De laatste dag
"Dat is een goeie Pasmans, ik zal 'm onthouden. Als ik die aan Lidy
vertel." Pasmans draait af richting de kerk. Raymond is in opperbeste
stemming en het patrouille rijden is vandaag dan ook een gezellige activiteit.
In alle rust toeren ze door de straten waar het op deze vroege meidagen
opvallend rustig is. Alsof ze een contrast willen vormen met de drukte op het
commissariaat. Eind mei zal Britt bevallen en dus gaat ze vanaf vandaag met
verlof. Het team wil dit natuurlijk niet onopgemerkt voorbij laten gaan en heeft
van alles georganiseerd voor een feest fanavond. Maar de voorbereidingen voor
een verrassingsfeest worden wat bemoeilijkt door twee elementen. Het eerste is
het feit dat er nog gewoon door gewerkt moet worden vandaag en het tweede
element is Britt zelf, die nog op het commissariaat rondloopt vandaag. Al met al
is het niet gemakkelijk om dat wat in gedachten een gemakkelijk plan leek snel
uit te voeren. Pasmans is dan ook benieuwd hoe het zal gaan straks. "Heeft
Lidy dat breiwerkje al af?" Vraagt hij. Raymond knikt "Oja, ze heeft
al een heel stuk, babyroze en babyblauw, Britt kan zo verder, ha, ha." Ze
hebben wat leuks verzonnen voor vanavond. Omdat Britt nu al tijden klaagt zat ze
niet weet wat ze moet doen straks als ze thuis zit hebben ze allemaal een hobby
verzonnen. Raymond heeft Lidy een stuk van een breiwerk laten maken, daar moet
Britt dan mee verder gaan. Pasmans heeft bloemen gehaald bij Lidy en geeft een
onafgemaakt bloemstuk, zodat Britt kan gaan bloemschikken. Tony wilde eigenlijk
gaan kantklossen, maar gezien het feit dat ze daar weinig vaardig in is bleef at
bij enkele tragisch aflopende pogingen en ging ze toe maar over op borduren.
Barbara heeft een taart gebakken en uit heel Europa recepten verzameld. Vanneste
had nog de meeste moeite om iets te bedenken. Uiteindelijk was het Merel die met
het beste idee kwam voor hem. Ze zijn al vele namiddagen bezig geweest met hun
project voor Britt. Van overal hebben ze verschillende kralen gehaald, daarvan
zijn ze nu een gigantische ketting aan het rijgen die Britt af moet maken.
Vanbruane heeft een mal gekocht voor gipsfiguurtjes, een clowntje. Ze levert ook
de gips en de verf, zodat Britt naar hartelust kan gaan gips gieten. Selattin
heeft echt zijn best gedaan om iets moois te maken, maar dat is logisch. Hij
heeft met Mihriban prachtige houten figuurtjes gemaakt. Het zijn figuurtjes uit
allerlei Turkse sprookjes en verhalen. Selattin heeft ze gezaagd en Mihriban geschilderd. Nu moet Britt er een mobile van maken. Pasmans heeft de figuurtjes
al gezien en hij weet zeker dat het prachtig gaat worden. Al met al gaat Britt
het nog druk krijgen. "Lidy heeft er bij gezegd dat ze Britt zal helpen als
die het niet gebreid krijgt." Gaat Raymond verder "En ze zal
ongetwijfeld niet te beroerd zijn om ook met de bloemen te helpen, mocht dat
nodig zijn." Raymond kijkt de straat af, het is wel erg rustig zeg. Zouden
de mensen eindelijk snappen hoe ze zich moeten gedragen? "Ik ben benieuwd
wat Britt er van gaat vinden." Glimlacht Pasmans. "Die raakt helemaal
ontroerd natuurlijk, let op mijn woorden. Vrouwen." Voorspelt Raymond. Op
dat moment klinkt er een krakende stem over de transmissie. Pasmans spitst zijn
oren en hoort hoe er opgeroepen wordt om te gaan kijken bij een ongeluk -met-.
Meteen grijpt hij de mobilofoon en meldt zich. Raymond zit direct rechtop en
ratelt hoe Pasmans moet rijden wil hij de kortste route nemen. De sirene en het
zwaailicht zet hij aan en Pasmans gooit hem een versnellinkje hoger. Zo hard als
de oude combi, die ze vandaag ter vervanging van hun eigen combi die voor
keuring bij de garage is hebben, nog veilig door de straten kan scheuren ze naar
de plaats waar de sensatie te vinden is en komen piepend tot stilstand achter
een groep mensen. Ze zijn als eerste ter plaatse. Terwijl Raymond gaat kijken
bij de slachtoffers maant Pasmans de mensen terug te stappen en zet hij de plek
af met een geel lint dat hij vast knoopt aan een boom en een auto die geparkeerd
staat aan de waterkant. Het is weer het aloude liedje. Een vrachtwagen die over
de kade hobbelt heeft een fietser die hem rechts passeerde niet gezien. De
beroemde dode hoek. De vrachtwagenchauffeur van de verhuiswagen is de kluts
helemaal kwijt. Met de tranen in zijn ogen vertelt hij Raymond hoe hij aan de
overkant moet zijn en het bruggetje over wou steken "En ik zweer u, ik was
écht niet op mijn routebeschrijving aan het kijken, echt! En ik gaf al lang
richting aan en ik keek goed uit, maar die fietser is er langs geschoten. Ik zag
hem echt niet. Je ziet ze niet als ze daar rijden, als je dan rechtsaf gaat.
Maar dat hebben die mensen zelf niet door." De man kijkt naar de fietser
die in een verwrongen houding half verpletterd tussen zijn grote wielen en een
auto hangt. In de verte klinken sirenes van een ambulance die snel dichterbij
komt. Raymond leidt de chauffeur naar de andere kant van de vrachtwagen en ziet
de grijze jeep aan komen scheuren. Hij is wat verbaasd als hij Britt ziet
uitstappen. Ze komt eigenlijk toch niet meer buiten het commissariaat. Wat
moeizaam stapt ze over het lint en trekt haar wenkbrauwen op als ze Raymonds'
verbaasde blik ziet. "Ja, sorry, er was niemand anders. Iedereen zit achter
die illegalen aan. Ik kreeg een oproep." Raymond schudt afkeurend z'n hoofd
"Wat zal Sel zeggen." Mompelt hij. Britt trekt een gezicht "Doe
niet zo flauw." Zegt ze vermanend. "Achter illegalen aanrennen in half
ingestorte panden leek me een nog minder goed idee." Raymond geeft niet zo
gemakkelijk toe "Sel en Vanneste hadden kunnen komen." Vindt hij
"Raymond!" Roept Britt uit en gebaart wild naar achteren "Die
zijn in de haven met. Een stel illegalen bezig! Mag ik nu misschien mijn werk
gaan doe?" Hoofdschuddend stapt ze weg en loopt om de vrachtwagen heen.
"Ik hoop dat u niet net gegeten hebt?" Een ambulancier passeert haar
snel. De ziekenwagen is net voor haar gearriveerd langs de andere kant en
Pasmans heeft succesvol de mensen menigte uit elkaar kunnen drijven zodat de
ambulance er ook nog bij kon. Ze zijn bezig het slachtoffer, dat ze bevrijd
hebben uit zijn beklemmende positie, op een brancard te leggen. Britt geeft hem
weinig kans. "Schedelbreuk waarschijnlijk." Zegt de dokter die erbij
is gekomen "We nemen hem wel mee, maar jullie kunnen vast gaan tekenen. Die
kerel is gewoon verpletterd." Hij geeft haar een tas "Die zat op z'n
rug, hopelijk zit er iets in voor de identificatie?" Britt is blij dat de
ambulance het lichaam toch mee neemt, het zal officieel opgeschreven worden als
'gestorven in de ambulance'. Als ze nu al opschrijven dat hij dood is moeten ze
hem hier laten liggen met een doek eroverheen tot de lijkwagen komt. Het publiek
verdwijnt vaak met het slachtoffer. Als die nu meegenomen wordt door de
ambulance zal de toestroom van ramptoeristen ook ophouden. Ze kijkt toe hoe de
man wordt weggedragen. Een man van haar leeftijd schat ze. Misschien was het wel
een knappe man, een intelligente man, daar schiet nu niet veel meer van over. De
man is letterlijk tot moes vermalen tussen de vrachtwagen wielen en de
geparkeerde auto die zwaar beschadigd is door dat wat eens een fiets is geweest.
Britt kijkt naar de auto en de vrachtwagen, op beide voertuigen is de helft van
de man achter gebleven, huid, haren, bloed. Een plezierig gezicht is het
inderdaad niet. Als mensen zich toch eens zouden realiseren hoe moeilijk ze te
zien zijn voor een chauffeur als ze aan de rechterkant van een vrachtwagen gaan
fietsen. "Handelen jullie het verder af. Die man is dood. Ik zal die
chauffeur meenemen naar heb bureau, laat de vrachtwagen maar staan, als het
sporenteam is geweest kan ie weg gereden worden. Nu kan het verkeer omrijden via
de andere kade." Regelt Britt alles met Raymond, die knikt gedwee. "Ik
laat Pasmans de straat bij de volgende brug daar afzetten." Belooft hij.
"Ik zet die chauffeur bij ons neer, dan probeer ik uit te vinden wie het
slachtoffer is. Ik neem zijn verklaring wel op en dan zorg ik dat hij opgehaald
wordt." Ze denkt even na of ze dan aan alles heeft gedacht. Raymond zucht,
zij zitten hier voorlopig nog vast. Voordat dit allemaal weer opgeruimd kan
worden zijn ze wel een paar uur verder. Zij ogen gaan de straat af. Godzijdank
zit er een eind verderop een broodjeszaak, ze zullen dan niet hoeven te
verhongeren. Zijn broodtrommel staat natuurlijk nog in zijn bureaulade op het
commissariaat. Britt volgt zijn blik en glimlacht even "Ik zal je brood wel
even komen brengen als ik naar de familie ga." Belooft ze. Raymonds' mond
wordt een rechte streep vol afkeuring "Ga je zelf naar zijn familie?"
Begint hij bemoeizuchtig. Britt zucht "Ja, ik kan moeilijk Carla sturen.
Raymond." Ze laat merken dat ze er genoeg van heeft als een porseleinen
poppetje behandelt te worden. Raymond schudt zijn hoofd "Dat is nu toch
niks voor jou, Britt, al die emoties." Britt kreunt "Het zal wel gaan,
pa. Jee Raymond, je bent nog erger dan Sel. Heel lief hoor, maar ik red het
wel." Ze trekt haar 'toe nou, ik had het zelf ook wel anders gewild, maar
dat kan nu eenmaal niet' gezicht waarmee ze gewoonlijk aankondigt dat hij iets
stomvervelends moet doen voor haar. Daarna wandelt ze met een 'Nou, jullie ook
succes' weg en vraagt de chauffeur met haar mee te komen. "We moeten uw
verklaring afnemen, u kunt ons vertellen wat er is gebeurd en dan kunt u op het
commissariaat even bijkomen. U moet echt vreselijk geschrokken zijn." Praat
ze de man haar auto in. "Kan ik dan iemand bellen die u kan komen
ophalen?" Vraagt ze als ze in de auto zitten. De chauffeur knikt "Mijn
vrouw." Zegt hij zacht en vervolgt dan "Misschien heeft die kerel ook
wel een vrouw. En kinderen." Hij begint meteen weer bijna te huilen en
Britt hoopt dat ze zich dadelijk als eerste herinnert om er iemand van het
traumateam bij te laten komen. De chauffeur is psychisch wrakhout. Het zit er
dik in dat de man een vrouw en kinderen heeft, want zo gemakkelijk zal ze er
niet vanaf komen. Ze rijdt rustig naar het commissariaat en neemt daar de man
mee naar boven. "Gaat u hier maar even zitten. Ik kom snel weer bij
u." Ze geeft de man een kop koffie met veel suiker en zet hem in de kantine
op een stoel. Veel suiker, want suiker helpt tegen de shock. Ze loopt gehaast
door de gang, aan haar bureau zoekt ze het nummer van slachtofferhulp. Ze regelt
een man die met de chauffeur kan komen praten en pakt dan de tas. De inhoud van
de tas wordt op het bureau gekieperd. Britt heeft geluk dit keer. Er zit een
agenda in de tas en een portemonnee. De naam op alle pasjes in de portemonnee en
de naam in de agenda omen overeen. Tenzij hij de tas bij had van een ander,
heeft ze nu zijn adres. Ze kijkt naar de foto's. Ze heeft het slachtoffer maar
even gezien en ook niet op z'n best. Maar een ding is zeker. De man op de foto's
op de pasjes heeft halflang golvend krul haar en dat wat over was van het haar
van het slachtoffer zag er ook zo uit. Ze gokt er maar op dat de man zijn eigen
tas bij had. Ze kijkt in de portemonnee. Daarin zitten foto's van twee kinderen
en een vrouw. Ja, het wás een knappe man en ja, hij hád een vrouw en kinderen.
In de agenda staan naast zakelijke afspraken ook duidelijke bewijzen dat hij
kinderen heeft "Amy balletles 19.00" Leest Britt en "Gregory
honkbalwedstrijd 10.00" Staat er bij een zaterdag. Druk leven, denkt Britt,
terwijl ze de agenda door bladert. Met een zucht kijkt ze op de klok en staat
dan op om naar de kantine te lopen. "Meneer Geurts, wilt u met me mee
lopen? Dan neem ik uw verklaring af." Ze leidt de man naar de verhoorkamer
"Er zal zo dadelijk iemand van het traumateam met u komen praten om u te
helpen dit te verwerken." Begint Britt, de man knikt treurig. "Goed,
zou u mij nu van het begin af willen vertellen wat er gebeurd is?" Vraagt
Britt terwijl ze de informatie die Raymond al heeft opgeschreven door kijkt. Ze
luistert geduldig als de chauffeur zijn hele verhaal vertelt en maakt af en toe
een aantekening. Als hij klaar is knikt ze vriendelijk. "Ik ga uw
verklaring uittypen, als u daar dan later een handtekening onder zou willen
zetten. We houden u op de hoogte van het onderzoek. Voor onderzoek zal straks
wat bloed worden geprikt. Een collega brengt u daarna eventueel naar huis, want
ik heb uw vrouw nog niet kunnen bereiken." Als ze klaar ik met haar uitleg
staat ze op en kijkt de gang in. De man van slachtofferhulp zit al op een stoel
te wachten. Britt wenkt hem en vertelt hem kort wat er is voorgevallen. Als hij
binnen is gaat Britt naar haar bureau en belt naar beneden. Kort legt ze aan de
agent die Carla haar stuurt uit wat er nog met de chauffeur moet gebeuren. Als
die agent weer vertrokken is haalt ze de broodtrommel van Raymond uit zijn lade
en stapt dan in de auto. Bij de plaats van het ongeluk aangekomen ziet ze dat
het onderzoek nog in volle gang is. Ze loopt naar Raymond toe die een getuige
staat te verhoren en geeft hem zijn broodtrommel. "Fijn hč, zo'n
bezorgservice." Glimlacht ze, Raymond lacht "Lidy komt me ook altijd
mijn brood nabrengen als ik het vergeet." Plotseling horen ze Pasmans
roepen, allebei kijkt ze om, wat heeft die nu meer. "Hé," Schreeuwt
Pasmans verontwaardigd "Mijn afzetting!" De auto waaraan hij zijn lint
eerder op de dag bevestigt heeft wordt door de eigenaar van zijn plaats gereden.
"Hé!" Schreeuwt Pasmans en zwaait kwaad met zijn handen als het lint
langzaam wordt uitgerekt. De man stopt en stapt uit "Wat?" Roept hij
verontwaardigd uit. Met een veel betekenende tik tegen zijn voorhoofd begint
Pasmans te foeteren over zijn afzetting en het feit dat er in deze straat
helemaal niet gereden mag worden op het moment. De man foetert net zo hard
terug, want hij wil boodschappen gaan doen. Ongeluk of geen ongeluk, het leven
in de straat gaat gewoon door. Raymond en Britt vinden het allemaal wel heel
amusant en staan er hartelijk bij te lachen. Even later heeft Pasmans zijn
afzetting weer hersteld door het ene deel vast te maken aan een boom bij de
waterkant die niet zo een-twee-drie zal worden weg gereden. Britt stapt weer in
haar auto en rijdt verder. Bij het adres wat ze heeft gevonden stopt ze en
parkeert de wagen. Met lood in haar schoenen stapt ze naar de voordeur, het
nieuws wat ze komt brengen is alles behalve goed. Ze heeft nog even naar het
ziekenhuis gebeld en daar inderdaad de bevestiging gehad dat de man morsdood is.
Ze belt aan en wacht af. Een vrouw die ze herkent van de foto doet de deur open.
Ze is misschien iets jonger dan Britt, maar niet veel. Afwachtend blijft ze in
de deuropening staan. "Britt Michiels, politie Gent," Stelt Britt zich
voor en laat haar penning zien "Mag ik even binnen komen." Met opzet
laat ze het 'goede middag' eraf, want deze vrouw zal zich later deze dag vast
niet als een 'goede' dag herinneren. Ze knikt "Komt u binnen." In haar
stem klinkt bezorgdheid en een zekere angst door. Ze weet dat de politie meestal
met slecht nieuws komt, ze sturen geen agenten rond om te vertellen dat je de
lotto hebt gewonnen.Britt volgt de vrouw naar de kamer en maakt dankbaar gebruik
van het aanbod te gaan zitten. "Mevrouw Luyten." Begint ze als de
vrouw ook is gaan zitten "Vanochtend heeft er rond de klok van 10 een
ernstig ongeval plaatsgevonden waarbij een vrachtwagen en een fietser betrokken
waren. De fietser heeft dit ongeval helaas niet overleefd, de dokters hebben nog
alles gedaan wat ze konden, maar het was niet mogelijk de man te redden. We
hebben reden om aan te nemen dat deze fietser uw man was. In de tas die hij bij
zich had zaten een portemonnee en agenda van uw man." De vrouw trekt wit
weg "Walter." Fluistert ze geschokt. Haar blik gaat naar een foto die
aan de muur hangen en waarop Britt dezelfde man ziet als die op de pasjes staat.
"het is heel snel gegaan." Zegt Britt, alsof dat wat helpt. De vrouw
knikt, maar lijkt niet meer te horen wat Britt zegt. Voorzichtig legt Britt min
of meer uit water gebeurd lijkt te zijn. "Ik weet dat het vervelend is,
maar ik moet u vragen om mee te komen naar het ziekenhuis voor de identificatie.
Tenzij u dat liever door een ander familielid laat doen." De vrouw schudt
har hoofd en kijkt Britt even aan "Nee, danku, dat doe ik zelf wel."
Ze staat op en lijkt even na te denken "Ik bel mijn moeder even op. Of zij
de kinderen van school kan halen." Ze lijkt niet te kunnen bevatten dat
haar man dood is. Britt weet wel uit ervaring dat je je pas later realiseert wat
het betekent dat iemand dood is. Die eerste dagen ben je alleen aan het
rondrennen en het regelen. Er is geen tijd voor verdriet. Dan nog weken
verdoofd, alsof je een harde klas hebt gehad. Je komt maar niet bij, pas na al
die tijd besef je wat het inhoud. Dat je je man, die alles voor je betekende,
met wie je nog zoveel plannen had, dat je die man nooit meer zult zien, zult
horen of zult aanraken. En dat nooit meer. Voor altijd betekent. Deze vrouw
heeft nog pijnlijke tijden voor zich liggen. Ze wacht rustig terwijl de vrouw
haar moeder uitlegt wat er gebeurd is. Als ze klaar is en de telefoon heeft
neergelegd kijkt ze Britt aan. "Ik kan het niet geloven. Ik huil niet
eens." Ze zegt dat laatste alsof het een grote misdaad is. Britt glimlacht
"Dat komt nog wel." Ze gebaart naar de deur "Er is nog tijd
genoeg om te huilen." De vrouw loopt met haar mee. In de auto blijft ze
maar zenuwachtig praten over haar man, Walter. Terwijl Britt met een half uur
luistert "Walter fietste altijd, hij vond dat gezond." Vraagt ze zich
af of zij ook zo zenuwachtig door bleef ratelen toen ze naar het ziekenhuis ging
om Mark te zien, maar dat gelooft ze eigenlijk niet. Ze herinnert zich alleen
maar doodse stilte. Ze heeft niet gezegd, helemaal niets. Wat moest ze zeggen,
waar moet je het over hebben? Wat valt er dan nog te zeggen dat zo belangrijk is
dat het dan nog gezegd moet worden. En daarbij was ze bang geweest dat ze had
moeten huilen zodra ze zou gaan praten en ze wilde vooral sterk overkomen. Nee,
het was stil geweest in de auto, doodstil en er was veel stilte geweest in de
dagen daarna. Stilte en toch drukte, veel gezegd, maar weinig woorden van
belang. Het regelen van het afscheid. Marks' irritante moeder "Nu ga je
toch zeker weg bij de politie. Je hebt een dochter!" En ja. Ja, haar
dochter, Dorien die vrolijk door het huis sprong, genoot van al het bezoek en de
aandacht en maar niet begreep waarom niemand met haar een spelletje wilde doen.
Waarom mama geen tijd had voor haar en bovenal maar niet snapte waarom papa maar
niet thuis kwam om mama te helpen met al dat wat geregeld moest worden. En
hoewel Britt wel 100 keer had uitgelegd dat papa dood was en op 50 verschillende
manieren had verteld dat ie dus nooit meer terug kwam, niet morgen, niet
overmorgen, niet over een week en ook niet over een jaar, ging er dat bij Dorien
niet in. Britt had tot vervelens toe uitgelegd dat papa dood en wég was, net
zoals de baby eerder en zoals Doriens' konijn twee weken terug, zoals het
vogeltje wat ze in het park hadden gevonden. Net zoals alle anderen die dood
gingen en verdwenen. Bij Dorien ging het er niet in. Dus was alles en iedereen
stil geweest, doodstil, behalve Dorien. Britt hoort niet meer wat de vrouw zegt,
op de automatische piloot maakt ze af en toe een instemmend geluid, om de vrouw
de kans te geven door te vertellen. Als dat haarmanier van reageren is, is dat
toch goed. Britt zit met haar gedachten al weer jaren terug. Ze herinnert zich
haar ervaringen met Marks' dood en bovenal Dorien die het maar niet begreep.
Bovenal de woede die ze had gevoeld toen de dader niet gepakt werd, het was
allemaal zo zinloos. Ze had nog zoveel willen doen. Die alles overheersende
woede die bijna had belet te rouwen. En later weer die woede toen ze erachter
was gekomen dat Mark nog een trap was na gegeven met dat onderzoek. En later.
Nog meer woede. Toen de dader wel bekend was. De dood van Mark was voor haar
omgeven door woede. Ze schudt haar hoofd om de tranen die opwellen kwaad weg te
dwingen. Even later loopt ze met de vrouw door de gangen. De vrouw is nu
eindelijk stil, onder de indruk zeker. Ze lopen goed door, Britt weet waar ze
moet zijn en om de een of andere rede wil ze hier zo snel mogelijk vanaf zijn.
Ze kan het niet waarderen dat dit zo opeens de herinnering aan Marks' dood weer
zo levend heeft gemaakt. Ze heeft toch veel vaker dit soort gevallen bij de hand
gehad, waarom het haar nu speciaal vandaag wel zo aangrijpt is ook haar een
raadsel. Ze heeft haar emoties tegenwoordig niet altijd onder controle. Je hebt
goede en slecht dagen, denkt ze maar en klopt op de deur van de
anatoompatholoog. "Ha, mevrouw Michiels." De man staat op, ze komt
hier wel vaker over de vloer en hij kent haar naam inmiddels. "Niet lang
meer zeker?" Vraagt hij met een hoofdknikje naar haar buik. Britt glimlacht
"Vandaag is mijn laatste werkdag." Zegt ze. "Ik wens u er veel
plezier van." Zegt de patholoog en stapt het kantoor uit. "Komt u maar
mee, we hebben hem behoorlijk opgelapt." Dat laatste zegt hij wat zachter
tegen Britt. De vrouw volgt hen onzeker en lijkt bij de deur te twijfelen of ze
wel naar binnen zal gaan. Als de patholoog de deur voor haar open houdt en
afwachtend blijft staan gaat de vrouw uiteindelijk naar binnen. Even krijgt
Britt een déjŕ vu gevoel, maar het is meer een droombeeld van een herinnering,
ze ziet zichzelf binnen gaan. Ze legt haar hand op haar buik en haalt diep adem,
pas dan volgt ze de patholoog. Als die het laken terugslaat verwacht Britt half
en half Mark te zien liggen en ze kan haar opluchting nauwelijks verbergen als
het toch die onbekend fietser blijkt te zijn waarvan ze inderdaad vergeefs
hebben geprobeerd nog iets te maken, maar het fatsoeneren is niet echt geslaagd.
Britt heeft het lichaam eerder gezien toen het er nog erger uit zag, maar zelfs
na intensief werk is het verminkte lichaam nog geen prettig aangezicht. Het
laken valt plat op plekken waar eigenlijk been of arm moet zitten en zelfs een
blinde zoude verwondingen aan z'n hoofd nog opmerken. Het is duidelijk moeilijk
te camoufleren geweest. Even is Britt bang dat de vrouw flauw zal vallen, maar
dan doet ze een stap naar voren en valt jammerend bij haar man neer. Dat heb ik
niet gedaan toen, denkt Britt, waarom deed ik dat niet? Ik stond daar maar. Stil
en ik kon het niet geloven dat het echt Mark was die daar lag. Waarom doe ik dat
niet gewoon net als alle anderen. Tot nu toe is dit toch de meest voorkomende
reactie. De meest normale ook. Waarom stond ik maar stil? Waarom deed ik niks,
waarom zei ik niks? Ze kijkt toe hoe de vrouw met haar vingers over de wonden
van haar man gaat en blijft doorjammeren alsof hij daarmee weer levend zal
worden. Britt slaakt een lichte zucht als er iemand achter haar binnen komt die
zacht meldt dat hij van slachtofferhulp is. Goddank, denkt ze, hier kan ik het
overdragen. Zij en de patholoog verlaten de kamer en nemen even het papierwerk
door. De arme man, denkt Britt, als ze terug loopt naar haar auto, nadat ze zich
er van verzekerd heeft dat de vrouw door familie wordt opgevangen. De arme man,
gewoon op weg naar zijn werk en gewoon niet door gehad dat hij niet zichtbaar
was. Zo onverdiend eigenlijk. Hij had een ochtendje vrij gehad.leuk. Enigszins
gedeprimeerd rijdt ze terug richting het commissariaat. Ze wil niets liever dan
gewoon tegen Selattin aanhangen en even diepbedroefd zijn om Mark en al het
andere wat er kan gebeuren in het leven. Gewoon even vastgehouden worden, daar
heeft ze nu behoefte aan. Als ze uitstapt bij het commissariaat kijkt ze op haar
horloge. Goddank het is kwart na vijf, ze kan wel naar huis gaan. Ze heeft het
wel gezien voor vandaag. Ze zal nog even dat verslag uit typen en dan houdt ze
het voor gezien. Ze is moe en wil alleen maar liggen. Gelukkig heeft ze de
motors zien staan en ook de wagen van Tony stond geparkeerd net toen zij haar
auto parkeerde. Dan kan ze tenminste even afscheid nemen en nog wat kletsen. Ze
gaat toch voor een tijd de werkvloer verlaten. Van de ene kant is ze blij dat ze
nu van haar welverdiende rust kan gaan genieten. Van de andere kant baalt ze als
een stekker dat dit haar laatste werkdag is. En dan zo'n werkdag, denkt ze, de
hele dag rondrennen, geen mens gezien. Niet echt wat ze zich er van had
voorgesteld. Ze had liever een rustige dag gehad, met iedereen op kantoor. Het
is tenslotte toch haar laatste dan vandaag voor ene lange tijd en dan gaat die
zomaar voorbij. Alsof er niets aan de hand is. Ze hoort Carla's 'goede middag
Britt' niet eens, zo is ze verzonken in haar eigen vervelende overpeinzingen. Ze
hoort dus ook niet dat Carla snel naar boven belt om te waarschuwen dat ze eraan
komt. "Ze komt, weg allemaal!" Schreeuwt Tony als ze de telefoon neer
legt. Selattin springt de eerste deur in die hij tegenkomt en heeft de pech dat
dat de bezemkast is. Dat heb ik weer, denkt hij, terwijl hij een dweil van z'n
hoofd haalt. Vanneste duikt voorover het barretje over om zich aan de andere
kant onder het blad te verstoppen. Pasmans duikt onder z'n bureau en Raymond
schuift de stoel aan, zelf rent hij de kleedkamer in en gaat achter een kast
staan. Barbara loopt bijna en lauw oog op als het kantoortje in springt en Tony
rent een verhoorkamer in nog net voor Britt de gang in komt en naar het lokaal
klost. Ze laat haar tas met een plof naast haar bureau landen en kijkt verstoord
het lokaal rond "Waar is iedereen nu weer?" Mompelt ze chagrijnig als
ze met de stilte bemerkt dat alleen Vanbruane er is. Die komt
quasi-niets-vermoedend met een stapeltje kopieerwerk haar bureau uit. "Ha
Britt, is het niet eens tijd om naar huis te gaan?" Zegt ze bemoederend.
Met moeite houdt Britt zich in en zegt geduldig "Ja."Ze ziet niet hoe
Vanbruane plots super geďnteresseerd naar het kopieerapparaat kijkt om te
verbergen dat ze moet lachen, omdat ze op het bureau naar haar aantekeningen
zoekt van de verklaring van de chauffeur. "Verdomme," Vloekt ze zacht
"Waar heb ik dat gelaten? Ik had het toch zeker hier boven op gelegd."
Ze draait zich om naar Vanbruane die nu door haar onoplettendheid de
kopieermachine daadwerkelijk vast heeft laten lopen en met een rood hoofd
probeert haar origineel te bevrijden uit de invoerschuif. Britt stapt er
zuchtend op af "Kom maar." Ze heeft ruime ervaring met het
eigenzinnige apparaat. Met een paar flinke rukken krijgt ze het papier vrijwel
onbeschadigd eruit. "Baas, waar is iedereen? Ik zie buiten de motors en
Tony's wagen, maar hier is niemand." Vanbruane doet alsof ze erg bezig is
met het bijvullen van lade 1 en vermijdt het Britt aan te kijken als ze
nonchalant zegt "Oh, die hebben een interventie, drugdealer, ze zijn
allemaal met combi's daarheen. Ja, grote zaak, zal nog wel een staartje hebben.
Wat arrestaties. Dat wordt weer laat vanavond. Reken niet op Sel met het eten.
Nee, hier zijn ze de komende dagen nog wel zoet mee. Je mist een hoop
Britt." Britt heeft moeite om zich in te houden, net nu ze absoluut wil
verdwijnen in Selattins' armen, het liefst zou ze het kopieerapparaat een
rotschop geven, omdat Vanbruane schoppen wel erg ver gaat. "Dus er is
niemand?" Snauwt ze "Ik ben er." Doet Vanbruane verontwaardigd en
ze voegt er beledigd aan toe "Tof tel ik helemaal niet meer mee?"
Britt zucht en loopt terug naar haar bureau "Sorry baas," Mompelt ze
en bladert door de papieren "Baas, heeft Barbara die zooi hier gedumpt? Ik
kan mijn aantekeningen niet meer vinden van dat gesprek met die chauffeur."
Vanbruane laat het kopieerapparaat voor wat het is en bedenkt dat er van
kopiëren vandaag toch niet veel meer zal komen. "Oh, dat heeft Pasmans al
uitgetypt." Doet ze luchtig. Britt krijgt bijna een beroerte
"Baas?!" Gilt ze haast "Pasmans hoeft toch mijn verslagen niet
uit te typen?! Dat kan ik zelf toch wel. Verdomme, wie heeft dat gesprek gedaan,
hij of ik?!" Vanbruane houdt met moeite haar gezicht in de plooi
"Rustig aan Britt, wind je niet zo op, dat is niet goed voor je."Bijna
lijkt het alsof Britt haar aan wil vallen, dus overweegt ze het even bij deze
paar dodelijke zinnen te laten, maar ze heeft er toch wel lol in om Britt op de
kast te jagen en het lukt zo goed nu. "Hij bedoelde het goed, hij wil je
wat sparen op je laatste dag." Opeens komen de absolute toppers in haar op
"en in jouw toestand." Het verbaast haar dat Britt überhaupt nog
blijft staan. Je zou denken dat ze na het horen van zoveel onzinnig gewauwel of
weg zou lopen of haar baas een kogel door het hoofd zou jagen. Maar het lijkt
alsof ze te verbaasd is om ook maar iets te doen. Vanbruane is blij als ze
Britts' telefoon hoort afgaan, het teken voor iedereen om tevoorschijn te komen.
Nog even en ze was waarschijnlijk niet levend aan deze grap ontkomen. Britt
neemt op met een hoogst geďrriteerd "Michiels!" En snauwt dan nog
eens "Hallo! Michiels hier!" Als er niets gezegd wordt. Vanuit hun
schuilplaatsen komen de collega's tevoorschijn. Pasmans stoot zijn hoofd aan het
bureau als hij opstaat en Selattin heeft nog altijd een paar draadjes van de mop
in zijn haren hangen. "Verrassing!" Roepen ze allemaal en dan beginnen
ze allemaal door elkaar te kwetteren. "Je hebt helemaal geen tijd meer voor
dat verslag nu." Roept Pasmans en Barbara roept gauw "ja, ik heb die
zooi daar neer gelegd, maar ik ruim het ook weer op, beloofd." Selattin
pakt haar om het middel en fluistert zacht in haar oor "En je moet je écht
niet zo opwinden in jouw toestand." Britts' mond die open is gevallen van
verbazing gaat naar een glimlach en ze draait zich om "Pestkop."
Fluistert ze en slaat hem zacht tegen z'n borst. Selattin lacht, van zo'n tikje
voelt hij toch niks, hij drukt een zoen op Britt's lippen. "Hou me even
vast." Fluistert Britt en bijt op haar lip "Ik had echt een rotdag
vandaag." Hij neemt haar hoofd in zijn handen en duwt het tegen zijn borst.
Zacht kust hij haar op haar hoofd en wiegt haar heen en weer. "Je bent echt
verrast hč! Geef het maar toe!" Roept Tony overal bovenuit. "Mensen
kinderen, volgens mij ben ik nog maar net op tijd gered." Lacht Vanbruane.
Als ze ziet dat Britt tranen in haar ogen heeft staan vraagt ze zich even af of
ze misschien te ver is gegaan en ze wil zeker helder hebben dat ze het niet
meende "Britt had bijna een moord begaan." Britt schudt haar hoofd en
haalt even diep adem, dan lacht ze zacht "Ik raad niemand hier aan om ooit
zwanger te worden, want die pak ik zó hard terug!" De mannen lachen
hartelijk "Nou, dan zijn wij veilig." Met veel gelach worden de
stoelen bij geschoven en Britts' depressieve bui smelt nu als sneeuw voor de
zon. Het lokaal is vol kabaal. Lachend kijkt Britt rond. Tevreden laat ze zich
door Selattin op schoot trekken en geniet van alle bedrijvigheid om haar heen.
"Ja, zijn we nog op tijd?" Hoort Britt plotseling de stem van Merel.
Ze kijkt om en ziet Merel en Mihriban staan "Jaap komt er aan." Wijst Mihriban
terwijl ze zich omdraait "Dorien, zit daar niet aan, dat kan kapot,
kom!" Ze kijkt Selattin aan "Wat heb jij aan autoriteit dat ik niet
heb, is het dat uniform? Dan wil ik er ook een. Echt, ze luistert niet naar
mij." Britt lacht als Dorien aan komt gesprongen en met een schuldbewust
gezicht bij Selattin gaat staan. Aan het eind van de gang klinken opgewonden
kinderstemmen en even later stormen Thomas, Jonas en Vera binnen gevolgd door
Lidy en Jaap. "Ik moest plotseling op Jonas passen." Verontschuldigt
Lidy zich "Ik dacht, ik neem hem maar mee." Tony kijkt gealarmeerd als
Vera en Thomas haar direct passeren en richting de bureaus rennen "Staan
alle computers uit?" Roept ze waarschuwend wat beantwoord wordt met een
lachsalvo. Britt houdt niet altijd van drukte, maar nu vindt ze het heerlijk.
Haar laatste dag gaat niet onopgemerkt voorbij. Ze geeft Dorien een kus en
omhelst Mihriban die haar vrolijk op haar wangen kust. "Eindelijk rust
straks." Zegt ze terwijl ze Britt nog eens stevig knuffelt. Merel omhelst
haar collega en lacht vrolijk terwijl ze zegt "Wat ga je nu allemaal doen?
Zoveel vrije tijd." Tony vangt achter Vera aan om haar te vertellen om
vooral van álle knopjes af te blijven, terwijl Thomas achter haar het
toetsenbord van Raymonds computer met behulp van Jonas probeert te mollen. Het
is een heksenketel. "Oh, hier is het feest." Een voor Britt onbekende
vrouw stapt binnen, al gauw wordt bekend dat dit Bens' nieuwe vriendin is en na
een korte conversatie denkt ze dat hij dit keer zelfs op IQ heeft gelet. Het is
warempel een aardige, intelligente vrouw lijkt het. Britt knikt waarderend als
Ben vragend zijn wenkbrauwen optrekt wat doorgaans betekent 'En? Wat vind je
ervan?' Vanbruane komt met zelfgemaakte appelflappen waar bij moet worden
vermeld dat het free-style flapjes zijn waarin gespeeld is met het gegeven
'driehoek' en dat thema op eigentijdse wijze is vorm gegeven. Gelukkig kan
worden opgemerkt dat ze beter smaken dan dat ze eruit zien. Mihriban heeft een
mand vol Turkse hapjes waar niemand van wil weten wat er in zit nadat ze heeft
uitgelegd wat er in het eerste soort hapje zit. "Als je niet weet wat je
eet is het heerlijk." Meent Jaap. Als het feestje min of meer op gang is en
het halve commissariaat al binnen is gelopen om afscheid te nemen van Britt
klimt Tony met haar wijnglas op haar bureau. "Jongens, effe. Eh. Kleppen
dicht. Ik wil wat zeggen." Tony wacht even "Voor mijn partner. Voor
altijd mijn partner en de beste die er is. Hebben we een eh. Cadeau. Want ja, ze
gaat nou voor een tijd weg en dan weet ze natuurlijk niet wat ze moet gaan doen,
dus vandaar. Nou eh. Eerst een speech, want dat moet. Nou, we weten allemaal hoe
Britt bij ons kwam. Tja, toen werd ze mijn partner en we weten allemaal hoe
aardig ik ben. Dus Britts' begin hier ging. Niet van een leien dakje. Maar
uiteindelijk ging het heel goed en we gingen echt wennen aan elkaar en daarna
konden we niet meer zonder elkaar. En we hebben allebei wel eens aan stoppen
gedacht, voor de kinderen. Maar dat hebben we gelukkig nooit gedaan. Ik kan nu
al niet meer wachten tot je terug komt, dus dat wordt wat. Britt, je bent echt
de beste en ik wens je echt alle geluk met de kleine. En nu mag Merel het
overnemen, want ik moet da'lijk janken." Lacht Tony en stapt het bureau
weer af. Er wordt luid geapplaudisseerd als ze Britt om de hals valt en ze
allebei een traan laten gaan. "Zie je." Raymond stoot Pasmans aan
"Had ik het niet voorspeld?" Pasmans lacht, maar zegt niets, ook hij
is nogal snel ontroerd. Merel klimt wat wankel op het podium, zijnde het bureau,
wacht even en begint dan "Het cadeau," Kondigt ze aan "Ouderen
eerst!" Brult Raymond, terwijl hij het pak aanneemt dat Lidy hem toesteekt.
"Goed, Raymond eerst." Begint Merel "En ik maar denken dat het op
rang zou gaan." Roept Vanbruane vrolijk "Nee!" Zegt Merel
"Nou eerst Raymond ook. Nou, omdat je zoveel vrije tijd krijgt dachten we
dat we maar eens wat hobby's moesten bedenken voor je. Want je kunt niet de hele
tijd alleen maar boeken lezen. Dus hier komt het, als eerste Raymond. Hij heeft
Lidy ingeschakeld en die heeft een start gemaakt met een breiwerk." Raymond
stapt op Britt af en geeft haar een paar zoenen op haar wangen "Heel veel
plezier met jullie kindje en. Succes!" Glimlacht hij. Britt pakt het
cadeautje snel uit en begint te lachen "Ik kan helemaal niet breien."
Lacht ze. "Geeft niet," Roept Lidy "Ik kom je helpen, heb je
meteen bezoek!" Het volgende cadeau komt van Vanbruane die letterlijk op
haar strepen gaat staan. Ze legt omslachtig uit hoe Britt de gipsvorm moet
gebruiken en wel zodanig dat ze het aan het eind zelf ook niet meer snapt.
Selattin roept dat ie pas als laatste wil dus mag Vanneste als derde in de rij.
Merel roept Britt toe dat kralen rijgen toch echt geweldig is en Dorien roept
dat ze hoopt dat haar moeder dit zonder extra uitleg ook snapt. Dorien vindt
nadat Tony en Pasmans hun cadeaus hebben gegeven dat van Barbara toch het beste
en ze belooft ook al direct mee te helpen met het taarten bakken. Maar iedereen
is het over eens dat het laatste cadeau het allermooiste is. Vol trots
overhandigen Mihriban en Selattin het samen. "Voor elke week een
poppetje." Dus voor elke week een ander sprookje." Legt Mihriban uit
"En Selattin kent ze allemaal. Bovendien hoort dit boek erbij, daarin staan
ze allemaal. Het is in het Turks, maar Sel is bezig met de vertaling bij jullie
thuis op de computer. Dit is het boek waar mama ons vroeger uit voor las. En nu
kunnen jullie de verhalen verder vertellen, zo blijven ze leven." Britt
raakt opnieuw helemaal ontroerd en kan er maar niet over uit hoe mooi ze het
vindt. Het feest gaat nog een hele tijd door. Ze laten zelfs nog pizza komen,
zodat er tot in de laatste uurtjes door kan worden gefeest. "Ik blijf
morgen maar thuis." Lacht Britt als ze weg gaan. "Dat is je
geraden." Grinnikt Vanbruane en ze sluit de deur achter zich. Britt kijkt
nog eens om naar het gebouw van het commissariaat en zucht even.
"Kom," Selattin trekt haar tegen zich aan "Dan gaan we." Hij
heeft alles in de auto geladen, inclusief Dorien die nu op de achterbank in
slaap is gevallen. Met een laatste blik op het gebouw stapt Britt in de auto.
Als Selattin de auto start en weg rijdt kijkt ze voor zich uit. Selattin kijkt
opzij en ziet de spanning op haar gezicht. Glimlachend legt hij zijn hand op
haar been. Ze kijkt hem aan, glimlacht berustend en legt haar hand op de zijne.
"Hallo Tony!" Pasmans komt vrolijk binnen "Zeg, hij heeft zeker
geen kinderen? Bij mij waren ze vanochtend gewoon om 6 uur wakker."gromt
Tony, terwijl ze Pasmans het liefst een stomp zou willen geven. "Hoe is
ie?" Schreeuwt Pasmans weer "God'domme, Raymond, waar zit z'n
volumeknop? Pasmans kun je wat zachter schreeuwen misschien? Er zíjn mensen die
wel wat moeite hebben met zo'n vroege ochtend." Raymond lacht "Late
avond meer. Was jij niet als laatste weg?" Tony schudt haar hoofd
"Britt, Sel en Vanbruane nog later." Zegt ze "En moet je Sels'
zonnige humeur eens mee maken. Kijk, die heeft nou nooit last van een
ochtendhumeur. Hopen dat dat genetisch bepaald is." Tony kijkt Pasmans aan
"Wat anders, een baby met een ochtendhumeur? Pasmans wordt wakker, álle
baby's janken 's nachts en 's ochtends en de hele dag door, omdat ze poepluiers
of honger hebben of gewoon aandacht willen, dat hoort zo." Pasmans haalt
zijn schouders op "Jij hebt een kind genomen, ik niet." Zegt hij en
loopt weg om een uitdraai te maken van een man die gisteren is opgepakt voor te
hard rijden. Hij reed maar liefst 70 km/u in een 30 km zone. Hoe hij zo hard kon
rijden daar zonder z'n auto te veruďneren weet Pasmans ook niet, maar het bleek
mogelijk. Rustig loopt hij het hokje in en tikt de naam in die hij heeft
genoteerd. De man blijkt een notoire hardrijder en niet alleen rijdt hij vaak te
hard, hij is ook slecht van betalen. Er staan nog heel wat boetes open. Alsof de
man een jaar lang zoveel mogelijk te hard is gaan rijden op wegen waarvan hij
wist dat ze er stonden te controleren om nu met de aanmaningen zijn kamer te
kunnen behangen. Hij kijkt over de rijboetes heen. Ze gaan al terug tot brommer
opgevoerd. Pasmans schudt zijn hoofd als hij de datum ziet, welke 20-jarige,
zichzelf respecterende vent gaat in Godsnaam op een opgevoerde brommer zitten?
Zielig hoor, maar goed, nu heeft ie dus een auto.licht defect, fout parkeren,
spookrijden op de snelweg. Waar heeft die zijn rijbewijs gehaald? En te hard
rijden natuurlijk. De laatste vijf boetes staan nog open zelfs. De man lijkt pas
te betalen als er met een deurwaarder gedreigd gaat worden. Hij kan worden
gekwalificeerd als een gevaar op de weg en men doet het ganse land en plezier
als men hem zijn rijbewijs afneemt. Nu is het dan ook meer serieus. Hij heeft
niet zomaar door rood gereden of zo. De idioot reed toch een slordige 40 km/u te
hard en dat komt voor de rechter. Hij legt alle papieren op een hoopje om een PV
te gaan maken van deze zaak. Hij begint ijverig te tikken. "Pasmans,"
Raymond steekt z'n hoofd om de hoek "Ga je mee patrouille rijden?"
Pasmans kijkt op "Ja Raymond eh. Een ogenblikje, ik heb dit PV-tje bijna
af, dan kan het doorgestuurd worden." Raymond knikt tevreden, hij kan er
dus zeker van zijn dat hij nog tijd heeft voor een kopje koffie. Op z'n dooie
gemak loopt hij naar het koffieapparaat en tapt een bakje van het zwarte nat.
"Ah, heerlijk Raymond, jij weet wat een mens nodig heeft op dit uur."
Vanbruane die net voorbij komt pakt het kopje koffie uit zijn handen en neemt
ene flinke slok. Als ze weg wandelt met zijn kopje koffie haalt Raymond z'n
schouders op "Graag gedaan." Mompelt hij. Hij pakt een nieuw bekertje
en kijkt opzij als hij een luidruchtig gezelschap de deur door hoort komen.
Selattin en Vanneste hebben een of andere man opgepakt "Messentrekker.
Onder invloed. Nog na gisterennacht." Legt Selattin snel uit als hij
Raymonds gezicht ziet. Ze duwen hem een verhoorkamer in. Raymond heeft net z'n
kopje weer vol dampende koffie zitten als Vanneste terug komt "Bedankt
Raymond," Hij graait het bekertje uit Raymonds' handen "M'n kop
verdomme. Ik had gisteren echt niet zoveel moeten drinken." Hoofdschuddend
loopt hij weg met het bekertje koffie. Raymond zucht geďrriteerd en is blij als
het hem lukt met z'n derde bekertje het lokaal te bereiken, opgelucht gaat hij
zitten en neemt een flinke slok. "Raymond." Tony kijkt jaloers naar
haar collega "Had je nu voor ons ook niet even mee kunnen nemen?" Het
is maar goed dat ze er niet op door gaat, want Raymond vraagt zich af of een
trap tegen -om het even wat of wie- zou helpen tegen zijn opkomende agressieve
gevoelens. "Nee," Gromt hij zacht "Nou wordt het helemaal
mooi." Maar dat het nog mooier kan blijkt wel als Pasmans terug het lokaal
in stapt. "Vooruit Raymond, koffie drinken kunnen we de hele dag als we
gepensioneerd zijn." Raymond spuugt bijna zijn slok weer uit, maar doet
uiteindelijk niet meer dan het bekertje oppakken en bij Tony neerzetten
"Hier drink jij maar verder op, wij moeten op patrouille." Gromt hij.
"Oh. Dankjewel." Zegt Tony blij en neemt ene flinke slok. Raymond
wandelt achter Pasmans aan naar de combi en stapt zelf achter het stuur. Rustig
rijden ze weg, het lijkt weer een rustige dg te worden en dat idee staat Raymond
wel aan. Pasmans' omschrijving van een leuke dag op het werk strookt niet echt
met Raymonds' opvattingen over leuke dagen. Dus na een uur patrouilleren
probeert hij al in iedereen een winkeldief te zien of anders een zakkenroller of
nog erger, een gezochte moordenaar. De meeste gekkigheid die hij wil uithalen is
hem gelukkig uit het hoofd te praten. Maar toch kan Raymond niet voorkomen dat
hij zo af en toe moet stoppen, omdat Pasmans de auto uitspringt, om te voet een
achtervolging in te zetten op een rustige voorbijganger, die in zijn ogen een
vermeend zakkenroller is, omdat hij net niet ver genoeg aan de kant ging voor
een omaatje met een rolator. Mensen die te snel lopen als ze uit een bankgebouw
komen worden met behulp van Pasmans' wilde fantasie bankrovers, terwijl de
persoon in kwestie gewoon twee kleine kinderen in de auto heeft laten zitten en
dus gewoon een sprintje trekt om snel bij de kinderen te zijn. Ja, het leven
wordt een stuk spannender met Pasmans aan je zij, die dolgraag elke crimineel
van de straat wil vegen. "Pasmans, je kunt toch niet al die arme mensen
blijven lastig vallen." Moppert Raymond als Pasmans weer wat aan wijst.
"Wij zijn de sterke arm der wet, wij waarborgen de veiligheid in het land,
Raymond." Declameert Pasmans zijn goed doordachte antwoord, waarop hij
alsnog uitstapt en op een man toeloopt die volgens hem net een mes wegstopt. Het
blijkt om een volledig legaal zakmesje te gaan waarmee hij juist keurig boven de
vuilbak de schil van zijn sinaasappel heeft staan afsnijden. Raymond schudt
meewarig zijn hoofd. Geen burger is nog veilig met die plichtsgetrouwe Pasmans
in de buurt. Maar Pasmans op het commissariaat is al even erg. Die jongen heeft
de potentie het halve korps binnen een week overspannen thuis te hebben zitten.
Ze rijden rustig verder en zien nog een paar verdachte personen op de gracht in
een roeibootje, want wat moet je daar in hemelsnaam anders doen dan observeren
op welke tijden mevrouw van de overkant haar huis verlaat, zodat je kunt gaan
inbreken. Ja,wat moet je toch anders doen als jongeman en jongevrouw zijnde in
een roeibootje in het meizonnetje met een fles champagne, twee glazen, een
picknickmand en een doosje met een ring. Raymond is opgelucht dat Pasmans nog
niet in elkaar is getimmerd door wat minder begripvolle burgers als het tegen
lunchtijd loopt en ze met goed fatsoen terug kunnen naar het commissariaat om
een boterham te gaan eten. Als ze daar binnen stappen blijkt iedereen vandaag op
het commissariaat te eten. Selattin hangt relaxed achterover in z'n stoel en
kijkt naar de foto op zijn bureau. "Mis je haar nu al?" Grapt Vanneste
als hij hem ziet kijken. Selattin glimlacht "Altijd." Zegt hij
"Ik durf te wedden dat zij zich nu al zit te vervelen. Ik ben
benieuwd." Grinnikt Selattin bij de gedachte aan Britt die de hele dag door
steeds nieuwe dingen pakt om te doen. Dan is heeft ze iets bedacht om te doen,
vervolgens is ze dat na vijf minuten weer helemaal beu en heeft ze daar geen zin
meer in. Dus haalt ze weer wat anders te voorschijn. Het is altijd weer geweldig
om Britt zo een vrije middag door te zien komen. Zelf heeft hij daar niet zo'n
last van. Hij haalt iets tevoorschijn en gaat daar dan rustig een uur of 3 mee
aan de gang voor hij het weer wegzet. Dorien heet trouwens echt de rusteloosheid
van haar moeder meegekregen. Ze moet onder de mensen, in haar geval kinderen,
zijn en het enige wat haar wat langer kan boeien is huiswerk, daar werkt ze vol
vuur aan. Het is eeuwig zonde dat ze een jaar langer heeft moeten kleuteren toen
ze nog jonger was, vanwege het gedoe met Mark, ze is haar klas soms echt
vooruit. Selattin gelooft dat dit nooit zo zou zijn als ze gewoon verder was
geplaatst en niet 'om haar te sparen' nog een jaar bij de kleuters was gehouden.
Maar goed. Nu mag ze volgend jaar naar de middelbare school, dat is al een
prettig vooruitzicht. Kennelijk hebben ze op school ook wel door dat ze te lang
hebben aan gesoebat met het kind. "Vond Britt het leuk gisteren?" Wil
Raymond weten. Selattin knikt "Ze heeft een hele goede afsluiting van de
dag gehad." Zegt hij en Raymond knikt tevreden. Selattin heeft later in bed
nog mogen aanhoren hoe vreselijk Britt zich had gevoeld gisteren en hij is blij
dat ze nu lekker rustig thuis kan zitten. "En nu maar wachten."
Grinnikt Raymond "Houw op, houw op." Kreunt Selattin, om aan te geven
hoe zeer ze allemaal verlangen naar het moment waarop de baby eindelijk komt.
Zelfs Mihriban is helemaal nerveus in het vooruitzicht eindelijk peetante te
worden, ze houdt er maar niet over op dat ze zeker eens wil babysitten. Raymond
kauwt rustig op zijn boterham met Gentse kop. "Rustig afwachten Sel, het
gaat toch niet sneller." Raadt hij aan. Vanneste lacht "En daar
spreekt jaren ervaring, Sel. Tja, Raymond, normaal is Sel hier het toonbeeld van
geduld, ik weet ook niet wat er staat te gebeuren, maar ik zweer je, die jongen
is zichzelf niet meer." Selattin gromt wat "Laten we wat gaan doen,
kom op." Stelt hij voor. "Ja," Grinnikt Raymond "Bezig
blijven, dan gaat de tijd sneller." Met een lachje staat Vanneste ook op en
gaat achter Selattin aan die met grote stappen door de gang loopt. "Als
Britts' bevalling de meest spectaculaire gebeurtenis is die er de komende maand
staat te gebeuren dan komen er nog heel wat saaie dagen." Mompelt Pasmans,
om de saaie dag tot nu toe samen te vatten. Het is ook wel typerend dat er
alleen nog daarover gesproken wordt en niet over een zaak, kennelijk stellen de
zaken tegenwoordig helemaal niets meer voor. "Ik mag toch hopen dat er nog
iets spetterends gebeurt, vandaag of morgen." Mompelt hij. Raymond schudt
zijn hoofd, Pasmans is wat je noemt actie-geil. Dat zal wel aan zijn leeftijd
liggen "Hoe hou ik het vol?" Denkt hij hardop. Pasmans kijkt hem even
aan, maar zegt wijselijk niets. "Dames, ook niets te doen?" Vraagt
Raymond als hij naar de kleedkamer loopt en Tony passeert. "Ik denk dat die
criminelen weten dat Britt met verlof is, ze willen niet dat ze een belangrijke
zaak mist, dus houden ze zich koest." Glimlacht Barbara, terwijl ze
verveeld een paar gegevens intoetst in haar computer om achter adres te komen
van een man die vanochtend voor de 5e keer al is opgepakt voor winkeldiefstal.
"Een kleptomaan zeker," Had Tony gezegd, vanwege de onhandige wijze
waarop de man steeds te werk gaat. De arme figuur zat nu weer beneden in een
cel, terwijl ze alle twee wisten dat de man meer gebaat zou zijn bij een goede
behandeling in een inrichting. Het jammere is zoals gewoonlijk dat het om een
meerderjarige gaat die zelf de ernst van z'n probleem niet in kan schatten en
zich dus ook niet vrijwillig op laat nemen in een psychiatrische kliniek. En TBS
geven voor het stelen van twee chocoladerepen en vijf kauwgombollen is niet echt
geloofwaardig. "Daar moet eerst een OTS op." Had Tony schouderophalend
gezegd en Barbara had geknikt en later stiekem opgezocht in het afkortingenboek
wat een OTS ook al weer was. Dus nu zit de man aan het eind van de middag gewoon
weer thuis en de volgende keer weer gewoon op het commissariaat. Voor dat het
doordringt dat deze man voor veel overlast zorgt zijn ze al een hele tijd
verder. "Pasmans, zullen wij maar weer de straat op gaan?" Vraagt
Raymond als hij terug komt vanuit de kleedkamer. Pasmans springt enthousiast
overeind en sprint voor Raymond het lokaal uit. "Die hoef je tenminste niet
meer te enthousiasmeren." Grinnikt Tony. Raymond trekt een lijdzaam gezicht
en gaat er snel achteraan. "Eh. Britt en Tony, kunnen jullie."
Vanbruane steekt haar hoofd buiten haar bureau en herstelt zich als ze Barbara
ziet zitten "Sorry, pardon. Barbara. Kunnen jullie even gaan kijken bij dit
adres?" Ze houdt een kladbriefje in de lucht "Lawaaierige junkies
geloof ik. Heel lastig als je nachtdienst hebt gehad en wilt slapen." Tony
schudt haar hoofd "Niet alleen nachtlawaai meer tegenwoordig, maar ook al
daglawaai." Mompelt ze en pakt het adres aan. "We hebben niet bepaald
iets te doen dus." Ze zwaait haar jas over haar schouder
"Kom.Britt." Grinnikt ze pesterig. Vanbruane gaat met een blosje terug
haar bureau in. "Wanneer gaan de mensen hier me aanspreken met mijn eigen
naam? Hoe lang gaat daar bij jullie overheen?" Klaagt Barbara terwijl ze
achter Tony aan loopt "Of moet ik dan eerst echt iets spectaculairs doen om
mijn eigen naam te vestigen." Tony lacht "Trek het je niet aan."
Barbara blaast wat "En ik lijk niet eens op haar!" Moppert ze nog voor
ze de auto in stapt. Ze rijden op hun gemak naar het opgegeven adres waar ze
niets vreemds zien als ze daar aankomen. "Onzichtbare junks." Mompelt
Tony "Vreemd." En belt aan. "Barbara Volkar en Tony Dierckx,
politie Gent." Is ze Tony voor, om zo te voorkomen dat ze weer Britt wordt
genoemd. "We zijn opgeroepen voor geluidsoverlast?" Tony kijkt er
vragend bij. "Oja, komt u maar mee. Het is al weer een week raak." De
man gaat hen voor naar de keuken. Daar staat de koffie al bruin "Nouja, ik
heb het maar opgegeven." Wijst hij. "Ik draai ploegendienst, soms
nachtdienst dus ook. Ik slaap dan overdag. Of ja, dat probéér ik. Maar sinds
een paar dagen schijnt het gangpad hierachter weer in trek te zijn." Hij
gebaart naar de schutting. "Een paar maanden terug zaten ze daar ook al. Ik
ben toen al eens gaan klagen. Een troep dat die achter laten, de stank is niet
te harden. En spuiten. Er wonen hier ook kinderen in de buurt begrijpt u. Wat
als die daar mee gaan lopen? Hoe dan ook, de flikken zijn toen ook gekomen en ze
zijn niet meer terug gekomen, tot een paar dagen terug. Opeens zaten ze er weer.
Dei gasten hebben zo'n herrie, van slapen komt niets. Hier hoor je het nog niet
zo, in de keuken. Maar boven op mijn slaapkamer." Tony kijkt naar de
schutting alsof ze er doorheen kan kijken. Na de hele regen klachten over die
vervelende junks te hebben aangehoord gaan Tony en Barbar mee naar boven om de
overlast zelf te constateren. "Het klinkt inderdaad nogal door tussen die
muren." Stelt Barbara vast als ze boven staan. "Hier even verderop is
zo'n hangplek met zo'n huisje, dat heeft de gemeente er speciaal voor hun soort
neer gezet, waarom gaan ze daar niet naar toe?" Roept de man uit. Tony
kijkt Barbara aan "We zullen het ze voorstellen." Belooft ze. Ze
begrijpt wel dat de man er niet mee kan lachen dat die mensen de hele gangpad
bevolken. De meeste mensen zijn niet zo blij met een groep junks in de
achtertuin. Hoewel ze als je ze met rust laat niet veel zullen doen. Als ze
gebruiken zijn ze toch meestal even vrij rustig. De ellende begint pas als ze
niet genoeg spul meer hebben om te gebruiken en van allerlei rotzooi moeten
uithalen om aan gerief te raken. "Kom mee." Ze trekt Barbara mee de
gang in en volgt het geluid. Als ze de hoek omslaan zien ze een tiental slecht
verzorgde jongeren bij elkaar hangen. "Goede middag." Tony glimlacht
sarcastisch en probeert de stank niet op te merken. Ze ziet wat ontlasting
liggen her en der en ze denkt niet dat dat van honden uit de buurt is.
"Politie Gent. Wat zijn wij aan het doen?" Een paar junks sissen
vloekend "Flikken!" En willen weglopen, maar de meeste zijn zodanig
onder invloed dat ze niet eens aandacht schenken aan de twee dames "Zullen
we maar met ze praten?" Mompelt Tony, die totaal geen zin heeft om ook maar
een van die stinkende figuren op te pakken en mee te nemen naar het
commissariaat. "Luister." Begint ze haar pleidooi om de groep
vrijwillig te laten verhuizen naar de aangewezen hangplek in het park. Als ze
klaar zijn met het 'gesprek' pakken de junks morrend hun boeltje. Met een paar
verwensingen aan het adres van de politie in het algemeen verdwijnen ze richting
het park. "Ik zou daar ook niet gaan zitten." Meent Barbara als ze
terug lopen naar de auto. "Ja, maar wij zijn dan ook geen junks."
Glimlacht Tony. "Als je gebruikt doe je dat niet op dat soort plaatsen,
da's ongeveer wel de eerste plek waar je ouders heen komen om te kijken waar je
uithangt." Tony kijkt opzij "Daar weet jij nogal wat van."
Glimlacht ze wat sarcastisch terwijl ze instapt. Barbara kijkt haar aan en haalt
haar schouders op "Och, iedereen is bij de flikken gegaan om een bepaalde
rede, niet waar?" Zegt ze en zwijgt dan. Zwijgend rijden ze terug naar het
commissariaat, beide met hun eigen gedachten.
einde
geschreven door: Holymary;mims