Bloedhond

“Jongens, schiet eens even op…” Tony loopt zenuwachtig van de kamer naar de slaapkamer van Thomas en Vera. Ze wringt haar handen als ze ziet hoe de kinderen lopen te treuzelen met hun schoenen. “Doe nou eens een beetje rustig…” Jaap slaat van achter zijn armen om haar heen en kust haar in haar nek. “Het zal geen pijn doen…” Hij knuffelt haar even, maar zij kan er niet echt om lachen “Dat valt nog te bezien…” mompelt ze en kijkt van een mooie ingelijste zwart-wit foto van de twee kinderen naar haar dochtertje dat op de grond zit om haar schoenen aan te doen. Haar tongetje steekt half uit haar mond van inspanning, omdat ze zelf zo graag de gesp van haar sandaal dicht wil maken. Tony zucht en drukt Jaaps armen vast tegen zich aan. “Stel ik me aan?” mompelt ze en kijkt hem aan “Ja vreselijk, maar dat maakt niet uit… Ik vind je het liefste zo… een beetje kwetsbaar, een beetje angstig… mag ook wel eens…” plaagt Jaap haar en kust haar vrolijk op haar mond. “Je hoeft het toch niet te doen als je niet wilt…” geeft hij haar nog een uitweg. Tony schudt haar hoofd “Het moet wel, je denkt toch niet dat hij rustig af zal blijven wachten. Ik wil nooit meer zijn dochter achter me aan, of zijn zoon of zijn… weet ik veel wat. Hij heeft al weer een keer naar het commissariaat gebeld met een smoes, het was duidelijk bedoeld om mij aan de lijn te krijgen en toen we laatst op het ziekenhuis waren voor een van onze verdachten probeerde hij me ook steeds apart te nemen om te praten… Dat is net een pitbull… die laat niet los en zelfs al zou ik naar een andere stad gaan ik geef je op een blaadje dat hij me achterna zou komen…” moppert ze. “Nou, doe je nu niet een beetje overtrokken? Een beetje paranoïde.” mompelt Jaap. Hij meent dat Tony in haar job teveel in aanraking komt met dit soort onzin en daarom te snel vermoedt dat alle mensen gestoord en gek zijn en dus allerlei rotzooi uit gaat halen. Sam lijkt hem niet de persoon om iemand achter Tony aan te sturen, maar hij moet daar ook wel eerlijk aan toevoegen dat zijn mensenkennis misschien nog niet een fractie is van die van Tony. Hoewel zij wantrouwend tegenover alles en iedereen staat en een soort ijzeren schild heeft is er meestal een goede reden om dat te doen. In de realiteit blijken mensen maar al te vaak inderdaad gestoord te zijn. Jaap, die heel wat opener is dan Tony, stoot dan ook regelmatig zijn neus, iets wat Tony met haar vooropgestelde vijandige houding jegens iedereen nauwelijks nog overkomt. Tony kijkt hem aan “Misschien…” zegt ze dan vaag, maar meent er niet veel van, ze had toch ook nooit durven denken dat Sarah, de vervelende dochter van Sam, foto’s zou gaan lopen maken van Vera. Ze kijkt nog eens naar de foto aan de muur en moet toegeven dat het vervelende bemoeizuchtige kind wel goed kan fotograferen. Ze schudt haar hoofd nog eens en loopt naar Vera toe om haar te helpen met haar schoen die nog altijd niet dicht is. “Ik kan dat zelluhuf,” protesteert Vera drammerig en kijkt Tony boos aan. “Ja, maar we hebben een beetje haast… Britt is al in het park en we willen hen niet laten wachten.” Verklaart Tony met een geveinsd geduld. Boos slaat Vera haar armen over elkaar en laat haar schoen dichtgespen. Ze is nog een beetje knorrig als ze in de auto stappen, maar dat is over als ze het groene gras van het park ziet en met Thomas de auto uit rolt en wedstrijdje houdt wie het eerst bij de parkvijver is. “Pas op, niet te dichtbij.” Roept Tony hen waarschuwend achterna terwijl ze de picknickmand achter uit de auto pakt. “Rustig nou maar, die vallen niet in zeven vijvers tegelijk.” Grapt Jaap. “Een is voldoende.” Mompelt Tony. Jaap stapt naar haar toe en trekt haar tegen zich aan “Ontspan je een beetje…” hij kust haar rustig en kijkt haar aan “Ontspan je, je bent net een…” Achter zich hoort hij Selattin roepen “Wij zijn hier…” Hij kijkt om en ziet Britt en Selattin naar hen zwaaien. “Nou kom, relax…” zegt hij dan en slaat zijn arm om haar heen als ze naar de plek lopen die Britt en Selattin hebben uitgekozen. “Dorien is ook bij het water.” Wijst Britt als Tony en Jaap even later bij hen in het gras op een uitgerolde mat neerstrijken “Die let wel op.” Jaap klopt op de mat “Wat een geweldig ding, waar hebben jullie die gehaald?” Selattin lacht “Die hebben ze hier niet, komt uit Turkije, maar eigenlijk zijn ze meer in gebruik bij de bedoeïenen, nog zuidelijker dus. Ze zijn heerlijk, geen grassprietje of zandkorrel komt er doorheen.” Hij wijst op de dicht geweven structuur van de plasticachtige matten. “Je zou eigenlijk gewoon een hele kamer hiermee vol moeten leggen en dan matrassen er op, kussens… heerlijk om te zitten…” mijmert Jaap alsof een nieuw idee zich in zijn hoofd langzaam ontwikkelt, alsof hij al ziet dat deze binnenhuis-architectonische nieuwigheid de markt zal gaan veroveren. “Ben je ooit in het Midden Oosten geweest?” vraagt Britt terwijl ze Selattin met een lachje aan kijkt. Jaap schudt zijn hoofd “Ik zou nog graag eens gaan…” begint hij. “Dat wat jij nu omschrijft, zo zien alle bedoeïenententen eruit en veel mensen hebben zo een kamer thuis ingericht… het eet en praat echt heerlijk…” Jaap knikt “Ik moet er toch eens op vakantie gaan.” Zegt hij “Werkbezoek, stel je voor een kantoorgebouw met dan bovenin een kamer waar al het licht binnenkomt door een grote glazen koepel en dan een ronde kamer helemaal vol met matten en matrassen, om even te ontstressen, dat moet werken in deze tijd, iedereen heeft het toch over onthaasten? Wat is er beter dan lekker op de matrassen liggen…” “Met een nargila…” voegt Selattin er met een lachje aan toe. “Een wat?” doet Jaap vragend “Een nargila, een waterpijp… een onafscheidelijk verlengstuk van het mannelijk lichaam…” grapt hij. Jaap knikt “Een grote nar-gila met meerdere uiteinden…” mijmert hij dan verder, dan kan het hele kantoor samen gemoedelijk aan die pijp lurken…” Britt lacht “dikke kans dat de arbo dat verbiedt met de gezondheidswetten van nu…” Tony tikt Jaap aan “Jaap, Thomas loopt met een stok te gooien, dadelijk gooit hij zichzelf erachter aan!” doet ze bezorgd. Jaap rolt met zijn ogen “OK, ik ga er wel even heen…” Hij staat op en wandelt naar de vijver. Britt en Tony leggen de deken die Jaap en Tony hebben meegebracht nu ook goed en beginnen met het uitstallen van de picknickspullen. Selattin staat toe te kijken met Nabila op zijn arm. Als alles klaar staat blijven ze nog even kijken naar de kinderen die vrolijk rondspringen en naar de eendjes wijzen. “Tony…” horen ze opeens achter zich. Sam staat achter hen met zijn handen in zijn zakken. Wat ongemakkelijk blijft hij staan tot Britt op de mat wijst “Kom erbij zitten…” ze kijkt Tony met opgetrokken wenkbrauwen aan en ziet hoe Sam Tony’s blik volgt die is blijven rusten op Vera die op de schouders van Jaap zit en een hoop kabaal maakt. “Ik ben blij dat…” begint Sam, maar zwijgt dan weer als Tony even opzij kijkt en kort knikt. “Zullen we ze maar roepen voor het eten?” stelt Britt voor. “Ik loop er wel even heen.” Zegt Selattin snel en stapt weg. Sam haalt adem om weer wat te zeggen en zucht dan maar, omdat hij niet precies weet hoe hij een gesprek moet beginnen met Tony die hem zo overduidelijk vijandig gezind is, omdat hij inbreuk maakt op haar rustige leventje met Jaap. “Luister…” zegt hij dan zacht “Ik ben niet gekomen om iets kapot te maken…” Tony schudt haar hoofd “Dat weet ik…” zegt ze dan en zwijgt weer als ze Jaap en Selattin met de kinderen ziet naderen. “Tony, een eendje die wilde in mijn teen bijten!” roept Thomas enthousiast en ploft bij Tony op schoot neer. “En mij wilde hij ook opeten en daarom was ik op Jaap geklommen.” Gilt Vera vanaf grote hoogte. Jaap gaat zitten en laat haar op zijn schoot glijden. “Wie wil er een wit broodje met kaas, of een wit broodje met ham?” roept Britt als een marktverkoopster en houdt de broodjes in de lucht “Ham, ham, ham!” schreeuwt Thomas en grist een broodje uit haar handen. “Dat is kaas…” zegt Britt een beetje droog. “AAAARCH kaas!” gilt Thomas en wil het broodje weg gooien. Tony maakt een vermoeid gezicht “Jongens, doe eens een beetje rustig. Thomas geef dat broodje maar aan mij, ik wil wel kaas en wacht even dan geeft Britt je wel een met ham en loop niet als een zot te krijsen…” Vera hupt op en neer op Jaaps’ schoot “Ik wil net als Thomas, ik wil net als Thomas!” schreeuwt ze. “Vera!” roept Tony waarschuwend. “Ik wil net als Thomas, ik wil net als Thomas…” fluistert Vera nu met een oogje op haar moeder en kijkt opgelucht als die moet glimlachen en haar een broodje in haar handen schuift. Dan draait ze zich naar Sam en kijkt hem aan “Wie is dat?” vraagt ze haar moeder. “Wie ben jij?” roept ze meteen tegen de vreemdeling. Sam opent zijn mond en Tony zegt vermanend “Vera, niet zo brutaal…” Vera kijkt Sam aan en die hakkelt een beetje overvallen “Ik ben Sam.” Vera knikt “OK, ik ben Vera.” Zegt ze dan en draait zich naar haar moeder toe “Ken jij die?” ze wijst met haar mond vol op Sam. Tony knikt met een lachje “OK, dan is het goed.” Zegt ze. “Ik ben Thomas.” Zegt Thomas dan met volle mond en concentreert zich dan weer op zijn broodje. “Ook een broodje, Sam?” vraagt Britt. Sam knikt en neemt een beetje opgelaten met de situatie een broodje aan, blij dat hij nu iets in zijn handen heeft. Er wordt tijdens het eten wat afgebabbeld en ook Sam draagt een klein steentje bij aan het gesprek, hij kan zijn ogen niet van Vera afhouden die na een half broodje en een halve krentenbol al gauw weer met Dorien en Thomas gaat voetballen. Echt met haar praten komt er niet van, Vera is niet het kind dat een halve seconde kan blijven stil zitten. “Sel, Jaap, komen jullie mee doen?” roept Dorien na een tijdje voetballen. Jaap kijkt Selattin aan “Zullen we dan maar?” Selattin lacht “Vooruit…” Als ze opstaan kijken ze elkaar aan “Nou, kom op…” zeggen ze dan tegen Sam die is blijven zitten “De vrouwen buurten, de mannen voetballen…” wijzen ze. Sam hijst zich blij omhoog en loopt op een holletje achter Selattin en Jaap aan. “Nu hebben we gelijke teams.” Roept Dorien blij terwijl ze de mannen indeelt. “Nog maar twee uur en dan mogen we gaan werken…” mompelt Tony terwijl ze op haar horloge kijkt. “Oh, kom op nou, dit gaat toch niet zo slecht…” sust Britt, terwijl ze toekijkt hoe Sam en Vera gezamenlijk de aanval inzetten op het doel van de tegenstander… waar Jaap als keeper fungeert. “Tja, het kan altijd erger…” mompelt Tony vaag en laat zich achterover op de mat vallen. Britt gaat met een lach naast haar liggen en legt Nabila op haar borst, tevreden strijkt ze door de zwarte haartjes van het kind dat rustig blijft liggen met haar duim in haar mond. Aan het eind van de emotioneel slopende ochtend voor Tony, komt Sam naast haar zitten, Tony vliegt betrapt overeind en kijkt hem aan. “Ik moet er vandoor.” Zegt hij met spijt in zijn stem “Ik heb dienst…” Tony knikt “wij moeten ook zo naar het commissariaat…” Sam knikt “We moeten echt wat drinken binnenkort, met zijn tweeën…” Tony kijkt Britt gealarmeerd aan als Sam op staat. “Je voedt haar geweldig op Tony…” zegt hij dan en loopt weg. “Wat drinken?” steunt Tony. Britt bijt op haar lip om niet te lachen om haar ongelukkige gezicht. “We zullen zien…” zegt ze snel. “Ja, ja…” gromt Tony.
Haar humeur verbetert pas als ze een tijdje later op het commissariaat zitten en er een dossier op hun bureau wordt geworpen “Paultje is weer op gepakt.” Zucht Raymond “Hij zit in verhoor 2, willen jullie je met hem bezig houden? Pasmans en ik moeten weg, we zijn opgeroepen voor een… dode hond, verkrachting of zoiets… ik snap het niet helemaal, maar we willen dit even uit gaan zoeken, als het een kerel is die met die hond…” Tony kijkt hem met een glimlach aan “Paultje… wat leuk… lang niet gezien… ja, doen we graag. Waarvoor is hij deze keer…” Raymond rolt met zijn ogen “OK, het is ook altijd hetzelfde.” Meent Tony hoofdschuddend en trekt Britt mee. Raymond grijnst en loopt achter Pasmans aan de gang door. “Hier, rijdt jij maar…” Raymond werpt Pasmans de sleutels toe, die ze blij verbaasd in het slot steekt. “In een goeie bui vandaag Raymond?” vraagt hij. Raymond knikt “Ik ben de hele ochtend met uw petekind in het park geweest… een heerlijke ochtend gehad.” Verklaart hij. Ze rijden rustig door de straten op weg naar het adres wat ze hebben doorgekregen. “Nou, ik ben benieuwd.” Mompelt Raymond als ze aanbellen. Aan de telefoon heeft hij weinig begrepen van wat de snikkende vrouw hem vertelde. Hij verwacht niet dat hij heeft gesnapt waar ze het over had, omdat alles wat hij begrepen heeft van het gesnotter is dat haar hond verkracht is door een andere hond. En hij kan zich niet voorstellen dat iemand daar de politie voor zou bellen. Zowel Pasmans als hij denken dus dat het gaat om haar dochter ofzo die is verkracht door een hond, of haar zoon die een hond verkracht heeft, of iets in ieder geval… meer aannemelijk dan een telefoontje over een hond die een hond verkracht. Hoe stel je je dat in ’s hemelsnaam voor. Een vrouw doet de deur open en kijkt hen even verbaasd aan alsof ze probeert te plaatsen wat voor mensen ze voor zich heeft. “Oh politie…” roept ze dan met verstikte stem. “Komt u snel mee naar Joney…” Pasmans kijkt Raymond aan, het kan nog steeds alle kanten op, Joney kan een meisje of een hond zijn… “Hij heeft haar vermoord…” roept de vrouw gesmoord vanachter een zakdoek waarin ze toeterend haar neus snuit. Ze gaat hen voor naar een kleine keuken waar op een deken een klein hondje ligt. “een hond…” concludeert Raymond hardop. De vrouw hoort hem gelukkig niet en knielt gekweld neer bij haar dierbare Joney. “Hij heeft haar vermoord…” snikt ze weer. Raymond knielt bij het hondje neer “Hoe is dit gebeurd mevrouw?” zegt hij met een blik op het bloed op de deken. “In het park… in het park vandaag… Ik… ik liet haar uit en ik blijf zelf altijd aan de rand staan, dan laat ik Joney een beetje rondrennen en vandaag… ik riep haar… En normaal gezien komt ze altijd direct terug als ik haar roep, maar ze kwam niet terug, ze kwam niet terug en ik hoorde haar wel blaffen… Ik ging zoeken en uiteindelijk kwam ze aangelopen… bloedend… ze sleepte met haar achterlijf… een van die grote joekels heeft haar verkracht… Hij is op haar gesprongen en heeft haar verkracht…” De vrouw begint hysterisch te huilen terwijl ze op haar hondje neer kijkt en Pasmans concludeert droog voor zichzelf dat ze inderdaad gekomen zijn voor een loops teefje dat is besprongen door een geile reu en letterlijk kapot is geneukt. Hoe deze gore taal in zijn hoofd is binnen gedrongen weet hij zelf ook niet precies, tot hij zich herinnert dat hij gisteren voor zijn TV in slaap is gevallen en wakker werd bij een programma wat hij zeker niet zelf had opgezet en waarvan de inhoud kennelijk via zijn onderbewustzijn toch in zijn hersenen was genesteld. Raymond weegt de situatie af, zou hij serieus een signalement op moeten nemen van de hond die het misschien gedaan kan hebben of zal hij deze mevrouw meteen vertellen dat de politie zich in de regel met iets belangrijkere zaken bezig houdt en dit nu eenmaal de natuur is? Dat ze haar hondje dus beter aan de lijn had kunnen houden… Nouja, dat weet ze nu zelf achteraf ook wel mag hij hopen. Hij probeert de vrouw wat te troosten en besluit uiteindelijk voor de lieve vrede dan toch maar een paar signalementen op te schrijven van eventuele daders. “Je weet toch dat we daar niets mee gaan doen?” wijst Pasmans op zijn blocnootje als ze even later in de auto zitten. “Weet ik,” zegt Raymond en scheurt de blaadjes eruit “Maar dat weet zij niet… Bruine lange haren, rode halsband, God dat slaat toch op de halve hondenwereld…” gromt hij “In ieder geval op alle honden van het zelfde ras.” Tony en Britt hangen aan hun bureau met een kom thee als de mannen terug binnen komen. “Het is niet druk.” Concludeert Pasmans als hij de vrouwen gezellig ziet kletsen “En de baas is er niet…” voegt Raymond daar aan toe. Britt trekt een gezicht, maar ontkent dat laatste zeker niet. “En wat hadden jullie?” wil Tony weten. “Verkrachte hond.” Raymond laat zich met een beker koffie in zijn stoel vallen en Tony kijkt hem met een lachje aan “Door wie?” wil ze weten “Door een andere hond…” Britt lacht “Spannende zaak, hebben jullie de crimineel te pakken?” grapt ze “Het slachtoffer is overleden aan de gevolgen van de verkrachting en we hebben het signalement van de dader genoteerd…” doet Raymond op een zakelijk toontje “Hebben jullie de plek van het misdrijf op sporen uitgekamd?” Tony kijkt hem met een grijns aan “Nee, dat is een goede activiteit voor de komende 12 uren… Ik zal er een technisch team op afsturen…” Pasmans kijkt naar de anderen “Kom op nou, het is natuurlijk niet leuk voor dat baasje…” doet hij verontwaardigd. “Ja, nee… maar daar bel je de politie toch niet voor, tjee, dan moet je je hond niet loslaten hoor, dan gebeurd dat als je teef loops is dan…” vindt Britt “Ja, voor die mensen is hun hondje net zo belangrijk als Dorien voor u hè.” Verdedigt Pasmans de zielige vrouw die nu hondloos is achtergebleven. “Zeg…” Britt heft haar handen op “Laat de kinderen er buiten ja, ik vind het niet echt mooi van je dat je mijn Dorien nu met een hond vergelijkt…” ze trekt een gezicht en buigt zich over het verslag wat ze aan het schrijven is van hun gesprek met ‘Paultje’ de immer terugkerende kleine kruimeldief. Pasmans kijkt Raymond ongemakkelijk aan en wil wat beginnen te stamelen, maar Raymond legt hem met een lachje het zwijgen op. Ze werken een tijd lang allemaal zwijgend aan hun papierwerk tot de telefoon van Britt gaat. Ze neemt op en wacht even “OK, in welk park? OK Sel, we komen er aan…” Ze legt neer en staat op “Werk aan de winkel, Tony, er is geschoten in een parkje, een man is geraakt… hij is naar het ziekenhuis, maar ze weten niet of hij het haalt…” Tony vliegt omhoog, blij dat de neergeschoten man hen heeft gered van nog meer saai papierwerk, en loopt achter Britt aan het lokaal uit. “Oh happy day.” Lacht Britt als ze buiten staan “Ik dacht dat we de hele middag zouden moeten schrijven…” Ze springt in de auto en racet naar het parkje. “Dag schat…” Selattin kijkt even op als Britt achter hem komt staan en met de handen in de zakken van haar jasje informeert wat er gebeurd is. “Dag lieverd…” antwoordt hij en staat op. “Zo vertel…” eist Tony enthousiast “Wat hebben we?” Vanneste komt erbij staan “Een man is neergeschoten, hij was aan het wandelen in het park met zijn hond, zijn hond is tevens ook de enige getuige geloof ik, niemand hier heeft wat gezien, toen ze het schot hoorden kwamen sommigen naar buiten…” Hij wijst op een groepje mensen die bij elkaar staat en waar hij zojuist vandaan is komen lopen. “Een van hen heeft nog iemand weg zien lopen, maar zo weinig gezien dat hij zelfs niet eens kan zeggen of het jongen, een meisje, een man of een vrouw was…” Hij trekt er een gezicht bij. “Juist ja…” mompelt Tony “De schutter of –ster heeft daar in de bosjes gezeten, dat weten we wel en is die kant op gerend…” Hij wijst in de richting van een straat. Zo weten ze nog niet veel. “Zal de man het halen?” vraagt Britt. Selattin haalt zijn schouders op “Zelfs al zou het maar een schampwondje zijn geweest, ik weet het niet, het was Vanwijk op de ambulance en…” Lachend onderbreken Tony en Britt hem tegelijkertijd met een vrolijk “Dat is nog niet te zeggen, dat is nog niet te zeggen…” Selattin knikt en gebaart wat “Inderdaad… die” Vanneste kijkt naar de groep mensen “Ik ga nog even verder met opschrijven met wat zij daar gezien hebben…” gebaart hij en stapt weer weg. “We weten dus niet zoveel, we weten eigenlijk niet meer dan dat er iemand in de bosjes gezeten heeft en heeft geschoten op een man die hier in het park wandelde. Hebben we de naam van het slachtoffer?” wil Britt weten. Selattin knikt “Jacques Prevert... geloof ik...” Selattin kijkt op zijn blaadje en knikt dan. “Jacques Prevert,” herhaalt Britt een beetje ongelooflijk “De dichter?” Selattin kijkt haar aan en knikt met een glimlachje “Ik gok er niet op… Gaan jullie aan de gang om die man na te trekken? Dan kunnen jullie meteen die hond naar zijn huis brengen…” Hij wijst op een mooie labrador die aan een bankje is vastgebonden met zijn riem en geduldig zit te wachten tot iemand hem komt bevrijden. Britt pakt haar mobiele telefoon en niet veel later heeft ze van Pasmans een adres bij de naam van de man die is neergeschoten. “Kom… dat is te lopen, dat is daar…” wijst Britt en ze knoopt de hond los die vrolijk tegen haar op begint te springen. “Ja, ja… rustig maar…” Tony neemt de riem over van Britt die haar een beetje angstig aan kijkt. “Kom…” roept ze tegen de hond en begint te rennen. De hond huppelt vrolijk naast haar “Waarom hebben zij geen hond?” vraagt Selattin. “Jaap vindt dat geloof ik te veel, twee kinderen en een hond op de boot.” Selattin knikt “Hij heeft groot gelijk.” Britt gaat met een lachje achter haar collega aan die al bijna bij het huis is en wacht tot Britt er bij is gekomen om aan te bellen. Voor de deur staat een auto geparkeerd en het duurt niet lang of een vrouw met mooie rode krullen opent de deur. “Hoi, kan ik u helpen… Hé Poes, wat doe jij hier?” Ze buigt zich naar de hond en krabbelt hem achter de oren, de hond likt haar blij in het gezicht en springt langs haar heen naar binnen. “Poes?” Britt kijkt haar vragend aan “Geintje van mijn vriend… waar is Jacques trouwens?” Ze kijkt achter hen alsof ze hem daar verwacht te zien. “Mevrouw kunnen wij even binnen komen? Wij zijn van de politie?” De vrouw kijkt langs hen heen naar het park waar een aantal mensen nog altijd bij elkaar staan. “Is er wat gebeurd, die ambulance die ik daarnet zag toen ik thuis kwam… is er wat gebeurd?” Britt die het niet ziet dat ze spoedig binnen zullen worden genood knikt “Uw vriend is neergeschoten toen hij met de hond in het park liep.” Zegt ze maar. “Wat? Hoe… hoe is het met hem, hij is toch niet…” Tony wil bijna ‘dat is nog niet te zeggen’ zeggen, maar houdt zich in “We weten het niet precies, u kunt dadelijk met ons mee gaan naar het ziekenhuis, wij gaan ook even kijken. Hij was in ieder geval zeker niet dood toen ze hem meenamen.” Zegt ze snel. Ze haat Vanwijk, hij geeft vaak niet eens een kleine hint of het slachtoffer half dood, er geweest of nog te redden is, zodat ze in ieder geval enige bijzonderheden kunnen geven. De vrouw knikt bezorgd en stapt opzij om Tony en Britt binnen te laten. “Had uw vriend vijanden, zo dat u weet?” vraagt Britt als ze binnen staan. De vrouw schudt haar hoofd. “Jacques is een… hij is een hele vrolijke vent, vrienden met iedereen, ik zou niet weten wie hij in ’s hemelsnaam tot vijand zou kunnen hebben gemaakt… Hij maakt met iedereen een praatje, is altijd vrolijk en vriendelijk…” Britt knikt “Wat voor werk doet hij?” wil ze weten. De vrouw kijkt haar aan “Hij is leraar Spaans en Italiaans, vertaler en in zijn vrije tijd toneelregisseur… niet echt jobs waar je veel vijanden mee maakt, toch?” Tony wil maar niet zeggen hoeveel vijanden leerkrachten gewoonlijk hebben en ook toneel regisseurs kunnen misschien maar beter uitkijken als ze iemand afwezen op de audities. Er zijn nog maar weinig risicovrije beroepen tegenwoordig, is haar pessimistische kijk op de maatschappij. “Laten we maar naar het ziekenhuis gaan,” stelt ze voor “Dan babbelen we onderweg verder.” De vrouw gaat achterin zitten en gaat tussen de stoelen door hangen om door de ruit te kunnen kijken. “Bij welk gezelschap is hij regisseur?” Britt noteert de naam die de vrouw noemt “En waar geeft hij les? Doet hij dat parttime trouwens?” De vrouw bevestigt dat en geeft en passant ook de naam van de uitgeverij waarvoor Jacques vertaalwerk doet. “Vrienden, kennissen die hij de laatste tijd nog gezien heeft… heeft ie toevallig laatst nog eens ruzie ergens over gehad, onenigheid…” De vrouw schudt haar hoofd “Nee echt niet, niet dat ik weet toch… en hij vertelt me wel echt alles, dus… Ja, ik zou echt verrast zijn als het wel…” Ze zucht “Maar ja, ik zou ook echt niet weten wie hem zou willen neerschieten, dus misschien vergis ik mij wel vreselijk… Blijkt ie straks bij de maffia te zitten…” ze glimlacht om haar eigen grapje. Bij het ziekenhuis ziet Tony Sams auto staan en moet zichzelf bedwingen om hem niet vast te zetten. Britt ziet haar naar de auto kijken en lacht even zachtjes. “Fijn hoor…” mompelt Tony als ze Sam ziet staan als ze de gang in komen lopen. “Doorbijten…” Britt klopt haar plagerig op haar schouder. “Ha, jullie komen voor die man die is neergeschoten?” raadt dokter de Groot en zijn ogen glijden naar Tony die opeens zeer geïnteresseerd uit het raam staat te gapen. Hij wendt zich maar tot Britt als Tony hem geen aandacht lijkt te willen schenken. “Het valt gelukkig erg mee, de kogel is in zijn bil terecht gekomen, en hoewel het de komende tijd wat pijnlijk zal zijn bij het zitten is daar een dusdanige vleesmassa dat de kogel weinig schade heeft aangericht… er zijn geen vitale delen geraakt…” stelt hij de vriendin van Jacques meteen gerust. Die knikt opgelucht en volgt de dokter naar het zaaltje. “Ik neem aan dat jullie de kogel willen hebben?” raadt hij als hij Britt en Tony ziet wachten bij de deur. “Ja en we willen ook met hem spreken…” gebaart Britt. Tony mompelt wat onverstaanbaars. “Breng jij anders de kogel naar het labo, dan spreek ik even met Sam hier en…” stelt Britt snel voor. Met een korte knik grist Tony de kogel uit Sams’ handen en loopt met grote stappen weg. “Ik zou willen dat ze wat minder vijandig deed…” zucht Sam als hij haar nakijkt. “Tja Sam, je komt ook zomaar opeens terug… zij heeft haar leven nu eindelijk voor elkaar, je snapt toch wel dat ze dan niet dolblij is als je opeens weer op de stoep staat…” doet Britt wat geïrriteerd, nu Tony er niet bij is durft ze dat wel te zeggen, als die hier nu nog had gestaan had ze waarschijnlijk de boel proberen te sussen. Sam knikt en bijt op zijn lip “Ik weet dat ik…” begint hij. “Ik ben niet gekomen om het daar over te hebben, dat is iets wat je met Tony op moet lossen.” Kapt Britt de discussie af voor ie begonnen is “Wat kan je me vertellen over die man?” Sam zucht even en kijkt Britt dan aan “Hier heb je het attest, ja, ik heb niet veel bijzonderheden. De kogel lijkt me niet een kogel uit een pistool, meer een jachtgeweer… Verder zei de man me dat ie meerdere schoten had gehoord, maar hij is meteen op de grond gevallen toen hij geraakt werd…” Britt knikt “We zoeken de omgeving nog af, dikke kans dus dat ze nog kogels in een boom vinden ofzo.” Denkt ze hardop “Ik kan hem gewoon gaan verhoren nu?” vraagt ze voor de zekerheid voor ze de zaal op loopt. Sam knikt “Britt… kun jij misschien tegen Tony zeggen dat het me echt spijt allemaal?” vraagt hij licht smekend. Britt zucht en knikt dan voor ze naar het bed toeloopt. “Meneer Prevert?” De man knikt “Noem me maar Jacques…” zegt hij met een glimlach. “Wie had dat gedacht, dat ik ooit nog verhoord zou worden door de politie omdat ik door de een of andere onverlaat in mijn achterwerk geschoten was?” Kennelijk kan hij zelf al een beetje om de situatie lachen nu hij weet dat het niets ernstigs is. Ook zijn vriendin grinnikt hartelijk met hem mee. “Ja, je zult op de blaren moeten zitten…” wijst ze. “Lach jij maar, jij mag de komende tijd met limonade en ijs naar me op en neer sjouwen, ik ben nu zielig, dus verwacht ik tederheid en zorg van jou…” plaagt de man haar. “U heeft er niet zoveel last van nu?” raadt Britt. “Ik zit onder de pijnstillers, ik kan je vertellen dat het daarstraks behoorlijk zeer deed, ik dacht echt dat mijn kont van me afgeschoten werd!” Britt perst haar lippen op elkaar om niet te lachen. “Vertelt u het eens vanaf bij het begin.” Stelt ze voor. “Ik liep met Poes in het park… Poes is mijn hond…” Britt knikt “Dat had ik al begrepen.” Zegt ze snel met een knikje naar de vriendin van de man. “Maakt u zich geen zorgen, als het kind er is dan geven we het wel een normale naam…” glimlacht hij met een klopje op de buik van zijn vriendin. “Ha, u bent zwanger?” De vriendin knikt “Pas drie maanden, dus we moeten nog even geduld hebben…” De man gaat een beetje verliggen en gaat dan verder “Nou dus ik liep in het park en ik had Poes even losgelaten. Dat doe ik wel vaker, hij luistert bijzonder goed, dus als ik roep is hij meteen bij me, daarbij is hij echt een hele lieve hond en hij doet niemand kwaad hoor, meestal is er toch niemand op het park op de tijden dat ik er ben…” doet hij verontschuldigend, omdat hij weet dat honden eigenlijk alleen aangelijnd in het park mogen lopen. Britt knikt, veel details over die hond heeft ze niet nodig, dat lijkt haar nou niet echt een belangrijk aspect in deze zaak. “In het vervolg kunt u hem toch beter aangelijnd houden…” zegt ze snel om een beetje correct over te komen. De man knikt gedwee. “Tja, dus ik liep met Poes in het park en we waren een beetje met een stok aan het spelen en dan gooi ik de stok weg en Poes haalt hem en hij komt hem terug brengen en net op het moment dat ik me voorover buk om de stok af te pakken en hem te aaien hoor ik een schot en nog een of twee achter me en opeens voel ik een ongelooflijke pijn in mijn ko… achterwerk… Ik zweer je ik ging door de grond… Dus ik flikker op… val op de grond en kijk om naar Poes die achter iemand aan begint te rennen die uit de bosjes achter me komt. Een man, ik ben zeker dat het een man was… met een lang geweer had ie… maar dan werd alles een beetje wazig en zwart, ik verging echt van de pijn… Gelukkig was er nog iemand in het park en die heeft toen de politie en de ambulance gebeld… Ja meer weet ik ook niet… toen is de ambulance gekomen…” De man zucht, veel weet hij er niet meer van en veel details kan hij ook niet geven. Britt hoopt dat ze wat meer los kunnen krijgen van iemand die daarna het park in is gekomen en die de politie gebeld heeft. “het was een grote kerel…” mompelt de man “en volgens mij kende ik hem wel… niet kennen, maar ik heb hem wel eens vaker gezien daar… met een hond misschien?” Hij kijkt voor zich uit en Britt luistert oplettend naar zijn gemompel. Een medehondenbezitter die de man van het park kent? Waarom zou zo iemand deze man willen neerschieten. Ze gaat nog een tijdje door op vijanden, kennissen, wat dan ook, maar ook de man kan in de verste verte niemand verzinnen die hem naar het leven zou staan. Nog niet veel wijzer en met een opkomende hoofdpijn van de ziekenhuislucht staat ze een tijdje later weer buiten als Tony haar gebeld heeft dat ze niet naar boven komt dat zij maar naar beneden moet komen. “Het is geen kogel uit een pistool, maar uit een jachtgeweer.” Zegt Tony als Britt bij haar in de auto stapt. “Dat weet ik.” Zegt Britt “En Selattin heeft een getuige op het bureau waar we misschien wat wijzer van worden. Hij neemt nu een verklaring op, als we binnen rijden kunnen we kijken of we daar iets mee kunnen… Wat is er? Ben je OK?” Britt knikt “Ik krijg altijd hoofdpijn van die ziekenhuislucht.” Zegt ze snel als ze Tony wat bezorgd ziet kijken. “De volgende keer ga ik,” belooft Tony plechtig “Dat is… als Sam geen dienst heeft.” Zegt ze er snel achteraan. Britt ziet inmiddels gouden puntjes en kringetjes verschijnen op haar netvlies en sluit even haar ogen. Ze weet dat het een optelsommetjes is van meer dan een ding, de ziekenhuislucht, OK, het weinig slapen met een kleine baby die niet lijkt te beseffen dat er ’s nachts geslapen dient te worden, het gedoe met Tony en Sam nu waar ze zo zenuwachtig van wordt. Ze besluit tenminste een oorzaak te elimineren, Sam, ze zal Tony inderdaad binnenkort eens dwingen het zelf eens uit te gaan praten met Sam. Het is toch van de zotten dat zij een beetje met hoofdpijn rond zou gaan lopen waar Tony zelf beter wat last zou kunnen hebben van haar eigen weigering om met de vader van Vera te praten. “Waar heb ik die gelaten?” mompelt Britt als ze even later op het commissariaat naar haar pijnstillers zoekt die ergens in haar schuif moeten liggen. “Wat ben je kwijt?” wil Selattin weten als hij binnen komt. “Huh?” te snel komt Britt omhoog en met een kreun knijpt ze haar ogen dicht. “Auw…” mompelt ze. Selattin knielt bezorgd bij haar niet. “Wat is er?” wil hij weten. “Gewoon hoofdpijn en ik kan die pillen niet vinden…” mompelt Britt geërgerd. “Ik vind dat je toch eens zou moeten laten onderzoeken of je niet migraine hebt…” mompelt Selattin terwijl hij met een gebaar als een goochelaar de pillen uit Britts’ schuif omhoog vist. Hij masseert Britts’ schouders even tot hij ziet dat het haar weer wat beter gaat en legt dan een uitgeprint velletje bij haar neer. “Verklaring van de getuige die we verhoord hebben. De enige getuige die er eigenlijk heel snel bij was, hij heeft de 100 gebeld, hij was ook met zijn hond in het park…” Britt knikt en kijkt naar het park, de gouden puntjes en kringen die haar zich een beetje vertroebelde zijn langzaam weg getrokken. Ze weet dat Selattin gelijk heeft, hoogst waarschijnlijk heeft ze ergens iets in de trant van migraine, dat weet ze natuurlijk al langer, want ze heeft al jaren last van die hoofdpijnbuien. Ze heeft echter weinig zin om het te laten onderzoeken, dat gezannik bij de dokter of in het ziekenhuis, als ze dat kan vermijden… En dat kan ze als ze Tony lekker haar eigen problemen laat oplossen en zich er niet tegenaan gaat staan te bemoeien. Ze besluit ook om Selattin vannacht te vragen op te staan en haar te laten slapen als Nabila wakker is, dan kan ze eens een nacht fatsoenlijk slapen, hetgeen ongetwijfeld ook wonderen doet. Ze leest vluchtig over het papiertje heen en staat dan op. “Tony…” roept ze de gang in en wacht tot Tony aan het bureau verschijnt. “Waar was jij?” wil ze weten “Pasmans kwam net met deze binnen.” Tony gooit een dossiermapje op het bureau “OK… wij hebben dit hier, getuigeverklaring… Luister, die man zei me dat hij de man die hem neerschoot herkende of zoiets, hij herkende hem van het park, een man met een hond misschien en deze getuige zegt ook dat hij een man zag weg rennen. ‘Ik dacht dat ik die man kende, ik zie hem wel eens lopen met een klein wit poedelachtig hondje, belachelijk zo’n grote sterke kerel met overal tatoeages en dan zo’n stom kuthondje’ ik citeer…” wijst ze met een lachje op het velletje. Selattin lacht op de achtergrond zachtjes “Ik heb ook alleen maar letterlijk opgeschreven wat hij zei.” Doet hij verontschuldigend. “Ik dacht dat jij dit soort termen zelf verzon.” Grinnikt Tony “Nee, dat heet woorden in de mond leggen…” Tony kijkt Britt aan “We moeten dus eigenlijk gewoon wachten tot die vent terug komt naar het park om zijn hondje uit te laten…” Britt zucht “Ja, als hij dat nog doet, ik bedoel misschien zoekt hij nu wel een ander park… Maar waarom wil zo iemand op die Prevert schieten? Ik bedoel als we hem moeten geloven kent hij die man helemaal niet en ja ik weet niet wat jij denkt, maar ik had echt niet het idee dat hij iets verborg ofzo… Ik weet het ook niet hoor…” Ze zucht even verward, de man leek zo onbezorgd en vrolijk, zou hij werkelijk in iets donkers verward kunnen raken. “Misschien…” Tony knijpt haar ogen samen “Misschien was er nog wel iemand in het park en stond ons slachtoffer wel gewoon in de weg…” Ze oppert het op een toon alsof ze er zelf ook ernstig aan twijfelt, maar Britt wil deze optie wel in overweging nemen, want dit klinkt haar bijna nog het meest logisch in de oren. “Heeft die getuige van jullie nog andere mensen gezien in het park?” Ze draait zich naar Selattin en Vanneste. Die schudden hun hoofd. “Nee, alleen die man met zijn hond en die man die wegliep dus…” Pasmans neemt zijn telefoon op die hinderlijk rinkelt “Met Pasmans…” Britt probeert zich af te sluiten voor Pasmans stem en kijkt geconcentreerd naar de verklaring van de getuige. Als Pasmans neerlegt roept hij boos uit “Die stomme hond weer, ze gelooft toch niet serieus dat wij daar werk van maken?” Hij kijkt Raymond verontwaardigd uit. Raymond glimlacht “Ja, we kunnen natuurlijk verdachten gaan zoeken in het Muinkpark…” stelt hij voor. “Het Muinkpark?” Britt kijkt op en onderbreekt hem onmiddellijk. “Het Muinkpark?” herhaalt ze. Raymond knikt en maakt dan een begrijpend ‘oh’geluid. “Je meent toch niet dat dit er serieus mee te maken kan hebben?” Tony kijkt Britt aan. “Ik denk dat wij eens een bezoekje moeten brengen aan die bazen van de overleden hond.” Zegt Britt en staat op, zij heeft plots het gevoel dat dit inderdaad de oplossing is van de zaak. Tony knikt en schiet haar jas aan terwijl ze achter Britt aan loopt. “He, passen jullie wel op, als hij daar is is hij gewapend!” roept Selattin hen achterna. Britt stopt even. “Wij rijden wel achter jullie aan…” Raymond staat recht en wenkt dat Pasmans met hem mee moet komen. Ze rijden rustig naar het huis van de vrouw met de hond zoals Tony haar al noemt en parkeren daar langs de kant. Als ze uitstappen zien ze Raymond de politiecombi parkeren. “Blijven jullie nog even hier, dan gaan wij eerst polshoogte nemen…” zegt Britt en stopt dan midden in haar zin als ze voor haar ogen ietsje verderop in de straat een oude vrouw op een fiets om ziet vallen. Met een gekletter valt de fiets met de vrouw op de grond. De vrouw blijft verdwaasd op de grond liggen en begint dan te kreunen. Alle vier rennen ze op haar af en knielen bij haar neer. “Mevrouw, mevrouw…” Britt raapt de bril op van de vrouw en kijkt er naar, het ding is lelijk ontzet. De vrouw kijkt haar wat verbaasd aan. “Ik geloof dat ik viel…” kreunt ze moeizaam. Raymond haalt voorzichtig de fiets van haar af en Pasmans helpt haar overeind. “Mevrouw, waar moet u zijn?” vraagt Britt terwijl ze de vrouw probeert aan te kijken. Die kijkt niet begrijpend terug “eh?” doet ze, ze heeft gezien dat Britt wat zei, maar er duidelijk niets van begrepen. “Waar wilt u heen?” vraagt Britt nu duidelijk. “Ja kind… ik ben alleen…” antwoordt de vrouw vaag. Britt kijkt Tony aan. “Ik vroeg u waar u heen moet!” schreeuwt Britt nu en ziet het gezicht van de vrouw nu oplichten. “Ik ga naar mijn dochter naar… eh…” Ze kijkt Britt aan alsof ze van haar hulp verwacht inzake de naam van haar dochter die ze duidelijk niet meer kan herinneren. “Ik ga naar ons Mieke… nee… niet ons Mieke… kom, wie woont er ook al weer daar bij het park…wie…” Ze kijkt om zich heen “Waar ben ik ook? Het is hier ook allemaal veranderd… Naar wie ga ik….? Niet naar ons Mieke… maar wie ben jij?” Ze kijkt Britt vragend aan. De vrouw is volledig in de war, concludeert die vakkundig. Ze horen een voordeur open gaan en een vrouw komt naar buiten gerend. “Och nee toch, Rietje…” Een vrouw van Britts’ leeftijd knielt bij het vrouwtje neer dat nu opgelucht op kijkt bij het horen van haar naam. “Rietje… ben je nu gaan fietsen?” De vrouw kijkt het oude dametje verbaasd aan. “Je weet toch dat dat echt niet meer kan, je kan echt niet meer op die fiets blijven zitten. Hier kom op, sta op, ik breng je thuis en ik bel Marja op…” De vrouw knikt en lacht een tandloze mond open “Marja…” herhaalt ze dan en draait zich naar Britt “Ik ging naar ons Marja…” De vrouw schudt haar hoofd “Rietje, je weet toch dat je niet naar Marja toe kunt fietsen… die kruising daar is veel te druk geworden, dat is allemaal veranderd en je kan Marja toch gewoon bellen, dan komt ze wel… en dan gaan we even een nieuwe jurk aan trekken…” Het oude mensje glimlacht weer “Een nieuwe jurk?” herhaalt ze verbaasd “Ja Rietje, je hebt een gat in deze gevallen… en in je kousen, daarbij kan je wel een schone onderbroek gebruiken volgens mij…” Ze zet kordaat het vrouwtje op haar twee spillenbeentjes en houdt haar overeind terwijl ze met de andere hand de fiets van Raymond overneemt. “Ik ga de banden leeg laten.” Mompelt ze. Ze draait zich om naar Britt. “Bedankt, ik neem haar wel mee naar huis, ze woont daar…” Ze gebaart naar het einde van de straat “Ze is niet ver gekomen dit keer, meestal is er wel iemand die haar van het kruispunt af moet plukken… Ze is echt dement aan het worden en dan wil ze naar haar dochter toe… maar dat kan dus echt niet meer… Ik bel Marja wel weer op, dan komt ze zo wel…” Met een zucht stapt ze weg met het oude vrouwtje dat als een klein kind zich vastklemt aan haar arm. Britt kijkt Tony aan “Ik hoop dat mijn moeder nooit zo wordt.” Spreekt ze de hoop uit nooit door het zelfde te moeten gaan. “Het lijkt me gruwelijk als je moeder je eigen naam niet eens meer kent…” Tony trekt een grimas “Ik zou verbaasder zijn als mijn moeder mijn naam nog wel kende, de alcohol moet die laatste overige hersencellen toch wel dusdanig aangetast hebben dat dat risico er niet meer in zit.” Ze lopen richting het huis en Britt belt kort aan. Raymond en Pasmans hangen aan de overkant van de weg tegen hun auto aan. Een vrouw met dikke rode ogen doet open. Nog altijd in rouw om haar hond, denkt Tony en steekt haar penning naar voren. “Tony Dierckx en Britt Michiels, politie Gent… mogen wij even binnen komen?” De vrouw kijkt hen aan “Komen jullie ook voor Johney?” De politie lijkt te stijgen in haar achting. “Voor wie?” doet Tony verbaasd “De hond.” Weet Britt haar snel te informeren als ze achter de vrouw aan lopen de kamer door naar de keuken waar het lijkje van een klein poedelachtig hondje in een mandje ligt. “Waar is uw man?” vraagt Tony tussen neus en lippen door. “Henry is naar de shoarmazaak, eten halen… Hij is niet mijne man, hij is mijne vriend…” verbetert ze. Britt knikt en kijkt even rond, op de salontafel ligt een jachtgeweer, alsof het daar achteloos is neer gesmeten. “Is dat van hem?” Britt gebaart naar het geweer. De vrouw knikt en kijkt Britt een beetje achterdochtig aan “Hij heeft daar een vergunning voor.” Zegt ze snel. “Komt hij zo thuis?” wil Tony weten, de vrouw knikt en gaat op een keukenstoel zitten. “Dan willen wij graag op hem wachten hier… kan dat?” De vrouw knikt weer en Tony belt snel naar Raymond. “Zorg dat jullie auto niet zichtbaar in de straat staat, die vent is weg en komt zo weer terug, ik zie hier dat geweer liggen dus ik denk dat de zaak opgelost is…” Britt is bij de vrouw blijven zitten “U weet welke hond dat de gedaan heef hè…?” vraagt ze met een stem vol geveinsd medeleven, voor haar is een hond maar een hond en ze moet tot het uiterste gaan om zich in te leven in de situatie, de dood van een hond zou voor haar zeker geen reden zijn om op de eigenaar van de andere hond te gaan lopen schieten, zoals ze vermoedt dat er gebeurd is. De vrouw knikt en onderdrukt een snik. “Hij laat hem altijd loslopen, die grote labrador van hem…” Britt kijkt de vrouw aan “Weet u zijn naam?” vraagt ze “Nee, maar het is die man met dat hoedje op en… Henry ziet hem ook altijd in het park met zijn hond… Die hond zit altijd achter mijn Johney aan… maar ik heb haar altijd aangelijnd, altijd… Nee… niet altijd… ik laat haar altijd een beetje rondrennen, maar ik houd altijd in de gaten waar ze blijft… Vandaag was ze even weg uit mijn blikveld… Ik…” Haar stem wordt verstikt en met tranen in haar ogen kijkt ze naar het poedelachtige wezentje in de mand. “Ze was achter een stel bosjes verdwenen en toen ik haar riep kwam ze niet terug… Ik bleef roepen en ik ging haar zoeken, ik hoorde haar wel, maar ze kwam niet en toen… toen kwam ze en ze bloedde…” De vrouw lijkt alles weer opnieuw te beleven. “En ik zag die hond weg rennen, die hond die haar altijd bespringt, die… die van de man met het hoedje… maar ik zag de man met het hoedje nergens en ik…” Ze kijkt Britt aan “En dat heeft u ook tegen Henry vertelt niet waar?” vraagt Britt indringend. Tony hangt in de deuropening mee te luisteren met ondertussen een oog op de straat door het grote raam in de kamer. De vrouw zucht en knikt dan in een antwoord op Britts’ vraag. “Hij wist ook wel welke hond het was… maar weet je, de politie doet toch niets, tenminste dat zei Henry. De politie gaat heus niet aankloppen bij zo’n eigenaar, maar Johney is wel dood… verkracht en vermoord…” roept de vrouw uit “Heeft u kinderen?” ze kijkt Britt fel aan. “Nou eh…” doet die een beetje afstandelijk omdat ze al inziet waar deze gestoorde dame heen wil “Vast wel, nou Johney is als een kind voor mij… ze heeft een eigen kamertje hier boven en ik… een eigen garderobe en ik… Nu ben ik mijn kind verloren.” Tony rolt met haar ogen en Britt probeert haar gezicht in de plooi te houden. “en toen hebt u uw vriend verteld welke hond het gedaan had en hij is daar naar toe gegaan…” raadt ze. De vrouw knikt zwijgend en haar ogen gaan naar het jachtgeweer dat op de salontafel ligt. “Ja, hij is naar het park gegaan… Er zou toch niemand zijn die naar ons luisterde bij de politie, die zouden toch niets doen en als iemand een kind verkracht en vermoord dan wordt die toch ook gestraft en…” Britt kijkt Tony aan “Maar u begrijpt toch wel dat het niet echt normaal is om de eigenaar van de hond neer te gaan schieten als diens hond…” De vrouw onderbreekt Britt “Niet de eigenaar… nee, de hond!” Ze kijkt er wat grimmig bij, ze is duidelijk voor de doodstraf in dit soort gevallen. “De hond, hij heeft Johney verkracht en vermoord, Henry zou hem zijn verdiende loon geven.” Tony komt uit de deuropening en loopt naar de tafel toe “Dat ik dit even goed begrijp, Henry wilde de hond dood schieten?” vraagt ze nu luid en duidelijk. De vrouw knikt met tranen in haar ogen. “Heeft hij u ook verteld of hij de hond geraakt heeft?” Britt hangt achterover in de stoel en kijkt Tony nu een beetje geamuseerd aan. “Nee, maar hij zei dat ie ‘m te pakken had, dus ik dacht…” Britt onderdrukt een lachje “Hij heeft de eigenaar van de hond in zijn achterwerk geschoten, de hond is kunnen ontkomen.” Ze horen een sleutel in het slot van de voordeur en gaan allebei rechtstaan. Als de man de kamer binnen komt en de twee vrouwen bij de salontafel ziet staan kijkt hij om naar de deur. “U hoeft niet de deur weer uit te gaan, daar staan twee van onze collega’s op u te wachten.” Zegt Tony droog en stapt dan naar voren om de man te arresteren. “Ja luister ik wilde de hond raken hè, maar die vent ging er voor staan.” Roept de man paniekerig “Ja, dat kunt u allemaal op het commissariaat komen uitleggen.” Belooft Tony voor ze hem arresteert nog snel. De vrouw staat er zachtjes huilend bij. “Misschien kunt u uw hondje toch maar beter wel begraven voor het gaat stinken.” Raadt Britt haar nog aan voor ze de deur uit wandelen. 
“Zo, ga je nog mee wat drinken? Jaap is thuis, Selattin is al naar huis, wij kunnen gaan stappen…” Britt kijkt haar aan en gaapt eens flink. Ze hebben net het verhoor van de man afgerond en zijn verklaring opgenomen, daarna zijn ze nog naar het ziekenhuis gegaan om de man met het hoedje, oftewel, Jacques, gerust te stellen. Die had onmiddellijk beloofd langs te gaan bij de vrouw van het hondje, maar wist ook te vertellen dat het onmogelijk Poes geweest kon zijn omdat die op dat moment met hem aan het strand, ze waren die ochtend pas terug gekomen van een paar dagen strand en waren dus op de tijd dat het gebeurd was niet in Gent geweest. “Hij heeft een alibi.” Had hij lachend gezegd over Poes. “Wat drinken…” herhaalt Britt “Nouja, even dan, maar ik wel op een redelijke tijd naar huis, ik ben doodmoe, ik wil slapen, maar ik wil ook heel even met jou spreken.” Als ze even later aan een wijntje zitten bij de combi kijkt Britt Tony aan “Tony je moet met Sam gaan praten, geloof me, je geeft mij kopzorgen zo en het is voor jezelf ook veel beter als jullie gewoon een keertje samen gaan zitten en de boel bespreken. Je kunt het niet eeuwig uit de weg gaan, ik denk dat het voor jullie allebei heel wat rustiger en minder ongemakkelijk zal zijn als jullie het gewoon uitgesproken hebben met twee, zonder mij of zonder zijn kinderen erbij… Je zult hem nog vaak tegen komen en dat kan echt niet iedere keer zo gaan zoals vandaag…” Britt heeft expres snel gesproken en haast zonder adem te halen, om Tony geen kans te geven om er tussen te komen, maar nu ze stopt verwacht ze een stroom tegenwerpingen van Tony, die komen echter niet. Tony kijkt haar aan en zwijgt even “Ja,” zegt ze dan “ik denk dat je gelijk hebt…” Britt die nog niet helemaal geanticipeerd heeft op het feit dat Tony het direct met haar eens zal zijn gaat verder met de argumenten die ze in haar hoofd had “Kijk, je bent nu toch gelukkig met Jaap en hij met jou, jullie gezinnetje kan wel tegen een stootje, ik denk dat het niets kapot maakt als je nu gewoon met Sam gaat praten, dat kan alleen maar meer duidelijkheid scheppen en het zal Jaap echt niet doen twijfelen aan je loyaliteit tegenover hem en…” Dan stopt ze en kijkt Tony aan “Je zei ja hè?” zegt ze dan twijfelend. Tony kijkt haar met een lachje aan. “Inderdaad, ik zei ‘ja’…” grinnikt ze en kijkt naar het verbaasde gezicht van Britt “Oh… OK, da’s dan sneller dan ik gedacht had.” Tony neemt een slokje wijn “Weet je, je hebt gelijk.” Zegt ze als ze haar wijn heeft doorgeslikt “Ik ben nu veel rustiger, ik heb mijn leven voor elkaar, ik hoef niet bang te zijn voor enige invloed van Sam daarop… Ik ben toch degene die kan bepalen hoeveel invloed hij heeft…” Britt knikt enthousiast. “Bel hem,” zegt ze als ze haar wijn op heeft “Ik ben moe, ik ga naar huis, bel hem en laat hem hierheen komen.” Tony kijkt haar even twijfelend aan en trekt dan haar mobiel tevoorschijn. Britt moet bijna lachen als ze ziet dat het telefoonnummer van Sam in Tony’s telefoonnummerlijst staat. Tony denkt er duidelijk al veel langer aan om hem te bellen. Als Tony op ‘bellen’ heeft gedrukt kijkt ze Britt aan “Ja, ik had het er in gezet om hem een keer te bellen om hem de huid vol te schelden…” verontschuldigt ze zich met een lachje en kijkt betrapt als er aan de andere kant wordt opgenomen. “Hi Sam, met Tony… Ik zit in de combi, wij moeten praten… ja, dat is goed… tot zo…” Ze legt haar telefoon weg en kijkt Britt aan. “Bedankt.” Zegt ze dan. “Ik blijf nog wel even tot hij er is.” Glimlacht Britt en zet zich weer aan tafel. Ze kletsen nog wat over hun bizarre zaak van vandaag en vragen zich af hoe het zal zijn met de vrouw die haar poedeltje heeft moeten begraven. “Het is belachelijk hoe mensen maar honden met kinderen blijven vergelijken.” Vindt Britt. “Tja, als je geen kinderen hebt en dat is alles wat je hebt, ja wie weet…” komt Tony op voor alle gestoorde hondenbezitters. “Kom nou een hond met een eigen kamertje, dat gaat toch wel erg ver…” vindt Britt op hoge toon. Tony moet lachen “Tja, het is wel fijn om te kunnen zeggen ‘Ga naar je kamer’ in plaats van ‘ga naar je mand’ en als je de ruimte hebt…” Ze lacht als ze Britts’ gezicht ziet. “Als jij later een zielig oud vrouwtje bent dat niet meer op haar fiets naar haar dochter kan rijden omdat ze de straat vergeet en van haar fiets afduikelt en je hebt dan een hondje, je enige pleziertje… dan kom ik nog eens bij je op bezoek…” belooft Tony met een gemene grijns. “Ik heb dan Sel nog…” meent Britt “Die is dan ook al lang dood. Vrouwen leven langer…” Britt trekt een gezicht “Ik ga lekker bij Dorien inwonen.” Lacht ze. “Dat zal die wel fijn vinden…” voorspelt Tony “Ja, ik moet toegeven dat ik dat ook een nachtmerrie zou vinden, ik bedoel ik houd van mijn ouders, maar ik zou gek worden als mijn moeder permanent bij ons inwoonde…” Tony krijgt een twinkeling in haar ogen “Hé, wat denken Sels’ ouders daarvan, is dat in hun cultuur niet normaal dat de ouders bij de kinderen wonen enzo…” Britt lacht “Ja hoor, als wij nog eens zelfmoordneigingen hebben gaan we zeker in Turkije bij Sels’ ouders wonen.” Belooft ze. Samen lachen ze nog wat over de schoonfamilie, want ook Tony wordt af en toe meegesleept naar Jaaps’ ouders die haar nogal kritisch van onder tot boven op namen de eerste keer dat hun zoon haar mee naar huis nam. Daarna werd het alleen maar beter, slechter kon namelijk niet, maar Tony kan nog altijd niet zo goed opschieten met Jaaps’ overdreven nette ouders. Gelukkig gaan ze er niet al te vaak heen en blijft het dus slechts twee of drie maandelijks bij de ellende van geanimeerd een gesprek over de mooie schalen collectie van Jaaps’ moeder en een geveinsde uitroep van enthousiasme bij de nieuwste aanwinst op het gebied van modeltreintjes bij Jaaps’ vader. Jaap is zelf net zo weinig enthousiast over zijn ouders die het maar niet kunnen nalaten zijn ex-vrouw steeds ter sprake te brengen, kennelijk was dat voor hen een perfecte schoondochter, dat zij Jaap en haar eigen kind Thomas simpelweg heeft laten barsten negeren ze maar voor het gemak. Ze is net begonnen aan een verhaal over een duur kopje dat Vera liet vallen tijdens een bezoek aan de schoonfamilie als Britts’ blik verraad dat er een bekende binnen is gekomen. Tony zwijgt en kijkt achterom, in de deuropening staat Sam rond te kijken. Even twijfelt ze, maar steekt dan een hand in de lucht om hem te laten weten waar ze zit. Ze ziet de opluchting op zijn gezicht als hij door de ruimte naar haar tafeltje komt. “Nou, ik ben er vandoor dan… succes…” zegt Britt snel voor Sam het tafeltje bereikt heeft. “Hoi Britt… bedankt…” zegt Sam snel als Britt hem passeert. “Graag gedaan.” Zegt Britt en verdwijnt dan door de deur. “Tony…” Sam gaat zitten aan tafel en kijkt Tony aan. “Iets te drinken?” vraagt Tony en loopt dan naar de bar om wat te bestellen. Als ze terug gaat zitten en hem een glas voor zijn neus schuift kijken ze elkaar een ogenblik ongemakkelijk aan. “We moeten praten…” begint Sam. “Ja inderdaad…” knikt Tony en neemt en flinke slok van haar wijn.

Einde

Dit verhaal is geschreven door Holymary;mins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*