Mijn
koninkrijk voor een kind
- Als Nadine de deurbel hoort
controleert ze nog snel haar make-up in de spiegel voor in de hal voor ze de
deur open doet. Max staat op de stoep met een bosje bloemen. Hij zuigt
verrast zijn adem in als hij haar ziet staan en doet een stapje terug om de
volle lengte te bewonderen. “Sjiek genoeg?” Vraagt Nadine met een
ondeugend glimlachje. “Absoluut…” taxeert Max waarderend. “Zullen we
dan maar?” vraagt hij “Ik heb gereserveerd voor half 8.” Nadine voelt
de spanning van een eerste afspraakje en vraagt zich af waarom ze de zenuwen
heeft, ze is al zo vaak wezen eten met Max. Maar goed, het is dit keer
natuurlijk voor het eerst dat het zo officieel een avondje uit is… hun
eerste echte afspraakje eigenlijk. En ook al is de eerste kus inmiddels al
verleden tijd, het blijft opwindend… zo’n eerste afspraakje. Als een
jong meisje loopt ze aan zijn hand naar de auto en kijkt hem glimlachend aan
als hij het portier voor haar open houdt. Ze rijden naar het restaurant wat
hij weer uitstekend heeft uitgekozen. Het tafeltje lijkt ook zorgvuldig
geselecteerd. Het staat afgezonderd van andere tafeltjes, zodat ze van
nieuwsgierige blikken geen last hebben. De burgemeester heeft nu eenmaal het
probleem dat hij nog wel eens herkend wordt en dat willen ze deze avond
liever niet. Beiden zien ze er een groot voordeel in om het voorlopig nog
even simpel te houden, slechts voor hen beiden. “Nadine… op onze
toekomst dan maar?” hij tikt haar glas aan “Op onze toekomst.”
Glimlacht Nadine en kijkt over haar glas in de grijze ogen van Max. “Ik
prijs mezelf gelukkig dat ik hier mag zitten met jou.” Zegt hij zacht.
- “Mihriban weet dat ik mijn
telefoon aan heb, hè?” vraagt Britt voor de derde keer. Selattin lacht
“Ja Britt, daarbij Mihriban is dokter, er zal niets met Nabi gebeuren als
zij er bij is… Relax nu maar.” Hij kijkt haar aan en ziet haar zuchten.
Het is de eerste keer dat ze samen weg zijn sinds de geboorte van Nabila en
het lijkt alsof ze het nog maar moeilijk heeft met het achter laten van
Nabila. En dat van Britt, die een week hiervoor nog graag wilde gaan werken,
Selattin vindt het wel amusant. Hij buigt voorover en kust haar zacht op
haar lippen. “Rustig maar, het komt allemaal heus in orde, het is
Mihriban… Eet nu wat… geniet vanavond eens.” Britt sluit even haar
ogen en kust hem terug. “Je hebt gelijk, ik stel me aan.” Fluistert ze.
“Het is… misschien hadden we Nabi gewoon mee moeten nemen.” Grinnikt
ze. “Misschien…” lacht Selattin “Dat is iets om de volgende keer uit
te proberen.” Belooft hij. “Kom op…” zegt Britt “Nog een paar
weken en dan kan ik weer gaan werken, ik zal er toch aan moeten wennen.
Selattin staat op en loopt om de tafel heen. Hij gaat achter Britt staan en
slaat zijn armen om haar heen “Je zult het geweldig doen, dat weet ik
zeker.” Zegt hij zacht. “Ja…” glimlacht Britt “Ja…”
- “Ik weet ook niet precies waar
het over gaat, maar ik hem me laten vertellen dat het een interessante
voorstelling is.” Max leunt tegen een pilaar aan en kijkt in het foldertje
van de voorstelling die ze zo dadelijk gaan zien. “Het ziet er mooi
uit.” Wijst Nadine op een foto. Ze praat een tijdje rustig met Max en als
de zaal bijna open gaat hoort ze plotseling twee bekende stemmen naderen.
“Maar Britt… anders bel je toch gewoon even, dan weet je hoe het met ze
gaat…” de rustige stem van Selattin en Britts’ gespannen antwoord
“Dan denkt Mihriban dat ik gek ben.” Een zucht van Selattin “Als jij
niet belt nu doe ik het… Anders zit je zo gespannen als een veer in die
voorstelling…” Nadine kijkt snel om en ziet Britt en Selattin vlak bij
staan te discussiëren. “Oh oh…” doet ze en kijkt Max aan. Die kijkt
vragend naar haar en maakt een verbaasd geluid als zij hem aan zijn hand mee
trekt naar een andere ingang, een eind bij Selattin en Britt vandaan.
“Bekenden?” raadt hij wat er aan de hand is. Ze knikt “Twee mensen van
mijn team.” Zegt ze met rode wangen. “En die mogen het nog niet weten
van ons…” raadt hij. Nadine kijkt naar haar vingers “Nu… ik
dacht…” begint ze. Max strijkt een paar haren uit haar gezicht “Het is
OK Nadine, het is OK, ik ben het daar mee eens, ik plaagde maar wat.” Hij
kijkt haar glimlachend aan en de spanning zakt zichtbaar van haar gezicht.
Max slaat zijn armen om haar heen “het is niet erg… laten wij nu maar
gewoon met zijn tweeën
genieten. Er is nog tijd genoeg om het openbaar te maken.” Beaamt hij. De
zaal gaat open en de mensen stromen langzaam als een trage stroom binnen. De
voorstelling begint en het is inderdaad prachtig en zeer indrukwekkend. Als
het bijna is afgelopen voelt Nadine hoe haar mobiel afgaat. Ze kijkt op het
schermpje en ziet het nummer van Tony verschijnen. Ze denkt even na, Tony
zou toch zeker niet bellen als er niets aan de hand was, denkt ze. Even
twijfelt ze, maar juist op dat moment is het koor een lied behoorlijk hard
aan het zingen. Snel neemt ze op. “Tony?…
ja… eh… wat?... wat?!...
natuurlijk... ik, ik kom er aan, allebei oppakken onmiddellijk… kom me
oppikken bij de schouwburg… neem een kogelvrij vest voor mij mee…” Max
kijkt opzij naar haar als ze haar mobiel weg stopt. Het koor heeft het
eindlied ingezet. “Ik moet weg…” fluistert ze “Werk… iemand waar
we vandaag achter aan zaten is thuis gekomen…” Ze staat gehaast op. Op
het moment dat ze op staat ziet ze aan de andere kant van de schouwburg ook
twee mensen op staan. “Zie ik je nog vanavond?” vraagt Max terwijl ze de
zaal uit gaan. “Ik weet het niet… ik hoop het…” zegt ze snel.
“Ik…,” Max aarzelt “Ik ben thuis… met een wijntje… als je
wilt…” houdt hij alle opties open. Nadine knikt “Ik zal het
onthouden.” Zegt ze zacht. “Dag Max, ik heb een heerlijke avond gehad,
het spijt me, maar mijn werk…” Max knikt “Ik begrijp het… geloof me,
ik begrijp dat wel.” Voorzichtig pakt hij haar hoofd tussen zijn handen en
zoent haar. Zijn handen glijden naar beneden over haar schouders en rug. Als
hij stopt leunt hij even naar achter “Ik geloof dat ik verliefd op je
ben…” concludeert hij droog. Ze glimlacht “Ik ook op jou…” ze
geeft hem nog snel een zoen en loopt dan naar de garderobe om haar jas te
halen. Ze is niet al te verbaasd als ze daar Selattin en Britt ziet staan.
“Dag Sel, dag Britt…” ze lacht even als ze hun verbaasde gezicht ziet.
“Baas?” Britt kijkt haar vragend aan. “Ik was ook naar de
voorstelling.” Legt ze haar aanwezigheid uit. “Dat had ik gegokt.”
Grinnikt Selattin. “Alleen?” vraagt Britt en slaat dan haar hand voor
haar mond “Sorry…” zegt ze “Dat was eh… dat zijn mijn zaken
niet.” Haar wangen zijn rood gekleurd en Vanbruane moet echt even lachen
om haar gezicht. “Met een vriend.” Laat Vanbruane alle opties in het
midden. “Ga je mee naar die arrestatie, Britt?” vraagt ze snel. Britt
kijkt haar met een lachje aan “Samen uit, samen thuis, niet waar?” ze
wijst op Selattin “Ik ben op de hoogte van alle details, dus ik…”
Vanbruane knikt “Jij gaat mee, er moet nog wel een extra vest in de wagen
liggen denk ik en anders… met alle respect hoor, anders neem je dat van
Barbara.” Ze zegt het met een klein lachje, maar ze bedoelt het ook met
een zekere grimmigheid. Het is een grapje, met een dubbele bodem. “Ik ga
mee.” Belooft Britt, ze kan niet verbergen dat ze wel zin heeft in een
actie. Ze lopen samen naar de deur toe en springen alledrie achterin als
Tony langs komt geracet met de jeep. “Barbara zit bij Pasmans in de
wagen.” Zegt ze snel, als Vanbruane haar vragend aan kijkt. “Heb jij
extra vesten bij je?” vraagt Vanbruane. Tony lacht “Ik ben bij Mihriban
langs gereden, die heeft de pistolen van zowel Britt als Selattin
meegegeven… ze zei dat Sel en Britt samen uit waren, dus… ja,
natuurlijk, baas.” Vanbruane kruipt naar de voorbank. “Zo vertel.”
Commandeert ze. “We hebben voor de zekerheid natuurlijk toch een
observatie bij beide huizen staan…” begint Tony
“En nu meldde het team dat bij Gust voor het huis staat dat er
activiteit in het huis is en waarschijnlijk is het Gust zelf, de auto is
weer voor het huis geparkeerd…” Vanbruane knikt “En die arts… Marcus?”
Tony schudt haar hoofd “Die is nog niet thuis…” Vanbruane kijkt
Selattin aan “Hoe kan dat nu, ze waren toch samen weg?” mompelt ze.
“Ja, dat dachten wij, maar wie zegt dat dat zo is.” Vanbruane trekt een
gezicht “Allebei een weekendje weg, nou, zo raar is het dan toch niet dat
wij dachten…” ze maakt haar zin niet af als ze Selattins’ lachje ziet,
ze heeft er een hekel aan als haar theorieën niet kloppen. “Het is wel
zeer vervelend dat we Gust nu al op moeten pakken… dikke kans dat die
dokter dat hoort en helemaal niet meer terug komt.” Moppert Vanbruane die
haar hele schema in de war ziet geschopt. “Tja, er is niets aan te doen,
als Gust er lucht van krijgt dat we de kinderen en Vincent hebben spelen we
ze allebei kwijt.” Mengt Britt zich in de discussie. Iedereen kijkt haar
aan “Jullie…” zegt ze snel “Dan spelen jullie hen kwijt… ach, stik
toch!” roept ze uit als de anderen beginnen te lachen “Wij!” grinnikt
Tony, ze parkeert de wagen en stapt zelf als eerste uit. Bij de achterbak
trekken ze allemaal hun kogelvrij vest aan en Britt controleert haar wapen
even, het is al even niet meer gebruikt natuurlijk. “Zitten alle
onderdelen er nog aan Britt?” grapt Vanbruane. Ze lopen richting het huis
waar Vanneste, Barbara en Pasmans al staan te wachten. “Raymond wilde er
zijn bed niet voor uitkomen…” moppert Pasmans. “Geen probleem
Wilfried, we redden het wel zonder hem.” Wijst Vanbruane op Britt. Als
Barbara haar in het oog krijgt opent ze haar mond om een opmerking te maken,
maar Vanbruane legt haar met een vingerknip het zwijgen op. Britt kijkt
licht geschrokken naar Vanbruane, zo’n felle houding is ze niet zo van
haar baas gewend. Ze trekt haar wenkbrauwen op, maar Selattin kijkt haar met
een blik aan die zegt ‘laat maar zitten’. “OK,” begint Vanbruane
“We weten dat er iemand binnen is…” Vanneste knikt “We weten vrij
zeker dat het onze man is.” Voegt hij daar aan toe. Snel wordt er
besproken hoe ze te werk zullen gaan. Het duurt niet lang of Britt en Tony
naderen het huis van de achterkant en melden dat ze bij de poort staan als
ze zich door het brandgangetje hebben gewurmd. “Geef me eens een
voetje.” Gebaart Britt naar Tony, ze zet haar voet in Tony’s handen en
kijkt over de poort. “Hij zit TV te kijken.” Sist ze en hijst zich op de
poort, ze springt aan de andere kant naar beneden en schuift de grendel van
het oude krakkemikkige geval. Tony sluipt geruisloos achter haar aan tot ze
bij de keukendeur staan. “Wij staan klaar.” Meldt Tony snel. Voor aan de
deur belt Selattin aan, terwijl Ben naast hem staat te wachten en Barbara en
Pasmans allebei langs een andere kant het brandgangetje in komen, om te
zorgen dat hij niet langs daar zal kunnen ontsnappen. Britt en Tony zien hoe
de man naar het raam loopt en achterdochtig het gordijn opzij schuift. Hij
lijkt te schrikken en loopt naar een kast. “Shit, hij pakt een pistool.”
Meldt Tony voorbarig. Maar ze blijkt gelijk te hebben. De man pakt een
pistool en loopt naar de voordeur. “Hij komt de deur opendoen, met een
pistool in zijn handen.” Waarschuwt Tony. Britt loopt naar de keukendeur
en probeert even of die open is, dat blijkt zo te zijn. “Kom,” wenkt ze
Tony. Snel glippen ze het huis binnen. “Wij zijn binnen.” Meldt Tony
fluisterend en sluipt met Britt door de kamer. Ze horen hoe de man de deur
van het slot haalt. Snel rent Britt door de kamer en verschijnt achter de
man in de gang op het moment dat hij de deur open doet. Hij houdt zijn
pistool achter de deur, zodat Selattin het niet direct ziet. “Sel…”
begint hij en doet dan geschrokken een stap terug als de man het pistool te
voorschijn haalt. “Sel!” roept Britt, het verward de man die zijn vinger
aan de trekker heeft, zonder na te denken schiet hij op Selattin en draait
zich dan om. Maar Tony en Britt hebben de kleine afstand al lang overbrugt
en nog voor hij zich goed en wel heeft kunnen omdraaien overmeesteren ze hem
al. Britt slaat het pistool uit zijn handen en schuift het weg van hen.
Selattin is op de grond gevallen. Tony gooit de man in de boeien terwijl
Britt op Selattin afrent en bij hem neer knielt “Sel?” Ze grijpt hem
vast “Sel…” het lijkt even alsof ze in paniek zal raken, maar Selattin
doet zijn ogen al open en gaat even versuft recht zitten. “Wow… zo’n
ding houdt misschien de kogel wel tegen, maar wat een klap…” Tony duwt
de tegenspartelende Gust bij Ben in de armen en knielt zelf bij Selattin
neer. “Ca va?” wil ze weten. Selattin knikt en slaat zijn armen om Britt
heen. “Maar goed dat je riep,” mompelt Tony “Anders had hij zeker op
zijn hoofd gericht.” Of dat zo zou zijn geweest valt natuurlijk niet te
zeggen, maar Tony ziet dat het Britts’ twijfel weg neemt of de man niet
geschoten heeft juist omdat hij schrok van haar geschreeuw. Selattin kust
haar en strijkt haar haren weg “Niks aan de hand.” Fluistert hij.
Vanbruane komt over het tuinpad aangerend. “Ca va?” roept ze al van
verre. Selattin knikt en staat, geholpen door Tony en Britt op. “Blauwe
plek…” kreunt hij terwijl hij voorzichtig op zijn ribbenkast klopt.
“Beter dan een doorboord hart.” Meent Vanbruane. “Goh, zou je
denken?” probeert Britt luchthartig te doen, maar ondertussen laat ze
Selattin niet los. “Willen jullie hem nu verhoren?” vraagt Vanbruane aan
Tony. Die twijfelt even “Misschien kan hij ons wel vertellen waarof die
arts uithangt… Langs de andere kant…ik verwacht niet dat hij praatgraag
zal zijn en ik denk ook niet dat iemand nu die Marcus nog kan bereiken…
dat weet natuurlijk niemand nu dat Gust is opgepakt…” Ze twijfelt even
“Proberen?” vraagt ze
Selattin. Die knikt en kijkt Britt aan “Mee proberen?”
vraagt hij. Die grijpt de kans met beide handen, ze zal voorlopig de
slaap toch nog niet kunnen vatten verwacht ze. “En u, baas?”
vraagt Tony “Als u wilt kunt u wel naar huis hoor, dit doen wij
drieën verder zelf wel.” Barbara komt aanlopen met Pasmans “Willen we
hem nu verhoren?” vraagt ze. Tony kijkt Vanbruane aan “Eh…,” begint
ze “Kunnen jullie het huis doorzoeken, kijken of er wat bruikbaars is, wat
er dan ook te maken heeft met kinderen, organen, reizen… wat dan ook…
Een agenda, contacten, een computer?” Pasmans, enthousiast als altijd,
kijkt Barbara aan “Nou, kom op dan.” Roept hij vrolijk. “Ik zou die
twee toch moeten combineren.” Mompelt Vanbruane als ze Barbara achter
Pasmans aan naar binnen ziet sloffen. “Denkt u?” vraagt Britt serieus.
Vanbruane zucht eens “Waar moeten wij u afzetten?” vraagt Tony als ze in
de jeep stappen na nog wat overlegt te hebben met Vanneste, die net zo lief
weer terug zijn bed in kruipt, Barbara en Pasmans. “Eh…,” Vanbruane
vraagt zich af of Tony het adres van Max zou kennen, of het in de gaten zou
lopen. Ze kijkt op haar horloge, het is eigenlijk ook al idioot laat… Nee,
ze besluit het er niet op te wagen, al klinkt een wijntje met Max op dit
moment nog zo aanlokkelijk, haar bed klinkt ook niet verkeerd. “Thuis.”
Zegt ze snel. Tony knikt en slaat een straat in om richting het huis van
Vanbruane te rijden. “Tot morgen baas?” roept ze vragend als Vanbruane
uitstapt “Tot morgen.” Bevestigt Vanbruane dat het morgen weer een
gewone werkdag wordt. “Welterusten.” Roept Tony vrolijk en racet weer
door. Vanbruane staat even op de stoep van haar huis te kijken tot de auto
de hoek omslaat. Ze loopt naar binnen en hangt haar jas op. Ze hebben niets
gezegd van haar ‘galaoutfit’, met een glimlach zakt ze met een glas wijn
op de bank neer naast het antwoordapparaat. Het rode lichtje knippert ten
teken dat er weer een boodschap op het apparaat staat. De eerste boodschap
is van haar vader, die overduidelijk weer heeft zitten spelen met zijn
telefoon. Ze vraagt zich met een zucht af waarom het ouderlingenhuis de
bewoners hun telefoon niet af pakt na 10 uur ’s avonds… een algemeen
defect in de telefoonlijn… elke avond om 10 uur, waarom niet? Demente
bejaarden zouden toch niet meer in staat moeten zijn om hele nachten naar
hun kinderen te bellen? Met een zucht gaat ze naar het volgende berichtje
“Hoi Nadine… Ik ben het… ik wilde je alleen even laten weten dat ik
het vanavond heerlijk heb gehad… ik hoop je snel weer te zien…
welterusten.” Met een glimlach luistert ze naar Max’ warme stem, ze
neemt een slokje van haar wijn en sluit haar ogen. Voor ze het weet is ze op
de bank in slaap gevallen.
- “Doen jullie het verhoor maar.
Ik volg hier naast.” Zegt Selattin. Britt glimlacht dankbaar naar hem. Ben
komt boven met Gust en duwt hem de verhoorkamer in. “Nou dames, veel
plezier met hem, ik ga naar bed.” Knipoogt hij en loopt meteen door. Tony
kijkt Britt aan “Laten we hopen dat hij in ieder geval iets zegt.” Ze
opent de deur en gaat achter de tafel zitten. Britt zet zich in een stoel
naast haar en kijkt Gust aan die onverschrokken terugkijkt. “Zo…”
begint ze “Daar zitten we dan… Dat was niet zo’n handige actie, of
wel?” doelt ze op het schot dat Gust heeft afgevuurd “Schieten op een
politieman…” Gust kijkt haar kwaad aan “Als u niet als een halve gare
had staan te gillen was er niets gebeurd.” Snauwt hij. “Ja, ja,” doet
Tony “En dat moeten wij geloven?” ze maakt een proestgeluid met haar
lippen. “Geloof maar wat je wilt… al moet ik zeggen… Flikken, ik jaag
ze liever allemaal een kogel door hun kop, dus waarschijnlijk had ik dat wel
gedaan als jullie me niet hadden tegengehouden.” Hij zegt het met een zelf
ingenomen grijns. “Ja… dat helpt je zaak echt.” Mompelt Britt. “Enig
idee waarom je hier zit, lolbroek?” Tony schikt wat papieren en kijkt Gust
vragend aan. “Geen idee, ik heb niets tegen de flikken en doe niets
fout… dus…” grinnikt hij. “Je zit hier niet voor die paar keer fout
parkeren of die snelheidsovertredingen,” helpt Britt hem. “Weet je wie
hier ook zit?” Gust kijkt Tony met een dommige blik aan “Wel…?” Tony
schuift een foto van Vincent naar voren “Je maat, Vincent. En weet je
waarom hij hier zit?” ze wacht een antwoord niet af
“Omdat hij een pand had gehuurd van een vriend van hem en daarin
hield hij kinderen vast… Jammer genoeg voor hem hebben wij die kinderen
per ongeluk gevonden, vier levend en drie dood… En nog jammerder voor jou,
want Vincent heeft ons… na wat aandringen verteld voor wie hij die
kinderen daar hield… Je zult wel snappen dat we je vriend Marcus ook op
ons lijstje van gezochte personen hebben geplaatst… We zouden met hem ook
graag eens babbelen, maar ja. Jij was toevallig het eerste thuis, dus
vandaar.” Gust haalt zijn schouders op “Ik weet niets van kinderen, ik
ken die gast niet…” Hij schuift de foto van Vincent terug naar Tony.
“En Marcus ken je ook niet?” vult Tony behulpzaam aan. “Inderdaad, ken
ik ook niet.” Tony knikt “Juist ja… dat zou ik nog best willen geloven
als ik vandaag niet dit had gekregen van mijn collegaatje…” Ze schuift
een papier naar hem toe “Je bent aangehouden, vorige week, te hard
rijden… weet je nog? En weet je nog met wiens auto je reed?” Ze neemt
het papier terug en leest het kenteken voor “de BMW cabrio van… Marcus…
Hmm, de auto van iemand die je niet kent, gejat, sleutels gevonden?” Gust
kijkt haar boos aan. “En probeer me niet wijs te maken dat je daar niet
was, men heeft jouw ID kaartnummer opgeschreven.” Maait ze hem wat gras
voor de voeten weg. “Kijk, we kunnen het hier nog heel lang over hebben,
maar we weten dat jij te maken hebt met die kinderen. Vincent heeft
verklaard dat hij ze naar jou toebracht en ze dan weer op kwam halen. Wij
weten wat er met die kinderen gebeurd is en hoe ze zijn vermoord, het kost
ons weinig moeite om dat aan jou te linken. Ik ben er zeker van dat onze
collega’s op dit moment in je huis wel wat kunnen vinden om jou aan die
moorden in de schoenen te schuiven en ach… je kent ons, anders maken we
zelf wel wat bewijs.” Glimlacht Britt fijntjes. “Dus… ga je gang,
ontken alles, ik haat vuillakken als jij. Doe míj ’n cadeau en zeg
helemaal niets… draai je voor jaren de bak in. Daar zijn mensen als jij
erg populair… dat kan ik je wel vertellen. Maar ja, daar weet jij alles
van.” Britts’ gewoonlijke dreigementen lijken weinig indruk te maken.
“Dat reisje naar Afrika, kijk, je staat op een pasagierslijst… Ja,”
zegt ze terzijde tegen Britt “Barbara heeft behoorlijk haar huiswerk
gedaan vanmiddag.” Britt kijkt licht onder de indruk naar het papieren
bewijsmateriaal wat op zich niet al te veel waard is, omdat ze natuurlijk
niet zomaar een passagierslijst krijgen en het gewoon bluf is, maar absoluut
goed gebruikt kan worden als pressiemiddel. “Liefdadigheid… ik werk daar
met weeskinderen.” Legt Gust snel uit, te snel. “Aha, daarvan ken je
Marcus natuurlijk.” Glimlacht Tony “Jullie doen allebei dat
liefdadigheidswerk, wat een aardige mannen zijn jullie toch… Daar gaan
jullie kinderen helpen en hier vermoord je ze? Ja dat zal de rechter echt
heel geloofwaardig in de oren klinken. Halen jullie ze daar vandaan, Gust?
Weeskinderen uit Afrika en het Midden-Oosten. Het zal je wat tegen vallen,
maar een van de dokters in het ziekenhuis is een Iraniër, hij kon met de
kinderen praten…” Het lijkt waarempel of Gust even een klein beetje
schrikt, maar hij herstelt zich net zo snel weer. “Hij zegt niets…”
concludeert Britt droog na een tijd als ze op de gang staan. “We moeten
die Marcus ook hebben.” Meent Tony “Dan hebben we wat meer in handen,
kunnen we ze tegen mekaar gebruiken.” Britt knikt “Ik informeer op de
luchthaven of hij inderdaad is vertrokken. Hij zal van Zaventem gegaan
zijn.” Tony kijkt haar aan “Wil je daar nu nog heen rijden?” vraagt
ze. Britt haalt haar schouders op “Ik kan morgen slapen, ik heb vrij,”
lacht ze “Ja, ik denk dat er haast bij is. We moeten weten of hij
inderdaad vandaag vertrokken is en wanneer hij terug komt. En dat gaan ze
ons echt niet over de telefoon vertellen. Ik denk dat we hem op het
vliegveld op zullen moeten wachten…” Tony zucht “Dan hebben we hulp
van de federalen nodig, wij hebben daar niets te zoeken.” Britt mompelt
wat “Ik heb nog wel wat connecties met Brussel… misschien kan ik nog wel
wat regelen, vriendendienst… je kent dat.” Tony kijkt haar met een
twinkeling in haar ogen aan, Britt is back, denkt ze vrolijk. “Sel…, ik
rijd naar Zaventem…” valt Britt met de deur in huis “Wat?” Selattin
kijkt Tony vragend aan en wijst op Britt en dan tikt hij tegen zijn
voorhoofd “Dat heb ik gezien, Sel.” Waarschuwt Britt. “Ja, misschien
ben ik heel dom hoor, maar waarom ga je naar Zaventem?” vraagt hij met een
vraagtekengezicht. Snel legt Britt uit wat ze wil. Hij zucht “Nouja, de
kinderen zijn toch bij Mihriban. Ik ga wel met je mee.” Tony maakt een
fluitend geluid “Wat romantisch, een nachtelijk uitstapje naar Zaventem.
Zeg, ik steek die Gust terug in zijn cel, ik kan nog een uur proberen, maar
daar krijgen we toch niets uit.” Britt is het daar mee eens. De man lijkt
niet erg spraakzaam. “Dan rijd ik nog even naar Barbara toe, kijken of die
nog wat van waarde hebben gevonden in dat huis. Daarna ga ik naar huis,
slapen… Tot morgen en hé Britt, bedankt!” Tony steekt haar duim even op
en loopt dan het lokaal uit naar de verhoorkamer waar Gust geboeid zit af te
wachten. Britt en Selattin graaien hun spullen bij elkaar en lopen naar
buiten naar de jeep. “Zo, een nachtelijk tochtje.” Glimlacht Selattin
terwijl hij twee bekertjes koffie in de bekerstandaard zet. Britt start de
auto en zet een zacht muziekje op. “Ach met jou samen vind ik dat niet
erg…” glimlacht ze en kijkt opzij. “Ik ga lekker slapen.” Pest
Selattin “Ik moet morgen weer werken, jij niet.” Britt knikt “Ik niet
nee…” Selattin kijkt plagerig opzij “Geen moeite mee om Nabi nu achter
te laten…?” Britt lacht “Ben jij gek, die gaan we nu eerst ophalen.”
Ze trapt het gaspedaal in. “Serieus?” Britt knikt “Ze moet drinken…
geloof me, anders klap ik!” Ze rijden snel langs hun huis waar ze een
briefje achter laten voor Mihriban die op een matras in Doriens’ kamer
ligt te slapen en Britt Nabila voedt terwijl Selattin alles klaar maakt om
haar mee te nemen.
-
- “Goedemorgen Sel… goedemorgen
Britt…goedemorgen Nabi,” Vanbruane heeft pretlichtjes in haar ogen als
ze de twee met de maxicose ziet binnen komen. “Heeft Nabi jullie weer
opgehouden vannacht?” vraagt ze plagerig en kietelt het kindje onder haar
kin. Nabila beloont haar inspanning door vrolijk een paar spuugbelletjes te
blazen en uiterst innemend rond te kijken. Selattin trekt een gezicht en
ploft achter zijn bureau neer. “Hij is inderdaad gisterenmiddag vertrokken
en hij komt morgenavond weer terug, ongelooflijk dat je dat wil.” Tony zit
op haar bureau en kijkt Selattin aan “Waar is hij naar toe?” wil ze
weten. “Algerije.” Zegt Britt die aan haar eigen bureau neer stort
zonder aandacht te schenken aan Barbara die een verontwaardigd piepje laat
horen vanachter de bar. “Ik heb dat opgezocht, in Algerije is wat gedoe
met het FIS.” Licht ze toe “Wat?” Tony kijkt niet begrijpend. “Het
FIS een radicale Islamitische groep, ze wonnen ooit eens bijna de
verkiezing, maar toen heeft het leger ingegrepen, anders zou Algerije een
Islamitische staat zijn geworden. Ze hebben toen lang gevochten, het FIS
werd verboden, ze gingen ondergronds en dus een hoop terreuraanslagen… het
gewoonlijke gedoe. Nu is het geloof ik wat minder, maar er zijn al veel
slachtoffers gevallen, veel mensen onterecht in de gevangenis, een grote
puinzooi dus.” Vat ze samen. “Goh…
Algerije, wat spreken ze
daar?” vraagt Tony zich hardop af. “Arabisch en Frans,” antwoordt
Britt alsof het een serieuze vraag was “En sommige Berberstammen spreken
ook Chaoui en Kabyl geloof ik. Zij zijn de oorspronkelijke bevolking, maar
ik geloof dat de Arabieren nu een derde van de bevolking uitmaken en de
Berbers een vierde ofzo… Zou dat kunnen Sel?” Selattin lacht “Volgens
mij heb je gelijk.” Streelt hij Britts’ ego even. “Ik heb even op
internet gezocht en er zijn inderdaad buitenlandse artsen aan het werk in
Algerije, bij Béchar in de buurt en Tamanrasset…”
Vanbruane heft haar handen op “Stop maar Britt.” Lacht ze “We
weten het nu, je bent weer helemaal wakker…” Britt schenkt haar een big
smile “Nouja, wat ik wil zeggen is dus dat hij zich misschien wel gewoon
voor doet als arts die daar komt werken, daar ook werkt en dan zo kinderen
uit kiest… We moeten eens uitzoeken waar onze arts nog meer is geweest,
dat moet toch na te gaan zijn als we onze best doen… ik denk dat we zullen
zien dat hij in Afghanistan is geweest en Iran…” voorspelt ze, ze neemt
Nabila uit haar maxicose en legt haar op haar borst terwijl ze weer
achterover gaat hangen op haar bureaustoel. “Ik weet bij welk reisbureau
die laatste ticket is geboekt… Ik heb een paar reisbureau’s in de buurt
gebeld en gezegd dat ik een artikel wilde schrijven over artsen die over de
grenzen gingen om daar een helpende hand te bieden… Ik heb gezegd dat ik
hun adres van Marcus had gehad… en of ze misschien contact hadden met
andere artsen… Er was slechts een bureau dat reageerde op de naam, hij is
hun beste klant, denk ik. Ik wilde daar eens langs gaan vandaag en kijken of
ik kan uitvinden waar onze aardige dokter nog meer geweest is de afgelopen
tijd. Oja… leuk detail trouwens, Gust stond ook op de passagierslijst…
hij is alleen uiteindelijk niet mee gegaan. Hij is wel door de
bagagecontrole gegaan, maar uiteindelijk nooit aan boord van het vliegtuig
gegaan… jammer dat hij zelf niet zo spraakzaam is, ik had anders wel van
hem willen horen waarom hij op het laatst besloot zijn weekend niet op te
offeren aan liefdadigheid.” Vanbruane zit met gespitste oren te luisteren
“Dat is interessant.” Geeft ze toe. “Ik heb ook nog wat…” valt
Tony in “Ja, misschien is het niks hoor, maar luister. Vanochtend kreeg ik
telefoon van het ziekenhuis. Die vier kinderen zijn op de reguliere
kinderafdeling gelegd en toen de arts vanochtend binnen kwam was een van hen
in gesprek geraakt met een ander kind op de afdeling. De dokter informeerde
bij de ouders naar de herkomst van dit kind… Het gaat om een adoptiekind
van een jaar of 8, uit Libië. Ze spreekt een berbertaal, ze is pas een jaar
bij het koppel. Een van onze gevonden kinderen spreekt dezelfde taal, dat
zou dus betekenen dat ze uit hetzelfde gebied komen. Dat is de oudste van
die drie die familie zijn, dus ze komen niet uit Afghanistan zoals die
dokter dacht, maar uit Libië. En nu wordt het nog interessanter. De dokter
vertelde me dat dat adoptiekind is binnen gebracht met een ziekte, toen ze
haar onderzochten kwamen ze tot de ontdekking dat het kind een nier
mist…” Vanbruane kijkt op en knikt bedachtzaam. “We moeten met die
adoptie ouders praten.” bepaalt ze. “Britt… jij wilde naar dat
reisbureau gaan?” Britt knikt “Da’s geen moeite,” zegt ze snel, ik
moet toch nog boodschappen doen, ik pik onderweg de informatie op en dump
het hier.” Vanbruane knikt instemmend “Tony ga jij die adoptie ouders
van dat meisje opsporen en met hen spreken? En neem je… eh… Barbara mee?
Selattin, ga jij met Britt mee, ga even langs dat reisbureau en daarna gaan
jullie twee even lekker naar bed, zo heb ik niet zoveel aan je… je hebt
lang genoeg gewerkt vannacht. Ik zie je vanmiddag wel weer komen.” Met een
dankbare glimlach neemt Selattin de maxicose van Britts’ bureau en loopt
met ‘welterusten allemaal’ het lokaal uit, gevolgd door Britt, die
Nabila op haar schouder heeft en even wuift naar de rest van het team.
“Naar bed…” glimlacht ze als ze in de auto stappen, “Vanbruane heeft
niet gezegd dat we ook moeten gaan slapen.” Selattin kijkt haar lachend
aan en kust haar kort voor hij de auto start. Het duurt niet lang of ze
staan inderdaad voor het juiste reisbureau. “Britt Michiels, politie Gent,
ik heb vanochtend gebeld…” Britt laat snel haar penning zien en gaat
zitten voor het vriendelijk lachende meisje haar heeft uitgenodigd om dat te
doen. “Ik weet dat Marcus Vanwalle een klant van u is… een goede
klant…” glimlacht ze. Het meisje knikt en staart haar wat verward aan
“U was toch journalist?” vraagt ze en het is Britt duidelijk dat ze
vanochtend met dit meisje heeft gesproken. “Ja… het zal u gek in de oren
klinken,” legt ze uit “Maar als ik meteen vertel dat ik van de politie
ben wil niet iedereen even graag meer met mij praten. Kijk, wij voeren een
onderzoek naar het doen-en-laten van meneer Vanwalle en aangezien hij
duidelijk een goede klant van u is wist ik niet zeker of u wel bereid zou
zijn mij informatie te geven als u zou weten dat ik van de politie was.
Loyaliteit enzo…” Het meisje knikt begrijpend, Britt’s gedachtengang
komt haar niet compleet gestoord over. Ze kan ook niet met zekerheid zeggen
of zij toegegeven zou hebben dat dokter Vanwalle en klant van hen is, als ze
direct had geweten dat deze vrouw van de flikken was. “Eh… waarmee kan
ik u van diens zijn.” Stamelt ze nu voorbeeldig. “Wel, we willen graag
informatie over de reizen van dokter Vanwalle, waar is hij heen gevlogen en
wanneer… Ik weet dat u dat kan opzoeken in uw computertje, als hij zijn
reis hier heeft geboekt en u heeft me aan de telefoon vertelt dat hij nogal
wat reizen heeft geboekt hier.” Het meisje kijkt wat beschaamd naar haar
computerscherm “Dat is…” Britt trekt haar wenkbrauwen op
“vertrouwelijke informatie?” vult ze in. “Kijk, ik kan ook terugkomen
met een huiszoekingsbevel en uw computers laten meenemen door een stel
politiemensen in uniform… ik weet niet of dat echt goede reclame is en als
ik wat vind dan klagen we u daarna ook nog aan wegens obstructie van de
rechtsgang… het gaat om kindermoord, de rechter denkt daar niet te
lichtvaardig over, dat kan ik u vertellen.” Bluft ze zonder blikken of
blozen. Ze weet dat het grootste gedeelte van wat ze staat te roepen
pertinente nonsens is, maar ze gokt erop dat het meisje dat niet weet en dat
ze inderdaad overbluft zal zijn. Ze rekent er niet op dat het meisje de
telefoon neemt en naar het commissariaat belt om zelf te horen of dit waar
is en ze heeft duidelijk goed gegokt. Zwijgend typt het meisje wat in op
haar computer en even later rollen er een paar geprinte velletjes uit de
printer. Met een paar vriendelijke plichtplegingen en een paar velletjes
informatie rijker loopt Britt het reisbureau weer uit. “En meteen gekeken
waar wij van ’t jaar op vakantie moeten?” vraagt Selattin met een lach
“Ik dacht dat we volgende week naar Turkije zouden gaan?” plaagt Britt.
Ze heeft hem opgehaald bij de supermarkt waar hij de boodschappen heeft
gedaan, terwijl zij bij het reisbureau zat. “Meteen maar even af gaan
geven?” vraagt ze. Selattin knikt “Dan kunnen we naar huis… lekker
naar bed…” imiteert hij Vanbruane. Britt geeft flink gas terwijl
Selattin de blaadjes doorkijkt. “Iran…
Afghanistan… ja hoor, Libië… Soms langer, een paar weken, soms een
weekend… Vanbruane zal
hier blij mee zijn.” Voorspelt hij. “Ja, alleen moet hij nu nog wel
inderdaad terug komen vliegen, dan is het helemaal mooi.” Ze rijden snel
naar het commissariaat waar Selattin de blaadjes aan Vanbruane geeft die al
beneden bij de balie staat. “Ze was blij.” Meldt hij Britt die met
draaiende motor staat te wachten. “Naar bed dan
maar?” grinnikt Britt als ze hun voordeur openen. Selattin legt
Nabila voorzichtig in haar wiegje en voelt dan de armen van Britt om zijn
middel. “Tja, de baas heeft het bevolen.” Fluistert hij als hij zich
omdraait en haar lippen kust terwijl hij de knoopjes van haar bloesje begint
los te maken. Voorzichtig gaat Britt op het bed liggen en Selattin rolt
naast haar neer met zijn armen om haar heen.
- Tony stuurt zwijgend de jeep
richting het ziekenhuis en parkeert daar aangekomen bijna voor de ingang,
hoewel ze goed weet dat ze daar niet mag staan. Barbara doet evenmin een
mond open en de sfeer is om te snijden. Het lijkt alsof de jeep gevuld is
met een overladen spanning van alle onuitgesproken grieven die ze tegenover
elkaar hebben. Barbara voelt zich erg onheus bejegend en Tony kan niet
anders dan haar een heel klein beetje gelijk geven. Vanbruane lijkt niet
bijzonder gecharmeerd van Barbara’s puberale uitbarsting en geeft haar nu
een koekje van eigen deeg door haar wat te geven om over te klagen, lijkt
het. Het lijkt haar weinig meer te kunnen schelen of Barbara zich wel of
niet happy voelt in het team. Als er een muur tussen Tony en Barbara had
gestaan zouden ze het niet gemerkt hebben, zo hard proberen ze allebei om te
vermijden naar elkaar te kijken. Zwijgend stappen ze door de klinisch witte
gangen van het ziekenhuis naar de afdeling waar ze zijn moeten. De
kinderafdeling is iets kleuriger, maar het is en blijft een ziekenhuis en
Tony wordt nou eenmaal nerveus van deze plekken. “Tony Dierckx, politie
Gent…” Tony schudt de hand van een arts die op hen toekomt nadat ze bij
de balie gevraagd hebben naar de behandelend arts van de vier
binnengebrachte buitenlandse kinderen. “Dat had ik begrepen.” Knikt de
arts “Komt u maar meteen mee, dan wijs ik u het kind aan…” Barbara
volgt de twee op een afstandje. “Daar ligt ze… Taiba Montsma.” Hij
wijst op een meisje dat in haar bed ligt te spelen met twee knuffelbeertjes.
“8 jaar… woont 1 jaar in België, zij is geadopteerd een jaar geleden.
Ze heeft een voor ons vreemde ziekte, vandaar dat we een algeheel onderzoek
hebben gedaan bij haar en we hebben ontdekt dat zij een nier mist, net als
de vier kinderen die u heeft binnen gebracht. We zien ook oud litteken
weefsel, ook deze operatie is bepaald niet zo zorgvuldig gedaan, ze mag van
geluk spreken dat het niet is gaan ontsteken. Het ziet er uit als het zelfde
haastwerk, ik vond dat vreemd… en ook erg toevallig moet ik toegeven.
Daarbij heeft de nachtzuster gezien hoe het meisje in het bed bij het raam,
een van jullie kinderen, vannacht op het bed van Taiba zat en met haar zat
te praten, zij konden elkaar verstaan. Zo weten we ook dat het meisje in het
bed bij het raam Sarbia heet, dat heeft Taiba ons verteld. Vervolgens hebben
we haar vanochtend laten vragen hoe de andere kinderen heten, via Sarbia
weten we nu tenminste welke namen we op de kaarten kunnen zetten.” Tony
kijkt naar de naambordjes “Abid en Chaib,” leest ze hardop van de
naambordjes van de twee kleine jongetjes. “DaryA, dat is het Iraanse
meisje, of niet?” De dokter knikt “Nouri heeft met haar gesproken,
daarstraks nog… Nouri is onze Iraanse collega.” Legt hij uit als hij
Tony’s vragende gezicht ziet. “DaryA zegt dat een van de dode kinderen
haar zusje is; Areezoo, de andere twee dode kinderen zijn eveneens van
Iraanse afkomst, zegt zij, het meisje heet Feerouzeh en het jongetje EhsAn…
Ze spreekt van een man die hen heeft weg genomen bij papa en mama, een
dokter… meer komt er niet uit.” Een man en vrouw passeren hen en de
dokter is even stil “De ouders van Taiba.” Wijst hij naar de man en
vrouw die naar Taiba toelopen. Het meisje veert enthousiast overeind bij het
zien van haar ouders en begint meteen wat te vertellen, daarbij wijst ze
naar de kinderen die tegenover haar in de bedden liggen. “Laten we met hen
gaan praten.” Stelt Tony voor. Ze stapt de kamer in en loopt naar het bed
toe. “Meneer en mevrouw Montsma?” vraagt ze, de man knikt vriendelijk.
“Tony Dierckx, politie Gent. Mag ik u misschien wat vragen stellen?” Ze
gebaart met haar hoofd naar de gang. “Natuurlijk…. Waarover?” wil de
man weten. Tony kijkt achterom naar de dokter die iets tegen Barbara
verteld. “Dat zeg u dadelijk wel, het zal niet te lang duren, hoop ik.”
De man knikt en legt zijn vrouw uit dat hij even
mee naar de gang gaat en loopt dan achter Tony aan naar buiten. “U
kunt even gebruik maken van mijn kantoor.” Wijst de arts behulpzaam.
“Meneer Montsma, u heeft Taiba een jaar geleden geadopteerd, is dat
correct?” begint Tony als iedereen zit. De man knikt “Kunt u mij
vertellen hoe dat gegaan is?” De man knikt opnieuw “Ik… mijn vrouw en
ik wij konden geen kinderen krijgen, ik heb als kind een ziekte gehad…
daardoor is het onmogelijk… nou, goed.
We wilden dus een kind adopteren. We zijn bij verschillende
bureau’s geweest, het maakte ons niet uit waar het kind vandaan zou komen
en we wilden ook best een kind adopteren dat al wat ouder was, die kinderen
krijgen vaak geen kans en tja, dat vonden wij oneerlijk, vandaar. Een van de
bureau’s haalde af en toe weeskinderen uit het Midden-Oosten en
Noord-Afrika, oudere kinderen al. Dat bureau werkte samen met een Belgische
arts, die man werkte daar in hospitaaltjes en wist zo welke kinderen hij
naar België kon sturen voor adoptie. Zo zijn wij aan Taiba gekomen. We
hebben eerst foto’s van haar gezien en brieven met haar geschreven… Wij
schreven dan wat naar haar en de dokter las dat voor en nam dan een antwoord
van haar mee terug, een tekening, of een paar woorden die hij had
opgeschreven, die ze hem had gedicteerd. Na een half jaar is ze dan hier in
België aangekomen…” Tony knikt “U heeft haar niet opgehaald?”
vraagt ze. De man schudt zijn hoofd “Die arts is haar bij ons thuis komen
brengen. We wilden haar wel ophalen van het vliegveld, maar de mensen van
het bureau raadden ons dat af, het zou al een grote schok voor haar zijn om
in België aan te komen, ze wisten niet hoe ze zou reageren op al dat
vreemds… Toen ze bij ons kwam heeft ze een maand lang helemaal niet
gesproken. Het kind was zwaar getraumatiseerd door alle ellende in haar
dorp. De dokter heeft ons van alles verteld over wat haar was overkomen in
haar eigen land. Het was echt verschrikkelijk. Na een maand is ze langzaam
beginnen spreken en kijk haar nu eens… Ze spreekt keurig Vlaams en het
lezen en schrijven gaat eigenlijk ook goed. Ik moet eerlijk toegeven dat ik
vanochtend helemaal verbaasd was, ze vertelde me dat drie andere kinderen op
de kamer ook uit Libië kwamen, ze spreken dezelfde taal, ik was echt
verbaasd dat ze die taal überhaupt nog heeft onthouden… ik heb haar heel
soms in haar slaap in een vreemde taal horen brabbelen, in haar
nachtmerries, maar ze heeft verder nooit meer in haar taal gesproken sinds
ze bij ons is en nu spreekt ze vloeiend Berbers met die kinderen.” Tony
knikt “Dat bureau heeft u daar een naam van? Weet u wie die dokter is?”
De man glimlacht “Natuurlijk.” Zegt hij “We zijn hem zeer dankbaar…
Het moet zo verschrikkelijk zijn geweest voor Taiba daar en ze is nu zo
gelukkig bij ons. We hebben gisteren te horen gekregen dat Taiba een nier
mist… die hebben ze daar waarschijnlijk weg gehaald om te verkopen… Kunt
u dat begrijpen? Alsof kinderen handelswaar zijn… ik moet toegeven, wij
hebben heel wat geld betaald om Taiba te krijgen, maar we hebben heel bewust
voor een ouder adoptiekind gekozen en niet voor een draagmoeder, we wilden
een kind de kans geven dat het nodig had. Ik heb ooit gelezen over die
donorhandel, straatkinderen in Zuid Amerika die van hun organen werden
beroofd… En nu… onze Taiba…” Hij slikt even ontroerd. “De arts…
zijn naam?” probeert Tony. De man knikt en haalt even adem “Marcus
Vandewalle.” Zegt hij “Ik heb thuis nog wel ergens zijn telefoonnummer
als u dat nodig hebt.” Tony schudt haar hoofd “Dat kunnen wij wel
opzoeken.” Zegt ze snel. “Hoe heet dat adoptiebureau?” wil ze nog
weten. “Match… ze hebben een kantoor aan de Frederik Burvenichstraat.”
Ze haalt de foto van Gust uit haar jaszak en schuift die naar de man toe
“Kent u deze man ook?” vraagt ze. De man kijkt er even naar en knikt dan
“Ja, die werkt ook op dat adoptiebureau, hij was er samen met een dame om
de papieren te laten tekenen.” Tony knikt “Zou ik uw adres mogen
noteren, voor ’t geval we nog vragen hebben?” vraagt Tony en laat
Barbara het adres en telefoonnummer van de man noteren. “Dankuwel, u heeft
ons echt geholpen.” Tony
staat recht en schudt de man de hand. “Ik hoop dat u eh… succes heeft
met uw onderzoek? Waar bent u eigenlijk naar op zoek?” wil de man weten.
“Ik kan daar niets over zeggen.” Verontschuldigt Tony zich. De man knikt
begrijpend “Ach, natuurlijk, het spijt me, ik had er niet naar moeten
vragen.” Tony brengt hem terug naar de zaal “Beterschap met Taiba.”
Zegt ze ten afscheid en knikt naar de dokter om hem te laten weten dat ze
weg gaan. “Marcus gaat naar die landen toe, zoekt een kind uit dat hij kan
laten adopteren… haalt het op kosten van die nieuwe ouders naar België…
rooft een nier eruit, verkoopt die voor aardig wat euro’s waarschijnlijk
en strijkt nog eens geld op omdat het kind wordt geadopteerd… Er zit een
legaal bureau achter deze handel… zo krijgen ze de kinderen ook
gemakkelijk het land binnen. Maar waarom laten ze niet al die kinderen
adopteren… waarom roven ze er een paar helemaal leeg?” Hoofdschuddend
kijkt ze Barbara aan. Die haalt haar schouders op “Misschien levert het
meer op dan die adoptie…” oppert ze. “Ik wil naar dat bureau toe…
Alleen kun je er donder op zeggen dat die op zaterdag gesloten zijn.” Ze
passeren bij het adres, maar na een tijdje aan de bel te hebben gehangen
geven ze het op. Het is pas maandag weer geopend als ze af moeten gaan op
het mooie zilverkleurige plakkaatje dat naast de deur hangt. “Goed… we
rijden binnen.” Beslist Tony. “En we proberen het nog eens met die
Gust…” Barbara kijkt aangenaam verrast opzij “Wij?” zegt ze net wat
te snel en kan zichzelf wel voor het hoofd slaan “Ja, wie anders?” Tony
trapt het gas in en scheurt richting het commissariaat.
”Hoe zeg je dat dat bureau heet?” vraagt Pasmans, ze hangen allemaal in
hun stoelen broodjes op te eten en Tony brieft ondertussen Vanbruane die in
kleermakerszit op een lege tafel is geklommen en als een soort Boeddha over
haar team lijkt te waken. “Match…” antwoordt Tony en gaat weer verder
met een samenvatting van de ochtend. “Ik denk dat je gelijk hebt, probeer
het dadelijk nog maar een keer met die Gust, wie weet zegt ie wat nu je hem
deze dingen voor de voeten kunt werpen…” geeft Vanbruane toe, ze heeft
anders ook niet echt een idee wat ze kunnen doen. “Ze hebben een
website.” Zegt Pasmans blij. “Wat?” Tony draait zich met een verwarde
blik in zijn richting. “Match… die hebben een website.” Pasmans tikt
op het scherm van de laptop waar een verhaaltje verschijnt over het
adoptiebureau ‘Match’. “Volledig
legaal.” Herhaalt Barbara wat Tony eerder heeft gezegd. “Er staan hier
nog meer namen van mensen die bij het bureau werken.” Wijst Pasmans.
“Oppakken.” Bepaalt Vanbruane “Liever een te veel verhoord dan een te
weinig.” Luidt haar devies. “Marlena Jozefs…,” schrijft Pasmans
“en… Cara Williams… Die eerste is sociaal werkster staat er en de
tweede internationaal advocaat.” Barbara neemt het papiertje in ontvangst
en loopt naar het kantoortje waar de computer staat waarmee ze op het
rijksregister kunnen “Code is 06 vandaag.” Zegt Raymond als hij ziet dat
ze daar binnen gaat. “Dankje Raymond.” Zegt ze in een poging om aardig
te doen. Het duurt niet lang of ze komt terug met twee adressen. “Gaan
jullie die Jozefs ophalen?” vraagt ze Raymond “Dan halen wij Cara
Williams op.” Raymond knikt lui “Eerst mijn boterham, die dames lopen
niet weg…” maant hij haar tot rust. Vanbruane trekt haar wenkbrauwen op,
maar goed ze wil haar mensen toch ook niet het brood uit de mond trekken.
Iedereen eet rustig verder en als ze allemaal klaar zijn gaan ze op weg.
“Pasmans, bel ons even als je die van jullie hebt.” Commandeert Tony
voor ze de auto in stapt. Pasmans knikt gedwee en stapt bij Raymond in de
wagen. Het duurt niet lang of Tony en Barbara staan voor een mooi
monumentaal pand waarin het appartement gelegen is van de internationale
advocate Cara Williams. Barbara belt aan “Yes?” klinkt het scherp door
de intercom “Mevrouw Williams, politie Gent… mogen wij even boven
komen?” Er wordt wat gerommeld naar de andere kant, dan klinkt er een
belletje en kan Barbara de deur open doen. “Barbara Volkar… Tony Dierckx…”
meldt ze als ze een trap beklommen hebben en stilstaan voor een knappe dame
van een jaar of 35. “Cara Williams…” stelt ze zichzelf voor met een
sterk Amerikaans accent. Ze doet een stap terug om de twee politiedames
binnen te laten. “Mevrouw Williams… we willen eigenlijk dat u meegaat
naar het commissariaat,” valt Barbara met de deur in huis als ze binnen
staan. De vrouw trekt haar wenkbrauwen op “Waarom, als ik vragen mag?”
doet ze uit de hoogte. “Wel, we hebben uw collega Gust Verhey gearresteerd
in verband met een paar moorden die we kunnen linken aan uw adoptiebureau…
Vandaar…” De vrouw kijkt verbaasd van de een naar de ander
“Gust?” herhaalt ze. “Ja, gaat u nu niet staan te vertellen dat
u hem niet kent.” Snauwt Barbara uit haar humeur. “Nee, nee, ik ken hem
wel… maar ik zou hem nooit…” Tony zucht “Komt u zelf mee, of wilt u
de armbandjes aan? Wij praten op het bureau verder…” De vrouw kijkt haar
ietwat verstoord aan. “eh ja… ik eh… ik moet even zeggen dat ik weg
ben… mijn vriend…” Op dat moment komt er een man een kamer uit
“Cara?” vraagt hij verbaasd en verschiet van kleur als hij de twee
vreemde vrouwen ziet staan. “Harry, ik moet met deze vrouwen mee… Ik
weet niet wanneer ik terug ben… sluit de deur achter je als je weg gaat,
OK?” zegt Cara Williams zakelijk. “Laten we gaan dan.” Stelt Tony voor
en neemt haar rinkelende mobiel aan “Ah… ja Pasmans, wij hebben die van
ons ook… nee, geen problemen… ja, we rijden binnen.” Als ze op het
commissariaat aankomen komt Vanneste hen al tegemoet gelopen. “Hoi, Sel
zit al boven, wil je dat wij een van de twee verhoren?” Tony denkt even na
“Verhoren jullie die Marlena Jozefs… dan nemen wij Cara Williams
hier.” Ze wijst achter zich. “Hoi Sel, wat zie je er wakker, ontspannen
en uitgeslapen uit” grapt Tony vrolijk als ze boven komen “Komt Britt
nog terug vandaag?” informeert ze. Selattin kijkt haar met een grijns aan
“Die werkt eigenlijk nog niet… weet je nog?” Tony trekt een gezicht
“Ja, ja, dat weet ik nu wel, maar ik zou samen met haar die Gust nog eens
verhoren als wij klaar zijn met de twee dames hier… Ik denk dat het beter
is om dezelfde mensen weer op hem te zetten… psy…” ze wil beginnen uit
te leggen waarom het beter is dat dezelfde mensen dit verhoor weer doen,
maar Selattin legt haar met een knikje het zwijgen op “Ik haal haar straks
wel op… Dorien is de hele dag met Mihriban op stap, spullen kopen voor
volgende week… we gaan naar mijn ouders zoals je weet, Vanbruane wil vast
wel even op Nabi letten dan zal het geen probleem zijn.” Belooft hij
“Maar ze lag nog in bed toen ik weer terug ging… dus… ik laat haar nog
even slapen. Het is vermoeiender voor haar dan ze toe wil geven…” zegt
hij tikkeltje bezorgd. Hij vindt het vervelend genoeg dat ze anderhalve
maand na de geboorte van Nabila al op vakantie moeten naar Turkije, maar
ziet er inmiddels wel een voordeel van in. Britt zal in ieder geval wat rust
nemen als ze in het huis van zijn ouders zijn met Mihriban en zijn moeder
continue aanwezig zal ze niet de kans krijgen ook maar een vinger uit te
steken om wat te doen. Tony lacht “Da’s Britt,” zegt ze warm en opent
de deur naar verhoor 1 “Barbara, ik kom er aan…”
ze gebaart naar de verhoorkamer waarin Barbara met de vrouw
verdwijnt. “Baas, we hebben die twee vrouwen, Sel en Vanneste doen er een
en wij een en daarna gaat Sel Britt halen, dan kunnen wij met zijn tweeën
die Gust nog eens verhoren, ik denk dat het het beste is als dezelfde…”
Vanbruane knikt “Goed idee, Tony.” Zegt ze nog voor Tony is
uitgesproken. “En Pasmans en Raymond kunnen misschien die spullen die bij
Gust zijn gevonden even doorkijken?” oppert Tony behulpzaam als ze
Vanbruane naar die twee ziet kijken als ze binnenkomen. “Goed idee…”
mompelt Vanbruane en stapt op hen af. “Zo,” Tony gooit een dossiermapje
op de tafel neer als ze binnen komt in verhoor 1, waar Barbara en Cara
Williams zitten af te wachten. “Laten we maar beginnen. Mevrouw Williams,
hoe lang werkt u al voor dit bureau, hoe lang bestaat het, wat doet u
daar… vertel maar…” Ze wijst op de uitgeprinte informatie van de
website die ze heeft neergelegd. De vrouw kijkt haar wat verward aan en
begint dan lichtelijk stotterend en met haar zware accent uit te leggen wat
het adoptiebureau eigenlijk doet. Ze weet het mooi te brengen moet Tony
toegeven. “En dan, als de arts ze heeft onderzocht en gekeken wie er het
meest suitable is om te adopteren, een meest uitzichtloze situatie en zo…
dan meldt de arts…” “Marcus Vandewalle.” Onderbreekt Tony haar even
“that’s correct” antwoordt ze snel “Dan raporteert Marcus dat naar
ons en dan gaan wij zoeken naar een familie voor dat kind. Through Marcus
there is dan contact tussen het kind en de nieuw ouders en na een tijdje
halen we het kind naar België… Zij gaan dan wonen bij hun nieuwe
ouders… We zijn erg succesvol, de kinderen hebben een goed leven hier, ze
kunnen gaan studeren en groeien vrij op…” Tony leunt achterover
“Zonder hun ouders.” Placht ze tegen dat gelukkig in te brengen.
“They’re orphans, weeskinderen allemaal.” Herhaalt de advocate iets
wat ze al een paar keer gezegd heeft. “Ik houd mij binnen de organisatie
bezig met het in orde maken van de vliegreizen en alle legale
constructies…” dit stukje komt er grammaticaal vrij correct uit en Tony
vermoedt dat ze het meer dan eens gezegd heeft tegen mensen die haar vroegen
wat haar taken op het bureau zijn. “Ik doe gesprekken met koppels die…
in aanmerking komen, samen met Marlena.” Ze vertelt dat ze vanaf de
oprichting al bij het bureau hoort, ze bestaan pas vijf jaar. Het is
eigenlijk een idee van Marcus. Hij ging in die tijd al naar landen in Afrika
en het Midden Oosten om daar te werken in vluchtelingenhospitaaltjes. Daar
is hij op het idee gekomen om een adoptiebureau op te zetten voor al wat
oudere oorlogsweesjes. Om die kinderen zo een betere kans op een toekomst te
geven die er minder ellendig uitziet dan de toekomst zoals die er nu uit
lijkt te zien voor hen. Misschien weet ze het niet eens, dat het gebeurt,
het roven van die nieren… bedenkt Tony, de gedachte flitst even door haar
hoofd en ze besluit dat ze genoeg geluisterd heeft naar ophemelingspraatjes
over Marcus Vandewalle. Ze kijkt op haar horloge, ze zitten al behoorlijk
lang hier en er is nog weinig vernieuwends uit de mond van de dame gekomen.
“Een van uw adoptiekinderen uit Libië ligt nu in het ziekenhuis, wist u
dat?” Cara Williams schudt langzaam haar hoofd en kijkt Tony oplettend
aan. “Ze hebben haar onderzocht en ze mist een nier.” Cara Williams
blijft uiterlijk onbewogen, maar Barbara ziet hoe er een klein zenuwtrekje
haar ene ooglid heel licht laat trillen. “Pardon?” Tony herhaalt wat ze
zojuist gezegd heeft en kijkt de vrouw aan. “Dat moet dan hebben gebeurd
in Libië…” Cara legt geschokt haar hand op haar mond “Ik heb daar
ooit vaker van gehoord… in Zuid-Amerika…” Tony schudt en heft een hand
op “Ja, ik ook… maar goed, dit is niet in Libië al gebeurd. Dat weten
we, en dat weten we omdat er nog een paar andere kinderen gevonden zijn in
een opslaghuis nabij de haven… Allemaal kinderen uit Libië en Iran…
Vier levend en drie dood. De drie dode kinderen zijn… leeg geroofd en de
vier levenden missen een nier… Is dat hoe u het doet? De kinderen die u
nog voor adoptie nodig hebt daar haalt u slechts een nier weg, zij mogen hun
andere organen houden en de andere kinderen rooft u helemaal leeg?” De
vrouw staart Tony geschokt aan, maar Tony kan zich niet aan de indruk
onttrekken dat dit niet nieuw is voor deze koele advocate. “U weet hier
meer van…” concludeert ze droog. “Hoe durft u te insinueren…”
begint de vrouw, maar zwijgt na een gebaar van Tony. “Het is voor u
geen verassing wat wij u vertellen,
dat kan ik aan u zien. Ik wil graag weten, hoeveel u van dit alles weet.
Kijk… ik weet dat u die kinderen onmogelijk geopereerd kan hebben om hun
organen weg te halen, maar Marcus wel… Misschien stond u er wel bij
terwijl hij dat deed, misschien niet… Het maakt mij niet uit, ik klaag u
zo aan voor medeplichtigheid.” De vrouw kijkt haar kwaad aan “Ik ben er
niet bij geweest, ik heb daar niets mee te maken.” Snauwt ze. “Ik laat
kinderen adopteren, ik maak ze niet dood en Marcus ook niet… Hij haalt de
kinderen hier heen om ze te laten adopteren… niet om ze te vermoorden.”
Tony blaast wat adem uit “Ja… ik kan die kinderen hier laten heen komen
om te zien of ze u herkennen… ik ben zeker dat een van hen u wel herkennen
zal, u zult vast wel eens op bezoek zijn geweest, of u heeft wel geholpen,
wie zal het zeggen. Ik heb die familie met dat zieke kind… als ik hen
vertel wat er gebeurd is met hun dochter, dan zullen zij zonder enige
twijfel een verklaring tegen het bureau en tegen u willen afleggen.” Bluft
ze. Ze gaat nog even door en ziet dat de hooghartige dame een beetje ineen
zakt. “Marcus werkt echt in die vluchtelingenkampen daar…” fluistert
ze “Hij haalt die kinderen daar weg uit hele lastige situaties…
En dan… Hij doet echt goed werk.” Tony knikt “maar hij wil er
geld aan verdienen, niet waar, hij wil ook wat verdienen…” De vrouw
knikt “Natuurlijk, we zijn een bedrijf, geen…” ze slikt het woord
‘liefdadigheidsinstelling’ snel in. “Natuurlijk…” beaamt Tony met
een grom. “Wie kwam met dat idee… van die nieren?” eist ze. Er wordt
op de deur geklopt, het hoofd van Selattin verschijnt om de hoek en hij
wenkt haar. “Ik heb Britt opgehaald.” Tony knikt “Kan jij met Barbara
dit verhoor afmaken?” vraagt ze snel. Selattin knikt “Marlena weet echt
van niets.” Zegt hij snel. “Ze is maatschappelijk werkster en is
betrokken bij het uitkiezen van de adoptiefamilies, controleert of ze
geschikt zijn een kind op te vangen, zij heeft echt geen idee van wat er met
die kinderen gebeurd is. Ik bedoel, zo goed kun je dat niet faken…” Tony
knikt “Dat geloof ik wel. Ik heb het idee dat die dame hier er wel meer
van weet, maar ik weet niet precies wat ze weet… Wat druk erop… Wij
zullen die Gust nog eens onder handen nemen. Met een beetje pressie hebben
we die zaak morgenavond zo rond met verklaringen en bewijs dat we die dokter
gewoon aan kunnen laten houden als ie landt en niet slinks via Britt moeten
werken…” hoopt ze. Ze loopt naar het lokaal nadat ze Selattin kort heeft
verteld wat ze al weten van de vrouw. “Hoi Britt,” glimlacht ze
enthousiast als ze Britt ziet staan met de kleine Nabila op haar arm. Ze
aait even over de wangetjes van het kleintje “Zo heb jij je moeder
meegebracht, goed hoor.” Ze belt naar beneden om te regelen dat men Gust
gaat halen. Snel vertelt ze Britt wat ze hebben ontdekt en wat Cara Williams
lijkt te weten. Britt luistert aandachtig en ventileert af en toe even haar
mening, zoals Tony dat van haar gewend is. Als ze met Britt aan het bureau
zit beseft ze hoe zeer ze dit mist met Barbara. Daar kan ze toch niet zo mee
samen werken als met Britt, het is heel anders. “Ha Britt,” Vanbruane
komt uit haar kantoor en steekt vrolijk haar hand op. “Ha baas,” Britt
dumpt met een lach haar baby in de uitgestoken armen van Vanbruane. “Ik
heb een kadootje voor u meegenomen…” Vanbruane kijkt naar Nabila die
even verbaasd terug kijkt. “Hmm, mag ik dat houden?” doet ze op serieuze
toon. Britt trekt een gezicht en loopt achter Tony aan naar de verhoorkamer
als ze ziet dat Carla hun grote vriend het vertrek binnen duwt. “Nou…
daar gaan we dan.” Zegt ze met een zucht “We moeten hem doen bekennen,
dan hebben we onze dokter ook zeker.” Herinnert Tony haar. “Zo, daar
zijn wij weer…” begint Tony als ze aan de tafel tegenover de man zitten.
“Ja, daar zijn jullie weer…” mompelt Gust en hij kijkt haar wat
vermoeid aan, alsof hij zelf ook niet helemaal kan geloven dat hij hier
alweer zit. “Luister… we hebben wat informatie ingewonnen vandaag…
dus… laten we beginnen. Hiernaast zit Cara Williams… uw collega.” Tony
wijst achter zich naar de andere verhoorruimte en Gust kijkt op, hij kijkt
Britt aan. “Waarom is zij hier?” vraagt hij vijandig. Britt haalt haar
schouders op “We dachten dat zij ons misschien wat meer zou kunnen
vertellen over die hele adoptie-roof-ze-leeg business.” Zegt die heel
simpel “En dat kon ze…” voegt ze er aan toe. “maar dat zal jou niet
verbazen…” glimlacht Tony fijntjes. Gust kijkt van de een naar de ander
en concludeert dat de dames niet bluffen. “Zij weet niets…” probeert
hij nog even. “Oh nee?” Britt trekt haar wenkbrauwen op “Da’s goed
hoor.” Zegt Tony “Zij weet niets… Zal ik je vertellen wat ze ons
verteld heeft? Dat het allemaal uw idee was… Dat die Marcus echt een goeie
gast is, maar dat u meer geld wilde hebben en dat zo wou verdienen. Marcus
wilde da-nie, maar u bedreigt ‘m en hij doet het, hij is bang en hij…”
Gust kijkt haar fel aan en slaat op de tafel “Da’s onzin, zij is gewoon
verliefd op Marcus. Het was haar idee en dat van Marcus, niet dat van mij…
Ik doe verder niets, ik heb alleen iemand gezocht die die kinderen vast kon
houden en ik reis met die zooi op en neer en ik… maar het was niet mijn
idee. En hé, ik haal die kinderen niet leeg, dat doet Marcus en zij staat
er bij te kijken! Hier… schrijf dat maar op…” Tony kijkt verrast naar
Britt die even achterover leunt. “Maar, zij wist er niets van, zeg je net
nog.” Gust schudt zijn hoofd “Zeg, ik ga hier niet alleen voor
opdraaien, jullie hebben haar toch… maar geloof haar niet, zij heeft dit
samen met Marcus verzonnen!” snauwt hij. Britt pakt pen en papier “Vanaf bij het
begin?” stelt ze voor. Gust laat een zachte kreun horen en knijpt in zijn
handen. “Het begon met het adopteren…” begint hij uiteindelijk na wat
op en neer wiebelen. “Marcus werkte in die oorlogslanden en eh… en ik
kende Marcus van eh… nouja, hij jatte wel eens wat medicijnen uit het
ziekenhuis, die ik dan weer verkocht. Op die manier kwam hij aan het geld
voor zijn tickets… om naar Afrika te kunnen gaan om daar te helpen. Anders
dan kon ie dat niet betalen natuurlijk… Ik verkocht dat aan junks… Ik
ken Marcus nog van de lagere school, we gingen samen naar dezelfde school en
we zijn altijd bevriend gebleven… Nouja, die junks, dat zijn toch een stel
zielige idioten, die gaan toch dood en… en ze betaalden goed. Marcus kon
aan de medicijnen komen en ik had de contacten. Ik mocht wat geld houden,
van de rest ging Marcus naar Afrika… Ik ben een keer mee geweest… wat
een ellende daar man… zo’n ellende…” Hij schudt zijn hoofd als hij
er aan terug denkt. “En toen kwam Marcus met het idee van dat adopteren.
Er was een advocate bij hem geweest daar in een van die kampen en zij had
het er met hem over gehad. Om kinderen daar weg te halen en te laten
adopteren in België, voor veel geld. In West-Europa zat geld zei ze, dus
dan konden de kinderen een beter leven krijgen… Marcus… hij praatte
alleen nog maar over die advocate toen hij terug kwam… Hij was verliefd,
ik weet het zeker, die zot was verliefd geworden op dat mens. Zij kwam uit
Amerika, maar ze woonde toen al een jaar in België en ze was internationaal
advocate, dat was Cara inderdaad. Cara was in Libië op dat moment, voor een
zaak… iets met een grote multinational. Ze was in de stad waar Marcus op
dat moment een avond uit ging met collega’s. En zo ontmoette ze hem, ze
kwam bij hem kijken op het kamp en ze kwamen samen al pratende op dat
idee… Marcus kwam terug, helemaal wild van het idee. Hij stelde me voor
aan Cara, hij was helemaal gek van haar… Ze vertelden mij van het idee en
wat het zou gaan opleveren. Eerst had Marcus het alleen maar over het goede
leven van die kinderen en het geld dat we er mee zou verdienen zou hij
kunnen gebruiken om nog vaker te gaan helpen daar… Hij had het al over
zijn baan opzeggen. Cara wist alle ins- en outs als het om de rechten ging.
Ze had connecties bij de regeringen om kinderen het land uit te krijgen, via
haar vorige leven als internationaal advocate zeker? En zo kwamen de eerste
kinderen. We lieten de mensen er goed voor betalen en hielden er wel wat aan
over, maar niet zo heel veel… Toen kwam Cara met het idee van die
nieren… Ik was er niet voor, het klonk als stront… dat moest toch eens
mis gaan. Maar Cara zei dat je een nier best kon missen en Marcus beaamde
dat… Hij… tegen hem zei ze het anders natuurlijk. Ze wist wel hoe ze het
moest brengen. Ze zei hem dat die kinderen dan ook nog zo’n beetje zelf
wat terug konden doen voor het feit dat ze nu een veel beter leven kregen…
Ze konden een nier geven, die redde dan weer een ander kind op de wereld dat
ergens dood lag te gaan. Een kind dat al een goed leven zou kunnen krijgen
eigenlijk, omdat zijn ouders rijk genoeg waren om dat te betalen… rijk
genoeg dus om een nier te betalen en een privékliniek en … Nouja, je
snapt het wel… Tegen hem zei ze het allemaal mooi en hij trapte er zo in
en ik… mij beloofde ze meer geld en ja… ik dacht ook ja, die kinderen
komen hier, die zijn al beter af als wanneer ze daar blijven en een nier
meer of minder, wat maakt het uit…” Tony en Britt kijken elkaar aan,
nouja, wat maakt het uit, denken ze allebei sarcastisch. “Dat met die
nieren… Marcus kon de operatie doen en zij stond erbij. Het werd in ijs
verpakt en ik ging het wegbrengen, altijd spoedvluchten, Cara kon de juiste
papieren krijgen, of vervalsen, ik weet het niet, ik kon altijd zo
doorlopen, we vlogen maar met een paar maatschappijen, het was nooit een
probleem en vaak ook kwamen mensen naar Frankrijk of naar België toe, waar
ik dan heen ging. Het was fout… OK, maar… die kinderen hadden er toch
verder geen last van? We haalden hen weg uit de oorlog en we lieten hen hier
in een kamer zitten net zo lang tot we ze nodig hadden en daarna om nog even
te genezen, daarna brachten wij ze naar de familie toe…” Tony zucht
“Die brieven die de aankomende ouders kregen van die kinderen?” Gust
schudt zijn hoofd “Meestal niet echt, die kinderen wisten niet waar ze
naar toe gingen. Marcus vervalste dat. Hij geloofde dat dat beter was zo, de
ouders konden de eerste tijd toch niet met zo’n kind praten, hij diste een
of ander verhaaltje op over traumatische gebeurtenissen, hij had tenslotte
genoeg gezien, hij hoefde niet eens te liegen… Zo zouden die adoptieouders
er al klaar voor zijn en waren ze bereid veel te betalen om het kind over te
krijgen. Het was perfect die
lui betaalden voor de overtocht en voor een paar vliegreizen op en neer, om
alles in orde te maken zo gezegd… Dat was nonsens… die kinderen waren
dan vaak al in België, of we wisten al dat het die ging worden…” Tony
kijkt hem aan “Die kinderen werden soms maanden dus in België vast
gehouden,” concludeert ze met een droge keel. Gust knikt “Tot we ze
nodig hadden. Soms minder lang. Op den duur ging Cara vertellen aan Marcus
welke kinderen hij moest uitzoeken, dan hadden ze iemand nodig met
bloedgroep zus-en-zo, van die-en-die leeftijd…
En dan zocht Marcus daarnaar. Hij dacht echt dat zo’n kind dan het
groot lot had gewonnen, want die mocht tenslotte mee naar België… Naar
mensen met geld. Het ging zo ver dat hij ze bij hun ouders weg haalde. Want
hier zouden ze toch een beter leven krijgen, met meer kansen…” Hij wacht
even. “Die nieren, OK.” Spoort Britt hem aan “Maar waarom die andere
organen?” Ze kijkt hem afwachtend aan. “Cara zei dat Marcus ook
‘hopeloze’ gevallen moest zoeken, leeftijd, bloedgroep… ze gaf het
allemaal door. Die hopeloze gevallen waren zieke kinderen, of kinderen met
een handicap, maar wel van te voren goed onderzocht of ze wel geschikt waren
voor donororganen. Dat deed Marcus ook van te voren al daar in Libië of in
Iran of waar hij dan ook was. En die kinderen daar had Cara een speciale
bestemming voor. Er waren namelijk ook kinderen die een goed leven zouden
kunnen hebben, met rijke ouders, die hadden alleen een ander hart nodig en
dat was op dat moment niet voor handen, maar die kinderen die toch helemaal
geen uitzicht hadden, dove, blinde… gehandicapte kinderen… Die zouden
toch met liefde en plezier hun hart af staan voor een meer bevoorrecht
kind…” Gust zegt het zelf al sarcastisch. “Ze praatte op Marcus in en
hij deed het… en ik deed het ook… het leverde heel veel geld op. Marcus
begon een porche te rijden, omdat Cara zei ook eens wat aan zichzelf te
besteden, daarvoor financierde hij van zijn deel weer allemaal projectjes.
Marcus begon nu eindelijk er wat van voor zichzelf te nemen…” Gust gaat
nog een tijdje door, hij legt uit hoe de kinderen geselecteerd werden, hoe
hij ze op liet sluiten, met genoeg eten, want ze mochten niets te kort komen
en niet dood gaan, hoe de operaties verliepen en hoe ze de adoptiegezinnen
selecteerden. Alles verteld hij en Tony en Britt kunnen het bijna niet
geloven. “Waarom ben je dit weekend niet mee gegaan?” vraagt Britt “We
zouden een paar kinderen gaan ophalen in Algerije…” Het lijkt alsof Gust
de remmen heeft los gegooid en alles verteld nu, Tony en Britt hebben geen
reden om zijn woorden niet te geloven en achter het glas luisteren Selattin,
Vanbruane en Barbara geschokt mee. Nabila ook, maar die begrijpt er, veilig
in haar vaders armen, gelukkig nog helemaal niets van hoe bedorven de wereld
om haar heen eigenlijk is. “Maar net voor het vliegtuig vertrok belde Cara
mij, de kinderen konden niet opgehaald worden, er was een probleem met de
papieren. Ik wilde dan niet gaan, ik had daar geen zin in, ik haat die
vluchtelingenkampen en die viezen dorpjes en uitgemergelde kinderen met van
die opgeblazen buikjes… Het is vies, goor om te zien, het is…
weerzinwekkend… Nouja, ik wilde niet meer gaan, ik zei dat ik terug naar
huis zou gaan, maar Marcus… die zot, die wilde toch gaan. Hij kon toch
weer een weekend gaan helpen, zei hij, bovendien Algerije, dat was toch niet
lang vliegen vond hij… dus hij ging en ik ging terug naar huis.” Tony
knikt “TV kijken.” Zegt ze. Gust kijkt haar aan “Ja, TV kijken… als
ik had geweten dat Vincent hier was had ik me wel uit de voeten gemaakt, dat
kan ik je wel vertellen… Luister, ik weet dat ik de bak indraai… dat…nouja,
dat weet ik… Maar die Cara… die moet ook mee, die moet mee en niet
Marcus… Marcus is een goeie. Marcus is eigenlijk echt een goeie…”
herhaalt hij zacht en kijkt dan op met naar het lijkt spijt in zijn ogen.
Met medelijden misschien… medelijden met Marcus.
-
- Vanbruane leunt tegen de ene muur
en Britt en Tony tegen de andere. Selattin staat met Nabila in zijn armen
mee te luisteren en Barbara een beetje verderop tegen de verwarming
aangeleund. Ze hebben allemaal gehoord wat Gust te vertellen gehad en daarna
hebben Tony en Britt Cara Williams nog aan de tand gevoeld, die uiteindelijk
ook min of meer vertelde hoe het allemaal was gegaan, al was het natuurlijk
wel haar eigen verdraaide versie van de feiten, net zoals Gust beweerde zelf
de kleinste rol te hebben gespeeld in dit alles. Het mooiste was wel dat
Gust en Cara alleen elkaar de zwarte piet toe speelde over wie het allemaal
verzonnen zou hebben, Marcus lieten ze zoveel mogelijk buiten schot. Hoewel
hij de feitelijke misdaad had begaan van het vermoorden van de kinderen
lieten ze het beeld van een integer arts die goed wilde doen voor de mensen
zo lang mogelijk heel. Natuurlijk zat Marcus ook fout, maar ze vonden beiden
dat Marcus het deed voor een nobel doel en niet voor het geld. Tony vraagt
zich af hoe verknipt je moet zijn om te geloven dat het nobel is om een arm
kind te vermoorden om als orgaandonor voor een rijk kind te dienen, het is
ziek… dat is het. Britt werpt een steelse blik op de klok, het is al laat
en ze is moe, het overslaan van de hele nacht gisteren is haar niet in de
koude kleren gaan zitten. Daarbij heeft ze weer genoeg stof voor 5 nachten
nachtmerrie en langer als ze zou willen. Ook Tony wil graag naar huis, ze
heeft het wel gezien op het bureau. “Ik rond morgenmiddag de verslagen
af.” Belooft ze plechtig “En dan zorg ik dat die Marcus opgepakt wordt
als hij terug binnen vliegt en meteen naar hier wordt gebracht. Dan kunnen
jullie hem maandag verhoren.” Vanbruane wijst op Barbara en Tony, die
gretig knikken. Benieuwd wat voor een versie daar weer uitkomt, denkt Tony.
“Nou, inpakken en wegwezen dan maar.”
Commandeert Vanbruane. “Morgen is er weer een dag en slaap allemaal maar
eens goed uit.” Ieder afzonderlijk loopt met zijn eigen gedachten als hij
naar het lokaal loopt om daar de spullen bij een te pakken. Selattin slaat
een arm om Britts’ schouders heen en trekt haar tegen zich aan. Tony pakt
haar telefoon en belt Jaap. Met drieën lopen ze naar buiten naar de auto.
Barbara blijft alleen in het lokaal achter. “Ga jij niet naar huis?”
vraagt Vanbruane als ze langs komt om ook naar huis te gaan. Barbara knikt
“Ik ga zo, nog heel even wat afmaken…” zegt ze snel. Vanbruane haalt
haar schouders op “tot morgen dan.” Zegt ze en loopt de gang uit.
Barbara kijkt hen na en ploft neer in haar stoel. Haar hoofd laat ze op haar
handen rusten en met een vermoeide zucht kijkt ze naar haar toetsenbord…
waarom zit ik hier nog, schiet het door haar heen… wat zoek ik hier nog in
’s hemelsnaam. Met een schop zet ze haar computer uit, ze staat recht en
loopt naar de kleedkamer, daar blijft ze een tijdje staan voor haar open
kastje en zakt dan neer op de bank midden in de kamer.
-
- Einde
-
- Holymary;mins
|