Afwijkend gedrag

Britt : Dorien, schiet eens op, je moet naar school.
Dorien : Ik kom zo.
Britt : Nu graag, ik heb geen zin in dit gedoe, en het maakt niet uit hoe laat we op school komen, maar ik ga toch met de juf over dat zakmes praten.
Dorien : Ik kan hem best zelf aan Kim terug geven.
Britt : Dat mag de juf doen, net zo als van mij mogen jullie van de juf geen wapens hebben.
Dorien gaat nu mokkend met haar moeder mee, ze snapt niet waarom ze niets mag, twee dagen geleden mocht ze ook al geen waterjojo en nu weer dat gezeur over dat zakmes. 

Dan komen ze op school en Britt loopt door naar de leraren kamer.
Juf : Wat kan ik voor u doen, mevrouw Michiels?
Britt : Ik kwam dit geven, die heb ik gister van Dorien afgepakt en hij is van Kim.
Juf : Bedankt, ik zal hem aan haar ouders geven.
Britt : Ik wou ook nog even waarschuwen voor die waterjojo’s, gister heb ik nog net een 11 jarige kunnen redden, hij heeft zo’n touw van een jojo om zijn nek gehad, die dingen zijn echt levens gevaarlijk.
Juf : Bedankt voor de waarschuwing. Het gaat tegenwoordig weer goed met Dorien in de klas.
Britt : Daar ben ik blij om.

Britt verlaat dan de school, op het plein wild ze nog afscheidt van Dorien nemen, maar die heeft daar absoluut geen zin in.
Johan : Problemen?
Britt : Ben dat zakmes naar de juf wezen brengen.
Johan : Dat neemt ze je natuurlijk niet in dank af.
Britt : Zeker niet, maar ze moet weten dat je geen wapens mag hebben en dat ook een mes een wapen is.
Johan : Weet ze dan niet dat haar vader door een mes is gestorven?
Britt : Nee, ik heb haar nog altijd de waarheid niet verteld.
Johan : Zou je dat dan niet eens gaan doen, hoe langer je wacht hoe moeilijker het wordt.
Britt : Weet ik, maar ik wacht op een geschikt moment.
Johan : Die bestaan daar niet voor.
Britt : Ik weet dat je gelijk hebt.

Dan gaat Britt naar het commissariaat en denkt toch nog even na over wat Johan net tegen haar heeft gezegd. Wanneer ze in het teamlokaal komt ziet ze dat daar alleen de heren zitten.
Britt : Is Sofie er nog niet?
Nick : Die is aan het bellen.
Bruno : Jij bent laat, wilde Dorien niet opschieten?
Britt : Nee, ik wilde nog even met de juf praten.
Raymond : Britt, jij en met de juf praten, dat klopt niet.
Britt : Weet ik Raymond, maar Dorien had een zakmes van een klasgenootje.
Raymond : Ik begrijp het.

Dan komt Sofie uit het kantoortje en loopt meteen door naar het kantoor van Vanbruane.
Britt : Wat heeft die?
Nick : Ik weet niet, niet maar het zal wel goed zijn.

Sofie : Baas, zouden Nick en ik over twee weken maandag ochtend vrij kunnen zijn?
Nadine : Waarom?
Sofie : Iets, Privé.
Nadine : Ik denk wel dat het gaat, de hoort het vanmiddag wel.
Sofie : Ik moet in ieder geval vlij, en ik zou het gewoon fijn vinden als Nick mee kon.
Nadine : Ik zal mijn best doen.

Sofie loopt dan naar haar bureau. Britt zit daar wat voor zich uit te staren en merkt niet eens dat Sofie er bij is gaan zitten.
Sofie : Wat is er Britt?
Britt : Ik heb het Dorien nog steeds niet verteld.
Sofie : Wat niet vertelt?
Britt : Van Mark, hoe het is gebeurd.
Sofie : Waarom denk je daar nu ineens aan?
Britt : Dat zakmes, als ze het geweten had, had ze dat nooit gedaan.
Sofie : Je wild het gaan vertellen?
Britt : Maar ik weet niet hoe.
Sofie : Ik weet dat ook niet, ik zou het echt niet weten hoe je zoiets zou moeten vertellen.
Britt : Ik moet het gewoon vanmiddag vertellen, ze wel boos o me, maar dan begrijpt ze het.
Sofie : Ze zal het wel begrijpen.
Britt : Wat gaan wij vandaag doen?
Sofie : Je weet toch dat school verzuim wat het Lyceum heeft aangekaart.
Britt : Daar gaan we ons mee bezig houden? 
Sofie : Een aantal jongeren worden nogal vaak door winkeliers gezien, en dan onder schooltijd, de jongeren hangen daar rond en ze worden verdacht van diefstal van kleine dingentjes zoals klein snoep en blikjes en ze bekladden van alles.
Britt : Hoogtijd om ze op te pakken.
Sofie : Ja, maar onze collega’s in uniform zijn ze te snel af en ze hoeven het niet in burger te proberen wand ze worden herkend.
Britt : Dan gaan wij toch gezellig winkelen.
Sofie : Precies.
Britt : Dat is alleen wel erg handig op maandag ochtend dan is er zoveel gesloten.
Sofie : Dat maakt onze jongens niets uit.
Britt : Met hoeveel zijn ze?
Sofie : Meestal met 4.
Britt : Dat moet wel gaan lukken.
Sofie : Dacht ik ook.
Britt : Zullen ze er nu al zijn, het is nog vroeg.
Sofie : Ik zal met de supermarkt bellen of ze er al zijn en of ze ons anders willen bellen als ze komen opdagen.
Britt : Goed idee, ga alvast aan die paar PV’s werken die zijn blijven liggen.
Sofie : Dat is goed.

Sofie zoekt even het nummer van de supermarkt op en daar krijgt ze te horen dat de jongens er al zijn dus dat betekend dat ze er meteen vandoor kunnen gaan. Aangekomen in het winkel centrum is het al duidelijk, een groepje van 4 jongens van een jaar of 15 die zitten op een bankje en zijn hem een beetje aan het bekladden en ze slaan taal uit wat niet echt beschaaft is.
Sofie : Ze zien er niet echt bijster slim uit.
Britt : Dat zullen ze ook niet zijn als ik dat zo zie dat doet iemand met gezond verstand niet
Sofie : Gelijk maar arresteren, ze overtreden nu al de wed.
Britt : Goed.
Britt en Sofie lopen op de vier jongens af die niet in de gaten hebben dat er twee flikken op hun af komen. Voor dat twee het in de gaten hebben zijn ze al geboeide de andere willen weg, maar die worden ook nog op tijd gegrepen.
Britt : Sofie, bel even een combi, dan kunnen we op het commissariaat met ze gaan praten.

Binnen 5 minuten is de combi er al en de supermarkt eigenaar is blij dat het eindelijk gelukt is met er wat tegen te doen, wand hij heeft al heel vaak gezien dat de patrouillerende agenten het geprobeerd hebben, maar dat is altijd nog mislukt. Op het commissariaat blijkt dat ze alle vier niets bij zich hebben waar je hun identiteit van af kan halen. Ze hebben dan wel geld, maar voor de rest zit er ook niets in hun portemonnee. 

Britt : Ik hoop dat ze willen vertellen wie ze zijn wand anders kunnen we lang wachten, ze zullen nog wel niet in ons bestand zitten.
Sofie : Dan kunnen we toch iemand van het Lyceum vragen om te komen.
Britt : Ja dat is waar.

Britt : Naam?
Matijs : Matijs Bakker.
Sofie : Matijs, vertel ons eens waarom jij hier zit?
Matijs : Omdat u dat heeft gedaan.
Britt : Waarom laten wij jou hier zitten?
Matijs : Ik wist dat de flikken dom waren, maar niet dat ze niet eens weten waarom ze iemand arresteren.
Britt : Grote mondt.
Sofie : Ik weet het wel, maar jij zal het toch ook moeten weten, denk eens heel goed na.
Matijs : Ik weet het niet.
Britt : Waarom ben je niet op school?
Matijs : Omdat ik hier ben.
Britt : Stop met dat bijdehante gedoe. Waarom hing je in het winkelcentrum rond in plaats van op school te zitten?
Matijs : Het is daar veel gezelliger.
Britt : Oke, weet je nu al waarom je hier zit?
Matijs : Omdat ik spijbel.
Sofie : Je zit al in de goede richting.
Matijs : Ik weet het echt niet.
Britt : Wat doe je als je aan het spijbelen bent?
Matijs : Een beetje rondhangen in het winkel centrum, daar is toch niets mis mee.
Britt : Wel als mensen er last van hebben.
Matijs : Waarom hebben ze last van mij?
Sofie : Jullie bekladden en slopen bankjes. Jullie nemen wel eens wat uit een winkel.
Matijs : Zo erg is dat toch ook weer niet?
Britt : Dat is wel erg, schrijf je adres en je telefoon nummer eens op.
Mathijs schreef het op en Britt en Sofie verlieten het verhoor.

Britt : Is die gast nou zo stom?
Sofie : Ik geloof van wel. 
Britt : Ik ga alvast contact met zijn ouders nemen.
Sofie : Ik ga wel even koffie voor ons halen, wand als die andere drie ook zo stom zijn.
Britt : Ik hoop het van niet.

Na een kopje koffie gaan ze met nummer twee beginnen, Anton niet zo stom als Matijs maar ook nog heel vermoeiend, maar die geeft ook snel toe, dat doen de andere twee gelukkig ook. Na het vierde verhoor komt er een bekende binnen gelopen. Het is namelijk Silvia Kampen die pas nog heeft geprobeerd zelfmoord te plegen door te willen springen.

Britt : Voor wie komt u?
Silvia : Voor u, u heeft mijn zoon opgepakt en mijn daarvoor laten opdraven, mijn ex had het te druk en ik wil er zeker van zijn dat hij gestraft wordt.
Britt : Matijs is uw zoon?
Silvia : Ja, helaas wel, het valt mee dat hij zijn adres nog weet, hij is zo dom als een varken.
Britt : Dan zijn wij niet de enige die tot die conclusie zijn gekomen.
Silvia : Wat heeft hij nu eigelijk gedaan?
Sofie : Hij spijbelt al een hele tijd en dan hangt hij met nog een paar vrienden rond in het winkelcentrum en vallen daar mensen lastig en nemen wel eens wat uit de winkels. De patrouilles zelf hebben ze nooit te pakken gekregen, maar wij gelukkig wel.
Silvia : Hij vond natuurlijk dat hij alle recht daar toe had?
Britt : Dat vond hij.
Silvia : Ik weet dat het niet goed gaat, maar ik kon er niet meer tegen en heb hem ook meerdere malen geprobeerd uit huis te plaatsen, nu ik gescheiden ben woont hij bij mijn man, daar heeft hij niets aan, maar ik ga er anders aan onderdoor.
Britt : Ik begrijp dat het vervelend is dat het helemaal mis gaat met je kind en dat je dan niets meer kan doen.
Silvia : Mijn twee dochters gingen daar ook op reageren, wanneer mijn zoon weer een tijdje weg was ging het weer helemaal goed.
Sofie : Wild u dat we dit mat uw man afhandelen?
Silvia : Voor mij is het beter, maar hij zal dan niet gestraft worden.
Sofie : De jeugdrechter zal hem straffen.
Britt : Wild u uw zoon nog spreken?
Silvia : Nee, eigelijk niet, zou u hem naar mijn ex willen brengen?
Britt : Ja dat is goed, we zullen ook wel met hem spreken.
Silvia : Ik ben u daar heel dankbaar om.

Ondertussen zijn Nick en Bruno opgeroepen vanwege verkeersagressie. Wanneer ze bij de vaart aankomen lopen ze naar een groepje mensen die bij een plezierjachtje staan. Op de jacht zit een vrouw in een stoel in een deken gewikkeld helemaal te bibberen. De schipper verteld dat hij de vrouw uit het water heeft gevist heeft. 
Bruno : Mevrouw wat is er gebeurd?
De vrouw zwijgt in alle talen en blijft bibberend zitten.
Nick : Heeft u gezien wat er is gebeurd?
Schipper : Ik zag dat ze in de vaart werd gegooid door twee jongens en die zijn in een groene auto weg gereden, ik weet niet welk merk, ik heb daar geen verstand van en ik was nog te ver weg. Toen ben ik al vaart gaan minderen en toen is ze naar mijn bood gezwommen en heeft zich aan het touwladdertje vast geklemd wat in het water hangt en ik heb haar er zo uit gehaat. Omdat ze nogal in shock was heb ik haar een beker Whisky gegeven, dat moet als het goed is helpen.
Bruno : Koffie met veel suiker is eigelijk beter, maar dat had u waarschijnlijk niet in de buurt.
Schipper : Nee, dat had ik niet in de buurt.

Dan komt de ambulance er al aan en vertelt Nick in het kort wat er is gebeurd en word de vrouw mee genomen naar het ziekenhuis. Er komt dan ineens een vrouw naar hun toe.
Rozelie : Ik heb gezien wat er gebeurd is.
Nick : Wat is er dan gebeurd?
Rozelie : De vrouw stak een stukje terug over met haar fiets bij de oversteekplaats. Toen kwam er een groene Opel en reed haar aan. Er kwamen twee jonge gasten uit en die pakte haar op begonnen haar te slaan. En ze hielden iets tegen haar waar ze heftig op reageerde. Toen ze buiten bewustzijn was geraakt hebben de jongens haar in de vaart gegooid en zijn die kant op gereden. Dan heeft die schipper haar uit het water gehaald.
Bruno : Heeft u misschien ook het kenteken van de auto gezien?
Rozelie : Ja, ik heb het opgeschreven, ik zal het aan u geven.
Nick : We zijn u hier heel erg dankbaar om.
Rozelie : Ik ben u al dankbaar als u die twee schoften laat straffen.
Dan scheurde ze een blaadje uit haar agenda en gaf die aan Nick.
Nick : We gaan ons best doen.

Ondertussen zijn de drie andere moeders ook op het commissariaat gekomen en worden door Britt en Sofie ingelicht wat er precies is gebeurd. Alle drie de moeders zeggen dat ze op hun zoon zullen letten zodat het niet meer zal gebeuren.
Na dit gesprek besluiten ze eerst te gaan eten en dan Mathijs naar zijn vader te brengen, de andere drie jongens zijn met hun moeder mee. Vier heren komen nu ook binnen voor wat te eten.

Nick : Dames, kijk maar uit als je een aanrijding krijgt je licht zo bewusteloos in de vaart.
Britt : Wat is er met jou Nick?
Bruno : Verkeersagressie, een vrouw was aangereden en twee jongens hebben haar mishandeld en bewusteloos in de vaart gegooid.
Sofie : Waar moet dat na toe in deze wereld, dan zijn die van ons nog schatjes.
Britt : Ze mishandelen niet, maar wat ze voor de rest doen is ook niet ideaal, Sofie.
Sofie : Dat is waar. Raymond, hebben jullie ook nog last gehad met mensen met afwijkend gedrag?
Raymond : Ja, een burenruzie over een heg, twee mannen van 70 de ene heeft hem een duw gegeven en de buurman viel dus, opslag dood.
Britt : Mishandeling met de dood tot gevolg?
Pasmans : Daar lijkt het op, maar we wachten op het autopsierapport, die man was echt helemaal van de kaard, hij zegt dat het echt niet zijn bedoeling was.
Sofie : Dat geloof ik best als je iemand alleen een duw wild geven en hij licht dan ineens dood voor je.
Pasmans : Je mag dat niet doen ook al ben je boos.
Britt : He, niet zo precies alsjeblieft, iedereen geeft iemand wel eens een duw.

Na het eten vervolgt iedereen zijn eigen weg weer. Raymond en Pasmans gaan weer patrouille rijden. Nick en Bruno gaan naar het ziekenhuis om te infomeren hoe het er voor staat met de vrouw. Britt en Sofie die gaan nu Mathijs naar zijn vader brengen. 

Tony brengt Dorien en Simon naar school wand Ze zijn samen weer bij haar blijven eten tussen de middag. Wanneer Dorien het schoolplein op komt lopen komt een boze Kim op haar af.
Kim : Je wordt bedankt, ik heb een week huisarrest dankzij jou.
Dorien : Ik heb ruzie met mijn moeder, het spijt me ik kon er niets aan doen dat ze hem vond.
Kim : Je moest hem goed verbergen had ik toch gezegd.
Dorien : Ik had hem in mijn vakje in mijn jaszak, maar ze raakte dat aan en werd echt heel boos.
Kim : Heb je nu ook straf?
Dorien : Nee, maar ik heb wel ruzie met mijn moeder.
Kim : Eigen schuld.
Dan word Dorien boos en geeft kim een slag n haar gezicht. Die word door Tony gezien die nog even stond te kijken en ze loopt met de kinderwagen voor haar naar Dorien en pakt haar bij de pols vast.

Tony : Dorien, waar is dat goed voor? (streng)
Dorien : Gaat je niets aan.
Tony : Antwoord. (streng)
Dorien : We hebben ruzie. (boos)
Tony : Dan mag je als nog niet slaan, je hebt vanmiddag straf, als je dat maar weet.
Kim kijkt dan heel gemeen naar Dorien. Tony ziet dat niet en Dorien wordt nu alleen nog maar bozer. Dan gaat de schoolbel en loopt Dorien boos de school in en Tony gaat naar de winkels om de nodige boodschappen te doen.

Britt, Sofie en Mathijs lopen het café in.
Britt : Britt Michiels, Sofie Beeckman, politie Gent. U bent de vader van Mathijs?
Peter : Ja dat is mijn zoon, wat is er?
Sofie : Zouden we even met u kunnen praten?
Peter : Ja dat kan, wild u koffie of thee?
Britt : Nee bedankt.
Ze gaan nu aan een tafeltje zitten en Mathijs loopt het huis in wat aan het café vast zit.

Britt : Wij hebben uw zoon deze morgen gearresteerd in het winkelcentrum. Hij en nog drie vrienden spijbelen nogal vaak en hangen dan rond in het centrum, waar ze mensen met hun gedrag lastigvallen en bankjes bekladden en vernielen. Ook nemen ze nogal eens wat uit de winkels.
Peter : Wat gaat er nu gebeuren?
Sofie : Dat beslist de jeugdrechter.
Peter : En tot die tijd?
Britt : Daar moet u uw verantwoordelijkheid over dragen.
Peter : Hij zal van mij straf krijgen.
Britt : Ik hoop dat het bij deze situatie zal blijven en niet verder zal gaan.
Peter : Ik zal mijn best doen.
Dan verlaten de twee dames het café en gaan naar het commissariaat.

In het ziekenhuis vertelde de arts aan Nick en Bruno dat de vrouw onderkoeld en erg in shock was. Ze had ook brandwonden in haar nek, dit moest van stroomstoten komen. Wanneer Nick en Bruno het ziekenhuis uit liepen kregen ze telefoon van Raymond dat hij de bestuurde en de bijrijder van de groene Opel had gevonden. Daar waren ze heel blij mee en gingen daarom meteen terug naar het commissariaat om die twee te verhoren. 

Nick : Hebben jullie hun aangehouden?
Pasmans : Ja dat hebben we, Op de auto zitten krassen van de fiets. Hoe is het met die vouw?
Nick : Ze was onderkoeld en in shock en had brandwonden.
Raymond : Hoe kwam ze dan aan die brandwonden?
Bruno : De dokter denkt van een elektrische stoot.
Raymond : Ik zal vragen of ze in hun auto gaan kijken.
Nick : Als je dat wild doen, waar is de bestuurder?
Pasmans : Verhoor 1 en de bijrijder in 2.
Nick : Wij zitten in 1.
Raymond : Dat is goed.

Terwijl Nick en Bruno naar verhoor 1 lopen komen Britt en Sofie het teamlokaal binnen en gaan aan hun bureau zitten om het papierwerk te doen wat nog niet is gebeurd. Vanbruane komt dan ook haar kantoor uit gelopen om naar de burgemeester te gaan.
Britt : Vertel de burgemeester maar dat we 4 jongeren hebben geholpen om op het rechte pat terug te gaan.
Nadine : Dat zal ik doen Britt. Sofie het is goed wat je vanochtend vroeg.
Sofie : Bedankt baas.
Dan vertrekt Vanbruane naar de overkant en Britt probeert uit te vissen wat Sofie heeft gevraagd maar die laat helemaal niets los.

Nick : Is er nog iets gebeurd toen je langs de vaart reed vanmiddag.
Ditmar : Nee, ik zou het niet weten.
Bruno : Ik zal je geheugen een beetje opfrissen, er reed een fietser tegen je auto op.
Ditmar : Helemaal niets van gemerkt.
Nick : Er zitten krassen van die fiets op je auto.
Ditmar : Dat zegt niets, er kan ook toen ik geparkeerd stond een fiets tegen gekomen zijn.
Bruno : Volgens de getuige stond je niet geparkeerd.
Ditmar : Ik zeg niets meer, jullie proberen me wat in de schoenen te schuiven.
Nick : We gaan uw bijrijder maar verhoren, misschien kan die zich iets meer herinneren.

De twee heren verlaten het verhoor en er blijft een andere agent bij Ditmar wachten terwijl Nick en Bruno naar verhoor 2 te gaan waar de bijrijder zit te wachten.
Nick : Hoe heet je?
Lorenzo : Lorenzo van Dijk.
Nick : Lorenzo, heb jij met Ditmar vanochtend langs de vaart gereden?
Lorenzo : Ja.
Bruno : Lorenzo, vertel eens precies wat er is gebeurd.
Lorenzo : Een vrouw stak over en Ditmar reed tegen haar op waardoor ze viel. We zijn uitgestapt en ik moest haar van Ditmar vasthouden, hij begon haar te slaan en dan ook nog stroomstoten te geven. Toen is ze bewusteloos geraakt en hebben we haar in de vaart gegooid en zijn er vandoor gegaan.
Nick : Ik ga je verklaring noteren.
Lorenzo : Wat gaat er nu met mij gebeuren?
Bruno : Dat bepaald de jeugdrechter voor jou.

Dan gaat Nick de verklaring snel intypen en Bruno doet nog wat van de getuike verklaring en wanneer Nick klaar is laat hij de verklaring door Lorenzo ondertekenen en dan gaan ze Ditmar verhoren die na wat aandringen ook bekend.

Sofie : Hebben jullie nu ook zijn bekentenis?
Nick : Ja, maar ik heb net echt het idee dat hij er spijt van heeft.
Britt : Komt die vrouw er nog overheen?
Bruno : Ja, ze was onderkoeld en had brandwonden door stroomschokken en ze was dan in shock.
Sofie : Jullie hebben geluk dat je het kenteken van de auto wist.
Nick : Ja daar zijn we heel blij om.

Dan komt Carla met een autopsierapport voor Raymond en Pasmans aan gelopen die eigelijk heel verbaast zijn dat ze die nu al krijgen.
Pasmans : Wat staat er in?
Raymond : De man is aan een natuurlijke dood gestorven, een hardstilstand.
Pasmans : Ik zal die oude man maar laten gaan.
Raymond : Ja, doe maar he. Hij is onschuldig.

Na een kwartier komt Vanbruane uitgeteld het teamlokaal binnen gelopen.
Britt : Zware vergadering baas?
Nadine : Valt wel mee, ben gewoon moe van het luisteren. Hoe is het hier gegaan?
Nick : Zaak opgelost.
Nadine : Mooi, dan kan iedereen morgen met een nieuwe zaak beginnen, wanneer jullie papierwerk af is kunnen jullie naar huis.
Britt : Ik zou graag met u willen praten, ik heb uw advies nodig.
Nadine : Ben je klaar met je papierwerk?
Britt : Ja, alleen nog gewone PV’s, maar die hebben geen haast.
Nadine : Kom dan maar gelijk mee.

Britt loopt met Vanbruane mee naar haar kantoor en sluit de deur achter zich en gaat tegenover haar baas zitten.
Nadine : Wat is er Britt?
Britt : Ik moet het Dorien nu gaan vertellen.
Nadine : Wat moet je vertellen aan Dorien?
Britt : Hoe Mark echt is gestorven, ze weet het nog steeds niet.
Nadine : Je wild het haar dadelijk gaan vertellen?
Britt : Ja, maar ik weet niet hoe ik het moet vertellen.
Nadine : Doe hoe je het zelf denkt wat het beste is, misschien is het wel een goed idee om het te doen als Tony er bij is, die kan jullie beiden helpen.
Britt : Bedankt voor uw hulp.
Nadine : Graag gedaan, ga nu maar naar Dorien en veel sterkte. Ik ben blij dat je nog weet dat je altijd bij me terechtkan.
Britt : Ik ben u daar ook dankbaar voor.

Dan vertrekt Britt, ze gaat eerst langs de supermarkt en dan rijd ze naar de bood van Tony. Daar aangekomen neemt ze de boodschappen die koud bewaard moeten worden mee, die zal ze even in de koelkast zetten. Dan gaat Britt naar binnen en groet Tony en Dorien en zet de spullen in de koelkast. Tony loopt dan naar Britt toe.
Tony : Ik weet het niet maar er is geen land met Dorien te bezeilen vandaag Ze heeft nu ook straf van mij gekregen, op school had ze Kim eer slag in haar gezicht gegeven.
Britt : Het gaat niet echt lekker, ik heb gister een zakmes van Dorien afgepakt die was van Kim. Maar Tony, ik wilde het vandaag gaan vertellen, de waarheid over Mark.
Tony : Moet ik er bij blijven?
Britt : Als je dat zou willen graag.
Tony : Natuurlijk.

Britt en Tony gaan nu op de bank zitten en roepen Dorien bij zich, maar Dorien is nog steeds boos op haar moeder en ook op Tony omdat ze straf heeft gekregen. En heeft helemaal geen zin om er gezellig bij te komen zitten, maar doet het toch maar.
Britt : Dorien, ik moet je iets vertellen, het os voor mij heel erg moeilijk en ik wil dat je me ook uit laat praten.
Dorien : Ja ik heb het begrepen mama.
Britt : Het gaat over je vader, ik heb jou verteld dat hij een auto ongeluk heeft gehad, maar dat is niet zo.
Dorien : Is hij dan niet dood?
Britt : Je vader is wel dood, hij is vermoord.
Dorien : Maar papa was toch niet slecht?
Britt : Nee, Pappa was niet slecht, maar die hem heeft vermoord wel.
Dorien : Wie heeft pappa dan vermoord, ken ik hem?
Britt : Ja, je kent hem, nog geen jaar geleden heb je hem leren kennen, toen wist nog niemand dat hij het gedaan heeft. Maar hij heeft het me toen verteld.
Dorien : Wie was het?
Britt : Het was Danny. 
Dorien : Een vriend van pappa, maar hoe kan die nou slecht zijn?
Britt : Danny verkocht drugs en gaf informatie aan mensen die in de drugs zaten. Toen je vader iemand aan hield waar hij net drugs aan had gegeven en de drugs vond schrok Danny en was bang dat de man hem ging vermoorden en stak je vader met een springmes neer.
Dorien : Zit Danny nu in de gevangenis?
Britt : Nee, toen hij het mij vertelde richten hij een pistool op me en toen kwamen Tony en Vanbruane en Vanbruane heeft hem toen neer geschoten en hij is overleden.
Dorien : Mama?
Britt : Ja Dorien?
Dorien : Was je daarom zo boos over dat zakmes?
Britt : Ja, en daarom vind ik dat ik het nu ook echt moest vertellen, wand ik durfde het steeds maar niet.
Dorien : Het geeft niet mamma, ik hou nog steeds heel veel van je, en ik zal nooit meer met een wapen lopen.
Britt : Dat is goed.

Einde

Geschreven door flikken10

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]