Door een roze bril

“Nog maar 5 dagen…” Tony staat bij het koffie automaat en kijkt Vanbruane aan die een geërgerde zucht laat ontsnappen als ze ziet hoe Barbara, zoals gewoonlijk, een half uur te laat komt binnen gestormd. “Dat vertel ik mezelf ook steeds.” Moppert Vanbruane en kijkt naar haar koffie “Had ik nu op suiker gedrukt ja of nee?” vraagt ze zich hardop af. “Ja, we zouden ondanks de bezuinigingen toch maar moeten proberen om een duidelijker koffieapparaat te krijgen hier.” Meent Tony. “Wat dacht je van een ouderwetse met een kan en een stekker?” stelt Vanbruane geïrriteerd voor nadat ze van haar koffie heeft geproefd. Tony loopt terug naar het politielokaal en kijkt naar Barbara die gehaast uit de kleedkamer komt gestormd. “Hebben we al wat, hebben we al wat?” begint ze. Tony kijkt gepijnigd naar Sellatin die zijn gezicht verbergt achter een PV om niet te laten zien dat hij moet lachen. “Nog maar 5 dagen…” mompelt Tony als Barbara is doorgestormd naar het toilet. “Waag het niet om Britt nog een keer zwanger te maken.” Waarschuwt ze Sellatin. “Britt nog een keer zwanger? Willen jullie er dan nog een?” Vanneste kijkt opeens geïnteresseerd op van zijn computerscherm. Sellatin heft zijn handen op “He, hé, dat heb je mij niet horen zeggen.” Roept hij snel. “Als Britt nog een keer 9 maanden zwanger moet zijn dan overleeft ze dat niet.” Meent Vanbruane die net achter Sellatin binnen komt gelopen. “Zeg hé…” protesteert Sellatin “Dat meen ik… dat overleeft ze niet… en wij overleven een tweede zwangerschapsverlof niet… Dus laten we het bij Nabi houden, OK…” Ze klopt Sellatin op zijn schouder en verdwijnt richting kantoor. “We?” grinnikt Tony met een vals lachje “Had je er nog eentje met de baas willen maken, Sel?” Sellatin zucht en schudt zijn hoofd “Oh de gezegende dag dat Britt terug komt,” mompelt hij “Dan durf je zulke geintjes niet meer te maken…” Tony bolt haar wangen “Dacht jij dat?” vraagt ze uitdagend. Ze zwijgt als Barbara terug komt van de wc en gaat zitten. “OK, nu we er allemaal zijn…” Vanbruane kijkt met een stekende blik naar Barbara “Kan ik jullie even op de hoogte brengen… De scholen zijn inmiddels al weer een weekje aan de gang, onze portie omver gereden kinderen hebben we alweer gehad, ondanks acties van de verkeersbond is de eerste week na de vakantie toch altijd weer ‘hitweek’ zal ik maar zeggen. We mogen hopen dat de automobilisten, bromfietsers, fietsers…” Ze kijkt nog eens in de richting van Barbara “scooters, speedboten, vliegtuigen, hovercrafts…” ook Pasmans heeft zich bij het woord fietsers in Barbara’s richting gedraaid, terwijl Vanbruane door gaat het het opnoemen van allerlei vervoersmiddelen tot en met de riksja toe. “…zich nu realiseren dat er weer kinderen op de weg zijn en dus beter uitkijken. Verder beginnen deze week ook de introweken voor de universiteit en dus zullen we wel weer wat dronkemansgevechten voor de kiezen krijgen en een enkele uit de boom gevallen dispuutstudent…” gaat ze verder. “Voor de rest verwacht ik niet al te veel bijzonderheden. Aan het eind van de week zijn we echter wel weer eens een keertje van harte uitgenodigd in het stadion voor een voetbalwedstrijd… We hebben eerste klas tickets… en dan bedoel ik, staanplaatsen…” glimlacht ze “We zijn weer eens aan de beurt voor alle controles en de relletjes en de… Nouja, eh… Sellatin zou jij alsjeblieft de leiding op je willen nemen, ik geef je nog door wanneer de briefing is en hoeveel mensen je krijgt…. Trek niet zo’n zuur gezicht, iemand moet het doen en Britt blijft wel wakker tot je thuis bent…” voegt ze er in een adem aan toe. Sellatin kijkt wat betrapt weg. “Daarbij… het is pas aan het eind van de week, die wedstrijd… Britt staat ook gewoon ingedeeld.” Sellatin kijkt verrast op, hij was al bijna vergeten dat Britt deze week weer met werken begint, dit weekend hebben ze al weer samen dienst. Dorien en Nabila gaan zelfs een weekend naar hun oma toe. Zodat Britt kan uitrusten na haar eerste diensturen. “Oja…” zegt hij blij en leunt tevreden achterover in zijn stoel. “Verder, vrijdag is Barbara’s laatste dag, dit is haar laatste week dus…” Vanbruane gaat nog even over de bijzonderheden van de week verder en stuurt dan ieder weg op patrouille en Tony en Barbara op weg naar de nasleep van een uit de hand gelopen café ruzie. “Eerst even wat ontbijt halen.” Tony stapt uit de auto en loopt naar de broodjeszaak. Van welk loon dat Tony toch altijd die broodjes koopt weet Barbara ook niet. Het lijkt er op dat ze ergens meer geld vandaan haalt. Waarschijnlijk worden alle dagelijkse zaken van het loon van Jaap betaald en kan zij haar loon rustig aan broodjes en koffiekoeken spenderen. Met de zak broodjes in de hand lopen ze het patershol binnen op weg naar de horecagelegenheid die dit weekend de vechtersbazen binnen had. “Hmm, ja hoor, de eersten zijn al aangekomen dit weekend. Het huis uit en de kroeg in…” wijst Tony op een stel dronken jongeren, duidelijk eerste jaars aan de universiteit. De ene heeft een bril op met zulke dikke jampotglazen dat je bijna denkt dat het een grapje is. Een ander meisje heeft nog een beugel en draagt een dusdanig kort rokje dat ze zich de moeite en de kosten van de aanschaf had kunnen besparen en de derde heeft zijn hele t-shirt al onder gekotst. “Ze zijn waarschijnlijk vrijdag in hun nieuwe kot getrokken en hebben dit weekend de bloemetjes eens buiten gezet, lang leve de zelfstandigheid…” snuift Tony minzaam. Ze mag van zichzelf hier op neer kijken nu, zij is tenslotte tegenwoordig een verantwoordelijke moeder van twee kinderen met een vaste relatie. Alhoewel dat verantwoordelijke, daar zijn de meningen over verdeeld. Tony heeft bij Thomas’ nieuwe juf niet een al te beste beurt gemaakt door hem vanochtend al weer te laat binnen te brengen. “Mevrouw Vermulst… ik zou echt graag willen dat u…” Tony had eerst niet eens door gehad dat ze het over haar, Tony Dierckx had, maar bedacht nog net op tijd dat Thomas van achteren Vermulst heet en de juf duidelijk niet op de hoogte was van het feit dat zij en zijn vader niet getrouwd zijn. Iets wat ze maar zo gelaten heeft. Gelukkig is deze juf wat ouder en heeft ze zelf ook kinderen, dus kan ze net wat meer begrip op brengen voor Tony’s laatkomerij dan Thomas’ vorige juf, de gehate juffrouw Carolien. Het ergste is nog wel dat ze dacht van juf Carolien te zijn verlost, maar nee hoor, nu is Vera die net op de kleuterschool begonnen is dit jaar, bij haar aardsvijandin ingedeeld. Het leven is oneerlijk. Dat en meer kinderperikelen loopt Tony te overdenken als Barbara haar mee trekt een cafe in, het cafe waar vannacht zo te zien ofwel een druk feest heeft plaats gevonden ofwel een ruwe vechtpartij en afgaande op de melding is het dat laatste. Temidden van de rotzooi staat een wat ontdane caféhouder wat scherven op te rapen van iets wat waarschijnlijk ooit een bloemenvaas is geweest. Tony hoopt dat ie niet al te veel waard was, want van lijmen kan geen sprake meer zijn. Een puzzel met 5000 stukjes is gemakkelijker in elkaar te krijgen. “Ziet u dat?” De man draait zich verslagen naar hen toe “Ziet u wat een troep…” Het lijkt warempel of hij elk moment in huilen kan uitbarsten. Tony doet een stap naar hem toe en legt een hand op zijn schouder “We zien het…” zegt ze medelevend. Als ze bijna klaar zijn met het opnemen van signalementen, schade en een verklaring gaat Barbara’s telefoon. Ze stapt even weg en komt niet lang daarna weer terug bij Tony. “Zijn we klaar hier?” vraagt ze een beetje gehaast. Tony knikt en neemt met wat vriendelijke woorden afscheid van de caféhouder die door alle aandacht weer een beetje tot zichzelf is gekomen. “Ik had net een dokter aan de lijn.” Vertelt Barbara als ze terug lopen naar de auto. “We moeten naar het ziekenhuis, hij heeft een student in behandeling die naar zijn mening mee heeft gedaan aan een ontgroening, hij heeft zijn arm gebroken, maar hij wil niet zeggen hoe… hij vindt het verdacht… zeker in deze tijd…” Tony knikt en start de wagen. Even later lopen ze door de kale gangen van het A.Z. st. Lucas. “Hier?” vraagt Barbara “Ik denk het, dit is waar ze…” Tony stopt en klapt haar kaken op elkaar als ze in ogen kijkt die ze al bijna 3 jaar niet meer gezien heeft. “Barbara Volkar, Tony Dierckx, politie Gent… u heeft gebeld?” vraagt Barbara zeer professioneel als ze even gewacht heeft tot Tony zal beginnen. De dokter knikt en kijkt Barbara aan “Ja… eigenlijk is het natuurlijk niet mijn zaak, maar eh… nou, komt u zelf maar mee…” Barbara loopt achter hem aan “De jongen wil geen officiële klacht indienen neem ik aan, dokter…” “de Groot… dokter de Groot…” vult de dokter in. Tony die in eerste instantie achter hen aan is gelopen blijft stil staan en haalt even diep adem, maar om de een of andere vage reden kan ze zich er niet toe zetten hen verder te volgen. “Barbara…” zegt ze “Ga jij maar even kijken, ik moet even…” De dokter onderbreekt haar “Daar is hij, ik heb hem gezegd dat hij even moet wachten op het gips, gaat u er maar heen, ik blijf even hier…” Hij draait zich om en kijkt Tony recht aan, terwijl Barbara de deur opent “Tony… ik wil met je praten…” Sams’ stem is zacht doch dringend en Barbara kijkt verbaasd van de een naar de ander. “Ik heb geen zin om te praten, Sam.” Zegt Tony resoluut en wil zich al omdraaien “Noe, Barbara, jalla, schiet op…” spoort ze Barbara aan met een Arabische kreet die ze van Dorien heeft geleerd. Barbara maakt zich uit de voeten en Tony wil ook weglopen, maar Sam grijpt haar bij de arm. “Doe niet zo…” snauwt hij. “Waarom beantwoordt je mijn telefoontjes niet, waarom…” Tony haalt adem en draait zich naar hem om. “Wat wil je van me Sam? Wat wil je dat ik zeg? Vertel het me maar, want ik weet niet wat ik je moet vertellen hoor, dat is waarom ik je telefoontjes niet beantwoordt. Ik heb niets met je… dat is drie jaar geleden gestopt…” Sam zuigt zijn adem in “Je hebt een dochter met me…” zegt hij zacht. Tony schudt haar hoofd “Nee… dat is niet waar. Ik heb een dochter… ik heb niet een dochter me jou, absoluut niet, het enige wat we samen hebben gedaan is haar maken, maar vanaf dan heb ik het alleen gedaan en dat is OK, dat wilde ik, denk niet dat je nu na drie jaar opeens weer terug kunt komen…” Sam zet zijn handen in zijn zij “Vera heeft ook een vader nodig.” Eist hij. “Die heeft ze, een hele goede, Jaap. Jaap en ik hebben samen een dochter en een zoon, dat is ons gezin…” Sam knikt “Weet Vera van mij?” vraagt hij. Met een fel “Ze is drie, Sam, wat wil je dat ik zeg? Jaap is haar vader.” Kapt ze hem af. Dan doet ze een stapje terug “Hoe lang ben je al terug in Gent?” wil ze weten. “We zijn deze zomer terug gekomen.” Zegt hij “Sarah is in Amerika gebleven, Jitse studeert nu in Nederland.” Tony knikt “En nu je kinderen weg zijn wil je opeens de vader uit gaan hangen voor je dochtertje? Waarom Sam, we hebben je niet nodig, het gaat perfect zo… Ik dacht dat je het verder wel OK vond zo… Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat je verder geen onderdeel van mijn leven met Vera uit zou maken en nu… ik ben gelukkig met Jaap… Houdt op met bellen…” Ze had van Jaap gehoord dat Sam naar hen thuis had gebeld en ook had hij naar het commissariaat gebeld, maar ze had expres zijn telefoontjes niet beantwoordt, ze had niet geweten wat ze hem moest zeggen. Eigenlijk was het perfect geweest dat hij naar Amerika was vertrokken. Net na Vera’s geboorte had hij een baan aangeboden gekregen in Chicago, het was een uitwisseling. Een Amerikaanse arts kwam hierheen op de eerste hulp van st. Lucas en hij zou daar in de emergency room gaan werken. Hij was haar komen vragen of ze het vreemd zou vinden als hij nu zou vertrekken, of er nog een kans was dat het weer goed zou komen tussen hen. Toen had ze hem gezegd dat hij wat haar betreft kon vertrekken en nooit deel zou uitmaken van haar leven, na het debacle met Jitse en Sarah, zijn kinderen, was het toch duidelijk geweest dat een gezin vormen met hem geen optie was. Zijn kinderen waren mee gegaan naar Amerika, natuurlijk, die wilden niets liever… Welke tiener wil er nu niet naar Amerika. En nu was hij dan weer terug. Ze had geweten dat het maar tijdelijk was, maar toch had ze de stille hoop gehad dat ze hem nooit meer tegen zou komen, dat Amerika hem zo goed zou bevallen dat hij daar zou blijven. Prachtoplossing toch? Het had niet zo mogen zijn… kennelijk was hij nu weer terug op zijn oude post waar ze haar uiterste best zou moeten doen om niet al te vaak tegen hem omhoog te lopen. “Ik wil haar zien.” Zegt Sam. “Ik wil het niet.” Zegt Tony korzelig. “Waarom wil je haar leven in de war schoppen?” Sam gromt wat “Het is ook mijn dochter Tony, je kunt haar niet bij me weg houden, ik heb ook recht om…” Tony haalt diep adem “Nee, dat heb je niet,” zegt ze helder “Dat recht heb je verspeeld toen je naar Amerika ging…” “Dat is oneerlijk, je hebt toen zelf gezegd…” “Inderdaad, jij wilde de vrijheid om naar Amerika te gaan, ik heb toen gezegd dat je geen deel meer van ons leven was en dus heb je dat toen door weg te gaan geaccepteerd, daar ben je mee akkoord gegaan, klaar.” Sam leunt tegen de muur aan als achter hem Barbara de kamer uit komt “Tony, ik…” begint ze “Verdomme Barbara,” snauwt Tony “Ga terug naar binnen en stoor me niet, zie je niet dat ik in gesprek ben?!” bedremmeld vliegt Barbara terug de behandelkamer in. Sam kijkt met een lachje hoe ze verdwijnt “Stagiaire?” vraagt hij “Nee, erger nog, vervangster van Britt,” Sam kijkt verbaasd “Hoezo, is Britt ermee gestopt?” Tony schudt haar hoofd “Er wel meer dat je niet weet… ze heeft een baby gekregen en is met zwangerschapsverlof… gelukkig komt ze deze zaterdag weer terug… we hebben het overleefd… ternauwernood echter…” moppert Tony met een veelbetekenende blik op de behandelkamer waar Barbara zich schuil houdt. “Leuk voor haar,” mompelt Sam en kijkt dan weer op “Tony, ik wil haar zien, ik wil weten hoe het met Vera gaat, ik wil weten hoe ze het op de kleuterschool heeft… Ik weet dat ik ermee in heb gestemd geen deel van jullie leven uit te maken, maar ik vind het moeilijk, ik… het is ook mijn kind Tony, het is ook mijn kind… Ik…” Hij zwijgt even, maar Tony onderbreekt hem niet en wacht af, dus gaat hij door “Ik ben naar haar kleuterschool gegaan, vorige week…” biecht hij op. “Wat?” Tony kan het niet helpen, haar stem schiet hard en hoog uit en kaatst de kale gang door “Wat heb je gedaan? Heeft ze je gezien, heb je met haar gepraat?!” ze gilt bijna en Sam kijkt haar geschrokken aan. “Nee, nee…” sust hij snel en wil Tony bijna vast grijpen “nee, ik heb alleen maar naar haar gekeken, ze…” Tony kijkt om zich heen en ziet dat sommige mensen openlijk naar hen staan te gapen. “Wat heb je gedaan?” herhaalt ze op een zachtere doch dringende toon “Hoe kom jij aan haar schooladres?” Sam haalt zijn schouders op “Ik heb een paar scholen in je buurt opgebeld met een smoesje…” Tony rolt met haar ogen “So much voor beveiliging… ik ga mijn beklag doen bij de directie…” moppert ze. “Ik heb enkel gekeken… ik heb niets gedaan…” zeg hij wanhopig, “Ik wilde haar zien… Ze… het is een mooi meisje… ze lijkt op Sarah… toen die klein was…” Tony bolt haar wangen. “Nu maar hopen dat ze later niet op haar gaat lijken… als ik zo’n grote mond van haar ga krijgen als ik van Sarah heb gehad dan mag je d’r hebben.” Zegt ze hatelijk. Sam wil in de verdediging schieten, maar bedenkt dat hij zich niet in een positie bevindt om Tony verwijten te gaan maken, nadat hij zonder haar toestemming en tegen haar uitdrukkelijke wens in (al was die wens dan 3 jaar geleden geuit) is gaan zoeken naar Vera. Tony kijkt hem onverzettelijk aan. “Het spijt me…” zegt hij zacht “OK, het spijt me… van alles, dat ik ben weg gegaan… het leek de gemakkelijkste uitweg toen en ook een kans en… Maar ik wil Vera leren kennen, alsjeblieft…?” Hij kijkt haar haast smekend aan en Tony zucht even. Het is moeilijk, van de ene kant begrijpt ze Sam maar al te goed, maar langs de andere kant heeft ze het echt niet nodig dat iemand op dit moment ook maar het kleinste randje afsnoept van haar eindelijk normale leven. Ze was net in rustig vaarwater terecht gekomen en kan het absoluut niet waarderen dat ze nu herinnerd wordt aan de wildere tijden in haar leven en feit dat Vera daarvan het resultaat is en niet van een stabiele, vaste, goed lopende relatie zoals ze die nu met Jaap heeft. “Alsjeblieft…” dwingt Sam haar iets te zeggen “Denk er even over na… ik wil niet weer heimelijk naar haar school moeten gaan om haar te zien… Maar… je laat me weinig andere keus zo…” Tony bijt op haar lip “Wil je dan dat ik haar nu ga vertellen dat jij haar vader bent? Je bent nog nooit in beeld geweest, voor Vera is Jaap haar vader en ik… Luister Sam…” Tony kijkt hem wanhopig aan “Ik ben heel gelukkig nu… kun je me dat niet gunnen? Ik snap je wel, maar het gaat zo goed nu, ik wil dat niet op het spel zetten en ik weet dat als jij er tussen door komt alles weer moeilijk en lastig wordt en ik…” Sam zucht “Sarah en Jitse weten dat ze een halfzusje hebben, ze willen haar ook graag leren kennen… Luister denk er alsjeblieft over na. Sarah komt over twee weken naar België voor een bezoek, Jitse is er dan ook… zij willen haar ook heel graag zien…” Tony kijkt even naar de deur van de behandelkamer “Zij ook… haar willen ze wel zien en tegen mij deden ze…” Sam schudt zijn hoofd “Het waren tieners… pubers, ze zijn veranderd, dat zul je zien… ze hebben de dood van Mirjam nu beter geaccepteerd en ze…” “Spaar me Sam, ik hoef het niet te horen… Toen ik met je uit ging… toen ik zwanger was van Vera hebben ze me gezegd dat ze hoopten dat ik dood geschoten zou worden…” Sam zucht “Sarah heeft zich toch verontsch…” begint hij “Ach, hou toch op, puber of niet, dat soort dingen zeg je gewoon niet… Ik heb ze nooit wat misdaan en zij deden zo tegen mij… en jij, jij deed daar toch ook niets tegen… Waarom zou ik er nu belang aan hechten dat zij Vera willen zien? Wat hebben zij nou helemaal met een kleuter die ze nog nooit gezien hebben? Wat moet Vera met hen? Doe toch normaal, het is een grote onzin allemaal…” ze zwijgt even en probeert zichzelf te kalmeren en tot rede te brengen. “Luister geef me even de tijd… Ik zal er over nadenken, maar ga niet meer naar haar school! Als ik het doe… en ik zeg als, dan wil ik heel duidelijk zijn dat we je niet gaan voorstellen als haar vader of zoiets… Ze is 4, ik wil haar leven niet onnodig moeilijk en gecompliceerd maken, ze is nu gewoon net zoals alle andere kinderen en dat wil ik graag zo houden… OK? Ik wil dat zij op kan groeien net als alle andere kinderen van haar school, met een vader en een moeder die van haar houden, die samen zijn, die een normaal leven lijden, een kans die ik niet gehad heb en die ik mijn dochter van harte gun… En ik hoop dat jij haar dat ook kunt gunnen.” Sam zucht en opent zijn mond om weer wat te zeggen, maar Tony legt hem met een gebaar het zwijgen op “Zo liggen de zaken nu… en als je daar niet mee akkoord kunt gaan dan vraag ik een straatverbod voor je aan, ik wil niet dat je bij de school of bij onze boot in de buurt komt, duidelijk?” Sam knikt verslagen “Ik denk erover en ik laat het je wel weten, bel mij niet, niet naar het werk niet naar mijn huis… ook duidelijk?” Sam knikt wederom “Nou, dan ga ik nu verder met mijn werk als je dat goed vindt.” Met een resoluut gebaar draait ze zich om en loopt naar de deur van de behandelkamer, daarmee dit verschrikkelijke gesprek afsluitend. Ze loopt nog te trillen op haar benen als ze de behandelkamer binnen komt. “Hij is gevallen van de trap in het studentenhuis…” zegt Barbara haar meteen als ze binnen komt, wijzend op een jongen achter zich. Naast hem op een nachtkastje ligt een grote jampotglazenbril, een bril die ze al eerder gezien heeft vandaag, maar de jongen is duidelijk een andere. Het is niet eens een heel puistig, lelijk geval, wel aantrekkelijk eigenlijk. “OK, van de trap…” herhaalt ze om aan te geven dat ze heeft geluisterd “Ja,hij woont daar nog maar net en vandaar dat hij de trap nog niet goed kent…” Tony knikt “Je hebt hem gevraagd of hij gedronken had?” Sam is achter hen binnen gekomen en hoort Tony’s laatste vraag “De tests zijn positief voor alcohol… Hij heeft heel wat op dat is duidelijk… Zijn huisgenoot heeft hem vanochtend hier gebracht, hij had hem gevonden zegt ie, misschien is ie werkelijk van een trap gevallen, maar in deze tijden kun je nooit voorzichtig genoeg zijn… Hij heeft wel her en der blauwe plekken die van een val zouden kunnen zijn…” Tony haalt haar schouders op “Hij heeft zich op zijn eerste weekend van huis lam gezopen met een stel vrienden en heeft een trede gemist?” oppert ze “Tja, daar kan ik hem niet voor arresteren…” “Misschien…” zegt Sam, alsof hij het sowieso niet eens wil zijn met wat ze dan ook zegt en hinderlijk een slag om de arm wenst te houden. “Nouja, als hij geen aangifte doet kunnen we heel weinig, ik heb zijn adres… meer kunnen we niet doen…” komt Barbara snel tussenbeide. “OK…” zegt Sam wat ontevreden en stapt naar zijn patiënt toe. Tony rolt een beetje geërgerd met haar ogen en stapt de behandelkamer uit. Met Barbara, die moet rennen om haar grote stappen bij te houden, in haar kielzog. “Wat was dat?” wil ze weten als ze in de lift staan. “Wat was wat?” vraagt Tony alsof ze niet weet waar Barbara het over heeft. Op dit moment verlangt ze hevig naar volgende week wanneer ze weer met Britt in deze lift zal staan en ze onmiddellijk al haar grieven en ongenoegen over haar partner kan uitstrooien. “Ken jij die man?” Tony rolt met haar ogen “Leek het daar op?” vraagt ze wat sarcastisch. Britt en zij hebben tenminste een gezamenlijk verleden, Britt weet van Sam, Britt weet van alles… Met Barbara heeft ze niet, nul-komma-nul en ze kan niet wachten tot de kwelling van het werken met haar voorbij is. Niet dat Barbara een slechte kracht is, niet dat ze een vervelend mens is, maar ze is Britt niet. “Je wilt er niet over praten?” raadt Barbara “Inderdaad.” Legt Tony haar het zwijgen op. “Je wilt er niet met mij over praten.” Voegt Barbara ongevraagd toe “met Britt daarentegen…” bijna wil Tony wat gaan zeggen, maar klemt haar kaken dan op elkaar. “Wat moet jij blij zijn dat ik over een paar dagen weg ben.” Zegt Barbara helder en stapt in de auto. 
“Tony, een spook gezien?” grapt Pasmans als de twee dames binnen komen in het lokaal voor de lunch. “Erger.” Gromt Tony en ploft neer achter haar bureau. Ze blijft een tijdje werkeloos voor zich uit staren en kijkt pas op als Vanneste en Sellatin luid lachend binnen komen. Met een zucht neemt ze de telefoon in haar handen en toetst een nummer in. Barbara kijkt haar oplettend aan en ook Pasmans heeft een vragende blik in zijn ogen die uitleg lijkt te verlangen. “Ha Jaap… met Tony, zeg heb jij tijd om te gaan lunchen?… nee, nee, niets met de kinderen, maar ik… oh… nee, ok, dat begrijp ik… nee, het is goed, het is OK, niets aan de hand… ik zie je vanavond… ja, ik zal ook proberen om op tijd thuis te zijn… oja, je hebt gelijk… OK, doe ik… tot straks…” Met een zucht legt ze de telefoon neer, Jaap is in vergadering, shit, ze moet met iemand praten. Nog even en ze barst uit elkaar. “Sel!” Sellatin kijkt op “Is Britt thuis?” wil ze weten. “Weet ik niet, hoezo?” Tony zucht en kijkt hem smekend aan om niets te hoeven uit leggen. “Ik denk het wel, ze zou vanochtend gaan winkelen geloof ik, dus waarschijnlijk is ze wel thuis nu.” Glimlacht hij. “OK…” Tony staat op en loopt naar de glazen deur van Vanbruanes’ vissenkom, zoals ze het noemen. “Baas…” ze steekt haar hoofd om de deur en wacht even af. Vanbruane typt een zin af dreunt haar vinger op de punt en kijkt tevreden naar het resultaat. Met een “Ja Tony…” kijkt ze dan op. Tony schiet snel naar binnen en ploft in een stoel neer. “Baas… er is niet echt veel te doen… zou ik de rest van de dag vrijaf kunnen nemen?” Vanbruane trekt een gezicht “Zoveel vrije dagen heb je toch ook weer niet?” Tony kijkt haar smekend aan “Kom op baas, ik werk volgende week wel een keer langer, ik haal het in, OK…?” Vanbruane kijkt haar onderzoekend aan “Is het zo belangrijk, of is dit een truc om minder met Barbara te hoeven werken?” wil ze weten. Tony schudt haar hoofd “Geen truc baas, serieus niet, maar ik… ik kan echt niet werken vandaag, mijn hoofd is er niet meer bij, als u me nu ergens heen stuurt schiet ik per ongeluk iemand neer…” overdrijft ze de zaak een beetje. “Mijn God, wat heeft Barbara met je gedaan deze ochtend?” grapt Vanbruane. “Niets, niets, het ligt niet aan haar… het ligt aan mij…” Vanbruane gaat achterover in haar stoel hangen “Ongesteld? Ziekte onder de leden? Niet geslapen vannacht?” raadt ze maar wat. Tony schudt haar hoofd. “Het doet er niet toe baas, neem nu maar van mij aan dat ik niet kan werken… Ik…” Vanbruane klakt met haar tong. “Als ik je vrijaf geef voor de rest van de dag dan wil ik wel weten waarom…” eist ze “Hoe verschrikkelijk kan het zijn dat je het mij niet kunt vertellen…?” Tony haalt haar schouders op “Het is niet zo belangrijk dat ik er u mee lastig moet vallen.” Probeert ze nog. “Ik wil er graag mee lastig worden gevallen, als het er voor zorgt dat jij de rest van de dag niet meer kunt werken is het belangrijk genoeg…” Om de een of andere reden lijkt ze nog steeds te denken dat Tony een geintje maakt aangaande de ernst van de situatie. “Nou, ga je het me vertellen of…” Tony trekt een gezicht “Baas…” moppert ze “u bent te nieuwsgierig…” Vanbruane glimlacht “Ik houd een oogje op mijn mensen en ik wil weten wat er om gaat, dat zijn geloof ik goede eigenschappen voor een manager… Maar zo je wilt… ogenblikje…” Ze staat op, loopt om het bureau heen en steekt haar hoofd naar buiten. “BARBARA!” schreeuwt ze. Barbara vliegt dodelijk zenuwachtig overeind en vraagt zich koortsachtig af wat ze nu weer fout heeft gedaan. Waarover zou Tony nu weer zijn gaan klagen? Snel komt ze het kantoor in gerend. “Vertel me Barbara…” Vanbruane kijkt naar de vrouw die zenuwachtig op haar drempel op en neer staat te huppelen, als ze toch eens iets minder kinderlijk overkwam, denkt ze vermoeid. “Wat hebben jullie vanochtend allemaal gedaan?” Barbara’s brein zoekt koortsachtig naar het moment waarop ze vanochtend Tony zou kunnen hebben irriteren en ze krijgt toch 0 op het rekest. Ze heeft geen flauw idee waar ze dit maal een fout heeft begaan of een steek heeft laten vallen. “Naar dat café…” stamelt ze en geeft een kort verslagje van het gebeuren daar “En daarna naar het ziekenhuis, want ene dokter de Groot had gebeld dat er een student was die… Heeft Tony dat niet verteld? Zij kende die dokter, zij…” Vanbruanes gezicht verandert in een lichte overwinningsgrijns “Dankje Barbara, je kunt weer gaan eten… sluit de deur achter je…” Tony is geërgerd onderuit gaan hangen en kijkt donker naar de baas. “Aha…” zegt die als de deur dicht is “Ik ben behoorlijk goed met namen en als ik het mij goed herinner is er een ‘dokter de Groot’ die wat te maken heeft met jou, of niet? Ik dacht dat ie weg was, ik heb er namelijk al heel lang niets meer van gehoord, maar is ie weer terug? Is dat het?” Tony knikt zwijgend en opent dan haar mond “Het spijt me…” zegt Vanbruane dan “Ik had er Barbara niet naar mogen vragen, maar het is verdomde moeilijk om bij jou te ontdekken wat je dwars zit.” Tony kan niet anders dan glimlachen. “Sam is terug uit Amerika… hij was op uitwisseling een aantal jaar, met een Amerikaanse collega en nu is ie weer hier…” Vanbruane knikt “Ik herinner me dat ‘Sam’ de ‘vader’ of zal ik zeggen de ‘verwekker’ van Vera is…” zegt ze droog. “Ik hoef daar niets aan toe te voegen… u begrijpt het probleem…” mompelt Tony. “Ja, ik kan me daar wel een voorstelling van maken… Nu wil je met Jaap praten?” Tony knikt “Maar die heeft een vergadering dus ik…” Vanbruane glimlacht “Doe de groeten aan Britt.” Zegt ze en waaiert met haar hand naar de deur. “Bedankt baas,” zegt Tony zacht en staat op. “Geen dank… ik zou wel graag hebben dat je de volgende keer uit jezelf vertelt wat er gaande is. Ik heb van jullie allemaal zo’n stapel aan dossier, ik houd precies in de gaten wat er met jullie aan de hand is, zodat ik niet nog eens voor verassingen kom te staan als het gaat om ‘verledens’ Dus geloof me, er is niet bijster veel dat ik niet weet…” glimlacht ze “Dus als je het de volgende keer gewoon zelf verteld, dan hoef ik me niet zo’n trut te voelen die alles uit haar personeel wenst te trekken… Geloof me ik houd werkelijk rekening met ervaringen, kunnen en betrokkenheid voor ik jullie op bepaalde zaken zet…” met een geheimzinnig lachje voegt ze er aan toe “Ik doe minder vaak iets ‘zomaar’ dan jullie denken…” Tony knikt een tikje betrapt en maakt zich dan uit de voeten. “Doe Britt de groeten.” Zegt Sellatin als ze voorbij komt “Zal ik doen.” Belooft Tony en ziet hoe Barbara haar met open mond nakijkt. Tijd om er iets van te zeggen krijgt ze echter niet, want de deur naar het bureau vliegt open en Vanbruane stapt naar buiten “Barbara…” kapt ze elke uitroep die Barbara zou kunnen doen af “Tony heeft de rest van de dag vrij, hetgeen betekent dat je wat achterstallig papierwerk kunt doen, ik heb gezien dat er nog wel wat op je ligt te wachten en ik zou niet willen dat je bij je vertrek Britt een stapel papierwerk na laat…” Barbara wil gaan protesteren, maar perst dan een sarcastisch “Natuurlijk niet baas.” Tussen haar tanden door. 

“Wie laten we niet toe tot de club?” Reinout staat op een verhoging in het kelderzaaltje en schreeuwt zijn longen uit zijn lijf “Mietjes, watjes en…” klinkt het uit een twintigtal dronken kelen. “En nu gaan we kijken hoe Dirk, Muriel…” die naam spreekt hij uit alsof de jongen bij voorbaat al veroordeeld is, welke ouder geeft zijn kind nou zo’n naam, zo’n gast moet toch haast wel homo worden “en Harmen gaan bewijzen dat ze het waardig zijn om…” zijn geschreeuw gaat verloren in een dronken, opgewonden gelal. Wat hebben ze al een lol gehad, gisterenavond al op de kamer van die Muriel, waar ze met zijn twintigen nauwelijks in hadden gepast, maar de nieuweling had er niets van durven zeggen, hij wilde toch tenslotte bij de club gaan horen. Ze hadden nauwelijks wat heel gelaten van de, door zijn ouders prachtig ingerichte, studentenkamer en het kereltje had zijn mond niet durven open trekken. Reinout was er vrij zeker van dat het ventje homofiele neigingen had. Gisteren hadden ze drie meiden laten komen en de drie nieuwelingen hadden voor het oog van alle anderen de meiden moeten neuken. Of het aan de buitensporige hoeveelheden alcohol, het gebrek aan ervaring of een chronisch gebrek aan lust had gelegen weet Reinout niet, maar Muriel was, weinig verassend niet geslaagd voor deze test. Voor straf had hij rondjes moeten draaien op de overloop en was al snel kotsend de trap afgevallen. Hij was onder aan de trap blijven liggen om zijn roes uit te slapen… Nu stond ie hier met zijn arm in een mitella, kennelijk was die arm gebroken… Tja, jammer dan, er gebeurde elk jaar wel wat bij de ontgroeningstunts… Ze gingen een week van plezier tegemoet. Reinout weet nog goed hoe het was toen hij bij de groep probeerde te geraken, het was niet gemakkelijk geweest, ook hij had een week lang alle vernederingen moeten doorstaan en nu was het zijn beurt om te lachen. Zo dachten alle anderen er ook over, allemaal waren ze door dezelfde hel gegaan. De genen die er nog maar een jaar bij waren waren het meest enthousiast van allemaal. Naar hartelust hadden ze zojuist op de jongens staan te urineren terwijl die een paar vers gedraaide drollen van de grond moesten oppakken met hun tanden en in een kopje moesten gooien. Een vies ritueel, maar ook hij had in zijn tijd met de geijkte hoeveelheid stront en pies te maken gehad, dus al te veel medelijden kon hij niet opbrengen voor de drie jongens. Daarbij ze wilden er zelf bij, ze konden ook toegeven dat ze mietjes waren en uit de club blijven… De jongens hadden hun mond nu mogen spoelen en waren op drie stoelen neer gezet op de verhoging in de obscure kelder waarin de club altijd bij elkaar kwam. De eigenaar van het café liet hen maar begaan. Hij kende de ruige ontgroeningen wel, maar was bereid zijn mond te houden omdat de jongens heel wat geld in het laatje brachten met hun eindeloze gezuip. Voor elke stoel stond een klein tafeltje en op elke tafel twee flessen jonge-klare. “OK dan…” schreeuwt Reinout “Degene die het meeste van dit Goddelijke spul achterover weet te slaan is vrijgesteld van de volgende test!” De drie jongens kijken hem wat wazig aan, ze hebben al het nodige bier op. “En laat ook wat over voor ons he…” zegt hij snel tegen de jongens. Die beginnen als op de automatische piloot de flessen open te draaien. De inhoud gieten ze borrelglaasje voor borrelglaasje naar binnen. De hele club staat luid juichend toe te kijken hoe de jongens het ene na het andere glaasje naar binnen gieten en doorslikken. De eerste die op geeft is Harmen, het is niet zo zeer dat de wilskracht hem ontbreekt als wel gewoon de lichamelijke kracht. Hij krijgt het onder invloed van alle voorgaande borrelglaasjes niet voor elkaar de fles nog een keer op te tillen en zijn borrelglaasje opnieuw te vullen, laat staan het laatstgenoemde object zonder knoeien naar zijn mond te brengen en te legen. Stomdronken van de hoeveelheid geconcentreerde alcohol die hij in een korte tijd toch zich heeft genomen laat hij zich grijnzend achterover in zijn stoel zakken. Hij lijkt niet te beseffen dat hij de wedstrijd verloren heeft. Muriel en Dirk kijken elkaar aan en gaan onverschrokken door, zij lijken net wat langzamer te drinken, wat niet weg neemt dat zij ook al heel wat alcohol op hebben. Het duurt even voor Reinout ziet dat ook Dirk de grootste moeite heeft om van de ‘tien’ of ziet ie er misschien twintig, flessen de juist te kiezen om in een van de vele kleine glaasjes die hij op de tafel voor zich rond ziet zwemmen een afgepaste hoeveelheid nat te deponeren. Ook Dirk moet nu opgeven en laat zich achterover in zijn stoel hangen. Hij kijkt naar de vijf Muriels naast zich en ziet dat die alle vijf nog aan het drinken zijn… Muriel lijkt deze avond te beschikken over een ongelooflijke koppigheid en de absolute wil om te winnen, hij wil niet wederom falen, dat blijkt wel. Hij drinkt koppig verder en is kennelijk absoluut van plan de bodem van zijn fles te halen. De club juicht en schreeuwt als Muriel zijn laatste borrelglaasje naar binnen giet en triomfantelijk de fles omkeert om te laten zien dat die helemaal leeg is. Reinout sjort de eerstejaars student omhoog en heft zijn hand de lucht in ten teken dat dit de grote overwinnaar is. De nog volle flessen gaan rond en de overige studenten krijgen allemaal hun beetje. Muriel die nog even naast Reinout staat zakt plots in elkaar en klapt op de grond neer. Reinout kijkt naar beneden, Muriel lijkt weer als een blok in slaap te zijn gevallen… Nouja, hij heeft toch gewonnen. Ook de andere jongens liggen in hun stoel knock-out voor zich uit te staren. Reinout juicht met de andere mee en laat de jongens op de verhoging liggen, dat was de laatste test voor vandaag, die doen vannacht niet veel meer. “Kom op…” hoort hij een van de tweedejaars roepen. Ze hebben magic-marker en lopen op de dronken nieuwelingen af. Met hun stift tekenen ze snorren en baarden op de gezichten van de studenten, dat wordt lachen morgen, ze zullen goed voor schut lopen in de stad. De drie jongens blijven op de verhoging liggen en de rest van het gezelschap feest vrolijk verder tot in de vroege uurtjes. De meesten moeten vandaag op school verschijnen voor de eerste inleiding en dus gaan ze naar huis om zich te douchen. Ook de drie eerstejaars zullen vandaag op de universiteit moeten komen. Ze hebben uren kunnen slapen dus hebben ze het eigenlijk beter dan de anderen, denkt Reinout. Hij sjort met een paar anderen de jongens overeind. Dirk en Harmen zijn nog altijd wat comateus maar kunnen zich zelf een klein beetje overeind houden als tussen twee kornuiten in het pand verlaten op weg naar huis. Muriel daar en tegen is nog altijd volledig buiten bewust zijn, Reinout zelf neemt hem samen met drie anderen mee naar huis, het is net een zak aardappelen en ze moeten hem aan handen en voeten optillen om hem mee te slepen. “Ik ben blij dat ie om de hoek woont,” kreunt hij terwijl ze moeizaam voort strompelen. “Het lijkt wel een lijk…” gromt een ander terwijl ze hem de trap op sjorren en in zijn bed dumpen. “Nu je het zegt, hij ademt niet meer…” giechelt de derde terwijl hij hem de schoenen uit trekt. Met een zwaai gooien ze de deur achter zich dicht en gaan allemaal door naar eigen bedden. 

“Tony, hoe was het gisteren bij Britt?” Vanbruane passeert Tony die bij het koffieautomaat haar gewoonlijke dieselolie voor de ochtend staat te tappen. “Goed, heel gezellig.” Knikt Tony en loopt met haar baas mee richting het lokaal. “Alles al opgelost?” informeert die terloops. Tony schudt haar hoofd “Nee, maar wel de dingen even een beetje op een rijtje gezet, er over gebabbeld met Britt en daarna met Jaap ook nog…” ze zucht even maar laat zich verder niet meer uit over de kwestie Sam. Barbara heeft het gepresteerd om eens een keer op tijd te komen en zit fris en monter voor haar computer, al haar achterstallige werk heeft ze gisteren weg weten te werken en daar is ze trots op. Ze hoopt dat Vanbruane in het voorbijgaan zal opmerken hoe prachtig leeg haar ‘to-do’ bakje en haar bureau is, maar die lijkt geen aandacht te hebben voor lege bureaus en loopt door naar haar kantoor. Het duurt niet lang of ze komt er weer uit. “Tony, kunnen jullie even naar dit adres, ik kreeg net een telefoontje, een ambulance is opgeroepen, maar toen die daar kwamen konden ze niets doen… de jongen in kwestie is al dood…” Tony kijkt naar het adres en schuift het door naar Barbara “We zijn al onderweg.” Zegt ze snel. Barbara leest het adres en wil op staan, dan denkt ze even na. “Wacht even, Tony…” ze rommelt in haar broekzak en vist een briefje eruit dat ze daar gisteren heeft ingestoken. Even vergelijkt ze de twee adressen. “Dat is het adres van die jongen die we gisteren hebben gesproken in het ziekenhuis…” zegt ze wat geschokt. “Die jij gisteren hebt gesproken…” voegt Tony er aan toe, zelf had ze weinig bij gedragen aan dat gesprek. “Nou, als hij de enige is die daar woont dan is hij waarschijnlijk de dooie.” Zegt Vanbruane droog en loopt weer weg. “Het was een studentenhuis zei hij.” Zegt Barbara en loopt achter Tony aan. “Misschien is ie dit keer wat vervelender terecht gekomen bij het van de trap vallen.” Oppert Tony. Als ze bij het huis aan komen is de ambulance er nog. “Ah mooi…” zegt de ziekenbroeder als Tony zich voorstelt als de politie. “Dan kunnen wij zo weg, dan wachten jullie maar op de lijkschouwer, het is een beetje een gekkenhuis vanochtend…” legt hij uit. “Hij hier…” Barbara kijkt in het bed en knikt “Ja, het is ‘m…” zegt ze dan. “Wie heeft hem gevonden?” De broeder wijst achter hem naar een gesloten deur “Z’n huisgenote, ze is helemaal in shock… mijn collega is bij haar, maakt thee voor d’r… met suiker…” Tony knikt “Ik ga effe met haar praten.” Zegt ze en gebaart naar Barbara dat die te weten moet komen van de ziekenbroeder welke informatie hij voor hen heeft. Ze opent de deur en ziet een meisje rillend op een bed zitten. Een man staat bij de tafel en kijkt op. “Hoi, ook koffie of thee?” vraagt hij als Tony meldt dat ze van de politie is. Ze schudt haar hoofd en gaat op een stoel zitten. “Luister, ik weet dat je geschrokken bent en dat het heel moeilijk is, maar… Wij willen er zo snel mogelijk achter zien te komen waarom je huisgenoot dood is…” begint Tony rustig tegen het meisje aan te praten. Dat knikt tussen twee snikken door en kijkt door haar tranen heen naar Tony. “Als je iets weet, enig idee hebt… zou je het mij dan willen vertellen?” Het meisje knikt weer “Ik weet wel hoe het komt…” zegt ze met een verstikte stem “maar ik weet niet hoe die jongens heten die bij die club zitten waar hij bij wil…” Tony knikt “Vanbij het begin, hoe heet je huisgenoot…?” Het meisje snuit haar neus en recht haar rug “Muriel, Muriel Kers… Hij zou deze week beginnen aan de universiteit, archeologie… Ik ken hem al sinds hij een jochie was, we woonden in het zelfde dorp en zijn ouders hadden mij gevraagd uit te kijken naar een leuke kamer voor hem… toen de kamer hier naast mij vrij kwam aarzelde ik geen moment. Muriel is echt een leuke jongen namelijk, heel vrolijk, vriendelijk, behulpzaam… hij is echt als een broertje voor mij. Ik ben tweede jaars archeologie… vandaar dat hij ook archeologie ging doen, hij had geen flauw idee wat ie wilde… Persoonlijk denk ik dat ie beter de mode in kan gaan… kon gaan… had kunnen gaan…” ze zucht als ze weer eens beseft dat Muriel dood is. “Je knet zijn ouders, heb je een adres? We zullen hen moeten gaan vertellen…” Het meisje steekt een papiertje uit “Ik heb het al voor jullie opgeschreven.” Zegt ze behulpzaam. “Luister… hij wilde bij een club, studentenclub… Muriel was helemaal wild van het idee om in Gent te wonen, eindelijk weg uit ons saaie dorp… zo reageerde ik ook hoor toen ik naar Gent kwam. Ik dacht ook van ‘eindelijk vrij’… de eerste paar maanden verscheen ik nauwelijks op de cursus, maar uiteindelijk heeft een van mijn leraren eens met me gepraat… en dat hielp… Dus eigenlijk is het maar heel gewoon, maar Muriel wilde perse in zo’n club, hij wilde het graag allemaal echt mee maken… En ik zei nog dat ie dat niet moest doen, ze accepteren hem toch niet bij zo’n club… Maar hij zei dat toch niemand hoefde te weten dat hij homo is en dat ie het verborgen zou houden tot ie er bij zat, dan konden ze hem toch niet meer weigeren dacht hij…” Tony maakt een aantekening, Muriel is dus homofiel… tja, daar zullen wilde feestbeesten als dispuutstudenten inderdaad niet echt zo voor open staan, het is toch normaler om maar gewoon in ’t rond te willen neuken, met meisjes dan… “Denk je dat ze er achter gekomen zijn?” vraagt ze het meisje met de dikke rode ogen. Het meisje schudt haar hoofd “Ik weet het niet… hoeft toch ook niet eens… Eergisteren moest hij het voor het oog van de anderen met een meisje doen, hij kreeg het niet voor elkaar. De leider van het cluppie dacht geloof ik dat het aan te veel alcohol lag, maar Muriel was vastbesloten niet nog eens te falen… Ik weet niet wat ze met hem gedaan hebben, maar eergisteren hebben ze hem helemaal dronken gevoerd met een gigantische hoop drank… Muriel is niet echt veel gewend, wat wijn op een feestje, maar dat is het wel zo’n beetje… Hij is dan van de trap afgevallen. Tim… die woont hier beneden, heeft hem naar het ziekenhuis gebracht, hij had zijn arm gebroken… Hij vroeg Tim om niets te zeggen, hij wilde zo graag bij die club… Ik heb ze vanochtend gehoord op die trap, ik werd wakker van het geluid, het was denk ik een uur of 5 en ze hebben hem in zijn kamer gelegd, dan zijn ze weg gegaan… Toen ik vanochtend bij hem ging kijken was ie koud en hij ademde niet meer…” Ze staart wat wezenloos voor zich uit “Wat zullen zijn ouders zeggen, hij is hun enige kind… ik moest op hem letten en zie nou wat er gebeurt…” ze verbergt haar gezicht achter haar handen en snikt met lange uithalen. “Dit is nou wat er gebeurt…” fluistert ze nog eens. “Heb je die jongens gezien? Die jongens van die club?” Het meisje schudt haar hoofd “Ik bleef op mijn kamer… Muriel heeft er wel met mij over gesproken… Hij vond ze fantastisch allemaal natuurlijk. Hij vond het helemaal normaal wat ze deden, zo was het bij de anderen toch ook gegaan… Je moest toch laten zien dat je het waard was om erbij te horen… Ze hadden hem helemaal gek gemaakt volgens mij… Reinout en zijn vriendjes… Reinout, zo heette die leider, tenminste dat is wat Muriel zei…” Tony denkt even na “Zit die Reinout op jullie faculteit?” wil ze weten. Het meisje schudt haar hoofd “Ik weet het niet, het is geen club van de archeologie afdeling, dat is zeker… Ik waag te betwijfelen of die Reinout bij ons zit, wacht even…” Ze denkt even na… “Doet ie niet iets van letteren… Ja, volgens mij zei Muriel dat ie 4e jaars letteren is…” Het spijt me dat ik niet meer kan helpen…” fluistert ze erachter aan. “Dat is wel OK, we gaan aan de slag en we hopen dat we hem kunnen vinden.” Belooft Tony. Ze gaat terug naar de slaapkamer waar ze met Barbara gaat wachten op de lijkschouwer. De ziekenwagen is al weg gereden, zonder buit dit keer. “Het is natuurlijk wachten op de officiële uitslag.” Zegt Barbara “Maar aan de geur en de kleur dacht die ziekenbroeder te kunnen zien dat ie zich doodgezopen heeft en om eerlijk te zijn zou ik dat ook denken als ik hem zo zie…” Tony knikt “Wat leuk dat ze hem ook nog beklad hebben…” mompelt ze als ze de snor op het mooie jongensgezicht ziet. “Alleen moeten wij wel zo snel mogelijk uitzoeken waarom hij zich doodgezopen heeft.” Stelt ze “voor dat er nog meer ongelukken gebeuren… dat meisje spreekt van een clubje waar hij bij wilde…” Barbara knikt “Dus toch ontgroeningen… had die dokter toch gelijk…” Tony blaast wat “Ja, in deze tijd van het jaar heb je nogal snel gelijk als je gokt dat verwondingen van ontgroeningen komen…” weigert ze Sam enige krediet te geven. “Zelfs met deze kennis kunnen we erg weinig aan doen.” Barbara knikt “Wat doen we nu? Naar de universiteit?” Tony kijkt even op haar horloge. “Ja, ik bel naar de plaatselijke politie…” ze wappert met het adres van de ouders “Dan moeten zij maar iemand langs sturen. Wij moeten eens gaan kijken of een 4e jaars letteren kunnen vinden die Reinout heet…” 
“Goedemorgen…” Tony hangt tegen de deurpost aan en kijkt in het ongewassen, ongeschoren gezicht van een 4e jaars student letteren. “Es kijken, Reinout?” vraagt ze. De jongen knikt en knijpt zijn ogen dicht tegen het zonlicht “Wat?” grauwt hij schor. “Je had vandaag geloof ik op de uni moeten zijn, maar ik zie dat je daar niet toe in staat bent…” doet Tony medelevend. “Eh…” Barbara trekt een gezicht “Goh echt veel fatsoenlijks komt er ook niet uit, is het wel?” vraagt ze zich hardop af. “Er is nog iemand die eigenlijk op de uni had moeten zijn… maar die was vanochtend ook niet meer in staat op te staan… Kunnen wij even babbelen?” Gaat Tony onverstoorbaar verder. “Nee… nu niet…” gaapt de jongen “Ik ben moe ik…” Tony grijpt hem bij de kraag van zijn t-shirt en duwt hem achteruit terug de gang in waar hij net uit is gekomen. “Muriel, does it ring a bell?” snauwt ze. “He, he, wie zijn jullie?” gilt de student nu een beetje paniekerig, het lijkt er op dat hij plots wakker is geworden. “Hoe kennen jullie Muriel?” Tony kijkt Barbara aan en knikt. Dit is dus degene die ze moeten hebben, dat lijkt ook wel duidelijk. Er was maar een letteren student die Reinout heette, dus het was niet al te moeilijk geweest. Daarbij zag deze gast er uit alsof ie vannacht flink wat alcohol weg had gewerkt en ze konden er rustig vanuit gaan dat op het feestje waar Muriel was heel wat alcholisch nat had gevloeid. “Politie Gent, mogen we even binnenkomen?” Tony gooit de jongen voor zich uit de gang door. “Ja, ja, natuurlijk… laat me effe koffie zetten…” murmelt de jongen en rent voor hen uit een trap op naar zijn kamer. “Ga zitten.” Wijst Tony als ze in de kamer zijn “En snel een beetje…” De jongen ploft verbluft neer op zijn bed. Barbara klemt haar vingers om haar neus en kijkt naar de kots die het kussen siert. “Je hebt ‘m zelf ook goed geraakt vannacht.” Mompelt Tony. “Muriel…” begint ze dan en geeft een foto aan Reinout “Dat is ‘m he?” Reinout kijkt naar de foto waarop Muriel in zijn bed ligt en knikt. Barbara scharrelt wat rond door de kamer en plukt her en der een foto van wat lallende studenten omhoog. “Zijn deze ook van het clubje? Dat clubje waar Muriel zo graag bij wilde komen?” vraagt ze droog. Reinout knikt opnieuw, duidelijk nog te verdwaasd van de alcohol om te beseffen dat ie beter niet zo meegaand kan zijn. “Wat is er met Muriel, heeft ie geklaagd, dat mietje?” vraagt hij dan een beetje vals. “Geklaagd? Heb je die foto niet goed bekeken?” snauwt Tony. Ze heeft inmiddels van de lijkschouwer begrepen dat het teveel aan alcohol inderdaad de doodsoorzaak was en is bepaald niet van plan Reinout en zijn vriendjes hier gemakkelijk mee weg te laten komen. Hoe je er op komt om iemand zich dood te laten zuipen zonder in te grijpen is haar een raadsel. “Wat hebben jullie hem gegeven? Wat moest ie drinken?” wil ze weten. Reinout lijkt nog altijd niet te beseffen dat Muriel is overleden en kijkt haar aan. “Gewoon bier en… en…” hij kijkt erbij of hij het zich ook niet helemaal meer kan herinneren “En dan jenever…” hij zegt het alsof het de meest onschuldige zaak van de wereld is. “Hoeveel?” vraagt Tony droog. “Muriel dronk een fles…” zegt Reinout en leunt met gesloten ogen even achterover alsof ie probeert om zichzelf naar deze wereld te krijgen. Dan kijkt hij Tony met hernieuwde belangstelling aan alsof hij haar voor het eerst ziet. “Maar wat is dit gezever?” vraagt hij dan boos om zijn verstoorde nacht… pardon dagrust. Tony kijkt Barbara aan en zucht “Een fles…” herhaalt ze “een fles maar… Je had niet kunnen bedenken dat een fles wel eens teveel zou kunnen zijn? Ze hebben hem vanochtend gevonden, Reinout… in zijn bed…” Reinout knikt “We hebben hem naar huis gebracht… Hoezo? Waar is ie nu? In het ziekenhuis weer… hebben ze zijn maag moeten leegpompen ofzo?” Hij staat op, kijkt Tony aan en lacht een beetje scheef “En heeft ie nu lopen zeuren, dat mietje… Luister eens, vorig jaar hebben ze ook een kerel zijn maag moeten leegpompen, nou, geloof me die staat dit jaar vooraan als het gaat om…” Tony smijt hem terug op het bed “Houd je klep!” snauwt ze “ze hebben zijn maag niet leeg gepompt, dat was niet meer nodig… of hoe zal ik het zeggen, dat kon hem toch niet meer redden… Muriel is dood… Jullie hebben hem gedwongen zich dood te zuipen! Snap je dat dan nu nog niet?” Hij kijkt haar even aan en begint dan weer te lachen “ha, dat is een geintje… die eerste jaars willen ons terug pakken he, daarom sturen ze jullie…” Hij grinnikt wat “Maar ik trap er niet in hoor… Jullie maken een geintje… Zeg maar tegen ze, leuk geprobeerd, maar we trappen er niet in…” Tony blijft hem ijzig aan kijken en haalt haar handboeien tevoorschijn “Het is geen geintje en om dat te bewijzen ga jij nu met mij mee…” Verbaasd kijkt de jongen toe hoe hij haar de boeien om doet “He dame… dit is niet leuk meer…” roept hij als ze hem in zijn onderbroek en t-shirt de straat mee over neemt en in de auto kwakt. “inderdaad.” Beaamt Tony “Het was ook niet leuk bedoeld…” In de auto begint de jongen eindelijk te beseffen dat het misschien toch geen vervelend grapje is, hij lijkt wat nuchterder en wakkerder te worden. Tony kijkt in haar achteruitkijkspiegel naar de jongen die wat verbaasd uit het raam hangt te kijken. “Maar hij is niet echt dood…” hoort ze hem dan zeggen “Dit doen jullie om te zorgen dat wij geen ontgroeningen meer doen… De universiteiten zijn tegen de ontgroeningen, zij hebben jullie gezegd dat jullie ons eens goed moesten laten schrikken… Hij is niet echt dood natuurlijk, dat kan niet… Maar jullie begrijpen het niet, ontgroeningen horen erbij, dat is juist de lol… En de mensen die nu ontgroend worden mogen volgend jaar zelf ontgroenen zo gaat dat… dat is de lol…” murmelt hij een warrige monoloog tegen haar of niemand in het bijzonder. “Probeer het maar tot je afgestorven hersenen door te laten dringen dat wij geen deel uit maken van de een of andere walgelijke samenzwering…” stelt Tony voor “Het zou kunnen dat de realiteit je dan wat minder hard op het dak valt dadelijk…” Ze draait het terrein van het mortuarium op. “Ga je…” begint Barbara “Ja, het is ook niet van mijn gewoonte, maar ik heb niet het idee dat we hem anders duidelijk kunnen maken dat hij werkelijk iemand de dood in heeft gedreven met zijn leuke ontgroeningen…” snauwt Tony. Ze zet de auto voor de ingang en sleurt Reinout naar buiten. Ze duwt hem voor zich uit naar binnen, snauwt tegen het meisje van de balie dat ze de patholoog moet waarschuwen dat ze er aan komt met een gast en struint de gangen door, gevolgd door een wat panische Barbara. “Ha… is dat een broer om hem te iden…” begint de patholoog en houdt stil als hij de jongen in onderbroek voor hem ziet staan. “Nee, geen familie… dit is de kerel die hem de dood in heeft gejaagd en die nu serieus denkt dat dit een samenzwering is van de universiteit om te zorgen dat de ontgroeningen stoppen…” De patholoog kijkt geschokt “Dit meen je niet, dit is een ontgroeningsstunt? Leuke manier van verwelkomen…” mompelt hij. “Ik weet dat het ongebruikelijk is, maar ik zou meneer hier toch heel even kennis willen laten maken met de vruchten van zijn werk als u het niet erg vindt, ik heb niet het idee dat ik het op een andere manier duidelijk zal kunnen maken… en om te voorkomen dat ik dit jaar nog meer dooie studenten van zolderkamertjes af moet plukken…” De patholoog knikt instemmend en zwaait de deur open “Hij ligt er niet al te mooi bij… alleen een laken eroverheen, maar dat zal geen probleem zijn.” Moppert hij weinig professioneel. Pathologen krijgen gewoonlijk niet te maken met de gene die hen hun werk verschaffen en als ze dat wel krijgen hebben ze overduidelijk net als Tony soms moeite om de objectiviteit in acht te nemen die zo belangrijk is bij dit werk… Ook zij blijken uiteindelijk gewoon mensen te zijn. Tony duwt de jongen voor zich uit naar binnen en de patholoog slaat zonder plichtplegingen het doek terug. Reinout kijkt naar de jongen onder het laken en kijkt dan naar Tony “Dat is wel heel erg…” mompelt hij “Dat jullie hem hebben dood gemaakt om ons te laten schrikken… of wacht even… hij doet hier natuurlijk aan mee… het was een undercover, hij wilde niet echt bij de club hij wilde alleen ons… wacht even, hij is natuurlijk helemaal niet dood, jullie hebben hem geschminkt en zo om ons te doen geloven…” Tony’s blik verandert er in een van wanhoop, het lijkt erop dat ze deze jongen niet overtuigd kan krijgen van het feit dat hij deze kerel vermoord heeft en niet een of andere samenzweerderige bovennatuurlijke macht. “He Muriel, watje, mietje… wakker worden man, ik heb je door…” Reinout doet een stap naar voren en pakt de jongen op de wagen bij de arm. “Hij is koud… hè, dit is geen geintje meer… schiet op, Muriel!” Een beetje panisch schudt hij aan zijn arm. Hij blijft het even proberen en kijkt dan geschrokken om naar Tony “Hij is echt dood man, hij is echt dood…” fluistert hij. “Dat heb jij gedaan.” Snauwt Tony “Ik… nee, niet ik… nee toch…” De jongen lijkt te twijfelen “Kan je echt dood gaan van een fles jenever? Kan je teveel drinken?” mompelt hij ongelovig. “Zie voor u, het bewijs…” Tony sleept hem harteloos mee de kamer weer uit de gangen door naar de auto en plant hem weer op de achterbank. Barbara gaat zwijgend naast haar zitten. “Wat je net gedaan hebt kan eigenlijk niet.” Zegt ze overbodig. “Nou en? Wie zal dat gaan zeggen? De patholoog niet, die was het met me eens en hij hier achter zeker niet… die verkeert nog in een aantal werelden ver weg van de onze… maar ik denk dat ie de boodschap toch begrepen heeft…” Ze rijden naar het commissariaat en duwen daar hun arrestant ruw een verhoorkamer in. “Begin jij maar.” Zegt Tony “Ik kom zo, even de baas briefen.” Barbara neemt plaats tegenover Reinout die haar aan staart alsof ze een geestverschijning is “Hij is echt dood? Hij is echt dood?” vraagt hij haar een paar keer en Barbara kan niet anders dan knikken. 

“Hoi, u bent de eigenaar van dit cafe?” Tony kijkt over de bar naar een man die een beetje slaperig op een barkruk hangt. “Nee, dat is mijn pa, wacht effe…” Hij staat op en schreeuwt wat onverstaanbaars naar achteren. Tony kijkt Barbara aan en ze nemen allebei plaats op een barkruk. “pilsje dames?” doet de jongen in een poging om grappig te zijn. Tony trekt haar wenkbrauwen op “Flikken drinken niet tijdens diensttijd huh…” schampert de jongen en moet om zijn eigen opmerking lachen. Er komt een oudere heer van achter aan gelopen, ook hij lijkt nog al moe. Hij heeft kringen onder zijn ogen van het slaaptekort. “Tony Dierckx, Barbara Volkar, politie Gent…” leidt Tony hen in. “Ja, ja…” mompelt de man “Wat is er?” Tony haalt even adem “Wij komen een bijeenkomst cancellen, de bijeenkomst van vanavond…” zegt ze “oh…” de man knikt “OK…” en hij wil weer weglopen. “Ho eens even,” Tony grijpt over de bar naar zijn arm en trekt hem terug. “Wilt u niet weten waarom de avond gecancelled is?” vraagt ze liefjes “Nee hoor, interesseert me niet… kijk, er is veel aan verdiend aan die jongens, maar het is tuig. Tuig met hersens, allemaal slimmeriken en soms kom ik er nog eens eentje tegen als dokter of advocaat ofzo, eentje die zich hier beneden bij mij in de kelder helemaal lam gezopen heeft… Dan herkennen ze me niet meer, die omhoog gevallen schoften… Gespuis, allemaal… Dus als ze vanavond een avondje niet komen, nou best…” grommelt hij “Dan blijft de inboedel tenminste heel en is er eens een keer geen herrie…” Tony knikt “Nee, er zal vanavond geen herrie zijn, de ontgroeningen zijn afgelast voor dit jaar.” De cafe houder kijkt haar een beetje wantrouwend aan. “Hoezo ontgroeningen, doen ze dat nog dan? Ik dacht dat dat al lang uit was…” Tony trekt haar wenkbrauwen op “Toch niet…” zegt ze “Dus of u kijkt gewoon nooit daar beneden wat er gebeurd of u…” De cafehouder zucht “Ik kijk nooit inderdaad… ik wil helemaal niet weten wat ze daarbeneden doen, het is een groot gelal… Ik verdien er aan en in ruil daarvoor laat ik er mijn neus niet zien, ik breng ze het bier per vat in rekening…” Tony knikt “Er heeft er een zich dood gezopen in uw kelder…” zegt ze dan kil. “Wat?” de man kijkt haar verbaasd aan. “Een van die eerstejaars die meedeed aan die ontgroening, ze hebben hem jenever laten drinken, een hele fles… hij heeft zich dood gezopen… luid toegejuicht door zijn maten van dat leuke clubje wat elke week in je kelder bij elkaar komt… leuke lui…. Fijne manier om je geld te verdienen. Die jongen lag hier beneden in jouw kelder dood te gaan… Maar daar heb jij natuurlijk ook niets mee te maken, je liet er alleen je neus maar zien… En het fijne is weet je, door van die lui zoals jij, die er geen kwaad in zien om die studenten groepen hun kelder te laten gebruiken, door zulke lui als jij, kunnen die studenten maar gewoon hun gang gaan en gewoon doorgaan…” Ze draait zich om en laat de man naar adem happend achter bij zijn bar. Barbara volgt Tony op een holletje. “We kunnen hem niets maken, maar misschien kunnen we hem in ieder geval een slapeloze nacht bezorgen… alhoewel, dat betwijfel ik… Net als al die studentenvriendjes van die jongen zal hij een van de eersten zijn om zichzelf vrij te pleiten… hij heeft toch niets fout gedaan, niet waar? Heel onbevredigend… zo’n einde…” 

Einde

Dit verhaal is geschreven door Holymary;mins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*