De bananenboom…

Zijn ogen dwalen langs de muren, de witte tegels die eigenlijk steriel zouden moeten overkomen, maar die na nadere bestudering deze belofte niet waar kunnen maken, daar de randen waarin het cement te zien is vergeven zijn van bruine restjes en schimmel. Hij kijkt naar de schimmel en laat zijn vinger naar de tegelranden toegaan. Zachtjes strijkt hij over de randen die tussen de tegels in zitten. Het valt hem nu pas op hoe goor die muur eigenlijk is. Vanuit zijn vaste hoek in de kamer bij de TV zit Smartie naar hem te staren, Eddy heet ie eigenlijk maar ze noemen hem altijd Smartie, waarom, dat weet hij ook niet. Hij is hem zo gaan noemen toen hij hier kwam, omdat alle anderen het ook deden. Smartie is hier het langst van allemaal en hij zal er ook wel nooit meer weg komen. Er is vast een reden waarom zijn groepsgenoten hem Smartie zijn gaan noemen, heel lang geleden, het is interessant eigenlijk. Niemand van deze groep weet nog hoe Smartie aan zijn bijnaam gekomen is, maar toch blijft iedereen hem zo noemen, omdat alle andere groepsleden hem ook zo noemen. En die groepsleden zijn op hun beurt ooit als eenling de groep binnen gekomen nadat ze gepakt waren en hebben zich toen alle regels, gebruiken en dus ook alle namen van de groep eigen gemaakt door te luisteren naar de anderen en zo snel mogelijk op te gaan in de groep. Zoals die apen waar hij ooit eens over gelezen had, toen hij nog slim was en veel las. Ze zaten hier met een stel zielenpoten bij elkaar, allemaal gepakt en opgesloten voor verplichte behandeling. Hij zat hier al maanden en al die tijd hadden ze hem half verdoofd met pillen en daarom had hij nu ‘proefverlof’ verdiend door het goede gedrag. Goed gedrag, me reet, hij was stoned geweest, ze hadden hem plat gedrogeerd. Maar op een heldere dag had hij een besluit genomen. Of nee, een heldere dag was het eigenlijk niet. De zuster had zijn pil in zijn mond gelegd, maar hij had hem met zever en al uit zijn mond laten glijden. Niet expres, maar het was gebeurd en de zuster had niets door gehad, ze was verder gelopen zonder nog op hem te letten. En aangezien zijn vorige pil toen al snel uitgewerkt was had hij een heldere dag. Een dag die hem tot nadenken aanzette. Hij keek om zich heen en zag de loerende Smartie in zijn hoekje, de lamme Schele op de bank (je hoefde niet lang na te denken over de bijnaam van zijn persoontje), Grommel aan de tafel met zijn postzegels die uit alle werelddelen kwamen en hem nog altijd werden toegestuurd door zijn lieve, oude moeder die maar niet wilde begrijpen wat voor gruwelijke dingen haar lieve zoontje op zijn geweten had. Hij keek om zich heen en zag Moos, de Jood, die met zichzelf zat te spelen op zijn bed en Herman, de enige die geen bijnaam had, in zijn nette pak op de stoel. Hij keek om zich heen en zag de anderen, allemaal plat gedrogeerd, doof, stom en blind gemaakt, het stelletjes zielenpoten. Hij keek om zich heen en realiseerde zich dat hij er ook zo uit zag, dat als anderen, helderen naar hem keken ze ook een uitgeleefd skelet zagen hangen in een oude luie stoel bij de tegelwand. En hij besefte dat hij dat niet wilde zijn. Hij was slim, eigenlijk, hij had gestudeerd en als professor aan de universiteit gewerkt voor hij was afgegleden. Eerst kwam de drank en de drank zorgde er voor dat hij het minder nauw ging nemen met de regels. Daarbij zorgde de drank ervoor dat hij in contact kwam met bepaalde types, omdat hij nou eenmaal op bepaalde plekken kwam om zijn honger naar drank te stillen. Ook gingen zijn grenzen, zijn normen en zijn waarden wat omlaag en leek alles wat daarvoor ontoelaatbaar was nu te veranderen in ‘ach, waarom ook niet’? Hij was slim, maar hij was niet knap, sociaal gezien was hij een minpunt. Zij sociale vaardigheden waren nog minder dan die van een stinkend wrattenzwijn. Zijn normale collega’s op de universiteit meden hem als de pest en ook zijn studenten hadden stuk voor stuk een hekel aan hem. Er was niemand wiens hart een juichende salto zou maken bij het horen van zijn naam. Als student had hij zich toegelegd op zijn studie en het feesten had hij verwaarloosd. Hij had en hij schaamde zich dat te moeten toegeven, nog nooit sex gehad met een meisje… ook niet met jongen… voor zijn 40e. Niemand die ze allemaal nog op een rijtje had zou ook sex willen met hem, zoveel was wel duidelijk. Dus als hij ooit aan zijn trekken wilde komen en in zijn gefrustreerde geest ontwikkelde zich langzaam maar zeker het idee dat hij dat inderdaad wilde, dan zou hij het heft in eigen handen moeten nemen. Maar hij was bang voor vrouwen, ze waren groot en sterk en ze lachten hem uit, hij, de miezerige kleine professor. Een briljant professor weliswaar, een kei op zijn gebied en man wiens hersenen eenvoudig weg bijna uit zijn kleine verschrompelde schedel leken te barsten, maar een professor. En wie zat er nu te wachten op een sociaal onkruidje als hij? Niemand, dat bleek wel, want telkens als hij het er op aanlegde bij iemand ving hij bot. Iemand die voldoende gefrustreerd is kan vreemde dingen doen, een kat in het nauw maakt rare sprongen zegt men wel eens en hij was vreselijk gefrustreerd. Al gauw besefte hij dat vrouwen een probleem voor hem waren, ze waren te sterk en ze wilden niet met hem naar bed. Hij had geen macht over ze en dat stak hem. Hij moest iets vinden waarover hij macht had, dan kon hij eindelijk, eindelijk eens sex hebben. Zijn libido zou aangewakkerd worden, zijn lust bevredigd en eindelijk zou hij erbij horen. Hij had het idee dat, eenmaal bevrijd van het gefrustreerde gevoel, hij centimeters zou groeien en direct sociaal zou meetellen. Hij had het idee dat na zijn overwinning als vanzelf de juiste woorden in zijn mond zouden worden geworpen, zijn wezen zou veranderen en de studenten en collega’s zouden zich op de dijen kletsen van de grapjes die hij tijdens zijn college’s zou vertellen. Hij zou, jazeker, een ander mens worden, slim maar ook spitsvondig, briljant maar ook sexy… een soort supermens… En dan zouden de vrouwen in rijen voor hem staan en hij zou oud sterven tussen twee lieftallige blondines in een rozig hemelbed. Oja, hij was wel romantisch, maar nergens kon hij zijn romantiek kwijt. Als hij ’s avonds in bed zat, in hevige staat van opwinding en niemand om dat mee te delen was er geen romantiek te vinden in het snelle op en neer gaan van zijn eigen hand. Nee, hij moest en zou iemand vinden om het mee te doen, want pas dan zou alles veranderen. Het werd al gauw een zaak van leven of dood, hij wilde tenslotte niet als miezerig mannetje sterven, zonder twee blondines aan zijn zij… het mochten zelfs een paar brunettes zijn… of een blonde en een donkere of zelfs een roodharige… als het maar mooie, lieftallige dames waren, rondborstige, lieftallige dames… Als hij eenmaal sexy en spitsvondig was dan zou hij zijn voorkeur kunnen ontwikkelen en de dames zouden huilen als ze door hem werden afgewezen. Een keer maar, een keer moest en zou hij sex hebben, dan zou alles van zelf goed komen. Het idee was in hem gaan zitten en zijn plan tot uitvoering was zich gaan vormen in zijn benevelde brein toen hij op een ochtend ongewoon vroeg het tuinpad van zijn rijtjeshuis op stapte en daar tegen het krantenmeisje op botste. Een tenger kind van een jaar of 14/ 15, met kortgeknipt blond haar en een zeer strakke spijkerbroek om haar reeds welgevormde lichaam. Ze mompelde wat excuses en verdween toen weer op haar fiets. Zo’n meisje, dacht hij nog sterk onder de invloed van de fles wodka die hij die nacht soldaat had gemaakt, zo’n meisje is al helemaal af… maar nog niet zo sterk… En vanaf die dag, vanaf die ochtend had dit idee zich in hem genesteld en langzaam aan had het een steeds uitvoerbardere vorm aangenomen. Het was perfect, hij zou sex hebben met zo’n jong meisje, dat hem nog niets kon doen en vanaf die dag zou alles anders worden en zou hij als een James Bond door het leven kunnen gaan met in zijn armen talloze welgeschapen dames, de haarkleur deed er eigenlijk ook niet toe, die hij tot aan zijn dood toe zou behagen en… belangrijker die hem tot aan zijn dood toe zouden behagen… Het krantenmeisje was niet eens zo’n slechte keuze bedacht hij toen hij op een ochtend vanachter de vitrage naar haar loerde terwijl ze de krant door de brievenbus schoof. Haar strakke achterwerk stak fier de lucht in als ze moest bukken om de dikke krant door de brievenbus te wrikken en als ze op stond schoten haar reeds ontwikkelde borsten vrolijk naar voren. Ze sprong dan atletisch weer op haar fiets en ging verder op haar ronde. Het krantenmeisje was een bijzonder goed idee… bedacht hij, een bijzonder goed idee… Hij zou klaar kunnen liggen achter de deur en op het moment dat zij de krant naar binnen schoof zou hij zo de deur open kunnen gooien en haar naar binnen kunnen trekken. Hij zou direct sex met haar hebben op zijn bed dat hij dan al klaar had gemaakt voor deze actie. Geen lakens waarin hij verstrikt zou kunnen raken en geen loszwervende voorwerpen om het bed waarmee zij hem zou kunnen slaan. Hij verwachtte enige tegenstribbeling. Maar zijn grote bed had spijlen en hij was vast van plan om haar armen in ieder geval direct vast te binden, een prop in haar mond te schuiven en zo nodig ook haar benen vast te binden. Dat moest hij dan wel snugger aanpakken, de benen moesten los van elkaar vast geboden worden, wilde hij bij haar naar binnen kunnen dringen. En dat laatste was absoluut noodzakelijk voor hem. Hij wilde niet dat zij hem pijpte of andere vozerij uithaalde waarvan vrienden uit de kroeg hem foto’s hadden laten zien die ze van het internet hadden geplukt. Die vrienden wensten wel dat meisjes zoiets met hen deden, maar hij wilde zijn geslacht niet laten afbijten door een of andere tegenstribbelende jongedame. Zijn geslacht was wanneer het in alle fierheid opgeheven was van een bepaalde indrukwekkende afmeting (zeker gezien het feit dat hij zelf zo’n miezerig mannetje was) en hij had geen zin in een jong meisje dat kokhalzend aan zijn voeten lag. Daarbij was het een absolute noodzaak om deze eerste keer ‘met een meisje’ werkelijk goed aan te pakken. Hij zou klaar komen in haar. En hoewel het weinig romantisch zou zijn, zij zou er tenslotte zelf nooit mee in stemmen hem te bevredigen, zou het wel echt zijn ontmaagding worden. Hij besloot wat sfeerverhogende elementen in zijn kamer aan te brengen en op de ochtend dat het allemaal zou gebeuren lag hij startklaar voor de deur, met boven op zijn kamer brandende kaarsjes en een sterk, doordringende rozengeur die van ontelbare blaadjes afkomstig was die hij om het bed had heen gestrooid. De touwen die hij zeker zou nodig hebben lagen al klaar en het wachten was nu alleen nog op het slachtoffer. Ze kwam laat die ochtend, liep vrolijk fluitend het tuinpad op en begon zoals elke ochtend aan haar worsteling om het dikke, tegenstribbelende ochtendblad in de onwelwillende mond van de deur te stoppen. Hij besloot haar een beetje te plagen en de krant een moment lang tegen te houden, zodat ze nog harder tegen de deur zou drukken. Hetgeen ze ook direct deed, op dat moment liet hij de krant los, zodat ze naar voren schoot op het ogenblik dat hij ook de deur opende. Hij hoefde haar niet eens naar binnen te trekken, ze tuimelde vanzelf over de mat heen en kwam voor zijn voeten terecht. Ze stamelde wat excuses en sprong overeind, ze wilde zich duidelijk uit de voeten maken, maar hij klapte de deur achter haar dicht en in het moment dat ze besefte dat ze opgesloten was greep hij haar vast bij haar handen. Wilde probeerde ze naar achteren te trappen, maar hij greep een touw en bond haar handen vast. Daarna zwaaide hij een touw om haar benen heen, om die bij elkaar te houden tot ze boven zouden zijn. Het zou nog een hele klus worden om het tegenstribbelende kind de trap op te krijgen, maar het zou hem zeker lukken, het moest hem lukken. Het lukte hem, ze hadden beiden de nodige blauwe plekken toen ze eindelijk bij de deur van zijn kamer aan kwamen, maar hij was er toch in geslaagd haar mee te sleuren. Ze was doodsbang en gilde het uit, hij zag zich dus genoodzaakt direct een prop in haar mond te schuiven, omdat ze anders zeker de buren wakker zou krijsen, het was tenslotte een gehorige huizengroep. Hij smeet haar op het bed en bond haar handen vast aan de spijlen van het ledikant. Het was geen gemakkelijke klus en hij hijgde dan ook zwaar, de drank deed zijn conditie geen goed. Het kind keek hem doodsbang aan en begon te huilen, ze leek hem te smeken om iets, maar door de prop in haar mond kon ze geen woord produceren, dus begreep hij niet wat ze wilde. Ze mocht toch eigenlijk blij zijn dat ze mee mocht werken aan deze hele handeling om hem van zijn maagdelijkheid te verlossen. Ze zou later kunnen zeggen dat hij, de sexy professor haar had behaagd en dat zij hem had bevredigd… deze actie zou hen voor eeuwig verbinden, zoveel was wel zeker. Hij zag zich genoodzaakt haar benen eveneens vast te binden, aangezien ze bleef proberen hem te trappen. Toen ze eenmaal, met armen en benen gebonden klaar op het bed lag keek hij op haar neer. Hij trok zijn broek uit en keek naar zijn lid dat er slap en droef bij hing na al die inspanning. Het zou toch wel bijzonder irritant zijn als hij hem nu niet omhoog zou krijgen. Het zou waarschijnlijk te wijten zijn aan de drank, maar omdat hij wist dat drank niet bepaald goed was voor de potentie had hij juist vannacht de fles laten staan. Al de voorzorgen en de romantische sfeer ten spijt, zijn lid leek niet in staat zich gereed te maken voor de ophanden zijnde aanval. Hij keek naar het meisje dat hem met grote, natte ogen aan keek. Misschien als hij haar lichaam zou zien, misschien dat het hem in staat van opwinding zou brengen. Hij probeerde haar kleren van haar lichaam te scheuren, omdat hij geen zin had haar weer los te maken en haar te dwingen zich uit te kleden. Dat zou hem zonder enige twijfel op nog meer blauwe plekken komen te staan. Hij was echter nog steeds het miezerige mannetje dat hij altijd al was geweest, hij had tenslotte nog geen sex gehad met het grietje, pas daarna zou zijn kracht komen. Dus moest hij beneden een schaar gaan halen om daarmee even later als in een ziekenhuis de kleding van het kind te knippen. Iets wat niet eenvoudig was daar ze een zeer strakke spijkerbroek droeg. Het gelukte hem uiteindelijk en een ogenblik keek hij neer op haar naakte lichaam. Nog voelde hij niets, maar dat kon ook zijn omdat hij zich zojuist zo had ingespannen om haar naakt te krijgen, die hele operatie had niets romantisch. Schrijlings ging hij op haar zitten, waarbij zijn lid tegen haar buik drukte. Ze huilde zachtjes toen hij haar begon te bevoelen. Langzaam voelde hij de opwinding in hem boven stromen terwijl hij zijn handen knedend over het naakte lichaam liet gaan. Ze was nog geen echte vrouw, dat zag je zo, maar ze was prachtig. Ze zat stevig in haar vel, het schaamhaar zorgde voor een prachtige donkere plek waardoor hij zijn vingers liet gaan. Haar borsten waren al vol en rond, al kon je aan de tepels zien dat ze nog groter zouden groeien. Hij kneedde haar borsten en ze kreunde. Hij zou dat graag als een teken van genot opvatten, maar aangezien hij allengs harder begon te knijpen moest hij wel toegeven dat het meisje waarschijnlijk pijn had. Het duurt maar even, dacht hij en voelde de opwinding door hem heen razen. Hier had hij een persoon van het vrouwelijke ras en hij kon met haar doen wat hij wilde. Dat gevoel van macht maakte dat hij inderdaad opgewonden raakte en het duurde niet lang of zijn lid richtte zich op, klaar om de inval te doen. Hij ging op haar liggen en drong met een stoot bij haar naar binnen. Door de prop in haar mond heen klonk een angstig geluid, al haar spieren spande zich samen en hij voelde hoe ze haar pijn probeerde weg te trappen. Hij zag haar handen bewegen en voelde hoe ze onder hem weg probeerde te wurmen. Zelf was hij licht verbaasd over het gemak waarmee dit was gegaan. Hij had in een maal de weg bij haar naar binnen gevonden. Hij was bang geweest dat hij in al zijn ervarenheid meerdere pogingen zou moeten ondernemen, omdat zijn sterk verwaarloosde lid niet zou weten waar hij het lichaam binnen zou moeten gaan. Nu hij in haar zat gaf hij zich over aan het gevoel. Genietend ging hij op en neer en schonk geen aandacht aan het meisje dat kreunend tranen met tuiten huilde om deze daad. Zijn handen knepen in haar borsten en hij bleef in haar stoten tot hij uiteindelijk jaren van frustratie door zijn lid in haar voelde vloeien. Zij kreunde van pijn en angst, hij kreunde van oneindig genot en opluchting. Hij voelde hoe de frustratie langzaam wegebde en maakte zich uiteindelijk van haar los. “Dankjewel…” fluisterde hij in haar gezicht “Dankjewel… Je hebt me uitstekend geholpen…” Hij rolde van haar af en liep naar de badkamer die naast zijn slaapkamer lag. Daar nam hij een frisse douche en hij voelde zich als herboren. Hij keek neer op het toegetakelde lichaam van het meisje en ging bij haar zitten. Op de klok zag hij dat er inmiddels al wat tijd was verstreken. Hij zou haar vrij moeten laten eigenlijk, zodat ze haar krantenwijk kon afmaken en naar school kon gaan. Maar iets in hem wilde haar nog niet laten gaan. Wat als de vrouwen nog niet direct op hem af zouden stormen vandaag, als het eerst nog een beetje moest groeien? Hij voelde zich weliswaar geweldig, maar hij wilde vanavond weer… dit was zeker nog zo verslavend als drank, meende hij. Ja, hij dacht zelfs dat hij de drank zou kunnen laten staan als hij dit als medicijn zou nemen, elke ochtend en elke avond. Hij dacht even na en keek op de klok. Hij zou op de universiteit moeten zijn voor college en had dus weinig tijd. Hij gooide een laken over het huilende meisje heen en liet haar vastgebonden achter op zijn bed. Toen hij het tuinpad afliep zag hij haar fiets staan. Zoals gewoonlijk zwaaide hij naar zijn buurman die altijd op dezelfde tijd ging werken en zag hoe die in zijn auto weg reed. “Verdraaid…” mompelde hij en schoof de fiets de gang in. De rest van de kranten nam hij mee, snel schoof hij bij de rest van de straat nog een krant naar binnen en sjeesde toen, al hopeloos te laat naar de universiteit met nog een grote stapel kranten in zijn auto. Hij had geen idee van de route van het krantenmeisje en dacht aan alle mensen die vanochtend geen krant zouden krijgen. Hij had vanochtend ook niet de kans gehad om zijn krant te lezen, maar hij zou een exemplaar meenemen en in de pauze bekijken. Er was niets zo erg dan het missen van je krantje op een dag en hij besefte dat hij de mensen in de straten waar het krantenmeisje gewoonlijk netjes haar taak deed danig had gedupeerd. 
Hij had nu al in geen weken zijn pillen meer genomen, met een straaltje zever had hij ze steeds uit zijn mond laten lopen. Hij was helder en alert. De doktoren dachten dat dit een teken was dat de medicijnen begonnen te werken, ze hadden zijn doses aangepast, het was tenslotte de bedoeling hem te behandelen en niet voor altijd hier in de kamertje op te sluiten, alhoewel hij ooit twijfelde aan die bedoelingen. Kennelijk begon zijn lichaam er aan te wennen. Hij waakte er wel voor om te helder en te alert over te komen, hele dagen zat hij nog stom voor zich uit te staren, alsof hij niets wist, dacht en wilde. Maar bij de psychiater begon hij nu dan toch te praten, hij was slim, hij liet de man los op zijn verleden, zijn frustraties, zijn wanhoop en zijn spijt. Want, zo zei hij, hij had spijt, hij realiseerde zich nu heel goed wat hij gedaan had en het was fout. Het stomste wat een man kan doen is het onderschatten van zijn tegenstander en dat was precies was de doktoren deden. Ze onderschatten de man die hij was hevig. Zij gingen af op zijn zielige uiterlijk en niet op zijn meesterlijke brein, die intussen op volle toeren werkte, helder door het gebrek aan drank en woest door het gebrek aan andere manieren om zich te uiten. Hele dagen zat hij hier maar en hij broedde op plannen. Hij was die dag thuis gekomen na een dag colleges geven en had het meisje bovenop het bed gevonden. Ze lag als apathisch voor zich uit te staren, volledig in shock zo leek het. En reageerde nauwelijks toen hij haar wederom besteeg. Enkele prachtige minuten gingen voorbij waarin hij opnieuw zijn kwakje in haar loosde en toen fluitend naar beneden ging om eten te koken. Hij was slim, meesterlijk, maar er was een grote fout die hij had gemaakt. In al zijn briljantheid had hij niet bedacht dat er iemand naar het krantenmeisje zou komen zoeken. Ze was voor hem tenslotte elke ochtend van voorbij gaande aard en hij had zich nauwelijks gerealiseerd dat ze ongetwijfeld een moeder had die haar zou missen, een vader had die zich zorgen maakte en massa’s vriendinnen die konden vertellen dat ze niet op school en helemaal nergens was verschenen. Daarbij hadden alle mensen die die dag hun krant niet gehad hadden natuurlijk gebeld naar het kantoor van de verspreider, een nummer dat ze op de oude krant van gisteren had gevonden die in sommige gevallen uit de kattenbak moest worden gevist. Zo kwam men er al snel achter dat het spoor van kranten op hield in zijn straat. De school had direct alarm geslagen, het krantenmeisje was een zeer vriendelijk leuk kind dat nooit zou spijbelen, ook haar vriendinnen en ouders bevestigden dat en toen men naar het krantenkantoor belde en daar te horen kreeg van de niet bezorgde kranten begon men zich ernstige zorgen te maken. Voor een keer ging de politie nu eens niet meteen uit van weglopen en was direct in actie gekomen. Zodoende dat hij ’s avonds tijdens het koken opgeschrikt werd door de deurbel. Niemand belde ooit bij hem aan en hij dacht onmiddellijk dat het belletje-trekkende kinderen waren. Hij schuifelde naar de voordeur en wrong zich langs de fiets van het krantenmeisje die hij die ochtend haastig naar binnen had gereden de gang in en die hij nog niet verzet had, omdat hij het krantenmeisje toch snel weer op weg zou sturen met de rest van haar kranten. Voor zijn deur stonden twee dames, niet onaantrekkelijk, een blondine en een brunette, een moment lang vroeg hij zich af of het zo snel gewerkt had. Opgewonden wilde hij de dames al binnen noden, omdat hij werkelijk een seconde dacht dat ze gekomen waren om sex met hem te hebben, het nieuws moest zich verspreid hebben, zijn sexy look en charisma waren zich vast aan het ontwikkelen zonder dat hij daar al te veel van merkte. De blonde liet haar oog op de fiets vallen die in de hal stond, de fietstassen met daarom de naam van de krant vielen haar direct op en ze wisselde een blik met de bruine die hem twee namen in het gezicht blafte en een penning onder de neus stak. Ze vroeg niet eens of ze binnen mochten komen, maar kwam gewoon naar binnen en terwijl de ene hem vasthield stormde de andere zijn huis door tot ze boven in zijn slaapkamer aan kwam en naar beneden riep dat ze Carolijn gevonden had. Het krantenmeisje heette Carolijn. Later begreep hij dat ze direct bij hem waren uitgekomen, omdat zijn hele straat ’s ochtends vroeg ging werken en normaal gezien hun krant al had bij het ontbijt. Nu was die krant wel gekomen, maar veel later… dat was zo bij alle huizen vanaf het zijne. Toen de blonde de fiets had zien staan hadden ze geen moment getwijfeld en hem direct gearresteerd. Deze bijzonderheden had hij later van zijn advocaat gehoord en hij kon zich wel voor het hoofd slaan. Hij had alles goed voorbereid tot aan het grijpen van het krantenmeisje, maar hij had zich geen moment afgevraagd wat er daarna zou gebeuren. Daarna was hij tenslotte van alle problemen af, hij was stoer en sexy… De advocaat bewees met weinig moeite dat hij een gestoorde gek was en hoefde maar een paar dingen uit zijn incestueuze verleden met zijn bruut van een vader en gestorven moeder naar boven te halen om de rechtbank te overtuigen hem in behandeling te schoppen in plaats van de gevangenis. Men kon zich echter afvragen wat erger was, de gevangenis of dit gekkenhuis. Maar nu was hij langzaam terrein aan het herwinnen. Hij had voldoende tijd gehad om na te denken en een ding was zeker, hij had geleerd van zijn vorige ervaring. Onee, niet zoals de psychiater dacht, hij had geen spijt, ook al zei hij van wel. Hij had een hekel aan die uitgedroogde peer die hem droog als hij was zat uit te wringen en elk klein aspect van zijn leven tienmaal in de rondte liet draaien voor hij het uiteindelijk in zijn dikke dossier over hem neerschreef. Een dik dossier over een briljante professor, een dik dossier over hem, hij, de briljante professor. En nu was de briljante professor het zat. Hij zat hier nu al een aantal jaren, waarvan een paar plat gedrogeerd en het laatste wat helderder en hij wilde eruit. Hij had een nieuw plan, een beter plan, hij had geleerd van de fouten die hij eerder had gemaakt en zou het nu veel snuggerder aan pakken, zoveel was wel zeker. Zijn ogen gingen door de bedompte kamer. Goed gedrag… dacht hij, komend weekend mocht hij voor een weekend naar huis op proefverlof en als alles goed ging zouden er meer proefverloven komen in de toekomst, hij zou herintegreren in de samenleving en misschien wel weer les kunnen gaan geven in de verre toekomst… De verre toekomst, hoe lang dachten die idioten dat hij nog had? Hoeveel toekomst had je nog op zijn leeftijd. Nee, een ding wist hij zeker, veel toekomst was er niet meer en dus was het zaak te genieten van het heden, bevrediging te vinden in het heden. Lang geleden was het normaal geweest dat een man nam wat hem toekwam aan vrouwenvlees, dat hij deed wat hij wilde met de vrouwen die hem tegenkwam. Wat had ooit iemand doen besluiten dat deze primitieve instelling waarin vrouwen volledig ondergeschikt waren en niet toe behoorden aan een man, maar aan allen, niet goed meer was? Was het zoals de apen gegaan? Had een of ander verraderlijk vrouwmens de man die haar beet nam gestraft en dit steeds opnieuw gedaan, zodat hij het aan de andere vertelde? En was dat zo niet eeuwen door gegaan dan, dat de vrouw de man bestrafte wanneer hij naderbij kwam, steeds nieuwe mannen in de groep die allemaal het verhaal door verteld kregen en daarom maar bij de vrouw uit de buurt bleven, omdat ze niet ook afgestraft wilden worden… Net zo lang tot er geen enkele man meer uit de eerste groep was, maar toch was er geen man die nog naar een vrouw durfde te wijzen, niet dat hij nog wist waarom, maar zo was het altijd geweest… Vrouwen waren gevaarlijk, ze lieten maar een man toe die ze zelf uitkozen en als de anderen haar probeerden aan te raken werd ze gevaarlijk… Vrouwen waren gemeen en gevaarlijk, hij zou ze een lesje leren, de mannen moesten weer de macht krijgen die ze hadden. Het was toch eigenlijk van de zotten dat ze allemaal nog naar boven zaten te staren naar de tros bananen hoog in de bananenboom en dat niemand de euvele moed had er naar toe te klimmen, omdat hun soortgenoten hem zeiden het niet te doen… Nee, hij was een nieuwe man, hij zou nemen wat hem toekwam, waar hij recht op had en hij zou de anderen tonen dat daar niet langer straf op volgde en zo zou hij de mannen bevrijden, bevrijden van de vrouwen, zoveel was wel zeker… 

“Sel, Vanneste…?” Vanbruane steekt haar hoofd om de deur “Kunnen jullie naar dit adres toe gaan, hun dochter is verdwenen en…” Vanneste zucht “Kunnen de dames dat niet doen, da’s toch meer wat voor hen, weg gelopen meisjes?” Vanbruane trekt een gezicht. “Tony en Britt zijn al met iets anders bezig, ik heb nu even niemand. Ga daar naar toe, zorg dat we een signalement hebben en dat soort dingen, zodat we naar haar kunnen gaan uitkijken.” Sluit ze elke discussie. Selattin lacht stilletjes en staat op “Kom nou maar…” zegt hij tegen Vanneste die wat mopperig van zijn stoel op staat. Vanbruane kijkt hoe de twee mannen het lokaal verlaten en laat dan haar blik over de lege stoelen glijden. Ja, iedereen is weer druk bezig, dronkelappen, perverse idioten, drugdealers en –junkies, criminelen, verkrachters en ander gespuis zijn weer druk doende en dus heeft ook de politie Gent niet te klagen over werk. Ze weet dat Vanneste een hekel heeft aan zaken met snotterende moeders die beweren dat ze zo’n goede band hebben met hun kleine meisjes, dat het kind nooit zou weglopen en dat het zeker ontvoerd is. En ze weet dat hij er een hekel aan heeft om dan zo’n vervelende puber te moeten gaan opsporen die bijna altijd gewoon een dagje spijbelt en rebels geen zin heeft om te doen wat haar ouders haar opdragen. Ze weet het en bedenkt met een lachje dat Vanneste vandaag geen leuke dag tegemoet gaat. Het kind in kwestie wil vast niet gevonden worden en houdt zich zeker verstopt in een of ander donker cafeetje met een paar vrienden waarvan pa en ma niets afweten. Het is maandagochtend en na een onstuimig weekend meent ze dat Vanneste wel een ochtendje kan gebruiken waarop hij verstoppertje speelt met een verwend tienermeisje, dus voelt ze zich totaal niet schuldig over het feit dat ze hen deze zaak heeft gegeven. Ze lacht als ze een tijdje later een norse Vanneste aan de telefoon krijgt die haar het signalement van het kind toesnauwt en belooft de foto zo even langs te komen brengen. “Vader en moeder zijn dol op de kleine meid, weten niet waar ze heen is, zij zou nooit weglopen, doet goed haar best op school…” somt Vanneste verder op en als hij uiteindelijk inhaakt vraagt Vanbruane zich af of ze niet toch beter Britt en Tony op het gezin afstuurt, die nemen misschien de ouders ietsje serieuzer. Dan bedenkt ze dat Selattin er ook nog altijd bij is en dus wel zal zorgen dat deze hele zaak niet in een ramp ontaard, mocht er werkelijk wat aan de hand zijn. Als Selattin en Vanneste even later met de foto komen geeft Selattin ook onmiddellijk toe dat hij denkt dat het kind gewoon is weg gelopen. “Die komt vanavond wel weer opdagen.” Denkt hij “Uit het gesprek maakte ik op dat het meisje nogal rebels was de laatste tijd en ze was vandaag boos omdat ze dit weekend niet uit mocht van haar ouders, een of ander akkefietje over een kapotte fiets geloof ik.” Vanbruane knikt en kijkt Selattin aan “Hoe oud is ze ook al weer?” vraagt ze “15…” antwoordt Vanneste in Selattins’ plaats en kijkt triomfantelijk, hij wist het antwoord eerder dan Sel. Vanbruane zucht even en vraagt zich af of Vanneste zich realiseert dat het antwoorden op haar vragen niet tot een wedstrijd behoort, dus dat je er geen koelkast mee kunt winnen, ze besluit het maar niet te vragen. Het antwoord zou te teleurstellend kunnen zijn. “Nouja, ga alle cafe’s af, ga gewoon op patrouille… maar houd je ogen open…” stelt ze voor “Als ze er vanavond nog niet is dan kunnen we nog zien wat we doen…” Ze heeft al bedacht dat ze de zaak aan de dames kan geven als er morgenochtend nog geen spoor van het kind blijkt te zijn. Op de gang komen Selattin en Vanneste Britt en Tony tegen die druk lopen te discussiëren over de zaak waarmee zij doende zijn. Britt kust Selattin snel “Waar zijn jullie mee bezig?” vraagt ze “Weg gelopen puber.” Glimlacht Selattin en stapt dan weer achter Vanneste aan. “Interessant…” roept Britt hem nog met rollende ogen achterna. “Hoe staan de zaken dames?” Vanbruane steekt haar hoofd weer uit haar kantoor “Goed baas, dit ronden wij vandaag af en we kunnen thuis eten…” voorspelt Britt. “Da’s prachtig.” Meent Vanbruane “Als dat kind waarmee Ben en Selattin doende zijn vandaag niet opduikt mogen jullie die zaak morgen overnemen.” Belooft ze. “Maar Selattin denkt dat het meisje vanavond wel weer opduikt. Gefrustreerde puber…” voegt ze er snel aan toe. Britt en Tony knikken en buigen zich over hun zaak van een drugdealer die pillen heeft verkocht waarin verkeerd spul zit, waardoor enkele van zijn vaste klanten inmiddels al in het ziekenhuis liggen in kritieke toestand. Ze hebben de jongen te pakken en hebben hem ook al verhoord, dat was het onstuimige weekend, vandaag hebben ze nog wat werk gedaan om de zaak af te ronden. Ze komen juist terug uit het ziekenhuis waar een gedeprimeerde dokter hen mede deelde dat de 5 junks het weliswaar zouden overleven, maar met een blijvende hersenbeschadiging uit dit avontuur zouden komen. Hoe erg Britt het ook vond voor de ouderparen die op de gang elkaar vast stonden te houden, ze dacht toch dat de meeste hersencellen van de junks die ze hadden laten opnemen al waren afgestorven voor ze de pillen hadden geslikt. Ze weet dat je zo niet mag denken, maar de junkies waren al verre van redbaar geweest en het zag er niet naar uit dat afkickcentra nog veel zouden kunnen maken van deze lui. De meeste van hen hadden al een geschiedenis van vele centra achter de rug. Geen gezellig en zeker geen succesverhaal voor 4 van hen. Slechts 1 was een slachtoffer dat je vrij onschuldig kon noemen. Ze was nog niet zo lang verslaafd, had nog niet gejat, gestolen, bedrogen en gelogen om aan geld te komen voor haar verslaving en ze was waarschijnlijk nog te redden geweest. Ware het niet dat nu haar hersenen zodanig waren aangetast dat ze zoals het er nu uit zag levenslang in een coma zou blijven. Met haar ouders had Britt nog het meeste te doen, het meisje had misschien nog gered kunnen worden met een afkickcentrum, het geen niemand nu ooit zou weten. De dealer zou inmiddels nergens nog een poot aan de grond krijgen, mocht hij weer spoedig vrij komen, wat er wel dik in zat, want zo gaan die dingen nu eenmaal in dit land. De jongen stond nu bekend als onbetrouwbaar en verkoper van puur vergif en de gemiddelde junk zou zich nu misschien twee keer bedenken voor hij pillen van deze kerel aannam. Alhoewel natuurlijk is bewezen dat junks niet zo kieskeurig zijn in hun verslaafde toestand. Maar goed, wie weet zou het verhaal zich voort vertellen en zou de jongen inderdaad gemeden worden. Het was maar te hopen, anders konden ze over een jaar of wat de man weer gaan opsporen en achterna gaan zitten. Hij had zich niet bepaald gemakkelijk laten vangen en Tony en zij hadden beiden moeten tonen hoe goed hun conditie en uithoudingsvermogen was tijdens de achtervolging. Hetgeen hen allebei deed verzuchten dat het veel leuker was om iemand te pakken te krijgen na zo’n race, dan zonder enige inspanning. Opgelucht sloten ze een paar uur later hun zaak af en vertrokken allebei naar huis om daar met de kinderen de avond door te brengen. Vanneste en Selattin volgden niet veel later, nadat ze kwamen melden dat ‘Lilli’ het kind van 15, niet op was komen dagen en dat ze haar ook niet tegen waren gekomen. “Die gaat vannacht uit en komt dan laat in de nacht dronken thuis.” Voorspelt Vanneste. “Ik hoop het maar.” Zegt Selattin en Vanbruane knikt. “Ga maar naar huis, als ze er morgen niet is nemen Tony en Britt van jullie over, zij zijn klaar met die dealer, dus mocht het ontvoering worden dan kunnen zij zich daar volledig op storten…” 
Het wordt ontvoering, als Britt ’s ochtends binnen stapt zit Vanbruane al klaar aan haar bureau en geeft haar de gegevens van het meisje door. “Ze is niet op komen dagen vannacht, ook niet vanochtend, dus vanaf nu is het jullie zaak… We sluiten niets meer uit…” deelt ze haar mee. Britt wacht geduldig op Tony, die redelijk op tijd komt binnen vallen hetgeen dus wil zeggen dat Vera en Thomas vandaag op tijd zijn verschenen op school. Dat belooft een dag van wonderen te worden, denkt Britt met een lachje en neemt Tony direct mee, via de broodjeszaak, naar het huis van Lilli’s familie. “Dus Lilli heeft de kranten op gehaald en is ze dan rond gaan brengen en daarna is ze naar school gegaan?” De moeder schudt haar hoofd “Dat laatste weet ik niet… Ze is niet op school komen opdagen, maar ze heeft wel haar kranten rond gebracht.” Zegt ze, dus ze moet daarna verdwenen zijn. Lilli haalt ’s ochtends om 5 uur of half 6 die kranten op en dan zorgt ze dat ze ze voor half 8 bij iedereen een de bus heeft liggen. Zo verdient ze haar geld om uit te gaan… Dit weekend mocht ze niet, omdat ze altijd zo ruw is met haar fiets. Ze laat hem overal buiten staan en je mag van geluk spreken als ze hem eens op slot zet, ze gooit hem zo op de grond en het interesseert haar niet hoe die fiets eruit ziet. Maar ze moet een goede fiets hebben weet u, want ze moet een heel stuk fietsen naar school en we willen niet dat ze verongelukt omdat haar fiets door midden breekt ofzo, dus ze moet zuiniger zijn op die fiets. Al drie van haar fietsen zijn gejat in het afgelopen jaar, drie, nou vraag ik u! Deze week had ze weer een fiets laten jatten en voor mijn man was de maat vol. Hij kocht haar een nieuwe tweedehands fiets, want anders kan ze haar baantje ook niet doen, maar weet je het geld groeit ons verdorie niet op de rug, we werken er allebei hard genoeg aan en we kunnen het toch niet blijven uitgeven aan nieuwe fietsen omdat zij ze niet op slot gaat zetten? Nou en dan heeft hij haar huisarrest gegeven voor het weekend, ze mocht niet uit, ze gaat altijd op zaterdagavond met vrienden stappen, maar dit weekend mocht ze niet. Ze was boos… maar toch niet zo boos… tjeetje, ze begreep het ook wel geloof ik en zondag was het toch heel gezellig, we zijn gaan wandelen en het was heel leuk… ik geloof echt niet dat ze kwaad was op ons of dat ze ons betaald wilde zetten, zoals die agent gisteren zei…” Tony onderbreekt haar “Welke agent zei dat?” wil ze weten. “Ik weet niet meer hoe die heet, ze waren met tweeën op motors en de Turk… ja, vergeef me maar ik weet zijn naam niet meer…” mompelt ze snel als ze de twee dames een blik ziet wisselen “Die ging mee kijken naar haar kamer, met mijn man en de andere stelde mij vragen en ik…” Tony rolt met haar ogen “Vanneste…” mompelt ze. “Nouja, ze is dan gisterenochtend haar krantenwijk gaan doen, gewoonlijk rijdt ze dan meteen door naar school, ze neemt haar rugzak altijd al mee als ze haar krantenwijk gaat doen. En op school dachten ze dat ze spijbelde… Haar vriendin belde me tussen de middag om te vragen of ze misschien ziek was, Lilli is niet het meisje dat spijbelt, weet je, ze wil graag schooljuffrouw worden, dus ze wil haar school afmaken… spijbelen doet ze niet…” De vrouw zucht en kijkt Britt handenwringend aan “Waar kan ze toch zijn…” ze huilt bijna. 
“Als je het mij vraagt is ze dus tijdens haar krantenwijk al verdwenen.” Analyseert Tony als ze weer buiten staan. “Dat denk ik ook, we moeten naar dat kantoor, kijken wat haar straten waren, misschien komen we daar ergens mee…” stelt ze voor. Ze rijden naar het kantoor van de krantenverspreider. “Kijk,” zegt die en wijst op een stapel kranten “Ze is vanochtend niet op komen dagen, dus deze moet ik dadelijk allemaal zelf gaan rondbrengen.” Het ziet er niet naar uit dat hij dat met de fiets zal doen, zijn dikke buik hangt over zijn broekriem heen en hij hijst zich al trekkende aan een sigaret omhoog uit zijn stoel om naar de andere kant van de kamer te waggelen. Daar wijst hij op een kaart van een deel van Gent, ‘zijn stukske Gent’, zoals hij het noemt. Zijn worstvinger wijst een aantal straten aan die lichtblauw zijn gekleurd “Dit is de wijk van Lilli.” Zegt hij overbodig, Britt en Tony snappen ook zonder uitleg wel dat hij vast niet de wijk van een totaal niet ter zaken doende persoon aan zal wijzen. Tony gaat naar de kaart en schrijft snel de straten op haar blocnootje. “Niets vreemds opgevallen toen ze gisteren de kranten kwam halen?” wil Britt nog weten. De man schudt zijn hoofd “Wat denkt u ze is toch niet meegenomen door een of andere viezerik, hè?” vraagt hij hijgend. “Op dit moment sluiten we niets uit, meneer…” zegt Britt zakelijk. “Ze zouden ze allemaal moeten castreren, die smeerlappen… dit is niet de eerste keer… niet de eerste keer dat het met een van mijn meisje gebeurd, nee, niet de eerste keer…” Britt kijkt op haar horloge, het is vroeg in de ochtend en de man is nu al dronken, ze mag van harte hopen dat hij ofwel eerst nuchter wordt ofwel de kranten niet met zijn auto zal gaan wegbrengen, want doet hij dat wel dan vreest ze dat ze zo dadelijk weer terug geroepen zullen worden voor een auto ongeluk. “Waar had die idioot het over, dat het niet de eerste keer was dat het met zijn meisjes gebeurde?” vraagt Tony zich hardop af als ze naar de auto lopen. “Zoals hij zei, het is niet de eerste keer… luister, die vent was zo dronken als een maleier, ik weet het ook niet hoor wat voor wartaal ie uit sloeg.” Tony start de wagen “Kom we gaan eens een ritje maken.” Stelt ze voor en rijdt naar de straten die onder Lilli’s verantwoording vallen als het op kranten aan komt. “Het is niet de eerste keer…” mompelt ze dan. “Britt, ken jij deze straat ergens van?” vraagt ze als ze door een straat met een stel miezerige rijtjeshuizen rijden. “Tony, ik ken alle straten van Gent van ’t een of ander verschrikkelijks wat er is gebeurd, wat zou ik me moeten herinneren?” Tony schudt haar hoofd “Ik weet het niet, ik weet het niet, we moeten die man weer opzoeken…” Britt lacht “Die ligt dronken in bed nu.” Gokt ze. “Ja, maar iets zegt me dat ik deze straat al ken in combinatie met kranten ofzoiets… We moeten naar het bureau, zoeken bij de oude zaken. Ik weet zeker dat het al een hele tijd geleden is, misschien wel van in het begin nog van dat we samen werkte, maar ik weet zeker dat ik hier met jou ben geweest en dat het toen ook over kranten ging…” houdt ze vol. “OK, naar het commissariaat dan maar.” Stelt Britt voor die zich nu ook langzaam af gaat vragen of er zich inderdaad niet jaren geleden al zoiets heeft voorgedaan. Op het bureau brengen ze snel verslag uit aan Vanbruane en gaan dan achter de computer zitten. Ze krijgen diverse hits op de straatnaam die ze intikken, het is een vrolijke buurt dat blijkt, buren ruzies, nachtlawaai, vechtpartijen, huisgeweld, inbraak en zelfs een aanrijding. “Daar dat is het…” wijst Tony na een tijdje de lijst door te hebben gespit en de parameters te hebben vernauwd door het woord krant er bij in te tikken. Nog idioot wat je dan trouwens aan rotzooi op je lijst krijgt ‘gewikkeld in een krant’ –hit-, ‘kranten voor de ramen’ –hit-, ‘gelezen in de krant’ –hit-… Ze wijst op een zaak van jaren geleden. “Toen was ik net hier.” Mompelt Britt als ze de datum ziet. “Een verkrachtingszaak.” Ze printen de gegevens van de zaak uit en gaan op zoek naar het dossier. Britt voert intussen de naam van de persoon in die ze destijds hebben aangehouden. En print de gegevens uit. “Dat was ook een krantenmeisje destijds.” Herinnert Tony zich als ze het dossier gevonden heeft. Britt leest het door en kijkt Tony dan aan “Ja, alleen heeft Lilli wel haar hele wijk afgemaakt, ze komt weliswaar door die straat, maar… Daarbij die vent zit al jaren lang in een gesloten TBS kliniek. Hier, hij is nog niet vrij gelaten…” wijst ze. “Het huis staat nog wel op zijn naam en er woont niemand anders in.” Leest Tony. “Nou, daar zal het dan een smerige bende zijn.” Denkt Britt hardop, daar heeft dan al jaren lang niemand meer gewoond en ze weet dat ze hem geen kans hebben gegeven om op te ruimen. “Als hij vrij gelaten zou zijn zou dat vermeld staan.” Zegt ze nog eens. Tony zucht en kijkt haar aan. “Ik wil toch eens langs dat huis, alleen even kijken, niemand weet dat we er naar binnen gaan, want niemand is daar…” stelt ze Britt voor. Die knikt, het kan geen kwaad, heel veel verder komen ze anders ook niet, het is nu toch de enige aanwijzing die ze hebben. “We hebben Selattin nodig.” Zegt Britt als ze voor het huis staan dat op slot zit. Tony schudt haar hoofd “Nee, lukt zo ook wel… denk ik…” Ze pakt een bank kaart en maakt wat ingewikkelde manoeuvres, uiteindelijk klikt de deur open. Britt kijkt haar met een lachje aan “Ja, juist ja…” grinnikt ze en stapt achter Tony aan naar binnen. Hun pistolen hebben ze in de aanslag, voor het geval ze plots tegen de een of andere junk aan lopen, je weet het maar nooit met lege huizen. “Clear…” mompelt Tony als ze via de kamer naar de keuken zijn gelopen. Britt kijkt om zich heen en loopt naar de kast. Ze gaat er met haar vinger overheen. “Zeg Britt… je bent je schoonmoeder niet…” grinnikt Tony als ze Britt naar haar vinger ziet kijken. “Nee Tony, dat is het niet… kijk… geen stof… Er ligt geen stof. Die gast die is al in geen jaren thuis geweest en er ligt geen spoortje stof op zijn kasten… Ik zou willen dat dat mogelijk was, bij mij ligt het binnen een week weer duimendik.” Overdrijft ze. “Misschien heeft hij eens in de week een kuisvrouw?” oppert Tony. “Ik weet niet of hij rijk was, hij gaf les aan de universiteit, geen vrouw of kinderen… hij heeft vast een aardige spaarrekening.” Denkt ze hardop. “Het lijkt mij niet het mannetje om er veel om te geven of zijn huis proper is…” meent Britt aan de hand van dat wat ze in het dossier over zijn persoonlijkheid heeft gelezen, want echt herinneren kan ze hem niet. Hij zal waarschijnlijk niet moeilijk hebben gedaan bij de arrestatie en snel veroordeeld zijn, anders had ze het nog wel geweten. “Kom we gaan boven kijken.” Tony en Britt lopen achter elkaar de smalle trap op en gaan boven een voor een de vertrekken binnen. “Wie heeft hier opgeruimd?” wil Britt weten. In het dossier is sprake van een slaapkamer vol kaarsen en rozenblaadjes, iets waarvan geen spoortje meer is terug te vinden. “Er is hier iemand geweest en nog niet zo lang geleden…” Tony komt binnen en neemt Britt mee naar de badkamer, ze wijst op een open tube tandpasta die heeft gelekt op de wasbak, de tandpasta is nog niet hard geworden. Een fles doucheschuim staat op een schaaltje naast de douchekop, een van recente datum, omdat ze weten dat dat merk juist zijn huisstijl verandert heeft en daarmee alle flessen een nieuw jasje heeft gegeven. “Ik bel naar die TBS-kliniek, misschien kunnen ze de man vragen of er iemand in zijn huis woont, een broer ofzo…” Britt belt naar het commissariaat en laat het nummer van de kliniek opzoeken. Daarna belt ze naar de kliniek. Even legt ze uit naar wie ze op zoek is en om welke reden. Aan de andere kant van de lijn wordt haar verteld om even te wachten, zodat de baliemedewerkster de juiste afdeling en persoon kan opzoeken. Het duurt niet lang of ze wordt door verbonden en komt er dan al snel achter dat de man dit weekend op proefverlof is geweest. “Dan heeft hij dus hier geslapen en de boel gekuist.” Zegt Britt. “Wanneer is hij terug opgehaald?” wil ze weten. De vrouw aan de andere kant twijfelt even. Het meisje is op maandagochtend verdwenen, waarschijnlijk is de man om maandagochtend opgehaald, vroeg, hetgeen hem weinig kans zou geven om het meisje te pakken. “Hij is nog niet terug… Hij is ontsnapt, ze hebben hem gisteren op willen halen, maar hij was niet in het huis…” Britt kijkt Tony aan, die niets van het gesprek kan horen, maar aan Britts’ gezicht wel kan zien dat er iets helemaal mis is. “Waarom weten wij daar niets van?” snauwt Britt, “een van uw patiënten is op proefverlof ontsnapt en u vindt het niet nodig om aan de politie door te geen dat er een verkrachter rond los loopt in Gent…” ze kijkt verbaasd in de hoorn als de man aan de andere kant met een lachje “Nou, met alle respect, mevrouw, maar er lopen wel meer verkrachters los rond in Gent, hoe denkt u anders…” Britt is meestal wel in voor een beetje zwarte humor, ook haar humor is lichtelijk beïnvloed door het feit dat ze elke dag met uitschot werkt vanwege haar job bij de flikken. Maar nu kan ze de lamme poging om grappig te zijn van de man niet waarderen. Hij herstelt zich ook snel als hij merkt dat ze er niet om kan lachen en begint zich uit te putten in excuses. “Hij leek het goed te doen, leek een heel eind te genezen en…” ratelt hij. Britt rolt met haar ogen terwijl Tony haar mobiel al gegrepen heeft om het commissariaat door te geven een opsporingsbevel uit te geven voor de man. “Verdomme!” snauwt Britt als ze haar telefoon dichtklapt, ze kijkt Tony aan die ook net haar mobiel weg steekt en een woord in dezelfde richting de ruimte in slingert. “Als ik die gast te pakken krijg zorg ik er voor dat hij zijn leven lang niet meer op proef verlof kan.” Dreigt Tony die er inmiddels van overtuigd is dat hun krantenmeisje door dit heerschap is opgepikt. “Ja, we weten nu wie het is… maar waar is hij heen, hij laat zich vast niet een tweede keer zo makkelijk pakken…” Ze lopen de tuin in en kijken in het schuurtje waar een meisjesfiets met fietstassen is weg gezet. “Hij heeft zich niet van de fiets ontdaan, maar hem in ieder geval weg gehaald bij de voordeur dit keer…” wijst Britt, denkend aan de notitie in het dossier dat de fiets van het vorige krantenmeisje in de gang bij de voordeur had gestaan. “En hij heeft de kranten rondgebracht.” Zegt Tony, die zich herinnert gelezen te hebben dat de vorige keer alle kranten vanaf zijn huis te laat in de bus hadden gelegen en dat de route na zijn straat helemaal geen kranten meer had gekregen. Ze hadden de zaak binnen een dag opgelost, zo stupide was de man te werk gegaan. Het was ook een bijzonder vreemde man geweest, langzaam komen de herinneringen aan het verhoor bij haar boven, een hele rare man, herinnert ze zich. De gedachte komt bij haar op, dat, hadden ze dit gisteren al serieus genomen, ze nu het meisje waarschijnlijk te pakken hadden gehad. Ze hadden direct moeten reageren, nu was hij vast al Gent uit met haar… het zat er dik in tenminste. Ze ziet dat ook Britt baalt van de inschattingsfout van de mannen, al durft ze niet te zeggen dat ze zelf niet had geoordeeld dat het kind weg was gelopen. Het leek erop dat zelfs de moeder zich dat, zij het met moeite, wel voor kon stellen. Ze had toch niet voor niets gezegd dat er ruzie was geweest rondom de fiets… Dus gisteren hadden ze allemaal nog gedacht dat ze wel terug zou komen, pas toen ze ’s nachts niet op kwam dagen was bij iedereen de alarmbel gaan rinkelen. Britt neemt zich plechtig voor een volgende keer niet weer zo lang te wachten, al heeft dit meisje daar nu erg weinig meer aan. 

Hij heeft het veel beter gedaan nu, denkt hij tevreden als hij neerkijkt op het meisje dat ligt te slapen op een bed in de kajuit. Ze lijkt vredig te slapen, dat komt omdat hij haar pillen heeft gegeven waardoor ze een tijd lang onder zeil zal zijn, lang genoeg voor hem om een heel eind weg te kunnen varen. Hij weet nog niet waar hij heen wil en hij twijfelt ook nog of hij het meisje de hele reis zal meenemen. Hij wil in ieder geval het land uit, ver weg, maar met dit kleine bootje kan hij niet de grote oceaan op, hij zal helemaal langs de kust moeten varen. Misschien kan hij bij Spanje wel oversteken naar Afrika en zo afzakken naar beneden. Hij wil naar een land waar niemand hem kent en ze hem allemaal sexy zullen vinden, want sexy zal hij zijn als hij klaar is met dit krantengrietje. Ze had hem gekrabd en gebeten toen hij haar naar binnen had getrokken. En hij was maar wat blij geweest dat hij zich beter had voorbereid dit keer. Hij had haar direct een dot watten met chloroform in het gezicht geduwd, chloroform die nog in zijn laboratorium in het schuurtje stond, waar hij altijd van alles uit vond. Zo had hij haar slappe lichaam zonder al te veel gedoe de trap op kunnen slepen. Daar was hij echter tot de ontdekking gekomen dat het niet echt leuk was om sex te hebben met een meisje dat sliep. Het wond hem nauwelijks op… Hij kwam klaar, maar dat was ook alles. Hij had haar vastgebonden laten zitten aan het bed, het was nog vroeg, ze zouden straks komen om hem te halen. Ze werd niet wakker, dat was maar goed ook, want hij wilde weg met haar. Zijn auto stond nog steeds in de garage. Niemand had zich in de lange tijd dat hij weg was om het huis bekommerd, hij had geen vrienden, geen familie en alles was gebleven zoals het was toen hij de vorige keer werd opgehaald door de donkere en de blonde… Hmm, wat zou hij graag wachten tot zij kwamen en hen naar binnen sleuren, chloroform in het gezicht duwen, hen vast binden en sex hebben met hen, dat was nog veel beter dan een krantenmeisje. Maar goed, ze waren met twee, hij was maar alleen, als hij de ene op de grond had zou de andere hem al neer geschoten hebben, zo slim was hij wel… Al was het idee aanlokkelijk, hij wist dat het niet uitvoerbaar was, nog niet… Wacht maar tot ik mijn krachten heb, dacht hij, dan kom ik terug voor de donkere en de blonde die hem naar die stompzinnige idioten in die kliniek hadden gestuurd. En dan zouden ze hem smeken, smeken om op te houden… of nee, smeken om meer, hij zou tenslotte alle vrouwen behagen. Ja, dat leek hem wel wat, twee politiedames die hem smeekten om meer. De gedachten wonden hem opnieuw op, maar hij had belangrijkere dingen te doen. Hij droeg het meisje naar de garage waar hij haar in een deken gewikkeld en met goed vastgebonden handen en voeten (hij wist tenslotte niet wanneer de chloroform uitgewerkt zou zijn) op de achterbank dumpte. Over haar heen gooide hij wat dekens, zodat het op het eerste gezicht leek alsof hij gewoon allerlei rotzooi in zijn auto had geladen. Daarna reed hij de garage uit, verbaasd dat zijn auto überhaupt nog reed, al had hij er wel nieuwe benzine in gedaan enzo, het was toch een wonder. Het leek dus voorbestemd dat hij zou kunnen ontsnappen. Het was toch eigenlijk ook ongelooflijk stom dat zijn begeleiders niet hadden gevraagd naar een garagebox, erg onzorgvuldig. Ook al lag zijn garage ergens aan een ander pleintje, een beetje zichzelf respecterende begeleider zou die toch gecheckt hebben op de aanwezigheid van een auto. Zij huis hadden ze helemaal doorzocht en er zou elke dag iemand langskomen, dat was ook zo geweest. Ze hadden hem echter niet de hele tijd in de gaten gehouden en zo had hij op zaterdagochtend het krantenmeisje kunnen volgen. Hij had genoteerd in welke straten ze de krant bezorgde en dus was het eerste wat hij gedaan had na haar naar binnen te hebben getrokken en naar boven te hebben gesleept het bezorgen van de rest van de kranten, op haar fiets, wat een humor. Bij terugkeer had hij geprobeerd met haar te vrijen, maar het was dus een afknapper geweest. Nu was het zaak om te vertrekken. Zo reed hij de garage uit op het moment dat er voor zijn huis een busje stopte dat hem zou ophalen. Terwijl de verplegers in zijn huis tot de ontdekking kwamen dat hij verdwenen was reed hij de straat uit. Hij reed naar de kade waar hij even rondkeek. Hij was er eerder al gaan wandelen en had een paar roestige oude bootjes gezien die duidelijk niet vaak gebruikt werden. Daar zou hij er een van kunnen jatten. Een eigenaar zou niet snel alarm gaan slaan, want het waren duidelijk bootjes die slechts in het weekend gebruikt werden en dan nog niet al te vaak. Hij had er al een op het oog en gelukkig lag die nog steeds klaar voor vertrek. Het was zeewaardig, dat wel, maar hij zou er niet al te gek mee moeten doen, langs de kust blijven varen was het beste en vooral niet opvallen, dat was belangrijk. Hij dumpte zijn vangst in de kleine kajuit op een stretcher die hij achter in zijn auto had gegooid. Hij stapelde proviand, jerrycans benzine en dozen met zijn boeken op en liet de auto aan de kade staan. Hij zou voorlopig toch niet terug komen in dit land, zoveel was wel zeker… Hij was weggevaren de schelde op en nu rustig langs de Belgische kust naar beneden. Na een tijdje varen had hij het bootje vast gelegd ergens op een rustige plek waar duidelijk geen hond kwam behalve wat paartjes, te zien aan de volle condooms. Hier zou hij rustig even kunnen genieten van wat hij gevangen had, een stuk in een van zijn geliefde boeken kunnen lezen en kunnen rusten voor hij door zou varen naar Frankrijk. Het meisje was inmiddels wakker geworden. Ze keek hem fel en woest aan met haar ogen. Ze kon geen geluid maken, hij had de prop in haar mond goed vastgebonden en ook haar handen had hij boven haar hoofd aan een buis vastgebonden. Haar benen waren uit elkaar getrokken en haar voeten werden ook op hun plaats gehouden met touwen. Hij wist niet zeker of ze wist of voelde dat hij al bij haar binnen was gedrongen toen ze nog niet bij bewustzijn was, dat maakte hem ook niet uit. Nu ging hij het nog eens goed doen. Hij zette zich bij haar neer en begon toen te praten. Hij vertelde haar dat het tweede meisje was dat hij had mee genomen, het vorige meisje was ook een krantenmeisje geweest, wist ze dat? De vorige keer hadden ze hem al snel gepakt, nu was hij slimmer geweest, legde hij uit. Hij had haar krantenwijk af gemaakt en was op tijd ontsnapt, hij was iedereen te slim af geweest, zoveel was wel zeker… Ze had dus erg veel geluk, want hij had het veel beter aangepakt nu, dus ze zouden hen niet vinden. Hij maakte haar deelgenoot van zijn twijfels door haar te vertellen dat hij nog niet zeker wist of hij haar zou vrijlaten voor hij zou ontsnappen naar een ander land, of haar misschien pas later in een ander land, zou vrijlaten, of misschien wel helemaal niet voor hij op een plek van bestemming was aangekomen… Of dat hij haar misschien zou moeten doden en dumpen, maar dat lag eigenlijk alleen aan haarzelf, vertelde hij haar. Want als ze niets zou vertellen zou dat niet hoeven. Nu hij het allemaal hardop uitsprak wist hij direct dat zowel de eerste als de derde optie geen goede waren. Bij de eerste zouden ze hem nog te snel te pakken kunnen krijgen, hij zou nog in Europa varen en dat was een probleem. De derde optie zou haar deelgenoot maken van zijn geheim waar hij zou verblijven de rest van zijn leven, of in ieder geval een deel… tot hij een nieuwe identiteit had en naar België terug zou kunnen komen, bijvoorbeeld voor die blonde en die donkere flikken, want dat idee had zich inmiddels ook in zijn hoofd genesteld en hij had zich voorgenomen om er alles aan te doen, om die droom te verwezenlijken, dat zou hem somehow wel lukken dacht hij. De tweede optie, haar bijvoorbeeld in Spanje achterlaten en zelf oversteken naar Afrika, was geen slechte. In Spanje zou ze eerst verdwaasd haar weg naar de Belgische ambassade moeten zoeken om ooit nog terug te kunnen naar Gent en als ze daar eenmaal was zou hij al lang en breed ergens in Afrika negervrouwen aan het behagen zijn, zoveel was wel zeker… Of de laatste optie, haar doden en dumpen, maar ja, dat zou hem een gekke moordenaar maken en hij was niet gek… nee, hij was niet gek. Hij was geen moordenaar en dat wilde hij eigenlijk ook niet worden… Optie vier verwierp hij voor dit ogenblik ook maar even, optie twee leek de beste. Hij zou in ieder geval nooit meer terug gaan naar dat gekkenhuis waar hij net uit was ontsnapt, hij was genezen vond hij, hij zou nooit maar dan ook nooit meer terug gaan… zoveel was wel zeker. Hij verdrong alle overdenkingen naar de achtergrond en besloot te gaan genieten van wat er zou gaan komen. Hij liet zijn handen over het lichaam van het meisje glijden dat hem met haar blik bleef vasthouden. En dat was alles wat hij zich nog herinnert nu, nu hij hier op het dek zit met een wijntje in de hand. De ogen van het meisje, het meisje dat in de kajuit op het matras ligt te huilen nu. Ze hadden zijn blik geen moment losgelaten en hij was er door gefascineerd geweest, want in haar ogen kon hij precies de pijn lezen die ze voelde en wederom voelde hij zich oppermachtig. Ze had geen geluid gemaakt, niet tegengestribbeld, alsof ze wist dat het toch zou gaan gebeuren, wat ze ook probeerde. Ze had hem willen doen geloven dat het haar om het even was, maar in haar ogen had hij haar werkelijke pijn gezien, dat was zijn macht, ze kon niets voor hem verbergen, hij zag het toch. Hij drinkt de fles wijn leeg en valt dan in de stoel in slaap. De volgende ochtend ligt er dauw op zijn gezicht, hij wordt wakker met een zwakke kater, omdat hij al veel te lang niet meer heeft kunnen drinken, in de kliniek was drinken natuurlijk niet toegestaan, kan hij niets meer hebben. Een beetje knorrig kijkt hij naar het meisje op het bed. Ze is in slaap gevallen en slaapt nog. Hij heeft even nog geen zin in sex, hij besluit eerst maar een stuk te varen, als het een beetje mee zit kan hij vandaag Frankrijk halen, mits hij dus stevig door tuft met het bootje. Het water ligt als een stille blauwe vlek voor hem en het lijkt er op dat er niets tussen hem en de vrijheid in zal staan in de komende uren. Hij kijkt op de kaart en concludeert dat het haalbaar moet zijn, Frankrijk en als hij daar eenmaal is kan hij wat gemakkelijker verdwijnen. Want ze zullen hem toch niet al meteen buiten België gaan zoeken, daarbij, als ze eerst een internationaal opsporingsbevel moeten zien te krijgen… Een nieuwe inval vraagt zijn aandacht. Wat als hij in Frankrijk aan land gaat en daar de trein verder neemt, of nog beter… naar een vliegveld probeert te komen en een ticket naar een of ander heel ver land neemt… last minute naar zon, strand en zee… waarom niet… Hij kan het kind achterlaten en zelf zal hij verdwijnen naar Zuid Amerika of Afrika ofzo… naar een plek waar ze hem nooit zullen vinden. Hij glimlacht om zijn eigen briljantheid… een kater, maar toch komen de briljante invallen nog in hem op, zijn geest is nog niet helemaal gedood in die stomme kliniek, bedenkt hij opgelucht. Beneden in de kajuit is het meisje wakker geworden. Ze kijkt om zich heen en realiseert zich dan weer waar ze is. Ze herinnert zich ook weer die griezel die gisteren haar heeft verteld dat ze op weg zijn naar nergens… of dat ze op weg is naar haar dood… Haar spieren protesteren hevig bij elke beweging. Ze ligt nog steeds uitgespreid en vastgebonden op de stretcher. Voorzichtig, zonder herrie te maken, probeert ze een voet of een arm los te werken. Ze moet hier weg, als ze maar in het water kan springen, dan kan ze naar de kant zwemmen. Ze ziet door het raampje van de boot dat ze niet al te idioot ver van de oever af zijn en ze kan goed zwemmen. Dus dat moet ze kunnen halen, het moet… anders overleeft ze dit avontuur ook niet, de man is overduidelijk niet bij zijn volle verstand en haar enige hoop op redding is ontsnappen. Ze hoort de man boven haar hoofd een lied neuriën, kennelijk heeft hij goede zin… ja, hij wel. De knopen zijn haastig om haar voeten en polsen gelegd en hoewel elke beweging vlammende pijnscheuten veroorzaakt probeert ze toch uiterst voorzichtig om een hand los te wringen. Ze verwacht dat de man voorlopig nog niet naar beneden zal komen, hij zal vast een flink stuk willen varen om het land uit te komen. Ze voelt hoe het touw rondom haar linkerpols wat los zit, als ze daar haar hand uit kan wringen kan ze haar vrije hand vervolgens gebruiken. Met de moed der wanhoop gaat ze verder en stopt als ze de man hoort op staan. Haar hand gooit ze weer als vastgebonden tegen de stangen. De boot ligt na een tijdje volledig stil. “Zo,” zegt de man als hij binnenkomt “Mijn kater is voorbij… ik heb zin in je… jij ook in mij?” Hij wacht niet op antwoord, logisch, want zij heeft een prop in haar mond, dus kan ze toch vrij weinig terug zeggen. Hij gaat bij haar zitten en is zo bezig met haar lichaam dat hij de hand die losser hangt nu niet ziet. Ze moet haar uiterste zelfbeheersing aanspreken om die hand nu los te rukken en hem van zich af te duwen. Ze weet dat ze met een aantal goede rukken waarschijnlijk los zou zijn. Maar dat zou stom zijn, het zou haar nu een goed gevoel geven om hem te kunnen krabben of slaan, maar ze zou er niets mee bereiken. Ze zou te weinig tijd hebben om los te komen en hij zou haar weer vastbinden, beter vastbinden… Ze denkt aan alle boeken die ze gelezen heeft over dit soort enge zaken. In de meeste gevallen probeerden de meisjes maar gewoon mee te werken, zodat hun ontvoerder ze liet leven, tot het moment dat ze kans zagen weg te komen. Zelf heeft ze nooit zoiets mee gemaakt, maar in al die boeken staat het en dus weet ze dat ze zal worden afgestraft als ze zich nu probeert te verzetten. Met tranen in haar ogen laat ze de man bij zich binnen gaan en ze voelt hoe hij, niet lang daarna, in haar klaar komt.Hij blijft even op haar liggen, rolt dan weg, trekt zijn broek op en kijkt op haar neer, alsof ze niet meer dan een stuk vuil is waar hij zijn behoefte op doet. Zij voorziet in de behoefte, ze is het ding wat hij nodig heeft, ze is niet meer dan een vibrator eigenlijk… een opblaaspop. Hij weet dat hij snel andere meisjes zal willen, meisjes die zich meer met hem zullen bezig houden, maar dat zal komen, want hij voelt hoe zijn kracht groeit en hoe zijn ego langzaam maar zeker herstelt van de kliniek en aansterkt. En onwillekeurig denkt hij aan Smartie als hij gaat zitten, hij kijkt naar het meisje en denkt aan Smartie. Smartie in zijn hoekje, Smartie had hetzelfde gedaan, hij had meisjes ontvoerd, hij had met ze gevreeën, maar Smartie had ze daarna vermoord, alsof het maar experimentdieren waren. Hij zou dat niet kunnen doen, het zijn meisjes, geen witte muizen die hij voor zijn experimenten gebruikte… Hij is dol op dierenexperimenten, het zijn tenslotte maar dieren, met hen kan je alles doen wat je wilt. Zonder dat hij het zelf door heeft begint hij hardop te praten, hij babbelt tegen het meisje over dierenexperimenten over de boeken die hij gelezen heeft waarin mensen zich vermaken met dieren. Over de wreedheden die worden begaan bij simpel boerenvermaak in het oude Oost Europa, over de wreedheden die mensen wetenschappelijke experimenten noemen. Wreedheden waar hij dagelijks van geniet… het zijn tenslotte maar dieren… “Eigenlijk ben jij ook een geverfde vogel, weet je dat… Als je straks terug keert naar jouw groep… hoe denk je dat ze je zullen aankijken… ja, jij bent een geverfde vogel…” Het meisje kijkt hem bibberend aan en vraagt zich koortsachtig af wat een geverfde vogel is, het zal wel wat te maken hebben met dierenexperimenten, want daar neuzelt de man steeds over. “Ken je het experiment van de bananen en de apen?” vraagt de man plotseling en kijkt haar recht aan. Ze blijft hem aanstaren en hij gaat weer achterover hangen. “Je hangt een tros bananen in een boom, en zet er een groep apen om heen. Telkens als een aap de boom in probeert te klimmen om de bananen te gaan halen krijgt hij een elektrische schok. Ze proberen het een paar keer, maar daarna geven ze het natuurlijk op, ze zijn niet gek… Je plaatst een nieuwe aap in de groep, het eerste wat ie doet is natuurlijk op de boom afrennen om de bananen te gaan pakken, maar zijn groepsgenoten sleuren hem naar beneden, ze slaan op hem in, zodat hij de boom niet meer in durft. Een elektrische schok krijgen de apen al niet meer, als ze het zouden proberen, maar dat maakt niet uit de groep weet nu dat het gevaarlijk is om de bananen te halen. Ook de nieuweling, al heeft hij geen idee waarom, maar het is gevaarlijk, want als je naar de boom gaat wordt je door de groepsgenoten in elkaar getimmerd. Hij heeft geen idee waarom ie de boom niet in mag, maar hij gaat er niet meer naar toe. Een volgende nieuweling erbij, een paar oude apen weg. De eerste nieuweling slaat net zo hard mee wanneer de nieuwste aanwinst de boom in wil klimmen… Hij heeft geen idee waarom, maar… En zo tot de hele groep vervangen is, er is geen enkele aap meer over die weet waarom je de boom niet in mag, maar nog gaat er geen aap die boom meer in…” Hij kijkt het meisje aan en staat dan op “Kom we gaan maar weer eens verder…” zegt hij en gaat weg. Het meisje wacht tot hij weer boven haar zit en begint dan panisch aan het touw te trekken. Ze moet hier weg… die bananenboomvent is gek! Zoveel is wel zeker…

Einde

Dit verhaal is geschreven door Holymary;mins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*