Als we terug keren

... Als we terug keren naar Zion, zal dat zijn als een droom. Ons gelach zal weerklinken en we zullen blijde liederen zingen. Alle naties zullen dan zeggen 'God heeft fantastische dingen gedaan voor hen.' Voor ons zal God grootse dingen doen;
"Shir ha-ma-lot b'-shuv A-do-nai Et shi-vat Tzi-yon ha-yi-nu k'-chol-mim Az y'-ma-lei s'-chok pi-nu ul-sho-nei-nu ri-na Az yom-ru va-go-yim hig-dil A-do-nai la-a-sot im ei-leh Hig-dil A-do-nai la-a-sot i-ma-nu ha-yi-nu s'-mei-chim..." Uit volle borst zingt Noa mee, vrijdagavond, het begin van de shabbat. Na elke maaltijd danken ze God met de Birkat Hamazon, maar op de avond van de shabbat is het speciaal. Op de avond van de shabbat komt er altijd een stukje voor, het mooiste stuk van de Birkat vindt ze zelf. "Shu-vah A-do-nai et sh'-vi-tei-nu ka-a-fi-kim ba-ne-gev Ha-zo-rim b'-dim-ah b'-ri-nah yik-tzo-ru Ha-loch yei-leich u-va-cho no-sei me-shech ha-za-ra Bo ya-vo ya-vo v'-ri-na no-sei a-lu-mo-tav..." Even rust en dan verheft Aaron zijn stem "Cha-vei-rai n'-va-reich..." Roept hij en de rest antwoordt, vrienden laat ons samen God eren... Noa kijkt op naar haar broer. Aaron is een lange jongen, hij zit in het laatste jaar van de middelbare school en zal volgend jaar naar Israël vertrekken om zich daar te wijden aan Thora studies. Aaron wordt later rabbijn, hij wordt zeker een goede. In een routine zingt ze de woorden na zonder erbij na te denken. De woorden zitten ergens ingebrand, ergens in een laatje in een kastje achter in haar hoofd. En als ze ze nodig heeft rollen ze er uit. Ze prutst wat aan haar rok om wakker te blijven en probeert een glimlachje te zenden naar Esther die al net zo geïnteresseerd voor zich uitstarend de oud Hebreeuwse woorden afratelt. Jonathan is de enige oprecht geïnteresseerde lijkt het wel, maar hij doet dan ook over een maand zijn bar mitsvah. Na het gebed gaat vader met hem nog in de Thora lezen. Ze oefenen het stuk dat hij bij zijn bar mitsvah zal voordragen voor de rest van de gemeente. De Joodse gemeente in Gent is niet groot, maar groot genoeg, Jonathan wil zijn stuk goed kennen. Eigenlijk komt Noa's familie van de chaddisim in Antwerpen, de streng orthodoxe gemeenschap en vader wil dan ook liever dat Jonathan in hun oude gemeente zijn bar mitsvah doet. Ze wonen hier nog maar net, omdat vader een Limudschool moet opzetten voor de kleine gemeente Gent. Het Belgisch-Israëlisch orgaan heeft hem dat opgedragen. Ja, het was een vraag geweest natuurlijk, maar de werkzaamheden die hij in Antwerpen verrichte voor de organisatie kwamen te vervallen en dit was nog een leuke uitdaging geweest. Min of meer gedwongen was de familie naar Gent verhuisd en terechtgekomen in een aardige buurt waarin de meeste mensen van de Joodse gemeenschap van Gent woonde. Toch was de gemeenschap in Gent niet zo orthodox als vader graag wilde. Zijn kinderen gingen dan ook niet in Gent naar school. Elke dag reisden ze alle 8 op en neer van Gent naar Antwerpen en terug. Alle 8, want Sara, de jongste is inmiddels net 4 geworden en gaat net als haar zussen Hannah, Noa en Esther naar de Beth Ja'akow, de Joodse meisjesschool waar het godsdienstonderwijs in het Jiddisch wordt gegeven. Vader had dan weer liever Hebreeuws gezien, met het oog op Israël, maar goed, daarvoor hadden ze naar de gemengde school Tachkemoni in Brussel gemoeten. De vier broers, Aaron, Jonathan, Adam en Abel zitten ook in Antwerpen op school, op de Jesode Hatora, de jongensschool van de combinatieschool in Antwerpen. Elke dag op en neer reizen kost veel tijd, maar vader vindt het belangrijk dat het gezin toch een blijft. Ook al heeft zijn broer al duizend maal aangeboden dat de kinderen door de week wel bij hem mogen verblijven. Noa zou willen dat vader het aanbod aan nam. Ze heeft een bloedhekel aan de treinreis elke dag. Het reizen op zich valt heus wel mee, het is beste gezellig met zijn achten. Maar de mensen in de trein. Ze staren hen altijd aan. Het is aan de jongens goed te zien natuurlijk, dat ze Joods zijn, hun kippa en hun pijpenkrullen. En de meisjes hebben lange vlechten op hun rug hangen, lange rokken en ook een kippa op hun hoofd. Je hoeft niet lang te raden naar hun afkomst. En kennelijk is dat rede tot staren en roepen. Want het blijft niet bij staren, wijzen en fluisteren. Je hebt altijd nog van die mensen die denken dat ze moeten gaan schreeuwen. Het ergste zijn de rijmpjes " Van je ras, ras, ras, alle Joden aan het gas, van je erre, erre, erre met de gele Davidsterren..." Mensen die de Hitlergroet brengen... mensen, nou ja, de neonazi’s dan. Het is wekelijkse kost. Er gaat nauwelijks een week voorbij of er gebeurt weer wat. Laatst hebben ze zelfs Hannah aan haar vlechten getrokken en een maand geleden hebben ze Aaron in zijn maag getrapt. Waar is het toch goed voor? Ze doen toch niemand kwaad? Noa kan er woedend om worden, zij doen niets en toch heb je altijd van die rotzakken die aan de gang blijven. "Hé vuile Joden, jullie zijn nog erger dan Hitler, kijk eens wat jullie doen in Israël!" Soms wordt het geroepen door Islamieten, soms door kaalkoppen. Noa haat ze, allemaal. Hoe durven ze over Israël te praten? Het is niet hun land, het is het land van de Joden. Het is het land dat hen is beloofd door God. De Arabieren hebben genoeg land, die Palestijnse kunnen toch best in een van de andere Arabische landen gaan wonen, er zijn er zoveel. Als zij straks 18 is wil ze ook naar Israël, niet om rabbi te worden, in het orthodoxe Jodendom is dat voor vrouwen niet weg gelegd. Ze wil er gaan vechten, dat is wat zij kan doen. Vrouwen kunnen ook in het leger en deelnemen aan de strijd. Noa oefent bijna elke dag in sport, zodat ze straks als ze ouder is naar Israël kan om haar land te helpen, haar volk. Het staat allemaal in de Thora, het land Israël behoort hen toe en geen ander. Esther wil niet gaan vechten, ze wil in een kibboets gaan wonen in de nederzettingen van de kolonisten. Daar is ook nog veel werk zegt ze. Maar Noa wil vechten. Elke keer ziet ze de foto's in de krant van opgeblazen bussen, verbogen staal en zwartgeblakerde straten, disco's verwoest door bommen. Allemaal daden van terreur tegen het beloofde land, tegen haar volk en haar huis. Want Israël is het enige land waar de Joden vrij kunnen leven, het land waar de Joodse wetten gelden. Natuurlijk is zelfs daar niet alles perfect, je hebt altijd nog de linkse, maar het is dan toch het beste wat je kunt hebben. De winkels zijn er koosjer, de shabbat wordt gehouden en op de Joodse feestdagen is er feest. Het is niet zoals wonen in een ander land, waar het leven gewoon doorgaat op zaterdag. Israël is het Joodse land, het thuis voor alle Joden. Als we terugkeren naar huis, denkt ze, en daar zal ze voor vechten, voor iedereen een veilige terugkeer naar huis. Ze zingt de woorden "U-v'-nei Y'-ru-sha-la-yim ir ha-ko-desh Bim-hei-rah v'-ya-mei-nu Ba-ruch A-tah A-do-nai Bo-neh v'-ra-cha-mav Y'-ru-sha-la-yim, a-mein" Het hardst van allemaal. Ze dankt God voor het bouwen van hun Jeruzalem, ze prijst hem daarvoor, ze prijst hem om Jeruzalem. Vader kijkt goedkeurend naar zijn kinderen, hij heeft een mooi gezin. Liefdevol kijkt hij naar zijn vrouw die met neergeslagen ogen het gebed meezingt. Ook zij is gelukkig met haar kinderen, mooie sterke jongens en lieve vriendelijke meisjes. Het gebed loopt op zijn einde, maar opeens klinkt er luid gerinkel. Noa kijkt om en ziet nog net de menora met brandende kaarsen die voor het raam stond op de grond vallen. Nog zingend rent ze erheen en begint op het vuur te trappen. Vader die de laatste woorden net gezongen heeft bukt even verderop neer en raapt een baksteen op. " Vuile Joden, wacht maar de nieuwe kristalnacht komt eraan!" Wordt er buiten geschreeuwd. Noa schudt haar hoofd en zucht. Vader loopt nog naar het raam om te kijken wie de steen heeft gegooid, maar de daders rennen al in de verte weg. "Dat waren die Turken zeker." Esther wijst in de richting van de wijk waar veel Turkse mensen wonen en kijkt woedend naar het raam. "Ach, welnee, dat waren die kaalkoppen, die schreeuwen toch altijd over de Kristalnacht." Meent Aaron en ook hij zendt een woedende blik richting het raam. Vader zit met de steen in zijn hand. "Ik zou zeggen, laten we eens op gaan zoeken, dan kunnen we ze eens een keer..." begint Noa strijdlustig "Wat er ook gebeurt, wij zullen niet opzij gaan staan, dapper zullen wij voort strijden en we zoeken hen zeker niet op. Laat hen maar stenen gooien, het zijn lafaards..." Spreekt vader rustig. "Dat is mooi gesproken pa, maar wij zitten weer de hele shabbat in de kou." Moppert Aaron die de bui al weer ziet hangen. Het raam vervangen of dichtplakken kan nu niet, het is tenslotte shabbat en hoe je het ook wendt of keert, dat is werken. De kaarsen zijn allemaal al uitgewaaid en Noa dankt God voor de automatische schakelaar op de lampen. "Laten we gewoon warm bij elkaar gaan zitten en lezen uit de Thora." Stelt vader voor. Noa zucht, ze zou die lui wel eens een keer goed van katoen willen geven, shabbat of geen shabbat. Je moet toch af en toe afstappen van dat soort principes, als ze verdulleme je ruiten in komen gooien. "We moeten de politie bellen pa," Vindt ze "dit kan echt niet!" Vader schudt vroom zijn hoofd en ze weet het al, er kan niet gebeld worden, het is shabbat. Met een zucht kruipen ze bij elkaar en ontrollen de Thora. Jonathan heft dapper het gezang aan. Maar al te warm is het niet in de woning, inmiddels koelt het aardig af, het is dan ook al eind december, de kerstversieringen hangen overal al. De nieuwe Kristalnacht, denkt Noa, terwijl ze terug denkt aan de steen door de ruit. Ze hadden 9 november, amper twee maanden geleden de Kristalnacht nog herdacht bij het monument aan de Lindenlei. Ze hebben geen nieuwe Kristalnacht nodig, de oude ligt nog vers in het geheugen. Opa heeft er over verteld, hij woont inmiddels met tante Rachel in Israël. Hij heeft hen verteld over de Kristalnacht, hij was er zelf bij. Hij heeft hen verteld over Buchenwald, Theresienstadt en Treblinka, hij is een van de overlevenden. Nooit meer, denkt Noa, nooit meer zullen we dat laten gebeuren. Niemand hoeft ons te verdrijven, te vergassen en te verminken. Niemand hoeft dat te doen met het volk van God! Woedend kan ze worden van die pesterijen, een steen door de ruit, wat is dat nu? Waar slaat het op? Ze ziet aan Aarons' gezicht dat zijn gedachten ook niet bij de Thorapassage zijn. Ook hij zint op wraak of minstens 'een goed gesprek' met de daders van deze nieuwe pesterij, op de shabbat nog wel. Het is misschien maar goed dat ze alle twee niet zo geconcentreerd zijn op het gezang van Jonathan, want plotseling horen ze allebei stemmen. Gespitst kijkt Noa naar het raam en ziet dat ook Aarons' blik op alert springt. Opeens vliegt er een brandende bol door het raam. Noa vliegt overeind en rukt het kleed van de tafel. Pijlsnel gooit ze het over de brandende lap stof die onder de tafel is gerold. Aaron springt op en rent naar de deur. Maar als hij de voordeur heeft geopend zien de jongens bij het raam hem en ze sprinten snel weg. Kaalkoppen, denkt hij, hij ziet hun blote schedels glanzen in het lantaarnpaallicht. "Shit, ze zijn nog in die kamer!" Hoort hij hen roepen naar elkaar. De honden, ze hadden er zeker op gegokt dat ze wel naar een andere kamer zouden gaan vanwege de kou. Dan kennen ze het volk van God nog niet, zij laten zich niet verdrijven. Aaron hoeft niet lang te denken om de opzet te raden, als zij niet meer in die kamer waren geweest waren er zeker meer spullen afgebrand. Als hij terug komt in de kamer ziet hij Noa net weglopen met het kleed. Hij schudt zijn hoofd "Kaalkoppen." Zegt hij tegen vader. Die schudt zijn hoofd en kijkt treurig naar het raam. "Die weten zeker niet dat je op shabbat geen vuur mag ontsteken." Merkt de 6-jarige Abel op. Aaron kan niet na laten even kort te lachen "Dat denk ik ook Abel." Zegt hij. "Ik breng de kleintjes naar bed." Kondigt moeder aan. Jonathan kijkt haar smekend aan "Mag ik dit nog aflezen met vader?" Smeekt hij. Ze knikt toegeeflijk en neemt Sara, Adam, Abel en Hanna met zich mee. Wat een geluk, denkt Esther, zij mogen al lekker warm naar bed. Gewillig luistert ze voor de zoveelste maal naar de passage die Jonathan voorzingt. " Vader..." Noa komt binnen "Ik denk dat we nu toch echt de politie moeten bellen, ik bedoel, dit kan echt toch zo niet verder, dadelijk moeten we..." Vader legt zijn vinger op zijn lippen om haar tot stilte te manen. Jonathan kijkt haar verwijtend aan en ze zwijgt geërgerd. "Het waren de kaalkoppen." Fluistert Aaron snel. Ook hij ziet niet veel in lijdzaam afwachten tot het volgende item door het raam binnen komt vliegen. Laten we er dan tenminste een plank voor zetten, denkt hij, even de gedachte aan shabbat opzij zettend. Hoe woedend zou God zijn als ze dat even zouden doen... maar goed, het is werken, dat moet hij toegeven. "Als het de kaalkoppen zijn moeten we de politie zeker bellen." Meent Noa "Nu kunnen ze ze misschien nog oppakken, als we wachten tot zaterdag na de Havdallah kun je dat wel vergeten.'' Aaron haalt zijn schouders op, Noa weet wat dat betekent; Je hebt gelijk, maar je weet wat de regels zijn... Ze zucht, soms maken ze het zichzelf wel erg moeilijk denkt ze. Als Jonathan klaar is en Esther opgelucht opstaat om zich bij haar broer en zus te voegen horen de drie buiten weer gerommel in de tuin. "En nu is het af!" Roept Noa woedend. Ze spiedt snel de kamer rond, als een geboren soldaat rukt ze haar hockeystick uit de paraplubak in de hal. Met twee stappen is ze buiten, gevolgd door Aaron. Als ze de deur openrukt ziet ze drie jongens bij het raam staan. In hun handen hebben ze weer een steen of zoiets. "Hé," Schreeuwt ze kwaad "geef hem zomaar, of moet ik hem komen halen?!" dreigend loopt ze met haar hockeystick voor zich uit op hen af. Aaron volgt haar met een paraplu in zijn hand, als het moet kan hij ook een klap uitdelen. Shabbat of niet, dit wordt te dol. In Israël zijn ze soms ook genoodzaakt om op heilige dagen te vechten... soms heb je geen keus. De jongens wachten niet af, ze gooien de steen in hun richting en kiezen dan het hazenpad "Ik had er graag eens opgeklopt." Zegt Noa terwijl ze de jongens nakijkt. Aaron raapt de steen op "Gossie, een briefje dit keer, wat zouden ze nou weer te vertellen hebben?" Hij haalt het briefje van de steen en leest hardop " Vuile Joden, jullie laatste uur heeft geslagen, wij keren terug, wij komen jullie halen... ze zijn jullie vergeten te vergassen, wij maken het af..." Noa kijkt hem aan en haalt haar schouders op "Hoe origineel, leg maar bij de verzameling." De familie krijgt wel vaker van dit soort gekrabbel binnen, maar meestal komt het via de brievenbus en niet met stenen door de ruiten. "En ik douche me vaak genoeg." Merkt Aaron laconiek op. Ze slenteren terug naar binnen waar vader hen op staat te wachten "Dat was heel dom, wat als die mensen waren beginnen vechten?" Aaron steekt zijn paraplu in de lucht "Dan hadden we tenminste kunnen meppen." Vader schudt zijn hoofd "Op shabbat..." doet hij misprijzend. Noa rolt met haar ogen en stapt voorbij haar vader. "We houden vannacht om beurten de wacht." Stelt hij zijn zoon en dochters voor. Noa wijst naar de telefoon "Als we de politie bellen dan kunnen die dat doen, dan is het zo afgelopen." en als ze haar vaders blik ziet "ik loop er zelfs nog wel heen dan." Vader schudt zijn hoofd "Het gaat om een nachtje, toevallig vervelen ze zich. Zondagochtend is het het eerste wat we doen goed? Ik weiger mijn shabbat te laten verpesten door dat opgeschoten tuig, het zou toch het tonen van zwakte zijn als we nu..." Noa onderbreekt hem ongeduldig "Ja, ja, ok, we houden de wacht. Ik begin wel, of wil iemand anders?" de anderen schudden hun hoofd "Als je het niet erg vindt dan ga ik boven in mijn bed zitten lezen, ik verga van de kou." klaagt Esther en loopt de trap op. "Ik blijf hier met jou. Ik ben zo terug..." Aaron haast zich de trap op. "Ik weet wat je denkt Noa," Zegt vader begrijpend "Jij laat je niet kennen, jij wilt vechten. Ik zoek liever de weg van negeren... laten we er gewoon niet op reageren, dan houdt het vanzelf wel op." Noa trekt een gezicht "Nou, dat merken we zeg, in de trein, het houdt niet op pa, nooit." Vader glimlacht "Op een dag keren we terug naar huis Noa, dan keren wij terug naar Israël en daar zullen we welkom zijn. Die dag zal komen, God zal ons tonen wanneer we daarheen moeten gaan." Noa knikt "En ik zal de weg vrijmaken, ik zal ervoor vechten." belooft ze. Vader legt zijn hand op haar schouder en stapt dan de kamer in. Onverstoorbaar gaat hij in de kou de Thora bestuderen. Aaron komt terug met dekens en met een grimmige vastberadenheid gaan ze posten om hun familie te beschermen. "Shir ha-ma-lot b'-shuv A-do-nai Et shi-vat Tzi-yon ha-yi-nu k'-chol-mim Az y'-ma-lei s'-chok pi-nu ul-sho-nei-nu ri-na..." prevelt Noa voor zich heen. Ja, de dag dat ze naar Israël zullen terugkeren zal een glimlach op haar gezicht liggen.

"Altijd fijn als je op zaterdag een zaak kunt afronden, ga je toch met een fijn gevoel de zondag in." Met een tevreden zucht klapt Britt haar map dicht. Tony kijkt haar met pretoogjes aan "Lekker uitslapen." Verheugt ze zich al helemaal. Britt knikt, Dorien is inmiddels ook niet meer uit bed te krijgen en dus is het op zondag inderdaad uitslapen geblazen. Ze kijkt op haar horloge, ze is mooi op tijd "Ik wil niet haasten hoor, maar ik ben zo weg." Waarschuwt ze "Waarheen?" Vraagt Tony. Britt zucht, soms kun je Tony duizend keer iets vertellen en ze vergeet het toch. "Ik heb toch gezegd dat ik een afspraak heb met Mihriban." Tony knikt "Ah ja, niet als schoonzus, maar als dokter, ik herinner het mij. Ik brief Vanbruane wel even, ga maar. Tot morgen" Britt knikt dankbaar en staat op en trekt haar jas aan. Ze wandelt het commissariaat uit, minder nonchalant als ze probeert te lijken stapt ze in de auto. In werkelijkheid is ze gespannen als een veer. Ze weet niet of ze moet vrezen wat Mihriban straks zal zeggen, of dat ze juist blij moet zijn. Ze wordt verscheurd door twijfel. Te snel rijdt ze naar Mihribans' praktijk, als ze binnen komen ziet ze tot haar ontsteltenis dat er nog mensen zitten te wachten. Ze geeft op bij de assistente dat ze er is en krijgt geruststellend te horen dat het niet zo lang zal duren. Ze ploft neer in de wachtkamer en pakt een oninteressant tijdschrift over gezond eten. Even legt ze haar hand op haar buik en glimlacht. Het duurt inderdaad niet al te lang, de meeste van de wachtenden zijn voor Mihribans collega, ze runt samen met een ander de praktijk. "Michiels" kraakt Mihribans' stem door de intercom. Britt springt op en gooit het blad snel terug op de stapel, ze lacht vriendelijk naar de assistente en rept zich naar Mihribans kamer. "Hoi Britt," Mihriban staat iets uit de kast te pakken "Ga zitten..." Zelf ploft ze achter haar bureau neer en kijkt Britt rustig aan. Britt probeert rustig terug te kijken, maar van binnen raast het in haar maag, ze is zenuwachtig. "Misselijk... overgeven, doodmoe, geen koorts... wat denk je zelf? Afgezien van misschien vergiftigde grond, maar dat valt dus wel mee..." Ze kijkt Britt met een glimlach aan, die kijkt wat afwachtend en probeert van Mihribans' gezicht het antwoord af te lezen. Die staat op en lacht en loopt op Britt af "Ik zou mij niet meer door elkaar laten schudden of tegen auto's laten duwen." Grinnikt ze en omhelst Britt "Gefeliciteerd, ik denk dat je mijn ouders... en ook Sel... heel gelukkig maakt met dit nieuws." Britt glimlacht en laat haar adem ontsnappen. Mihriban voelt hoe ze in haar armen ontspant. "Blij?" Vraagt ze vrolijk. Britt knikt, ze weet het nu zeker, het is heerlijk nieuws. "Dan is het dus al bijna drie maanden." Zegt ze. Mihriban knikt lichtjes "Het was min of meer meteen raak... denk ik." lacht ze. Britt knikt, ze had nog een tijd getwijfeld na het gesprek over kinderen, maar was toch met de pil gestopt uiteindelijk, zonder wat te zeggen. Wat zou komen zou komen... "Maar jij dacht toch ook dat het aan dat zand zou kunnen liggen dat ik niet ongesteld was geworden...?" Vraagt Britt en is opgelucht als Mihriban knikt. Na de hele ophef over het zwaar vergiftigde zand de afgelopen maand was het allemaal een beetje in een ander licht komen staan. Vrouwen uit de wijk hadden menstruatie overgeslagen en dus dacht Britt dat dat bij haar het geval was, want zo snel... dat geloofde ze zelf eigenlijk ook niet. Ze had gedacht dat ze meer tijd nodig zou hebben... om aan het idee te wennen ook en nu was het al zo ver. Even vertwijfeld legt ze haar handen op haar buik en glimlacht stilletjes. Natuurlijk had ze al wel een vermoeden, maar ze had het niet durven denken, niet durven hopen en niet geloofd. Ze had het voor zichzelf ontkend. Afgedaan als 'stress', 'griep' en 'vergiftigde grond'. Maar nu is ze blij dat het geen van die dingen is, ze is gewoon echt, 100 % zwanger. "Ik heb een adres voor je, een vriendin van me, zij is gynaecoloog, een goede... tenminste ze heeft een goede reputatie..." Mihriban schuift haar een voor getypt briefje toe. "Ik zit echt al de hele dag te wachten om het je te vertellen." Glimlacht ze "Ik moest me echt tegenhouden om niet meteen te bellen toen ik het wist. Ik voorspel je, Selattin gaat door het lint, serieus..." Britt lacht "Alsjeblieft niet te wild, ja." Mihriban knikt "Ja, ha, ha, kijk uit met zaken die je vanaf nu aan neemt." Raadt ze aan. Britt knikt, dat hoeft niemand haar nog te vertellen, ze heeft het al eens uitgeprobeerd, ze zit niet te wachten op weer een miskraam. Dit kind is zo gewenst, ze zal alles doen om dit goed te laten gaan. Nog even praat ze met Mihriban over wat haar te wachten staat. Mihriban raadt haar aan om het vooral allemaal goed in de gaten te laten houden, combinatie van leeftijd, haar werk en haar achtergrond op het gebied van gezondheid. Britt heeft al wat door moeten maken, dus ze kunnen maar beter voorzichtig zijn. Maar zelf komt ze al lachend tot de conclusie dat Selattin haar voortaan wel helemaal als een porseleinen beeldje zal behandelen. "Ik kom morgenochtend op de thee..." Waarschuwt ze. Britt knikt "Ik vertel het hem vanavond, beloofd." Mihriban grinnikt "Je zult wel moeten, je hebt al zo lang gewacht met het 'officieel laten onderzoeken', straks is het al zichtbaar!" Waarschuwt ze Britt voor die weg gaat. Als ze buiten staat kijkt ze even rond. Poeh, denkt ze, zo dat was dit leven... nu beginnen we weer aan een nieuwe episode. Er gaat veel veranderen nu... niet alleen voor haar. Hoe zal Dorien dit vinden, prachtig natuurlijk, dat kan ze wel voorspellen. Dorien is niet echt jaloers aangelegd Goddank. Ze sluit even haar ogen en voelt de koude wind langs haar gezicht gaan. December, eind december... Doriens' kerstvakantie begint volgende week... Wat een kerstnieuws, glimlacht ze voor zich uit. Ze voelt Mihribans blik en kijkt naar boven naar het raam even zwaait ze en stapt dan de auto in. Voorzichtiger dan met heen gaan rijdt ze weg. De vermoeidheid na de hele dag slaat toe en ze laat het rustig komen. Het doet er niet toe, het is gerechtvaardigd nu. Ze parkeert de auto en treft Dorien boven in het appartement aan, verdiept in een boek over de Anders. "Hier ga ik later echt eens op vakantie." Zegt ze als ze Britt ziet binnen komen. Lieve staat op en begroet Britt snel. Ze heeft kennelijk haast en vertrekt meteen. " Zo, hoe was jouw dag?" Britt ploft bij Dorien op de bank neer. "Goed en die van jou?" Wil Dorien weten "Ook goed." Glimlacht Britt "Ik ben met Lieve naar het park geweest en ik heb een kerstcadeau voor Mihriban gekocht, wacht ik laat het zien." Ze springt op om het te gaan halen. Britt sluit even haar ogen en heeft die nog steeds gesloten als Dorien weer binnen komt "Ben je moe?" Vraagt Dorien terwijl ze het cadeau in haar moeders handen duwt. Britt knikt "Een klein beetje maar." Stelt ze haar meteen gerust en bewondert het cadeau voor Mihriban. Ze blijven even op de bank zitten kletsen en dan gaat Britt aan het koken. Als ze halverwege is komt Selattin binnen gelopen, vrolijk zet hij een bos bloemen die hij voor 'zijn dames' gekocht heeft in een vaas en bewondert daarna ook even het cadeau voor Mihriban. Laat ik niet vergeten Mihriban te waarschuwen dat er kerst gevierd wordt dit jaar, denkt hij. Hij loopt naar de keuken en pakt Britt vanachter om haar middel. Britt leunt in zijn armen en drukt een kus op zijn lippen. Ze pakt zijn handen vast en schuift die naar haar buik. Zelfs al weet hij het nog niet, toch voelt het al alsof hij haar beschermd, denkt ze ontspannen. Haar dag kan niet meer stuk. Tijdens het eten zegt ze niet veel, ze geniet in stilte voor zichzelf. Dorien en Selattin praten beiden echter voor twee, dus het is geen probleem. "Wat ben je rustig vanavond." Zegt Selattin toch als hij terug komt van het nog even bij Dorien kijken. Hij gaat naast haar op de bank zitten en trekt haar tegen zich aan. Britt haalt even diep adem en probeert de juiste zinsnede te vinden om dit grote nieuws te brengen. Het zal tenslotte hun hele leven aardig door de war gooien. Ze pakt zijn handen opnieuw vast en legt die weer op haar buik, even blijft ze liggen genieten en ook Selattin lijkt zo wel eeuwig te kunnen blijven zitten. "Sel," Britt neemt een nieuwe teug adem "Weet je nog dat we het een tijd geleden over... een kind hadden?" Selattin knikt glimlachend "Je hebt erover nagedacht." Raadt hij. Britt lacht even, die heeft echt geduld, denkt ze "nagedacht... ja, en ik ben dan een maandje nadien met de pil gestopt." Ze voelt hoe Selattin een beetje gaat verzitten en even adem haalt "Daar ben ik het wel mee eens, dat weet je..." Zegt hij zacht. Britt knikt "Sel,..." Ze wacht heel even "ik ben zwanger... al een tijdje, bijna drie maanden..." Gooit ze de informatie eruit. Selattins handen klemmen wat strakker om haar buik en ze kreunt heel even, snel verslapt zijn greep weer. Ze kijkt opzij en hij drukt een lange kus op haar lippen. "Dat is fantastisch nieuws." fluistert hij tussen twee kussen door. Ze knikt en nestelt zich helemaal tegen hem aan. "Kan je het al voelen?" fluistert ze. Hij aait voorzichtig over haar buik "Je wordt dikker, ik durfde het niet te zeggen... ha, ha, nee grapje. Maar nu ik het weet voel ik het, ik wil het voelen." Hij stroopt haar truitje op en laat zijn handen over haar buik gaan. "Het zal prachtig worden," Voorspelt hij "Ons leven met Dorien en met een nieuw kindje, het zal perfect worden... helemaal af." Hij knuffelt haar en zij geniet van de aandacht. In en in gelukkig hangen ze met zijn twee, niets is nog in staat de avond te verpesten. Op de telefoon van Britt na dan die begint te rinkelen en meestal betekent dat irritant nieuws. Ze laten hem een tijdje rinkelen, maar komen tot de vervelende conclusie dat Tony die van haar waarschijnlijk ook in het aquarium gedumpt heeft. Met een zucht neemt Britt op, vast van plan om toch haar avond niet te laten bederven. Ze luistert ongeduldig naar een relaas aan de andere kant. "Ja, maar als dat gisteren al is gebeurd, waarom melden ze het dan nu pas?... oh, opnieuw, maar je zegt net dat ze gisteren.... wat zeg je?... shabbat... maar hallo, vindt je dit dan zelf niet belachelijk, het is... " Selattin ziet haar op de klok kijken "Kwart over tien... ja, bijna dan bijna kwart voor tien... hu? Havadallah, wat is dat?... oh, juist ja. Zeg ik ben helemaal voor multiculturaliteit enzo, maar ik vind het toch wel aan de belachelijke kant dat ik nu om kwart over tien geacht wordt op te dagen, omdat zij op de shabbat de telefoon niet willen... ok, kunnen, gebruiken, dat slaat natuurlijk nergens op. Zeg maar dat ze morgenmiddag de eerste zijn, maar nu is het hier de rustdag! En zeker zo laat. Het is wel goed met ze..." Ze laat zich terug op de bank ploffen "maar hoe kunnen ze nu denken... wat?... oh, zo... nou..." Ze trekt een gezicht en kijkt Selattin aan "Goed, dan kunnen ze nu toch dat raam vervangen, of niet?... ik vind het echt niet de moeite waard om... oh, dan is Sel de dupe, ja, ja, laat maar... ik ga al." Met een woedend gebaar hangt ze op en kijkt Selattin aan "Nou, ga bij de politie," Zegt ze geïrriteerd "die gunnen je nog eens echt je rust." Selattin glimlacht "Wat is er nu weer?" Vraagt hij "Dit geloof je niet." Moppert Britt "Er is een Joodse familie bedreigd en ze doen nu aangifte." Selattin grinnikt "Nu?" Vraagt hij "Ja, want het is shabbat, of nee, het was shabbat, nu is het na de havdallah." Moppert ze "Serieus, je ouders zijn nog beter geïntegreerd. Bij die lui is gisteren al het raam in gegooid en nu doen ze pas aangifte, omdat het gisteren shabbat was. Dan mogen ze niet werken, dus ook de politie niet bellen en dan hebben ze op die avond ook opnieuw een stenenregen gehad, het fijne is dan dat ze vanwege de shabbat ook het glas niet mochten vervangen..." Britt kijkt er even erg verveeld bij "En wie had je nou aan de telefoon?" Vraagt Selattin. " Vanbruane! Die was speciaal wakker gebeld daarvoor, zolang had die man doorgezeverd over invloed en racisme bij de politie enzo, ze zei dat ik moest gaan, anders zou ze de zaak aan jou geven...." Selattin lacht even "Kom we gaan, ik ga wel mee, maar het is jouw zaak. Joden en waarschijnlijk racisten, dat is wel de geweldigste combinatie voor een Islamiet." lacht hij. Britt knikt "Ik rijd." Zegt ze. "Ik zie nog een voordeel," Selattin "Ik kan 9 maanden drinken." Britt schudt haar hoofd "Je hebt al drie maanden voorbij laten gaan." Selattin klikt met zijn vingers "Helaas." Mompelt hij. "Ik bel Lieve even." Ze kijkt Selattin aan "Hoe zal Lieve het vinden... als zij het niet zit zitten moeten we ook nog op zoek naar een andere oppas." Selattin glimlacht "Lieve zal het prachtig vinden, wie vindt babietjes nou niet geweldig?" Britt knikt "Dat is ook zo." Ze belt Lieve op en is blij als die het niet erg vindt om nog te komen, dan hoeft ze tenminste niet alleen te gaan. Even later zitten ze in de auto op weg naar het adres dat ze op gekregen hebben. "Wanneer wil je het op het commissariaat vertellen?" Vraagt Selattin. Britt haalt haar schouders op "Nu nog niet, ik bedoel, het duurt nog wel even voor ik het echt niet meer kan verbergen. En ik wil eerst echt zeker weten dat alles... goed is, goed zal gaan. Als het nu mis gaat zit iedereen weer van 'ocharme Britt', daar heb ik geen zin in. Als het mis gaat vind ik dat heel erg, maar dan... verwerk ik dat liever met jou samen en niet met het hele commissariaat en dan die blikken. Ik weet nog goed na dat ongeluk toen ik weer terug kwam werken, een ramp. En ook de vorige keer, toen ik die miskraam heb gehad, het is ellendig, niemand weet hoe ie je aan moet spreken, sommigen praten er juist wel over, om vooral te laten merken dat ze het onderwerp niet schuwen, anderen vermijden het onderwerp kinderen in zijn geheel of ze mijden jou omdat ze niet weten wat te zeggen. Nee, echt, dat hoeft niet nog een keer..." Selattin knikt "Ik laat het geheel aan jou over." belooft hij dan. Ze arriveren op het aangegeven adres en parkeren de auto langs de kant. Als ze uitstappen gaat de deur van het huis al open. In de opening staat een overduidelijk chaddistische Jood, compleet met hoed en pijpenkrullen. Britt kijkt Selattin even aan en haalt diep adem. "Goede avond," Ze steekt haar hand uit "Britt Michiels en Selattin Ates, politie Gent, u heeft ons laten komen." Ze kan het niet helpen, maar het komt er allerminst vriendelijk uit, eerder korzelig. Ze kijkt de man afwachtend aan "Komt u binnen." Zegt hij en stapt opzij, hij kijkt Selattin argwanend aan, maar laat hem na een blik van Britt ook gewoon binnen. "Wat doet die hier?!" Een jong meisje met lange vlechten wijst op Selattin, ze kijkt hem brutaal aan "Meneer is van de politie..." Het meisjes blaast verontwaardigd "Ja, en hij stond daar straks met een steen hier in de tuin... tuig die Turken..." Selattin kan het nog wel als positief zien dat ze in ieder geval goed gokt aangaande zijn afkomst. "Kom je je verkneukelen?" Snauwt ze hem toe. "Noa, kom op, het waren geen Turken... dit keer, het waren de kaalkoppen." Spreekt een oudere jongen haar toe "Ja, nu eens een keer, maar laten we eerlijk zijn, die Islamieten zijn net zo erg!" Selattin schudt zijn hoofd "Hoe jij het ook ziet... we hebben gezamenlijke vijanden." Zegt hij rustig. Het meisje briest "Dacht het niet, jij bent mijn vijand!" Snauwt ze "Noa!" de vader verheft zijn stem en het meisje zwijgt morrend. Ze blijft Selattin echter stekende blikken toezenden. "Komt u maar mee, kijk, ze hebben de ruit ingegooid, met deze steen. En dan is er daarna een brandende prop binnen gegooid en nog een steen wilden ze gooien, met een biefje. We hebben de hele nacht gewaakt. Na afloop van de havdallah hebben we een houten plank voor het raam gezet." De jongen wijst Britt het probleemgebied aan, hij lijkt Selattin opzettelijk te negeren, die maar gewoon vriendelijk probeert te glimlachen naar de verzamelde kinderschaar. Dit blijft echter zonder veel effect; kennelijk staat het op zijn voorhoofd geschreven 'ik ben de vijand'. Britt kijkt ondertussen naar het raam, ze vindt het maar koud in de kamer, ook geen wonder als het raam 'open staat'. "Goed," Zegt ze na nog wat extra uitleg over eerdere bedreigingen en de taal die de jongens uit hebben geslagen "ik zie het probleem... maar mag ik misschien vragen waarom u niet even eerder gebeld hebt? U verwacht van ons dat wij mensen die gisteren hier geweest zijn en waarvan u slechts een vage omschrijving kunt geven nu nog pakken? Sporen zijn inmiddels allemaal weg geregend... Wij kunnen veel, maar we zijn geen wonderdoeners. Daarbij vrijdagavond opdraven, OK, ik hoor ook dat het al vroeg in de avond gebeurd is, dat is een normale tijd. Maar u eist op zaterdagavond nabij half 11 dat er iemand langs komt die het kan onderzoeken? Het spijt me, maar dat is toch niet de bedoeling. Ik kan er in komen dat het shabbat is bij u, ik respecteer echt heel veel, maar zaterdagavond is onze rusttijd, wij mogen zondag uitslapen. Dus ik kan het geenszins waarderen dat u dan verwacht dat wij dan maar komen opdraven. En dat terwijl alle sporen al lang uitgewist zijn, wat kunnen wij hier nou mee?" De man is onverstoorbaar "U moet gewoon uitzoeken wie dat heeft gedaan en hen straffen..." Vindt hij "Meneer op dit moment kunnen we niet veel meer doen dan een extra patrouille laten langsrijden vanavond..." De man gromt wat "U kunt toch een patrouille voor het huis zetten, twee agenten in een auto of zo, voor als ze vanavond terug komen." Britt zucht "Meneer dat gaat zo gemakkelijk niet, daar is iets meer voor nodig..., die mensen komen meestal niet twee keer achter elkaar, zo dom zijn ze nou ook weer niet. Bovendien..." Het meisje dat eerder Noa werd genoemd kijkt stekend van haar naar Selattin "Dat zegt ze alleen omdat wij Joods zijn, het kan haar geen barst interesseren of dat wij hier allemaal verbranden, het zijn maar Joden... als de Islamieten worden aangevallen door skinheads staat hun hele wijk vol politie, om hen te beschermen... maar dat kan je wel zien, zij hebben vrienden bij de politie." Ze wijst verachtend op Selattin "Noa!" Snauwt de vader "Het is toch zo!" Roept Noa kwaad. " Zeg dame, als het ons niet had kunnen interesseren denk je dan echt dat we nu gekomen waren? Ik heb ook leukere dingen te doen op mijn vrije zaterdagavond dan hier te komen om dit soort onzin aan te horen van jou!" Snauwt Britt, ze heeft behoorlijk genoeg van dat kind wat maar ongebreidelde uitspraken staat te doen en niet wordt weg gestuurd. Selattin legt zijn hand even op haar arm en ziet al hoe het meisje daar meteen naar kijkt. "Goed, wat gaat er nu gebeuren?" Vraagt de oudere jongen. Britt kijkt even naar het raam "Ik raad u aan er maandag nieuw glas in te laten zetten, morgen is er niets open..." Ze kan het niet nalaten "Ik verwittig de patrouilles en vraag hen af en toe eens langs te rijden, dan kunt u ook gaan slapen, meer kan ik nu niet doen. Ik beloof u, morgen zal ik mij persoonlijk met deze zaak gaan bezig houden, morgenmiddag kunt u zich zeker aan een bezoek van mij verwachten." Er wordt gedwee geknikt, alleen het felle kind met de vlechten laat nog een verachtelijk geluid horen. De vader gaat hen voor naar de deur "Het spijt mij van Noa's gedrag." Zegt hij zacht voor hij hen uit laat " Ze is erg geschrokken... ze is een felle." Britt bromt een beetje "Dat was me opgevallen." En Selattin zet een van zijn meest zonnige glimlachen op en laat die pas eraf vallen als ze weer in de auto zitten. "Wat een heerlijk kind, zo uitgesproken." Zegt hij sarcastisch als Britt de auto weer start. "Ik heb zin om de complete Turkse gemeenschap uit te nodigen om de rest van de ruiten in te laten gooien." Moppert Britt "Stelletje verwaande, vervelende etterbakken en daarvoor moet ik op zaterdag komen opdraven, het is te gek." Selattin knikt "Inderdaad, je hebt je rust nodig." Meent hij. Britt lacht even "Ik heb sowieso geen zin om hiervoor op zaterdag op te draven na tienen." Zegt ze "Misschien moet je het Vanbruane maar wel al wat eerder vertellen, dan kan ze er een beetje rekening mee houden." Suggereert Selattin wat bezorgd. Britt knikt wat onwillig "Ja, maar ik wacht er nog wel even mee... ik zie wel wanneer het goede moment is." Ze kijkt opzij en glimlacht even. Selattin steekt zijn hand uit en aait teder over haar wang "Als je maar uitkijkt." fluistert hij. Britt knikt "Dat doe ik wel, wees maar niet bang, dat doe ik..."

"Goedemiddag allemaal." legt Tony vrolijk de klemtoon op middag, ze wil wel dat iedereen beseft dat ze vanochtend warempel vrij hebben gehad. "Waar was jij gisterenavond?" Vraagt Britt haar meteen en zegt dan snel "Ik bedoel: goedemiddag, waar was jij gisterenavond?" Tony kijkt haar vragend aan "Bij Jaap thuis, hoezo?" Britt trekt een gezicht "Uw handen vol zeker, net na tienen?" Tony schudt haar hoofd "Nee, serieus Britt, we hebben TV zitten kijken, waar gaat dit over?" Britt zucht "Waarom pak jij je telefoon niet op dan? Je mobiel, ik bedoel, ik snap dat je niet thuis was." Op Tony's gezicht verschijnt een lach van een boer met kiespijn "Dit geloof je niet, maar Vera heeft mijn telefoon in Thomas' aquarium gekukeld, ze wilde de vissen met een vriendin van me laten praten..." Tony kijkt allerminst geamuseerd "Nu doet ie het niet meer." Britt lacht, zij ziet er de lol wel van in, ze heeft gisterenavond die ingeving nog gehad. "Ja, lach jij maar, ik kan weer zo'n nieuw ding aanschaffen." Moppert Tony en gaat haar jas weg hangen. "Nou, hebben we iets vandaag, of wordt het weer zoeken naar werk?" Wil Tony weten als ze weer terug is bij Britt. Britt knikt "We hebben iets, maar wordt niet te enthousiast, ik zweer je als Vanbruane hier was geweest zou ik er aangevallen hebben, maar die is wijs genoeg om vandaag niet te komen..." Tony lacht even "Is het zo erg?" Britt knikt overdreven "Ja, zo erg is het. Gisteren werd ik gebeld, na tienen..." Tony grinnikt "En jij had wel je handen vol?" Raadt ze. Britt trekt een zuinig mondje "Wij lagen gewoon lekker te kletsen." Reageert ze "maar in ieder geval moesten we dus op dat tijdstip nog op komen draven voor een Joodse familie waar de ruit vrijdagnacht bij in is gegooid." Tony kijkt haar bevreemd aan "Moest je daar zaterdag voor komen, is dat niet wat laat?" Britt geeft haar groot gelijk " Vond ik ook, maar vrijdag en zaterdag is shabbat, of wel, dat begint op vrijdagavond. En dan kunnen ze echt niet op shabbat even bellen. Dus worden wij nu geacht om op zaterdagnacht even de daders te pakken, alle sporen zijn ook al weg geregend natuurlijk op vrijdag en zaterdag... en de persoonsbeschrijving is ook al niet veel zaaks, slaat op half Gent, kaal; dat kan kanker zijn of skinheads, maar sommige hadden ook nog mutsen op. En al te dol op Islamieten zijn ze ook al niet, dus het was echt leuk voor Sel en mij om daarheen te gaan op onze vrije avond." Tony maakt een instemmend geluid, ze kan de vreugde wel voorstellen, ahum. "Goed, we gaan dus vandaag deze zaak even oplossen..." Zegt ze spottend "Ja, ze hebben er Vanbruane thuis voor gebeld, dus het zal wel belangrijk zijn. Eerst maar gaan kijken daar, denk ik, in het daglicht." Opeens trekt Britt wat wit weg "Ogenblikje, ik ben zo terug." Zegt ze gehaast en stormt naar de toiletten. Tony kijkt haar wat verbaasd na en ziet Selattin opstaan en de damestoilet binnen gaan. Even later komen de twee weer terug, Selattin heeft zijn arm om Britt heen geslagen en fluistert wat tegen haar. "OK, zullen we gaan?" Zegt Britt als ze weer bij Tony is, die knikt en staat op. "Hoe was je doktersbezoek gisteren?" Wil Tony weten als ze naar de auto lopen "Oh, wel OK." Tony kijkt haar aan "Niks met dat gif dus?" Vraagt ze voor de zekerheid. Britt schudt haar hoofd "Waarom moet je dan overgeven en waarom ben je dan moe?" Vist Tony "Griepje, je weet het, het heerst, ik heb dat van Dorien over gekregen waarschijnlijk en het zet maar niet genoeg door, je weet hoe dat bij mij gaat, ik vecht er toch tegen. Ik word nooit echt helemaal ziek." liegt Britt glashard "Dan zou je toch echt thuis moeten blijven een paar dagen, om uit te zieken." Meent Tony. "Ach," Britt haalt haar schouders op "het gaat vanzelf wel weer over." Sluit ze de zaak. Onderweg naar de familie waarbij het raam is ingegooid brieft ze Tony even precies over alles wat zij al weet van de zaak. Kennelijk heeft de familie in de korte tijd dat ze in Gent wonen al vaker te maken gehad met bedreigingen en ook al aangifte gedaan enkele keren. De beschuldigende vinger wijst dan weer eens in de richting van Marokkanen, Turken en alles wat Islamitisch of anti-Israëlisch is en dan weer naar de skinheads, die met name anti-joods zijn. Britt geloof graag dat het gezin vaak bedreigd wordt en ze vindt dat zeker geen goede zaak. Maar dat ze er voor heeft moeten komen op haar zaterdag en dan ook nog zo stuitend behandeld wordt door de dochter, dat is net iets te veel van het goede. Schoorvoetend stapt ze de auto uit als ze bij het huis zijn. In het daglicht en zonder chaddisim in de deuropening ziet het er bijna normaal uit. Met een grijns naar Britt belt Tony aan. Ze wijst op het kleine kunstwerkje aan de deurpost "Een mazoeza," Weet ze "dat moet je aanraken, daar zit een gebed in en dat brengt geluk." Britt kijkt naar het mazoezaatje en rimpelt haar neus, juist ja, geluk. Ze kijkt naar de deur als die wordt geopend door een klein meisje dat de twee dames even aanstaart en dan zonder wat te zeggen terug rent naar de kamer "Hannah, wie is dat?" Horen ze van boven een ouder meisje roepen. Boven aan de trap verschijnt een meisje met donkere vlechten. "Ah... de politie..." Britt herinnert zich niet deze dochter al eerder gezien te hebben, maar ze hoort overduidelijk ook bij de familie. "Laat maar Esther, ik ben er al." De vader komt op de deur toegelopen en knikt hen toe. "Kom binnen, ik heb de brieven verzameld en opgeschreven wat ons zoal is overkomen in de tijd dat wij hier wonen." Britt glimlacht "U heeft al enkele malen aangifte gedaan, ik weet het, we hebben de PV's bekeken, maar we kunnen er niet al te veel mee. Heeft u nog geslapen vannacht?" De man knikt rustig en gaat hen voor naar de kamer waar het nog altijd ijskoud is. Onverstoorbaar zitten de kleinste kinderen in de kamer een spelletje te spelen. "Het is hier koud." Merkt Tony loos op "Het was me opgevallen." Zegt de man niet eens onvriendelijk. Hij wijst hen een plaats aan de tafel aan en Britt is blij dat ze haar jas heeft aangehouden. Ze bekijkt de brieven en hoort het relaas van de man aan. De meest afschuwelijke dreigementen hebben ze al naar hun hoofd geslingerd gekregen. En zoals Britt ook weet is het monument ter nagedachtenis aan de nacht van 9 op 10 november, de Kristalnacht ook diverse malen beklad. "Mijn kinderen worden in de trein getreiterd en uitgescholden... dat moet stoppen!" Hij kijkt naar Britt en bindt dan wat in "Ik wil dat dat stopt." Tony knikt "Dat snappen wij, maar het is moeilijk voor ons om wat te doen aan dit soort problemen, zeker dat treingeval, u moet de spoorwegpolitie hebben. Het traject Gent - Antwerpen valt onder hun verantwoordelijkheid, niet onder de onze." Achter zich hoort Britt een deur dicht gaan " Zo gaat dat altijd, niemand is verantwoordelijk, niemand kan wat doen, niemand wil wat doen." Britt kan een geërgerde zucht niet onderdrukken als ze de stem van gisterenavond herkend. Ze kijkt kwaad achterom "Dat is toch wat jullie weer komen vertellen... niemand doet wat, het is OK dat ze Joden uitschelden. Maar owee, als ze Islamieten uitschelden, dat is discriminatie." Britt kijkt zuchtend naar de vader "Meneer Reichmann..." Ze maakt een hoofdknik naar achteren "Noa, ga jij mama helpen in de keuken?" Noa kijkt even boos naar Britt "Ik mag er niet bij zijn, want die lieve politieagent wil niet horen wat de waarheid is... ze denkt er zelf toch zo over. Gisteren kwam ze hier met een van hen, die heeft ze nu al thuis gelaten, hij vond het zeker niet leuk hier... hier hoort hij de waarheid." Britt staat op van haar stoel " Zo kan ik mijn werk niet doen." Zegt ze tegen de man, met een wild gebaar naar Noa "Noa, naar de keuken!" Snauwt de man en probeert de beledigde blik van zijn dochter te negeren. Britt vermoedt sterk dat het meisje zijn oogappel is, ze krijgt nauwelijks een weerwoord op haar brutale mond tegenover anderen. Opgelucht gaat ze weer zitten als Noa met een laatste boze blik op Britt de keuken in loopt en de deur achter zich dicht slaat. Nog even wordt er gepraat over mogelijke verdachten. Namen kan de man er niet opplakken, maar wel heeft hij verschillende groepen in zijn hoofd. Hij haast zich te zeggen dat natuurlijk niet alle Turken zo radicaal zijn, maar er zijn er bij die zijn kinderen het leven flink zuur maken, zo verklaart hij ook de reactie van zijn dochter op het hele gebeuren. Die zou niet liever zien dan dat de hele niet-joodse gemeenschap monddood zou worden gemaakt, begrijpt Britt uit de hele uiteenzetting, zodat ze tenminste rustig over straat kan gaan. Britt begrijpt de frustratie van het meisje maar al te goed, maar ze heeft een hekel aan een dusdanige grote mond van pubers. Ze zou het zelf ook niet accepteren als Dorien zo een toon tegen iemand zou aan slaan. Als ze alle verdachten op een rij hebben lopen ze naar buiten om de weinige sporen te bekijken. Met een zuur gezicht knielt Tony bij een paar geknakte plantjes neer, de enige sporen die nog resten, van voetafdrukken is niets meer over en zeker niet omdat min of meer elk familielid ook daar op de grond heeft staan te trappelen. Britt haalt haar schouders op en na grondige studie van helemaal niets en het raam kunnen ze weer vertrekken. " Zo," Zegt Britt in de auto "Dat hebben we ook weer gehad." Tony grinnikt "Wat een frigide mensen hè." Britt lacht nu ook " Vindt je het gek met die temperatuur. Een ijskast is warmer." In en redelijke stemming komen ze aan op het commissariaat. "En heb je de daders al gepakt?" Vraagt Pasmans als ze binnen komen, kennelijk heeft hij ook meegekregen dat Britt en Tony een interessante nieuwe zaak hebben. "Oh ja hoor, alle 500." dient Tony hem van repliek. "Ik moest van Sel doorgeven aan jou, Britt, dat je je niet te druk moest maken." Britt gaat glimlachend zitten "Is hij niet wat te bezorgd af en toe." Grinnikt Tony terwijl ze op haar stoel neerploft. "Ach, dat valt wel mee." Meent Britt. Ze zet haar computer opnieuw aan. "We moeten die Noa en haar broer foto's laten kijken van de ons bekende skinheads, zij hebben die mensen tenslotte dan nog het beste gezien." Stelt Tony voor "We kunnen ze op het commissariaat laten komen." Britt knikt "Ja, en dan kunnen we zelf bijvoorbeeld wat cafés aflopen en... oh Raymond... je bent inmiddels ingelicht over de zaak? Kan jij je voelhorens eens opsteken bij je vaste klanten?" Raymond knikt gedwee zoals gewoonlijk. "Kom Pasmans, dan zullen wij de straat eens opgaan... onze voelhorens uitsteken." Zegt hij terwijl hij zelf op staat. Tony pakt de telefoon en belt naar de familie Reichmann, na een overtuigend praatje van haar zijde mogen de kinderen naar het commissariaat komen en zo kostbare studietijd opgeven. " Ze zullen er met een half uur zeker zijn." belooft de vader. Als Tony en Britt net hebben bepaalt welke cafés ze gaan bezoeken komt Carla boven met de twee kinderen. Noa kijkt nog altijd onverzettelijk, maar de jongen die zich voorstelt als Aaron komt wat meer coöperatief over. In een ongelukkige toevalstreffer komen Selattin en Ben net binnen. Ze hebben de twee niet gezien en lopen in een keer door naar de kleedkamer. Maar dat doet Selattin niet zonder Britt even te omhelzen die bij haar bureau iets uit de lade staat te pakken. Hij hoort een blazend geluid en kijkt achterom naar Tony. Pas dan ziet hij de twee kinderen staan en kan zichzelf wel voor de kop slaan, maar Britt interesseert dat duidelijk niet. Ze geeft hem snel een kus en stapt dan op het groepje af. "Jullie kunnen hier gaan zitten in dit kantoortje. Als je een vraag hebt kun je die stellen aan de mensen die hier buiten zitten. Tony en ik gaan een aantal cafés aflopen om te horen of er iemand de laatste tijd nog heeft zitten opscheppen over een ingekinkelde ruit." De twee volgen haar het kantoortje in. Britt start het programma op en laat hen dan achter, zodra ze de deur half dicht trekt barst achter haar in gesist Jiddisch een discussie los tussen broer en zus. Met een diepe zucht loopt ze op en Selattin en Ben af en legt hen kort uit wat de twee daar doen "Wij gaan de cafés in en Raymond en Pasmans zijn aan het patrouilleren." Ben knikt "Geen probleem, we moeten nog PV's bijwerken, wij blijven wel hier." Met een dankbare knik verdwijnen Britt en Tony richting de uitgang. "Ik haal wel effe koffie." Zegt Selattin terwijl hij en Ben neerstrijken aan het bureau. Met grote passen stapt hij naar het koffieapparaat en haalt twee bekertjes koffie. "Misschien willen zij ook wat..." bedenkt hij met een hoofdknik in de richting van het kantoortje waar de broer en zus inmiddels begonnen zijn met het bekijken van de foto's. Hij steekt zijn hoofd om de hoek "Willen jullie wat te drinken?" Vraagt hij. Het meisje negeert hem, maar de jongen knikt kort "water?" Vraagt hij Selattin. Die knikt en loopt weg om twee bekertjes water te gaan halen. De jongen bedankt hem vriendelijk als hij het neerzet en het meisje verkiest het wederom hem niet eens aan te kijken. "Ik ga later vechten in Israël." probeert ze hem te provoceren als hij terug het kantoortje uitloopt. Selattin stopt even bij de deur, twijfelend of hij moet ingaan op deze uitdaging. Even draait hij zich om "Ik hoop dan dat je niets overkomt." Zegt hij gemeend en loopt het kantoortje uit naar zijn bureau, daar start hij het programma op om PV's in te voeren. Maar in tegendeel tot Ben die na een minuut geconcentreerd zit te typen kan hij er zijn gedachten niet bijhouden. Zijn gedachten gaan telkens weer naar Britt, Dorien en het komende kind. Er zal veel veranderen, alles zal anders zijn. Hij kan zich het leven nog maar nauwelijks voorstellen zoals ze dat straks zullen leven, maar het zal zeker fantastisch zijn, daarvan is hij zeker. Hij kan haast niet wachten tot het allemaal zo ver is. Alhoewel hij wel het idee heeft dat hij echt even de tijd nodig heeft om aan het idee te wennen en zich te bewijzen als een vader tegenover Britt. Want dat idee heeft hij wel, hij wil graag laten zien dat hij goed zal zijn, als vader, als partner. Hij wil Britt beschermen, Dorien beschermen en het kind beschermen. Hij wil dat iedereen gelukkig is, dan is hij het ook. Zijn ogen dwalen naar de foto van Britt en Dorien die hem vanuit de lijst lachend aanstaren. Ben die even opkijkt ziet het en glimlacht. Sel is gelukkig, tot over zijn oren verliefd en hij heeft een gezinnetje waar hij echt aan toe was. Laat hem maar even dromen, zo vaak komt het niet voor dat Selattin wordt afgeleid, meestal neemt hij juist Bens' werk op zich. Af en toe mag het ook wel eens andersom. Pas na een tijd komt Selattin er plotsklaps achter dat er nog geen letter op papier staat en met een rood hoofd gaat hij aan de gang. Als ze een tijdje bezig zijn stapt de jongen het kantoortje uit "Noa moet naar de wc... waar is die?" Vraagt hij. "Ik loop wel even met haar mee." biedt Selattin aan en staat op om naar het kantoortje te lopen "Hij wijst het wel." Zegt de jongen tegen het meisje dat hem woedend aankijkt. Schoorvoetend volgt ze Selattin "Hier is het." Wijst Selattin, zwijgend knikt het meisje en gaat snel naar binnen. Selattin haalt zijn schouders op en loopt terug naar het lokaal. "Mogen die vrouwen in die cultuur helemaal niets tegen mannen zeggen of zo?" Vraagt Ben zich hardop af "Ik waag het te betwijfelen." Mompelt Selattin terwijl hij weer aan het werk gaat. Na een tijdje komen ze weer buiten, de jongen schraapt zijn keel en wijst naar binnen. "We hebben de namen opgeschreven van mensen die we herkennen en ook van de mensen die het zaterdagavond waren, we herkenden hen meteen." Selattin staat op "Jullie hebben ze dus wel goed gezien." Zegt hij terwijl hij mee loopt. De jongen knikt "Sommigen hebben we al veel vaker gezien." Zegt hij "Als jullie nu de volgende keer meteen bellen is het een stuk gemakkelijker om ze te pakken." Zegt Selattin terwijl hij de namen die de twee hebben genoteerd weer opzoekt "Het was shabbat." Zegt het meisje snel. "Dat begrijp ik." Zegt Selattin "Ik snap dat jullie dan niet hebben gebeld, maar toch, het maakt het een en ander voor ons erg lastig, wij willen die gasten ook graag pakken..." Het meisje kijkt hem nu recht aan "Ook als ze Turks zijn...net als u?" Vraagt ze helder. Selattin knikt langzaam "Turken die bij andere mensen de ruiten ingooien, die anderen uitschelden wil ik net zo goed pakken als ieder ander die dat doet, of dat nu Belgen, Duitsers... of Joodse mensen zijn... Dat maakt voor mij geen verschil, bedreigingen zijn bedreigingen." Het meisje knikt "Dat is zo." Zegt ze dan. Selattin zucht even; wat jammer toch, denkt hij, dat ze de situatie in Israël nooit aan dit soort fatsoensnormen verbinden. Om de een of andere rede geldt het 'wie het ook is, schelden is slecht' niet in het Heilige land. Daar mag alles en is alles geoorloofd en die gedachte leeft helaas zowel bij de Joden als bij de Islamieten in dat land. Hij bekijkt de koppen goed, een herkent hij, niet al te lang geleden heeft hij die nog opgepakt. En weer moeten laten gaan ook wegens gebrek aan bewijs. Hij bedankt de twee kinderen en vraagt hen even te wachten. Met het lijstje namen in de hand loopt hij naar de telefoon en belt de twee dames op "Tony, met Selattin hier. Hebben jullie die twee kinderen nog nodig, ze hebben mensen herkend, moeten ze op jullie wachten.... ja, ik heb de namen... goed, dat doe ik... tot dadelijk." Hij haakt in en draait zich om naar de kinderen "Willen jullie nog wat drinken. De dames willen graag nog even met jullie praten, dus moeten jullie nog heel even wachten, ze zijn al op weg hierheen." De kinderen knikken en gaan zitten op een bank die Selattin hen aanwijst. Daar zitten ze een tijdje zwijgend totdat het meisje plotseling zomaar uit het niets vraagt "Is die blonde uw vriendin?" Selattin kijkt op en knikt rustig "Hoezo?" Vraagt hij. "Is dat geen probleem dat jullie uit twee verschillende culturen komen?" Selattin schudt zijn hoofd " Zou dat voor jou een probleem zijn?" Vraagt hij. Het meisje knikt "Ik was verliefd op..." Ze kijkt even opzij naar haar broer "een Islamiet." De broer glimlacht even met een blik van 'onschuldige meisjes dromen, kalverliefdes'. Selattin knikt "Hoe vond je vader dat?" Vraagt hij. Het meisje kijkt op "Dat weet hij niet, vertel het hem ook niet. Ik weet nu dat het niet kan, we zijn anders." Kennelijk heeft haar broer dat wel duidelijk gemaakt, want die kijkt er tevreden bij en legt vroom een hand op haar schouder. Selattin knikt " Voor ons is het geen probleem." Zegt hij en gaat weer aan het werk. Hij begrijpt nu ook wat meer van de hevigheid waarmee het kind zich afzet tegen alles wat vreemd is. Hij is blij als Britt binnen komt en de twee mee een verhoorkamer in neemt. Tony bekijkt tevreden de uitdraaien die Selattin heeft gemaakt van de mannen die de kinderen hebben aangewezen. "Heeft het rondrennen nog wat opgeleverd?" Vraagt Ben. Tony knikt "Wat namen, mensen die trots zijn op het feit dat ze die nieuwe Joden, toch wel de ergste van Gent, langzaam de stad aan het uitpesten zijn." Tja, denkt Selattin, helaas kun je ze moeilijk maar op wat vage beschuldigingen oppakken en ze zijn ook wel slim genoeg om tegenover hen niets te zeggen. Maar er is goede hoop, nu de kinderen hun belagers herkend hebben kunnen ze hen proberen op te sporen en een confrontatie organiseren. In de verhoorkamer verzamelt Britt nog wat bijzonderheden en informeert ze ook eens naar wat namen die ze hebben opgevangen. Ze wil graag weten of de twee deze namen ooit hebben horen vallen. Veel levert dat gesprek niet op en na een tijdje worden de kinderen met een dankwoord naar huis gestuurd. "Goed, we hebben nu namen, dan kunnen we gericht een paar mensen gaan oppakken... misschien bekennen ze wel meteen." Zegt Tony hoopvol "Ja vast." Relativeert Britt. En trekt haar jas maar weer aan. "Laten we ze maar aan gaan houden, dan kunnen we in ieder geval confronteren. We hebben adressen?" Tony knikt " Zullen wij mee gaan?" Vraagt Ben "Je weet niet wat je te wachten staat, voor hetzelfde geld heeft iemand in die cafés staan te kletsen en zitten ze al op je te wachten bij de deur." Tony kijkt Britt aan en die knikt even. Selattin en Ben springen op en volgen de dames. Bij het eerste adres naderen ze zonder al te veel lawaai, ze hoeven niet al meteen te weten dat ze er aan komen. Rustig belt Tony aan. De deur wordt open gedaan door een dame van middelbare leeftijd "Goedemiddag, woont..." Tony kijkt op haar briefje "Paulie Korts hier?" De vrouw kijkt haar sloom aan en knikt. De mannen zijn inmiddels al naar de achterkant van het huis gelopen, maar dat lijkt niet echt nodig. "Politie Gent," Gaat Tony verder, "kunnen wij Paulie effe spreken?" Zonder wat te zeggen stapt de vrouw opzij en laat hen er door. Britt en Tony wandelen naar binnen waar een jongeman op de bank een boek hangt te lezen. Zijn haardracht verraadt zijn levensovertuiging wel min of meer. "Paulie Korts?" De jongen kijkt op en knikt "Britt Michiels en Tony Dierickx, politie Gent, we hadden graag dat je met ons mee naar het bureau kwam." De jongen kijkt naar de achterdeur en schat zijn kansen, maar als hij daar een agent ziet opduiken staat hij op en loopt zonder veel problemen met de twee dames mee naar de auto. "Dat is een." Zegt Tony vrolijk terwijl ze de jongen overdraagt aan de combi die klaar staat. Even later staan ze bij nummer twee voor de deur. Die heeft hen helaas al te vroeg gezien en denkt nog wel weg te komen. Hij staat in de tuin te werken en laat al het gereedschap uit zijn handen vallen als hij de twee ziet uitstappen. "Hé, die ken ik." Zegt Tony "die heb ik vorige maand nog op het commissariaat gehad." Britt glimlacht als ze ziet dat de jongen regelrecht tegen de twee motards oploopt die hem handig in de boeien slaan. "Hij kende u ook nog." Zegt ze terwijl ze weer instappen. Met een vaartje rijden ze door naar het volgende adres. Als ze na een lange klim drie verdiepingen hoog zijn geklommen, de lift doet het niet in de flat, gaat de gene die mee moet even helemaal uit zijn dak als ze hem vertellen dat ze van de politie zijn. "Ik heb niks gedaan." Schreeuwt hij als Tony hem wil boeien. Hij slaat wild om zich heen terwijl Tony probeert hem op de grond te krijgen. Britt doet geschrokken een stapje achteruit als zijn been haar kant op komt. " Zeg," Snauwt Tony terwijl ze zijn andere been onderuit haalt "Kun je even helpen misschien?" Ze kijkt kwaad in Britts richting. Die knikt witjes en stapt dichterbij, maar veel hoeft ze niet meer te doen. Tony heeft hem al op de grond en slaat hem met een grijns in de boeien. Dan sleurt ze de jongen overeind en duwt hem voor zich uit alle drie de verdiepingen weer naar beneden om hem daar met een zelfde superieure lach de combi in te duwen. "Wat had jij opeens?" Zegt ze als ze bij Britt in de auto stapt "Je zag toch dat ik hem zowat niet aan kon? Ik had bijna een blauwe plek te pakken, volgende keer mag je wel helpen." Ze houdt stil als Britt weg kijkt en haalt haar schouders even op. Nou, iedereen heeft wel eens een moment... Ze trapt het gas in en rijdt terug naar het commissariaat. " Ze zitten al op jullie te wachten. En ik heb ook alweer die familie opgebeld, ze sturen hun kinderen weer hier naar toe." Britt glimlacht "Die hebben ook hun zondag gevuld." Meent ze. "Anders zitten ze toch maar te bidden." Grinnikt Tony en loopt met haar opschrijfboekje naar verhoor 1. Britt volgt haar en schuift bij haar aan de tafel. "Paulie Korts, we hebben een klacht tegen u gekregen... kunt u zelf al bedenken waarom?" De jongen haalt zijn schouders op. "Nou, ik zal u een hint geven, de klacht komt van een Joodse familie..." De jongen zwijgt nog steeds in alle talen. "We hebben vernomen dat ge uw tijd verdoet met het ingooien van andermans ruiten. Wat heb je daarop te zeggen?" De jongen kijkt op "Niks, ik heb niks gedaan." Snauwt hij "Ah, je hebt niks gedaan. Wat deed je dan bij die familie in de tuin op vrijdagavond? Ze hebben je daar nochtans gezien." De jongen gromt "Ik bekeek de plantjes..." Zegt hij "Oh, met een steen in uw handen, om de wilde dieren af te schrikken?" De jongen kijkt haar aan "Ik had die steen niet in mijn handen, dat was Geert." Tony kijkt Britt aan "Nou, dat verandert de zaak." Zegt ze spottend. "Jullie stonden daar dus met zijn drieën in de tuin plantjes te bekijken onder het roepen van allerlei aardige woorden en een van jullie, Geert, had een steen in zijn handen?" De jongen knikt "Ik hoor je niet." Snauwt Tony "We stonden daar met zijn drieën en ik heb niet die steen gegooid, dat heeft Geert gedaan, niet ik. Ik was er alleen maar bij." Britt leunt voorover "En dat vindt je dus minder erg? Je hebt zo te horen ook niet veel gedaan om de steen tegen te houden." De jongen kijkt haar aan "Die stomme Joden, ik haat ze. Ik haat Joden in het algemeen, ze hebben het meeste geld, de beste banen en wij hebben niks, hebt u wel gezien in wat voor een huis zij wonen en ik woon in zo'n stinkhol. Zo gaat het altijd, zij hebben invloed in de regering en zo krijgen ze de beste banen. Het is echt zo, moet je maar lezen op internet. Zij zitten elke dag in de trein, ik kom ze tegen dan. En dan kijken ze je zo aan; ze vinden ons minder, ze zijn zo arrogant. Ik wilde er wel eens bij zijn, ik wilde dat ze een lesje leerden. Ze vinden zich zo veel beter, nou, dat zijn ze echt niet. Van mij mogen ze daar best een steen door de ruit gooien. We zullen ze wel eens leren die Joden, vuile Joden, ze zijn ze vergeten te vergassen, ja!!! En dat zullen ze weten!" Britt leunt zuchtend terug achterover. "Je hebt dus niet gegooid, maar je was daar wel?" De jongen knikt " Zeker weten wel, ik ben er trots op." Britt kijkt Tony aan, wat een sukkel, denkt ze, bekent zo zonder enige problemen. "Je hebt dus racistische leuzen gescandeerd en de familie Reichmann meerdere malen bedreigd." Gaat ze verder. De jongen knikt "Ook in de trein heb je de kinderen Reichmann al wel eens aangesproken op het Joods zijn? U heeft hen bedreigd?" De jongen knikt weer "Wat zegt u?" Vraagt Tony "Ja, dat heb ik allemaal gedaan. Mag ik nu weer naar huis?" Tony glimlacht "Ik dacht het niet." Snauwt ze. "U blijft netjes even hier, wij moeten u eerst uw verklaring laten ondertekenen en die hebben we nog niet getypt." Ze staat op en Britt volgt dat voorbeeld "Wat een sukkel." Zeggen ze allebei als ze buiten staan en gaan de volgende verhoorkamer in. "Geert de Winter." Zegt Tony als ze gaat zitten. "Mooi," Snauwt de jongen "Jullie komen me eindelijk vertellen wat ik hier doe? Die stomme Turk heeft me verdomme pijn gedaan. Ik klaag hem aan!" Britt rolt met haar ogen "Die stomme Turk is politieagent en wij hebben gezien dat er niets ernstigs gebeurd is, u heeft zich verzet, dat had u ook niet moeten doen." De jongen kijkt haar vernietigend aan "Turken vriendinnetje, hè." Gromt hij. "Goed, wij stellen de vragen hier, dus dat is ook al niet al te moeilijk. Waar was u afgelopen vrijdagnacht?" De jongen knijpt zijn ogen samen en kijkt door de spleetjes naar Tony "In het café. Hoezo?" Gromt hij "De héle nacht?" Vraagt Tony onverstoorbaar "Ik ben effe naar buiten geweest om te pissen." Zegt de jongen met een grijns " Ze hebben geen toilet in het café." concludeert Britt "Ik wilde een luchtje scheppen." Britt knikt "In welke tuin hebt u staan plassen?" Wil ze weten "Geen idee. Ik heb niet naar het naambordje gekeken." Tony leunt voorover "Gelukkig maar dan, dat ze u gezien hebben in die tuin. Dan weten wij tenminste waar u was... waar had u die steen voor nodig? Om uw gat af te vegen?" De jongen kijkt op "Welke steen?" Grauwt hij. "Men heeft u nochtans met een steen in uw hand gezien en ook uw vrienden beweren dat u het was die de steen vasthield. Kunt u zich er iets van herinneren die door een ruit geslingerd te hebben?" De jongen schuift kwaad op zijn stoel heen en weer. Britt is blij dat hij nog geboeid is. "Wat is dit voor onzin?" Schreeuwt hij "Ik heb helemaal geen steen door een raam gegooid. Wie zegt dat?" Tony haalt haar schouders op "Uw twee kompanen, de twee die erbij waren. 'Geert heeft de steen gegooid' is er gezegd." De jongen gromt woedend "Stomme trut." Hij tuft in de richting van Tony die het speeksel net kan ontwijken " Rustig aan Geert, anders zal ik u ook nog moeten vastpakken en ik kan niet beloven dat dat rustiger zal gaan dan bij de mannen..." De jongen kijkt haar vuil aan "Dus we hebben verklaringen dat jij die steen hebt gegooid, heel simpel..." Ze kijkt hem met een onvervalste triomf aan. "Ik heb ze niet allebei gegooid." Roept Geert "Jij hebt dan toch die eerste steen gegooid." Zegt Tony "En dan heb je ook die brandende prop maar gegooid..." De jongen schudt zijn hoofd "Ik heb die eerste steen gegooid ja, maar dan wilde Ruben die brandende prop naar binnen gooien. We wilden die klootzakken eens goed schrik aan jagen, we dachten dat ze wel naar een andere kamer zouden zijn gegaan, ik bedoel, die kamer was natuurlijk koud, alleen ze zaten er nog, wisten wij veel... Dus toen ging dat vuur niet door. En dan zijn we later terug gegaan, want we dachten eens die lul met zijn stomme hoed een steen tegen zijn hoofd te smijten. Ze zouden nog wel in die kamer zitten, dachten we en dan zijn we beginnen roepen om hem naar het raam te lokken. Maar ze kwamen niet... die twee anderen kwamen buiten met knuppels of zo, ze wilden ons gaan aftuigen man!" Roept de jongen beschuldigend. "Dus als ik het goed begrijp gooide jij die eerste steen, wie gooide dan die steen naar die twee kinderen?" De jongen kijkt haar aan " Ruben ook, maar uit zelfverdediging hè, ze kwamen zo op ons af." Britt kijkt Tony aan, ook deze jongen is zwaar geschift denkt ze, hij denkt nog dat ze gelijk hebben ook. "Nou, jullie hebben geluk dat je er nog levend vanaf bent gekomen, zeg." Mompelt Tony spottend "Dus Paulie heeft als ik het goed begrijp niets gegooid?" Vraagt ze voor de zekerheid "Nee, dat mietje durfde niet, watje... maar hij heeft wel het hardst van allemaal staan schreeuwen." Tony zucht "Dan heb je nog iets aan hem gehad dus." concludeert ze "Ja, hij is de jongste, hij ging mee om te kijken..." Verklaart Geert "Nou, ik hoop dat ie er iets van opgestoken heeft." Gromt Britt terwijl ze op staat " Zeg tegen die stomme Turk dat ik hem nog wel te pakken krijg. Turken, Marokkanen, Joden, we krijgen ze wel, allemaal de gaskamer in... " Schreeuwt de jongen haar na. Tony volgt Britt de kamer uit. "Heil Hitler!" Horen ze nog net. Selattin komt net voorbij gelopen en kijkt verbaasd naar de kamer waaruit de twee dames stappen "Dat is in tegenwoordig..." Zegt hij rustig tegen Britt die hem verontschuldigend aan kijkt "dat zinnetje, het is zoiets als 'hallo, hoe gaat het met jou?'." Met een glimlach loopt hij verder en Britt en Tony gaan met een zucht de volgende verhoorkamer in " Ruben Brand." begint Tony " Vies, vuil kutwijf." Snauwt de jongen meteen "Je hebt mijn arm gebroken." Tony kijkt Britt aan "Wat jammer..." Zegt ze "Het zal wel meevallen." Sust ze "Maar als je wil kan ik het nog wel even doen. Gelukkig zijn uw vrienden erg spraakzaam geweest, dus zullen we bij u wel zo klaar zijn." Voorspelt ze als ze gaat zitten. "We weten dat je vrijdagavond in het café bent geweest..." Tony kijkt de jongen aan "Is dat verboden of zo?" Onderbreekt die haar "en vervolgens met twee vrienden naar het huis van de familie Reichmann gegaan bent." De jongen knikt "Oh, die vuile Joden." Hij weet kennelijk al meteen waar het over gaat. Britt rimpelt haar neus, dat stelletje tuig is er nog trots op ook dat ze anderen schrik aan jagen. Dan heeft ze nog liever die lui die ontkennen, die weten dan nog dat het niet als algemeen heldhaftig wordt beschouwd. Deze geven alle drie grif toe en staan er als eersten bij elkaar te beschuldigen. Maar ze willen zeker wel gezegd hebben dat ze erbij waren en een vinger in de pap hebben gehad. Ze schudt haar hoofd, dit is geen dommigheid, het is verkeerde opvoeding, misplaatste trots en de rotheid van de maatschappij. Het is zo veel gemakkelijker om minderheden de schuld te geven van je eigen ellende. Hoe vaak heeft ze dat nu al niet gezien, het maakt haar misselijk. Vol walging kijkt ze naar het stuk ongeluk dat tegenover haar blakend van zelfvertrouwen en -genoegen in de stoel hangt. Als ze klaar zijn met dit laatste verhoor haalt ze opgelucht adem. Godzijdank, ze kunnen hun tijd weer aan normale dingen besteden. "We doen maar meteen die Line-up." Zegt Tony als ze ziet dat de twee Joodse kinderen al weer geduldig zitten te wachten in de gang. In een mum van tijd pikken de kinderen de drie van vrijdagnacht er inderdaad uit. "Morgen dragen we ze maar voor aan de onderzoeksrechter, ik denk dat we er misschien wel poging tot moord of zo van kunnen maken zelfs voor degene die die steen naar hen toegegooid heeft en die brandende prop naar binnen heeft gegooid. In ieder geval poging tot brandstichting en vernieling... Snap jij dat nou? Waar komt die haat voor al wat vreemd is toch vandaan?" Filosofeert Britt als ze even later met Tony aan het bureau zit "Geen idee, vreemd is bedreigend... tja, aan de andere kant van de heuvel is het gras altijd groener hè, bij de buren is het altijd beter... Het leuke is dat het wederzijds is." Zegt ze terwijl ze de Joodse kinderen nakijkt. " Zij denken ook dat ze superieur zijn aan anderen, dat al het andere vreemd is. Leuk hoe iedereen zichzelf als normaal beschouwd en wat daarvan afwijkt als vreemd." Ze schudt haar haren even naar achteren en kijkt Britt aan "We leven in een rotte wereld Britt, maar goed, we doen onze best. Overmorgen staat die Joodse familie weer hier op de stoep, of een Turkse familie... of nou, ga zo maar door. Het gaat toch door, maar laten we maar doen wat we zelf goed vinden." Sluit ze het onderwerp af. Britt knikt en begint aan haar verslag te typen. Als ze een beetje doortikt is ze nog een redelijke tijd thuis om met Dorien en Selattin te eten... en daar draait het in haar kleine wereldje toch allemaal om.Einde

Holymary;mins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*