   Cous-Cous op zolder
“Ja wilt u even stoppen?” Pasmans gebaart naar de zijkant als hij hoort dat het meisje in de audie-stationcar hem onmogelijk kan horen. Haar auto stuitert zo ongeveer op en neer door de beats die de bas van haar radio voortbrengt. “Ma? Eh sorry, wat?” Pasmans zucht een diepe zucht, ze zijn al de hele ochtend met routinecontroles van rijbewijzen en paspoorten bezig en zelfs aan zijn enthousiasme komt een eind. Het hangt hem al aardig de keel uit, niet in de laatste plaats door de overtrokken reacties van de mensen die hij aan de kant zet. Hij heeft al regelmatig een uitlokking tot discussie over ‘politiestaat’ moeten meemaken. Hij is ook al ‘gestapo’ en ‘leger’ genoemd. Dan is er een aantal keer gezegd dat hij toch echt niet moet denken dat terroristen zich door dit soort controletjes laten tegen houden, hetgeen hij ook echt niet in het minst denkt. “Stoppen, hier!” snauwt hij. Een meisje van een jaar of 25 zet haar auto aan de kant en draait volumeknop van de radio die ze extreem luid heeft staan wat naar beneden. “Eh… ja…?” Ze kijkt hem vragend aan. “Mag ik uw paspoort, uw rijbewijs, kentekenbewijs…” Het meisje wacht niet eens af tot hij klaar is, duwt op het knopje om het raampje wat verder open te maken en duikt dan naar het dashboardkastje terwijl ze de motor laat lopen. “eh… bevakasja en eh… waar zit mijn rijbewijs…” Ze grist een rugzak van de grond en begint die voor zijn ogen te legen op de stoel naast haar. Pasmans moet bijna lachen als hij ziet wat er allemaal aan rotzooi uit de rugzak rolt. “Ha, da’s een mooi boek…” wijst hij als hij een exemplaar van ‘Het verboden dakterras’ van Fatima Mernissi voorbij ziet vliegen. Het meisje houdt even op en kijkt hem aan “U vindt dit een mooi boek? Ik dacht dat het echt een vrouwenboek was… u bent zeker homo?” Ze wacht geen antwoord af en bukt zich weer naar haar stoel. Een beetje bedremmeld kijkt Pasmans naar het kentekenbewijs. “Nouja, eigenlijk is het inderdaad gewoon een interessant boek over die harem enzo… U heeft helemaal gelijk om het te lezen, het is ook niet echt een vrouwenboek natuurlijk…” zegt het meisje dan terwijl ze hem een internationaal rijbewijs en een paspoort overhandigt. “Ik zoek nog even mijn andere rijbewijs…” mompelt ze en duikt weer naar de rugzak. Volgens haar paspoort is de dame in kwestie 29, hoewel ze er extreem jeugdig uitziet, zeker met dat petje op haar hoofd. Met een vrolijk “U moet ook eens ‘de gevangene’ van Malike Oufkir eens lezen als u geďnteresseerd bent in boeken over Marokko,” draait ze zich weer om, en reikt hem met een stralende glimlach een verkreukeld rijbewijs aan. “Eh… dat heb ik al gelezen, prachtig boek ook…” zegt Pasmans enthousiast terwijl hij de foto vergelijkt met het meisje dat hem vanonder een petje afwachtend aan kijkt. “Eh… ja, alles ziet er OK uit…” Hij geeft de hele papierwinkel weer terug aan het meisje dat het achteloos op de stoel gooit waar alle rotzooi uit de rugzak nog rond ligt te slingeren. “Een van uw voorlichten doet het niet, wist u dat?” Pasmans wijst op de voorlichten waarvan er slechts een brandt. “Nee…, wacht even…” Ze zet de auto in zijn vrij en stapt uit. “Je hebt gelijk,” concludeert ze. “Ik zal er straks even naar laten kijken.” Pasmans weet dat hij haar nu niets kan maken, het is tenslotte midden overdag, ze had haar lampen niet eens aan hoeven hebben. “Rijdt u vanavond nog terug naar Nederland?” wijst hij op haar Nederlandse paspoort. Ze kijkt hem een beetje geamuseerd aan “Nee, ik overnacht in Gent, maakt u zich maar geen zorgen…” Pasmans voelt zich een beetje betrapt en baalt ervan dat hij haar niet meer op haar kop kan geven. “Ik zag u net uit die straat komen draaien daar, dat is een eenrichting straat… daar mag u helemaal niet uitkomen…” zegt hij dan. Het meisje kijkt om en kijkt hem dan aan “Dat had ik niet gezien, ik ben halverwege die weg opgedraaid, niet van bij het begin…” zegt ze snel en gaat een beetje uitdagend tegen haar auto aan hangen. “Ook halverwege staan borden.” Zegt Pasmans snel. “Hmmm,” het meisje kijkt hem aan “Ik zal er op letten een volgende keer…” zegt ze plots met een extreem berouwvolle stem. “Ik zou u een boete kunnen geven…” zegt Pasmans weer. Ze knikt en kijkt hem aan, dan glimlacht ze “Nou, daar zal ik dan wel niet onderuit komen…” Ze trekt haar portemonnee. Pasmans kijkt haar verbaasd aan “Maar dat kunt u niet contant bij mij betalen.” Zegt hij snel. Ze kijkt hem uitdagend aan “Niet… oh, ja, dat zou ik niet weten, ik krijg nooit boetes… Waar ik woon geven de agenten jonge meisjes nooit boetes…” Ze glimlacht “Dus u wilt dat opsturen naar mij thuis, tja, u heeft mijn gegevens?” doelt ze op het feit dat hij net uitgebreid haar paspoort en rijbewijs heeft staan te bestuderen. “Waar woont u dan?” flapt Pasmans eruit. Hij gokt erop dat ze niet Nederland bedoelt, de agenten daar staan er nu niet direct om bekend dat ze zo omkoopbaar zijn. “Israël…” glimlacht ze. “ah…” doet Pasmans “Vindt u dat niet eng met al die aanslagen?” het is eruit voor hij er erg in heeft en hij ziet dat Raymond even verderop waakzaam in zijn richting kijkt van bij de auto die hij heeft stil gezet, in de tijd dat hij met het meisje staat te verdoen heeft Raymond al twee wagens gecontroleerd. Het meisje is niet verbaasd over de vraag kennelijk, alsof het een van te voren ingestudeerd riedeltje betreft begint ze hem te vertellen dat het verkeer er nog altijd meer slachtoffers eist dan de aanslagen en dat het in vergelijking met wat je op CNN ziet een teleurstellend saaie boel is in Israël. “Ja, u krijgt deze vraag vaak neem ik aan…” zegt Pasmans opgelaten. “Nou… moet je m’n adres hebben?” vraagt ze met een twinkeling in haar ogen. “eh…?” Pasmans kijkt haar verbaasd aan “voor die boete…” gebaart ze met een lachje. Nu wordt hij rood tot in zijn hals en probeert vier dingen tegelijk te zeggen, deze vergissing is niet goed te praten. Zij hart had een sprongetje gemaakt toen ze vroeg of hij haar adres wilde hebben. Ze perst haar lippen op elkaar om niet te lachen, maar kan het dan niet helpen. Bij gebrek aan woorden gebaart hij maar wat naar de auto “We zullen het er maar op houden dat het nooit meer gebeurd…” hakkelt hij dan. Met een vrolijke lach stapt ze in haar auto en begint rustig wat spullen in haar rugzak te doen. “Eh… veel plezier vanavond…” zegt hij dan en wil weglopen. “Plezier?” wederom dat ondeugende toontje “Hoezo… ik zit alleen in m’n hotelsuite… en alleen aan het diner…”licht ze hem in en blijft even wachten terwijl ze de versnellingspook weer in zijn een zet. “Zou u vanavond iets met mij willen drinken dan?” het floept eruit en meteen gaan de alarmbellen in zijn hoofd af, maar met een vrolijk glimlachje knikt ze. “Graag… we zouden het over de boeken kunnen hebben…” meent ze en pakt haar portemonnee. “Tijdens een etentje… ik nodig je uit…” Ze pakt een visitekaartje en krabbelt wat achterop. “Dit is het hotel waar ik verblijf en het nummer van mijn suite, laat me bellen als u beneden in de receptie staat… dan gaan we wat eten, ik verheug me er op.” Zegt ze en steekt hem een kaartje toe. Met een vlot gebaar laat ze haar raam weer dicht glijden en Pasmans hoort hoe de volumeknop duidelijk weer omhoog gaat. “Waar ging dat over?” vraagt Raymond die op hem toe is komen lopen. “Ze had een kapot voorlicht…” wijst Pasmans terwijl hij onsuccesvol het visitekaartje probeert weg te moffelen. “Pasmans… heb jij… heb jij een afspraakje?” Raymond kijkt hem vrolijk aan “ We gaan alleen maar wat eten en wat drinken.” Zegt Pasmans snel, maar zijn wangen kleuren hoogrood. Hoewel hij haast zeker weet dat de dame in kwestie werkelijk niet meer wil dan gewoon een avond een leuk gesprek met een hapje en een drankje, zeker na een tweede bestudering van haar visitekaartje, voelt hij dat hij weer bloost als hij een tijd later bij Raymond in de combi stapt om naar het commissariaat te rijden. “Een afspraakje, Wilfried…” grinnikt die plagerig. Op het commissariaat gaat hij snel naar de kleedkamer en leest daar het kaartje opnieuw ‘Emma Simha-Roosen’ leest hij, woonachtig in Brussel en het kaartje maakt eveneens gewag van het feit dat ze de vrouw is van een Israëlische diplomaat. Ze is dus getrouwd, opgelucht haalt hij adem, ze speelde inderdaad een spelletje met hem. Hoe het kan snapt hij niet, hij voelt zich totaal niet tot haar aangetrokken, maar toch voelt hij de zenuwen door zijn lichaam gieren als hij met een mooie vrouw moet praten. Haar eerste opmerking was raak geweest, hij had geen gevoelens voor mooie vrouwen, maar er was een soort culturele bepaling dat simpele mannetjes als hij moesten blozen en stamelen wanneer een prachtige dame hen aansprak. Zij had het aan hem gezien, dat weet hij zeker, daarom had ze hem gevraagd voor een hapje en een drankje… volledig veilig in haar ogen. Hij draait het kaartje om… ze logeert in hotel Gravensteen, een suite in Gravensteen… die dame heeft geld. Hij haalt zijn lunchtrommeltje uit zijn kastje en loopt terug naar het lokaal, daar zakt hij neer op zijn stoel en begint, diep in gedachten verzonken te eten. Raymond schudt zijn hoofd als hij zijn jongere collega zo warrig zijn brood naar binnen ziet stoppen. Hij had het kenteken van de dame in kwestie genoteerd, omdat hij, toen alles zo lang duurde vermoedde dat er wat vervelends zou gebeuren en Pasmans kennende zou die in alle consternatie die daarop zou kunnen volgen vast niet er aan denken het nummer te noteren. Hij had de groene CD in het nummer onmiddellijk opgemerkt, Corps Diplomatic. Hij is erg nieuwsgierig bij welke ambassade de dame hoort, maar hij houdt zich in en zoekt het niet op. “Ha, baas, kan ik vandaag vroeg weg?” Pasmans veert op als Vanbruane voorbij komt op weg naar haar kantoor. Ze vertraagt haar pas een ogenblik en kijkt nadenkend naar Pasmans alsof ze zich net pas realiseert dat hij gesproken heeft en nu probeert terug te gaan in de tijd om de vraag te horen. Als hij zijn vraag wil herhalen zegt ze snel “Ja, dat is OK, het is niet druk vandaag, ik kan me niet voorstellen dat er veel te doen zal zijn vandaag…” Tevreden steekt hij het kaartje weg en lacht een vrolijk lachje naar Raymond die niet kan nalaten een keer met zijn ogen te rollen.
Hij heeft een blouse aangetrokken en daar een net colbertje overheen gedaan, maar expres geen stropdas, ze lijkt hem niet het type om naar een tent te gaan waar ze opgedirkt moeten verschijnen. Een beetje nerveus loopt hij naar de receptie waar een meisje hem vriendelijk toelacht. “Ik kom voor mevrouw Simha…” Hij schuift het kaartje met het nummer erop naar haar toe. Ze knikt vriendelijk en toetst een nummer in op de telefoon. Hij hoort dat ze Engels spreekt tegen degene die de telefoon opneemt. “U kunt daar plaats nemen, ze komt er aan.” Zegt het meisje vriendelijk en gebaart naar een zitje met comfortabele stoelen. Het duurt inderdaad niet lang of de deur gaat open en de dame uit de auto komt de hal ingelopen. Nu ze geen petje opheeft is ze meer een dame en niet zo meisjesachtig, als ze lacht breekt echter het jonge in haar weer door. Ze geeft de sleutel aan het meisje en wenkt hem om mee te komen. “Waarom spreekt ze Engels met u?” vraagt hij nieuwsgierig. “Laten we beginnen elkaar te tutoyeren, OK?” glimlacht ze “Ik heb hier ingecheckt op mijn Israëlische pas… ze weet niet dat ik Nederlandse ben. Ze begonnen hier in het Engels tegen me, dus ik heb dat niet verbeterd…” ze lacht er zelf om. “Houd je van vis en schaaldieren?” Ze kijkt hem afwachtend aan en hij knikt. “Mooi, dan gaan we naar het Klokhuys, dat is hier vlakbij op de Corduwaniersstraat, het schijnt wel OK te zijn… En op loopafstand…” Ze kijkt weer opzij “Gezellig, ik zag er werkelijk al tegenop om alleen te moeten eten,…” ze pauzeert even en Pasmans realiseert zich dat ze wacht om zijn naam te horen, die heeft hij haar tenslotte nog niet eens verteld. “Pasmans, Wilfried Pasmans…” zegt hij snel. “Wilfried… wel, ik ben Emma, maar dat had je op mijn kaartje al gezien…” Ze komen al snel te praten over ‘het verboden dakterras’ en ‘de gevangene’ de conversatieonderwerpen die Emma deze middag al had voorgesteld. Als ze even later in het restaurant achter de kaart zitten doet ze haar kaart even naar beneden “Als ik niet thuis ben ga ik me het liefst te buiten aan niet-koshere kost…” giechelt ze alsof ze iets stouts aan het doen is door garnalen te bestellen. “Mijn man weet dat wel… we doen echter allebei alsof hij het niet weet… als we het thuis maar netjes kosher houden. Ik ben Joods geworden voor hem, maar als ik kan heb ik toch nog graag een stukje spek…” Hij lacht even, hij is niet goed bekend met de regels van kashroet, maar hij weet wel dat varkensvlees uit den boze is en zojuist heeft hij dus geleerd dat garnalen ook niet mogen. “Vind je man het wel goed dat je zomaar met vreemde mannen uit eten gaat?” vraagt Wilfried even later als ze hun bestellingen hebben doorgegeven en aan een dure witte wijn zijn begonnen. “Mijn man verwacht dat ik me amuseer … en ik kan mij niet amuseren als ik in mijn eentje op een hotelkamertje ga zitten, dat weet hij ook wel. Nee, dat vindt hij niet erg, we houden zielsveel van elkaar dus vertrouwen we elkaar volledig…” Ze glimlacht “En ik had het idee dat ik jou ook wel kon vertrouwen… Een van mijn beste vrienden is homo, ik heb er inmiddels een neus voor, na alle jachtpartijen die ik met hem mee heb mogen maken…” ze kijkt hem met een ondeugend lachje aan. “Ik heb toch gelijk niet waar…” Wilfried slikt even en knikt dan, het is de eerste keer dat hij aan een ander toegeeft dat hij inderdaad homo is. Voor zichzelf heeft hij het een tijdje terug al moeten toegeven, maar met zijn christelijke opvoeding en een rotsvast geloof in God en de kerk was dat niet al te gemakkelijk geweest. Hij worstelde nog dagelijks met het besef dat hij… van de verkeerde kant was, zoals men dat zo prachtig uitdrukt. En omdat hij er zelf al zo’n moeite mee heeft om het te accepteren verwacht hij van anderen niet veel meer compassie dan hij zelf kan opbrengen. “Ja, dat ben ik… ja…” mompelt hij, opeens lijkt het veiliger om het eerst tegenover deze vrouw, een volstrekte vreemde, toe te geven. “Ja…” zegt hij wat duidelijker “Inderdaad…” Emma kijkt hem aan “Da’s toch niets om je voor te schamen?” ze knijpt haar ogen een beetje samen alsof ze beseft dat ze ongewild een gevoelige snaar heeft geraakt, ze had gedacht dat deze jongen al lang ‘uit de kast’ was gekomen, maar ze blijkt dat verkeerd te hebben ingeschat. “Nee… maar ik heb er zelf nogal aan moeten wennen, ik ben streng katholiek opgevoed…” geeft Wilfried toe, “Daarbij zit ik bij de politie, niet echt een wereld waarin dat soort dingen zomaar worden geaccepteerd, denk ik…” Emma haalt haar schouders op “Dat is toch ook hoe jij er zelf mee om gaat, als jij jezelf kunt accepteren kunnen anderen dat ook… als je zekerheid uitstraalt, wie zal er dan nog om je lachen?” Het is in het begin even een beetje onwennig voor Wilfried, omdat hij zich plots gaat blootgeven, maar om de een of andere idee lijkt het gemakkelijk om tegen Emma te praten. Al vanaf het eerste moment lijkt ze een soort vriendin. Als het eten eindelijk komt zijn ze diep verwikkeld in een gesprek over het feit dat hij waarschijnlijk meer ‘de man’ in de relatie zal zijn in de toekomst en hoe zijn collega’s zullen reageren als hij dit nieuws ooit wereldkundig zal maken. “Ben je hier ooit geweest?” Ze schrijft een naam van een café op een blaadje en schuift het hem toe. Hij leest het en schudt zijn hoofd, hij kent de naam vaag. “Ga daar eens heen, het is een vrij nette plek, wel heel leuk en je kunt er leuke jongens ontmoeten, geloof me ik ben er vaak geweest met die vriend van mij… Als je het eng vindt kan je ook eerst naar een andere stad gaan ofzo… als je bang bent om bekenden tegen het lijf te lopen…” Hij lacht “Ik beweeg me niet zo in die kringen, dus veel bekenden zal ik niet zien.” Maar toch vraagt hij haar een paar café’s in andere steden op te schrijven. Ze babbelen vrolijk verder over van alles en nog wat, het werk, de collega’s, haar huwelijk, Israël en de hoe ze er terecht kwam, het Joods zijn, het geloof, God, boeken, films… Wilfried heeft het vreemde gevoel dat hij voor het eerst in zijn leven een goede vriend heeft waarmee hij kan praten, een geheel nieuw gevoel is het, een aparte sensatie. En hij begrijpt dat hij het eerder in de verkeerde hoek heeft gezocht, gewone jongens waren hem te hard en te ruw om mee bevriend te zijn, of zijn gevoelens maakten hem verward. Bij meisjes had hij daarentegen ook geen succes, hij was een watje… een mietje… Ze zagen hem altijd meer als vriendin en nu wordt meer en meer duidelijk waarom, nu vindt hij dat ook best… Het lijkt alsof er met deze wetenschap een last van zijn schouders valt en of hij met elke minuut vrijer en minder gesloten wordt. Ze zitten bij het raam en af en toe kijkt hij eens naar buiten, hij schrikt onwillekeurig als hij een bekend gezicht bij de deur ziet staan. Emma ziet zijn ogen en kijkt om “Ken je hen?” vraagt ze als ze zijn ogen een nieuw binnen gekomen paar ziet volgen. “Een collega van me…” zegt hij snel. Emma glimlacht en in haar ogen spelen vrolijke twinkellichtjes als ze een hand op zijn arm legt “Relax… je bent met een mooi meisje…” Ze kijkt om en ziet dat de man hun kant op kijkt “Hij?” vraagt ze. “Vanneste…” zegt Pasmans zacht en ziet hoe Vanneste hem herkend, op het moment dat de restaurantmanager hem verteld dat er helaas geen plek meer is omdat er een groot gezelschap zo dadelijk binnen komt, dat gereserveerd heeft. “Lijkt me een macho… Mag ik een grapje uithalen?” fluistert Emma snel als ze nog eens omgekeken heeft en een blik vol ongeloof over het gezicht van de man, waarover ze van Wilfried al veel heeft gehoord, heeft zien gaan. “Een grapje?” zegt Pasmans zacht met een lachje en voor hij goed weet wat er gebeurd buigt Emma zich over het tafeltje heen en duwt haar lippen tegen de zijne. Hij sluit zijn ogen en kust haar terug, hun tongen raken elkaar en als ze even later weer op hun stoel zitten kijkt Emma hem met een lachje aan “De jongen die jou treft heeft geluk.” Glimlacht ze. Wilfried ziet hoe Vanneste in opperste verbazing het pand weer verlaat, hij kijkt erbij alsof hij zojuist een spook heeft gezien. “Ik vind het jammer dat ik morgen niet op dat commissariaat van jullie kan zijn…” verzucht Emma met weer die ondeugende kinderlijke twinkeling. Aan het eind van de avond hebben ze nummers uitgewisseld en heeft Emma hem op het hart gedrukt zeker eens langs te komen in Brussel zodat ze hem kan voorstellen aan haar mand en hem haar kleine dochtertje kan laten zien. “Dan kunnen we uit gaan in Brussel.” Stelt ze voor “Ik ken een paar leuke café’s, geknipt voor jou…” voegt ze er vrolijk aan toe voor ze haar hotel in gaat. Alsof er die avond een pak van 100 kilo van zijn schouders gevallen is loopt Wilfried door de straten, hij voelt zich gelukkig, verlicht en danst bijna over de stoep.
“Pasmans? Dat meen je niet?” Britt kijkt Vanneste geamuseerd aan, alsof hij inderdaad klinkklare nonsens probeert te verkopen. “Nee, ja, ik snap het ook niet, ik viel ook om van verbazing, ik zweer je… een stuk echt… Heel… donker en wow…” Hij tuit zijn lippen en geeft enkele lichaamsvormen overdreven aan. “Waar hebben wij het over?” Vanbruane kan al raden waar het over gaat en lacht naar Britt. “Pasmans heeft een vriendin.” Zegt Vanneste alsof hij het nog altijd niet kan geloven. “Een vriendín?” Vanbruane kijkt hem wat verbaasd aan, ze weet niet waarom ze zo verrast is en als ze haar kantoor in loopt realiseert ze zich dat ze bij Pasmans nou nooit aan een vriendin zou hebben gedacht, meer aan een vriend. Ze wist niet van zichzelf dat ze dacht dat hij homo is, maar kennelijk denkt ze dat wel, dat merkt ze nu haar onderbewustzijn een verbaasd ‘huh?’ laat horen op de mededeling van Vanneste. Een vriendin, herhaalt ze voor zichzelf… Nee, zelfs nu ze er over nadenkt meent ze nog steeds dat Pasmans homo is… zou haar mensenkennis haar in de steek laten? Meestal zijn haar onbewuste gevoelens over mensen juist goed. Een van haar beste vrienden is homo en toen ze nog vaak met hem uitging ontwikkelde ze een soort gevoel en kennelijk had dat gevoel altijd Pasmans al ingedeeld aan de homozijde. Ze schudt haar hoofd en kijkt naar haar computer. “Pasmans een vriendin…” herhaalt ze hardop “Ik word oud zeker…” Ze ziet dat Pasmans en Raymond tegelijkertijd binnenkomen en moet lachen als Vanneste op hem afvliegt. Dit wil ik meemaken, denkt ze en stapt haar kantoor uit. “Maar wie was dat dan? Waar heb je haar leren kennen?” Vanneste wil zo ongeveer alles tegelijk weten, hij kan zich niet voorstellen dat iemand als Pasmans zo’n dame aan de haak kan slaan. “Ze heet Emma en wat doet het er verder toe?” zegt Pasmans duidelijk een beetje verlegen onder al die aandacht “En je zit ons niet gewoon te stangen?” roept Vanneste. “Je mag haar bellen als je wilt.” Pasmans houdt een kaartje naar voren en Vanneste rukt het uit zijn handen, hij leest het even en geeft het dan terug. “Hoe heb jij die leren kennen?” roept hij weer. “Hij heeft haar opgepikt gisteren tijdens de routinecontrole…” grinnikt Raymond. “Baas, mogen wij vandaag…” begint Vanneste “Hé!” roept Selattin snel “Stort jezelf in het ongeluk en niet mij!” Vanneste trekt een gezicht “Wil jij geen mooie vrouwen ontmoeten?” roept hij uit. “Ik val niet op donker…” zegt Selattin snel en gaat dan achter Britt staan “Daarbij is de mooiste vrouw van de wereld al van mij…” Vanneste zucht en kijkt quasi geinteresseerd naar Vanbruane die klaar staat om een ieder zijns weegs te sturen. Met een lachje deelt ze haar orders uit, als iedereen weg loopt en Pasmans nog even achterblijft om wat uit te printen gaat ze haar kantoor weer in. “Een vriendín Pasmans?” zegt ze terwijl ze hem passeert bij de printer. Pasmans vindt dat er een vreemde nadruk op het ‘din’ ligt en kijkt haar aan. “Eh…” stamelt hij en wandelt dan weg. Vanbruane fronst haar wenkbrauwen ‘nee,’ denkt ze, ‘ik word niet oud, ik had gelijk… Het is gewoon een afleidingsmanoeuvre’. Tevreden met die conclusie zakt ze neer achter haar bureau en komt daar niet meer vandaan tot het half 4 is en ze op staat om naar een vergadering te gaan aan de overkant. Kreunend strekt ze haar benen en probeert al haar ledenmaten uit of ze ze nog tot beweging kan dwingen. Tevreden kijkt ze naar haar laptop, ze heeft het hele rapport afgeschreven, kijk een beetje doorzettingsvermogen kan wonderen doen. Ze ziet Tony en Britt binnenkomen en achter hun bureau neerploffen. “Dames…” ze loopt naar hen toe “Ja, wij zijn bezig met dat ongeluk van vanochtend, een auto is de vaart in gereden, twee gewonden en ze zijn nu de auto aan het opvissen…” brieft Tony snel. “OK, ik ga nu naar de vergadering en…” Ze stopt als haar telefoon gaat en loopt terug naar haar kantoor om op te nemen, waarschijnlijk Max om te zeggen dat de vergadering later begint. Het is niet Max, het is Carla die belt over een verdwijning. “OK, ik stuur er Britt en Tony heen…” belooft Vanbruane gehaast, als de vergadering niet later begint is ze dus nu al te laat, ze moet toch leren om niet zo strak te plannen. “Dames…” zegt ze weer en loopt naar hen toe, ze schuift een papiertje met een adres naar Britt “Ga hier even langs, die auto optakelen daar bel je Vanneste en Selattin maar voor om daar even bij te gaan kijken, er is een meisje verdwenen, Turkse eh… 12 jaar… Geen idee wat de achtergrond is enzo, ik heb haast, zorg dat je d’r terug vindt.” Ze loopt snel de gang door, het gebouw uit en steekt over. “Ik weet dat ik laat ben…” roept ze snel gehaast tegen de secretaresse van de burgemeester. “U kunt een potje breken.” Glimlacht die en kijkt toe hoe Vanbruane de kamer in struikelt. “Sorry…” begint ze maar alvast te mompelen als ze een aantal verstoorde gezichten ziet. Snel probeert ze zich te herinneren waar de vergadering van vanmiddag over zal gaan, ze glimlacht naar Max als ze gaat zitten en die ziet aan haar ogen dat ze niet het flauwste idee heeft waarover deze vergadering zal gaan “Dus nog een keer voor alle aanwezigen… het aanpakken van de parkeerproblemen op de…” begint hij en ziet Nadine opgelucht ademhalen.
“Ik vind het toch nog steeds ongelooflijk, Pasmans een vriendin, een knappe dan… Dat had ik me nou nooit voorgesteld… Zou ze vallen op watjes?” Tony kan er nog altijd niet over uit, het is toch wel het meest schokkende nieuws dat ze deze week te horen zal krijgen, verwacht ze. “Ik weet het, ik weet het… Ik weet niet waarom, maar ik heb de grootste moeite me voor te stellen met een knappe dame aan zijn zijde…” grinnikt Britt als ze uit de auto stappen. Ze steken de straat over naar een bouwvallig rijtjeshuis. “Deze hele straat zit vol Turken.” Zegt Tony en wijst om zich heen naar de oude busjes die her en der geparkeerd staan. “Zeg…” mompelt Britt “Ik bedoel daar niets mee, ik concludeer dat we in de Turkse wijk terecht zijn gekomen.” Glimlacht Tony liefjes en belt aan. Een man doet open en kijkt hen verbaasd aan. “Tony Dierckx, Britt Michiels… politie Gent… Wij zijn hier in verband met de verdwijning van…” ze spiekt even op haar briefje “Nuray Aslan…” De man blijft hen nog een verbaasd aan kijken en wendt zijn ogen af als Tony terug begint te kijken “De politie stuurt vrouwen?” Tony kijkt Britt aan en wil haar mond open trekken, maar Britt legt haar met een felle blik het zwijgen op. De man stapt weg en laat hen binnen. Britt heeft het enge idee alsof ze bij haar schoonouders naar binnen stapt. De man blaft wat naar de vrouw die in de deuropening van de keuken is komen kijken wat er aan de hand is. Snel maakt ze zich uit de voeten. Britt en Tony volgen de man naar de woonkamer en worden daar op een bank neer gezet. Hij gaat tegenover hen zitten en bestudeert hen. “Goed, meneer Aslan,” begint Tony “U heeft ons gebeld, want uw dochter Nuray is verdwenen. Kunt u bij het begin beginnen en ons precies vertellen wanneer u ontdekte dat ze weg was?” De man knikt en begint rustig in het Nederlands te praten. Hij spreekt het goed, maar af en toe mompelt hij er wat in het Turks door heen en Britt wenst dat Vanbruane Selattin hier naar toe had gestuurd. Langs de andere kant had zij dan vanavond wel weer het gezeur aan moeten horen dat hij het beu is om altijd naar alle Arabieren te worden gestuurd, omdat hij zelf toevallig Arabisch is. De man legt uit dat Nuray vanochtend naar school is gegaan en de hele dag op school is gebleven. Ze is echter niet thuis gekomen na school, normaalgesproken komt ze onmiddellijk naar huis. Haar school is aan het einde van de straat en vader weet precies hoe lang ze erover doet, langer hoeft ze dus ook niet weg te blijven. Tony kijkt even naar buiten, het lijkt haar een behoorlijk veilige straat, ze moeten dadelijk maar even op school navraag gaan doen, want het meisje moet dan dus zowat voor de schoolpoorten verdwenen zijn. Ze ziet de school vanuit het raam liggen. “Zij is niet uit school gekomen. Als de bel gaat ga ik bij het raam staan en zie ik als ze er aan komt lopen.” Wijst de man. “Ze is dus op het schoolplein verdwenen?” vraagt Britt zich hardop af. “Bent u gaan kijken?” De man knikt “Toen ze niet thuis kwam ben ik naar haar school gegaan, misschien zij had straf of misschien ze moest een… karweitje… Maar nee, ze was niet daar.” Op dat moment gaat de deur open en komt de vrouw binnen met een grote theepot en kopjes. Ze schenkt hen allemaal wat in en gaat dan zelf op een keukenstoel een beetje op de achtergrond zitten. “Kan het zijn dat Nuray iets is gaan doen met een vriendinnetje en u daarvan niet heeft verwittigd?” vraagt Britt. De man schudt fel zijn hoofd en de vrouw kijkt naar het kopje in haar handen “Ze weet beter dan zoiets te doen. Haar broertjes zitten ook op die school, zij zouden het mij vertellen als ze haar een andere kant hadden zien op gaan.” Britt kijkt rond “Zijn haar broertjes nu hier?” De man schudt zijn hoofd “Zij spelen buiten…” wijst hij. “Kan Nuray ook niet buiten aan het spelen zijn ergens?” oppert Tony “Nuray is een meisje!” snauwt de man alsof daarmee de vraag afdoende is beantwoord. “Zou Nuray misschien weg gelopen kunnen zijn?” Britt kijkt nu de moeder aan die nog verder in haar stoel probeert weg te kruipen. De vrouw mompelt wat in het Turks waarop haar man fel reageert met een ‘houd stil’ in het Turks, wat Britt nog kan verstaan. De vrouw kijkt even op en zegt dan wat op een wanhopige toon in het Turks. Britts’ hand glijdt naar haar jaszak en ze duwt de speeddial 1 op haar telefoon in, daaronder zit Selattin. De vrouw en de man hebben een korte discussie in het Turks die er mee eindigt dat de vrouw wordt weg gestuurd uit de kamer en met tranen in haar ogen naar de keuken verdwijnt. “Uitgesloten!” zegt de man dan in de richting van Britt en Tony. Die blijven nog even zitten en staan even later met een foto en de een gesnauwd ‘u bent politie u moet haar weer thuis brengen’ weer op straat. “Naar die school dan maar?” oppert Tony met een knikje naar het sombere schoolgebouw aan het eind van de straat. “Waar hadden die twee het over?” vraagt Tony onder het lopen. “Geen idee, ik spreek geen Turks.” Zegt Britt en haalt haar telefoon uit haar zak. “Jammer.” Meent Tony en kijkt hoe Britt Selattin belt. “Ha Britt, waar waren jullie in ’s hemelsnaam net?” Britt glimlacht “Dat meisje is weg gelopen hč?” vraagt ze dan. Selattin laat een instemmend geluid horen “Die moeder was bang dat er wat zou gebeuren en drong er bij de vader op aan om jullie te vertellen dat Nuray… is dat de naam van dat meisje van jullie?” Britt bromt instemmend “Wel dat ze ruzie had gemaakt vanochtend. Hij zei dat ze stil moest zijn, dat er dat niet toe deed dat Nuray wel beter zou weten dan weg te lopen en dat als hij haar in zijn handen zou krijgen ze het daarna zeker beter zou weten. Dan heeft hij haar weg gestuurd, maar als dat meisje verdwenen is dan denk ik dat je aan weg lopen moet denken ja.” Britt hangt met een lieflijk “Bedankt en tot straks…” op. “Ze is dus weg gelopen.” Concludeert Tony na een samenvatting van Britt en duwt de schooldeur open. Een conciërge komt op hen toelopen “Goedemiddag, Britt Michiels, Tony Dierckx, politie Gent…” wijst Tony “Kunt u ons de weg wijzen naar de groep 8 van juffrouw eh…” ze kijkt weer op haar aantekenblokje “de Veth?” De man knikt en gaat hen zwijgend voor de trap op, daar gebaart hij naar een lokaal “Maar ze is al weg.” Zegt hij sloom als ze een leeg lokaal in stappen. Britt en Tony kijken elkaar aan “Juist ja… is er nog iemand hier ergens?” De man knikt sloom en gaat hen wederom voor, nu de trap af en wijst op een lokaal “Daar hebben er een stel bouwvergadering.” Britt knikt en glimlacht vriendelijk “Bedankt…” zegt ze en klopt op de deur. Na verstoring van de belangrijke vergadering weten Tony en Britt nog niet veel meer. Ze weten dat niemand Nuray heeft zien weg gaan, dat haar broertjes wel naar huis zijn gegaan en dat Nuray gewoonlijk altijd meteen na school naar huis gaat. “Nuray krijgt niet precies de kans om lang te dralen, haar broertjes houden haar scherp in de gaten.” Mompelt een van de leerkrachten. Een opmerking die meteen in Britts’ geheugen gegrift staat. Ze vervallen in nog wat algemeenheden, Nuray is een lief, gemakkelijk kind doet het bijzonder goed op school. “Maar dan moet je toch echt haar eigen juf hebben.” Zegt een van hen. “Als ze verdwenen is zou ik eerder gaan zoeken of die vader haar niet per ongeluk tot moes heeft geslagen en in zijn achtertuin heeft gedumpt.” Horen ze de gene die eerder al een opmerking maakte nog mompelen. “Heeft u een adres voor ons van die juffrouw de Veth?” vraagt Britt snel met een oog op de man die de opmerking maakte. Die knikt en geeft hen uit het hoofd een adres “Ze is mijn vrouw.” Geeft hij een verklaring voor die wetenschap “Zeg maar dat het laat kan worden vanavond als jullie er nu heen gaan.” Voegt hij er met een glimlachje aan toe. “Maar dat ik wel op tijd ben om Bastiaan op te halen van judo als zij hem kan brengen.” Tony trekt een gezicht “We zijn geen boodschappendienst.” Gromt ze als ze de gang weer op lopen. Ze zien niet dat achter hen in het lokaal een discussie losbarst en dat de man van juffrouw de Veth zijn mobiel pakt om zijn vrouw op de hoogte te stellen van de komst van de politie. “Is ook niet echt verassend.” Vindt Britt “Dat Nuray geslagen wordt en door haar broertjes bespioneert wordt hadden we kunnen denken.” Ze draaien een inrit op waar een Honda Civic een beetje slordig geparkeerd staat. “Zet die maar vast, we zijn wel weer weg als ze Bastiaan naar judo moet brengen.” Grinnikt Tony en stapt uit. Een vrouw van Britts’ leeftijd laat hen met een vriendelijke glimlach binnen. Als ze in de kamer zitten slaan ze beleefd een kopje koffie af al hebben ze het nogal koud. Ze zijn niet van plan al te lang te blijven, ze moeten vooral weten wie Nurays’ beste vriendinnen zijn in de klas zodat ze daar kunnen gaan zoeken. 10 tegen 1 dat Nuray met een vriendinnetje mee naar huis is gegaan en daar in een schuurtje resideert, zoiets maken ze wel vaker mee. Het komt maar zeer zelden voor dat zulke kort gehouden meisjes het echt aan durven om zomaar echt de straat op te gaan. “Nuray Aslan…” herhaalt de juf als ze haar vertellen waarvoor ze komen. “Een heel lief meisje…” glimlacht ze “Ze heeft het niet gemakkelijk thuis, of wel?” raadt Britt. De juf kijkt haar aan en schudt haar hoofd “Ik heb niets tegen Islamitische mensen, ik ben voor een multiculturele samenleving, maar haar vader… hij voldoet aan alle vooroordelen, dat kan ik u wel vertellen. Hij… is streng… Ze mag niet op straat blijven hangen of na school met iemand spreken, ze moet recht naar huis komen. Hij staat voor het raam het moment dat de bel gaat en blijft daar staan tot ze thuis is. Als ze onderweg met iemand spreekt krijgt ze op haar kop, als ze een minuutje te laat is ook…” Britt kijkt haar aan “Slaat hij haar?” vraagt ze. De juf kijkt even weg en knikt dan “Ze komt soms bont en blauw op school, je ziet er niet veel van, hoofddoek en geheel bedekt en bij de gym mag ze zich niet uitkleden, maar ik zie het aan de manier waarop ze beweegt en een keer viel haar mouw terug en…” Ze stokt “Nuray zei me dat het normaal is in haar cultuur, dat ze ongehoorzaam was geweest, ze was te laat thuis gekomen, omdat ik haar had gevraagd de planten water te geven… Normaal in haar cultuur, wat een onzin. Dat heeft die man haar wijs gemaakt. Ik weet dat het verkeerd is om mensen te haten, maar gelooft u mij… ik zit aardig tegen haten aan. Nuray kan na dit jaar naar de Latijnse school, ze is bijzonder intelligent. In plaats daarvan moet ze thuis blijven, hij wil haar thuis houden, da’s tegen de wet OK… en dan kan ik praten als brugman, maar dan mag ze misschien naar… Als ik mijn mond open doe ben ik bang dat hij haar naar Turkije stuurt.” Ze kijkt Britt een beetje wanhopig aan “Ik weet dat ik respect moet hebben voor andermans cultuur, gewoonten en gebruiken, maar… Die mannen zijn zo… gemeen, ze zijn bang een stukje macht te verliezen en dan zorgen ze er zo voor…” Britt kucht even “Niet allemaal.” Haast ze zich te zeggen “En het is ook niet ‘normaal’ ofzo, het overgrote gedeelte slaat hun dochters niet.” De juf schudt haar hoofd “Ik twijfel daaraan.” Zegt ze bitter. “Nouja, niet allemaal dan.” Mompelt Britt. “Ja, het spijt me als ik generaliseer, ik kan me levendig voorstellen dat u een Turk kent die dat allemaal niet doet, die gewoon… maar ik ben er nu al een aantal tegen gekomen in mijn carričre en ik geef de hoop zo langzaamaan een beetje op. Je wordt er wel bitter van als je hier steeds tegen aan loopt, het is net een muur van hele harde baksteen.” Tony kijkt licht geamuseerd naar Britt die een beetje op de bank zit te draaien. “Denkt u dat Nuray weg zou kunnen lopen?” vraagt ze snel. “Als ze slim is zou ze dat wel doen.” Zegt de juf nu hard. “Eh… ja en u zegt net dat ze heel slim is.” Herinnert Britt zich. De juf knikt “Als ze kan ontsnappen aan de aandacht van haar broertjes.” Ze blijven nog even praten en de juf geeft hen een paar namen van vriendinnen van Nuray. “Ik hoop dat ze heeft kunnen weglopen daar, dat hoop ik oprecht en ik hoop dat u haar niet vindt.” Zegt de juf bij de deur, Britt kijkt haar even aan en wendt dan haar ogen af, er staat een kilheid in de ogen van de juf als ze spreekt over Nurays’ ouders “En als u haar wel vindt dan hoop ik dat u zich heel goed realiseert wat u haar aan doet als u haar terug brengt naar haar vader… goede avond.” De juf sluit de deur achter hen en Britt hoort hoe Tony een zucht laat ontsnappen. “Wat een fijne zaak.” Zucht ze. “En wat een fijne vrouw…” Ze stappen in de auto “Zullen we nog maar langs die vriendinnen gaan?” vraagt ze en ziet dat Britt knikt. “Ze heeft natuurlijk helemaal gelijk, die juf.” Vindt Britt “Het is heel goed te snappen dat ze zo reageert, maar ja…” Tony kijkt opzij “Misschien heeft ze zelfs nog wel geholpen om Nuray ongezien weg te krijgen.” Oppert ze. “Dat lijkt me erg strafbaar.” Glimlacht Britt “Ik denk niet dat die juf daar erg mee zit of zelfs aan gedacht heeft en als iemand dat vroeger voor mij zou hebben gedaan was het voor altijd mijn held geweest. Ik zou willen dat ik een zo’n leerkracht had gehad.” Voelt Tony met de leerkracht en het meisje mee. “Maar hij is nog in de klas gaan kijken zei hij toch, nou, daar was ze niet.” Tony kijkt Britt aan “Doe niet zo naďef, er zal toch wel een handvaardigheidkast zijn ofzo, hij heeft vast niet in de kasten gekeken.” Britt glimlacht “Laten we er voor alsnog even vanuit gaan dat Nuray gewoon zelf is weg gelopen met een vriendinnetje mee, om het simpel te houden.” Ze durft niet toe te geven dat als er een volwassene zoals de juf bij hoort het ’t een en ander een stuk minder onschuldig en heel wat lastiger maakt. Een volwassene die een kind wil verbergen met medewerking van dat kind kan een heel eind komen, dat heeft het onderduikend gedeelte van de bevolking in de tweede wereldoorlog wel gemerkt en zij zijn bij langen aan niet zo goed geďnformeerd en georganiseerd als de Duitsers met hun netwerk en beloningen destijds. Nee, het is werkelijk te hopen dat Nuray gewoon bij een vriendinnetje zit, dat houdt ’t een en ander een stuk simpeler. Ergens verstopt onder het bed in de meisjeskamer van een andere twaalfjarige, die opeens haar eten mee naar haar kamer wil nemen en deelt met haar vriendinnetje onder het bed. En een moeder die dat natuurlijk niet opgemerkt heeft… anders was ze zeker naar de politie gestapt. Britt en Tony denken allebei hetzelfde, met een verhaal zoals de juf het net verteld heeft wil elke ouder van haar vriendinnetjes het kind waarschijnlijk wel in huis nemen, om het te redden van haar vader. Wat bezielt zulke mensen, denken ze echt een kind zo gemakkelijk verborgen te kunnen houden? Ze rijden naar het eerste adres wat op de weg ligt. Eveneens een Turks meisje, een van Nurays’ beste vriendinnetjes, maar al na een paar minuten wordt het hen wel duidelijk dat ze het hier niet moeten zoeken. De vader is van het zelfde soort als vader Aslan, het meisje deelt een kamer met drie zusjes, dus ongezien een vijfde meisje verbergen zou lastig zijn, en de familie woont in een appartement, geen schuurtje of wat dan ook in de buurt. Daarbij zit Rabia zo te trillen als ‘de politie’ er is en zij het verhaal over Nuray vertellen dat ze niet verwachten dat zo’n bang vogeltje ook maar iets zou doen om haar vader te onbehagen. De man zit erbij als een stier en briest als hij het verhaal over Nuray hoort. Hij laat duidelijk merken dat hij meent dat Aslan zijn dochter niet kort genoeg houdt. Ze kijken elkaar veelbetekenend aan en staan dan al snel weer op om verder te gaan, geen van beiden hebben ze zin in een preek over de plek van vrouwen en dochters in de samenleving. Het tweede vriendinnetje is ook Turks, maar haar vader is heel wat ruim denkender, hij en zijn vrouw hebben maar twee kinderen, twee meisjes die vrolijk door het huis heen rennen als Tony en Britt binnen zitten. Suheila, het vriendinnetje van Nuray, legt netjes uit dat ze niet weet waar Nuray is, maar dat ze wel weet dat Nuray thuis niet goed behandeld wordt door haar vader. “Ze is met ons het klaslokaal uitgelopen en nog even in de gang gebleven toen wij al weg gingen, Rabia en ik, ik denk samen met Bobby, een ander vriendinnetje van ons…” Tony knikt “Dat is Bobby Vereijk?” vraagt ze, dat meisje heeft ze op haar lijst staan. “Als het een van de vriendinnen is is zij het dus, de andere twee vriendinnen zijn ook weer Turks en ik gok erop dat we zojuist de meest ruimdenkende Turk zijn tegengekomen die er bestaat…” meent Tony even later als ze buiten staan. Britt trekt haar wenkbrauwen op “Na Sel natuurlijk…” zegt Tony snel. De ruimdenkende vader van zojuist was wel ruimdenkend, maar heeft hen wel duidelijk gemaakt dat hij niet gauw een meisje zou gaan verbergen voor haar eigen ouders. “Zoiets moet in de familie opgelost worden, of Nuray moet naar de kinderbescherming gaan ofzo… het lijkt me niet wijs om een kind te verstoppen voor haar ouders, vroeg of laat komt dat toch uit… Daarbij behoren wij nog altijd tot de Turkse gemeenschap hier en die is misschien wel niet zo groot, maar wel klein genoeg… mevrouw Michiels…” had hij feilloos geraden wat ze eigenlijk kwamen doen, ook had hij direct laten merken dat hij goed wist met wie hij te doen had, om maar even aan te geven dat iemand binnen de Turkse gemeenschap niet makkelijk wat kon doen dat voor de anderen uit die gemeenschap verborgen bleef. Britt had zeer op zijn plaats even gebloosd en Tony had direct alle Turkse vriendinnetjes van het lijstje geschrapt. “Zij is Marokkaans, niet Turks.” Wijst Britt op een van de twee doorgestreepte namen “Ja en… da’s toch het zelf…” Tony kapt betrapt haar zin af en knikt snel “Maar zullen we eerst toch maar naar Bobby gaan?” stelt ze snel voor en kijkt opzij naar Britt die een plagerig glimlachje om haar mond heeft. “Sel heeft een slechte invloed op u!” gromt ze en start de auto.
“En uiteindelijk hebben we haar nog niet gevonden…” eindigt Britt haar verhaal met een zucht, terwijl ze tegen Selattin aangeleund zit met een kom warme thee in haar handen. Hij heeft zijn armen om haar heen geslagen. “Zal ik Mihriban eens vragen?” vraagt hij. “Dat heb ik al gedaan, maar die heeft ook niets gehoord, alleen dat Nuray is weg gelopen… Ze heeft ook nog geen reden gehoord, ze zal wat vissen… maar ja, je weet hoe dat gaat, dat wat je wilt weten hoor je nooit… En weet je wat het ergste is, ik weet niet of ik haar wel wil vinden…” Ze kijkt om om Selattin aan te kijken “Kijk, als ze door de stad zwerft, dan wel… natuurlijk, dan wel… maar ik heb het idee dat ze zich ergens verborgen houdt voor haar vader en als wij haar vinden dan moeten we haar terug brengen naar hem. Willen we dat?” Selattin schudt even zijn hoofd “Tja, misschien heeft ze met het weg lopen in ieder geval bereikt dat jullie hulp kunnen bieden aan haar…” Britt trekt een gezicht “Ja, maar kunnen wij dat wel? Wij moeten haar terug brengen, ze is 12, minderjarig… En dan, wat zal hij dan doen?” Ze neemt een slok thee “Hij gaat met haar op vakantie naar Turkije…” verwoordt Selattin haar gedachte. “Inderdaad, dus als wij haar vinden dan leveren we haar uit aan hem, in no-time zijn ze weg. Het moet wel zeer bijzonder zijn willen we haar niet terug hoeven brengen of willen we hem weg kunnen houden bij haar. Haar moeder zou al mee moeten werken, gok ik, en dat zie ik niet gebeuren en dan daarbij de kinderrechter wil toch altijd kost wat kost families bij elkaar houden en alles doen aan behandeling en weet-ik-veel-wat thuis, met alle gevolgen van dien…” Het is Selattin bekend dat Britt nogal eens in de clinch ligt met medewerkers van de kinderrechter waar de meeste van hun zaken met kinderen op dit moment heen gaan. Hij heeft andere ideeën over ‘goede ouders’ dan Britt en Britt zou graag zien dat hij kinderen wat sneller uit huis plaatste zodat zij wat minder vaak steeds weer dezelfde kinderen moeten redden of moeten toezien als het te laat is om nog iets te redden. Volgens Britt heeft de man een hekel aan kinderen en heeft hij zich daarom in deze machtspositie gemanoeuvreerd, Selattin denkt daar iets genuanceerder over, maar meent wel dat de man er een rare gedachtegang op na houdt waar het gaat om de bescherming van kinderen tegen hun ouders. “Je doet gewoon je werk.” Zegt hij en kust haar op haar voorhoofd “Jouw werk is om Nuray te vinden, wat er verder gebeurt daar heb jij geen invloed op…” Britt gromt wat “Dat weet ik wel, maar ik ben wel de flik die haar binnen brengt.” Ze baalt zo heel af en toe van haar job en dit is zo’n moment. Ze wil dit kind helemaal niet vinden, omdat het waarschijnlijk groot gelijk heeft om weg te lopen en heeft er een hekel aan dat ze zich nu moet verschuilen achter haar functie. Er wordt van haar niet verwacht dat ze een moreel oordeel velt, er wordt van haar verwacht dat ze gedachteloos gewoon haar job doet. Weigeren om een kind te zoeken, dat is eigenlijk gewoon dissertatie, toch had ze gewild dat Vanbruane deze zaak aan een ander had gegeven, aan Sel bijvoorbeeld. Dan had hij hier nu zitten zuchten en was zij de gene geweest die hem had getroost met de woorden dat hij niet meer dan zijn werk deed.
“Pasmans het is voor jou… Emma…” Raymond zwaait met een hoorn door de lucht en moet lachen als Pasmans van kleur verschiet en snel de hoorn overneemt. “Ik kan het me gewoon niet voorstellen.” Mompelt Vanneste “Ik zweer je ze is echt hot…” moppert hij tegen Tony, alsof het in zijn geheel onmogelijk is dat Pasmans iets anders dan een gedrocht aan de haak zou kunnen slaan. “Ja, ja, Vanneste, hou nou toch eens op…” Tony tuurt ingespannen naar de lijsten van vrienden en familie van de familie Aslan waarbij Nuray misschien zou kunnen hebben aangeklopt, haar gedachten zijn op dit moment niet af te leiden van de verdwijning van het meisje. Ze weten wel bijna zeker dat Nuray zelf is weg gelopen, ze is duidelijk niet buiten de school gegaan op de normale tijd, haar vriendinnen verklaren stuk voor stuk dat ze achter bleef in de gang en niet met hen mee naar buiten liep, misschien met… en dan noemen ze een naam van een van de andere vriendinnetjes. De juf zei gisterenavond laat toen ze daar nog langs gingen dat Nuray de klas was uit gegaan en met haar vriendinnen mee naar buiten was gegaan. “Ik loop ze niet na op de gang, ze zijn 12 jaar… daarbij Nuray wordt altijd in de gaten gehouden door haar broertjes, het zou me verbazen als iemand haar mee kon nemen zonder dat die het zagen… Als u het mij vraagt moet u bij die familie zelf zoeken, maken ze niet zo heisa omdat ze haar hebben laten verdwijnen naar Turkije en niet willen dat wij, de school, het aankaarten? Nuray heeft de Belgische nationaliteit, ze is leerplichtig… ze spijbelt nu van school…” had een geďrriteerde juf geopperd. Op de tafel had een grote schaal cous-cous staan dampen en de juf had geglimlacht toen ze zei dat ze graag de leuke dingen uit andere culturen op wilde pikken. “Nuray is een briljant meisje, met haar hersenen komt ze nog ver, maar haar vader wil daar natuurlijk niets van weten, het zou mij niet verbazen als hij haar naar Turkije heeft laten verdwijnen en u erbij heeft gehaald om ons, de school, te laten denken dat ze ontvoerd is of zoiets…” Tony en Britt hielden rekening met alle mogelijkheden, wat de juf zei klonk niet stom, maar langs de andere kant zou het, zeker als het kind zo slim is, ook niet ondenkbaar zijn dat het meisje de benen had genomen, juist om aan dit lot te ontsnappen. “Nouja, zullen we vandaag maar even op die school gaan kijken?” stelt Britt voor als ze terugkomt met een paar kopjes thee. Tony knikt weinig enthousiast, net als Britt verwacht ze daar niet veel te vinden. “Dames, hoe staat het met jullie zaak?” Vanbruane laat zich neer ploffen op Pasmans bureau en kijkt met opgetrokken wenkbrauwen naar Pasmans die vrolijk wat loopt te vertellen “OK… Café de Stapperij aan de Beestenmarkt in Delft… Dit weekend…., ja, ik ben vrij…” hoort ze hem zeggen. Pasmans die een afspraakje maakt om uit te gaan… hoeveel gekker kan de wereld worden? Ze schudt haar hoofd en kijkt geďnteresseerd naar Tony en Britt die haar wat uitgeblust aan kijken zo op de vroege ochtend al. “Ja niets gevonden gisterenavond baas, we zijn nog bij die juf opnieuw langs geweest, maar goed… Zij opperde dat we eens bij Aslan zelf moeten zoeken, dat hij haar misschien naar Turkije heeft gestuurd.” Vanbruane knikt “Dat heeft ie dan wel snel gedaan, tussen school en… hoe laat waren jullie daar?” Britt haalt haar schouders op “We hebben het huis niet doorzocht, misschien verstopte hij haar? Uiteindelijk is er geen vriendinnetje dat zegt dat ze op school is gebleven, allemaal zeggen ze dat Nuray gewoon is gegaan net als anders, maar niet met hen mee…” Vanbruane knikt “maar goed, als je daar nu gaat zoeken, vind je waarschijnlijk ook niet veel meer…” verwoordt ze hun gedachten “Dan heeft hij haar al lang elders heen gebracht.” Britt knikt en denkt even na “Baas, ik wil even naar Aslan toegaan en vragen of ik haar kamer mag zien, foto’s, spulletjes, is er iets uit de kast weg, dat soort onzin… Dan krijg ik in ieder geval even de kans om rond te kijken…” Vanbruane knikt nadenkend “Neem Sel mee,” wijst ze “Misschien dat die mensen nog wat los laten…” Selattin opent zijn mond om wat te zeggen, maar Tony is hem voor “Da’s goed, dan ga ik ondertussen naar die school om daar even een beetje rond te kijken en nog es met de directrice te praten.” Selattin klapt zijn kaken weer op elkaar, hij heeft er eigenlijk geen moeite mee om even met Britt naar dat huis te gaan. Vanneste wil al protesteren, maar Vanbruane hoeft maar op de stapel papieren op zijn bureau te wijzen om hem het zwijgen op te leggen. Ze parkeren hun wagen bij de school en Tony wijst op de Honda civic die naast die van hen staat. “Nou, over je werk mee naar huis nemen…” glimlacht ze als de achterbank van het autootje ziet die vol ligt met allerlei methodeboeken. Ze stapt de deur binnen en gaat op zoek naar de directrice. Britt en Selattin lopen rustig naar het huis en bellen aan. Britt doet diplomatiek het woord en Selattin let vooral goed op. Aslan is duidelijk boos dat de vrouw hem aanspreekt terwijl er toch een man bij is, maar omdat hij Selattin direct herkent als een landgenoot zwijgt hij er wijselijk over. Op haar gewoonlijke no-nonsens toontje babbelt Britt over het feit dat ze de vriendinnetjes van Nuray zijn gaan opzoeken, dat iedereen beweert dat ze gewoon de school uit is gegaan en dat ze zich afvraagt of ze even op het kamertje van Nuray mag gaan kijken voor foto’s of spullen die misschien weg zijn. “Mag uw vrouw dan mee naar boven, misschien ziet zij of er iets van Nuray verdwenen is?” oppert Britt. De man knikt kort en volgt zelf ook als hij ziet dat Selattin de twee vrouwen de trap op volgt, hij is duidelijk niet van plan zijn vrouw met een vreemde man alleen in een klein slaapkamertje te laten staan. “Nuray heeft haar eigen slaapkamer?” informeert Britt snel. De man knikt, Nuray is het enige meisje in huis, ze kan moeilijk bij de jongens op de kamer liggen. Het kamertje is net groot genoeg voor een bed en een kast. Het is een kaal hokje waarin je nauwelijks de hand van het meisje zelf kunt zien. Het eerste wat Britt opmerkt is dat er geen dekens op het bed liggen, slechts een kaal matras. “Waar is haar deken?” ze draait zich om naar de vrouw en ziet dat de man voor haar wil antwoorden, maar Selattin schudt zijn hoofd en waarschuwt hem met een felle blik. De vrouw schudt haar hoofd en haalt haar schouders op. “Heeft ze die mee genomen?” De vrouw kijkt haar aan met een vragende blik en Selattin vertaalt met een zucht wat Britt zojuist gezegd heeft. Nu schudt de vrouw haar hoofd. “Waar is de deken dan?” vraagt Selattin in het Turks “Dat weet u toch zeker wel?” De vrouw kijkt achterom naar uw man. “Mevrouw als u wat weet moet u het ons zeggen, anders neem ik u mee naar het bureau om u daar te verhoren.” Het gesprek verloopt nu geheel in het Turks en Britt kan het niet meer volgen. De man ontsteekt in een woedende tirade, maar Selattin koelt hem met een paar zekere zinnen al snel af. “Meneer Aslan wij doen er alles aan om uw dochter te vinden, maar dan moet u wel meewerken, als u of uw vrouw wat weten dan willen wij dat ook weten.” Zegt hij boos in het Nederlands, zodat Britt ook weet dat er wat meer aan de hand is. “Noe, jalla…” spoort hij de vrouw streng aan. Ze kijkt snel naar Britt en trekt haar dan aan haar mouw mee. De man roept nog wat, maar Selattin duwt hem opzij. De vrouw trekt Britt mee een trapje op naar de zolder en wijst op een matras ergens in een hoekje van de zolder. “Daar Nuray…” ze maakt een gebaar alsof ze slaapt “ook Nuray…” ze kijkt even moeilijk en dan maakt ze en gebaar van eten en drinken. “Hij…” ze wijst naar beneden waar haar man onder aan de trap staat te tieren “Hij…” ze trekt een woedend gezicht “boos… Nuray school… Nuray eh… veel school…” stamelt ze. Selattin wurmt zich op het trapje naar boven en kijkt de vrouw rustig aan. Ze slaat haar ogen neer en begint dan in een rap tempo in het Turks uit te leggen dat Nuray verder wil studeren, dat ze heel slim is en naar het VWO wil, maar dat haar man het daar niet mee eens is. Haar man die zich inmiddels ook naar boven heeft gewrongen start een fel betoog over dat Selattin toch wel zal snappen dat hij zijn dochter niet naar zo’n school stuurt, waar ze in de klas zit bij allerlei Vlaamse jongens. “Zij wordt ouder… zij wordt een vrouw…” betoogt hij. Hij kan toch moeilijk zijn dochters kuisheid in gevaar brengen door haar naar zo’n Westerse school te sturen, haar te laten studeren en haar een mening te laten krijgen over allerlei dingen. Omdat alles wederom in het Turks wordt geschreeuwd laat Britt haar ogen maar over de spullen op zolder glijden. Op de grond staat een bordje, ze herkent restjes oude aangekoekte cous-cous. Het meisje bracht dus kennelijk veel tijd op deze zolder door. Ze stapt naar het matras en voelt onder het kussen. Dan voelt ze onder het matras en haalt met een gevoel van triomf een klein boekje te voorschijn. De vrouw volgt de bewegingen van Britt nauwkeurig terwijl haar man met Selattin staat te discussiëren over hoeveel vrijheid je je dochters kunt geven, voordat ze volledig ontsporen. Britt slaat het boekje open, het is wat ze gehoopt had, een dagboek en Nuray schrijft in het Nederlands. “Ik…” de vrouw wijst op zichzelf en dan op het boekje “niet lees… ik niet kan…” Britt begrijpt dat de vrouw niet kan lezen, of dat dat is wat ze duidelijk probeert te maken. “Hij… niet lees niet…” wijst ze op haar man en nu begrijpt Britt dat ze bedoelt dat ze beide geen Nederlandse letters lezen. Nu ze erover nadenkt heeft ze beneden ook alleen Arabische kranten en boeken zien liggen, wat kinderboeken in het Nederlands, ongetwijfeld van de school van de kinderen. Misschien kan de man wel wat Nederlandse letters ontcijferen, voldoende om schoolbriefjes van de kinderen te lezen, maar in principe zal hij er nooit aan beginnen om het handschrift van Nuray te ontcijferen, geen wonder dat ze in het Nederlands schreef. “Mag ik dit meenemen?” vraagt ze de vrouw en maakt een gebaar alsof ze het boekje in haar grote jaszak wil steken. De vrouw kijkt even naar de man, die zo hevig staat te discussiëren dat hij niet eens doorheeft wat de twee vrouwen staan te doen, en knikt vluchtig. Britt zendt haar een glimlach en wijst op haar man “Hij, heeft hij Nuray meegenomen?” Ze maakt een pak beweging. De vrouw schudt haar hoofd. “Is Nuray gisteren na school thuis gekomen?” Ze maakt een boogje bij ‘gisteren’ en bij Nuray wijst ze naar hier, het hele huis onder haar. De vrouw schudt haar hoofd “Nuray niet thuis.” Zegt ze dan. “Nuray…” ze kijkt alsof ze wat verloren is en zoekt om haar heen. Ze kijkt Britt aan en maakt een schouderophalend gebaar “Nuray, waar? Ik weet niet…” herhaalt ze een zinnetje wat ze kennelijk van haar kinderen heeft geleerd “Ik weet niet…” zegt ze nog eens om aan te geven dat het meisje gisteren inderdaad nooit thuis is gekomen. Ze kijkt nog es of haar man nog altijd druk doende is, wat het geval is en kijkt Britt aan “Nuray…” ze tikt op haar hoofd om aan te geven dat het meisje slim is “Nuray… waar…” ze maakt een beweging alsof ze loopt of rent, wegloopt dus. Ze lijkt er zelfs bijna tevreden mee dat het kind weg is gelopen, alsof Nuray is ontsnapt aan iets en het vermoeden rijst dat de man haar inderdaad spoedig naar Turkije had willen sturen, naar een of andere uitverkorene echtgenoot op het platteland ongetwijfeld. “Alsof ik met mijn vader praatte…” verzucht Selattin “Dat doe ik voorlopig niet weer… maar ik hoop dat jij nog wat wijzer bent geworden?” Britt omhelst hem even “Je bent zielig…” grinnikt ze “Maar ik ben wel wijzer geworden en kijk eens… omdat jij meneer zo goed bezig hield heb ik dit mee kunnen nemen, ik denk dat we hier heel veel wijzer van worden…” Ze houdt het dagboek in de lucht en Selattin knikt blij “Het is niet voor niets geweest…” meent hij “Allah ak’bar… Ik denk dat we Dorien maar van school af moeten halen Britt, bij nader inzien kan het toch eigenlijk echt niet, een meisje dat studeert en Nabi… we zullen vast een man voor haar gaan zoeken…” Britt lacht “Ik ben blij dat je er toch nog wat van hebt opgestoken.” Grinnikt ze. Ze wandelen terug naar de school, waar Tony al staat te wachten bij de auto. “En?” Britt kijkt haar aan en Tony schudt mismoedig haar hoofd “Geen spat wijzer geworden, ik kan natuurlijk niet die klas in als die vol kinderen zit, maar goed, de directrice kon me zo ook wel vertellen dat daar natuurlijk een aantal grote kasten in zitten waarin Nuray zich zou hebben kunnen verstoppen. Dus OK, dat hoef ik zelf niet meer te concluderen. Verder ben ik van de directrice geen klap wijzer geworden. Ze leeft mee, maar zegt het zelfde als die juf. Het kind is slim en het is niet voor niets dat ze van huis is weg gelopen.” Ze zet een streng toontje op “Ik keur het niet goed, maar ik kan niet zeggen dat het me verbaasd…” aapt ze de directrice na. “Ze zijn nogal verbitterd hier, kennelijk hebben ze al eens de kinderbescherming in proberen te schakelen, maar is dat op niets uitgelopen. Ze hebben de dokter ondervraagd, van het gezin en een paar andere mensen die nogal ver van het gezin af staan, niet de leerkrachten, niet de buren… Nouja, het gewoonlijke gezever dus, vervolgens geconcludeerd dat er niets aan de hand is…” Tony kijkt er een beetje vermoeid bij “Any luck?” Vraagt ze dan op een wanhopig toontje. Britt houdt met een glimlach het dagboek in de lucht “Laten we hopen dat hier wat in staat…”
Word vervolgt |