Bij machte...
Zenuwachtig kijkt Britt in de spiegel en trekt haar kleren nog eens recht. Ze
prutst even wat met haar haren en trekt het bedlaken nog eens in de plooi. Met
een snelle blik inspecteert ze de slaapkamer en loopt dan naar de kamer. Daar
weet Selattin zich ook geen raad met de tijd en leest Dorien gewillig voor uit
een boek over de Amazone in Brazilië. Dorien hangt tegen hem aan en lijkt haast
in slaap te vallen. Die heeft zeker niet veel geslapen vannacht. Met de strenge
blik van háár moeder inspecteert Britt de kamer en gelooft dat alles in orde
is. Selattin heeft al thee en koffie gezet en kijkt haar glimlachend aan. De
rust is echter maar schijn. Lieve is naar huis, omdat Britt en Selattin beide
voor de rest van de dag vrijaf hebben genomen. Vanbruane snapte gelukkig dat het
hier een noodgeval betreft. "Ga even zitten, het noodlot kun je niet
bevechten." Glimlacht Selattin. Ze zucht en zakt neer in een stoel.
"Mihriban kwam mee." Verzekert ze zich nog eens. Selattin knikt terwijl
hij Dorien probeert te boeien met de zin "De hoge bomen verduisterden het
bos met hun dikke bladerdaken." Maar die voelt de spanning ook en blijkt
lang niet zo afwezig als ze er uit ziet. Gewoon doen, denkt Britt, gewoon doen.
En een fatsoenlijke indruk maken. Schoonouders, wie heeft ze ooit uitgevonden?
Ze vliegt bijna een halve meter de lucht in als de bel eindelijk echt gaat en
ziet ook de andere twee opkijken. Selattin concentreert zich hardnekkig op de
laatste regels en Dorien blijkt oprecht geďnteresseerd in de afloop van het
verhaal dus rept Britt zich naar de deur. "Britt," Mihriban zoent haar
op de wang en stapt dan de kamer binnen voor haar ouders uit. In haar stem en
ogen ziet Britt een soort van berustende geladenheid, het komt wel in orde.
Britt stapt terug en laat Selattin ouders door. Beide kijken ze haar
onderzoekend aan en Britt weet niet of ze cultureel gezien dit beter kan
beantwoorden met een glimlach of een serieuze blik. "Britt Michiels,"
ze steekt haar hand uit en is blij als die ook geschud wordt. Ze slaakt haast
een zucht van verlichting als Selattin met een "en zo kwam alles toch nog
goed." Het boek dichtklapt en zich omdraait. Zijn ouders hebben hem al lang
in het oog en kijken wat bevreemd toe hoe hij Dorien het boek geeft en naar de
kast wijst. Dorien springt vrolijk op en duwt het boek terug in de kast, dan
rent ze naar Britt toe en gaat bij haar staan. "Dag Mihriban." zegt ze
vrolijk en kijkt dan van Selattin naar de twee vreemde mensen. Selattin omhelst
zijn moeder, voor de tweede keer vandaag en stapt dan terug. "Britt, dit
zijn mijn ouders, Tamir Ates." Hij gebaart naar zijn vader die kort knikt
"en Ayse Ates." Zijn hand gaat naar zijn moeder die wat vriendelijker
kijkt. Zij heeft een hoofddoek op, maar haar haren komen er voor toch wat
onderuit, kennelijk toch weer niet al te streng, constateert Britt met enige
opluchting. Of maakt ze zichzelf nu wat wijs? "Mama, papa, dit zijn Britt
en Dorien. Mijn vriendin en haar dochter, bij hen woon ik." Dorien zendt
een brede glimlach en bij Selattin moeder breekt nu ook een lachje door.
Selattin vader lijkt de situatie nog wat te taxeren. "Gaan we hier blijven
staan of zullen we gaan zitten." Helpt Mihriban Britt met de hele situatie
"Ik help je wel met de thee."Zegt ze. Selattin neemt zijn ouders mee
naar de bank en tilt Dorien wegens ruimtegebrek op schoot, die staart
onafgebroken naar haar nieuwe 'grootouders'. "Ik ben een stamboom aan het
maken. Van jullie, willen jullie hem eens zien?" Vraagt ze dan zonder
gęne. De moeder lacht vriendelijk "Graag." Zegt ze dan. Britt hoort
haar voor het eerst spreken en vindt dat ze een vriendelijke stem heeft. Haar
Vlaams mag dan voorzien zijn van een zwaar accent, het heeft toch wel wat.
Dorien springt blij op en rent de trap op. "Ik heb ze al ernstig
toegesproken." Stelt Mihriban haar gerust "Als je ze leert kennen
vallen ze wel mee, geloof me." Britt knikt en volgt Mihriban met de kopjes.
Mihriban schenkt de thee in. Even zitten ze stil tot Dorien terug komt met haar
stamboom en ijverig begint uit te leggen wat Mihriban haar vertelt heeft.
Selattin vader kijkt ook mee en wijst dan op een naam "Dat schrijf je niet
zo, je moet daar een C zetten." Dorien kijkt op "Sorry." Zegt ze
zacht "Dat kan jij niet weten." Glimlacht Selattin vader "Ik zal
het veranderen." Belooft Dorien. Britt wisselt vlug een blik met Selattin
die haar een blik vol rust probeert toe te zenden. "Is goed dat Selattin
iemand heeft gevonden." Begint zijn vader als Dorien weer terug naar boven
is om haar stamboom op te bergen en op advies van Britt boven even gaat spelen.
Zacht legt Selattin zijn hand op Britts hand en knijpt er even in. "Een
vrouw. Kan voor hem zorgen, wij maakten al zorgen." De vader laat zijn blik
even rusten op hun handen. Britt wacht oplettend af. En Selattin moeder zit
instemmend te knikken. "Hij kan niet altijd bij zus blijven wonen."
Vindt moeder "Zij moet ook trouwen." Mihriban rolt met haar ogen.
"Wij wisten niet, dus daarom schrokken wij wat, vanmiddag toen wij
aankwamen hier." Legt de vader uit "Maar het is goed dat hij vrouw
heeft gevonden." Selattin kijkt Britt even aan, die knikt even ijverig en
weet er ook geen zinnig woord aan toe te voegen "Ik ben blij dat ik hem
gevonden heb." Zegt ze dan maar om niet geheel en al stom te lijken.
"Goed, wanneer trouwen?" De vader kijkt Britt en Selattin aan, Britt
knippert even verbaasd met haar ogen "Nou. Nu nog niet." Zegt ze
assertief. "Nee, maar snel, ja?" Britt kijkt Selattin even aan, ze
weet niet goed hoe ze hier op moet reageren. "Papa, Britt en ik. Wij zijn
pas een half jaar samen." De moeder knikt "Half jaar al." Zegt ze
instemmend "Bij elkaar wonen. Dus trouwen." Alsof de meest logische
gevolgtrekking is. "Hier doen we dat niet zo, dat weten jullie ook
wel." Zegt Selattin rustig "Britt en ik willen gewoon eerst een tijdje
samen zijn." Legt hij uit. "Ja, maar kan wel. Trouwen." Vindt de
moeder. "Kán wel." Zegt Britt resoluut "Maar doen we niet."
Selattin knikt "Misschien trouwen we wel helemaal niet, dat gaat
tegenwoordig echt heel anders, ook in Turkije hoor." Vader knikt even
"Ja maar. Wat als kind komt, wat dan?" Mihriban schiet bijna in de lach
van Britts gezicht, de grote levensvragen passeren haar wat te snel. "Britt
heeft al een dochter." Zegt Selattin simpel. "Ja, maar nog zoon dan.
Wat anders met onze familie? Wij worden oud en nog steeds geen kind niet van Mihriban
niet van jou. Wanneer dan?" Mihriban trekt een gezicht "Zoiets
beslis je samen. We weten helemaal niet wat we willen. We hebben daar ook
helemaal niet over nagedacht." Zegt Selattin "En dat is ook helemaal
jullie zaak niet." Meent Mihriban "Laat hen Britt en Selattin nou eens
gewoon met rust. Wat er gebeurt zien jullie vanzelf wel." Nog even gaat de
discussie door, maar dan lijken de ouders toe te geven dat ze verliezen. Ze
willen ook hun kinderen niet tegen zich in het harnas jagen en moeten dus wel
met hun tijd mee. De moeder zucht even "Maar nog wel naar Turkije op bezoek
komen, met Britt en. Eh. Kind, Dorien?" Vraagt ze een beetje angstig.
Selattin kijkt weer naar Britt "Graag." Zegt die warm met een
vriendelijk lach naar Selattins ouders. Deze knikken blij "Familie zien en
huis en laten Dorien zien van de familie en alles." Belooft de vader
enthousiast. "Dat zou leuk zijn." Knikt Britt. Na een tijd te hebben
gepraat neemt Mihriban hen weer mee terug. "Zo," zegt Selattin als hij
hen ziet weg rijden "Dat viel reuze mee. Mihriban heeft hen volgens mij wel
erg streng toegesproken van tevoren. Ik zal het haar eens vragen." Britt
gaat naast hem staan en kijkt de auto na "Toen ik daar eerder vanmiddag was
waren ze. Heel anders." Hij pakt Britt op haar middel en trekt haar tegen
zich aan "Het spijt me, het spijt me dat dit gebeurde. Ik had hier niet op
gerekend." Britt zucht "Dat maakt niet uit, hoe kon jij het weten? Ik
ben er zelf ook nooit over begonnen, terwijl jij mijn ouders toch al lang gezien
hebt." Selattin laat haar los en loopt naar de gangdeur "Maar die
beginnen tenminste niet meteen over trouwen." Vult hij haar zin aan. Hij
roept naar boven naar Dorien dat er thee is. Britt loopt naar de keuken en giet
het kokend water in de theepot. Ze kijkt even naar Selattin die in de bank gaat
zitten en voor zich uit staart. "Wil jij eigenlijk een kind?" Vraagt
ze wat voorzichtig. Selattin kijkt om en wacht even "Jij?" Vraagt hij
dan. Britt kijkt zwijgend terug naar de theepot "Ik heb daar eigenlijk
nooit meer over nagedacht." Antwoordt ze eerlijk. Op dat moment vliegt de
deur open en komt Dorien binnen met een tekening. Ze rent naar de keuken om hem
aan Britt te laten zien. Met een glimlach knuffelt Britt Dorien even en neemt
dan de thee mee naar de kamer. "Vanavond uit eten met Tony en haar nieuwe
vriend." Herinnert ze zich dan opeens. Selattin kijkt haar aan
"Hoezo?" Vraagt hij verbaasd "Ik heb toch verteld dat die een
nieuwe vriend heeft? Ze wil hem voorstellen." Selattin kijkt naar Dorien
"Dan moeten we snel zijn met een oppas." Denkt hij hardop. Britt
schudt haar hoofd "Mét kinderen." Zegt ze snel. Op Doriens gezicht
verschijnt een brede glimlach "Geen oppas." Zegt ze vrolijk. Selattin
glimlacht even vals naar Britt "Zullen we doen zoals mijn ouders."
Britt lacht "Ja. Wanneer gaan jullie trouwen?" Bereidt ze zich vast
voor. Ze drinken rustig thee en dan belt Britt Tony op om te vragen waar ze
verwacht worden. Even later zitten ze in een rustig knus restaurant waar de
enige kinderstoel voor Vera uit de kast is gehaald. Dorien voelt zich duidelijk
de oudste in het gezelschap, want ze probeert al 't een en ander mee te pikken
van de volwassen gesprekken. Tony heeft geen woord teveel gezegd dit keer.
Thomas is een aandoenlijk ventje en Jaap is inderdaad een vriendelijke man. Hij
en Tony gaan al heel 'normaal' met elkaar om en ook de kinderen lijken het
allemaal OK te vinden. Als ze net klaar zijn met eten en nog een beetje zitten
te natafelen begint Tony's telefoon te piepen. Ze neemt geërgerd op
"Dierickx." Snauwt ze. Britt luistert scherp mee "Ja. Wat heb ik
daar mee te maken, laat de nachtdienst dat doen. Ja, ja, ongeluk met
vluchtmisdrijf, maar ik bedoel dat kan de nachtdienst toch ook, waarom val je
mij daar mee lastig?" Tony luistert even en gaat dan rechter zitten
"Een Peugot 405, blauw." Herhaalt ze en kijkt Britt dan aan, die kijkt
nietszeggend terug en haalt haar schouders even op. "Wij komen er
aan." Zegt Tony dan en stopt haar telefoon weg. "Britt we moeten gaan,
ik leg het onderweg uit. Eh. Selattin kun jij Jaap en Thomas thuis afzetten en
Vera mee naar jullie nemen. Dan nemen wij mijn wagen." Tony wijst op Britt
en zichzelf "Het spijt me echt verschrikkelijk." Zegt ze snel tegen
Jaap, maar die knikt begrijpend. Tjonge, echt perfect, denkt Britt, geen flik en
toch begrip. Selattin zwaait al naar haar terwijl ze haar schouders nog eens
ophaalt en met een "Sorry Sel, welterusten Dorien, ik kom vast niet te laat
terug." Achter Tony aan wandelt. Dorien kijkt vrolijk naar Selattin
"Doen we nog een spelletje dadelijk?" Vraagt ze hoopvol. Jaap moet er
wel om lachen "Zo," zegt hij "Nu moeten we dan eigenlijk
mannenzaken gaan bespreken, de dames zijn weg, maar goed. Ik moet elke
ouderavond al over beleggen en auto's praten en dat soort onzin." Selattin
knikt "Ouderavonden, praat me er niet van." Valt hij in met zijn
klacht. "Oh, ga jij ook?" Vraagt Jaap geďnteresseerd "Nou, ik ga
voor Dorien." Wijst hij en wenkt dan de ober "Koffie of iets sterkers,
ik rijd toch." Zegt hij tegen Jaap.
"Vanmiddag nadat jij weg bent gegaan met Sel is er een melding van een
winkelroof binnen gekomen. De daders zijn naar de achterkant van een winkel
gereden en hebben daar een aantal elektronische apparaten, zoals videorecorders,
DVD spelers en autoradio's uit het magazijn gestolen. De winkelier kwam binnen
en betrapte hen. Ze hebben hem helemaal in elkaar geklopt en zijn dan in hun
auto weg gescheurd. De auto was een donkerblauwe Peugot 405, dat kon de man ons
nog wel vertellen, zijn buurman rijdt een 405, een rode, maar even goed herkende
hij daarom het merk. De nummerplaat heeft hij niet goed gezien, hij wist alleen
dat er een X en een Z op stonden. Daarnet is er een aanrijding geweest. Echte
ooggetuigen zijn er niet, maar even later kwam er een andere auto voorbij, de
inzittenden zijn uitgestapt en zijn gaan kijken bij de rode Golf die op zijn kop
lag. Daarin zat een echtpaar, ze zaten klem met hun benen. De passanten hebben
het alarmnummer gebeld en zijn dan pas over gestoken naar de overkant, daar lag
de andere auto in de berm. Er zat alleen niemand meer in. Ze hebben nog even
rond gekeken, maar er was niemand te zien. Dan hebben ze in de auto gekeken. De
hele auto lag vol videorecorders, DVD spelers en ga zo maar door." Britt
knikt en kijkt Tony aan voor het vervolg "Onze collega's die ter plaatse
werden geroepen hebben ook nog rond gekeken, maar ook zij hebben in de wijde
omtrek niemand meer gevonden. Wel hebben ze meteen naar ons gebeld, omdat wij de
wagen geseind hadden staan." Ze remt af als ze blauwe zwaailichten door de
avondschemer ziet gaan. Snel parkeren ze de auto en stappen ze uit. De brandweer
heeft net het hele autowrak aan stukken weten te snijden en zo de inzittenden
bevrijd. Die worden op brancards vlug de ambulance ingereden, terwijl agenten
met de eerste passanten staan te praten. Tony en Britt steken de weg over naar
de Peugot die half ligt weg gedraaid in de berm "Ze hebben de hele buit
moeten achterlaten." Concludeert Tony. "Veel te hard gereden
natuurlijk." Denkt Britt "Laten we hopen dat we die lui van die Golf
snel kunnen verhoren." Ze kijkt naar de mensen van het sporenteam die al
met de auto bezig zijn "Alle vingerafdrukken." Waarschuwt ze "En
alles wat maar enigszins." De man tegen wie ze praat knikt vermoeid
"wat ook maar enigszins van belang lijkt te zijn." Maakt hij haar zin
af "Sorry, het is laat, ik weet het, ik zat ook in een restaurant te
eten." Verontschuldigt ze zich. Een andere man wenkt haar "Komt u hier
eens kijken." Roept hij. Tony en Britt haasten zich getweeën naar hem toe
"Voetafdrukken." Wijst de man "Ze lopen naar beneden naar die weg
daar." Tony kijkt de weg af en knikt "Misschien hebben ze gewoon
gelift. Of misschien lopen ze nog steeds ergens rond." Gokt ze. "We
kunnen wel min of meer bepalen om welke schoen het gaat, maar ja, dat slaat op
half Gent natuurlijk, alleen is het nog al een grote schoenmaat." Zegt de
man ontnuchterend. Britt knikt, dat viel te denken. Nog even wandelen ze wat
rond "Nou, die winkelier heeft in ieder geval zijn spullen terug."
Probeert Britt ook het positieve van de zaak in te zien "Ja. Alleen was het
leuk geweest als onze dieven ook buiten westen waren geweest, zodat we ze nu
ergens te pakken zouden kunnen hebben." Britt kijkt naar de Golf
"Ongelooflijk, zij over de kop en zij." Ze knikt naar de Peugot
"geen schrammetje." Dan kijkt ze Tony aan, beiden denken ze hetzelfde
"Wie heeft er dienst?" Vraagt Tony. Er is op de plaats van het ongeval
toch niets meer te beleven en dus reppen ze zich terug naar het commissariaat
"Bel jij de eerste hulp posten van het ziekenhuis, dan zoek ik uit welke
huisartsen dienst hebben nu." Doet Tony actief. Britt neemt de telefoon en
draait een nummer "Britt Michiels hier, politie Gent." Begint ze
vriendelijk. Het is voor Tony niet eens meer nodig om de huisarts te bellen,
want bij het Palfijn heeft Britt beet. "Twee mannen zegt u." ze
noteert het zorgvuldig op een briefje. "Kort zwart haar. Kortaf,
dikkig." Ze knikt naar Tony die de telefoonhoorn weer neerlegt en haar duim
opsteekt. Britt schrijft de twee signalementen op en bedankt de dienstdoende
verpleegster uitvoerig voor haar medewerking. Natuurlijk zijn de mannen al niet
meer in het ziekenhuis. Britt controleert de namen en adressen die zij hebben
opgegeven bij het ziekenhuis, maar die blijken natuurlijk vals te zijn. "We
hebben in ieder geval een signalement." Vindt Tony "En ze zijn dus
terug gegaan naar Gent." Ziet ook Britt het zonnig in. "Ze hebben de
bus ergens heen genomen, want ze vroegen de verpleegster aan de balie waar de
dichtstbijzijnde bushalte was." Tony kijkt Britt aan "Dan moeten we
dus weten wie er dienst heeft nu, op die lijn. Ze zijn daar om hoe laat
vertrokken?" Britt kijkt in haar aantekeningen "Om iets na tienen. Ze
hebben gelift dus, anders waren ze daar niet zo snel." Tony moet dit ook
toegeven. "Hoeveel lijnen passeren daar?" Vraagt ze zich af "Zo
laat 's avonds niet zo veel." Denkt Britt en kijkt op de plattegrond. Ze
heeft gelijk, rond die tijd passeren er slechts twee lijnen. Maar het kantoor
van de buslijn is al gesloten en er is dus niemand die hen te woord kan staan.
"Maar wat als er dan eens iets gebeurt op de lijn?" Vraagt Britt zich
af "Daar zullen ze toch wel een nummer voor hebben?" Tony haalt haar
schouders op "We kunnen ook bij die halte gaan kijken of er een bus
passeert, wie weet is het dezelfde." Oppert ze. Britt schudt haar hoofd
"Daar is nogal kans op." Mompelt ze. Ook Tony heeft eigenlijk weinig
zin, het is een stuk simpeler om morgen de stadsdienst te bellen en zo snel er
achter te komen wie er dienst heeft. "Laat maar," zegt ze zelf al
"We gaan naar huis, morgen is er weer een dag. Of wij nou om 11 uur 's
avonds of om 10 uur 's ochtends weten waar ze zijn uitgestapt, dat maakt ook
niet uit. Dat zal zo'n chauffeur echt nog wel weten, hoeveel mensen zitten er
nou in zo'n bus 's avonds."
"Maakt u een grapje? 25 mensen? Zo laat nog?" Tony kijkt de chauffeur
stomverbaasd aan "Ze kwamen van een feestje of zo." Legt de man snel
uit. "Maar die twee bij het ziekenhuis, dat weet ik nog wel, want die
stapten veel later in. Ze zijn ook langer blijven zitten." Tony pakt haar
noteblokje erbij "En waar stapten deze twee gezellige mensen er uit?"
Wil ze weten "Vlakbij Dampoort." Tony kijkt op "Het
station?" De man knikt, maar kijkt dan alsof hem nog iets te binnen schiet
"Maar ze gingen niet naar het station, ze liepen terug de weg af."
Tony knikt geďnteresseerd en noteert even wat. "Goed," zegt ze dan
"U kunt weer gaan, dank u wel voor de hulp." De chauffeur knikt en
staat op. Tony draait zich om naar Britt "Bij station Dampoort dus, gaan
kijken?" Britt haalt haar schouders op "Waarom niet?" Ze rijden
naar het station toe, een tamelijk lege en kale omgeving. Er lopen maar weinig
mensen zo midden op de ochtend. "Jaap lijkt me wel OK." Begint Britt,
als ze wat nutteloos in het gras op en neer lopen. Een stel werklui kijken naar
de twee dames en fluiten. "Mij ook." Lacht Tony. "Nee serieus,
jullie passen echt goed bij elkaar, dat gaat zo natuurlijk allemaal, de kinderen
zien het ook wel zitten geloof ik." Tony knikt "Het voelt gewoon ook
heel goed. Alsof het zo hoort, alsof ik Jaap al jaren ken." Britt glimlacht
"Wanneer gaan jullie samen wonen?" Vraagt ze. Tony kijkt haar lachend
aan "Klap van de molen gehad?" Vraagt ze vrolijk. "Sorry, ik lijk
Selattin' ouders wel." Lacht Britt nu. "Nee, we willen wel eens een
keer samen gaan wonen, Jaap wil met Thomas op de boot komen wonen." Maar
dan moeten we echt even kijken hoe we dat gaan doen." Britt knikt "Nog
een boot erbij," oppert ze. Ze lopen op de bouwvakkers toe
"Goedemorgen, zijn jullie hier al lang?" Vraagt Tony als ze op
gehoorafstand aangekomen zijn. De mannen schudden hun hoofden "We zijn
vanochtend niet zo vroeg begonnen." Roept een van hen. "Nog iets
vreemds gezien toevallig?" Wil Tony nu weten. De mannen schudden hun hoofd.
"Jawel," roept er dan een "Ik was vanochtend eerst toen ik mijn
auto parkeerde schoten er twee zwervers weg. Die hebben we hier niet veel, ze
blijven in de stad. Ik heb geroepen of da ze iets te eten wouwen. Die ene had
een verband om zijne kop." Tony knikt "Waar gingen ze heen?" Wil
ze weten. De man gebaart richting Gent "Terug naar de stad denk ik, ze zijn
die kant in gelopen." Tony knikt "Hoe laat vanochtend was dat?"
Vraagt ze, de man kijkt de anderen even aan "Ik denk rond een uur of
9." Zegt hij dan. "Een uur geleden dus." Zegt Tony snel terwijl
ze op haar horloge kijkt. Britt kijkt haar aan "Zullen we in wat
koffiezaken of broodjeszaken gaan vragen?" Stelt ze voor, die mannen zullen
wel honger gehad hebben. Ze stappen in de auto en rijden terug naar Gent. Ze
stoppen bij verschillende broodjeszaken en uiteindelijk hebben ze beet bij de
een van de zaken. Nog niet zo lang geleden zijn er twee mannen vertrokken.
Ze hebben er een broodje op met koffie. De ene had een verband om z'n kop.
"Ze hadden het erover dat ze naar huis zouden gaan. Die zijn zeker
doorgezakt vanavond? Ze zagen er uit alsof ze precies niet veel geslapen hadden.
Ze zijn die kant uitgelopen." Wijst de eigenaar des gevraagd. Met een
broodje in de hand vertrekken Tony en Britt weer. Met de auto rijden ze langzaam
door de straten. "Daar!" Wijst Britt opeens, op de stoep ziet ze een
man lopen met een verband om zijn hoofd. Zacht rijdt Tony de man voorbij en
stopt dan. Britt stapt uit en loopt resoluut op de man toe "Stilstaan,
tegen de muur, politie." Roept ze naar de man terwijl ze haar penning naar
voren houdt. De man kijkt om zich heen om te zien of hij weg kan, maar ziet dan
Tony die met haar getrokken pistool op het portier leunt. "Ik heb het niet
bedacht, het was Cas' idee!" Roept hij terwijl Britt hem in de boeien
slaat. "Ja, ja," mompelt Britt "Probeer ons daar straks maar eens
van te overtuigen." Wat een stommeling, denkt ze, als hij hersens had gehad
was hij nu beginnen zeggen dat hij niet snapte waarom ze hem oppakten. In
principe konden ze maar nauwelijks bewijs overleggen. Ze duwt hem de auto in en
schudt haar hoofd, met een veel betekenende blik naar Tony stapt ze zelf ook in.
Snel rijden ze naar het commissariaat. "Dat hebben jullie snel
gedaan." Vindt Pasmans als hij de dames met hun arrestant ziet binnen
komen. "Ze hebben overnacht in die bouwval bij Dampoort, de bouwvakkers
zagen hen weg gaan en toen zijn wij ze ook gauw genoeg op het spoor
gekomen." Legt Tony snel uit. Pasmans knikt "We hebben die auto
trouwens nagetrokken, gestolen in Nederland." Zegt hij snel. "Kijk
eens." Britt komt terug met een uitdraai van het rijksregister. "Die
heeft een strafblad zo lang als mijn arm." Tony schudt haar hoofd "Dom
dus," concludeert ze "hij wordt iedere keer weer gepakt." Britt
lacht kort en stapt de verhoorkamer in.
"Dit gaat te gemakkelijk gewoon." Zegt Britt als Vanbruane hen voor
een briefing het bureau in roept. "Die man is ofwel een sukkel of een lot
uit de loterij. Ik denk dat eerste." Grinnikt Tony. "Ja, hij bekent
alles, of ja, hij heeft ons het hele verhaal verteld." Knikt Britt.
"Hij en zijn maat Cas zijn gisteren overdag naar die winkel gereden, als je
op klaarlichte dag daar komt is het magazijn vaak gewoon open en zal ook niemand
er wat van zeggen als je spullen in je auto aan het laden bent, niemand verwacht
dat je dan aan het stelen bent. Dus dat hebben ze zo tegen sluitingstijd van de
winkel gedaan, koopavond, dus dat was al vrij laat. De eigenaar betrapte hen en
ze werden bang. Ze hadden geen maskers op of zo, dus besloten ze die man maar
flink in elkaar te kloppen, dan zou hij hen wel vergeten. Ze zijn dan snel er
vandoor gegaan als ze nog meer stemmen hoorden. Ze wilden met het spul weg uit
Gent en reden dus veel te hard. Op dat viaduct kwamen ze een andere auto tegen,
zij zaten op de verkeerde weghelft en vandaar dat ze dus niet meer terug konden
sturen, ze raakten de Golf. Hun auto schoof de berm in en omdat ze andere auto's
aan zagen komen maakten ze zich direct uit de voeten, ze wilden niet gepakt
worden." Tony pauzeert even en knikt naar Britt, die gaat verder "Ze
zijn dan terug gelopen naar Gent en hebben zich laten behandelen bij de eerste
hulp. Dan hebben ze besloten dat het beter was om een nacht niet thuis te
slapen, voor het geval de politie zou komen. Alsof wij na een keer proberen
opgeven. En zijn ze dus met de bus naar Dampoort gegaan waar ze die bouwplaats
wisten. Daar hebben ze de rest van de nacht door gebracht tot de bouwvakkers in
de ochtend kwamen en ze naar Gent gingen. Het enige wat we nu moeten doen is die
Cas oppakken en dan zijn we rond. Zijn adres hebben we." Vanbruane knikt
"Neem Vanneste en Selattin mee, je weet niet hoe hij reageert." Britt
knikt en wil achter Tony aan het kantoor uit lopen "Hoe was het gisteren,
Britt?" Vraagt Vanbruane "Oh. Die Jaap is heel geschikt. Ik denk echt
dat het iets is voor Tony, ik zie er wel een langdurigere relatie in." Zegt
Britt met een glimlach. Vanbruane schudt haar hoofd "De ouders van
Selattin." Herinnert ze Britt. Britt kijkt even naar Tony die achter het
bureau neer ploft "Oh die." Zegt ze "Wel. ze gaan wel hoor, ze
zijn wel OK. We hebben duidelijk weten te maken dat we nog niet morgen gaan
trouwen. Sel dacht dat Mihriban al ruzie met ze had gemaakt, ze waren eigenlijk
heel meegaand toen ze bij ons waren." Vanbruane knikt gerustgesteld
"Mooi zo," zegt ze "Je moet het niet door de ouders laten
verprutsen." Met een vriendelijke knik gaat ze weer aan het werk.
"Waar ging dat over?" Wil Tony nieuwsgierig weten "De ouders van
Sel." Antwoordt Britt naar waarheid. "Oh." Tony haalt haar
schouders op en draait zich naar Selattin en Ben "OK mannen, jullie krijgen
weer wat beweging, zal u goed doen Vanneste. Kom volg ons, we gaan Cas
ophalen." Vanneste legt met een zucht zijn koffiekoek opzij en volgt Tony
quasi slaafs. Selattin en Britt volgen lachend even hand in hand. "Wanneer
zouden die nu eens gaan trouwen?" Pasmans kijkt Raymond aan, die kijkt
verbaasd terug "Trouwen? Britt en Selattin? Waarom. Ze hebben het toch leuk
samen." Mompelt hij en kijkt terug naar zijn papieren. Pasmans trekt
verbaasd zijn wenkbrauwen op en schudt even zijn hoofd "Het leek me wel
leuk een trouwerij op 't commissariaat." Mompelt hij dan loos en buigt zich
ook weer over zijn PV.
"Wacht even zeg, dan lopen wij naar de achterdeur." Vanneste heft even
zijn hand op om Tony te stoppen die al vol enthousiasme op de voordeur afstormt
van het huis waarin Cas zich moet bevinden. Selattin en Ben maken een
omtrekkende beweging en komen bij de achtertuintjes uit. Ze horen niet wat er
bij de voordeur gebeurt, maar het duurt niet al te lang voor ze een deur horen
klappen. Nog voor ze goed en wel door hebben wat er gebeurd springt er een jonge
kerel over het muurtje. Deze jongeman kijkt ook niet waar hij springt en komt
letterlijk boven op Vanneste terecht "Godver." Vloekt deze terwijl hij
overeind probeert te krabbelen. "Ah. Jullie hebben hem?" Britts hoofd
piept boven het muurtje uit, ze constateert tevreden dat Selattin de jongen
eerst boeit en hem vervolgens van de grond opraapt om zich voor hem uit te
duwen. "Ik zie jullie voor." Zegt Britt en ze springt weer naar
beneden. "Ze hebben hem." Roept ze naar Tony die bij de achterdeur
staat te wachten. Onder een regen van verwensingen neemt Ben de jongeman over en
duwt hem ruw voor zich uit naar de combi. "Hij sprong ons letterlijk in de
armen." Lacht Selattin terwijl hij op Ben wijst, die lacht als een boer met
kiespijn mee terwijl hij de jongen op een bankje duwt. Even later rijden ze
allen binnen alwaar Britt zich lui in de verhoorkamer installeert en geduldig
wacht tot de verdachte in de stoel voor haar neer gezet wordt. Ze zit aandachtig
het strafblad van Cas Spiers door te kijken en kijkt ietwat verstoord op als de
man die tegenover haar zit zijn keel schraapt. "Ja, ogenblikje." Zegt
ze geďrriteerd. Tony die net binnen komt schiet bij de deur in de lach "Je
zit te turen Britt, kun je geen leesbrilletje opzetten." Britt rimpelt haar
neus en trekt een zuinig mondje. Tony zet zich neer en kijkt Cas rustig aan
"Zo, vertel maar even wat er gisteren is gebeurd." Zegt ze zonder echt
veel aandacht aan hem te schenken. Ze lijkt meer aandacht te hebben voor de muur
achter hem. "Niks." Zegt Cas stug. Britt trekt een 'daar gaan we weer'
gezicht en staat op om een bekertje thee van Selattin aan te pakken. Die
glimlacht even en trekt de deur achter zich dicht "Begin daar alsjeblieft
niet mee, we hebben een schuldbekentenis en een compleet verslag van Nick
gekregen, dus Cas, je hoeft niet meer te bekennen, het zou ons slechts wat werk
besparen. Nick zegt dat jij het grootste aandeel hebt in de hele." Verder
komt ze niet, Cas kijkt kwaad op "Wie ik? Hij zal je bedoelen, hij had geld
nodig en vroeg mij hem te helpen, we zouden het geld delen. Hij heeft het
allemaal gepland en hij is ook die vent beginnen in elkaar kloppen." Roept
hij met rode wangen. Tony kijkt Britt met pretoogjes aan terwijl Nick kwaad
losbarst in een of andere tirade aangaande Nick. Binnen het uur staan ze buiten
met de tweede volledige bekentenis en beschuldiging aan het adres van de
anderen. Met een brede glimlach komen de dames het lokaal binnen "Dit is
wat je noemt een leuke zaak." Vindt Tony geamuseerd, je maakt dit soort
sukkels toch niet vaak mee. Ze zitten nog maar net of Carla verbindt een
telefoontje door "Tony, het is voor u, ene. Ik heb de naam niet goed
gehoord." Tony neemt vrolijk op "Oh. Hoi Jaap," hoort Britt haar
zeggen en vervolgens ziet ze een brede glimlach verschijnen op het gezicht van
haar collega. "Een minuut te lang. Tja, een minuut te lang is een minuut te
lang. Oh, ha, ha, dat zei die agent ook,." Uit de telefoon hoort Britt een
klaagzang komen en Tony bedekt het spreekgedeelte "Waar zijn Pasmans en
Raymond bonnen aan het schrijven?" Britt lacht even "Jaap, hoe heet
die agent. Oh, korte stekeltjes. Fanatieke houding. Ja, ja, geef maar
even." Britt zet lachend haar handen onder haar kin "Ah. Ja Pasmans,
hier met Tony, verscheur die bon ja, de man in kwestie heeft speciale ontheffing
en hij zal het nooit weer doen, hij gaat nu weg daar. Ik weet het Pasmans, het
gaat om het principe, een minuut is net zo goed te lang. Ja, de wereld zou er
heel wat mooier uitzien Pasmans,. Nee, inderdaad, absoluut, een minuut is een
minuut. Ja, nee, net zo erg als een kwartier, absoluut. Ja, speciale ontheffing.
Inderdaad. Bedankt Pasmans." Kennelijk komt daarna Jaap weer aan de lijn,
want Tony praat nog even met hem en legt dan lachend neer. "Ha, ha, Jaap
was door Pasmans op de bon geslingerd, hij had zijn auto namelijk een minuut te
lang bij de parkeermeter staan toen hij bij wilde komen betalen, omdat de
vergadering met een klant wat uit liep. Ha, ha," kennelijk kan Tony er wel
mee lachen dat Jaap slachtoffer is geworden van Pasmans' ijver. Ja, Pasmans
levert de staat veel geld op, dat is wel duidelijk. Britt typt vrolijk verder
aan het verslag van de zaak Cas en Nick en is al bijna klaar als Vanbruane hen
komt vervelen met een volgende zaak "Kunnen jullie hier niet even heen
gaan? Ik heb niemand anders." Ze duwt Britt een papier onder de neus en
maakt zich weer uit de voeten "Een illegale vuilstort?" Mompelt Britt
terwijl ze Tony het papier toesteekt. "Niet te geloven, doen wij dat
tegenwoordig, kunnen we dat niet aan de milieupolitie over laten?" Moppert
ze "Dames, er is haast bij, die man die het heeft aangegeven heeft iemand
betrapt en houdt hem nu daar vast." Roept Vanbruane vanuit haar kantoor als
ze ziet dat Tony en Britt weinig activiteit vertonen. Britt knikt naar Tony en
staat op "Vooruit dan maar." Zuchten ze en lopen naar de auto. Als ze
eindelijk bij de plek aan het water zijn gekomen die zij hebben op gekregen zien
ze al gauw de man en de vuilstortende crimineel, boven op een bergje afval
staan. "Nieuwe TV nodig?" Tony schopt tegen een oude TV aan die op hun
pad liggen. "Ha, bent u daar eindelijk!" Schreeuwt een man die
vastgebonden met elektriciteitskoorden op de berg stort ligt. "Dat werd
verdomme tijd, die gek hier." Met zijn neus wijst hij in de richting van
een jongeman die rustig op een steen zit toe te kijken "is gek." Britt
kijkt de jongeman aan "Volkert," stelt die zich rustig voor "Waar
gaat dit over?" Wil Tony weten "Ik heb foto's van hem, hij heeft een
hoop van deze rotzooi hier gestort, nu wilde hij een blik oude batterijen hier
neer gooien. Dat ging me te ver en ik heb hem. Gevangen." De jongen staat
rustig op "Hij heeft me op de grond gegooid en die touwen die snijden in
mijn polsen." Schreeuwt de man over zijn toeren. "Ik dien een klacht
in, hij heeft me pijn gedaan." De jongen knielt neer bij de man
"Meneer, u doet de natuur pijn. Ik kom op voor de natuur." Tony kijkt
Britt aan en schudt haar hoofd "Weet u wat, we nemen hem mee en komt u de
foto's maar eens brengen als bewijsmateriaal." Stelt Tony voor aan de
jongen. Deze knikt gedwee en slentert dan weg "Moeten we hem niet
aanhouden?" Vraagt Britt "Ach, welnee, hij doet toch geen vlieg kwaad,
ik hoop dat deze hier zijn lesje geleerd heeft, we nemen hem mee en dan laten we
hem in Gent wel los." Ze knielt neer en maakt de elektriciteitsdraden los.
"Kom, u gaat mee richting bureau, daar noteren we uw gegevens en dan mag u
weer wandelen, de rekening krijgt u wel thuis van de milieupolitie."
Belooft Tony "En die eikel dan, die vent die mij mishandeld heeft, met zijn
natuur?" Schreeuwt de man "Dat was een undercoveragent van de
milieupolitie, we hadden deze plek als prioriteitsgebied ingesteld, omdat er
zo'n grote vervuiling ontstond, er is een undercoveractie opgezet, iemand die de
vervuilers bespiedt, bewijsmateriaal verzamelt en dan de mensen aangeeft en
pakt." Zuigt Tony zonder blikken of blozen uit haar duim, het heeft het
gewenste effect "Zat ik in een undercoveractie?" Vraagt hij "Ja,
en we zouden het waarderen als u er verder uw mond over dicht hield, want u weet
het. Het gaat niet om de kleintjes zoals u, u moet een boetentje betalen en dan
is de kous af gedaan, maar die grote fabrieken enzo. Daar gaat het om."
Doet Tony een beetje mysterieus. De man kijkt samenzweerderig
"Natuurlijk." Knikt hij en gaat dan zonder problemen mee. "Het is
nationale sukkeldag vandaag." Kan Britt niet nalaten te zeggen als ze het
commissariaat binnen stappen "Waar haal je dat gelul over
undercovermilieupolitie vandaan? Wat een onzin!" Tony lacht "Ja goed
hč. Ik moet de politiek in." Ze lopen door naar het lokaal "Hé er
zit iemand aan jouw bureau." Wijst Britt "Wat?" Tony kijkt boos
naar het lokaal "Jaap." Roept ze vrolijk als ze gezien heeft wie er op
haar bureaustoel zit rond te draaien. "Ik kwam je bedanken." Lachend
sluit hij haar in de armen "Sta je goed geparkeerd?" Controleert Britt
"Pasmans is nog op de weg." Jaap lacht "Geen nood, ik ben met de
fiets." Grinnikt hij. "Ik ging boodschappen doen, ik kook
vanavond." Tony kijkt blij naar Britt "Dat zijn de goeie." Meent
ze en geeft Jaap een dikke zoen. Britts' telefoon rinkelt en ze neemt snel op
"Pasmans." Hoort Tony haar zeggen "auto-inbrekers? Nee op dit
moment niet, hoezo?. Je hebt wat?.Eh. Dat is niet zo slim, bel Selattin, die
komt er wel in." Ze legt hoofdschuddend de telefoon neer.
Pasmans drukt zijn telefoon uit en kijkt teleurgesteld naar zijn auto. De
lichten branden, de transmissie piept en kraakt berichten en de motor loopt.
Alles ziet er goed uit, het enige probleem is, dat hij buiten staat en dat zijn
sleutels binnen in de auto nog op het contact zitten. En de deur valt vanzelf in
het slot. Een stel wegwerkers komen nieuwsgierig naderbij, met een hoogrode
kleur van schaamte. Had hij Raymond nu maar niet eerst afgezet bij die winkel,
vertelt hij wat er aan de hand is. Maar ook deze wegwerkers blijken bepaald geen
professionele auto-inbrekers. Niet een van hen weet hoe hij de auto nu nog
binnen kan komen. "Je moet de politie bellen." Probeert er een nog in
een lamme poging grappig te zijn. Er gloort weer hoop als het raampje aan de
rechterkant mee blijkt te geven en een klein stukje naar beneden kan. Van alles
wordt door het kleine spleetje geprobeerd, een meetlint om het slotknopje op te
lichten, een duimstok om op het knopje te duwen om het raampje naar beneden te
laten. Een dikke ijzeren stang "Oh, deze past niet, straks maak ik het
kapot." Mompelt de wegwerker als hij iets probeert "Oh, maak het maar
kapot, alles liever dan Vanneste bellen." Moppert Pasmans met een rood
hoofd. Eindelijk vinden ze na een kwartier klooien de juiste ijzeren stang, met
de precisie van een horlogemaker weet de wegwerker de punt op de juiste plaats
te brengen opent zo het raam. Opgelucht opent Pasmans de deur en bedankt zijn
redders uitvoerig alvorens snel weg te racen in de richting van het centrum.
"Ah Pasmans, nog in uw auto geraakt, of ben je komen lopen?" Britt
houdt lachend de deur voor hem open. Pasmans mompelt een paar onverstaanbare
woorden en loopt door de trap op. Britt trekt haar wenkbrauwen op en loopt naar
buitenom naar huis te gaan.
"Hoe was jouw dag vandaag?" Vraagt Dorien, haar moeders favoriete zin
spiegelend. Britt lacht even "Mijn dag was goed hoor, en de jouwe?"
Dorien knikt "Die van mij was ook goed. Maarten en ik mochten buiten
proefjes doen met onze stagiaire, dat was leuk, ze is een scriptie aan het
schrijven over hoogbegaafdheid. Wij zijn haar testkinderen." Legt Dorien
vrolijk uit "Hoezo?" Britt kijkt op van haar spek, dat niet wil
splijten voor slechts een paar beheerste sneden van een simpel mes "Wie
zegt dat jij hoogbegaafd bent? Slim. OK, maar het toch wat voorbarig en
overdreven om te zeggen. Ik bedoel, wacht maar tot je op de middelbare school
met allemaal kinderen van jouw eigen niveau komt te zitten in een klas."
Dorien knikt "Dat heb ik ook al gezegd, maar wij zijn de slimste kinderen
van de klas en daarom neemt ze ons maar." Britt knikt "Dan is het
goed." Zegt ze gerustgesteld, ze heeft liever niet dat een stagiaire Dorien
allerlei dingen in het hoofd gaat praten. Dorien is goed op school, maar dat
hoeft toch ook weer niet te betekenen dat ze hoogbegaafd is, dat is meteen zo'n
woord waaraan een hele hoop vast zit. "Waar is Selattin?" Vraagt
Dorien. "Die moest nog een zaak afhandelen van een ongeluk, een meisje dat
was omgereden met haar fiets. Hij zal straks wel komen." Dorien knikt,
straks kan haast alles betekenen van een minuut tot een uur of langer. Straks
blijkt inderdaad een ruim interpreteerbaar begrip te zijn, als Dorien al lang en
breed in bed ligt gaat de deur open en komt Selattin binnen. Britt is zo
verdiept in haar boek dat ze hem niet eens naderbij hoort sluipen. In een
verrassingsaanval slaat hij zijn armen om haar heen. Britt schrikt op en
verkreukelt bijna de bladzijde die ze aan het lezen is. Voorzichtig pakt hij
haar hoofd tussen zijn handen en kust haar zacht. "Je bent laat." Vist
Britt naar een verklaring. Selattin knikt en zet zich bij haar in de bank. Britt
laat haar hoofd in zijn schoot rusten. "Eerst dat meisje dat was omgereden,
ze had niet veel, maar was wel echt totaal overstuur, we zijn met haar naar het
ziekenhuis geweest. Niet meer dan wat schrammen hoor, maar ja, je weet het, je
bent er uiteindelijk toch wel even zoet mee. En dan ben ik nog even naar Mihriban
gegaan, naar mijn ouders." Hij zegt dit alsof hij twijfelt of Britt dat kan
waarderen "Goedzo," zegt die "ze zijn niet lang hier, dus geniet
van ze zolang ze er zijn." Selattin glimlacht "Met volle teugen."
Grinnikt hij. Ze hangen even zwijgend in de bank, dan kijkt Britt even op
"Sel," vraagt ze "zou jíj graag een kind willen?" Ze wacht
rustig op antwoord en ziet hoe Selattin nadenkend naar de boekenkast kijkt, dan
kijkt hij haar in de ogen "Ja," zegt hij "ik zal er niet om
liegen, ik zou het fijn vinden om met jou een kind te hebben. Ik vind Dorien
fantastisch. En ik zou het graag eens allemaal eens vanaf het begin mee maken,
met jou. Maar ik begrijp volkomen dat jij wat dat betreft al een leven hebt en
ik wil dat je weet dat ik je nooit er in zal dwingen. Ik zal ook gelukkig zijn
met alleen jou en Dorien." Britt glimlacht en gaat rechter hangen tegen
Selattin aan. Hij slaat zijn arm om haar heen "Als we het willen moeten we
het niet al te lang uitstellen." Meent Britt, denkend aan haar leeftijd.
"We hoeven niets te overhaasten, jij moet rustig die afweging kunnen
maken." Probeert Selattin te sussen "Ik hoor het wel van jou. Er móet
helemaal niets, we zijn gelukkig zoals we zijn." Britt knikt opgelucht en
laat haar blik naar de foto's in de kast gaan, prominent in het midden; Dorien.
Alles nog een keer mee maken, opnieuw, maar dan weer heel anders, met Selattin
dit keer. Ze twijfelt, er zijn zoveel dingen die veranderen en ja, het is waar,
ze zijn gelukkig nu. Zij is gelukkig nu. Wat wil ze nog meer? Selattin voelt de
spanning in Britts lichaam. Hij voelt zich wat ongelukkig dat dit onderwerp naar
boven is gebracht, hij kan niet liegen tegen Britt. Hij moet zeggen dat hij het
leuk zou vinden, dat is nu eenmaal hoe hij er over denkt. Maar tegelijkertijd
was het gemakkelijker geweest als dit onderwerp gewoon nooit ter sprake was
gekomen. Dan was er gewoon nooit wat gebeurd en was het ook goed geweest. Waarom
loopt het allemaal nooit zoals je denkt dat het loopt? Wie zit er daarboven te
spelen met de mensheid? Alsof hij een antwoord verwacht kijkt hij even naar het
plafond. Soms lijkt het alsof de wereld een groot spelbord is voor een stel
hogere machten die met de mensen van alles en nog wat uitproberen. Je weet nooit
wat ze voor je in petto hebben. Steeds als je denkt dat jij de macht hebt over
je leven en dat het gaat zoals je wilt, plaatsen ze weer een struikelblok of een
blokkade om te laten zien wie de eigenlijke macht heeft. Hij slaat zijn andere
arm ook om Britt heen; hij wil haar niet in verwarring brengen, of onderwerpen
aansnijden die dat doen, maar er is iets boven hen, die legt de woorden gewoon
in de mond. Die zet de mensen op je pad. Wie weet wat Britt nu denkt. Wie weet
wat ze nu precies voelt, zelfs hij kan het niet zeggen. Ze zullen nog wel zien.
Einde
Holymary;mins
|