Land van Beloften
Ze kijkt verveeld uit het raam en rolt een streng haren tussen haar vingers
op en neer. Af en toe neemt ze een trekje van haar sigaret en blaast de rook in
kleine wokjes uit. Ze rookt over haar longen. Lang gleden heeft ze al bedacht
dat als ze dan toch dood gaat ze beter aan longkanker kan sterven dan
doodhongeren. Vanaf het begin af aan is haar leven niet meer dan kommer en kwel
geweest, of nee, niet vanaf het begin. In het begin was het goed, pas toen de
trektocht begon, vanaf toen is het een ramp. Ze was jong nog. En nu was ze al
haar ouders kwijt, ze had haar familie verloren. Ja, letterlijk verloren, ze
wist niet of ze nog in leven waren, ze dacht van wel, ze was ze gewoon kwijt
geraakt in de immense stroom vluchtelingen die massaal probeerden het land uit
te komen. Ze was verloren gelopen in de mensenmassa's die massaal de uittocht
uit Ethiopië maakten. Voor zover zij wist zaten haar ouders, eens zo rijk en
belangrijk, in een of ander vluchtelingenkamp, nabij de grens, weg te kwijnen,
na al die jaren nog steeds hopend op de terugkeer naar hun land en naar hun
leven. Maar zij was blijven lopen, samen met een stel anderen, gewoon door
blijven lopen. Onderweg gebeurde er van alles. Ze hadden moeten bedelen om
voedsel of simpelweg moeten stelen om daarna te worden weggejaagd. Kerels hadden
zich aan haar vergrepen, soms voor een beetje geld, soms voor wat eten of soms
voor een lift op een vrachtwagen verder richting het noorden. En ze had het niet
eens vreemd meer gevonden naar een tijdje, het was een automatisme geworden,
alsof ze al haar eer was verloren, de dag dat haar dorp werd aangevallen door
een vijandige stam. Het was haar manier om geld te verdienen en ze had een doel.
Ze spaarde al haar geld op. Want ze wist dat er maar een manier was om weg te
komen uit Afrika. En weg wilde ze, naar West-Europa, daar waar alles mogelijk
was. Een nichtje was er ook heen gevlucht, zij hadden al veel eerder weg kunnen
komen. Je kon er werken en de regering gaf je geld voor de kinderen, daar was
het leven goed. Haar nichtje was zwanger geweest toen ze was gevlucht voor de
honger en ze had geluk gehad, in Nederland lieten ze zwangere minderjarigen
blijven. In Nederland had ze een vriend gevonden om mee te gaan samen wonen. Ze
had nog geschreven vanuit Nederland, maar toen waren zij en haar ouders snel
daarna al vertrokken. En zo trok ze door Afrika, vastbesloten om haar nichtje in
Nederland te vinden en om hulp te vragen. Ze was zwanger geweest toen een man
haar staande had gehouden in de straten van de havenstad waar ze toen 'werkte',
haar perfecte Engels, al die jaren op kostschool waren zeker niet voor niets
geweest, viel hem op. Hij had gezien wat ze wilde en vroeg haar hoeveel ze al
gespaard had. Het was niet genoeg, het was te weinig geweest, maar misschien
viel er wel wat te regelen. Ze hadden opnieuw afgesproken een paar dagen later
en toen hoorde ze de deal. Ze zou mee mogen op een schip. Het zou de korte
oversteek naar Italië maken. Wat ze nu kon betalen betaalde ze nu en later zou
ze de rest betalen. Vanaf de overkant zouden ze per vrachtwagen naar Frankrijk
gaan. Daarna zouden ze overstappen naar België en van daaruit weer naar
Nederland. Dat ze te weinig geld had was geen probleem geweest. Dat zouden ze
wel regelen als ze in Nederland waren. Er was veel werk in Nederland, ze kon
daar een tijdje voor hen gaan werken, goed werk en dan zou het wel goed komen.
Ze vond het best, ze vond alles best, dit was de enige manier om te ontsnappen
uit Afrika. Als ze maar in Nederland kwam. Ze had zich met opzet zwanger laten
maken, ze was tenslotte minderjarig, ze zouden haar niet terugsturen. En ze was
slim, leergierig, ze kon lezen en schrijven, ze sprak keurig Engels, ze had haar
hele leven op kostschool doorgebracht. Haar ouders waren rijk geweest. Ze hadden
haar naar rijke scholen gestuurd en ze was met alle zorg omringd. Hoe hadden ze
zo diep kunnen vallen, hoe had zij zo diep kunnen vallen. Maar in de stroom
vluchtelingen was iedereen het zelfde. De reis door Afrika had haar gehard, het
had haar bijna een jaar gekost en ze was vast van plan om de reis door Europa
sneller te maken, ze was een paar maanden zwanger en ze zou in Nederland zijn
voor ze ging bevallen. Ze zou naar terug naar school kunnen gaan in Nederland en
werken aan een fatsoenlijke toekomst, een toekomst die ze waardig was. En als ze
dan had gespaard zou ze haar ouders laten zoeken en over laten komen en dan zou
ze voor hen zorgen. Vol dromen was ze aan boord gegaan van het schip, of. Het
bootje eigenlijk. Het overvolle scheepje waar iedereen elkaar vertrapte om een
plaatsje. Het duurde ene tijd voor ze de Italiaanse kust hadden zien liggen. Op
het moment dat de vluchtelingen begonnen te juichen, omdat de kust binnen bereik
kwam en ze de mensen al bijna op het strand konden zien liggen, hoorden ze het
hout van de boot kraken. Het was een oude, rotte boot die was gebruikt en het
duurde niet lang of het hele geval was gezonken. Kinderen verdronken meteen, ze
konden niet zwemmen in de golven. Gelukkig kon zij wel zwemmen en met een paar
flinke slagen was ze weg. Het water was koud, maar niet zodanig dat ze direct
onderkoeld raakte. Velen werden mee onder water getrokken met de boot, anderen
verdronken omdat ze simpelweg niet konden zwemmen en de kinderen waren helemaal
reddeloos verloren. Met een handjevol mensen kropen ze na een lange tijd zwemmen
doodmoe en uitgeput op het afgesproken strand. Want de beschrijving klopte, maar
nergens was iemand te vinden. Geen beloofde vrachtwagen, geen contactpersoon,
niemand. Ze bleven een lange tijd verstopt zitten wachten, maar toen de volgende
ochtend de eerste lijken begonnen aan te spelen en deze werden gevonden door
vroege wandelaars, bedachten ze dat de politie niet lang op zich zou laten
wachten. Ze zouden hen moeiteloos opsporen en als ze gevonden waren in kampen
stoppen om hen vervolgens terug te sturen. En dat was niemands bedoeling,
daarbij had Italië nooit de perfecte eindbestemming geleken en dus besloten ze
er het beste van te maken. Ze waren in ieder geval in Europa. Er volgden
spannende maanden waarin ze alle zes hun uiterste best deden om naar Frankrijk
te komen. Ze verstopten zich in treinen en achter in vrachtwagens. Af en toe
verdienden de twee meiden van het gezelschap een ritje voor de hele groep. Op
dezelfde wijze ging het door Frankrijk. Voor haar werd de reis steeds zwaarder
natuurlijk, ze reisde voor twee. Ze gingen helemaal naar Calais, waar de groep
op zou splitsen. Een paar van hane wilden hun geluk gaan beproeven in Engeland.
Maar bij Calais ging het mis. De vier die wilden oversteken naar Engeland werden
door de grenscontrole ontdekt en natuurlijk was het toen moeilijk om nog weg te
komen. En plots was daar die man, ze dachten dat ze er bij waren, alle twee.
Maar de man bood hen een lift aan. Hij had meer mensen in zijn vrachtwagen
zitten. Ze hadden gezegd dat ze niets konden betalen. Maar dat was geen
probleem, er was werk voor hen in België, als ze dat voor hem deden was het
goed. Ze zouden dan later verder worden gebracht naar Nederland. Ze waren in de
vrachtwagen gestapt en een hele poos later was de wagen weer open gegaan op een
parkeerplaats langs de snelweg. In diverse oude busjes gingen ze verder. Haar
busje reed naar een stad waarvan ze later hoorde dat het Gent was. De jongen
waarmee ze de hele weg uit Italië mee had afgelegd was in een ander busje
terecht gekomen en een andere richting gegaan. Van Gent wist ze niks, ze kende
de stad niet, maar ze wist wel dat België grensde aan Nederland en al gauw kwam
ze erachter dat Gent er niet zo ver vandaan lag. En nu zat ze hier, hoogzwanger,
voor het raam. Omdat ze overduidelijk zwanger was hoefde ze niet te doen wat de
meeste andere vrouwen en meisjes in het huis moesten doen, mannen ontvangen. Ze
werd af en toe naar een kledingatelier gebracht waar ze met een hoop andere
vrouwen kleren in elkaar zette. Soms zat ze thuis en werkte aan dingen die
gebracht werden en die ze in elkaar moest zetten. Het was dom werk, helemaal
niet wat ze in gedachten had en ze sprak de mensen die binnen kwamen er dan ook
regelmatig op aan. Ze had hen gevraagd haar naar Nederland te brengen. Ze zou
hen dan later zeker terug betalen, daar konden ze op vertrouwen. Als ze zwanger
daar aan kwam zou ze mogen blijven, ze wist het zeker. Haar nichtje zou haar het
geld wel lenen om de mannen voor de moeite van de tocht te betalen. Maar de
mannen die kwamen luisterden niet naar haar en zeiden slechts dat ze door moest
werken, alsof ze dom was, als ze zo dom was zat ze hier nu niet. Ze kijkt uit
het raam, aan de overkant stopt een grijze jeep. Een blonde vrouw en een donkere
stappen uit. Ze lopen naar een deur en bellen aan, even later worden ze binnen
gelaten. Er gebeurt hier zo weinig dat ze precies weet wat er gebeurt op een
dag, ze zou een logboek kunnen bij houden. Ze moet hier weg zijn voor het kind
geboren wordt. Ze heeft geen zin om weer op haar rug te moeten liggen met haar
benen wijd. Ze wil niet dat haar kind een hoer als moeder heeft. Ze gaat goed
voor hem of haar zorgen en een goede plek vinden, want in Nederland kan dat.
Niet hier in dit vieze huis. Maar dat lijkt onmogelijk, de baby komt gauw, ze
voelt het. Er is geen tijd meer om weg te gaan. Ze voelt de baby wild draaien in
haar buik, alsof hij woelt om in slaap te komen. Het zal niet lang meer duren,
denkt ze. Het zal niet lang meer duren voor ik moeder ben. Zuchtend legt ze haar
hand tegen het raam en kijkt naar de straat waar zo af en toe eens iemand
passeert. De twee vrouwen komen weer naar buiten en rijden weg. Wacht maar tot
zij daar beneden loopt, vrij en met een toekomst. Met een zucht grijpt ze naar
haar buik als ze een pijnscheut voelt, nog nahijgend staat ze op, met haar beide
handen om haar buik geklemd. Wat nu? Een wee, niemand in de buurt om haar te
helpen. Goed, het kan nog even duren, maar toch. Ze loopt naar de deur, maar die
is zoals altijd op slot. Terwijl ze zichzelf dwingt om rustig te blijven gaat ze
weer zitten. Het leek allemaal zo gemakkelijk en vanzelfsprekend, gewoon even
ene baby krijgen. Maar nu wordt ze bang. Quasi berustend in haar lot laat ze
zich in haar stoel achterover vallen en probeert vooral niet te denken aan wat
er gaat komen. Maar de drukkende onzekerheid die zich langzaam van haar meester
maakt is alles overheersend.
"Kun je dat niet een klein stukje opzij schuiven?" Tony kijkt
bedachtzaam naar haar stapels puizooi en schuift dan een van de stapels een
stukje op. Vanbruane dumpt met een zucht een paar zakken met rotzooi uit de
kamer van een dooie junk op het bureau. "Baas, ik vind dat stijlloos, ze
begint hier net en dan komt ze al een week later." Vanbruane kijkt Britt
vermoeid aan als Tony weer eens voor de zoveelste keer over Barbara begint.
"Ze is ziek Tony en het kán een weekje duren. Het zal wel meevallen."
Tony gaat recht zitten "Toch getuigt het niet van veel inzet, wegblijven op
je eerste werkdag, je ziek melden. Volgens mij durft ze gewoon niet. Kunnen we
niet iemand anders vragen?" Vanbruane draait zich om "Tony, jíj hebt
Barbara zelf uitgekozen. Helaas, het is geregeld en je zult het er mee moeten
doen. Nou, handel die zaak af van die junk, dan kunnen jullie weer wat nuttigs
gaan doen." Snel loopt ze weg om meer gezeur te ontwijken. Tony blijft boos
achter "Zie waar ik mee opgezadeld wordt." Mompelt ze voor zich uit.
Britt glimlacht "Je zult zien, de tijd vliegt voorbij." Zegt ze en
rijdt met haar stoel naar Tony's bureau om een inventarisatie te maken van de
spullen die zojuist gedumpt zijn. Het commissariaat is weer aardig leeg vandaag,
de drukke tijden zijn weer aangebroken. Het is alsof de criminelen met het
ontluiken van de lente ook nieuwe inspiratie hebben gekregen. En de politie rent
zoals gewoonlijk de benen onder het lijf vandaan. Tony en Britt delen echter
niet mee in de drukte. Ze krijgen de rustigere zaakjes toegewezen, waarbij zowat
niets mis kan gaan. Op hun gemak stapelen ze routine kwestie op veel voorkomende
zaak en handelen alles zonder veel energieverlies correct af. Een rustige
uitlooptijd voor Britt. Ze hebben de zaak min of meer afgerond en zitten alvast
vooruit te denken over de lunch als Barbara binnen komt. "Ik heb een
echtpaar dat aangifte wil doen van ontvoering van hun baby." Kondigt ze aan
"Zijn ze hier?" Vraagt Tony. Carla schudt haar hoofd. "Dan rijden
we er wel heen, dan pikken we onderweg ergens iets te eten mee." Ze staat
op en wacht geduldig op Britt die natuurlijk in alles wat langzamer is
tijdelijk. Als ze een tijdje later ergens in een villawijk bij het adres
aankomen fluit Tony even als het huis zien liggen. "Ik kan geloof ik wel
raden waar het om gaat." Geeft ze haar mening. Britt schudt haar hoofd
"Laten we nu eerst maar eens gaan luisteren." Stelt ze voor. Ze drukt
op de bel en kijkt Tony waarschuwend aan. Tony kent die blik, gedraag je, wil
die frons zeggen, ook mensen met geld zijn mensen die de politie nodig hebben.
Ze maakt een grimas en trekt haar gezicht in de plooi als een oude man open
doet. De butler zeker, denkt ze en wacht tot Britt klaar is met de
voorstellingsronde. "Komt u binnen." De man stapt uitnodigend opzij
"Mijn vrouw is in de living, die kant op." Niet de butler, een oude
vader, voegt Tony in gedachten toe en volgt Britt. De vrouw die ze in de living
aantreffen is ook niet al te jong meer. Op Britts' leeftijd is een zwangerschap
al zo'n niet-of-nooit idee, maar deze mensen zijn echt ouder dan Britt en
Selattin. Als de vrouw hen een paar foto's toesteekt van een kind dat
overduidelijk negroïde is snapt Tony dat het om een adoptiekind gaat. "Dit
is Benjamin, hij is ruim twee maanden." Wijst de vrouw. Britt bekijkt de
foto "Benjamin is geadopteerd?" Vraagt ze voor alle zekerheid, de man
en de vrouw knikken. Britt maakt een aantekening op haar notitieblokje
"Vertelt u maar, wanneer merkte u dat hij verdwenen was?" De vrouw
kijkt naar haar handen en dan smekend naar haar man. Ze wil duidelijk dat hij
het woord doet "Het is vanochtend gebeurd." Begint de man "Ann
was met Benjamin buiten, hij lag in zijn zitje, zo'n .. Maxicosi." De man
spreekt de naam van het stoeltje uit zoals Selattin dat doet, sinds ze er een
aangeschaft hebben voor de baby die op komst is. 'Wie dat woord bedacht heeft
mogen ze met mijn permissie achter de tralies zetten' voegt hij er steevast aan
toe. Dorien is dan ook nog de enige die het ding bij de originele naam noemt, ze
is jong en opgegroeid met allerlei rare taalflippo's. Voor Britt is het 'zitje'
geworden, voor Selattin 'dat babyding' en Mihriban noemt het 'kuipje' wat andere
mensen weer teveel aan boter doet denken. "Ik was in mijn studeerkamer aan
het werk. Ann is dan even naar binnen gelopen toen de telefoon ging. Ze heeft
Benjamin buiten laten staan, hij lag lekker rustig te slapen. Niks aan de hand.
Ze is met de telefoon terug naar buiten gelopen en dan was Benjamin plotseling
met maxicosi en al verdwenen. Dat is het eigenlijk. Ann heeft niets gezien of
gehoord, ook niet van te voren en ik natuurlijk ook niet." De man kijkt hen
verslagen aan. "En u heeft nog geen losgeldeis gehad?" Vraagt Tony. De
man schudt zijn hoofd. Britt haalt haar schouders op "Dat kan nog
gebeuren." Zegt ze "We zullen in ieder geval de foto van Benjamin
verspreiden en hem geseind zetten, maar u heeft absoluut totaal geen idee van de
ontvoerders?" Vraagt Tony en bekijkt de foto. De vrouw en man kijken elkaar
aan en zwijgen "Nee, geen idee." Zegt de man zacht. De vrouw begint te
huilen "Hoe kunnen ze dat nu doen? Benjamin bij ons weg halen?" We
zorgen zo goed voor hem." Snikt ze. Britt zucht "Ik denk niet dat die
ontvoerders daar naar kijken. Grote kans dat het hen om het geld te doen is.
Laat ons zeker iets weten als u wat hoort." Ze noteren alle gegevens en
vertrekken weer. "Zullen we in de combi gaan eten?" Stelt Tony voor
nadat ze Benjamins' signalement via transmissie heeft doorgegeven. Britt stemt
meteen met dat idee in "Er was iets vreemds daar." Opent Tony de
discussie als ze weg rijden. Britt kijkt opzij "Ik had ook een vreemd
gevoel." Geeft ze toe. "Als je die tijden bekijkt. Het is vanochtend
rond half 10 gebeurd. Pas om half 12 verwittigen ze de politie en ze zeggen
niets gehoord te hebben van die ontvoerders. Hebben ze daar eerst op gewacht.
Of." Zet Tony op een rijtje "Verbergen ze iets." Maakt Britt haar
twijfels af "Wat mij opvalt," Begint Britt nu "Is de leeftijd van
dat kind. Twee maanden. Is dat niet jong? Ik hoor toch meestal niet van adopties
van zulke jonge kinderen. Tenzij het van te voren afgesproken is." Ze kijkt
Tony aan "Een draagmoeder." Knikt Tony. "Adoptiekinderen zijn
toch vaak al een jaar zeker, uit tehuizen ofzo. Je moet ze helemaal in een ander
land gaan ophalen. De selectieprocedure voor adoptieouders is heel streng, je
komt er niet zo snel doorheen. Dit echtpaar lijkt me persoonlijk vrij oud. Dus
ik zou me wel kunnen voorstellen dat zij een draagmoeder hebben gezocht, ze
kunnen waarschijnlijk heel wat betalen. En als adoptie niet meer kan neem je het
risico wat een draagmoeder met zich mee brengt wel voor lief." Britt heeft
al eens een zaak behandeld waarin een draagmoeder haar kind terug wilde. Het
draagmoederprobleem is een netelige kwestie vaak. Maar al te vaak zwichten jonge
vrouwen voor het geld wat hen geboden wordt, in veel gevallen gaat het om
vrouwen in een benarde positie die met het geld aan hun lot kunnen ontsnappen.
Maar tijdens de zwangerschap gaan ze zich aan het kind hechten en afstaan is dan
daarna erg moeilijk. Veel zaken zijn al in een ramp geëindigd. Aan de ene kant
een biologische moeder die een band heeft met het kind en aan de andere zijde
een hopeloos echtpaar dat met liefde en tederheid voor hun duurbetaalde kind
zorgen. Nooit is er een zaak van te maken die met een positief gevoel wordt
afgesloten. Het is een vervelende kwestie; echt legaal is het betaalde
draagmoederschap ook niet. Dus opgestelde contracten blijken achteraf slechts
nog goed voor de versnipperaar. Bij de combi bestellen de dames wat te eten.
"Wanneer schei je eruit met werken?" Vraagt Jean als hij Britts' bord
voor haar neerzet "Hoezo? Zie je me niet graag komen hier?" Glimlacht
Britt. Jean lacht "Neen, dat is het niet, maar ik ben benieuwd wie je
opvolgt. Volgens Vanneste een jongedame. Dus." Britt trekt een gezicht
"Jean." Doet ze vermanend en lacht dan even "Als het een
draagmoederprobleem is kunnen we lachen. 10 tegen 1 dat het adres wat zij hebben
al lang niet meer klopt." Meent Tony als ze even later aan het eten zijn
begonnen "Ze zal de grens proberen over te komen." Denkt Britt en belt
het commissariaat op om daar te vragen de grenspolitie aan te sporen extra op te
letten. Wie weet dat ze tijdens de routinecontroles iets vinden. "Als ze
oversteken zijn we ze kwijt." Denkt Tony somber. Op het moment dat Tony net
nog wat pessimistische voorspellingen wil toevoegen aan al wat gezegd is komen
Vanneste en Selattin binnen. Ze schuiven snel aan bij Tony en Britt. Selattin
legt zijn hand tegen Britts' wang "Hoe gaat het?" Vraagt hij terwijl
hij door haar haren streelt. "Goed." Glimlacht Britt. Ze liegt niet,
het gaat best goed de laatste tijd. Alsof de Goden haar nog een rustige laatste
tijd gunnen. Als Vanneste Selattin vraagt wat hij wil eten wijst hij op Britt's
bord "Is dat lekker?" Vraagt hij. Britt knikt met volle mond "Dat
dan maar." Zegt Selattin om even later als een uitgehongerde wolf op zijn
eten aan te vallen. Tijdens het eten bespreken ze hun zaken en uiteindelijk
verlaten ze met zijn allen het eetcafé. Tony en Britt rijden weer terug naar de
villa waar ze 's ochtends ook al zijn geweest. Als de man de deur open doet
lijkt hij wat verbaasd de twee vrouwen weer te zien, maar hij laat hen meteen
binnen. "We hebben nog altijd niets gehoord." Zegt hij als ze weer in
de woonkamer zijn neer gezet, dit keer met een kop thee. Ook mevrouw komt er
weer bij zitten "Heeft u al nieuws?" Vraagt ze gespannen. Britt schudt
haar hoofd "We moeten wat meer weten over Benjamins'
achtergrond."opent ze het gesprek voorzichtig "Uit welk land komt hij
bijvoorbeeld." De man gaat bij zijn vrouw zitten "Zijn biologische
moeder komt uit Ethiopië." Zegt hij "Bent u Benjamin daar zelf gaan
halen?" Doet Britt alsof ze slechts nieuwsgierig is. De man kijkt zijn
vrouw aan, op dat moment valt Tony in "Of heeft u de moeder naar hier laten
komen om te bevallen van uw zoon?' vraagt ze scherp "Hoeveel heeft het u
gekost, meneer Oudesluys?" Tony kijkt de man afwachtend aan "U weet
dus." Stamelt die verbouwereerd "Wat? Wat wéten wij meneer Oudesluys?
Het zou wel enorm helpen als u de hele waarheid verteld, op deze manier is het
zoeken naar een speld in een hooiberg en raakt u Benjamin zéker kwijt." De
vrouw staat op en loopt naar de kast, uit een lade die ze met een sleutel opent
haalt ze een doos. "U beseft niet half wat een geluk u heeft." Zegt ze
wijzend op Britts' buik. "Mensen nemen het maar als vanzelfsprekend aan.
Maar als je geen kinderen kunt krijgen, dan besef je het wel. Het lijkt zo
gemakkelijk."Britt kijkt Tony aan, ze weet wel hoe moeilijk het kan zijn,
maar goed. "En om je heen krijgt iedereen maar kinderen. Mensen die. Het
niet verdienen. Je leest in de krant over mensen die hun kinderen mishandelen,
waarom zij wel? Waarom krijgen zij wel kinderen en wij niet? Waarom, mevrouw
Michiels?" Britt voelt zich wat ongemakkelijk als de vrouw haar verwijten
tot haar persoonlijk richt "Kliniek in, kliniek uit, een miskraam. Zo
modderen we maar aan. Heeft u enig idee hoe vernederend het is om die
onderzoeken te moeten ondergaan, steeds weer, mevrouw Michiels. En dat het dan
weer mislukt. Je denkt dat het aan jezelf ligt. Je denkt dat er iets fout doet,
dat het jouw schuld is dat je het kindje verliest. Wel, zeer vernederend is dat
dus en ze vonden ook niks. Het lag nergens aan." De man legt zijn hand op
haar arm "Ann, rustig nou, die mensen van de politie." Sust hij
"Die mensen van de politie verachten ons nu al, omdat wij ons kind hebben
gekocht van een hulpeloze vrouw, die het geld nodig had." Haar blik laat
die van Britt geen moment los, ze weet dat ze de zwakste van de twee te pakken
heeft, ze haat zwangere vrouwen. Altijd weer herinneren ze haar aan haar
onvolledigheid, aan dat wat ze mist in haar leven. Tony zet haar handen op de
stoelleuning en wil op staan. "Ik geloof niet dat wij zo iets voor u kunnen
betekenen. Benjamin staat geseind, we laten u wat horen als we meer weten."
Ze staat op, maar Britt blijft zitten "Mevrouw Oudesluys, onze persoonlijke
mening doet hier niet ter zake, maar voor wat het waard is, ik begrijp u
volkomen. Ik snap volledig wat u gedreven heeft en. Ik weet wat het is om je
kind te verliezen. Maar op deze manier denk ik inderdaad niet dat we ergens
komen." Ze staat wat moeilijk op uit de diepe stoel en wil met Tony
weglopen als de vrouw de doos op tafel zet "Hierin zit alles wat we weten
over Benjamin. Of Benjamin Daniël, Daniël is de naam die zijn biologische
moeder hem gegeven heeft." Als Britt zich weer om draait en de vrouw
aankijkt slaat die haar ogen neer "Het spijt me," Zegt ze zacht. Tony
trekt haar wenkbrauwen op en legt een hand op Britts' schouder. Die knikt even
en glimlacht naar Tony. Ze gaat zitten en kijkt de vrouw aan "Het spijt
me," Herhaalt die nu "maar na al die jaren raak je zo." Ze zucht
even "verbitterd." Vult Britt in. De vrouw knikt "Jaren houdt je
andermans kinderen vast, maar je moet ze altijd weer terug geven. En oja,
iedereen heeft medelijden met je, maar niemand. Geeft zijn kind weg, niemand. En
ze denken dat je het op den duur wel accepteert, dat het wel over gaat. Maar dat
verlangen, het gaat niet over, je bent er zo lang mee bezig, een levensinvulling
wordt het haast. En toen Benjamin, van ons. Ons kindje, we hoefden hem niet
terug te geven. En dan gebeurt er zoiets." Ze zwijgt en schuift de doos
naar Britt toe. Die haalt er wat papieren uit en kijkt er aandachtig naar
"We hebben het heel lang geprobeerd, maar steeds ging het mis. Uiteindelijk
kozen we voor adoptie. Maar de selectieprocedures zijn nogal streng en
uiteindelijk vonden ze ons te oud. Er was nauwelijks nog hoop voor ons en toen
we op een keer van het adoptiebureau af kwamen stapte er een man op ons af. We
keken natuurlijk niet la te blij en dus vroeg hij of er geen kind voor ons was.
We hadden niet veel zin om met een volslagen vreemde te praten over onze
problemen. Tot hij zei dat hij een kind kwam opgeven voor adoptie. Wij leken hem
goede mensen. We zijn met hem naar een cafeetje gegaan om te praten. Hij
vertelde ons een verhaal van een Ethiopisch meisje, minderjarig, dat op haar
vlucht hierheen verkracht was en nu snel een baby zou krijgen. Ze wist echter
niet wat te doen met het kind en dus wilde ze het opgeven voor adoptie. Hij was
met haar in contact gekomen via zijn werk bij een opvangcentrum en had haar
beloofd goede ouders te gaan zoeken voor haar kind. En zo was hij daar bij het
adoptiebureau terecht gekomen, maar op het moment dat hij er binnen wou gaan had
hij ons naar buiten zien komen. Hij was bekend met de strenge procedures en hij
vond dat iedereen een kans moest krijgen om een kind te adopteren. Mensen met
goede bedoelingen tenminste. Hij vroeg ons of we ooit gehoord hadden van het
draagmoederschap." De vrouw kijkt Britt aan "Dat hadden we wel, maar
we hadden het nooit als een reële optie beschouwd. Wie kenden wij nou die ooit
voor ons een kind zou willen krijgen? Maar nu de laatste redelijke kans op
adoptie verkeken was. De man hing een heel verhaal op. Het meisje wilde hier
verder studeren, met ons geld zou dat mogelijk zijn. Ze wilde ons graag helpen.
We wilden er nog over nadenken. We kregen een week de tijd en we konden hem
altijd bereiken op zijn mobiele nummer. Het zit in de doos, we hebben alles
bewaard." Ze buigt zich voorover en geeft Britt een visitekaartje dat ze
uit de doos heeft genomen. Britt bekijkt het kaartje, het is een kaartje van
maatschappelijk werk, of wel nee, de reclassering is het meer, ze kent het
opvangcentrum wat er met pen bij is gezet goed. Achterop staat een mobiel nummer
geschreven. "Bel meteen dat mobiele nummer, zei hij, want hij was bijna
nooit op kantoor. Inmiddels weten we wel waarom. Híj werkt daar helemaal niet.
We hebben de man met deze naam die daar werkt aan de telefoon gehad.
Vanochtend." Tony begrijpt nu het gat tussen de ontvoering en de aangifte.
"We hebben dat mobiele nummer eerst geprobeerd, maar die telefoon werd niet
opgenomen. Dan hebben we het kantoor gebeld, maar die man werkte daar helemaal
niet, niet op het opvangcentrum, hij werkte bij de reclassering. Hij heeft het
visitekaartje van een ander gebruikt. Deze man is reclasseringsambtenaar. Maar
goed, dat hebben we destijds niet gecontroleerd en u zou hier niet zitten als we
er niet voor gekozen hadden dat wel te doen. Na drie dagen belden we hem op. Hij
was heel aardig, hij zou langs komen om alles te regelen. We hebben daarna nog
gevraagd om de moeder te mogen zien, we wilden haar verzekeren dat we goed voor
het kind zouden zorgen en haar vragen ons zeker te bellen als ze nog ooit wat
nodig had. Het is toch de moeder van ons kind, we wilden dat ze het goed had.
Maar hij zei dat de moeder dat liever niet wilde. Ze wilde dit verleden straks
achter zich kunnen laten en een nieuw leven opbouwen. We begrepen het en drongen
dus niet verder aan. We betaalden alles contant en de man zou het dan aan de
moeder geven. Hij was zo net en zo aardig. We stelden een contract op. Twee
weken later kwam de man opnieuw langs. Met Benjamin. Hij was net een dag oud.
Hij gaf ons een foto van de moeder met Benjamin in haar armen. Voor als Benjamin
later ooit vragen zou gaan stellen, zei hij. Toen hadden we opeens ons
kind." Ze stopt even, het verhaal is nu verteld. Britt bladert het contract
door. Geen twijfel mogelijk of alle gegevens van de man zijn dus vervalst.
"Alles ging goed. We gaven Benjamin aan als onze zoon en ." Ze zucht
"Tot een paar dagen terug. We kregen een telefoontje van een vrouw, ze
sprak Engels en. Ze heeft niet veel gezegd. Ze zei dat ze van een bepaald
bedrijf was en dat ons nummer op haar bureau lag. Ze belde om te controleren of
wij gebeld hadden of zoiets. Gewoon, zoals je wel vaker notities op je bureau
vindt als je het druk hebt. Geheel onschuldig controleerde ze zogenaamd onze
adresgegevens en huisgegevens 'Familie Oudesluys, een geadopteerde zoon,
Daniël, klopt dat?' Ja, dat klopte, behalve dan dat het Benjamin Daniël was,
maar dat loste ze ook zo op, ohja, sorry de doopnaam stond vooraan, het stond
omgekeerd. OK, woonden ze nog altijd gewoon in Gent? Maar wacht het adres klopte
niet, dat was een ander, dus heb ik haar het juiste adres gegeven. 'Het zal
daarvoor zijn dat dit nummer hier lag' zei ze nog 'de adresgegevens kloppen
niet.' en beleefd hing ze weer op. Ik dacht dat het van een bedrijf was waarmee
mijn man zaken deed ofzo, voor het jaarlijkse relatiegeschenk, je weet hoe vroeg
ze daarmee beginnen en als het belangrijke zakenpartners zijn proberen ze altijd
wat rekening te houden met waar je echt wat aan hebt enzo. Ik vond het ook niet
nodig om het aan mijn man te vragen. Ik heb er verder niet meer bij nagedacht,
tot vandaag. Nu valt natuurlijk niet meer te achterhalen wie het was. Maar ik
denk dat het de moeder was. Het is waar, wij hebben geen vragen gesteld toen.
Het was de uitkomst van ons probleem, we wilden het zo graag. Maar het feit dat
we nooit de moeder mochten zien en dat alles via die man ging, zeker toen we
vanochtend dus bemerkten dat de man gelogen had over die opvang. We hebben
verkeerd gehandeld, ik eet het niet, maar we wilden het zo graag. Ik
veronderstel dat we ergens wel wisten dat het niet kon kloppen, maar. We hebben
het niet willen zien. En nu is Benjamin weg." Ze kijkt van Tony naar Britt
"Misschien is het onze eigen schuld." Fluistert ze "Dit is onze
straf voor het in zee gaan met die man." Britt bekijkt de foto van de jonge
zwarte vrouw met de baby, een slachtoffer van mensensmokkel, gokt ze. Ze zucht
even "We nemen deze doos mee, is dat goed? Misschien kunnen we er iets in
vinden wat ons naar de moeder leidt. Na uw verhaal denk ik ook dat we Benjamin
daar moeten zoeken. Ik vrees echter wel dat we hier met een illegaal in België
verblijvende vrouw te maken hebben. Hetgeen de situatie niet gemakkelijker
maakt. Illegalen willen over het algemeen al niet graag gevonden worden en ik
kan me niet voorstellen dat deze vrouw daarin een uitzondering is. Haar vinden
zal een hele klus zijn." Voorspelt ze voorzichtig. De vrouw brengt hen zelf
naar de deur "Mevrouw Michiels? Het spijt me echt wat ik daar straks zei,
ik wens u veel geluk." Britt glimlacht "Dank u wel, wij zullen onze
best doen. Benjamin terug te vinden." In de auto is Tony de eerste die
spreekt "Hij staat dus ingeschreven als hun zoon." Zegt ze, nagaand
dat dat de kansen voor het echtpaar aanzienlijk vergroot in een eventuele
voogdijzaak. "Als we haar vinden. Ik ben zeker dat het een illegale is, zal
ze waarschijnlijk worden uitgezet en Benjamin zal dan inderdaad waarschijnlijk
terug gaan naar de familie Oudesluys of mee worden uitgezet," Dat zal nog
wat worden, denkt Britt. "Ze heeft Benjamin meegenomen met z'n stoeltje en
verder. Niks. Wat heb je nodig voor zo'n jonge baby? Luiers, dekentjes, zeker
als ze wil gaan reizen en flessen, voeding." Tony kijkt Britt aan "Ze
heeft een goed doordachte smoes, ze heeft ongetwijfeld een plan. Misschien loont
het de moeite om wat babywinkels af te lopen met die foto?" Britt knikt
"We kunnen het tenminste proberen, als ze illegaal is zit ze toch zeker
niet in de computer." Via transmissie geeft ze het signalement door van de
man die destijds als tussenpersoon heeft gefungeerd en vraagt ook om het mobiele
nummer dat is opgegeven na te trekken. "Nog wat." Zegt Tony terwijl ze
de auto parkeren "Waarom gebruikt hij dat kaartje van die Ramon de Leye?
Hoe komt hij daar aan?" Britt stapt uit en haalt haar schouders op
"Gevonden in het café van een klant die het heeft achter gelaten? Of ja,
misschien is het zijn mannetje bij de reclassering?" Ze gebaart naar de
winkels "Eerst de winkels dan maar?" Vraagt ze om aan te geven dat
Ramon van de reclassering het volgende station is. Tony knikt en loopt met Britt
mee richting de winkels. "Kijk dat heb ik laatst gekocht." Wijst Britt
op een baddoek voor baby's als ze in de eerste winkel binnen stappen. Een
vriendelijke verkoopster komt op hen toegelopen "Goedemiddag, kan ik u
helpen?" Richt ze zich meteen tot Britt "Ja hoor, Britt Michiels en
Tony Dierckx, politie Gent." Glimlacht Britt. De vrouw verschiet van kleur
"Oh pardon, neemt u mij niet kwalijk, ik dacht." Ze gebaart naar
Britts' buik "We zijn op zoek naar een vrouw met een baby. Een baby van een
maand of twee." Ze haalt de foto tevoorschijn en toont hem de vrouw. Die
kijkt er nadenkend naar "Ik heb haar hier nooit gezien. Maar vindt u het
goed als ik de foto even aan Janne laat zien, ze is achter bezig in het
magazijn, misschien herkent zij de vrouw?" Britt knikt, maar als de dame
even later terugkomt heeft ze niet meer te melden dat Janne, in het magazijn, de
vrouw van de foto ook niet herkent. Vol goede moed gaan ze verder en na een
tijdje te hebben rondgelopen door de stad hebben ze succes op de babyafdeling
van een warenhuis. "Een mooie vrouw, maar jong. Mooi kindje ook. Ja, die
heeft hier vanochtend kleren gekocht. Ik denk, ja, net na de lunch. Ze was heel
vriendelijk. Ze sprak alleen maar Engels. Ze heeft me nog om hulp gevraagd. Ze
wilde graag warme kleertjes hebben. En een fles." De vrouw probeert te
bedenken wat de vrouw zoal gekocht heeft. "Daniël heette dat kindje, een
prachtig manneke, zijn moeder was niet voor niets zo trots op hem, lekker rustig
manneke ook." De vrouw wijst op de wandelwagen. "Ze kocht ook zo'n
wagen waar de maxicosi op kan. De maxicosi had ze bij, maar van haar onderstel
was een wiel kapot zei ze. Ze had geen zin om het te vervangen. Geld genoeg
zeker. Ze had ook een. Hoe zal ik het zeggen. Voornaam voorkomen, alsof ze van
goeden huize komt. Ze had een houding die je ziet bij zekere mensen, belangrijke
mensen." Tony knikt, ze hadden dus gelijk gehad. Dit is niet zomaar een
illegale, het is een gestudeerde illegale. De meeste illegalen die zover komen
in Europa bezitten naast geld en wilskracht ook vaak een gezond verstand en
hebben in hun eigen land meestal tot de bovenlaag van de bevolking gehoord. Het
is niet ondenkbaar dat ze hier van doen hebben met de dochter van een gevlucht
stamhoofd ofzo. Ze is zeker naar privé-scholen geweest, wie eet wat ze
inderdaad op haar tocht van haar ongetwijfeld beschermde leventje naar hier al
heeft meegemaakt. De vrouw kan ook niet meer vertellen dan dat alles contant
betaald is en de vrouw lang is gebleven om daarna gewoon verder te gaan
winkelen. Tony en Britt gaan weer naar de auto. "Ze heeft geen haast."
Denkt Tony "Ze is pas later wat gaan kopen hier. Misschien maakt ze eerst
een plan. Of." Tony houdt Britt stil "Misschien is ze van plan om met
een internationale trein ergens heen te gaan, België uit. Dat moet je
reserveren vaak. Wie weet is ze bij het station geweest!" Snel stappen ze
in de auto "Eerst naar het station dan maar." Britt start de auto en
doorkruist de stad naar het centraal station. Ze zetten de wagen voor het
station neer en lopen snel naar de loketten. Als ze even later de foto aan de
lokettisten laten zien hebben ze meteen succes "Ja, die is hier geweest
vanmiddag, met de baby." Herinnert een jongeman zich meteen. Britt beseft
hoe gelukkig ze zich mogen prijzen met het feit dat hun verdachte zo'n knappe
vrouw is. Als ze zou meedingen naar de titel miss Ethiopië zou ze een niet
geringe kans maken, denkt Britt. Gelukkig valt ze dus op, de vrouw is geen
onaardige verschijning en dus herinnert de jongeman haar nog. "Waar ging ze
heen?" Vraagt Tony ongeduldig. "Nog nergens heen. Ze kwam reserveren,
ze gaat morgen naar. Rotterdam geloof ik." Britt knikt naar Tony
"Contant betaald?" Vraagt die ten overvloede. De jongeman knikt
"Enkeltje zeker?" Gokt Britt. De man knikt weer. "Goed, hoe laat
en van welk perron?" Eist Tony. Als ze even later in de auto zitten kunnen
ze hun geluk niet op. "Die heeft natuurlijk vandaag niet al te opvallend op
plekken willen komen met veel toezicht, ze wacht tot morgen als we denken dat ze
al weg is." Tony stuurt de auto handig door de straten en even later staan
ze bij de reclasseringsambtenaar Ramon de Leye op de stoep. Als de man de deur
opent kijkt hij wat verbaasd als de twee dames zich voorstellen als politie.
"Meneer de Leye." "Ramon" "Ramon, iemand heeft dit
visitekaartje gebruikt om het vertrouwen te winnen van een rijk echtpaar. Hij
heeft hen een kind verkocht. Helaas is dat kind nu al weer ontvoerd. Misschien
heeft die persoon hen de baby verkocht om hem daarna te ontvoeren en opnieuw te
verkopen. Onder uw naam." Ramon knikt "Die mensen die ik vanochtend
aan de telefoon had." Herinnert hij zich "We hebben een
persoonsbeschrijving van de man. Ergens in de dertig, donkere krullen, een
stoppelbaard en een bril, maar goed de bril kan ook." Begint Tony nu. Maar
Ramon schudt zijn hoofd en kijkt naar het mobiele nummer achterop het kaartje
"Ne, nee," Zegt hij snel "Die bril dat klopt. Alleen heeft hij er
meerdere, dit nummer. Heeft u een momentje?" Hij loopt naar een dossierkast
en haalt er even later een map uit. Even vergelijkt hij wat en neemt dan de map
mee naar de dames. "Luc Wesselink, u zult ongetwijfeld zelf ook een dossier
over hem hebben. Bijzonder ijdele man. Een bril staat hem, zegt hij, de glazen
zijn van gewoon glas, het is enkel voor de sier. Hij heeft vast gezeten voor
medeplichtigheid bij mensensmokkel, al een aantal jaar terug. Kennelijk verkoopt
hij nu baby's voor zijn dure smaak. Oja, hij kan zeer netjes overkomen. Een
echte charmeur, hij had toneel moeten gaan spelen. Ja, of de politiek in moeten
gaan. Geheid een groot succes!" Britt kijkt naar de foto, maar ze herkent
hem niet, het geen ook voor Tony geldt. "Ik maak een kopietje van z'n
adresgegevens voor u, ik ben er vorige week nog op bezoek geweest dus die
gegevens kloppen." Even later staan ze met het adres weer buiten. Het
begint al aardig tegen het eind van de middag te lopen. "Willen we er zelf
op af?" Vraagt Tony. Britt kijkt op haar horloge "Als we nu snel
zijn." Tony haalt haar schouders op "Vooruit, laten we eens gaan
kijken." Geeft ze toe en rijdt naar het adres dat ze hebben gekregen. Het
huis staat zoals te verwachten weer niet in een al te beste buurt. Ongeduldig
duwen ze ene paar keer op de bel, maar er komt niemand open doen. De buurvrouw
die net naar buiten stapt schudt haar hoofd "Hij is er niet hoor, hij is al
bijna een week weg ofzo. Op vakantie zeker." Veronderstelt ze. "Hij
heeft alleen z'n hond thuis gelaten. Dat beest heeft dagen lopen janken. Hij is
nou onderhand stil." Tony kijkt Britt aan, Ramon had niets gezegd van
vakantieplannen. Ze kijkt naar de deur, die krijgt ze vast gemakkelijk genoeg
open "Zullen we eens binnen gaan kijken?" Stelt ze voor
"Huiszoekingsbevel?" Vraagt Britt. "Nou, we gaan toch alleen maar
kijken, mevrouw van hierlangs heeft vreselijke last van het gejank van de hond.
Rede tot. Eh. Zorgen." Ze wrikt wat en opent dan uiteindelijk de deur
"Entrée" Glimlacht ze en stapt zelf achter Britt aan naar binnen. Het
is doodstil in huis, de hond waarover de vrouw sprak horen ze niet. De
benedenverdieping is nogal een rommeltje, het was niet Luc's grootste hobby om
op te ruimen, zo te zien. De achterdeur naar het kleine tuintje staat open. De
tegels in de tuin zijn overwoekerd met onkruid en de bakken die ooit
plantenbakken hebben moeten zijn zijn inmiddels ook al overwoekerd door
slingerende wildgroei van allerlei groene zooi. "Daar is precies geen
tuinarchitect aan te pas gekomen." Grinnikt Britt. Ze gaan weer terug naar
binnen en lopen behoedzaam de trap op. Een deel van de overloopt wordt in beslag
genomen door een deur die uit z'n sponning is getrapt. De scharnieren hangen
verbogen en gebroken aan de sponning die op plaatsen versplinterd is. "Hier
wilde iemand uit, geloof ik." Tony kijkt het kleine kamertje in. Een viezig
bed met groezelig beddengoed en niet veel meer. Op de vloer ligt een jurk, maar
dat is alles. Ze lopen verder de volgende kamers door. Her en der staat een bed
of een kast, maar niets ziet eruit alsof het pas nog gebruikt is.
"Tony!" Hoort Tony Britt plotseling roepen van boven waar nog een
etage met kamers is. Snel loopt Tony de trap op "Ik geloof dat we Luc
gevonden hebben." Wijst Britt als Tony de kamer in stormt. Dit si een van
de weinige kamers waar wat meer in staat dan een bed. Naast het bed, een aantal
kasten en een wastafel is er ook een bureau. En op dat bureau ligt een man.
Bloed dat al opgedroogd is ligt in een plas onder z'n hoofd. Tony kijkt even
naar het tafereel en ziet een schotwond in het achterhoofd van de man, van de
mooie krullen is daar niet veel meer te zien. Geen wonder dat die hond jankte.
Die zal nu wel weggelopen zijn. "Hoe komt zij aan een pistool?" Vraagt
Tony zich hardop af. Allebei denken ze hetzelfde. Hun Ethiopische schone zat
opgesloten beneden en is ontsnapt, daarna heeft ze hem omgelegd. "Misschien
had hij het ergens verstopt." Britt schudt haar hoofd "Ik weet het
niet, het ziet er naar uit dat hij vanuit deze kamer z'n zaakjes regelde, als
hij het pistool ergens had zou dat hier moeten liggen. En. Kijk eens hoe hij
ligt, hij was zelfs nog ergens mee bezig. Hij is verrast. Als ze beneden die
deur eruit heeft getrapt dan heeft hij dat zeker gehoord, deuren vallen niet zo
stil. Dan zou hij hier niet zo rustig zitten. Iemand is stil naar boven
geslopen. En heeft hem verrast." Ze bekijkt de papieren op het bureau.
Tony's telefoon gaat "Hoi Pasmans," Zegt Tony als ze opneemt en
luistert even "Dankje Pasmans, maar dat wisten we al. Nee, dat kan wel
kloppen dat ie niet in dat café is. Hij is hier. stuur maar een sporenteam en
de forensische dienst." Als Tony weer ophangt kijkt ze Britt aan "Wat
moet je nog meer doen tegenwoordig om iets prioriteit te laten zijn? Ze hebben
zojuist het signalement en telefoonnummer door de computer gehaald en kwamen tot
de heldere conclusie dat het meneer hier was. Om goed te maken dat ze het even
hadden laten liggen zijn ze alvast in z'n stamcafé gaan kijken, maar raad eens.
Daar was ie niet." Doet Tony sarcastisch. Britt lacht en wijst op een
boekje dat open ligt "Adressen en telefoonnummers." Zegt ze "En
raad eens waar hij open ligt. Ik durf te wedden dat ze deze telefoon heeft
gebruikt." Ze pakt de mobiele telefoon op die aan de adapter ligt
"Vandaar dat ie na een week nog aan is." Glimlacht Tony. Britt doet
handschoenen aan en kijkt in het geheugen van de telefoon en bladert door het
boekje heen. Het geheugen op gebelde nummers is niet eindeloos, maar vanaf
Oudesluys terugkijkend heeft ze inderdaad alle nummers in het boekje gebeld. Ze
kijken rond, diverse laden staan open en er liggen lege enveloppen op de grond.
"Ik mag hangen als hierin geen geld heeft gezeten." Zegt Tony
"Veel contant geld. Ze heeft het slim gedaan." Britt knikt "Maar
ze heeft hem niet vermoord. Luc is al een week niet meer gesignaleerd. De
gemiste oproepen gaan terug tot een week ongeveer, iets minder. Pas een paar
dagen geleden heeft ze naar de familie gebeld. Ze is vrijwel meteen in actie
gekomen dan, ze heeft haar kans afgewacht, ze zat daar al langer denk ik. Al
vanaf het moment dat ze ontsnapte. Ze is pas ontsnapt toen hij al dood was, hij
heeft haar niet gehoord. Ze is dan hier gekomen, heeft al het geld genomen. Ze
heeft nu vast voorlopig genoeg geld en een plan. Ze zit ongetwijfeld ergens in
een hotelletje, of in een kraakpand, waar dan ook en morgen reist ze dan naar
Nederland." Tony knikt "Laten we beneden wachten tot de anderen hier
zijn, dan gaan we. Morgen op het station pakken we haar op. Dan kan zij ons
vertellen wat er gebeurd is." Beslist ze en ze lopen naar beneden. Als de
gevraagde teams eindelijk arriveren rijden ze naar het commissariaat
"Zo," Zegt Vanbruane die bij de deur staat te wachten "Kom binnen
en vertel." Niet alleen zij is nieuwsgierig. Ook Pasmans, Vanneste, Raymond
en Selattin hangen aan hun lippen als ze het verhaal vertellen. Bij het gedeelte
waar ze het huis binnen zijn gegaan kijken zowel Selattin als Vanbruane wat
zuinig. Vanbruane maakt zich al zorgen om wederrechterlijk verkregen bewijs en
Selattin om Britt's veiligheid. Maar Vanneste is helemaal enthousiast, daar had
hij ook wel bij willen zijn. "Morgen neemt ze de trein om 11 uur, naar
Antwerpen en van daaruit gaat ze door naar Rotterdam." Besluit Tony
"We willen haar op het station oppakken." Vanbruane knikt "Goed
idee, ik vraag me alleen af of ze niet bedacht zal zijn op politie. Als we haar
wat vragen gaat ze misschien op de loop en we moeten dan ook om het kind
denken." Tony steekt haar vinger in de lucht "Daar heb ik ook al op
gedacht baas." Zegt ze snel "Britt en ik kunnen ons misschien in
perronopzichters-outfit hijsen ofzo en de rest gewoon in burger. Wij zullen haar
wel kunnen benaderen en om haar paspoort vragen. Het is toch normaal dat
opzichters eventueel om je plaatsbewijs vragen." Vanbruane glimlacht
"Goed denkwerk, Dierckx, wil je soms promoveren? Morgen zullen we daar heen
gaan. Om 9 uur een briefing. Tony? Jij de leiding?" Tony kijkt Britt
"Dit kan goed Britt's laatste actie zijn,b aas. Laten we het nog een keer
op de oude manier doen." Stelt ze voor. Vanbruane lacht "Zoals
gewoonlijk dus hoofdinspecteur Michiels, uw team. Tot morgen." Vanbruane
staat op en wandelt de gang op. Ook de rest verdwijnt al snel en na een paar
minuten is het hele lokaal rustig.
"Verdraaid. Hoe los ik dit nu weer op?" Moppert Britt terwijl ze zich
vergeefs in de uniformbroek probeert te wurmen die ze gekregen heeft. "Dan
houd je toch je eigen broek aan en dan doe je dat jasje en petje, dat ziet er al
echt genoeg uit. Ze hebben nou eenmaal geen positie-uniformbroeken." Tony
takelt zichzelf wel helemaal toe en ziet er dan ook bespottelijk uit als ze
klaar is. "Goed luister," Zegt Britt als ze terugkomen bij de rest van
het team die zich in burger in de personeelskantine hangen te vervelen. Verder
komt ze niet, want de heren barsten allen in lachen uit. Het lage lachsalvo
echoot door de lege kantine. Tony kijkt Britt aan en trekt haar wenkbrauwen op
"Doe maar." Glimlacht Britt. In een stap is Tony bij de stoel van
Vanneste, die zoals gewoonlijk vervaarlijk op twee poten balanceert en schopt de
twee poten die nog niet in de lucht hangen ook eronderuit. Met een gedonder
stort Vanneste naar benden terwijl Tony Pasmans handig om de keel grijpt en z'n
hoofd in bedwang houdt, zodanig dat ze met een tik z'n nek kan breken
"Uitgelachen heren?" Vraagt ze poeslief en laat dan Pasmans weer los.
Het is tel en snel legt Britt uit hoe ze het aan willen gaan pakken "Dus
jullie, Pasmans, Raymond, jullie waarschuwen ons als ze het perron op gaat
komen. Als jullie bij die trap blijven onder moet dat geen probleem zijn, je
ziet dan beide ingangen. Dan pikken jullie haar boven op, Sel en jij, Ben en
dan, als ze staat te wachten lopen wij er op af." Als het iedereen
duidelijk is is het ook al half 11 en tijd om de plaatsen in te nemen. Zodra
Tony en Britt zich op het perron begeven en naar het kantoortje lopen om zich
daar onzichtbaar op te stellen worden ze al aangeklampt. Britt die in een vlaag
van intellect ter vercompletisering van haar outfit een boekje met treintijden
mee gegapt heeft uit de personeelsruimte, stort zich in haar rol en staat de
mensen met een glimlach te woord. Erg druk is het gelukkig niet, weinig kans dus
dat de vrouw verloren zal lopen in de mensenmassa's op het perron. Een kwartier
voor de trein vertrekt horen ze Pasmans plotseling "Miss Afrika in
zicht." Tony kijkt Britt aan "Zouden de treinen in Afrika nooit
vertraging hebben, dat ze zo vroeg is?"grinnikt ze. Britt haalt lichtjes
haar schouders op "Ze zal weg willen." Glimlacht ze. Even later zien
ze inderdaad hun doelwit de trap opkomen met Pasmans die de wandelwagen helpt te
dragen. "Hoe galant." Fluistert Tony met een grijns. Ze wandelen
langzaam al eens voorbij als de vrouw staat te wachten en tegen haar baby praat
in een taal die Tony en Britt beiden niet verstaan. Ze zien dat de vier heren
zich strategisch op het station groeperen. Britt knikt snel even en dan stappen
ze op de jonge vrouw af. "Pardon, mogen we uw plaatsbewijs even zien?"
Vraagt Tony formeel, nadat ze nog net 'Tony Dierckx, Britt Michiels, politie
Gent. Pardon perronopzichters Gent.' heeft ingeslikt. De donkere vrouw kijkt hen
niet begrijpend en wat achterdochtig aan "I'm sorry, I don't understand."
Stamelt ze. Britt glimlacht "We're sorry, we asked for your trainticket.
It's routine, we check whether people have a ticket. It's to avoid trouble in
the trains." De vrouw knikt opgelucht "Oh yes, ofcourse, how good of
you to do so." Ze haalt een portemonnee tevoorschijn en toont hen haar
plaatsbewijs. "Can you show us your passport too please?" Vraagt Britt
vriendelijk. De vrouw kijkt haar aan en recht dan haar rug "Why?"
Vraagt ze een beetje uit de hoogte. Britt vraagt zich af of ze een verhaal op
zal hangen dat dat is omdat ze over de grens gaan, maar besluit dan maar gewoon
eerlijk te spelen, deze vrouw loopt niet weg, dat ziet ze gewoon "For we
beleive that we found the baby that was kidnapped yesterday. Everybody's
searching for him. So either you show us a pass in which you little babyson here
is written as being your son, or you come with us, nice and peacefully. What's
your name?" De vrouw kijkt haar recht aan "I don't have such a pass.
My name is Arfon Mohammed Ali, I ran from Ethiopia, my kid was stolen from me, I
took it back, now. Let me go." Britt schudt haar hoofd "I am afrain we
can't let you go. We'll have to arrest you. I'm afraind you'll be send
home." De vrouw kijkt angstig rond "We're from the police, madam Ali,
so is he. And he." Een voor een wijst Tony de mannen aan. De vrouw lijkt
nog even al haar spieren te spannen, in een laatst wanhopig moment, maar geeft
zich dan over. Zonder haar te boeien nemen ze haar mee naar het commissariaat,
waar ze even in de cel steken. "Benjamin staat ingeschreven als zoon van
Oudesluys. Zullen we hem terug brengen of wilt u afwachten?" Vraagt Britt
als Vanbruane hen komt vragen hoe het gegaan is. Vanbruane twijfelt even
"Breng hem maar naar die familie, waar zouden we hem anders heen moeten
brengen?" Britt is dezelfde mening toegedaan en dus zet ze Benjamin in de
maxicosi en neemt hem mee naar de auto. Tony volgt haar op de voet. Als ze even
later stoppen voor de villa kijkt ze elkaar aan, in deze zaak zijn er geen
slechteriken, enkel winnaars en verliezers, zo wit en zwart als dat is. Met
Benjamin rustig slapend in z'n zitje lopen ze naar de deur en bellen al aan
"Ah." Meneer Oudesluys zwaait de deur open "Is er nieuws?"
Vraagt hij. Op dat moment steekt Britt de maxicosi naar voren
"Benjamin." Zegt de man zacht en neemt zijn zoon over "Ann!"
Roept hij "Ann, kom eens kijken wie hier is."Als de vrouw haar man
ziet staan met hun zoon in de maxicosi barst ze in tranen uit. Snikkend haalt ze
het kind uit de maxicoxi en drukt het voorzichtig tegen zich aan. Britt en Tony
staan er maar wat bij. "Ik kan u niet beloven dat alles nu voorbij
is." Tempert Britt het enthousiasme als ze in de woonkamer zitten.
"Het zou kunnen dat zijn moeder Benjamin op kan eisen en hem mee terug
neemt naar Ethiopië. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt zij
het land uitgezet." De dolgelukkige ouders knikken, maar of ze ten volle
beseffen dat dit nog niet het einde van de nachtmerrie is, betwijfelt Britt ten
zeerste. Op het commissariaat zit de volgende persoon die zich in een
nachtmerrie bevindt, te wachten in een cel. "Eerst maar beginnen met dat
verhoor." Stelt Britt voor terwijl ze haar broodje naar binnen propt. Tony
is ook van mening dat ze het maar beter achter de rug kunnen hebben en dus laten
ze hun verdachte naar boven brengen. "You do speak English, right? Or do we
need to call for a translator?" Opent Britt als de vrouw tegenover hen
wordt neergezet. "I speak English well enough, I went to private schools
when I was young." Antwoordt het meisje helder. Britt begrijpt nu dat de
houding van het meisje opviel bij de mensen. Ondanks de arrestatie zit ze
kaarsrecht op haar stoel en kijkt Britt onverschrokken in de ogen "Could
you please tell me your full name again?" Vraagt Britt "My name is
Arfon Mohammed Ali, oldest daughter of Mohammed Mohammed Ali, chief of our tribe,
student at Vauxhall boardingschool in Ethiopia." Britt knikt "How old
are you Arfon?" Het meisje glimlacht "Seventeen, sixteen when I left
Ethiopia." Britt knikt weer "You ran from your country? Why?"
Arfon kijkt Britt verbaasd aan "Why? In which world do live? Don't you read
papers? We starve in my country, madam. My whole family had to run. There was no
money left to send me off to England, they would have done so if they had teh
chance, but we had to run. Another tribe came to steal what we had left. They
killed half our people for the food." Britt glimlacht "I'm sorry, it's
routine to ask this, I am aware of the problems though. But go on. you were at
home at that time, not at school?" Arfon glimlacht "We were on
holidays, that's right, our tribe was quiete OK, till the other tribe robbed our
food. Those who didn't die in the fight lost everything and were starving. So we
ran, all of us. And in de the mass I somehow lost my parents. So I kept on
running and running and running and a lot of time later I reached the coast."
Britt maakt een waarderend geluid "How did you mange to keep yourself alive?'
Arfon haalt haar schouders op "Girls. They do things to get money or food.
I'm not proud of that, but I didn't know any other way out." Tony knikt
"How did you cross the sea?" Vraagt ze. En Arfon vertelt verder van
haar tocht. Hoe ze belazerd werden door de mensen van de boot, hoe ze door
Europa trokken en meegenomen werden naar Gent. Ze vertelt over het werk wat ze
voor de mensen moest doen, die haar hadden meegenomen en hoe ze hoopte haar
nichtje in Rotterdam te vinden en weg te zijn uit Gent voor ze zou bevallen.
Maar ze lieten haar niet gaan. En dan vertelt ze van de dag waarop haar weeën
waren begonnen. De man, Luc, die het werk regelde, had haar opgesloten in een
kamer. Er waren mensen bijgekomen en uiteindelijk had ze haar baby gekregen in
die kamer. Het had pijn gedaan, maar. Het was haar kind. Ze hadden foto's
gemaakt, maar dan hadden ze het kind meegenomen en ze kreeg het niet terug. Ze
was kwaad geworden, maar het had niet geholpen. Als ze voor hen zou werken zou
ze haar kind terug krijgen. Twee maanden, want ze was hen nog wat schuldig, dan
zou ze mogen gaan. En dus kwamen de mannen, of zij ging naar de mannen toe, want
zo leek het bij iedereen te gaan die ze in Gent tot nu toe had ontmoet in de
huizen waar ze verbleef. Twee maanden dacht ze steeds en dan zou ze vrij zijn,
met haar kind. Ze zou naar Nederland gaan, daar was genoeg werk. Maar de twee
maanden gingen voorbij en er gebeurde niets. Ze had geschreeuwd dat ze tenminste
haar kind wilde zien. Maar hij had gelachen, het kon niet, hij had hem verkocht.
Ze was woedend geweest en bovenal machteloos. Maar de man waarvoor ze moest
werken, de man die haar opgesloten had, die man deed nog andere zaken en hij had
meer mensen zo in zijn greep. En op een dag na die twee maanden hoorde ze een
schot boven. De hond begon te blaffen, iemand die de trap af kwam rennen en de
hond erachter aan, de hond in de achtertuin en weer terug het huis in. En toen
de mannen 's avonds niet waren gekomen en er de volgende dag nog niemand was
begreep ze dat er niemand meer zou komen. Het enige waar ze niet over had hoeven
klagen al die tijd was het eten, Luc hield van koken en hij kookte voor een hoop
mensen, 's avonds bracht hij het eten rond. Toen dat niet meer kwam begreep ze
dat Luc dood moest zijn. Al het eten wat ze had verzameld van wat ze over had
was na een paar dagen toch wel op en er was nog altijd niemand gekomen om haar
te redden. De hond was weg gegaan. En dan had ze al haar kracht verzameld en de
deur ingeramd. Ze had het nog niet eerder geprobeerd, maar zoals het hele huis
oud was waren ook de deuren half rot en dus lukte het de eerste keer. Dit had ze
al eerder kunnen doen, maar ze had er nooit zo over gedacht. Ze liep het huis
door en boven vond ze Luc. Toen ze de kasten doorzocht opzoek naar een
aanwijzing waar haar kind was vond ze het geld in een hele hoop bruine
enveloppen. Al het geld wat hij verdiend had aan haar en anderen die in het huis
waren geweest. Haar geld nu. Ze stak alles bij zich en zag toen waar de man
oplag. Zijn telefoon en zijn adresboek. Snel maakte ze een plan en begon de
mensen op te bellen die in het boekje stonden. Ze deed er twee dagen over om de
familie te vinden. Ondertussen liep ze gewoon het huis in en uit en ging kleding
kopen en al het andere wat men nodig heeft. Toen ze de familie gevonden had ging
ze daar waken in de tuin tot ze haar kans zag om haar zoon terug te nemen.
Háár zoon en ze had hem mee genomen en wilde verder reizen naar Nederland.
Maar daar was nu geen kans meer op begreep ze. Britt schudt haar hoofd "That
man, Luc, the man that kept you in the room, you've no idea who assasinated him?"
Arfon schudt haar hoofd. Dan hebben we weer een nieuwe zaak, denkt Tony. Maar
dat zal dan wel een afrekening in het circuit zijn. "I took good care of
him, I took good care of my baby. And what was I to do with Luc? I couldn't go
to the police, I was hiding." Ze kijkt Tony aan die een belerend toontje
opzet "You should have reported tot the police, madam, for now it's almost
impossible for us to find his killer, for all we know he's still walking around
in the streets trying to." Arfon schudt niet-begrijpend haar hoofd "Don't
you understand? I couldn't care less!" Mompelt ze en de twee politievrouwen
kunnen haar dat ook nauwelijks kwalijk nemen. Arfon kijkt hen strak aan "I
want my son." Zegt ze. Britt haalt even adem "Your son has been
written down in Belgium as Benjamin Daniël Oudesluys, son of Ann and Marten
Oudesluys. It would take tests to proove that Benjamin Daniël is your son and
not somebody elses. And since he's legally their son now, it would take a
tremendous lot of time and money to get your son back. Not even to metion the
emotional damage that it would do to all of the people involved, including your
son. And than even apart from all of that, regarding the fact, understandable
however but still, that you didn't notify the police when you found Luc and you
that you even stole the money from his cubby's, that you kidnapped a child. For
that's basicly what it is. Regarding all of that, I can assure you that you'll
be send back. My personal opinion doesn't matter here. Even if we would tell the
judge to give you a chance here, he couldn't. Politics. I'm very sorry, but
that's the case as it is and we can't chance it. So you could start a fight for
your son here, but you'll be sent back anyway. A case like this one can take
years and even if you'd win and even if it would be more quick. Than still you'd
be send back, with or withouth Benjamin Daniël. It's gonna be a one way ticket
to Ethiopia anyway." Britt beseft dat ze het niet mooier hoeft voor te
stellen als het is, dat heeft geen zin. Dit is een 17-jarige die al een leven
achter de rug heeft. Ze is niet dom en ze weet hoe hard de wereld in elkaar
steekt. "My son would have a good life here, wouldn't he?" Zegt Arfon
nu zacht. Britt knikt "I can assure nothing, but yes, I think he will have
a good life here." Arfon lijkt wat te spelen met de gedachte "He'll go
to good schools, he'll study and become important." Knikt ze "His life
will matter. Ethiopia is not the place you want to be right now, I wouldn't want
to take my son there. But than again, it has been some time. Chances might have
turned. I guess I could be able to find my parents again or go to school agian.
I should be able to. If only I had the money, but I could earn my money. I'm
chanceless here anyway, am I not. And there's not a lot of work in the
Netherlands, is there? It would be just the same right? Pleasing men. Yes,
returning. It might be the best option. It has been some time. I learned a lot
on my way here. If I go, there's not gonna be a whole trial and stuff right? I
don't want Daniël to only remember a mother from paperarticles about trials
later on. Let him just know that I'm somewhere in Africa.and very proud at him.
Tell him. Tell him goodbye." Ze zwijgt berustend in haar lot. Britt denkt
te weten waaraan ze denkt. Zelfs in Afrika zijn landen met betere kansen, met
haar achtergrond kans ze misschien wel ergens komen. Ze kijkt Tony aan, die ziet
er al net zo verslagen bij. "I want to try something, if you want that. I
don't know whether it's gonaa work out. If you leave voluntary I might be able
to arrange a meeting with your son, to say. Goodbye?" Arfon kijkt op en
knikt dan "I'd be very happy if you'd make that possible, just to see my
little one once more, the last time." Glimlacht ze. Britt knikt en staat
op, met een vriendelijke glimlach knikt ze Arfon toe "I'm gonna give it a
try." Verzekert ze en loopt met Tony de verhoorkamer uit. In de gang zet ze
haar handen op haar heupen en blaast even al adem uit "Wat een
verhaal." Zegt ze en loopt met een bekertje thee naar het lokaal. Ze gaan
even zitten om tot rust te komen en dan neemt Britt de telefoon. Ze heeft
mevrouw Oudesluys aan de lijn en legt in het kort het hele verhaal uit. De vrouw
twijfelt niet een seconde "Wij komen er nu aan." Zegt ze. De zekerheid
dat Benjamin bij hen blijft, maakt dat ze haast zorgeloos naar het commissariaat
kunnen gaan. Als ze even later op het commissariaat aan komen krijgt Britt een
telefoontje van Carla. "Tony komt hen halen." Belooft Britt, terwijl
ze zelf met Tony mee naar beneden loopt om Arfon op te halen uit haar cel. Als
ze de deur opent zit Arfon druk te schrijven, ze glimlacht als ze Britt ziet.
"They gave me back my backpack." Zegt ze vrolijk en houdt het papier
in de lucht "Yes, I told them to." Knikt Britt "I have my digital
camera in here, could you take my picture? You know when I found the money I
started buying myself stuff I had at home too." Ze kijkt Britt aan "Shouldn't
you keep the money, I mean, it's all still in here?" Britt schudt haar
hoofd "It's your money, you worked for it." Arfon knikt "So did
the other girls." Zegt ze "We didn't find the other girls, we found
you and I know that with this money your return will be more easy. I know you
can make it, I know you will make it. Come with me. Daniël is upstairs."
Arfon staat op "I wrote him a lettre, for. Wel for when he's older. You
think he'll like it?" Britt knikt "I'm positive about that, take your
backpack, for you're not coming back here. We arranged a place for you somewhere,
till you go back, which will be as soon as possible." Arfon loopt
glimlachend met haar mee "In one way I'm glad to go back. I'm so homesick.
I mean Europe is fine and everything, but it's so cold and the people here are
so different. I miss my country anyway." Ze volgt Britt naar de opvangkamer
en stapt meteen op Ann af die Benjamin vast heeft. Ann geeft hem over aan zijn
moeder en kijkt toe hoe ze afscheid nemen. Als een uur later alles weer rustig
is en Arfon is opgehaald door een vrijwilliger van het opvangcentrum lopen Britt
en Tony terug naar het lokaal. Marten en Ann Oudelsluys hebben een hoop foto's
genomen en de brief veilig opgeborgen. Ze hebben hun adres en telefoonnummer
meegegeven aan Arfon, zodat ze kan laten weten waar ze woont en ze haar foto's
kunnen sturen. Ze hebben zelfs al aangeboden om in de toekomst eens over te
komen naar Afrika, voor een bezoek. En ook geld is geen probleem meer. Arfons'
droom over Nederland is dan misschien uiteen gespat, de reis is niet voor niets
geweest. Twee winnaars, denkt Tony, in ieder geval een beetje, soms is het
mogelijk. Ze draagt twee bekertjes thee en Britt draagt de map. In de
deuropening blijven ze stil staan. "Hé, dat is mijn stoel." Snauwt
Britt als ze een vrouw op haar stoel ziet zitten. Haastig staat de persoon, die
Britt ergens vaag van herkend, op en maakt plaats. Britt hoort Tony achter zich
geërgerd zuchten als de vrouw hen aankijkt "Hoi, ik ben Barbara
Volkar." Stelt ze zich afwachtend voor "Ah, de nieuwe." Zegt
Britt en neemt haar stoel "Welnu, ik ben nog niet helemaal weg, dus je moet
zolang even een stoel bijschuiven." Gebaart Britt. Ze kijkt Tony met een
glimlach aan als Barbara een stoel gaat zoeken "Niet onaardig toch?"
Fluistert ze "Ze is twee dagen te laat." Fluistert Tony onwillig.
"Och, jij toch ook wel eens. Kom, je zult het er toch mee moeten doen. Doe
je best. Jullie eerste zaak." Ze gooit de map 'Luc Wesselink' naar Tony toe
en neemt met pretoogjes een slok van haar thee. "Lazy days have
begon." Fluistert ze met een glimlach.
Einde
Holymary;mins
|