Leeg geroofd.

Vanbruane neemt de telefoon op en luistert even naar degene aan de andere kant. “Da’s OK Carla, verbindt hem maar door…. Ja, ik weet dat ik gezegd heb dat niemand me mocht storen, maar dat geldt niet voor Max… eh… de burgemeester, verbindt maar door…” Ze is blij dat niemand haar kan zien, want ze wordt warempel een beetje rood. De burgemeester komt aan de lijn en lijkt nog niet helemaal te beseffen dat hij is doorverbonden. Ze hoort hem zachtjes een liedje neuriën dat haar vaag bekend voorkomt. “Eh…” doet ze wat verbaasd, betrapt houdt de burgemeester op “Oh… eh hoi Nadine, ik vroeg me af of wij heel even konden praten over dat nieuwe plan voor de verkeerssituatie op de Vrijdagmarkt?” valt hij met de deur in huis. Vanbruane kijkt op haar horloge “Nu?” vraagt ze een tikkeltje verbaasd. “Neu… over een uurtje… bij een lunch?” stelt hij voor. Vanbruane bijt op haar lip om niet te lachen. Dat is al de tweede keer deze week dat ze uit lunchen gaan en vorige week ook twee keer… Ze hebben al duizend plannen besproken over een etentje besproken en ook dit plan is al lang eens besproken voor zover zij weet. De smoezen beginnen lichtelijk doorzichtig te worden, werklunches zijn aan de orde van de dag. “Ik kom je afhalen.” Belooft hij met een lach. Vanbruane stemt met een lachje toe en legt dan de telefoon neer. Ze herinnert zich haar eerste werklunch met de burgemeester nog wel en die daarna en die daarna… en na een tijdje hadden ze al vele plannen besproken en nog veel meer. De burgemeester… Max… was net als zij gescheiden, al een lange tijd. En hij vond het leuk om eindelijk weer eens met een vrouw zo te kunnen praten, gewoon over van alles en nog wat. Vanbruane vond het ook leuk om zo met Max te kunnen kletsen, gewoon over wat er dan ook in haar op kwam. Ze voelde zich werkelijk op haar gemak bij hem en hij bij haar. Intellectueel gezien waren ze elkaars gelijken en ze konden uren praten, zodat hun lunches nauwelijks werden aangeraakt wanneer ze een werklunch hielden. Wat begonnen was als werkelijk het bespreken van wat beleidsplannen over een glaasje wijn en een gegrilde zalm was uitgegroeid tot een twee wekelijks bijpraat uurtje tussen de twee kopstukken van de Gentse macht. Diep in zichzelf weet ze ook wel dat ze langzaamaan een beetje ‘verliefd’ aan het worden is en ze mag hangen als dat niet wederzijds is. Max neemt niet eens meer de moeite om dossiermapjes mee te nemen voor de show, hij steekt niet meer onder stoelen of banken dat zij het is in wie hij geïnteresseerd is en niet het een of andere stompzinnig plan om de Gentse binnenstad veiliger te maken. “En wat vindt meneer Vanbruane ervan dat u zo laat weg bent om te werken?” had hij gevragen toen ze het hadden over de rellen tussen een stel achterbuurtbewoners en hun Marokkaanse wijkgenoten waarvoor ze de dag daarvoor allebei op een idioot tijdstip nog voor uit hun bed hadden moeten komen. Ze waren bij elkaar gekomen om over de lunch een plan van aanpak te bespreken voor die wijk. Het was toen nog echt geweest om het plan te bespreken, maar Vanbruane had in die ‘tussen neus en lippen’ opmerking toch een dubbele bodem aan gevoeld en kon zich niet aan de indruk ontdekken een twinkeling in zijn ogen te zien toe zij met een lichte irritatie had gezegd “U zult mijn dossier toch ook gelezen hebben, neem ik aan… er is geen meneer Vanbruane…” Haar irritatie was meer geveinsd daar werkelijk, ze vond het lichtelijk amusant dat hier de hoogste baas van Gent tegenover haar zat en zo doorzichtig informeerde of ze ‘bezet’ was. Hij had gelachen en wat gebloosd “Ik had gehoopt dat ik voor u kon verbergen dat ik uw dossier zo grondig heb doorgenomen.” Glimlachte hij en zij had dat charmant zo niet onweerstaanbaar gevonden. Hier zaten ze dan, op hun leeftijd, als twee dodelijk verlegen –verliefde?- pubers tegenover elkaar. En vanaf dat moment waren de plannen steeds verder naar de rand van de tafel geschoven en waren ze meer en meer met elkaar gaan lunchen om gewoon bij elkaar te zijn. Hoewel geen van beiden nog durft uit te spreken dat dat de reden is. Alsof ze geen van beiden durven toe te geven dat ze allebei op zoek zijn naar iemand van het andere geslacht om samen mee op de bank te hangen of een krantenbericht mee te bespreken over de ochtendkoffie. Vrolijk schuift ze haar dossiers aan de kant en staart wat voor zich uit. Ze schrikt op als er op de deur wordt geklopt en Selattin naar binnen stapt. “Sorry baas, ik weet dat u niet gestoord wil worden, maar Ben en ik hebben wat ontdek…” Hij stopt en kijkt achterom waar wat tumult is ontstaan rondom het bureau van Tony en Barbara. Tony houdt iets in de lucht en schreeuwt woedend “Gatverdamme Vanneste!!!” Ze gooit iets in de richting van Ben die met een kinderlijk gegiechel achter Selattin aan het kantoor van Vanbruane induikt. “Ik zet het u betaald Vanneste!!!”  schreeuwt Tony moordlustig als Ben snel de deur dicht gooit. “Klaar?” vraagt Selattin droog met opgetrokken wenkbrauwen. “Eh… ja, sorry baas.” Zegt Vanneste opeens weer een en al serieusheid. Vanbruane zit wat verbaasd achterover geleund aan haar bureau. “Wij hebben wat ontdekt in…” begint Selattin weer en stopt dan als hij achter zich Ben giechelend voor de ruit ziet staan zwaaien. “Tony ook…” merkt Vanbruane droog op. “Ja zeg…” gromt Selattin en grijpt Ben met een hand in de nek om hem op de stoel neer te duwen. “Ga zitten en hou je gedeisd!” commandeert hij. “Wel…” begint hij voor de derde keer. “Toen we zojuist over de Hagellandkaai reden zagen we bij een van de huizen de deur open staan. Er was niemand in de buurt. We zijn dan een kleine 10 minuten later weer gaan kijken en de deur stond nog open. We zijn dan voorzichtig binnen gaan kijken. We vonden eerst niemand. Maar dan hoorden we gehuil op de bovenverdieping. We zijn voorzichtig naar boven gelopen en daar kwamen we bij een gesloten deur, daarachter zaten een paar kinderen te huilen, ik ben er zeker van. We zijn weer naar buiten gegaan… we hebben tenslotte geen toestemming om… maar ik wil daar toch wel graag even binnen kijken.” Selattin kijkt zijn baas afwachtend aan. Die denkt even na. “Kijk even na op wiens naam dat pand staat en zoek even uit waarvoor het pand gebruikt wordt…  Vraag Tony even om met jullie mee te gaan als jullie er heen gaan. Mijn fiat heb je om die deur open te breken, als het huis nog steeds open is… sporen van braak zullen we maar zeggen.” Ben kijkt om “Barbara ook baas.” Vanbruane kijkt zuchtend op “Vanzelfsprekend Vanneste, ik bedoel natuurlijk Tony én Barbara.” De heren willen het kantoor al uitlopen als Vanbruane hen even tegen houdt. “Ah eh… Sel, bel mij even op mijn mobiel als er iets is, ik zal even een uurtje weg van kantoor zijn.” Selattin knikt en stapt achter Ben het kantoor uit. “Weer een werklunch zeker?” vraagt die met een grijns aan Selattin. “Geen idee.” Antwoordt die naar waarheid, dat heeft Vanbruane tenslotte niet gezegd. Al deelt hij de mening van Ben en Tony dat Vanbruane tegenwoordig erg vaak op werklunch moet en ook wel erg vaak met de burgemeester, die moeten wel een of andere superhervorming aan het ontwerpen zijn, wat kan dat anders zijn waarvoor zo vaak overlegd moeten worden. Zo goed wil de burgemeester normaal gesproken nou ook weer niet op de hoogte gehouden worden. Ze maken zich allemaal een klein beetje druk om die werklunches, wie weet wat hen nou weer boven het hoofd hangt. Selattin loopt naar Tony’s bureau toe die een pen die ze in haar haren heeft gedraaid er weer uit probeert te krijgen. “Ja Sel?” ze kijkt geïnteresseerd naar hem op en trekt ondertussen verwoed aan de pen om diens greep op haar haren te laten verslappen. “Laat mij maar even.” Grinnikt hij en draait de pen vakkundig los “Ik heb op Dorien kunnen oefenen,” verklaart hij. “Maar nu even wat anders.” Wat gedetailleerder dan bij Vanbruane legt hij Tony uit wat Ben en hij net ontdekt hebben en Tony’s interesse is direct gewekt. Ze loopt met Selattin naar de computer toe en samen zoeken ze het adres op. “Kijk… het staat op naam van een firma… het wordt gebruikt als een bedrijfspand?” Ze kijkt Selattin vragend aan. “Kennelijk…” zegt die. Hij schrijft de naam en het telefoonnummer op die volgens de bestanden bij het huis horen. “Wat doen kinderen in een bedrijfspand?” vraagt Tony zich hardop af. “Waarvoor wordt dat pand eigenlijk gebruikt?” voegt Selattin daar aan toe. “Toen wij er binnen liepen leek het min of meer leeg te staan op wat dozen her en der na. “Misschien allemaal gejat? Sporen van braak…” helpt Tony hem. “Ik wil binnen kijken.” Beslist hij “Achter die deur.” Tony knikt “Ik ga mee.” Zegt ze. “Dat was de bedoeling van Vanbruane ook.” Zegt hij “Zij gaat weer lunchen.” Meldt hij tussen neus en lippen “met de burgemeester?” vraagt Tony op haar hoede. Selattin haalt zijn schouders op “Dat heeft zij niet gezegd… maar we weten allemaal dat ze nogal vaak met hem gaat lunchen…” Tony knijpt haar ogen tot spleetjes. “Die twee bekokstoven iets, dat is zeker.” Zegt ze “Ik ben er niet gerust op, nieuwe hervormingen ofzo?”  Selattin zucht “Laten we maar afwachten, daar hebben wij verder toch weinig invloed op.” Meent hij. En Tony kan niet anders dan dat beamen. Op hoog niveau wordt er altijd heel wat bekonkeld en bepraat, meestal krijgen zij dan een of ander stom plan op hun dak geschoven. Nieuwe communicatiesystemen, nieuw personeelsbeleid… noem maar op, al die onzin wordt in hoge regionen uitgedacht en zij mogen er weer mee proberen te werken. “Misschien wordt Barbara wel weg gehervormd.” Mompelt ze hoopvol. “Ik zou er niet te veel op rekenen.” Lacht Selattin en loopt achter Ben aan de gang door. “Barbara meekomen!” roept Tony over haar schouder. Barbara raapt paniekerig haar spullen bij elkaar en rent achter Tony aan. “We gaan de mannen even helpen.” Beperkt Tony haar uitleg. Selattin lacht even en legt kort uit wat er gaat gebeuren. Barbara die nog met haar pistool en boeien loopt te rommelen kijkt met een flauw lachje naar Selattin, “ja… eh… dankje” mompelt ze. En laat al haar rotzooi weer op de zitting van de passagiersstoel vallen met zichzelf er achter aan. Tony geeft met een lachje flink wat gas om achter de twee motors aan te scheuren. Bij het huis parkeren ze en ze kijken even naar de deur. Die staat nog steeds wagenwijd open.  “Naar binnen dan maar?” vraagt ze Selattin. “Barbara, blijf jij hier bij de deur even wachten, als er iemand komt meldt je het, OK?” Ben loopt op de benedenverdieping rond en geeft zijn ogen goed de kost. Hij rammelt wat met dozen, die vaker leeg dan vol blijken te zijn. Dit hele pand wordt nergens voor gebruikt concludeert hij. Boven hoort hij het gestommel van Tony en Selattin. Die lopen voorzichtig een verdieping hoger rond en concluderen net als hij dat dit pand niet gebruikt wordt voor wat dan ook. Dan steekt Selattin zijn vinger in de lucht “Luister…” fluistert hij. Heel zacht, maar ook heel duidelijk hoort Tony het ook, een paar huilende kinderen. “Hierboven.” Fluistert ze en loopt snel achter Selattin aan de trap op. De deuren hier zitten op slot. Achter een ervan klinkt inderdaad het gehuil van een paar kinderen. “Deur intrappen?” vraagt Selattin haar. “Kun je hem niet zo open krijgen?” vraagt Tony, ze denkt dat de kinderen nogal zullen schrikken als er opeens een deur binnen komt gevlogen. Selattin knikt en haalt zijn beroemde sleutelbos tevoorschijn. Na wat gewrik en gewring schiet de deur uit het slot. Het gehuil binnen houdt plots op en er klinkt wat gescharrel. Voorzichtig doet Tony de deur open en houdt haar pistool langs haar been met een vinger aan de trekker. Als ze het kleine benauwde kamertje in kijkt stopt ze haar pistool weg. Vier kleine donkere kindjes zitten op een matras bij een vijfde kindje dat dood met opengesperde ogen op het matras voor hen ligt. De kinderen kijken doodsbang op naar de vreemde man en vrouw en de kleinste begint weer zachtjes te huilen. Tony stapt rustig naar voren en knielt neer bij het kind dat met de ogen open in verwrongen houding ligt. Ze hoeft de pols niet te voelen om te merken dat het kind dood is. “Stil maar…” fluistert ze zacht tegen de overige vier kinderen. De stank die in het hokje hangt is onverdraaglijk, uitwerpselen liggen overal verspreid en het lijkt erop dat er her en der rot eten ligt. “Die kinderen moeten hier weg.” Zegt ze snel. Daar is Selattin het direct mee eens. Tony tilt de kleinste op en schrikt als de grootste opeens opspringt en haar op de nek springt. Het meisje begint als een wilde te krabben en probeert haar te bijten. “Help…ho… Sel…” roept ze meer verbaasd als bang. Selattin stapt naar voren en grijpt met twee sterke handen het meisje van Tony’s rug af. “Ho ho, rustig maar, we zijn goed volk.” Probeert hij en hij herhaalt het nog eens in het Arabisch, maar er is geen teken van dat het meisje hem verstaan heeft, ze blijft zich als een wilde verzetten en om zich heen krabben en bijten. Ze stoot een paar hoge angstkreten uit en kijkt Selattin woedend aan als hij haar eindelijk zo’n beetje in een houdgreep heeft. “Deze is heel wat wilder als ons Dorien.” Glimlacht hij. Tony pakt nu een ander kind op de andere arm en Selattin weet het zo te wringen dat hij met een arm de kleine wilde in bedwang kan houden en met de andere het vierde kind omhoog kan helpen. “Vanneste!” roept hij naar beneden. Ben is al snel boven en kijkt verbaasd naar de kinderen. “Laat Barbara een combi oproepen. Deze kinderen halen we hier weg.”  Wijst hij “Je meent het…” mompelt Ben en rent naar beneden. Hij is al snel weer boven. “Kijk ik achter die andere deuren?” stelt hij voor. “Even wachten tot we deze kinderen kwijt zijn.” Stelt Selattin voor. Het duurt niet lang voor een combi arriveert met een paar agenten die zich over de vier kleintjes ontfermen. Tony heeft het labo al gebeld en een sporenteam en kijkt rond in het kleine kamertje met een zakdoek tegen haar mond. “Gestorven van de honger?” vraagt Selattin zich af. “Waarom ligt er dan verrot eten? Als de kinderen zo’n honger hebben eten ze dat toch op?” brengt Tony daar tegen in. “We zullen in de andere kamers kijken.” Stelt Selattin voor. Voorzichtig opent hij de volgende kamer. Daarin vinden ze niets van belang. Ook een tweede kamertje blijkt leeg, maar in een derde kamertje vinden ze nog twee kinderlijkjes. Het gaat weer om twee kinderen die duidelijk van buitenlandse afkomst zijn. “Drie lijkjes…” vat Tony samen. “maar waaraan zijn ze gestorven?” Selattin haalt zijn schouders op “Vergiftiging?” raadt hij maar wat. “En wat doen die kinderen hier, waar zijn hun ouders? Weet je wat ik wil? Ik wil eens een gesprekje met de eigenaar van dit pand.” Selattin knikt, ook hij is erg benieuwd naar een verklaring voor deze gruwelijke ontdekking. “Vanbruane bellen?” stelt hij voor. Tony kijkt op haar horloge, die moet toch bijna klaar zijn met haar lunch, denkt ze. Ze knikt en neemt haar telefoon.


Uit haar tas stijgt het irritante deuntje van haar mobieltje op. Met rode wangen, om de een of andere reden kijkt het hele restaurant plots hun kant uit, duikt Nadine naar haar tas en neemt op. “Ja Tony…” ze wacht af en kijkt ondertussen naar Max die het geld van de rekening betaald en het bonnetje in zijn agenda stopt. Hoewel ze natuurlijk heeft gezegd dat ze haar hier konden bellen voelt ze zich toch een beetje betrapt nu Tony haar daadwerkelijk belt tijdens haar lunch met Max. Hij kijkt haar geamuseerd aan over zijn brilleglazen. “Is er wat?” vraagt hij geluidloos als hij Nadine wat witjes ziet wegtrekken “Wat gruwelijk…” mompelt Nadine in de mobiel “Ik… ik kom er aan… nee, dat lijkt me duidelijk… Dat is een goed idee… Geef mij… ik ben vlakbij, geef me een minuut of 10…” Max kijkt haar oplettend aan. “Problemen?” vraagt hij als ze neer heeft gelegd. Ze kijkt even naar de mobiel in haar hand. “Vier kinderlijkjes… buitenlandse kinderen… in een leegstaand pand. Mijn God…” ze kijkt naar Max die ziet hoe ze werkelijk aangeslagen is door dit nieuws. Ze legt haar handen even op de tafel en reageert toch nog verrast als hij voorzichtig een hand op die van haar legt. Ze kijkt hem aan en glimlacht dan “Sommige aspecten van het vak blijven schokkend.” Geeft ze haar zwakheid even toe. “Nadine… ik begrijp dat je weg moet… ik… eh…” ze ziet hoe hij worstelt met woorden. “Ik… wat zou je er van zeggen als ik je een keer… eh… mee uit nam? Ik bedoel ik eh… en ik weet niet of jij ook eh…” Nadine lacht zachtjes en knikt dan, ze voelt zich zo verlegen als een klein meisje en moet de behoefte onderdrukken om haar handen in haar handen steken. Maar zijn sterke hand op die van haar, dat voelt niet verkeerd. “vanavond?” vraagt hij. Bijna wil ze ja zeggen, maar ze bedenkt zich nog net op tijd, met spijt in het hart, dat ze Tony belooft heeft om op haar kinderen te passen. “Nee… ik bedoel, ik wil graag, maar vanavond kan niet, ik moet op de kinderen van een van mensen passen…” legt ze snel uit. “Die kinderopvang moet verbeterd worden.” Bromt Max en lacht dan. “morgenavond?” Nadine knikt “Dat zou ik fantastisch vinden.” Zegt ze zacht. Ze heeft het gevoel dat het hele restaurant naar hen kijkt, hoeveel mensen zouden de burgemeester herkennen en hoeveel zouden er haar herkennen van publieke ‘optredens’? Een burgemeester en een commissaris. Maar natuurlijk kijkt er niemand naar hen, al die mensen zijn gewoon met hun eigen zaken bezig, zoals het hoort. “Waar wil je graag heen?” vraagt hij “Zoek maar wat uit.” Antwoordt ze naar waarheid, het maakt haar niet uit waar ze heen gaan, voor het eerst in heel lange tijd heeft ze een ‘afspraakje’, wat maakt het haar uit waarheen ze gaat… “Ik moet nu weg…” zegt ze zacht, hoewel ze veel liever was gebleven weet ze dat ze naar haar mensen toe moet. “Natuurlijk,” zegt hij. “Ik zet je af.” Hij houdt haar jas klaar voor haar en houdt dan de deur open. Hij is vreselijk galant, bedenkt Nadine en stapt op de stoel als hij het portier voor haar open houdt. Als ze naast elkaar in de auto zitten is het stil. Ze is grappig, ze is intelligent, zeer intelligent, plichtsgetrouw, goed voor haar mensen… ze is… perfect… bedenkt Max met een zucht en kijkt even steels opzij naar Nadine die door het raam naar de voorbijflitsende gevels kijkt. Ze is daarbij mooi, een prachtige vrouw om te zien, charmant en ze is lief, zacht en aardig… Ze is perfect, bedenkt hij nog eens en ziet dat hij op het juiste adres is aangeland door alle politiewagens die gegroepeerd staan op de kade. “Bedankt Max…” zegt ze zacht als ze de deur opent en uit wil stappen. “Je hebt mijn adres… denk ik, het staat ongetwijfeld in mijn dossier…” glimlacht ze. Ze buigt zich even naar hem toe en haar hand raakt de zijne “Tot vrijdagavond.” Zegt ze zacht en stapt dan uit. Als het portier dichtslaat zucht Max een diepe zucht, toen ze voorover boog… hij kon haar haren ruiken… hij had zich bijna niet in kunnen  houden om haar te kussen… heel vlug maar, heel even. Alsof ze al lang bij elkaar hoorden, zo’n kus… zo’n dag schat, tot straks kus. En dan… een hele lange kus… dag schat, hier ben ik weer en ik hoef vanavond niet meer te werken… Met nog een zucht rijdt hij verder en laveert handig tussen de politiewagens en de twee ambulances door.

“Zo wat hebben we?” vraagt Vanbruane als ze de trap is beklommen en zich aansluit bij Tony en Selattin die in een van de kamers bij een van de lijkjes zitten. “Ze hebben de andere twee al ingepakt en meegenomen naar beneden.” Wijst Selattin “Deze komen ze zo halen, we hopen snel te weten wat de doodsoorzaak is.” Tony gaat op een bed zitten dat in de kamer staat. “Drie dode en vier levende kinderen, allemaal van… tja… Arabische afkomst zou je denken, maar ze verstonden Sel niet…” Selattin trekt een gezicht “Waaruit we slechts kunnen concluderen dat ze niet uit Turkije komen,” nuanceert hij “of dat ze in zo’n shock waren dat ze me niet verstonden. Ze kunnen zo ongeveer uit het hele Midden Oosten komen en trek daar Noord Afrika ook nog maar bij.” Vanbruane knikt “En wat deden ze hier?” vraagt ze zich hardop af. “Hebben jullie die eigenaar al gevonden?” Tony knikt “Raymond en Pasmans brengen hem op dit moment binnen, ik wil met hem gaan spreken. Barbara kan hier blijven om alles ter plaatse af te handelen, dan kan zij daarna met Ben binnen rijden. Sel en ik beginnen met die man.” Vanbruane ziet wederom een handige poging om Barbara buiten spel te zetten, maar ze is te gebrand om deze zaak tot een goed einde te brengen om zich daar wat van aan te trekken. Ze wil twee goede mensen op dit verhoor, op deze plek ziet het er anders niet naar uit dat ze op een andere manier aan de weet zullen komen wat er in dit pand gebeurd is. Ze besluit er niets van te zeggen en geeft Tony haar zin. Ook Selattin ziet zich kennelijk niet geroepen om voor de rechtvaardige te spelen. Hij wil zelf graag dit verhoor doen, hij heeft tenslotte met Ben deze kinderen ontdekt, maar hij weet ook wel dat dit meer een zaak is die qua kaliber doorgaat naar Tony en… Britt, gewoonlijk. Als zij er niet gauw wat mee gaan doen komen de federalen dadelijk en zijn ze het helemaal kwijt. Dat lijkt Vanbruane ook te denken, bedenkt hij, anders zou ze Tony niet zo laten doen. Hij volgt Tony de trap af als ze hebben gekeken hoe het laatste lijkje wordt ingepakt. “Barbara, jij blijft hier met Ben om de boel hier af te handelen, daarna ga je naar het ziekenhuis om het medisch attest op te halen van de vier kinderen… probeer er in hemelsnaam achter te komen wat hun nationaliteit is.” Draagt Tony Barbara op. “En jij…?” waagt die te vragen. “Ik ga met Selattin het verhoor doen van de eigenaar.” Zegt Tony op een ‘geen discussie mogelijk’ toon. Ze stapt weg, Barbara boos achter latend, ook die ziet wel weer dat Tony haar vakkundig buitenspel plaatst. “Baas…” begint ze, als ze Vanbruane aan ziet komen. “Nu even niet Barbara. Ik rijd met Tony en Selattin mee terug naar het commissariaat.” Wijst ze, ten teken dat ze weet dat Tony met Selattin het verhoor gaat doen en niet met Barbara. Barbara blijft bedremmeld achter en kijkt naar de wegrijdende Jeep en motor. “Het is niet eerlijk…” mompelt ze en verdwijnt dan weer het huis in, om te kijken bij het sporenteam.

“Zo meneer…” Tony kijkt even op haar papiertje “Meneer Bouman… U heeft zeker wel een idee waarom u hier zit.” Vraagt ze retorisch. “Om eerlijk te zijn, geen flauw idee.” Snauwt de man. Het is een klein ventje in een pak dat wat te ruim zit en met een halve edelsmid aan goud om zijn pols en nek. Het zou zo de burgemeester kunnen zijn, als het aan de schakelketting zou liggen. In zijn mond is het ook alles goud wat er blinkt en hij heeft haar bij een paar grijnzen al genoeg de kans gegeven het goud bijna te taxeren. Ze kijkt Selattin aan. “Niet… wel… vooruit, dan zal ik beginnen. Dit pand…” ze legt een foto van het gebouw op de tafel “Dat is van u?” De man knikt “Inderdaad.” Beaamt hij. “Goed, waarvoor gebruikt u dat gebouw?” wil Selattin weten. “Opslag…” twijfelt de man. “Er stond anders erg weinig in.” Valt Tony weer in. “Ja… ik moest er weer nieuwe spullen in gaan zetten.” Bromt de man “Opslag waarvoor?” Selattin kijkt de man aan. “Eh… voor mijn zaken… import-export….” Brabbelt hij. “Kinderen?” vraagt Tony scherp. “Nee, met die kinderen heb ik niets te maken!” verspreekt de man zich en kijkt dan snel op “Ik bedoel, ik heb met kinderen niks van doen, wat moet ik daar mee?” Tony kijkt Selattin aan “Je weet van de kinderen die we gevonden hebben op zolder?” De man kijkt op “Nee, nee, ik weet daar niets van…” zegt hij haastig. “Luister es… je hebt je al versproken, dus we kunnen hier lang en kort over gaan zeuren…” moppert Tony “Wat importeer jij dan?” vraagt Selattin quasi geïnteresseerd. De man lijkt zo gauw ook niets legaals te kunnen verzinnen waarvan hij kan laten zien dat hij het importeert “Nou… eh… videobanden bijvoorbeeld en eh… videoapparatuur.” Mompelt hij. Tony laat een laatdunkend gepiep horen “Je helpt je zaak niet Bouman.” Meldt ze hem fijntjes. “Nou, kom op, die kinderen. Je weet er van… wilde je wat bij verdienen?” Achter het glas kijkt Vanbruane oplettend mee. “Kom Bouman… wil je dat we even gaan kijken naar andere ‘pandjes’ van je… of andere opslagruimtes zal ik maar zeggen… Wil je dat we je gangen nagaan? Luister Bouman… for-all-I-care zet ik hier neer dat we die kinderen in je huis aantroffen en dat je er een kinderhandeltje op na hield… En dan ook nog een paar dode kinderen erbij… enig idee wat je dat gaat kosten?” De man kijkt haar strak aan “Ik wil een advocaat.” Snauwt hij. “Ja meneer Bouman… dat lijkt me geen stom idee.” Knikt Selattin en wenkt Tony met een hoofdknikje. “Shit…” zegt Tony als ze buiten staan “Die zak weet er meer van, we hebben zijn informatie nodig… mag ik het niet uit hem slaan, baas?” Ze kijkt Vanbruane aan en die moet zowaar een beetje lachen om Tony’s fanatisme. “Probeer nog maar even, maar daarna moeten jullie er toch een advocaat bij laten komen.” Zucht Vanbruane. Tony en Selattin volgen haar raad op, maar krijgen niets noemenswaardig los uit de man, dat hij in gestolen waar handelt wil hij nog net toegeven, maar verder gaat hij niet. Hij weet van geen kinderen op zijn zolder, zover hij weet zijn die er niet eens, hij is al lang niet meer in het pand geweest… “Ik mag hangen als hij niet daar vanochtend is geweest en zelf degene is die de deur heeft laten openstaan in de haast om weg te komen.” Zegt Selattin met een grom als ze weer buiten staan een half uur later. “Ja, dat weet jij, dat weet ik, maar zolang hij niets zegt…” mompelt Tony met een kopje thee in haar handen. Ze gaan aan hun bureau zitten en overleggen net met Vanbruane wat nu te doen als Tony’s telefoon rinkelt. “Barbara…” Tony luistert even en trekt dan een gezicht, met een frons luistert ze verder “de organen?” vraagt ze verbaasd. Ze kijkt Vanbruane aan die vragend naar de telefoon kijkt. “Ja… doe dat… wij zijn hier…Nee, die heeft niets gezegd, maar goed… ja, OK.” Ze legt de hoorn neer en kijkt Vanbruane aan. “Barbara is naar het mortuarium geweest en in het ziekenhuis… Twee van de levende kinderen missen een nier. De wonde die men heeft gemaakt bij het uithalen van die nieren zijn niet goed gehecht en verzorgd en geheel ontstoken. Bij de dode kinderen mist veel meer, beide nieren vaak, de lever bij een van hen, bij een ander het hart… die kinderen zijn helemaal leeg geroofd, hun organen zijn allemaal verwijderd en de patholoog is vrij zeker dat dat ook is waar aan de kinderen overleden zijn, ofwel tijdens de operatie al, in het geval van een missend hart lijkt me dat niet vreemd, of net erna. Ze zijn alledrie minder dan een dag of drie dood.” Ze kijkt Vanbruane aan die lijkwit wordt en haar mond voor haar mond slaat. Ze slikt een paar keer. “donororganen…” mompelt Selattin. “Ik moest bijna overgeven.” Geeft Vanbruane na een paar keer slikken toe. “Advocaat of niet… ik ga nog even praten met meneer Bouman.” Gromt Tony, ze staat op en rent het verhoor binnen waar de man nog aan een tafel zit. Selattin volgt haar en ploft aan de tafel neer. “Zo, nu ga je ons alles vertellen.” Snauwt Tony die achter de man is gaan staan. “Im- en export?” gromt Selattin “Donororganen? Je hield die kinderen op zolder gevangen om hun organen te kunnen transplanteren als er vraag naar was!!” schreeuwt hij woedend, opeens een en al emotie. Tony leunt naast hem op tafel en kijkt de man aan. “Ik heb twee kleine kinderen… hij ook.” Ze wijt op Selattin. “Wij zijn niet bijzonder dol op mensen die kleine kinderen opensnijden en leegroven en ze dan vervolgens in pijn laten sterven en ik kan je vertellen… de meeste criminelen ook niet, je zult fijn ontvangen worden in de Nieuwe Wandeling… Reken maar dat ik er voor ga zorgen dat ze het allemaal zullen weten wat je gedaan hebt.” Belooft Tony plechtig. “Ik toch niet…” gromt de man en kijkt Selattin aan. “Ik heb dat niet gedaan… ik… ik verhuurde die ruimte…” Selattin leunt achterover “Ja, ja,” bromt hij “Dat zal wel weer.” Tony laat haar vingers knakken “Snel een beetje… en het hele verhaal, anders zorg ik er persoonlijk voor dat je hangt!” dreigt ze. “Een maand geleden kwam een vriend bij me…” “Naam!” onderbreekt Selattin hem “Weet ik niet…” twijfelt de man “Hé!” Tony geeft hem een harde mep tegen zijn hoofd “Wat zei ik?” schreeuwt ze “Vincent… Vincent de Waal.” Zegt de man snel en kijkt wat angstig naar Tony. “Nou, Vincent kwam en hij vroeg me of ik niet een plekje had voor hem om wat spullen neer te leggen, zei hij. Ik zei dat ik nog wel een pandje leeg had staan… We zijn gaan kijken en hij wilde het wel. Hij had alleen maar de bovenverdieping nodig zei hij. En nee… ik heb hem niet gevraagd wat hij daarin zou steken. Vandaag ging ik eens kijken of Vincent er toevallig weg… hij moest mij nog geld, van de huur… Dus ik ging binnen, geen Vincent, ik liep naar boven en daar hoorde ik… ik hoorde die kinderen… Ik heb sleutels van die deuren, natuurlijk, het is mijn huis en dan open ik een van die deuren en ik zie daar een dooie liggen… een dood kind, ik schrik me rot… Ik ben… ik ben naar beneden gerend het huis uit, om Vincent te zoeken natuurlijk… Hij had daar een lijk neergelegd in mijn huis!” De man wordt opnieuw verontwaardigd als hij aan het voorval denkt.  Tony zucht “Dus jij hebt er niets mee te maken…?” vraagt ze en gaat op de rand van de tafel zitten. “Nee… daar echt niet mee…” de man huilt bijna “Ik… OK, ik ben geen lieverdje, ik bedoel, OK, OK, ik heel allerlei rozooi, maar ik doe niets met kinderen… en ik ben zeker geen moordenaar… oh God.” Hij laat zijn gezicht op zijn armen zakken en zucht.

“Of hij speelt het goed, of hij wist het werkelijk niet.” Vat Tony samen als ze even later weer buiten staan. Selattin knikt “Ik denk dat we die Vincent de Waal eens moeten gaan opzoeken.” Stelt hij voor. Vanbruane knikt en steekt hen een papiertje toe “Adres gegevens, meneer zat al in ons bestand. Hij is al eens opgepakt in verband met vrouwensmokkel voor de prostitutie, hij is veroordeeld en heeft gezeten, hij is alweer een paar jaar vrij, maar zijn naam is vaker opgedoken in louche zaakjes waarbij mensen betrokken waren.” Vat ze samen. “Wees voorzichtig bij de arrestatie… in jullie voordeel is dat hij niet weet dat jullie komen, maar het is geen ongevaarlijke jongen, schietgraag.” Tony knikt “Willen jullie hulp?” vraagt Vanbruane. “Laat Vanneste daar naar toe rijden.” Stelt Selattin voor “Dan nemen wij de jeep en zien we hem daar.” Zo gezegd zo gedaan. Ze rijden naar het adres en wachten daar tot Ben ook gearriveerd is. “Ga jij achterom?” vraagt Tony hem, Ben knikt en loopt op het teken alvast naar achter. Tony belt rustig aan de bel en wacht tot de deur open gaat. “Ja?” een blonde man kijkt haar wantrouwend aan. “Vincent de Waal?” vraagt Tony “JA!” snauwt de man weer “Wat moet je, ik koop niet aan de deur…” voegt hij er aan toe. Selattin stapt tevoorschijn met zijn pistool in de aanslag “Meneer de Waal, politie Gent, meekomen.” Zegt hij rustig. De man kijkt van de een naar de ander en wil dan de deur dicht smijten. Nog net op tijd gooit Tony haar voet er tussen en brult van pijn als die tussen de deur geklemd zit. Selattin schopt de deur open en rent het kleine gangetje in, op de voet gevolgd door Tony. “Blijven staan.” Schreeuwt ze als ze de man door de tuin ziet hollen. Ze ziet Ben binnen komen en ziet ook hoe de man twijfelt welke kant hij nu op zal gaan, hij zit gevangen in zijn tuin. “Wat een mazzel dat zijn pistool hier ligt.” Glimlacht Selattin achter haar en wijst op de keukentafel, terwijl Ben de man in de tuin op de grond werkt en in de handboeien slaat. “Jij hebt zeker niets te verbergen?” raadt Tony als ze naar de man toe gestrompeld is. “Wat is ’t Dierckx? Heeft Jaap op uw tenen getrapt bij het stijldansen?” grapt Vanneste. Tony trekt een gezicht en neemt de arrestant over van haar collega. “Vanneste… ik heb tenminste en partner die me op de tenen kan trappen… dat kan jij niet zeggen.” Kaatst ze terug. Ze duwt de man voor zich uit de jeep in en stapt zelf achter het stuur. Selattin schuift met een brede grijns naast de arrestant.

Tony stapt de verhoorkamer uit en wrijft in haar ogen. “Hij wil niks zeggen…” moppert ze “Ik hoor het.” Glimlacht Vanbruane grimmig, ze heeft de hele tijd staan mee luisteren. “Ja, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik eh…” Selattin werpt een blik op de klok “Ik weet niet of het nog veel nu heeft vanavond nog door te gaan. Ik wil eigenlijk wel graag naar huis… Die kinderen worden er niet levendiger door en misschien zal een nachtje cel onze Vincent hier goed doen?” Vanbruane kijkt ook op de klok die al half 8 wijst. “Je hebt gelijk… Ik denk dat we beter naar huis gaan en morgen weer fris beginnen.” Geeft ze toe. Ze zijn de laatste die gebleven zijn, dus brengt Tony zelf de man maar naar beneden. “Ik zie u over een half uur?” vraagt ze Vanbruane nog voor de zekerheid. “Die knikt,” geloof me, ik ben het niet vergeten. Ik neem een douche en dan kom ik er aan.” Belooft ze. Selattin stapt met grote passen naar zijn auto en rijdt ongewoon snel om thuis te komen. “Dag lieverd…” Hij omhelst Britt die met Nabila aan de borst op de bank zit. “Is Dorien er niet?” Britt glimlacht “Feestje…kun jij haar straks ophalen?” Ze zoent hem lang en leunt rustig tegen hem aan als hij bij haar gaat zitten. Heel voorzichtig strijkt hij door de haartjes van zijn dochter, hoe kan iemand kinderen zoiets aan doen, denkt hij als het beeld van vanmiddag weer voor zijn ogen schuift als een luguber rolgordijn. Britt zoekt zijn mond “Is er iets?” vraagt ze tussen twee zoenen in. Hij zucht en laat zijn handen over haar lichaam glijden. Ze staat op en legt Nabila in de box. Terug op de bank vlijt ze zich in zijn armen en laat haar handen over zijn lichaam gaan. “Hoe was je dag?” vraagt ze “Hmm,” ontwijkt Selattin een antwoord. “Niet leuk…” concludeert Britt en zoent hem opnieuw.

“Ze zal er zo wel zijn.” Tony loopt handenwringend op en neer en springt bijna een gat in de lucht als ze de voetstappen op het dek van de boot hoort. Ook Jaap is in twee seconde in zijn jas geschoten. “Ik denk dat ze slapen.” Zegt Tony snel tegen Vanbruane die gehaast binnen komt gerend “Sorry…” verontschuldigt ze zich. “Geen probleem alleen moeten we wel nu meteen weg.” Duwt Jaap Tony vooruit “Anders missen we het begin van de film.” Probeert hij nog terwijl Tony in ijltempo probeert uit te leggen wat Vanbruane allemaal moet weten. “Mijn mobiel staat op trillen, dus je kunt bellen als iets niet lukt.” Roept ze nog snel “Kom nou Tony, ze zal het wel redden.” Stelt Jaap haar gerust. “Eh…?” doet Tony en stapt dan naast Jaap in de auto. Ze zijn al door een onmogelijk stel babysitters heen, bijna niemand wil blijven, Vera en Thomas zijn in een behoorlijk irritante leeftijd dat staat vast. Daarbij laten Jaap en Tony allebei nogal de teugels vieren in de opvoeding, wat het stel niet bepaald gezeglijker maakt. Maar dat weet Vanbruane allemaal nog niet. Ze gaat rustig op de bank zitten en klapt haar laptop open. Ze is net begonnen aan een nieuw stuk tekst als ze uit de kinderkamer een gepiep hoort komen. Met een zucht zet ze de laptop op de tafel en loopt naar de kinderkamer. Ze kan niet goed bepalen of het gepiep staat voor gegiechel of gehuil. Ze stapt naar binnen en ziet Vera onder op het stapelbed zitten, rechtop in haar bed. “Maamma!” schreeuwt ze als ze ziet dat er een vreemde de kamer binnen stapt. “MAAAAM!” Vanbruane gaat naast haar zitten “Rustig maar, ik ben het, eh… Nadine… ik pas vandaag op jullie…” sust ze. “Neeee, ik wil mama!!!” krijst Vera. “Thomas!” ze gilt haar broertje wakker, die kennelijk nog niet al te diep sliep, alhoewel het gekrijs van Vera zou iemand van twee kilometer verderop nog wakker hebben gekregen. Thomas komt via het trapje naar beneden en grist een ‘zwaard’ van de grond. “Wie ben jij!” roept hij strijdlustig. Nadine wil haastig omhoog komen, iets te haastig. Ze stoot met haar hoofd tegen het bovenste bed en valt met een vloek weer terug op het bed. “Je mag niet vloeken.” Roepen Thomas en Vera tegelijk. Nadine schat in dat Jaap dat ook zo’n duizend maal per dag tegen Tony moet roepen als ze Tony’s taalgebruik goed kent. “Ik ben Nadine…” zucht Nadine “Ik ben er om op jullie te passen… hebben papa en mama dat niet verteld?” Thomas schudt zijn hoofd “Nee, Tony en Jaap hebben dat niet gezegd.” Verbetert hij haar. “Ik ben ridder Thomas… ik bestrijd het kwaad.” Roept hij vrolijk en springt op en neer door de kamer.  “Ik ben ridder Vera en ik strijd voor snoep.” Roept Vera en springt over Nadine heen het bed uit. Nadine kijkt verbaasd naar de twee kinderen die als twee wildemannen op en neer staan te dansen. “Jullie lijken meer op een stel indianen.” Grinnikt ze. Even blijven de twee stil staan “Maar we zijn ridders.” Herstellen ze zich dan weer. “Kom we gaan snoep veroveren.” Roept Vera en opent de deur “Hé, hé, nee!” roept Nadine. Heel even blijft Vera op de drempel staan, maar besluit dan dat ze niet gaat luisteren naar die dame en rent door naar de kamer. Thomas laat zich door zijn kleine zusje leiden en rent achter haar aan. “Shit…” bromt Nadine en gaat achter ze aan. “Geen snoep.” Commandeert ze in de keuken.  “Wij mogen altijd snoep van Tony en Jaap.” Roept Thomas. “Jaaa.” Schreeuwt Vera en klimt behendig via een trapje op de aanrecht naar een keukenkastje waarin waarschijnlijk het snoep staat wat ze willen veroveren. “Mama is hier nu niet, dus ik ben de baas.” Zegt Nadine resoluut en tilt Vera naar beneden. Die spartelt wat tegen, maar laat zich toch op de grond zetten. Dan trekt ze een pruillip en kijkt met grote ogen omhoog. “Dan wil ik melk.” Eist ze “Warme melk met honing…” juicht Thomas blij. Nadine zucht “Jullie gaan gewoon naar bed en dan slapen.” Wijst ze. “Neehee.” Roept Vera “Eerst melk met honing, anders kan ik niet slapen.” Thomas knikt “Ze heeft gelijk,” zegt hij met een serieus gezicht “Ze gaat nooit slapen voor dat ze haar melk opheeft.” Nadine staat in tweestrijd, ze wil niet toegeven, maar goed, als het kind dan niet gaat slapen heeft ze vooral zichzelf. “Vooruit…” zegt ze “Melk en dan naar bed.” De kinderen juichen en wijzen als twee kleine engeltjes precies waar alles staat. Zorgvuldig strijkt Thomas een lepel honing voor iedere beker af, ook een voor Nadine. “Verhaaltje.” Zeurt Vera als ze met de melk op de bank zitten. Nadine zucht en staat op om een boek te pakken. “Ja… van Pluk!” roept Vera enthousiast en trekt een boek uit de kast waarbij de halve boekenplank mee komt. Even staat ze verbaasd te kijken, haalt dan haar schouders op en loopt dan terug naar de bank waar ze het boek neer gooit op de plek van Nadine. Die begint te lezen en merkt dat ze de twee eindelijk rustig heeft gekregen. Opeens begint haar mobiel te piepen. Snel neemt ze op onder luid protest van de twee kinderen. “Vanbruane… oh… eh… Max,” ze kijkt naar de twee kinderen die weer klaar wakker zijn geworden en nu opstaan om rond te gaan rennen. “Eh… ja, die kinderen willen niet gaan slapen.” Antwoordt Nadine als Max haar vraagt wat de herrie op de achtergrond is. “Nee… ik heb al melk geprobeerd en een verhaaltje, maar nu zijn ze weer klaarwakker… wat doe je in zo’n geval?… Nee, daar heb ik geen ervaring mee, ik… Ja, lach jij er maar mee, maar ik zit hier wel mooi… Nee… die komen pas tegen een uur of 1 terug geloof ik… ja, ik weet het… wat?… eh ja waarom niet… maar dan moet je wel weg zijn voor… Ok, nee, ik heb ook niets te verbergen, maar ik wil wel niet dat het al uitlekt dat wij… OK… oh… je bent gemeen, weet je dat…” Met een lach legt ze neer als ze het adres heeft doorgegeven van Tony’s boot en hem heeft gezegd dat de deur gewoon open is. “Nou jongens, kom op, we drinken nog even de melk op, ik lees nog wat voor en dan gaan jullie echt slapen.” Vera en Thomas kijken haar verbaasd aan “Maar wij zijn nog helemaal niet moe.” Roepen ze in koor en gaan door met hun ridderspel. Nadine kijkt met een zucht op de klok, Max komt… zoemt het in haar hoofd, over een half uur dan komt Max. Dit gaat niet meer om een ‘werklunch’ of een ‘middagoverleg’, dit gaat over Max die komt om gewoon met haar samen te zijn vanavond… Ze betrapt zichzelf erop dat ze onwillekeurig in de spiegelende ovendeur kijkt om te zien hoe haar haren zitten. Snel kijkt ze naar beneden, ze heeft maar hele gewone kleren aan, ze wist toch ook niet dat er vanavond nog iemand langs zou komen. Ze heeft zich na haar douche snel in een joggingbroek en slobber t-shirt geschoten, met het idee dat ze de rest van de avond relaxed voor de TV of de computer zou hangen op Tony’s boot. Haar haren zijn snel bijeen gevat in een slordige paardestaart. Mijn lieve God, denkt ze ietwat betrapt, ik wil er nu al mooi voor hem uitzien… oh help, waar gaat dit heen. Met de moed der wanhoop “Jongens, luister eens, mama… eh… Tony doet ook altijd wat ik zeg hoor, die luistert ook altijd…” Thomas blijft even stil staan “Ik waag dat te betwijfelen…” zegt hij met een uitgestreken wijs gezichtje. “Dat heb je van je vader…” concludeert Nadine droog en tilt Vera op. Die gedraagt zich als een wild katje en laat zich niet een twee drie het bed in werken. “Kom op nou.” Zucht Nadine. “Ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet… ik wil stoeien!” schreeuwt Vera “Jij moet mij kietelen!” commandeert ze “Dat doet Tony altijd.” Zegt Thomas een en al hulpvaardigheid. “Dan gaat ze slapen.” Spoort hij haar aan. Zelf klimt hij naar boven in het stapelbed en kijkt van bovenaf op de situatie neer. Nadine zucht en begint Vera te kietelen, die giert het uit en worstelt om los te komen. Nadine krijgt er eigenlijk wel plezier in en zeker van Vera’s bolle toetje dat een en al lach is. De vrolijke donkere oogjes lachen mee en haar hoge schaterlach klinkt door de hele boot. Uiteindelijk rollen ze met zijn drieën lachend over de vloer van de slaapkamer als er iemand in de deuropening verschijnt “Goh… mag ik mee doen?” vraagt Max vrolijk als hij de kluwe worstelende figuren op de grond ziet. Het is eigenlijk een grapje, maar dat interesseert Vera en Thomas niet “Jaa…,” roepen ze strijdlustig “Een nieuw slachtoffer.” Schreeuwt Thomas en stort zich met Vera op Max, die kijkt even verbaasd, maar begint de kinderen dan maar te kietelen. Nadine komt lachend overeind. Haar haren staan min of meer punk. Snel worstelt ze er weer een staart in en staat dan op. “Kom op jongens, nu echt naar bed…” ze zegt het haast smekend en realiseert zich dat dit niet bepaald sterk over moet komen. “Melk…” kreunt Vera die half stikkend van de lach onder Max ligt die haar halfdood kietelt. “Max… alsjeblieft, ik moet ze allebei weer heel afleveren.” Giechelt Nadine. Thomas hangt om Max nek om hem van Vera af te trekken. “Geldt dat ook voor mij?” vraagt hij en komt omhoog. Thomas wordt mee de lucht ingetild en Max vangt hem vakkundig op. “Nog even je melk opdrinken dan en dan echt gaan slapen.” Nadine tilt Vera op en die knikt braaf. Ze verwarmt de melk weer in de magnetron en ploft met Vera op de bank neer. Max ploft naast haar neer en kijkt haar met een lach aan. “En ik maar denken dat jij hier heel saai in je eentje op de bank zat.” Grinnikt hij. Nog voor ze haar melk op heeft valt Vera al in slaap op Nadines schoot en Thomas hobbelt slaapdronken achter haar aan als ze Vera in bed legt. “Wanneer komen jullie weer?” wil hij gapend weten voor hij in slaap valt. “Dat weet ik nog niet.” Glimlacht Nadine en sluit de deur achter zich. “Zo… die liggen erin.” Ze kijkt op haar horloge en trekt haar wenkbrauwen op “Die vallen morgen op school in slaap.” Voorspelt ze. “Niet jouw probleem, of wel?” glimlacht Max. Hij staat in de keuken een fles wijn open te maken die hij heeft mee gebracht. En komt even later bij haar op de bank zitten met twee glazen. “Op de toekomst…” proost hij als ze hem aan kijkt. “Je ziet er werkelijk anders uit zo ’s avonds.” Grinnikt hij als ze allebei een slok hebben genomen. Nadines’ wangen kleuren “Ja, ik wist niet dat je langs zou komen… anders zou ik zeker wat behoorlijkers hebben aangetrokken.” Verdedigt ze zichzelf. Ze kijkt naar Max, hij heeft zijn gewoonlijke nette pak verwisseld voor een gemakkelijke spijkerbroek met een oversized houthakkershemd over een kaki t-shirt, aan zijn voeten een paar gympen. Ook heel wat anders dan het gewoonlijke beeld. “Ach… morgen mag je je mooi voor me aankleden.” Glimlacht hij “Ik heb kaartjes voor het theater… een modern dansstuk…” hij kijkt haar vragend aan om te peilen of het haar bevalt. Ze kijkt met een lachje op “Dan zal ik mijn joggingbroek thuis moeten laten… spijtig…”  Max leunt achterover “Zelf nooit kinderen willen hebben?” denkt hij terug aan het kietelfeest van daarstraks. “Je hebt ze niet… dat weet ik uit het dossier.” Voegt hij er aan toe. Nadine knikt en bijt even op haar lip “Sorry…,” Max weet instinctief dat deze stilte betekent dat hij een verkeerd onderwerp aan heeft gesneden. Hij kan zich wel voor het hoofd slaan, hij had een leuke, ontspannen avond gewild en nu begon hij verkeerd. “Ik had het niet moeten vragen.” Zegt hij rustig. “Ach… het is geen vreemde vraag.” Glimlacht Nadine. “Ik wilde ze wel, maar ik kon ze niet krijgen.” Max haalt diep adem “Sorry,” herhaalt hij “Het eh… het spijt me…” Nadine kijkt hem aan “Daar kan jij toch niets aan doen.” legt ze zijn woorden expres verkeerd uit. Hij kijkt haar aan “Margriet wilde geen kinderen.” Legt hij zijn eigen kinderloosheid uit “Ze wilde carrière… tegen de tijd dat zij ze eindelijk wilde was het tussen ons al scheef gegroeid…” Nadine knikt “Spijtig… zo gaat dat…” Max knikt “En nu is het te laat…” voegt hij daar aan toe met spijt in zijn stem. “Ik denk dat je af en toe wel op Vera en Thomas mag passen als je wilt. Tony en Jaap zullen je dankbaar zijn.” Zegt Vanbruane met een gemeen lachje. Max haalt zijn schouders op “Als ik dat samen met jou mag doen… dan graag.” Ze kijkt hem aan en hij verdrinkt in haar prachtige groene ogen. “Nadine…” zegt hij zacht. Ze slaat even haar ogen neer, alsof ze even wil nadenken en kijkt hem dan weer aan. Een lichte twinkeling van spanning, misschien zelfs vermengd met een beetje angst flitsen door haar ogen. Angst om wat er komen gaat, om het onzekere van een relatie en om het missen dat het God-verhoede niet goed zou lopen. Al die dingen flitsen nu al door haar hoofd, want op haar leeftijd begin je niet meer als een onbeschreven blad de ene relatie na de andere. Ze hebben beide hun geschiedenis en het is niet meer het onbedorvene van vroeger. Er zitten touwtjes vast aan alle dingen die ze nu doet, verplichtingen, herinneringen… In een fractie van een seconde ziet hij al die gedachten in haar ogen voorbij flitsen, maar hij besluit dat hij er voor wil gaan, met Nadine wil hij er voor gaan. Voorzichtig buigt hij zich voorover en zij buigt zich naar hem toe. Dan raken hun lippen elkaar, eerst voorzichtig, alsof ze het allebei eerst willen proberen voor zich halsoverkop in een nieuw avontuur te storten, maar dan, alsof ze genoeg geproefd hebben minder voorzichtig. Nadine laat zich naar beneden zakken tegen de bankleuning aan en ze voelt hoe de spanning uit haar wegvloeit. Waar dit ook toe gaat leiden het is OK…

 

“Nou… daar gaan we dan maar weer.” Tony wrijft haar haren uit haar gezicht en kijkt Selattin aan “Zou hij vandaag wat spraakzamer zijn denk je?” Hij haalt zijn schouders op. “Goedemorgen.” Vanbruane komt vrolijk binnen en loopt door naar haar bureau. “Zo, die heeft uitgeslapen…” Barbara werpt een blik op de klok die aangeeft dat ze al halverwege de ochtend zijn. “Wat is die vrolijk…” Ben kijkt Tony vragend aan. “Ja… ze heeft een hele leuke avond gehad met mijn kinderen gisteren.” Zegt die met een lach. “De kinderen waren doodmoe vanochtend, ze zullen wel van alles hebben uit gevreten, maar er kon bij Vanbruane geen kwaad woord vanaf over hen… dus het zal wel heel leuk geweest zijn.” Ben trekt een gezicht “Dan moet ik ook maar eens op hen komen passen als ik een goed humeur wil hebben.” Stelt hij voor. “Jongens, hoe staat het met de zaak.” Vanbruane komt weer naar buiten en gaat op het bureau van Pasmans zitten. “U ziet er nogal sprankelend uit vandaag baas.” Merkt Vanneste vissend op. “Ja Ben, een avond met Tony’s kroost doet wonderen.” Glimlacht ze. “Ik heb het gisteren met Britt nog over die zaak gehad…” begint Selattin. Barbara zucht hoorbaar en zakt een paar graden onderuit en trekt een onechte grijns als Vanbruane waarschuwend haar kant op kijkt. “en zij denkt…” probeert Selattin Barbara’s protest te negeren “dat het om illegalen gaat…” Barbara maakt een laatdunkend geluid “Daar waren we zelf nog niet opgekomen.” Mompelt ze duidelijk hoorbaar. Selattin weet niet goed of hij zich uit zijn tent moet laten lokken, maar als hij Tony geluidloos “ne-ge-ren” ziet zeggen besluit hij maar gewoon verder te vertellen. “Illegalen komen niet naar de politie toe om aan te geven als hun kinderen verdwijnen. Ik kreeg gisterenavond ook nog telefoon van het ziekenhuis. Drie kinderen zijn van een gezin, het vierde is een verwant van een van de lijkjes en de twee overige lijkjes zijn broer en zus. Ze hebben vannacht een microfoon geplaatst in de kamer waar de vier kinderen sliepen en gegil opgenomen van een van de kinderen. Dat kind sprak ‘farsi’, dat is wat ze in Iran spreken, een van hun dokters is een Iraniër. Een van de andere kinderen schreeuwde in een taal waarvan hij denkt dat die in Afghanistan wordt gesproken, we laten er nog even een expert naar luisteren. De kinderen komen dus uit verschillende landen en kunnen waarschijnlijk ook nauwelijks met elkaar praten. Al zijn kinderen wat gemakkelijker als het gaat om het overbruggen van taalbarrières.” Vanbruane knikt en kijkt naar Tony “Waarom belden ze jou niet?” vraagt ze zich af “Ik had mijn telefoon op trillen, ik heb niet opgenomen omdat ik het nummer niet kende… ik zat in de bioscoop en ik wilde alleen opnemen als u zou bellen…” geeft ze toe. “Dan hebben ze daarna Britt gebeld en ik heb dan opgenomen.” Zegt Selattin. “Britt en ik zijn vanochtend even samen naar het ziekenhuis gegaan, voor ze mij hier afzette…” Vanuit zijn ooghoeken ziet hij dat Barbara een opmerking wil maken dus praat hij snel verder “De Iraanse dokter heeft in ons bijzijn proberen te spreken met het Iraanse kind. Ze sprak van een man met haar zoals dat van Britt, blond dus, die hen eten kwam geven en soms een van hen mee nam. Ze was doodsbang van de dokter, hij moest haar blijven verzekeren dat hij haar geen pijn zou doen. Ze bleef maar roepen over messen en lampen. De dokter denkt dat ze zijn meegenomen naar een clandestiene ‘operatiekamer’ waar dokters hun nieren en in sommige gevallen andere organen hebben weg gehaald. De wonden zijn zeer slecht gehecht en veelal ontstoken, ook binnen is het slordig werk geweest. Kijk… we kunnen navragen wie er in de ziekenhuizen nog transplantaties hebben gehad, maar zoals de dokter ook als zei verwacht hij  niet dat de organen in België op de markt zijn gekomen, te riskant. Waarschijnlijk zijn ze onmiddellijk na verwijdering op een vliegtuig gegaan met de organen. Organen dat is big business. In landen waar het allemaal niet zo goed wordt gecontroleerd, of mensen die heel wanhopig zijn en zelf artsen inhuren… Het is moeilijk na te gaan waar de organen heen zijn als we geen namen hebben van degenen die ze hebben vervoerd. De harttransplantatie daarentegen moet hier in België zijn uitgevoerd, zegt die arts. Teveel risico’s, het kind hoefde het toch niet te overleven, maar degene die het hartje heeft gekregen wel. Wat niet wil zeggen dat een Belgisch kind nu met dat hart rondloopt, maar ook kan betekenen dat die mensen zijn binnen gevlogen… Eigenlijk weten we dus niet zo bijster veel meer, we moeten die gast aan het praten krijgen.” Vanbruane knikt “De kinderen zouden hem herkennen denk je?” vraagt ze. Selattin knikt nu op zijn beurt “Dat weet ik zeker.” Vanbruane denkt even na “Laat hen dan hierheen brengen, dan doen we een line-up, wie weet vertelt die kerel ons wat meer als hij is herkend.” Hoopt ze. “Tony, gaan jij en Barbara die kinderen ophalen?” Tony staat op en pakt de autosleutels van het bureau “We zijn al weg baas.” Barbara sloft lusteloos achter Tony aan het lokaal uit. “Ze begint mij op m’n zenuwen te werken.” Bromt Vanbruane. “Eh… Selattin, kunnen jullie misschien wat rondbellen in daklozenopvangcentra willen illegalen ook nog wel eens komen… wie weet levert het wat op, wie weet kunnen we zo de ouders van de kinderen vinden? Bel eventueel ook naar andere steden, het is niet zeker dat de kinderen hier in Gent van de straat zijn geplukt.” Selattin denkt even na “Britt vroeg zich af of de kinderen misschien niet zelfs uit hun land van herkomst zijn ontvoerd, dat zou ook nog kunnen, een vraag is dan wel hoe die kinderen hier heen komen, maar goed… illegalen kunnen ook onopgemerkt ons land binnen komen, dus tja…” Vanbruane knikt nadenkend. Met een “Nouja, probeer die opvangcentra maar… wat moeten we anders. Ga anders ook nog even met de foto langs wat centra… wie weet herkennen ze die Vincent.” Zet ze hen aan het werk. Vanneste kijkt haar na als ze met veerkrachtige passen haar bureau weer in loopt “Als ik niet beter zou weten zou ik bijna denken da-ze een lief heeft.” Bromt hij “ze huppelt zowat.” Selattin kijkt hem met een lach aan “De baas verliefd? Op wie dan? Op u zeker…” Vanneste kijkt hem verontwaardigd aan “Hé Sel, wat is dat, ik mag er zijn, of niet soms?” roept hij uit.

“OK Vincent, je bent herkend.” Grijnst Tony en voegt er sarcastisch aan toe “Dus kun je rustig beweren dat je er niets mee te maken hebt, want dat geloven wij natuurlijk meteen nu…” De man kijkt haar aan. “Hoezo herkend?” bromt hij “Door wie?” Tony zucht “Door die kinderen natuurlijk klootzak.” Hij haalt zijn schouders op en kijkt haar uitdagend aan “Ik weet van geen kinderen.” Tony zucht “Ik word hier een beetje moe van.” Geeft ze zogenaamd openhartig toe. “Dat spijt me dan voor je.” Tony trekt haar wenkbrauwen op “Mij ook.” Zegt ze “voor jou… als ik moe word word ik chagrijnig…” waarschuwt ze. Selattin knikt “Dat klopt…” zegt hij met een glimlachje “Tja… ik ben al chagrijnig.” Zegt de man met een zelfde glimlachje, hij neemt Tony’s gezicht geringschattend in zich op. “Luister etterbak, we weten dat jij die ruimte hebt gehuurd, we hebben verklaringen, dat is niet zo moeilijk…” De man knikt “Ja, ik heb die ruimte gehuurd.” Tony kijkt Selattin aan “Nou… in de kamers die jij hebt gehuurd hebben wij een stel kinderen gevonden, vier levenden en drie dooie…” gaat Tony verder. “Met die kinderen heb ik niets van doen.” Zegt de man stellig. “Wat deed je dan met die kamers?” vraagt Tony quasi geinteresseerd, het lijkt alsof het verhoor van gisteren zich aan het herhalen is. “Ik gebruikte die om spullen neer te zetten.” Zeg hij en vertrekt geen spier. “Ja, spullen… kinderen. Dat is ook allemaal hetzelfde.” Zegt Tony op toegeeflijke toon. “Met die kinder…” Selattin slaat met een vlakke hand op tafel “Dat hebben we nu wel gehoord!” snauwt hij. “Die kinderen hebben u herkend, dus kennelijk hebben zij wel wat met u van doen.” Gromt Tony erachteraan. De man kijkt van de een naar de ander “Da kan nie.” Zegt hij alsof hij het zelf gelooft. “Nee, dat kan niet, dat zal wel, maar het is toch zo…”  Tony leunt afwachtend in haar stoel. “Je hoeft niet te bekennen… we hebben zo bewijzen genoeg dat jij daar was, dus het zal wel niet veel moeite kosten om je die moorden aan te wrijven.” De man zucht “Ik heb die kinderen niet vermoord.” Tony trekt een vermoeid gezicht “Ik heb genoeg van u, kom we sluiten hem op, we zorgen wel dat de heel Nieuwe Wandeling weet wat je hebt uitgevreten… kan je lachen…” glimlacht ze liefjes. “Luister, ik heb daar niets mee te maken… OK?”  Tony rolt met haar ogen “Het zou nochtans helpen als je ons vertelde wat je wel weet… wie weet wil ik dan geloven dat je er niets mee te maken hebt.” De man heft zijn handen op “OK, ok… Het enige wat ik doe is die kinderen daar verstoppen, daar vasthouden, meer doe ik niet. Ik geef ze te eten elke dag en verder niks.” Hij haalt even adem “Toch nie…” zegt Tony “Weet je welke taal die kinderen spreken?” vraagt ze hem. De man kijkt haar verbaasd aan “Wij wel… in het ziekenhuis werkt een man uit Iran, hij heeft met die kinderen gesproken. Ze wijzen jou aan als de man die hen naar plekken bracht waar hen pijn werd gedaan… dus je hebt wel wat meer gedaan dan ze te eten gegeven.” De man knikt “Ja, ja, dat klopt… Luister, er komt op een dag een man naar me toe en die vraagt of ik plek heb om een paar kinderen vast te houden. Ik moet ze vasthouden en te eten geven, zorgen dat ze niet dood gaan en dan belt hij me af en toe om te zeggen waar ik ze heen moet brengen. Hij heeft de kinderen nummers gegeven, dus dan zegt ie ‘breng nummer 1 en 2 naar…’ ja noem maar wat. Dat doe ik dan. Ik heb Bouman gebeld, een maat  van me, hij had nog ruimte. Ik wilde ze niet meer in huis hebben, ze krijsten de hele buurt bij mekaar, om gek van te worden.” Tony kijkt Selattin aan “Raar hè?” zegt ze sarcastisch. “Ik bracht ze er naar toe en dan haalde ik ze later weer op… Ze sliepen dan altijd nog en dan legde ik ze in een kamer neer en dan kwam ik later weer eens kijken hoe het met ze was.” Tony kijkt de man aan “En je wist wat er met ze gebeurde…” vraagt ze. “Ik ben er nooit bij geweest, maar ik denk dat ik het wel weet ja…” geeft de man toe. “Kennelijk kreeg je veel geld voor dit klusje.” Raadt Selattin “Als er zo goed over zweeg…” De man kijkt hem aan “Ach, het gebeurd toch wel meer… Alleen soms ging er eentje dood, dat was… ik vond dat raar…” Tony fronst wat “Wat denkt u dan, als iemands hart wordt uitgesneden, dat ie dan nog gewoon doorleeft?” De man kijkt nu op en kijkt haar bevreemd aan “Wat?” vraagt hij. “Die kinderen zijn… leeg geroofd, hun nieren, levers, harten… noem maar op. Wat denkt u dat die organen voor de lol in je lichaam zitten, dat je zonder ook wel verder kunt?” De man kijkt van Tony naar Selattin “Wat?” herhaalt hij verbaasd. “U valt in herhaling.” Concludeert Selattin droogjes. “Wat deden ze?” vraagt de man nu verbaasd. “U zegt net dat u dat wel weet.” Gromt Tony “Ze haalden alle organen uit die kinderen.” De man kijkt haar aan alsof ze een grapje maakt “Dat meen je niet.” Zegt hij. “Nee, ik zit hier om uw en mijn tijd te verdoen.” Glimlacht ze fijntjes. “Dat méén ik, anders zou ik het niet zeggen.” Snauwt ze nu hard. “Dat, dat wist ik niet… Ik dacht dat ze gebruikt werden voor kinderporno.” Tony kijkt Selattin aan “Ja, dat is inderdaad veel minder erg… dat geef ik toe, zeker als de kinderen dood gepornoot worden…” De man heeft nu zoveel hersens om toch maar even beschaamd naar zijn handen te kijken. “Ik wist dat echt niet.” Mompelt hij. Tony zucht even “Namen…” commandeert ze “Wie heeft jou opgedragen die kinderen te verstoppen?”  De man twijfelt nog even het lijkt alsof hij nog een keer wil mompelen ‘die weet ik niet’, maar Tony’s ijzige blik doet hem beseffen dat hij maar beter een paar namen kan noemen wil hij niet voor de moorden opdraaien. “Gust Verhey en… en een kerel die Marcus heet geloof ik… ik weet niet precies. Gust ken ik al langer. Hij heeft mij ook gevraagd voor die kinderen te zorgen. Gust is een slimme gast, hij houdt zich niet bezig met simpele kruimelzaakjes, hij… hij heeft op school gezeten ook… lang. En die Marcus, ik geloof dat ie dokter is ofzo.” Selattin kijkt Tony aan “Praktiserend arts?” vraagt hij Vincent. “Een wat?” vraagt die verward. “Werkt hij ergens?” legt Selattin zijn woorden ui. “Ik… ik heb ‘m es buiten zien komen bij het Palfijn…” Hij kijkt Selattin aan “Ja… ik vond dat niet raar hè, hoeveel van die mannen hebben niet allerlei perverse fantasieën, er zijn zoveel politici en hogere lui die geil raken van kinderporno…” roept hij uit. “Toch niet zoveel hoop ik.” Moppert Selattin. “Nou…” doet de man weer en het lijkt alsof hij een schatting wil gaan maken. “Ja, ja.” Snauwt Tony “Dus die man die buiten kwam was volgens u arts daar?” De man haalt zijn schouders op “Hij liep naar de personeelsparking en stapte daar in z’n cabrio.” Geeft hij zijn gedachtegang weer. “Zou hij die kinderen…” vraagt hij Tony. “Tja, wie zal het zeggen?” Ze denkt het zelfde als Selattin, een chirurg die er in zijn vrije uren nog wat bijklust. Zou zo’n man nog niet genoeg verdienen? Zij heeft het idee dat die chirurgen aardig verdienen, beter toch dan een flik in ieder geval. “Waar haalde die man die kinderen vandaan? Weet je dat?” Vincent schudt zijn hoofd en kijkt Tony smekend aan “Ik weet het echt niet…” zucht hij “Goed… ik weet dat het stom was om in zee te gaan met die twee en dit te doen, maar ik had het geld nodig en… ja… ik stond nog in het krijt bij die Gust. Maar ik weet er verder echt niets van. Ik schrok me kapot toen die kinderen dood bleken te zijn. Ik wist niet wat ik met ze moest doen…”

Vanbruane kijkt hen zuchtend aan als ze even later weer op de gang bij elkaar komen. “Dit is gruwelijk…” mompelt ze. Tony staat met een beker koffie in haar hand tegen de muur geleund en Selattin haalt afwezig zijn handen door zijn haar voor hij Vanbruane aan kijkt. “We moeten die Gust op hetzelfde moment op pakken als die arts.” Raadt hij haar aan. Anders smeert een van de twee hem. “En we moeten snel zijn.” Mompelt Tony “Anders smeren ze hem allebei.” Vanbruane kijkt rond. Barbara hangt aan haar bureau wat verslagen van de zaak in te typen. “Barbara!” schreeuwt ze op commandotoon “Zoek een adres bij deze naam!” ze steekt Barbara die haastig aan komt hollen het papiertje toe. “Ga daar dan daarna met Raymond en Pasmans onopvallend ter observatie staan. De man mag níet ontsnappen en ook niet weten dat jullie hem in de gaten houden. Begrepen?!” Barbara onderdrukt de neiging te salueren “Ja Baas.” Zegt ze tandenknarsend. Ja generaal, had ze eigenlijk moeten zeggen, denkt ze, of ja kap’tein, ’t is tenslotte kapitein Vanbruane. Ze loopt weg en Vanbruane kijkt Selattin een tikje uitdagend aan ‘zeg er es wat van…’ lijkt ze te denken. Ze is Barbara’s gezucht van vanochtend nog niet vergeten en neemt haar dat niet in dank af. Selattin staat het ook nog vers in het geheugen en dus zegt hij niets over ‘oneerlijke behandeling’ of  ‘wat minder hard aanpakken’. “En?” vraagt Vanbruane haar als ze even later weer voorbij komt “Biekorfstraat 8” zegt Barbara alsof ze een robotje is. “Keurig Barbara,” zegt Vanbruane simpel en kijkt Barbara aan als die blijft staan. “Nu? Haast je en neem Pasmans en Raymond mee.” Wimpelt Vanbruane haar weg. Barbara rolt met haar ogen en loopt naar het lokaal toe, even later komt ze met Pasmans en Raymond in haar kielzog voorbij gehold. “Jullie gaan naar dat ziekenhuis toe?” vraagt Vanbruane. Selattin knikt “Vanneste is nog bezig met die foto, bij die opvanghuizen, ik vraag me af of dat wat oplevert, want als het waar is wat hij zegt is Vincent zelf niet degene die de kinderen uitkiest.” Tony knikt “En ik denk dat hij min of meer de waarheid spreekt.” Geeft ze toe. “Als jullie hulp nodig hebben kan je hem oproepen.” Selattin kijkt naar de klok, het verhoor heeft langer geduurd dat ze hadden gehoopt. “Is er iets Sel?” vraagt Vanbruane oplettend. “Ik eh… ik hoop dat we hem niet mis gelopen zijn, het is al laat en het is… vrijdag… eh… en ik wil op tijd naar huis eigenlijk…” Vanbruane kijkt hem aan “Iets met Britt?” vraagt ze. “Ja… eh nee, ja we willen graag uit vanavond, vandaar.” Vanbruane knikt “Dat zal wel lukken. Ga maar kijken of je hem kunt vinden.”

Tony draait het parkeerterrein van het Palfijn op als Tony’s telefoon gaat. “Tony… eh… ja baas, natuurlijk… oh… OK, het hele weekend?” Ze praat nog even door en klapt haar telefoon dan dicht. “Barbara heeft het huis van die Gust gevonden, maar zijn buurvrouw zei dat hij dit weekend weg is, op vakantie… Zij moest voor zijn hond zorgen, vandaar dat ze het wist, hij komt maandag weer terug.” Selattin trekt zijn wenkbrauwen op “Laten we dat maar hopen dan.” Ze lopen het ziekenhuis in en meteen door naar de balie. “Tony Dierickx… Selattin Ates, politie Gent.... mogen we u wat vragen.” Begint Tony enthousiast. Het meisje achter de balie knikt. “Wij zijn op zoek naar een arts… een chirurg… Marcus… eh…” Het meisje kijkt haar aan “Marcus Vanwalle?” vult ze in “Eh… ja, die ja. Hij is…” “Hij is hartchirurg hier,” doet het meisje overbehulpzaam. “Hij rijdt in die cabrio, niet waar?” vraagt Selattin tussen neus en lippen door. Er breekt een glimp van eindeloze bewondering en adoratie door op het gezicht van het jonge meisje als ze knikt “BMW cabrio” lispelt ze. “Is Marcus aan het werk nu?” wil Tony weten. Het meisje schudt haar hoofd “Hij heeft weer te hard gereden zeker.” Giechelt ze, alsof het dagelijkse kost is dat de politie aan haar balie verschijnt om te vragen naar deze arts. “eh ja… weet u waar wij hem kunnen vinden?” Het meisje kijkt hen aan “We hebben de adressen, maar die mogen we niet zomaar aan iedereen geven.” Zegt ze. “Mevrouw… wij zijn van de politie.” Doet Selattin ongeduldig, om te testen hoe dom ze is. “Ja, u hebt gelijk,” zegt ze licht beschaamd, Tony fronst haar wenkbrauwen en kijkt Selattin aan. Wat een stom kieken, zegt ze geluidloos in zijn richting. Ook Selattin trekt een gezicht waaruit valt op te maken dat hij zoveel leeghoofdigheid ook niet kan snappen. “Maar hij is niet thuis hoor…” waarschuwt ze hen, zonder op het rooster te hoeven kijken, als ze het adres geeft “Hij is dit weekend naar Afrika. Hij gaat soms een weekend daar naar toe om de arme weeskinderen te verzorgen…” Tony kijkt Selattin aan “Een weekend?” vraagt ze. Het meisje knikt ijverig en vertelt alsof het om haar grootste idool gaat “Ja, Marcus is erg veel met liefdadigheid bezig, hij gaat dan naar zo’n land toe en dan helpt hij daar kinderen die in weeshuizen zitten en die geen fatsoenlijke medische hulp krijgen… Hij is zo…” ze zucht even. “Eh… heeft u een relatie met die man?” vraagt Selattin om ’t een en ander helder te krijgen. “Oh… eh nee, maar we zijn goed bevriend.” Herstelt het meisje zich en kijkt hem betrapt aan. “Oh… nee, natuurlijk.” Zegt Selattin licht verward. “Hij zal wel charisma hebben zeker.” Glimlacht Tony als ze weer naar buiten lopen, een adres rijker. “Een arts die af en toe een weekend naar Afrika op en neer gaat om daar kinderen te verzorgen.” Zegt ze als ze in de auto zit. “Hoe aannemelijk klinkt dat.” Grinnikt Selattin. “Gust en Marcus die allebei een weekendje weg zijn… Hoe verdacht is dat? Ik begin te vermoeden hoe ze die kinderen uitkiezen, op de een of andere manier gaan ze die daar dus gewoon halen. Waarom zouden ze anders een weekendje op en neer gaan?” Tony kijkt Selattin aan “Ik bedoel, iemand die daar kinderen gaat verzorgen en ze hier open komt snijden? Lijkt me niet…” Ze rijden naar het adres om daar zelf ook tot de conclusie te komen dat meneer inderdaad niet thuis is. “Rijden we binnen?” Selattin knikt “Laten we dat maar doen, het is al laat genoeg als je het mij vraagt.” Tony lacht “Wat gaan jullie vanavond doen?” wil ze weten. “Och, eten en naar het theater… Het is al weer even geleden dat we iets leuks hebben gedaan en Mihriban wilde graag eens een keer een avondje wat leuks doen met Dorien en Nabila, dus dat kwam goed uit. Zeg… hoe is Vanbruane eigenlijk als babysit?” Tony lacht “Ach wel OK, maar ik geloof dat ze kinderen minder makkelijk de baas kan dan volwassenen, als je het mij vraagt hebben Vera en Thomas flink tot laat lopen stieren, maar goed… ze lagen er in toen we terug kwamen en dat hebben we wel eens anders mee gemaakt dus…”

Word vervolgt

Geschreven door Holymarymins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*