2 cases

Pasmans en Raymond moesten patrouilleren en bij het verlaten van het commissariaat zien ze een dronken man de straat oversteken, zonder kijken. Pasmans roept snel naar de man dat hij moet terugkeren, want er kwam een wagen aangereden.
Pasmans: Meneer, meneer, kom terug!
Maar hij luisterde niet... Pasmans liep dan vlug naar de man toe, maar... het was te laat. De wagen had de man blijkbaar niet gezien omdat hij van achtereen hoek kwam.
Raymond: Transsie, een ziekenwagen aub, ter hoogte van het commissariaat in Gent.
Transmissie: Transmissie begrepen, ziekenwagen is onderweg.
 
Raymond: Ze komen af met een ziekenwagen, hoe is het met hem?
Pasmans: Ik weet het niet, ik hoop dat hij het zal overleven.
De chauffeur was gelukkig blijven staan en Raymond ging naar hem toe.
Raymond : Ik denk dat de ziekenwagen niet meer nodig is.
Chauffeur : Ik had hem niet gezien, zo hard ree ik toch niet?
Raymond : U kan er denk ik niet aan doen, maar ik geloof dat uw slachtoffer veelte diep in het glaasje heeft gekeken.
Pasmans : Hij is inderdaad overleden.
Ondertussen wordt het al behoorlijk druk daar want er komen voorbijgangers en collega's kijken.
 
Britt : Dus uw man is deze nacht niet thuis gekomen.
Lies : Nee, hij ging gister avond weg, en hij beantwoordt zijn mobiel niet.
Britt : Daar kan een rede voor zijn, maar zijn er nog andere redes dat u uw man zo snel als vermist op komt geven, hij is nog maar 14 uur geleden dat hij is gezien.
Lies : Mijn man is heel erg depressief.
Britt: Ach zow. Kijk, wij mogen pas na 24 h verdwijning een echte zoekactie opstarten, maar ik zal alle eenheden verwittigen dat ze moeten uitkijken. Kunt u ons een recente foto geven?
Lies: Ja, hier.
En Lies haalde een foto uit haar portefeuille.
Britt: Dank u. Ziet u man er nog precies zo uit?
Lies: Euh ja, maar hij heeft wel een klein baardje laten groeien nu.
Britt: Ik ga u even een boek tonen en dan kan u aanduiden hoe dat baardje er uitziet.
Lies: Oké.
Britt loopt het verhoor uit om het boek te pakken.
 
Raymond : Wilfried, jij kan er niets aan doen dat die man dood is, hij was stom dronken.
Pasmans : Ik had sneller moeten zijn?
Raymond : Je moet jezelf de schuld niet geven, je hebt je best gedaan, en van die klap die hij maakte kan een mens niet zomaar overlijden.
Britt : Wat is er gebeurd?
Pasmans : Ik heb iemand zijn leven niet kunnen redden.
Raymond : Hier voor was een stomdronken man aan het oversteken en is aangereden. Hij is overleden.
Britt : Daar kan jij toch niet aan doen Wilfried.
Pasmans: Ik had sneller moeten zijn!
Britt: Ik denk dat je je best gedaan hebt Wilfried, het is niet jouw schuld dat hij werd aangereden.
Raymond: Zal ik je naar huis voeren?
Pasmans: Nee, laat maar. Ik ga die chauffeur ondervragen.
Raymond : Oké, kom, hij zit in de verhoorkamer.
Britt : Jij gaat die man niet verhoren Wilfried.
Pasmans : Sinds wanneer bepaal jij dat?
Britt : Omdat ik geen zin hem dat een van mijn collega's bezoek krijgt.
Raymond : Britt heeft wel gelijk.
Pasmans : Ik ga die man gewoon verhoren, ik kan dat best.
Britt : Geloof je dat zelf. (scherp)
 
Nadine : Wat is hier aan de hand? (streng)
Britt : Wilfried is niet in staat om iemand te verhoren.
Nadine: En waarom zou hij niet in staat zijn iemand te verhoren?
Britt: Omdat hij die man daarstraks iemand heeft omver zien rijden.
Pasmans: Ik kan die toch wel verhoren zeker?! (nogal boos)
Nadine: Ik denk dat het beter is als Britt meegaat dan.
Pasmans kijkt nogal vies en knikt dat dan het goed is.
Pasmans: Kom.
Britt : Ik kan niet verhoren Baas, ik moet iets uitzeken, Tony zit met een vrouw in het verhoor en ik moet weer terug.
Nadine : Raymond, vraag iemand bij om met jou een verhoren te doen.
Raymond : Dat is goed.
Pasmans : Ik dan?
Nadine : Neem een koffie en kalmeer wat.
Pasmans: Maar ik ben kalm!
Nadine kijkt even naar Pasmans met een ongelovige blik.
Pasmans: Oké dan.
Nadine: Goed, Raymond, doe maar.
Raymond: Ja baas.
Britt en Raymond vertrekken beiden naar een verhoorkamer.
Raymond: Goed, mag ik u naam?
Man: Stef
Raymond: Stef en hoe nog?
Stef: Stef Van de Wiele.
Raymond verhoord de man en gaat daarna terug naar Pasmans.
Pasmans: En? Wat zegt hij?
Raymond: Dat hij er niet aan kon doen.
Pasmans: Er niet aan kon doen! Hij kon die man toch wel zien zeker?
Raymond : Pasmans de auto kwam de hoek om, hij kon er niets aan doen.
Pasmans : Hoe weet je dat zo zeker.
Raymond : Omdat ik ook getuigen was.
Pasmans : Hoe komt het dan dat we allebei een andere conclusie hebben?
Raymond : Omdat jij je gevoel er in hebt laten meespelen, je was heel erg met die dronken man bezig.
Raymond : Pasmans de auto kwam de hoek om, hij kon er niets aan doen.
Pasmans : Hoe weet je dat zo zeker.
Raymond : Omdat ik ook getuigen was.
Pasmans : Hoe komt het dan dat we allebei een andere conclusie hebben?
Raymond : Omdat jij je gevoel er in hebt laten meespelen, je was heel erg met die dronken man bezig.
Pasmans keek even naar Raymond en begon te typen op z’n computer.
Raymond: Ik ga naar Nadine om het verhaal uit te leggen.
En Pasmans zweeg.
Klop Klop
Nadine: Ja?
Raymond: Ik kom in verband met die dronken man die hier voor de deur is overreden.
Nadine: Oh ja, hoe is dat gebeurd?
En Raymond doet het verhaal dat hij van de chauffeur heeft gehoord.
Nadine: En jij gelooft hem?
Raymond: Ja, ik heb het ook gezien, en die chauffeur kon hem echt niet zien. Hij kwam van achter een hoek.
Nadine: Oké, maak een PV op en laat de man dan maar gaan.
Raymond : Zal ik doen baas.
 
Pasmans : Wat zij de baas?
Raymond : Dat ik het PV moest opmaken en hem mag laten gaan.
Pasmans : Hij heeft die man dood gereden.
Raymond : Het was een ongeluk Wilfried.
Pasmans: Misschien, we weten niet eens of die chauffeur had gedronken of niet.
Raymond: Nee Pasmans, maar het maakt niet zo veel uit. Ook al had hij gedronken, hij zou die man daardoor niet minder hebben gezien hoor, hij kwam van achter een hoek.
Pasmans: Oké dan, laat de zaak dan maar vallen hé!
Raymond : Ga jij eens met Vanbruane praten.
Pasmans : Waar is dat goed voor?
Raymond : Dan kan die jou duidelijk maken waarom je niet verder met de zaak kunnen gaan.
 
Britt : We laten hem seinen, als we hem hebben gevonden zullen we het doorgeven.
Lies : Heel erg bedankt.
Lies en Britt stappen naar de gang, toen plots een familielid van die dronken man toekwam.
Pasmans(die dus blijkbaar niet naar Vanbruane was): Wat kan ik voor u doen?
Vrouw: Ik kom een aangifte doen. Mijn broer is verdwenen.
Pasmans: Kom maar mee.
Pasmans en de vrouw gaan naar verhoorkamer 2.
Pasmans: Oké, hoe ziet u broer eruit?
Vrouw: Hij heeft een blauwe jeansbroek aan en een wit hemd.
Pasmans: Weet u soms waar hij naartoe ging voor je hem het laatst gezien hebt?
Vrouw: Hier ergens in Gent. Hij zou iets gaan drinken zei hij.
En toen viel Pasmans' euro... het was de dronken man die overreden was.
Pasmans: Was u broer veel dronken?
Vrouw : Waarom vraagt u me dat?
Pasmans : Er is deze morgen een man aangereden hier voor de deur, hij was dronken en voldoet aan de persoonsbeschrijving die u opgeeft.
Vrouw : Hoe is het met hem?
Pasmans : Hij was opslag dood.
De vrouw was even stil van het verschieten.
Vrouw: Kan ik hem zien? Ik ben zeker dat het hij niet is. Dat kan gewoon niet!
Pasmans: Ja, hij ligt in het mor... ziekenhuis.
Vrouw: Welk ziekenhuis?
Pasmans: Sint Lucas.
Vrouw: Dan ben ik naar daar!
Pasmans: Wacht, ik breng u.
Pasmans waarschuwt Raymond en gaan dan naar het ziekenhuis. Daar gaan ze met de vrouw naar de dode kijken.
Vrouw : Dat is mijn broer niet, hij lijkt wel op hem maar hij is het niet.
Raymond : Lijkt hij erg veel op uw broer?
Vrouw : Ja, maar mijn broer heeft een dikker gezicht.
Pasmans: Wie is die man dan?
Vrouw: Ik weet het niet, maar ik ben blij dat het mijn broer niet is hoor!
Raymond: Sorry voor de vergissing, wij hadden echt redenen om aan te nemen dat dat u broer was.
Vrouw: Ik wil hier zo snel mogelijk weg, mijn broer gaan zoeken.
Pasmans: Oké, we gaan terug.
Op het commissariaat is Pasmans aan het kijken of hij wat over hun verdwenen man kan vinden. Dan loopt merel achter hem langs en werpt een blik op zijn scherm en herkent de man.
Merel : Pasmans, hebben jullie die man opgepakt?
Pasmans : Nee, hij is vermist.
Merel : Zijn jullie met dezelfde vermissingzaak bezig als wij?
Pasmans : Kor Verkerk?
Merel : Nee, Dirk Kooiman.
Pasmans : Raymond, heb jij een foto van die man vanochtend?
Raymond : Ja hier.
Pasmans : Is dit niet jullie man?
Merel: Moh, ja. Hoe komen jullie aan die foto?
Pasmans: Het is die dronken man die hier voor de deur omvergereden is.
Merel: Mag ik die foto hebben? Ik wil hem aan Lies tonen, dan zijn we zeker of het onze man is.
Raymond: Ja, geen probleem.
Merel: Bedankt.
 
Merel: Britt, ik denk dat dit onze man is.
Britt : Hij voldoet aan de beschrijfeins en lijkt op de foto.
Merel : Pasmans, waar licht hij?
Pasmans : In het mortuarium van het sint Lucas.
Merel : Bedankt.
Britt : Laten we dan maar gaan heb jij het adres van Lies?
Merel : Ja ik heb het.
Britt: Merel, heb jij de sleutels van de auto ergens zien liggen? Ik dacht dat ik ze naast de computer had gelegd.
Merel: Nee, ik heb ze niet gezien.
Britt: Shit, wat nu?
Pasmans: Britt, ik heb die nog. We zijn met jullie wagen naar het Sint Lucas gereden.
Britt: Ah oef! Bedankt.
Britt en Merel vertrekken dan maar naar Lies.
Lies : Hebben jullie mijn man gevonden?
Britt : Er is deze morgen toen u de verdwijning van u man op gaf een ongeluk gebeurd voor het commissariaat. Die man is daarbij overleden, wij hebben redenen om aan te nemen dat het uw man was. Het spijt ons.
Lies : Dat kan niet, echt niet.
Merel : Is dit uw man?
Lies: Ja! Hoe kan dat nu? Dat kan toch niet?
Britt: Het spijt mij.
Lies: Waar is hij nu? Ik wil naar hem toe.
Britt: Hij is in het ziekenhuis. Wij brengen u wel daarheen.
Lies: Oké.
Lies neemt snel haar jas en ze vertrekken naar het Sint Lucas.
In het ziekenhuis herkent de vrouw haar man. Maar de patholoog wenkt naar Britt dat hij haar nog even wilt spreken.
 
Britt : Wat is er?
Patholoog : Er is nog een bloedonderzoek gedaan, hij is overleden aan alcohol in combinatie met medicijnen.
Britt : Antidepressieve?
Patholoog: Ook, maar hij heeft ook methadon genomen.
Britt: Methadon?
Patholoog: Ja, ik weet ook niet waarom, want het ziet er mij geen junk uit.
Britt: Dat zullen we toch moeten uitzoeken.
Patholoog: Ja, ik vond dat ik het u moest zeggen.
Britt: Bedankt.
Britt en Merel gaan samen met Lies naar het commissariaat, omdat Lies een verklaring moet ondertekenen dat ze haar man heeft herkend.
Lies : Maar hoe kan het dat hij overleden is, reed die auto zo hard?
Britt : Nee in het bloed van uw man is alcohol, antidepressiva en Methadon gevonden.
Lies : Drugs?
Britt : Ja.
Lies : Maar hij zat niet aan de drugs dat weet ik heel erg zeker.
Britt : We gaan ook uitzoeken hoe hij daar aan is gekomen.
Lies: Dat kan gewoon niet van hem zijn.
Britt: Zou je nog even je handtekening willen zetten? Dat is de verklaring dat je je man hebt herkend.
Lies: Ja.
 
Britt: Ik denk dat het beter is dat je naar huis gaat. Wij zullen u verwittigen als we nieuws hebben.
Lies: Euh ja. Bedankt.
Nogal neerslachtig gaat Lies terug naar huis.
Merel : We moeten uitvinden waar hij vandaan kwam.
Britt : We gaan eens met Pasmans praten, die waren er bij toen het ongeluk gebeurde.
 
Pasmans : En, was het jullie man?
Britt : Ja, maar zonder die auto had hij ook wel overleden, dus wees maar niet boos op die bestuurder.
Raymond : Wat is er dan gebeurd?
Britt : In zijn bloed waren sporen van Alcohol, methadon en anti depressiefes gevonden, dat is niet goed te combineren.
Pasmans : Hij zag er niet echt uit of hij aan de drugs zat.
Merel : Volgens zijn vrouw zat hij dat ook niet.
Pasmans: Maar hoe kwam hij dan aan die medicamenten?
Britt: Dat gaan we uitzoeken hé.
Merel: Wilfried, kan je es vertellen van waar die man kwam?
Pasmans: Hij kwam van het Sint Jacobs, maar ik weet niet van waar precies. Dat heb ik niet gezien.
Britt: dan kunnen we alleen de cafés afdoen hé.
Merel: Er zit niets anders op vrees ik.
Britt : Laten we dan maar vertrekken.
 
Café in café uit zo gaat het een tijdje door maar zo als gewoonlijk is het het allerlaatste café waar je komt de gene die je moet hebben.
Britt : Heeft hij met iemand aan een tafeltje gezeten of zo?
Barman : Nee, hij is heelde tijd alleen geweest, zielige man, maar wat is er met hem?
Britt: Hij is gestorven.
Barman: Maar hoe?
Britt: Sorry, maar dat mag ik nog niet vertellen. Het is een lopende zaak.
Barman: Dan zal het wel serieus geweest zijn, als er zelf al een zaak van wordt gemaakt.
Britt keek hem even bevestigend aan.
Merel: Is er u iets speciaals opgevallen aan die man?
Barman: Dat hij nogal alleen was en er nogal dronken uitzag terwijl hij hier alleen maar 1 whisky heeft gedronken.
Merel : Hoelang heeft hij hier gezeten?
Barman : Ik denk een uur. Hij was er toen in open ging.
Britt : En heeft u iemand in zijn buurt gezien?
Barman : Nee, het is altijd rustig in de ochtend, meestal wat toeristen die toe zijn aan een kopje koffie, maar alcohol schenk ik al bijna nooit in de ochtend.
Britt : Waarom heeft u hem toch te drinken gegeven terwijl hij al dronk was?
Barman : Omdat ik mijn brood verdien met wat ik hier verkoop mevrouw.
Merel: En naar waar heeft u hem zien stappen als hij weg ging?
Barman: Hij ging naar daar.
En de man wees een kant uit.
Britt: Maar dan ging hij niet rechtsreeks naar het commissariaat toe.
Merel: Dan moet hij nog ergens zijn gestopt.
Britt: Kan niet anders.
Merel: Bedankt meneer, dit heeft ons goed geholpen.
Merel : Zullen we ook eens die richting op lopen?
Britt : Is goed.
Merel : In die bar heeft hij niets gekregen, maar ik vraag me af waar hij hiervoor vandaan kwam, hij moed ergens de nacht hebben doorgebracht.
Britt: Vrienden misschien?
Merel: Ja, zou kunnen, maar begin die hier maar eens te zoeken...
Britt: We kunnen het eens vragen aan Lies. Zij zou toch moeten weten of hij hier nog vrienden had hé?
Merel: Ja, lijkt me wel.
We zullen eerst eens naar lies gaan voor we zo verder zoeken. Het heeft geen zin om naar een speld in een hooiberg te zoeken als Lies ons meer kan vertellen.
Britt : Snap jij dat hij zo naar de belford is gelopen?
Merel : Nee, maar zullen we maar terug lopen, onze wagen staat daar nog.
Britt : Ja dat is goed.
 
Britt : Lies, weet jij misschien vrienden waar hij deze nacht heeft kunnen doorbrengen?
Lies: Hij had zoveel vrienden.
Britt: In de buurt van Gent, aan het Belfort ongeveer. Had hij daar ook vrienden?
Lies: Hij kende daar wel iemand, een man, maar ik weet niet precies wie dat is.
Merel: Zou je die man kunnen beschrijven?
Lies: euh ja, ongeveer. Ik heb hem wel maar 1 keer gezien, maar het was een man van midden in de 20, schat ik. Kort bruin haar, redelijk groot, ik schat zo'n 1,95m en hij moet ergens aan café 'Leffe' wonen.
Britt: Dat is vlak aan het Belfort. Dat zou kunnen kloppen.
Lies : Ik hoop dat u er iets aan heeft.
Britt : Ik denk het wel, en we weten ongeveer aar hij woont, dat maakt het voor ons al een heel stuk makkelijker.
 
Merel : Zullen we eerst eens bij dat café gaan vragen?
Britt : Ja, hij woont er in de buurt en misschien kennen ze hem wel, dan komen we al weer een stuk verder.
Britt en Merel nemen afscheid van Lies en gaan terug naar café Leffe.
Barman: Zo snel al terug?
Britt: Ja, we hebben nog een vraagje.
Barman: Vraag maar
Merel: We zoeken het adres van een man.
Merel verteld de barman de beschrijving die ze van Lies hebben gekregen.
Barman: Sorry, maar die ken ik niet.
Merel: Ah, jammer. Toch bedankt.
 
Britt: Nu moeten we toch de buurt afdoen.
Merel: Jah
Huis na huis bellen ze aan, maar niemand weet waar de man woont. Sommigen hadden hem al gezien, maar wisten niet waar hij woonde.
 
Ding dong
Vrouw: Ja?
Britt: Dag mevrouw, Britt Michiels en Merel Vanneste, politie Gent. Mogen wij u een vraagje stellen?
Vrouw: Euh ja, heb ik niets misdaan toch?
Britt: Nee hoor, we zoeken een adres.
Vrouw : Ik heb een telefoonboek voor u?
Britt : Maar we weten niet wie het is, kent u misschien kent u iemand die aan de beschrijving voldoet en hier in de buurt woont, hij kan voor ons een belangrijke getuige zijn..
Vrouw : Vertel dan maar
Dan verteld Tony hoe de man er ongeveer uit ziet.
Vrouw : Ik denk dat u mijn buurman zoekt, hij is heel erg op zich zelf, bijna niemand kent hem.
Britt: En wat is zijn naam?
Vrouw: Dirk en nog iets.
Britt: Kan u ons tonen welk huis het is?
Vrouw: Ja, het is het huis hier langs de linkerkant.
Britt: Oké, bedankt!
 
Britt en Merel gaan naar Dirk en bellen aan.
Na even wachten word dan de deur geopend.
Merel : Dirk?
Dirk : Ja, wie bent u?
Merel : Merel Vanneste, en dit is mijn collega Britt Michiels, politie Gent.
Dirk : Wat is er?
Merel : We zouden even met u willen praten, misschien kan u ons helpen.
Dirk: euh ja, geen probleem. Kom maar binnen.
Dirk was blijkbaar niet dol op opruimen, want het huis lag er als een varkensstal bij.
Britt toont de foto van de man van Lies.
Britt: Heeft u deze man al gezien?
Dirk: Ja, natuurlijk. Wat is er met hem? Heeft hij iets mispeutert?
Merel: Mispeutert niet nee, hij is gestorven.
Dirk: Wat? Dat kan toch niet?
Britt : Het is toch wel zo.
Dirk : Maar hij leefde nog toen hij vanochtend weg ging.
Merel : Was hij toen al dronken?
Dirk : Ja, een beetje, hij kon nog met gemak recht staan.
Britt: En weet u waar hij naartoe ging?
Dirk: Naar huis zei hij.
Britt: En hij zou nergens anders heen gaan?
Dirk: Nee, daar heeft hij mij toch niets van gezegd.
Britt: Heeft u iets eigenaardigs gemerkt toen hij bij u op bezoek was?
Dirk: Niets echt eigenaardig. Hij kreeg een telefoon en hij ging weg. Dat is alles
Britt : Weet u ook wie er heeft gebeld?
Dirk : Nee, dat heeft hij niet gezegd.
Britt : Weet u misschien of hij zich anders gedroeg de laatste tijd?
Dirk : Ja, hij was heel erg depressief. Hij slikte dacht ik wel medicijnen.
Britt: En u weet niets meer over hem? Had hij niet meer vrienden hier?
Dirk: Ja, hij had hier in de buurt nog een vriend wonen, maar ik weet niet precies hoe die noemt. Ik kan u wel zijn huis tonen, het is hier om de hoek.
Britt: Als u dat zou willen doen.
Dirk: Oké
Dirk neemt z'n jas en samen vertrekken ze naar buiten. Na een minuutje wandelen stopt Dirk.
Dirk: Hier is het.
Het was een mooi huis met uitzicht op het Belfort.
Britt: Oké, bedankt.
Dirk: Mag ik nu naar huis?
Merel: Ja, van ons wel. Wij contacteren u wel als we nog vragen hebben.
Wanneer Dirk weg is gelopen belt Britt aan.
Britt : Ik denk dat hij hier is langs geweest.
Merel : Na dat hij uit het café is gekomen.
Dan word er door een ongeveer 30 jarige man open gedaan.
Britt: Dag meneer, Britt Michiels, Merel Vanneste, politie Gent. Mogen wij u enkele vraagjes stellen?
Meneer: Ja geen probleem.
Britt: Kent u deze man?
En Britt toont een foto van de gestorven man.
Meneer: Nee, die ken ik niet.
Merel: Wij hebben nochtans getuigen die beweren dat hij u kende.
Meneer: Ik ken hem niet oké?
Britt: Waarom kwam hij dan naar hier?
Man : Geen idee, vraag het hem.
Britt : Dat zal moeilijk gaan, hij is overleden.
Man : En mij zeker een moord in de schoenen schuiven echt niet.
Merel : Wie spreekt hier van moord?
Man : Waarom moeit de politie zich er dan anders mee?
Britt : Omdat ze er achter willen komen wie het is misschien?
Merel: Mogen wij even binnenkomen?
Man: euh ja?
Binnen zien Britt en Merel een doosje methadon liggen.
Britt: Waar zijn die goed voor?
Man: Dat heb ik soms nodig.
Britt: Methadon?
Man: ja!
Britt : Ik denk dat het beter is dat u even met ons mee komt.
Man : Waarom?
Britt : Dat leggen we u zo wel uit.
Man : Ik wil het nu weten.
Dan probeert de man weg te rennen, maar dat was niet zo slim omdat hij langs Merel moest die hem meteen vast pakte en hem in de boeien slaat.
Britt : Zo kan het ook, ik zal even de mannen bellen voor een huiszoeking.
Pasmans en Raymond kwamen al snel aan en omdat het maar 50 meter te voet was naar het commissariaat namen Britt en Merel de man te voet mee.
Man: Dit is wel vernederend hoor! Ik ken hier veel mensen!
Britt: Maakt niet uit, je komt mee!
 
Op het commissariaat aangekomen laten ze hem in verhoorkamer 1 wachten tot ze Vanbruane gebrieft hadden.
Britt : Ik zou nu toch graag uw naam willen, dat praat wat makkelijker.
Man : Dan praat u maar wat moeilijker.
Britt : We komen er zo wel achter, we hebben u in uw eigen huis opgepakt.
Merel : Ik kan het wel even voor je gaan opzoeken als u wilt.
Man : Bastiaan Ragers.
Merel : Bedankt Bastiaan, maar ik zou ook graag willen weten waarom je wegrende.
Bastiaan : Ik vond u niet erg aangenaam gezelschap.
Britt: Niemand rent gewoon maar weg omdat de ander geen aangenaam gezelschap is. Kijk Bastiaan, ik zal u zeggen waar het op slaat. Als je niet meewerkt kan je beschuldigd worden van onvrijwillige doodslag.
Bastiaan: Wat? Ik heb toch niets gedaan?
Merel: Ga je ons vertellen wat die man bij jou deed?
Bastiaan : Gewoon, niets.
Britt: Dus je kent hem wel!
Bastiaan: Ja, hij is al jaren een vriend.
Britt : Waarom loog je er dan over hij is toch een vriend?
Bastiaan : Gewoon, hij was dronken en ik dacht dat hij last had gemaakt en wilde hem niet verlinken.
Britt : Het maakt je wel verdachter.
Bastiaan : Hoe moest ik dat weten.
Merel: Bon, vertel ons wat je weet over hem.
Bastiaan vertelde hen wat hij wist over de man, maar veel wijzer konden Merel en Britt er niet van worden.
Britt: En wat deed hij bij jou thuis?
Bastiaan twijfelde even...
Bastiaan: Hij kwam iets halen.
Britt: Wat dan?
Het bleef even stil.
Bastiaan : methadon.
Britt : Waarom bij jou?
Bastiaan : Omdat ik er makkelijk aan kan komen en ik wilde hem wel helpen.
Merel : Hoe kom jij er dan zo makkelijk aan?
Bastiaan: Moet ik dat echt allemaal vertellen?
Britt: Ja.
Bastiaan: Dat gaat niet. Ik wil niet iemand in de problemen brengen.
Britt: Je weet toch dat als jij zwijgt, dat jij voor alles gaat opdraaien?
Bastiaan: Ik heb toch niets te maken met het feit dat die man is gestorven?
Britt: Dat zou ik nog niet zo snel zeggen Bastiaan.
Merel: Vertel ons gewoon waar je die methadon vandaan hebt.
Bastiaan : Brengt dat nog wat voor mij op dat ik het u vertel?
Britt : Wat denk je, voor alles opdraaien of niet.
Bastiaan : Oke, maar ik wil niet dat iemand weet dat ik dit heb verteld.
Britt : Oke.
Bastiaan : Ik krijg het van Kristel.
Merel : Kristel wie?
Bastiaan : Kristel Konings.
Britt: En wie is Kristel Konings?
Bastiaan: Een dokter.
Merel: Een dokter?
Bastiaan: Ja
Britt: Uw dokter?
Bastiaan: Ja
Britt: Vertel eens hoe dit begonnen is.
Zowel Britt als Merel moesten gelijk denken aan de gebeurtenissen met de collega van Meriban.
Bastiaan : Ik heb er om gevraagd en toen kreeg ik het en zo is het begonnen.
Merel : Op welke manier heb je het dan gevraagd.
Bastiaan : Ik had het gewoon gevraagd.
Britt : Wat is gewoon?
Bastiaan : Nou gewoon, dokter ik heb Methadon nodig.
Britt : En de dokter zeg dan zomaar o jonge dat krijg je wel van mij.
Bastiaan : Ik vertelde dat mijn dokter dat altijd voorschreef maar dat die er nu niet was, hij viel in die dag.
Britt: En waar woont die dokter van u? Of waar is de praktijk?
Bastiaan: In de Reigerstraat. Nummer weet ik niet.
Merel: Dat kunnen wij wel opzoeken.
Britt: Wat is de naam van de dokter?
Bastiaan: Van De Putte.
Britt: Oké, bedankt. Wij pakken de dokter onmiddellijk op.
 
Britt en Merel verlaten de verhoorkamer en vragen Bruce of hij Bastiaan in de cel kon steken. Nadat Britt de computer had ingekeken vertrokken ze naar het gevonden adres.
Merel : Hoe gaan we dit hard maken?
Britt : Shit, nog niet over na gedacht.
Merel : Ik denk niet dat hij zonder enkel bewijs zal bekennen.
Britt : Zullen we eerst dan de apotheek gaan proberen, die kunnen denk ik wel een lijst geven van welke doktoren Methadon voorschrijven en aan welke patiënten.
merel : Dat is een wereld klus.
Britt : Ja, zullen we dan maar de mannen bij vragen.
Merel: Ja, ik vrees dat er niets anders op zit.
 
Britt: Nick, Bruno, we zouden alle apothekers moeten afdoen...
Nick: Waarvoor?
Britt: Wel, een zekere dokter Van De Putte heeft aan die Bastiaan voorschriften van Methadon gegeven en we moeten nagaan waar precies allemaal. Zo kunnen we bewijs inleveren en die dokter oppakken.
Bruno : Dus alle methadon recepten van dokter van de Putte?
Merel : Doe maar alle recepten voor Methadon, misschien heeft hij ook wel uit naam van andere voorgeschreven.
Nick : Oke, maar dat is echt een enorm werk.
Britt : Weet ik, maar als er een makkelijkere manier was had ik dat wel gedaan.
Nick: Oké dan.
Britt neemt even een kaartje en duidt aan welke apothekers Nick en Bruno moeten doen.
Britt: En deze doen wij.
 
Bruno: Oké, dat is goed.
Nick en Bruno vertrekken onmiddellijk met de motor, maar Britt en Merel briefen Vanbruane nog even.
De vier flikken krijgen van de apotheken met wat moeite de kopieën van de afschriften voor Methadon. Aan het einde van de dag komen de 4 flikken weer op het commissariaat met een behoorlijke stapel recepten.
Britt: Zijn het er zoveel?
Nick: Jah.
Merel: Dan beginnen we er maar aan hé.
Vlijtig kijken ze elk voorschrift na tot het tijd wordt voor Britt om achter Dorien te gaan.
Britt: Ik moet ervandoor. Anders krijg ik weer onder m’n voeten van de juf van Dorien.
Merel: Oké, het is toch niet veel meer.
Britt: Tot morgen.
Merel, Nick, Bruno: Tot morgen!
...
Nick : Wat willen jullie nu doen eigenlijk Merel?
Merel : We moeten controleren of die afschriften wel echt van die doktors zijn.
Bruno : Dat wordt een behoorlijk werkje morgen.
Merel : Ja, maar we moeten zeker weten dat we goed zitten.
Merel: We kunnen er nu nog een half uurtje aan werken en dan morgen verder doen.
Nick: Ja, dat is goed.
Vlijtig beginnen ze de voorschriften na te kijken en al snel hebben ze er een paar te pakken van dokter Van De Putte.
Merel: Hier hebben we eigenlijk al genoeg bewijs mee.
Bruno: Dat is eigenlijk wel waar. We kunnen die dokter evengoed nu al oppakken.
Merel: Ja, maar ik denk dat het beter is dat we dit nog afwerken.
Nick : Ik heb ook geen zin in lang werk.
Merel : Zullen we dan dit even afmaken zodat we van iedere doktor de patiënten hebben gesorteerd en dan kijk ik morgen met Britt of er nog dubbele tussen zitten die het met die doktor linken of zo dan zijn we nog zekerder.
Bruno : Ik ben het er mee eens.
Na nog een uurtje door gewerkt te hebben zijn ze klaar met de voorschriften.
Merel: Oké, morgen doen we verder. Bedankt
Nick: Oké, ik ben naar huis hé.
Bruno: Ja daag.
Na enkele minuten is iedereen naar huis.
De volgende ochtend...
Britt: En? Is het nog gelukt om de voorschriften na te kijken?
Merel: Ja hoor, we moeten alleen nog kijken of er dubbele tussen zitten die het met die dokter linken.
Britt : Oke, eerst een koffie voor we beginnen.
Merel : Een heel goed idee.
 
Na een uur alles nog uitgezocht te hebben zijn ze tot de conclusie gekomen dat er bij verschillende doctoren voor 3 patiënten voorschriften zijn uitgeschreven, met allemaal redelijk hetzelfde handschrift.
Britt: Er zitten er zelf een paar van die dokter Van De Putte bij.
Merel: We kunnen die dokter gaan oppakken!
Britt: Ja inderdaad. En daarna nog even met Bastiaan praten. Misschien weet hij onder welke naam die dokter eventueel nog voorgeschreven heeft.
Merel: Oké. Eerst even Vanbruane inlichten.
Britt en Merel vertellen aan Vanbruane dat ze die dokter gaat oppakken.
Vanbruane: Oké, neem Nick en Bruno mee.
Britt : Om een dokter op te halen, is dat niet erg overdreven?
Vanbruane : Heb je al zijn antecedenten nagetrokken.
Britt : Tuurlijk, wat denk je dat je aan het werk kan met een strafblad in dit beroep?
Vanbruane : Oke, ga dan maar met twee.
Britt en Merel vertrekken naar de dokter.
Britt: Wat was het adres nu ook al weer?
Merel: Mariakerkse Steenweg nummer 56
Britt: Oké.
 
Daar aangekomen blijkt dat de dokter patiënten heeft. Als de dokter in de wachtzaal komt vragen Britt en Merel als zij eerst even mogen binnenkomen. Natuurlijk tonen ze daar hun politiepas voor.
Dokter: Euh ja, geen probleem.
Britt : We zouden over een cliënt van u willen praten. Hij gebruikt nogal veel Methadon.
Dokter : Ik heb veel patiënten mevrouw, ik weet niet precies van iedereen hoe ik hem of haar behandel, maar heeft u misschien een naam voor mij?
Britt : Bastiaan Ragers.
De dokter zweeg even.
Dokter: Wat is ermee?
Britt: Hij heeft een verklaring afgelegd dat u hem methadon voorschrijft. Niet 1 keer, maar meerdere keren.
Dokter: Dat was omdat hij ziek was.
Britt: Omdat hij ziek was? Zoveel methadon schrijf je niemand voor. Zou u willen meekomen naar het commissariaat?
Dokter: Ik heb een wachtzaal vol patiënten!
Britt: Goed, dan bellen wij de onderzoeksrechter of hij een interventieteam wil sturen.
Dokter: Oké oké.
Merel : Kom dan maar mee.
Dokter : Maar kan ik mijn collega bellen, ik kan mijn patiënten niet zomaar in de steek laten.
Britt : Bel maar.
 
De dokter belt naar een collega die een vrije dag had en die is wel bereid te komen. Dan gaan ze op weg naar het commissariaat.
Daar aangekomen...
Merel: U mag hier binnengaan.
Britt: (tegen Merel) Ik haal even de bewijzen.
Merel: Oké
Merel start dan alvast de ondervraging.
Merel: Bon, wij weten dat u voorschriften voorschrijft van methadon.
Dokter: Dat is niet waar.
Merel: En we hebben een getuigenverklaring!
Dan komt Britt binnen.
Merel: Hier zijn de bewijsstukken.
Britt legt de voorschriften die van de dokter zijn op tafel.
Britt : Dit zijn toch uw voorschriften?
De dokter kijkt naar de voorschriften en weet niet wat hij moet zeggen.
Britt : Vervelend hč, als de politie alles gelijk goed uitzoekt.
Dokter: Oké, ik heb dat een paar keer gedaan, maar ik ben daarmee gestopt.
Britt: Daarmee gestopt? Wij hebben veel apothekers afgelopen en kijk eens hier. Een voorschrift van deze week. Dus vertel ons niet dat je gestopt bent. Wij gaan er de onderzoeksrechter bijhalen en je vliegt in het rolleke.
Dokter: Maar...
Britt en Merel gaan buiten de verhoorkamer en vragen Bruce om even op de dokter te letten.
 
Merel: Ik bel de onderzoeksrechter wel.
Britt : Ik denk dat wat andere voorschriften ook van hem zijn.
Merel : Ik ook.
Britt : Maar bel jij maar, ik weet nog niet hoe we hem hier voor kunnen pakken, eerst moet hij bekennen dat hij alleen zijn eigen voorschriften gebruikt.
Merel : Gaat denk ik moeilijk worden.
Britt: Wat we wel kunnen doen is vragen aan Bastiaan of de dokter voor hem ook onder een andere naam voorschreef.
Merel: Kunnen we doen, maar de kans dat hij daarop gelet heeft is klein.
Britt: We kunnen het maar vragen.
Merel: We zullen dat eerst doen, voor we de onderzoeksrechter bellen.
Britt : Eerst de onderzoeksrechter.
Merel : Oke.
 
Merel : We hebben nu 24 uur en daarna kijkt hij of we genoeg bewijs hebben. Britt : Oke.
Merel: We zouden beter Bastiaan nog eens verhoren.
Britt: Ja, dat denk ik ook. Hij kan in verhoor 2 zitten.
Merel tegen een agent: Zou jij Bastiaan Ragers even uit de cel willen halen en in verhoor 2 steken?
Agent: Ja, geen probleem.
Zo gezegd, zo gedaan, 10 minuutjes later zit Bastiaan in verhoor 2 en gaan Britt en Merel hem ondervragen.
Britt: Bastiaan, je hebt ons al goed geholpen, maar zou je ons nog iets willen vertellen?
Bastiaan: Euh ja.
Merel: Weet jij of dokter Van De Putte ook onder een andere naam voorschriften aan jou gaf?
Bastiaan : Ik heb daar nooit echt op gelet om eerlijk te zijn.
Merel : Een makkelijkere vraag, ben jij wel eens bij een andere doktor voor Methadon geweest?
Bastiaan : Nee.
Merel : Hoe komt het dan dat er voorschriften voor jou van een andere doktor zijn?
Bastiaan: Dat weet ik niet.
Britt: Jouw dokter heeft blijkbaar ook onder een andere naam geschreven.
Merel: Oké, bedankt.
Britt en Merel gaan naar de andere verhoorkamer waar de dokter zit.
Britt: Wij hebben zonet formeel ontdekt dat u onder iemand anders naam ook methadon voorschrijft.
Merel: U zal het allemaal nog eens aan de onderzoeksrechter mogen uitleggen, maar ik vrees dat het er niet goed voor u uitziet.
Dokter : Ik trek mij terug op het zwijgrecht.
Merel : Zo als u wild, maar het staat er nu op dat u methadon uitschrijft en dat ook onder naam van andere doktoren.
De dokter antwoordt niet meer en daarom gaan ze weer terug naar het teamlokaal.
 
Britt : Er zijn nog 2 patiënten die uitgeschreven krijgen, zullen we daar eens mee gaan praten.
Merel: Heb je hun adres?
Britt: Ja hier.
Merel: Oké.
Britt en Merel vertrekken naar de eerste patiënt.
Britt: Dag meneer, zouden wij u enkele vraagjes mogen stellen?
Meneer: Ja, vraag maar.
Britt: Mogen wij daarvoor even binnenkomen?
Meneer: Ja kom maar.
Britt en Merel gaat naar binnen en zien niets verdachts, geen methadon of zo.
Merel: Bent u cliënt van dokter Van De Putte?
Meneer: Ik denk niet dat ik daar op hoef te antwoorden.
Britt: Het zou voor ons wel gemakkelijker zijn moest u dat wel doen.
Meneer : Dan is het maar niet makkelijk.
Britt : Is het dan zo erg om te vertellen bij welke dokter u zit?
Meneer : Nee, maar ik vindt dat privé.
Britt : Dan wordt dit een heel persoonlijk gesprek voor u.
Meneer: Ik zou wel eens willen weten waarom u mij komt ondervragen.
Britt: Wij komen u niet ondervragen, slechts enkele vragen stellen. Maar als u niet bereid bent om ons te helpen kan u natuurlijk ook altijd mee naar het commissariaat.
Meneer: Wat als ik niet mee wil?
Britt: Dan vragen wij wel de toestemming aan de onderzoeksrechter. We hebben redenen genoeg.
Meneer : Word ik verdacht?
Britt : Nee, wij willen alleen maar wat informatie, als getuigenis om het zo maar even te noemen.
Meneer : Waarom zegt u dat dan niet gelijk?
Britt : Omdat de meeste mensen zich niet zo aangevallen voelen.
Meneer: Wat moet ik vertellen?
Britt: Of dokter Van De Putte u ook methadon voorschreef.
Meneer: Wat riskeer ik als ik iets vertel?
Britt: U riskeert niets. Daar zal ik voor zorgen, maar we hebben momenteel bewijzen nodig.
Meneer: Ik heb wel eens methadon gekregen van dokter Van De Putte, maar dat is maar 2 keer gebeurd.
Britt: Oké, zou u even willen meekomen naar het commissariaat om een verklaring te ondertekenen dat u methadon hebt gekregen?
Meneer: Euh ja, maar moet dat nu?
Britt: Liefst. Anders kunnen we niet verder.
Meneer: Oké, maar dan moet ik wel even een afspraak verzetten.
Britt : Is goed.
De man belt iemand op en dan gaan ze richting het commissariaat.
 
Britt : U weet zeker dat het maar twee keer was?
Meneer : Ja heel zeker?
Britt : U bent ook nooit bij een andere arts geweest voor Methadon?
Meneer : Nee, echt niet zeker weten.
Britt: Oké, dan typen we nu een verslag dat je direct mag ondertekenen.
Britt en Merel verlaten de verhoorkamer, waar ze zich hadden gezet. En na een tijdje komt Britt terug.
Britt: Zo, als u hier even uw handtekening wil plaatsen.
Meneer: Oké.
Britt: Oké, dan mag u gaan. Merel : wat ik niet begrijp, hoe krijg je medicijnen van een ander zomaar mee?
Britt : Dat is niet zo moeilijk, als je het recept hebt en het afgeeft krijg je het zo mee.
Merel : Dat is waar.
Britt : We hebben nog iemand, we kunnen die vrouw nog proberen, dan hebben we ook haar verklaring, haar recepten komen ook van verschillende doktoren.
Merel : Oke laten we dan maar eens gaan.
Britt en Merel gaan naar die vrouw. Daar aangekomen doet een man open.
Man: Ja?
Britt: Britt Michiels, Merel Vanneste, politie Gent. Is mevrouw van Wesemael soms thuis?
Man: Mijn vrouw komt direct thuis. Ze is naar de winkel.
Britt: Zouden wij dan hier even mogen wachten? Wij zouden haar enkele vraagjes willen stellen.
Man: Ja natuurlijk.
Britt en Merel gaan dan naar binnen, niet veel later komt de vrouw binnen. Dan beginnen ze een gesprek met de vrouw. Ze vertelt dat ze nooit Methadon heeft gehad en dat ze het niet kan voorstelen dat zij ze heeft voorgeschreven,
Merel: Dat is raar, want we hebben voorschriften gevonden in een apotheker voor methadon.
Vrouw: Maar ik ga niet bij die dokter, mijn man wel.
Britt: En u weet niets van methadonvoorschriften?
Vrouw: Nee
Merel: Dan spreken we beter even met je man.
Vrouw: Oké, ik zal hem even roepen. (want de man had nog iets te doen op de computer)
2 minuten later komt de man terug.
Britt : Heeft uw dokter u wel eens Methadon voor geschreven?
Man : Nee nooit, hoe komt u er bij?
Britt : We hebben recepten van u gevonden.
Man : Dat lijkt mij zeer waarschijnlijk.
Merel : Zou u beiden een verklaring voor willen afleggen?
Man : Ja tuurlijk.
 
De manier waarop de man zei was niet echt overtuigend en Britt en Merel zouden hem op het commissariaat nog eens ondervragen.
De man en de vrouw gingen dus mee naar het commissariaat. Beiden in een verschillende verhoorkamer.
Britt: Als u hier even zou willen tekenen.
Vrouw: Oké.
 
Dan terug naar de man.
Britt : Bent u echt heel zeker dat u geen Methadon voorgeschreven heeft gekregen?
Man : Ik heb het een keertje voorgeschreven gekregen, maar mijn vrouw weet dat niet.
Britt : Oke, weet u nog wanneer dat was?
Man: Een maand geleden.
Britt: En u vrouw weet daar niets van? Dan heeft u de methadon nog niet gebruikt?
Man: Dat was niet voor mij.
Merel: Voor wie dan wel?
Man: Bastiaan en nog iets.
Britt: Is dat een vriend?
Man: Meer een kennis. Hij vroeg mij of ik daar even wou omgaan en dat heb ik gedaan. Ik moest alleen zeggen dat het voor Bastiaan was en de dokter zou me dat zonder probleem voorschrijven.
Britt: En dat is dus gebeurd?
Man: Ja.
Britt: Wat ik mij dan afvraag, waarom staat dat voorschrift dan op jouw naam?
Man: Dat weet ik niet.
 
Britt en Merel gaan naar de gang.
Merel: Ik denk dat we dat beter eens vragen aan die dokter.
Britt: Ja, denk ik ook.
 
Britt en Merel gaan naar de dokter.
Britt: Wij hebben nog een vraag.
Merel: Waarom heeft u dat voorschrift die u aan deze man heeft voorgeschreven (Britt toont een foto) op die man zijn naam gezet?
Dokter: Omdat... omdat ik commentaar begon te krijgen van collega's dat ik te veel voorschreef.
Britt : Dan schrijft u maar uit voor een andere patiënt?
Dokter : Ja.
Merel : Maar dat ging ook opvallen, dus ben je maar ook op namen van andere doctoren gaan schrijven?
Doktor : Dat kunt u niet bewijzen.
Britt : Die patiënten lopen niet bij die doktoren.
Merel : En ze gebruiken niet, u bekent net dat u voor iemand anders heeft voor geschreven.
Dokter : Ach, wat maakt het nog uit. Jullie hebben toch al de bewijzen voor die andere voorschriften.
Britt: Oké, dat was een goede bekentenis.
Merel: Straks kan je je verklaring ondertekenen, maar nu mag je even genieten van onze cel.
 
Britt: Bruce, zou jij hem even in de cel willen steken?
Bruce : Is goed hoor Britt.
 
Merel : Snelle bekentenis zeg.
Britt : Ja, gelukkig wel.
Merel : Maar om terug te komen op het begin van onze zaak, waarom zal hij methadon en antidepressieve hebben genomen?
Britt : Hij kan zo depressief zijn geweest en daarom die pillen slikken, maar toch drinken.
Merel : Waarschijnlijk niet nagedacht over de gevolgen?
Britt : Denk het wel, het zou misschien kunnen dat hij vroeger al gebruikte.
 
Pasmans : Zaak opgelost dames?
Britt : Ja, en hebben jullie al je vermiste man gevonden?
Pasmans: Ja, we denken het wel.
Britt: Hoe bedoel je, denken?
Pasmans: We moeten enkel nog een confrontatie laten doen. Maar we zijn er zeker van dat het die man is.
Britt: Proficiat, ook een zaak opgelost!
Pasmans: Bedankt.
 
Zo waren de 2 zaken opgelost en kunnen de flikken weer naar huis.
 
Britt: Zin om nog eens mee te gaan naar de Combi allemaal?
Merel: Graag
Pasmans: Ja!
En het hele korps ging zo mee.
 
Einde Vervolgverhaal!
 
Vervolgverhaal van Tweety’s toffe flikken club.
 
 

Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*