In zwart-wit 

Ze kijkt naar de overkant van de straat en zucht even. Die school is ook helemaal niets veranderd denkt ze hoofdschuddend. Haar cameratas weegt zwaar op haar schouder en ze steekt een sigaret op om zichzelf even wat moed in te zuigen. Natuurlijk is het niet verkeerd wat ze doet, houdt ze zichzelf voor. Haar vader heeft toch recht om zijn dochtertje te zien, al is het dan maar op een foto. Haar blonde haren spelen hinderlijk voor haar ogen en ze veegt ze met een ruk achter haar oren. Een goed fotografe zou eigenlijk kaal moeten zijn, denkt ze niet zonder humor. Hoeveel foto’s van haar al niet mislukt zijn omdat haar lange blonde haar net op het verkeerde moment door de wind voor de lens van haar spiegel-reflex werden geblazen. Ze voelt de irritatie van het moment waarop ze haar negatieven op een overzichtsdruk zet en ze gaat bekijken. Ze voelt de irritatie van het zien van een witte streng over het negatief van het mooiste moment, de beste foto. Maar telkens als ze zich op zo’n moment, bedwelmd door de chemicaliën in de donkere kamer, voor neemt om haar haren er helemaal af te knippen, is het niet meer dan een voornemen. Steeds als ze dan bij de kapper zit en eigenlijk zou willen zeggen “Alles eraf” komt ze niet verder dan “Ja… bijpunten alstublieft…” De kapper maakt het er dan ook niet beter op door te zeggen dat ze zo’n mooi haar heeft, mooi van kleur, mooi stijl… lekker soepel… Al die dingen die haar moeder ook zei. Ze had altijd gezeurd dat ze kort haar wilde hebben, maar haar moeder had er niets van willen weten. Daarvoor had ze veel te mooi haar, niet zoals die mensen die onhandelbare krullen hadden, of haar dat hopeloos stijl langs hun gezicht viel… nee, precies goed. Dus steeds als ze bij de kapper zat, met in haar hoofd het idee dat ze nu eindelijk haar haren zou laten afknippen kwam het beeld van haar moeder weer boven. Haar moeder die haar haren borstelde, haar moeder die het soepele haar door haar vingers liet glijden, haar moeder die zelf net zulk haar had. Even schudt ze haar hoofd om de gedachten die elkaar nu snel opvolgen te laten verdwijnen. Ze wil niet aan de ziekte denken, ze wil de mooie herinneringen vast houden en de slechte laten gaan. Ze gooit de sigaret op de grond en trapt die uit. Als in een automatisch gebaar zwiert ze de cameratas opnieuw over haar schouder en stapt dan onverschrokken op het schoolgebouw af. De school waar ze zelf ook op heeft gezeten. Wat een toeval dat nu haar vaders kind weer op deze school zit, denkt ze en opent de zware deuren. “Hoi, ik ben op zoek naar juffrouw van de Lind.” Ze weet dat de directrice nog altijd dezelfde is als al die jaren geleden toen zij nog hier op school zat, dat heeft ze op internet nagezocht, want zoals het een goede school betaamt heeft ook deze basisschool nu een site op het wereldwijde net. Het is inmiddels toch al een jaar of 17 geleden dat ze hier voor het eerst over de drempel stapte. Nu is ze eindelijk iemand aan het worden. Natuurlijk weet ze wel dat een mens op zijn 21e pas aan het begin staat van zijn ontwikkeling, natuurlijk weet ze wel dat ze nog niets voorstelt. Maar toch, ze voelt zich trots, ze studeert aan een gerenommeerde kunstacademie, alhoewel ze heus wel weet dat ze voor kwaliteit beter in Nederland aan de kunstacademie had kunnen gaan studeren en niet in Amerika had moeten blijven. Maar om de een of andere reden bevalt het leven in Amerika daar. Het oppervlakkige en het vluchtige wat daar door gesijpeld is in de hele samenleving. Mensen vragen heel beleefd naar je, ze willen altijd weten hoe het met je gaat, maar niemand vraagt ook door. Zonder onbeleefd, vreemd of vervelend te zijn kun je daar zelfs onder je beste vrienden redelijk anoniem leven, zonder al te veel verleden. En laat dat nou precies zijn wat zij graag wil. Voor veel mensen is het oppervlakkige van zelfs de meest hechte contacten en meest diepgaande gesprekken, in Amerika, juist iets waar ze op afknappen. Maar voor haar is dat precies het gene wat ze zocht. In Amerika kan een mens werkelijk opnieuw beginnen, de schepen achter zich verbranden, er worden geen moeilijke vragen gesteld… En dus heeft ze er voor gekozen om daar te blijven studeren, ook al weet ze heus wel dat elke studie in Amerika niet een fractie is van wat ie in Europa voor stelt, het interesseert haar niet. Ze leert er wel hoe ze zichzelf moet verkopen, hoe ze arrogant moet babbelen en haar talenten naar voren moet schuiven. Ze leert hoe ze beleefde praatjes moet verkopen, hoe ze ‘intieme’ en ‘diepgaande’ gesprekken kan voeren met mannen en vrouwen, zonder zich bloot te geven, zonder werkelijk diep te gaan. Al die dingen zijn een waardevolle schat in haar dagelijkse strijd om te overleven. “Juffrouw van de Lind is in haar kantoortje…” zegt de conciërge een beetje afwezig zo lijkt het. Hij wijst naar het einde van de gang en ze hoopt maar dat het kantoortje nog altijd op dezelfde plek is als voorheen. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Ze tikt met een beheerst klopje op de deur en wacht tot het eeuwenoude ‘binnen’ klinkt. Met een stralende glimlach opent ze de deur en wacht rustig af als de directrice opkijkt en zich af begint te vragen wie ze ook al weer is. De vrouw heeft een fenomenaal geheugen en kan zich leerlingen uit eerdere jaren nog herinneren, zeker als er wat ‘speciaals’ mee is. Ze is natuurlijk ook op de begrafenis geweest van haar moeder, omdat die erg bedreven was in vrijwilligerswerk voor de school en dus duurt het niet lang voor ze vrolijk uitroept “Sarah… Sarah, wat leuk je te zien, kom binnen meisje, hoe is het met je?” Sarah laat haar gezicht open breken in een glimlach en gaat tegenover de directrice zitten. Ze herinnert zich nog dat ze doodsbang was voor dit mens toen ze klein was, de vrouw leek een reus in haar herinnering. Maar nu, nu is zelf volwassen en zit ze hier tegenover een vrouw die oprecht geïnteresseerd lijkt in het wel en wee van een ex-leerlinge. Die, zo merkt ze, tegen haar praat als tegen een gelijke… Iemand met minder levenservaring, dat wel ze is tenslotte nog geen 30, maar in zekere zin een gelijke… een medevolwassenen. Zou het dan echt de leeftijd zijn die je verandert in een waardige gesprekspartner, doet al het andere wat je doet voor je misschien de 30 hebt bereikt er helemaal niets toe, simpelweg omdat je voor je 30 bent nog niet mee telt als persoon. Praat de directrice nu zo met haar gewoon omdat ze volwassen is geworden? Ze komt tot de bedroevende conclusie dat dit inderdaad zo is. Al heb je bergen verzet voor je 20e dat interesseert niemand en ook de interessante dingen die je voor 30e hebt gedaan behoren tot interessante ‘jeugdherinneringen’ zodra je daar voorbij bent. En ze weet nu al dat ze daar later zelf ook gewoon aan mee gaat doen, hoe irritant ze het dan ook vindt, nu, om jeugd genoemd te worden. “Het gaat goed hoor…” begint Sarah en vertelt de directrice van de jaren in Amerika en hoe ze daar nu fotografie studeert aan de kunstacademie. De vrouw is werkelijk geïnteresseerd, toch een leerlinge wat leuks is gaan doen. Na een tijdje over haar studie te hebben gebabbeld komen ze ter zake. “En wat voert je naar je oude school, je komt hier vast niet om alleen maar gezellig een praatje te maken…” glimlacht de directrice vriendelijk. Sarah schudt haar hoofd en begint aan haar smoes. “Ik ben naar België gekomen voor een project, op de academie ben ik bezig met een serie over mijn leven, waarin ik zoek naar beelden die voor mij gerelateerd zijn aan mijn verleden…” Ze heeft de smoes zorgvuldig uitgedacht en zelfs enkele foto’s gemaakt de afgelopen week om de smoes te ondersteunen. Vol vuur legt ze de betekenis van bepaalde foto’s uit, een speciale plek aan het water waar ze met haar moeder vaak kwam, hun eerste huis in deze stad dat er nog gedeeltelijk staat en zo gaat ze door. Het is natuurlijk geen echt project, ze zou nooit een project doen over haar verleden. In Amerika is juist het heerlijke dat ze geen verleden heeft, dat oppervlakkige foto’s zonder diepzinnige teksten ook kunnen als hun compositie en onderwerp aan spreekt, heel anders dan in Europa. Daar moet alles te maken hebben met een diepe pijn, een onverwerkt verdriet of een vibrerend verleden… Ook de directrice lijkt onder de indruk van de diepgang, van het feit dat Sarah op deze creatieve manier haar moeder een laatste ode wil brengen. “Dus dat is wat je hier brengt…” zegt ze terwijl ze de matte zwart-wit afdrukken langzaam nog eens bekijkt. “Deze vind ik mooi…” zegt ze wijzend op de foto’s van de waterkant “De kringen in het water…” Sarah kijkt even mee, die kringen waren haar niet eens opgevallen, ze had die foto’s maar snel gemaakt om haar verhaal wat meer waarheid te kunnen geven. “Ik wil graag foto’s maken met een van uw kleinste kinderen… het moet iemand zijn zoals ik, een klein meisje… Ik wil proberen om de herinnering van de eerste keer naar deze school, het begin van een leven van leren, het begin van een ontwikkeling… ik wil dat visualiseren…” De directrice knikt “Dat zou geen probleem moeten zijn…” meent ze en even later lopen ze over de gang naar de klas met jongste kinderen. Ze hebben afgesproken dat Sarah daar iemand zal kiezen. Sarah voelt hoe ze zenuwachtig wordt, ze hoopt dat ze Vera zal herkennen. Haar vader heeft het kind goed voor haar beschreven, maar toch is ze bang dat ze haar er niet uit zal kunnen pikken. Ze heeft zich voor niets zorgen gemaakt. Het moment dat ze over de drempel stappen en alle kleine hoofdjes nieuwsgierig in haar richting draaien ziet ze Vera zitten. Vera die onmiskenbaar de onverzettelijke trekjes in haar gezicht van haar moeder heeft over genomen en die inderdaad de mooie ogen van haar moeder heeft, maar dan een donkere, nog spannendere versie daarvan. Een prachtig kind, met een mooie donkere blik onder een zee van donker haar dat inderdaad net zo op haar schouders valt zoals het dat destijds bij Sarah deed. Iets in haar gezicht doet haar ook denken aan de foto’s van haarzelf als kleuter. Ze kijkt de directrice aan wat met de juf heeft overlegd en wijst dan op Vera. “Zij is het kind dat ik zoek, absoluut…” zegt ze “Iets in haar blik is precies wat ik nodig heb…” De juf kijkt een beetje verbaasd “Vera Dierckx? Nou, ik geef het je te doen om daar wat mee klaar te spelen… ze is nu niet direct het meest meegaande kind om eerlijk te zijn…” De directrice trekt haar wenkbrauwen op “Persoonlijk meningen van jou, Carolien, tellen hier even niet mee…” zegt ze vrij scherp. Sarah hoort iets terug in die stem waar ze vroeger bang voor was, maar schudt het van zich af. Vera, die haar naam heeft opgevangen kijkt nieuwsgierig naar Sarah die op de drempel is blijven staan. “Nouja, neem haar mee, veel plezier… haast je vooral niet om haar terug te brengen…” voegt de juf er zacht aan toe met een lachje. “Vera,” zegt de directrice “Jij mag meekomen met Sarah hier, die gaat iets leuks doen met je… OK?” Vera staat op, loopt naar de directrice en dan naar Sarah “Wie ben jij?” vraagt ze met een brutale twinkeling in haar ogen en stapt achter haar aan de gang op. “Ik ben Sarah, wie ben jij?” Vera blijft haar aanstaren “Ik ben Vera…” zegt ze. “Nou, ik laat jullie alleen kom nog even langs als je klaar bent.” Zegt de directrice en wandelt dan weg door de lange gang. “Kom, dan gaan we buiten op het schoolplein zitten.” Stelt Sarah voor en kijkt naar het meisje dat naast haar loopt. Dus dit is nu mijn zusje, denkt ze bij zichzelf. Ze zou er zo mee de school uit kunnen lopen, het plein af, naar haar vader toe. Ze moet de neiging onderdrukken om het kind te vertellen wie ze werkelijk is, haar grote halfzus en dat ze ergens nog een vader heeft die haar heel graag wil zien en met haar wil praten. Ze heeft zo’n vermoeden dat dit kind het allemaal best zou begrijpen. Ze ziet er niet uit alsof er iets is wat ze niet begrijpt. Het meisje dat naast haar voort huppelt heeft een wereldwijze blik, maar tegelijkertijd zit in elk huppeltje iets heel speels en ondeugends. Buiten op het schoolplein legt ze Vera uit dat ze foto’s wil maken. Ook pakt ze haar videocamera en filmt Vera een tijdje. Die snapt niet precies wat er gaande is en wordt een beetje verlegen, omdat ze ook niet goed weet wat ze moet doen. Sarah kijkt om zich heen en krijgt een idee. Ze zet de videocamera op een bankje en gaat met Vera onder de boom zitten, zodat ze goed in beeld zijn. “Vertel es Vera,” zegt ze dan, alsof de camera er helemaal niet meer is “Wie zijn je papa en je mama?” Vera kijkt haar een beetje achterdochtig aan en ze trekt even een gezicht voor ze zacht zegt “Tony en Jaap…” Sarah knikt en denkt kort na voor ze een volgende vraag stelt. 

“Begrepen… over…” Raymond zet de sirene van de combi aan en draait in een mooie bocht door naar de andere weghelft, daar drukt hij het gas in en rijdt zo hard hij kan naar de plek die Pasmans en hij net via de mobilofoon hebben doorgekregen. Pasmans zit naast hem al te frutten met een notitieboekje en een pen en kijkt spiedend in het rond of hij al een teken van het beloofde ongeluk ziet. Het duurt niet lang of ze zijn op de plaats van bestemming en nog voor Raymond goed en wel is afgeremd opent Pasmans al zijn portier om er uit te springen. Nog net op tijd ziet hij dat Raymond naast de gracht heeft geparkeerd en dat als hij iets te enthousiast uit de auto springt hij regelrecht de gracht in zal donderen. Vol vuur stapt hij uit de auto en wringt zich langs de combi af om bij de plek van het accident te komen. Een fietser ligt in een ongemakkelijke hoek op de straatstenen en eromheen staan een aantal mensen. “OK mensen… een beetje terug uit alstublieft…” roept Raymond en kijkt achterom naar Pasmans “De ziekenwagen is al gebeld, toch?” Hij hoeft niet op het antwoord van Pasmans te wachten want even verderop zien ze een ziekenwagen met zwaailicht en sirene de brug over komen in hun richting. “Ja mensen, een beetje ruimte hier…” roepen de ambulanciers als ze met hun brancard de menigte proberen door te komen. “Ai, dat ziet er niet al te best uit…” mompelt een van hen als ze bij de gewonde neer knielen. “Hij leeft nog wel…” mompelt de andere die een hartslag heeft gezocht. Snel en kundig gaan ze te werk en al gauw verdwijnt met het lichaam ook het publiek. Een paar mensen blijven achter, omdat Raymond hen heeft gevraagd te blijven. Zij hebben het ongeluk zien gebeuren, een van hen heeft de 100 gebeld en zij hebben ook de auto zien wegrijden die dit veroorzaakt heeft. “De man kwam uit de copyshop daar…” zegt een oudere man die net op dat moment met zijn hondje voorbij kwam gewandeld “en hij stapte in een zwarte auto daar…” De man wijst op een plek aan de kade. “Dan rijdt hij snel achteruit, zo op die fietser in… hij is niet eens stil blijven staan, hij schakelt zo in z’n vooruit en sjeest weg…” Raymond knikt en schrijft alles op “Weet je in wat voor auto ie reed?” vraagt Pasmans een jongen van zijn leeftijd, die knikt direct ijverig “Een zilvergrijze Audi TT, een roadster, een cabriolet dus… zo’n zilver-metaalkleurige, met alu velgen…” Pasmans kijkt hem wat verbaasd aan “U verkoopt die auto?” vraagt hij verbijsterd. “Eh… nee, sorry, Audi’s zijn een hobby van me, ik zou er zelf ook zo eentje willen, vandaar dat ik nog wel es blijf staan als ik er een zie rijden…” doet de jongen verontschuldigend. “U hebt niet toevallig naar de nummerplaat gekeken?” vraagt hij. De jongen schudt zijn hoofd, maar een ander die de conversatie gehoord heeft spring in. “Ik heb alleen de letters gezien…” zegt die en geeft hem 3 letters. Het is jammer dat de man de 3 cijfers niet heeft, maar Pasmans twijfelt er niet aan dat ze de wagen met deze beschrijving en met deze 3 letters in no-time te pakken zullen hebben. Ze blijven nog even om wat getuigenverklaringen en gegevens op te schrijven en reppen zich dan naar het commissariaat om daar de gegevens van de auto door het rijksregister te gaan gooien. “Wat doen jullie?” vraagt Vanbruane als ze Pasmans en Raymond het kantoortje in ziet gaan. “We zijn bezig met een aanrijdig. Fietser is van zijn fiets gereden vlak voor de copyshop aan de …” terwijl Raymond Vanbruane uitleg geeft typt Pasmans alvast het nummerbord in. Hij heeft veel geluk want met die lettercombinatie rolt er maar een AudieTT uit, dus dat kan niet missen. Snel klikt hij de wagen aan en print de gegevens van de eigenaar. “Dus we weten niet of ie het haalt, we hebben net nog het ziekenhuis aan de lijn gehad, ze zijn nog aan het opereren, gescheurde milt, geperforeerde lever… als ik alle dingen zo hoorde verwacht ik niet dat hij het halen zal… We zijn dus op zoek naar de bestuurder van onze AudiTT.” Vanbruane kijkt hem aan “Een wat?” vraagt ze “Een AudiTT, dat is een auto baas… een cabriolet… een zilvergrijze…” Vanbruane heft haar handen op “Ik weet wat een AudiTT is, Max heeft er zo een… een zilvergrijze cabriolet, ik weet niet hoeveel er rond rijden in Gent, maar ik…” Pasmans kijkt naar de gegevens op zijn papier en zijn wangen kleuren rood “Nou, ik denk niet dat er al te veel exemplaren rond rijden…” zegt hij harder dan hij het bedoelde te zeggen en steekt Raymond het papier toe. Die leest ook even en schraapt dan zijn keel voor hij het papier aan Vanbruane overhandigt. Ze leest de woorden op het papier, leest het dan nog eens en wordt dan lijkbleek. “Dit…” stamelt ze en kijkt Raymond aan, even houdt ze haar adem in en lijkt dan zichzelf weer te hervinden “Dit is de auto van Max…” zegt ze met een nog wat onvaste stem. Raymond knikt “Daar lijkt het wel op ja…” zegt hij. “Misschien hebben die mensen zich vergist in de letters…” stamelt ze. Raymond trekt zijn wenkbrauwen op “Baas, u zegt net zelf dat er niet veel van die auto’s rondrijden in Gent…” Pasmans komt tussenbeide “Ik heb de letters in andere combinaties geprobeerd en zelfs een paar letters nog vervangen voor anderen die er op zouden kunnen lijken… Maar dit is de enige AudiTT die ik eruit krijg…” doet hij behulpzaam. Vanbruane knikt stilletjes en neemt het papier dan mee het lokaal in. “Baas, kunnen wij…?” begint Britt als ze de baas ziet binnen komen. Vanbruane heft haar hand op en loopt door naar haar kantoor “Raymond…” zegt ze en laat hem voor zich uit het kantoor binnen. Pasmans wil ook mee naar binnen glippen “U niet Wilfried, ik wil dit even met Raymond bespreken…” zegt ze fel. Britt en Tony kijken elkaar een beetje verbaasd aan. “Wat heb je nou weer uitgevreten Wilfried?” bootst Tony de manier waarop Vanbruane Pasmans naam altijd zegt, perfect na. “Niets… ik niets…” mompelt Pasmans. “Haar Max… die heeft…” Nog net op tijd beseft hij dat hij misschien beter nog even kan zwijgen over die informatie, wil hij niet dat Vanbruane persoonlijk hem de keel over snijdt als het niet waar blijkt te zijn en hij de roddels al de wereld in heeft gestuurd. “Niets…” mompelt hij dan en gaat koffie halen. Britt en Tony kijken elkaar aan “Tja…” zegt Tony, haalt haar schouders op en concentreert zich weer op de zaak waar zij mee bezig zijn. Binnen in het kantoortje haalt Vanbruane Raymond over om haar eerst met Max te gaan laten praten. “Ik kan me niet voorstellen dat hij zoiets zou doen…” herhaalt ze meerdere malen en Raymond laat haar maar rustig praten. “Baas, het staat daar zwart op wit en andere verdachten krijgen ook niet het voordeel van…” begint hij. Maar haar felle groene ogen leggen hem onmiddellijk het zwijgen op. “Als hij het gedaan heeft breng ik hem onmiddellijk mee hierheen. Ik wil zelf degene zijn die…” Snauwt ze en kijkt dan naar haar bureau “Het spijt me… jullie kunnen er niets aan doen, het is alleen dat ik…” ze zucht en schudt haar hoofd. “Ja, een beetje discretie is misschien prettig, bij de burgemeester, maar baas u weet net zo goed als ik dat dit toch wel uit komt, ik bedoel… de pers komt hier toch achter…” probeert Raymond ervoor te zorgen dat zijn baas niet nodeloos in de problemen gaat raken.Hij weet niet wat ze gaat doen als haar vriend gaat ontkennen, of excuses en uitvluchten gaat verzinnen… Hij weet wel dat het een groot probleem wordt als ze hem ook maar drie seconden de kans geeft om weg te komen, of zelfs al geeft ze hem die kans niet, zelfs al gaat er werkelijk per ongeluk iets mis, zelfs dan… De vragen zullen ongetwijfeld komen, het IT komt binnen en ze zijn hun baas kwijt. En daarin heeft hij weinig zin, Vanbruane is een goede, streng maar fair. “Het is alleen…” begint Vanbruane nog eens aan een uitleg, maar zwijgt dan opnieuw. Ze heeft geen zin Raymond deelgenoot te maken van haar angsten, zelfs Britt wil ze nu niet in vertrouwen nemen. Ze wil naar de overkant en deze informatie zelf bij Max onder de neus duwen, ze zal onmiddellijk weten of hij het wel of niet gedaan heeft. Ook al weet ze dat ze haar hoofd nu op een hakblok legt en maar mag hopen dat er geen beul met scherpe bijl klaar staat om de hoek. Ze weet hoe ze haar carriere in de waagschaal stelt, maar toch moet ze dit zelf doen. Met een “Ik ga er nu naar toe.” Stuurt ze Raymond weg, die redeneert dat de burgemeester van Gent toch nergens heen kan, mocht hij dit inderdaad op zijn geweten hebben en kijkt toe hoe Vanbruane het lokaal uitbeent. “Waar moet die naar toe?” vraagt Britt. “De overkant…” gebaart Raymond met zijn hoofd. “Er is een fietser plat gereden… En de auto die men dat heeft zien doen staat op naam van haar vriendje…” Tony kijkt Raymond verbaasd aan “Dat meen je niet…” Raymond knikt “en hij is daarna weg gereden.” Voegt hij er aan toe, hoewel zowel Britt als Tony dat al had geraden. “Oh hemel…” doet Britt. “Inderdaad…” knikt Raymond en gaat achter zijn bureau zitten “En nu maar wachten tot ze terug komt…” 
Nadine stormt intussen aan de overkant de trappen op en negeert een “De burgemeester heeft een overleg… u kunt niet naar binnen… hallo, haloooo…” van de geschokte secretaresse die ze resoluut opzij schuift. Met een kort klopje waarbij ze niet op antwoord wacht stormt ze de werkkamer van Max binnen en blijft pas stil staan wanneer ze de vergadertafel vol mensen ziet, die nu allemaal onverholen nieuwsgierig naar haar kijken. Max, die zelf lichtelijk onderuitgezakt hangt te luisteren naar een saai leuterverhaal van een van de aanwezigen, kijkt haast blij op. “Nadine…” zegt hij iets te enthousiast en herstelt zich dan “Commissaris…” Hij is Goddank gestopt met haar plagerig ‘kapitein’ te blijven noemen als ze in gezelschap zijn. Slechts thuis wil hij bij wijze van grap nog wel eens refereren aan haar zoals hij het noemt ‘scheepsverleden’, het idee van Nadine die als kapitein groen van zeeziekte over de reling hangt amuseert hem mateloos en laat hem niet los. “Meneer de burgemeester…” antwoordt Nadine, een tikkeltje geamuseerd dat ze hem zo noemt, hoewel iedereen hier in deze kamer ongetwijfeld de aard van hun relatie kent. “Ik gok dat het een spoedgeval betreft… aangezien u zo mijn kamer binnen komt lopen…” zegt Max als hij achter Nadine een verbouwereerde secretaresse binnen ziet komen, die nog licht naar adem hapt van zoveel brutaliteit. “Ik moet u even onder vier ogen spreken, meneer de burgemeester en inderdaad, het is nogal dringend…” Max staat op en kijkt naar de verzamelde mannen “Even pauze dan maar, heren?” stelt hij voor en wenkt de secretaresse “Laat u even verfrissingen aanrukken…” Hij stapt op Nadine af “Onder vier ogen… laten we eens even een bezemkast opzoeken dan…” bromt hij vlakbij haar oor. Alhoewel de situatie natuurlijk ernstig is kan Nadine een lachje niet verbergen. “Ik wil niet gestoord worden…” waarschuwt Max zijn secretaresse als hij ergens een leeg klein kantoortje binnen schiet. “Zo, vertel eens…” zegt hij als hij de deur gesloten heeft “Ik bedoel, ik heb altijd al de vurige hoop gehad dat iemand me ooit uit een preek zou redden van mijn leraren en nu wordt die wens dan toch eindelijk vervuld… maar kun je me de toedracht van dit bezoek even…” eindigt hij formeel. Nadine laat zich op een stoel neerzakken. “Max… het is niet grappig of leuk bedoeld dat ik hier ben, geloof me…” Ze begint uit te leggen dat er een fietser is aangereden, een jongeman die waarschijnlijk nu dood ligt te gaan tijdens een stel wanhopige operaties om zijn leven te redden. “De dader is doorgereden Max, omstanders hebben zijn auto en zijn nummerplaat gezien…” Max haalt zijn schouders op “Ik vind het heel erg, maar wat is daar zo urgent aan dat je er mij voor uit een vergadering moet halen.” Doet hij verbaasd. “Waar was jij op het tijdstip dat het gebeurde, Max…?” vraagt ze wat feller dan ze wil. “Dit was net voor de vergadering… Hier…” doet Max verbaasd. “Wie kan dat bevestigen?” vraagt ze, Max zucht en rolt met zijn ogen. “Mijn secretaresse, sommige van de mannen in de vergaderzaal daar, omdat we van te voren een korte meeting hadden en mijn assistent… nee, hij niet, hij was weg.” Nadine laat opgelucht haar adem ontsnappen, ze kan zich niet voorstellen dat Max zou liegen tegen haar, zeker niet als ze zo de zaal in kan stappen en er naar kan vragen. Max kijkt haar een beetje boos aan “Wat is dit allemaal, Nadine, verdenk jij mij van…” Nadine schudt haar hoofd en geeft hem de papieren die ze in haar hand heeft. “Het was deze auto, Max… wees blij dat ik je uit de vergadering haal en niet een paar van mijn mensen, in uniform… Je snapt toch wel dat we bijna niet anders kunnen dan…” Max kijkt verbaasd naar de papieren “Dat is mijn auto…” mompelt hij. “Het was me ook opgevallen.” Nadine kijkt er ongelukkig bij. “Maar dat kan niet, want ik was hier…” zegt hij dan. “Ik bedoel, ik snap wat je zegt en… maar denk je serieus dat ik zoiets zou doen?” Hij kijkt haar wat donker aan. “Max! Wat moet ik denken? Mijn mensen komen aan met dit, wat moet ik denken, hoeveel AudiTT’s rijden er rond in Gent denk je? Niets waarvan de nummerplaat met de jouwe zou kunnen worden verward in ieder geval…” ze snauwt het haast, omdat ze zich in een hoekje gedreven voelt. “Heb je een betere verklaring? Ik weet dat jij erg zuinig bent op die auto, ik weet dat hij hier in de garage staat en ik weet ook dat de bewaker echt geen dief zou laten wegrijden met jouw wagen…” somt ze op. Max knikt en kijkt haar dan aan “Ik snap dat je dat dacht… ik ben geschokt dat je denkt dat ik niet uit zou stappen, maar inderdaad al deze feiten optellend…” Nadine schudt haar hoofd “Max, ik zet op dit moment mijn carriere op het spel voor jou, dus geef me een beetje credit, OK? Ik ben degene die dit papier weg heeft gepakt van mijn mensen, juist omdat ik niet geloofde dat je dat gedaan kon hebben. Misschien heb je niet gemerkt dat je iets raakte, misschien…” haar stem sterft weg en ze kijkt hem aan. Hij ziet haar lip even trillen en een paar tranen in haar ogen opwellen, die ze weer weg duwt. Zij is juist de gene die niet kan geloven dat Max zo iemand zou aanrijden en dan niet zou uitstappen, ziet hij dat dan niet. Hij ziet het, hij ziet het in haar ogen die een soort oneindige trouw uitstralen. Ze zou zelfs in me blijven geloven als ik het wel gedaan zou hebben, zelfs al zou ik de gevangenis in draaien, ze zou blijven houden van me, denkt Max en hij voelt hoe zijn hart een sprong maken. “Ik heb het niet gedaan…” zegt hij zacht “Ik weet wel wie wel…” voegt hij er dan aan toe. “Ik weet wie wel…” Nadine kijkt hem aan en er verschijnen tranen in haar ogen “Oh Max, ik dacht even…” fluistert ze. Hij neemt haar in zijn armen en wiegt haar op en neer, ze moet inderdaad van alles gedacht hebben, schiet het door hem heen. Ze moet gedacht hebben dat ze hem zou verliezen, dat is zeker. “Het is mijn assistent… Ik had hem naar de copyshop gestuurd om de uitdraaien van de presentatie voor deze vergadering te halen… Die jongen, een stagiair is ie, hij had ze weg gebracht en was ze vergeten op te pikken gisteren. Daar kwam hij een kwartier voor de vergadering achter… Ik heb ‘m mijn auto geleend, omdat ik ook wilde dat die uitdraaien hierheen kwamen, ook al ben ik dan zuinig op mijn wagen, ik zag het niet zitten dat hij dingen te voet moest gaan halen, dat duurt…” Hij zucht even. “Hij moet tegen die jongen aangereden zijn…” Nadine knikt “De copyshop,” herhaalt ze “Het gebeurde voor de copyshop inderdaad…” Max knikt en zucht nog een keer, met zijn vinger veegt hij de tranen uit de ogen van zijn vriendin en kust haar voorzichtig. “Hij is hier, mijn assistent, hij zit te werken aan een verslag geloof ik… Ik zal hem laten halen en met je meesturen… Verdraaid, het is geen georganiseerde jongen, maar wel pienter… nu moet ik weer een andere stagiair nemen, neem ik aan…” Nadine glimlacht “Tja, het zit er wel in, we moeten natuurlijk even kijken…” Max laat haar los en loopt naar de deur “Ik kan het schandaal nog niet gebruiken, ik zit hier nog niet lang genoeg om hier al weer weg te willen. Daarbij werkt mijn vriendin ook in deze stad, dus zou ik niet graag moeten verhuizen voor mijn ambt…” glimlacht hij “En ik ken mensen bij de politiemacht die maar wat graag schandalen naar buiten brengen die zich hier…” Nadine onderbreekt hem met een vingertje “Ho, ho, jij zou dat schandaal van die zandhopen ook naar buiten hebben gebracht…” corrigeert ze hem. Met een lachje opent hij de deur, dat moet hij toegeven, zijn voorganger had wel een grove steek laten vallen. Hij zat nu met het probleem dat de bodemsanering bekostigd moest worden. 

Hij heeft een donkere kamer voor haar ingericht in de kelder. Het huis is ook groot genoeg, daar niet van, toch vindt ze het buitengewoon lief van hem. Ze is niet van plan vaak naar België te komen de komende tijd, dat weet hij ook, maar voor die paar keer dat ze komt heeft hij een donkere kamer gemaakt. Op de onrustige tonen van Debussy’s ‘masques’ laat ze haar gedachten door de ruimte zweven terwijl ze met een eindeloos geduld de juist hardheid, belichtingstijd en uitkadering vindt voor elke foto. Vera is zeer fotogeniek, denkt ze, ze zou het nog leuk vinden om met haar zusje op te trekken ook, als ze haar als modelletje kon blijven gebruiken. Het kind had een prachtige blik en ogen waarin meer wijsheid opgesloten lag dan ze naar buiten liet komen, een wijsheid die je zag op de prachtige close-ups. Her en der drukt ze de foto’s wat door zodat de huid de juiste grijstint krijgt en schaduwen het gezicht minder ontsieren dan ze op de originele afdrukken doen. Op de grote afdruk die in de ontwikkelaar langzaam zijn afbeelding prijs geeft ziet ze de lippen van het kind, de mond van Tony, de ogen van Tony, de neus van Tony… maar die haren… de haren van Sarah. Sarah had altijd gedacht dat ze die haren meer van haar moeder had, dan van haar vader, maar dat allel blijkt toch haar vaders in breng te zijn in zijn dochters. De onverzettelijke blik lijkt in eerste instantie van Tony, maar nu ze er een paar foto’s heeft bijgenomen van zichzelf als klein meisje ziet ze die ook bij haar terug komen en moet dus concluderen dat ze die ook alle twee van hun vader hebben. Misschien dat die blik dat was wat haar vader was opgevallen in het kind, wat hem had doen zeggen dat ze wat op haar leek. Hij had gelijk… het was een prachtig kind. In het begin was ze wat verlegen geworden van de aandacht die Sarah haar gaf, maar uiteindelijk hadden ze onder de boom leuk met elkaar zitten praten. Sarah pakt de foto met een klem uit de ontwikkelaar en stopt hem in de spoelbak, ze zorgt dat alle ontwikkelaar weg gespoeld is en stopt de foto dan in de fixeer. Ze is tevreden over dit exemplaar. Het is een mooie foto, prachtig qua compositie, ze heeft precies de juist hoeveelheid omgeving weg gekaderd. En opgeblazen tot A3 formaat is het een werkelijk kunststuk, op de juiste plaatsen doorgedrukt, zodat je de vrolijke zonnespeling in het haar goed door ziet komen. Ze spoelt de foto weer af als hij een tijdje in de fixeer heeft gezwommen en hangt hem te drogen. Nu deze foto perfect is kan ze op naar een zelfde lang proces voor de volgende. Haar ogen dwalen naar de klok, het is al na etenstijd, maar haar vader werkt vanavond, dus wordt ze niet gedwongen om eten te koken en op te eten.Ze kan doen waar ze zin in heeft. Om de een of andere vage reden komt er een plan in haar op. Foto’s maken van Vera dat ging zo gemakkelijk vanochtend in de school, ze had een goede smoes en het ging zo gemakkelijk. Sneller dan ze verwacht had, met minder problemen dan ze gedacht had. Nauwelijks een uitdaging eigenlijk, daarvoor had het een grote uitdaging geleken, spannend, iets waar eer mee te behalen viel, maar nu… Hoewel de foto’s prachtig waren en ze fotografisch gezien een mooie prestatie had geleverd levert het haar niet het overwinningsgevoel op waar ze op had gehoopt. Ze moet iets doen wat meer spanning oplevert, iets meer heroïsch dan dit… Het plan nestelt zich in haar en blijft daar even rond stuiteren. Dan klikt ze haar vergroter uit, bergt het fotopapier op en dekt de bakken met chemicaliën zorgvuldig af. Ze loopt naar haar kamer en trekt een t-shirt aan wat nog niet naar de fixeer stinkt. Haar haren doet ze zorgvuldig in een knot. Ze kijkt in de spiegel naar zichzelf, je ziet niet aan me dat ik wat spannends ga doen, denkt ze met een lachje. Zorgvuldig zoekt ze haar camera en de juiste lenzen bij elkaar, voor deze actie heeft ze een telelens nodig en een rolletje met een hoog asa, na heel lang zoeken heeft ze bij een speciale fotograaf een aantal rolletjes van 1600 asa op de kop getikt, een heel prestatie, aangezien zelfs de rolletjes van 800 asa niet meer voor het oprapen liggen. Met de huidige digitalisering van de fotowereld en de andere camera’s die allemaal zoveel snufjes hebben dat je een hoger asa haast niet meer nodig hebt is het uit geraakt om de filmpjes met grote korrels nog te gebruiken. Maar Sarah hoeft geen ‘duidelijke’ foto’s, die heeft ze vandaag al gemaakt. Ze wil foto’s waar uit duidelijk wordt wat ze gedaan heeft om ze te kunnen maken… foto’s die gemaakt zijn door een sluiper in de nacht. Wie weet gaat ze de hele zooi nog wel voor een project gebruiken, maakt ze er een leuk verhaal omheen… Dan zou alle inspanning ook nog een goed punt op leveren. Ze trekt haar gympen aan en loopt naar beneden. Daar kijkt ze of alles goed op slot zit en verlaat dan het huis. Het is een aardig eindje lopen naar Tony’s boot, maar daar geeft ze niet zoveel om. Ze denkt aan wat ze straks gaat doen en daarvan krijgt ze meteen energie. Foto’s maken van Vera en Tony samen, wat dus betekent dat ze naar de boot van Tony moet, dat ze het stiekem moet doen, dat ze betrapt kan worden en dat ze dan (want als ze betrapt wordt zal Tony haar zeker aangeven) de kans loopt om opgepakt te worden en zich dus zal moeten verstoppen… De gedachten daar aan maakt dat haar hart weer een paar sprongetjes maakt. Als je een saai, beschermd leven hebt dan is zoiets als dit het toppunt van spanning en heldhaftigheid. Je moet alles in proporties zien, denkt ze. Andere mensen moeten deze kick krijgen als jagen op iemand, iemand willen vermoorden, zoals in de films. Maar zij jaagt ook, haar prooi wil ze echter niet vermoorden, ze wil hem vangen, vangen op fotopapier. Haar missie is geslaagd als ze foto’s heeft gemaakt waarvan ze weet dat mensen niet willen dat ze die maakt, waarbij er een zeker gevaar is. Ze doet iets waarvan mensen, als ze er achter zullen komen, niet zullen begrijpen waarom ze het doet. Maar ze voelt hoe het jachtinstinct dat eeuwen in mensen woont ook in haar naar boven komt en ze denkt met een zeker cynisme dat ze eindelijk eens het braaf zijn opgeeft en de werkelijke bitch in haarzelf de ruimte geeft te spelen. Zou een paparazzifotograaf zich ook zo voelen, eeuwig op jacht naar de sterren? De spanning is geweldig en ze bedenkt in een flits dat ze later graag paparazzifotografe zou willen worden, vandaag wil ze bewijzen dat ze daar goed in zou kunnen zijn. En wie weet, als ze Vera heeft gevangen in haar lens, wie weet kan ze dan eens op een ander gaan jagen, gewoon zomaar iemand… Nee, het moet iemand zijn die ze kent, dat is leuker… Ze ziet de boot liggen en ziet dat de lichten aan zijn. Niet dat het buiten al erg donker is, het vallen van de avond is nog maar net begonnen, maar kennelijk is het in de boot al donker genoeg om de lampen aan te doen. Ze kijkt even rond en ziet dan een goede plek op een klein vissersbootje dat direct achter de boot van Tony ligt. Het is een verroest oud ding en het zier eruit alsof het niet al te vaak gebruikt wordt. Vast van een of andere vent die in de weekenden wel eens het water op wil om een paar vissen uit het water te slingeren. Ze kijkt goed om zich heen en springt dan het bootje op. Ze neemt een zeil en legt dat over zich heen, zodat ze, stel dat er mensen langs komen, niet te zien is van bovenaf. Op die manier kan ze ook goed haar camera ondersteunen. Tony’s boot heeft grote ramen aan de voorkant, maar al gauw ontdekt Sarah dat ze niet zoveel ziet, omdat de ramen bovenaan zitten in de ‘kamer’ die er onder gecreëerd is. Ze zal toch tussen de geparkeerde auto’s moeten gaan zitten om op die manier van bovenaf in de kamer te kunnen kijken. Ze verlaat haar schuilplaats weer en klimt de kade op. Ze kiest een goede plek uit tussen twee auto’s en stelt dan scherp. Ze heeft geluk. Tony zit met een man, ongetwijfeld de Jaap waar Vera over vertelde, op de bank en de kinderen zitten bij hen. Tony lijkt hen voor te lezen uit een of ander sprookjesboek. Sarah stelt scherp en haalt de hoofden zo dicht mogelijk bij, aangezien ze haar grootste telelens heeft meegenomen lukt het haar om de personen in de boot aardig goed dichtbij te krijgen. ‘Jaap’ is geen onaantrekkelijke man, ziet ze wel, een heel stuk jonger dan haar vader en dus eigenlijk veel geschikter voor Tony, ze twijfelt er niet aan dat de twee van zo ongeveer de zelfde leeftijd zijn, Jaap is misschien ietsje ouder. Hoewel ze Tony totaal niet graag als vriendin van haar vader zou zien gaat er plaatsvervangend toch een steek door haar heen, alsof ze boos is op Tony dat die nu zo’n gelukkig gezinnetje heeft gevormd met een andere man. Als ze nu alleen was gebleven met Vera, moeite om de eindjes aan elkaar te knopen en alle bijbehorende alleenstaande-ouder problemen was dat veel meer een overwinning geweest, meent ze. Voor haar en Jitse en nu voor haar vader, waarschijnlijk had ze dan ook niet zo moeilijk gedaan over contact. Nu wil ze natuurlijk niet dat er ook maar iets is dat haar dochter zal doen twijfelen aan de echtheid van hun gezin. Ja, om de een of andere reden vindt ze het vervelend Tony zo gelukkig te zien, iets wat ze raar vindt. Ze had helemaal niet het idee dat ze Tony het geluk niet gunt, maar kennelijk is het feit dat ze destijds voor hun moeder in de plaats had kunnen komen iets wat haar zo tegen de borst stuit dat ze daar nog altijd in haar hart verontwaardigd over is. Een idee waardoor ze zich afvraagt of ze nu boos is op Tony of op haar vader, die thuis was gekomen met een vriendin die veel te jong was voor hem en naar haar mening ook veel te snel na de dood van hun moeder. Beetje vreemd misschien, want wanneer was dan wel de juiste tijd om opnieuw met vrouwen uit te gaan, wat was de officiële lengte van rouw? Hoe lang hadden ze gedacht hun vader nog tegen te houden? In Amerika was hij ook met vrouwen uit gegaan, die hem vooral interessant vonden omdat hij uit Europa kwam. Daarmee hadden zowel Jitse als zij geen problemen gehad, het was ook altijd op voorhand al duidelijk dat het niet lang zou duren. Hun gezin was nooit bedreigd. En Sarah heeft ook niet het idee dat ze het nu erg zou vinden als haar vader een nieuwe vriendin kreeg, het is al lang geleden, hij woont alleen in dat grote huis… het zou niet meer dan normaal zijn. Ze gunt hem zijn geluk, zij en Jitse zijn toch ook verder gegaan. Ze voelt een steek van spijt dat ze hem de kans niet heeft gegeven met Tony een gezin te vormen, hij had het graag gewild. Dat ziet ze in zijn ogen als hij over haar praat, hij ziet haar nog steeds graag… Maar zij is hem helemaal vergeten en dat doet hem pijn. Ze wil niets meer van hem weten… Misschien had hij gegokt dat ze alleen zou blijven die tijd dat zij in Amerika zat, of toch in ieder geval niets vasts zou beginnen, het was tenslotte Tony. En dat hij dan weer terug zou kunnen komen… er zouden geen problemen meer zijn, want zij en Jitse zouden weg zijn. Ze bijt even op haar lip, zij had het voortouw genomen in het wegjagen van Tony en ze voelt ook dat dat de voornaamste reden is waarom ze nu zo wanhopig graag haar vader wil helpen om wat tastbaars te verkrijgen van zijn kind, ze wil dat hij een relatie kan krijgen met Vera, omdat ze weet dat zij degene is die dat stuk heeft gemaakt. Als zij destijds niet de relatie tussen Tony en haar vader zo onder druk had gezet, door het gerotzooi met drugs, maar vooral door haar houding tegenover haar, dan was dit niet gebeurd. Dan waren Tony en haar vader nu misschien bij elkaar… Dan was je nooit in Amerika terecht gekomen, schiet het door haar heen. Misschien hadden ze dan nu nog met zijn allen in het huis gewoond en was zij de grote zus van Vera geweest… En dat heb ik allemaal kapot gemaakt, zucht ze voor zich uit. Haar rolletje is vol, Tony en haar vriend zijn opgestaan en zijn al weer terug gekomen naar de bank, zonder kinderen. Ze kijkt door de camera en ziet ze op de bank zitten, ze omarmen elkaar en zoenen uitbundig. Jaap is bezig met het losknopen van Tony’s blouse. Ze wendt haar hoofd af, ze hoort hier niet te zijn. Plotseling voelt ze zich niet heldhaftig meer, ze voelt zich meer een voyeur en ze is er zich scherp van bewust dat ze met haar koppigheid destijds iets kapot heeft gemaakt wat heel mooi had kunnen zijn. Een ogenblik twijfelt ze of ze misschien ter plekke in het water zal springen, haar vader was ongetwijfeld veel beter af zonder haar. Zonder een dochter die zijn relaties verwoest en er voor zorgt dat hij zijn kind niet mee kan opvoeden. Maar realistisch als ze is beseft ze dat haar vader het haar niet bepaald in dank zou afnemen als ze het zou wagen zelfmoord te plegen en zeker niet als ze dat doet naast de boot van Tony. Met een diepe zucht kijkt ze nog eens in de richting van de boot, zelfs zonder zoomlens kan ze de bewegingen op de bank zien. “Weten die mensen niet dat ze beter gordijnen kunnen aanschaffen?” mompelt ze voor zich uit, misschien moest ze maar eens een goede daad doen en een anonieme tip geven dat de activiteiten op de bank voor iedereen vrij goed zichtbaar zijn. Of misschien kan het hen niet schelen, misschien vinden ze het best dat de hele wereld ziet hoeveel ze van elkaar houden. Ze draait zich om en slentert weg, met minder energie en een lange wandeling terug naar het huis van haar vader voor de boeg. Misschien moest ik er maar geen project van maken, denkt ze nog en misschien moet ik ook maar geen paparazzifotografe worden… 

“Maar hoezo dan een mevrouw met een fototoestel?” vraagt Tony voor de vierde keer. Ze zitten aan het ontbijt en voor een keer heeft ze niet zoveel haast, omdat ze eens op tijd zijn opgestaan. Jaap kijkt net als zij, oplettend en nieuwsgierig naar Vera die zojuist, zich van geen kwaad bewust, boven haar bord Brinta de opmerking heeft laten vallen dat er gisteren een mevrouw was op school die foto’s heeft gemaakt van haar. “Was de mevrouw ook bij jou in de klas dan?” vraagt ze Thomas. Die schudt zijn hoofd en wordt ook nieuwsgierig. Zijn kleine zusje antwoordt steeds hetzelfde “Nou gewoon, ze maakte foto’s.” Vera legt haar lepel neer en kijkt Tony aan “Ik snap niet waarom dit zo belangrijk voor je is…” zegt ze dan op exact hetzelfde toontje waarop Tony dit zinnetje altijd zegt wanneer ze vindt dat Jaap haar aan een kruisverhoor onderwerpt voor een of ander miniem dingetje. Jaap bijt op zijn wang om niet te lachen als hij Tony’s verbaasde gezicht ziet. “Vroeg of laat moet ik gaan opletten wat ik zeg…” mompelt ze. “Omdat ik wil weten wie er foto’s van je heeft gemaakt.” Zegt ze “Niemand heeft wat aan mij gevraagd…” begint ze “Nou, ze vroeg het toch aan mijhij… en ik vond het best…” zegt Vera brutaal alsof daar de kous mee af is. Voor een 3-jarige is ze niet dom, meent Tony toch in ieder geval een beetje trots. “Ik wil zulke dingen van te voren weten, ik wil dat de juf dat aan mij vraagt. Het is nooit goed om zomaar met een vreemd iemand uit de klas weg te gaan, ze hadden je nooit met haar mee mogen sturen, wie weet wat er had kunnen gebeuren…” Vera kijkt haar aan “Maar mama, er gebeurt toch niets…” Ze staat op en loopt naar haar moeder toe, als ze ziet dat die het moeilijk lijkt te hebben. “Kom hier…” Tony tilt haar op en klemt Vera tegen zich aan. “Vreemde mensen mogen je niet zomaar meenemen en ook geen foto’s van je maken, ik kan je niet uitleggen waarom niet, op een dag zul je dat begrijpen, OK? Het heeft te maken met mijn werk en met…” Ze zucht even, Thomas kijkt haar braaf aan “Ik zal nooit iemand foto’s van mij laten maken.” Belooft hij plechtig. “Ik ook niet…” belooft Vera dan, al heeft ze geen flauw idee wat er mis is met een paar foto’s. Ze had het juist wel leuk gevonden om lekker even naar buiten te kunnen gaan en de mevrouw was lief geweest. “Ze was wel lief hoor,” zegt ze dan “En ze ging van alles vragen over jou en over Jaap…” Tony kromt haar tenen. “Ik breng ze zelf naar school zo dadelijk…” zegt ze, eigenlijk is het Jaaps beurt, maar ze kan de neiging om op te springen en nu meteen naar de school te stappen haast niet onderdrukken. “Ik ga met je mee…” zegt Jaap zacht, ook hij is wat bezorgd. Met de huidige ontwikkelingen met Sam die aanspraak maakt op een rol in het leven van Vera moet er dit niet ook nog eens bij komen. Tot zoverre heeft niemand Tony ooit proberen te pakken via haar kinderen, maar deze nieuwe ontwikkeling maakt hem niet bepaald enthousiaster over haar werk en hij ziet dat ook Tony zich ernstige zorgen maakt. Als de kinderen hun tassen gaan zoeken kijkt hij haar aan “Kan dit iets met Sam zijn?” vraagt hij. Ze schudt haar hoofd “Ik zou niet weten hoe…” mompelt ze “Ik heb nog niet met hem gesproken en ik kan me niet voorstellen dat hij dit op het spel zou zetten alleen maar voor een stel foto’s… dat is niet wat hij wil… hij wil zijn dochter leren kennen… Nee, zo stom kan hij niet zijn…” Jaap knikt, dat was ook zijn impressie van de man na Tony’s omschrijving. “Kan het iets te maken hebben met een zaak waar je…” Tony zucht “Geloof me, daar denk ik nu over na… God, ik moet dat schoolhoofd spreken…” Ze pakt haar mobiel en belt Britt op. Snel legt ze de situatie uit. “Ik kom ook.” Zegt Britt dan, haar vermoeden is ook dat het eerder iets te maken heeft met het werk van Tony dan dat het te maken heeft met Sam. “We moeten dit onderzoeken voor er meer gebeurd… Ik zou alleen zo niet weten welke zaak wij aan het doen zijn, of pas hebben gedaan die…” mompelt ze en zegt dan “Ik neem contact op het Vanbruane en zie je daar op die school.” Als ze opgehangen heeft kijkt Tony Jaap aan. “Verdomme” mompelt ze, maar kan niet verder gaan omdat Vera en Thomas alweer binnen komen, klaar om naar school te gaan. Ze vinden het bijzonder leuk dat ze vandaag eens door allebei hun ouders worden weg gebracht. Jaap loopt met Thomas naar zijn klas om daar tegen de leerkracht te zeggen dat ze Thomas vooral met niemand mee mag laten gaan, dat hij in de klas moet blijven en dat ze hem op het schoolplein een beetje in de gaten moet houden. Als de lerares om uitleg vraagt zegt hij alleen maar dat het zou kunnen dat vanwege het werk van Tony er op dit moment gevaar zou kunnen dreigen voor de kinderen. “Het wordt onderzocht, er is geen reden voor paniek, we willen alleen dat jullie het weten…” stelt hij haar gerust. Ze knikt en glimlacht vriendelijk “maakt u zich maar geen zorgen.” Jaap loopt terug naar de klas van ‘juffrouw Carolien’ waar Tony op hem staat te wachten. Samen lopen ze naar binnen en ze zien dat juffrouw Carolien haar wenkbrauwen optrekt bij het zien van deze merkwaardige delegatie van de ochtend. “Kunt u even mee naar buiten komen?” gebaart Jaap met een vriendelijke glimlach. Juffrouw Carolien knikt en stapt achter hen aan de gang op. “Wat brengt u beiden hier?” vraagt ze onmiddellijk ter zaken komend. “Is het correct dat er gisteren een fotografe is geweest die van Vera foto’s heeft genomen, buiten op het speelplein?” vraagt Tony. De juf knikt “Alleen van Vera?” vraagt Jaap nog eens. De juf knikt opnieuw. “U weet wat voor werk ik doe?” vraagt Tony. Opnieuw een kort knikje “En u vindt het zelf niet raar om zonder vooraf toestemming te vragen aan de ouders een leerlinge met een wildvreemde fotografe de school uit te laten gaan?” Jaap doet geen moeite de verbazing in zijn stem te verbergen. De juf haalt even adem “Ja, dat vind ik wel raar ja, maar aangezien de Mevrouw van Lind zelf met dit meisje aan kwam zetten dacht ik dat het wel OK was, zij kende haar klaarblijkelijk, daarbij Vera had er zelf geen problemen mee, dus ik dacht…” Haar scherpe stem wordt wat zachter en voor het eerst heeft Tony het idee dat de rollen eens omgedraaid zijn en zij degene is die deze dame op haar kop heeft. Hoe graag ze dat ook zou willen doen, hier heeft ze maanden op gewacht, ze voelt weinig triomf. Eigenlijk voelt ze alleen maar angst, ze wil weten wie er zo geïnteresseerd is in Vera. Maar dat kan de juf hen niet vertellen en na haar excuses te hebben aangehoord worden ze doorverwezen naar de directrice. “Ik moet naar mijn werk…” mompelt Jaap terwijl hij op zij horloge kijkt. “Ga maar…” zegt Tony als ze Britt door schooldeur ziet stappen. “Britt gaat wel met me mee, we zoeken dit uit, ik bel je wel als we meer weten…” stelt ze hem gerust. Jaap knikt en geeft haar een afscheidskus. Als Britt bij haar is vertelt Tony in het kort wat ze te weten zijn gekomen, hetgeen niet veel is “Maar ik ben zeker dat de directrice ons enige verheldering kan verschaffen, zij kende het meisje kennelijk… en als we weten wie de fotografe is kunnen we haar opzoeken en komen we er vast achter wat de reden is van deze vreemde interesse voor mijn dochter.” Zegt Tony terwijl ze door de gang richting het directiekantoortje lopen. “Vanbruane zegt dat ze een mannetje hier neerzet als niet snel duidelijk wordt wat de reden is… ze wil geen risico’s nemen, zegt ze…” informeert Britt haar “Laten we daar nog even mee wachten, geen paniekcircus, dat lijkt me ook niet echt in Vera’s belang…” vindt Tony en klopt op de deur van de directiekamer. “Binnen…” hoort ze en opent de deur. “Mevrouw…” de directrice knijpt haar ogen even toe en steekt dan een vinger in de lucht “Dierckx…” maakt ze af. Tony buigt zich even naar Britt “Ze is fenomenaal als het gaat om namen.” Zegt ze snel en stapt binnen. “Mevrouw van Lind… u weet dat ik voor de politie Gent werk en dit is mijn collega, Britt Michiels…” De directrice knikt en kijkt bezorgd “Is er wat gebeurd?” wil ze weten. Tony kijkt Britt aan “Nou…” begint ze “Sluit de deur en kom zitten…” beveelt de directrice Britt die bij de deur is blijven staan. “Gisteren heeft een vrouw die mij en Vera’s juf volledig onbekend is foto’s gemaakt van Vera, alleen… buiten op het schoolplein. Ik heb juffrouw Carolien al vertelt hoe ik er over denk dat mijn kind met een wildvreemde vrouw de school uit kan lopen en ik wil ook weten dat u weet dat ik het raar en gevaarlijk vindt dat Vera op deze school kennelijk zomaar mee wordt gegeven aan vreemden. Dit is niet de eerste keer dat de privacy van Vera en dus van mij, geschonden wordt, ook is hier al eens informatie gegeven aan een man die opbelde en wilde weten of Vera hier op school zat. Met het werk dat ik doe is het…” De directrice heft haar hand op “Ik kan u gerust stellen, met uw werk heeft het niets te maken, het had elk kind kunnen zijn… Geen reden voor paniek dus… Ik moet toegeven, ik heb ook even getwijfeld gisteren, maar ik zal u even uitleggen hoe het gegaan is, ik besef dat ik u had moeten bellen,maar… tja, wat zal ik zeggen, dat heb ik niet gedaan… een inschattingsfout…” Tony kijkt de directrice nieuwsgierig aan terwijl ze uitlegt dat er gisteren een meisje is geweest dat fotografie studeert, ze legt uit dat het meisje bezig was met een fotoserie over haar verleden en daarom hier kwam, omdat ze hier op school heeft gezeten. Na een lange uitleg kijkt Tony Britt aan, ze vragen zich allebei het zelfde af, hoe weet de directrice zo zeker dat dit verhaal niet verzonnen is. “Kijk ik ken het meisje…” antwoordt de directrice “Het is een lief kind, ze heeft haar moeder verloren, ik vertrouw haar…” Britt trekt haar wenkbrauwen op, ze vindt nog steeds dat een directrice dit niet zomaar kan beslissen “Waar studeert ze?” wil ze nu weten, ze wil zeker weten dat dit alles geen smoes is en dat er niet meer achter zit. De directrice lijkt het volledig te vertrouwen, maar zij wil toch nog ’t een en ander na trekken en met het meisje gaan praten. Wie weet wordt ze betaald om dit te doen en hoe dol is de gemiddelde leerling nou op zijn oud-leerkrachten, er zijn maar weinig van haar leerkrachten waar zij met positieve gevoelens aan terug kan denken. Ook Tony kan zich nauwelijks voorstellen dat iemand vrijwillig terug gaat naar zijn oude school, maar beseft dat dat ook aan haar kan liggen en ze dus niet kan spreken voor het deel van de mensheid met een gemiddelde jeugd. “Amerika.” Antwoordt de directrice “Ze is even terug in Gent voor…” Verder komt ze niet want Tony maakt een ongelovig geluid “Wat?” snauwt ze dan en kijkt Britt aan “God…” begint ze en kan zich dan nog net inhouden, zich bedenkend dat Vera’s directrice vast geen betere indruk van haar krijgt als ze nu gaat zitten vloeken. Ze grijpt haar mobieltje en toetst een nummer in “Pasmans!” snauwt ze als er aan de andere kant wordt opgenomen “Zoek voor mij onmiddellijk het nummer van Sam de Groot op, prive-nummer ja…” Ze wacht even en kijkt Britt aan “Ik weet dat hij een geheim nummer heeft, maar als je… zeg luister eens even, als jij het niet doet dan geef me Vanbruane maar eens even, dan zal ik je… heel goed Pasmans, jij begrijpt het al…” Ze wacht nog een tijdje en schrijft dan een telefoonnummer op, zonder te bedanken haakt ze in. “Sarah de Groot, heb ik het juist?” vraagt Tony met een fake-glimlach op haar gezicht. De directrice knikt verbaasd en kijkt Britt aan alsof ze van haar verwacht uitleg te krijgen. “Ik dacht het al…” Ze kijkt op haar horloge en toetst dan het nummer in. “Sam… Ja, ik ben het Tony… het interesseer me niet dat ik je uit bed bel” snauwt ze als er opgenomen wordt. Britt hoort hoe er aan de andere kant wat verbaasd gemompeld wordt. “Ja, ik ben ontzettend kwaad, je dochter is in Gent op het moment, niet waar?… Ik bedoel niet Vera, ik weet waar Vera is… Goedzo, is ze thuis, bij jou bedoel ik?… Goed, zorg dat ze nergens heen gaat, ik kom er aan… dan schop je haar uit bed en zorgt dat ze klaar zit als ik er ben.” Met een klapt sluit ze haar mobieltje en stopt het weg. Ze staat op en kijkt de directrice aan “Ik vraag u om Vera nooit meer met iemand mee te sturen, geloof me, ik ben in zekere zin opgelucht dat het Sarah was, nu weet ik tenminste wat er achter zat. Maar ik vind dat u een grove steek heeft laten vallen door mij niet te bellen…” het interesseert haar even niet meer wat de directrice van haar vindt, ze is woest. “Ik wist niet…” stamelt de directrice verbaasd over wat ze zojuist gehoord heeft, want uit dit telefoongesprek had zelfs een dove kunnen afleiden dat dokter de Groot, de vader van Sarah, ook de vader van Vera is. “Ik weet dat u het niet wist… vanaf nu gaat noch Vera, noch Thomas met iemand de klas uit, u laat niet eens mensen toe in de klas, ook al kent u ze persoonlijk, al zijn het uw beste vrienden…nooit, nooit, nooit… OK?” Ze kijkt de vrouw aan en loopt naar de deur “Kom mee Britt, we gaan met Sarah praten…” ze legt de nadruk op het woord praten en kijkt Britt veel betekend aan. “Ik zou het fijn vinden als we hier nog een andere keer over zouden kunnen praten…” zegt de directrice snel “Het spijt me echt ontzettend en ik…” Tony herademt even “Goed, een andere keer… ik praat vanavond even met Jaap, dan bel ik u voor een afspraak…wanneer ik weer wat afgekoeld ben…” ze kan het opbrengen om even te glimlachen. Sarah heeft een goede smoes op gehangen en Tony beseft dat de directrice er waarschijnlijk geen kwaad in heeft gezien een oud-leerlinge die het niet al te gemakkelijk heeft gehad in haar leven even een handje te helpen bij iets wat ze als een onschuldige opdracht zag. Tony twijfelt er niet aan of Sarah heeft het heel mooi over laten komen, maar ze zou verbaasd zijn als dit alles werkelijk toeval was, ze weet wel zeker dat het geen toeval is. “Ze heeft het slim aangepakt.” Zegt Britt terwijl ze de auto start en de weg op draait. “Dat heeft ze zeker… ik klaag haar aan en eis een straatverbod.” Voegt ze er kwaad aan toe. “Het is toch geweldig dat het weer zij is die…” begint ze en zwijgt dan. “Ja, ik weet het, eerst ruïneert ze de relatie tussen jou en Sam, nu dit weer, het lijkt er op dat ze je niet al te graag mag.” Geeft Britt toe. “Houd me tegen als ik haar per ongeluk wil doodschieten dadelijk…” mompelt Tony als ze de oprit opdraaien van het huis waar ze jaren terug al strijd heeft geleverd met Sams’ vervelende dochter. “Tony, wat denk je in vredesnaam…” begint Sam als hij de deur opent “Houd je klep Sam, waar is Sarah?” breekt Tony hem onmiddellijk af. Britt bijt op haar lip “Ik raad je aan haar te gehoorzamen…” glimlacht ze en stapt achter Tony aan naar binnen. “Ze is boven, ik roep haar…” zegt Sam boos en wijst naar de kamer “Ga zitten…” Hij hoeft haar niet te roepen, want Sarah heeft de herrie beneden al gehoord, met het onverzettelijke gezicht dat Tony zo bekend is van haar komt ze binnen en gaat op de bank zitten, tegenover Tony en Britt. “Sarah…” begint Tony en herhaalt dan de naam nog eens “Sarah… is het waar dat… nee, laat ook maar, dit is geen verhoor… Waarom denk je dat je het recht hebt om foto’s te maken van mijn dochter?” Britt ziet dat Tony er alles aan doet om niet woedend op te springen, Sam daar en tegen krijgt kennelijk nieuwe informatie, want die springt wel op. “Wat?” schreeuwt hij tegen Tony “Hoe durf je hier binnen te komen en Sarah zomaar te beschuldigen van…” Tony kijkt hem aan “Ga zitten, houd je kop of ga anders naar de keuken ofzo… ik doe niets zomaar… geloof me ik ben heel pissig nu, dus…” Sarah komt tussenbeiden “Praat niet zo tegen mijn vader!” schreeuwt ze kwaad “Hij weet nergens wat van…” Tony trekt haar wenkbrauwen op “Hij begint anders tegen mij te schreeuwen…” wijst ze. Sam laat zich gewonnen weer terug zakken in zijn stoel en kijkt een tikkeltje verbaasd naar Sarah “Wat heb je gedaan?” vraagt hij nu op een wat rustigere toon aan zijn oudste dochter. Die kijkt wat beschaamd naar de grond “Ik heb foto’s gemaakt van Vera… ik wilde ze je geven, omdat zij…” ze maakt een knikje naar Tony “niet wil dat je Vera ziet, dus ik dacht…” Tony schudt haar hoofd “Ik geloof mijn oren niet…” zegt ze. “Jij houdt Vera bij papa weg, maar het is ook zijn kind en hij heeft ook recht om haar te zien!” snauwt Sarah haar in het gezicht “Zij denkt dat Jaap haar vader is, nou…” Tony kijkt haar recht aan “Ja, ik heb ook gehoord dat je nog met haar gepraat hebt, vragen hebt gesteld… Dat gedeelte had je zeker niet besproken met Juffrouw van Lind, ofwel? Lekkere dame ben jij, zij vertrouwde jouw goede bedoelingen… Jij bent wel erg goed in het gebruiken van mensen hè en ze dan fijn in de rug trappen…” Ze doelt nu even niet op de directrice, maar uit de frustraties van jaren eerder. Ook zij weet donders goed dat Sarah het grootste obstakel in haar relatie met Sam was en hoewel ze nu blij is dat het nooit wat geworden is tussen hen kan ze het Sarah niet in dank afnemen dat die haar in zekere zin bij voorbaat al veroordeelde tot het alleenstaand-ouderschap. “Ik…” begint Sarah, maar ergens in zich hoort ze een stemmetje dat haar plagerig aan haar gevoelens van gisterenavond herinnert. Dit is je straf, denkt ze, dit is je straf voor wat je jaren geleden hebt gedaan… Ze heeft gelijk. “Papa heeft hier niets mee te maken…” zegt ze zachter en Tony heeft het vreemde gevoel dat ze nu eindelijk van Sarah gewonnen heeft, alsof ze al die jaren tegen haar is blijven vechten en nu eindelijk eens gelijk krijgt. “Hij wist het niet… Straf hem nu niet om wat ik heb gedaan…” Tony probeert haar aan te kijken “Vertel me maar eens waarom je het hebt gedaan.” Eist ze “Ik ben heel benieuwd…” Sarah kijkt op “Dat heb ik je gezegd, het is omdat je papa verhindert Vera te zien, ik dacht ‘een foto is het minste’… en ik had de mogelijkheid, het ging ook zo gemakkelijk…” Ze vertelt niet van de foto’s die ze gisterenavond nog heeft gemaakt. Ze heeft het rolletje ontwikkelt, de negatieven liggen beneden in haar donkere kamer en ze heeft ze nog niet afgedrukt… De strip hangt nog te drogen, waar ze hem gisterennacht heeft achter gelaten. Ze had de strip ontwikkeld ook al had ze eigenlijk het idee dat ze het rolletje weg moest gooien, zodat de sporen van wat ze had gedaan weg waren gewist, ze was er niet trots meer op. Ze voelde zich ellendig en nu voelt ze zich nog ellendiger. Tony, die sterke Tony, die tegenover haar zit en aan wie ze kan zien dat ze behalve woest ook doodsbang is. Ze ziet de twijfel in haar ogen en weet dat zij degene is die de twijfel heeft gezaaid en die er voor heeft gezorgd dat Tony altijd zal blijven twijfelen over haar vader. Ook al houdt ze dan niet meer van hem, hij heeft nooit een kans gekregen om te laten zien of hij een goede vader zou zijn geweest, ze hebben nooit een kans gehad om te kijken of ze zouden hebben gewerkt, als gezin. En dat zal Tony altijd dwars blijven zitten, dat ziet Sarah. En ze snapt nu wat ze heeft gedaan. Hoe zeer Tony ook van Jaap houdt, zelf zal ze zich altijd blijven herinneren dat Vera inderdaad de dochter van Sam en haar is en niet van Jaap en haar, biologisch gezien. Ook al zal Vera misschien altijd blijven denken dat Jaap haar vader is, zelfs al zou Tony nooit wat zeggen over haar werkelijke vader, dan nog zou zij, Tony het weten en dat is genoeg. Het feit dat ze nooit hebben kunnen proberen om een gezin te vormen is genoeg. Als ze alleen maar de kans hadden gehad om een gezin te worden, ruzie te krijgen en dan te scheiden… Want ja, het had zeker niet gewerkt… misschien had het kunnen werken… misschien… Ze heeft geen enkel gevoel meer voor Sam en ze is dolgelukkig met Jaap, dat leest Sarah in haar ogen, maar de twijfel zal altijd blijven… Simpelweg omdat het een van die dingen is waarvan je altijd zult blijven zeggen ‘stel nou dat…’ Om je dan met een zucht te realiseren dat ‘stel nou dat’ nooit zal gebeuren en dat er geen kans is om het verleden te beïnvloeden. Hoewel je weet dat ‘stel nou dat’ altijd zal blijven bestaan en een ontevreden gevoel in je zal blijven, door de jaren heen. “Het zijn mooie foto’s…” mompelt Sarah dan en staat op. Ze loopt de kamer uit, naar haar donkere kamer. Tony neemt niet de moeite om achter haar aan te gaan. Hoewel ze meent Sarah verslagen te hebben, voelt ze zich moe. Het voelt alsof ze zojuist misschien een slag gewonnen heeft, maar de oorlog heeft verloren. “Is er nog een kans dat je…” vraagt Sam zacht. Tony schudt haar hoofd “Geef mij tijd, Sam… geef me heel veel tijd…” legt ze hem het zwijgen op. Sam weet nu dat er nooit meer een kans is dat het goed komt tussen hen, ook al had hij in Amerika inderdaad de droom gehad dat hij zich bij terugkomst somehow op wonderbaarlijke wijze met Tony zou verzoenen en zij met hem en dat ze alsnog zouden proberen een gezin te zijn, zonder de obstakels van zijn oudere kinderen. Hij had niet gedacht dat Tony een vaste relatie zou krijgen en hoewel hij het haar van harte gunt en haar graag gelukkig wil zien doet het hem toch pijn dat dat geluk niet met hem is is. Dat hij geen deelgenoot is van haar leven. Ergens had hij gedacht dat ze, zij het met enkele verloren jaren, toch samen verder zouden kunnen gaan, ze hadden toch een dochter samen. Maar inmiddels weet hij dat het onmogelijk is en inmiddels twijfelt hij zelf ook, of hij Vera wil leren kennen. Het is beter om niet te weten wat je mist, denkt hij voor zichzelf. Het is beter om gewoon tevreden te zijn met wat je hebt en niet te verlangen naar dingen die je niet kunt krijgen. En hij weet, net als Tony, dat stel dat hij eenmaal een keer Vera heeft gezien hij meer zal willen. Vroeg of laat zal hij haar willen vertellen dat zij zijn dochter is, hij haar vader. Hij zal zo dicht mogelijk in de buurt willen komen van dat gezin dat er nooit zal zijn, van dat droombeeld… en daarmee zal hij dan weer alles kapot maken, alles wat er niet is, maar waar hij zo op hoopt. Daarmee zal hij dan zelf de relatie met Vera ongetwijfeld weer afbreken en in dat licht zou hij er niet eens aan willen beginnen, om onnodige zelfkwelling te voorkomen. Hij kan haar niet hebben, geen deel uit maken van haar leven, dus waarom zou hij dan proberen om met haar in contact te komen. Tony moet er over nadenken, hij ook… al weet hij dat hij over een week toch weer contact zal willen met Vera. Hij heeft zich al vaker af gevraagd of het niet beter was zo, maar altijd gaat de vlaag van rationalisme weer voorbij en bedenkt hij dat het zo mooi zou kunnen zijn. Sarah komt terug en gooit een enveloppe op tafel. “De negatieven zitten erbij, ook de negatieven van gisterenavond… Vraag alsjeblieft niets, ik beloof je dat ik niets zal doen, niet meer… Alsjeblieft doe verder niets ik…” Tony kijkt haar aan, het is alsof ze de 17-jarige Sarah weer voor zich heeft zitten die gepakt is met drugs ‘zeg alsjeblieft niets aan mijn vader’ ze had het toen niet gedaan, ze had gedaan wat Sarah haar vroeg. Ze vraagt zich nu af of ze er opnieuw in moet trappen. Sarah kan het mooi spelen, beseft ze. Ze maakt de enveloppe open en laat de inhoud op de tafel glijden. Ze kijkt naar de negatieven en de overzichtsafdrukken en trekt even haar wenkbrauwen op als ze de korrelige negatie 
Ze kijkt naar de negatieven en de overzichtsafdrukken en trekt even haar wenkbrauwen op als ze de korrelige negatieven van gisterenavond bekijkt. Ze beseft dat Sam niet weet dat Sarah bij de boot is geweest, iets wat ze in een blik kan vertellen na de lange negatievensliert te hebben bekeken. Ze ziet ook dat Sarah niet wil dat hij dat weet en eigenlijk zou ze nu Sarah wel eens terug willen pakken door het wel te vertellen. Door haar alsjeblieft te negeren en wel tegen haar vader te klikken. Dat was een punt geweest, want in een relatie had je toch geen geheimen voor elkaar. Even opent ze haar mond, maar dan stopt ze de negatieven weg in de enveloppe en kijkt naar de foto’s. Ze heeft geen relatie meer met Sam, dus kan ze tientallen geheimen voor hem hebben. Ze koestert misschien wrok jegens Sarah, maar net zo goed jegens Sam en zelfs al zou ze hem dit best voor de voeten willen werpen, het gedrag van zijn dochter dat haar maar blijft storen, ze weet niet of dit de tijd is. “Het zijn mooie foto’s…” zegt ze en ze meent het. Ze zucht even en kijkt dan op “Je bent goed…” zegt ze dan. Ze kijkt even naar Britt, die glimlacht, die weet dat ze dadelijk in de auto alle frustraties zal mogen aanhoren. “Je bent goed,” herhaalt ze “Ik nodig je uit om langs te komen, morgen, bij mij op de boot en ik zou je willen vragen of je foto’s van Vera en Thomas kunt maken…” zegt ze dan “Ik betaal je…” voegt ze er aan toe. Sarah kijkt blij op, een opdracht… Ze kijkt Tony aan en knikt dan “Graag…” zegt ze, blij dat ze morgen met Tony kan praten zonder dat haar vader er bovenop zit, want ze beseft dat ze ’t een en ander uit te leggen heeft en dat wil ze graag doen, maar zonder haar vader die elk woord hoort. Tony knikt “Ik wil wel de negatieven…” voegt ze er met een glimlachje aan toe. “Dat spreekt voor zich.” Knikt Sarah. Een foto zit dubbel in de enveloppe, om de een of andere reden heeft Sarah daar twee afdrukken van gemaakt. Tony haalt de dubbele er tussen uit en schuift hem naar Sam. “Ik denk er over na…” belooft ze. 

Einde

Geschreven door Holymary;mins

Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*