Verpletterend!
De lichten zwaaien door de zaal. Kim gooit haar armen hoog in
de lucht en lacht naar Niek. Niek lacht vrolijk terug en draait zich dan om.
Door het gedrang heen loopt hij naar de bar. Rik staat met twee pilsjes in zijn
hand al op hem te wachten. "Zijn de meisjes nog beneden?" Schreeuwt
Rik in Nieks oor. Niek knikt en neemt een flinke slok van zijn bier. "Fijne
verjaardag, Niek!" Vanachter springt er iemand om zijn nek. Het is Anna, ze
geeft hem een dikke zoen op zijn wang. Rik lacht, Niek is zo vreselijk populair,
bij iedereen; jongens en meiden. Hoe hij het doet snap je niet. Niek is maar een
klein kereltje en in zijn ogen branden altijd die pretlichtjes. Hij kan iedereen
aan het lachen maken. Niek speelt toneel, hij is een echte speler. De toneelclub
van school is zijn lust en zijn leven. En ook daar is hij de grote komediant.
Anna zit ook bij de toneelclub, ze is een van de meisjes die altijd achter hem
aanlopen. Er zijn er maar weinig die dat niet doen. Ja, behalve Sophie dan. Ze
klaagt dat Niek niet serieus genoeg is. Terwijl ze een van de weinige is die nog
af en toe een serieus gesprek met Niek heeft. Ze is een van de weinige die het
presteert om ruzie met hem te maken, af en toe. Maar dan van de andere kant. Ze
zijn altijd samen op toneel, ze pesten elkaar zoveel ze kunnen. En toch is Rik
er zeker van dat Sophie net zo min zonder Niek zou kunnen. Ze zijn als een broer
en zus en spelen altijd samen de hoofdrollen. Sophie is wel tof, vindt Rik, ook
hij mag haar wel. Maar zij ziet hem niet echt staan, denkt hij. Niek wel. Met
hem heeft ze veel lol. Nou ja, ze zal het wel gewoon niet als een optie zien, de
vriend van een van haar beste vrienden. Anna heeft even met Niek gepraat en rent
dan het trapje af naar de dansvloer. "Waar is Sophie?" Schreeuwt Rik.
Niek haalt zijn schouders op "Weet ik niet, ze was hier vorige week, heb ik
gehoord. Maar ze gaat haast nooit, ze haat uitgaan!" Schreeuwt hij ten
antwoord. "Verdomme, waar waren wij vorige week?" Schreeuwt Rik.
"Jij thuis, leren voor je examen en ik op kamp in Tsjechië, weet je
nog?" Grinnikt Niek en kijkt vrolijk naar het ietwat beteuterde gezicht van
zijn vriend. "Shit ja," Herinnert die zich. Stom dat hij niets had
opgepikt in de klas. Als Sophie eens een keer mee ging was dat meestal al lang
van tevoren bekend. Ze had dan zeker met vriendinnen uit de klas afgesproken.
Maar hij had 'nee' gezegd, toen Carla hem vroeg of hij ook mee ging. Nee, ik
moet leren. Stommeling, denkt hij. "Hé Niek!" Jolien komt aangerend
"Heb je nog cadeaus gekregen ook?" Niek steekt trots zijn hand voor
zich uit. "Wow, mooie ring." Zegt Jolien "Het is de ring van mijn
vader." Zegt Niek. Rik kijkt naar de ring. Nieks' vader si al jaren dood.
Hij is dood gegaan aan kanker toen Niek twee was. De ring zou Niek krijgen als
hij 18 werd, een paar dagen geleden is Niek volwassen geworden en nu draagt hij
met veel trots de ring. De hele avond gaat het zo, de meisjes vallen Niek stuk
voor stuk om de nek. Dan zien ze een van Sophies beste vriendinnen.
"Hé," Roept Niek "Waar is Sophie?" Laurie lacht "Mis
je haar nu al? Weet je dat dan niet? Ze heeft een dichtersfestival in Antwerpen.
Ze staat in een dichtbundel en de presentatie is dit weekend. Ze komt vannacht
pas terug thuis." Niek trekt zijn wenkbrauwen op "Gaaf joh, dat ze in
een bundel staat. Heeft ze niks van gezegd." Roept Niek. Laurie lacht
"Jullie hebben zeker weer ruzie gemaakt?" Raadt ze. Niek schudt
geërgerd zijn hoofd "Nee, maar we zijn toch gestopt met toneel. Examens en
zo. Dus we zien elkaar niet zo vaak meer. Nee, ik ben zelfs serieuzer
geworden." Voegt hij er met een knipoog aan toe. "Ze zei anders wel
dat ze nog met je moest praten." Zegt Laurie een beetje stokend en vissend
naar het probleem. Rik zucht, jaloers kreng. Denkt hij. Het is onbegrijpelijk
dat Sophie denkt dat Laurie echt een vriendin haar is. Achter Sophies rug om
probeert Laurie Niek af te pakken van haar en verder al haar vriendinnen en
vrienden ook. Niek wuift haar opmerking weg "Dat was voor het afscheid.
Nee, we begrijpen elkaar al weer hoor." Zegt hij met een lach. "Ze
heeft je op de grond geschopt." Weet Laurie. Niek haalt zijn schouders op
"En? Dat doen we zo vaak." Zegt hij en draait zich om. Hij loopt terug
naar Rik. Laurie lacht naar Rik en loopt dan ook weg. Rik schudt zijn hoofd.
Altijd loopt ze bij Sophie, omdat die tenminste een eigen mening heeft en zo
sterk lijkt te staan, het kan haar niets schelen wat de klas van haar denkt.
Stiekem vindt iedereen dat geweldig. Laurie werd zelf in het begin altijd
gepest, Sophie werd ook altijd gepest. Raar eigenlijk. En nu liep Laurie nog
altijd bij Sophie en probeerde zo hoger op te komen. Ze probeert al Sophies
vrienden in te palmen en Sophie ziet dat niet eens. Of misschien interesseert
het haar niet, denkt Rik. Laurie is een regelrechte ramp. Hij loopt achter Niek
aan "Ze is naar dichtersweekend." Zegt Niek in de wc tegen hem.
"Hoorde ik ja." Rik kijkt Niek aan "Laurie was stik
jaloers." Probeert hij voorzichtig, hij weet niet precies hoe Niek over
Laurie denkt. Laurie zit ook ongelooflijk achter hem aan en probeert altijd in
een goed blaadje te komen bij Niek. "Ja, ze was inderdaad stik jaloers, zag
je dat gezicht?" Lacht Niek, Rik grinnikt, het zit wel goed. Niek heeft
zich dus niet laten inpalmen, denkt hij opgelucht. "Ze schrijft ook, maar
Evers heeft haar niet uit gekozen." Evers, hun leraar literatuur, had
Sophie aangeraden mee te doen met de wedstrijd, om dat ze volgens hem goed
genoeg was. En dat bleek maar, ze stond in de bundel. "Ga je nog even mee
de dansvloer op? Het is zo afgelopen, dan moeten we naar huis." Stelt Niek
voor. Ze rennen de trapjes af en begeven zich tussen de deinende jongeren. De
halve school komt hier. Iedereen kent elkaar. Iedereen gaat even helemaal uit
zijn dak. De vakantie is net begonnen, dus het is superdruk. Eind april,
iedereen gaat nog een keer uit, want in deze vakantie begint het blokken, voor
de examens. Veel van Nieks vrienden zijn eindejaars, net zoals Rik. Maar Niek is
in de vierde blijven zitten. Daarom is hij ook gestopt met de toneelclub. Hij
wil in zijn examenjaar zich concentreren op zijn studie. Hij zit in de 5e en hij
wil absoluut volgend jaar naar de 6e en zijn examen halen. Sophie zou eigenlijk
samen met hem blijven zitten, destijds. Maar op het nippertje ging zij toch nog
over. Zij zat nu voor haar examens, daarom was ook zij gestopt met toneel. De
regisseur had hen met pijn in zijn hart laten gaan. Maar, hadden ze alle twee
beloofd, volgend jaar komen we gewoon helpen bij de voorstelling, het zit toch
in ons bloed. Ja, het laatste weekend uit, want daarna kwamen de examens dan
toch eindelijk in zicht. En wat er ook gebeurde, ieder van hen wil het halen. Ze
dansen door tot langzaam iedereen zich richting de garderobe begint te bewegen.
Zoals altijd is het een gedrang bij de jassen. En ze hebben geluk dat ze hun
jassen überhaupt nog te pakken krijgen. Met de stroom mee gaat het richting het
parkeerterrein, naar de bussen. Op de uitgaansavonden rijden er altijd bussen,
om van de dancing af iedereen naar huis te rijden. Ze brengen de jongeren rond.
De chauffeurs zijn gepensioneerde buschauffeurs. De jongeren noemen hen 'opa' of
'ome'. In het geduw en getrek komt Niek voorop te staan. Rik staat ergens achter
hem. Anna staat plots naaste hem en grijpt zijn hand "Kom mee, dan kunnen
we nog zitten." Roept ze boven het lawaai van de schreeuwende jongeren uit.
Een bus komt langzaam richting de massa gereden. Hij hobbelt over de twee
drempels heen. De jongeren verzamelen zich rondom de bus en die rijdt
voorzichtig verder richting zijn standplaats. Het is een getrek en geduw rondom
de bus. Iedereen wil er naar toe en de voorste groep doet zijn best om terug uit
te staan. Niek kijkt achterom naar Rik en steekt van zijn vrije hand zijn duim
op. "Zie je in de bus. Ik houd een plekje voor je vrij." Leest Rik van
zijn lippen af. De bus rolt langzaam voorbij. Het voorwiel gaat rakelings langs
Anna. Niek kijkt opzij en lacht naar haar. Opeens krijgt hij een harde duw van
achteren. Hij verliest zijn evenwicht, zakt door zijn knieën en rolt op de
grond. In zijn val trekt hij Anna en Kim, die Anna weer vasthoudt, mee. Hij rolt
door. Anna schreeuwt, maar het achterwiel is al bij hen. Ze laat Niek los en
rolt weg. Achter zich lijkt ze opeens alles te horen. Niek schreeuwt of lijkt
dat maar zo? De jongeren deinzen terug. De voorste rij doet een stap naar
achteren als het wiel langzaam over Nieks borstkas heen rolt. Langzaam maar
zeker wordt al het leven uit Nieks lichaam geperst. Hij wordt geplet door het
gewicht van de bus. De bus rijdt stapvoets verder. De jongeren beginnen te
gillen en te schreeuwen. Anna en Kim worden weggetrokken. Rik wringt zich naar
voren. Anderen draaien zich naar de bus om en stormen er woedend op af.
Tony draait haar auto de parkeerplaats op en parkeert naast de wagen van Britt.
De ambulance rijdt met loeiende sirene weg. Het blauwe licht strijkt over het
parkeerterrein, waar overal groepjes jongeren huilend bij elkaar hangen.
"Waarom moesten wij komen?" Vraagt Tony chagrijnig als ze zich door de
menigte een weg naar de bus heeft kunnen wringen en daar tegen Britt aan loopt.
Britt haalt haar schouders op, ze ziet er nog behoorlijk wakker uit, maar Tony
lag al lang en breed in bed natuurlijk. "Nou goed, wat is er gebeurd?"
Wil Tony weten. "Niek Vermeer. De bus is over hem geen gereden. Hij is naar
het ziekenhuis gebracht, maar hij haalt het waarschijnlijk niet." Zegt
Britt pessimistisch. Ze kijkt rond naar de groepjes hysterisch huilende
jongeren. "Leuke afsluiting van een avond uit." Brengt ze wrang uit
"De examens staan voor de deur. Vandaar dat het nog een keer feest was, het
was niet voor niets zo druk. Iedereen is nog een keer uit zijn dak gegaan voor
ze moesten gaan blokken. De meest van hen hebben nu net een week vakantie. Ze
zitten allemaal op het Heilig Hart, waar Niek dus ook zat. Ze kennen hem
allemaal. Tony, hij is gewoon voor hun ogen door de bus verpletterd." Zegt
Britt vol afgrijzen. Een lege plek markeert de plaats waar Niek gelegen heeft.
Geen van de jongeren durft er bij in de buurt te komen. Met betraande gezichten
kijken ze er naar. "Ik heb foto's," Britt houdt een paar kleine
fotootjes in de lucht "Voor de ambulance kwam." Tony neemt ze aan en
kijkt ze door, geen prettig gezicht en zeker niet om 1 uur 's nachts. "Zijn
de ouders al verwittigd?" Vraagt ze. "Zijn beste vriend heeft zijn
moeder al gebeld. Zijn vader is dood, jaren geleden overleden aan kanker
vertelde de vriend mij. Hij is nu mee in de ambulance." Tony schudt
mistroostig haar hoofd "Wat een klote zooi, midden in de nacht uit je bed
gebeld worden omdat je zoon is verpletterd door een bus. Wat gaan wij
doen?" Britt haalt haar schouders op "Kijken of er sprake is van
verwijtbaar gedrag. Maar. De bus is doorgereden, omdat de chauffeur niets had
gemerkt. Pas toen de jongeren zo kwaad werden snapte hij dat er iets mis was.
Hij zit binnen te wachten. Hij verkeert kennelijk in een shocktoestand. We
moeten hem maar ondervragen en de kinderen die er omheen stonden. Als iemand
iets te verwijten valt." Ze stappen weg van een paar mensen van het team
slachtofferhulp die nu her en der met de jongeren gaan praten. Tussen de
kinderen door lopen ze naar de deur van de dancing. "Britt Michiels en Tony
Dierickx, politie Gent." Britt laat haar penning zien aan de man die de
ingang bewaakt. "We willen de chauffeur graag spreken." De man knikt
en laat hen zwijgend binnen. Daar neemt hij hen mee naar een kantoortje al waar
de chauffeur bibberend zit te wachten. "Meneer den Oude?" Vraagt Britt
voorzichtig. "Kunnen wij even met u praten?" De man kijkt op naar
Britt, maar zijn blik is leeg en nietszeggend, alsof hij haar niet eens lijkt te
zien. Hij knikt en staart dan weer voor zich uit. "Ik heb een jongen dood
gereden." Fluistert hij "Ik heb een van die kinderen dood
gereden." Tony rolt met haar ogen, hier worden ze waarschijnlijk niet veel
wijzer van. "Britt, praat jij maar met hem. Ik ga even buiten rond
lopen." Zegt ze zacht. Britt knikt instemmend, ook zij heeft door dat een
gesprek met deze chauffeur vrij weinig op zal leven. "Ik had hem niet eens
gezien. Ik heb het niet eens gevoeld of gemerkt. Ze staan altijd zo te dringen,
maar toch niet." Hoort Tony de chauffeur nog stamelen terwijl ze het
kantoortje weer verlaat. 'Geef die man een whisky' denkt ze en stapt naar
buiten. Ze loopt naar een van de mensen van slachtofferhulp. Deze zit op zijn
hurken bij een meisje dat maar blijft kijken naar de plek waar Niek gelegen moet
hebben. "Het was zo gruwelijk." Zegt ze. Ze blijft het maar herhalen.
"Het is goed om er over te praten." Spoort de hulpverlener haar aan.
Tony loopt verder en komt zo steeds meer mensen tegen. De kinderen zijn allemaal
in een soort van shocktoestand en ook bij hen komt er weinig zinnigs uit.
"Ik stond vlakbij." Hoort ze een jongen vertellen. "Ik zie dat
Niek naar voren valt. Hij rolt onder de bus en dan zie ik hem niet meer. Dat
wiel rijdt over hem heen en dan zie ik hem weer. Overal ligt bloed, hij is
helemaal." De jongen stokt even en kijkt de hulpverlener angstig aan
"Hij is dood hè? Niek is dood. Ik zit bij hem in de klas." De leider
van de groep slachtofferhulp stapt op Tony af. "Zoiets is echt een drama.
Bijna iedereen die er omheen stond kende die jongen en er stonden er nog al wat.
Ze moeten met elkaar praten. Met andere leerlingen. Ze moeten het verhaal kunnen
vertellen. We hopen dat de school dat oppikt. Dit is echt zoveel." Hij
maakt een armzwaai om zich heen. Tony knikt en loopt door naar een meisje dat
alleen zit. "Gaat het?" Vraagt ze terwijl ze bij het meisje
neerknielt. Het meisje knikt en staart strak voor zich uit. "Hoe heet
je.?" Vraagt Tony "Laurie." Fluistert het meisje en kijkt Tony nu
aan. "Ik kende hem zo goed, hij zat bij mij op toneel. Ik was net gestopt
met toneel, hij ook. We waren veel samen." Tony knikt en slaat een arm om
haar heen. "Heb je het gezien?" Vraagt ze. Het meisje schudt haar
hoofd nu "Nee, ik was nog binnen." Zegt ze. Na een tijd komt Britt aan
lopen. Tony heeft inmiddels al bij verschillende groepjes gezeten. De kinderen
vertellen allemaal hetzelfde. "Iedereen is tegelijkertijd op de bus
afgestormd. Niemand wil naar huis, maar als het dan toch moet willen ze wel
allemaal met die bus mee. Het was ontzettend druk, nu met de vakantie. Iedereen
die normaal niet mag, mag nu voor de vakantie wel een keer. En natuurlijk het
feit dat de examens beginnen binnenkort. Ze stonden te duwen en te trekken,
iedereen wil bij de bus komen. En dan krijgt Niek een duw of zo. Het meisje wat
z'n hand vast had zit daar." Tony wijst naar een blond meisje dat in de
armen van een jongen hangt te huilen "Ze zegt dat Niek geduwd werd van
achteren en dat hij viel. Zij en een vriendin werden mee getrokken, maar ze
konden nog weg rollen." Britt trekt een gezicht "Wat een
verhaal." Mompelt ze. "We moeten maar het ziekenhuis gaan, horen met
die jongen is." Stelt Tony voor. "Dood waarschijnlijk. Nou, die
chauffeur is helemaal van de kaart. Het is een gepensioneerde buschauffeur. Nog
nooit een bekeuring gehad in zijn hele leven, heel voorzichtig." Ze stappen
allebei in hun eigen auto's en rijden achter elkaar aan naar het ziekenhuis.
"Ik denk dat we de zaak een heel eind rond hebben." Zegt Tony als ze
elkaar daar weer zien. Britt knikt "Er is geen verwijtbaar gedrag. Zo denk
ik er ook over. Niek is er niet zelf onder gesprongen. In het gedrang zijn
mensen tegen hem aan gevallen. De chauffeur kon niets zien. Het was een
vreselijke ongeluk." Ze lopen door de hal naar de eerste hulp. Daar lopen
ze al snel tegen een huilende vrouw, een meisje en een jongen aan. "Bent u
de moeder van Niek Vermeer?" Vraagt Britt twijfelend. De vrouw kijkt op en
knikt "Britt Michiels, politie Gent. Wij komen informeren." De jongen
schudt zijn hoofd "Niek is dood." Zegt hij triest. "Hij is
overleden op weg naar het ziekenhuis, ze hebben het nog geprobeerd, maar."
Het meisje kijkt nu naar Tony "Zelfs zijn organen konden ze niet meer
gebruiken. Hij heeft altijd gezegd dat hij orgaandonor wilde zijn als hij dood
ging. Dan kon hij nog iets goeds doen. Toen hij 18 werd heeft hij onmiddellijk
een formulier gehaald. Maar zelfs dat kan niet meer." Ze schudt bedroefd
haar hoofd en de vrouw trekt haar tegen zich aan. "Mijn broertje."
Fluistert ze en begint dan opnieuw te huilen. Britt en Tony voelen de rillingen
over hun rug lopen. "Er is niemand schuld aan hè?" Fluistert de
vrouw. "Het was gewoon een ongeluk." Britt knikt "De chauffeur
heeft niets gemerkt. De kinderen wilden allemaal die bus in." De moeder
knikt en wijst naar de jongen "Rik vertelde me al dat de chauffeur er niets
aan kon doen. Er vielen van achter kinderen tegen Niek aan en daarom is hij
omgerold." Ze zucht en haalt diep adem. "Niek is nu bij zijn vader. Ik
hoop dat hij het er goed heeft." Ze kijkt naar het plafond en Tony ziet dat
Rik een beetje kwaad zucht. "God zal voor hem zorgen." Gaat de moeder
verder "Ik heb 18 jaar van hem mogen genieten, nu heeft mijn man hem
nodig."
Omdat de lerarenkamer verbouwd wordt staan er houten units buiten. De gehorige
ruimte vormt de kantine voor de leerkrachten en nu vormt het de
bijeenkomstruimte van de toneelclub. De kinderen zitten verslagen bij elkaar. In
het schoolgebouw zijn een paar kinderen van de toneelclub bezig met het
inrichten van een lokaal. Ze maken een kleine herdenkingstafel. Daarop staan
bloemen en foto's. Sophie kijkt naar de grote bos gele bloemen aan de ene kant
van de tafel. Ze komen van de familie van Wouters. Hun leraar biologie. Twee
weken geleden is hij dood gereden, door een auto die op een dijk nog snel een
andere auto probeerde te passeren en hun leraar daarbij over het hoofd had
gezien. Er waren drie dagen voorbij gegaan voor hij was overleden aan zijn
verwondingen. Hij had vier kinderen. Ze staart naar de bloemen. In al hun
ellende had zijn familie nu toch aan hen gedacht en als eerste bloemen gestuurd.
Wouters was een geweldige vent geweest en zijn familie is
duidelijk al net zo. Aan de andere kant van het tafeltje staat een vaas
met gele rozen. De meeste kinderen hadden witte rozen gewild. Maar Nieks
mentrix, Marieke, had gele neergezet. Sophie was het met haar eens. Wit was te
statig, dat was niets voor Niek. Hij moest iets hebben met meer kleur er in,
iets wat beter bij hem paste. Ze strijkt met haar vinger over zijn foto en kijkt
naar het boek. Er ligt een mooi boek waarin iedereen wat kan schrijven. Ze
schuift een stoel bij. De anderen zijn al weg uit het lokaal, ze komen bij
elkaar in de kantine van de leraren. Maar zij blijft nog even zitten. Niek,
denkt ze, mijn maatje bij toneel. Maar wat ben ik nu kwijt? Ze weet het niet, ze
weet niet wat ze voor elkaar betekenden. Het was altijd zo moeilijk, zo
gecompliceerd. Niemand begreep wat zij hadden, zij zelf niet eens! Op toneel
probeerden ze elkaar altijd weg te spelen door zo veel te improviseren dat de
ander de weg compleet kwijt raakten. Maar altijd wisten ze weer een goede
voorstelling neer te zetten. Hoe vaak hadden ze niet zij aan zij op het toneel
gestaan om te buigen voor een enthousiast publiek. Al was het dan schooltoneel,
voor hen was het van belang geweest. Dat eeuwige improviseren, die eeuwige lach.
Er waren maar weinig serieuze momenten. Ja, als ze over later hadden gepraat.
Later, als ze groot waren. Niek, jij wordt nooit groot, had ze dan uitgeroepen.
Maar zo had ze het niet bedoeld! Als ze het over zijn vader hadden. Niek was
veel bezig met zijn vader, hij wilde weten hoe die geweest was en wat hij deed
vroeger. Ze kan haar tranen maar net bedwingen. Ze wil niet huilen. Ze heeft
thuis even gehuild, maar ze weigert te huilen. Met een krulschrift schrijft ze
in een van de hokjes "Niek, door deze improvisatie ben ik mijn tekst
kwijt." En doet dan de dop terug op de pen. Met ferme passen loopt ze het
lokaal uit en loopt daarbij bijna een paar kinderen omver die stilletjes het
lokaal in komen. Wat is ze nu kwijt geraakt? Wat was ertussen hen? Ze vraagt
zich duizend dingen af, er zijn zoveel vragen. Misschien was er helemaal niets
tussen hen, ze hadden tenslotte ook zoveel ruzie gemaakt. Ja, zij liep niet
zomaar achter hem aan. Had hij dat gewaardeerd. Bij hen was altijd alles
moeilijk, het leek zo ontspannen, maar daarbij leek het allemaal moeilijk.
Anderen huilen de ogen uit hun hoofd nu, denkt ze wrang, ze waren allemaal
verliefd op hem. Ze zijn allemaal hun vriend kwijt. En ik. Ik weet niet wat ik
kwijt ben? Ik weet niet hoe ik hem mag noemen. Ze stapt de school uit naar de
houten units. Daar binnen heerst een bedrukte stemming. Kinderen die erbij zijn
geweest praten en ratelen maar door, duizend keer vertellen ze het hele verhaal.
Sophie is er zelf niet bij geweest, maar ze heeft het hele verhaal tot en met de
laatste bloedspatten aan toe al minstens 8 keer gehoord. Ze weet niet wat er nu
erger is, het werkelijke beeld, of het gruwelbeeld dat zij inmiddels in haar
hoofd heeft hangen. Na een negende keer het verhaal van het begin tot het eind
te hebben moeten aanhoren; want praten helpt; stapt ze naar buiten. Ze gooit
haar haren naar achteren en kijkt naar de zon die stralend schijnt en zijn licht
op de vlag werpt die half stok hangt. Ze zinkt neer op een bankje en kijkt voor
zich uit. "Ik huil niet." Zegt ze hardop "Ik huil niet, ik zal
niet huilen." Zo sterk moet ze zijn, denkt ze, niemand mag haar zien
huilen. Ze kijkt naar haar handen en heeft niet in de gaten dat er iemand naast
haar komt zitten. Haar juf engels gaat naast haar zitten. Ze kijkt ook recht
voor zich uit en zucht. Dan kijkt ze naar Sophie en die kijkt haar terug recht
aan. "Ik snap niet waarom." Zegt Sophie met een klein stemmetje,
praten moet ze niet doen, dan gaat ze huilen. Ze voelt de tranen opwellen in
haar ogen en haar keel dik worden "waarom?" Fluistert ze en barst dan
in huilen uit. De juf slaat een arm om haar heen en trekt haar tegen zich aan.
"It never rains. It poors." Zegt ze. Achter hen doet de Marieke, de
mentrix, het gordijntje even naar beneden. Ze knikt opgelucht. Sophie laat haar
emoties zien en er is iemand bij. Ze maakt zich zorgen over Sophie, vorig jaar
was ze een leerling uit haar klas en ze had toen wel gemerkt dat Sophie
behoorlijk met zichzelf in de knoop zat. Dit uiten was echter nooit een van haar
sterkste kanten geweest. Sophie had de neiging alles op te kroppen. Marieke
zucht, ze weet hoe Sophie en Niek waren samen. Ze gaat terug naar de andere
leerlingen. Buiten haalt Sophie opgelucht adem "Zo," Zegt haar juf
engels "het is eruit." Sophie glimlacht "Je moet ook niet
praten." Zegt ze "Nee, maar goed, het moet er toch eens uit."
Sophie kijkt rond en ziet dan door haar tranen heen een man tegen een auto
geleund staan. Hij maakt foto's en kijkt rond naar plaatjes. "Een
journalist." Zegt Sophie kwaad "Wat doen die hier nou? Is het
interessant of zo?" Ze ziet een groepje kinderen huilend het plein op komen
fietsen. De journalist loopt op hen af en vraagt hen wat. De kinderen blijven
even stil staan, maar fietsen dan door. "Wat wilde hij?" Vraagt Sophie
fel aan het groepje "iemand van de krant." Zegt Nina, de oudste van
het stel. "Fijn hoor, dat ze nu komen." Zegt Klaartje. Sophie zendt
een woedende blik naar de journalist en stapt naar de auto toe. De juf van
engels glimlacht even, Sophie lost het wel weer even op. "Meneer,"
Zegt Sophie "Mag ik je wat vragen?" Roept de man "Nee, u mag mij
niets vragen. Ik wil dat u weg gaat. Niemand wil u hier hebben. Wat denkt u wel
niet?" De man kijkt haar aan "Nou, er is persvrijheid in dit land en
ik wil weten hoe jullie je nu voelen." Sophie zwaait kwaad met haar armen
"Hoe denkt u dat wij ons voelen?! We vinden het geweldig dat Niek dood is,
echt fantastisch! Nou goed?! Jeetje ga weg! U kunt ons nu toch niet lastig
vallen? En ik wil geen foto in de krant zien morgen van mezelf!" De man
knikt en stapt in zijn auto. Sophie loopt weg. Maar als het volgende groepje het
plein op komt stapt de man weer uit. Sophie stampvoet van kwaadheid en de
lerares engels loopt nu met u mee. "Kunt u niet luisteren?" Roept
Sophie kwaad als de man opnieuw een vraag wil gaan stellen. "Weg
hier!" Ze blijft met haar armen over elkaar staan tot de journalist
daadwerkelijk inpakt en weg rijdt. Een andere auto draait het plein op. "De
volgende." Mompelt Sophie. Er stappen twee vrouwen uit. "Mogen wij wat
vragen? Britt Michiels en Tony Die." Sophie plant haar handen in haar zij
"Weg!" Zegt ze dreigend. "Wij willen niet meer lastig gevallen
worden, u schrijft maar een ander leuk verhaal in uw krant!" De juf engels
pakt haar hand "Kom Sophie. Laat hen maar." Zegt ze sussend "Wij
zijn van de politie Gent." Zegt de ene vrouw verbaasd over de uitbarsting.
Sophie draait zich om en stapt weg richting het houten gebouwtje "Neemt u
mij niet kwalijk." Snauwt ze nog.
Tony kijkt het meisje na, een felle, denkt ze. "Kom," Zegt ze tegen
Britt. Ze volgen de vrouw en het meisje op een afstand en stappen achter hen aan
de units binnen. "Wij zijn van de politie Gent." Begint Tony. "Is
er nieuws?" Vraagt een blond meisje met sproeten. "Wacht even Anna, we
zullen eerst iedereen even bij elkaar roepen." Zegt een vrouw met vrolijke
krullen. Ze stuurt een paar mensen weg en steekt dan haar hand uit. "Ik ben
Marieke, de mentrix van Niek. U heeft al een aanvaring met Sophie gehad zag
ik?" Tony glimlacht en knikt naar het meisje dat hen eerder op de
parkeerplaats had staan uitkafferen. Die kijkt verlegen naar de grond en mompelt
tegen haar juf "Ik dacht dat het journalisten waren." De vrouw die
zich heeft voorgesteld als Marieke legt een hand op de schouder van Sophie
"Neemt u het haar niet kwalijk." Zegt ze tegen Britt en Tony. Die
knikken en lachen vriendelijk naar Sophie. "Dames en heren." Begint
Tony als iedereen buiten om hen heen staat. Er is een behoorlijk grote groep
toegestroomd. "Wij komen niet heel veel meer doen dan melden dat het hele
geval een ongeluk is geweest. Er is niemand schuld. Niek is in het gedrang onder
een wiel van de bus geduwd." Tony vat het hele verhaal kort samen en ziet
kinderen langzaam wit weg trekken. "Het is het beste als jullie nu veel
praten." Zegt Britt "Er zijn mensen van slachtofferhulp, ze komen hier
later ook nog heen. Kinderen die het gezien hebben moeten vooral veel praten.
Luister naar elkaars verhaal, dat is wat jullie nu kunnen doen voor
elkaar." Zo gaan ze nog even door, totdat ze alles minstens vijf keer
herhaald hebben en op een teken de groep weer in kleine groepjes uiteen gaat.
"Thee? Koffie?" Vraagt Marieke. Tony en Britt knikken en lopen achter
haar aan mee naar binnen. "Er is dus geen schuldige." Horen ze Sophie
zeggen. "Er is helemaal niemand de schuldige. Het is gewoon een
ongeluk." Ze kijkt kwaad voor zich uit. Marieke zet koffie voor hen neer en
loopt dan naar Sophie "We moesten nog ruzie maken." Glimlacht die
vermoeid als haar juf voor haar staat. Die knikt en legt een hand op haar arm.
"En ik heb hem niet kunnen zeggen." Marieke schudt haar hoofd en
glimlacht dan even "Hij weet het Sophie, hij weet het wel."
Ze staan voor het mortuarium. Voor de laatste keer begeven Tony en Britt zich
onder het gezelschap. Ze hebben afgesproken om even een oogje in het zeil te
houden. Zoveel jongeren, zoveel emoties en daarna willen de kinderen ook nog
naar de plek gaan waar het allemaal gebeurd is. Ze blijven maar even in de buurt
om het allemaal in de gaten te houden. Britt ziet Marieke staan en wenkt Tony.
Marieke knikt hen vriendelijk toe. "Sophie." Britt glimlacht
vriendelijk naar Sophie en die glimlacht terug. Haar gezicht staat verwrongen,
ze kijkt met een schuine blik naar het mortuarium. "Kom je mee?"
Vraagt Marieke. Sophie schudt haar hoofd "Ik ga niet naar binnen."
Zegt ze vastbesloten. "Maar, nu is de laatste kans om hem te zien,
misschien heb je er de rest van je leven spijt van." Probeert Marieke.
Sophie schudt haar hoofd "Hij ligt daar niet zoals ik hem ken, ik wil hem
herinneren zoals hij was." Marieke knikt en kijkt naar Britt "Wij
blijven ook hier." Zegt die en legt een hand op Sophies schouder. Die
glimlacht dankbaar "Wij zijn zo terug." Belooft Marieke. Met een
aantal kinderen loopt ze naar binnen. Het duurt inderdaad niet lang of ze staan
weer buiten, met een mengeling van opluchting en verdriet op hun gezicht. Sophie
kijkt op, ze heeft al die tijd zwijgend naar de grond gestaard alsof ze niets
zinnigs wist te bedenken. "Hij ligt er heel mooi bij." Zegt Marieke
als ze bij hen is "Ze hebben het heel mooi gedaan, je kunt echt gerust gaan
kijken, Sophie." Sophie schudt haar hoofd "Ik wil hem niet meer zien!
Het is zo wel goed. Hij kán er niet mooi bij liggen, want ik wil niet dat hij
daar ligt!" Zegt ze verbeten. Ze bijt op haar lip en kijkt Marieke aan.
"Je bent kwaad hè?" Marieke zegt het niet als een verwijt, of met
welke emotie dan ook, het is een vaststaand feit dat ze constateert. Sophie
knikt en zegt net zo emotieloos "Ja, ik ben kwaad. En er is helemaal niets
of niemand om kwaad op te zijn. Misschien ben ik wel kwaad op hem. Hij ging
gewoon. Zonder het te zeggen, hij is gewoon gegaan." Marieke knikt, van
achter haar komt een jongen. Tony herkent hem, ze heeft hem eerder gezien in het
ziekenhuis. "Marieke, kan ik met jou in de auto meerijden naar de
dancing?" Vraagt hij. "O jeetje. Mijn auto zit al vrij vol."
Marieke kijkt even in het rond. "Maakt niet uit, neem mijn plaats maar,
Rik." Zegt Sophie opeens "Ik ga naar huis zo." Marieke kijkt van
Rik naar Sophie "Weet je het zeker?" Vraagt ze. Sophie knikt "Ik
hoef het niet te zien, ik zie jullie morgen, op de begrafenis." Rik
glimlacht "Bedankt Sophie." Zegt hij zacht "Tot morgen."
Sophie zwaait flauwtjes en stapt dan weg richting een groot aantal fietsen.
"Er is geen schuldige aan te wijzen." Zegt Britt tegen Tony terwijl ze
weg stappen "en ik denk dat, dat nog wel het moeilijkste is."
Einde
Holymary;mins
|