Pappie

“Goede morgen…” Tony ploft neer op haar bureaustoel en gooit alle rotzooi die ze in haar handen heeft in haar schuif. Daarna gaat ze met haar arm over haar bureau om alles wat daar op ligt een schuif lager te dumpen. “Zo,” zegt ze tevreden “Opgeruimd.” Barbara kijkt haar ietwat verbaasd aan. “Opgeruimd?” echoot ze. Tony knikt “De baas zei dat ik mijn bureau eens op moest ruimen, nou… voila.” Ze heeft het nog niet gezegd of Vanbruane komt binnen met 4 plastic zakken vol rotzooi. “Goedemorgen…” mompelt ze en ziet dan Tony’s lege bureau “Wow Tony, ik wist niet dat jij zo snel kon opruimen?” roept ze tevreden uit en gaat door naar haar kantoortje. “Gaat die een nieuwe keuken installeren in dat hok van haar?” wil Selattin weten als hij naar alle plastic zakken kijkt. “Geen idee.” Doet Tony en haalt alweer een dossiermapje uit schuif twee naar boven om te kijken wat ze daarmee moet. “Misschien zou ik het eens een keer echt moeten opruimen,” mompelt ze op haar zoektocht door haar schuif naar de zaak waarmee ze gisteren doende zijn geweest. “Goedemorgen allemaal, goedemorgen Sel.” Raymond is in opperbeste stemming nu hij een paar weken met Selattin mag werken. Hij is net terug van vakantie, op en top relaxed, Pasmans is in Amerika en Vanneste nog in Thailand, die komt volgende week pas terug. Het lijkt erop dat zowel Vanneste als Pasmans al hun vrije dagen gespaard hebben het hele jaar om nu in de zomer idioot lang op vakantie te kunnen gaan. Tony merkt dat er met kinderen in je gezin weinig van vrije dagen sparen komt, je wilt toch ook eens vrij zijn tijdens andere vakanties als de kinderen thuis zijn en ook dagen dat de kinders ziek op bed liggen zijn funest voor het vrije dagen aantal dat je nog tegoed hebt. Nouja, langer dan twee weken met Vera en Thomas op vakantie is ook niet te overleven, dus zo erg is het nu ook weer niet. Vanbruane komt het kantoortje weer uit en gaat op een bureau zitten. “Tony, waar zijn jullie mee doende?” wil ze weten. “Wij zijn nog bezig met die zaak van die vernielde auto’s in de…” Vanbruane knikt “Oja, hoe staat het daarmee?” Ze heeft niet meer informatie nodig, ze weet al weer over wat voor zomerse flutzaak dit gaat, niet echt een opwindend onderzoek, dat is zeker. Een stel beschadigde auto’s, ze hebben de daders, een stel jochies tussen rond de 14, al opgepakt en de hele zaak zal wel met een sisser aflopen. “Dat ronden we vandaag af.” Belooft Tony. Het is een kwestie van wat dingen schrijven voor de jeugdrechter en dan zijn ze er eigenlijk klaar mee. “Selattin, jullie?” Selattin schudt zijn hoofd “We zijn nergens mee bezig, gisteren hebben we wat kleine dingen gehad… Ik denk dat we patrouille gaan rijden?” stelt hij voor. Met een ‘ja, doe maar’ wuift Vanbruane hen weg en gaat dan zelf weer in haar bureau zitten. De zomerhitte is nog niet voorbij getrokken en maakt dat iedereen zit te zweten, zelfs als je niets aan het doen bent is het nog onmogelijk om niet te zweten. Ze ziet in de uniformen van Raymond en Selattin al grote zweetvlekken zitten als die opstaan. Tony is vanochtend slim genoeg geweest om iets aan te trekken waarin je het zweet niet zo goed ziet, ze wist niet dat die zoveel verstand had van kleren. Ze zet haar laptop aan en kijkt in haar agenda. Weinig interessants vandaag, het is dan ook niet voor niets vrijdag, een sloom einde van de week gevoel heeft bezit genomen van heel werkend Gent, zeker met deze hitte. De meeste mensen hebben maar alvast een dag vrijaf genomen en liggen aan het strand te bakken. Van Tony weet ze dat het gezin Ates-Michiels en het gezin Jaap-Tony morgen naar het strandhuis van Britt gaan. Het is dan ook niet echt weer om iets anders te doen. Ze ziet Barbara en Tony ook het lokaal uitlopen en dan is het enige wat nog rest in het lokaal de alles verzengde zomerhitte die met vijftig blowers nog niet weggeblazen kan worden. Zelf heeft ze een van de ventilatoren in beslag genomen om het in haar glazen hok nog enigszins uithoudbaar te houden, maar halverwege de ochtend is ze al minstens twintig keer op en neer gelopen naar het waterapparaat om haar vochtgehalte bij te vullen. Raam open helpt niet, raam dicht evenmin en het aanzetten van de ventilator heeft slechts tot gevolg dat de hete lucht verplaatst wordt naar elders in haar kantoor. Ze glimlacht als de telefoon gaat en ze op het schermpje het nummer van Max ziet verschijnen. Met een vrolijk “Hoi Max,” neemt ze op. “Hoi schat, zit je ook alleen?” Nadine lacht “Ja, helemaal alleen, zielig he? Al mijn mensen zijn de straat op…” Nu is het Max zijn beurt om te lachen “Ja, ja, dat zeggen ze tegen jou, maar ondertussen zitten ze natuurlijk gewoon in het park ergens in de schaduw te genieten van een koude milkshake…” grinnikt hij. “He, he, over mijn team niets dan goeds.” Waarschuwt Nadine hem. “Ik zit ook helemaal alleen, mijn secretaresse heeft een dag vrij genomen om met haar vriendje naar het strand te gaan, ik heb een invalster, maar… dat is echt niets… Zeg, wat zou je er van zeggen als je je laptopje eens hier mee heen nam en hier komt zitten werken…” stelt hij voor. “Max!” Nadine kijkt met een lachje naar de overkant. “Nee, geen werkbespreking… gewoon werken… ik vind het gezelliger met zijn tweeën.” Doet hij zielig. “Max… dat kan echt niet, ik…” Max grinnikt “Ik heb airconditioning in mijn kantoor…” geeft hij de genadeslag. “Geef me… twee minuten…” Nadine legt de telefoon neer en pakt haar spullen bij elkaar. Met een lachje meldt ze aan Carla dat ze ‘hier tegenover is, maar gewoon gebeld kan worden’. Carla kijkt haar vrolijk na en schudt haar hoofd even, de baas is ook in zomerstemming, dat is duidelijk. “Kom binnen…” hoort Nadine achter de grote deur als ze de verbaasde secretaresse voorbij is gestruind en op de deur van Max’ werkkamer klopt. “Hoi… wow, wat een koelte…” Ze stort haar rotzooi op de vergadertafel neer en sluit de deur achter zich “Sorry meneer de burgemeester… maar ze liep zomaar door en ik…” stamelt de secretaresse die mee naar binnen is geglipt en kijkt dan met open mond toe hoe de burgemeester opstaat en de commissaris liefkozend door haar haren strijkt en op haar mond zoent. “Dankje Netty, het is in orde hoor…” glimlacht hij vriendelijk “doe je de deur goed achter je dicht? Anders werkt die airco niet.” De secretaresse vertrekt en Max kijkt haar met een ondeugend lachje na. “Dat was gemeen.” Grinnikt hij tevreden en schuift wat rotzooi op zijn bureau aan de kant, zodat Nadine haar laptop ook kwijt kan. “zo, het is hier echt een beter werkklimaat.” Doet Nadine waarderend en kijkt even uit het raam over het plein, de koelte in de werkkamer is een zeer welkome afwisseling moet ze toegeven. “Tja… nu dan maar aan het werk weer.” Wijst Max. “tja…” Nadine ploft op een stoel neer en klapt haar laptop open. Ze zitten een tijdje te tikken en te lezen naast elkaar. Max met zijn leesbril op en achterover geleund in zijn stoel. Nadine met hernieuwde energie die zich uit in een razendsnel getik op de laptop. De invalsecretaresse kijkt hoogst nieuwsgierig als ze even later limonade komt brengen, maar wordt vriendelijk doch duidelijk weer weg gewuifd. “Mijn God, hoe komen ze erop dat spul zo groen te maken, dat kan toch niet gezond zijn?” mompelt Max als hij de limonade in glazen schenkt. “Tja… groen, dat staat normaal gesproken voor groente en dus wel gezond.” Grinnikt Nadine en proeft eens een voorzichtig slokje. “Zoet…” ze knijpt haar ogen even samen. “Heel zoet…” Max siddert even bij zijn slokje. “We zullen het er mee moeten doen…” zucht hij en kijkt dan met een twinkeling naar Nadine. “Of niet…” Hij pakt zijn telefoon en belt naar zijn secretaresse. “Hoi Netty, kun je even ijs laten komen… ijs ja, om op te eten… ja eh…” Hij kijkt Nadine aan “Welke smaak wil jij?” Nadine denkt even na “Kersen en banaan.” Beslist ze dan. “Kersen, banaan… rum rozijnen en eh… ja iets met chocolade.” Bestelt Max nu “Ja en wel snel een beetje, we smelten hier zowat.” Voegt hij er aan toe. Als hij neer legt kijkt hij Nadine vrolijk aan “Die zal wel denken.” Grinnikt hij. 

“En als je dit nu hier steekt, dan kan dat hier achter nog net bij… Hoe kan het in ’s hemelsnaam dat we nu voor een weekendje meer spullen mee moeten slepen dan toen we gingen kamperen voor twee weken?” Tony staat verbaasd naar de auto te kijken die maar net dicht kan. “Tja…” Jaap krabt zich eens achter de oren “Het helpt niet echt dat je de bolderkar mee wilt nemen…” Tony trekt een gezicht “maar geef toe, het is ondoenlijk zonder… als je al die rotzooi mee naar het strand wilt slepen moet je wel een bolderkar bij hebben…” Jaap knikt “en twee thermoskannen… en twee jerrycans…” somt hij op “De kinderen moeten genoeg drinken en ik wil thee en jij wilt koffie…” verklaart Tony. Met een lach trekt Jaap Tony tegen zich aan en geeft haar een zoen op haar grote mond. “Kom, alles is klaar, we hoeven morgen maar de kinderen in de auto te gooien… Als we ze nog kwijt kunnen…ha, ha. Nou, we nemen een wijntje en dan kruipen we erin.” Stelt hij voor. Hoewel het nog niet al te laat is vindt ook Tony dat wel een aantrekkelijk idee, dat wil zeggen, dat vroeg in bed gaan is OK… slapen hoeft wat haar betreft nog niet. Thomas en Vera slapen al als rozen, van die twee verwacht ze vannacht weinig last meer te hebben. Het duurt niet lang of ze liggen met een wijntje op het nachtkastje tussen de lakens. Met heerlijk gevoel en een mooi weekend in het vooruitzicht vallen ze in slaap. Een slaap die slechts verstoord kan worden door… het rinkelen van Tony’s mobieltje. Met een verbaasde kreun wordt Jaap wakker van het stomme ding wat op het nachtkastje ligt te trillen en piepen. Tony lijkt er recht doorheen te slapen, of ze doet het er misschien gewoon om. Dat kan ook. Met een zucht kijkt hij naar zijn vriendin die rustig ademend verder slaapt. Hij strijkt een lok haar uit haar gezicht en kijkt tevreden naar het ontspannen gelaat. Dat ontspannen zal wel niet te lang duren. Hij buigt over haar heen en pakt de telefoon van haar nachtkastje. “Met Jaap…” neemt hij slaperig op. Aan de andere kant begint iemand opgewonden wat details te geven van een of ander kennelijk belangwekkend gebeuren. “Ho es even…” moppert Jaap “Niet zo snel… ik ben Tony niet en het is verdomme…” hij kijkt even op de wekker “5 uur ’s ochtends…. Daarbij heeft Tony vrij vandaag, we gaan…” Hij luistert met een ontevreden gebrom naar de stem aan de andere kant en ziet dan dat Tony langzaam wakker wordt. “Hoe laat is het in hemelsnaam.” Kreunt ze geïrriteerd als ze ziet dat het Jaap is die haar heeft wakker gemaakt. “Je collega…” wijst Jaap op de telefoon. “Huh? Barbara?” kreunt Tony en rukt de telefoon naar zich toe. “Barbara, kop dicht en ga slapen, het is midden in de nacht verdomme en ik ben vandaag vrij…!” Ze hoort iemand aan de andere kant zachtjes lachen “Tony, sorry, maar ik ben het…” hoort ze de stem van haar baas. “Baas? U weet toch dat ik vandaag vrij ben en ik…” Ze hoort Vanbruane zuchten “Ja, ja, ik weet het, maar je weet ook dat dat bij de flikken nog wel eens kan veranderen. Luister, kom zo snel mogelijk hier heen… we hebben een dode bij een disco ruzie…” Tony veert opeens klaarwakker overeind “Een dooie?” roept ze haast blij uit. Het zomerseizoen is dusdanig saai geweest dat de heropening van de interessante tijden met deze discodode haar zelfs om twee uur ’s nachts enthousiast had doen opstaan. Jaap valt met een kreun terug in de kussens, onverbeterlijk die vriendin van hem. “Waar?” hoort hij haar vragen. Ze springt enthousiast uit bed en met haar telefoon nog tegen haar oor gedrukt trekt ze een onderbroek en een hemd aan. In haar ondergoed rent ze de kamer uit. Jaap ligt even naar het plafond te kijken, hij kan het niet helpen, nu is hij ook wakker. Met de moed der wanhoop stapt hij ook maar uit bed en trekt boxershort aan voor hij ook naar de keuken wandelt, waar Tony al een kopje thee voor hem in heeft gegoten. “Spijt me schat, werk…” zucht ze en zoent hem ter compensatie. “Ik weet niet of ik vandaag op tijd…” begint ze. Jaap strijkt haar haren uit haar gezicht en zoent haar nog eens. “De eerste moord sinds tijden…” verwoordt hij haar enthousiasme “Dat wil ik je niet afnemen. Ik neem Vera en Thomas wel gewoon mee naar zee… kom jij maar als je tijd hebt, goed? Ik gok erop dat Selattin ook niet naar zee zal komen vandaag… dan ben ik met Britt alleen… hmmm, es kijken… vertrouw je me genoeg om…” Tony lacht vrolijk en schiet in een broek die op de grond rondslingert “Jou niet… maar Britt wel.” Grinnikt ze en neemt een slok thee. “Nou, doe de kinders de groeten van me…” roept ze terwijl ze de deur uitspurt naar de Jeep die Vanbruane al voor de boot geparkeerd heeft. “Ik weet dat het vroeg is…” begint ze “Ik weet dat je vrij had, maar ik…” begint ze en duwt Tony een beker koffie in haar handen. Zelf is ze ook niet al te vrolijk, ze had liever lekker rustig met Max ontbeten vanochtend voor te gaan rennen en hollen vandaag. Maar aan Tony’s ogen ziet ze dat die er net zo over denkt als zij, hoewel het vroeg is op de dag is het seizoen weer begonnen… Ze kunnen verkeersovertreders weer rustig laten lopen, ze mogen weer het leukere werk gaan doen. Aangekomen bij de disco waar ze de wagen snel parkeren komen ze slechts een persoon tegen die absoluut niet kan lachen met deze wending in de plannen. Selattin, hij had werkelijk liever gewoon een vrij weekend gehad met Britt en de kinderen aan het strand en is wat chagrijnig als hij op de twee dames afstapt. Hij deelt Britt’s eindeloze passie voor het vak niet helemaal, hij houdt van zijn werk, maar vrije dagen zijn vrije dagen meent hij. Britt daarentegen had hij zeer teleurgesteld zien kijken toen hij vanochtend in alle vroegte moest vertrekken van thuis. En dat was niet alleen omdat ze hun weekendje samen aan zee in het water zag vallen. Zij had wel die ongelooflijke energie en wil om bij nacht en ontij op te staan voor een lekkere sensationele moord. Het liefst was ze in plaats van hem naar de disco toe gestormd. “Britt wilde wel mee.” Raadt Vanbruane zijn vermoeide “Een vrije dag baas, op mijn vrije dag!” aanhorend. Ze mag nog van geluk spreken dat Raymond hier niet staat, met zijn dienstjaren kan hij al helemaal niet meer warmlopen voor een leuke moord, als het buiten zijn uren is meent hij dat ze hem er niet mee lastig moeten vallen. “Waar is Barbara?” wil ze weten. Selattin glimlacht “Die is niet wakker te krijgen baas, ze hebben gebeld, maar eh… tja, zij had dit weekend ook vrij, geen idee waar ze uithangt dus.” Vanbruane schudt haar hoofd en meent er maar geen woorden aan te moeten vuil maken. “Dat kan je haar niet kwalijk nemen, voor het zelfde geld hadden wij ook allemaal al aan zee gezeten, als we gisteren waren vertrokken.” Meent hij. Tony staat te popelen om naar binnen te gaan en wijst dan ook ongeduldig op de disco “Kom nou…” zeurt ze. Selattin zucht “Wij zijn een team vandaag?” raadt hij. “Het zal niet anders kunnen.” Knikt Vanbruane en ze loopt achter hen aan naar binnen. De disco is in tegenstelling tot andere weekenden geheel uitgestorven. Gewoonlijk zijn er wat meer mensen op de dansvloer op dit tijdstip, maar hun collega’s van de nachtploeg hebben het pand mooi schoon geveegd na de rel. In het midden van de dansvloer zitten een aantal mensen in uitgaanskleding te rillen van de kou. Als je een hele nacht hebt staan te zweten in de felle lampen dan is de ochtend zonder jasje niet echt warm meer. Op de vloer is met plakband aangegeven waar het slachtoffer heeft gelegen. Tony loopt erop af. “Er is vannacht hier gevochten.” Wijst Selattin om zich heen, hij was al eerder ter plaatse en heeft van de collega’s al ’t een en ander te horen gekregen. “Twee gasten krijgen ruzie, de halve disco begint zich er tegen aan te bemoeien en in no-time hebben ze een hele rel hier. Niemand kan nog zeggen waar het om ging. Uiteindelijk slaat die daar…” Hij wijst op een jongen met zijn handen op zijn rug in de boeien “de ander dood.” De jongen zelf is ook niet onbeschadigd uit het gevecht te voorschijn gekomen, maar kennelijk vindt niemand het nodig er een dokter bij te halen. Ook verschillende andere arrestanten hebben schrammen, blauwe plekken, schaafwonden en wat al dan niet meer aan kleine verwondingen. “Neem ze allemaal maar mee.” Stelt Tony voor. “Zijn ze al gefouilleerd?” Selattin knikt “Bij een van hen hebben we pillen gevonden… Onze verdachte,” hij maakt een handbeweging naar de kerel in de boeien “Was duidelijk onder invloed van een of andere rotzooi. Dat is wel duidelijk uit wat we tot nu toe gehoord hebben over de vechtpartij en uit de verwondingen van de dooie. Het zou niet echt verassend zijn als hij dus onder invloed was van die pillen die we gevonden hebben. Zij daar had ze in haar zak.” Hij wijst op een meisje dat eveneens geboeid is. “Lekkere dame.” Moppert Vanbruane. “Zelf heeft ze niet mee gevochten volgens getuigen, haar vriend wel trouwens, die zit daar tussen de anderen.” Tony knikt “Nou, we moeten dus al die mensen verhoren, kijken wat ze ons te vertellen hebben en ik denk dat wij zelf dat meisje aanpakken en die wilde stier daar…” Selattin knikt “Het lijk is al door naar het mortuarium denk ik… De ziekenwagen heeft het wel meegenomen, maar ze zeiden me dat ik rustig er vanuit kon gaan dat ie dood was, net belden ze… hij is officieel overleden in de ambulance.” Tony knikt en stapt dan naar de groep mensen toe. Ze loopt wat rond en bekijkt de gevangen troep mensen. “We hebben ze allemaal gefouilleerd.” Zegt een van de agenten die bij hen staat. “Alleen zij daar had pillen bij. Ze is nogal hysterisch, zegt dat ze niet van haar zijn… misschien moeten jullie die vriend van haar ook even apart houden, hij kan misschien wel wat vertellen over zijn vriendinnetje…” stelt hij voor. Tony knikt. “Zorg dat ze absoluut niet bij elkaar in de arrestantenwagen terecht komen.” Drukt ze hem op het hart. Even later zitten ze op het commissariaat. Voor hen zit een schriele jongeman met stroblond haar en een paar flinke schrammen op zijn gezicht. “Marten de Booij…” leest Tony van haar papier, de jongen heeft zijn naam zelf opgegeven en ze is dan ook wat verbaasd als hij een beetje verrast opkijkt. Ze wijt het aan de vermoeidheid dat hij zijn eigen naam zojuist als voor het eerst lijkt te horen. “Dat ben jij toch, niet waar?” De jongen knikt “Nou, waar ging die ruzie over?” wil ze weten. De jongen haalt zijn schouders op “Weet ik niet.” Mompelt hij. “Dat weet je niet, maar je deed wel mee…” zegt ze alsof ze verbaasd is. “Had je soms ook wat van die pillen op?” valt ze met de deur in huis. “Welke pillen?” snauwt Marten. “Ja, je denkt toch niet dat ik serieus geloof dat jullie de hele nacht kunnen doorgaan zonder iets te slikken he. Ik heb zelf twee kinderen en geloof me… Ik denk af en toe aan een pilletje op zijn tijd om dat te overleven… Dus een pilletje meer of minder daar kijk ik niet van op. Alleen die pillen die vandaag rond gingen waren niet helemaal zuiver geloof ik. Ze zijn nu naar het labo en het zal wel snel genoeg duidelijk worden wat daar voor rotzooi in zat, men wordt er in ieder geval goed agressief van, dat is wel duidelijk. Dus… vraagje, heb jij ook van die rotzooi geslikt?” Marten zwijgt en kijkt haar boos aan “Ja, nou kun je wel boos worden op mij, maar jij hebt zelf die troep geslikt en je bent zelf beginnen vechten.” Snauwt ze “Nou kom op… Je vriendin had die pillen bij, je zult er zelf toch ook wel een genomen hebben…” gaat ze door. “Ik durf bijna te wedden dat je zelf ook verkocht, ik bedoel… zoiets doen vriendjes en vriendinnetjes toch altijd fijn samen?” Marten schudt zijn hoofd “Ik wist er niets van dat zij die had.” Zegt hij nu. “Je wist niet dat ze die pillen had? Je weet er ook niets van of ze die pillen verkoopt, of is het allemaal voor eigen gebruik?” Hij haalt zijn schouders op “Ik weet het niet, ik heb haar niet zien dealen en ik heb het haar ook niet zien gebruiken, ik wist niet eens dat ze die had.” Zegt hij weer. “Weet je of ze andere keren misschien ook pillen bij zich had?” vraagt Tony nu. “Weet ik niet…” Tony wacht af “Ja, misschien…” mompelt hij “Misschien heb ik haar er wel ooit mee gezien, maar…” Tony leunt achterover “Misschien?” echoot ze “Misschien?” 
Na een tijd zitten ze tegenover een meisje dat zielig vanonder een massa donker haar naar Tony kijkt. “Marly Verkooien?” Het meisje knikt. Selattin is nu degene die het woord doet “Weet je wat onze collega’s in je zakken hebben gevonden?” vraagt hij haar. Het meisje knikt en Tony ziet dat er tranen in haar ogen opwellen “Maar dat is niet van mij.” Fluistert ze “Ik heb dat nog nooit gezien… Ik was met Marten daar in die disco, ik kom er wel vaker, maar ik heb nog nooit gezien dat er pillen waren en toen kwamen jullie en ik wist niet dat die in mijn zak zaten, ik heb die pillen nog nooit eerder gezien.” Ze huilt al bijna, waarschijnlijk is ze een erg goede toneelspeelster, bedenkt Tony. “Marly Verkooien…” Selattin pauzeert even “Familie van schepen Verkooijen? Marly?” vraagt Tony opeens. Het meisje knikt “Hij is mijn vader.” Fluistert ze. “Maar laat hem alsjeblieft niet weten dat ik hier zit… Ik zweer u ik heb die pillen nog nooit van mijn leven gezien!” Tony kijkt Selattin aan “Zijn ze van Marten dan?” Het meisje perst haar lippen op elkaar “Ja, ze zijn van jou of van je vriend denk ik zo… een andere optie zie ik niet.” Het meisje schudt haar hoofd “Marten is een hele goede jongen, die pillen kunnen niet van hem zijn.” Selattin zucht “Ja luister es, ze zitten wel in jouw zak en inmiddels weten we al dat de jongen die die andere kerel heeft dood geslagen onder invloed was van jouw pillen. Ik hoef zeker niet te spellen wat betekent? Of je nu de dochter van de schepen bent of niet…” Marly kijkt plots wat fel op “Nee! Dat zal me niet helpen, dat weet ik ook wel, ik word overal juist extra hard aangepakt omdat ik de dochter van de schepen ben. Jullie lachen je nu al krom, joepie, je hebt de dochter van de schepen gepakt met pillen… zal dat even mooi staan in de krant!” Boos slaat Tony met haar vuist op tafel “Houd je kop, we zijn niet de krant en het interesseert ons geen klap of je een rijke papa hebt of niet, wat we willen zeggen is dat hij je hier niet uit zal kunnen redden, dus je kunt ons maar beter gewoon vertellen wat er vannacht gebeurd is. Die pillen zitten in jouw zakken, je moet wel even begrijpen dat wij graag willen weten wie die pillen aan die jongen heeft gegeven, zonder die pillen van je had die andere jongen nu waarschijnlijk nog geleefd. Dus je kunt jezelf wel heel zielig vinden dat je hier nu zit… jij leeft tenminste nog!” snauwt ze. Het meisje knikt plotseling weer gedwee en bijt op haar lip om niet te huilen. “Nou van wie zijn ze, van je vriendje, of van jou?” Buiten op de gang horen ze wat tumult ontstaan en Selattin kijkt Tony vragend aan. “Ik ga even kijken.” Zegt hij dan en stapt de gang op. “Waar is mijn dochter?” eist een dikkige man in een mooi pak. “Meneer Verkooien, uw dochter blijft nog even in hechtenis.” Vanbruane is als een soort pilaar voor hem gaan staan met haar handen in haar zij. “Meneer Verkooien?” vraagt Selattin wat rustiger “Uw dochter zit bij ons omdat we pillen hebben gevonden in haar zakken… Een jongeman heeft een ander doodgeslagen onder invloed van deze pillen… U zult begrijpen dat we graag willen uitzoeken of dat die…” De man schudt zijn hoofd “Die pillen zijn niet van haar.” Zegt hij resoluut “Die zijn van dat vriendje van haar… Hebben jullie hem wel al nagetrokken? Tien tegen een dat hij die pillen in haar zakken heeft gestopt. Het is een louche kereltje, helemaal niets voor mijn dochter.” Schreeuwt hij. Het gedoe op de gang blijft doorgaan en Tony kan nu ook alles volgen omdat Selattin per ongeluk de deur niet al te goed heeft gesloten. Het meisje heeft nu haar hoofd in haar handen gelegd en fluistert zacht “Papa vindt Marten maar niets… niets voor mij toch. Hij woont in de verkeerde buurt, gaat naar de verkeerde school… maar ik vind hem leuk ja! Echt Marten dealt niet, dat kan niet, ik ken hem toch… hij is een lieve jongen. Hij zou een ander nooit pillen geven waarvan hij zo werd… die jongen, hij ging echt helemaal blind… zoals hij op die ander bleef intrappen… Maar geloof me, die pillen zijn ook niet van mij. Iemand anders moet ze in mijn zak gestoken hebben…” Tony zucht “Dat heb je gevoeld?” vraagt ze. Het meisje schudt haar hoofd “Vertel me hoe dat in hemelsnaam mogelijk is.” Eist Tony “Je broek en je jasje zitten zo strak, iemand moet bovenop je gestaan hebben om ze in je zak te doen… dat merk je toch?” Het meisje kijkt haar een tikje nijdig aan “Zeg, weet je hoe druk het daar is, iedereen staat daar boven op elkaar… en na een paar drankjes ben ik ook niet meer zo alert…” Tony knikt “Dan mag iedereen aan je zitten?” suggereert ze. Het meisje kijkt boos weg “Het kan Marten niet zijn.” Zegt ze koppig “Marten of jij… kies maar…” stelt Tony voor en staat dan op om ook even naar buiten te lopen. 

Als de bel gaat loopt Dorien vrolijk naar de deur “Het is Jaap.” Roept ze over haar schouder. “Zeg maar dat wij naar beneden komen.” roept Britt vanuit de slaapkamer waar ze nog de laatste dingen pakt. Gelukkig liggen alle spullen die ze nodig heeft toch al in het huisje en hoeft ze niet al te veel rotzooi meer mee te nemen. Het blijkt wel dat dat een groot geluk is als ze bij de auto van Jaap aan komen, die zit zo stampvol rotzooi dat Vera en Thomas er maar net bij konden. “Ik ben blij dat ik bedacht had mijn eigen auto mee te nemen.” Lacht ze vrolijk en laat Dorien alvast instappen terwijl ze het stoeltje van Nabila vast maakt. Jaap helpt haar vrolijk met alles en even later rijden ze naar het strand. “Zo, dan zijn wij een keer met zijn tweeën.” Glimlacht Jaap terwijl hij in de keuken drinken voor de kinderen klaar staat te maken. “Ja, ik mag hopen dat Tony en Sel nog de tijd vinden om ook te komen.” Britt legt Nabila in de box en schopt haar schoenen uit. “Anders doen we toch gewoon partnerruil dit weekend.” Stelt Jaap met een lachje voor. “Wat gaan jullie doen?” Dorien komt binnen met in haar handen een borstel en een elastiekje zodat haar moeder haar haren kan invlechten voor ze de zee in gaat. Terwijl Jaap gemeen wil gaan herhalen wat hij zei en aanstalten lijkt te maken om Britt liefdevol in zijn armen te sluiten zegt Britt snel “Niets.” En kijkt Jaap waarschuwend aan. Die verdwijnt met een lachje een keukenkastje in om een paar extra bekers te zoeken. Het duurt niet lang of ze zitten met zijn allen aan het strand. Nabila kijkt vanuit de maxicose onder de parasol wat verbaasd in de verte. Af en toe verschijnt Britt in haar blikveld, dichtbij genoeg om onderscheiden te worden van de rest van de witte-gele en blauwe kleurvlakken. Dan begint ze vrolijk een paar belletjes te blazen en maait met haar handjes door de lucht alsof ze eigenlijk van plan is op te staan en naar Britt toe te wandelen. 

“Luister, ik wil echt wel zo snel mogelijk naar Britt toe.” Moppert Selattin als hij met Tony terug komt van de pataloog-anatoom. Hij gooit het rapport op zijn bureau en ploft zelf met een koffie in zijn stoel. “Ja, dan moeten ze wel eerst gaan praten…” mompelt Tony. “Dat hoeft helemaal niet, dit kan iedere gek doen, daar hoeven wij toch niet perse voor te blijven… Wij hebben nu een weekend vrij.” Betoogt Selattin. Vanbruane is net uit haar kantoor gekomen en blijft op de drempel staan. Ze wil snel weer naar binnen gaan voordat Selattin zich tot haar zal richten, maar op het moment dat ze zich omdraait ziet hij haar. “Ha, baas… Tony en ik zijn klaar, of ik tenminste. We hebben het rapport opgehaald en nu kunnen anderen het verder overnemen. Kijk, we weten dat die jongen dood is, alle omstanders zeggen wie hem heeft doodgeslagen, dus dat is geen probleem. Die gast ligt trouwens inmiddels zelf ook in het ziekenhuis, klaagde over hoofdpijn… Hij blijkt een hersenschudding te hebben geloof ik en nog wat… eh… blikschade, zal ik maar zeggen.” Vanbruane kan een lachje niet onderdrukken, ze wipt op het bureau van Pasmans om verder te luisteren. “Nou, we weten ook dat die jongen onder de pillen zat, die hebben we bij hem nog een paar gevonden en bij het grietje hebben we de rest van de pillen gevonden. Langs de andere kant hebben we inmiddels een aantal verklaringen dat niet dat meisje, maar die Marten heeft gedeald. Hij is degene die ze de pillen hebben zien uitdelen… Dus… Hij duwt die pillen in haar broekzak als de situatie hachelijk begint te worden en zij houdt hem de hand boven het hoofd…” Vanbruane knikt “Rest ons de vraag, waarom?” Tony zucht “Omdat zij… net als hij trouwens, gok ik, ook denkt dat papa haar wel hieruit kan redden. En omdat ze verliefd is op die kerel en ze weet dat haar vader hem niet ziet zitten. Dan kan ze beter zelf onder haar voeten krijgen vanwege dealen, denkt ze…” Selattin grinnikt “Beetje dom, als ik die vader was zou ik haar direct verbieden die gast ooit nog te zien… maar goed…” Vanbruane zucht “Het is anders niet gemakkelijk om in de gaten te houden met wie je kinderen omgaan, dat zie je maar weer… De schepen woont in een goede buurt, zijn kind gaat naar ’t Heilig Hart, heeft thuis alles wat ze wil… en zoekt toch maar weer het avontuur op… Je kunt ze niet eeuwig klein houden, dat blijkt…” Selattin kijkt naar het autopsieverslag “Bedankt, voor de waarschuwing.” Bromt hij. Tony die onderuitgezakt aan haar bureau hangt, kijkt op “Was je werkelijk van plan om Dorien ooit te verbieden met iemand om te gaan?” grinnikt ze. “Ach…” hij haalt zijn schouders op “Britt zou het wel proberen…” gokt hij. “Tja… ha, ha, ik voed mijn kinderen gewoon zo op dat andere mensen hun kinderen verbieden met hen om te gaan.” Lacht Tony “Da’s een stuk gemakkelijker…” Vanbruane knikt “Tja en uit ervaring kun je vertellen hoe plezierig die positie is.” Mompelt ze. “Tja…” zucht Tony “Ik wil naar zee.” Voegt ze er aan toe. “Laten we nog een keer met die twee sukkels praten en kijken of een van de twee al van plan is om wat meer te zeggen.” Selattin rolt met zijn ogen “Ik heb mijn hoop op het meisje gericht.” Deelt hij mee en loopt de gang in. “Arme Sel,” lacht Vanbruane “zijn hele weekend vrij naar de vaantjes…” Tony kijkt op haar horloge “Zo vroeg beginnen heeft een voordeel, ik heb welliswaar het idee dat ik al een hele dag achter de rug heb, maar het is pas 2 uur, als die twee nu gewoon even eerlijk toegeven wie van de twee de dealer is, dan zijn we nog voor het avond eten aan zee.” Hoopt ze hardop. Ze laat Marten naar boven brengen en schuift naast Selattin aan tafel. De kijkt haar met een vermoeide zucht aan en kijkt dan naar Marten. “Luister,” begint ze en Marten kijkt al even vermoeid naar de dame tegenover hem. “Ik wil hier liever ook niet zitten. Ik zou nu aan het strand kunnen hebben liggen, net als hij hier…” Selattin grommelt wat en Marten richt zijn verveelde blik een paar seconde op hem. “Ja…en? Ik zou ook liever thuis zitten.” Daagt hij Tony uit. “Inderdaad en dat ligt helemaal aan jezelf… en geloof me, hij hier neemt het je niet in dank af dat je hem hier houdt…” Marten haalt zijn schouders op. “Jullie kunnen me toch niets maken. Ik had die pillen niet, Marly had die pillen, niet ik. En Marly’s vader…” Selattin kijkt achterom naar het raam. In de andere verhoorkamer wordt Marly binnen gebracht, ze is goed zichtbaar en zichtbaar aangeslagen ook. Opeens krijgt Selattin een idee, een trucje dat ze wel vaker uithalen. “Als jij even met Marten hier door gaat ga ik die Marly vertellen hoe haar leven er voortaan uit zal zien.” Zegt hij en loopt onopvallend langs de intercom die hij inschakelt. Tony, die het plan van Selattin snapt pakt een papier en begint nog wat dingen op te schrijven. “OK, dus je blijft er bij dat jij niets met die pillen te maken had, Marly dealt…” Marten zucht “Ik weet niet of ze dealt, maar die pillen zijn bij haar gevonden, niet bij mij.” Tony trekt een gezicht “Tja, dan hebben wij je verkeerd ingeschat, mijn excuses, jij hebt hier verder niets mee te maken. Ik ga even het verslag uitprinten, als je dat dan ondertekent zijn we verder klaar. Je zult nog wel een boete mogen verwachten voor dat vechten, maar dan is daarmee de kous af.” Ze staat op en loopt de verhoorkamer uit. Op dat moment is Selattin net gaan zitten voor Marly. Hij let daarbij wel op dat hij zo gaat zitten dat Marten vanuit de andere kamer alles zal kunnen zien. “Zo, daar zijn we weer…” begint Selattin. “Ik heb net met de familie van Erik, die dode jongen gesproken…” zegt hij donker “Weet je waarom die andere, Thomas, dat klantje van je hem begon te slaan? Die Thomas kon met zijn handen niet van het vriendinnetje van Erik afblijven, hij begon haar blouse los te maken en dan heeft Erik hem gezegd daarmee op te houden… vervolgens heeft hij hem aan zijn schouder naar achter getrokken en dan is Thomas, flink onder invloed van jouw fijne pillen er eens flink op los beginnen te slaan…” Hij ziet Marly in een krimpen in haar stoel, haar ogen vullen zich met tranen. “Weet je, die Erik was nog nooit in die disco geweest, zijn vriendinnetje ook niet, het waren allebei meer van die types die veel boeken lezen en een dagje de natuur in gaan, ze waren een keertje nu mee gegaan met vrienden, om te stappen… Dat heb jij lekker voor ze verpest…” dikt hij het verhaal nog wat aan. “Ik…” stamelt Marly. “Maar dat zullen we je maar niet kwalijk nemen zeker? Je hebt het al zo moeilijk met een vader die schepen is, die zoveel van je verwacht en die je niet altijd geeft wat je wilt… Wat wilde je kopen van dat geld? Een nieuwe scooter, een vliegvakantie? Is dat waarvoor Erik zijn leven voorbij is? Omdat jij geen nieuwe scooter van pappie kreeg?” Marly snikt “Zo is het niet…” fluistert ze. “Nee… en jij dacht dat je er wel mee weg zou komen. Pappie is tenslotte de schepen, die zou je er wel uit redden als je gepakt werd. Nou, geloof me… Hier kan hij je niet meer uit redden. Ik heb nieuws voor je Marly, je zit zo diep in de stront, zelfs jouw invloedrijke pappie kan je hier niet uithalen…” Marly is zo gebroken dat ze zelfs vergeet verontwaardigd te zijn over het feit dat mensen denken dat zij denkt dat haar vader haar uit dit soort misère kan halen. “Ik zal je even voor rekenen wat dit je gaat kosten dame… Laat es zien, dealen en medeplichtigheid aan doodslag… dat is waar we tegen aan kijken…. Dat is toch al gauw goed voor…” verder komt hij niet want de deur naar de gang vliegt open. “Houw op!!!” Marten staat min of meer op de rand van het kookpunt in de deuropening “Houw op met haar zo de grond in te praten, die pillen waren niet van haar! Ze zijn van mij! Ik heb ze in haar broekzak gestoken toen de politie kwam en gezegd dat ze moest zeggen dat ze van haar waren. Ik was degene die dacht dat ze haar niet zo hard zouden aanpakken omdat ze de dochter van de schepen is. Ik was dat, niet zij…” Hij loopt naar Marly toe en slaat zijn armen om haar heen. “Het spijt me,” fluisterde hij “Ik was stom…” Marly huilt nu uit in zijn armen “Die jongen…” fluistert ze “Die jongen…” Marten houdt haar hoofd tussen zijn handen en kijkt haar aan “Het is niet jouw schuld… hoor je me, het is niet jouw schuld. Laat die flik toch praten, het is niet jouw schuld… en ook niet de mijne trouwens. Die sukkel begon zelf te slaan… Het is niet onze schuld.” Hij draait zich naar Selattin “En jou krijg ik zeker nog te pakken…” sist hij woedend. “Wacht maar af… als ik hier buiten ben dan zoek ik je op… Ik zoek uit waar je woont en ik zoek je op…” Selattin trekt zijn wenkbrauwen op. “Ach, voor nu zijn we er in ieder geval uit… Ik neem aan dat je een nieuwe verklaring wilt afleggen, eentje waarin je niet Marly beschuldigt van dealen? En voor dan… ga ik naar het strand en als je wilt weten waar dan wens ik je veel succes bij het afzoeken van de gehele kustlijn.” Hij staat op en pakt Marten bij zijn arm beet. “Ga je zo mee naar hier naast of moet ik je boeien?” Hij knijpt expres wat harder, om zijn woede nog een beetje te kunnen uiten. Zo’n miezerig onderkruipsel dat hem nog durft te bedreigen ook. Tony komt binnen en neemt Marten van hem over. “Tja… ik heb dat oude verslag maar door de papierversnipperaar gegooid.” Zegt ze met een glimlach en duwt Marten voor zich uit. “Wat betreft jou, Marly.” Selattin gaat weer zitten “Het spijt me dat ik dit moest doen, maar ik denk niet dat je anders had toegegeven dat de pillen van Marten waren en dit was absoluut nodig om Marten te laten inzien wat voor een gevaarlijk spelletje hij met je speelde.” De tranen stromen nog altijd over Marly’s wangen. “En het is niet dat ik dit van je vader moet zeggen, maar… Die jongen, kom nou, je bent te goed voor hem. Hij zal misschien best wel van je houden en jij bent zeker verliefd op hem, maar als iemand je op die manier wil gebruiken… Probeer even na te denken of dit werkelijke liefde is…” Hij zucht en wacht even dan staat hij op met een bars “Nou, wie zal ik bellen om je op te halen?” Marly kijkt hem van onder haar pony aan en veegt een paar tranen uit haar ogen. “Papa…” fluistert ze “Laat hem maar komen.” Selattin glimlacht “Dat komt goed uit, hij zit nog in de wachtkamer, hij is al die tijd op het commissariaat gebleven… Een ogenblikje…” Hij stapt naar buiten rechtstreeks de armen van Vanbruane en de schepen in. “Ha… meneer Verkooijen… Ze is klaar om met u mee te gaan… Het spijt me dat ik haar zo hard moest aanpakken, maar…” De schepen schudt zijn hoofd, hij staat er wat schutterig en verslagen bij. “Nee, nee, ik heb gehoord hoe u het hebt aangepakt en ik moet u eigenlijk bedanken. Ik denk dat u haar heeft doen inzien wat ik haar niet heb kunnen laten inzien… Marten is niet de juiste vriend voor haar…” Selattin knikt “Ik mag hopen dat ze dat na dit debacle inderdaad inziet, ja.” Glimlacht hij en loopt dan met een korte groet naar het teamlokaal. Een minuut of tien later komt Vanbruane binnen “Ik ben trots op jullie.” Zegt ze vrolijk tegen Selattin en Tony die net de nieuwe verklaring van Marten zit uit te tikken. “Dit ging een stuk vlotter.” Lacht Tony en houdt de nieuwe verklaring omhoog. “Wat gebeurt er nu met dat ventje?” vraagt Selattin. Vanbruane haalt haar schouders op “Hij is nog geen 18, hij heeft gedeald… tja… Jeugdrechter…” Selattin knikt en kijkt Tony aan “Ik mag wel oppassen,” grinnikt hij “straks komt ie er nog achter waar ik woon…” Tony kijkt om zich heen “Ik dacht dat je hier woonde.” Lacht ze. Vanbruane zucht en kijkt haar hoofdschuddend aan “Schiet op jullie twee, hup naar het strand, voor jouw vrouw er vandoor gaat met haar man en andersom…” Selattin kijkt Tony quasi gealarmeerd aan “Daar had ik nog niet aan gedacht… Laten we voortmaken.” Tony graait haar tas uit haar onderste la en loopt achter Selattin aan. “Jaap zou niet durven,” roept ze naar Vanbruane “Ik weet waar hij woont…” 

“Wil jij nog even met de kinderen hier op het strand blijven?” Britt staat op en rekt zich uit. “Hoezo?” vraagt Jaap die een beetje verstrooid op kijkt van zijn architectuur-tijdschrift. “Nou, dan ga ik met Nabi vast terug naar het huisje om te beginnen met koken.” Jaap kijkt naar Dorien, Vera en Thomas die een groot zandfort aan het maken zijn. “Da’s goed.” Zegt hij en rekt zich ook even uit. “Wat eten we?” informeert hij. “Ik wilde een vuurtje in de tuin maken, dan kunnen de kinderen aardappels poffen… Maar goed, die wil ik wel eerst koken, anders worden ze ziek…” Jaap lacht “Met Tony’s kookkunst zijn Vera en Thomas resistent voor alles…” “Ja, maar mijn kinderen niet.” Grinnikt Britt. “Goed, verder kunnen ze worstjes roosteren, dus het enige wat ik dan nog hoef te maken is een salade… Zien we elkaar… zullen we zeggen over een uur?” Jaap knikt “Maak jij het vuur dan?” vraagt hij ietwat verbaasd “Nee, dat doet Sel altijd… Oh… damn… Eh, kun jij het vuur maken dan?” Jaap knikt “Ik zie je over drie kwartier dan.” Beslist hij. “Ik begrijp alleen niet waar Tony en Sel blijven.” Mompelt Britt. “Oh, die zijn er al lang met elkaar vandoor, zitten ergens in een of ander leuk hotelletje aan zee in Knokke…” doet Jaap nonchalant. “Je kent Tony…” voegt hij er aan toe. Britt kijkt hem geschokt aan “Wat?” zegt ze iets te hard. Jaap kijkt haar aan en begint te lachen “Ik maakte een grapje.” Sust hij “Ben je zo onzeker van je relatie met Selattin?” vraagt hij nieuwsgierig. Britt bijt op haar wang “Dat niet… maar je beschrijving van Tony klopt wel enigszins… en ik dacht even dat je er OK mee was dat zij met andere mannen… niet met Sel natuurlijk, maar met…” Jaap moet zich inhouden om het niet uit te schateren om het ongelukkige gezicht van Britt. “Maak je geen zorgen, sinds Tony en ik bij elkaar zijn zijn we allebei helemaal getemd en leven we in orde en vrede alsof we getrouwd zijn…” stelt hij haar gerust. “Ik vind het alleen leuk om er geintjes over te maken om anderen op stang te jagen…” grinnikt hij en loopt naar het zandkasteel toe. Britt rolt met haar ogen en raapt wat spullen bij elkaar. “Ja, heel leuk…” mompelt ze en wandelt met Nabila over het strand richting de duinen. Als ze bij het huisje aan komt ziet ze in de keuken licht branden. In de tuin staat de tafel gedekt met kaarsen brandend in het midden. “Ik ga Jaap en de kinderen halen…” Tony komt naar buiten al netjes aangekleed en fris gedoucht voor het diner en kriebelt Nabila even onder haar wang in het voorbij gaan… “En ik blijf wel een kwartiertje of drie weg…” glimlacht ze vrolijk terwijl ze door de tuin loopt. Selattin kijkt pas op van het snijblok als Britt de keuken binnen komt nadat ze Nabila in de box heeft gelegd. “Hoe was je dag met Jaap?” Hij veegt zijn handen af aan zijn schort en hangt de schort weg. Britt glimlacht “Leuk… alleen heeft hij een… vreemd soort humor, af en toe…” Ze laat zich door Selattin tegen hem aan trekken en ze kussen elkaar. “Ik heb je gemist vandaag.” Fluistert ze. “Ik jou ook… als ik moet kiezen tussen een dagje strand met jou en het doen bekennen van een jongen dat ie pillen dealde door zijn vriendin de grond in te praten…” moppert Selattin. “Ben je al klaar met eten koken?” vraagt Britt en kijkt naar de salades die Selattin heeft gemaakt. Hij knikt “Ik legde net het mes neer…” Britt drukt zich tegen hem aan “Tja… dan hebben we nog een kwartier of drie om de tijd te doden…” fluistert ze. Ze trekt hem mee naar de kamer, hij tilt haar even op… “Drie kwartier?” mompelt hij “Goh… mens-erger-je-nieten dan maar?” Lachend duwt hij Britt op de bank. “Plaaggeest…” grinnikt Britt en knoopt zijn blouse los “Strip-poker…” fluistert Selattin nog met een lachje.

Einde

Dit verhaal is geschreven door Holymary;mins

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*