Leeg
geroofd.
Vanbruane neemt de
telefoon op en luistert even naar degene aan de andere kant. “Da’s OK Carla,
verbindt hem maar door…. Ja, ik weet dat ik gezegd heb dat niemand me mocht
storen, maar dat geldt niet voor Max… eh… de burgemeester, verbindt maar
door…” Ze is blij dat niemand haar kan zien, want ze wordt warempel een
beetje rood. De burgemeester komt aan de lijn en lijkt nog niet helemaal te
beseffen dat hij is doorverbonden. Ze hoort hem zachtjes een liedje neuriën dat
haar vaag bekend voorkomt. “Eh…” doet ze wat verbaasd, betrapt houdt de
burgemeester op “Oh… eh hoi Nadine, ik vroeg me af of wij heel even konden
praten over dat nieuwe plan voor de verkeerssituatie op de Vrijdagmarkt?” valt
hij met de deur in huis. Vanbruane kijkt op haar horloge “Nu?” vraagt ze een
tikkeltje verbaasd. “Neu… over een uurtje… bij een lunch?” stelt hij
voor. Vanbruane bijt op haar lip om niet te lachen. Dat is al de tweede keer
deze week dat ze uit lunchen gaan en vorige week ook twee keer… Ze hebben al
duizend plannen besproken over een etentje besproken en ook dit plan is al lang
eens besproken voor zover zij weet. De smoezen beginnen lichtelijk doorzichtig
te worden, werklunches zijn aan de orde van de dag. “Ik kom je afhalen.”
Belooft hij met een lach. Vanbruane stemt met een lachje toe en legt dan de
telefoon neer. Ze herinnert zich haar eerste werklunch met de burgemeester nog
wel en die daarna en die daarna… en na een tijdje hadden ze al vele plannen
besproken en nog veel meer. De burgemeester… Max… was net als zij
gescheiden, al een lange tijd. En hij vond het leuk om eindelijk weer eens met
een vrouw zo te kunnen praten, gewoon over van alles en nog wat. Vanbruane vond
het ook leuk om zo met Max te kunnen kletsen, gewoon over wat er dan ook in haar
op kwam. Ze voelde zich werkelijk op haar gemak bij hem en hij bij haar.
Intellectueel gezien waren ze elkaars gelijken en ze konden uren praten, zodat
hun lunches nauwelijks werden aangeraakt wanneer ze een werklunch hielden. Wat
begonnen was als werkelijk het bespreken van wat beleidsplannen over een glaasje
wijn en een gegrilde zalm was uitgegroeid tot een twee wekelijks bijpraat uurtje
tussen de twee kopstukken van de Gentse macht. Diep in zichzelf weet ze ook wel
dat ze langzaamaan een beetje ‘verliefd’ aan het worden is en ze mag hangen
als dat niet wederzijds is. Max neemt niet eens meer de moeite om dossiermapjes
mee te nemen voor de show, hij steekt niet meer onder stoelen of banken dat zij
het is in wie hij geïnteresseerd is en niet het een of andere stompzinnig plan
om de Gentse binnenstad veiliger te maken. “En wat vindt meneer Vanbruane
ervan dat u zo laat weg bent om te werken?” had hij gevragen toen ze het
hadden over de rellen tussen een stel achterbuurtbewoners en hun Marokkaanse
wijkgenoten waarvoor ze de dag daarvoor allebei op een idioot tijdstip nog voor
uit hun bed hadden moeten komen. Ze waren bij elkaar gekomen om over de lunch
een plan van aanpak te bespreken voor die wijk. Het was toen nog echt geweest om
het plan te bespreken, maar Vanbruane had in die ‘tussen neus en lippen’
opmerking toch een dubbele bodem aan gevoeld en kon zich niet aan de indruk
ontdekken een twinkeling in zijn ogen te zien toe zij met een lichte irritatie
had gezegd “U zult mijn dossier toch ook gelezen hebben, neem ik aan… er is
geen meneer Vanbruane…” Haar irritatie was meer geveinsd daar werkelijk, ze
vond het lichtelijk amusant dat hier de hoogste baas van Gent tegenover haar zat
en zo doorzichtig informeerde of ze ‘bezet’ was. Hij had gelachen en wat
gebloosd “Ik had gehoopt dat ik voor u kon verbergen dat ik uw dossier zo
grondig heb doorgenomen.” Glimlachte hij en zij had dat charmant zo niet
onweerstaanbaar gevonden. Hier zaten ze dan, op hun leeftijd, als twee dodelijk
verlegen –verliefde?- pubers tegenover elkaar. En vanaf dat moment waren de
plannen steeds verder naar de rand van de tafel geschoven en waren ze meer en
meer met elkaar gaan lunchen om gewoon bij elkaar te zijn. Hoewel geen van
beiden nog durft uit te spreken dat dat de reden is. Alsof ze geen van beiden
durven toe te geven dat ze allebei op zoek zijn naar iemand van het andere
geslacht om samen mee op de bank te hangen of een krantenbericht mee te
bespreken over de ochtendkoffie. Vrolijk schuift ze haar dossiers aan de kant en
staart wat voor zich uit. Ze schrikt op als er op de deur wordt geklopt en Selattin
naar binnen stapt. “Sorry baas, ik weet dat u niet gestoord wil worden, maar
Ben en ik hebben wat ontdek…” Hij stopt en kijkt achterom waar wat tumult is
ontstaan rondom het bureau van Tony en Barbara. Tony houdt iets in de lucht en
schreeuwt woedend “Gatverdamme Vanneste!!!” Ze gooit iets in de richting van
Ben die met een kinderlijk gegiechel achter Selattin aan het kantoor van
Vanbruane induikt. “Ik zet het u betaald Vanneste!!!”
schreeuwt Tony moordlustig als Ben snel de deur dicht gooit. “Klaar?”
vraagt Selattin droog met opgetrokken wenkbrauwen. “Eh… ja, sorry baas.”
Zegt Vanneste opeens weer een en al serieusheid. Vanbruane zit wat verbaasd
achterover geleund aan haar bureau. “Wij hebben wat ontdekt in…” begint Selattin
weer en stopt dan als hij achter zich Ben giechelend voor de ruit ziet staan
zwaaien. “Tony ook…” merkt Vanbruane droog op. “Ja zeg…” gromt Selattin
en grijpt Ben met een hand in de nek om hem op de stoel neer te duwen. “Ga
zitten en hou je gedeisd!” commandeert hij. “Wel…” begint hij voor de
derde keer. “Toen we zojuist over de Hagellandkaai reden zagen we bij een van
de huizen de deur open staan. Er was niemand in de buurt. We zijn dan een kleine
10 minuten later weer gaan kijken en de deur stond nog open. We zijn dan
voorzichtig binnen gaan kijken. We vonden eerst niemand. Maar dan hoorden we
gehuil op de bovenverdieping. We zijn voorzichtig naar boven gelopen en daar
kwamen we bij een gesloten deur, daarachter zaten een paar kinderen te huilen,
ik ben er zeker van. We zijn weer naar buiten gegaan… we hebben tenslotte geen
toestemming om… maar ik wil daar toch wel graag even binnen kijken.” Selattin
kijkt zijn baas afwachtend aan. Die denkt even na. “Kijk even na op wiens naam
dat pand staat en zoek even uit waarvoor het pand gebruikt wordt…
Vraag Tony even om met jullie mee te gaan als jullie er heen gaan. Mijn
fiat heb je om die deur open te breken, als het huis nog steeds open is…
sporen van braak zullen we maar zeggen.” Ben kijkt om “Barbara ook baas.”
Vanbruane kijkt zuchtend op “Vanzelfsprekend Vanneste, ik bedoel natuurlijk
Tony én Barbara.” De heren willen het kantoor al uitlopen als Vanbruane hen
even tegen houdt. “Ah
eh… Sel, bel mij even op mijn mobiel als er iets is, ik zal even een uurtje
weg van kantoor zijn.” Selattin
knikt en stapt achter Ben het kantoor uit. “Weer een werklunch zeker?”
vraagt die met een grijns aan Selattin. “Geen idee.” Antwoordt die naar
waarheid, dat heeft Vanbruane tenslotte niet gezegd. Al deelt hij de mening van
Ben en Tony dat Vanbruane tegenwoordig erg vaak op werklunch moet en ook wel erg
vaak met de burgemeester, die moeten wel een of andere superhervorming aan het
ontwerpen zijn, wat kan dat anders zijn waarvoor zo vaak overlegd moeten worden.
Zo goed wil de burgemeester normaal gesproken nou ook weer niet op de hoogte
gehouden worden. Ze maken zich allemaal een klein beetje druk om die
werklunches, wie weet wat hen nou weer boven het hoofd hangt. Selattin loopt
naar Tony’s bureau toe die een pen die ze in haar haren heeft gedraaid er weer
uit probeert te krijgen. “Ja Sel?” ze kijkt geïnteresseerd naar hem op en
trekt ondertussen verwoed aan de pen om diens greep op haar haren te laten
verslappen. “Laat mij maar even.” Grinnikt hij en draait de pen vakkundig
los “Ik heb op Dorien kunnen oefenen,” verklaart hij. “Maar nu even wat
anders.” Wat gedetailleerder dan bij Vanbruane legt hij Tony uit wat Ben en
hij net ontdekt hebben en Tony’s interesse is direct gewekt. Ze loopt met Selattin
naar de computer toe en samen zoeken ze het adres op. “Kijk… het staat op
naam van een firma… het wordt gebruikt als een bedrijfspand?” Ze kijkt Selattin
vragend aan. “Kennelijk…” zegt die. Hij schrijft de naam en het
telefoonnummer op die volgens de bestanden bij het huis horen. “Wat doen
kinderen in een bedrijfspand?” vraagt Tony zich hardop af. “Waarvoor wordt
dat pand eigenlijk gebruikt?” voegt Selattin daar aan toe. “Toen wij er
binnen liepen leek het min of meer leeg te staan op wat dozen her en der na.
“Misschien allemaal gejat? Sporen van braak…” helpt Tony hem. “Ik wil
binnen kijken.” Beslist hij “Achter die deur.” Tony knikt “Ik ga mee.”
Zegt ze. “Dat was de bedoeling van Vanbruane ook.” Zegt hij “Zij gaat weer
lunchen.” Meldt hij tussen neus en lippen “met de burgemeester?” vraagt
Tony op haar hoede. Selattin haalt zijn schouders op “Dat heeft zij niet
gezegd… maar we weten allemaal dat ze nogal vaak met hem gaat lunchen…”
Tony knijpt haar ogen tot spleetjes. “Die twee bekokstoven iets, dat is
zeker.” Zegt ze “Ik ben er niet gerust op, nieuwe hervormingen ofzo?”
Selattin zucht “Laten we maar afwachten, daar hebben wij verder toch
weinig invloed op.” Meent hij. En Tony kan niet anders dan dat beamen. Op hoog
niveau wordt er altijd heel wat bekonkeld en bepraat, meestal krijgen zij dan
een of ander stom plan op hun dak geschoven. Nieuwe communicatiesystemen, nieuw
personeelsbeleid… noem maar op, al die onzin wordt in hoge regionen uitgedacht
en zij mogen er weer mee proberen te werken. “Misschien wordt Barbara wel weg
gehervormd.” Mompelt ze hoopvol. “Ik zou er niet te veel op rekenen.”
Lacht Selattin en loopt achter Ben aan de gang door. “Barbara meekomen!”
roept Tony over haar schouder. Barbara raapt paniekerig haar spullen bij elkaar
en rent achter Tony aan. “We gaan de mannen even helpen.” Beperkt Tony haar
uitleg. Selattin lacht even en legt kort uit wat er gaat gebeuren. Barbara die
nog met haar pistool en boeien loopt te rommelen kijkt met een flauw lachje naar
Selattin, “ja… eh… dankje” mompelt ze. En laat al haar rotzooi weer op
de zitting van de passagiersstoel vallen met zichzelf er achter aan. Tony geeft
met een lachje flink wat gas om achter de twee motors aan te scheuren. Bij het
huis parkeren ze en ze kijken even naar de deur. Die staat nog steeds wagenwijd
open. “Naar binnen dan maar?”
vraagt ze Selattin. “Barbara, blijf jij hier bij de deur even wachten, als er
iemand komt meldt je het, OK?” Ben loopt op de benedenverdieping rond en geeft
zijn ogen goed de kost. Hij rammelt wat met dozen, die vaker leeg dan vol
blijken te zijn. Dit hele pand wordt nergens voor gebruikt concludeert hij.
Boven hoort hij het gestommel van Tony en Selattin. Die lopen voorzichtig een
verdieping hoger rond en concluderen net als hij dat dit pand niet gebruikt
wordt voor wat dan ook. Dan steekt Selattin zijn vinger in de lucht
“Luister…” fluistert hij. Heel zacht, maar ook heel duidelijk hoort Tony
het ook, een paar huilende kinderen. “Hierboven.” Fluistert ze en loopt snel
achter Selattin aan de trap op. De deuren hier zitten op slot. Achter een ervan
klinkt inderdaad het gehuil van een paar kinderen. “Deur intrappen?” vraagt Selattin
haar. “Kun je hem niet zo open krijgen?” vraagt Tony, ze denkt dat de
kinderen nogal zullen schrikken als er opeens een deur binnen komt gevlogen. Selattin
knikt en haalt zijn beroemde sleutelbos tevoorschijn. Na wat gewrik en gewring
schiet de deur uit het slot. Het gehuil binnen houdt plots op en er klinkt wat
gescharrel. Voorzichtig doet Tony de deur open en houdt haar pistool langs haar
been met een vinger aan de trekker. Als ze het kleine benauwde kamertje in kijkt
stopt ze haar pistool weg. Vier kleine donkere kindjes zitten op een matras bij
een vijfde kindje dat dood met opengesperde ogen op het matras voor hen ligt. De
kinderen kijken doodsbang op naar de vreemde man en vrouw en de kleinste begint
weer zachtjes te huilen. Tony stapt rustig naar voren en knielt neer bij het
kind dat met de ogen open in verwrongen houding ligt. Ze hoeft de pols niet te
voelen om te merken dat het kind dood is. “Stil maar…” fluistert ze zacht
tegen de overige vier kinderen. De stank die in het hokje hangt is
onverdraaglijk, uitwerpselen liggen overal verspreid en het lijkt erop dat er
her en der rot eten ligt. “Die kinderen moeten hier weg.” Zegt ze snel. Daar
is Selattin het direct mee eens. Tony tilt de kleinste op en schrikt als de
grootste opeens opspringt en haar op de nek springt. Het meisje begint als een
wilde te krabben en probeert haar te bijten. “Help…ho…
Sel…” roept ze meer verbaasd als bang. Selattin
stapt naar voren en grijpt met twee sterke handen het meisje van Tony’s rug
af. “Ho ho, rustig maar, we zijn goed volk.” Probeert hij en hij herhaalt
het nog eens in het Arabisch, maar er is geen teken van dat het meisje hem
verstaan heeft, ze blijft zich als een wilde verzetten en om zich heen krabben
en bijten. Ze stoot een paar hoge angstkreten uit en kijkt Selattin woedend aan
als hij haar eindelijk zo’n beetje in een houdgreep heeft. “Deze is heel wat
wilder als ons Dorien.” Glimlacht hij. Tony pakt nu een ander kind op de
andere arm en Selattin weet het zo te wringen dat hij met een arm de kleine
wilde in bedwang kan houden en met de andere het vierde kind omhoog kan helpen.
“Vanneste!” roept hij naar beneden. Ben is al snel boven en kijkt verbaasd
naar de kinderen. “Laat Barbara een combi oproepen. Deze kinderen halen we
hier weg.” Wijst hij “Je meent
het…” mompelt Ben en rent naar beneden. Hij is al snel weer boven. “Kijk
ik achter die andere deuren?” stelt hij voor. “Even wachten tot we deze
kinderen kwijt zijn.” Stelt Selattin voor. Het duurt niet lang voor een combi
arriveert met een paar agenten die zich over de vier kleintjes ontfermen. Tony
heeft het labo al gebeld en een sporenteam en kijkt rond in het kleine kamertje
met een zakdoek tegen haar mond. “Gestorven van de honger?” vraagt Selattin
zich af. “Waarom ligt er dan verrot eten? Als de kinderen zo’n honger hebben
eten ze dat toch op?” brengt Tony daar tegen in. “We zullen in de andere
kamers kijken.” Stelt Selattin voor. Voorzichtig opent hij de volgende kamer.
Daarin vinden ze niets van belang. Ook een tweede kamertje blijkt leeg, maar in
een derde kamertje vinden ze nog twee kinderlijkjes. Het gaat weer om twee
kinderen die duidelijk van buitenlandse afkomst zijn. “Drie lijkjes…” vat
Tony samen. “maar waaraan zijn ze gestorven?” Selattin haalt zijn schouders
op “Vergiftiging?” raadt hij maar wat. “En wat doen die kinderen hier,
waar zijn hun ouders? Weet je wat ik wil? Ik wil eens een gesprekje met de
eigenaar van dit pand.” Selattin knikt, ook hij is erg benieuwd naar een
verklaring voor deze gruwelijke ontdekking. “Vanbruane bellen?” stelt hij
voor. Tony kijkt op haar horloge, die moet toch bijna klaar zijn met haar lunch,
denkt ze. Ze knikt en neemt haar telefoon.
Uit haar tas stijgt het irritante deuntje van haar mobieltje op. Met rode
wangen, om de een of andere reden kijkt het hele restaurant plots hun kant uit,
duikt Nadine naar haar tas en neemt op. “Ja Tony…” ze wacht af en kijkt
ondertussen naar Max die het geld van de rekening betaald en het bonnetje in
zijn agenda stopt. Hoewel ze natuurlijk heeft gezegd dat ze haar hier konden
bellen voelt ze zich toch een beetje betrapt nu Tony haar daadwerkelijk belt
tijdens haar lunch met Max. Hij kijkt haar geamuseerd aan over zijn brilleglazen.
“Is er wat?” vraagt hij geluidloos als hij Nadine wat witjes ziet wegtrekken
“Wat gruwelijk…” mompelt Nadine in de mobiel “Ik… ik kom er aan…
nee, dat lijkt me duidelijk… Dat is een goed idee… Geef mij… ik ben
vlakbij, geef me een minuut of 10…” Max kijkt haar oplettend aan.
“Problemen?” vraagt hij als ze neer heeft gelegd. Ze kijkt even naar de
mobiel in haar hand. “Vier kinderlijkjes… buitenlandse kinderen… in een
leegstaand pand. Mijn God…” ze kijkt naar Max die ziet hoe ze werkelijk
aangeslagen is door dit nieuws. Ze legt haar handen even op de tafel en reageert
toch nog verrast als hij voorzichtig een hand op die van haar legt. Ze kijkt hem
aan en glimlacht dan “Sommige aspecten van het vak blijven schokkend.” Geeft
ze haar zwakheid even toe. “Nadine… ik begrijp dat je weg moet… ik… eh…”
ze ziet hoe hij worstelt met woorden. “Ik… wat zou je er van zeggen als ik
je een keer… eh… mee uit nam? Ik bedoel ik eh… en ik weet niet of jij ook
eh…” Nadine lacht zachtjes en knikt dan, ze voelt zich zo verlegen als een
klein meisje en moet de behoefte onderdrukken om haar handen in haar handen
steken. Maar zijn sterke hand op die van haar, dat voelt niet verkeerd.
“vanavond?” vraagt hij. Bijna wil ze ja zeggen, maar ze bedenkt zich nog net
op tijd, met spijt in het hart, dat ze Tony belooft heeft om op haar kinderen te
passen. “Nee… ik bedoel, ik wil graag, maar vanavond kan niet, ik moet op de
kinderen van een van mensen passen…” legt ze snel uit. “Die kinderopvang
moet verbeterd worden.” Bromt Max en lacht dan. “morgenavond?” Nadine
knikt “Dat zou ik fantastisch vinden.” Zegt ze zacht. Ze heeft het gevoel
dat het hele restaurant naar hen kijkt, hoeveel mensen zouden de burgemeester
herkennen en hoeveel zouden er haar herkennen van publieke ‘optredens’? Een
burgemeester en een commissaris. Maar natuurlijk kijkt er niemand naar hen, al
die mensen zijn gewoon met hun eigen zaken bezig, zoals het hoort. “Waar wil
je graag heen?” vraagt hij “Zoek maar wat uit.” Antwoordt ze naar
waarheid, het maakt haar niet uit waar ze heen gaan, voor het eerst in heel
lange tijd heeft ze een ‘afspraakje’, wat maakt het haar uit waarheen ze
gaat… “Ik moet nu weg…” zegt ze zacht, hoewel ze veel liever was
gebleven weet ze dat ze naar haar mensen toe moet. “Natuurlijk,” zegt hij.
“Ik zet je af.” Hij houdt haar jas klaar voor haar en houdt dan de deur
open. Hij is vreselijk galant, bedenkt Nadine en stapt op de stoel als hij het
portier voor haar open houdt. Als ze naast elkaar in de auto zitten is het stil.
Ze is grappig, ze is intelligent, zeer intelligent, plichtsgetrouw, goed voor
haar mensen… ze is… perfect… bedenkt Max met een zucht en kijkt even
steels opzij naar Nadine die door het raam naar de voorbijflitsende gevels
kijkt. Ze is daarbij mooi, een prachtige vrouw om te zien, charmant en ze is
lief, zacht en aardig… Ze is perfect, bedenkt hij nog eens en ziet dat hij op
het juiste adres is aangeland door alle politiewagens die gegroepeerd staan op
de kade. “Bedankt Max…” zegt ze zacht als ze de deur opent en uit wil
stappen. “Je hebt mijn adres… denk ik, het staat ongetwijfeld in mijn
dossier…” glimlacht ze. Ze buigt zich even naar hem toe en haar hand raakt
de zijne “Tot vrijdagavond.” Zegt ze zacht en stapt dan uit. Als het portier
dichtslaat zucht Max een diepe zucht, toen ze voorover boog… hij kon haar
haren ruiken… hij had zich bijna niet in kunnen
houden om haar te kussen… heel vlug maar, heel even. Alsof ze al lang
bij elkaar hoorden, zo’n kus… zo’n dag schat, tot straks kus. En dan…
een hele lange kus… dag schat, hier ben ik weer en ik hoef vanavond niet meer
te werken… Met nog een zucht rijdt hij verder en laveert handig tussen de
politiewagens en de twee ambulances door.
“Zo wat hebben
we?” vraagt Vanbruane als ze de trap is beklommen en zich aansluit bij Tony en
Selattin die in een van de kamers bij een van de lijkjes zitten. “Ze hebben de
andere twee al ingepakt en meegenomen naar beneden.” Wijst Selattin “Deze
komen ze zo halen, we hopen snel te weten wat de doodsoorzaak is.” Tony gaat
op een bed zitten dat in de kamer staat. “Drie dode en vier levende kinderen,
allemaal van… tja… Arabische afkomst zou je denken, maar ze verstonden Sel
niet…” Selattin trekt een gezicht “Waaruit we slechts kunnen concluderen
dat ze niet uit Turkije komen,” nuanceert hij “of dat ze in zo’n shock
waren dat ze me niet verstonden. Ze kunnen zo ongeveer uit het hele Midden
Oosten komen en trek daar Noord Afrika ook nog maar bij.” Vanbruane knikt
“En wat deden ze hier?” vraagt ze zich hardop af. “Hebben jullie die
eigenaar al gevonden?” Tony knikt “Raymond en Pasmans brengen hem op dit
moment binnen, ik wil met hem gaan spreken. Barbara kan hier blijven om alles
ter plaatse af te handelen, dan kan zij daarna met Ben binnen rijden. Sel en ik
beginnen met die man.” Vanbruane ziet wederom een handige poging om Barbara
buiten spel te zetten, maar ze is te gebrand om deze zaak tot een goed einde te
brengen om zich daar wat van aan te trekken. Ze wil twee goede mensen op dit
verhoor, op deze plek ziet het er anders niet naar uit dat ze op een andere
manier aan de weet zullen komen wat er in dit pand gebeurd is. Ze besluit er
niets van te zeggen en geeft Tony haar zin. Ook Selattin ziet zich kennelijk
niet geroepen om voor de rechtvaardige te spelen. Hij wil zelf graag dit verhoor
doen, hij heeft tenslotte met Ben deze kinderen ontdekt, maar hij weet ook wel
dat dit meer een zaak is die qua kaliber doorgaat naar Tony en… Britt,
gewoonlijk. Als zij er niet gauw wat mee gaan doen komen de federalen dadelijk
en zijn ze het helemaal kwijt. Dat lijkt Vanbruane ook te denken, bedenkt hij,
anders zou ze Tony niet zo laten doen. Hij volgt Tony de trap af als ze hebben
gekeken hoe het laatste lijkje wordt ingepakt. “Barbara, jij blijft hier met
Ben om de boel hier af te handelen, daarna ga je naar het ziekenhuis om het
medisch attest op te halen van de vier kinderen… probeer er in hemelsnaam
achter te komen wat hun nationaliteit is.” Draagt Tony Barbara op. “En
jij…?” waagt die te vragen. “Ik ga met Selattin het verhoor doen van de
eigenaar.” Zegt Tony op een ‘geen discussie mogelijk’ toon. Ze stapt weg,
Barbara boos achter latend, ook die ziet wel weer dat Tony haar vakkundig
buitenspel plaatst. “Baas…” begint ze, als ze Vanbruane aan ziet komen.
“Nu even niet Barbara. Ik rijd met Tony en Selattin mee terug naar het
commissariaat.” Wijst ze, ten teken dat ze weet dat Tony met Selattin het
verhoor gaat doen en niet met Barbara. Barbara blijft bedremmeld achter en kijkt
naar de wegrijdende Jeep en motor. “Het is niet eerlijk…” mompelt ze en
verdwijnt dan weer het huis in, om te kijken bij het sporenteam.
“Zo meneer…”
Tony kijkt even op haar papiertje “Meneer Bouman… U heeft zeker wel een idee
waarom u hier zit.” Vraagt ze retorisch. “Om eerlijk te zijn, geen flauw
idee.” Snauwt de man. Het is een klein ventje in een pak dat wat te ruim zit
en met een halve edelsmid aan goud om zijn pols en nek. Het zou zo de
burgemeester kunnen zijn, als het aan de schakelketting zou liggen. In zijn mond
is het ook alles goud wat er blinkt en hij heeft haar bij een paar grijnzen al
genoeg de kans gegeven het goud bijna te taxeren. Ze kijkt Selattin aan.
“Niet… wel… vooruit, dan zal ik beginnen. Dit pand…” ze legt een foto
van het gebouw op de tafel “Dat is van u?” De man knikt “Inderdaad.”
Beaamt hij. “Goed, waarvoor gebruikt u dat gebouw?” wil Selattin weten.
“Opslag…” twijfelt de man. “Er stond anders erg weinig in.” Valt Tony
weer in. “Ja… ik moest er weer nieuwe spullen in gaan zetten.” Bromt de
man “Opslag waarvoor?” Selattin kijkt de man aan. “Eh… voor mijn
zaken… import-export….” Brabbelt hij. “Kinderen?” vraagt Tony scherp.
“Nee, met die kinderen heb ik niets te maken!” verspreekt de man zich en
kijkt dan snel op “Ik bedoel, ik heb met kinderen niks van doen, wat moet ik
daar mee?” Tony kijkt Selattin aan “Je weet van de kinderen die we gevonden
hebben op zolder?” De man kijkt op “Nee, nee, ik weet daar niets van…”
zegt hij haastig. “Luister es… je hebt je al versproken, dus we kunnen hier
lang en kort over gaan zeuren…” moppert Tony “Wat importeer jij dan?”
vraagt Selattin quasi geïnteresseerd. De man lijkt zo gauw ook niets legaals te
kunnen verzinnen waarvan hij kan laten zien dat hij het importeert “Nou… eh…
videobanden bijvoorbeeld en eh… videoapparatuur.” Mompelt hij. Tony laat een
laatdunkend gepiep horen “Je helpt je zaak niet Bouman.” Meldt ze hem
fijntjes. “Nou, kom op, die kinderen. Je weet er van… wilde je wat bij
verdienen?” Achter het glas kijkt Vanbruane oplettend mee. “Kom Bouman…
wil je dat we even gaan kijken naar andere ‘pandjes’ van je… of andere
opslagruimtes zal ik maar zeggen… Wil je dat we je gangen nagaan? Luister
Bouman… for-all-I-care zet ik hier neer dat we die kinderen in je huis
aantroffen en dat je er een kinderhandeltje op na hield… En dan ook nog een
paar dode kinderen erbij… enig idee wat je dat gaat kosten?” De man kijkt
haar strak aan “Ik wil een advocaat.” Snauwt hij. “Ja meneer Bouman… dat
lijkt me geen stom idee.” Knikt Selattin en wenkt Tony met een hoofdknikje.
“Shit…” zegt Tony als ze buiten staan “Die zak weet er meer van, we
hebben zijn informatie nodig… mag ik het niet uit hem slaan, baas?” Ze kijkt
Vanbruane aan en die moet zowaar een beetje lachen om Tony’s fanatisme.
“Probeer nog maar even, maar daarna moeten jullie er toch een advocaat bij
laten komen.” Zucht Vanbruane. Tony en Selattin volgen haar raad op, maar
krijgen niets noemenswaardig los uit de man, dat hij in gestolen waar handelt
wil hij nog net toegeven, maar verder gaat hij niet. Hij weet van geen kinderen
op zijn zolder, zover hij weet zijn die er niet eens, hij is al lang niet meer
in het pand geweest… “Ik mag hangen als hij niet daar vanochtend is geweest
en zelf degene is die de deur heeft laten openstaan in de haast om weg te
komen.” Zegt Selattin met een grom als ze weer buiten staan een half uur
later. “Ja, dat weet jij, dat weet ik, maar zolang hij niets zegt…”
mompelt Tony met een kopje thee in haar handen. Ze gaan aan hun bureau zitten en
overleggen net met Vanbruane wat nu te doen als Tony’s telefoon rinkelt.
“Barbara…” Tony luistert even en trekt dan een gezicht, met een frons
luistert ze verder “de organen?” vraagt ze verbaasd. Ze kijkt Vanbruane aan
die vragend naar de telefoon kijkt. “Ja… doe dat… wij zijn hier…Nee, die
heeft niets gezegd, maar goed… ja, OK.” Ze legt de hoorn neer en kijkt
Vanbruane aan. “Barbara is naar het mortuarium geweest en in het ziekenhuis…
Twee van de levende kinderen missen een nier. De wonde die men heeft gemaakt bij
het uithalen van die nieren zijn niet goed gehecht en verzorgd en geheel
ontstoken. Bij de dode kinderen mist veel meer, beide nieren vaak, de lever bij
een van hen, bij een ander het hart… die kinderen zijn helemaal leeg geroofd,
hun organen zijn allemaal verwijderd en de patholoog is vrij zeker dat dat ook
is waar aan de kinderen overleden zijn, ofwel tijdens de operatie al, in het
geval van een missend hart lijkt me dat niet vreemd, of net erna. Ze zijn
alledrie minder dan een dag of drie dood.” Ze kijkt Vanbruane aan die lijkwit
wordt en haar mond voor haar mond slaat. Ze slikt een paar keer.
“donororganen…” mompelt Selattin. “Ik moest bijna overgeven.” Geeft
Vanbruane na een paar keer slikken toe. “Advocaat of niet… ik ga nog even
praten met meneer Bouman.” Gromt Tony, ze staat op en rent het verhoor binnen
waar de man nog aan een tafel zit. Selattin volgt haar en ploft aan de tafel
neer. “Zo, nu ga je ons alles vertellen.” Snauwt Tony die achter de man is
gaan staan. “Im- en export?” gromt Selattin “Donororganen? Je hield die
kinderen op zolder gevangen om hun organen te kunnen transplanteren als er vraag
naar was!!” schreeuwt hij woedend, opeens een en al emotie. Tony leunt naast
hem op tafel en kijkt de man aan. “Ik heb twee kleine kinderen… hij ook.”
Ze wijt op Selattin. “Wij zijn niet bijzonder dol op mensen die kleine
kinderen opensnijden en leegroven en ze dan vervolgens in pijn laten sterven en
ik kan je vertellen… de meeste criminelen ook niet, je zult fijn ontvangen
worden in de Nieuwe Wandeling… Reken maar dat ik er voor ga zorgen dat ze het
allemaal zullen weten wat je gedaan hebt.” Belooft Tony plechtig. “Ik toch
niet…” gromt de man en kijkt Selattin aan. “Ik heb dat niet gedaan…
ik… ik verhuurde die ruimte…” Selattin leunt achterover “Ja, ja,”
bromt hij “Dat zal wel weer.” Tony laat haar vingers knakken “Snel een
beetje… en het hele verhaal, anders zorg ik er persoonlijk voor dat je
hangt!” dreigt ze. “Een maand geleden kwam een vriend bij me…”
“Naam!” onderbreekt Selattin hem “Weet ik niet…” twijfelt de man “Hé!”
Tony geeft hem een harde mep tegen zijn hoofd “Wat zei ik?” schreeuwt ze
“Vincent… Vincent de Waal.” Zegt de man snel en kijkt wat angstig naar
Tony. “Nou, Vincent kwam en hij vroeg me of ik niet een plekje had voor hem om
wat spullen neer te leggen, zei hij. Ik zei dat ik nog wel een pandje leeg had
staan… We zijn gaan kijken en hij wilde het wel. Hij had alleen maar de
bovenverdieping nodig zei hij. En nee… ik heb hem niet gevraagd wat hij daarin
zou steken. Vandaag ging ik eens kijken of Vincent er toevallig weg… hij moest
mij nog geld, van de huur… Dus ik ging binnen, geen Vincent, ik liep naar
boven en daar hoorde ik… ik hoorde die kinderen… Ik heb sleutels van die
deuren, natuurlijk, het is mijn huis en dan open ik een van die deuren en ik zie
daar een dooie liggen… een dood kind, ik schrik me rot… Ik ben… ik ben
naar beneden gerend het huis uit, om Vincent te zoeken natuurlijk… Hij had
daar een lijk neergelegd in mijn huis!” De man wordt opnieuw verontwaardigd
als hij aan het voorval denkt. Tony
zucht “Dus jij hebt er niets mee te maken…?” vraagt ze en gaat op de rand
van de tafel zitten. “Nee… daar echt niet mee…” de man huilt bijna
“Ik… OK, ik ben geen lieverdje, ik bedoel, OK, OK, ik heel allerlei rozooi,
maar ik doe niets met kinderen… en ik ben zeker geen moordenaar… oh God.”
Hij laat zijn gezicht op zijn armen zakken en zucht.
“Of hij speelt
het goed, of hij wist het werkelijk niet.” Vat Tony samen als ze even later
weer buiten staan. Selattin knikt “Ik denk dat we die Vincent de Waal eens
moeten gaan opzoeken.” Stelt hij voor. Vanbruane knikt en steekt hen een
papiertje toe “Adres gegevens, meneer zat al in ons bestand. Hij is al eens
opgepakt in verband met vrouwensmokkel voor de prostitutie, hij is veroordeeld
en heeft gezeten, hij is alweer een paar jaar vrij, maar zijn naam is vaker
opgedoken in louche zaakjes waarbij mensen betrokken waren.” Vat ze samen.
“Wees voorzichtig bij de arrestatie… in jullie voordeel is dat hij niet weet
dat jullie komen, maar het is geen ongevaarlijke jongen, schietgraag.” Tony
knikt “Willen jullie hulp?” vraagt Vanbruane. “Laat Vanneste daar naar toe
rijden.” Stelt Selattin voor “Dan nemen wij de jeep en zien we hem daar.”
Zo gezegd zo gedaan. Ze rijden naar het adres en wachten daar tot Ben ook
gearriveerd is. “Ga jij achterom?” vraagt Tony hem, Ben knikt en loopt op
het teken alvast naar achter. Tony belt rustig aan de bel en wacht tot de deur
open gaat. “Ja?” een blonde man kijkt haar wantrouwend aan. “Vincent de
Waal?” vraagt Tony “JA!” snauwt de man weer “Wat moet je, ik koop niet
aan de deur…” voegt hij er aan toe. Selattin stapt tevoorschijn met zijn
pistool in de aanslag “Meneer de Waal, politie Gent, meekomen.” Zegt hij
rustig. De man kijkt van de een naar de ander en wil dan de deur dicht smijten.
Nog net op tijd gooit Tony haar voet er tussen en brult van pijn als die tussen
de deur geklemd zit. Selattin schopt de deur open en rent het kleine gangetje
in, op de voet gevolgd door Tony. “Blijven staan.” Schreeuwt ze als ze de
man door de tuin ziet hollen. Ze ziet Ben binnen komen en ziet ook hoe de man
twijfelt welke kant hij nu op zal gaan, hij zit gevangen in zijn tuin. “Wat
een mazzel dat zijn pistool hier ligt.” Glimlacht Selattin achter haar en
wijst op de keukentafel, terwijl Ben de man in de tuin op de grond werkt en in
de handboeien slaat. “Jij hebt zeker niets te verbergen?” raadt Tony als ze
naar de man toe gestrompeld is. “Wat is ’t Dierckx? Heeft Jaap op uw tenen
getrapt bij het stijldansen?” grapt Vanneste. Tony trekt een gezicht en neemt
de arrestant over van haar collega. “Vanneste… ik heb tenminste en partner
die me op de tenen kan trappen… dat kan jij niet zeggen.” Kaatst ze terug.
Ze duwt de man voor zich uit de jeep in en stapt zelf achter het stuur. Selattin
schuift met een brede grijns naast de arrestant.
Tony stapt de
verhoorkamer uit en wrijft in haar ogen. “Hij wil niks zeggen…” moppert ze
“Ik hoor het.” Glimlacht Vanbruane grimmig, ze heeft de hele tijd staan mee
luisteren. “Ja, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik eh…” Selattin
werpt een blik op de klok “Ik weet niet of het nog veel nu heeft vanavond nog
door te gaan. Ik wil eigenlijk wel graag naar huis… Die kinderen worden er
niet levendiger door en misschien zal een nachtje cel onze Vincent hier goed
doen?” Vanbruane kijkt ook op de klok die al half 8 wijst. “Je hebt
gelijk… Ik denk dat we beter naar huis gaan en morgen weer fris beginnen.”
Geeft ze toe. Ze zijn de laatste die gebleven zijn, dus brengt Tony zelf de man
maar naar beneden. “Ik zie u over een half uur?” vraagt ze Vanbruane nog
voor de zekerheid. “Die knikt,” geloof me, ik ben het niet vergeten. Ik neem
een douche en dan kom ik er aan.” Belooft ze. Selattin stapt met grote passen
naar zijn auto en rijdt ongewoon snel om thuis te komen. “Dag lieverd…”
Hij omhelst Britt die met Nabila aan de borst op de bank zit. “Is Dorien er
niet?” Britt glimlacht “Feestje…kun jij haar straks ophalen?” Ze zoent
hem lang en leunt rustig tegen hem aan als hij bij haar gaat zitten. Heel
voorzichtig strijkt hij door de haartjes van zijn dochter, hoe kan iemand
kinderen zoiets aan doen, denkt hij als het beeld van vanmiddag weer voor zijn
ogen schuift als een luguber rolgordijn. Britt zoekt zijn mond “Is er iets?”
vraagt ze tussen twee zoenen in. Hij zucht en laat zijn handen over haar lichaam
glijden. Ze staat op en legt Nabila in de box. Terug op de bank vlijt ze zich in
zijn armen en laat haar handen over zijn lichaam gaan. “Hoe was je dag?”
vraagt ze “Hmm,” ontwijkt Selattin een antwoord. “Niet leuk…”
concludeert Britt en zoent hem opnieuw.
“Ze zal er zo
wel zijn.” Tony loopt handenwringend op en neer en springt bijna een gat in de
lucht als ze de voetstappen op het dek van de boot hoort. Ook Jaap is in twee
seconde in zijn jas geschoten. “Ik denk dat ze slapen.” Zegt Tony snel tegen
Vanbruane die gehaast binnen komt gerend “Sorry…” verontschuldigt ze zich.
“Geen probleem alleen moeten we wel nu meteen weg.” Duwt Jaap Tony vooruit
“Anders missen we het begin van de film.” Probeert hij nog terwijl Tony in
ijltempo probeert uit te leggen wat Vanbruane allemaal moet weten. “Mijn
mobiel staat op trillen, dus je kunt bellen als iets niet lukt.” Roept ze nog
snel “Kom nou Tony, ze zal het wel redden.” Stelt Jaap haar gerust.
“Eh…?” doet Tony en stapt dan naast Jaap in de auto. Ze zijn al door een
onmogelijk stel babysitters heen, bijna niemand wil blijven, Vera en Thomas zijn
in een behoorlijk irritante leeftijd dat staat vast. Daarbij laten Jaap en Tony
allebei nogal de teugels vieren in de opvoeding, wat het stel niet bepaald
gezeglijker maakt. Maar dat weet Vanbruane allemaal nog niet. Ze gaat rustig op
de bank zitten en klapt haar laptop open. Ze is net begonnen aan een nieuw stuk
tekst als ze uit de kinderkamer een gepiep hoort komen. Met een zucht zet ze de
laptop op de tafel en loopt naar de kinderkamer. Ze kan niet goed bepalen of het
gepiep staat voor gegiechel of gehuil. Ze stapt naar binnen en ziet Vera onder
op het stapelbed zitten, rechtop in haar bed. “Maamma!” schreeuwt ze als ze
ziet dat er een vreemde de kamer binnen stapt. “MAAAAM!” Vanbruane gaat
naast haar zitten “Rustig maar, ik ben het, eh… Nadine… ik pas vandaag op
jullie…” sust ze. “Neeee, ik wil mama!!!” krijst Vera. “Thomas!” ze
gilt haar broertje wakker, die kennelijk nog niet al te diep sliep, alhoewel het
gekrijs van Vera zou iemand van twee kilometer verderop nog wakker hebben
gekregen. Thomas komt via het trapje naar beneden en grist een ‘zwaard’ van
de grond. “Wie ben jij!” roept hij strijdlustig. Nadine wil haastig omhoog
komen, iets te haastig. Ze stoot met haar hoofd tegen het bovenste bed en valt
met een vloek weer terug op het bed. “Je mag niet vloeken.” Roepen Thomas en
Vera tegelijk. Nadine schat in dat Jaap dat ook zo’n duizend maal per dag
tegen Tony moet roepen als ze Tony’s taalgebruik goed kent. “Ik ben
Nadine…” zucht Nadine “Ik ben er om op jullie te passen… hebben papa en
mama dat niet verteld?” Thomas schudt zijn hoofd “Nee, Tony en Jaap hebben
dat niet gezegd.” Verbetert hij haar. “Ik ben ridder Thomas… ik bestrijd
het kwaad.” Roept hij vrolijk en springt op en neer door de kamer.
“Ik ben ridder Vera en ik strijd voor snoep.” Roept Vera en springt
over Nadine heen het bed uit. Nadine kijkt verbaasd naar de twee kinderen die
als twee wildemannen op en neer staan te dansen. “Jullie lijken meer op een
stel indianen.” Grinnikt ze. Even blijven de twee stil staan “Maar we zijn
ridders.” Herstellen ze zich dan weer. “Kom we gaan snoep veroveren.”
Roept Vera en opent de deur “Hé, hé, nee!” roept Nadine. Heel even blijft
Vera op de drempel staan, maar besluit dan dat ze niet gaat luisteren naar die
dame en rent door naar de kamer. Thomas laat zich door zijn kleine zusje leiden
en rent achter haar aan. “Shit…” bromt Nadine en gaat achter ze aan.
“Geen snoep.” Commandeert ze in de keuken.
“Wij mogen altijd snoep van Tony en Jaap.” Roept
Thomas. “Jaaa.” Schreeuwt
Vera en klimt behendig via een trapje op de aanrecht naar een keukenkastje
waarin waarschijnlijk het snoep staat wat ze willen veroveren. “Mama is hier
nu niet, dus ik ben de baas.” Zegt Nadine resoluut en tilt Vera naar beneden.
Die spartelt wat tegen, maar laat zich toch op de grond zetten. Dan trekt ze een
pruillip en kijkt met grote ogen omhoog. “Dan wil ik melk.” Eist ze “Warme
melk met honing…” juicht Thomas blij. Nadine zucht “Jullie gaan gewoon
naar bed en dan slapen.” Wijst ze. “Neehee.” Roept Vera “Eerst melk met
honing, anders kan ik niet slapen.” Thomas knikt “Ze heeft gelijk,” zegt
hij met een serieus gezicht “Ze gaat nooit slapen voor dat ze haar melk
opheeft.” Nadine staat in tweestrijd, ze wil niet toegeven, maar goed, als het
kind dan niet gaat slapen heeft ze vooral zichzelf. “Vooruit…” zegt ze
“Melk en dan naar bed.” De kinderen juichen en wijzen als twee kleine
engeltjes precies waar alles staat. Zorgvuldig strijkt Thomas een lepel honing
voor iedere beker af, ook een voor Nadine. “Verhaaltje.” Zeurt Vera als ze
met de melk op de bank zitten. Nadine zucht en staat op om een boek te pakken.
“Ja… van Pluk!” roept Vera enthousiast en trekt een boek uit de kast
waarbij de halve boekenplank mee komt. Even staat ze verbaasd te kijken, haalt
dan haar schouders op en loopt dan terug naar de bank waar ze het boek neer
gooit op de plek van Nadine. Die begint te lezen en merkt dat ze de twee
eindelijk rustig heeft gekregen. Opeens begint haar mobiel te piepen. Snel neemt
ze op onder luid protest van de twee kinderen. “Vanbruane… oh… eh… Max,”
ze kijkt naar de twee kinderen die weer klaar wakker zijn geworden en nu opstaan
om rond te gaan rennen. “Eh… ja, die kinderen willen niet gaan slapen.”
Antwoordt Nadine als Max haar vraagt wat de herrie op de achtergrond is.
“Nee… ik heb al melk geprobeerd en een verhaaltje, maar nu zijn ze weer
klaarwakker… wat doe je in zo’n geval?… Nee, daar heb ik geen ervaring
mee, ik… Ja, lach jij er maar mee, maar ik zit hier wel mooi… Nee… die
komen pas tegen een uur of 1 terug geloof ik… ja, ik weet het… wat?… eh ja
waarom niet… maar dan moet je wel weg zijn voor… Ok, nee, ik heb ook niets
te verbergen, maar ik wil wel niet dat het al uitlekt dat wij… OK… oh… je
bent gemeen, weet je dat…” Met een lach legt ze neer als ze het adres heeft
doorgegeven van Tony’s boot en hem heeft gezegd dat de deur gewoon open is.
“Nou jongens, kom op, we drinken nog even de melk op, ik lees nog wat voor en
dan gaan jullie echt slapen.” Vera en Thomas kijken haar verbaasd aan “Maar
wij zijn nog helemaal niet moe.” Roepen ze in koor en gaan door met hun
ridderspel. Nadine kijkt met een zucht op de klok, Max komt… zoemt het in haar
hoofd, over een half uur dan komt Max. Dit gaat niet meer om een ‘werklunch’
of een ‘middagoverleg’, dit gaat over Max die komt om gewoon met haar samen
te zijn vanavond… Ze betrapt zichzelf erop dat ze onwillekeurig in de
spiegelende ovendeur kijkt om te zien hoe haar haren zitten. Snel kijkt ze naar
beneden, ze heeft maar hele gewone kleren aan, ze wist toch ook niet dat er
vanavond nog iemand langs zou komen. Ze heeft zich na haar douche snel in een
joggingbroek en slobber t-shirt geschoten, met het idee dat ze de rest van de
avond relaxed voor de TV of de computer zou hangen op Tony’s boot. Haar haren
zijn snel bijeen gevat in een slordige paardestaart. Mijn lieve God, denkt ze
ietwat betrapt, ik wil er nu al mooi voor hem uitzien… oh help, waar gaat dit
heen. Met de moed der wanhoop “Jongens, luister eens, mama… eh… Tony doet
ook altijd wat ik zeg hoor, die luistert ook altijd…” Thomas blijft even
stil staan “Ik waag dat te betwijfelen…” zegt hij met een uitgestreken
wijs gezichtje. “Dat heb je van je vader…” concludeert Nadine droog en
tilt Vera op. Die gedraagt zich als een wild katje en laat zich niet een twee
drie het bed in werken. “Kom op nou.” Zucht Nadine. “Ik wil niet, ik wil
niet, ik wil niet… ik wil stoeien!” schreeuwt Vera “Jij moet mij
kietelen!” commandeert ze “Dat doet Tony altijd.” Zegt Thomas een en al
hulpvaardigheid. “Dan gaat ze slapen.” Spoort hij haar aan. Zelf klimt hij
naar boven in het stapelbed en kijkt van bovenaf op de situatie neer. Nadine
zucht en begint Vera te kietelen, die giert het uit en worstelt om los te komen.
Nadine krijgt er eigenlijk wel plezier in en zeker van Vera’s bolle toetje dat
een en al lach is. De vrolijke donkere oogjes lachen mee en haar hoge
schaterlach klinkt door de hele boot. Uiteindelijk rollen ze met zijn drieën
lachend over de vloer van de slaapkamer als er iemand in de deuropening
verschijnt “Goh… mag ik mee doen?” vraagt Max vrolijk als hij de kluwe
worstelende figuren op de grond ziet. Het is eigenlijk een grapje, maar dat
interesseert Vera en Thomas niet “Jaa…,” roepen ze strijdlustig “Een
nieuw slachtoffer.” Schreeuwt Thomas en stort zich met Vera op Max, die kijkt
even verbaasd, maar begint de kinderen dan maar te kietelen. Nadine komt lachend
overeind. Haar haren staan min of meer punk. Snel worstelt ze er weer een staart
in en staat dan op. “Kom op jongens, nu echt naar bed…” ze zegt het haast
smekend en realiseert zich dat dit niet bepaald sterk over moet komen.
“Melk…” kreunt Vera die half stikkend van de lach onder Max ligt die haar
halfdood kietelt. “Max… alsjeblieft, ik moet ze allebei weer heel
afleveren.” Giechelt Nadine. Thomas hangt om Max nek om hem van Vera af te
trekken. “Geldt dat ook voor mij?” vraagt hij en komt omhoog. Thomas wordt
mee de lucht ingetild en Max vangt hem vakkundig op. “Nog even je melk
opdrinken dan en dan echt gaan slapen.” Nadine tilt Vera op en die knikt
braaf. Ze verwarmt de melk weer in de magnetron en ploft met Vera op de bank
neer. Max ploft naast haar neer en kijkt haar met een lach aan. “En ik maar
denken dat jij hier heel saai in je eentje op de bank zat.” Grinnikt hij. Nog
voor ze haar melk op heeft valt Vera al in slaap op Nadines schoot en Thomas
hobbelt slaapdronken achter haar aan als ze Vera in bed legt. “Wanneer komen
jullie weer?” wil hij gapend weten voor hij in slaap valt. “Dat weet ik nog
niet.” Glimlacht Nadine en sluit de deur achter zich. “Zo… die liggen
erin.” Ze kijkt op haar horloge en trekt haar wenkbrauwen op “Die vallen
morgen op school in slaap.” Voorspelt ze. “Niet jouw probleem, of wel?”
glimlacht Max. Hij staat in de keuken een fles wijn open te maken die hij heeft
mee gebracht. En komt even later bij haar op de bank zitten met twee glazen.
“Op de toekomst…” proost hij als ze hem aan kijkt. “Je ziet er werkelijk
anders uit zo ’s avonds.” Grinnikt hij als ze allebei een slok hebben
genomen. Nadines’ wangen kleuren “Ja, ik wist niet dat je langs zou komen…
anders zou ik zeker wat behoorlijkers hebben aangetrokken.” Verdedigt ze
zichzelf. Ze kijkt naar Max, hij heeft zijn gewoonlijke nette pak verwisseld
voor een gemakkelijke spijkerbroek met een oversized houthakkershemd over een
kaki t-shirt, aan zijn voeten een paar gympen. Ook heel wat anders dan het
gewoonlijke beeld. “Ach… morgen mag je je mooi voor me aankleden.”
Glimlacht hij “Ik heb kaartjes voor het theater… een modern dansstuk…”
hij kijkt haar vragend aan om te peilen of het haar bevalt. Ze kijkt met een
lachje op “Dan zal ik mijn joggingbroek thuis moeten laten… spijtig…”
Max leunt achterover “Zelf nooit kinderen willen hebben?” denkt hij
terug aan het kietelfeest van daarstraks. “Je hebt ze niet… dat weet ik uit
het dossier.” Voegt hij er aan toe. Nadine knikt en bijt even op haar lip
“Sorry…,” Max weet instinctief dat deze stilte betekent dat hij een
verkeerd onderwerp aan heeft gesneden. Hij kan zich wel voor het hoofd slaan,
hij had een leuke, ontspannen avond gewild en nu begon hij verkeerd. “Ik had
het niet moeten vragen.” Zegt hij rustig. “Ach… het is geen vreemde
vraag.” Glimlacht Nadine. “Ik wilde ze wel, maar ik kon ze niet krijgen.”
Max haalt diep adem “Sorry,” herhaalt hij “Het eh… het spijt me…”
Nadine kijkt hem aan “Daar kan jij toch niets aan doen.” legt ze zijn
woorden expres verkeerd uit. Hij kijkt haar aan “Margriet wilde geen
kinderen.” Legt hij zijn eigen kinderloosheid uit “Ze wilde carrière…
tegen de tijd dat zij ze eindelijk wilde was het tussen ons al scheef
gegroeid…” Nadine knikt “Spijtig… zo gaat dat…” Max knikt “En nu
is het te laat…” voegt hij daar aan toe met spijt in zijn stem. “Ik denk
dat je af en toe wel op Vera en Thomas mag passen als je wilt. Tony en Jaap
zullen je dankbaar zijn.” Zegt Vanbruane met een gemeen lachje. Max haalt zijn
schouders op “Als ik dat samen met jou mag doen… dan graag.” Ze kijkt hem
aan en hij verdrinkt in haar prachtige groene ogen. “Nadine…” zegt hij
zacht. Ze slaat even haar ogen neer, alsof ze even wil nadenken en kijkt hem dan
weer aan. Een lichte twinkeling van spanning, misschien zelfs vermengd met een
beetje angst flitsen door haar ogen. Angst om wat er komen gaat, om het onzekere
van een relatie en om het missen dat het God-verhoede niet goed zou lopen. Al
die dingen flitsen nu al door haar hoofd, want op haar leeftijd begin je niet
meer als een onbeschreven blad de ene relatie na de andere. Ze hebben beide hun
geschiedenis en het is niet meer het onbedorvene van vroeger. Er zitten touwtjes
vast aan alle dingen die ze nu doet, verplichtingen, herinneringen… In een
fractie van een seconde ziet hij al die gedachten in haar ogen voorbij flitsen,
maar hij besluit dat hij er voor wil gaan, met Nadine wil hij er voor gaan.
Voorzichtig buigt hij zich voorover en zij buigt zich naar hem toe. Dan raken
hun lippen elkaar, eerst voorzichtig, alsof ze het allebei eerst willen proberen
voor zich halsoverkop in een nieuw avontuur te storten, maar dan, alsof ze
genoeg geproefd hebben minder voorzichtig. Nadine laat zich naar beneden zakken
tegen de bankleuning aan en ze voelt hoe de spanning uit haar wegvloeit. Waar
dit ook toe gaat leiden het is OK…
“Nou… daar
gaan we dan maar weer.” Tony wrijft haar haren uit haar gezicht en kijkt Selattin
aan “Zou hij vandaag wat spraakzamer zijn denk je?” Hij haalt zijn schouders
op. “Goedemorgen.” Vanbruane komt vrolijk binnen en loopt door naar haar
bureau. “Zo, die heeft uitgeslapen…” Barbara werpt een blik op de klok die
aangeeft dat ze al halverwege de ochtend zijn. “Wat is die vrolijk…” Ben
kijkt Tony vragend aan. “Ja… ze heeft een hele leuke avond gehad met mijn
kinderen gisteren.” Zegt die met een lach. “De kinderen waren doodmoe
vanochtend, ze zullen wel van alles hebben uit gevreten, maar er kon bij
Vanbruane geen kwaad woord vanaf over hen… dus het zal wel heel leuk geweest
zijn.” Ben trekt een gezicht “Dan moet ik ook maar eens op hen komen passen
als ik een goed humeur wil hebben.” Stelt hij voor. “Jongens, hoe staat het
met de zaak.” Vanbruane komt weer naar buiten en gaat op het bureau van
Pasmans zitten. “U ziet er nogal sprankelend uit vandaag baas.” Merkt
Vanneste vissend op. “Ja Ben, een avond met Tony’s kroost doet wonderen.”
Glimlacht ze. “Ik heb het gisteren met Britt nog over die zaak gehad…”
begint Selattin. Barbara zucht hoorbaar en zakt een paar graden onderuit en
trekt een onechte grijns als Vanbruane waarschuwend haar kant op kijkt. “en
zij denkt…” probeert Selattin Barbara’s protest te negeren “dat het om
illegalen gaat…” Barbara maakt een laatdunkend geluid “Daar waren we zelf
nog niet opgekomen.” Mompelt ze duidelijk hoorbaar. Selattin weet niet goed of
hij zich uit zijn tent moet laten lokken, maar als hij Tony geluidloos
“ne-ge-ren” ziet zeggen besluit hij maar gewoon verder te vertellen.
“Illegalen komen niet naar de politie toe om aan te geven als hun kinderen
verdwijnen. Ik kreeg gisterenavond ook nog telefoon van het ziekenhuis. Drie
kinderen zijn van een gezin, het vierde is een verwant van een van de lijkjes en
de twee overige lijkjes zijn broer en zus. Ze hebben vannacht een microfoon
geplaatst in de kamer waar de vier kinderen sliepen en gegil opgenomen van een
van de kinderen. Dat kind sprak ‘farsi’, dat is wat ze in Iran spreken, een
van hun dokters is een Iraniër. Een van de andere kinderen schreeuwde in een
taal waarvan hij denkt dat die in Afghanistan wordt gesproken, we laten er nog
even een expert naar luisteren. De kinderen komen dus uit verschillende landen
en kunnen waarschijnlijk ook nauwelijks met elkaar praten. Al zijn kinderen wat
gemakkelijker als het gaat om het overbruggen van taalbarrières.” Vanbruane
knikt en kijkt naar Tony “Waarom belden ze jou niet?” vraagt ze zich af
“Ik had mijn telefoon op trillen, ik heb niet opgenomen omdat ik het nummer
niet kende… ik zat in de bioscoop en ik wilde alleen opnemen als u zou
bellen…” geeft ze toe. “Dan hebben ze daarna Britt gebeld en ik heb dan
opgenomen.” Zegt Selattin. “Britt en ik zijn vanochtend even samen naar het
ziekenhuis gegaan, voor ze mij hier afzette…” Vanuit zijn ooghoeken ziet hij
dat Barbara een opmerking wil maken dus praat hij snel verder “De Iraanse
dokter heeft in ons bijzijn proberen te spreken met het Iraanse kind. Ze sprak
van een man met haar zoals dat van Britt, blond dus, die hen eten kwam geven en
soms een van hen mee nam. Ze was doodsbang van de dokter, hij moest haar blijven
verzekeren dat hij haar geen pijn zou doen. Ze bleef maar roepen over messen en
lampen. De dokter denkt dat ze zijn meegenomen naar een clandestiene
‘operatiekamer’ waar dokters hun nieren en in sommige gevallen andere
organen hebben weg gehaald. De wonden zijn zeer slecht gehecht en veelal
ontstoken, ook binnen is het slordig werk geweest. Kijk… we kunnen navragen
wie er in de ziekenhuizen nog transplantaties hebben gehad, maar zoals de dokter
ook als zei verwacht hij niet dat
de organen in België op de markt zijn gekomen, te riskant. Waarschijnlijk zijn
ze onmiddellijk na verwijdering op een vliegtuig gegaan met de organen. Organen
dat is big business. In landen waar het allemaal niet zo goed wordt
gecontroleerd, of mensen die heel wanhopig zijn en zelf artsen inhuren… Het is
moeilijk na te gaan waar de organen heen zijn als we geen namen hebben van
degenen die ze hebben vervoerd. De harttransplantatie daarentegen moet hier in
België zijn uitgevoerd, zegt die arts. Teveel risico’s, het kind hoefde het
toch niet te overleven, maar degene die het hartje heeft gekregen wel. Wat niet
wil zeggen dat een Belgisch kind nu met dat hart rondloopt, maar ook kan
betekenen dat die mensen zijn binnen gevlogen… Eigenlijk weten we dus niet zo
bijster veel meer, we moeten die gast aan het praten krijgen.” Vanbruane knikt
“De kinderen zouden hem herkennen denk je?” vraagt ze. Selattin knikt nu op
zijn beurt “Dat weet ik zeker.” Vanbruane denkt even na “Laat hen dan
hierheen brengen, dan doen we een line-up, wie weet vertelt die kerel ons wat
meer als hij is herkend.” Hoopt ze. “Tony, gaan jij en Barbara die kinderen
ophalen?” Tony staat op en pakt de autosleutels van het bureau “We zijn al
weg baas.” Barbara sloft lusteloos achter Tony aan het lokaal uit. “Ze
begint mij op m’n zenuwen te werken.” Bromt Vanbruane. “Eh… Selattin,
kunnen jullie misschien wat rondbellen in daklozenopvangcentra willen illegalen
ook nog wel eens komen… wie weet levert het wat op, wie weet kunnen we zo de
ouders van de kinderen vinden? Bel eventueel ook naar andere steden, het is niet
zeker dat de kinderen hier in Gent van de straat zijn geplukt.” Selattin denkt
even na “Britt vroeg zich af of de kinderen misschien niet zelfs uit hun land
van herkomst zijn ontvoerd, dat zou ook nog kunnen, een vraag is dan wel hoe die
kinderen hier heen komen, maar goed… illegalen kunnen ook onopgemerkt ons land
binnen komen, dus tja…” Vanbruane knikt nadenkend. Met een “Nouja, probeer
die opvangcentra maar… wat moeten we anders. Ga anders ook nog even met de
foto langs wat centra… wie weet herkennen ze die Vincent.” Zet ze hen aan
het werk. Vanneste kijkt haar na als ze met veerkrachtige passen haar bureau
weer in loopt “Als ik niet beter zou weten zou ik bijna denken da-ze een lief
heeft.” Bromt hij “ze huppelt zowat.” Selattin kijkt hem met een lach aan
“De baas verliefd? Op wie dan? Op u zeker…” Vanneste kijkt hem
verontwaardigd aan “Hé Sel, wat is dat, ik mag er zijn, of niet soms?”
roept hij uit.
“OK Vincent, je
bent herkend.” Grijnst Tony en voegt er sarcastisch aan toe “Dus kun je
rustig beweren dat je er niets mee te maken hebt, want dat geloven wij
natuurlijk meteen nu…” De man kijkt haar aan. “Hoezo herkend?” bromt hij
“Door wie?” Tony zucht “Door die kinderen natuurlijk klootzak.” Hij
haalt zijn schouders op en kijkt haar uitdagend aan “Ik weet van geen
kinderen.” Tony zucht “Ik word hier een beetje moe van.” Geeft ze
zogenaamd openhartig toe. “Dat spijt me dan voor je.” Tony trekt haar
wenkbrauwen op “Mij ook.” Zegt ze “voor jou… als ik moe word word ik
chagrijnig…” waarschuwt ze. Selattin knikt “Dat klopt…” zegt hij met
een glimlachje “Tja… ik ben al chagrijnig.” Zegt de man met een zelfde
glimlachje, hij neemt Tony’s gezicht geringschattend in zich op. “Luister
etterbak, we weten dat jij die ruimte hebt gehuurd, we hebben verklaringen, dat
is niet zo moeilijk…” De man knikt “Ja, ik heb die ruimte gehuurd.” Tony
kijkt Selattin aan “Nou… in de kamers die jij hebt gehuurd hebben wij een
stel kinderen gevonden, vier levenden en drie dooie…” gaat Tony verder.
“Met die kinderen heb ik niets van doen.” Zegt de man stellig. “Wat deed
je dan met die kamers?” vraagt Tony quasi geinteresseerd, het lijkt alsof het
verhoor van gisteren zich aan het herhalen is. “Ik gebruikte die om spullen
neer te zetten.” Zeg hij en vertrekt geen spier. “Ja, spullen… kinderen.
Dat is ook allemaal hetzelfde.” Zegt Tony op toegeeflijke toon. “Met die
kinder…” Selattin slaat met een vlakke hand op tafel “Dat hebben we nu wel
gehoord!” snauwt hij. “Die kinderen hebben u herkend, dus kennelijk hebben
zij wel wat met u van doen.” Gromt Tony erachteraan. De man kijkt van de een
naar de ander “Da kan nie.” Zegt hij alsof hij het zelf gelooft. “Nee, dat
kan niet, dat zal wel, maar het is toch zo…”
Tony leunt afwachtend in haar stoel. “Je hoeft niet te bekennen… we
hebben zo bewijzen genoeg dat jij daar was, dus het zal wel niet veel moeite
kosten om je die moorden aan te wrijven.” De man zucht “Ik heb die kinderen
niet vermoord.” Tony trekt een vermoeid gezicht “Ik heb genoeg van u, kom we
sluiten hem op, we zorgen wel dat de heel Nieuwe Wandeling weet wat je hebt
uitgevreten… kan je lachen…” glimlacht ze liefjes. “Luister, ik heb daar
niets mee te maken… OK?” Tony
rolt met haar ogen “Het zou nochtans helpen als je ons vertelde wat je wel
weet… wie weet wil ik dan geloven dat je er niets mee te maken hebt.” De man
heft zijn handen op “OK, ok… Het enige wat ik doe is die kinderen daar
verstoppen, daar vasthouden, meer doe ik niet. Ik geef ze te eten elke dag en
verder niks.” Hij haalt even adem “Toch nie…” zegt Tony “Weet je welke
taal die kinderen spreken?” vraagt ze hem. De man kijkt haar verbaasd aan
“Wij wel… in het ziekenhuis werkt een man uit Iran, hij heeft met die
kinderen gesproken. Ze wijzen jou aan als de man die hen naar plekken bracht
waar hen pijn werd gedaan… dus je hebt wel wat meer gedaan dan ze te eten
gegeven.” De man knikt “Ja, ja, dat klopt… Luister, er komt op een dag een
man naar me toe en die vraagt of ik plek heb om een paar kinderen vast te
houden. Ik moet ze vasthouden en te eten geven, zorgen dat ze niet dood gaan en
dan belt hij me af en toe om te zeggen waar ik ze heen moet brengen. Hij heeft
de kinderen nummers gegeven, dus dan zegt ie ‘breng nummer 1 en 2 naar…’
ja noem maar wat. Dat doe ik dan. Ik heb Bouman gebeld, een maat
van me, hij had nog ruimte. Ik wilde ze niet meer in huis hebben, ze
krijsten de hele buurt bij mekaar, om gek van te worden.” Tony kijkt Selattin
aan “Raar hè?” zegt ze sarcastisch. “Ik bracht ze er naar toe en dan
haalde ik ze later weer op… Ze sliepen dan altijd nog en dan legde ik ze in
een kamer neer en dan kwam ik later weer eens kijken hoe het met ze was.” Tony
kijkt de man aan “En je wist wat er met ze gebeurde…” vraagt ze. “Ik ben
er nooit bij geweest, maar ik denk dat ik het wel weet ja…” geeft de man
toe. “Kennelijk kreeg je veel geld voor dit klusje.” Raadt Selattin “Als
er zo goed over zweeg…” De man kijkt hem aan “Ach, het gebeurd toch wel
meer… Alleen soms ging er eentje dood, dat was… ik vond dat raar…” Tony
fronst wat “Wat denkt u dan, als iemands hart wordt uitgesneden, dat ie dan
nog gewoon doorleeft?” De man kijkt nu op en kijkt haar bevreemd aan
“Wat?” vraagt hij. “Die kinderen zijn… leeg geroofd, hun nieren, levers,
harten… noem maar op. Wat denkt u dat die organen voor de lol in je lichaam
zitten, dat je zonder ook wel verder kunt?” De man kijkt van Tony naar Selattin
“Wat?” herhaalt hij verbaasd. “U valt in herhaling.” Concludeert Selattin
droogjes. “Wat deden ze?” vraagt de man nu verbaasd. “U zegt net dat u dat
wel weet.” Gromt Tony “Ze haalden alle organen uit die kinderen.” De man
kijkt haar aan alsof ze een grapje maakt “Dat meen je niet.” Zegt hij.
“Nee, ik zit hier om uw en mijn tijd te verdoen.” Glimlacht ze fijntjes.
“Dat méén ik, anders zou ik het niet zeggen.” Snauwt ze nu hard. “Dat,
dat wist ik niet… Ik dacht dat ze gebruikt werden voor kinderporno.” Tony
kijkt Selattin aan “Ja, dat is inderdaad veel minder erg… dat geef ik toe,
zeker als de kinderen dood gepornoot worden…” De man heeft nu zoveel hersens
om toch maar even beschaamd naar zijn handen te kijken. “Ik wist dat echt
niet.” Mompelt hij. Tony zucht even “Namen…” commandeert ze “Wie heeft
jou opgedragen die kinderen te verstoppen?”
De man twijfelt nog even het lijkt alsof hij nog een keer wil mompelen
‘die weet ik niet’, maar Tony’s ijzige blik doet hem beseffen dat hij maar
beter een paar namen kan noemen wil hij niet voor de moorden opdraaien. “Gust
Verhey en… en een kerel die Marcus heet geloof ik… ik weet niet precies.
Gust ken ik al langer. Hij heeft mij ook gevraagd voor die kinderen te zorgen.
Gust is een slimme gast, hij houdt zich niet bezig met simpele kruimelzaakjes,
hij… hij heeft op school gezeten ook… lang. En die Marcus, ik geloof dat ie
dokter is ofzo.” Selattin kijkt Tony aan “Praktiserend arts?” vraagt hij
Vincent. “Een wat?” vraagt die verward. “Werkt hij ergens?” legt Selattin
zijn woorden ui. “Ik… ik heb ‘m es buiten zien komen bij het Palfijn…”
Hij kijkt Selattin aan “Ja… ik vond dat niet raar hè, hoeveel van die
mannen hebben niet allerlei perverse fantasieën, er zijn zoveel politici en
hogere lui die geil raken van kinderporno…” roept hij uit. “Toch niet
zoveel hoop ik.” Moppert Selattin. “Nou…” doet de man weer en het lijkt
alsof hij een schatting wil gaan maken. “Ja, ja.” Snauwt Tony “Dus die man
die buiten kwam was volgens u arts daar?” De man haalt zijn schouders op
“Hij liep naar de personeelsparking en stapte daar in z’n cabrio.” Geeft
hij zijn gedachtegang weer. “Zou hij die kinderen…” vraagt hij Tony.
“Tja, wie zal het zeggen?” Ze denkt het zelfde als Selattin, een chirurg die
er in zijn vrije uren nog wat bijklust. Zou zo’n man nog niet genoeg
verdienen? Zij heeft het idee dat die chirurgen aardig verdienen, beter toch dan
een flik in ieder geval. “Waar haalde die man die kinderen vandaan? Weet je
dat?” Vincent schudt zijn hoofd en kijkt Tony smekend aan “Ik weet het echt
niet…” zucht hij “Goed… ik weet dat het stom was om in zee te gaan met
die twee en dit te doen, maar ik had het geld nodig en… ja… ik stond nog in
het krijt bij die Gust. Maar ik weet er verder echt niets van. Ik schrok me
kapot toen die kinderen dood bleken te zijn. Ik wist niet wat ik met ze moest
doen…”
Vanbruane kijkt
hen zuchtend aan als ze even later weer op de gang bij elkaar komen. “Dit is
gruwelijk…” mompelt ze. Tony staat met een beker koffie in haar hand tegen
de muur geleund en Selattin haalt afwezig zijn handen door zijn haar voor hij
Vanbruane aan kijkt. “We moeten die Gust op hetzelfde moment op pakken als die
arts.” Raadt hij haar aan. Anders smeert een van de twee hem. “En we moeten
snel zijn.” Mompelt Tony “Anders smeren ze hem allebei.” Vanbruane kijkt
rond. Barbara hangt aan haar bureau wat verslagen van de zaak in te typen.
“Barbara!” schreeuwt ze op commandotoon “Zoek een adres bij deze naam!”
ze steekt Barbara die haastig aan komt hollen het papiertje toe. “Ga daar dan
daarna met Raymond en Pasmans onopvallend ter observatie staan. De man mag níet
ontsnappen en ook niet weten dat jullie hem in de gaten houden. Begrepen?!”
Barbara onderdrukt de neiging te salueren “Ja Baas.” Zegt ze tandenknarsend.
Ja generaal, had ze eigenlijk moeten zeggen, denkt ze, of ja kap’tein, ’t is
tenslotte kapitein Vanbruane. Ze loopt weg en Vanbruane kijkt Selattin een tikje
uitdagend aan ‘zeg er es wat van…’ lijkt ze te denken. Ze is Barbara’s
gezucht van vanochtend nog niet vergeten en neemt haar dat niet in dank af. Selattin
staat het ook nog vers in het geheugen en dus zegt hij niets over ‘oneerlijke
behandeling’ of ‘wat minder
hard aanpakken’. “En?” vraagt Vanbruane haar als ze even later weer
voorbij komt “Biekorfstraat 8” zegt Barbara alsof ze een robotje is.
“Keurig Barbara,” zegt Vanbruane simpel en kijkt Barbara aan als die blijft
staan. “Nu? Haast je en neem Pasmans en Raymond mee.” Wimpelt Vanbruane haar
weg. Barbara rolt met haar ogen en loopt naar het lokaal toe, even later komt ze
met Pasmans en Raymond in haar kielzog voorbij gehold. “Jullie gaan naar dat
ziekenhuis toe?” vraagt Vanbruane. Selattin knikt “Vanneste is nog bezig met
die foto, bij die opvanghuizen, ik vraag me af of dat wat oplevert, want als het
waar is wat hij zegt is Vincent zelf niet degene die de kinderen uitkiest.”
Tony knikt “En ik denk dat hij min of meer de waarheid spreekt.” Geeft ze
toe. “Als jullie hulp nodig hebben kan je hem oproepen.” Selattin kijkt naar
de klok, het verhoor heeft langer geduurd dat ze hadden gehoopt. “Is er iets
Sel?” vraagt Vanbruane oplettend. “Ik eh… ik hoop dat we hem niet mis
gelopen zijn, het is al laat en het is… vrijdag… eh… en ik wil op tijd
naar huis eigenlijk…” Vanbruane kijkt hem aan “Iets met Britt?” vraagt
ze. “Ja… eh nee, ja we willen graag uit vanavond, vandaar.” Vanbruane
knikt “Dat zal wel lukken. Ga maar kijken of je hem kunt vinden.”
Tony draait het
parkeerterrein van het Palfijn op als Tony’s telefoon gaat. “Tony… eh…
ja baas, natuurlijk… oh… OK, het hele weekend?” Ze praat nog even door en
klapt haar telefoon dan dicht. “Barbara heeft het huis van die Gust gevonden,
maar zijn buurvrouw zei dat hij dit weekend weg is, op vakantie… Zij moest
voor zijn hond zorgen, vandaar dat ze het wist, hij komt maandag weer terug.” Selattin
trekt zijn wenkbrauwen op “Laten we dat maar hopen dan.” Ze lopen het
ziekenhuis in en meteen door naar de balie. “Tony
Dierickx… Selattin Ates, politie Gent.... mogen
we u wat vragen.” Begint Tony enthousiast. Het meisje achter de balie knikt.
“Wij zijn op zoek naar een arts… een chirurg… Marcus… eh…” Het
meisje kijkt haar aan “Marcus Vanwalle?” vult ze in “Eh… ja, die ja. Hij
is…” “Hij is hartchirurg hier,” doet het meisje overbehulpzaam. “Hij
rijdt in die cabrio, niet waar?” vraagt Selattin tussen neus en lippen door.
Er breekt een glimp van eindeloze bewondering en adoratie door op het gezicht
van het jonge meisje als ze knikt “BMW cabrio” lispelt ze. “Is Marcus aan
het werk nu?” wil Tony weten. Het meisje schudt haar hoofd “Hij heeft weer
te hard gereden zeker.” Giechelt ze, alsof het dagelijkse kost is dat de
politie aan haar balie verschijnt om te vragen naar deze arts. “eh ja… weet
u waar wij hem kunnen vinden?” Het meisje kijkt hen aan “We hebben de
adressen, maar die mogen we niet zomaar aan iedereen geven.” Zegt ze.
“Mevrouw… wij zijn van de politie.” Doet Selattin ongeduldig, om te testen
hoe dom ze is. “Ja, u hebt gelijk,” zegt ze licht beschaamd, Tony fronst
haar wenkbrauwen en kijkt Selattin aan. Wat een stom kieken, zegt ze geluidloos
in zijn richting. Ook Selattin trekt een gezicht waaruit valt op te maken dat
hij zoveel leeghoofdigheid ook niet kan snappen. “Maar hij is niet thuis
hoor…” waarschuwt ze hen, zonder op het rooster te hoeven kijken, als ze het
adres geeft “Hij is dit weekend naar Afrika. Hij gaat soms een weekend daar
naar toe om de arme weeskinderen te verzorgen…” Tony kijkt Selattin aan
“Een weekend?” vraagt ze. Het meisje knikt ijverig en vertelt alsof het om
haar grootste idool gaat “Ja, Marcus is erg veel met liefdadigheid bezig, hij
gaat dan naar zo’n land toe en dan helpt hij daar kinderen die in weeshuizen
zitten en die geen fatsoenlijke medische hulp krijgen… Hij is zo…” ze
zucht even. “Eh… heeft u een relatie met die man?” vraagt Selattin om ’t
een en ander helder te krijgen. “Oh… eh nee, maar we zijn goed bevriend.”
Herstelt het meisje zich en kijkt hem betrapt aan. “Oh… nee, natuurlijk.”
Zegt Selattin licht verward. “Hij zal wel charisma hebben zeker.” Glimlacht
Tony als ze weer naar buiten lopen, een adres rijker. “Een arts die af en toe
een weekend naar Afrika op en neer gaat om daar kinderen te verzorgen.” Zegt
ze als ze in de auto zit. “Hoe aannemelijk klinkt dat.” Grinnikt Selattin.
“Gust en Marcus die allebei een weekendje weg zijn… Hoe verdacht is dat? Ik
begin te vermoeden hoe ze die kinderen uitkiezen, op de een of andere manier
gaan ze die daar dus gewoon halen. Waarom zouden ze anders een weekendje op en
neer gaan?” Tony kijkt Selattin aan “Ik bedoel, iemand die daar kinderen
gaat verzorgen en ze hier open komt snijden? Lijkt me niet…” Ze rijden naar
het adres om daar zelf ook tot de conclusie te komen dat meneer inderdaad niet
thuis is. “Rijden we binnen?” Selattin knikt “Laten we dat maar doen, het
is al laat genoeg als je het mij vraagt.” Tony lacht “Wat gaan jullie
vanavond doen?” wil ze weten. “Och, eten en naar het theater… Het is al
weer even geleden dat we iets leuks hebben gedaan en Mihriban wilde graag eens
een keer een avondje wat leuks doen met Dorien en Nabila, dus dat kwam goed uit.
Zeg… hoe is Vanbruane eigenlijk als babysit?” Tony lacht “Ach wel OK, maar
ik geloof dat ze kinderen minder makkelijk de baas kan dan volwassenen, als je
het mij vraagt hebben Vera en Thomas flink tot laat lopen stieren, maar goed…
ze lagen er in toen we terug kwamen en dat hebben we wel eens anders mee gemaakt
dus…”
Word vervolgt
Geschreven door Holymarymins