De
zandbak
Voorzichtig
zet Katja het ene potje op het andere, het krantenpapier kreukelt ze op en propt
ze er tussen. Potje voor potje bouwt ze zo de hele doos vol. Potjes voor peper,
zout, tijm, marjolein, kaneel en paprikapoeder. Voor ze gingen verhuizen wist ze
niet dat ze zoveel rommeltjes hadden. Nu weet ze wel dat ze overal een potje
voor heeft verzameld in de afgelopen jaren. Potjes, borden, kommen, bestek, de
keuken is een ware ramp voor een verhuizing. Het ergste is wel dat alles met
beleid moet worden ingepakt, dat wat ze straks weer als eerste nodig zullen
hebben is dat wat uit de keuken komt. Ze probeert zo goed mogelijk te
omschrijven wat er in de doos zit en kalkt haar omschrijving met dikke stift op
de doos. Zuchtend kijkt ze rond, de kamer, de keuken, de gang, overal staan
dozen. Oneindig veel dozen. Dat ze nog zoveel troep hadden in dat kleine
appartementje. Het mag dan een puinzooi zijn, het kan haar niet veel schelen, ze
gaan er zeker op vooruit. Het nieuwe appartement is veel groter en luxer, hier
hebben Katja en Rob jaren op gewacht. Zeker de laatste vier jaar, vanaf de
geboorte van Karsten, hun oudste zoontje. Al die tijd
al zijn ze op zoek naar iets geschikts en betaalbaars. Rob werkt in de
bouw, hij verdient niet al te veel, en dan hebben ze ook nog twee kinderen,
Karsten en Rebeccah. Veel kunnen ze niet opbrengen, daar Katja nog altijd geen
werk heeft gevonden. Geen diploma's en ze wil niet voltijd gaan werken, ze wil
haar kinderen de aandacht geven die ze verdienen. Ze hoort hoe Rob de deur open
zet "Katja, ik begin vast met die dozen naar de auto te brengen." roept hij en stommelt de trap af. Het nieuwe appartement is
niet alleen veel ruimer, het ligt ook stukken beter. Deze buurt, er is altijd
wat aan de hand, het stikt er van de junks en om de haverklap staat de politie
in de straat. Katja laat haar kinderen nooit alleen op straat spelen. Ze zorgt
altijd dat er toezicht is, zoals vandaag. Rebbecah ligt op bed voor haar
middagslaapje. Maar Karsten verveelde zich te pletter, het hele huis is een zooi
en zijn speelgoed is al ingepakt. Katja had uiteindelijk wanhopig de
benedenbuurvrouw gevraagd of ze Karsten ook mee wilde nemen naar het
speeltuintje toen ze die met haar zoontje zag vertrekken. Katja is blij
hem even uit de buurt te hebben, heeft ze even haar handen vrij en kan ze
ook doorwerken. Ze zet de dozen klaar bij de deur en kijkt even uit het raam.
Vanachter het raam kan ze het speeltuintje zien liggen. Karsten zit in de
zandbak te spelen samen met Johnatan het buurjongetje van beneden. Het
speeltuintje is leuk, denkt Katja, maar in de nieuwe buurt zal ze ook zo wel een
speeltuintje vinden voor de kinderen. Een speeltuintje zonder rondhangende
drugsverslaafden misschien. Het speeltuintje is gloednieuw, het ligt helemaal
aan de rand van de wijk op een deel van het stuk grond dat daar al tijden braak
ligt. Katja snapt soms niets van de gemeente, iedereen zeurt dat er meer
woningen moeten komen, een buurthuis en winkels in de wijk en dat stuk grond
daar ligt al jaren maar loos te liggen. Al voor ze hier kwamen wonen was het
leeg, vroeger heeft er kennelijk een fabriek gestaan, maar die was toen net een
jaar weg, de gebouwen zijn later afgebroken en daarna is er niets meer met het
stuk land gedaan. Na veel zeuren mochten ze er eindelijk een speeltuintje op
maken. Ze hadden het voor het grootste gedeelte nog zelf moeten doen ook, maar
de vaders van de buurt hadden hun handen in een geslagen en waren aan de slag
gegaan. Nog niet alle kinderen uit de buurt wisten van het speeltuintje af, maar
het was er doorgaans al behoorlijk druk. Kinderen roetsjen van de glijbaan en
schommelen wild op en neer. De meeste kinderen maken grif gebruik van alle
toestellen, maar Karsten niet. Het liefst zit hij in de zandbak. Er zijn er maar
weinig die daarvoor zo'n passie hebben als hij. Zeker nu het niet zo warm is.
Karsten is een echte graver regelmatig komt hij onder het zand thuis. Het kan
Katja niet schelen dat zijn broek zo vies wordt en dat hij af en toe zelfs
happen zand naar binnen lijkt te krijgen, zo'n beetje zand, wat kan dat nou voor
kwaad? Hij heeft de grootste lol en roept vrolijk dat hij later ook op een
graafmachine gaat werken, net als papa. Ja, het speeltuintje, dat zal ze toch
nog missen, ze hebben er zo lang om moeten zeuren. Ze scheurt zich los van het
raam en loopt naar de stapel dozen. Als ze ze nu al in de goede volgorde in de
aanhanger zetten, dan kunnen ze straks sneller uitladen. Ze begint de dozen uit
te selecteren en hoort aan het opkomende gejengel uit de babykamer dat Rebekkah
wakker wordt.
"van
Wesel..." Meriban houdt de
knop van de intercom even ingedrukt en wacht dan rustig af tot er op de deur van
haar kamer geklopt wordt. "Binnen."
roept ze rustig en kijkt naar de deur. Een jonge vrouw met een blonde
paardestaart opent de deur en duwt een wat onwillig ventje voor haar uit de
kamer in. Een baby kijkt vanaf haar arm de kamer rond en lacht vrolijk naar
Meriban die opstaat om het stel een hand te geven. Nieuwe patienten, ziet ze, ze
kent hen nog niet. Ze herinnert zich dat ze de aanvraag heeft gelezen, mevrouw
van Wesel is nog maar net in deze buurt komen wonen. Meriban lacht vriendelijk
en geeft de vrouw een hand, als ze het jongetje een hand wil geven probeert die
weg te kruipen achter zijn moeder. "Gaat u zitten."
wijst ze op een stoel en gaat zelf achter het bureau zitten. "Ik kom
voor Karsten." de vrouw wijst
op het kleine ventje dat stug weigert plaats te nemen op de andere stoel.
Meriban had dat ook al wel geraden voor de vrouw het zei, het kereltje kijkt
tamelijk glazig uit zijn ogen en ziet er niet bepaald gezond uit. "Het gaat
niet goed met hem, hij heeft de laatste tijd steeds last van misselijkheid en
moet zo vaak overgeven. Hij is al kilo's afgevallen, ik weet het niet, maar hij
doet echt vreemd. En als ik zijn krullen kam trek ik ook steeds haar mee uit,
hoe zacht ik het ook doe... hij zit maar te zitten, vroeger speelde hij echt
heel veel, maar nu zit ie maar. We zijn net verhuisd, maar denkt u dat het daar
aan kan liggen? Dat hij heimwee heeft naar zijn oude buurt?"
De vrouw kijkt haar smekend aan "Nou, laten we maar eens gaan kijken
naar Karsten." stelt Meriban voor "Kom je mee Karsten?"
ze wijst op de onderzoektafel "Het gaat heus geen pijn doen
hoor." glimlacht Meriban
vriendelijk als ze ziet hoe bang het ventje
opkijkt. Met een geoefende overtuigingskracht weet ze het manneke uiteindelijk
dan toch de onderzoekstafel op te praten en onderzoekt hem snel en vakkundig.
Maar wat ze uiteindelijk na het onderzoeken weet is nog niet veel. Vreemd, denkt
ze, ze kan niet zo snel een oorzaak vinden. Hij lijkt geen verhoogde temperatuur
te hebben en het is geen amandelontsteking, rode hond of iets wat ook maar op
iets van dien aard kan lijken. Verbaasd graaft ze in haar geheugen naar een
soort gelijk geval. Ze vindt symptomen van allerlei verstoringen, maar een
diagnose kan ze er niet aan koppelen. "Ik kan geen duidelijk ziektebeeld
vinden." zegt ze eerlijk tegen
de vrouw die haar afwachtend aan kijkt "Maar het gaat niet lekker met
Karsten, dat is wel duidelijk. Ik zou graag een bloed- en urineonderzoek willen
laten doen. Dat betekent dat hij bloed zal moeten laten prikken en dat u zijn
urine moet opvangen en hier moet komen afgeven. Ik wil de resultaten van die
onderzoeken afwachten, alvorens ik iets anders ga doen. Bent u het daar mee
eens?" De vrouw knikt en kijkt
bezorgd naar het jongetje dat lusteloos voor zich uit zit te staren. Haaruitval,
denkt Meriban, als ze ziet hoe de moeder het kind over de bol aait,
haaruitval... Ze ondervraagt de moeder nog even over het aantal kilo's dat het
kind is kwijt geraakt, hoe lang het nu al aan de gang is en wat er zoal nog
opvalt. "Probeert u eens voor me op te schrijven wat hij zoal de hele dag
doet en ook hoe hij op school is, stuurt u hem nu naar school?"
De vrouw schudt haar hoofd, ik heb hem de laatste paar dagen thuis
gehouden, hij heeft wel geen koorts, maar hij moet steeds overgeven... de juf
was het ook beu..." Meriban glimlacht begrijpend "Dat is OK, schrijft
u dan maar op wat hij thuis doet en wat hij vroeger deed, zodat ik het verschil
een beetje duidelijk heb. Maakt u voor morgen een afspraak voor die urine? U
kunt dat aan de balie doen, daar zullen ze ook een afspraak maken voor
bloedprikken, dat gebeurt vandaag nog, ik wil graag haast maken."
De vrouw knikt en neemt dan afscheid. Meriban gaat achter haar bureau
zitten, raar geval denkt ze, wat zou dat kind hebben. Het is geen van de
reguliere ziekten, dat zou ze herkend hebben, hij heeft symptomen van zowat
alles, van alles een beetje, maar geen eenduidig ziektebeeld. Ze kijkt op haar
spreekuurlijst, de volgende... ohnee, niet weer
mevrouw Vervoort, wat zou het dit keer zijn, de aambeien, de ekstersogen...
vast weer iets onbelangrijks.
Pasmans
stapt uit en kijkt omhoog naar de flat. Zucht, denkt hij, daar gaan we weer. Hoe
vaak is hij hier al wel niet geweest voor een burenruzie, geluidsoverlast of
drugsverslaafden die het halletje hebben ondergekotst. Hij kan hier wel een
appartement nemen, hij is er toch de helft van zijn werktijd, denkt hij
spottend. Aan zijn gezicht te zien denkt Raymond er net zo over. Weinig
enthousiast hijst hij zich van zijn zitplaats en stommelt achter Pasmans aan de
trap op. Weer eens een echtelijke ruzie, kunnen die lui nou niets anders doen
dan vechten. Op de trap komen ze al een vrouw tegen "Het is daar
boven," wijst ze "ze zijn
hier nog maar net komen wonen, het gedonder begint gewoon nu al..."
achter haar horen ze een kind roepen "Mama, ik moet overgeven!"
de vrouw verontschuldigd en rept zich terug naar binnen.Onsmakelijke geluiden
volgen en Raymond en Pasmans haasten zich verder, die vrouw heeft haar eigen
problemen. De deur van het appartement boven staat wagenwijd open, in de
deuropening zitten twee kinderen onverstoorbaar met poppen te spelen.
"Mogen wij even naar binnen?" vraagt
Pasmans vriendelijk "Gaan jullie papa en mama vertellen dat ze op moeten
houden?" de kleinste kijkt
Raymond aan, die knikt even "Veel succes," mompelt de oudste spottend.
Al gauw snappen ze waar die spot vandaan komt. Binnen is het inderdaad zoals
buiten al te horen viel een gekkenhuis. Links en rechts staan dozen, sommige
opengerukt, gebroken spullen liggen op de grond. Een man staat woedend naar een
vrouw te schreeuwen, maar die laat zich ook niet onbetuigd. Ziekte na ziekte
passeert de revu en ook de lichaamsdelen vliegen door de kamer. Pasmans trekt
zijn wenkbrauwen op en kijkt Raymond aan, die kijkt alleen maar weer geïrriteerd
en loopt naar het raam. Beneden ligt een zandbak er verlaten bij, wat kinderen
hangen aan een schommel, dat speeltuintje was er eerst nog niet, denkt hij. Hij
kijkt naar het stuk land dat braak ligt, wat jammer dat daar niets mee gebeurd.
Daar zouden heel wat mensen op kunnen wonen, denkt hij. "Mevrouw, meneer,
politie Gent." roept Pasmans
terwijl hij met zijn penning in het rond zwaait. De twee ruziemakers reageren
niet tot nauwelijks. Het duurt even voor er wel een reactie komt en daarvoor
moet Raymond er nog tussen komen, maar dan kan er ook gepraat worden. Ja, het
gaat toch wel erg luidruchtig, de hele flat heeft er last van. Na weer een
zinloos gesprek, Raymond zou willen zeggen ' tot morgen', begeven de twee
agenten zich naar de deur. Onderweg komt het kleinste meisje uit de deuropening
hen tegemoet gerend richting de wc. Een verontrustend gerochel komt hen
tegemoet, gevolgd door een gekreund "Mam, ik heb overgegeven." Pasmans
en Raymond wandelen de trap af "Er heerst zeker iets in deze flat."
kan Pasmans niet nalaten te zeggen. "Kinderen zijn bevattelijk voor
griep en dat soort dingen." meent Raymond en daarmee is de zaak weer
afgedaan. "Niet dat zand opeten!" horen ze een oplettende moeder
roepen als ze in hun auto stappen die naast de zandbak is geparkeerd "Bah,
moet je zien, nu zit je weer
helemaal onder en wie weet wat voor troep er allemaal in dat zand zit."
moppert de moeder terwijl ze het kind ruw afklopt. Die kijkt beteuterd
hoe zijn moeder zomaar midden in zijn zandkasteel is gaan staan "Maar ik
was een koekje voor jou aan het bakken." piept het zielig. De moeder zucht
"Ach mevrouw, zand schuurt de maag."
glimlacht Raymond met een blik van verstandhouding. De moeder glimlacht
even en tilt het kind op. "Maar Raymond." doet Pasmans verontwaardigd als ze even later in de auto
zitten "in dat zand kan allerlei rommel zitten, die moeder heeft
gelijk." Raymond gromt even
"Ach Pasmans, onzin, nog geen kind is ooit ziek geworden van een beetje
normaal zand. Het zijn die overbezorgde types waar ze ziek van worden, ze zien
nooit geen bacterie meer en als ze dan zo'n beetje zand binnen krijgen worden ze
ziek, ja." Pasmans zucht
"Het is nooit een en niet nooit geen, dat is een dubbele ontkenning,
Raymond..." Nu is het Raymonds beurt om te zuchten "Danku Pasmans, wat
zou ik zonder u moeten?" gromt hij sarcastisch.
"Meent
u dat?" Meriban kijkt verbaasd voor zich uit "maar hoe kan dat nu?
Waar kan zo'n kind dat nu oplopen?" vraagt
ze zich hardop af wat er door haar hoofd schiet. De vrouw aan de andere kant
vraagt zich hetzelfde af. Na het onderzoeken van het bloed van Karsten schieten
er allerlei vragen door haar hoofd. Maar een ding staat vast, Karsten moet zo
snel mogelijk naar het ziekenhuis. "Ik bel zijn ouders," belooft Meriban. Zelf werkt ze deels als huisarts en deels in
het ziekenhuis, minstens een dag in de week is ze verbonden aan het ziekenhuis
als kinderarts en dat loopt vaak uit tot twee. Het treft, vandaag is ze gelukkig
net zelf op het ziekenhuis. "Kan ik even langs komen?" vraagt ze snel,
de onderzoekster zit tenslotte maar een verdieping lager. Die stemt gelukkig in,
kennelijk is zelf net zo verbaasd over dit geval. Voor ze naar beneden gaat
geeft Meriban het telefoonnummer door van de familie van Wesel. Ze zegt de
zuster hen met hun kind naar het ziekenhuis te laten komen en te zeggen dat zij
hen daar op zal vangen om 't een en ander te bespreken. Beneden aangekomen staat
de onderzoekster bij de lift al op haar te wachten. "Ik heb de tests dubbel
gedaan, omdat ik zelf ook niet snapte hoe een kind deze stoffen in zijn bloed
kan krijgen. Ik heb deze vergiftingen wel eens eerder aangetroffen, maar altijd
bij volwassenen... die in fabrieken met chemische stoffen te maken hebben gehad.
Ik snap niet hoe een vierjarige dit soort stoffen binnen kan krijgen, zelfs het
leegdrinken van een fles schoonmaakmiddel kan hier niets mee te maken hebben.
Dit kind is vergiftigd met giftige stoffen, maar hoe... en welke?" Meriban
kijkt de onderzoekster aan "Het lijkt wel alsof het kind de stoffen
heeft... gegeten..., maar hoe dan, het zijn geen stoffen die een moeder zou
gebruiken om een kind te doden, ik bedoel, zelfs als we daar aan zouden
denken... dan zou je verwachten rattengif ofzo aan te treffen, deze stoffen, ik
twijfel..." Ze kijkt door de rapporten heen "Ik heb dit een keer meer
gehad, een soort gelijk geval." zegt de onderzoekster nu "Het ging om een achtjarige.
Hij was met wat vriendjes gaan spelen bij de haven, vlakbij een onbekend schip.
Kennelijk hadden ze op dat schip wat vaten met chemische goedjes, die dag hadden
ze die net op de kant geladen, de vaten waren oud, er lekte wat uit. Tijdens het
stoeien heeft dit kind waarschijnlijk wat zand in de mond gekregen en zo de
chemicalieën binnen gekregen. Het kwam pas aan het licht toen ze de hele gangen
van het kind na zijn gegaan en een paar
van die vaten terug vonden. Uiteindelijk heeft hij het overleefd, maar ik geloof
niet geheel zonder beschadigingen... al heb ik het verloop verder niet meer zo
gevolgd." Meriban knikt "Ik weet in welke wijk het kind nu woont en
dat is niet bepaald aan de haven, maar hij is nog maar net verhuisd, ik kan het
eens nagaan." denkt ze hardop
en bedankt de onderzoekster voor haar tijd. Snel gaat ze weer naar boven om daar
in Karstens' dossier op te zoeken
wat zijn vorige adres was. Ze heeft het zo gevonden, maar dat is in zo'n
flatwijk, wat kan daar nou weer mis zijn met de grond? En dan, hoe komt ze daar
achter? Zo'n kind trekt natuurlijk de hele wijk door, het kan net zo goed in een
achtertuin van de wijk waarin ze nu wonen gebeurd zijn. Maar toch, iets zegt
haar dat de combinatie van die stoffen alleen maar mogelijk zijn door sterk
vervuilde grond. Natuurlijk, ze heeft geen bewijzen en het blijft gissen, maar
hoe kan het anders. Het kan natuurlijk ook de zandbak op school zijn, voegt ze
er nog een hypothese aan toe. Maar ergens is Karsten in aanraking gekomen met
sterkvervuilde aarde, het moet haast wel zand zijn, waarmee anders komen
kinderen in aanraking dat zo sterk vervuild kan zijn? Zo zit ze te peinzen als
ze opgebeld wordt "Meriban, kom eens terug naar beneden."
het is de onderzoekster weer. Snel rent Meriban de trappen af "Ik
zou dit niet mogen doorspelen naar jou denk ik, omdat het niet om een van jouw
patienten gaat, maar na Karstens' bloed
heb ik ook dat van een ander kind onderzocht, ook eergisteren binnen gekomen, ik
vind daar dezelfde stoffen in. Ik mag gek zijn als ze niet op dezelfde plek die
stoffen hebben binnen gekregen. Ergens in Gent ligt een hoop vervuilde grond als
je het mij vraagt. En we hebben nu al twee slachtoffers, we moeten er achter
komen waar dit vandaan komt, anders krijgen we nog meer kinderen binnen.Deze
vertoonde dezelfde symptomen; gewichtverlies, veelvuldig braken, lusteloosheid,
vermoeidheid..." ze zwijgt en kijkt Meriban aan "Waar woont dit
kind?" De onderzoekster glimlacht en schuift haar een mapje in de handen
"Kopietje van het dossier, niet verder vertellen, ja..." In de lift
kijkt Meriban al naar het adres. Het zal niet waar zijn, hetzelfde flatgebouw
als het oude flatgebouw waarin Karsten
woonde. "Maar wat kan daar dan zijn?" mompelt Meriban, twee kinderen
al. Die flatgebouwen staan daar al tijden weet ze, ze kent de huisarts van die
wijk wel. Ze kan hem eens bellen. Als die flatgebouwen daar al zo lang staan,
wat kan daar dan nu opeens zijn dat die kinderen binnen krijgen. Een illegale
vuilstort midden in een woonwijk, dat lijkt haar sterk. Ze is opgelucht als ze
Karsten en zijn moeder ziet als ze boven uit de lift stapt. Ze stopt het dossier
weg en loopt op hen af. Karsten ziet er slechter uit dan twee dagen geleden. De
ogen van zijn moeder staan nu ook flets, ze is zeker doodmoe. Dat blijkt wel als
Meriban met haar begint te praten over Karsten. Het ventje heeft al tijden geen
oog meer dicht gedaan en dat geldt ook voor zijn moeder. Onderwijl wordt Karsten
in de watten gelegd door zusters die hem in zijn bed helpen. Hij is zo moe en
futloos dat hij hen gewillig laat doen. "We weten niet precies wat Karsten
heeft. Maar we hebben in zijn bloed stoffen gevonden die ons verontrusten, het
lijkt erop dat Karsten allerlei 'giftige stoffen'
heeft binnen gekregen." De vrouw kijkt haar verbaasd aan "maar
hoe?" begint ze. "We
hebben een vaag vermoeden, ik ga u dat vertellen, omdat ik van u informatie wil.
Dit is echter alleen maar een heel vaag vermoeden, pint u zich er dus niet op
vast." waarschuwt Meriban haar
voorzichtig "We denken dat Karsten misschien ergens in aanraking is gekomen
met vervuilde grond, of chemische stoffen... we willen van u
weten of dat mogelijk is. Kunt u zich bijvoorbeeld van uw vorige wijk een
plek herinneren waar Karsten veel speelde, waar hij wel eens heen is
gegaan...?" De vrouw haalt haar schouders op "Hij heeft in het nieuwe
huis alleen nog maar binnen gezeten... ik zelfs speciale sloten op de kastjes
van die kindersloten, zodat hij en zijn zusje niet bij de flessen
schoonmaakmiddel kunnen. En in het oude huis... ja, ook veel binnen en verder
als we al naar buiten gingen was ik erbij en dan gingen we eigenlijk de laatste
tijd altijd naar dat speeltuintje. Het was net nieuw, we hebben er tijden om
gezeurd bij de gemeente..." Meriban schudt haar hoofd "Dan snap ik het
niet... is daar ook een zandbak, bij dat speeltuintje?" De moeder knikt
ijverig "Daar zit ie altijd in, hij is dol op graven en doen, hij wil later
op een graafmachine werken zegt ie." ze glimlacht even "Dat zand, waar
komt dat vandaan?" wil Meriban weten "Uit de haven ofzo?"
suggereert ze. Maar de vrouw schudt haar hoofd "Nee, nee, we hebben alles
zelf moeten maken. We hebben zand genomen van het terrein ernaast, daar ligt een
gigantisch stuk grond leeg, stond vroeger een fabriek op. Die hebben ze toen
afgebroken en daarna kwam er niets meer op. Uiteindelijk hebben we aan de rand
met een hele hoop ouders uit de wijk een speeltuintje mogen maken, we hebben
voor die zandbak zand van het bouwterrein gepakt, massa's geel zand daar."
ze lacht even, kennelijk heeft ze goede herinneringen aan de speeltuin. Maar
Meriban begint al een donkerbruin vermoeden te krijgen. "Wat voor fabriek
stond daar vroeger?" wil ze weten "Oh, dat weet ik niet... maakt dat
wat uit?" de vrouw kijkt Meriban aan. Die schudt langzaam haar hoofd
"Als u nu naar Karsten toe gaat dan kom ik zo even bij u." ze rept
zich naar de telefoon en draait het nummer van de Gentse politie. "Hallo
Carla, met Meriban, kun je mij doorverbinden met Sellatin... ja, ik
wacht..." zenuwachtig tikt Meriban met haar voet op de vloer terwijl ze
probeert geduldig te wachten. Het wachten lukt wel, alleen het geduldig komt
niet zo uit de verf. Ze klinkt dan ook aardig gehaast als ze haar broer
eindelijk aan de telefoon krijgt "Meriban?" Sellatin klinkt een beetje
verbaasd om haar tijdens zijn werk aan de telefoon te krijgen "Je gaat me
toch niet vertellen dat ze alweer in België zijn?" doelt hij quasi grappig
op hun ouders, die drie maanden geleden terug zijn gevlogen naar Turkije.
Hij ziet Britt
oplettend haar
hoofd opheffen en zijn kant op kijken. "Nee zeg, dat moest er ook nog
bijkomen." mompelt Meriban "ik wil dat je iets uitzoekt..." ze
pakt er het dossier bij "Is het belangrijk? Is er haast bij?"
wil Sellatin weten. Meriban zucht "Denk je dat ik je anders op je
werk gebeld zou hebben?" moppert ze. "Ik probeer het... wat is
het?" Meriban zucht opgelucht en vertelt hem wat ze wil.
"Ben,
wij gaan patrouille rijden." Sellatin wenkt zijn partner. Ben trekt zijn
wenkbrauwen even op en wandelt richting de kleedkamer om zijn helm te halen.
Sellatin stopt even bij Britt die min of meer aan haar computer hangt om
informatie door te lezen over een groep jongeren die voor overlast zorgt in een
winkelcentrum. "Gaat het een beetje?" Britt gaapt eens en knikt
"Hier wordt ik niet moe van, ik val alleen nog verder in slaap." wijst
ze op de computer. Sellatin lacht "Ik heb je voorgesteld dat ik afgelopen
nacht eruit zou gaan als Dorien moest overgeven, maar jij staat zelf meteen
naast het bed." verwijt hij haar "Ja, ja, nou vannacht slaap ik overal
doorheen, jij mag vannacht. Bovendien ben ik ook al een beetje misselijk, nee...
serieus dadelijk krijg ik het nog en dan beloof ik je, als ik geen oog dicht doe
doe jij het ook niet." dreigt ze. "Is Dorien ook ziek?"
vraagt Tony als Ben en Sellatin weg zijn. Britt knikt "Misselijk,
koorts, overgeven... je weet het wel, gewoon heel zielig. Ik wilde eigenlijk
vrijaf nemen om bij haar te zijn, maar ja... Lieve maakte het niet veel uit.
Maar goed ik doe dus geen oog dicht, want het steeds 's nachts ' mam, ik heb
overgegeven', dat snap je wel. Fijn
hoor, die griep, als zij straks beter is heb ik het te pakken, verminderde
weerstand vanwege oververmoeidheid. Serieus, voor dat ongeluk had ik er nooit
last van, maar tegenwoordig pik ik alles mee."
klaagt ze "Ik weet er alles van,"
kreunt Tony die ook de wallen onder haar ogen heeft staan "Vera en
Thomas zijn allebei ziek. Thomas heeft het op school opgelopen en dan Vera
aangestoken. Jaap kon vandaag thuis werken en dus heb ik vannacht weer
'nachtdienst', maar goed hij heeft dadelijk dan ook al de hele dag met twee
zeurende kinderen gezeten. Vera kan zo ongelooflijk vervelend zijn als ze ziek
is... Maar goed om te horen dat we niet de enige zijn die lijden. Het heerst
zeker weer, griep?" Britt haalt haar schouders op "Daarvoor sta ik te
weinig aan de schoolpoort, maar ik geloof dat Dorien het inderdaad van school
mee heeft genomen, dat soort dingen doen ze altijd op school op. Ik zweer je
pure bacteriebroeinesten zijn het die scholen... lévensgevaarlijk." Tony
lacht hartelijk, Britt's mening over Doriens'
school wisselt per dag afhankelijk van wat er 'nou weer' gebeurd is op
school. Inmiddels hoeft Tony gelukkig niet meer na te denken over de beste
school voor Vera. Nu ze met Jaap is... en dat neemt steeds vastere vormen aan...
is het wel duidelijk dat Vera gewoon naar dezelfde school gaat als Thomas.
"Waar gingen die heen trouwens?" vraagt ze op de gang wijzend om Britt
af te leiden die inmiddels zich dus weer herinnert dat ze zich misselijk voelde
en nu ontevreden voor zich uitstaarde, fijn gespreksonderwerp "Wie, Sel en
Ben? Patrouille rijden geloof ik, ze werden opeens ijverig... Ik weet ook niet
waar die energie plotseling vandaan komt." Op dat moment stapt Vanbruane
buiten "Britt, Tony... eh, waar zijn Sellatin en Ben heen?" wijst ze
op de lege plaatsen "Patrouille rijden."
antwoorden Britt en Tony tegelijk. "Verdraaid, net nu ik ze nodig
heb... ja, ik heb een bende opgeschoten pubers die problemen maken in de haven,
een paar stevige kerels kunnen hun misschien even toespreken, kijk oppakken gaat
niet... en ze zullen wel weinig onder de indruk raken van uw postuur..."
ze gebaart naar Britt, die kijkt even quasi beledigd "Ja, dat geldt
ook voor mij zelf hè." voegt
Vanbruane toe "Ze moeten gewoon even streng worden toegesproken zodat ze
schrikken. Patrouille rijden, nou, ik roep ze wel op." Ze loopt terug het
bureau in. Het duurt niet al te lang of Britts'
mobiel begint te piepen "Sellatin?" vragend kijkt ze naar het
schermpje "Met Britt," neemt
ze op, aan de andere kant begint Sellatin snel te praten. Tony probeert
nieuwsgierig wat op te vangen, maar uit het 'ja' en 'waar?'
van Britt kan ze ook weinig opmaken. Na wat heen en weer gepraat en
gekrabbel op een blaadje haakt Britt in. "Kom," wenkt ze Tony en kijkt
even snel achterom naar het bureau, Vanbruane zit niets vermoedend gebogen over
haar werk en ziet hen niet vertrekken. "Waarheen?" wil Tony weten,
maar Britt trekt een gezicht en maant haar op te schieten. Net als ze weg zijn
stapt Vanbruane buiten "Britt en Tony, kunnen jullie even..."
ze kijkt het lege lokaal rond "weg..."
zegt ze tegen niemand in het bijzonder "nouja... dan maar
niet," ze legt het mapje weer op haar bureau en gaat weer zitten, die zijn
zeker naar dat winkelcentrum denkt ze.
"Goed,
wil je me dan nu vertellen waar we heen gaan?" vraagt Tony geërgerd als ze
instapt bij Britt, die knikt en laat de koppeling opkomen. "Sellatin kreeg
zojuist telefoon van Meriban. Die heeft de afgelopen dagen een patientje dat aan
allerlei rare ziektes lijkt te lijden. De symptomen geven geen eenduidig
ziektebeeld en de stoffen die in het kind zijn aangetroffen duiden op een
vergiftiging, maar zodanig dat het nooit kan komen door het leegdrinken van een
fles schoonmaakmiddel, of door vergiftiging door de moeder. Het is te gevarieerd
en te zeldzame stoffen zijn terug gevonden. Meriban en de onderzoekster denken
aan een vergiftiging door vervuilde grond. Het is een vergiftiging van ernstige
aard, dus het manneke heeft waarschijnlijk de grond gegeten, de grond moet ook
vrij ernstig vervuild zijn aangezien de vergiftiging van het kind zo sterk is.
Verder is hij niet de enige, er is nog een kind me die vergiftiging bekend, bij
een andere dokter welliswaar, maar het onderzoek is door dezelfde vrouw gedaan.
Zij is het ook die aan een vervuilingsvergifteging denkt omdat ze zo'n geval
eens eerder bij de hand heeft gehad." Tony knikt "Maar dit is
lastig... wij weten niets, want de ouders hebben geen klacht ingediend en dat
geval van die andere dokter, daar weten we al helemaal niets van." Britt
haalt haar schouders op "Wij gaan alleen maar kijken naar het speeltuintje
bij die flat. Kennelijk meent Meriban dat de kinderen het daar opgelopen hebben.
Het speeltuintje is er nog maar net, het ligt aan de rand van een oud
fabrieksterrein dat al jaren braak ligt. De ouders hebben het zelf gemaakt en
voor de zandbak hebben ze zand gebruikt van dat fabrieksterrein..." Tony
kijkt naar Britts' aantekeningen
"Leuke buurt, die lui zien ons graag komen." merkt ze op. "We
moeten proberen om wat zand mee te nemen uit die zandbak, zodat die
onderzoekster dat kan bekijken. Als het werkelijk om vervuilde grond gaat moet
dat speeltuintje zo snel mogelijk dicht en moet er wat aan gedaan worden."
Tony kreunt "Als het om vervuilde grond gaat Britt dan weet de gemeente dat
al lang, als iets zo lang braak ligt dan gaat het zéker om vervuilde grond. Als
ze daar op gaan bouwen moeten ze de bodem saneren dat kost handen vol geld,
daarom laten ze het liggen. En als het om vervuilde grond gaat dan is dat iets
voor de milieupolitie niet voor ons." Britt zucht "We weten toch nog
niets zeker, we willen alleen gaan kijken. We moeten bekijken wat voor een
fabriek daar heeft gezeten." Tony gromt wat "Dan moeten we bij de
gemeente zijn en die gaan zéker alle medewerking verlenen en zullen ons dan
zeggen vooral beter extra te patrouilleren en in die wijk bijvoorbeeld de
straatjongeren eens aan te pakken." Britt zucht "Tony! Kom op, hoeveel
kwaad kan het nou, wat kan er daar nou helemaal gebeuren. Niemand ziet ons, we
nemen een zakje zand mee van dat fabrieksterrein en van de zandbak en dat is
het. Denk je nu echt dat dat een probleem wordt? De gemeente weet niet eens dat
we er zijn en ze zullen achteraf niet weten dat wij het zijn die dat zand hebben
meegenomen. Geen probleem, de ouders dienen een klacht in bij de milieupolitie
en opgelost. Kom op, ik wil dit gewoon even voor Meriban doen, die maakt zich
zorgen, straks zijn er nog veel meer kinderen die binnenkomen met
klachten." Tony murmelt wat, ze is er nog niet zo blij mee. Ze hebben
officieel geen enkele aanleiding om daar naar vervuiling te gaan zoeken. Ja, een
anonieme tip... en die moeten ze eigenlijk doorspelen naar de milieupolitie, zij
zijn wel de laatsten die daar in dat zand moeten gaan staan te dabben. Maar veel
tijd om na te denken over wel of niet heeft ze niet, want Britt rijdt de wijk al
in en parkeerd pal naast het speeltuintje. "Het fabrieksterrein."
wijst ze voor zich. Tony rolt met haar ogen, dat had ze zelf ook nog zonder
uitleg gesnapt. Ze stapt uit en wandelt achter Britt aan naar het speeltuintje,
het ligt er maar wat verlaten bij, ze hebben geluk. "Nou, kom op, snel een
zakje zand..." Britt stapt de zandbak in en haalt een zakje te voorschijn,
met haar hand neemt ze wat zand en stopt dat in het zakje nog twee handjes en
het lijkt haar wel genoeg. "Ga je dat nu met je blote handen doen?"
vraagt Tony "Nogal slim, straks is het echt giftige grond." Britt
kijkt geïrriteerd op "Ja, ik eet het niet op hoor." moppert ze en
veegt haar hand snel af aan haar broek. "zandbak speeltuin." schrijft
ze met een watervaste stift op het zakje en dumpt het dan in de auto.
"Kom," ze wenkt Tony "Blijf daar niet zo staan." Ze loopt
naar het fabrieksterrein, er staat een groot hek omheen om de junks van het
braakliggende terrein af te houden. "Waarom zet je daar nu een hek
omheen?" vraagt Tony zich af "Zo'n groot stuk zand, da's toch een
heerlijk crossterrein voor kinderen uit de buurt." Britt grinnikt "Ja,
en voor alle motorrijders van Gent, 't zou me
niets verbazen of de bewoners hebben zelf gevraagd of dit hek eromheen
mocht." Tony haalt haar schouders op "Ik zou het wel weten als ik hier
woonde, leuk voetbalveldje dit." Ze lopen een stukje langs het hek tot ze
een plek hebben gevonden waar ze het opzij kunnen tillen, deze plek hebben de
mensen die het speeltuintje hebben gemaakt ongetwijfeld ook gebruikt, want niet
ver van de plek ligt een kuil waaruit het zand gehaald is. Britt vult nog een
zakje met aarde en neemt ook wat 'grondmonsters' mee van andere plekken op het
terrein. Ook Tony vult schouderophalend een paar zakjes en wandelt dan terug
naar het hek. Ze lopen terug naar de auto en Britt gooi de zakjes grond in de
wagen. Ze pakt haar memoboekje en gaat op de motorkap hangen, snel maakt ze een
paar aantekeningen. "Zo," ze heeft de man niet aan zien komen en als
hij haar tegenover haar staat kan ze al geen kant meer op "wat doen jullie
hier? Ik heb jullie wel zien rondlopen in het speeltuintje." Hij kijkt haar
vijandig aan. Een van de flatbewoners, denkt Britt. "Jullie zijn van de
politie, is het niet? We mochten dit speeltuintje maken hoor, denk maar niet dat
we weer iets fout hebben gedaan. Je zou het zeker graag willen sluiten, hè
trut. Ik zie het wel, de speeltoestellen voldoen zeker niet aan de regels. Zo
gaat het altijd, wij maken iets en jullie breken het weer af, met al jullie
stomme regels." Hij stapt dreigend dichterbij. Maar Britt doet geen stap
terug. "Meneer, heeft u kinderen?" vraagt ze helder "Ja en
u?" snauwt hij "Spelen uw kinderen wel eens hier in de zandbak?"
vraagt ze snel. De man knikt "Ja, wel eens, hoezo?" Britt haalt haar
schouders op "Zijn ze nog ziek geweest de laatste tijd?" De man gromt
wat "De kleinste heeft griep ja, opgepikt op school, overgeven en zo. Wat
heeft dat nou weer te maken met onze speeltuin. Ik hoor het wel, u probeert me
af te leiden, maar wacht maar, als onze speeltuin dicht gaat dan weet ik u te
vinden. Goed begrepen." Hij stapt naar haar toe en geeft haar een harde duw
zodat ze tegen de auto aan valt. Dreigend snuift hij eens en stapt weg.
"Gezellige buurt." vindt Tony terwijl ze Britt overeind helpt, die
klopt onverstoorbaar haar kleren af en haalt haar schouders eens op
"Tja, zo gaat dat." Tony kijkt Britt aan "Britt, je beseft
toch wel dat het eerste wat die klojo doet zo dadelijk is dat hij naar de
gemeente rent, dat de politie loopt rond te doen op hun speeltuin..." roept
ze uit "Ja en? We waren op zoek naar drugsspuiten." glimlacht Britt
"En geen gevonden..., kom, op
naar het ziekenhuis." Tony schudt haar hoofd "Ik geef het op, ruïneer
uw carriére maar, ik doe graag mee." kreunt ze en stapt naast Britt in de
auto. Die geeft met een glimlach een flinke dot gas en racet weg. Tony kijkt wat
stug voor zich uit "Wat is er nou?" vraagt Britt een beetje kwaad,
Tony doet nooit moeilijk over iets wat niet helemaal legaal is.
"Niks." gromt Tony "Ja, kom nou, niks..." Britt kijkt opzij
"Nou vooruit, ik heb laatst al eens met de gemeente in de clinch gelegen,
daar weet jij niets van en dat is ook niet jouw schuld. Ik had de slechte staat
van wat huurhuizen eens eh... tja, bekeken en de bewoners aangespoord een klacht
in te dienen. Dat was op dat moment helemaal mijn werk niet, ik was daar toen om
een groep jongeren aan te pakken, jij was er ook bij. Nou, de gemeente was niet
bepaald vrolijk en ze zijn kwaad over Vanbruane heen gevallen die daarna mij
natuurlijk goed de wind van voren gaf. Ik moest me voortaan meer met mijn werk
bezig houden, want dit soort opruiend gedoe deed mijn naam en carriére geen
goed en haar ook niet. Natuurlijk was ze alleen wat aan het zeuren, maar kom op
Britt, ik heb ook Vera om om te denken. Ze zullen wel denken 'oh Dierkx komt
weer, loopt ze zich weer te moeien'." Britt kijkt haar even aan "Ik
heb nog nooit meegemaakt dat het jou deed terug schrikken. "Ja, ik heb dan
ook nog nooit bijna mijn baan verloren, ok? Ik wil mijn werk graag houden, ik
wil van niemand afhankelijk zijn, ja!" Britt fronst haar wenkbrauwen
"Heeft ze dat echt gezegd, dat je dan je baan kwijt raakt?" vraagt ze
ongelovig "Niet zo direct, maar in bedekte termen kreeg ik te horen dat als
ik nog eens zo'n kunstje flikte ik het verkeer kon gaan regelen. Ik denk dat
Vanbruane er flink op heeft gehad, vandaar dat ze zo de pest in had, ze kwam
recht van een bespreking bij de burgermeester." Britt glimlacht "Het
zal hen veel geld gekost hebben, jouw aanzet..." Tony glimlacht "Ja,
maar het was ook echt te gek, die plafonds kwamen bijna naar beneden ik zweer
het je en ik ben maar in een paar huizen binnen geweest. Later blijkt dan dat ze
het aan elkaar hebben door verteld en zo diende iedereen dus een klacht in...
dat heeft ze heel veel gekost ja." Tony grinnikt bij de gedachte. De
gemeente propt de mensen met een laag inkomen maar ergens neer, zonder zich
om hen te bekommeren, maar hun huizen zijn gevaarlijk, het was net goed
geweest dat ze allemaal naar de gemeente waren gestapt. Iemand moest hen toch
zeggen dat ze konden gaan klagen? Nee, ze vindt nog steeds dat ze er goed aan
heeft gedaan. Maar de burgermeester was zacht gezegd vertoornd geweest en
Vanbruane die toch al geen goede dag had gehad was dientengevolge ook furieus.
Ze had van de burgermeester flink onder de voeten gehad en aarzelde niet dat
door te geven aan de aanstichter, want alle mensen hadden het er vriendelijk bij
verteld, ze waren Tony Dierckx dankbaar... groot mond! Ze had tegen Jaap
geklaagd, maar die had verzucht dat ze dan misschien ook beter af en toe haar
mond eens moest houden. Ze liep te schoppen tegen heilige huisjes... Als ze zich
nu koest hield en een tijdje gewoon achter de hanggroepjongeren aan ging vangen
zou Vanbruane haar dreigementen wel weer vergeten. Maar nu was ze ze nog niet
vergeten. Zo af en toe kreeg Tony nog een waarschuwende blik toegezonden en dan
wist ze heel goed waar het om ging. Ze trekt
een gezicht tegen zichzelf in de buitenspiegel; bangerik. Maar goed, ze heeft
deze baan toch echt nodig, iets anders kan ze niet en ze zal nooit, maar dan ook
nooit afhankelijk worden van een ander, niet voor geld of wat dan ook.
"Sorry," mompelt Britt "dat wist ik niet... maar vrees niet, ik
zal alle schuld op mij nemen, ik heb nog geen waarschuwing gehad... dus ik kan
nog een preek verwachten." Ze glimlacht "Ik werk voor de burgers en
niet voor de burgermeester." zegt ze laconiek "Ja," geeft Tony
toe "dat is zo, maar je wordt door de gemeente betaald." Britt lacht
even "Het belastinggeld komt bij mijn weten ook van de burgers." Tony
knikt gewillig "Ja, maar die kiezen niet wie ze daar van betalen."
waarschuwt ze. "We zullen wel zien, het zal zo'n vaart niet lopen, die man
houdt zijn mond wel." probeert Britt Tony gerust te stellen. Ook zij heeft
weinig zin in een preek van Vanbruane. Maar goed, ze is Meriban nog wat
schuldig. Naar ze begrepen heeft is de ruzie die Meriban voor het bezoek van
haar schoonouders heeft gemaakt niet van de lucht. En dat heeft Britt toch zeker
een stel preken van haar schoonouders gescheeld, daar zal een preek van
Vanbruane wel tegenop wegen, denkt ze zo. Tony knikt berustend "Doet het
nog zeer... ik bedoel die duw daarstraks." vraagt ze. Britt schudt haar
hoofd "Een paar blauwe plekken, meer niet." wuift ze de onrust weg. Ze
draait het parkeerterrein van het ziekenhuis op en zet de auto snel weg. De
zakjes zand stopt ze in haar tas en gevolgd door Tony loopt ze naar binnen.
"Kunt u dokter Ates voor mij oproepen?" vraagt ze aan een dommig
uitziend verpleegstertje aan de balie. Die vraagt even naar de rede, maar als
Britt zegt dat dat geheim is roept ze zonder morren Meriban op. Britt is
verbaasd over het gemak waarmee dat gaat. "Britt?" Meriban komt
aangelopen en kijkt vreemd als ze Britt ziet staan "Is er iets niet goed,
je ziet een beetje wit?" vraagt ze. Britt schudt haar hoofd "Alles is
uitstekend, ik ben bij vlagen wat misselijk. Dorien heeft griep en ik krijg het
natuurlijk weer van haar over. Maar ik hoorde dat je een zandbak ging
aanleggen, ik heb het vulsel bij." zegt ze dubbelzinnig en klopt op haar
tas. "Mooi is dat, ik schend mijn beroepsgeheim en Sellatin betrekt er de
halve wereld bij." kreunt Meriban sarcastisch "Van ons zullen ze het
niet horen, wij hebben er ook àlle belang bij dat dit niet uitlekt." haast
Tony zich te zeggen. "Kom maar mee, dan lopen we naar beneden." wenkt
Meriban. "Heb je de handschoenen die je gebruikt hebt toch meegenomen,
niet dat een kind ze ergens uit een vuilnisbak plukt..." vraagt
Meriban "Handschoenen? Ik heb het er gewoon zo in gedaan." murmelt
Britt "Wat?" roept Meriban uit "Hoe kun je dat nou weer
doen?" Tony kijkt quasi simpel "Nou gewoon je gaat door je knieën je
pakt een handje zand en je stopt het
in..." Meriban rolt met haar ogen "Dat zand is giftig
Britt, moet ik het spellen?" Tony steekt haar vinger in de lucht
"Dàt weten we nog niet." glimlacht ze. "Heb jij er ook aan
gezeten?" moppert Meriban "Maar natuurlijk." lacht Tony,
"Illegaal in zand vroeten, wie wil dat nu niet?" Meriban
kreunt "Niet te geloven, nu moet ik jullie ook nog onderzoeken, ik
ben blij dat jullie niet duimen. Verdulleme, ik vind het al niet slim dat
Sellatin dat door jullie heeft laten doen en dan ook dit nog. Iedereen weet dat
vrouwen sneller reageren op dat soort rotzooi... verdomme. Britt, jij was
misselijk?" loopt ze te
vloeken en stapt met hen de lift uit. Britt kijkt Tony aan en haalt haar
schouders even op "Onderzoeken?" roept Tony geallarmeerd "hoezo,
onderzoeken?" Meriban draait zich om "Ja, even bloedprikken om te zien
of jullie niets hebben opgelopen. Ik bedoel voor zover we weten hebben die
kinderen het binnen gekregen doordat ze zand in hun mond hebben gehad, maar voor
het zelfde geld is inademen al voldoende of is het een stof die door je
huid..." Tony onderbreekt haar "Bloedprikken, ik? Ik dacht het
niet." zegt ze resoluut "Ik voel me compleet gelukkig, er is niets aan
de hand." Meriban trekt een gezicht "Ik vraag je niet om het leuk te
vinden Tony, het zal wel moeten." Tony kreunt "Ik krijg hoe langer hoe
meer een hekel aan deze zaak." kan ze niet nalaten te zeggen. "En ik
snap niet dat Sellatin dit aan jou heeft overgelaten Britt, ik zal hem eens
onder zijn voeten geven, wat denkt hij wel niet, dat ik een grapje maak over die
vervuiling ofzo." Britt kijkt haar hulpeloos aan, zij kan het ook niet
helpen. Ze snapt wel dat Sellatin haar heeft gebeld toen hij weggestuurd werd.
Zij zou ook denken 'dan maar iemand anders, dat zand moet naar het ziekenhuis'.
Nouja, ze springt straks wel voor hem in de bres. "Ik heb het zand."
Meriban wijst op Britt achter zich als ze een vrouw ziet aan komen. Die knikt
enthousiast "Laten we meteen aan het werk gaan." stelt ze voor
"Ja, ik loop eerst met hen naar boven, om bloed te prikken, ze hebben het
zand zonder handschoenen of masker in het zakje gestopt." De vrouw schudt
meewarrrig haar hoofd alsof het om een stel kleine kinderen gaat die het
verkeerde snoepje hebben genomen en nu hun maag moeten laten leeg pompen, leken,
lijkt ze te denken. Gedwee volgt Britt Meriban, ze kunnen maar beter gewoon
meewerken dan is Meriban ook weer gerustgesteld denkt ze. Maar Tony is nog niet
zo blij met een prik in het vooruitzicht, het is inmiddels publiek geheim dat ze
absoluut niet vrolijk wordt van naalden. "Is er geen andere manier om dit
te onderzoeken..." vraagt ze als ze boven zijn "Ja hoor, wachten tot
je de symptomen ontwikkelt." zegt Meriban kortaf, het is duidelijk dat ze
het tamelijk dom vindt om zonder handschoenen in vermoedelijk vervuilde grond te
gaan graven. Toegegeven echt slim is het ook niet, maar daar hadden ze niet
eerder bij na gedacht. Kennelijk had ze het tegen Sellatin wel gezegd, maar die
is dat vergeten door te geven aan zijn vriendin. "Ik ga voor die
onderzoekmethode." zegt Tony terwijl ze Britt en Meriban de kamer in volgt
"Tony!" doet Britt
"Het is maar een prikje, dat voel je toch niet..." sust ze "Ja,
jij hebt nogal ervaring, ik ben niet zo'n ziekenhuisloper." Britt trekt een
gezicht "Dat is onder de gordel en niet grappig, Dierckx. Maar goed, stel
je niet aan, ik ga wel eerst." Britt stroopt haar mouw op en laat zonder
een kik te geven netjes het bloed aftappen. "Is er echt geen andere
manier?" murmelt Tony nog voor ze de naald op zich af ziet komen. Met een
"maar ik..." valt ze in Britts armen, die is al strategisch achter
haar partner gaan staan. "Jeetje is het zo erg?" Meriban kijkt
verbaasd naar Tony. "Steevast." zegt Britt alleen maar terwijl ze Tony
weer bij brengt. Die kreunt even en sloft even later chagrijnig weer achter
Britt en Meriban aan. Meriban heeft besloten maar wat in te binden, tenslotte
heeft Britt toch dat zand binnengebracht en Tony lijkt ook even geen gezeur te
kunnen gebruiken. "Nouja, bedankt." zegt ze "Ik loop zo weer naar
beneden, ik laat nog wel weten wat er is uitgekomen, OK?" neemt ze
vriendelijk afscheid. Tony gaat naast Britt lopen "Als je nog eens iets
weet Michiels." doet ze korzelig. "Ja, ja, het spijt me, ik wist ook
niet dat dat zo giftig was." verontschuldigt die zich haastig "Nee,
dat had je vriendje ons ook wel mogen vertellen." vindt Tony. Op het
commissariaat worden ze al begroet door Vanbruane, Tony kijkt snel de andere
kant op als ze haar aan ziet komen. "Ha, dames, naar dat winkelcentrum
geweest? Goede undercover denk ik trouwens, want niemand heeft jullie daar
gezien." Britt trekt even een gezicht "Dat was precies de
bedoeling." zegt ze. "Maar goed, jullie hebben hen niet gezien, ze
waren er niet." Britt knikt "Inderdaad." geeft ze toe. Vanbruane
kijkt verstoord van Britt naar Tony, die het gevoel krijgt dat ze liever nog
door de grond wil zakken. "Fout Britt," zegt Vanbruane dan "ze
waren er wél en jullie dus duidelijk niet." Britt zuigt even haar adem in,
oeps, denkt ze. Het zou haar niet verbazen als Vanbruane op fabuleuze wijze
erachter is gekomen waar ze wel waren. Maar dat blijkt gelukkig niet het geval
te zijn "Mag ik misschien weten waar jullie wel waren? Jullie waren niet in
het winkelcentrum en jullie mobiele telefoons stonden uit..." Britt en Tony
hadden inderdaad in het ziekenhuis, zoals dat hoort hun mobiele telefoons
uitgezet. Razendsnel probeert Britt een smoes te verzinnen en waarempel er
schiet haar wat te binnen, Tony staat haar aan te kijken in de hoop dat Britt
inderdaad een briljante smoes heeft bedacht "We waren in het
ziekenhuis." hoort ze Britt zeggen, oh here Jezus, Britt gaat alles zeggen,
hun laatste uur heeft geslagen. Vanbruane kijkt haar geïnteresseerd aan
"ja?" vragend kijkt ze ook naar Tony die bijna net zo geïnteresseerd
naar Britt kijkt "We hadden een anonieme tip van een arts gehad over een
vrouw. Ze was daar met een kleine verwonding, maar ze is daar al vaker geweest,
vandaar dat de arts dacht aan mishandeling... we zijn gaan kijken, maar we
hebben er niet veel uit kunnen krijgen." Vanbruane knikt "Naam?"
Britt zucht "Commissaris... die vrouw heeft geen klacht ingediend, we
kunnen er dus niets mee, die arts die ging al over de streep, we hebben niet ook
nog de naam gevraagd... Hier, we zijn zogenaamd bloed gaan laten prikken."
ze toont de pleister op haar arm. Tony moet moeite doen om haar niet recht aan
te gapen, dit is ongetwijfeld een van Britts' meest briljante invallen.
Mishandelde vrouwen vormen de zwakke plek van Vanbruane, dat is algemeen bekend
en Britt weet dat ook maar al te goed. "Die arts was toevallig niet Meriban?"
vraagt Vanbruane "Ook de naam van de arts mogen we niet..." begint
Britt. Vanbruane heft haar handen op "Al goed, al goed, maar goed willen
jullie dan nu naar dat winkelcentrum gaan, die jongeren zijn er nu niet meer,
maar een van die beveiligingsmensen heeft goed opgelet en ze zijn een naam aan
de weet gekomen... ga er even heen, stel een paar vragen, doe geïnteresseerd,
de burgermeester blijft er over doorzagen..." ze kijkt naar Britt
"Sorry dat ik het moet zeggen, maar je trui is echt vies... ik weet niet
waar je tegen aan gelopen bent." Britt kijkt naar haar trui die inderdaad
onder het zand zit, zo kan ze moeilijk een beveiligingsbeamte gaan ondervragen.
"Ik heb nog een andere trui liggen, wacht ik ben zo terug." zegt ze en
rent naar het kleedlokaal. Snel trekt ze haar trui uit "Eh Britt..."
Vanbruane komt achter haar binnen en stopt als ze Britts' rug zien. "Britt,
waar heb je die blauwe plek van..." ze stapt op Britt toe en kijkt naar
haar onderrug. Britt kijkt verbaasd om, rechtsonder zit een grote blauw-paarse
vlek. Ze herinnert zich de duw van daarstraks bij de flats, ze is toen inderdaad
met haar rug tegen de auto aangevallen, dat is toch behoorlijk blauw geworden.
Nu ze weet dat ie er zit voelt ze de blauwe plek ook pas. "Ik ben
uitgeschoven op het parkeerterrein bij het ziekenhuis." verklaart ze snel
en trekt haar trui aan. Vanbruane knikt opgelucht "Behoorlijk hard terecht
gekomen." vindt ze "Ja, tegen de auto." Vanbruane glimlacht
"eh ja, wat ik nog wilde vragen of je alsjeblieft een goed verslag van dit
bezoek wilt maken, zodat ik dat morgen aan de burgermeester kan tonen."
Britt knikt "Geen probleem baas." zegt ze en stapt langs Vanbruane
heen het kleedlokaal uit. Tony staat al te springen om te vertrekken, op een
holletje gaan ze naar de auto. "Briljant Britt, bedankt voor het redden van
mijn leven." dankt Tony haar "Dat was een fantastisch idee, ja, zie
dat maar eens na te trekken." voegt ze er aan toe. Britt knipoogt "Ik
heb veel fantasie." zegt ze en stapt in de auto, als ze haar gordel aan
doet voelt ze hoe die langs de blauwe plek gaat. Fijn hoor dat ze
nu weet dat ze die heeft, dan voelt ze het tenminste ook goed. Stom
eigenlijk zoals dat gaat, je vraagt je af hoeveel van je gevoel dan psychisch
is. Ze rimpelt haar neus en klikt de gordel dicht. "Nou, laten we maar een
fatsoenlijk verslag maken, dan zal het allemaal wel meevallen. Ik zei toch dat
ze er niet achter zou komen." zegt ze en ze ziet dat Tony zichtbaar
ontspant. Op hun gemak rijden ze naar het winkelcentrum om daar een evenredige
hoeveelheid tijd te besteden aan het zoeken naar de juiste beveiligingsbeamte.
Tijdens het uitermate boeiende gesprek vraagt Britt zich al snel twee dingen af.
A: hoe maakt ze hier een interessant verslag van en B: hoe blijft ze wakker.
Nummer B is een vereiste voor A, maar A daar zal ook heel wat fantasie en
schrijfkracht voor nodig zijn weet ze. Door al deze overpeinzingen mist ze
alweer de helft van de informatie, maar ze ziet dat Tony gelukkig voor de vorm
ijverig aantekeningen staat te maken. De man is er van overtuigd dat zijn
informatie meer dan belangwekkend is voor het onderzoek naar deze uiterst
gevaarlijke criminelen, in de dop en dikt het 't een en ander her en der nog wat
aan. Britt bestudeert met toenemende belangstelling het plafond als plotseling
het irritante toontje van haar mobiel door de ruimte snerpt. Met een gemompeld
excuus wandelt ze de kamer uit. Ze laat de twee anderen achter in een discussie
over welke kleur rood nu precies rossig kan worden genoemd in combinatie met
haarkleur. Wat doet het er toe, waarschijnlijk is het toch geverfd. Ze neemt
haar telefoon op en kijkt even op haar horloge. "Hoi Britt, met Meriban
hier, ik moet je even ontzettend bedanken... sorry nog van toen straks, maar ik
maakte me echt zorgen over je. Sellatin had wel beter mogen uitkijken. Zeker met
jouw weerstand, je vraagt je toch af... en zeker toen je zei dat je misselijk
was... heb je dat vaker, die misselijkheid, anders moeten we daar toch nog eens
naar kijken, want ik weet niet hoor, maar je zou..." Britt zucht even, ze
voelt zich op het moment kiplekker, hoe lang gaan ze haar nog behandelen als een
kristallen glaasje? "Maar goed, we hebben jullie bloed ook even bekijken,
zo te zien heb je niets opgelopen en Tony ook niet. Maar we hebben in dat zand
inderdaad terug gevonden waar we naar op zoek waren. Niet alleen in het zand van
de zandbak, maar ook het zand wat jullie van het fabrieksterrein hebben gehaald
is zeer ernstig vervuild, er zitten vele soorten van vervuiling in, maar het is
echt ongelooflijk, het bestaat niet dat de gemeente hier niet vanaf weet. Als
dit aan het licht komt wordt het een groot schandaal... Ik heb al met de dokter
van die wijk gebeld en we gaan een groot onderzoek instellen. Het zand heeft ons
echt ontzettend geholpen, nu weten we tenminste met welke stoffen we te maken
hebben. We kunnen nu veel beter behandelen, ik durf te zeggen dat je kinderen
gered hebt Britt, ik ben trots op je." Britt bromt af en toe instemmend en
laat de waterval van woorden over zich heen klateren. "Ik ga zo zelf naar
de gemeente om uit te zoeken welke fabriek daar heeft gestaan en ik heb ook al
gerapporteerd aan de gezondheidsdienst, die zijn op dit moment alles aan het
klaar maken voor een grote actie. Ik denk dat ze op dit moment het speeltuintje
aan het sluiten zijn. Willen jullie mee naar de gemeente om de reactie te
zien?" Meriban klinkt zowaar uitbundig "Meriban, doe me een lol en
noem onze namen niet eens. Wij horen ons met deze zaak helemaal niet te
bemoeien, officieel weten wij van niets en waren we daar niet. We hebben tegen
de commissaris gezegd dat we in het ziekenhuis waren omdat we een anonieme tip
over mishandeling hadden gekregen. Geef het gewoon aan bij de milieupolitie ook,
dan kunnen die er mee verder. Zo'n grote zaak wordt neem ik aan niet in de
doofpot gestopt... anders is er altijd de pers nog." Meriban lacht "OK,
ik zal niets zeggen en als de commissaris die 'leugen' wil natrekken dan kan ze
naar mij bellen, ik zeg wel dat ik de anonieme tipgever was." zegt ze goed
geluimd. Britt mompelt dankbaar een paar woorden. "Nou, ik ga nu aan de
gang, ik houd je zeker op de hoogte van wat er gaat gebeuren, maar serieus
Britt, fantastisch werk, breng je ook onze dank over aan Tony? Ik zie je nog, OK?"
Britt haakt blij in en loopt weer naar binnen. Kennelijk zijn ze eruit, de kleur
rossig was niet van toepassing op het haar van de verdachte waar de naam Karen
aangeplakt is. Ja, ja, nu komen ze verder, het aantal Karens in Gent is
waarschijnlijk ontelbaar, maar goed... Als de man eindelijk klaar is met zijn
gezeur staat Tony op en bedankt hem uitvoerig, ze is absoluut van plan vandaag
nog een wit voetje te halen bij Vanbruane. "Dat verslag wordt
perfect." voorspelt ze
"Ook al heeft die man dan niets gezegd. Niets waardevols tenminste."
zegt ze als ze naast Britt naar de uitgang loopt. "Ik had net Meriban aan
de lijn." begint Britt. Tony kijkt geïnteresseerd naar haar collega
"En?" vraagt ze. Britt brengt met een lach de dank over en vat dan de
hele monoloog van Meriban samen. "Ik voel me goed," zegt Tony "we
hebben een goede daad gedaan vandaag." Britt knikt "We hebben ons
ingezet voor de burger, al weten die dat misschien niet eens." Tony gaat
rechtop lopen "Koen en dapper staan zij voor de strijd, tegen het onrecht,
tegen het kwaad en voor het goed." grapt ze, haar boze buien zijn weer
over. Het kan haar niet schelen of Vanbruane er achter komt, ze hebben goed werk
gedaan. Ze zitten net in de auto op weg naar het commissariaat als Britts'
telefoon opnieuw rinkelt, Vanbruane dit keer "Ah fijn dat ik jullie wel kan
bereiken, ik probeerde Sellatin en Ben, maar waar die uithangen, ja ze zijn
opgeroepen voor een ongeluk, maar ik weet ook niet waar ze nu zijn. Ik heb wat
voor jullie, kunnen jullie naar het volgende adres..." Britt hoort wat
gerommel en krijgt dan een adres door, ze herkent het onmiddelijk, daar zijn ze
vandaag al eens geweest, het flatgebouw bij het speeltuintje. "maar
baas," protesteert ze "en het verslag dan voor morgen bij de
burgermeester..." Vanbruane schraapt haar keel "moet je luisteren
Britt, bij dat flatgebouw ligt een speeltuintje, de gezondheidsdienst is het nu
aan het afzetten en heeft hulp nodig, de buurt is niet al te begrijpend. De
gemeente heeft een plan goed gekeurd om daar een speeltuintje te laten maken, ze
wisten dat er zand werd gebruikt van het bouwterrein ernaast, waar al tijden
hekken omheen stonden, omdat er zwaar vervuilde grond ligt, levensgevaarlijk
voor kinderen en dat ligt daar al die tijd al. Dat komt pas nu aan het licht
omdat er een zandbak is in het speeltuintje met dat zand, er zijn een hele hoop
kinderen ziek van geworden. Je maakt mij
niet wijs dat de gemeente niet donders goed wist dat dat zand daar lag, het is
belachelijk, naast een woonwijk!! Ze hebben het geld niet willen besteden aan de
sanering en dus ligt het daar maar open en bloot. Ze waren zeker van plan om er
over een aantal jaren gewoon huizen op te zetten of de grond af te graven en
ergens te dumpen, als iedereen vergeten was dat daar ooit een chemicalieënfabriek
had gestaan. Het is toch te zot voor woorden. Het is spelen met levens en je
maakt mij niet wijs dt de burgermeester hier niets van wist. Als die morgen
begint te mauwen over een stel lullige jongeren in een winkelcentrum veeg ik de
tafel met hem aan. Dit heeft nu prioriteit. De gezondheidsdienst moet de kans
krijgen daar monsters te nemen en het speeltuintje goed af te sluiten. En om
eerlijk te zijn mag je van mij best zeggen dat de grond giftig is, laat hen maar
naar het gemeentehuis gaan om te klagen, dit wordt toch te gek. Levensgevaarlijk
het is, stel je eens voor dat jullie kinderen daar zouden spelen!"
Vanbruane is duidelijk razend en niet te stoppen. Tony kijkt verbaasd naar Britt
en haar telefoon. Britt probeert ondertussen ook nog op de weg te letten, maar
geeft het op en parkeert de auto even. "Een oplettende kinderarts heeft het
ontdekt, ik ben blij dat er nog mensen zijn met een verantwoordelijkheidsgevoel,
die heeft zelf wat grondmonsters gehaald daar, dat mag natuurlijk wel niet, je
moet zo'n vermoeden bij de milieupolitie opgeven, maar goed, ik denk dat we een
grotere ramp zo kunnen voorkomen..." Britt geeft Tony een dikke knipoog
"We gaan er nu heen baas, geen probleem, u heeft groot gelijk." zegt
ze als ze ophangt. "Zonder dat ze het weet een dik compliment van de
baas." lacht Britt terwijl ze weer weg rijdt. Het duurt niet lang of ze
zijn weer terug bij de flat. Britt parkeert weer op dezelfde plaats en springt
handig uit de auto. Al snel zijn Tony en zij bij het oploopje. "Daar heb je
haar, zij heeft hiervoor gezorgd." Britt herkent de man ook meteen. In drie
stappen is hij bij haar en grijpt haar bij de kraag "Wat is er nou weer
niet goed met ons speeltuintje?!" schreeuwt hij woedend terwijl hij haar
door elkaar schudt "Laat u haar los, u valt een gerechtelijk officier in
functie aan." snauwt Tony, maar de man lijkt niet van zins Britt los te
laten, hij klemt zijn handen stevig rond haar armen en Britt wil al bijna een
knietje geven als ze Tony achter zich hoor snauwen dat ze zal schieten als hij
haar nu niet los laat. Dit lijkt de man tot inkeer te brengen hij stopt in ieder
geval met schudden en zet Britt weer met beide benen op de grond. Ze trekt haar
kleren recht en kijkt de man kwaad aan "Wilt u serieus weten wat hier mis
is? Uw kind was toch ziek? Bent u ermee naar uw dokter gegaan?" De man
briest "Een griepje, dat gaat wel over." Britt schudt haar hoofd
"Ik zou haar toch maar laten onderzoeken, de grond die jullie hebben
gebruikt voor die zandbak is zwaar vervuild. Dat is waar jullie kinderen ziek
van worden!" roept ze. Ze ziet de mensen terug schrikken, vervuilde grond,
dat kennen ze allemaal. "Daar..." ze wijst achter zich naar het
braakliggend stuk grond "stond lange tijd een chemische fabriek, ze hebben
jullie vast niet verteld wat daar allemaal de grond is ingelopen de jaren voor
dat de fabriek sloot..." betoogt Britt als een eerste de beste politcus.
Achter de mensen ziet ze een auto stoppen, Meriban en een wat oudere man stappen
uit "Jarenlang zijn er allerlei chemische stoffen de grond in gelopen, die
grond daar is zo zwaar vervuild dat de gemeente miljoenen moet besteden om het
hele stuk weer schoon te krijgen, maar dat weet helemaal niemand... en wat
zouden ze er over een aantal jaren mee doen, gewoon weer bebouwen? Het zand waar
jullie kinderen in spelen, het is onderzocht, dat is waar jullie kinderen ziek
van zijn geworden. Is het niet zo dat het pas de laatste weken aan de gang is,
ja, pas een week ofzo nadat het speeltuintje geopend is... heb ik gelijk?"
Een vrouw begint te roepen dat Britt geen onzin staat te verkondigen en ze
krijgt bijval. Meriban is inmiddels bij Britt gaan staan "Ze heeft
gelijk," roept ze "ik ben dokter, ik heb in het ziekenhuis kinderen
gezien die dit zand hebben binnen gekregen, ze zijn ernstig ziek. We weten nu
wat ze binnen hebben gekregen, maar we moeten betere onderzoeken doen en het
speeltuintje moet dicht, het staat op de vervuilde grond, het is gevaarlijk voor
de kinderen. Laat jullie kinderen onderzoeken, zo snel mogelijk, nu kunnen we er
wat aan doen... en dien een klacht in bij de milieupolitie. De gemeente beweert
dat er niets mis is met deze grond. Ik kom net bij hen vandaan en ze zwijgen in
alle toonaarden over wat er precies in de grond zit, ze zeggen dat deze grond
schoon is... nu hoe kunnen de kinderen er dan ziek van worden? Het is puur
vergif!" roept ze uit. "Dokter, kunnen we met onze kinderen naar het
ziekenhuis komen?" roept een vrouw "Mijn oudste geeft de hele tijd
over, is dat erg?" roept een man. Meriban heeft de onverdeelde aandacht.
Het verzet om het speeltuintje te sluiten is in een keer verdwenen. Vriendelijk
helpen een stel mannen met het vastbinden van de rood-witte linten. Tevreden
kijkt Britt toe, met een zucht wrijft ze over haar armen "Gaat het?"
Tony legt een hand op haar schouder. Britt knikt even "Ze mogen me wel
hier..." glimlacht ze sarcastisch. "Ik geloof niet dat wij hier nog
nodig zijn, kom we rijden binnen." stelt Tony voor als ze even rondkijkt.
Britt neemt het voorstel graag aan en zwaait even naar Meriban die het druk
heeft met het beantwoorden van allerlei vragen. Britt masseert haar nek en stapt
in de auto, ze heeft er voor vandaag wel weer genoeg van om op en neer geschud
en omgeduwd te worden. Wat is die vent onwerkelijk groot zeg, denkt ze nog als
ze haar belager ver ziet uitsteken boven de rest van de menigte. Tony rijdt de
straat uit en kijkt Britt aan "Wat zijn wij toch een stelletje
volkopstokers." glimlacht ze "Met toestemming dit keer."
herinnert Britt haar. Als ze op het commissariaat binnen stappen staat Vanbruane
alweer te wachten, het lijkt een gewoonte te worden. "En hoe ging
het." Tony zucht "Nou, echt veel had ie ook weer niet te vertellen,
een meisje heet Karen, het kind met het roodblonde haar en verder weet h..."
verder komt ze niet "Ja, dat gezeur over dat winkelcentrum weet ik nu wel,
ik bedoel bij die flats." Tony kijkt beteuterd, heeft ze gewoon voor niks
aantekeningen zitten maken, zo scoort ze nog geen punten bij Vanbruane.
Teleurgesteld wijst ze op Britt en wandelt dan zelf door naar het lokaal
"Dat ging wel goed," zegt Britt snel en legt kort uit wat er gebeurd
is. Ze heeft absoluut medelijden met Tony, die wil zo graag eens in een goed
blaadje komen bij Vanbruane "En Tony heeft de mensen echt ontzettend goed
uitgelegd wat er aan de hand was." voegt ze er daarom aan toe. Vanbruane
gaat voor haar uit naar het lokaal "Goed werk Tony, ik ben trots op
u." roept ze Tony toe en verdwijnt haar bureau op. Tony kijkt blij op van
haar computer. "Hé Britt, hoorde je dat...?" glimlacht ze "Goed
werk Dierckx, je klimt omhoog in haar top 5." knikt Britt terwijl ze haar
jas over haar stoel gooit. Tony start met een brede glimlach haar
tekstverwerkingsprogramma op. "Britt," Sellatin slaat vanachter zijn
armen om Britt heen. Hij voelt hoe ze lichtjes ineen krimpt, er ontsnapt een
gesmoord auw aan haar lippen. "Hé, wat is er gebeurd?" bezorgd laat
Sellatin haar los en draait haar
naar zich toe. Britt slaat haar ogen neer "Ik ben gevallen, tegen de auto
aan." mompelt ze. Sellatin stroopt voorzichtig haar trui op "Hard
gevallen." zegt hij achterdochtig. "Hé," hij pakt haar zacht bij
haar armen en zij maakt zich los "wat is er echt gebeurd." Britt rolt
met haar ogen "Doe me een lol
en pak me niet net vast daar waar ik helemaal beurs ben." moppert ze en
wrijft over haar armen. Sellatin ziet de blauwe plekken en kijkt Britt dwingend
aan "Wie heeft dat gedaan?" vraagt hij fel. "Een man... bij die
flats, hij was een beetje... boos." Ze hoort Tony een grinnik onderdrukken
"boos?" piept ze. "Tony!" snauwt Britt. Sellatin kijkt van
Tony naar Britt "Kom..." zegt hij zacht en trekt Britt zachtjes mee in
de richting van de verhoorkamers. Britt volgt hem zonder morren naar verhoor 1.
Sellatin duwt de deur dicht "Jezus Britt, het spijt me zo... ik wist niet
dat het gevaarlijk was." begint hij. Britt glimlacht "Jij hebt Meriban
zeker aan de telefoon gehad." raadt ze "Ja dat ook, dat is al erg, ik
had het nooit mogen vragen, maar die had me nog niet verteld dat je tegen de een
of andere gevaarlijke gast was aangelopen." zegt hij, een en al spijt en
bezorgdheid. "Gewoon een heetgebakerde man, heeft die speeltuin zelf
gemaakt... en nu moet ie weer dicht, ik kan me daar wel iets bij
voorstellen." Sellatin gromt "Ja ik ook, maar ik vind dat persoonlijk
geen rede om dan maar een agent in elkaar te slaan." Britt trekt een zuinig
mondje "Nou, nou, in elkaar slaan... door elkaar schudden was het meer, zo
erg is het nou ook weer niet, een paar blauwe plekken..." Sellatin bromt
nog een paar onverstaanbare Turkse woorden "Ik zou die gast wel eens willen
vertellen hoe je met vrouwen om gaat, niet zo, stelletje barbaren..."
moppert hij. Britt ziet er de lol wel van in, iedereen heeft altijd de mond vol
van Islamieten die hun vrouwen zo slecht behandelen en hier staat Sellatin zich
druk te maken omdat iemand zijn vriendin een haar heeft durven krenken toen zij
als verwaand politievrouwtje meende zich met andermans zaken te moeten bemoeien
"Sel, ik ben gevleid dat je voor me zou willen vechten, maar wat ga je
Dorien vertellen als je thuis komt met een blauw oog?" glimlacht ze.
"Dat ik gevallen ben," herhaalt hij haar smoes "ofzoiets."
Britt grinnikt "Ik moest daarstraks wel een smoes verzinnen, Vanbruane
mocht toch niet weten dat wij daar heen waren gegaan om die monsters te nemen.
Kijk dat Meriban haar neus in die zaak steekt,
maar dat wij dan nog gaan mee helpen... Tony is laatst al eens bijna de
laan uitgestuurd omdat ze een halve volksoproer teweeg bracht, ha, ha. Als
Vanbruane onder haar voeten krijgt bij de burgermeester is zij ook niet
blij." Sellatin kijkt haar quasi streng aan "Je hebt gelogen..."
Britt kijkt zuinig terug "mijn fantasie gebruikt... het wàs een anonieme
tip, alleen niet zo heel anoniem en we wàren in het ziekenhuis." ze
vertelt hem welke smoes ze gebruikt hebben "Je hebt gelogen..."
concludeert hij "goed zo. Je bent een heldin Britt, je hebt een hele hoop
kinderen helpen redden." Ze lacht en hij omhelst haar uiterst behoedzaam. Aan de
andere kant van het raam breekt een brede glimlach door op het gezicht van
Vanbruane, fijn die intercoms, denkt ze. Nouja, ze zal het maar zo laten, Britt
is al wel genoeg gestraft met die blauwe plekken... die zit nog even op de
blaren, denkt ze niet zonder humor. Ze loopt terug naar het lokaal en kijkt
vrolijk naar Tony die ijverig zit te werken. "Serieus Tony, goed werk... ik
ben zeer tevreden over u, maakt u niet druk." zegt ze, ze wist niet dat
Tony al haar dreigementen eindelijk eens serieus had genomen, dat was dan ook
voor het eerst. Ze schudt glimlachend haar hoofd als ze Tony verbaasd ziet
opkijken en verdwijnt in haar bureau. Het duurt niet lang of het commissariaat
is overgenomen door de volgende ploeg. Iedereen is naar huis.
Dorien
is inmiddels het stadium van bedlegerigheid wel voorbij. Vrolijk rent ze door
het huis als Sellatin en Britt samen thuis komen. "Ben je alweer
beter?" vraagt Britt verbaasd "Morgen kan ik weer naar school."
meent Dorien. Lieve knikt "Het ging vandaag echt stukken beter."
Sellatin maakt op de achtergrond een vreugdedansje "Yes, ik had vannacht de
nachtdienst." verklaart hij Lieve die wat verbaasd kijkt. Die knikt
begrijpend en neemt met een sarcastisch 'nou ze is weer een en al energie'
afscheid. Dat geldt niet voor Britt, die lijkt totaal uitgeblust. Ze gaat op de
bank zitten en ziet hoe Dorien er dankbaar gebruik van maakt door met een
vragende blik een boek uit de kast te trekken. Britt knikt glimlachend. Sellatin
kijkt haar aan "Gaat het een beetje?" vraagt hij terwijl hij haar
hoofd tussen zijn handen neemt. Britt knikt vermoeid, Sellatin kan het niet
helpen, hij vindt dat ze bleek ziet. "Meriban zei me dat je je niet zo
lekker voelde." vist Sellatin. Britt glimlacht even "Ik ben zo af en
toe wat misselijk, dat is al wat langer zo, ik denk dat ik gewoon ook de griep
krijg." stelt ze hem gerust. "Blijf anders eens een dagje thuis."
stelt hij voor "Voor een beetje misselijkheid." grinnikt Britt, ze
zien haar al aankomen. Dorien ploft naast haar neer en nestelt zich tegen haar
aan. Sellatin aait haar over haar hoofd en geeft Britt een kus, dan gaat hij aan
het koken. Britt slaat met een glimlach het boek open "Er was eens..."
begint ze met een aloud sprookje en voelt tevreden hoe Dorien helemaal rustig
wordt terwijl ze tegen haar aan ligt.