BRANDEND PAND 

Britt komt te laat op het commissariaat
Vanbruane : Britt bureau
Britt : Maar baas...
Vanbruane : Geen gemaar.
Britt gaat tegen haar zin naar het kantoortje van Vanbruane
Vanbruane : Britt dat ben ik niet gewoon van jou. Waarom ben je vandaag zo laat? 
Britt: Overslapen zeker. (gemeen) 
Nadine : Dat kan iedereen wel eens overkomen.
Britt : Ja.
Nadine : Dat is niet de reden waarom ik je bij me heb geroepen.
Britt : Waarom dan?
Nadine : Je kent die flats die in de Graskruit staan?
Britt : Ja die staan leeg.
Nadine : Ja, maar die staan meerdere malen per week in de brand. Ik wil dat jij en Tony daar eens gaan rondhangen om er achter te komen wie daar bezig zijn. De brandweer is het zat.
Britt : Ja dat is goed, maar Tony is er nog niet.
Nadine : Die moest op het consultatiebureau zijn met Vera. Die is er over een halfuurtje wel. 
Britt: Oké, wat kan ik tot die tijd doen?
Nadine: PV's (lachend)
Britt: Ik had beter nog een half uur blijven liggen (mompelend/zuchtend) 
Nadine : Laat ik maar doen of ik dat niet gehoord heb.
Britt : Dat is goed.
Britt vertrekt naar haar bureau en gaat aan haar bureau zitten en begint met haar PV's. Na driekwartier komt Tony pas het commissariaat binnen.
Britt : Je bent laat.
Tony : Ze hadden mijn auto klemgezet bij het consultatiebureau.
Britt : Vervelend, maar was het goed met Vera?
Tony : Ja, alles was goed. 
Tony: Hebben we trouwens een nieuwe zaak?
Britt: Ja...

En Britt begint alles uit te leggen... 
Tony : Ik was van plan te gaan lijnen, en dan krijgen we zo'n opdracht.
Britt : Ik zal er voor zorgen dat je geen snoep in de buurt hebt.
Tony : Scheelt. Maar je zal zien dat ze dan niet komen opdagen.
Britt : Ja, maar ik denk niet dat het erg veel nut heeft dat we overdag gaan, want de branden zijn altijd 's avonds en 's nachts.
Tony : Ja, daar heb je eigelijk wel gelijk in.
Britt : Dat bedacht ik net.
Tony : Laten we het even met Vanbruane bespreken, dat we nu vrij zijn en vanavond beginnen en hopen dat ze komen.
Britt : Ja, dat is goed, ik zal dan gelijk naar oppas voor Dorien gaan kijken.
Tony : Ik kan vragen of Sam ook op Dorien past. Vera zal vanavond naar hem gaan. 
Britt : Als dat goed is voor Sam is dat ook voor mij goed
Tony : Sam doet dat graag
Britt : Oké dat is dan afgesproken
Tony : Nu nog alleen Vanbruane spreken over ons plan
Britt : Ja, ik denk dat ze het wel goed zal vinden
Tony klopt op de deur van Vanbruane haar kantoortje
Vanbruane : Binnen
Tony : Kunnen wij u even spreken? 
Nadine : Ja, kom maar binnen.
Tony : Wij hadden het idee, dat we beter vanavond en vannacht daar kunnen gaan rondhangen, omdat het dan ook gebeurt.
Nadine : Ja dat is goed, gaan jullie nu dan maar naar huis.
Tony : Dat hadden wij ook in gedachte.

Britt en Tony verlaten het kantoor.
Tony : Ga je mee Vera ophalen. Dat zal wel weer wat worden, ze doen zo moeilijk als je je kind niet op de juiste tijd ophaalt.
Britt : Ik ga wel mee. We zouden eens een 24uur opvang moeten hebben. Onze tijden komen nooit uit. 
Tony : Ja ik weet het maar waar vind je er zo een?
Britt : Dat weet ik niet
Tony : We hebben Sam voorlopig.
Britt : Ja dat is een oplossing
Tony : Als we tijd hebben kunnen we wel eens in het telefoonboek kijken
Britt : Ja daar vinden we dat normaal wel in.
Britt & Tony stappen in. 
Wanneer ze bij het kinderdagverblijf komen wordt er inderdaad moeilijk gedaan, maar Britt zegt dat je het van tevoren nooit weet bij hun en dat Tony er niets aan kan doen en dan vertrekken ze gewoon.
Tony : Ik heb het hier echt helemaal gehad, dat gedoe van ze moet er zo laat zijn en tussen die tijd kan je haar ophalen. Het is geen school.
Britt : Het is echt tijd voor een ander kinderdagverblijf, hopelijk hebben ze dan ook nog een plaatsje vrij. 
Tony : Ja dat is te hopen.
Britt : Dorien gaat al naar school dus daar is geen probleem mee.
Tony : Nee maar daar is ons Vera nog wat te jong voor.
Britt : Dat is waar
Thuis bij Tony aangekomen: 
Britt : Maar we zouden ook eens aan Lieve kunnen vragen of ze op Vera wil passen in het vervolg. Ze past wel na school op Dorien, maar ik weet niet of ze de hele dag op Vera wil passen.
Tony : Dat is een goed idee.
Britt : Ik moet haar toch bellen dat ze Dorien niet hoeft te halen, ik kan het dan wel gelijk vragen.
Tony : Is goed, lust jij ook een koffie?
Britt : Ja, lekker. Ik bel Lieve even. 
Britt pakt haar mobiel en draait het nummer van Lieve. 
Lieve : Met Lieve?
Britt : Ja met Britt hier. Je hoeft Dorien niet halen en zou je in de dag op nog een kindje willen passen? 
Livee : Sorry Britt, maar ik begrijp je niet.
Britt : Je hoeft vandaag Dorien niet op te halen, omdat ik vanavond pas hoef te werken. En Tony zoekt een oppas voortaan voor Vera, omdat dat kinderdagverblijf helemaal niets is.
Lieve : Dat lijkt me wel leuk om ook voortaan op Vera te passen, maar dan moeten jullie ook aan Dorien vragen omdat het voor haar ook gevolgen heeft.
Britt : Ik zal het er vanmiddag met Dorien over hebben, en dan hoor je het wel.
Lieve : Dat is goed, tot morgen. 
Britt: Tony? Lieve vind het goed, maar ze wil wel dat wij het er even met Dorien over hebben. Maar die zal het vast wel leuk vinden.
Tony: Fijn!
Britt: Zullen we iets leuks gaan doen. We hebben toch de hele dag vrij. 
Tony : Zullen we lekker met Vera naar het Park gaan?
Britt : Ja goed idee, misschien ook nog even naar de winkels, dan hoef ik geen boodschappen meer te doen als Dorien thuis komt.
Tony : Ja dat is een goed idee. 
In het park.... 
Britt en Tony wandelen daar wat rond met Vera in de buggy, en bij de grote vijver mag Vera de eendjes voeren. Het is een leuk gezicht hoe de tweejarige Vera tegen de eendjes praat en probeert het brood eerlijk te verdelen.

Wanneer ze Dorien om kwart over drie uit school gaan halen is Dorien verrast om haar moeder met Tony en Vera te zien.
Wanneer ze met de auto naar huis rijden.
Britt : Dorien, zou jij het leuk vinden als Lieve ook op Vera gaat passen als Tony en ik moeten werken? 
Dorien : Jaaaaaaa mama dat lijkt mij heel leuk, dan heb ik woensdagmiddag ook wat te doen als ik niet naar school hoef en natuurlijk in de vakanties. Dan kunnen we naar het park de kinderboerderij , zwemmen, en nog veel meer leuke dingen toch mamma?

Britt en Tony kijken elkaar verbaasd aan en zeggen allebei precies het zelfde: Zo dat hebben we dan ook weer opgelost !!

Britt : Wil jij dan Lieve bellen Dorien en zeggen dat het oké is?
Dorien : Ja mama dat doe ik wel

En Dorien belt Lieve op.

Bij Lieve thuis Trrrriiiinnnggggggg tring tring

Lieve : Met Lieve
Dorien : Met Dorien hier Lieve. Ik wilde even zeggen dat het goed is van Vera. Heb ik tenminste een speelkameraadje erbij
Lieve : Oké Dorien dat is goed en zeg maar tegen Tony dat ik het graag doe
Dorien : Oké daaaaagggggg
Lieve : Daaaaaagggg Dorien

Dorien zegt tegen Tony dat Lieve het graag doet en Tony was heel blij dat te horen.

Britt: Tony heb je zin om vanavond bij ons te blijven eten? Ik maak spaghetti
Tony : Ja is goed lijkt me lekker ja.
Dorien : En mama maakt chocolade toetjes. Die vind jij toch ook lekker?
Tony : Heel erg lekker Dot en dan zal ik u op bed leggen oké?
Dorien : Jaaaaaaaaaaaaaa en lees je dan ook een verhaaltje voor
Tony : Dat is goed Dot
Britt : Oké dan ga ik nu eten maken. Dorien huiswerk maken en Tony helpt mij oké?
Beide: oké.

Dan als ze zitten te eten wordt Britt ineens gebeld op haar gsm.
Britt : Britt hier
Commissaris : Ah Britt. Het is zover gaan jullie even kijken? Ik verwittig de procureur en jullie komen nadat jullie zijn wezen kijken mij brieven. Afgesproken? Dus niet eerst gaan slapen, nee eerst naar mij en dan slapen. Komen jullie maar twee uurtjes later morgen.

Britt : Afgesproken commissaris. 
Dan hangt Britt op

Britt : Ze zijn al bezig.
Tony : Waar blijft Sam nou?
Britt : Hij komt er al aan.
Britt loopt naar de deur en doet hem open, ze nemen afscheid en vliegen er meteen al vandoor.

Aangekomen bij het pand staat het al in lichter laaie.
Britt : We zijn al te laat, die gasten vind je niet meer.
Tony : Het is nog maar 7 uur, ik snap het niet, niet echt een tijd om dat te doen, het is nog niet zo koud dan en ook niet donker.
Britt : Misschien hebben ze honger en zijn het krakers.
Tony : Gaan wij morgen dan ook maar kraken?
Britt : Moet dat echt?
Tony : Ik weet geen beter plan, als we zorgen dat we er morgen al om 3 uur zijn. 
Britt : Laten we dat dan maar doen. 
De volgende dag gaan Britt en Tony om drie uur naar het pand toe. Ze hopen dat het zo lukt om die brandstichters te pakken. 
Britt : Ik heb een thermoskan met koffie mee genomen.
Tony: Ik koffiekoeken.
Britt : Lekker.
Tony : Ik dacht dat dat tegen jou natuur in was.
Britt : Kraken ook. 
Tony lacht: Ik moet zeggen dat kraken ook niet een van mijn dagelijkse bezigheden is.
Britt:Ach, het is wel leuk voor een keertje en die koffiekoeken... jij eet ze altijd dus ze zullen wel lekker zijn.

Om vijf uur zitten de dames er nog steeds en het begint ondertussen flink koud te worden in het pand.
Tony: Ik vindt het nu wel tijd dat er iets gebeurd.
Britt: Ja maar het is nog vroeg.
Tony: Vroeg of niet. Ik moet naar de wc en ik heb het koud. 
Britt : Ga dan, ik weet niet of je door kan trekken, maar er zijn in deze flat wc's zat.
Tony : Die zijn vies.
Britt : Ja, je moet er ook niet op gaan zitten, een beetje erboven hangen.
Tony : Vind je het niet erg alleen te blijven?
Britt : Als je snel terug bent niet. 
Tony: Tot zo dan.
Ze staat op en gaat op zoek naar de wc's. Veel hoeft ze niet te zoeken, de geur komt haar tegemoet. Met een vies gezicht gaat Tony een hokje binnen.

Ondertussen bij Britt.... 
Britt begint een beetje trek te krijgen en zoekt in de tas van Tony naar een koffiekoek. Wanneer ze die heeft gevonden en een hap neemt hoort ze ineens.
"Wat doe jij nou?" Britt schrikt, maar dan ziet ze Tony staan.
Britt : Opgelucht?
Tony : Ja, maar ik hoop dat ik niet meer moet 
Als Tony weer naast haar wil gaan zitten horen ze iets.... 
Britt : Ik denk dat het feestje gaat beginnen. Ik waarschuw dat er al wat meer patrouilles in de buurt gaan rijden zodat ze snel alles kunnen regelen.
Tony : Ja dat is goed. 
En? vraagt Tony als ze heeft opgehangen.
Britt: Ze komen gelijk.
Tony: Gelukkig. Ik vond nou ook wel lang genoeg duren.
Britt: Ik ook. Ik verlang naar mijn bed.Maar laten we maar vast bij het raam gaan staan, dan kunnen we tenminste iets zien. 
Tony : We moeten ze gewoon inrekenen.
Britt : Ja dat weet ik ook wel, maar daarvoor moeten we ze eerst vinden hč slimmerd.
Tony : We laten de flat gewoon omsingelen en dan naar buiten laten komen en arresteren.
Britt : En ons zeker ook laten arresteren?
Tony : Ja, misschien komen we nog wel wat te weten. 
Britt : Oké, ik bel het even door. 
Nadat Britt gebeld heeft.
Tony: In orde?
Britt: Het is geregeld.
Tony: Oké, dan laten we ons oppakken. 
Britt: sssttt Tony, ik hoor wat.
Tony: Wat dan?
En voor ze het goed en wel in de gaten heeft, heeft een van de krakers haar al in de keelklem en bedreigt haar met een wapen.
Britt( die zich rot schrikt) Vallen laten. Politie Gent. Laat haar gaan.
Kraker: Te laat, de tent brand al. Hoe wilde je wegkomen?
Verschrikt kijkt Britt om zich heen en ziet inderdaad dat er al vlammen door de ramen van het beneden verdiep komen, terwijl ze zelf op drie hoog zitten)
Tony: (met gesmoorde stem) Laat me gaan!
Kraker: Kop houden (en hij geeft haar een dreun tegen het hoofd waardoor Tony bewusteloos op de grond valt)

De kraker ziet dat Britt naar Tony toe rent en maakt van de gelegenheid gebruik om zelf weg te vluchten.
Britt: Tony, wakker worden. Laat me hier niet alleen zitten. Kom op nou.
Maar er komt geen reactie. Het wordt allengs heter en benauwder. En dan ziet Britt dat het vuur al op hun verdieping is aangekomen. Ze begint aan Tony te schudden die nu langzaam bijkomt.
Tony: Wat is er gebeurd?
Britt: Jij hebt een klap tegen je hoofd gehad en bent bewusteloos geweest. Maar het vuur komt er aan en we moeten hier weggeraken.
Moeizaam komt Tony overeind en wankelt achter Britt aan. Helaas geen uitweg. Britt probeert naar wat eens het raam was te komen maar de houten vloer onder haar begint angstvallig te kraken. Beide dames zorgen dat ze tegen de wand aan komen te staan zodat ze niet door de vloer zullen zakken.
Tony: Bel nog eens dat wij hier boven zitten.
Maar in paniek laat Britt haar handy vallen, precies door een gat in vloer. Nu zitten ze hier volledig afgesloten van de anderen.
Angstvallig pakken ze elkaar vast en hopen dat er hulp komt, op tijd.
De minuten tikken tergend langzaam voorbij. In de verte horen ze wel al een brandweerwagen naderen. Nu maar hopen dat ze er rekening mee houden dat er nog mensen in het pand zijn.
Maar al wat er komt: geen ladder die hen op zal pikken, en ook geen brandweerman die hen komt bevrijden. Kennelijk was de boodschap niet duidelijk dat zij hier boven zaten om een pyromaan op te pakken.
Tony: (bijna in paniek) Britt, ik wil niet onherkenbaar verbrand teruggevonden worden. Ik MOET hier weg. Ik ga naar het raam om te zien of er iemand met een valmat is. Kom mee.
Britt: Ik durf niet Tony.
Tony: (nu heel streng) KOM MEE BRITT. (en ze sleept Britt bijna achter zich aan naar de plek waar ooit een raam heeft gezeten.
Tony kan het raam bereiken en de aandacht trekken van de brandweerlieden die beneden staan en dan ziet ze tot haar opluchting dat er een ladder naar het raam gestuurd wordt. Als ze zich in het kozijn gehesen heeft kijkt ze om of Britt haar nog volgt maar ziet tot haar grote schrik dat Britt compleet met doorgebrande vloer naar beneden zakt.
Tony: BRITT!!!!!!
Net dan grijpt een brandweerman haar bij de pols om te voorkomen dat ze gaat vallen, maar ze wil niet met hem mee, ze wil naar Britt. Half in paniek kan ze met moeite duidelijk maken dat Britt door de vloer gegaan is.
Maar de brandweerman maant haar om met de ladder mee naar beneden te gaan zodat ze geholpen kan worden en daarna zullen ze naar Britt gaan zoeken.
Op de straat wordt Tony opgevangen door ambulancebroeders en ook Sel en Ben zijn aanwezig. Die kijken vreemd op als Tony alleen naar beneden komt.
Ben: Waar is Britt?
Tony: Door de brandende vloer gezakt. (half huilend)
Ben: Godverdomme. We moeten helpen.
Maar Sel grijpt hem bij zijn mauw.
Sel: De brandweer is net naar binnen gegaan. Breng jezelf niet ook in gevaar. Ze zijn haar al aan het helpen. Ben blijf hier en zorg voor Tony (waarna hij zelf zorgt zo dicht mogelijk in de buurt van een uitgang te komen zodat hij kan zien of Britt al gevonden is.
Ondertussen wordt Tony in de ambulance gezet en krijgt zuurstof toegediend zodat ze wat makkelijker kan ademen.
Na een aantal moeilijke minuten ziet Sel dat er een brandweerman naar buiten komt en dat hij iets met zich meedraagt. HET IS BRITT!!!
Gelukkig.
Snel wordt er een brancard neergezet waar Britt opgelegd wordt en ook zij krijgt direct zuurstof toegediend. Haar ogen zijn gesloten en haar gezicht en haar kleren zijn helemaal zwart. Ze reageert niet op aanspreken en aanraken.
Ben, Sel en Tony kijken met angstige ogen naar de ambulanciers. Dan wordt er een infuus ingebracht en de kleren van Britt worden opengeknipt. Zo te zien heeft ze geen ernstige brandwonden, maar goed te zien is dat niet.
Dan vertrekken de ambulances naar het ziekenhuis terwijl Sel en Ben op hun motoren volgen. Ze hebben Nadine al ingelicht over wat er gebeurt is. Bij de uitgang van het terrein zien ze dat er zich iemand verdacht gedraagt en zonder twijfel zetten ze hun motoren aan de kant en pakken de man op. Hij had blijkbaar met de brand te maken. Ze laten hem door een combi meenemen en gaan dan zelf naar het ziekenhuis.
Tony is net door een arts onderzocht en mag naar huis gaan. Met Britt zijn ze nog bezig en haar team zit ongerust te wachten op bericht van de arts.
Na en kleine drie kwartier komt die naar buiten.
Arts: Gelukkig niets ernstigs. Wat rook ingeademd. Daarvoor nemen we haar een nacht op ter observatie. Wat kleine brandwonden van een lichte soort en wat kneuzingen overgehouden aan haar val door de vloeren. Ze mag van geluk spreken. Als er vannacht niets voorvalt mag ze morgen ook naar huis.
Tony: Mag ik haar zien?
Arts: Ze ligt op 312.

Daar aangekomen ziet Tony dat Britt al een beetje wakker begint te worden. Haar gezicht is een beetje afgedaan met wat water en zeep maar ze ruikt nog helemaal naar de brand.
Dan vliegt Tony haar om de hals.
Tony: Sorry Britt, ik had je niet moeten dwingen om mij te volgen.
Britt: (nog wat hoestend en een beetje kortademig) Is goed Tony. We konden ook niet veel anders. Maak u geen zorgen, ik ben zo weer op de been, alhoewel die val wel erg hard was, maar daar kon jij niets aan doen. Kun jij vanavond voor Dorien zorgen? De dokter zegt dat ik een nachtje moet blijven. Morgen is alles over en ga ik weer naar huis. Wil je dat? Bedankt alvast. (en met een zucht valt Britt in slaap, een verbijsterde Tony naast zich latend staan). 
De andere morgen is Britt al vroeg wakker. Ze heeft nog steeds de brandlucht in haar neus hangen. De nachtzuster komt net langs en geeft haar de handdoeken en een ochtenjas zodat ze kan gaan douchen, met een speciale zeep voor brandwonden. Na het douchen mag ze alleen de ochtendjas aandoen, dan kan de zuster of de dokter nog even kijken hoe het met de brandwonden is.
Britt vind het heerlijk om onder de lauwe douche te staan en laat het water zeker een kwartier lang over zich heen stromen. Ineens begint ze te huilen. Alle spanning van gisteren komt eruit. "Opgesloten zitten in een brandend pand, door de vloer zakken en twee verdiepingen lager terechtkomen. Ik had wel dood kunnen zijn, en Dorien dan???............" Paniekerig draait ze de kraan dicht en begint zich te drogen maar merkt dan toch dat ze wel een paar brandwonden heeft en die doen pijn. Als ze op de kamer terugkomt wacht de arts al op haar. Hij ziet ook dat ze gehuild heeft.
Arts: Nog even de schrik te pakken van gisteren?
Britt: (beschaamd knikkend) Ja.
Arts: U hoeft zich daar niet voor te schamen. Het was ook om te schrikken. Brand is een heel naar iets om van dichtbij mee te maken. Velen kunnen het niet navertellen. En sommigen die dat wel kunnen zien er zwaar gehavend uit.
U heeft een engeltje op uw schouder gehad mevrouw Michiels. U mag echt van geluk spreken. Bij u vallen de brandwonden gelukkig nog wel mee. Ik zal ze inzalven en voor u verbinden. Hebt u een partner die dat thuis ook kan? Anders moet u hier dagelijks even langskomen en dan doen wij dat.
Britt: Ik maak wel een afspraak bij de polikliniek.

Nadat er nog controle bloed is geprikt, een longfoto is gemaakt en de arts haar longen heeft beluisterd met de stethoscoop mag Britt dan vertrekken.
Ze heeft brandwonden op haar heup, haar bovenrug, rechteroor en hals en op haar onderarm en aan beide handen. Ze heeft zoveel zalfverbanden om dat het wel lijkt of het winter is.
Nog eens diep zuchtend stapt ze het ziekenhuis uit en wil naar de bushalte lopen als ze ineens achter zich hoort: " En waar gaan wij zo vroeg helemaal alleen heen???"
Britt: Tony!?!?!
Tony: Natuurlijk. Ik laat je toch niet alleen gaan. Je dochter zit in de auto te wachten. Slapen gaan lukte nog wel na een verhaaltje van mij, maar ze wilde niet naar school voordat ze haar mama gezien had. Gaat het met je?
Britt: Ik ben blij dat het goed afgelopen is. Maar die stank krijg ik denk ik voorlopig niet uit mijn neus. Kom, laten we Dot naar school brengen en dan naar het commissariaat.
Tony: Dacht ik het niet, mijn partner is er niet onder te krijgen. (lachend)
In de auto schrikt Dorien eerst behoorlijk als ze Britt in al haar verbanden ziet, maar nadat Britt haar gerustgesteld had begon ze erin en eruit te praten over wat ze gisteren allemaal had gedaan toen ze bij Tony op de boot was geweest. Ze had bij Tony in het grote bed mogen slapen omdat ze haar mama zo miste.
Eenmaal op school komt er toch weer een kleine preek voor Britt dat haar werk zo lastig is tegenover Dorien en dat die zo vaak te laat komt en zo. Dorien kijkt met een zuchtend gezicht haar moeder aan en Britt schiet daarvan bijna in de lach. Vlug vertrekken Britt en Tony weer, eerst langs Britt's huis want ze moet nog schone kleding aandoen.
Tony schrikt als ze ziet hoeveel wonden Britt heeft.
Tony: Sorry Britt dat ik gisteren niet bij je ben gebleven om je te helpen. Ik was zo bang dat we zouden verbranden, ...
Britt: Is oké Tony. Het is niet jouw schuld. Dat tuig wat die brand heeft gesticht is schuld.
Tony: Maar al uw verwondingen en zo ....
Britt: Ga eens zitten Tony. (En dan slaat ze armen om Tony heen. Grootmond Tony die een heel klein hartje heeft en niet kan hebben dat iemand die haar na staat en die ze lief heeft, wat overkomt. Of erger nog: die wat overkomt als Tony zelf misschien had kunnen ingrijpen.)
Britt: Het komt allemaal goed Tony.
Tony: Niet waar. Jij hebt allemaal verwondingen en daar krijg je lidtekens van en die blijf je altijd zien.
Britt: De dokter zal de wonden elke dag verzorgen en dan komt het goed zegt hij.
Tony: Ik weet toch wel beter.
Britt: Heb jij ook al eens brandwonden gehad??
Tony: Ja, als klein meisje.
Britt: Daar wist ik niets van. Hoe kwam dat?
Tony: Dat wil je niet weten.
Britt: Is het zo erg?
Tony: .......
Britt: Zeg het me Tony. Ik zie dat je het kwijt wilt.
Tony: Mijn pa had zich met drank helemaal kapot gezopen. Toen hij was overleden heeft mijn moeder een nieuwe vriend gehad. Ook een notoire drinker. Die kon blijkbaar niet tegen kinderen. Mijn zus en ik moesten het steeds ontgelden. Hij drukte zijn sigaretten uit op onze armen en benen.
Britt: Wat een klootzak.
Tony: Dat vonden wij ook. Maar omdat je dat makkelijk kon zien hield hij er mee op. Maar op een dag was hij zo ontzettend stomdronken en zo vreselijk woest in zijn kop dat hij een pan met hele hete soep over me heen gegooid heeft en toen ...... (maar verder komt ze niet, want ze barst uit in een verschrikkelijk huilen)
Britt neemt Tony nu voorzichtig in haar armen en begint haar heen en weer te wiegen. Bij Britt komen ook de tranen in haar ogen. Ze wist niet veel van Tony maar telkens als ze een beetje losliet was het wel een hele nare jeugdervaring. Het deed Britt verdriet en pijn om haar partner met zo veel pijn te zien worstelen.
Tony: (weer iets rustiger) Toen heb ik brandwonden opgelopen en die lidtekens zijn nooit weggegaan.
Britt: Waar zitten die lidtekens? Zou ik ze mogen zien of durf je dat niet?
Tony: Op mijn rug. Ik heb ze nooit aan iemand laten zien. Ik vind het heel erg.
Britt: Durf je ze mij ook niet te laten zien?
Tony: Wil je dan wel, nu je ze zelf ook hebt?
Britt: Als jij het goed vind.

Dan doet Tony haar blouse iets omhoog en haar broekband iets omlaag. Onderaan haar rug, boven haar bilnaad heeft ze een lidteken van zo'n 9 x 3 cm met heel onregelmatige randen.
Britt schrikt hiervan. Hoe kan een ouder zijn kind nu zoiets aandoen.
Tony: Toen moest ik naar het ziekenhuis en daar kwam hij ook steeds en maakte de wonden steeds weer kapot. Daarom zijn het lidtekens geworden. De dokters hadden gezien dat hij eraan zat en hij mocht niet meer komen. Toen heeft hij er voor gezorgd dat mijn moeder ook niet meer kwam en zo lag ik, als meisje van vijf jaar, 3 maanden helemaal alleen in dat grote ziekenhuis. Nu snap je ook waarom ik ziekenhuizen zo haat.
Britt: Tony, het spijt me zo dat je dat allemaal hebt meegemaakt. Ik kan dat niet wegmaken voor jou, maar ik wil wel je vriendin zijn bij wie je met alles terecht kan. ALLES.
Tony: Bedankt Britt.
Zullen we eens aan het werk gaan? 
Britt: Eerst even andere kleding aantrekken.

Britt trekt zich terug in haar slaapkamer, waar ze andere kleding aantrekt.
Dan vertrekken ze samen naar het commissariaat, waar Vanbruane ongerust zit te wachten... 
Nadine: Gelukkig, jullie zijn er beide weer. Alles goed gegaan Britt? En met jou ook Tony? Bon, wij hebben die gast beneden zitten die Sel en Ben gisteren hebben opgepakt. Willen jullie zelf het verhoor doen of zullen zij dat doen?
Britt: Laat hun maar.
Tony: Dat kunnen we zelf wel. (en ze kijken elkaar even vreemd aan)
Britt: Tony, kom eens mee.

En samen lopen ze naar de kleedkamer.
Britt: Ik weet niet of dat zo'n goed idee is. Ik heb nogal wat hinder overgehouden van die zaak en na wat jij me verteld hebt weet ik niet of het zo goed is als jij dit verhoor gaat doen.
Tony: Ik kan heus wel voor mezelf zorgen.
Britt: Maar ....
Tony: Geen gemaar. Ga je mee, of doe ik het alleen?
Britt: (die zich nogal onder druk gezet voelde) Tony!! Ik denk dat je het niet kan. Wees eens niet altijd zo stoer. Zorg toch eens goed voor jezelf. Je hoeft je niet te wreken op je vader of je stiefvader. Hier ben je Flik, en hier moet je neutraal kunnen zijn.
Tony: Als ik het kon, zou ik mijn stiefvader zelf afmaken!! (Heel boos en ook heel verdrietig)
Britt: Tony, ga eens zitten. Laat je tranen er maar even uit. Je zit zo vol boosheid en angst en frustratie. Ik word soms een beetje bang van je als je zo doet.
Ik weet dat je een hele goede Flik bent, daar twijfel ik niet aan. Maar jij doet altijd zo stoer, maakt van alles een overlevingslag, dat is toch niet gezond?
Tony: Maar wat moet ik anders? Ik heb niet anders geleerd. Als ik niet voor mezelf op kom word ik finaal van de wereld geveegd, ben ik een niets, een sloerie die door iedereen genomen kan worden (en daar komen de waterlanders)
Britt: Toe maar Tony, huil maar even lekker. Het lucht op. Het geeft je ruimte.
Jij weet net zo goed als ik, dat je er mag zijn. Je hoeft je niet te bewijzen, niet tegenover je vader, niet tegenover Nadine, tegenover niemand. Ik mag je heel graag, maar wel als Tony mijn vriendin, niet als Tony de haatdrager.
Heb je al eens gedacht om hulp te zoeken?
Tony: Maar ik ben niet gek!!!!
Britt:Natuurlijk ben je niet gek. Maar je hebt zoveel narigheid meegemaakt, en nu weer op je werk al die ellende. Hoeveel draagkracht denk jij dat een mens heeft?
Jij bent een mens van vlees en bloed en als je zo doorgaat ondermijn je ernstig je eigen gezondheid en je eigen welbevinden.
Voor jezelf Tony, vraag alsjeblieft hulp. En als je het eng vind wil ik je echt wel steunen. 'k Heb immers zelf ook al wat therapeutische vloerkleden versleten.
Tony: JIJ???
Britt: Ja, ik. Of dacht je dat ik ook van steen of beton was?
Nu valt Tony Britt in de armen en spreekt haar dank uit voor het vertrouwen en de vriendschap.

Tony: Zullen we de mannen dan het verhoor maar laten doen?
Britt: Goede keus. Kunnen wij ons PV van de observatie van gisteren doen en dan zijn wij vandaag mooi snel klaar. 
Al snel zijn ze met het PV klaar...

Tony: Ik ga naar huis, ik ben bekaf (glimlachend)
Britt: Ik rijd je wel naar huis.

In de auto merkt Tony dat Britt plots een andere weg inslaat, dan naar haar boot.

Tony: Wat ben je van plan?
Britt: Ik ga met jou naar mijn psychologe. (vastbesloten) 
Tony: Maar ik ben er nog niet klaar voor.
Britt: Daar kun je ook niet klaar voor zijn. Als je klaar bent heb je hun hulp helemaal niet nodig. Sorry Tony, maar ik kan het niet langer aanzien hoe jij gekweld door het leven gaat.
Tony: Stop de auto!! Ik wil eruit. Ik ga niet.
Britt: Je gaat wel. Uit. Punt. Basta.
Tony: STOP BRTITT (en ze opent onder het rijden het portier en wil er zo uitspringen)
Britt schrikt zich een ongeluk, begint te slingeren en kan net een aanrijding voorkomen, waarna ze met een ruk de auto tot stilstand brengt op de vluchtstrook.
Britt: Tony doe me dit niet aan. Niet doen, alsjeblieft, wat moet ik zonder jou?
Tony: Dus ik doe het toch voor jou?
Britt: Nee, je doet het voor jezelf, maar ik help je een stukje op weg. Sta me toe je te helpen.
Tony: Maar het is zo eng. Moet ik echt alles weer meemaken wat ik vroeger ook heb meegemaakt?
Britt: Je zult over je leven gaan vertellen. En er is niemand die zegt dat jij iets fout doet. Het is geen herhaling van alles wat er niet goed ging in je leven. Je bent nu volwassen, kunt je eigen keuzes maken en hebt recht op een eigen mening. Die leer je hier te uitten en daar groei je van en daar wordt je sterk van. En ik geloof dat er een hele mooie en hele lieve Tony onder dat zware harnas zit. En ik ben erg benieuwd hoe ze is.
Tony: Britt, wil je me even vasthouden , ik ben zo bang.
Britt: Kom maar hier lief. (en ze geeft Tony een hele warme knuffel)
Zullen we dan verder gaan, dan heb je het gehad. De eerste keer is het moeilijkste, maar vergeet niet dat ik er ben en op je wacht. 
Tony: Ik wil dat je mee binnen gaat, bij die psychologe... Jou kent ze... (smekend)
Britt: Oke... Ik zal meegaan. (geruststellend)
Tony: Dank je, Britt. (snikkend van geluk)

Dan zijn ze bij Britt's psychologe aangekomen... 
Tine: Dag Britt, hoe is het met jou? Lang niet gezien. Het lukt je steeds beter om het zelf te doen, is het niet?
Britt: Dankzij jou ben ik veel sterker geworden en durf ik eindelijk mijn eigen keuzes te maken. Soms heb ik het nog wel moeilijk, dan mis ik Mark en dan zou ik hem weer heel graag bij me willen hebben, maar dat kan gewoon niet. Hij heeft me gezegd dat ik nu mijn eigen leven kan gaan leiden; ik hoef hem geen verantwoording meer af te leggen. De eerste stappen waren best wel eng, maar nu ik langer heb geoefend gaat het steeds beter.
Maar we zijn hier nu niet voor mij. Ik ben hier voor mijn vriendin en partner, Tony.
We kunnen heel goed samenwerken, maar ze doet zo haar best om niet onderuit te gaan. En dan zie ik haar angst en haar pijn. Ze heeft er zo van te lijden; dat kon ik niet meer aanzien. Ik heb haar voorgesteld om hulp te zoeken. Ik wil haar niet verliezen aan pijn en zorgen en zelfkwelling. Ze vind het doodeng, wilde eigenlijk nu ook nog niet, maar nadat we hebben gepraat zei ze dat ze het wilde proberen, als ik er bij mocht zijn.
Tine: Je mag wel op haar wachten. Als jij echt wilt Tony, dan kunnen wij jou helpen. Het is alleen beter als je zelf je verhaal doet, in eigen bewoording en vanuit je eigen ervaring en beleving. Dan kan de aanwezigheid van Britt wel eens stagnerend werken. Maar ze kan hiernaast wel op je wachten, en als het echt niet gaat kan ik haar zo binnen roepen. Is dat voor jou te doen?
Tony: Blijf je echt wel wachten Britt? (erg onzeker klinkend)
Britt: Natuurlijk. Ik heb gezegd dat ik er voor je ben en ik ZAL er zijn. Kom eens. (en dan geeft ze Tony nog een bemoedigende omhelzing en verlaat de spreekkamer om in de wachtkamer plaats te nemen.)

Meer dan anderhalf uur heeft Britt allerlei boekjes en tijdschriften doorgenomen. Vaak naar de deur gekeken of Tine of Tony niet al naar buiten kwamen, maar niets.
Ze staat op en gaat nog maar eens een glas water halen als ineens Tine achter haar staat.
Tine: Heel goed Britt dat je hebt doorgepakt. Tony heeft zoveel verdriet en boosheid in zich zitten, die zou er ziek van worden of er inderdaad onderdoor gaan als ze geen hulp had ingeroepen. Ze ligt nu even op de bank een beetje bij te komen. Ze heeft een stukje van haar leven verteld en dat heeft al heel veel energie gekost. We zullen nog een lange tijd door moeten gaan voor ze alles kwijt is. Ik hoor inhoudelijk niets met je te bespreken maar ik neem aan dat jij ook wel het een en ander van haar weet. Als ze straks weer een beetje bij is zullen we dan samen even wat afspraken doornemen. Ik denk dat zij echt wel een coach kan gebruiken en mijn voorstel is om jou dat te vragen, als Tony dat zelf ook wil. Ik denk dat jij er wel klaar voor bent. Zullen we samen naar binnen gaan?
Weer in de spreekkamer:
Britt: (op de knieën voor de bank) Hoi Tony, hoe gaat het? Was wel zwaar zeker de eerste keer? Meid, dat geeft niet, dat heb ik ook gehad. Ik heb niet jou problemen gedragen dus ik kan niet zeggen dat ik weet hoe jij je voelt, maar ik had mijn eigen lasten en weet wel dat het je behoorlijk kan slopen.
Tony: (met vermoeide en waterige ogen naar Britt kijkend) Oh, Britt, wat ben ik je dankbaar dat je me hierheen " gesleept" hebt. Ik betwijfel of ik het anders ooit had gedurfd. Tine zegt dat ik hier nog wel een tijdje zal blijven komen. Wil jij me bijstaan?
Britt: (zonder woorden, maar heel begrijpelijk kijkend. Dan legt ze haar armen in Tony's nek, buigt naar haar toe en geeft haar heel teder een zachte zoen op haar hoofd.)
Vermoeid en aangeslagen verlaten Britt en Tony de praktijk. Tony staat helemaal te wiebelen op de benen.
Tony: Ik denk dat ik me morgen ziek meldt. Ik ben kapot.
Britt: Is goed. Neem even een paar dagen de rust om het te laten inwerken. Het is ook niet niets wat je allemaal hebt meegemaakt.
Tony: Na zo'n kloten leven zo'n Godsgeschenk als jij als vriendin te krijgen .............. Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Britt: Zeg maar niets. Ik begrijp stiltes ook heel goed.
Kom, ga mee naar mijn huis, dan zal ik een lekkere pasta maken. Veel zetmeel is goed als je je rot voelt. en Dorien is er verzot op. 
Tony: Het spijt me dat ik je al die extra zorgen moet bezorgen. (zacht)
Britt: Maar dat zijn geen zorgen, onthoudt dat heel goed, oké?
Tony: Echt? (onzeker)
Britt: Natuurlijk. En als je wilt, zal ik steeds meegaan met je gesprekken... Dan kom ik af en toe ook eens bij Tine en kan ik ook een paar minuten bij haar praten... Anders maak ik er toch geen tijd voor. Maar we gaan vooral voor jou, Tony, JIJ bent diegene die hulp nodig heeft, ik niet meer. (geruststellend glimlachend)

Dan zijn ze bij Britt's huis aangekomen. Tony gaat even op de bank liggen, terwijl Britt aan het eten begint... 
Dorien loopt druk door het huis te zingen en te springen en snapt niet dat ze van Britt stil moet zijn en dat Tony op de bank ligt. Normaal kan ze met Tony wel een spelletje doen, of dansen op haar favoriete muziek, maar nu moet ze stil zijn. Met een chagrijnig hoofd gaat ze naar haar kamer.
Terwijl Britt in de keuken bezig is sukkelt Tony weer een beetje weg.
In de keuken kan Britt haar bijna horen dromen.
Tony: Nee, niet doen, dat mag niet. Ja. Ik zal luisteren, doe me geen pijn.
En het verdriet wordt steeds duidelijker. Britt laat de spullen voor wat ze zijn en loopt naar de bank om Tony wakker te maken zodat de dromen ophouden.
Tony: Oh wat erg was dat. Hij heeft me weer heel hard geslagen. (en ze wrijft over haar armen)
Britt: Hij heeft je niet geslagen, dat kan hij niet meer. JIJ bent nu de baas. Hij kan je niets meer doen.
Tony: Britt. ik voel me zo misselijk (en ineens springt zo overeind, loopt Britt omver en rent naar de w.c. waar ze begint te kotsen. Al snel staat Britt achter haar met een koude washand om haar gezicht wat af te doen. Dan wrijft ze Tony zachtjes over haar rug en neemt haar mee terug naar de kamer waar Tony weer op de bank gaat zitten.
Tony: Sorry Britt dat ik je etentje verpest.
Britt: Jij verpest niets. Ik was toch nog niet klaar. Drink even een glas water en rust nog wat, dan gaat het zo wel weer wat beter.
Tony: Bedankt, lieve Britt.
Britt: Geen dank, lieve Tony.
Tony: Ik ben niet lief. Ik haal altijd streken uit zodat papa kwaad wordt.
Britt: Tony, wakker worden. Hij is er niet meer. Je bent hier bij mij, bij Britt en Dorien.
Tony: Maar het lijkt allemaal zo echt.
Britt: Tony, ik denk dat je vannacht beter hier kunt blijven. Na alles wat je vandaag hebt meegemaakt zou ik een stuk geruster zijn als je niet alleen bent vannacht.
Tony: (vermoeid) Is goed, dank je. 
Britt: En als het nodig is, dan blijf je nog een paar nachtjes, goed?
Tony: Maar ik wil je niet tot last zijn, dan ga je me slaan, net zoals papa... (nog slaperig) 
Britt: Tony, het is ik, Britt, je vriendin en partner. Ik ben je papa niet, hij is niet meer, en hij kan je niets meer doen. Kijk eens naar mij en zeg dan wat je ziet.
Tony: Jij bent het, en jij wilt me weer gaan slaan. NIET DOEN. U MAAKT ME BANG.
Britt: Tony, kijk, ik ben Britt!!!
Snakkend naar adem kijkt Tony weer op en ziet dan toch het gezicht van Britt voor zich, en valt haar huilend om de hals.
Tony: Oh, Britt ik ben zo bang dat hij weer komt om mij te straffen nu ik het verteld heb. Ga jij me helpen? Je moet hem maar neerschieten als hij weer aan mij komt. Hij doet mij ook altijd pijn.

Inwendig slaakt Britt een diepe zucht. "Dit wordt een hele zware nacht. Tony zit steeds in die herbelevingen".
Britt: Tony wil je me even helpen in de keuken? Ik kan wel een extra hand gebruiken.
Tony: Wat moet ik doen?
Britt: Kun jij die paprika's en die tomaten even snijden? Dan maak ik het gehakt klaar.
Tony: Oké. (maar terwijl ze met het mes aan het snijden is voelt ze steeds meer boosheid tegen haar vader opkomen en verwoed begint ze met het mes te hakken)
Britt kijkt haar nu angstig aan.
Britt: Tony, rustig nou, het is een paprika. Kijk uit wat je doet met dat mes.
Ineens slaakt Britt een felle kreet als Tony het mes op haar pols zet en tegen haar vader begint te roepen: Is het zo goed? Zal ik er maar een einde aan maken.? Je hebt toch alleen maar last van mij. Dat had je ook van Judith en die is er ook niet meer. Ik kan beter weg zijn.
Britt: TONY, NIET DOEN!!! (en ze wil Tony het mes uit handen nemen maar Tony houd het stevig vast en er ontstaat een gevecht om het mes. Dan gilt Britt het ineens uit van de pijn. Ze heeft haar handpalm opengehaald aan het mes en van schrik laat Tony het mes vallen en laat zich tegen de keukenkastjes op de grond zakken en begint hard te huilen. Haar handen over haar oren en met haar hoofd tegen de keukenkastjes aan het bonken. Britt heeft vlug een theedoek om haar hand gebonden en zit nu op haar knieën voor Tony.
Britt: Het gaat wel Tony, het komt wel goed.
Tony: Nee, het komt niet meer goed. Kijk eens wat ik nu weer heb gedaan? Jij wilt me helpen en ik steek je zowat overhoop met dat mes. Mijn vader had wel gelijk dat ik een slecht mens was.
Britt: Stop Tony. Jij bent geen slecht mens. Hij was slecht door jou zo te behandelen. En nu heb je nog last van hem en hij is al twintig jaar of meer DOOD. Laat hem. En ga je eigen leven leiden.
Tony: (huilend) Ik kan het niet alleen Britt. Help me, ik heb hulp nodig.
Britt: Ik ben er voor je, ik zal je helpen, kom eens hier (en ze neemt een wenende Tony in haar armen)
Tony: Britt, jij bloed, je moet naar het ziekenhuis.
Britt: Nee, ik bel de dokter wel om hier te komen. Kan hij ook even naar jou kijken, jij bent zo gespannen en je moet wel zorgen dat je kan slapen vanavond.

Nadat de huisarts van dienst is geweest en bij Britt vijf hechtingen in de hand heeft gelegd, gaat hij ook even met Tony praten. Hij merkt al gauw dat Tony dreigend psychotisch is en geeft haar een injectie tegen haar angsten. Ze wordt er wat suf van maar mag daarnaast voor de nacht toch ook nog een slaaptablet hebben.
Vermoeid maar wel enigszins gerustgesteld gaan Britt en Tony die avond vroeg slapen.
Door de medicatie slaapt Tony de hele nacht als een blok aan een stuk door.
Britt slaapt erg onrustig, steeds bedacht op geluiden van de kamer waar Tony slaapt, maar ook dromend over de moord op Mark.
Vermoeid werkt ze zich anderdaags het bed uit. Haar hand doet wel erg pijn, maar ze moet door. Dorien moet naar school en eigenlijk moet ze zelf werken maar ze gaat met Nadine overleggen of ze een paar dagen verlof mag om Tony bij te staan.
Nadat Nadine heeft gehoord wat er is voorgevallen, geeft ze het verlof af. 
Britt: Bedankt Nadine. (glimlachend)
Nadine: Graag gedaan... Hoe heb jij trouwens geslapen?
Britt: Naar gedroomd over Mark, maar het komt wel weer goed bij mij. Wat nu telt is Tony.
Nadine: Ga je met haar naar je psychologe?
Britt: Ja, en ik denk dat we vandaag terug gaan. Ik moet ook eens met haar praten... Die nachtmerries vannacht... ik krijg ze maar niet uit mijn hoofd... (zuchtend) 
Nadine: Sterkte Britt, en als er wat is wat ik of wij voor je kunnen doen moet je me bellen, oké? En met Dorien gaat het goed, of zullen we Lidy vragen of ze een paar dagen op haar wil passen?
Britt: Ik zal Dorien vanmiddag vragen of ze dat wil. Ik bel je morgen weer. Bedankt voor jullie zorgen.

Britt gaat naar boven om te kijken of Tony al wakker is. Die ligt nog diep te slapen. "Gelukkig" denkt Britt.
Beneden neemt ze de telefoon en belt naar Tine en verteld wat er gisteren is voorgevallen. Tine beloofd om eind van de middag bij Britt thuis te komen zodat ze ze allebei kan spreken.
Daarna gaat Britt op de bank zitten en neemt de foto van Mark weer in haar handen en kijkt hem met verdrietige ogen aan. "Waarom Mark? Waarom moest je ons zo vroeg verlaten. Ik mis je. Ik heb je nodig. Het is allemaal zo moeilijk zonder jou.Ik denk niet dat ik mijn werk nog kan doen als jij er niet bent om mij te steunen.
Kon je maar terugkomen dan zou ik je laten zien en voelen hoeveel ik nog steeds van je houd." Maar in alle eerlijkheid weet Britt ook wel dat dit geen reële wens is. Snel veegt ze een paar traantjes weg en zet de foto terug op de side-table. Ze loopt naar de keuken om koffie te maken en krijgt ineens weer stevig de schrik te pakken. Alsof er een film gedraaid wordt ziet ze zichzelf en Tony weer vechten om het mes. Ze sluit haar ogen en probeert het beeld kwijt te raken. Dan hoort ze ook dat Tony in haar slaap begint te praten. Vlug loopt ze weer naar boven.
Britt: Tony, gaat het?
Tony: Hij is er weer, help me!
Britt: Stil maar Tony, doe je ogen maar open en kijk maar dat hij er niet is. Ik ben hier, Britt.
Tony: Oh, gelukkig, ik was al zo bang geworden. Hoe is het met uw hand? Doet het nog erg pijn?
Britt: Gaat wel Tony, het komt wel in orde.
Ga even lekker douchen dan maak ik een ontbijtje klaar, en dan zie ik je zo beneden.

Met moeite werkt Tony zich door het ontbijt. Ze zit al zo vol met angst en boosheid jegens haar vader, dat ze haast geen hap door haar keel krijgt.
Britt: Zullen we straks een stukje gaan wandelen? Lekker even uitwaaien en de stad uit?
Tony: (weinig enthousiast) Is goed.

En al wandelend bij de Blaarmeersen begint Tony te vertellen over vroeger, thuis.
Hoe haar vader zonder werk kwam te zitten en zijn heil zocht in de drank; hoe hij zijn vrouw begon af te blaffen; geen geduld meer had voor zijn kinderen.
Britt: KinderEN? Ik dacht dat je enigst kind was?
Tony: Ik had ook een zusje. Die was twee jaar ouder.
Britt: Waar is ze dan nu, ik hoor je er nooit over.
Tony: Ze is dood!! (En toen zei ze helemaal niets meer)
Britt: Stop Tony, ga even zitten hier. En vertel eens.
Tony: Die vieze vent. Hij, hij, hij kon zijn poten niet thuis houden. Als hij teveel gezopen had stuurde mijn moeder hem weg maar dan ging hij naar Judith om aan zijn trekken te komen. Mijn God, dat kind moet amper negen jaar geweest zijn. Sinds hij geen werk meer had was het een hele andere vader. Eerst was hij wel leuk, deed leuke dingen met ons; ging naar de speeltuin, en met vakantie gingen we of naar zee of naar Frankrijk. Hij heeft mij geleerd om de natuur te zien, en om te tekenen. Maar later .....
Hij kon zich geen houding geven toen hij niet meer werkte. Voelde zich nutteloos voor zijn gezin en nam ons bijna mee de afgrond in. Hij sloeg mijn moeder, hij sloeg mij en hij sloeg Judith en ik denk dat hij haar ook misbruikte. Op een dag in Frankrijk was ze ineens weg. De politie heeft nog heel lang gezocht maar ze zeiden dat ze niks konden vinden.
En op een dag zei pa dat hij blij was dat ze er niet meer was. Toen zijn ze weer gaan zoeken en hebben haar gevonden. Ze was ... ze was dood. Misbruikt en toen de nek gebroken.
Hij werd ook nog eens verminderd toerekeningsvatbaar geacht en hoefde niet in de cel. Maar hij had wel zijn eigen ondergang getekend. Hij kon niet leven met het verdriet en heeft zich binnen drie weken zelf ook dood gezopen.
En toen heeft mijn moeder een nieuwe vriend gekregen die geen haar beter was. Ik denk dat ze pa zijn slaag ging missen en een vervanging zocht. Nou, die heeft ze gekregen. Volgens mij wist ze niet meer dat ze nog een kind had. Nooit keek ze meer naar mij om, ze wist niet eens dat ik nog naar school moest. Toen ik veertien was ging ik ook bijna de verkeerde kant op. Niks dan rotzooi uithalen en natuurlijk door de jeugdpolitie opgepakt worden. Dat is eigenlijk mijn redding geweest. Irene heeft me erdoorheen geholpen. Ze liet me zien dat ik wel de moeite waard was. Als zij er niet geweest was, had ik dit niet bereikt, maar ..... dan had ik jou dit ook niet aangedaan en al die andere mensen die last van mij hebben.
Britt: Niemand heeft last van jou. Jij bent geweldig Tony. Een vechter, en eentje met een gouden hartje dat soms wordt overschreeuwd door een grote mond, maar ik denk dat ik wel beter weet. Ik wil je niet kwijt Tony. Ik zal je bijstaan als jij naar de psycholoog gaat. Je moet dit zware juk kwijt zien te raken, je leven is meer dan het overleven van jeugdtrauma's.
Tony: Maar die branden dan?
Britt:Wat is er met die branden?
Tony: Mijn pa deed dat ook met zijn zatte kop. En een paar van zijn oude werkmakkers hielpen hem. Ik denk dat hun zonen de fakkel hebben overgenomen. Ze hadden me toen al gezegd dat ik het niet waard was een kind van Bertus te zijn. Toen werd ik al door hun gepest, misschien zijn ze me steeds blijven achtervolgen en krijg ik nu de rekening voor de dood van mijn vader gepresenteerd.
Britt: Doe niet zo mal. Zolang blijven ze toch niet achter je aan gaan?
Tony: Jij kent ze zeker niet?
Britt: Zou het?
Tony: Als we in die richting gaan zoeken denk ik dat we wel een paar arrestaties kunnen verrichten.
Britt: Tony, ik sta versteld van u.
Maar dan valt Tony weer stil. Het lijkt of ze ineens weer in haar verleden zit en alle ellende weer meemaakt.
Britt had nooit geweten van een zus van Tony, en nu ze het weet, blijkt die vermoord te zijn. Ze ziet haar eigen verdriet verbleken bij dat van Tony. " Geen wonder dat die altijd zo loopt te schreeuwen. Ze moet ook wel hard schreeuwen om haar eigen angsten niet meer te kunnen merken." 
Rond half 5 zijn ze weer bij Britt's huis, en rond 5 uur gaat de bel...

Britt: Tine... Kom binnen. (opgelucht)
Tine: Dank je, Britt. (glimlachend) Zal ik eerst bij jou beginnen? Dan kunnen we daarna samen naar Tony gaan, goed?
Britt: Mij best... Ik installeer Tony wel eventjes bij Dorien... Goed?
Tine: Oké, ik wacht wel even. (glimlachend)
Britt: Tony, kun jij Dorien even helpen met haar huiswerk?
Tony: Natuurlijk. (blij dat ze van enig nut kan zijn)
Britt: Dot, doe alsof je het niet snapt, en houd haar zolang mogelijk bezig, goed? (fluisterend in Dorien's oor)
Dorien: Oké. (fluisterend terug)

Wanneer Tony en Dorien weg zijn, beginnen Britt en Tine te praten... 
Britt verteld over hoe de situatie met Tony haar nu weer zo beďnvloed dat ze weer veel aan Mark moet denken en dat ze ook slechter gaat slapen. Ze wil heel graag Tony helpen maar het kost haar nog wel veel moeite.
Tine: Het is ook niet niets wat er nu allemaal gebeurt. Maar als het je teveel wordt wil ik echt dat je het me zegt. Je moet er zelf niet aan onderdoorgaan anders heeft Tony ook niets meer aan je. Ik vind het trouwens heel goed dat je hebt aangegeven dat je zelf ook een gesprek wilde. Je zorgt dus wel een stuk beter voor jezelf dan een half jaartje geleden. Je gaat nog steeds vooruit. Niet de moed laten zakken, oké?
Bitt: Ik doe mijn best. Elke dag.
Tine: Ik had ook niet anders van je verwacht.
Wil ik nu even met Tony gaan praten? Eerst eens kijken of ze met mij alleen wil praten. Hebben jullie vandaag ook al met elkaar gesproken over wat haar is overkomen?
Britt: Ja, en het was niet niks wat ik hoorde. Ik begin meer en meer te begrijpen van die stoere houding van haar, maar snap nu ook dat ze ergens een keer zou afknappen. Ik hoop echt dat we op tijd hebben aangeklopt. Ik ben zo bang dat ze denkt dat haar leven zinloos is en ze eruit wil stappen. Dat is er vroeger bij haar echt ingeslagen. Ze weet niet anders dan dat ze een zinloos en doelloos ding is.
En ze vertelde ook dat ze een zus heeft gehad. Die is vermoord, mogelijk zelfs door haar vader toen die dronken was.
Tine: Britt kom eens hier (en ze omhelst Britt een geeft haar een warme hug. Britt had zelf al zoveel meegemaakt en nu weer was ze de biechtmoeder van Tony, die zowaar nog meer meegemaakt leek te hebben)
Britt: Dank je Tine. Dat doet een mens goed.
Tine: Vraag je wel eens iemand om je zo even lekker vast te houden?
Britt: Te weinig, denk ik. Ik denk altijd dat dat alleen mag als ik het ook echt verdient heb.
Tine: En het is zo lekker en het doet een mens zo goed. Vraag er gewoon eens wat vaker om.
Britt: Zal ik doen. Ik ga nu Tony wel even halen. 
Britt: Tony, kom je even mee? (vriendelijk)
Tony: Ik kom... (zuchtend)

Wanneer Tony voor Tine zit, begint Britt aan het avondeten in de keuken... 
Tony vind het heel moeilijk om tegen Tine te vertellen wat ze vandaag ook tegen Britt heeft verteld. Tine moet moeite doen om informatie los te krijgen. Vanuit de keuken kijkt Britt af en toe de keuken in en geeft Tony daarbij een knipoogje.
Als na een half uurtje het gesprek nog niet echt lekker loopt vraagt Tony zelf aan Tine of Britt erbij mag komen zitten omdat ze zich dan zekerder voelt.
Britt doet haar handen af en gaat naast Tony op de bank zitten, die automatisch haar handen grijpt. Met bange ogen kijkt Tony naar Briit alsof ze toestemming vraagt om te zeggen wat ze vandaag aan Britt had toevertrouwd.
Britt geeft een licht knijpje in Tony's hand en knikt nauwelijks merkbaar. Dit is voor Tony het teken dat ze het mag gaan vertellen.
Ook nu weer raakt ze heftig geëmotioneerd als ze haar levensverhaal doet. Ze wordt motorisch onrustig maar ook heel moe. Op Tine's verzoek legt Britt Tony languit op de bank. Daarna gaat Britt weer naar de keuken omdat Tony nu goed aan het vertellen is en niet direct meer Britt's steun nodig heeft.
Britt krijgt weer tranen in haar ogen als ze alle ellende en shit weer hoort die Tony nu tegen Tine verteld.
Na ruim anderhalf uur valt Tony bijna uitgeput in slaap. Stilletjes loopt Tine naar de keuken naar Britt en legt een hand op diens schouder.
Tine: Britt, wat fijn dat jij er bent voor Tony. Er zit een heel groot jeugdtrauma; daar zijn we nog wel een behoorlijke tijd mee bezig, maar als ik zie hoeveel ze in en op jouw vertrouwd weet ik dat het goed gaat komen. Voor nu is het belangrijk dat je er voor haar bent. Verderop in de behandeling zul je er ook moeten zijn, maar dan wat meer op een afstand. Ook zul je dan moeten leren om nee te zeggen tegen haar. Ze zal heel erg moeten leren dat er een groot verschil is tussen de mensen bij wie ze opgegroeid is en de mensen die ze nu om zich heen heeft. Daarin zal ze moeten leren haar EIGEN weg te kiezen. Dat zal met vallen en opstaan gebeuren, maar ze komt er wel. Tony is een gelukkige vrouw, dat uitgerekend jij op haar levensweg bent terecht gekomen.
Britt: Je maakt me verlegen Tine.
Tine: Hé, niet zo bescheiden mevrouw Michiels. Je mag heus de credits wel hebben voor iets wat je doet, wat je heel goed doet.
Britt: Slaapt Tony nu?
Tine: Gelukkig wel.
Britt: Gisteren was ze heel bang en had ze herbelevingen. Ze wilde zich de polsen snijden en toen werd ik heel bang. Gaat dat nu weer gebeuren?
Tine: Ze zal de komende tijd vaak en veel dromen, en ook angstig zijn. Ik zal haar wat medicatie voorschrijven en ik wil haar elke week twee keer spreken, met of zonder jou, dat is aan haar. Oké?
Britt: Oké. Eet je mee? Ik heb voor drie gekookt en nu Tony slaapt, houd ik veel te veel over.
Tine: Is goed. Bedankt voor je uitnodiging.

En zo hebben ze een "gezellige" avond samen. Ze praten nog wat over koetjes en kalfjes. Hoe het zo gaat met Dorien en met het werk en of Britt al weer eens een date heeft gehad. Ze kan er vrij gemakkelijk over praten, zonder angst of zonder dat ze zich gepushed voelt.
Tegen half tien vertrekt Tine weer en maakt Britt Tony wakker om wat te drinken en dan naar bed te gaan.
Zonder morren neemt Tony de medicatie in en heeft gelukkige een rustige nacht, zodat ook Britt eens goed kan slapen.

Na een kleine week is Tony een heel stuk rustiger geworden. De gesprekken lopen goed en ze begint wat meer afstand te nemen van "Vroeger". Ook wil ze graag weer naar haar boot om op zichzelf te zijn. Ze kijkt wat vreemd op als Britt dat idee niet afkeurt.
Britt: Waarom zou ik? Jij wilt het toch? Het is jouw boot en als je wilt ga je er lekker heen.
Tony: Ben je dan niet boos op mij dat ik weg ga?
Britt: Kom eens hier mallerd. (en ze geeft Tony een hele stevige knuffel) Je kent de weg en spreekt de taal, is het niet? Als er ook maar iets is: bellen of komen, ook als het midden in de nacht is.
Tony: Bedankt Britt dat ik bij jou mezelf mag zijn.
Britt: Jij mag altijd jezelf zijn, overal en onvoorwaardelijk.
Probeer de komende dagen wat leuke dingen voor jezelf te doen. Als je het goed vind kom ik woensdagmiddag even met Dorien langs. Die heeft dan vrij van school, en ik hoef ook niet te werken. Als je er voor voelt kunnen we lekker een stukje gaan wandelen of zo.
Tony: Bedankt nog eens, hč Britt.

Enigszins gespannen wacht Britt af of Tony nog zal bellen, maar dat doet ze niet. Ze is dan ook blij als het woensdag is en ze op bezoek kan gaan.
Tony: Hoi dames Michiels. Hoe is het met jullie? Kom binnen dan zal ik lekkere thee maken voor ons.
Britt: Hoi Tony, alles goed?
Dorien: Dag Tony, ik heb een tekening en een gedichtje voor je gemaakt. Zal ik het opnoemen?
Tony: (echt kinderlijk blij) Graag Dorien, dat vind ik heel leuk.
Dorien: Ik ken een heel lief meisje, zeg wil je haar eens zien? Kijk dan in de spiegel, dan zie je haar misschien.
Tony: Wat leuk Dorien, heel erg bedankt. Kom eens. (en dan geeft ze Dorien een lekkere knuffel.) En die tekening vind ik ook heel mooi. Zullen we die hier ophangen, naast de foto de boot zo die eruit zag toen ik hem kocht?
Dorien: Ja dat is mooi.

Daarna gaat Dorien aan de keukentafel zitten tekenen terwijl Britt en Tony met elkaar gaan praten.
Britt: Ging het goed deze week? Ik had eigenlijk verwacht dat je zou bellen.
Tony: Je zei toch als het nodig was?
Britt: Maar je mag ook zo wel bellen. Ik hoor graag je stem.
Tony: Nou, het gaat gewoon een stuk beter. Ik heb er heel veel aan gehad dat ik vorige week bij jou heb gelogeerd. Ik denk dat dat de moeilijkste week was. Nu lopen de gesprekken goed. Ben ook niet meer bang als ik naar Tine ga.
Hoe is het op het commissariaat?
Britt: Je hebt verlof en moet helemaal niet aan het werk denken.
Tony: En toch doe ik dat. Ik denk nog vaak aan die branden en ik ben nog kwaad op mezelf dat ik jou daar in dat brandend pand heb achtergelaten toen ik naar buiten vluchtte.
Britt: Het is allemaal goed gekomen, maak u daar nou niet meer ongerust over.
Tony: Maar toch ...
Britt pakt Tony's hand en knijpt er zachtjes in ten teken dat het echt goed komt.
Britt ziet langzaam wat tranen tevoorschijn komen bij Tony.
Britt: Gaat het gaan?
Tony: Soms voel ik me ineens zo verdrietig worden maar ik weet niet waarom. Ja, eigenlijk weet ik wel waarom, maar ik wil dat helemaal niet.
Het komt allemaal weer boven door die gesprekken. Maar ik ben aan het leren om die oude spookbeelden niet de hele dag in mijn hoofd te hebben. Als ze weg zijn voel ik me gewoon een stuk beter.
Maar zijn jullie al wat verder met die branden, dan?
Britt: We hebben het onderzoek verder uitgebreid. Opvallend is wel dat er de laatste 10 dagen geen nieuwe branden meer zijn geweest. Ik beloof je als we meer weten dat ik het je zal doorgeven. Oké?
Tony: Bedankt.
Britt: Je hoeft me niet overal voor te bedanken hoor, ik doe dit gewoon omdat het mijn werk is en omdat ik je graag wil helpen. Ik wil bovendien mijn partner terug hebben. Eerlijk gezegd is er geen bal aan op het commissariaat zonder jou. De mannen lopen me de hele dag te plagen omdat Nadine me steeds opzadelt met rotklusjes zoals PV's en naar de Burgermeester gaan. Soms heb ik het gevoel dat ik voor hem werk in plaats van voor de Flikken.

En zo loopt Tony haar therapie door. Na drie weken is ze voldoende uitgerust en hersteld om gedeeltelijk weer aan het werk te gaan. In het onderzoek zit niet veel schot, maar op uitdrukkelijk verzoek van Nadine mag Tony zich niet met het onderzoek bezighouden.
Britt loopt nu snotverkouden rond. De hele dag haar zakdoeken in de aanslag en rode, dikke ogen.
Tony: Is het voor u geen tijd om met ziekteverzuim te gaan en uw bed eens een paar dagen te bestuderen?
Britt: Haha, wat leuk.
Tony: Ik meen het. Ziek eens goed uit en daarna gaan we er weer samen tegenaan.

En inderdaad meld Britt zich anderdaags ziek met een fikse griep. Ze heeft het zo zwaar te pakken dat ze haar moeder gebeld heeft om te helpen met Dorien. Vijf dagen en nachten achtereen ligt ze met hoge koortsen en koude rillingen in bed. En ze voelt zich behoorlijk ellendig. Ze heeft een barstende hoofdpijn en stopt haar hoofd onder het kussen als de telefoon gaat. Ze kan geen geluid hebben aan haar oren.
Zo mist ze ook de informatie van Nadine dat ze mogelijk een verdachte hebben die een bekentenis wil afleggen over de branden.
Nadine kan echter niet wachten op Britt's herstel omdat ze een verdachte maar 72 uur mogen vasthouden.
Als Britt na een week op het commissariaat terugkomt ziet ze veel blijde gezichten. Alleen Tony loopt nerveus en gestresst door het lokaal te stampen.
Britt: Tony, meekomen.
In de kleedkamer vraagt Britt wat er aan de hand is.
Tony: Ze hebben een verdachte en zijn hem aan het verhoren. Toen hij binnenkwam heb ik hem herkent als Steven, de zoon van een vriend van mijn vader. Ik zei het je toch!!
Britt: Kalm aan Tony. Hoe komen ze aan die verdachte?
Tony: Toen jij ziek was hebben ze jou dossier nog eens nagelezen en gezien wat ik je had verteld en dat spoor zijn ze gaan volgen. Ik kan het gewoon niet geloven.
Britt, zeg dat het niet waar is, dat mijn vermoeden niet juist was. Ik weet niet of ik er tegen kan als het wel zo is.
Britt: Kom eens hier.
Samen gaan ze op een bankje zitten en Britt neemt Tony's handen in de hare en kijkt haar heel rustig en vriendelijk aan.
Britt: Eigenlijk hoop ik wel dat ze een bekentenis krijgen. Dat betekend EN dat zaak is opgelost, EN dat jij eindelijk een stuk van je jeugd kunt afsluiten wat nog steeds open ligt en pijn veroorzaakt.
Tony: Maar ik word er zo bang van.
Britt: Heb geen bang Tony, ik ben er toch om je te helpen.
Tony: (die kan alleen maar heel diep zuchten)

Na een kwartier komt Sel binnen en vraagt of Britt even mee kan komen. Dat maakt Tony extra zenuwachtig maar nu blijft Sel bij haar en hij heeft zo'n rustgevende stem dat hij haar met zijn gepraat kan kalmeren.

In het kantoortje van Nadine krijgt Britt te horen dat de informatie van Tony hun in de goede richting had gestuurd. Ze moeten nog een paar handlangers oppakken en die ook verhoren, maar deze verdachte had al een volle bekentenis afgelegd. Inclusief de reden: zich wreken op Tony voor wat die haar vader had aangedaan.
Britt: WAAAAAATTTTT???? Wat zij haar vader heeft aangedaan??? Weet jij wel wat die klootzak haar heeft aangedaan???
Nadine: Rustig Britt, wat voor dom excuus hij ook aanvoert: brandstichting mag niet. Hij gaat de bak in. Ik hoop dat Tony dan wat rust kan hervinden. Wil jij het haar vertellen?
Britt: Mag dat hier in het kantoor?
Nadine: Natuurlijk wel. Wil ik buiten wachten?
Britt: Ik denk dat je er wel bij kunt blijven.

Als Britt Tony heeft opgehaald uit de kleedkamer en in Nadine's kantoor heeft gezet reageert ze weer heel erg zenuwachtig. Ze zit met haar vingers te prutsen en aan haar nagels te bijten. Haar voeten staan geen moment stil, maar haar hoofd houd ze gebogen. Ze vermijd oogcontact.
Briit: Tony, kijk ons eens aan.
Tony: Durf niet.
Nadine: Toe maar, je kan het wel, wees niet bang.
En voorzichtig kijkt ze op naar Britt's gezicht en ziet een zachte glimlach doorkomen.
Tony: Was hij het??
Britt: Ja, hij was het. EN hij heeft bekend. Tony, we hebben de brandstichter, zijn handlangers worden zo ook binnen gebracht maar we hebben een supergave bekentenis. Weet je wat dat betekend?
Tony: Nee.
Britt: Dat betekend dat jij gelijk hebt gehad. Het waren de zonen van vroegere vrienden van je vader. Ze zaten dus wel achter jou aan. Het spijt me zo dat je op deze manier bent achtervolgt door je verleden, maar het is er nu uit. Je kan afrekenen met je verleden. Dikke streep eronder en beginnen aan je EIGEN LEVEN.
Ik ben zo blij voor je. (en ze neemt Tony stevig in haar armen en knuffelt haar bijna fijn.)
Dan dringt het ook tot Tony door wat er is gebeurt en nu kan die ook eindelijk gaan loslaten. Ze huilt dikke tranen, maar nu niet van verdriet maar van opluchting.
Tony: Ik ben zo blij dat het over is. Ik weet niet hoe ik jullie moet bedanken.
Nadine: Dat hoef je ook niet. Wij hebben ons werk gedaan en dankzij jou eigen inbreng hebben we de zaak op kunnen lossen. Nu is het aan de rechter om een gepaste straf te geven en jij kunt verder zonder angsten. Ik hoop dat je snel helemaal beter bent en ons team weer wilt komen versterken. Britt heeft je gemist. De mannen waren niet bepaald aardig voor haar, en om haar een beetje te redden heb ik haar om de haverklap naar de Burgermeester gestuurd, en je weet dat ze dat niet leuk vind.

Eindelijk is de zaak rond en kan Tony beginnen aan het loslaten van haar nare jeugdherinneringen en plaats maken voor nieuwe ontdekkingen van het leven. Aanvankelijk lijkt ze wat depressief te worden. Zo'n groot trauma kwijt raken geeft aanvankelijk een grote leegte. Gelukkig word de depressie snel opgemerkt en behandeld en al snel heeft Tony het gevoel weer een stuk beter in haar vel te zitten.
Ze gaat nog een keer per twee weken naar Tine voor gesprekken maar is inmiddels weer volledig terug aan het werk.
Soms kent ze nog angsten, vooral als het gaat om branden of kindermishandeling, maar dankzij de hulp van Tine en Britt kan ze daar steeds beter mee omgaan.

En na die traumaverwerking ontpopt Tony zich als een veel zachtaardiger mens dan haar collega's ooit voor mogelijk hadden gehouden. Ze is zorgzaam, en dat verbaasd haarzelf nog het meest. Hoe kan ze nou zorgzaam zijn voor anderen als ze zelf bijna geen zorgzaamheid om zich heen heeft gehad in haar vormingsjaren als kind?

Britt voelt zich een rijk mens. Dat ze zoveel over, maar vooral ook van Tony heeft geleerd. Hoewel het voor beiden een zware beproeving is geweest, is hun vriendschap nog hechter gegroeid.

Daar moet op gedronken worden, en op vrijdag na de dienst gaan ze met het hele team naar de Combi en laten eens lekker al hun remmingen los. Het wordt een knalfeest en het is al in de kleine uurtjes als de laatsten, wie anders dan Britt enTony, het café verlaten. 
  
  

E I N D E 
  
Vervolgverhaal van flikkenverhalen 


Vorige Start Omhoog Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*