Een-nul
“Moeten we een feestje voor haar doen?” Tony kijkt Vanneste aan die achterover hangt op zijn brommer en uitkijkt over het kanaal. “Voor Britt, maar we hebben toch al een feestje gedaan toen ze weg ging, dan nu weer een welkomstfeestje? Kan…” Tony zucht en gooit een steentje in het kanaal “Ik bedoel voor Barbara…” Vanneste lacht “Kon ze wel eens verkeerd opvatten als wij nu een feestje doen omdat ze weg gaat, ha, ha….” Tony onderdrukt een lach “Maar gewoon een bedankt-kadootje kopen dan?” vraagt ze zijn advies. “Misschien maar wel het beste.” Denkt Vanneste hardop. “Het is hier saai…” moppert Tony terwijl ze om zich heen kijkt “Er is hier geen fluit te doen.” Geeft Vanneste toe en springt van zijn motor af. “Om de een of andere reden kan ik me niet voorstellen dat iemand hier vrijwillig zou komen, ook al is het dan om illegale activiteiten te doen…” mompelt Tony verveeld. “Toch zeggen ze dat het hier is dat ze afgesproken hebben om elkaar te ontmoeten…” helpt Vanneste haar herinneren. Tony knikt en kijkt het droge veld rond, vanzelfsprekend is er geen kip op een plek als deze. “Kop op Dierickx, het is je laatste dag met…” op het moment dat Vanneste Barbara’s naam wil uitspreken horen ze een luide schreeuw. “Wat nou weer?” Tony kijkt in de richting van het geluid en ziet Barbara overeind krabbelen. Moeizaam strompelend komt ze even later bij Tony aan “Ik snap niet dat ze hier af gaan spreken, dat hele veld zit vol met kuilen, die breken hun nek nog voor ze bij elkaar hebben kunnen komen.” Moppert ze “Maar goed, ik heb wel een paar plekken gezien waar we ons eventueel zouden kunnen verstoppen… kijk ik heb het hier op getekend…” ze laat een stuk papier zien. “Leg het even hier neer…” Vanneste klopt op het zadel van de motor. “OK, als hier iemand zit en hier…” wijst Barbara, “dan kunnen we ze tegen houden…” Vanneste kijkt Tony aan “we…” zegt hij geluidloos. “Jullie…” verbetert Barbara, omdat Vannestes’ geluidloosheid niet zo geluidloos is als hij graag zou willen. “Dan kunnen jullie ze tegen houden voor ze elkaar echt aanvallen…” Tony haalt haar schouders op “Of in ieder geval voor het moment dat ze elkaar dood slaan, we willen wel wat bewijs materiaal hebben van het gevecht alleen niet de zelfde fout maken als onze Nederlandse collega’s…” voegt ze er aan toe. “OK, dus we weten waar in dit rottige veld we ons verdekt op kunnen stellen…” zegt Vanneste “Tijd voor een kopje koffie zou ik zeggen… Ik rijd binnen. Selattin zal wel klaar zijn met die briefing, dus dan kunnen we met hem en Vanbruane overleggen.” Stelt hij voor. “Ik zet je dadelijk op het commissariaat af en dan rijd ik meteen heel even door, ik moet nog even… wat gaan doen…” meldt Tony aan Barbara. Barbara haalt haar schouders op “Best…” zegt ze, ze heeft geleerd om nooit iets tegen dingen die Tony zegt in te brengen. Ze weet dat Tony te laat gaat komen voor de bespreking met Selattin, maar het interesseert haar niet zoveel. Ze is erg blij dat vandaag haar laatste dag is in Gent, haar politieleven hier is niet bepaald van een leien dakje gegaan en ze heeft al een nieuw baantje in een rustig dorpsteam, om even op adem te komen. Daar vervangt ze iemand die kanker heeft en die dus wel wat langer weg zal blijven dan een paar maanden zwangerschapsverlof. Ze kan niet wachten om vanavond af te zwaaien. Morgen is iedereen in touw met die voetbalwedstrijd, ze is blij dat ze dat niet meer mee hoeft te doen. Zeker nu ze gehoord hebben dat de harde kern van AAGent met de tegenstander uit Antwerpen af wil spreken om hier op dit veld elkaar in elkaar te gaan rammen. Een leuk treffen wat men vrolijk afspreekt over internet en via sms. Je mag blij zijn dat er nog mensen in de hardcore-holigansection rondzweven die dit soort idioterie ook nog de pet te boven gaat. Die bellen dan de flikken en daarom staan zij hier nu te kijken hoe ze de grootste onruststokers kunnen pakken en zo lang mogelijk vast zetten. De opzet van een leuk gevecht tussen twee supportergroepen van grote clubs is niet nieuw, het idee is overgewaaid uit Nederland, waar clubs als Ajax, Feyenoord en Ado Den Haag ook regelmatig zulke bijeenkomsten lijken te hebben, soms met fatale afloop. Iets wat ze hier in Gent liever niet zien gebeuren. Ze is dus niet zo rouwig dat ze morgen niet bij dit feest zal zijn. Daarbij is het is de legendarische dag dat Britt zal terug komen en ze heeft het idee dat iedereen daar meer mee bezig is dan het feit dat zij er vandaag voor het laatst zal zijn. Dat laatste lijkt niemand te interesseren. Behalve Pasmans dan misschien omdat ze voor een tijdje zijn rol van ‘idioot van het team’ heeft overgenomen. Niet dat ze hem nu zoveel serieuzer namen, maar naast haar verbleken kennelijk alle kneuzen tot vage schimmen… Lusteloos sloft ze naar boven om bij het overleg te zitten waarbij ze zich zo onzichtbaar mogelijk zal proberen te maken, om niet op te vallen en dus geen opmerkingen over zich heen te krijgen. Als Tony even later binnen komt gestormd zijn ze nog maar net begonnen en het valt niet eens storend op dat ze te laat is. Ze schuift naast Vanneste en begint met hem wat te fluisteren, hij knikt een paar keer instemmend en kijkt dan naar Selattin die hem waarschuwend aan kijkt. “Dus om niet hetzelfde gat in te gaan willen we wel camera’s meenemen, maar ook al ter plaatse aanwezig zijn met de ME, zodat we op het moment zelf direct met een grote macht kunnen ingrijpen en we niet hoeven toe te kijken hoe een supporter dood wordt gemept… ook al is ie dan zelf een van degenen die de rel heeft opgezet, we willen toch niet…” Tony hangt achterover en blaast langzaam haar adem uit, ze is trots op het kado dat ze voor Barbara heeft gekocht. Ze heeft er werkelijk goed over nagedacht, dus dat wil wat zeggen. Haar blik dwaalt van de computer naar het plafond naar het raam naar Vanbruane wiens blik nu de hare kruist zodat ze beschaamd weer haar aandacht op Selattin richt die maar door gaat over rellen, voorkomen is beter dan genezen, orde, rust en het behoud van het spel, bla, bla, bla… Selattin kan erg saai zijn, bedenkt ze, hij kan soms zo serieus zijn. Ze zucht even en begint dan weer rond te kijken. Als ze naar Vanneste kijkt ziet ze dat hij ook overal en nergens naar kijkt. Zo gaat het tot het einde van het ‘overleg’ wat eigenlijk niet meer dan een preek is geweest. “Nog wat toe te voegen iemand?” vraagt Selattin en zijn ogen dwalen naar de klok.” Iedereen schudt gedwee het hoofd. “Dan kunnen jullie wel naar huis nu.” Beslist Vanbruane. “Zorg ervoor dat jullie morgen allemaal bij die briefing zijn, die is ’s ochtends vroeg al, ik weet het dat is vervelend, maar denk er maar aan dat jullie dan daarna nog even terug kunnen naar huis en dat is ook leuk, we moeten alleen de mensen die morgen erbij zijn en vannacht de dienst draaien ook nog net erbij hebben en…” Tony heft bezwerend haar handen op “We weten het baas, we weten het…” roept ze snel. “Ha, Barbara, kan jij alsjeblieft even hier blijven?” vraagt Vanbruane rustig en gebaart naar de anderen dat ze weg moeten gaan. Met een vraagtekengezicht volgt Tony Selattin die voorop de kamer uit gaat naar het lokaal toe. “Wil Vanbruane alleen afscheid nemen?” vraagt ze met een lachje. “Nee, maar Britt heeft wat geregeld voor een afscheidsfeestje voor Barbara, dus wij moeten nu naar het lokaal toe…” Tony kijkt hem verbaasd aan “Een afscheidsfeestje voor haar, is dat niet wat te obvious dat we zo blij zijn dat ze gaat?” Selattin zucht “Tony…” mompelt hij “doe nou eens niet zo flauw…” Tony lacht “Ik heb een heel leuk kado voor haar!” zegt ze vrolijk en loopt voor hem uit naar het lokaal. Feestjes zijn altijd leuk. “He…” ze omhelst Britt even “Welkom terug partner…” grinnikt ze “Morgen pas, morgen pas…” Ze wijst op de slingers en de flesjes bier “Nu ben ik hier om te zorgen dat Barbara een beetje leuk afscheid kan nemen.” Zegt ze. “Weet je wat ik gekocht heb?” roept Tony enthousiast “Wil ik het weten?” Tony knikt en steekt een groot pak vooruit “skeelers!” Pasmans kijkt haar aan “Wel vooruit, maar haar nog wat gevaarlijker.” Moppert hij “Ach, oude opa.” Kaatst Tony terug. “Jongens, ze komt eraan! Doe alsof jullie gewoon aan het werk zijn!” roept Vanneste vanuit de gang.
“Dus zei Jaap dat ik maar beter gewoon mijn mond dicht kon houden en niets zeggen op school. Hij probeert het vast niet nog eens en dan wordt meteen alles zo dramatisch… Tot nu toe heeft hij niet gebeld en is ie niet op de school geweest… Nu is het aan mij om te beslissen. Jaap zegt dat ik het zelf moet weten, maar ik weet het gewoon niet… Ik wil hem er niet opnieuw bij betrekken, waarom zou ik?” Britt kijkt Tony aan “Omdat ie nou eenmaal wel de vader is…” oppert ze “Dan had ie hier moeten blijven, kijk, hij wilde weg, nou best…” Het is weer als vanouds ze hangen voor een huis in hun auto en praten elkaar weer helemaal bij over alle laatste nieuwtjes en problemen. Het huis wat ze in de gaten houden lijkt activiteitloos, het enige dat zij moeten noteren is wanneer er mensen in of uit gaan. Onderdeel van een langere observatie voor een zaak waarmee een stel anderen bezig zijn. Vanochtend hadden ze de briefing gehad van Selattin en ’s middags waren ze met hun dienst begonnen. Nu stonden zijn hier vier uur ter observatie en daarna zouden ze afgelost worden zodat ze naar het stadion zouden kunnen gaan om daar mee te gaan doen aan de bewaking van wat Selattin zo mooi ‘het spel’ kan noemen. En daarna begint dan het echte feest, als alles klopt hebben de supporters van Antwerpen en de supporters van Gent met elkaar afgesproken op een droog veldje ergens langs het kanaal waar geen hond komt. Waar het nu alvast vergeven is van de politiemensen die ‘onopvallend’ de plek in de gaten houden en camera’s installeren, die ze dan weer in de gaten moeten houden. Anders worden ze misschien gejat door die ene hond die er toch komt… Hoe achterlijk is het om bewakingscamera’s te installeren en dan bewakers neer te zetten om die bewakinscamera’s te bewaken? Daarbij vandaag houden ze ze tegen, vandaag kunnen ze elkaar dan misschien niet de hersens in slaan en over een paar weken is het alsnog weer raak. De zinloosheid van dit alles is typerend voor het alledaagse politiewerk, denkt Britt filosofisch. Met andere woorden… ze is blij om terug te zijn. Het leukste zou het zijn als ze daar straks allemaal klaar stonden en er zou gewoon geen kip op komen dagen, al dat gedoe voor niets. Stel dat het gewoon een manier was om hen allemaal voor schut te zetten. Het zou grappig zijn, of niet? Mijn God, wat zou Selattin dan chagrijnig zijn… “Ik kan echt niet aan Vera gaan vertellen dat hij haar vader is, zie je het al voor je hoe gecompliceerd dat is. Net nu het allemaal een beetje lekker draait.” Britt knikt “Misschien vertel je haar niet dat het haar vader is, vertel dat het een vriend van je is waar je op bezoek wilt en waar zij mee heen moet…” Tony lacht “Maar ik wil helemaal niet bij hem op bezoek… Dat doorziet Vera meteen.” Britt kijkt opzij naar Tony die met haar benen over het stuur hangt. “Alleen als jij wilt dat ze dat doorziet…” zegt ze simpel. Tony knikt “Maar ik weet nu al zeker dat ik diep in mij iets heb wat wil dat Vera dat doorziet.” Ze zucht even en kijkt dan naar het pand, er is actie, een iemand verlaat het pand. Ze pakt haar fotocamera en knipt een paar foto’s zodat ze de ‘iemand’ goed in beeld heeft. “Zo, nou dat was weer heel wat actie. Ik bel even mijn moeder om te kijken hoe het met de kinderen gaat…” Britt toetst het nummer van haar moeder in en krijgt niet veel later Dorien aan de lijn die enthousiast van alles door de telefoon ratelt. Als ze op gehangen heeft kijkt Tony haar aan “Hoe gaat het met Dorien op haar nieuwe school?” informeert ze. “Oh… goed, ze vindt het leuk, ze moet eindelijk eens hard werken om bij te blijven en ze heeft een heel clubje vriendinnetjes om zich mee te vermaken, dus dat zit wel goed… Ja, ik heb echt het idee dat ze zich er wel thuis voelt.” Doet Britt positief. “Waarom spreek je niet met Sam af in het park. Jij gaat met Vera spelen in het park, als je wilt kom ik zelfs mee met Nabi. Dan kan hij haar zien, hij kan zelfs even bij ons komen zitten, met haar babbelen… En het is neutraal terrein, je hoeft hem niet op de boot uit te nodigen, je hoeft niet naar zijn huis en het kan een toevallig aanlopende vriend zijn.” Oppert ze. Tony knikt langzaam “Ja, misschien… maar wat als hij dan meer wil. Hij zegt dat Sarah en Jitse haar ook willen leren kennen…” Britt glimlacht “Nou, dan gaan die toch ook fijn in het park spelen.” Grinnikt ze “Je moet het alleen doen als je het zelf OK vindt, jij bent huiverig voor Jitse en Sarah erbij, nou, dan zij dus niet. Dat kan je toch zeggen tegen Sam, alleen hij en niet zijn kinderen. Ik vind dat niet teveel gevraagd. Hij is gekomen, jij hebt het heft in eigen handen… hij is destijds weg gegaan, zorg dat het volgens jouw spelregels gaat…” Tony knikt langzaam dan slaat ze haar armen om Britt heen “Wat is het heerlijk om jou terug te hebben… en wat zullen onze geliefde criminelen blij zijn om je weet te zien…” Lacht ze terwijl ze haar partner knuffelt. “Het is ook heerlijk om terug te zijn.” Geeft Britt toe en pakt een zak Turkse baklava van het dashboard “Hier, neem wat… Is ook goed voor mijn lijn denk ik, om terug te zijn, al die extra kilo’s eraf… Ik denk dat ik van de week ook nog eens even naar de schietbaan ga… Ik kan wel weer wat training gebruiken…” Tony knikt “Vanavond in ieder geval weer een vuurdoop.” Doelt ze op het ME optreden waarbij zij ook ingedeeld zijn. “Ik mag me van Sel toch niet in de voorhoede gaan begeven op mijn eerste dag terug.” Grinnikt Britt “En daar houd jij je aan, ja, ja, dat zou ook de eerste keer zijn… Nee, jouw avond is vanavond echt niet compleet als je niet een paar blauwe plekken hebt, let op mijn woorden… Want dan kan je tenminste lekker zielig…” Britt slaat lachend Tony op het hoofd met een opgerold foldertje “Dadelijk kan jij lekker zielig gaan doen bij Jaap, pas maar op, ik ben erger dan de gemiddelde hooligan!” waarschuwt ze. “Oh… maar daar twijfel ik niet aan.” Lacht Tony en denkt aan die arme hooligans waarop Britt zich straks naar hartelust mag uitleven. “Hier heb ik maanden op gewacht…” glimlacht Britt alsof ze Tony’s gedachten kan lezen. “He, daar komt weer iemand…” Britt grist de camera van het dashboard en knipt een paar foto’s, zo hun taak zit er weer op voor het komende uur. Er is een gemiddelde activiteit van twee mensen per uur, dus dat zal wel niet zoveel meer worden voorlopig. Ze heeft het nog maar net gedacht of er komt weer iemand naar buiten. Sloom als ze is zit ze nog met de camera in haar handen en knipt nog maar eens paar keer. “Wow, wat een traktatie…” ziet ook Tony dat het gemiddelde aantal mensen per uur opeens overstegen wordt. “Straks gebeurt er nog echt iets…” grapt Britt. Ze kijken toe hoe de man die zojuist buiten is gekomen even om zich heen kijkt. “Zou hij werkelijk wat gaan doen?” Tony haalt haar benen van het stuur en gaat recht zitten, klaar om in actie te komen. De man gaat bij de poort staan en kijkt nog eens om zich heen. Hij lijkt te leven in de veronderstelling dat hij door niemand gezien wordt, Britt en Tony hangen echter met hun neus tegen de vooruit aan om te zien wat de man nu doet. Hij frutselt wat aan zijn broek “Wat heeft ie daar?” vraagt Britt met toegeknepen ogen. De man frutselt nog wat en lijkt dan te ontspannen. Tony kijkt Britt aan en begint te lachen “zijn lul…” giert ze “die vent staat te pissen…” Britt komt niet meer bij “Zullen we hem verbaliseren wegens wild plassen?” stelt ze voor. Iets wat natuurlijk nooit kan, daarmee zouden ze hun hele observatie om zeep helpen. Tony valt lachend achterover in haar stoel “Ha, ha, straks pis ik nog mijn broek.” Giert ze. Net op dat moment gaat Britts’ mobiel, met de tranen nog in haar ogen neemt ze op. “Oh, hoi baas… nee… niets, ja een beetje saai, maar…” ze giechelt even en vertelt de baas dan dat ze zojuist iemand wel op wildplassen hebben betrapt. “Nou, mocht dat hele gedoe met die drugs dan de mist in gaan dan kunnen we ze nog altijd daarvoor oppakken…” meent Vanbruane droog. “Nouja, jullie worden straks afgelost door Geert en Jurgen, dan weet je wie er komen, dat is wat ik wilde zeggen… Ze komen wat vroeger…” Tony trekt een gezicht als Britt de namen van hun aflossers herhaalt en zakt weer onderuit met haar benen op het stuur.
“Waar moeten we zijn?” Pasmans kijkt Raymond aan en probeert op de plattegrond een ‘vergaderruimte’ te vinden, want daar is ongetwijfeld de rest van het team. “Ik heb je nog gezegd dat we die man in het park gewoon hadden moeten laten gaan… nu zijn we te laat.” Moppert Raymond op een ‘eigen schuld’ toon. En met een brommerig ‘je zoekt zelf maar uit waar we moeten zijn’ pakt hij zijn telefoon om Selattin te bellen. “Ja Sel, ’t is met Jacobs hier… waar ergens zitten jullie?” Selattin geeft hem de naam van de zaal, vernoemd naar een of andere half gare sponsor. Pasmans staat nog steeds bij de plattegrond en probeert uit de verschillende sponsornamen op te maken of het om een zaal, een tribune, een bar of een wat dan ook gaat. Bij een biermerk concludeert hij niet al te dom dat het hier waarschijnlijk om een feestzaaltje of een bar gaat en zo probeert hij te ontcijferen bij welk bedrijf een politieman zich het beste thuis zou voelen. “Kom mee…” Raymond trekt hem aan zijn jas mee de gangen door. “We zijn nog maar net begonnen hoor…” fluistert een van de mannen hen toe als ze binnen komen, maar Selattin kan het toch niet laten even verstoord een blik richting Pasmans te werpen. Hij schijnt te beseffen dat als het duo Pasmans-Raymond te laat komt het ongetwijfeld aan de overijverige Pasmans ligt. Britt drukt haar hand tegen haar mond om niet te laten horen dat ze moet giechelen. Selattin kijkt even hun kant op en opent zijn mond om Tony te zeggen dat ze niet hoeft te lachen, aangezien ze zelf ook nauwelijks ooit op tijd is, maar ziet nog net op tijd dat het Britt is die nu schuldbewust een smekende blik naar hem werpt, om vooral niets te zeggen. “OK…” zegt hij dan, omdat zijn mond toch open staat “Kijk even naar deze kaart, hier en hier komen straks de mensen van Antwerpen binnen en…” Britt gaat opgelucht achterover hangen tegen het whiteboard en probeert zich te concentreren op wat Selattin zegt. Maar uiteindelijk is dat gewoon te saai en kijkt ze maar vooral naar Selattin zelf. “Het is fijn als je verliefd bent op die gast… dan kan je waarschijnlijk negeren wat ie zegt en gewoon genieten van z’n kop, maar voor mij…” giechelt Tony achter haar hand tegen Britt die al een tijdje onverhuld naar Selattin staat te staren. Betrapt richt Britt haar blik nu op ‘de kaart’ van het stadion waarop Selattin vrolijk wat posten staat aan te wijzen. Ze schrikken op als hij na een eindeloze tijd eindelijk de verlossende woorden “Dus iedereen snapt nu wat hem te doen staat…” spreekt, een stelling die trouwens niet echt juist blijkt, daar de meeste agenten na zijn lange, saaie, slaapverwekkende verhaal juist wakker moeten worden en weer helemaal moeten bedenken wat hen nu eigenlijk te doen staat. Een beetje slaperig en knorrig drommen de mannen en vrouwen de kamer weer uit en verspreiden zich als fruitvliegjes over het stadion. “Waar moesten wij ook al weer heen?” vraagt Britt afwezig “Naar vak A… geloof ik… laten we daar maar heen gaan, als er dan iemand anders staat dan kunnen we altijd nog een lege post gaan zoeken.” Grinnikt Tony. “Jullie moeten inderdaad naar A.” zegt Vanbruane die achter hen loopt. Zelf loopt ze met Selattin naar de toren, waarvoor ze eerst door de bar moeten van het VIP vertrek. “He Nadine, ik wist niet dat je van voetbal hield…” Max tikt op haar arm en kust haar op haar mond als ze zich omdraait. “Ik ben in functie… Max…” grinnikt ze “Ik ook… op uitnodiging van…” Hij wijst achter zich waar een stel hoge piefen aan de bar hangen met een wijntje. “Ik wist niet dat jij van voetbal hield…” glimlacht Nadine. “Nee, ik houd ook helemaal niet van voetbal, maar het is voor het Gents’ belang zal ik maar zeggen… Van deze mannen wil ik wat geld los krijgen om een paar projecten te subsidieren waarbij we oude wijken wat willen opknappen en ook willen we de bodem saneren van dat fabrieksterrein dat jullie…” Nadine kijkt naar Selattin die geduldig staat te wachten op discrete afstand “Ga maar vast, ik kom zo.” Belooft ze en ziet Selattin met een lachje weg lopen. Max is nog maar een half jaar burgemeester, hij is het in februari geworden nadat de vorige burgemeester is afgetreden. Het ging om een groot schandaal rondom vervuilde grond op een fabrieksterrein midden in een woonwijk. Vanbruane is redelijk trots op het feit dat haar politieteam een niet onbelangrijke rol heeft vervuld in het aan het licht brengen van dit schandaal. Om een paar redenen, natuurlijk kan het niet zo zijn dat een gemeente als Gent zijn inwoners maar gewoon op vervuilde stukken grond laat wonen en hun kinderen ziek laat worden en uiteindelijk zelfs plannen maakt om gewoon zonder bodemsanering een winkelcentrum te bouwen op die plek. Een tweede, niet onbelangrijke reden voor haar persoonlijk, is dat Max zijn oude burgemeesterspost nooit had verlaten was deze baan in Gent niet vrij gekomen. Voor hem was het een manier om uit de stad weg te gaan waar hij Margriet, zijn ex-vrouw, nog regelmatig tegen het lijf liep en om terug te gaan naar de stad waar hij geboren was. Hij had vluchtig gezien dat ze een vrouwelijke hoofdcommissaris van de politie hadden, hetgeen hem ook wel was bevallen. Max is wel wat vooruitstrevend in die dingen en blij als er ook eens vrouwen op zo’n post terecht komen. Daarbij, reden nummer drie, was de vorige burgemeester een grote seksistische kwal en ze was maar wat blij dat ze van hem verlost was. Die burgemeester was namelijk niet bijzonder dol op een vrouw als commissaris en liet geen optie voorbij gaan om dat te laten merken. Hoe vaak ze wel niet onterecht en ten overstaan van zoveel mogelijk mensen in zijn kantoor op de vingers was getikt. Ze raakt opnieuw geïrriteerd als ze aan die man denkt. Nee, het is voor heel Gent goed geweest dat ze het grondschandaal naar buiten hebben gebracht, men weet niet half wat een geluk men heeft met Max als burgemeester. Natuurlijk is haar visie niet echt objectief, maar ze denkt toch echt dat hij het wat beter en met meer gevoel doet. “Meneer Oudewaard, dit is mijn vriendin, Nadine Vanbruane…” Max sleept haar mee naar een van de oersaaie vastgoedmagnaten aan de bar, die ze zich nog vaag herinnert van een of andere garden-party… tuinfeest dus, waar ze laatst met Max is geweest. Vriendelijk glimlachend en zich bewust van de imponerende werking van het uniform dat ze aanheeft geeft ze de man een hand. Ze kan het niet helpen, maar om de een of andere reden wordt ze toch nog altijd wat verlegen als Max haar voorstelt aan mensen als zijn vriendin en ze realiseert zich hoe raar het moet zijn dat zij, de hoofdcommissaris, op dit moment in haar uniform met alle strepen, blozend de hand staat te schudden van een man die waarschijnlijk buiten veel geld verdienen bij langen aan niet gepresteerd heeft wat zij allemaal heeft gepresteerd. Die zeer realistische gedachte heeft echter niet als effect dat ze zich zekerder voelt en ook bij de volgende hand bloost ze weer net zo hard. Als de kwelling van het voorstellen en het even-gezelligheids-en-beleefdheids praatje voorbij is kan ze opgelucht naar de toren gaan. Goh, dus u bent hoofdcommissaris… merken de mannen dan altijd op, alsof ze het hebben over hun eigen vrouwen die naast een beetje leuk en mooie theaparty’s organiseren niet verbazend veel geweldigs doen voor de samenleving. Een beetje op de rotaryclub rondhangen en goede doelen sponsoren, tja, dat is nogal gemakkelijk als je man bakken met geld verdiend over de ruggen van arme medelanders… Goh, u bent hoofdcommissaris, goh… u giet betonkransen, goh, u schikt bloemen… alleraardigst zeg… “Het grut komt binnen…” wijst Selattin als ze de toren binnen komt en hij overhandigt haar een verrekijker. “Kijk daar in dat vak en in dat vak en daar, in vak H… dat zijn de grootste relschoppers, daar zitten ook de lui die we vanavond weer gaan ontmoeten…” Vanbruane kijkt even, er verschijnt een plagerig glimlachje om haar mond “Britt is niet bij een van de lastige vakken ingedeeld?” pest ze Selattin een beetje. Die kijkt haar even aan en trekt zijn wenkbrauwen op, ten teken dat ze hem niet op de kast zal krijgen en het dus ook niet hoeft te proberen. “Wat fijn dat het allemaal weer bij het normale is…” glimlacht Vanbruane en concentreert zich dan op de binnenkomende groepen voetbalbarbaren. Gestoken in de kleuren van hun club en de meest intellectuele teksten scanderend nemen zij plaats op de tribunes.
Tony kijkt wat jaloers naar de overkant waar zoals zij het ziet de raddraaiers de tribune op wandelen. “Wij hebben het saaiste vak…” moppert ze “Da’s ’t werk van uw vriendje zeker?” Britt kijkt haar met een lachje aan “Ben je niet blij dat je weer met mij mag werken.” Lacht ze. Tony schudt haar hoofd en rolt met haar ogen “Ik dacht dat je juist als een pijl uit een boog zou gaan als je terug kwam en kijk waar we nu zitten in het vak met de vaders en de zoontjes die echt voor de wedstrijd komen, gatsie…” Britt gaat lachend even zitten “Ja, er gebeurt toch niets hier, laten we eerlijk zijn…” zegt ze als ze Tony ziet kijken. Die ploft naast haar neer en leunt achterover terwijl ze kijken naar inderdaad een stel jolige vaders die met hun kinderen vrolijk lopen rond te dansen. “Zal ik hem maar zeggen dat ie niet op de stoelen mag gaan staan? Straks gaan de stoeltjes kapot…” grapt Britt. Tony knikt en zet haar handen aan haar mond “Eh!!!!” schreeuwt ze. Alle vaders kijken haar aan. “Nie-op-die-stoelen-staan!” schreeuwt ze. De mannen kijken haar aan en knikken gedwee. Ze leggen aan hun zoontjes uit dat op de stoelen staan verboden is en gaan dan weer vrolijk verder met rond dansen en dassen zwaaien, zonder daarbij nog op de stoelen te staan trouwens. “Goed gesproken Dierckx, alweer een paar voetbalcriminelen terecht gewezen…” grinnikt Britt. Naast haar begint een jongetje heel hard “’t is stil aan de overkant” te schreeuwen. “Ik moet dat toch ten zeerste bestrijden…” glimlacht Britt en tikt het ventje dan op zijn schouder “Je krijst me doof, wil je daar mee ophouden?” vraagt ze vriendelijk. “Ja, sorry mevrouw…” excuseert het manneke zich en gaat dan wat zachter verder met zijn lied. “Stel je voor, over een paar jaar zit Jaap hier, met Thomas…” mompelt Tony “Nou, dat heeft ie toch echt zelf in de hand hoor.” Meent Britt “Het is gaat erom hoe je ze opvoed.”
“He, ik zie Britt en Tony…” wijst Pasmans en stoot Raymond vrolijk aan “Ja, in het rustige vak.” Kan Raymond niet nalaten om te zeggen. Zij zijn dadelijk weer de halve wedstrijd bezig met klojo’s die in de hekken klimmen en de dames kunnen in alle rust van de wedstrijd genieten en dat terwijl die niet eens geïnteresseerd zijn in de afloop. Niet dat hij bijster geïnteresseerd is in de afloop, maar het gaat om het principe. De mensen in hun vak gaan volledig uit hun dak als de spelers een paar minuten later het veld op komen gedribbeld. Aan de overkant zit de hardcore-groep van Antwerpen en zij staan tussen de ras-hooligans van Gent ingeklemd. “Het heeft toch wel wat, zo met dat sfeertje.” Roept Pasmans vrolijk boven alle herrie uit. “sfeertje?” kan Raymond niet nalaten om wat sarcastisch te herhalen. Het is maar wat je ‘sfeer’ noemt, denkt hij. Pasmans doet wel meer domme dingen, dat is Raymond wel van hem gewend, maar dat die jongen maar niet lijkt te leren hoe je je gedraagt bij een voetbalwedstrijd is toch wat teleurstellend. “Wow, Raymond, wat een prachtige goal!” roept hij vrolijk als Antwerpen een goal scoort. De sfeerverhogende Gent-hooligan naast hem kijkt hem verbaasd aan en haalt alvast uit om hem op zijn bek te slaan als Pasmans geschrokken wat begint te stamelen over “Nouja, in principe dan, technisch gezien was die bal toch geschopt vanuit een mooie hoek en…” zijn stem sterft langzaam weg en Raymond komt hem zuchtend tot redding “Hij is niet helemaal normaal…” zegt hij vertrouwelijk tegen de buurman, om te zorgen dat die niet begint te schreeuwen dat zich hier een Antwerpen-fan bevindt in hun midden. Pasmans leert toch wel van deze angstige ervaring en doet er verder het zwijgen toe. Aan het eind van de wedstrijd, nog voor goed en wel bekend is dat die inderdaad in een gelijkspel is geëindigd, drommen de fans massaal naar de uitgang, het is alsof ze allemaal als eerste buiten willen zijn. Buiten het stadion beginnen de gewoonlijke kleine relletjes, maar het is niet zo’n puinzooi als gewoonlijk en na een paar arrestaties lijkt de boel tot rust te komen. Eens te meer een reden om aan te nemen dat er zodadelijk in de haven zeker wat vuurwerk zal zijn. Een gelijkspel in het stadion wordt toch meestal buiten nog beslist, de voetballers mogen dan na een teleurstellend twee-twee klaar zijn met hun werk, de hooligans van de verschillende clubs willen er toch een een-nul in hun voordeel aan toe kunnen voegen. Het is moeilijk te zeggen welke groep mensen zich sneller naar de haven spoed, de voetbalfans die daar hebben afgesproken of de politiemensen die eerst zijn ingezet bij het stadion om de boel in goede banen te leiden en nu naar de haven moeten om daar zwaargewonden en erger te voorkomen. Pasmans zit gehuld in zijn ME-outfit op de bank van een busje dat hobbelend door het gras richting afgesproken plek racet. Het lijkt erop dat zij de eersten zijn, ofwel dat de politie eerder ter plaatse is dan de relschoppers. “Als ik hier niet kotsend uit kom dan hebben we wel een kans om te winnen.” Grapt een van de mannen in het busje. “We zouden met die lui moeten afspreken dat er alleen nog gevochten wordt op plekken die via mooie, gladde asfaltwegen te bereiken zijn.” Moppert een ander terwijl hij met zijn hoofd bijna tegen het dak knalt bij de zoveelste hobbel. Wat wiebelig en wankel strompelen ze uit het busje als dat eindelijk stilstaat. “Sorry mensen…” glimlacht hun chauffeur en voegt zich bij een paar andere chauffeurs. “Ik ben geradbraakt.” Klaagt Vanneste tegen Raymond als hij hem ziet “Wat een rit…” mompelt ook Raymond. “OK mensen…” Selattin zwaait met zijn knuppel door de lucht om de aandacht te trekken. “We gaan nu allemaal naar de afgesproken plekken toe, de groepen die dicht bij de plek zijn, zorg dat ze jullie niet zien…” Hij wordt onderbroken door Vanneste die via de mobilofoon te horen krijgt dat er zich inderdaad groepen fans richting de haven begeven in snel verzamelde auto’s. “Het gaat dus echt gebeuren…” zucht Selattin, alsof hij nog de stille hoop had vanavond vroeg naar huis te kunnen. “Nouja, extra’s… zorg maar dat je klaar bent…” De groepen die als eerste zouden gaan zijn al vertrokken en liggen al her en der verspreid in het gras achter struikjes, klaar om in te grijpen. De grotere ME-macht die zal bij springen als versterking staat op een wat grotere afstand van de plek waar is afgesproken door de hooligans te wachten op wat komen gaat. “Vandaar dat ze het hier doen…” wijst Selattin op de lichten van de haven, waardoor het hier in de nacht nog licht genoeg is om elkaar te kunnen zien bij het vechten. Hoewel het al schemert is het nog niet echt donker als de eerste vechtersbazen aankomen op het veldje. Het blijken niet de meest sociale elementen te zijn, want ze hebben geen zin om te wachten tot de rest van hun maten arriveert, zodra de eerste tegenstanders het veld op rollen beginnen ze vrolijk te vechten, want daarvoor zijn ze toch eigenlijk gekomen, niet voor die duffe match… Britt kijkt Selattin aan die naast haar op de grond ligt “We kunnen ze gewoon ook elkaar laten afmaken…” stelt ze fluisterend voor “Dan doen we de gemeenschap een lol, weer een probleem opgelost…” Selattin glimlacht “Geloof me, zo zie ik het ook, maar laten we toch maar ingrijpen zo dadelijk.” Er komen meer en meer mensen aan, de auto’s staan her en der geparkeerd en het gevecht gaat onverminderd verder door de steeds nieuwe aanwas aan beide kanten. “OK, het lijkt me wel genoeg…” doelt Selattin op wat de camera’s tot nu toe hebben opgenomen. Over de walky-talky’s geeft hij het teken om in actie te komen, hetgeen de ME-ers die nu al voor hen doen erg lang op hun knieën in het vochtige gras liggen, maar al te graag doen. De versterking wordt ingelicht en komt naderbij, terwijl de eerste ploegen zich al in het feestgedruis storten. De hooligans lijken eerst niet door te hebben dat de nieuw ingevallen vechters allen het zelfde gekleed zijn en bewapend zijn met gummi-knuppels. Waarschijnlijk denken ze in eerste instantie dat het hier gaat om AAGent supporters vanwege de zee van blauw die hen overspoelt. Maar al snel wordt hen duidelijk dat ze te maken hebben met ‘de flikken’, hetgeen dan ook onmiddellijk van mond tot mond gaat. Een enkeling mompelt verbaasd “Hoe komen die flikken zo snel hier?” voor ze onder de voet worden gelopen door de enthousiaste ME-ers. Het is duidelijk dat ze meer vechters hadden verwacht, want de ME is met een overweldigende meerderheid gekomen. De mannen die nu nog aankomen om te vechten weten niet precies wat te doen, of hun makkers helpen en zich ook in de rellen storten, of kiezen voor eigen behoud en rechtsomkeer maken, zodat ze niet gearresteerd worden. Een ambulance komt aangejodeld, om eventueel supporters of ME-ers af te voeren. “Wie heeft die nodig?” roept Tony naar Britt die zich beide op een bijzonder grote, stevige kerel hebben gestort. “Ik hoop dat het een van hen is en niet een van ons.” Roept Britt terwijl ze de jongen nu overeind sleurt in de richting van een arrestantenwagen. “Britt heeft plezier.” Merkt Vanbruane droog op tegen Selattin die met haar tegen een andere arrestantenwagen geleund staat en ziet hoe Britt enthousiast haar arrestant de wagen in kegelt. Ze steekt vrolijk haar duim op naar haar baas en stort zich dan weer in het gevcht. “Tja, ze heeft hier even op gewacht.” Geeft Selattin toe. “Ik heb lol.” Roept Tony als ze Britt weer ziet “Ja, ik ook.” Roept Britt. “Dit moeten we vaker doen… kan ik mijn vecht technieken nog eens oefenen…” Tony gooit een van de mannen op de grond en draait zijn arm bijna uit de kom “Oh… zo was het dus niet…” mompelt ze. “Zeg Britt… hoe ging die ene draai ook al weer als je dan…” Ze kijkt om en ziet dat Britt belaagd wordt door twee kerels. In een handige zwaai haalt ze beide jongens onderuit door met haar knuppel hun benen onder hun lijf vandaan te maaien. “Bedankt,” Britt steekt haar duim op. “Verdomme, wie wordt daar weg gedragen?” vraagt Vanbruane als ze ziet dat een van hun eigen mensen naar de ziekenwagen wordt gebracht. “Ik ga even kijken.” Stelt Selattin haar gerust “Het zal wel meevallen…” Hij loopt rustig op de ziekenwagen af en ziet dan Raymond ook op de wagen afkomen. “Ze hebben Pasmans neer geklopt geloof ik.” Zegt hij een beetje verontschuldigend. Waarschijnlijk vindt hij dat hij beter op hem had moeten passen. “Huh? Hoe dan…?” Selattin kijkt naar Pasmans die rechtop zit en een zak ijs tegen zijn hoofd houdt. Hij lacht wat scheef naar Selattin, als om aan te geven dat het niet zo erg is. “Ze hebben zijn gummistok afgepakt en zijn helm afgerukt…” zucht Raymond. “Juist ja…” mompelt Selattin, die jongen is praktisch gezien een ramp. Als je een rel als deze met de computer zou kunnen oplossen zou hij hem onmiddellijk vragen, maar als het gaat om mensen van vlees en bloed moet je Pasmans niet hebben. “Rust een beetje uit.” Roept hij naar Pasmans “Ik kan zo weer terug hoor…” piept die, hij haalt het ijs even van zijn hoofd en Selattin ziet dat er een flinke bult op verschijnt. Volgende keer Pasmans niet mee laten doen, maakt hij een mentale notitie en schudt dan zijn hoofd “Jij hebt al een mooie bult opgelopen, de anderen mogen ook even…” glimlacht hij “Je blijft hier zitten… geef me je stok maar…” Pasmans kijkt hem ongelukkig aan “Die is daar…” wijst hij naar de vechtende kluwe. “Oh… OK, dat is dus niet meer nodig en je helm?” Selattin kan het wel raden en is niet bijzonder verrast als Pasmans weer een beweging maakt in de richting van het gevecht. Selattin kijkt wat traag om en ziet nog net hoe Raymond plots struikelt over iets, terwijl hij nog maar nauwelijks bij de vechtersbazen is aangekomen. “Godver…” komt Raymond vloekend overeind en kijkt waar hij over gevallen is, weer een of ander konijnenhol zeker. Een volgende vloek ontsnapt hem als hij ziet dat hij gevallen is over een helm. “Hier Pasmans… uw helm!” Hij gooit het ding richting de ambulance waar Selattin het atletisch op vangt. “Hier, raak hem niet weer kwijt.” Selattin duwt het geval in de handen van een verbaasde Pasmans. “Heb je de gast die je geslagen heeft wel gearresteerd?” vraagt Selattin. Pasmans schudt triestig zijn hoofd. “Geen tijd…” murmelt hij. “OK, ik denk dat Raymond hem wel kan vinden…” Hij kijkt naar de kluwe waar Raymond inderdaad verwoed zoekt naar de onverlaat die zijn partner de bult heeft bezorgd. Het vechten duurt nog even voort en het is dan ook al laat als een stel gearresteerde supporters en de politiemensen het commissariaat komen binnen gestrompeld. “Oef…” Britt laat water uit de kraan over haar handen stromen en gooit met plenzen in haar gezicht “Dat was me weer een leuke avond…” grinnikt Tony en trekt haar jas uit. “Maar meteen door voor verhoor dan maar…” stelt ze voor. Britt knikt en volgt haar door de gang. “Red je het nog?” Selattin die ze tegenkomen net voor ze het verhoor in willen duiken veegt wat natte haren van Britts’ voorhoofd en zoent haar kort. “Mensen we hebben ander werk te doen…” onderbreekt Vanbruane hem. “Ik red het nog wel…” glimlacht Britt en gaat snel de verhoorkamer in achter Tony aan. “Zo…,” begint Tony net op het moment dat zij binnenkomt. “Ik hoor dat je een collega van ons in elkaar geklopt hebt… dat is niet zo mooi. Kijk dat jullie elkaar willen afmaken, tja… doe zo voort zou ik zeggen, de wereld is beter af zonder jullie, maar een van ons… Daar word ik niet blij van…” Britt kijkt Tony aan “Wie hebben ze in elkaar geslagen dan?” Tony haalt haar schouders op en kijkt dan op het papier “Pasmans…” zegt ze dan. Britt trekt haar wenkbrauwen op “en jij durft te beweren dat je dat niet zelfs een klein beetje leuk vindt…” grinnikt ze. Tony probeert een lachje te verbergen “Tja, dat doet er nu niet toe, het gaat om het principe…” zegt ze dan als de jongen weer aan kijkt. “Ja luister eens…” begint de jongen “Hij stond daar een beetje met die knuppel te zwaaien, dus ik probeer voor de grap of ik dat ding af kon pakken… Nou, dat lukte en toen rukte Aard zijn helm af… dat lukte ook. Ja ik bedoel, die sukkel vroeg er gewoon om…” Britt trekt een gezicht “Waarom heb ik geen moeite me dat voor te stellen.” Mompelt ze. Ze staat op en stapt naar buiten “Vanneste…” ze roept Ben omdat het de eerste is die ze ziet “Hoe is het met Pasmans, is hij erg gewond?” Vanneste schudt zijn hoofd “Ik heb van Sel begrepen dat ie alleen een bult had op zijn voorhoofd, verder niets aan de hand… Sel heeft hem alleen uit het gevecht gehaald om erger te voorkomen… dat snap je, ja die sukkel…” Britt knikt “Ja, bedankt…” glimlacht ze en stapt weer terug het verhoor in.
“Kijk, dit is ook een leuk ding, dat doe je zo gezellig om je vingers en dan kan je wat puntjes in het gezicht van je tegenstander graveren…” showt Vanneste een boxbeugel met daaraan een paar mooie punten bevestigd. “Of in iemand zijn helm…” Raymond kijkt wat beteuterd naar de helm die hij heeft gebruikt en die overduidelijk heel wat te lijden heeft gehad in het gevecht. “We hebben een iemand gehad in het verhoor die zei dat ie daar niet was.” Lacht Tony “hoe dom denkt zo’n gast dat we zijn?” Vanneste kijkt haar aan “Nou, als ik uw gezicht zo zie, dan denk ik…” Verder komt ie niet omdat er een gummiknuppel zijn kant uit komt gezeild waarvoor hij moet duiken. De knuppel komt tegen de deur van het kantoor van Vanbruane die vervolgens de deur open rukt met een “Ja, wat?” Vanneste wijst op Tony “Zij wilde u spreken baas.” Tony kauwt verwoed op haar kauwgom en trekt een gezicht naar Vanneste die gemeen lachend de kleedkamer in verdwijnt. “Kunt u even mijn knuppel terug gooien, baas?” Vanbruane rolt met haar ogen en gooit met een mooie boog de knuppel terug naar de eigenaresse. “Dat was weer een succesvol avondje.” Vindt ze “Het belastinggeld van ons, arme belastingbetalers is weer eens goed besteed… Wie zei ook alweer dat voetbal zo’n leuke volkssport is? Het kijken ernaar wordt in ieder geval wel bekostigt door het volk, dus als dat een criterium is om iets een volkssport te noemen…” Ze gaat op het bureau van Vanneste zitten en kijkt even rond. “Zijn jullie verder klaar?” Raymond knikt “De rest van de verslagen kan ik morgen wel afmaken.” Zegt hij “Ik heb het algemene verslag af.” Britt knikt “Ik ook…” zucht ze wat vermoeid. “Nou vooruit iedereen, op naar huis dan… tot morgenmiddag allemaal.” Britt kijkt wat verbaasd “Komt u ook?” vraagt ze. “Oh… weet ik nog niet, ik denk dat ik wel even aan kom wippen…” Tony kijkt Britt aan “Haar vriend moet morgen aanwezig zijn bij die Afrikadag waar wij ook heen moeten…” Vanbruane knikt “Inderdaad ja, daarom dacht ik dat ik wel even langs kon komen, ik heb toch niets beters te doen… en ik moet daarna toch ook naar de Afikadag.” Tony lacht “In functie?” ze staat op en loopt naar de kleedkamer “Hangt er vanaf welke functie je bedoeld…” glimlacht Vanbruane en gaat haar jas halen.
“Goedemiddag…” Tony gaapt even flink als Britt binnen komt “Hoe lang zit jij hier al?” vraagt die verbaasd “Niet zo lang hoor, maar uitslapen was er niet bij vanochtend.” Moppert ze. “Ik heb heerlijk uitgeslapen… de kinderen zijn bij mijn moeder dus er heerst een serene rust in hui…” Ze stopt als ze Selattin al zingend aan hoort komen. “Behalve dan zijn gezang…” wijst ze achter zich. “Ja, sorry hoor,” roept Selattin alvast als ie binnen komt, “Maar dat liedje zit al de hele ochtend in mijn kop en ik krijg het er maar niet uit, het enige wat nu nog helpt is het hele stomme lied afzingen, maar ik ken het einde niet…” Tony kijkt Britt aan die hoofdschuddend tegenover haar gaat zitten. “En wat jij ook probeerde, je kreeg het niet uit zijn hoofd, zelfs niet…” Britt kijkt haar met een lachje aan “Ach, hij hield wel op met zingen toen we…” Ze bijt op haar lip en giechelt even “Wat is er te lachen dames?” roept Vanneste vrolijk als hij binnen komt. “Niets…” zegt Britt snel met een waarschuwende blik op Tony. “Ha, Ben, weet jij misschien het einde van dit liedje?” Selattin begint enthousiast weer vooraan te zingen. “He ja… dat liedje heb ik ook al de hele ochtend in mijn kop hangen…” zegt Vanneste even enthousiast. “Hoe toevallig…” mompelt Britt. “Waarschijnlijk was het vanochtend op de radio ofzo en hebben ze alletwee per ongeluk een stukje gehoord, zo gaan die dingen… zo toevallig is het ook weer niet…” mompelt Tony. “Geloof me, ik denk heus niet dat het bovennatuurlijk is dat ze allebei dat liedje hebben ik…” Ze kijkt hoe Vanneste en Selattin uit volle borst het lied lopen te schreeuwen, want zingen kan je het haast niet noemen “Ik vind het alleen bovennatuurlijk ergerlijk.” Moppert ze. “Nouja, jullie hebben tenminste wel goed geslapen…” sust Tony. “Dat wel…” zegt Britt meteen weer blij “En lekker ontbijt op bed gekregen…” voegt ze er aan toe om Tony nog jaloerser te maken. “Willen jullie niet zo hard zingen…?” Pasmans komt binnen, met om zijn hoofd een verband “Dan krijg ik echt hoofdpijn…” Hij tikt op het verband. “Mijn God, hebben ze je gisteren zo hard aangepakt?” vraagt Britt verbaasd, zij had van Selattin begrepen dat het maar een kleine bult was. Pasmans kijkt zuinig “Ja, twee van die grote kerels wierpen zich op me en…” Britt en Tony kijken elkaar aan “Die jongen die wij gisteren verhoorden was anders niet echt een grote kerel, een erg miezerig mannetje eigenlijk…” Pasmans perst zijn lippen op elkaar en gaat zitten. Britt wacht even tot Raymond binnen is en gaat dan op haar bureau zitten. “Luister, we worden over een half uur in het Liedermeerspark verwacht, daar is de enige toegang tot het terrein. Mensen zullen waarschijnlijk parkeren in de Lange Streepstraat, dus daar staat iemand om hen door te verwijzen naar het officiële parkeerterrein aan de Liedermeersweg. Maar jullie weten het, om een euro te besparen doen mensen veel. De toegang bij de Verloren Broodstraat is afgezet en alleen bruikbaar voor politie, brandweer en ambulance, mocht het nodig zijn. De Klaverweg, de Meidoornlaan en de Violierstraat zijn afgezet en alleen toegankelijk voor mensen die er wonen, dit om wederom problemen met de auto’s te voorkomen. Er rijden bussen van af het station, eenmaal in het half uur geloof ik. Men verwacht dat een aantal bezoekers met de trein zal komen… Op de Hundelgemse Steenweg hebben we ook wat extra mensen in gezet om dat de meeste mensen langs daar zullen komen. Ik heb posten hier en hier en hier opgezet… hier is een hek, want hierachter ligt de Schelde en we willen niet dat een verloren gelopen Afrikaan zo het water in zou wandelen…” Ze wijst wat aan op de kaart die ze op het whiteboard heeft geklemd. “Zo’n lampje wil ik ook.” Mompelt Vanneste, doelend op het rode lichtje waarmee Britt alles aan kan wijzen. Het is inderdaad een fijn ding, ze hoeft geen centimeter te verkassen en kan toch alles op het bord aanwijzen. “Ik denk dat het allemaal wel redelijk zal verlopen, het publiek dat op zo’n evenement komt is vaak niet zo’n lastig publiek. Er zullen mensen zijn met standjes over allerlei projecten die in men in heel Afrika heeft opgezet, het gaat om Aids-projecten, Boerderijprojecten, noem maar op… er zullen dus heel wat nonnen en fraters rondlopen die dat soort projecten vertegenwoordigen, want de meeste zijn opgezet vanuit de missieprojecten… Het zit er dus tjokvol vrijwilligers en verder zullen er wat Afrikaanse muziekgroepen zijn, wat grote organisaties als WWF en dat soort dingen om aandacht te vragen voor de natuur, een anti-Shell-mensenrechtenstandje…” Ze kijkt op haar papier waarom alle kraampjes zijn genoemd en werpt een korte blik op de aangehechte vellen waarop de organisaties bijzonderheden over hun project hebben opgeschreven. “Er is niet echt iets bij waarvan ik veel problemen verwacht. Bezoekers zijn verder belangstellende van overal, er komen ook veel mensen uit Nederland met projecten, dus ik verwacht de aanhang daar van ook hier, die zullen wel met de trein komen, gok ik… Als het goed is heeft de organisatie verder gezorgd voor bordjes en dat soort zaken, zodat iedereen op de juiste plek uitkomt, het ziet er op de website allemaal wel redelijk professioneel uit… Ik denk dat het een leuk dagje wordt voor iedereen, of het moet zijn dat onze fijne nazi-gemeenschap lucht heeft gekregen van deze dag, maar die zijn meestal zo vroeg nog niet op. Ieder van jullie krijgt een paar mensen tot zijn beschikking, het idee is dat je die even brieft en verder zullen we het wel zien gebeuren. Ik zit in de mobiele politiepost die op het terrein is opgezet dat is hier….” Het lichtje schiet naar een plek in de hoek van het terrein. “En als ik daar niet ben ben ik bereikbaar…” Ze zwaait met een mobieltje en een walky talky in de lucht. Net als ze zegt “Nou, ieder heeft het papier gekregen, dus ieder weet wat hem of haar te doen staat…” komt Vanbruane binnen gehaast. “Sorry, ik wilde hier eerder zijn, maar…” zegt ze tegen Britt als ze ziet dat alle teamleden al op staan en de gang op wandelen. “Geeft niet, alles is geregeld, ik verwacht niet veel problemen. Raymon en Pasmans moeten de mannen op de weg waarschuwen, dus alle afzettingen en parkeertrubbels zijn hun verantwoordelijkheid. Selattin en Ben zijn de mannen van het terrein, zij gaan er nu al heen om te praten met de mensen die we daar krijgen en Tony en ik bemannen de post, dus dat is OK…” Vanbruane knikt opgelucht “Hoe is dit?” Ze draait een rondje voor Britt en Tony, die knikken waarderen. “U ziet er prachtig uit baas, helemaal op en top de vriendin van de burgemeester…” grinniken ze. “Zullen we ook zo maar gaan dan?” stelt Tony voor. “Ja, ik rijd met jullie mee, dan hoef ik mijn auto daar niet op een parkeerterrein kwijt te raken…” zegt Vanbruane snel terwijl ze door loopt naar haar kantoortje. “De parkeervoorzieningen zijn anders uitstekend…” leest Britt van de website af die ze nu geopend heeft om nog een laatste blik te werpen op de informatie die de bezoekers hebben gekregen over de verkeerssituaties.
Het terrein begint al aardig vol te lopen als Britt en Tony even later met Vanbruane in de politiepost zitten. Politiemensen lopen af en aan met vragen over dit of dat, maar voor de rest is het ontzettend rustig. “Moet je zien, wat mooi.” Wijst Britt en kijkt door haar verrekijker naar een groep uit Mauritanië die een rituele dans staan te oefenen, midden op het veld. “Het is geweldig dat het zo’n mooi weer is.” Vindt Vanbruane. Ze hangt achterover met een blikje cola en geniet van de activiteit op het veld. Mensen in alle kleuren van de regenboog lopen door elkaar heen en vallen elkaar in de armen als ze elkaar opeens blijken te kennen. Vrijwilligers hebben zich op de kraampjes gestort om allemaal hun project zo mooi mogelijk naar voren te laten komen. De Afrika-dag is er duidelijk een van een bonte verzameling mensen, met de meest prachtige jurken. “Ik wil ook zo’n gewaad.” Wijst Tony “Lijkt me geweldig, ik bedoel je kunt er alles in… Het is niet zoals een jurk waar je je nauwelijks in kunt bewegen.” Ze werpt een blik op Vanbruane, die naar haar idee iets aanheeft wat precies aan de ongemakkelijke beschrijving voldoet. “Valt mee hoor.” Zegt die snel en beweegt haar armen wild op en neer om aan te tonen dat het jurkje comfortabeler zit dan het eruit ziet. “Ja, ja,” zegt Tony, niet echt overtuigd. “Jaap komt ook vandaag, hij vond het leuk voor de kinderen.” Zegt ze om naar een ander onderwerp te gaan. “Het is ook leuk voor de kinderen.” Zegt Britt “Ik denk dat mijn ouders ook komen met Dorien en Nabi, ik heb ze tenminste gezegd dat ze hierheen konden gaan, de kinderen moeten toch vanavond weer hier zijn. En Mihriban zal zeker nog langs komen… Ze heeft trouwens weer een nieuwe vriend, erg spannend… Ik heb hem nog niet gezien… maar ik heb er wel al veel over gehoord en ze heeft hem pas een paar dagen. Misschien neemt ze hem mee hier heen.” Tony glimlacht “Heeft Sel hem al gezien?” Britt maakt een grimas “Geloof me, als ik hem nog niet heb mogen aanschouwen, dan hij zeker niet… daar is Mihriban zeer consequent in. Ze is er van de ‘vrouwen onder elkaar’ zal ik maar zeggen…” Tony lacht “Dus ze vertelt Sel niets, hij moet alles van jou horen…” Vanbruane staat op en trekt haar jurk recht “Zoiets ja.” Geeft Britt toe. “Nou, ik ga naar Max toe.” Wijst ze op haar vriend die nu de politiepost nadert. “Hij moet dadelijk bij de opening een toespraak doen en ik moet lief glimlachen…” Tony kijkt haar aan “En blij dat je bent met zo’n hersenloze functie, moet een burgermeester niet gewoon een lieftallig iemand naast hem hebben staan die vooral niet veel kan zeggen en…” Vanbruane trekt een gezicht “Privé willen die mensen ook nog wel eens een keer een leuk gesprek voeren en ik heb er geen moeite mee om me nu gewoon rustig te houden…” laat ze Tony weten op het moment dat Max de deur van de politiepost open rukt. “Dames…” zegt hij “Nadine…” Hij kijkt even naar haar en fluit waarderend. “Weer even mooi als altijd…” glimlacht hij en neemt haar vrolijk in zijn armen. Als hij een kust op haar lippen drukt kijkt Tony Britt aan “Die man kent geen schaamte, dat blijkt…” mompelt ze duidelijk hoorbaar. Vanbruane daarentegen heeft wel schaamte en er komt een lichte blos op haar wangen na de woorden van Tony. “Baas, Tony maakt een geintje.” Lacht Britt “U weet toch zelf hoe wij zijn?” Vanbruane kan wel door de grond zakken, op dit gebied is ze helaas ultra-verlegen en dat blijft ook zo, ze kan er niets aan doen, een kleine opmerking van Tony en ze voelt zich al opgelaten. “Kom op… dames, veel plezier met het werk vandaag, ik neem jullie baas mee, zodat jullie weer verder kunnen met… sprite drinken…” doelt hij op de blikjes die klaar staan om naar binnen gegoten te worden. “Danku, danku, ja u stoorde ons al vreselijk, meneer de burgemeester…” grapt Britt. “We komen dadelijk wel even luisteren naar de toespraak hoor,” belooft Tony “We zijn wel enigszins mobiel…” om dat te demonstreren rijdt ze haar verrijdbare kantoorstoel een paar centimeter op en neer. “maar verder hoop ik dat er vandaag niet veel gebeurd waarvoor ik moet opstaan, die voetbalmisere van gisterenavond was laat genoeg!” Max knikt “En ik herinner mij je kinderen en die zijn ongetwijfeld ’s ochtends weer vroeg uit de veren.” Verklaart hij Tony’s wallen onder haar ogen. “Kom, we moeten gaan…” Hij neemt Nadine bij de hand en trekt haar mee de politiepost uit. “Wat leuk, zo verliefd…” zucht Britt met een glimlach als ze de twee hand in hand weg ziet wandelen. “Ja, ’t zijn net mensen zo…” grinnikt Tony.
Na de toespraak gaan Tony en Britt weer op hun stoelen zitten en houden met de verrekijker alles in de gaten. Af en toe loopt een van hen eens een rondje om ook wat van de optredens mee te pikken en Selattin komt ook af en toe even langs, zogenaamd om op de hoogte te blijven van nieuwe orders, hetgeen ook wel via de walky-talky kan. “Zeg, je hoeft die nieuwe orders niet tussen haar amandelen uit te vissen hoor…” grinnikt Tony als Selattin met zijn doorzichtige smoes binnen komt en Britt in de armen neemt. “Nog even en ik geef jullie aan, in uniform in een politiepost in het volle honderd voor het open raam… erger kan niet… Verwacht maar vast een bezoek van het IT!” Ze staan nog vrolijk met zijn allen te kletsen als er op de deur geklopt wordt. “Binnen.” Roept Tony haastig. Een vrouw opent de deur en stapt binnen met een jankende peuter aan haar hand. Dat is de eerste verdwaalde van vandaag. “Ze is haar moeder kwijt…” wijst de vrouw. “OK, we roepen haar wel om, heeft u haar naam al gevraagd?” wil Tony weten. Het donkerbruine peutertje kijkt haar verbaasd aan als ze haar naar haar naam vraagt. “Volgens mij spreekt ze geen Vlaams.” Zegt de vrouw nog voor ze weg gaat. “Nou, daar zitten we dan lekker mee… wie weet wat voor inheems krioelisch dit kind spreekt.” Moppert Tony, terwijl Britt het meisje een speciaal voor dit doel meegebrachte lolly in haar hand duwt. Het kind lijkt even een beetje te bedaren en neemt voorzichtig een paar likjes van de lolly, maar zet het dan weer op een brullen. “Ik denk dat ik maar een omroepbericht in het Engels doe, als zij het niet spreekt zullen die ouders het ook niet spreken, ze hoort vast bij een of andere internationale groep.” Selattin knikt “Ik zal ondertussen rondkijken of ik een stel ouders naar een kind zie zoeken, als ik daarbuiten loop…” met een knikje op het raam verdwijnt hij het terrein op, terwijl Britt in keurig Engels een beschrijving van het meisje en een oproep om haar te komen halen over het terrein doet schallen. “Ha, nummer een van vandaag…” Nadine steekt haar vinger op en Max kijkt haar lachend aan. “Niet jouw probleem, jij bent vrij vandaag.” Zegt hij en legt zijn arm om haar middel. Ze staan te kijken bij een prachtige dans van een groep uit Zaire. “Ja, ik ben vrij…” zucht ze blij en kijkt even opzij naar Max, die van de gelegenheid gebruik maakt om haar te kussen. “Denk je niet dat mensen het vreemd vinden dat je eerst als burgemeester daar een toespraak houdt en ze je nu hier tussen het publiek zien, kussend met mij?” vraagt ze met een lachje “Waarom zou dat vreemd zijn? Je bent een prachtige vrouw, ik ben verliefd op je en toevallig ben ik burgemeester, so what… De mensen zullen jaloers zijn, dat zullen ze zijn… omdat ik de mooiste, slimste, geweldigste vrouw aan mijn zij heb… en weet je wat, dat maakt me niet uit, laat ze maar jaloers zijn… Zo lang jij de mijne bent…” zucht hij romantisch. “En alle vrouwen zullen jaloers zijn op mij…” glimlacht Nadine “Omdat ik er vandoor ga met de knapste spreker die ze hier op het festival zullen tegenkomen…” Max lacht “Ik ben anders nog steeds bang dat je me zo dadelijk zult laten staan om er vandoor te gaan met zo’n knappe gespierde Mauritaniër ofzo.” Nadine drukt zich tegen hem aan als om te bewijzen dat ze geen knappe Mauritanier nodig heeft, haar leven is zo al mooi genoeg. “Hoi commissaris,” horen ze achter zich een bekende stem. Ze draaien zich om en zien Jaap staan met twee dansende kinderen om hem heen. “Dit swingt…” roept Vera vrolijk als Max haar vraagt of ze de muziek leuk vindt. “Dit is vet-cool.” Voegt Thomas daar twee nieuwe woorden aan toe hij op school heeft opgepikt. “Waar is Tony?” vraagt Jaap net als er een tweede oproep voor het verdwaalde kind over het terrein rolt. “Daar…” wijst Nadine naar de politiepost “makkelijk te vinden.” Jaap knikt met een lach en neemt de kinderen mee richting politiepost. “Hallo, ik heb hier nog twee kinderen die hun moeder zoeken.” Grapt hij als hij binnenstapt. “Tony!” roept Vera en werpt zich in Tony’s armen “Tony!” schreeuwt Thomas en klemt zich vast aan haar benen. Het meisje dat inmiddels gestopt is met huilen kijkt met grote ogen van verbazing vanaf de tafel waar ze zit,neer op de twee kinderen. “Wie is dat?” roept Vera vrolijk. “Dat meisje is haar mama kwijt.” Legt Britt uit en kijkt verlangend uit het raam. Ze hoopt dat de ouders van het meisje snel zullen komen. Gelukkig hoeven ze niet al te lang te wachten, een vrouw in een prachtig kostuum komt aangelopen en het meisje werpt zich al in haar armen voor ze de deur goed en wel open heeft gedaan. “Ha, en daar zijn mijn kinderen ook…” glimlacht Britt als ze haar ouders met de wandelwagen aan ziet komen. “OK, ik ga even met Vera en Thomas mee, ik ben zo terug, dan kan jij even met jouw kinderen rond.” Stelt Tony voor. Britt knikt instemmend. “Dan roep ik Selattin even hierheen,” bedenkt ze als Tony net de post is uitgestapt om met haar kinderen even rond te lopen. “Hoi mam, hoi pap, wat te drinken?” vraagt ze terwijl ze Nabila uit de wandelwagen tilt. “Het is behoorlijk warm, dus ja, doe maar…” stelt Anne voor. “Heb je dat kraampje gezien daar… wat een prachtige foto’s hebben ze daar.” Wijst Martin als Dorien naderbij komt. “Ja, van bloemen, kom ga je nog even er mee naar toe, opa?” roept Dorien vrolijk nadat ze haar moeder heeft omhelst. Met een lach kijkt Britt hoe haar dochter en haar vader zich weer uit de voeten maken om te gaan kijken naar… hoe kan het ook anders, een stel bloemen…
Einde
Geschreven door Holymary mins |