Hij kan je helpen...
Britt pakt Dorien bij als ze het winkelcentrum binnen stappen. "Dicht
bij me blijven Dorien, anders raken we elkaar zo kwijt." De zomerdrukte is
zoals gewoonlijk weer enorm. Dorien wijst op een winkeltje met kinderkleding.
"Daar misschien?’ Britt haalt haar schouders op en stapt achter Dorien
aan het winkeltje binnen. Die vliegt meteen op de babykleertjes af. "Dit is
leuk." Ze houdt een tuinbroekje van spijkerstof omhoog. Britt bekijkt het
eens "Ja," zegt ze dan "Dat is inderdaad leuk. Nu nog de juiste
maat. Dorien… zoek jij maar vaste en truitje erbij. Iets voor de zomer."
Een blonde dame stapt op hen af "Kan ik u helpen?" Roept ze vrolijk in
Britts gezicht. Britt schudt haar hoofd en zoekt het prijskaartje van het
broekje "Ah…" zegt de vrouw "U heeft de kleine zelf niet
meegebracht? Groot gelijk, het winkelt zo lastig met kinderen. Zeker als het zo
druk is… je zit met de kinderwagen zo vast…" ratelt ze door. Britt
kijkt verstoord op "Uh?" De vrouw wijst op het broekje "U heeft
de baby thuis gelaten!" Roept ze nu duidelijk articulerend, alsof Britt zo
gek is als een deur. Britt kijkt haar vragend aan "Het is niet…’ Dorien
steekt haar hoofd om de hoek. "Deze of deze?" Ze houdt twee T-shirtjes
met lange mouwtjes op. De blonde dame maakt zich tot Britts opluchting snel uit
de voeten. Wat een verwarrende vrouw. Britt schudt haar hoofd. "Mam?"
Dorien trekt een gezicht en gaat erbij staan als een uithangbord. "Oh…
sorry… eh, die is leuk." Britt wijst op een rood-wit gestreept T-shirtje
met een klein olifantje op het zakje. "Vond ik ook." Dorien huppelt
weg om het andere shirtje weg te hangen. "Kom,"Britt loopt snel
richting de kassa "Dan kunnen we weer weg… het is hier zo druk." Ze
legt de kleertjes op de toonbank "En warm," puft Dorien "Ik krijg
gewoon koppijn van de hitte… Oh kijk, dit is leuk." Ze wijst op een paar
petten met een Tweety-figuurtje erop. Britt kijkt er naar "Neem maar, kun
je mooi op als we naar zee gaan. Die nemen we voor Vera ook een erbij." Ze
legt de twee petjes er nog bij en rekent af. De blonde vrouw stopt alles in een
te vrolijk gekleurde tas en overhandigt die met een zoete glimlach aan Dorien.
Die propt het hele zaakje in haar rugzak en huppelt dan achter Britt aan de
winkel uit. Als ze terug gaan richting de uitgang houdt Dorien Britt opnieuw
tegen. "Mama wacht, ik moet daar even in." Ze wijst op de boekenwinkel
"OK." Britt stapt erop af. "Nee, nee, ik alleen… het is een
verassing voor jou." Britt blijft verbaasd staan, terwijl Dorien tussen de
winkelende mensen verdwijnt. "Ik wacht hier," roept ze nog even. Ze
gaat op de balustrade hangen en kijkt het winkelcentrum in. Het is er zo een in
drie verdiepingen en als je op de bovenste verdieping staat kijk je een flink
eind de diepte in. Britt komt hier op zich best graag. Maar vandaag is het te
warm, te heet, ze heeft er koppijn van, ze heeft niet goed geslapen. Te lang
doorgewerkt gisteren en het is net alsof ze vandaag niets op een rijtje kan
zetten. Peinzend kijkt ze voor zich uit. "Gaat het?" Hoort ze
plotseling naast zich. Verbaasd kijkt ze opzij. Ze kijkt recht in het
vriendelijke gezicht van een vrouw van haar leeftijd. "Ken ik u?"
Vraagt ze twijfelend. "Moet dat dan?" Is de wedervraag "Moeten we
iemand kennen om ons zorgen te mogen maken om die persoon…?" Britt slaat
haar ogen even neer, ze heeft echt te laat gewerkt gisteren. Het lijkt net alsof
alle mensen vreemd zijn vandaag… of is zij gewoon zo raar? "Ik denk het
niet…" geeft ze toe. De vrouw kijkt haar vol medelijden aan. "U bent
verdrietig, u heeft veel meegemaakt… u mist iets, iemand… en toch… u wilt
sterk zijn… u bent bang. Dat zie ik aan u." Zegt ze. Britt doet een
stapje terug. "Nee, nee," ze wijst op de boekenwinkel "Ik wacht
gewoon op mijn dochter. Ze is daar binnen." De vrouw knikt "U heeft
een dochter? Daarom wilt u zo sterk zijn. Er zijn mensen met wie u kunt praten…
zij kunnen u helpen. Ik ken die mensen." Britt doet een stap richting de
winkel en knikt de vrouw vriendelijk toe ten afscheid. "Dat is niet nodig…
dat zal niet…" Ze ziet Dorien de winkel uitkomen, naast een jongen van
een jaar of 10 met mooie blonde krullen. Ze lopen beiden recht op haar af. Britt
loopt naar Dorien toe en kijkt even naar de jongen die door lijkt te lopen naar
de vrouw. "Ik zie u wel weer…" zegt de vrouw nog en verdwijnt dan
tussen de mensen. Britt zoekt het blonde knaapje. "Wie was dat, mama?"
Leidt Dorien haar aandacht af, ze grijpt Britts hand vast. "Weet ik niet…
ik ken haar niet." Antwoordt Britt "Wat wilde ze dan?" Dorien
huppelt naast haar moeder richting de roltrappen "Praten…" sluit
Britt het onderwerp af.
"OK, mag ik weten waarom juist wij weer uitgekozen zijn voor deze
zaak?" Tony slentert een winkeltje in waar ze sieraden verkopen. Britt
bekijkt een zilveren ringetje "Kennelijk kunnen wij twee ons geheel
onopvallend tussen winkelend publiek begeven." Zegt ze, terwijl ze naar de
overkant kijkt. Tony volgt haar blik "Je hebt gelijk… slechter als
Vanneste kan niemand dat. Mijn god, kijk dat dan lopen gelijk een mannequin. Die
onnozelaar gaat zeker nooit winkelen. Iedereen ziet toch van een kilometer
afstand dat ‘m een flik is, dát of een zot!" Britt lacht "Hij zal
dat laatste willen uitbeelden…" zegt ze. "Romeo 1 voor mama 1"
kraakt het door de microfoon "Mama 1 luistert." Antwoordt Britt
"Geen activiteit aan deze kant, activiteit aan uw kant?" Britt kijkt
om zich heen, geen vermeende tasjesdief te bespeuren "Negatief." Zegt
ze en stapt achter Tony aan de winkel uit. "Die tasjesdieven hebben ook wel
eens een dagje vrij." Meent Tony. "Hoe vond Vera het op haar eerste
verjaardag?" Vraagt Britt als ze bij Tony loopt. "Oh, nou… ik had de
cadeautjes ingepakt, iets beters had ik niet kunnen doen. De cadeautjes waren
nog niet half zo interessant als het papier." Britt lacht "Dat had ik
je ook wel kunnen vertellen… toen Dorien 1 werd had Mark…." Opeens
blijft ze staan en legt haar hand op haar voorhoofd. "Ça va?" Tony
stapt bezorgd naar Britt toe. Die knikt kort en haalt haar hand weg. Ze kijkt er
nogal glazig bij "Zal ’t gaan?" Britt doet kordaat een stap naar
Tony toe "Het is niks, een beetje moe denk ik. Slecht geslapen…"
verklaart ze. "Heb je liggen piekeren?" Wil Tony weten. Britt schudt
haar hoofd "Welnee, het is gewoon te warm… Ik…" ze kijkt even rond
"Ik ga wel even zitten… goed?" Ze wijst op een bankje. Tony knikt en
loopt bezorgd met haar mee. "Ik loopt even verder, ik geef wel een gil als
ik tasjesdieven zie opdoemen." Grapt ze "Kan ik iets voor je halen?
Iets te drinken misschien?" Britt schudt haar hoofd en houdt een flesje spa
blauw omhoog "Heb al. Het is echt niks, gewoon even zitten en dan zal het
zo wel beter gaan." De radio kraakt weer als Tony weg stapt. "Romeo 1
voor mama 1." Klinkt Vannestes geamuseerde stem. "Mengen onder het
publiek, Michiels, da’s toch niet gaan hangen op een bankje." Britt kijkt
boven zich. Vanneste en Selattin hangen over de balustrade en zwaaien eventjes.
"Houw je klote opmerkingen even voor je, ja!" Hoort Britt Tony in het
microfoontje snauwen. Vanneste en Selattin wandelen weer weg en Britt probeert
zich even te ontspannen. Als ze zeker is dat geen van haar collega’s haar nog
zien kan pakt ze een blauwe tablet uit het potje in haar zak. Ze neemt er een
slok spa blauw achteraan. Na een tijdje voelt ze de hoofdpijn een klein beetje
weg trekken en ook de kramp in haar nek mindert. Ze heeft deze pillen van de
dokter, het zijn supersterke pijnstillers, zoiets heeft ze hiervoor nog nooit
gehad, maar sinds het ongeluk lijkt dit nog het enige dat helpt tegen de
hoofdpijn die soms duizelingwekkende pijnen veroorzaakt. Net als ze op wil
staan, omdat ze zich daartoe weer capabel voelt, komt er een vrouw naast haar
zitten. "Ik dacht wel dat ik u nog eens zou zien." Zegt ze zacht en
vriendelijk. "U moet nog steeds eens praten met iemand. De spanning straalt
gewoon van u af. Als u eens op de groep zou komen… met ons kunt u praten over
wat u hebt meegemaakt. Wij begrijpen u, we kunnen u helpen… of in ieder geval,
hij kan dat…" ze kijkt opzij naar Britt. "Die hoofdpijn zou dan ook
minder worden." Voorspelt ze "Het is niet goed om uzelf steeds plat te
drogeren met dat spul…" Ze staat op en wijst naar het andere eind van de
gang "Ga met me mee," zegt ze uitnodigend. Er is geen spoor van dwang,
slechts een rustige stem en twee ogen vol vertrouwen. "Hij zal zeker naar u
luisteren, het zal u goed doen." Britt staat op en bekijkt de vrouw even.
Ze ziet er slecht uit, denkt Britt, haar ogen zijn wat ingevallen, alsof ze niet
voldoende eet en niet genoeg slaapt ook. "Ik kan niet mee nu." Zegt ze
vriendelijk tegen de vrouw. "Uw dochter?" De vrouw kijkt vragend rond.
Britt volgt haar blik en plots ziet ze een bekende blonde krullenbol. Het
jongetje… het lijkt alsof de vrouw het ook ziet. Ze wendt haar blik af en
haalt een papiertje uit haar zak. "Komt u naar hier als u eens wilt praten.
Ik heb het ook meegemaakt…" vangt ze Britts aandacht weer. "We
hebben allemaal dierbaren verloren… vraagt u maar naar Lene, dat ben ik…"
ze drukt Britt het briefje in de hand en loopt dan langzaam weg. Britt volgt
haar even en loopt dan verward weg. Ze zoekt nog even naar het jongetje, maar
dat is ook weer verdwenen. Wat zou die vrouw willen van haar? En bovenal, wat
wéét ze? Hoe weet zij nou dat ze een dierbare verloren is? Straalt ze dat
verdorie uit of zo? Met bijna hernieuwde hoofdpijn van al die vragen loopt ze
winkel in en winkel uit tot ze Tony weer ziet. "Ça va?" Tony legt een
hand op haar schouder. Britt knikt "Nog nikst gezien?" Vraagt ze. Tony
schudt haar hoofd "Ik zweer je, die lui die zijn…" Op dat moment
blijft Britt weer stil staan, ze ziet de blonde krullenbol hun kant op komen. Ze
wil het jongetje nog aanspreken, maar hij schiet snel langs hen heen tussen de
rekken door, de winkel uit. Een vrouw draait zich om en lijkt te zoeken naar
iets, dan schreeuwt ze in paniek "Mijn tas… mijn tas!" Tony draait
zich bliksemsnel om "Die jongen!" Roept ze naar Britt. Maar het is
moeilijk wegkomen tussen de rekken en mensen door. Een kleine jongen heeft het
wat gemakkelijker. "Mama 2 voor Romeo 1 en 2. Jongen van ongeveer 10 jaar,
blonde krullen, tenger postuur, zo’n 1 meter 40, spijkerbroek en lichtgroen
T-shirt." Britt trekt haar wapen. "Politie Gent." Roept ze naar
mensen die verschrikt terug deinzen, anderen duwt ze ruw aan de kant. Een wapen
zorgt gewoonlijk voor net wat meer loopruimte, weet ze. "Blijf staan!"
Schreeuwt ze, in de verte meent ze de jongen te zien weg glippen. "Hij
luistert niet." Constateert Tony droog en rent achter Britt aan. Wat een
mensen hier, met getrokken wapen wurmt Britt zich een weg door de massa, zo kan
je toch niks! "Hij neemt de zuidelijke uitgang." Schreeuwt Tony in de
microfoon. Britt lijkt de jongen toch langzaam in te halen. Hij is al bijna bij
de deuren, maar Britt ook. Plots voelt ze zich draaierig worden, paarse vlekken
en zilveren puntjes vertroebelen haar zicht. De jongen lijkt een miljoen kleuren
aan te nemen voor ze haar voet verkeerd neerzet en onderuit glijdt. Ze botst
tegen een vrouw aan die haar vaag bekend voorkomt. Dan wordt alles zwart en
klapt ze met een zucht dubbel. Haar wapen glipt uit haar handen en schuift over
de grond richting de deuren. "Britt!" Tony vergeet de tasjesdief in
zijn geheel als ze Britt op een vreemde manier op de grond ziet neerklappen. Ze
rent erop af en knielt bij haar neer. "Britt!" Ze tilt Britts hoofd op
en legt het op haar knie. "Auw…" met een kreun komt Britt weer bij.
Ze opent haar ogen en kijkt verbaasd omhoog. "Shit!"Vloekt ze dan
hartgrondig terwijl ze met een pijnlijk gezicht overeind komt. "Hebben we
hem?" Tony glimlacht even "Sorry…" grinnikt ze "Ça va? Je
viel neer, ik ga een ambulance laten komen, ja?"Britt schudt haar hoofd,
het lijkt alsof daarbinnen een miljoen ontploffinkjes plaats vinden "Nee,
nee, dat is niet nodig. Ik gleed uit en toen botste ik daar…" ze wijst
warrig ergens heen "daarom viel ik." Tony rolt met haar ogen "Ik
zag je vallen, daarna botste je pas en je was gewoon even wég!" Britt
blaast verontwaardigd "Ik viel met m’n hoofd op de grond, daarom was ik
even… versuft. Ik was niet wég. Er is niks aan de hand." Ze krabbelt
overeind en zorgt dat Tony haar gezicht niet kan zien. Maar een kreun kan ze
toch niet onderdrukken als ze gaat staan. "Geen ambulance dus." Geeft
Tony dan maar toen. "En dan ben jij nog niet eens bang voor naalden."
Zegt ze "Maar wel allergisch voor ziekenhuizen." Snauwt Britt, terwijl
ze onvast even stil staat. Een van de omstanders geeft haar haar wapen terug
"Dit had u laten vallen." Blozend stopt Britt het weg. "Romeo 2
voor mama 1 en 2" kraakt de radio. "Ik wéét het, we hebben ‘m
laten glippen, maar…’ snauwt Tony "We hebben een blonde krullenbol
opgepikt met een mooi ‘Lowland’ tasje, vast niet van hem… We zien jullie
bij de wagen." Britt kijkt Tony opgelucht aan en steekt haar duim op. Als
ze naar Tony toe loopt ziet ze in een flits een bekend gezicht. "Hé,"
zegt ze en wijst op de vrouw. Maar die lijkt haar niet gezien te hebben, ze
loopt weg de deuren uit. De blik vol bezorgdheid is nu vermengd met iets van
angst. "Wie is dat?" Vraagt Tony terwijl ze Britts wijzende vinger
volgt. "Ik weet het niet, ik heb haar hier al vaker gezien." Zegt
Britt. Tony pakt haar arm beet en neemt haar mee de deur door. We hebben hem,
denkt Britt opgelucht, Vanbruane hoeft van die val niets te weten.
"Gevallen dus…" zegt Vanbruane als Britt, Tony, Selattin en Vanneste
aan haar bureau zitten. Ze kijkt hen een voor een aan. Haar blik blijft dan
rusten op Britt. "En jullie waren niet van plan geweest dat ook nog even
aan mij te melden? Ik moet dat horen van een bewakingsmannetje… die me opbelde
dat jullie met getrokken pistolen door dat winkelcentrum renden…We mogen dus
van geluk spreken dat Ben en Selattin zo snel op de parking waren. Anders hadden
we nou nog niet eens wat gehad ook." Zegt ze met in haar ogen een mengeling
van verwijt en bezorgdheid. Britt slaat beschaamd haar ogen neer. Op haar
achterhoofd voelt ze de grote bult langzaam groeien, ze is dit maal bepaald eens
wél op haar achterhoofd gevallen, bedenkt ze niet geheel zonder humor. De
anderen kijken eveneens naar hun handen. Zij hadden ingestemd met het plan om te
zwijgen over Britts glijpartij. Waarom had die clown van de bewaking dan ook
opgebeld… om hen te bedanken, dat ze de tasjesdief hadden… had ie dat nou
niet even op de parking kunnen doen? "Ik struikelde… ik gleed uit."
Fluistert ze. "Inderdaad… en dat mag ik niet weten." Snauwt
Vanbruane, terwijl ze de anderen ook probeert te doorboren met een strenge blik.
"Met een pistool in de handen… het kwam verdorie meters verder neer…
weet je wat er had kunnen gebeuren?" Zegt ze scherp, ze kijkt Britt
verwijtend aan. Die kijkt op en bijt op haar lip. Ze slikt en kijkt Tony aan
"Er stond zo’n oude vrouw met zo’n wagentje in de weg, baas."
Verdedigt Tony haar. "Iedereen zou daar gevallen zijn, ik ook als ik voorop
had gelopen. Britt kon het niet helpen…" Vanbruane zucht "Eerlijk
Britt… ik heb het je net ook al gevraagd toen we alleen waren, dus nu vraag ik
het nog maar eens een keer…" Ze kijkt de drie anderen waarschuwend aan,
als iemand iets vermoedt over Britts gezondheid en de toedracht van de val, is
dit het moment om te spreken, zeggen haar ogen. "Ben je echt gestruikeld?
Of is het anders gegaan?" Britt kijkt naar Tony "Ik ben gestruikeld.
Ik gleed uit, die vloer is daar zo glad." Zegt ze stellig, terwijl ze strak
naar Tony blijft kijken. Vanbruane knikt "Zuignappen onder de schoenen dus,
de volgende keer. OK, heren… jullie doen het verhoor met die jongen. Tony, jij
rijdt Britt naar het ziekenhuis…" Britt haalt alvast adem voor een luid
protest, maar Vanbruane geeft haar geen kans. "En laat onderzoeken of Britt
geen hersenschudding heeft… ik kan me zo voorstellen dat ze zelfs dat voor me
zou verzwijgen. Daarna gaan jullie rustig naar huis om Vera’s verjaardag te
vieren. Als jullie terug zijn zal het toch wel laat genoeg zijn…" Britt
zucht "Maar baas…" probeert ze "Die jongen zit hier morgen ook
nog wel als het nodig is." Belooft Vanbruane met een knik. Britt klemt haar
lippen op elkaar en beent voor alle anderen het bureau uit. "Eerlijk
Tony," zegt Vanbruane zacht, als de heren ook weg zijn "Ze is niet
uitgegleden of gestruikeld… ze is in elkaar geklapt, is het niet?" Tony
zwijgt even "De verdachte zegt…" begint ze dan "Ja, ja, het is
me bekend wat Britt zelf zegt," mompelt Vanbruane "Maar vergeet niet
dat we ook getuigen hebben… wat als er werkelijk iets mis was gegaan met dat
pistool, als de verkeerde het had opgeraapt? Dan stond het IT hier nu koppen te
eisen." Verzucht Vanbruane "Er ís niks gebeurd." Stelt Tony haar
gerust. Vanbruane schudt pessimistisch haar hoofd "Moeten we dan maar
wachten tot er wel iets gebeurd?" Vraagt ze zich af "Britt is een
geweldige politievrouw, maar ze brengt nu zichzelf in gevaar. Tony, ik weet niet
of dit kan blijven duren. Ik geeft toe, het ging een tijdje echt goed, maar nu…
ik weet niet of we nog wel kunnen verwachten dat ze helemaal niets aan dat
ongeluk overgehouden heeft. Ik weet dat jij dat ook denkt. Nog niet eens alleen
fysiek… met mij praat ze niet. Met jou?" Tony schudt mistroostig haar
hoofd "Niet over alles, ze kropt veel op, dat geef ik toe." Vanbruane
kijkt voor zich uit "Misschien is de enige oplossing een psychiater. Als
het nou vooral psychisch is en niet louter fysiek. Britt heeft zo ontzettend
veel meegemaakt, ze moet praten Tony, dit gaat zo echt niet goed." Tony
knikt "Ja, maar zó geeft u haar het gevoel alsof ze nergens voor deugt. Ze
heeft het idee dat ze elk moment het korps uitgeschopt kan worden. Dat u
bijwijze van spreken elk klein dingetje zal aangrijpen om haar op non-actief te
stellen. Ze is doodsbang, ze zegt niet voor niets dat ze gestruikeld is… Als u
zo door gaat zal ze zeker niet met u praten en ook niet meer met mij. Ze wil me
niet opzadelen met problemen en ze wil niet dat ik om haar moet zwijgen. Hoe
minder ik weet hoe beter dat is, zal ik maar zeggen…" zucht Tony en loopt
het kantoor uit.
"En?’ Britt schuift haar tas over de vloer naar haar bureau.
"Niks," zegt Selattin die ook net is binnen gekomen. Hij gaapt en
probeert de slaap uit zijn ogen te wrijven "Laat geworden gisteren?"
Grinnikt Britt "Dat verhoor niet. Maar Ben wilde perse nog even wat gaan
drinken. Zelf heeft hij zich natuurlijk verslapen… die heeft geen
verantwoordelijkheidsgevoel." Bromt Selattin. "Maar er is helemaal
niets uit dat verhoor gekomen?" Britt kijkt het verslag door dat op haar
bureau ligt. "Die jongen heeft helemaal niets gezegd. We weten niet eens
wie hij is. Zijn signalement staat al op de telex, maar daar is ook nog niets
uitgekomen. Verder kunnen we er niks mee." Selattin kijkt Britt aan.
"En wat zei de dokter over jou?" Britt glimlacht "Zoals
gewoonlijk; rustig aan doen. Ik heb een flinke klap op m’n kop gehad, maar
geen hersenschudding." Tony komt net binnen en pikt het laatste nog net
mee. "Verder helemaal niks?" Vraagt Selattin verbaasd "Rust
houden, dat is alles?" Tony lacht kort "Noem dat maar ‘alles’ bij
Britt. Ik heb ook gezegd tegen de dokter dat hij iets onmogelijks zei, maar
goed, hij bleef erbij. Toen heb ik hem gesmeekt haar aan een ziekenhuisbed vast
te vinden…" Britt bolt even haar wangen "Kom kletsmajoor, je praat
me nog eens een maand het bed in… we gaan die kleine verhoren. Misschien doet
hij zijn mond nu wel open." Selattin knikt "Een nachtje cel kan
wonderen doen." Beaamt hij. Britt draait zich verbijsterd om "Zit dat
kínd in de cel?" Selattin haalt verontschuldigend zijn schouders op.
"Alle opvangcentra zaten vol, zomer hè, minimale bezetting. Het ventje
heeft geen adres, wat moeten we dan? Hem de straat op schoppen? Hij leek het wel
prettig te vinden, hij viel als een wolf aan op het eten en heeft zowat de hele
tijd geslapen. Ik ben vanochtend bij hem gaan kijken." Britt schudt haar
hoofd. Bij de deur loopt ze Vanbruane bijna omver "En?" Vraagt die.
"Er is gisteren niets uit het verhoor gekomen, dus we gaan het nu nog eens
proberen." Zegt Britt kortaf "Ik bedoel natuurlijk, hoe was het in het
ziekenhuis?" Vanbruane kijkt naar Tony "Goed." Zegt Britt
"Niks aan de hand." Vanbruane trekt haar wenkbrauwen op en Britt wil
al weg stappen "Jullie gaan die jongen nu verhoren?" Britt knikt kort
"Ik luister mee… goed?" Britt draait zich om en kijkt haar even aan
"Nee…" zegt ze dan en loopt weg. "Nee…" herhaalt
Vanbruane en kijkt Tony vragend aan. Die haalt haar schouders op. Vanbruane
klemt kwaad haar lippen op elkaar en loopt naar haar bureau. "Goede
morgen!" Roept Vanneste vrolijk als hij binnen komt. Tony en Selattin
kijken hem vernietigend aan, de sfeer is absoluut te snijden. Tony loopt snel
weg om Britt te gaan zoeken. Ze vindt haar beneden in de cel waar het jongetje
zit. Met grote ogen kijkt hij naar haar. Britt is bij hem op het bed gaan
zitten. Tony hangt in de deuropening en kijkt naar de twee. Een tijdje is het
stil en dan zegt Britt "Ik zal Lene gaan halen… goed? Misschien dat je
dan wat wilt zeggen." Het jongetje kijkt en pakt haar hand vast als ze op
staat. Ze lopen de trap op naar boven. Als ze in de gang staan kijkt jongetje
opnieuw op naar Britt "Ken jij Lene ook?" Vraagt hij opeens. In de
deuropening staat Vanbruane verbaasd te luisteren. "Het spreekt." Zegt
Ben verbaasd tegen haar. Tony is net zo verbaasd, maar probeert uit alle macht
dat niet te laten merken. In de verhoorkamer kijkt Britt het jongetje aan. Ze
neemt het ventje in zich op. Het is maar een smal kereltje, ze vermoedt dat hij
niet veel eten en slaap krijgt. "Je was met Lene daar, of niet?" Het
kind knikt "Hoe heet je eigenlijk, dan kan ik tenminste tegen Lene zeggen
wie er hier bij me zit." Lokt ze het ventje uit. Tony hangt met haar rug
tegen het glas en kijkt toe. "Mattias…" fluistert het kind "Zeg
haar maar dat Mattias bij de politie is. Britt knikt. "Wil je ons nog meer
vertellen, Mattias? Waarom was je in het winkelcentrum?" Het jongetje kijkt
vanonder zijn krullen naar Britt "Heeft u nog hoofdpijn… u viel gisteren…
daarom bleef ik even staan en…" Tony glimlacht en Britt schudt haar hoofd
"Nee, het was niet erg." Stelt ze hem gerust. "Waarom steel je
die tassen Mattias?" Vraagt ze rustig. Mattias zegt niets en kijkt naar
Tony "Het moet…" fluistert hij dan. "Van Lene?" Vraagt
Britt. Mattias schudt zijn hoofd "Nee… het moet van hem." Britt
kijkt Tony even aan, die schudt haar hoofd om aan te geven dat zij al helemaal
niet snapt waar het over gaat. "Wie is hij dan Mattias? Is het de man die
jullie helpt, die zo goed kan luisteren?" Mattias knikt, maar zegt niets
meer "Ik kan het niet zeggen…" fluistert hij dan "Je moet Lene
halen… dan zul je hem wel zien." Britt knikt "Misschien kun je me
vertellen hoe hij heet." Oppert ze. Maar Mattias schudt met stelligheid
zijn hoofd. Britt loopt met Tony de verhoorkamer uit. "Tegen jullie praat
hij wel." Zegt Vanneste gekwetst als hij de twee dames ziet. "Dat is
nou het voordeel van vrouw zijn denk ik." Zegt Britt. Ze neemt Tony mee het
kantoortje in en geeft haar een papiertje. "Ik was laatst met Dorien in het
winkelcentrum en toen sprak een vrouw mij aan. Ze vond dat ik er niet goed uit
zag… ze zag dat het slecht ging met me, zal ik maar zeggen. Ik vond dat wel
vreemd, maar ik heb er verder niet meer zo over nagedacht. Mattias was bij haar
die dag. Tenminste, ik zag hem en volgens mij hoorde hij bij haar." Tony
knikt en kijkt naar het papiertje, er staat een adres op. "Gisteren was die
vrouw er ook weer, toen ik op het bankje zat kwam ze bij me zitten. Ze zegt weer
dat ze mensen kent die mij kunnen helpen, met wie ik kan praten… En dan wil ze
dat ik mee kom. Maar ik zeg haar dat dat niet kan. Ik kan nu niet mee. En dus
geeft ze me een adres…" Britt wijst op het papiertje "en zegt me dat
ik moet vragen naar Lene, als ik daar aan kom, want dat is haar naam." Tony
schudt haar hoofd "Je bent er toch niet echt heen gegaan, hè?" Vraagt
ze voorzichtig "Het klinkt me allemaal wat zweverig in de oren…"
Britt schudt haar hoofd "Ik kon er niet heen gaan, ik ben gisteren bij jou
geweest, weet je nog? Ik heb alleen ‘s avonds eens gekeken. Mensen in de buurt
vertelden me toen dat het een huis is waarin een hele ‘leefgroep’ woont. Het
is zo’n oud pand, aan de vaart. De mensen zeggen dat er een hoop mannen,
vrouwen en kinderen wonen, ze leven onder leiding van de een of andere oude
vent. Het is een sekte Tony… die vrouw is lid van een sekte." Tony knikt
"En ze wilde jou daar ook bij hebben." Britt glimlacht "Kennelijk
zie ik er nogal uit alsof ik ‘hulp’ kan gebruiken. Mattias hoort daar ook
bij, een paar mensen verklaarden dat daar inderdaad een blond, engelachtig
jongetje rond hing." Britt gaat op het bureau zitten "Maar waarom zou
Mattias dan tasjes roven?" Vraagt Tony zich af "Geld verdienen. Mensen
die ik sprak zeiden dat ze soms in de stad mensen van de sekte tegen komen, ze
verkopen rozen en dat soort dingen. De mensen werken voor hun leider en ze
proberen anderen erbij te krijgen. Kennelijk geven ze zelf hun geld aan die
leider… dat klinkt misschien belachelijk, maar ik heb er wel eens wat over
gelezen… Kinderen zijn snel… het zijn uitstekende tasjesdieven natuurlijk,
als je ze goed opleidt." Tony staat op "We arresteren die knurft, als
hij kinderen aan zet tot stelen, dan is hij strafbaar." Britt glimlacht
"Jij denkt iets te simpel. Zijn leden dekken hem natuurlijk. Hij zal nooit
toegeven dat hij Mattias dwingt om te stelen en hij heeft zijn leden stuk voor
stuk in zijn macht. Ze zullen hem niet laten vallen. Ze zien hem als een soort
heilige. Kijk, ze zijn niet gek, maar wel gehaaid gemaakt. Ze weten vast ook wel
dat tasjesdief niet tot de mooiste deugden behoort. Als wij hen daar vragen over
gaan stellen zullen ze hun leider daar heus niet van beschuldigen. Ik heb wat
research gedaan in de bibliotheek vanochtend, de bibliothecaresse is een
vriendin van me, ik heb wat over die sekte gevonden." Ze staat op en loopt
het kantoortje uit, ze pakt haar tas en loopt weer terug naar Tony. Vanbruane
volgt haar vanuit de deuropening van haar bureau. "Alsjeblieft." Ze
overhandigd Tony een paar papieren "Dit is alles wat ik er over kon vinden,
wat krantenknipsels." Tony bladert er wat doorheen "Hij is dus al eens
opgepakt voor belastingfraude," leest ze "wat een lieverdje." Ze
kijkt op als er op de deur geklopt wordt en Vanbruane binnen stapt. "Ik kom
even mee luisteren." Meldt ze "Wat heeft de jongen gezegd?" Britt
kijkt Tony aan en klemt haar lippen even op elkaar. "De dokter belde,"
gaat Vanbruane verder terwijl ze Britt probeert aan te kijken, maar die ontwijkt
haar blik. "De scan is in orde… ze hebben er flink wat vaart achter gezet…
Er zijn geen bloedingen in je hoofd ontdekt…" Britt haalt opgelucht adem.
"Tony wist natuurlijk ook dat er een scan gemaakt is?" Raadt
Vanbruane. Nu is het Tony’s beurt om de grond te bestuderen. "Nou,
vooruit, wat hebben jullie? Britt… ik denk dat wij vanmiddag ergens een
broodje gaan kopen en dan gaan we in een uitgestrekt park eens even heel hard
tegen elkaar schreeuwen, want deze situatie is zo onhoudbaar. Maar laten we
eerst even deze zaak oplossen." Zegt Vanbruane simpel. Britt kijkt haar
verbaasd aan, maar steekt dan de krantenknipsels naar haar toe. "Mattias
steelt voor een sekte." Zegt ze. "Dit gaat even te snel…"
mompelt Vanbruane "Mattias is de tasjesdief? Hij is lid van een
sekte?" Tony knikt. "Britt heeft hem al vaker gezien in het
winkelcentrum. Volgens haar is hij daar samen met een vrouw, die vrouw heeft
haar al vaker aangesproken, wil dat ze komt praten in hun sekte… nou ja, dat
zegt ze natuurlijk niet. Ze zegt dat ze mensen kent die Britt kunnen helpen. Die
vrouw is degene van het duo die de zieltjes moet winnen, de jongen is degene die
het geld binnen brengt. Een paar tasjes roven, als je geluk hebt heb je dan zo
wat bij elkaar. Mattias kent die vrouw duidelijk, toen Britt haar naam noemde
merkten we dat. Britt heeft Mattias beloofd de vrouw te gaan halen."
Vanbruane kijkt Britt nu aan "Zij zet hem aan tot stelen?" Britt
schudt haar hoofd "Dat denk ik niet. Ze opereren als duo. Hun leider zit
hier achter, hij wil dat de leden geld op brengen. De mensen die gewoon werken
staan gewoon een deel, of hun hele salaris af. De meeste sekteleden hebben een
normale baan. Sommigen van hen niet, Lene bijvoorbeeld, die vrouw, zal geen baan
hebben. En dus trekt zij de stad door om zieltjes te winnen. Mattias is een
jochie, hij verdient zijn onderdak door te jatten. Ik wil Lene gaan halen, we
kunnen haar er naar vragen. Ik verwacht alleen niet dat ze haar mond gaat open
doen over hun leider, het zal niet te bewijzen zijn…" Vanbruane knikt
"Breng haar maar binnen inderdaad… we kunnen haar wat vragen stellen. We
kunnen alleen niet hard maken dat ze bij Mattias hoort, dus we hebben niets
tegen haar. We kunnen haar dus niet vasthouden en we kunnen al helemaal die
leider niet pakken… Ik begrijp het…" Britt haalt haar schouders op
"Ik denk dat we sowieso weinig kunnen, die mensen zijn helemaal ingepalmd,
ze krijgen weinig slaap, weinig en slecht voedsel, daardoor gaat hun
denkvermogen ook wat achteruit, ze denken niet meer zo logisch na en doorzien
hun leider niet. De beste deprogrammeurs hebben al moeite om hen terug normaal
te krijgen als mensen uit sekten worden ‘bevrijd’. Je moet ze ontvoeren en
daarna tijden bewerken en zelfs dan kan het nog mislukken. Ik denk niet dat we
ergens komen. Het enige wat we kunnen doen is Mattias er weg halen. Naar een
pleeggezin laten gaan of zo. Als zijn ouders daar binnen zijn kunnen we proberen
aan te tonen dat het niet in Mattias’ zijn belang is dat zij de voogdij houden
en hem weg halen. Kijk, we weten dat hij die tasjes gejat heeft, we hebben hem
betrapt. Dat is alles wat we waarschijnlijk kunnen doen en dus gaan doen."
Britt staat op en trekt Tony mee "Kom, we gaan Lene ophalen."
Vanbruane knikt "Vergeet onze lunchafspraak niet Britt." Waarschuwt ze
"Ik zou het mezelf niet kunnen vergeven als ik je de armen van een sekte in
dreef." Voegt ze er zacht aan toe.
"Is Mattias nog boven?" Vraagt Britt als ze met Tony en Lene tussen
hen in bij de balie komt. Carla knikt "Ik geloof dat Sel de vader aan het
uithangen is." Lacht ze. Snel lopen de vrouwen de trap op. In het
teamlokaal aangekomen staat Mattias lachend op een bureau en zwaait een
wapenstok door de lucht. "Ik ben de ridder, ridder Mattias." Roept hij
naar Britt, die verbaast maar geamuseerd staat te kijken. "En ik ben ridder
Selattin." Zegt Selattin droog. Hij tilt Mattias van het bureau af.
"Daar zijn jullie." Zucht Vanbruane "Het is hier net een
speeltuin." Moppert ze en kijkt stekend naar Selattin. Die gaat snel weer
terug aan het werk. "Mattias!" Lene stapt naar voren en vangt het
blonde ventje op in haar armen. "Wat is er met je oog gebeurd?"
Mattias kijkt op naar Lene. Ze heeft een blauw oog en op haar armen zitten
blauwe plekken. "Niets Mattias… niets." Sust ze. "Stelen is
fout, Lene, wist je dat? Stelen is fout… dat zegt die meneer hier. Ook als het
voor de leider is, dan is het nog fout." Hij wijst op Selattin. Lene
glimlacht even "Die meneer weet ook niet alles Mattias," zegt ze.
"Lene," Britt wenkt Vanbruane "Kunnen wij even met je praten.
Mijn collega hier past nog wel even op Mattias." Lene knikt en volgt Britt,
Tony en Vanbruane naar een verhoorkamer. "Mattias heeft geen ouders
meer," zegt Britt snel tegen Vanbruane voor ze de verhoorkamer binnen gaan.
"Lene heeft hem gevonden op straat, zwervend. Hij was weg gelopen bij zijn
oom. Die was meer dronken dan nuchter en sloeg Mattias. Toen ze hem vond was hij
sterk verwaarloosd en hij zat onder de blauwe plekken. Ze heeft hem toen
meegenomen. Eerst vond de leider van de sekte dat Mattias niet hun probleem was.
Ze moesten hem maar naar een tehuis brengen. Maar Lene heeft hem gesmeekt
Mattias op te nemen. Ze is zelf haar kind en man kwijt geraakt en wilde dolgraag
voor Mattias zorgen. Lene heeft om de een of andere rede dat ze niets alleen kan…
daarom is volgens mij ook in die sekte terechtgekomen. Ze heeft steun aan het
feit dat ze in de groep is, ze voelt zich er veilig. Toen we daar kwamen om haar
te halen was de sfeer echt heel vreemd. Niemand hield ons tegen, maar ze leken
allemaal bang en we hebben die leider niet gezien…" Vanbruane knikt en
stapt de verhoorkamer naast verhoor 2 binnen. "Mattias betekent heel veel
voor haar, dat is me wel duidelijk. Ik weet alleen niet of ze voor hem uit de
sekte weg zou gaan. Ik denk dat we haar heel simpel voor de keuze moeten
stellen. Destijds heeft ze Mattias ‘mogen houden’, als hij maar geld binnen
bracht. Kennelijk stelen meer kinderen van de sekte als raven, van hen heeft hij
het geleerd. En Lene zag er een bron van inkomsten in, zo kon hij bij hen
blijven… Mattias moet weg uit die sekte… eigenlijk moeten ze allemaal weg
uit die sekte, maar ik denk dat we nu een kans hebben om hem daar weg te
halen." Vanbruane knikt begrijpend en Britt stapt de verhoorkamer binnen om
naast Tony tegenover Lene te gaan zitten. "Ik zal eerlijk zijn. We weten
dat Mattias bij jou hoorde, je hebt ons in de auto al veel verteld. We kunnen je
vast houden, omdat je Mattias hebt aangezet tot stelen, maar ik heb het idee dat
je zelf ook wel weet dat het fout is. Je… denkt misschien dat je die groep
nodig hebt, maar dat is niet zo." Lene kijkt Britt aan "Wat weet u
daar van, u bent zelf ook alleen." Britt schudt haar hoofd "Ik heb
mijn dochter, dat is genoeg. Jij hebt Mattias, Lene, is dat niet genoeg?"
Lene schudt haar hoofd "Ik kan niet zonder Mattias… maar ik kan het niet
alleen. De leider helpt ons, hij maakt ons beter… hij zorgt dat we weer als
mens kunnen leven." Britt kijkt kort naar Tony "Hij geeft jullie
slecht te eten, hij laat jullie nauwelijks slapen…" Lene valt haar in de
rede "We hebben veel bijeenkomsten, dat moet wel laat, daar voor zijn we
allemaal aan het werk. Het gaat niet expres zo… we krijgen misschien niet zo
veel te eten, maar het eten is erg goed, daarom hoeven we niet zoveel te eten.
We helpen elkaar. De leider is erg goed voor ons." Tony zucht "Dat
geld Lene, dat geven jullie aan de leider, wat doet hij daar mee?" Lene
haalt haar schouders op, "We krijgen er van te eten, het huis moet betaald
worden… en veel wordt geschonken aan projecten in derde wereld landen."
Zegt ze, alsof het een uit het hoofd geleerd lesje betreft "Hoe weet je dat
zo zeker?" Vraagt Tony uitdagend "We hebben foto’s gezien."
Tony pakt een van de krantenknipsels "Ik ook, ik heb ook een foto gezien…
kijk, dit vakantiehuis op Aruba… dat betaalt die mooie leider van jullie met
jullie geld." Lene kijkt naar het huis "Dat zijn leugens, de krant
schrijft alleen maar leugens." Zegt ze simpel. Tja, denkt Tony, dat denk ik
ook wel eens, je hoeft er weinig voor te doen om mij dat ook te laten zeggen. Ze
gaan nog een tijd lang door met hun verhoor, maar Lene blijkt onvermurwbaar. Ze
houdt vast aan al wat haar geleerd is. "Ik zei je dat het onmogelijk
was." Zegt Britt als ze even op de gang staan "Ik denk dat we maar
gewoon zeggen dat we Mattias er weg halen, kijken hoe ze dan reageert."
Oppert Tony "Tja, dat zal toch uiteindelijk zijn wat we doen." Vindt
Vanbruane "Kijk we kunnen haar niet dwingen daar weg te gaan. Mattias
kunnen we nog wel eruit halen, kennelijk heeft die oom dan nog altijd de
voogdij. Laten we die dan maar op sporen, dan kunnen we hem voorstellen Mattias
in een pleeg gezin te plaatsen." stelt ze voor. Britt knikt "Ik zie
geen andere uitweg, al moet ik zeggen, het valt me zwaar… nu moeten we haar
Mattias ook al afnemen… ze zal nooit sterk genoeg zijn om uit de sekte te
stappen. Ze heeft helemaal niets meer, geen bezittingen, geen familie, al wat ze
heeft is die sekte, ze zit zo gevangen als wat eigenlijk. Ze kan het zich niet
eens meer veroorloven om zelf te denken of eruit te stappen…" Tony zucht
"maar daarvan kunnen we Mattias niet het slachtoffer laten worden, hij is
nog wel te redden." Ze stappen terug de verhoorkamer in. "Lene, ik zal
eerlijk zijn. We kunnen Mattias niet met je terug laten keren naar die
groep." Lene kijkt Britt verbijsterd aan "Maar…" stamelt ze
"Mattias hoort bij mij, u kunt hem niet terug sturen naar zijn oom."
Tony valt in "Dat willen we ook niet doen, we willen Mattias in een
pleeggezin laten plaatsen. Als hij in de groep blijft zal hij blijven stelen…
Mattias heeft nog een heel leven voor zich. Jij kunt er ook uitstappen Lene, je
kunt een baan zoeken, je kunt een uitkering aanvragen en een huisje huren. Je
zou zelf voor Mattias kunnen zorgen." oppert ze. Lene schudt angstig haar
hoofd "U weet dat ik niet weg kan… ik kan niet weg uit de groep, ik kan
niet weg van de leider… ik kan niet zonder de groep, dat weet u! Waarom haalt
u Mattias dan weg?! Wat heb ik dan gedaan?" Schreeuwt ze tegen Britt.
"U kunt Mattias niet van me afnemen, na alles wat ik al verloren heb! Laat
me Mattias niet ook verliezen!" de tranen stromen over haar wangen. Britt
probeert rustig te blijven en drie seconden blijft ze uiterlijk onbewogen.
"Ga dan uit die sekte." Zegt ze glashard. "Ik kán daar niet weg,
ik heb niets… ik zou niet weten hoe!" Britt kijkt haar aan, haar ogen
smekend "Er zijn mensen die je daarbij helpen, Lene. Als je eruit stapt
zijn er mensen die je helpen, ik kan je met hen in contact brengen." Lene
slaat haar ogen neer "Ik kan daar niet meer uit, ze zouden me komen halen…
ik kan daar nooit meer weg." Op dat moment weet Britt dat ze gelijk heeft.
De armen van een sekte zijn te sterk, zonder steun van eindeloos veel dierbaren
komt ze er nooit uit, de sekte zou haar vroeg of laat toch weer in zijn macht
krijgen. "Ik kom daar nooit meer weg…" zegt Lene nu rustig
"Maar waarom moet je me nu Mattias ook nog afnemen? Van alle mensen had ik
gedacht dat jij het zou begrijpen…" ze kijkt Britt vol verwijt aan.
"Mattias heeft nog wel een toekomst Lene, maar die ligt niet in die
sekte." Zegt Britt zacht "Ik snap dat je kwaad bent op me, maar dit is
niet iets wat ik je persoonlijk wil aan doen, ik voel me hier ook rot over, maar
zo is het nu eenmaal. Mattias heeft een toekomst als we hem er nu uithalen. En
het zou voor hem het beste zijn als dat zonder al te veel heisa kon gebeuren…
probeer hem te steunen Lene. Denk alsjeblieft aan wat het beste is voor Mattias…
Je kunt misschien denken dat je de kracht niet hebt om jezelf nog te redden…
je bezit zeker nu de kracht om Mattias wel te redden…" Britt staat op en
gaat bij de deur staan. Ze houdt de deur open voor Lene, Mattias rent op haar af
en slaat zijn armen om haar heen. Lene knielt neer en aait het ventje over zijn
hoofd. "Mattias… je kunt niet meer met mij mee…" fluistert ze
zacht.
"Je hebt het fantastisch gedaan." Zegt Vanbruane terwijl ze haar glas
opheft en tegen Britts glas klinkt. "Ik voel me anders behoorlijk
klote." Zegt Britt. Ze zitten in een chique restaurant waar Vanbruane
duidelijk haar vaste tafeltje heeft in een lekker rustig hoekje achterin.
"Je moet er eens met iemand over praten." Zegt Vanbruane dan, ze
glimlacht even "Je hebt ontzettend veel meegemaakt Britt, ik snap dat je
niet weet waar je het zoeken moet. Ik snap ook… nu… dat je er nog niet klaar
voor bent om het daar met mij over te hebben, met Tony of wie dan ook."
Britt kijkt haar afwachtend aan. "Ik heb een adres voor je…"
Vanbruane schuift een kaartje over de tafel heen. "Het is geen groep, het
is geen leider… maar het lijkt me veiliger om hem te vertellen over wat je mee
hebt gemaakt dan een hele sekte… die de informatie altijd kunnen gebruiken om
je in hun macht te houden. Een psychiater heeft tenminste een beroepsgeheim en
hij houdt zich daar zeker aan. Misschien heb je even getwijfeld gisteren? Toen
ze vroeg of je mee ging… misschien zou je wel gegaan zijn als je niet aan het
werk was geweest. We zullen het nooit weten. We zullen nooit weten of je sterk
genoeg zou zijn geweest om die sekte het hoofd te bieden. Ik geloof in je Britt,
maar ik geloof ook dat je dit niet meer alleen aan kan. Dat blijkt wel… je
straalt het uit… Dat adres, die psychiater is een goede vriend van me. Ik raad
hem je zeker aan. Je moet met iemand praten." Britt glimlacht "Dat
zegt de halve wereld tegen me, tegenwoordig." Ze pakt het kaartje op en
leest de naam. "Misschien wil je liever zelf iemand zoeken…" oppert
Vanbruane "Maar zoek iemand… en als je er dan klaar voor bent sta ik
altijd voor je klaar. Je kunt altijd bij mij komen, of bij Tony en alsjeblieft…
als er iets gebeurd, vertel het mij. Ik schop je echt het korps niet uit, wees
daar nou maar niet bang voor. Maar je wordt zo echt een gevaar voor je zelf. We
zijn er om je te helpen Britt, wij zijn je vrienden en niet je vijanden, OK? Ik
wil je vijand niet zijn…" Vanbruane kijkt Britt afwachtend aan. Die stopt
het kaartje in haar vestzakje "Ik ga erheen," belooft ze "Je hebt
gelijk, ik kan het niet meer alleen… het is allemaal zo moeilijk. Ik ga
erheen."
Einde
Holymary;mins
|