2
cases
- Pasmans en Raymond moesten patrouilleren en bij het
verlaten van het commissariaat zien ze een dronken man de straat oversteken,
zonder kijken. Pasmans roept snel naar de man dat hij moet terugkeren, want
er kwam een wagen aangereden.
- Pasmans: Meneer, meneer, kom terug!
- Maar hij luisterde niet... Pasmans liep dan vlug naar de
man toe, maar... het was te laat. De wagen had de man blijkbaar niet gezien
omdat hij van achtereen hoek kwam.
- Raymond: Transsie, een ziekenwagen aub, ter hoogte van het
commissariaat in Gent.
- Transmissie: Transmissie begrepen, ziekenwagen is onderweg.
-
- Raymond: Ze komen af met een ziekenwagen, hoe is het met
hem?
- Pasmans: Ik weet het niet, ik hoop dat hij het zal
overleven.
- De chauffeur was gelukkig blijven staan en Raymond ging
naar hem toe.
- Raymond : Ik denk dat de ziekenwagen niet meer nodig is.
- Chauffeur : Ik had hem niet gezien, zo hard ree ik toch
niet?
- Raymond : U kan er denk ik niet aan doen, maar ik geloof
dat uw slachtoffer veelte diep in het glaasje heeft gekeken.
- Pasmans : Hij is inderdaad overleden.
- Ondertussen wordt het al behoorlijk druk daar want er komen
voorbijgangers en collega's kijken.
-
- Britt : Dus uw man is deze nacht niet thuis gekomen.
- Lies : Nee, hij ging gister avond weg, en hij beantwoordt
zijn mobiel niet.
- Britt : Daar kan een rede voor zijn, maar zijn er nog
andere redes dat u uw man zo snel als vermist op komt geven, hij is nog maar
14 uur geleden dat hij is gezien.
- Lies : Mijn man is heel erg depressief.
- Britt: Ach zow. Kijk, wij mogen pas na 24 h verdwijning een
echte zoekactie opstarten, maar ik zal alle eenheden verwittigen dat ze
moeten uitkijken. Kunt u ons een recente foto geven?
- Lies: Ja, hier.
- En Lies haalde een foto uit haar portefeuille.
- Britt: Dank u. Ziet u man er nog precies zo uit?
- Lies: Euh ja, maar hij heeft wel een klein baardje laten
groeien nu.
- Britt: Ik ga u even een boek tonen en dan kan u aanduiden
hoe dat baardje er uitziet.
- Lies: Oké.
- Britt loopt het verhoor uit om het boek te pakken.
-
- Raymond : Wilfried, jij kan er niets aan doen dat die man
dood is, hij was stom dronken.
- Pasmans : Ik had sneller moeten zijn?
- Raymond : Je moet jezelf de schuld niet geven, je hebt je
best gedaan, en van die klap die hij maakte kan een mens niet zomaar
overlijden.
- Britt : Wat is er gebeurd?
- Pasmans : Ik heb iemand zijn leven niet kunnen redden.
- Raymond : Hier voor was een stomdronken man aan het
oversteken en is aangereden. Hij is overleden.
- Britt : Daar kan jij toch niet aan doen Wilfried.
- Pasmans: Ik had sneller moeten zijn!
- Britt: Ik denk dat je je best gedaan hebt Wilfried, het is
niet jouw schuld dat hij werd aangereden.
- Raymond: Zal ik je naar huis voeren?
- Pasmans: Nee, laat maar. Ik ga die chauffeur ondervragen.
- Raymond : Oké, kom, hij zit in de verhoorkamer.
- Britt : Jij gaat die man niet verhoren Wilfried.
- Pasmans : Sinds wanneer bepaal jij dat?
- Britt : Omdat ik geen zin hem dat een van mijn collega's
bezoek krijgt.
- Raymond : Britt heeft wel gelijk.
- Pasmans : Ik ga die man gewoon verhoren, ik kan dat best.
- Britt : Geloof je dat zelf. (scherp)
-
- Nadine : Wat is hier aan de hand? (streng)
- Britt : Wilfried is niet in staat om iemand te verhoren.
- Nadine: En waarom zou hij niet in staat zijn iemand te
verhoren?
- Britt: Omdat hij die man daarstraks iemand heeft omver zien
rijden.
- Pasmans: Ik kan die toch wel verhoren zeker?! (nogal boos)
- Nadine: Ik denk dat het beter is als Britt meegaat dan.
- Pasmans kijkt nogal vies en knikt dat dan het goed is.
- Pasmans: Kom.
- Britt : Ik kan niet verhoren Baas, ik moet iets uitzeken,
Tony zit met een vrouw in het verhoor en ik moet weer terug.
- Nadine : Raymond, vraag iemand bij om met jou een verhoren
te doen.
- Raymond : Dat is goed.
- Pasmans : Ik dan?
- Nadine : Neem een koffie en kalmeer wat.
- Pasmans: Maar ik ben kalm!
- Nadine kijkt even naar Pasmans met een ongelovige blik.
- Pasmans: Oké dan.
- Nadine: Goed, Raymond, doe maar.
- Raymond: Ja baas.
- Britt en Raymond vertrekken beiden naar een verhoorkamer.
- Raymond: Goed, mag ik u naam?
- Man: Stef
- Raymond: Stef en hoe nog?
- Stef: Stef Van de Wiele.
- Raymond verhoord de man en gaat daarna terug naar Pasmans.
- Pasmans: En? Wat zegt hij?
- Raymond: Dat hij er niet aan kon doen.
- Pasmans: Er niet aan kon doen! Hij kon die man toch wel
zien zeker?
- Raymond : Pasmans de auto kwam de hoek om, hij kon er niets
aan doen.
- Pasmans : Hoe weet je dat zo zeker.
- Raymond : Omdat ik ook getuigen was.
- Pasmans : Hoe komt het dan dat we allebei een andere
conclusie hebben?
- Raymond : Omdat jij je gevoel er in hebt laten meespelen,
je was heel erg met die dronken man bezig.
- Raymond : Pasmans de auto kwam de hoek om, hij kon er niets
aan doen.
- Pasmans : Hoe weet je dat zo zeker.
- Raymond : Omdat ik ook getuigen was.
- Pasmans : Hoe komt het dan dat we allebei een andere
conclusie hebben?
- Raymond : Omdat jij je gevoel er in hebt laten meespelen,
je was heel erg met die dronken man bezig.
- Pasmans keek even naar Raymond en begon te typen op z’n
computer.
- Raymond: Ik ga naar Nadine om het verhaal uit te leggen.
- En Pasmans zweeg.
- Klop Klop
- Nadine: Ja?
- Raymond: Ik kom in verband met die dronken man die hier
voor de deur is overreden.
- Nadine: Oh ja, hoe is dat gebeurd?
- En Raymond doet het verhaal dat hij van de chauffeur heeft
gehoord.
- Nadine: En jij gelooft hem?
- Raymond: Ja, ik heb het ook gezien, en die chauffeur kon
hem echt niet zien. Hij kwam van achter een hoek.
- Nadine: Oké, maak een PV op en laat de man dan maar gaan.
- Raymond : Zal ik doen baas.
-
- Pasmans : Wat zij de baas?
- Raymond : Dat ik het PV moest opmaken en hem mag laten
gaan.
- Pasmans : Hij heeft die man dood gereden.
- Raymond : Het was een ongeluk Wilfried.
- Pasmans: Misschien, we weten niet eens of die chauffeur had
gedronken of niet.
- Raymond: Nee Pasmans, maar het maakt niet zo veel uit. Ook
al had hij gedronken, hij zou die man daardoor niet minder hebben gezien
hoor, hij kwam van achter een hoek.
- Pasmans: Oké dan, laat de zaak dan maar vallen hé!
- Raymond : Ga jij eens met Vanbruane praten.
- Pasmans : Waar is dat goed voor?
- Raymond : Dan kan die jou duidelijk maken waarom je niet
verder met de zaak kunnen gaan.
-
- Britt : We laten hem seinen, als we hem hebben gevonden
zullen we het doorgeven.
- Lies : Heel erg bedankt.
- Lies en Britt stappen naar de gang, toen plots een
familielid van die dronken man toekwam.
- Pasmans(die dus blijkbaar niet naar Vanbruane was): Wat kan
ik voor u doen?
- Vrouw: Ik kom een aangifte doen. Mijn broer is verdwenen.
- Pasmans: Kom maar mee.
- Pasmans en de vrouw gaan naar verhoorkamer 2.
- Pasmans: Oké, hoe ziet u broer eruit?
- Vrouw: Hij heeft een blauwe jeansbroek aan en een wit hemd.
- Pasmans: Weet u soms waar hij naartoe ging voor je hem het
laatst gezien hebt?
- Vrouw: Hier ergens in Gent. Hij zou iets gaan drinken zei
hij.
- En toen viel Pasmans' euro... het was de dronken man die
overreden was.
- Pasmans: Was u broer veel dronken?
- Vrouw : Waarom vraagt u me dat?
- Pasmans : Er is deze morgen een man aangereden hier voor de
deur, hij was dronken en voldoet aan de persoonsbeschrijving die u opgeeft.
- Vrouw : Hoe is het met hem?
- Pasmans : Hij was opslag dood.
- De vrouw was even stil van het verschieten.
- Vrouw: Kan ik hem zien? Ik ben zeker dat het hij niet is.
Dat kan gewoon niet!
- Pasmans: Ja, hij ligt in het mor... ziekenhuis.
- Vrouw: Welk ziekenhuis?
- Pasmans: Sint Lucas.
- Vrouw: Dan ben ik naar daar!
- Pasmans: Wacht, ik breng u.
- Pasmans waarschuwt Raymond en gaan dan naar het ziekenhuis.
Daar gaan ze met de vrouw naar de dode kijken.
- Vrouw : Dat is mijn broer niet, hij lijkt wel op hem maar
hij is het niet.
- Raymond : Lijkt hij erg veel op uw broer?
- Vrouw : Ja, maar mijn broer heeft een dikker gezicht.
- Pasmans: Wie is die man dan?
- Vrouw: Ik weet het niet, maar ik ben blij dat het mijn
broer niet is hoor!
- Raymond: Sorry voor de vergissing, wij hadden echt redenen
om aan te nemen dat dat u broer was.
- Vrouw: Ik wil hier zo snel mogelijk weg, mijn broer gaan
zoeken.
- Pasmans: Oké, we gaan terug.
- Op het commissariaat is Pasmans aan het kijken of hij wat
over hun verdwenen man kan vinden. Dan loopt merel achter hem langs en werpt
een blik op zijn scherm en herkent de man.
- Merel : Pasmans, hebben jullie die man opgepakt?
- Pasmans : Nee, hij is vermist.
- Merel : Zijn jullie met dezelfde vermissingzaak bezig als
wij?
- Pasmans : Kor Verkerk?
- Merel : Nee, Dirk Kooiman.
- Pasmans : Raymond, heb jij een foto van die man vanochtend?
- Raymond : Ja hier.
- Pasmans : Is dit niet jullie man?
- Merel: Moh, ja. Hoe komen jullie aan die foto?
- Pasmans: Het is die dronken man die hier voor de deur
omvergereden is.
- Merel: Mag ik die foto hebben? Ik wil hem aan Lies tonen,
dan zijn we zeker of het onze man is.
- Raymond: Ja, geen probleem.
- Merel: Bedankt.
-
- Merel: Britt, ik denk dat dit onze man is.
- Britt : Hij voldoet aan de beschrijfeins en lijkt op de
foto.
- Merel : Pasmans, waar licht hij?
- Pasmans : In het mortuarium van het sint Lucas.
- Merel : Bedankt.
- Britt : Laten we dan maar gaan heb jij het adres van Lies?
- Merel : Ja ik heb het.
- Britt: Merel, heb jij de sleutels van de auto ergens zien
liggen? Ik dacht dat ik ze naast de computer had gelegd.
- Merel: Nee, ik heb ze niet gezien.
- Britt: Shit, wat nu?
- Pasmans: Britt, ik heb die nog. We zijn met jullie wagen
naar het Sint Lucas gereden.
- Britt: Ah oef! Bedankt.
- Britt en Merel vertrekken dan maar naar Lies.
- Lies : Hebben jullie mijn man gevonden?
- Britt : Er is deze morgen toen u de verdwijning van u man
op gaf een ongeluk gebeurd voor het commissariaat. Die man is daarbij
overleden, wij hebben redenen om aan te nemen dat het uw man was. Het spijt
ons.
- Lies : Dat kan niet, echt niet.
- Merel : Is dit uw man?
- Lies: Ja! Hoe kan dat nu? Dat kan toch niet?
- Britt: Het spijt mij.
- Lies: Waar is hij nu? Ik wil naar hem toe.
- Britt: Hij is in het ziekenhuis. Wij brengen u wel
daarheen.
- Lies: Oké.
- Lies neemt snel haar jas en ze vertrekken naar het Sint
Lucas.
- In het ziekenhuis herkent de vrouw haar man. Maar de
patholoog wenkt naar Britt dat hij haar nog even wilt spreken.
-
- Britt : Wat is er?
- Patholoog : Er is nog een bloedonderzoek gedaan, hij is
overleden aan alcohol in combinatie met medicijnen.
- Britt : Antidepressieve?
- Patholoog: Ook, maar hij heeft ook methadon genomen.
- Britt: Methadon?
- Patholoog: Ja, ik weet ook niet waarom, want het ziet er
mij geen junk uit.
- Britt: Dat zullen we toch moeten uitzoeken.
- Patholoog: Ja, ik vond dat ik het u moest zeggen.
- Britt: Bedankt.
- Britt en Merel gaan samen met Lies naar het commissariaat,
omdat Lies een verklaring moet ondertekenen dat ze haar man heeft herkend.
- Lies : Maar hoe kan het dat hij overleden is, reed die auto
zo hard?
- Britt : Nee in het bloed van uw man is alcohol,
antidepressiva en Methadon gevonden.
- Lies : Drugs?
- Britt : Ja.
- Lies : Maar hij zat niet aan de drugs dat weet ik heel erg
zeker.
- Britt : We gaan ook uitzoeken hoe hij daar aan is gekomen.
- Lies: Dat kan gewoon niet van hem zijn.
- Britt: Zou je nog even je handtekening willen zetten? Dat
is de verklaring dat je je man hebt herkend.
- Lies: Ja.
-
- Britt: Ik denk dat het beter is dat je naar huis gaat. Wij
zullen u verwittigen als we nieuws hebben.
- Lies: Euh ja. Bedankt.
- Nogal neerslachtig gaat Lies terug naar huis.
- Merel : We moeten uitvinden waar hij vandaan kwam.
- Britt : We gaan eens met Pasmans praten, die waren er bij
toen het ongeluk gebeurde.
-
- Pasmans : En, was het jullie man?
- Britt : Ja, maar zonder die auto had hij ook wel overleden,
dus wees maar niet boos op die bestuurder.
- Raymond : Wat is er dan gebeurd?
- Britt : In zijn bloed waren sporen van Alcohol, methadon en
anti depressiefes gevonden, dat is niet goed te combineren.
- Pasmans : Hij zag er niet echt uit of hij aan de drugs zat.
- Merel : Volgens zijn vrouw zat hij dat ook niet.
- Pasmans: Maar hoe kwam hij dan aan die medicamenten?
- Britt: Dat gaan we uitzoeken hé.
- Merel: Wilfried, kan je es vertellen van waar die man kwam?
- Pasmans: Hij kwam van het Sint Jacobs, maar ik weet niet
van waar precies. Dat heb ik niet gezien.
- Britt: dan kunnen we alleen de cafés afdoen hé.
- Merel: Er zit niets anders op vrees ik.
- Britt : Laten we dan maar vertrekken.
-
- Café in café uit zo gaat het een tijdje door maar zo als
gewoonlijk is het het allerlaatste café waar je komt de gene die je moet
hebben.
- Britt : Heeft hij met iemand aan een tafeltje gezeten of
zo?
- Barman : Nee, hij is heelde tijd alleen geweest, zielige
man, maar wat is er met hem?
- Britt: Hij is gestorven.
- Barman: Maar hoe?
- Britt: Sorry, maar dat mag ik nog niet vertellen. Het is
een lopende zaak.
- Barman: Dan zal het wel serieus geweest zijn, als er zelf
al een zaak van wordt gemaakt.
- Britt keek hem even bevestigend aan.
- Merel: Is er u iets speciaals opgevallen aan die man?
- Barman: Dat hij nogal alleen was en er nogal dronken uitzag
terwijl hij hier alleen maar 1 whisky heeft gedronken.
- Merel : Hoelang heeft hij hier gezeten?
- Barman : Ik denk een uur. Hij was er toen in open ging.
- Britt : En heeft u iemand in zijn buurt gezien?
- Barman : Nee, het is altijd rustig in de ochtend, meestal
wat toeristen die toe zijn aan een kopje koffie, maar alcohol schenk ik al
bijna nooit in de ochtend.
- Britt : Waarom heeft u hem toch te drinken gegeven terwijl
hij al dronk was?
- Barman : Omdat ik mijn brood verdien met wat ik hier
verkoop mevrouw.
- Merel: En naar waar heeft u hem zien stappen als hij weg
ging?
- Barman: Hij ging naar daar.
- En de man wees een kant uit.
- Britt: Maar dan ging hij niet rechtsreeks naar het
commissariaat toe.
- Merel: Dan moet hij nog ergens zijn gestopt.
- Britt: Kan niet anders.
- Merel: Bedankt meneer, dit heeft ons goed geholpen.
- Merel : Zullen we ook eens die richting op lopen?
- Britt : Is goed.
- Merel : In die bar heeft hij niets gekregen, maar ik vraag
me af waar hij hiervoor vandaan kwam, hij moed ergens de nacht hebben
doorgebracht.
- Britt: Vrienden misschien?
- Merel: Ja, zou kunnen, maar begin die hier maar eens te
zoeken...
- Britt: We kunnen het eens vragen aan Lies. Zij zou toch
moeten weten of hij hier nog vrienden had hé?
- Merel: Ja, lijkt me wel.
- We zullen eerst eens naar lies gaan voor we zo verder
zoeken. Het heeft geen zin om naar een speld in een hooiberg te zoeken als
Lies ons meer kan vertellen.
- Britt : Snap jij dat hij zo naar de belford is gelopen?
- Merel : Nee, maar zullen we maar terug lopen, onze wagen
staat daar nog.
- Britt : Ja dat is goed.
-
- Britt : Lies, weet jij misschien vrienden waar hij deze
nacht heeft kunnen doorbrengen?
- Lies: Hij had zoveel vrienden.
- Britt: In de buurt van Gent, aan het Belfort ongeveer. Had
hij daar ook vrienden?
- Lies: Hij kende daar wel iemand, een man, maar ik weet niet
precies wie dat is.
- Merel: Zou je die man kunnen beschrijven?
- Lies: euh ja, ongeveer. Ik heb hem wel maar 1 keer gezien,
maar het was een man van midden in de 20, schat ik. Kort bruin haar,
redelijk groot, ik schat zo'n 1,95m en hij moet ergens aan café 'Leffe'
wonen.
- Britt: Dat is vlak aan het Belfort. Dat zou kunnen kloppen.
- Lies : Ik hoop dat u er iets aan heeft.
- Britt : Ik denk het wel, en we weten ongeveer aar hij
woont, dat maakt het voor ons al een heel stuk makkelijker.
-
- Merel : Zullen we eerst eens bij dat café gaan vragen?
- Britt : Ja, hij woont er in de buurt en misschien kennen ze
hem wel, dan komen we al weer een stuk verder.
- Britt en Merel nemen afscheid van Lies en gaan terug naar
café Leffe.
- Barman: Zo snel al terug?
- Britt: Ja, we hebben nog een vraagje.
- Barman: Vraag maar
- Merel: We zoeken het adres van een man.
- Merel verteld de barman de beschrijving die ze van Lies
hebben gekregen.
- Barman: Sorry, maar die ken ik niet.
- Merel: Ah, jammer. Toch bedankt.
-
- Britt: Nu moeten we toch de buurt afdoen.
- Merel: Jah
- Huis na huis bellen ze aan, maar niemand weet waar de man
woont. Sommigen hadden hem al gezien, maar wisten niet waar hij woonde.
-
- Ding dong
- Vrouw: Ja?
- Britt: Dag mevrouw, Britt Michiels en Merel Vanneste,
politie Gent. Mogen wij u een vraagje stellen?
- Vrouw: Euh ja, heb ik niets misdaan toch?
- Britt: Nee hoor, we zoeken een adres.
- Vrouw : Ik heb een telefoonboek voor u?
- Britt : Maar we weten niet wie het is, kent u misschien
kent u iemand die aan de beschrijving voldoet en hier in de buurt woont, hij
kan voor ons een belangrijke getuige zijn..
- Vrouw : Vertel dan maar
- Dan verteld Tony hoe de man er ongeveer uit ziet.
- Vrouw : Ik denk dat u mijn buurman zoekt, hij is heel erg
op zich zelf, bijna niemand kent hem.
- Britt: En wat is zijn naam?
- Vrouw: Dirk en nog iets.
- Britt: Kan u ons tonen welk huis het is?
- Vrouw: Ja, het is het huis hier langs de linkerkant.
- Britt: Oké, bedankt!
-
- Britt en Merel gaan naar Dirk en bellen aan.
- Na even wachten word dan de deur geopend.
- Merel : Dirk?
- Dirk : Ja, wie bent u?
- Merel : Merel Vanneste, en dit is mijn collega Britt
Michiels, politie Gent.
- Dirk : Wat is er?
- Merel : We zouden even met u willen praten, misschien kan u
ons helpen.
- Dirk: euh ja, geen probleem. Kom maar binnen.
- Dirk was blijkbaar niet dol op opruimen, want het huis lag
er als een varkensstal bij.
- Britt toont de foto van de man van Lies.
- Britt: Heeft u deze man al gezien?
- Dirk: Ja, natuurlijk. Wat is er met hem? Heeft hij iets
mispeutert?
- Merel: Mispeutert niet nee, hij is gestorven.
- Dirk: Wat? Dat kan toch niet?
- Britt : Het is toch wel zo.
- Dirk : Maar hij leefde nog toen hij vanochtend weg ging.
- Merel : Was hij toen al dronken?
- Dirk : Ja, een beetje, hij kon nog met gemak recht staan.
- Britt: En weet u waar hij naartoe ging?
- Dirk: Naar huis zei hij.
- Britt: En hij zou nergens anders heen gaan?
- Dirk: Nee, daar heeft hij mij toch niets van gezegd.
- Britt: Heeft u iets eigenaardigs gemerkt toen hij bij u op
bezoek was?
- Dirk: Niets echt eigenaardig. Hij kreeg een telefoon en hij
ging weg. Dat is alles
- Britt : Weet u ook wie er heeft gebeld?
- Dirk : Nee, dat heeft hij niet gezegd.
- Britt : Weet u misschien of hij zich anders gedroeg de
laatste tijd?
- Dirk : Ja, hij was heel erg depressief. Hij slikte dacht ik
wel medicijnen.
- Britt: En u weet niets meer over hem? Had hij niet meer
vrienden hier?
- Dirk: Ja, hij had hier in de buurt nog een vriend wonen,
maar ik weet niet precies hoe die noemt. Ik kan u wel zijn huis tonen, het
is hier om de hoek.
- Britt: Als u dat zou willen doen.
- Dirk: Oké
- Dirk neemt z'n jas en samen vertrekken ze naar buiten. Na
een minuutje wandelen stopt Dirk.
- Dirk: Hier is het.
- Het was een mooi huis met uitzicht op het Belfort.
- Britt: Oké, bedankt.
- Dirk: Mag ik nu naar huis?
- Merel: Ja, van ons wel. Wij contacteren u wel als we nog
vragen hebben.
- Wanneer Dirk weg is gelopen belt Britt aan.
- Britt : Ik denk dat hij hier is langs geweest.
- Merel : Na dat hij uit het café is gekomen.
- Dan word er door een ongeveer 30 jarige man open gedaan.
- Britt: Dag meneer, Britt Michiels, Merel Vanneste, politie
Gent. Mogen wij u enkele vraagjes stellen?
- Meneer: Ja geen probleem.
- Britt: Kent u deze man?
- En Britt toont een foto van de gestorven man.
- Meneer: Nee, die ken ik niet.
- Merel: Wij hebben nochtans getuigen die beweren dat hij u
kende.
- Meneer: Ik ken hem niet oké?
- Britt: Waarom kwam hij dan naar hier?
- Man : Geen idee, vraag het hem.
- Britt : Dat zal moeilijk gaan, hij is overleden.
- Man : En mij zeker een moord in de schoenen schuiven echt
niet.
- Merel : Wie spreekt hier van moord?
- Man : Waarom moeit de politie zich er dan anders mee?
- Britt : Omdat ze er achter willen komen wie het is
misschien?
- Merel: Mogen wij even binnenkomen?
- Man: euh ja?
- Binnen zien Britt en Merel een doosje methadon liggen.
- Britt: Waar zijn die goed voor?
- Man: Dat heb ik soms nodig.
- Britt: Methadon?
- Man: ja!
- Britt : Ik denk dat het beter is dat u even met ons mee
komt.
- Man : Waarom?
- Britt : Dat leggen we u zo wel uit.
- Man : Ik wil het nu weten.
- Dan probeert de man weg te rennen, maar dat was niet zo
slim omdat hij langs Merel moest die hem meteen vast pakte en hem in de
boeien slaat.
- Britt : Zo kan het ook, ik zal even de mannen bellen voor
een huiszoeking.
- Pasmans en Raymond kwamen al snel aan en omdat het maar 50
meter te voet was naar het commissariaat namen Britt en Merel de man te voet
mee.
- Man: Dit is wel vernederend hoor! Ik ken hier veel mensen!
- Britt: Maakt niet uit, je komt mee!
-
- Op het commissariaat aangekomen laten ze hem in
verhoorkamer 1 wachten tot ze Vanbruane gebrieft hadden.
- Britt : Ik zou nu toch graag uw naam willen, dat praat wat
makkelijker.
- Man : Dan praat u maar wat moeilijker.
- Britt : We komen er zo wel achter, we hebben u in uw eigen
huis opgepakt.
- Merel : Ik kan het wel even voor je gaan opzoeken als u
wilt.
- Man : Bastiaan Ragers.
- Merel : Bedankt Bastiaan, maar ik zou ook graag willen
weten waarom je wegrende.
- Bastiaan : Ik vond u niet erg aangenaam gezelschap.
- Britt: Niemand rent gewoon maar weg omdat de ander geen
aangenaam gezelschap is. Kijk Bastiaan, ik zal u zeggen waar het op slaat.
Als je niet meewerkt kan je beschuldigd worden van onvrijwillige doodslag.
- Bastiaan: Wat? Ik heb toch niets gedaan?
- Merel: Ga je ons vertellen wat die man bij jou deed?
- Bastiaan : Gewoon, niets.
- Britt: Dus je kent hem wel!
- Bastiaan: Ja, hij is al jaren een vriend.
- Britt : Waarom loog je er dan over hij is toch een vriend?
- Bastiaan : Gewoon, hij was dronken en ik dacht dat hij last
had gemaakt en wilde hem niet verlinken.
- Britt : Het maakt je wel verdachter.
- Bastiaan : Hoe moest ik dat weten.
- Merel: Bon, vertel ons wat je weet over hem.
- Bastiaan vertelde hen wat hij wist over de man, maar veel
wijzer konden Merel en Britt er niet van worden.
- Britt: En wat deed hij bij jou thuis?
- Bastiaan twijfelde even...
- Bastiaan: Hij kwam iets halen.
- Britt: Wat dan?
- Het bleef even stil.
- Bastiaan : methadon.
- Britt : Waarom bij jou?
- Bastiaan : Omdat ik er makkelijk aan kan komen en ik wilde
hem wel helpen.
- Merel : Hoe kom jij er dan zo makkelijk aan?
- Bastiaan: Moet ik dat echt allemaal vertellen?
- Britt: Ja.
- Bastiaan: Dat gaat niet. Ik wil niet iemand in de problemen
brengen.
- Britt: Je weet toch dat als jij zwijgt, dat jij voor alles
gaat opdraaien?
- Bastiaan: Ik heb toch niets te maken met het feit dat die
man is gestorven?
- Britt: Dat zou ik nog niet zo snel zeggen Bastiaan.
- Merel: Vertel ons gewoon waar je die methadon vandaan hebt.
- Bastiaan : Brengt dat nog wat voor mij op dat ik het u
vertel?
- Britt : Wat denk je, voor alles opdraaien of niet.
- Bastiaan : Oke, maar ik wil niet dat iemand weet dat ik dit
heb verteld.
- Britt : Oke.
- Bastiaan : Ik krijg het van Kristel.
- Merel : Kristel wie?
- Bastiaan : Kristel Konings.
- Britt: En wie is Kristel Konings?
- Bastiaan: Een dokter.
- Merel: Een dokter?
- Bastiaan: Ja
- Britt: Uw dokter?
- Bastiaan: Ja
- Britt: Vertel eens hoe dit begonnen is.
- Zowel Britt als Merel moesten gelijk denken aan de
gebeurtenissen met de collega van Meriban.
- Bastiaan : Ik heb er om gevraagd en toen kreeg ik het en zo
is het begonnen.
- Merel : Op welke manier heb je het dan gevraagd.
- Bastiaan : Ik had het gewoon gevraagd.
- Britt : Wat is gewoon?
- Bastiaan : Nou gewoon, dokter ik heb Methadon nodig.
- Britt : En de dokter zeg dan zomaar o jonge dat krijg je
wel van mij.
- Bastiaan : Ik vertelde dat mijn dokter dat altijd
voorschreef maar dat die er nu niet was, hij viel in die dag.
- Britt: En waar woont die dokter van u? Of waar is de
praktijk?
- Bastiaan: In de Reigerstraat. Nummer weet ik niet.
- Merel: Dat kunnen wij wel opzoeken.
- Britt: Wat is de naam van de dokter?
- Bastiaan: Van De Putte.
- Britt: Oké, bedankt. Wij pakken de dokter onmiddellijk op.
-
- Britt en Merel verlaten de verhoorkamer en vragen Bruce of
hij Bastiaan in de cel kon steken. Nadat Britt de computer had ingekeken
vertrokken ze naar het gevonden adres.
- Merel : Hoe gaan we dit hard maken?
- Britt : Shit, nog niet over na gedacht.
- Merel : Ik denk niet dat hij zonder enkel bewijs zal
bekennen.
- Britt : Zullen we eerst dan de apotheek gaan proberen, die
kunnen denk ik wel een lijst geven van welke doktoren Methadon voorschrijven
en aan welke patiënten.
- merel : Dat is een wereld klus.
- Britt : Ja, zullen we dan maar de mannen bij vragen.
- Merel: Ja, ik vrees dat er niets anders op zit.
-
- Britt: Nick, Bruno, we zouden alle apothekers moeten
afdoen...
- Nick: Waarvoor?
- Britt: Wel, een zekere dokter Van De Putte heeft aan die
Bastiaan voorschriften van Methadon gegeven en we moeten nagaan waar precies
allemaal. Zo kunnen we bewijs inleveren en die dokter oppakken.
- Bruno : Dus alle methadon recepten van dokter van de Putte?
- Merel : Doe maar alle recepten voor Methadon, misschien
heeft hij ook wel uit naam van andere voorgeschreven.
- Nick : Oke, maar dat is echt een enorm werk.
- Britt : Weet ik, maar als er een makkelijkere manier was
had ik dat wel gedaan.
- Nick: Oké dan.
- Britt neemt even een kaartje en duidt aan welke apothekers
Nick en Bruno moeten doen.
- Britt: En deze doen wij.
-
- Bruno: Oké, dat is goed.
- Nick en Bruno vertrekken onmiddellijk met de motor, maar
Britt en Merel briefen Vanbruane nog even.
- De vier flikken krijgen van de apotheken met wat moeite de
kopieën van de afschriften voor Methadon. Aan het einde van de dag komen de
4 flikken weer op het commissariaat met een behoorlijke stapel recepten.
- Britt: Zijn het er zoveel?
- Nick: Jah.
- Merel: Dan beginnen we er maar aan hé.
- Vlijtig kijken ze elk voorschrift na tot het tijd wordt
voor Britt om achter Dorien te gaan.
- Britt: Ik moet ervandoor. Anders krijg ik weer onder m’n
voeten van de juf van Dorien.
- Merel: Oké, het is toch niet veel meer.
- Britt: Tot morgen.
- Merel, Nick, Bruno: Tot morgen!
- ...
- Nick : Wat willen jullie nu doen eigenlijk Merel?
- Merel : We moeten controleren of die afschriften wel echt
van die doktors zijn.
- Bruno : Dat wordt een behoorlijk werkje morgen.
- Merel : Ja, maar we moeten zeker weten dat we goed zitten.
- Merel: We kunnen er nu nog een half uurtje aan werken en
dan morgen verder doen.
- Nick: Ja, dat is goed.
- Vlijtig beginnen ze de voorschriften na te kijken en al
snel hebben ze er een paar te pakken van dokter Van De Putte.
- Merel: Hier hebben we eigenlijk al genoeg bewijs mee.
- Bruno: Dat is eigenlijk wel waar. We kunnen die dokter
evengoed nu al oppakken.
- Merel: Ja, maar ik denk dat het beter is dat we dit nog
afwerken.
- Nick : Ik heb ook geen zin in lang werk.
- Merel : Zullen we dan dit even afmaken zodat we van iedere
doktor de patiënten hebben gesorteerd en dan kijk ik morgen met Britt of er
nog dubbele tussen zitten die het met die doktor linken of zo dan zijn we
nog zekerder.
- Bruno : Ik ben het er mee eens.
- Na nog een uurtje door gewerkt te hebben zijn ze klaar met
de voorschriften.
- Merel: Oké, morgen doen we verder. Bedankt
- Nick: Oké, ik ben naar huis hé.
- Bruno: Ja daag.
- Na enkele minuten is iedereen naar huis.
- De volgende ochtend...
- Britt: En? Is het nog gelukt om de voorschriften na te
kijken?
- Merel: Ja hoor, we moeten alleen nog kijken of er dubbele
tussen zitten die het met die dokter linken.
- Britt : Oke, eerst een koffie voor we beginnen.
- Merel : Een heel goed idee.
-
- Na een uur alles nog uitgezocht te hebben zijn ze tot de
conclusie gekomen dat er bij verschillende doctoren voor 3 patiënten
voorschriften zijn uitgeschreven, met allemaal redelijk hetzelfde
handschrift.
- Britt: Er zitten er zelf een paar van die dokter Van De
Putte bij.
- Merel: We kunnen die dokter gaan oppakken!
- Britt: Ja inderdaad. En daarna nog even met Bastiaan
praten. Misschien weet hij onder welke naam die dokter eventueel nog
voorgeschreven heeft.
- Merel: Oké. Eerst even Vanbruane inlichten.
- Britt en Merel vertellen aan Vanbruane dat ze die dokter
gaat oppakken.
- Vanbruane: Oké, neem Nick en Bruno mee.
- Britt : Om een dokter op te halen, is dat niet erg
overdreven?
- Vanbruane : Heb je al zijn antecedenten nagetrokken.
- Britt : Tuurlijk, wat denk je dat je aan het werk kan met
een strafblad in dit beroep?
- Vanbruane : Oke, ga dan maar met twee.
- Britt en Merel vertrekken naar de dokter.
- Britt: Wat was het adres nu ook al weer?
- Merel: Mariakerkse Steenweg nummer 56
- Britt: Oké.
-
- Daar aangekomen blijkt dat de dokter patiënten heeft. Als
de dokter in de wachtzaal komt vragen Britt en Merel als zij eerst even
mogen binnenkomen. Natuurlijk tonen ze daar hun politiepas voor.
- Dokter: Euh ja, geen probleem.
- Britt : We zouden over een cliënt van u willen praten. Hij
gebruikt nogal veel Methadon.
- Dokter : Ik heb veel patiënten mevrouw, ik weet niet
precies van iedereen hoe ik hem of haar behandel, maar heeft u misschien een
naam voor mij?
- Britt : Bastiaan Ragers.
- De dokter zweeg even.
- Dokter: Wat is ermee?
- Britt: Hij heeft een verklaring afgelegd dat u hem methadon
voorschrijft. Niet 1 keer, maar meerdere keren.
- Dokter: Dat was omdat hij ziek was.
- Britt: Omdat hij ziek was? Zoveel methadon schrijf je
niemand voor. Zou u willen meekomen naar het commissariaat?
- Dokter: Ik heb een wachtzaal vol patiënten!
- Britt: Goed, dan bellen wij de onderzoeksrechter of hij een
interventieteam wil sturen.
- Dokter: Oké oké.
- Merel : Kom dan maar mee.
- Dokter : Maar kan ik mijn collega bellen, ik kan mijn patiënten
niet zomaar in de steek laten.
- Britt : Bel maar.
-
- De dokter belt naar een collega die een vrije dag had en
die is wel bereid te komen. Dan gaan ze op weg naar het commissariaat.
- Daar aangekomen...
- Merel: U mag hier binnengaan.
- Britt: (tegen Merel) Ik haal even de bewijzen.
- Merel: Oké
- Merel start dan alvast de ondervraging.
- Merel: Bon, wij weten dat u voorschriften voorschrijft van
methadon.
- Dokter: Dat is niet waar.
- Merel: En we hebben een getuigenverklaring!
- Dan komt Britt binnen.
- Merel: Hier zijn de bewijsstukken.
- Britt legt de voorschriften die van de dokter zijn op
tafel.
- Britt : Dit zijn toch uw voorschriften?
- De dokter kijkt naar de voorschriften en weet niet wat hij
moet zeggen.
- Britt : Vervelend hč, als de politie alles gelijk goed
uitzoekt.
- Dokter: Oké, ik heb dat een paar keer gedaan, maar ik ben
daarmee gestopt.
- Britt: Daarmee gestopt? Wij hebben veel apothekers
afgelopen en kijk eens hier. Een voorschrift van deze week. Dus vertel ons
niet dat je gestopt bent. Wij gaan er de onderzoeksrechter bijhalen en je
vliegt in het rolleke.
- Dokter: Maar...
- Britt en Merel gaan buiten de verhoorkamer en vragen Bruce
om even op de dokter te letten.
-
- Merel: Ik bel de onderzoeksrechter wel.
- Britt : Ik denk dat wat andere voorschriften ook van hem
zijn.
- Merel : Ik ook.
- Britt : Maar bel jij maar, ik weet nog niet hoe we hem hier
voor kunnen pakken, eerst moet hij bekennen dat hij alleen zijn eigen
voorschriften gebruikt.
- Merel : Gaat denk ik moeilijk worden.
- Britt: Wat we wel kunnen doen is vragen aan Bastiaan of de
dokter voor hem ook onder een andere naam voorschreef.
- Merel: Kunnen we doen, maar de kans dat hij daarop gelet
heeft is klein.
- Britt: We kunnen het maar vragen.
- Merel: We zullen dat eerst doen, voor we de
onderzoeksrechter bellen.
- Britt : Eerst de onderzoeksrechter.
- Merel : Oke.
-
- Merel : We hebben nu 24 uur en daarna kijkt hij of we
genoeg bewijs hebben. Britt : Oke.
- Merel: We zouden beter Bastiaan nog eens verhoren.
- Britt: Ja, dat denk ik ook. Hij kan in verhoor 2 zitten.
- Merel tegen een agent: Zou jij Bastiaan Ragers even uit de
cel willen halen en in verhoor 2 steken?
- Agent: Ja, geen probleem.
- Zo gezegd, zo gedaan, 10 minuutjes later zit Bastiaan in
verhoor 2 en gaan Britt en Merel hem ondervragen.
- Britt: Bastiaan, je hebt ons al goed geholpen, maar zou je
ons nog iets willen vertellen?
- Bastiaan: Euh ja.
- Merel: Weet jij of dokter Van De Putte ook onder een andere
naam voorschriften aan jou gaf?
- Bastiaan : Ik heb daar nooit echt op gelet om eerlijk te
zijn.
- Merel : Een makkelijkere vraag, ben jij wel eens bij een
andere doktor voor Methadon geweest?
- Bastiaan : Nee.
- Merel : Hoe komt het dan dat er voorschriften voor jou van
een andere doktor zijn?
- Bastiaan: Dat weet ik niet.
- Britt: Jouw dokter heeft blijkbaar ook onder een andere
naam geschreven.
- Merel: Oké, bedankt.
- Britt en Merel gaan naar de andere verhoorkamer waar de
dokter zit.
- Britt: Wij hebben zonet formeel ontdekt dat u onder iemand
anders naam ook methadon voorschrijft.
- Merel: U zal het allemaal nog eens aan de onderzoeksrechter
mogen uitleggen, maar ik vrees dat het er niet goed voor u uitziet.
- Dokter : Ik trek mij terug op het zwijgrecht.
- Merel : Zo als u wild, maar het staat er nu op dat u
methadon uitschrijft en dat ook onder naam van andere doktoren.
- De dokter antwoordt niet meer en daarom gaan ze weer terug
naar het teamlokaal.
-
- Britt : Er zijn nog 2 patiënten die uitgeschreven krijgen,
zullen we daar eens mee gaan praten.
- Merel: Heb je hun adres?
- Britt: Ja hier.
- Merel: Oké.
- Britt en Merel vertrekken naar de eerste patiënt.
- Britt: Dag meneer, zouden wij u enkele vraagjes mogen
stellen?
- Meneer: Ja, vraag maar.
- Britt: Mogen wij daarvoor even binnenkomen?
- Meneer: Ja kom maar.
- Britt en Merel gaat naar binnen en zien niets verdachts,
geen methadon of zo.
- Merel: Bent u cliënt van dokter Van De Putte?
- Meneer: Ik denk niet dat ik daar op hoef te antwoorden.
- Britt: Het zou voor ons wel gemakkelijker zijn moest u dat
wel doen.
- Meneer : Dan is het maar niet makkelijk.
- Britt : Is het dan zo erg om te vertellen bij welke dokter
u zit?
- Meneer : Nee, maar ik vindt dat privé.
- Britt : Dan wordt dit een heel persoonlijk gesprek voor u.
- Meneer: Ik zou wel eens willen weten waarom u mij komt
ondervragen.
- Britt: Wij komen u niet ondervragen, slechts enkele vragen
stellen. Maar als u niet bereid bent om ons te helpen kan u natuurlijk ook
altijd mee naar het commissariaat.
- Meneer: Wat als ik niet mee wil?
- Britt: Dan vragen wij wel de toestemming aan de
onderzoeksrechter. We hebben redenen genoeg.
- Meneer : Word ik verdacht?
- Britt : Nee, wij willen alleen maar wat informatie, als
getuigenis om het zo maar even te noemen.
- Meneer : Waarom zegt u dat dan niet gelijk?
- Britt : Omdat de meeste mensen zich niet zo aangevallen
voelen.
- Meneer: Wat moet ik vertellen?
- Britt: Of dokter Van De Putte u ook methadon voorschreef.
- Meneer: Wat riskeer ik als ik iets vertel?
- Britt: U riskeert niets. Daar zal ik voor zorgen, maar we
hebben momenteel bewijzen nodig.
- Meneer: Ik heb wel eens methadon gekregen van dokter Van De
Putte, maar dat is maar 2 keer gebeurd.
- Britt: Oké, zou u even willen meekomen naar het
commissariaat om een verklaring te ondertekenen dat u methadon hebt
gekregen?
- Meneer: Euh ja, maar moet dat nu?
- Britt: Liefst. Anders kunnen we niet verder.
- Meneer: Oké, maar dan moet ik wel even een afspraak
verzetten.
- Britt : Is goed.
- De man belt iemand op en dan gaan ze richting het
commissariaat.
-
- Britt : U weet zeker dat het maar twee keer was?
- Meneer : Ja heel zeker?
- Britt : U bent ook nooit bij een andere arts geweest voor
Methadon?
- Meneer : Nee, echt niet zeker weten.
- Britt: Oké, dan typen we nu een verslag dat je direct mag
ondertekenen.
- Britt en Merel verlaten de verhoorkamer, waar ze zich
hadden gezet. En na een tijdje komt Britt terug.
- Britt: Zo, als u hier even uw handtekening wil plaatsen.
- Meneer: Oké.
- Britt: Oké, dan mag u gaan. Merel : wat ik niet begrijp,
hoe krijg je medicijnen van een ander zomaar mee?
- Britt : Dat is niet zo moeilijk, als je het recept hebt en
het afgeeft krijg je het zo mee.
- Merel : Dat is waar.
- Britt : We hebben nog iemand, we kunnen die vrouw nog
proberen, dan hebben we ook haar verklaring, haar recepten komen ook van
verschillende doktoren.
- Merel : Oke laten we dan maar eens gaan.
- Britt en Merel gaan naar die vrouw. Daar aangekomen doet
een man open.
- Man: Ja?
- Britt: Britt Michiels, Merel Vanneste, politie Gent. Is
mevrouw van Wesemael soms thuis?
- Man: Mijn vrouw komt direct thuis. Ze is naar de winkel.
- Britt: Zouden wij dan hier even mogen wachten? Wij zouden
haar enkele vraagjes willen stellen.
- Man: Ja natuurlijk.
- Britt en Merel gaan dan naar binnen, niet veel later komt
de vrouw binnen. Dan beginnen ze een gesprek met de vrouw. Ze vertelt dat ze
nooit Methadon heeft gehad en dat ze het niet kan voorstelen dat zij ze
heeft voorgeschreven,
- Merel: Dat is raar, want we hebben voorschriften gevonden
in een apotheker voor methadon.
- Vrouw: Maar ik ga niet bij die dokter, mijn man wel.
- Britt: En u weet niets van methadonvoorschriften?
- Vrouw: Nee
- Merel: Dan spreken we beter even met je man.
- Vrouw: Oké, ik zal hem even roepen. (want de man had nog
iets te doen op de computer)
- 2 minuten later komt de man terug.
- Britt : Heeft uw dokter u wel eens Methadon voor
geschreven?
- Man : Nee nooit, hoe komt u er bij?
- Britt : We hebben recepten van u gevonden.
- Man : Dat lijkt mij zeer waarschijnlijk.
- Merel : Zou u beiden een verklaring voor willen afleggen?
- Man : Ja tuurlijk.
-
- De manier waarop de man zei was niet echt overtuigend en
Britt en Merel zouden hem op het commissariaat nog eens ondervragen.
- De man en de vrouw gingen dus mee naar het commissariaat.
Beiden in een verschillende verhoorkamer.
- Britt: Als u hier even zou willen tekenen.
- Vrouw: Oké.
-
- Dan terug naar de man.
- Britt : Bent u echt heel zeker dat u geen Methadon
voorgeschreven heeft gekregen?
- Man : Ik heb het een keertje voorgeschreven gekregen, maar
mijn vrouw weet dat niet.
- Britt : Oke, weet u nog wanneer dat was?
- Man: Een maand geleden.
- Britt: En u vrouw weet daar niets van? Dan heeft u de
methadon nog niet gebruikt?
- Man: Dat was niet voor mij.
- Merel: Voor wie dan wel?
- Man: Bastiaan en nog iets.
- Britt: Is dat een vriend?
- Man: Meer een kennis. Hij vroeg mij of ik daar even wou
omgaan en dat heb ik gedaan. Ik moest alleen zeggen dat het voor Bastiaan
was en de dokter zou me dat zonder probleem voorschrijven.
- Britt: En dat is dus gebeurd?
- Man: Ja.
- Britt: Wat ik mij dan afvraag, waarom staat dat voorschrift
dan op jouw naam?
- Man: Dat weet ik niet.
-
- Britt en Merel gaan naar de gang.
- Merel: Ik denk dat we dat beter eens vragen aan die dokter.
- Britt: Ja, denk ik ook.
-
- Britt en Merel gaan naar de dokter.
- Britt: Wij hebben nog een vraag.
- Merel: Waarom heeft u dat voorschrift die u aan deze man
heeft voorgeschreven (Britt toont een foto) op die man zijn naam gezet?
- Dokter: Omdat... omdat ik commentaar begon te krijgen van
collega's dat ik te veel voorschreef.
- Britt : Dan schrijft u maar uit voor een andere patiënt?
- Dokter : Ja.
- Merel : Maar dat ging ook opvallen, dus ben je maar ook op
namen van andere doctoren gaan schrijven?
- Doktor : Dat kunt u niet bewijzen.
- Britt : Die patiënten lopen niet bij die doktoren.
- Merel : En ze gebruiken niet, u bekent net dat u voor
iemand anders heeft voor geschreven.
- Dokter : Ach, wat maakt het nog uit. Jullie hebben toch al
de bewijzen voor die andere voorschriften.
- Britt: Oké, dat was een goede bekentenis.
- Merel: Straks kan je je verklaring ondertekenen, maar nu
mag je even genieten van onze cel.
-
- Britt: Bruce, zou jij hem even in de cel willen steken?
- Bruce : Is goed hoor Britt.
-
- Merel : Snelle bekentenis zeg.
- Britt : Ja, gelukkig wel.
- Merel : Maar om terug te komen op het begin van onze zaak,
waarom zal hij methadon en antidepressieve hebben genomen?
- Britt : Hij kan zo depressief zijn geweest en daarom die
pillen slikken, maar toch drinken.
- Merel : Waarschijnlijk niet nagedacht over de gevolgen?
- Britt : Denk het wel, het zou misschien kunnen dat hij
vroeger al gebruikte.
-
- Pasmans : Zaak opgelost dames?
- Britt : Ja, en hebben jullie al je vermiste man gevonden?
- Pasmans: Ja, we denken het wel.
- Britt: Hoe bedoel je, denken?
- Pasmans: We moeten enkel nog een confrontatie laten doen.
Maar we zijn er zeker van dat het die man is.
- Britt: Proficiat, ook een zaak opgelost!
- Pasmans: Bedankt.
-
- Zo waren de 2 zaken opgelost en kunnen de flikken weer naar
huis.
-
- Britt: Zin om nog eens mee te gaan naar de Combi allemaal?
- Merel: Graag
- Pasmans: Ja!
- En het hele korps ging zo mee.
-
- Einde Vervolgverhaal!
-
- Vervolgverhaal van Tweety’s toffe flikken club.
-
|