwijl de moordenaar zijn gezicht wilde blijven zien. Dus zouden we Bart moeten
kunnen pakken op wapenbezit."
"We moeten beter bewijs hebben. Hij zal het wapen wel hebben weggegooid, of
een keukenmes hebben gebruikt."
"Kunnen we proberen zijn vingerafdrukken te krijgen vóórdat we hem
arresteren?"
"Ja, makkelijk, maar hoe doen we het legáál? Dan moeten we het hem
vragen."
Dan gaat de telefoon weer. Deze keer is Britt haar partner te snel af.
"Michiels. Hey Sel." Tony grijnst breed als ze ziet dat Britt een
beetje bloost.
".nee? Jammer. Echt? Geweldig! .die hadden we dus al veel eerder moeten
ondervragen. nee, wij ook niet. Bedankt. Dag Sel!" Dan legt ze neer.
"Het was Sel. Ze hebben de buren ondervraagd en een van de buurvrouwen
heeft een man naar binnen zien gaan. Ze had hem een week eerder ook al gezien,
en ze zou hem makkelijk herkennen: hij heeft een opvallend litteken op zijn
linkerwang."
"Shit zeg, waarom zijn we er niet eerder op gekomen met de buren te
praten?"
"Er was erg weinig kans dat ze zich nog iets herinnerden. Die appartementen
zijn nogal gescheiden. Vanneste had de hoop ook al opgegeven: hij zit op de
stoep een broodje te eten, volgens Sel."
Tony lacht. "De onnozelaar."
"Kom, we gaan naar Barthezz. Als hij voldoet aan het signalement hebben we
een reden om hem binnen te brengen, dan nemen we zijn vingerafdrukken, en voilà,
kat in het bakkie!"
Ze dánst bijna naar de auto. Tony moet stevig doorstappen om haar bij te
houden. "Zeg, wat is er ineens met jou?"
"We hebben de moordenaar van Peter!"
"Dus het is niet om iets dat Sel over de telefoon heeft gezegd.?"
Britt stapt in en bekent dan: "Als je het dan zo nodig moet weten: hij zei
'Hey, Brittje'. Hij houdt van me!"
"Tjongejonge. Je lijkt wel een verliefde púber, Britt!"
"Kom op, we gaan naar Bart." Tony glimlacht en start dan gehoorzaam de
auto.
Als ze de Groeneweg indraaien, zien ze het flatgebouw onmiddellijk staan. Ze
kijken er eens naar. Het bestaat uit 5 verdiepingen. Ze moeten op de 1e zijn,
bij nummer 17. Van een afstand is al te zien dat ze dit niet alleen aankunnen:
er zijn twee uitgangen en een brandtrap. Verder zou Bart uit een van de ramen
kunnen springen, zo hoog is het niet. Dus roepen ze de rest van het team maar
op.
Na een paar minuten horen ze motoren, en na Ben en Sel komen ook hun andere drie
collega's aan rijden. Tony krijgt de leiding van de inval. Ze legt snel het plan
uit: Raymond en Pasmans blijven buiten en zorgen dat er niemand ontsnapt door de
ramen of via de brandtrap. Ben en Sel bewaken de achterkant van het gebouw. De
drie vrouwen gaan intussen naar binnen en nemen Bart en zijn huisgenoten mee
voor een verhoor.
En zo gebeurt het ook. De mannen nemen onopvallende posities in rond het gebouw.
Intussen gaan de vrouwen (die niet in uniform zijn, dus de bewoners minder
alarmeren) naar de voordeur van nummer 17. Britt haalt diep adem en belt dan
aan. Een lange, slungelige man doet open. Geen litteken op zijn wang.
"Hallo."
"Goeiemiddag. Politie Gent. Mogen we jullie vragen met ons mee te gaan naar
het bureau?" Dan gaat alles opeens heel snel. Een moment kijkt de man hen
verbaasd aan. Dan smijt hij de deur in hun gezichten dicht en schreeuwt:
"De flikken! Rennen!" Veel herrie volgt. Maar Tony heeft de deur
alweer open en grijpt een van de vier mannen die in het huis zitten. Ze gooit
hem tegen de grond. Nadine heeft de volgende ook al gauw. Maar de andere twee
maken zich uit de voeten. Britt rent erachteraan, maar een van de twee springt
uit een raam. Ze besluit degene met het litteken te volgen. Hij gaat naar de
brandtrap. Dat is handig, want die wordt van onderen bewaakt door de mannen.
Maar dan doet 'Barthezz' iets dat Britt niet voorzien had. Hij gaat de trap óp,
in plaats van naar beneden. Dus gaat ze erachteraan. Ze sprinten omhoog. Britt
telt de verdiepingen: de tweede, derde, vierde, vijfde.
Dan komen ze op het dak. Er zijn geen uitwegen. Ze licht buiten adem de anderen
in via haar walkietalkie. Maar Bart rent intussen door naar de rand van het dak
en dreigt te springen.
"Bart, niet doen!" Britt zet voorzichtig een stap in zijn richting.
"Niet dichterbij komen!" Ze staat meteen stil.
"Bart, we willen op het bureau alleen even met je praten!"
"Waarom kan dat niet hier?"
"Ook goed. Maar dan moet je wel bij die rand vandaan komen."
Hij houdt haar scherp in het oog terwijl hij op de rand gaat zitten. "Ik
blijf hier zitten."
Britt zucht. Dat was ook wel iets te gemakkelijk geweest. "Goed. Eerste
vraag: ben jij Bart Vermeulen?"
"Nee. Zo heet ik al 29 jaar niet meer. Ik ben Barthezz nu. Barthezz de
Graaf." Aha, daarom konden ze hem niet vinden in het rijksregister: er is
wat geklooid met die naamverandering.
"Dus je bent wel het pleegkind van Rob de Graaf?"
"Officieel wel. Maar ik ben bij die klootzak weggegaan toen ik 15 was, oud
genoeg om voor mezelf te zorgen."
"Waarom?"
"Hij zoop. En sloeg."
"Wist je vader dat, toen hij je bij hem afzette?"
"Nee. Rob vertelde me dat Mike me gewoon in zijn armen duwde, en zei: 'zie
maar wat je met hem doet'. Toen is hij weggegaan." Britt gaat maar snel
over op een ander onderwerp.
"En vanaf je 15e heb je hier gewoond?"
"Ja. Met vrienden."
"Jullie vormden een bende?"
"Ja. Eerst wel. Om de huur te betalen. Maar later zijn we daarmee gestopt,
hoor." Daar gelooft Britt niets van. Waarom zouden ze dan wegrennen? Nou
ja, dat zullen ze op het commissariaat nog wel eens bespreken.
"Heb je je broer, Peter, nog wel eens gezien?"
"Aha, daar komen jullie voor. Hij is uit een raam gesprongen, hè?"
"Heb je hem daarvoor nog gezien?"
"Nee. Ik haatte hem."
"Maar zijn buurvrouw heeft je daar naar binnen zien gaan." Shit,
bedenkt Britt, ik moet oppassen met beschuldigen, straks springt hij! Snel voegt
ze eraan toe: "Ik wil graag weten of hij jou heeft verteld over
bedreigingen."
"Nee, daar hebben we het niet over gehad." Maar hij heeft de flik door
en kijkt scherp naar haar.
"Waar hebben jullie dan wel over gepraat?"
"Hou maar op schijnheilig te doen. Jullie weten het."
Britt probeert verbaasd te kijken, maar het heeft geen zin. Bart heeft haar
doorzien.
"Jullie weten het. Dat ik Mr. Leneuve ben." Hij staat zo snel op dat
hij wankelt en dreigt naar beneden te vallen.
"Barthezz, niet doen! Je bent pas 32. Je hebt nog zo lang te leven!"
"Ja, in de bak zeker!"
"Dat is maar een paar jaar. En je vrienden kunnen je komen opzoeken. Denk
eens aan hen."
"Ze zullen het wel begrijpen."
"En aan je ouders. Je vader heeft spijt als haren op zijn hoofd. En je had
je moeder moeten zien toen we het over je hadden. Ze huilde. Ze houdt nog steeds
van je en ze mist je. Dit kun je haar toch niet aandoen? Allebei haar kinderen
verliezen in één week!"
"Waarom is ze me dan nooit op komen zoeken?"
"Mike heeft haar nooit verteld waar hij je heengebracht had!"
"Zeg flik, heb je zelf kinderen?" Britt besluit openhartig te zijn, om
hem gerust te stellen.
"Ja. Een dochter."
"Zou jij haar ooit zoiets aan kunnen doen?"
"Nee, natuurlijk niet!"
"Want je houdt van haar."
"Ja."
"Mijn ouders houden dus niet van me. En waarom zouden ze me ineens gaan
missen als ze weten dat ik dood ben, terwijl ze al die jaren niet wisten of ik
nog leefde en me níet misten?"
Britt heeft echt met hem te doen. Hij mag dan een moordenaar zijn, maar ze kan
zich zo'n leven als hij gehad heeft niet eens voorstellen.
"Alsjeblieft, doe het niet. Kom, ik breng je binnen, dan ga je voor een
paar jaar achter de tralies en kun je daarna verder leven. Als je wilt kun je
zelfs Peters plaats weer innemen. En de gevangenis is echt niet zo erg als het
lijkt."
Barthezz kijkt naar beneden en ziet dat daar nog meer agenten staan. Ook zijn er
enkele ramptoeristen. Allemaal kijken ze angstig naar boven. Allemaal hopen ze
dat hij niet springt. Dan ontdekt hij zijn vrienden. Ze zitten geboeid in een
politiecombi en roepen dingen naar hem die hij niet verstaat, maar hij kan wel
raden wat ze bedoelen. Dan kijkt hij naar de vrouw voor hem. Ook zij kijkt bang.
Hij bedenkt dat ze ongeveer even oud moet zijn als hij. Ze strekt voorzichtig
haar hand naar hem uit.
"Ik smeek je, doe het niet!" Hij voelt dat ze het meent. Ze geeft
écht een beetje om hem. Dat geeft de doorslag: hij zucht en stapt weg van de
rand. Hij pakt haar hand en laat zich boeien. Ze zal wel gelijk hebben: hoe kan
de cel nou erger zijn dan wat hij allemaal heeft meegemaakt?
Vanbruane komt binnen met een big smile en een fles champagne. "Van de
burgemeester. Met zijn hartelijke felicitaties én, nog beter, excuses voor zijn
gebrek aan vertrouwen in ons." Lachend praten ze nog wat na. Bij gebrek aan
glazen staan ze even later allemaal met een kartonnen bekertje in hun hand.
"Op Tony en Pasmans, maar vooral Britt, die samen deze zaak tot een goed
einde gebracht hebben." Selattin kijkt heel zielig. "En ik? Word ik
niet bedankt voor mijn koppigheid, waardoor het überhaupt een záák is
geworden?" Britt zet onmiddellijk haar beker neer en loopt naar hem toe. Ze
slaat een arm om hem heen. "Zo beter?" Ze kussen elkaar teder.
"Kijk", roept Ben, "dát is pas een reden voor champagne!"
Einde
CoolFlik