De geverfde vogel
“Shit, dat meen je niet?” Britt kijkt Tony aan “Toch wel, hier staat het… En de kliniek zegt dat ze geen garagebox hebben gecheckt, dus without a doubt is hij er gewoon met zijn auto vandoor gegaan…” Ze staat op en Britt volgt haar. Ze hebben ontdekt dat de vent die ze zoeken, Otto Brandenvoort, de professor, een garagebox bij zijn huis heeft. En in die garagebox heeft hij een auto, geen nieuwe en het wrak staat inmiddels al jaren ongebruikt in die garagebox, maar zonder enige twijfel kan hij die in no-time weer aan de praat krijgen. Hij kan er in ieder geval een klein stukje mee rijden, en wie weet welke kan hij op is gereden. Voor het zelfde geld is hij al overgestoken naar Engeland met zijn auto. “Verdomme…” vloekt Tony nog eens als ze in de auto op weg naar de garagebox zitten. Voor de zekerheid hebben ze de signalering van de wagen maar doorgegeven, ook al moeten ze dan nog constateren of de auto inderdaad uit de garage verdwenen is, maar daar twijfelen Tony en Britt eigenlijk niet aan. Ze kunnen zichzelf wel voor het hoofd slaan dat ze niet eerder de zaak serieus als ontvoering zijn gaan behandelen, maar inmiddels hebben ze beiden ook zin om de mensen van de kliniek een flink aframmeling te verkopen, omdat zij zo slordig te werk zijn gegaan. “Ik wil voortaan weten wanneer die lui op verlof komen.” Had Britt uitgeroepen toen ze even verslag waren gaan uitbrengen bij Vanbruane. Die had de frustratie begrepen, maar was met een politiek antwoord gekomen over tweede kansen, waardoor ze bijna vermoord werd door een blik van Britt die haar vertelde dat ze dat allemaal zelf ook wel wist, maar op het moment even gefrustreerd was door zoveel stommiteit. “En als ze dan ontsnappen moeten ze dat zeker melden!” snauwde ze ter afsluiting. Dat had Vanbruane wel een goed idee geleken en ze zou het zeker inbrengen in een volgende vergadering, waar dan ook. Ze verwachtte echter niet dat de ambitieuze wensen van een politieteam in Gent het rechtssysteem noemenswaardig zouden veranderen, maar ook dat wist Britt al voor dat ze dat tegen haar zei. Bij de garage aangekomen zien ze inderdaad dat de auto weg is, niet erg verassend, maar toch… “Wat doen we nu?” vraagt Tony als ze even later in het huis van Otto staan. Britt kijkt wat rond “Hij heeft boeken meegenomen…” wijst ze op de lege plank “Ja, en waarschijnlijk zijn paspoort, maar goed, als iemand hem ziet dan hebben we hem, hij wordt in heel België gezocht, maar…” Britt gaat op een stoel zitten “We moeten een internationaal opsporingsbevel zien te krijgen.” Zegt ze “En heel snel, anders hoeft het al niet meer, dan is ie spoorloos verdwenen, met zijn boeken… Als hij boeken meeneemt en dat soort zaken, dan is hij niet van plan nog terug te komen…” mompelt ze. Tony kijkt haar aan “Dat had ik je zo ook wel kunnen vertellen, een TBS-er die eenmaal ontsnapt keert niet terug om weer terug de kliniek in te gaan.” Britt knikt mismoedig “Het is toch een gospe dat we niet…” begint ze, maar zwijgt dan weer. Ze zitten samen treurig in de kamer als Britts’ telefoon gaat. “Met Pasmans…” roept Pasmans zoals gewoonlijk enthousiast “Zeg Britt, wij hebben een auto gevonden aan de kade, hij staat verkeerd geparkeerd…” begint hij. Britt kijkt Tony aan “Ja, geef hem een bon en val daar mij verder niet mee lastig.” Snauwt ze met rollende ogen. “Nee, maar het is de auto die jullie zoeken.” Zegt Pasmans snel om meer gesnauw te voorkomen. “Wat?” Britt springt op en trekt Tony achter zich aan het huis uit. “Blijf daar, wij komen er aan.” Roept ze in haar mobiel en springt achter het stuur. “Ze hebben de auto.” Tony kijkt haar aan “Goddank, een spoor…” zucht ze. Het loopt inmiddels al tegen de avond en ze worden hoe langer hoe wanhopiger, maar nu is er in ieder geval weer een spoor om te volgen. Raymond en Pasmans staan bij de auto als ze aankomen op de plek die Pasmans heeft doorgegeven. “Een beige Honda…” wijst Raymond achter zich. “Valt wel een beetje op dit wagentje, want er rijden er niet veel meer van rond.” Nee, dat klopt, Honda’s rijden de mensen dan nog wel, maar het is tegenwoordig toch vaker de Honda Civic dan dit oude wrak. Britt loopt een paar keer om de wagen heen. “Zou hij hem hebben moeten laten staan, omdat het ding niet verder reed, of had hij iets anders geregeld?” vraagt ze zich af. “Hoeveel kun je regelen in een weekend…” mompelt Tony. “Ja of vanuit de kliniek al, ik weet het niet hoor, echt goed letten ze daar ook niet op geloof ik.” Bromt Britt geïrriteerd. “Maar je hebt gelijk…” geeft Britt toe “Het zal allemaal vrij snel hebben moeten gaan…” Raymond steekt zijn hand op “Mag ik even?” vraagt hij. Britt en Tony kijken hem aan en volgen zijn vinger die naar het water wijst. De hele kant ligt vol met aangelegde oude bootjes, plezierbootjes, sommige oud en verroest, sommige mooi opgeblonken. “Er is geen champignon meer vrij…” wijst Raymond op de aanleg palen “Alleen deze hier…” Hij wijst op de enige waaraan niets ligt, die op een paar meter afstand is. “Hij had een zware last en wilde niet ver lopen… ik gok dat hij een bootje heeft genomen.” Britt kijkt Tony aan “Natuurlijk…” mompelt ze “Een boot…” Ze grijpt haar mobiel en belt naar het commissariaat, kort legt ze alles uit aan Vanbruane die belooft de kustwacht te alarmeren. “Die zit natuurlijk al lang in Nederland.” Voorspelt Tony. “Dan gaan we nu hard aan de slag om te zorgen dat er in Nederland ook gezocht wordt naar hem.” Belooft Britt en ze verdwijnen weer in de auto nadat ze Raymond hebben opgedragen te zorgen dat de technische dienst de auto op komt halen voor sporenonderzoek. “Hij zal toch ’s nachts niet varen mag ik hopen.” Probeert Vanbruane hen een beetje gerust te stellen, dat de man nog niet al te ver weg kan zijn, al denkt ze zelf ook dat hij ongetwijfeld een goed tempo er in heeft zitten om te zorgen dat niemand hem kan pakken. Ze kijkt op haar horloge, het is al laat in de middag en ze weet dat zowel Britt als Tony eigenlijk op tijd naar huis hadden willen gaan vandaag. Niet dat er nu nog iets van die wil over is, ze lijken de schuld op zich te hebben genomen voor het feit dat de zaak gisteren niet direct als ontvoering is behandeld en willen kost wat kost de man te pakken krijgen. Een tijd lang werken ze nog door om te zorgen dat er een internationaal opsporingsbevel komt, verder worden ze uit de sporen in de auto ook niet veel wijzer en dus gaan ze uiteindelijk op aanraden van Vanbruane toch maar naar huis. Dorien ligt al lang en breed te slapen als Britt binnen komt. Selattin staat over de box gebogen en kijkt naar Nabila die vrolijk wakker met haar handjes ligt te spelen. “Hoe was jouw dag?” vraagt hij als Britt binnen komt en kust haar als ze hem omhelst. Ze zegt niets en blijft even tegen hem aanhangen voor ze Nabila uit de box pakt. “Ze heeft zich vandaag voor het eerst om gedraaid…” update Selattin haar over de baby. “Oh…” Britt is meteen verdiept in haar kind en vergeet de rotzaak van vandaag gewoon helemaal. “Oh, waarom heb ik dat nou gemist…” zucht ze. Selattin moet er om lachen, in de toekomst zullen ze nog wel meer eerste keren dit of dat missen, dat is nou eenmaal zo als je werkt. Je kunt niet continue bij het kind zijn om te kijken of het zich toevallig op wil trekken of om wil draaien. Gelukkig hebben Britt en hij daar al een leuk gesprek over gehad toen ze huilde nadat Lieve haar had verteld van ‘de eerste keer’ dit-of-dat waar Britt niet bij was geweest. “Er is altijd nog een eerste keer…” had hij gezegd “De eerste keer dat ze dat doet als jij het ziet, OK…” En hij had Lieve gevraagd niets meer tegen Britt te zeggen als Nabila iets nieuws deed op het moment dat zij er niet bij was. Maar daar tegen had Britt vervolgens geprotesteerd, ze was geen glazen poppetje en ze was al aan het idee gewend, dus hoefde hij haar niet zo te beschermen. Ze hangt tegen Selattin aan op de bank en knuffelt hun kleine kindje. Dan begint ze Selattin te vertellen van de zaak die ze aan het doen zijn, ze eindigt met het vervelende feit dat de man dus nog steeds ergens rond zwerft met het meisje en ze hem nog niet te pakken hebben gekregen, een frustrerend gegeven… “Ik voel me schuldig.” Geeft Selattin toe. Hij was degene die samen met Vanneste had besloten dat de zaak geen voorrang verdiende, omdat het meisje toch wel zou opduiken. “Ach, het is toch policy om inderdaad eerst een aantal uur te wachten, bij meisje van die leeftijd zeker, lopen toch te pas en te onpas weg…” sust Britt. Selattin knikt “Dat weet ik wel, maar toch…” geeft hij zichzelf op de kop. “Weet je, zelfs al was je meteen gaan zoeken nadat die moeder jullie gebeld had, dan had je haar nog niet gevonden, hij is die ochtend al met haar vertrokken. Het lijkt mij tenminste niet dat hij zich met haar verstopt heeft in de garage, stel dat de mensen van de kliniek hem daar waren komen zoeken…” Die lui van de kliniek hadden dat trouwens niet gedaan, de sukkels, en Britt nam het Vanneste en Selattin een stuk minder kwalijk dat ze de zaak als weglopen hadden bestempeld dan dat ze het de verplegers van de kliniek kwalijk nam dat ze niet direct alarm hadden geslagen. “Toen de moeder alarm sloeg was ze al een aantal uren verdwenen. Jullie waren eerst overal gaan zoeken, ze had tenslotte al haar kranten al bezorgd, dus hoe zou je er op gekomen zijn… daarbij was hij toen al weg met haar op de boot, als we inderdaad uitgaan van het idee dat hij op een boot zit… wat wel zeer aannemelijk is… Dus dan was hij ook al ontsnapt…” Daarmee geeft Britt aan dat ze überhaupt weinig hoop koestert in deze zaak, de man is al lang en breed ontsnapt, dat kan niet anders. “Dan hadden we hem misschien in ieder geval nog te pakken kunnen krijgen voor hij het land uit was.” Meent Selattin, hij is niet van plan zijn schuldgevoelens zo snel opzij te zetten. “Laten we maar gewoon hopen dat we hem nog te pakken krijgen.” Sluit Britt het onderwerp af en Selattin kan inderdaad niet anders dan met haar mee hopen.
De boot ligt stil op het water. Ze zijn de grens al over, dat weet ze, want hij was het haar vrolijk komen melden en daarna had hij haar nog een keer gebruikt voor hij naar het dek was gegaan, in zijn stoel was neer gezakt. Ze hoorde hoe hij de fles aan zijn mond zette en dwong zichzelf te wachten. Ze had alle touwen los gekregen nadat ze haar ene hand had weten te bevrijden. Ze had ze weer om haar polsen en enkels gedrapeerd en ze een beetje vastgemaakt voor hij kwam. Ze wilde wachten tot het nacht was voor ze zou ontsnappen. Hij zou, net zoals de avond er voor, waarschijnlijk wel weer dronken worden en dan zou ze kunnen ontsnappen zonder dat hij het merkte. Het zou haar zeker een voorsprong geven en waarschijnlijk zou hij haar niet te pakken kunnen krijgen. Tegen de tijd dat hij merkte dat ze weg was zou ze al lang en breed verdwenen zijn, misschien zat ze dan al op de trein terug naar België. Ze kreeg gelijk al gauw hoorde ze een luid gesnurk. Nu ligt ze op het bed en maakt voorzichtig de touwen los. Een beetje moeizaam komt ze overeind en gaat rechtop zitten. Alle spieren in haar lichaam doen pijn en ze vraagt zich af of ze überhaupt nog wel kan lopen, laat staan zwemmen. Maar ze weet dat ze als ze het nu niet meer probeert de kans niet meer zal krijgen. Ze moet verdwijnen, nu in de nacht, zodat hij haar niet achterna zal komen. Voorzichtig staat ze op en valt dan duizelig weer terug op het bed, slechts heel af en toe heeft ze mogen drinken of eten in de afgelopen dagen. Ze zoekt om zich heen en vindt een brood dat hij heeft achtergelaten. Snel propt ze het brood naar binnen en drinkt de fles water leeg die hij op de grond heeft gezet. Als ze wat geoefend heeft in het lopen klimt ze naar boven. Daar zit haar gehate verkrachter, ze moet zich inhouden om hem niet overboord te kukelen. Waarschijnlijk zou hij verzuipen, maar wat als hij toch niet zo dronken is als het lijkt en wakker wordt van het water. Wat als hij opnieuw aan boord klimt en haar weer vast maakt. Nee, het is beter geruisloos te verdwijnen en wel snel. Ze laat zich voorzichtig in het water zakken. Het water is ijskoud en ze moet zich er werkelijk toe zetten om erin te gaan. Voorzichtig zwemt ze een paar slagen in de richting van de lichtjes die aangeven waar de kust is. Zo ver is het niet houdt ze zichzelf voor. Ze kan de lichtjes van het stadje waar ze voor liggen goed zien. Nog een paar slagen. Ze voelt hoe haar armen en benen stijf worden. Ze voelt dat haar spieren bij elke beweging protesteren, nogal wiedes na dagen uitgerekt te hebben gelegen. Ze klemt haar tanden op elkaar en zet door, maar al gauw voelt ze hoe het water haar naar beneden trekt. Het is niet ver meer de kant blijft ze voor zichzelf herhalen, langzaam aan wordt de wereld om haar heen zwarter, de lichtjes lijken te doven tot zielige vuurvliegjes en haar slagen worden minder groot en minder fel. De wereld valt weg en ze gaat regelmatig kopje onder. Steeds komt ze proestend weer boven, totdat de wereld werkelijk zwart wordt om haar heen, vermoeid laat ze haar armen en benen hangen…
Hij wordt wakker van het geluid van een megafoon. In het Frans wordt hem wat toegeschreeuwd, hij heeft een moment nodig om tot zichzelf te komen en te bedenken waar hij ook al weer is. Met een kurkdroge mond en een hoofd waarin een timmerman een hamer laat neerkomen op zijn hersenen draait hij zich duizelig in de richting van het geluid. Wederom die man die schreeuwt en hij steekt zijn hand op ten teken dat hij hem gehoord heeft. De mannen komen aan boord, ze zijn van de kustwacht en willen weten wat hij hier zo ver van de kust doet. In wat gestameld Frans legt hij uit dat hij op vakantie is, voor zijn rust… Hij moet zijn paspoort laten zien, hetgeen hij zonder aarzelen doet, een van de anderen kijkt even rond en daalt het trapje af. Plotseling dringt het tot hem door wat er gebeurd, nu is hij erbij, als ze het meisje beneden vinden zal het avontuur ten einde zijn. Hij baalt ervan dat het op zo’n manier moet aflopen, maar hij is op het moment met de kater niet bij machte er wat tegen te doen. De man komt weer terug en babbelt wat met zijn collega. “Nou meneer, nog een prettige vakantie hoor, maar misschien kunt u in het vervolg beter wat dichter bij de kust gaan liggen… er kan plots een storm opsteken en dan ligt u hier niet echt veilig…” De man die tegen hem spreekt laat zijn oog op de lege fles drank vallen. “En zeker in uw toestand kunt u weinig beginnen tegen de golven…” voegt hij er aan toe en voegt zich bij zijn collega die terug is op hun eigen boot. Ze varen weg en hij blijft verdwaasd en verbijsterd achter. Hij begrijpt nog niet helemaal wat er zojuist gebeurd is, het was de kustwacht, maar ze hebben hem laten gaan… Verbaasd grijpt hij naar de fles water bij zijn voeten, maar die is leeg… hmm, die heeft ie dan al leeg gedronken. Hij strompelt verder en vindt een volle fles water waaruit hij begint te drinken. Nog steeds wat vaag, maar al wat meer wakker en dus nog verbaasder dan daarvoor strompelt hij naar beneden. Hij onderdrukt een kreet als hij het lege bed ziet, alhoewel hij het eigenlijk wel had verwacht, ze zouden hem toch niet met het meisje laten gaan, zoveel is wel zeker… Even blijft hij verbaasd kijken naar bed en ploft dan op het bed neer, is het allemaal maar een droom geweest? Nee, hij schudt zijn hoofd, nee, hij is ontsnapt uit België met het meisje dat weet hij zeker, maar daarna… Hij start de boot en vaart verder, de wind in zijn gezicht doet hem goed en langzaam aan wordt hij wakker. Het meisje is ontsnapt, dat kan niet anders, hoe dat weet hij niet precies, maar ze is wel ontsnapt… Hij overweegt om nog te blijven om haar te zoeken, maar hij weet dat het beter is om zich uit de voeten te maken. Als iemand haar gevonden heeft zullen ze achter hem aankomen, zoveel is wel zeker… Zo snel hij kan vaart hij verder, naar Spanje, denkt hij, naar Spanje en dan verder naar Afrika. Hij begint zich al af te vragen of hij beter met de trein kan gaan, of met het vliegtuig. Maar hij vindt de boot leuk en daarbij zou hij de boot goed kunnen gebruiken in Afrika, de boot is zijn huis nu. Hoe zou hij alle boeken mee kunnen nemen als hij de boot niet had? Nee, hij blijft op de boot. Zoveel is wel zeker…
“Selattin, hebben jullie wat te doen?” Vanbruane staat voor zijn bureau en laat hem opschrikken uit zijn gepeins. “Nee, we willen zo de straat op gaan, maar als u wat anders heeft, dan graag baas.” Toont hij zich bereidwillig elke zaak op zich te nemen. “Er is net een moeder binnen gekomen met haar kind, ze komen aangifte doen van ontucht…” Selattin schiet overeind en staat onmiddellijk recht. Hij sleept Vanneste mee naar de kamer waar de moeder en haar kind zitten. Vriendelijk stelt hij zich voor aan zowel de vrouw als het meisje en noteert dan de gegevens. Het kind is 8 jaar en volgt zijn bewegingen met haar ogen. Na alle gewoonlijke dingen rondom de aangifte begint Selattin voorzichtig te informeren naar de reden van hun komst. Het is niet het kind dat begint te praten, maar de moeder, hetgeen meestal het geval is, dus verbaast het Selattin niet echt. Zowel hij als Vanneste hebben na het fiasco van het ontvoerde meisje besloten om elke zaak de komende tijd zeer serieus te nemen en dus zitten ze beiden op het puntje van hun stoel. De moeder doet een heel verhaal over hoe haar dochter vreemde begon te doen aan het begin van dit schooljaar, ze wilde niet meer in de douche, ze wilde niet dat haar moeder haar… daar… waste, terwijl dat eerst nooit een probleem was. Ze schetst een beeld van een kind wat opeens sinds het begin van dit schooljaar problemen heeft gekregen met seksualiteit. Ze doet er lang over om echt ter zake te komen, maar dan laat ze er ook geen gras over groeien. “En Romy is niet de enige.” Zegt ze dan “Ik heb met een vriendin van me gesproken, haar dochter zit bij Romy in de klas en die doet ook raar. Eerst wisten we niet van elkaar, maar toen zij me vroeg hoe Romy het op school deed en wat bezorgd begon te doen snapte ik dat er met haar kind ook iets mis was… En uiteindelijk hebben we ook nog een andere moeder ontdekt, alledrie de kinderen vanaf het begin van het jaar.” Ze kijkt Selattin aan alsof die nu wel kan raden wat er verder komen gaat. “Romy wil niet zeggen wie het is, ze zegt alleen dat er iemand dingen met haar doet die pijn doen en niet leuk zijn, in de kelder van de school, ze is panisch voor de deur die naar de kelder gaat. Ze kroop helemaal achter me toen we laatst bij de directeur moesten zijn die in het kamertje daarnaast zit. De andere kinderen willen ook niets zeggen, ze zeggen allemaal dat hij ze heeft doen beloven dat het geheim is. Die leraar die ze hebben… hij is pas nieuw… Hij is een jaar of 35 ofzo en hier naar toe gekomen van een andere school, hij is verhuisd naar Gent, ik weet niet waar hij eerst woonde, maar daar is hij weg gegaan… Ik weet niet waarom, nu geeft hij hier les en ik denk… ja, omdat hij nieuw is en het is dit jaar begonnen, ze hebben het er nog nooit eerder over gehad, is dit jaar raar beginnen doen en ik heb ook niets over andere kinderen uit eerdere jaren gehoord… dus ik denk…” Selattin knikt “Heeft u het daar ook met Romy over gehad zegt hij met een knikje naar het kind. Ze knikt “Ik heb haar gevraagd of het meester Ben is, maar dan spreekt ze alleen maar weer van een groot geheim…” Het ontbreekt er nog maar net aan of ze geeft hem een knipoog, voor haar is dit afdoende bewijs. Selattin is nog niet helemaal tevreden en ziet dat Ben dat ook niet is, maar hij wil deze zaak absoluut serieus nemen. “Wij pakken de man op…” zegt hij tegen Vanneste als ze even later over de gang lopen met de belofte aan moeder dat ze iemand laten komen die gespecialiseerd is in het spreken met getraumatiseerde kinderen, die zal proberen uit te vinden wie de dader is. “Alles wijst in de richting van die leerkracht.” Betoogt Selattin later bij Vanbruane. Die knikt “Dat geef ik toe, ik heb alleen altijd vraagtekens bij dit soort zaken, legt die moeder het kind geen dingen in de mond… Maar je hebt gelijk… Bon… we pakken hem op. Verhoor hem en trek hem na in de computer, waarom is hij op zijn oude school weg gegaan, waren daar misschien verdenkingen? Bel desnoods die school op… het is ernstig en als dit inderdaad werkelijk zo is moet hij daar zo snel mogelijk weg, voor hij nog meer kinderen…” ze durft het haast niet uit te spreken. Een ontuchtzaak op school is een serieuze aangelegenheid, als de man inderdaad schuldig is is het ernstig. Langs de andere kant is het vaker zo dat alle pijlen in een richting wijzen en dat ze dan toch de verkeerde te pakken hebben. “Een beetje discreet, dat wel.” Waarschuwt ze voor Selattin en Ben weg gaan “We weten nog niets zeker.” Selattin knikt. Hij is ook niet zeker, maar hij weet wel dat hij niet opnieuw een zaak niet serieus wil nemen deze week, ook bij Vanbruane zit de inschattingsfout van afgelopen maandag nog zeer vers in het geheugen. Wat ook niet vreemd is nu Tony Britt alweer de hele ochtend van spoor naar spoor hollen om de man te vinden. Daarom is ze dit keer misschien wat sneller dan anders met het geven van haar toestemming om de man op te pikken. Misschien had ze, hadden ze deze week niet de Lilli-zaak al gehad, Selattin wel eerst gezegd de man na te trekken voor hem op school uit zijn klas weg te plukken. En ook Selattin had zeker niet zo snel gereageerd had hij niet die zaak in zijn hoofd zitten. Waarschijnlijk was hij omzichtiger te werk gegaan, maar hij wilde deze week niet nog eens een brok schuldgevoelens over zich heen krijgen door een late reactie en dus rijdt hij met Vanneste naar de lagere school die de vrouw heeft doorgegeven. “Ik heb hier op school gezeten.” Zegt Pasmans vrolijk als ze tegelijkertijd met de combi aan komen. Selattin stapt van zijn motor. “We gaan een van de leerkrachten meenemen” zegt hij “Maar een beetje discreet.” Erg discreet is het natuurlijk al niet meer als iemand in politie-uniform de school binnenstapt en er een combi voor school klaar staat om de man te vervoeren. Was het anders geweest dan hadden Britt en Tony natuurlijk deze zaak genomen en het zeker een stuk discreter afgehandeld, al was het maar omdat ze in burger rondlopen en niet in een leren broek en blauwe blouse. “Ik ga alleen naar binnen, het moet een beetje discreet…” beslist Selattin en stapt weg van de andere drie mannen, die relaxed tegen de combi hangen te kletsen. De directeur komt hem bij de deur al tegemoet. De kinderen uit zijn klas hebben de combi al zien staan en hij komt op hoge poten vragen om uitleg. Kort legt Selattin uit voor welke man hij komt, hij ziet een jonge vrouw die uit haar klaslokaal haalt opgelucht adem halen. “Waarvoor heeft u meneer de Vries nodig?” wil de directeur weten. “Hij… eh… we willen hem wat vragen, over een zaak, meneer is een belangrijke getuige…” hakkelt Selattin. “Ja, dat hebben we hier al een keer meer gehad, moet dat perse onder schooltijd?” snauwt de man. Selattin haalt verontschuldigend zijn schouders op “Het is erg belangrijk. Het gaat om een zedenzaak, dus u begrijpt…” De man knikt “Ja, ja, meer informatie heb ik niet nodig… Juffrouw Geels zal de klas van meneer de Vries wel even over kunnen nemen denk ik, ze is hier toevallig toch omdat…” Selattin is niet echt geïnteresseerd in hoe de man zijn logistieke problemen nu gaat oplossen, hij is politieagent geen leerkracht en hij doet slechts zijn werk. Hij stapt achter de directeur aan naar het lokaal en even later zit er achter in de combi een zeer nerveuze meneer de Vries. “Vind je ook niet dat hij zich nerveus gedraagt, die heeft wat te verbergen.” Meent Vanneste als ze even later het mannetje naar binnen brengen op het commissariaat. Selattin knikt en haalt zijn schouders op “Ik weet het ook niet…” Op de gang komen ze Britt tegen “Any luck?” vraagt hij haar. Ze schudt mismoedig haar hoofd “Ze zijn van de aardbodem verdwenen, ook in de rest van Europa zijn ze niet volgens mij, althans, we hebben nog geen antwoord op ons opsporingsbevel en we waren toch heel snel… een ontsnapte TBS-er die jonge meisjes verkracht, daar wil iedereen wel aan mee werken kennelijk…” doelt ze op zaken waarin het wel eens veel en veel langer duurde voor ze een internationaal opsporingsbevel hadden los weten te peuteren. “Wat hebben jullie?” Britt maakt een beweging in de richting van de man die Vanneste het verhoor in duwt. “Leerkacht die ontucht pleegt met zijn leerlingen, misschien, we weten het nog niet, er zijn verdenkingen…” Britt kijkt hem aan. “Jullie hebben het toch wel een beetje discreet aangepakt mag ik hopen? Als ie niet schuldig is en zijn school…” voorspelt ze “Ja, ja,” kapt Selattin haar af “Ik heb tegen zijn directeur gezegd dat hij getuige was in een zaak…” Britt kijkt op haar horloge, het is bijna lunchpauze, toch eerst maar wat eten voor ze weer verder gaan met rond rennen. “Ik en Ben gaan eerst die man even aan de tand voelen…” Pasmans komt langs “Deze leraar is nieuw, hij was er nog niet toen ik daar op school zat en ik…” begint hij tegen Selattin “Ja Pasmans, natuurlijk, die mensen gaan niet eeuwig mee.” Meent Selattin. “Nou, bijna alle leerkrachten die ik gehad heb geven daar nog les hoor.” Zegt Pasmans trots “Ze gaan door tot ze er bij neervallen.” Voegt hij er aan toe. Het is misschien grappig bedoeld, maar Selattin heeft even naar de foto van het team gekeken die in de gang hing en hij kreeg inderdaad het idee dat hij hier te maken met een van de laatste goed geconserveerde overblijfselen uit de middeleeuwen. Het hele team lijkt boven de 100 te zijn. Dat mag dan misschien sterk overdreven zijn, maar de man die zij hebben meegenomen was na de juf van groep 7, de jongste! En dat geeft toch te denken. Selattin is voor de kennis die een oude rot in het vak heeft opgebouwd en dus inbrengt in een team, maar hij is ook voor vernieuwing door jongeren… Dat is te zeggen, als die vernieuwing Pasmans heet kan je hem missen als kiespijn, maar goed… “Ik zoek even naar vorige woonplaatsen en scholen en ik zal naar zijn vorige school bellen om te informeren waarom hij is weg gegaan.” Stelt Pasmans voor. “Laat dat laatste even aan Raymond over. Het moet discreet gebeuren.” Waarschuwt Selattin snel. Pasmans trekt een gezicht, maar belooft dat hij Raymond zal laten bellen en niet zelf als een olifant in een porseleinkast zal gaan informeren naar het vertrek van meester Ben de Vries. Als Selattin binnen stapt is Vanneste al bezig met het noteren van de gegevens van Meneer de Vries, hij kijkt Selattin even aan en wacht dan tot dat die begint met het eigenlijke verhoor. “Meneer de Vries, ik zal maar meteen met de deur in huis vallen, u bent hier omdat sommige leerlingen van uw klas seksueel lastig gevallen worden, sinds het begin van dit jaar…” De man kijkt hem aan en hapt naar adem “Ik…” hakkelt hij. Ze hadden hem natuurlijk wel gezegd dat hij niet als getuige werd gezocht, maar omdat ze hem van iets verdachten, maar na deze zin begrijpt hij pas dat ze hem verdachten van ontucht met zijn leerlingen. “Wat?” hij kijkt Selattin wat verbaasd aan. Vanneste wil nog eens gaan herhalen wat Selattin gezegd heeft, maar Selattin schudt zijn hoofd. “U begrijpt het al zie ik, inderdaad u wordt verdacht van ontucht, met enkele leerlingen uit uw klas.” De man schudt zijn hoofd “Dit is ongelooflijk…” zegt hij “Dit slaat nergens op…” Selattin knikt “Daar proberen we achter te komen.” Zegt hij “Laten we bij het begin beginnen… Waarom bent u weg gegaan op uw vorige school?” De man kijkt Selattin nog steeds verbijsterd aan “Omdat mijn vrouw een andere baan kreeg, hier in Gent, het was teveel om elke dag op en neer te gaan rijden en ik kon ook wel een baan vinden in Gent dachten we, nou, dat lukte… Mijn voorganger in deze klas is gestorven in de grote vakantie en ze hadden dus opeens een nieuw iemand nodig… Een meevaller voor mij, want ik dacht dat ik eerst wel een tijdje thuis zou zitten. We hebben net ons tweede kind gekregen… dus dat was ook niet zo erg geweest, maar… we zijn verhuisd en ik ben dus op deze school begonnen. Niet echt mijn smaak trouwens als ik zo vrij mag zijn… katholieke school en erg, erg katholiek… Ik ben wel een goed katholiek hoor, maar dit is een beetje…” Hij kijkt Selattin aan en zwijgt dan verder over wat hij van de school vindt, daar heeft die politieman natuurlijk ook geen boodschap aan. Het zal hem eveneens ook maar matig interesseren of hij een goede katholiek is te ja of te nee, er zijn meer ernstige dingen aan de orde hier. “Maar goed, de banen liggen nu ook weer niet zo voor het oprapen, dus ik had zo gedacht dat ik het wel een jaar kon proberen.” Selattin knikt “Vond u het niet jammer om op uw andere school weg te gaan?” vraagt hij “Om eerlijk te zijn had ik daar wat onenigheid met de directeur over de aanpak van de klas, het is nogal een strenge man, erg autoritair en van de oude stempel…” Selattin kijkt hem verbaasd aan “En zo zou u de school waar u nu zit niet om schrijven?” vraagt hij. Er breekt zowaar een lachje door op het bleke gezicht van Ben de Vries “Oh, hier is het nog erger, maar weet u, ik begin net en ondertussen houd ik mijn oren en ogen open of er nog andere baantjes zijn in Gent, ja, het is beter om toch maar gewoon te werken, als ik thuis ga zitten verdien ik helemaal niets… vandaar… Op die andere school werkte ik al sinds mijn afstuderen, u begrijpt, de spanningen waren aardig opgelopen met mijn baas daar, we hebben nogal de tijd gehad om elkaar te irriteren. Toen ik van de opleiding kwam dacht ik eens lekker vernieuwend bezig te gaan, maar elk nieuw idee werd de kop ingedrukt, ik dacht dat het na verloop van tijd wel beter zou worden, maar dat viel tegen… Ik zweer u het is om overspannen van te worden. Vandaar dat ik het niet erg vond om te gaan verhuizen en ergens anders overnieuw te beginnen. Ik heb er tegen de nieuwe directeur ook geen geheim van gemaakt dat ik wel uitkijk naar een school die wat beter bij mijn stijl van lesgeven past, ik wil een begeleider zijn voor de kinderen, me laten leiden door wat zij willen leren en niet andersom… De man weet dat ik probeer ergens anders te solliciteren, maar hij had heel snel iemand nodig en vandaar dat hij blij was met mij. Ik heb een aantekening godsdienst, dus dat scheelt ook… Het geeft hen ook de kans nog wat rond te kijken naar een geschiktere kandidaat… ik hoop met een jaar wat anders gevonden te hebben…” Het is duidelijk een heel open persoon en Selattin krijgt langzaam aan wat moeite met het idee dat hij wat met de kinderen zou hebben uitgehaald, maar langs de andere kant, als hij weet dat hij maar kort blijft. Hij vraagt zich af hoe Raymonds’ telefoongesprek zal verlopen met de directeur van de vorige school van de Vries, hij heeft zojuist grif toe gegeven dat ze problemen hebben. Die man zou het waarschijnlijk onmiddellijk zeggen als hij enige verdenkingen koestert tegen de man hier tegenover hem. Een tijd lang blijft hij praten met de leraar die ontkent ook maar iets te maken te hebben met de ontucht. Ook kan hij geen andere leraar noemen op school die volgens hem zoiets zou doen, het zijn overwegend Godsvrezende mensen. Selattin heeft wel vaker Godsvrezende mensen over de vloer gehad en ze bleken toch niet zo God vrezend te zijn als ze deden voorkomen, in ieder geval meenden ze met kinderen te kunnen doen wat ze willen, maar dat zegt hij niet tegen de man. “Ik ken ze ook niet zo goed hoor, ik ben er pas net en het is niet zo’n heel hecht team, of hoe zal ik het zeggen… het is juist wel hecht en als nieuweling kom je er niet gemakkelijk tussen…” Er wordt op de deur geklopt en Raymond vraagt Selattin naar buiten te komen. “Ik heb met die man gepraat van die andere school en die zegt dat hoewel hij en de Vries problemen hadden hij niet kan geloven dat de Vries ooit iets zou doen met leerlingen dat niet door de beugel kan. Die man leeft 200% voor zijn kinderen, dat zijn zijn woorden.” Zegt Raymond en wijst dan naar de politieagente die zich bezig heeft gehouden met het meisje “Het is meneer Ben niet…” zegt die “Het is een jongen uit de hoogste klas.” Ze legt uit hoe ze na heel veel geduld erachter is gekomen wie degene was met wie Romy de enge dingen moest doen, het was een jongen uit de zesde klas. De jongen was het afgelopen jaar blijven zitten en was dus een jaar ouder dan de andere kinderen. Hij had haar meegenomen naar de kelder en gedwongen haar broekje uit te doen, dan had ze zijn penis moeten strelen, die was als een stok geworden. Hij had zijn vinger bij haar naar binnen gestoken, ze had gegild en gehuild, maar hij had het toch gedaan. Selattin luistert het hele verhaal af en loopt dan weer terug de verhoorkamer in. “Mijn excuses…” begint hij en wordt dan weer gestoord door een klopje op de deur. “Selattin… telefoon voor je, dringend…” wijst Pasmans “OK, ik ben zo terug…” belooft Selattin weer en stapt achter Pasmans aan naar het lokaal. De directeur van de lagere school is aan de telefoon en hij is duidelijk niet blij. “Waarom heeft u mij niet gezegd dat meneer de Vries verdacht wordt van ontucht met zijn leerlingen? U vindt dat ik dat niet hoef te weten? Is het niet belangrijk? Ik krijg hier ouders op school van kinderen die hij heeft gemolesteerd en u vindt het niet nodig om mij…” Selattin kijkt verbaasd naar de hoorn in zijn hand. “Pardon?”hij kan zijn verbazing niet verbergen. “Mag ik vragen hoe die mensen dat weten?” De directeur gromt even “Er staan hier heel wat moeders bij de poort… misschien is dat het…?” doet hij wat sarcastisch. Boos legt Selattin even later de telefoon neer. Hij heeft begrepen dat een van de andere moeders gebeld heeft met de moeder van het meisje wat zij nu op het bureau heeft. Die moeders hadden met elkaar gesproken over hun dochtertjes die allebei zo gek deden. Degene die nu op het bureau zit had verteld dat ze dacht dat het de meester was en dat ze naar de politie zou gaan. Ze had kennelijk zojuist weer even gebeld met haar vriendin en gezegd dat de politie haar gelukkig serieus nam en dat ze de zaak nu hadden opgenomen. Daaruit had de vriendin haar conclusies getrokken en had bij het ophalen van haar kind van school niet haar mond kunnen houden aan de poort. Met grote passen loopt Selattin naar de verhoorkamer “Dit loopt volledig uit de hand.” Gromt hij tegen Vanbruane die bij de deur staat te wachten op hem. Kort legt hij uit wat er aan de hand is. “Voortvarend te werk gegaan…” meent Vanbruane “Hadden jullie niet beter even kunnen wachten tot de lunchpauze ofzo?” Selattin zucht “Het is niet echt het feit dat wij hem hebben opgepakt, het verhaal heeft al eerder de ronde gedaan aan de poort, nog voor de ouders wisten van… nouja, het ligt gewoon aan die vrouw, die moeder, die heeft haar vriendin gebeld. Ja, ze is iemand die aangifte komt doen, geen verdachte, we pakken haar telefoon niet af…” Selattin kijkt wat ongelukkig. Nu wilden ze de zaak serieus nemen, geen fouten meer maken deze week en kijk wat er gebeurd. Vanbruane knikt “Ja, ja, dat begrijp ik wel… nouja, ga maar met hem mee terug naar school dan kan je die directeur even tekst en uitleg geven…” Selattin knikt “Heb ik over de telefoon ook al gedaan dus…” Vanbruane kijkt hem aan “Jij gaat mee met die man naar school…” geeft ze hem te verstaan en draait zich om. In de verhoorkamer zitten Vanneste en de Vries te wachten op zijn terug keer. Hij zucht en legt dan de hele situatie uit aan de man, hij kan zijn excuses niet vaak genoeg herhalen, maar of het nog echt veel helpt weet hij ook niet. De Vries kijkt hem verslagen aan en schudt zijn hoofd. “Mijn God…” mompelt hij “Ja, voor wat het waard is, de directeur weet nu van de vergissing af en ik heb hem nadrukkelijk gezegd dat hij dat ook door kon geven aan de poort…” probeert Selattin het leed te verzachten. De Vries knikt “Nou…” hij kijkt op zijn horloge “Als we nu gaan dan ben ik nog op tijd om de middagles te doen…” mompelt hij. Kennelijk onzeker of hij dat zelf wel wil. Selattin is minstens zo ongelukkig met de hele situatie en gaat werkelijk gebogen het commissariaat uit voor de man. Hij en Ben stappen met de man in een combi en rijden naar school. Ze hoeven zich niet af te vragen of mensen gehoord hebben van de zaak, bij de school staat een hele oploop. “Misschien stap ik beter hier uit.” Stelt de leraar voor die al ziet dat het niet wijs zal zijn uit een politiebus te stappen voor het oog van al die lui die daar bij de poort staan. “Wij lopen wel met u mee, want we willen de directeur even spreken.” Zegt Ben snel en ze parkeren de combi aan de kant. De leraar gaat voorop en zij volgen een aantal passen achter hen. Als de goede man bij de menigte is aangekomen baant hij zich een weg door de mensenmassa tot een van hen hem herkent en begint te schreeuwen. Ben en Selattin trekken direct een sprintje als ze zien dat de leraar aangevallen wordt en zijn bril van zijn hoofd wordt geslagen. Een fotograaf begint foto’s te maken en plots krijgt Selattin Monsard, de gehate journalist in het oog. “Het zal ook niet waar zijn.” Gromt hij. “Ga jij die vent helpen, dan help ik hem…” knikt Vanneste in de richting van de journalist en stapt met grote stappen op Monsard af. Selattin ziet nog net hoe hij hem bij zijn jas grijpt en achteruit duwt. Selattin stort zich met een ‘politie, laat die man los’ op het strijdgewoel en hoort dan achter zich Vanneste roepen “Als u de weg niet vrij maakt ben ik genoodzaakt te schieten.” De weg wordt niet vrijgemaakt en een stel mannen die niet door schijnen te hebben dat Selattin een politieagent is beginnen u op hem te trommelen om bij de leraar te komen waarover Selattin zich heen gebogen heeft. Achter zich hoort hij een schot kraken en een stel vogels vliegen verschrikt op uit een boom. De menigte wijkt uiteen en is in een klap rustig. Vanneste heeft in de lucht geschoten. “Meneer de Vries heeft niets gedaan!” schreeuwt hij boos als de verbaasde ouders hem aangapen. “Laat hem nu naar binnen gaan…” Selattin kijkt naar de man die onder heb ligt te kreunen “Ik denk dat we beter een ambulance bellen.” Mompelt hij en grijpt zijn mobieltje. “Wat is hier aan de hand?” de directeur komt lijkbleek de school uitrennen. “U had zeker deze mensen nog niet verteld dat meneer de Vries onschuldig is?” gromt Selattin boos en wijst op de leerkracht die bloedend op de stoep ligt. “Maar…” stamelt de leerkracht “NOU?” schreeuwt Selattin boos. “Nee… eh… nee… ik, kan ik u in mijn kantoor spreken, ik…” Selattin wijst nog een keer op de gewonde leerkracht “Dat kan u niet, ik moet bij deze man blijven en u vertelt nu aan deze mensen dat deze goede man niets gedaan heeft. Zodat ze als de bliksem naar huis kunnen gaan waar ze met hun kinderen aan tafel de lunch horen te eten!” De directeur hakkelt wat excuses en draait zich dan om in de richting van de school “Maar wie dan wel?” hoort Vanneste een paar ouders roepen “Ga naar huis!” snauwt hij “En ga er van uit dat wij het wel aan pakken.” Na veel gemor en gemopper doen de ouders dat dan ook maar, nadat Ben de gegevens van de mensen heeft genoteerd die zoals hij en Selattin gezien hebben zich als eerste op de arme man hebben gestort. Ze wachten tot de ambulance de man mee naar het ziekenhuis heeft genomen en lopen dan naar binnen om de directeur te gaan vertellen wie ze dit maal mee willen nemen.
“Hoe hebben jullie dit kunnen laten gebeuren?!” schreeuwt Vanbruane boos met de hoorn nog in haar hand. Selattin en Vanneste staan voor haar bureau en kijken allebei beschaamd naar hun handen. “Het is toch absoluut belachelijk dat die man onder politiebegeleiding terug naar school gaat en dan alsnog in elkaar geslagen in het ziekenhuis beland? Ik vind dit een hele grove fout, eerst is er kennelijk te weinig discretie om…” Vanneste kijkt op “Baas dat kwam omdat die vrouw belde en niet omdat wij…” Selattin kijkt op zij en schudt snel zijn hoofd, zijn ogen manen Ben om zijn mond dicht te houden. “Dan hadden jullie moeten zorgen dat ze dat niet deed, jullie hadden haar moeten zeggen dat totdat het verhoor was geweest jullie niets zeker wisten…” Kennelijk heeft Vanneste nog niet het idee dat ze al diep genoeg in de stront zitten, want verontwaardigd roept hij uit “Wij hebben haar niet gezegd dat het die vent was en wij…” Vanbruane slaat bijna trillend van woede op tafel en kijkt hem fel aan “Jullie hebben haar duidelijk het gevoel gegeven daar haar vermoedens zeer wel juist konden zijn.” Schreeuwt ze kwaad en kijkt hem stekend genoeg aan om hem nu eindelijk te doen zwijgen. Ze wil net verder gaan als Britt op de glazen deur tikt. “Baas…” een beetje angstig opent ze de deur, ze heeft Vanbruane nog maar nauwelijks ooit zo boos gezien, kennelijk heeft een van de mannen wat gezegd om deze hele situatie nog erger te maken, al was die zo al vervelend genoeg “Wij hebben een reactie gekregen op ons internationale opsporingsbevel… uit Frankrijk…” Vanbruane kijkt haar even nog wat verward aan “Ja en wat?” snauwt ze “Ze hebben het meisje gevonden…” Britt fluistert nu bijna en wenst dat ze nooit moed genoeg had verzameld om de deur te openen “Waar?” Vanbruane vindt duidelijk dat Britt er te lang over doet om haar de informatie te geven “Op het strand, ze is aangespoeld…” hakkelt Britt. Vanbruane kijkt haar aan, opent haar mond om wat te zeggen, maar zwijgt als Britt langzaam knikt. Even kijkt ze naar het raam, zucht dan een hele diepe zucht en laat zich in haar stoel zakken. Ze waaiert met haar handen ten teken dat de mensen uit haar bureau moeten verdwijnen “Ik kom hier later nog op terug.” Zegt ze op een uitgebluste tuin tegen Selattin die vragend om kijkt “Jullie komen hier niet gemakkelijk mee weg… Nou, ga controleren hoe het met die man is en laat de ouders van die jongen komen… En waag het niet om het te verpesten…” Britt wil tesamen met de mannen het kantoor uitsluipen “Jij niet Britt!” zegt Vanbruane scherp “Blijf hier en ga zitten!” Met een zucht draait Britt zich om en laat zich neerploffen in de stoel. “Dit wordt een hel.” Begint Vanbruane ten overvloede de perstoeloop die op het nieuws van de vondst zal volgen. “Een TBS-er die een meisje ontvoerd, haar verkracht, tenminste daar ga ik maar even vanuit en haar dan vermoord?” Britt haalt haar schouders op “We weten niet of ze vermoord is. Volgens de politie is ze verdronken… we zijn overeengekomen dat ze zo snel mogelijk hierheen wordt gebracht voor sectie… dat doen ze dan hier. Ze heeft niet lang in het water gelegen denken ze, want ze is behoorlijk gaaf gebleven. Het is ook zo dat… als ze al zover zijn die man ook flink moet hebben doorgevaren, heel veel verder hadden ze nog niet kunnen zijn… hij heeft ’s nachts niet gevaren denk ik, maar overdag doorgestoomd richting zuiden… Met andere woorden, als hij vandaag nog de hele dag heeft doorgevaren…” Vanbruane knikt “Hij ontdoet zich van haar en ontsnapt?” oppert ze. “Geloof maar dat dit ellendig wordt, de mensen zullen een verklaring willen. Hoe kan het dat die man ontsnapt en dat wij niet meteen naar hem op zoek gaan als hij niet terug komt op dagen? Geloof maar dat wij de schuld weer krijgen. Waarom is de zaak eerst als weglopen behandeld? Waarom heeft men niet gezien dat het meisje dezelfde straat had als het meisje dat eerder ontvoerd en verkracht is geweest? Geloof maar dat ze die zaak er ook bij gaan halen en daarbij zullen ze het dan echt niet als een succesverhaal zien van onze kant, omdat we jaren geleden die gast wel erg snel te pakken kregen… nee…” Ze zucht en kijkt naar de overkant waar Max zit, die ze zo dadelijk op de hoogte moet brengen van dit rampnieuws. “Ja,” zegt Britt wat korzelig en gebaart naar het raam “Dat is erg…” doelend op de burgemeester “Maar Tony en ik moeten dadelijk naar Lilli’s ouders… houdt dat in gedachten, dan valt dat wel mee…” Vanbruane wil wat zeggen, maar zwijgt dan “Je hebt gelijk…” zegt ze na een halve minuut “Je hebt gelijk… Ik moet de dingen in perspectief zien…” Ze staat op en schudt dan haar hoofd als ze haar jasje aan trekt “Ik denk dat ik het maar mondeling ga brengen…” mompelt ze en wandelt dan na Britt het bureau uit. Als Vanneste en Selattin haar zien komen rennen ze gauw voor haar uit de gang op naar buiten toe om weg te racen naar het ziekenhuis. “Dat was heel dapper…” grinnikt Tony als Britt nog een beetje witjes om de neus bij haar neerploft. Ze zien Vanbruane verdwijnen om de gang “En dan te bedenken dat ons slecht nieuws gesprek nog erger gaat worden…” mompelt Britt en kijkt Tony aan. “De mannen hebben het aardig verbruit. Die kunnen de rest van de week op patrouille…” Britt knikt “Ze zullen wel al die mannen die die leraar hebben aangeraakt moeten gaan opzoeken en verhoren…” voorspelt ze, “Misschien veroordeelt ze ze wel tot een week papierwerk binnen.” Glimlacht Tony en zwaait dan haar jas over de schouder “Kom, beter de korte pijn, laten we het maar gaan meedelen aan haar ouders…”
“Morgen is er een persconferentie.” Deelt Vanbruane hen mee als ze terug binnen komen nadat ze het nieuws aan de ouders van Lilli hebben gebracht. Britt kijkt haar aan “Tja…” zegt ze dan, om aan te geven dat het haar om het even zal zijn. “Dit wordt nog behoorlijk onaangenaam.” Voorspelt Vanbruane donker. “Ik heb inmiddels begrepen dat de Franse kustwacht onze man gezien hebben, ze hebben hem echter ook weer laten gaan. De sukkels op de boot hadden nog niet gezien dat er een internationaal bevel was tot opsporing voor deze vent.” Pas later toen ze de dagelijks nieuw binnenkomende informatie bekeken herinnerde een van hen zich een incident in de ochtend waarbij ze een dronken vent op een boot te ver uit de kust hadden gezegd in het vervolg voor anker te gaan wat dichter bij de kust voor het geval de zee wat ruwer werd terwijl hij lag te slapen op het dek, vertelt Vanbruane. Pas toen hun eigen politie een oproep had gekregen om te gaan kijken op het strand waar een stel wandelaars een meisje hadden gevonden dat was aangespoeld waren ze gaan denken aan de vreemde kerel op het vreemde bootje. Ze hadden zijn paspoort wel gevraagd omdat het een buitenlander was en even op het bootje gekeken, maar niets vreemds gevonden, routine check, Europees paspoort, dus tja, waar zouden ze zich druk om maken. Later had de man verdacht geleken in combinatie met het lijk van het meisje zo dichtbij en hadden ze hem nagekeken, toen hadden ze in no-time het opsporingsbevel in handen, maar dat was al te laat. “Voor wat het waard is, de Franse kustwacht is nu gewaarschuwd, ze zijn naar hem op zoek…” Britt knikt “Dat helpt Lilli alleen niet meer, als wij nu maar eerder…” Vanbruane kijkt haar aan “Britt, stop daar mee, jullie kunnen er niets aan doen. Vanneste en Sel ook niet, iedereen zou die zaak als weglopen hebben aangepakt.” Kapt ze Britts’ zelfdestructieve gebabbel af. Die knikt en doet er dan het zwijgen toe. “Ga maar naar huis, morgen is er weer een dag.” Vanbruane wijst op de klok en loopt zelf naar haar bureau om te wachten tot Selattin en Vanneste terug komen. “Die vent wordt toch niet meer gevonden.” Voorspelt Tony “Daar is ie veel te gehaaid voor.” Britt knikt, daar is zij ook bang voor, gerechtigheid voor Lilli lijkt dus ook al geen haalbare kaart. Dat zal een harde dobber voor haar familie zijn, uit ervaring weet Britt maar al te goed hoe het is om te moeten leven met het idee dat de moordenaar van je geliefde ergens nog vrolijk en vrij rondloopt. Ze stapt uit de auto en loopt naar boven waar Dorien al op haar zit te wachten, omdat ze haar moeder heeft zien aan komen rijden. Vrolijk begint ze te vertellen over alle nieuwe interessante dingen die ze vandaag weer heeft gedaan, daarbij krijgt Britt een dagelijkse update over vervelende en leuke leerkrachten en wat die beide groeperingen er aan doen om nog vervelender of nog leuker te worden gevonden. Dorien heeft het uitstekend naar haar zin op school en heeft een hele groep nieuwe vriendinnetjes om zich heen verzameld. Britt vergeet in het geheel haar beroerde dag als Dorien maar door blijft tetteren over simpele middelbare school perikelen en ook Nabila haar portie aandacht vraagt. Moe stort ze op de bank voor de TV neer als ze Dorien in bed heeft weten te krijgen en Nabila ook aan een welverdiend slaaprondje is begonnen. Welverdiend voor Britt vooral. Ze schuift een DVD van Friends in de DVD-speler en zakt onderuit voor een uurtje hersenloze grappen waarbij je niet na hoeft te denken en je ook geen ellende over je heen krijgt die je weer aan werk doen denken. Het is dusdanig onspannend dat ze al bijna in slaap gevallen is als Selattin uitgeput binnenkomt en gedeprimeerd naast haar neer stort op de bank. Britt drukt een kus op zijn lippen en kijkt hem aan, moe zucht hij en wil wat beginnen te zeggen, maar schudt dan zijn hoofd. Het lijkt even of er tranen in zijn ogen zullen komen, maar Selattin is een man die hoewel hij zich heeft los geworsteld van zijn familie toch opgegroeid is met bepaalde ideeën. Mannen zijn sterk en emoties horen daar niet bij. “Het is niet je dag… niet je week hè.” Verwoordt Britt zijn gevoel. Hij knikt zwijgend en drukt haar tegen zich aan. “Ken je dat boek… ‘de geverfde vogel’ van Kosinski?…” vraagt hij na een kwartiertje zwijgend TV kijken. Britt knikt “Een verschrikkelijk boek.” Rilt ze en haar ogen dwalen naar de plank waarop het boek zijn plek veroverd heeft en waar het waarschijnlijk dicht geslagen de rest van zijn dagen zal slijten, of ze moet nog eens opnieuw willen lezen hoe fel gekleurde vogels terug worden gestuurd naar hun grijze soortgenoten en dood worden gehakt door de anderen, of hoe iemand in vieren wordt getrokken, hoe een vrouw gespleten wordt of door hele groepen mannen wordt verkracht. Ja, als ze nog eens een nachtmerrie wil krijgen dan zal ze dit boek zeker nog eens een keer opnieuw lezen. “Ja, ik ken het…” herhaalt ze dan en vraagt zich af wat Selattin ertoe beweegt haar te herinneren aan de inhoud van dit afschuwelijke –doch zeer indrukwekkende- boek. “Weet je nog wat die Lekh deed met die vogels?” gaat Selattin verder. Britt knikt “Hij ving ze, schilderde ze in aparte kleuren en als hij ze dan terug los liet vlogen ze terug naar hun soortgenoten die hem dood pikten omdat ze hem niet herkenden.” Vat ze snel het afschuwelijke spel van een van de vele engerds uit het boek samen. Selattin knikt “Dat is wat Ben en ik vandaag hebben gedaan.” Zegt hij dan en slikt “Dat is wat wij hebben gedaan… een vogel geverfd…” Britt kijkt hem verbaasd aan “Hoezo, wat bedoel je nou?” zegt ze een beetje geschrokken. “Wij hebben een vogel gevangen en geverfd…” mompelt hij. “We hebben die man van school gehaald, hem ‘een andere kleur’ gegeven en weer terug gestuurd naar zijn katholieke vriendjes… en zie wat er gebeurd…” Britt schudt haar hoofd en drukt nog een kus op zijn lippen. “Het is niet jouw schuld Sel, jullie hebben hem niet in alle kleuren geverfd, dat heeft die moeder gedaan door te bellen en de directeur die het eraf kon wassen heeft dat niet gedaan, omdat hij niet wilde dat bekend zou worden dat een leerling het heeft gedaan, het was gemakkelijker om die geverfde vogel maar dood te laten pikken… dan bleef tenminste verborgen wat er werkelijk gebeurd is op die school, want zo’n geverfde vogel leidt de aandacht af, trekt alle aandacht naar zich toe…” ze kust hem nog een keer “Jij hebt hem niet geverfd… En Vanbruane was gewoon chagrijnig door al die drama’s ze heeft morgen een persconferentie over die Lilli… Er is echt niemand op het bureau die jullie hierop aan zal kijken…” Ze glimlacht en kijkt hem diep in zijn ogen “Jij hebt nog steeds dezelfde kleur, OK… Lekh heeft niet je niet te pakken gekregen…”
Einde
Dit verhaal is geschreven door Holymary;mins |