DE KOSTEN VAN EEN CARRIERE

Britt: Zeg, komt er nog wat van? Ik zit op je te wachten. We moeten naar het EXPO gebouw, en die overvallers blijven echt niet wachten tot jij het er naar hebt om ze op te pakken.
Tony: Ja, ik kom, ik kom. Even nog wat wegleggen.
Britt: Ik ga vast naar de wagen.
Als Britt weg is pakt Tony een stapeltje papieren op en legt die onderin de schuif van haar bureau. Het waren dossiers van een oude zaak die nooit opgelost was en Tony dacht dat ze nieuwe aanwijzingen had om alsnog tot een doorbraak te komen.
Dan gaat ze ook naar de wagen...
Britt: Hčhč eindelijk.
Britt start de wagen en ze rijden samen naar de plek waar de overval gepleegd is.
Tony: Ga jij binnen kijken dan zal ik de getuigen verhoren.
Britt: Oké is goed.
 
Binnen ziet Britt dat een caissičre met een hoofdwond net door een verpleger wordt geholpen.
Britt: Gaat het gaan? Hebt u kunnen zien wie u heeft aangevallen?
Broeder: Even wachten nog mevrouw, ik ben haar nog aan het helpen en ze is nogal van slag.
Britt: Sorry, zal ik straks terug komen?
Caissičre: Is goed.
 
Dan loopt Britt weer naar buiten en gaat Tony zoeken. Die had stevig de pas erin gehad en liep al bijna achter het gebouw.
Britt: Hé, Tony, wacht even, ik kom er ook aan.
Tony: Weet je al wat meer?
Britt: Ik kon nog niets vragen. De ambulanciers zijn nog bezig. De caissičre had een hoofdwond. Straks maar even terug gaan. Heb jij al wat gezien?
Tony: Ik geloof niet dat het normaal is als hier bandensporen staan, vind je wel?
Britt: Hoezo niet? Hier wordt toch wel vaker in en uitgeladen?
Tony: Ja hallo. Wie is hier hoofdinspecteur?
Britt: Is er wat met je Tony? Ik vind dat je vreemd doet.
Tony: Er wordt wel in- en uitgeladen, maar bij de toegangsdeuren en NIET hier zomaar ergens langs de muren waar geen deur is, of wel?
Britt: Sorry.
Tony: Ik heb de sporenzekering al gebeld, die zullen zo wel komen. Zullen we eens binnen gaan en zien of iemand ons wat kan vertellen?
Britt had een wat vreemd gevoel bij het gedrag van Tony: eerst was ze heel erg aan het treuzelen, en nu liep ze weer heel voortvarend hier rond en de boel aan te sturen; ze kon het niet volgen.
Binnen was de ambulancier klaar en kon de caissičre (Bea) gehoord worden.
Die ochtend toen ze binnen kwam was haar opgevallen dat de kantoordeuren open hadden gestaan, terwijl ze zeker wist dat ze die de vorige avond had afgesloten. En toen ze heel voorzichtig binnen had gekeken had ze ineens een harde slag tegen haar hoofd gekregen. Ze kon zich vaag herinneren dat er twee of misschien ook wel drie mensen waren geweest.
Tony: Mannen? Of was er ook nog een vrouw bij?
Bea: Ik dacht een vrouw en twee mannen, maar ik weet het niet zeker.
Tony: Spraken ze tegen elkaar of hebben ze wat tegen jou gezegd|?
Bea: Ik hoorde er een zeggen : Hier zitten we goed. Ik zag dat een er wat in zijn hand had maar ik weet niet wat. Is dat erg, dat ik het niet weet?
Britt: Ik denk dat je nog wat moet bijkomen van de schrik. Vraag je baas maar of je vandaag naar huis mag en als het wat beter gaat wil je ons dan bellen?
Vanuit haar ooghoek ziet Britt een afkeurende blik bij Tony, maar ze reageert er niet direct op.
 
Nadat ze hebben gezien dat de sporendienst druk bezig is gaan ze zelf terug naar het commissariaat en onderweg waagt Britt het er maar op om Tony te vragen wat er is.
Tony: Niks.
Britt: Het lijkt anders op veel meer dan niks.
Tony: Ik zeg toch dat er niks is.
Britt: Maar hoe je reageert......
Tony: Beter dan jij. KIJK UIT !!!!!
En met een knal komen ze tot stilstand achterop een vrachtwagen. Beiden zitten even versuft in de wagen. Britt heftig geschrokken en Tony echt even, kort, buiten westen geweest.
Britt schrikt op als er op de autoruit geklopt wordt. Het is Pasmans die ook op de terugweg was naar het commissariaat.
Pasmans: Britt, wat is er gebeurt? Zijn jullie gewond? Kun je de deur openen?
Britt kijkt hem nog eens wat wazig aan maar reikt dan over haar linker arm en opent het portier zodat Pasmans kan zien of alles oké is. Ineens begint Britt helemaal te trillen als ze in de gaten heeft dat ze een aanrijding heeft veroorzaakt. Ze voelt haar maag omdraaien en kotst langs Pasmans heen uit de wagen. Dan ziet ze om en merkt dat Tony niet reageert. Maar terugdraaien naar Tony lukt niet. De klap was zo hard aangekomen dat al haar spieren een flinke dreun hadden gehad. Haar hele lijf doet pijn en ze heeft flink de schrikt te pakken dat er wat ergs met Tony aan de hand is. Pasmans ziet dat Britt nu bijna begint te huilen.
Pasmans: Rustig maar Britt, het gaat wel goed komen. Ik zal een ambulance bellen en dan kunnen ze Tony gaan helpen.
Britt: Maar het is mijn schuld. Ik zat ruzie te maken met haar en lette niet op de weg en ineens stond die vrachtwagen stil en toen kon ik niet meer reageren .... en toen... oh, God, wat is er met Tony?
Pasmans: Ik ga even bij haar kijken.
Maar hij krijgt het portier niet open. In een reflex had Britt aan het stuur getrokken en was de wagen met de rechter kant hard tegen de vrachtwagen geknald zodat de rechterzijkant flink gedeukt was en het portier vast zat.
Pasmans liep terug en vroeg of Britt haar armen en benen wel kon bewegen en of haar hoofd geen pijn deed.
Britt: Alles voelt stijf aan maar ik kan me wel bewegen.
Pasmans: Probeer dan heel voorzichtig of je kunt uitstappen, dan kan ik proberen van hieruit bij Tony te komen.
En met enige moeite stapt Britt uit, ze voelt wel wat steken in haar nek en schouders maar kan toch op eigen kracht uitstappen en laat zich door Pasmans in zijn wagen zetten om daar te wachten tot er meer hulp komt. Dat duurt niet lang want direct na de klap had hij al gebeld naar het commissariaat en nu kwamen ook de motards er al aan en Raymond was ook gekomen.
Pasmans: Raymond wil jij bij Britt blijven, dan ga ik zien hoe het met Tony is.
Raymond: Ik denk dat jij beter bij Britt blijft, jij hebt al contact met haar, blijf bij haar en spreek rustig met haar.
Pasmans: Maar Tony ..
Raymond: Ben en Sel zijn al bezig en ik ga ook even in de wagen kijken.
Dus gaat Pasmans op zijn hurken voor Britt zitten die nog steeds verdwaasd kijkt.
Britt: Hoe heb ik dat nu kunnen doen? Mijn partner en beste vriendin. Ik ben een slecht mens. Laat mij maar zitten. Ga maar helpen.
Wat onzeker loopt hij ook naar de wagen om te helpen maar Raymond vraagt hem waarom hij Britt alleen laat.
Pasmans: Ze wil dat ik Tony ga helpen.
Raymond: Ze voelt zich ellendig en schuldig, maar je moet haar NIET alleen laten. Dat is mentaal niet goed voor haar.
En dus gaat hij weer terug. Ondertussen is er al een hele oploop ontstaan. Diverse hulpverleners zijn al ter plaatse, de weg is gedeeltelijk geblokkeerd, de vrachtwagen is wat verderop op een parkeerstrook gezet en de ambulanciers zijn samen met de brandweer bezig bij Tony. Die begint langzaam weer bij kennis te komen en voelt zich hartstikke beroerd.
Broeder: Ik ga u een nekkraag omleggen. We weten niet of u nekletsel heeft en moeten heel voorzichtig zijn.
En met zeer geoefende hand wordt Tony uit de auto gehaald en op een speciale brancard gelegd en vlug naar het ziekenhuis gebracht.
Een tweede ambulance neemt Britt mee, die nu in shock lijkt te verkeren.
In het ziekenhuis zit Vanbruane al te wachten op hun binnenkomst. Ze schrikt als ze ziet dat ze allebei met de ziekenwagen komen.
Nadine: Britt wat is er gebeurt?
Britt: Ik heb de wagen aan gort gereden en bijna mijn partner vermoord. Je moet me maar ontslaan en anders neem ik zelf wel ontslag.
Nadine: Laten ze je eerst maar eens nakijken.
Na een kwartiertje mag Britt al weer weg. De foto's laten nergens breuken zien. De hoofdpijn zal over een paar dagen ook wel weer weg zijn, maar de spierpijn die ze heeft zal nog wel zeker een week lang voor flink wat overlast zorgen.
Helemaal gaar en afgeknoedelt wil ze weglopen maar wordt door Nadine tegengehouden.
Nadine: Waar ga je heen Britt?
Britt: Weg hier. Ik hoor hier niet. Ik ben een slecht mens.
Nadine: Sel brengt je nu naar huis en jij gaat slapen, en morgen kom je bij mij in het kantoor en wil ik alles van je horen. En geen gemaar.
En een weerwoord heeft ze ook niet. Ze voelt zich ellendig en wil maar een ding: Naar bed en de wereld vergeten.
 
Op bericht van Tony moeten ze langer wachten, maar gelukkig valt daar de schade ook wel mee.
Ze moet wel een nacht ter observatie blijven. Hersenschudding en flink wat kneuzingen en een paar kleine snij wonden van het autoglas.
Ze is niet aanspreekbaar want in verband met de pijn hebben ze haar een injectie gegeven waarop ze direct in slaap was gevallen.
Die nacht slapen zowel Britt als Tony heel erg onrustig. Britt zit vol schuldgevoelens en Tony heeft heel veel last van haar kneuzingen en haar hersenschudding. Telkens ze zich wil draaien wordt ze hondsberoerd en moet ze overgeven. De nachtzuster geeft haar een spuitje tegen de misselijkheid.
Als ander morgens de arts komt is die toch niet zo tevreden met wat hij hoort en besluit om Tony nog wat langer hier te houden.
Britt ligt al zeker vanaf vier uur in de ochtend wakker, zich afvragend hoe het met Tony zal zijn, en wat haar boven het hoofd hangt als ze bij Vanbruane moet komen. Haar hele lichaam is stram en stijf van die klap die de wagen gemaakt heeft. Met de grootste moeite lukt het haar om uit bed te komen en gaat onder de hete douche staan om haar spieren wat soepeler te maken, maar het zet niet veel bij. Ondanks het warme water voelt Britt zich ijskoud en ze huilt er flink van langs terwijl ze staat te douchen.
Dan schrikt ze ineens als Dorien de badkamer binnenkomt.
Dorien: Mama, wat is er? U heeft de hele nacht liggen huilen en nu alweer.
Britt: Laat me maar even Dorien.
Dorien: Wil ik een kopje thee voor u maken?
Britt: Dat is lief, dank je wel.
En dan stapt Britt uit de douche en kleed zich moeizaam aan en laat zich uitgeput op de keukenstoel zakken. Dorien komt naast haar staan en legt een hand op Britt's schouder.
Dorien: Mama, wat is er toch?
Britt: Oh, Dorien, ik ben zo slecht geweest. Ik heb ruzie gemaakt met Tony en lette niet op de weg en toen heb ik een botsing veroorzaakt.
Dorien: Is het erg met Tony?
Britt: Ik weet het niet. Ik moest van Nadine direct naar huis. Straks moet ik naar haar kantoor en dan hoop ik meer te horen.
Dorien: Maar u loopt zelf ook heel moeilijk. Is alles goed met u?
Britt: Vreselijk spierpijn, maar verder is het goed.
Dorien: Ik vraag wel of ik met Tasha meekan naar school, dan hoef jij me niet weg te brengen, en dan blijf ik vanmiddag wel over. Is dat goed?
Britt: Jij vind ook dat ik een slecht mens ben, hč?
Dorien: Maar nee mama, ik denk dat u het hoofd ergens anders bij heeft. U moet niet nog meer ongelukken maken.(een klein beetje geďrriteerd klinkend)
Britt: Sorry Dorien, ik ben niet boos op jou. Ik ben boos op mezelf.
Dorien: Nou, dan moet je niet zo tegen mij praten. Dat doet zeer.
Maar dit was al teveel voor Britt en weer begon ze te huilen.
Dorien kiest eieren voor haar geld en nadat ze Tasha gebeld heeft gaat ze alvast met haar tas en jas naar buiten om daar op haar vriendinnetje te wachten.
En Britt blijft in haar eentje achter en wordt nog eens dubbel zo hard geconfronteerd met haar verdriet en boosheid.
 
Om half negen gaat ze op weg naar het commissariaat om zich bij Nadine te melden.
Die heeft een strenge blik in haar ogen als ze Britt in haar kantoor vraagt.
Nadine: Britt, is er iets met jou?
Britt; Ik voel me shit. Gisteren met Tony ...
Nadine: Pasmans neemt zo jou verklaring op van het ongeval, maar ik kan je nu al wel vertellen dat het Intern Toezicht ook een onderzoek zal doen. Ik kan niet anders dan je tijdelijk buiten dienst zetten. Je moet je wapen inleveren en je kunt naar huis gaan en je dan beschikbaar houden voor het onderzoek.
Met betraande en verbaasde ogen kijkt Britt naar Nadine maar die laat verder geen enkele emotie zien.
Britt: Hoe is het met Tony? Hebben jullie al wat van haar gehoord?
Nadine; Hersenschudding en flink wat kneuzingen. Is nog steeds niet goed te pas en moet van de dokter nog zeker een paar dagen in het ziekenhuis blijven.
Britt: Dan wil ik haar straks gaan bezoeken.
Nadine: Komt niets van in. Jij bent in verdenking gesteld van het opzettelijk toebrengen van verwondingen, als het geen poging tot doodslag wordt, en jij mag niet met de getuige praten.
Britt: Poging tot doodslag??? Dat meen je niet !!!!!!!!!!!
Nadine: Getuigen zeggen dat jij hebt zitten ruziën met Tony en ineens het stuur omtrok zodat de auto tegen die camionette  is geknald. Noem je dat soms een ongelukje?
Britt: Maar Nadine.... We hadden.... Ik vroeg haar wat er was en toen werd ze kriegel en ik wilde weten waarom ze zo afwezig was en ineens zei ze, ze zei dat ik moest uitkijken en ineens stond die vrachtwagen stil en toen.....
Nadine: En toen lag Tony in de kreukels. Mooi is dat, ben ik in een klap twee goede inspecteurs kwijt, en dan heb ik het nog niet over die dure wagen die nu naar de schroothoop kan.
Britt: Maar Nadine....
Nadien: Niks geen gemaar. Ga maar naar verhoor 1, Wilfried zal zo bij je komen.
 
Met knikkende knieën loop Britt naar verhoor 1. Wilfried komt binnen met twee bekertjes koffie en gaat tegenover Britt zitten. Hij vind het heel moeilijk om Britt te horen. Ze zijn verdomme collega's en dat Britt een ongeluk heeft veroorzaakt maakt haar nog geen misdadiger maar het opnemen van de verklaring voelt voor hem wel alsof hij haar als verdachte van een ernstig misdrijf voor zich heeft.
Hij komt dan ook niet ver. Telkens als hij wat vraagt begint Britt te huilen en hij weet gewoon niet wat hij moet zeggen, en dus besluit hij Raymond erbij te halen. Die is ouder en veel rustiger, die weet tenminste hoe je zoiets aan moet pakken.
Raymond: Britt, gaat het een beetje met je? Je ziet eruit of je niet geslapen hebt vannacht.
Britt: Ik voel me zo rot Raymond. Heb jij al iets van Tony gehoord?
Raymond: Ik ben vanmorgen even bij haar geweest. Ze heeft veel last van die kneuzingen en die hersenschudding. Ze is een stukje kwijt van gisteren, maar de dokter zegt dat het wel goed gaat komen.
Britt: Gelukkig, ik was al bang dat het heel erg was met haar.
Raymond: Wat is er nou gebeurt dan Britt, want jij bent toch zo'n goede chauffeur. Hoe kun je nu op een stilstaande auto inrijden?
Britt: Ik vond dat Tony wat vreemd deed en wilde haar dat vragen wat er aan de hand was, maar ze hield me af. Ik maakte me zorgen om haar en lette even niet op de weg. Goddomme. Nog geen halve seconde en dan ineens.... (en weer jankte ze)
Raymond stond op en liep om de tafel heen om Britt te gaan troosten. Pasmans bekeek dit vol aandacht. Hij was nog erg jong en wist nog lang niet hoe het allemaal werkte, maar hij zag wel dat Raymond een kalmerende uitwerking op Britt had en kreeg een beetje een glimlach terug op zijn gezicht.
Raymond: Britt, Nadine heeft ons gevraagd om de toedracht te onderzoeken. We gaan echt ons best doen om het zo snel mogelijk op te lossen, maar ze heeft vast al gezegd dat D.I.T. ook komt kijken?
Britt: Ja, en dan hang ik. Ik ben onoplettend geweest en heb mijn partner bijna de dood ingejaagd. Ik word vast uit het corps geschopt. Wat moet ik nou beginnen?
Raymond: Zo'n vaart zal het wel niet lopen.
Britt: Maar Nadine zei: Poging tot doodslag!!! Weet je wat dat betekend als dat in mijn politiedossier komt te staan?? Dat k het kan vergeten om ooit nog hogerop te komen, als ik überhaupt mag blijven. Maar ze zullen wel gelijk hebben, als ik zo gevaarlijk ben, kan ik beter dit werk niet doen.
Raymond: Zo moet je niet denken Britt. Wij gaan ons best doen voor jou, dat beloof ik je.
Britt: Mag ik gaan? Ik voel me helemaal niet goed.
Raymond: Wacht, ik breng je even weg.
Britt: Laat maar, ik moet gewoon even alleen zijn.
Raymond: Bel je me als er iets is, of als je gewoon even van je af wil kletsen, of een schouder nodig hebt om op uit te huilen?
Britt: Dank je Raymond
 
En langzaam, enigszins versuft door de slechte tijding die Nadine had gegeven loopt Britt terug naar huis. En weer is ze er met haar gedachten niet bij. Zonder uitkijken steekt ze de straten over, en hoort niet eens dat de tram eraan komt. Een oplettende voetganger kan haar nog net op tijd aan de kant trekken.
Maar net voor het tunneltje van de St. Michielshelling steekt ze weer zo over en ziet niet dat er een student op zijn fiets hard vanonder de tunnel tevoorschijn komt fietsen. Ze knallen tegen elkaar en even is er het geluid van een vallende fiets en rollende mensen en dan is het stil.
De fietser ligt op de grond te vloeken dat dit al de tweede fiets is die kapot gaat omdat "dat mens" niet had uitgekeken. Hij had wat schaafwonden aan zijn handen en een knie maar kon wel weer overeind komen. Hinkelend gaat hij op Britt af en begint tegen haar te schreeuwen en te schelden.
Maar Britt hoort niets. Die was zo hard op gaar rug gevallen dat ze even out was. Een van de omstanders had direct naar de 101 gebeld en al snel kwamen er twee agenten van politie aan: Raymond en Pasmans.
Raymond: Brittje, wat maak je me nu?
Maar Britt reageert nog niet. Ze heeft haar ogen wel open maar lijkt wat in een shock te verkeren. Vlug doet Pasmans zijn jas uit en legt die over Britt heen. Dan gaat hij op zijn knieën naast haar zitten en begint zachtjes tegen haar te praten.
Raymond hoort van de fietser en de omstanders wat er gebeurd is. De fietser geeft toe dat hij zelf ook niet had uitgekeken en dat hij gewoon veel te hard fietste om nog die voetganger te ontwijken. Hij gaat geen klacht indienen en raapt zijn boeltje bij elkaar en loopt met zijn kapotte fiets aan de hand verder.
Ondertussen komt er ook al een ambulance aan die Britt gaat onderzoeken en uit voorzorg toch maar even meeneemt naar het ziekenhuis.
Raymond gaat met haar mee om haar een beetje tot steun te zijn.
Nadat ze wat is opgelapt aan de diverse schaafwonden op haar handen en knieën en nadat er opnieuw foto's zijn gemaakt mag ze weer naar huis. Als Raymond haar daar brengt bedankt ze hem en gaat binnen, en loopt rechtstreeks door naar bed. Ze snapt zichzelf niet meer. Het ene na het ander ongeluk lijkt ze op te roepen. Ze baalt vreselijk van zichzelf. Ze voelt zich down, depressief en denkt weer terug aan haar tijd met Mark, toen alles nog goed was. Met zijn foto dicht tegen zich aan valt ze dan eindelijk in slaap.
Op het commissariaat begint Nadine nu echt een beetje haar geduld te verliezen met Britt.
Nadine: Wat die allemaal uithaalt om onder die aanklacht uit te komen. Ze moet toch beter weten !
Raymond: Baas, toe, houd u een beetje in. Britt is heel erg van de kaart. Ze had dat echt niet gewild met Tony, ze voelt zich er heel erg ellendig onder. Nu moet u niet ook nog tegen haar keren. Dat kan ze er niet bij hebben. Ik denk dat die wel eens heel erg overspannen aan het worden kan zijn, misschien zelfs wel burn-out. We moeten wat voorzichtiger met haar omgaan.
Nadine: Als je het zo goed weet agent Jacobs, wil jij dan mijn plaats innemen.? Ik kan me zo bij de burgermeester en de zonechef verantwoorden. Leuke taak zal ik je zeggen.
Raymond: U weet wel wat ik bedoel. Ik ga verder  met mijn PV's.
 
Ondertussen in het ziekenhuis begint Tony een beetje bij te komen. Ze voelt zich wel nog hondsberoerd en alles danst voor haar ogen, maar haar geheugen komt gelukkig terug. Ze moet van de dokter nog zeker drie dagen platte bedrust houden in een donkere kamer. Gelukkig voelt ze zich zo moe dat ze in die tijd heel veel slaapt en de tijd zo aan haar voorbij trekt. Raymond is ondertussen ook bij haar geweest en heeft haar wat vragen gesteld over de toedracht van het ongeval, en tot zijn grote geluk, geeft Tony ook aan dat het een stom ongeluk was. Die truck had geen remlichten, dus was niet te zien dat hij stil ging staan. Ook hun eigen auto had vreemd aangevoeld toen Britt plotseling in de remmen moest.
Raymond: Dan zal ik de technische recherche er eens op afsturen.
Tony: Hoe is het met Britt? Ik maak me zorgen om haar.
Raymond: Niet zo geweldig.
Tony: Is zij ook gewond geraakt?
Raymond: Spierpijn. Maar vooral heel veel last van een schuldgevoel, en Nadine wrijft het er ook nog een beetje in.
Tony: Wat doet die dan?
Raymond: D.I.T. , tijdelijk op non-actief.
Tony: Godver**** (en dan grijpt ze naar haar hoofd, want dat doet toch wel veel pijn)
Raymond: Rustig Tony, Pasmans en ik zullen dit grondig uitzoeken. Ik kan me niet voorstellen dat jullie elkaar naar het leven zouden staan.
Tony : Hoe kom je daar bij?
Raymond: Een omstander zegt dat jullie aan het ruziën waren en nu krijgt Britt een aanklacht wegens poging tot doodslag.
En dan begint Tony heel hard te huilen. Dit kon ze niet hebben. Ja, Britt had niet goed opgelet, maar zelf was ze ook aan het ruziën geweest. Dit mochten ze Britt niet aandoen.
Tony: Wil jij even mijn kleren uit de kast pakken?
Raymond: En waar gaat het heen?
Tony: Eerst naar Britt om te zeggen dat het haar schuld niet is en dan naar Nadine.
Raymond: Jij blijft mooi in bed liggen en zorgt dat je beter wordt. Ik zal bij Britt langsgaan en je boodschap overbrengen. Wordt maar snel beter dan kun je ons weer helpen.
Tony: Ik wil NU dat je een verklaring opneemt dat Britt geen schuld heeft. En die hufters van de I.T.....
Raymond: Ga je jezelf rustig houden of moet ik eerst een arts roepen?
Tony: Oké, maar schiet wel op voordat ze hun klauwen in Britt zetten.
 
 
Britt opent de deur voor Raymond maar ziet er niet uit. Dik behuilde ogen en grote wallen onder haar ogen.
Raymond heeft echt met haar te doen.
Raymond: Ik ben bij Tony geweest en die heeft me gezegd dat het niet jou schuld was.
Britt: Jawel, ik reed toch? Ik heb die wagen toch op de camionette geknald?
Raymond: Volgens Tony waren de remlichten van die vrachtwagen niet oké, en was jullie wagen ook niet in orde. Ik heb de technische recherche al ingeschakeld en we zullen snel meer weten. Gaat het een beetje met je?
Britt: Nee Raymond, het gaat helemaal niet. Ik voel me zo slecht. Ik kan het niet meer aan. Ik weet niet meer wat ik moet doen.
Raymond: Ben je depressief aan het worden?
Britt: Het voelt bijna zo als toen Mark overleed. Het is zo leeg en koud van binnen. En ik ben zo bang dat ik mensen die me zo aan het hart gaan, wat aan zal doen. Ik kan niet leven met die gedachte, ik wil eruit.
Raymond: Britt, je maakt mij bang met zulke uitspraken. Ik wil dat je een dokter gaat zien. Dit kun je niet alleen aan. Laat ons je helpen
Britt; Maar ik kan dat niet aan jullie vragen. Jullie hebben al zoveel last van mij.
Raymond: Jij hoeft niks te vragen. Wij DOEN dit gewoon voor jou. Wij willen je niet kwijt.
Raymond regelt snel dat er een dokter komt, en ook belt hij Britt haar moeder op of die kan komen om voor Dorien te zorgen en Britt wat in de gaten te houden.
José: Ik kom er aan. Ik pak de trein van half twee en ben dan tegen drie uur bij haar, Kan jij zolang bij haar blijven? Ik ben bang dat ze zich wat aandoet. Onze Britt kan heel erg gesloten zijn.
Raymond: Ik weet het. Maar ik wacht hier wel.
Maar als hij naar het bureau belt om dat door te geven is Nadine allerminst tevreden, zijn werk ligt op hem te wachten.
Raymond: Stuur Pasmans dan hierheen met die papieren en dan werk ik ze wel uit op Britt haar laptop. (En zonder een antwoord af te wachten gooit hij de haak er weer op)
 
Nadat oma José de wacht heeft overgenomen gaat Raymond weer naar het commissariaat en nodigt zijn "gewone" collega's uit voor een drink in de Combi. Het zit hem dwars dat Nadine zo afstandelijk doet over Britt en hij maakt zich zorgen om Britt en wil dit met hun bespreken.
 
 
Na twee dagen mag Tony dan uit het ziekenhuis en komt rechtstreeks naar het bureau waar ze eerst begint Nadine de kast uit te keren.
Nadine: Effen dimmen, Dierickx. Ik ben nog altijd je baas.
Tony: Moet u zo tekeer gaan tegen Britt? We hebben een ONGELUK gehad. Wie heeft die kolder verteld van poging tot doodslag? Weet u wel wat u haar hier mee aandoet? Het zal me niets verbazen als ze helemaal alleen thuis zit en overdenkt wat dit leven haar nog te bieden heeft. Maar ik zweer je Nadine, als haar ook maar iets overkomt, ik vergeet even dat ik agent ben en kom achter je aan.
Nadine: Gaan we de baas bedriegen??
Tony: Ik ga aankondigen wat ik ga doen. (dan draait ze zich om en wil weglopen om bij Britt op bezoek te gaan)
Nadine: Waar ga je heen?
Tony: Naar Britt, waar denk je anders. Die kan mijn steun goed gebruiken.
Nadine: Dierickx, meekomen, naar verhoor 3
En met een kwaaie kop volgt ze Nadine
Tony: Wat had je nog meer, dan alleen Britt af te vallen?
Nadine: Tony, is je hoofd wel in orde? Ik ken dit gedrag van jou niet.
Tony: Ik ben helemaal oké heeft de dokter gezegd, maar ik vraag me af wat er met u is. U bent anders nooit ze bot tegen Britt.
En dan gaat Nadine zitten en begint te huilen.
Tony: Ja, je denkt toch niet dat snotteren de boel oplost, wel?
Nadine: Ik was zo geschrokken, ik was heel boos, puur van de schrik. Misschien ben ik te ver gegaan, maar bij Britt was er iets aan de hand en ze wilde me niks zeggen. Dan kan ik toch ook niets voor haar doen, kan ik haar toch niet helpen?
Tony: Had u dat dan opgemerkt?
Nadine: Jij niet dan?
Tony: Ja, maar tegen mij zei ze ook niets. Is het goed dat ik eens bij haar langs ga?
Nadine: Ze zitten in verhoor 1. Dienst Intern Toezicht is haar aan het verhoren en die geven haar er flink van langs heb ik net gezien toen ik even ging kijken.
Tony: U weet dat dat niet mag.
Nadine; Maar ik maak me ernstig zorgen om haar. Raymond zegt dat ze zich heel depressief voelt, maar ze vraagt maar geen hulp.
Tony: Ik wil naar haar toe. Ze heeft iemand nodig op wie ze kan vertrouwen en die haar kent. Ik weet zeker dat ze erover denkt om weer bij Mark te zijn. Nadine, we moeten echt voorkomen dat ze zichzelf wat gaat aandoen.
Nadine: Ben ik helemaal met je eens.
 
Na anderhalf uur komen de heren van D.I.T. weer buiten en zonder een woord te zeggen lopen ze weg. Tony staat met stomheid te kijken naar hun gedrag.
Dan geeft Raymond haar een duwtje in de rug om aan te geven dat ze maar gauw naar Britt toe moet gaan.
In verhoor 1 hangt Britt huilend over de tafel heen en merkt niet dat Tony binnen komt.
Ook als Tony haar handen op Britt haar schouders legt reageert ze niet.
Tony: Hé, Britt, wat is er met je?
Maar nog geen reactie. Tony voelt zich erg ongemakkelijk met de situatie. Ze pakt een stoel en gaat naast Britt zitten en neemt diens hoofd in haar armen en begint troostende woordjes te spreken maar Britt blijft maar huilen.
Tony: Britt,alsjeblieft praat tegen mij. Ik moet weten hoe het met je is.
Britt; Ik had je bijna dood gemaakt. Je moet maar uit mijn buurt blijven. Ik ben een slecht mens.
Tony: Nee, Britt, jij bent geen slecht mens. We hadden een ongeluk, ik ben weer oké, en jou treft geen blaam. Laat je niet kisten door Nadine. Die meent het niet zo heeft ze me gezegd.
Britt; Maar het IT zegt dat ik vrijwel zeker geschorst ga worden en misschien ontslagen. En dat de poging tot doodslag blijft staan. Ik kan niet meer. Dit leven is gewoon sh*t. Ik kan niet meer, en ik wil dit niet meer.
En ineens springt ze op en duwt Tony omver en grijpt haar wapen.
Tony kijkt met grote bange ogen naar Britt. Ze ziet dat Britt met het wapen aan het spelen is. Ze kijkt naar de loop, voelt hoe de trekker reageert en zet dat eerst het wapen tegen haar slaap, en later steekt ze het in haar mond.
Britt: Het is beter zo Tony, dan heeft niemand meer last van mij.
Tony: NEEEEEEEEEEEEE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Britt: Jawel, ik kan niemand meer onder ogen komen.
Tony heeft ineens zoveel kracht in zich, springt overeind en grijpt Britt haar pols en trekt het wapen uit haar mond en samen vallen ze op de grond en ineens gaat het wapen af.
 
 
 
Dan word het stil.
 
 
 
Britt ligt op haar rug met starre open ogen naar het plafond te staren.
Tony ligt half bovenop haar en voelt zich kotsmisselijk.
Ze weet niet of een van beiden geraakt is en durft ook niet te kijken.
 
Dan ineens staat het verhoor vol met collega's. Raymond trekt Tony van Britt af en als ze hysterisch begint te schreeuwen neemt hij haar heel stevig vast en wend haar af van Britt. Zo kan ze niet zien of er wat met Britt gebeurt is.
Nadine buigt zich over Britt die star naar het plafond blijft kijken. Ze kijkt goed of ze bloed ziet, maar kan dat niet waarnemen. Niet aan het hoofd, niet aan de benen en ook als ze het truitje van Britt wat opbeurt ziet ze geen bloed. Dan voelt ze of er een polsslag is. Gelukkig, die is er, heel snel.
Nadine: Ben, bel een ambulance.
En dan zakt Tony flauw in Raymonds armen.
Nadine: Tony, ze leeft, ze lijkt niet gewond, maar het is niet goed met haar. Ik laat haar naar het ziekenhuis brengen.
 
Raymond: Ik zet haar wel even in een stoel.
Raymond zet Tony neer maar die lijkt nog steeds niet te reageren. Dan komt de ambulance er aan.
Ze kijken eerst naar Britt of die gewond is maar dat is niet zo, ze is in shock. Dan vraagt Raymond of ze nog even naar Tony willen kijken..
Ambulancier: Flauw gevallen, heftige emoties denk ik. (Dan haalt hij een amoniakstift uit zijn jas en wuift ermee onder Tony's neus, die daar heftig op reageert en weer bij komt)
Tony: BRITT!! Wat heb je gedaan??
Nadine: Rustig maar Tony, ze is niet geraakt door een kogel.
Tony: Maar ze heeft geschoten en toen deed ze helemaal niets meer. Is ze dood? (nu hard aan het huilen)
Ambulancier: Ik ga u wat geven om te kalmeren. (en voor ze het in de gaten heeft krijgt ze een injectie met valium en zakt weer weg, opgevangen door Raymond)
Britt ligt nog steeds bewegingsloos op de vloer en wordt door de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis. Gezien de forse suďcidepoging en het grote risico op herhaling wordt Britt opgenomen op de gesloten afdeling van de psychiatrie en komt in de separeerkamer te liggen waar ze in het bed gefixeerd word om te voorkomen dat ze zichzelf wat aan kan doen.
Heel het team is aangeslagen door deze situatie. Nadine is ook bezorgd om Tony die helemaal apathisch voor zich uit zit te kijken.
Nadine: Gaat het Tony?
Tony: (afwezig) Ja.
Nadine; Wil ik je naar huis brengen? Moet er vannacht iemand bij je blijven?
Tony: (afwezig) Nee.
Raymond: Is het wel verstandig om nu alleen te zijn?
Tony: Ik ben Britt niet. Ik jaag mezelf geen kogel door de kop. Ik red me wel. Laat me maar even met rust, morgen zien we wel verder.
En zonder verdere reacties af te wachten gaat ze weg. Thuis pakt ze een groot glas whisky, slaat dit in een keer achterover en voelt haar slokdarm bijna in de brand staan. "Genoeg" zegt ze bij zichzelf. Ze kruipt het bed in, valt als een blok in slaap en is anderdaags om zes uur weer wakker, springt onder de douche en gaat naar het werk waar ze zich zonder slag of stoot weer op de inbraak bij de EXPO stort.
Als Ben om acht uur binnenkomt is hij verbaasd haar weer aan het werk te zien. Hij pakt twee bekers koffie en geeft er een aan Tony en wil een praatje met haar maken om te horen hoe het er mee is, maar Tony wuift hem weg, ze is te druk.
Omdat Bea nog geen contact met hun had opgenomen besluit ze zelf maar eens langs te gaan.
Bea haar gezicht is behoorlijk blauw geworden maar gelukkig is haar geheugen weer terug.
Tony: Waarom heb je ons nog niet gebeld?
Bea: Ik was bang dat ze me in de gaten zouden houden en weer terug zouden komen.
Tony: Maar je had toch kunnen bellen?
Bea: Maar als ik de telefoon oppak hoor ik steeds een klik, alsof ze me afluisteren.
Tony: Mag ik eens?
En ze neemt de hoorn van de haak en hoort inderdaad ook een klik.
Tony: Ik zal vragen of ze dit na willen checken. Hier is mijn kaartje, als je het idee hebt dat er iemand achter je aan zit moet je toch maar bellen en we komen dan zo snel mogelijk.
Bea: Bedankt.
Nu weet Tony in elk geval wel dat er een vrouw en twee mannen betrokken waren bij de overval.
En ze hadden alledrie dezelfde kaki-jassen gedragen en ook alle drie een zwarte muts.
Terug op het commissariaat ligt het rapport van de technische recherche: merk en type auto is bekend, voetsporen zijn opgenomen, vingerprints in het kantoor, die Tony nu kan vergelijken met sporen die ze op archief hebben. Heel wat om mee verder te gaan. En ijverig werkt ze zich de dag door en het lijkt of ze haar partner helemaal niet mist.
Aan het eind van de middag vraagt Nadine hoe het er mee is en weer zegt ze dat alles oké is.
Op weg naar huis belt ze naar het ziekenhuis maar krijgt te horen dat Britt geen bezoek mag ontvangen. Verdere informatie krijgt ze ook niet in verband met de privacybescherming. Enigszins beteuterd hangt ze in.
Die avond thuis op de bank begint het aan haar te knagen dat ze niet bij Britt kan en ze belt dan naar haar huis waar ze oma José aan de telefoon krijgt.
José: Ik ben heel kort geweest, maar ze heeft niet gereageerd. Ze ligt er heel vreemd bij, alsof de wereld langs haar heen gaat. De dokters zijn bang dat ze het weer gaat doen, maar op dit moment kunnen ze niets anders dan medicijnen geven om haar suf te houden.
Tony: Sorry, het spijt me verschrikkelijk dat u dit mee moet maken. Ik vind het heel erg voor Britt en Dorien, en ook voor u natuurlijk.
José: Dank je Tony dat je even hebt gebeld. Ik weet dat je het heel goed bedoeld.
Daarna hangt Tony onderuitgezakt op de bank en probeert de dingen op een rij te krijgen, maar het lukt niet echt. Telkens dringt zich andere informatie aan haar op die ze ook niet plaatsen kan en dat maakt haar kriegel.
Ten langen leste gaat ze maar naar bed, maar schrikt midden in de nacht wakker. Ze denkt te weten wat het was, die informatie die steeds bovenkwam. Het had te maken met dat dossier dat ze in haar schuif had gestoken voor ze naar de EXPO waren gegaan.
Snel zet ze de herinnering in haar gsm dat ze er morgen naar moet  kijken en gaat dan, met een min of meer gerust hart, slapen...
 
Ondertussen bij Britt verandert de toestand compleet...Die begint door de medicatie heen te breken en wordt helemaal hysterisch. Ze schreeuwt luid om zich heen. Ze komt echter niet los, want haar polsen en enkels zitten nog vast, gelijk haar taille. Ook al wurmt en trekt ze heel hard aan de banden, het lukt niet. Tot bloedens toe schuurt ze met haar polsen en ineens een hele harde en felle knak.
Dan gilt ze het uit van de pijn. Maar er is niemand die bij haar komt. De kamer is helemaal geluid geďsoleerd en bevind zich achteraan op de gang. Wel komt er regelmatig even iemand door het raampje controleren, maar die was net geweest.
Britt ligt nu echt wel stil. Ze heeft verrekte veel pijn. Haar linker elleboog is door al dat getrek gebroken en het bot steekt dwars door haar huid heen en het bloed ook behoorlijk.
Ze weet dat er niet op haar roepen gereageerd wordt en probeert zichzelf wat rustig te krijgen maar ze huilt dikke tranen.
Eindelijk na twintig minuten komt er een zuster bij haar die erg schrikt als ze al dat bloed ziet.
Zuster: Britt, wat is er gebeurt?
Britt: (helemaal verzwakt) Pijn.
Zuster: Ik haal snel de dokter want dit ziet er niet goed uit.
 
Vlot wordt er besloten dat Britt haar elleboog operatief gezet moet worden en dus wordt ze ingeplant voor een spoedoperatie zo'n twee uurtjes later.
Maar na de operatie gaat ze terug naar de psychiatrie, weer in de separeer en weer in de fixatie. Aanvankelijk heeft ze er weinig van in de gaten want ze is nog helemaal groggy van de narcose, maar als haar moeder om vijf uur bij haar komt begint ze daar heel erg hard tegen aan te huilen.
Britt: Mama, ik wil dit niet, ik kan zo niet. Je moet mij helpen.
José: Meisje, ik heb zo met je te doen. Heb je veel pijn?
Britt: Ja, mijn arm doet heel veel pijn, maar ook mijn hart. Ik wil naar Mark. Ik mis hem. Ik wil hem weer tegen me aan kunnen houden en voelen dat hij me streelt en me kan troosten.
José: Britt, dat kan niet, en dat weet je. Ik begrijp heel goed dat je hem heel erg mist, maar je hebt Dorien ook nog en die kun je niet alleen achterlaten.
Britt: Dorien?
José: Ja, jullie dochter.?!?
Britt: Dat weet ik, maar als ik haar zie doet het nog meer pijn. Ze lijkt zoveel op hem. En al die ellende de laatste tijd, ik kan er gewoon niet meer tegen. Dit is toch geen leven.
José: Jij hebt veel te veel hooi op je vork gehad en moet daar nu voor boeten. Maar Britt, schatje, wij zijn er om jou te helpen. Waarom heb je nooit iets gezegd?
Britt: Omdat ik volwassen ben en zelf mijn boontjes moet kunnen doppen.
José: Een mens kan zoveel aan, en dan is het op. En bij jou is het nu ook op. Laat je alsjeblieft helpen. Ik ben al zoveel dierbare mensen verloren Britt. Ik kan niet tegen de gedachte dat ik jou, mijn enigste kind, ook kwijt raak.
Britt: En daarom moet ik doorgaan met dit kloten leven?? (maar ze is zich direct bewust van de aanval die ze daarmee op haar moeder doet en heeft direct spijt) Sorry mama, dat had ik niet mogen zeggen, dat wilde ik ook niet zeggen maar ik voel me zo .................. (En daar huilt ze weer heen)
Ook José heeft de tranen in haar ogen staan. Ze weet ook wel dat Britt haar niet wilde beledigen, maar dat die zo radeloos is dat ze niet meer weet wat ze moet doen.
Dan buigt ze voorover en geeft Britt een hele dikke zoen op haar wang en streelt zachtjes haar haren uit het gezicht.
José: Ik vind het niet erg als je met een psycholoog of psychiater gaat praten. Als jij dat nodig hebt om je verdriet te verwerken moet je dat doen. Stel je eens voor dat je zo die last van je hart kwijt kunt raken, en wat er daarna voor vrijheid op je af komt.
Britt: Is het echt zo?
José: Britt, nadat je vader is overleden heb ik ook in de put gezeten, ik wist ook niet meer wat te doen. Jij had je eigen leven en ik wilde ook niet op jou gaan leunen, dus heb ik hulp gevraagd.
Britt: Dat had ik nooit van u verwacht.
José: Het is niet erg Britt, en als je het moeilijk vind, weet dan dat ik onvoorwaardelijk achter je sta. Jij hoeft dit niet alleen te doen.
Britt: Oh mama, wat ben ik dom geweest om het nooit tegen u te zeggen. Kijk eens hoe ik mezelf in de nesten heb gewerkt.
Net dan komt ook de psychiater binnen die blij is te zien/horen dat Britt aan het praten is gegaan. Bij de deur had hij even staan meeluisteren naar het gesprek en was al snel tot de conclusie gekomen dat Britt's actie die tot opname hadden geleid een pure wanhoopsdaad was. Het zou wel goed komen, maar ze had nog een lange en zware weg te gaan.
 
Afgesproken werd dat Britt langzaam aan mocht gaan mobiliseren en dat ze een bepaald therapie programma zou gaan volgen, met vooral individuele gesprekken, maar ook een aantal groepsgerichte therapieën zou gaan doen. Dit om te kijken of ze in groepen meer de neiging had om zich aan te passen en zichzelf weg te cijferen. Wel zou ze nog zeker veertien dagen op de gesloten afdeling moeten blijven.
Het vooruitzicht stond haar niets aan maar ze wist dat ze het nodig had, en met lood in de schoenen begon ze aan de therapieën.
 
------------
 
Ondertussen had Tony zich vastgebeten in die oude zaak .
Ze had steeds maar weer moeten denken aan een bepaald boekje wat ze hadden gevonden op een plaats van misdrijf. Het was zo ongewoon geweest om net dat boekje daar te vinden.
Maar nu dacht ze te weten wat dat er mee te maken had.
Eigenlijk dacht ze Britt haar kennis en ervaring ook nodig te hebben, maar het was haar duidelijk geworden dat die voorlopig wel uit de running was. Maar uit solidariteit met Britt weigerde ze samen te werken met een nieuwe partner.
Dat ze daar niet helemaal onderuit kon was wel te verwachten want van Nadine mocht ze NIET zonder partner naar buiten.
Nadine had haar duidelijk te verstaan gegeven dat die zaak destijds zo gewelddadig was en dat er nooit een dader was opgepakt. Dat betekende dat die nu nog vrij rondliep en dat er dus nog steeds een groot risico bestond.
Toch probeerde Tony zoveel mogelijk op eigen houtje te doen,  en pas op het allerlaatste moment hulp te vragen van een van haar collega's.
Sel had al een paar keer met haar tijdens de lunch bij de Combi gezeten en had ook al eens laten blijken dat hij zich zorgen maakte om haar vastberadenheid.
Tony: Hij heeft god*** drie vrouwen zonder pardon vermoord, die kan ik toch niet zomaar laten lopen?
Sel: Maar je moet ons er in kennen. Wij pakken jou die zaak niet af. Hij is van jou en jij mag hem oplossen, maar alsjeblieft Tony, doe voorzichtig,
Tony: Dank je voor je bezorgdheid.
Sel: Tony beloof je om ons op tijd om hulp te vragen?
Topny: (een beetje afwezig en geďrriteerd) Ja ja.
Sel: Tony? (en hij pakte zacht haar hand)
Tony: Sel? Wat doe je nou?
Sel: Tony, ik mag je te graag om jou zo het risico in te sturen. Ik moet er niet aan denken dat jou wat zou overkomen.
Tony: Sel? Ik weet niet goed wat ik er van vinden moet. Ben jij....? Ben jij op mij?
Sel: Ik weet het niet zeker, maar professioneel ben ik wel bezorgd om jou, dus laten we daar maar mee beginnen.
Tony: Dan zal ik Nadine vragen of wij samen verder kunnen aan die zaak.
Sel: Zou het wel goed werken dan als het niet duidelijk is of ik verliefd op je ben?
Nu Sel het hoge woord eruit had gegooid kreeg Tony ineens een kop als een boei. Ze voelde zich draaierig worden en wist niet waar ze moest kijken. Zenuwachtig begon ze van alles op te pakken en gooide een glas drinken om.
Weer pakte Sel haar hand.
Sel: Tony, doe eens rustig. Wat ik voor jou voel kan ik nog gescheiden houden van het werk. Kun jij dat ook?
Tony: Sel, ik heb nog nooit over gedacht, dat jij en ik....
Sel: Hoeft ook niet. Ik wil me niet opdringen.
Tony: Ik wil er eens goed over nadenken. Is dat oké voor jou?
Sel: Helemaal.
 
Die week had Tony zoveel informatie overal vandaan weten te krijgen dat ze dacht te kunnen overgaan tot een huiszoeking bij een verdachte maar ze werd tegengehouden door Nadine.
Tony: Waarom dan toch? We hebben zoveel nu?
Nadine; Is je nog niet opgevallen dat je in deze cold-case veel te gemakkelijk je informatie hebt gekregen? Ik ben bang dat je ergens ingelokt wordt. Je krijgt NU nog geen toestemming om te gaan. Ik laat het eerst door een ander team nalopen waar al de info vandaan gekomen is en als dat er safe uitziet mag je met een interventieteam erheen.
Tony: Maar Nadine, ik kan hem zo oppakken.
Nadine: En ik wil jou niet zo kwijt. Ik heb ondertussen een stagiaire die jij kunt begeleiden nu Britt afwezig is. Met je status van OGP ben jij daartoe ook bevoegd. Het geeft jezelf ook even de gelegenheid om af te schakelen.
Tony: Maar ik wil geen stagiaire.
Nadnie: Kijk daar is hij; Niels, laatste jaars student criminologie.
Tony draait zich kwaad om, maar ziet dan een knappe man staan...
Tony: Hey, hallo, ik ben Tony. Tony Dierickx. Ik hoor dat wij een poosje moeten samen werken. Heb je zin in een kop koffie? Zullen we naar de Combi gaan, dat praat daar wat rustiger en kun je me vertellen hoe het staat met je opleiding en wat je hier wilt leren.
Als ze vertrekken kijkt Nadine haar met een tevreden glimlach na.
Nadine: Dat zit wel goed (denkend)
In de Combi heeft Tony een heerlijke tijd met Niels. Hij verteld haar veel over zijn opleiding, en zijn hoop ooit een hele goede speurder te worden. Hij zegt al veel over Tony gehoord te hebben en is blij dat hij met haar mag werken.
Tony voelt zich gevleid en nodigt hem direct al uit om 's avonds bij haar te komen eten, wat hij graag aanneemt, want het was hem nog niet gelukt om al een woonruimte te vinden voor de duur van zijn stage. En elke avond in een hotel eten zag hij ook niet zo zitten.
Nou, je kunt wel op je klompen aanvoelen hoe het voor Tony gaat worden.
Al meteen de eerste avond eindigt ze met Niels in bed. Ze voelt zich de koning te rijk en vergeet even dat ze met een hele belangrijke zaak bezig is.
De volgende ochtend wordt Tony wakker van de geur van dampende hete koffie. Ze legt haar handen voor haar ogen en probeert even na te denken wat er gisteren is gebeurt en straalt dan helemaal als ze weer aan Niels denkt.
Als ze in de kamer komt ziet ze dat hij al met zijn neus in de boeken zit.
Tony: Goedemorgen, ijverige student. Lekker geslapen?
Niels: Heerlijk, en zo zacht. Ik vond het geweldig. Jij ook?
Tony: Ja tuurlijk.
Niels: Mooi zo. Wil je koffie? Ik heb net gezet.
Tony: Ja lekker.
Niels loopt naar de keuken om koffie voor Tony te pakken.
Tony: Wat zit je eigelijk te lezen?
Niels: O gewoon een boek over de politie.
Tony: Oké ik ga me even omkleden en dan moeten we gaan werken.
Niels: Ja.
Tony kleed zich snel om en dan vertrekken ze samen naar het commissariaat..
Na een tijdje gewerkt te hebben (lees : Saaie PV's ingetypt te hebben)
Tony: Nadine? Mag ik even naar Britt toe gaan? Ik ben bezorgd...
Nadine: Ga maar... Maar neem Niels mee, oké?
Tony: Oké !!! (lachend)
 
Aangekomen in het ziekenhuis...
mag ze echter niet bij Birtt.
De arts is bij haar voor individuele psychotherapie. Britt is aan het vertellen over haar leven, en de moeilijkheden die ze daarin is tegen gekomen, en hoe ze daar tot nu toe mee om is gegaan.
Het kost haar heel veel moeite om te vertellen en regelmatig barst ze in huilen uit, maar omdat er nu toch eindelijk een opening lijkt te komen willen ze haar graag door laten vertellen en niet laten onderbreken door bezoek. Ze zou zomaar weer dicht kunnen klappen en dan ook niet meer willen praten over haar leven.
 
Enigszins teleurgesteld gaat Tony weer weg en Niels legt troostend een arm om haar schouders.
Niels: Gaat het Tony?
Tony: Nee, het gaat niet. Ik maak me zorgen over Britt. Wij werken al zo lang samen en ik dacht toch dat ik haar wel zo'n beetje kende, maar dat ze suďcidaal zou worden? Dat had ik nooit van haar verwacht.
Niels: Jij trekt het je heel erg aan dat ze jouw wapen heeft gepakt, is' 't niet?
Tony zegt niets maar wordt alleen maar stiller en stiller.
Niels: Hey, zullen we vandaag eens vroeg ophouden met werk? Ik wil je graag uitnodigen voor de sauna, lekker ontspannen en je eens goed laten verwennen.
Tony: Jee, ik weet niet, zo lang kennen we elkaar toch nog niet?
Niels: Maar vannacht was toch ook fijn? Voor mij tenminste wel, en ik hoop voor jou ook?
Tony: Jawel, maar ...
Niels: Geen gemaar. Probeer eens te leven Tony, je kunt niet alles vooruit plannen.
Tony: Zal ik Nadine vragen of ik de middag vrij kan nemen?
Niels: Doe maar. Ik kom je vanmiddag bij je boot ophalen, moet nog even wat regelen voor de opleiding.
Tony: Oké, tot later.
 
Terug op het commissariaat roept Nadine haar binnen.
Nadine: Die Niels is wel een goeie, is het niet?
Tony: Ik denk het wel. Hij is rustig, overziet dingen snel en goed. Ik denk wel dat dat goed komt.
Nadine: En hoe was het met Britt?
Tony: (wat stilletjes) Ik mocht niet bij haar. Ze was met de dokter in gesprek en ik mocht niet storen. Ze waren bang dat Britt weer dicht zou klappen en niets meer wilde vertellen.
Nadine: Ja, daar kan ik inkomen. Britt is meestal toch vrij gesloten.
Tony: (wat boos klinkend nu) Maar ze is mijn partner en wij kennen elkaar door en door. Waarom heb ik niet eerder gemerkt dat ze het leven niet meer zag zitten? Waarom heeft ze mijn wapen gepakt? Nu moet ik hier mee leven. Wat zegt het IT? Krijg ik een schorsing?
Nadine: Ik heb net hun rapport gekregen. Jou treft geen blaam. Jij had dat niet kunnen voorzien. Je kunt gewoon je werk blijven doen.
Tony: En Britt dan? Die zit wel mooi vast op de psychiatrie. Kan die hier weer terug komen werken straks?
Nadine: Dat zullen we met de tijd wel zien.
Nu ziet Nadine dat Tony natte ogen krijgt.
Nadine; Hey, Tony, wat is er met u? U ken ik zo niet. Trek je het je zo erg aan van Britt?
Tony: Ze is meer dan mijn partner, ze is mijn vriendin en mijn vertrouwenspersoon. Ik vind het heel erg en ik voel me schuldig over deze hele toestand.
Nadine: Niet doen Tony. Het is niet JOU schuld. Britt had veel meer voor haar kiezen gekregen dan ze aankon, en ineens zijn de stoppen doorgeslagen en wist ze niet meer hoe ze verder moest.
Tony: Maar MIJN wapen.
Nadine: Jij hebt dat uit haar hand geslagen en JIJ hebt haar leven gered!
Tony: En wat voor leven heeft ze nu: gestempeld als psychiatrisch patiënt, niet geschikt meer voor een politiefunctie in verband met zulke gevaarlijke en onvoorspelbare opdrachten. Ze zal me haten.
Nadine: Tony, ik heb hier een adres en ik wil dat jij daar NU naar toe gaat.
Tony: WAT?? Voor mij ook een psychiater? Ik denk er niet aan. Weet je wat die andere psych Britt heeft aangedaan? No way, never.
Nadine; Je hebt geen keus Tony. Het is dat, of op non-actief. Jij hebt zelf ook wat te verwerken en neem daar nu eens de tijd voor, voordat je net als Britt eindigt.
Tony: Wat wil je daar mee zeggen? Dat mijn partner afgedankt wordt, een wrak is?
Nadine: Ik doe of ik dit niet gehoord heb. Je hebt het adres en ik heb al een tijd voor je afgesproken. Om vijf uur krijg ik telefoon van die PSYCHOLOOG, en geen psychiater, en hij laat me weten of je bent geweest. Inhoudelijk zal hij me niets vertellen. Dat is tussen jullie twee.
Tony: (verveeld) Moet dat echt?
Nadine: Goedemiddag Tony. En als je klaar bent, .....neem dan de rest van de middag vrij en ga wat leuks doen, wat waar je van kan ontspannen.
 
 
Nadat Tony met lood in de schoenen bij de dienstpsycholoog is gegaan en haar kant van het verhaal heeft verteld voelt ze zich, onverwacht, toch wat meer opgelucht.
Thuis zit Niels al op het dek op haar te wachten.
Niels: Ben je er klaar voor?
Tony: Waarvoor?
Niels: We zouden toch naar de sauna?
Tony: Even omkleden en mijn spullen pakken. Waar gaan we?
Niels: In Brussel. Kan ik even langs mijn kot om wat spullen te halen.
Tony: Leuk, kan ik ook eens zien hoe jij woont.
Niels: Niets geen bijzonders, gewoon een studentenkot met veel rommel.
 
In de sauna kan Tony zich echt heerlijk ontspannen. Niels heeft er voor gezorgd dat er een masseur is die Tony een volledige massage geeft en waar ze heerlijk van ontspant.
Nadien gaan ze in Brussel op restaurant en Tony staat erop om te betalen want Niels moet zien rond te komen van zijn studiebeurs.
Het kot van hem is ook echt een kot, en hij had gelijk : het stond vol rommel.
Die nacht slapen ze weer samen en de volgende morgen probeert Tony zichzelf toch weer te herpakken zodat ze aan het werk kan.
Niels neemt de koffie mee, als Nadine Tony binnenroept.
Nadine: En hoe ging het gisteren bij de psycholoog?
Tony: Ik dacht dat dat tussen hem en mij bleef?
Nadine: Hij heeft ook niets gezegd. Ik vraag het jou, ben geďnteresseerd hoe het met jou gaat.
Tony: Het gaat een beetje beter. Ik tilde te zwaar aan dat schuldgevoel heeft hij gezegd.
Nadine: Ga je nog weer terug voor vervolggesprekken?
Tony: Waarom wil je dat weten?
Nadine: Dan kan ik je vrij geven. Je kunt zoveel doen op een dag en meer niet, en ik stel er belang in dat mijn mensen het allemaal een beetje goed aankunnen.
Tony: Sorry baas dat ik zo cru doe, maar het zit me gewoon niet zo lekker van Britt.
Nadine; Dat begrijp ik. Maar, bon. Ik heb een zaak. Wil je samen met Niels eens gaan kijken?
 
Op weg naar de gemelde overval heeft Niels eigenlijk weinig aandacht voor de zaak en zit steeds maar aan Tony te friemelen.
Tony: Niels, niet doen, je leidt me af. Ik moet opletten met autorijden.
Niels: Maar je vind het toch wel fijn?
Tony: We zijn nu aan het werk.
Niels: Och werk, dat is maar bijkomende zaak.
Tony: Niet voor mij, daar moet je wel rekening mee houden.
Niels: Stop eens Tony?
Tony kijkt hem vreemd aan, maar het lijkt wel of zijn ogen diep in haar doordringen. Bijna vanzelf stopt ze en zet de wagen aan de kant van de weg.
Niels legt zijn hand in haar nek en trekt haar naar zich toe en begint haar heftig te zoenen. Tony is even verrast als dit gebeurt. Nog nooit had een vent haar zo snel om gekregen, maar het voelde wel heel fijn.
Toch schudde ze hem van haar af.
Tony: Niels, eerst het werk, vanavond zien we wel verder.
En zo rijden ze naar de bank waar een half uur geleden een gewapende overval had plaats gevonden. De overvallers waren uiteraard al weer gevlucht maar er heerste nog grote consternatie onder de bankbedienden.
Tony: Niels, ga jij eens kijken bij de technische recherche als die de sporen gaan zoeken. Ik ga even met deze bedienden praten.
Tony werkt, geheel volgens voorschrift, de situatie af en krijgt veel informatie over de overvallers. Hopelijk zijn het "bekenden" van de politie zodat ze ze in het archief op kan zoeken en ze hopelijk ook opgespoord kunnen worden en opgepakt.
Niels staat er echter bij en kijkt ernaar.
Vanuit haar positie krijgt Tony een beetje de indruk dat het werk Niels niet zoveel kan schelen. Hij toont echt weinig interesse en ze kan haar verbazing niet onderdrukken.
 
Nadat ze op het commissariaat de gegevens in de computer hebben ingevoerd rollen er al gauw drie namen uit van bekende misdadigers.
Tony vraagt Nadine om toestemming om ze alledrie binnen te mogen brengen voor verhoor.
Nadine: Wie ga je meenemen? Niels is niet volledig opgeleid en bevoegd.
Tony: Laat Sel en Ben er een halen, Raymond en Pasmans, en dan ga ik wel met ....
Nadine: Ga maar samen met Rudi. Die heeft een hoop ervaring hiermee.
Tony: Dank je Nadine.
Niels: En ik dan?
Tony: Als je wil kun je de PV's nog eens nalezen en misschien staat er iets in waar we straks onze vragen mee kunnen gaan stellen..
Niels: Zijn jullie vlot terug?
Tony: Ik denk dat we ze over een uurtje alledrie binnen hebben.
 
Onderwijl Tony en de andere teams de vermeende overvallers binnen halen zit Niels een boekje te lezen, en niet, zoals Tony gevraagd had, de PV's.
Hij kan tijdens het verhoor dan ook geen zinnige vragen stellen. Tony begint een beetje te balen. Ze heeft vandaag best hele veel werk verzet en had gehoopt op een beetje hulp van Niels.
Nadat ze eindelijk gedaan heeft met werk en Niels al een poosje zit duimen te draaien, pakt ze haar jas en wil naar huis gaan.
Niels: Gaan we uit eten of kook jij?
Tony: Niels,ik denk dat ik vanavond liever alleen ben.
Niels: Waarom? Is er iets?
Tony: Ik moet er eens over denken.
Niels: Waarover? Over ons?
Tony: Ook. Maar ...
NIels: Dan gaan we naar jou huis en gaan we praten. Praten is altijd goed in een relatie.
Tony: Is dat wat we hebben? Een relatie?
NIels: Niet dan?
 
Bij Tony op de boot wordt de sfeer er niet beter op. Niels is gelijk begonnen met bier drinken en wil eigenlijk helemaal niet luisteren naar Tony. Hij heeft maar zin aan een ding: Seks.
Tony: Niels, nu niet. Het zit me gewoon niet lekker.
Niels: Wat nou niet?
Tony: Zoals jij vandaag deed op het werk. Ik kreeg de indruk dat het je geen klap kan schelen wat er gebeurt is.
Niels: Kan het ook niet. Het was al gebeurt en dat kunnen wij toch niet meer veranderen.
Tony: Maar wij kunnen de boel gaan onderzoeken en oplossen. Criminologie is toch wat jij studeert?
Niels: Dat wilde mijn pa, maar ik vind er geen zak aan.
Tony: Wat wil jij dan?
Niels: Jou.
Tony: Even serieus Niels.
Dan staat Niels op en loopt met zijn verleidelijke ogen op Tony af en neemt haar weer in zijn armen en hij wil haar gaan kussen maar Tony wil hem wegduwen.
Niels: Maar nee Tony, echt ik wil u .
Tony: Nu niet Niels.
En ze probeert nogmaals om uit zijn greep los te komen maar het lukt niet en Niels plant zijn lippen vol op Tony's mond en begint haar diep te zoenen.
Tony: mm, mm, niet doen.
En dan gooit NIels haar letterlijk van zich af en begint tegen Tony te schreeuwen.
Tony valt achterover tegen de bank en verzwikt haar voet en begint zachtjes te wenen.
Niels schrikt daarvan en loopt op haar toe om haar te troosten.
Niels: Sorry Tony, ik had dat niet mogen doen. Ik ben kwaad op mijn vader en moet dat niet op jou af reageren. Wil je me vergeven?
Tony: Help me maar overeind.
Als Niels haar overeind helpt gilt ze van de pijn. Gauw zet hij Tony op het aanrecht en stopt haar voet in de gootsteen en laat er heel lang heel koud water overheen stromen.
Na een dikke tien minuten zet hij Tony op de bank en legt een zwachtel aan zodat de voet niet verder kan zwellen.
Tony: Shit, ik heb geen tijd om thuis te gaan zitten. Ik heb nog veel te doen.
Niels: Tony doe eens rustig, het is avond, je hoeft nu niets te doen. Laten we lekker naar bed gaan en van elkaar genieten.
Tony: Liever niet Niels. Ik voel me niet zo goed.
Maar Niels weet van geen ophouden en Tony begint hem nu ronduit vervelend te vinden.
Ze weet niet zo goed hoe ze dit aan moet pakken, maar een ding is duidelijk: vanavond wil ze niets met Niels.
Niels voelt ook wel dat er iets niet goed is en verontschuldigt zich even. Hij loopt naar het dek en begint met zijn mobiel te bellen.
Na een poosje komt hij weer binnen en loopt weer op Tony toe.
Niels: Tony geef me nog een kans. Ik mag u graag.
Tony: Wie was je aan het bellen? Mocht ik het niet horen? Vertrouw je me niet?
Niels: (begint zich boos te maken en kan zich nauwelijks inhouden) Gaat je niet aan.
Tony: Je bent nog steeds in mijn huis hoor.
Niels: (verliest nu zijn geduld) God****. Trut dat je bent. Je zegt niets tegen mijn opleidingscoördinator.
Tony: Wat moet ik niet zeggen? Dat je geen echte, en zeker geen gemotiveerde student bent? Denk je dat die het zelf nog niet in de gaten heeft?
Niels: Ik krijg jou wel stomme trut. (en hij begint Tony te slaan, links en rechts)
Maar Tony is een politievrouw en ze weet zich aardig goed te verweren.
Tony: Niels ophouden. Je moet mij niet slaan als je kwaad bent op je vader. Maak dat je weg komt.
En als Niels andermaal een aanval op haar wil openen haalt Tony snel haar wapen te voorschijn en neemt Niels onder schot. Met haar andere hand pakt ze haar mobiel en roept de 101 op.
 
Binnen vijf minuten staat er een politiewagen voor de deur en wordt Niels in de boeien geslagen en afgevoerd.
Nadine komt binnenstappen en loopt direct op Tony toe die helemaal geschrokken op de bank zit te huilen. Ze seint de patrouilleagenten dat zij zelf wel de verklaring opneemt, het is immers een van haar eigen mensen.
Nadine: Tony, meid, wat is er gebeurd?
Tony: Niels. Dat is er gebeurt. Hij ....
Nadine: Rustig maar. Ik maak even een kop koffie en dan vertel jij mij rustig wat er gebeurt is.
Tony: Kan ik mij gaan douchen? Ik voel me zo vies en zo gebruikt.
Nadine: Heeft hij je verkracht?
Tony: Hij heeft mij gezoend en dat wilde ik niet maar hij heeft met zijn handen aan me gezeten en ik wil dat kwijt.
Nadine: Is goed Tony, neem rustig de tijd. Ik wacht hier wel op je.
Nadat Tony zich gedoucht en verschoont heeft gaat ze op de bank zitten en verteld Nadine het hele verhaal van Niels, hoe hij eerst heel gedreven leek om te leren van haar maar al snel geen oog meer had voor het vak en alleen voor Tony. Hoe hij haar belazerde, want het telefoontje was naar zijn vriendin geweest, die gelijk was aangekomen met de politie en dus ook meteen was gegaan naar het bureau.
En hoe hij zich aan haar op wilde dringen terwijl ze duidelijk had aangegeven dat ze dat niet wilde.
Het zou geen gemakkelijk aanklacht worden omdat er eerst sprake was geweest van instemming van Tony's kant, maar nu zou het zijn woord tegen het hare zijn.
Tony: Als hij maar uit mijn ogen verdwijnt.
Nadine: Wil ik je een paar dagen vrij geven?
Tony: Nee, ik wil gewoon weer aan het werk en hier niet te lang bij stil blijven staan.
Nadine: Is goed, maar ik ga je wel een beetje in de gaten houden en je begrijpt zeker wel mijn bezorgdheid?
Tony: Dank je Nadine
Nadine: Goed. Zal het alleen gaan vannacht?
Tony: Ja ik denk het wel.
Nadine: Oké dan zie ik je morgen bel maar als er wat is.
Tony: Oké.
Nadine gaat naar huis en Tony gaat meteen naar bed de volgende morgen komt ze stil en bleek op het commissariaat aan...
Nadine: En Tony, zal het gaan vandaag?
Tony: Ja, ik denk het wel. Wil jij eens horen of Britt vandaag bezoek mag? Ik wil haar zo graag zien.
Nadine: Zal ik doen. En eh, rustig aan vandaag oké?
 
En zo zit Tony zo'n beetje heel de dag binnen. Even maakt ze een ommetje omdat ze wat papieren weg moet brengen naar de rechtbank. Op de terugweg naar het commissariaat loopt ze even over de Predikherenlei langs Britt haar huis en blijft even vertwijfeld voor de deur staan. Ze weent in haar hart. Ze kan er nog steeds niet over uit dat Britt .....
Ze schud eens met haar hoofd en loopt dan door naar het commissariaat en zet zich weer aan de PV's.
Als Nadine tegen half zes weg wil gaan ziet ze dat Tony nog steeds ijverig doorwerkt.
Nadine: Tony het is mooi geweest voor vandaag. Stop er mee en ga naar huis.
Tony: Ja, ik ga zo, nog even dit wegbergen. Fijne avond en tot morgen.
 
Maar ze gaat niet naar huis. Ze moet er niet aan denken om alleen thuis te zijn. De gedachte aan die Niels bezorgt haar nog koude rillingen.
Dan gaat ze maar weer verder met die oude onopgeloste zaak die ze nog in haar schuif heeft liggen, en waarvan Nadine vorige week zei dat ze de mogelijke verdachten nog niet mocht binnen brengen.
Uren aaneen zit ze te lezen en alles nog eens opnieuw door te spitten. Haar ogen zien rood en prikken van vermoeidheid, maar het lijkt wel of ze gewoon niet los kan laten.
Plots schrikt ze op als ze een hand op haar schouder voelt. Het is Nadine die na een schouwburgbezoek nog even langs kwam om wat op te halen.
Nadine: Ik dacht dat jij ook om zes uur weg zou gaan?
Tony: Kwam nog iets tegen en ben de tijd vergeten.
Nadine; En goed ook. Het is al half twaalf. Vort nu, naar huis. En morgen wil ik je niet zien voor tien uur.
Tony: Maar Nadine, die zaak ...
Nadine: Die loopt niet weg. Morgen laat ik je weten hoever wij er mee zijn. Welterusten Tony.
Maar Tony staat nog steeds niet op.
Nadine: Wat is er Tony? Geen zin om naar huis te gaan?
En als ze Tony aankijkt ziet ze het verdriet in diens ogen.
Nadine: Kom, pak uw jas, ik breng u wel en dan gaan we even een beetje praten.
Tony: Maar ik praat altijd met Brit.
Nadine: Dat weet ik, maar ik kan ook goed luisteren hoor.
 
En thuis, als Tony een flesje wijn erbij gepakt heeft, verteld ze Nadine het hele verhaal weer, van Britt en haar problemen, van die misstap met Niels en van die oude zaken waar ze zo intensief mee bezig is. Nadine laat haar ongestoord doorvertellen. Blijkbaar zat het haar allemaal erg hoog en wil ze het gewoon graag met iemand delen.
Na een tijdje begint ze minder te praten en legt haar hoofd achterover op de bankleuning en langzaam valt ze in slaap.
Nadine kijkt met gemengde gevoelens naar Tony en dekt haar dan toe met een plaid en vertrekt heel stilletjes naar haar eigen huis.
Tony slaapt vervolgens een gat in de dag en wordt met schrik pas om twee uur wakker.
Snel kleedt ze zich aan en propt ze een boterham naar binnen en vertrekt dan naar het commissariaat.
Nadine: Ah Tony goede morg... middag.
Tony: Hoi ja, sorry dat ik zo laat ben maar ik heb me verslapen.
Nadine: Dat is niet erg. Het zal je goed doen een goede nacht.
Tony: Mag ik dan nu verder met die oude zaak?
Nadine: Ja. Ik heb eens overlegd en je mag verdachte binnenbrengen maar je arresteert ze samen met Ben en Sel want ze zijn gevaarlijk. Begrepen?
Tony: Ja baas.
Tony loopt door naar het teamlokaal.
Ben: Zo Tony nieuw lief??
Tony: Hou je mond Vanneste. Jij en Sel mogen me straks helpen met een paar arrestaties..
Sel: Wat voor arrestatie?
Tony: Die oude zaak waar ik mee bezig ben geweest. Ik zal jullie zo briefen.
Ben: Hoe laat gaan we?
Tony: Zo direct, als het meneer uitkomt! Tuurlijk gaan we nu, denk je dat hij gaat zitten wachten tot hij weet dat we gaan komen?
Ben: Ja, ik vraag ook maar.
Nadine: Kogelvrije vesten aan, en ik ga ook mee.
Tony kijkt Nadine even vragend aan.
Nadine: Ze zijn op dat adres met twee heb ik in je papieren gelezen. Ze zijn vuurwapengevaarlijk en ik wil je niet kwijt. Simpel.
Tony geeft Nadine een vette knipoog en een "thumbs up" en dan neemt ze haar vest en ander wapentuig en begeven ze zich met vier teams ter plaatse.
Van binnen voelt Tony een hele nare sfeer. Ze had zich vast gebeten in deze zaak, waarbij al drie vrouwen in koele bloede waren neergeschoten. Eigenlijk voelde ze ook de angst maar dit probeerde ze te verbergen.
Volgens plan werd het huis omsingeld en binnengedrongen. Op de benedenverdieping konden ze twee arrestaties doen en Tony liep met Sel naar boven, wapen in de aanslag en heel voorzichtig en zacht, om te horen of er nog meer geluiden in het huis waren.
Tony wijst naar de zolder, dat ze daar ook wat heeft gehoord. Maar de zoldertrap is zo smal dat ze niet naast, maar achter elkaar naar boven moeten en Tony neemt hierbij de leiding. Sel pakt haar eerst nog bij de arm en gebied haar vooral heel voorzichtig te doen.
Tony: Doe ik Sel.
Net op de zolder en net met Sel weer naast zich zien ze een man die kleine pakketjes aan het wegstoppen is in zijn jaszakken.
Tony: Halt. Politie. Armen wijd en handpalmen naar achter !!!
De man kijkt geschrokken op en wil in een reflex naar Tony uithalen.
Sel: Dat zou ik niet doen.
Maar hij besluit toch om een trapbeweging te maken naar Tony en treft haar tegen haar knie.
Tony: God****
Sel vangt haar op en net in deze fractie van een seconde ziet de man kans zijn wapen te pakken en richt het op Tony, die echter nog sneller is en hem in de hand schiet waarop hij het wapen laat vallen.
Hij krijst het uit maar Tony heeft geen centje medelijden.
Sel bekijkt snel de wonde en besluit dat hij de man de boeien wel om kan doen. Hij roept naar benden dat iemand moet komen om hem op te halen en dan buigt hij zich over Tony die met tranen in de ogen op de grond zit en haar knie stevig vasthoud.
Sel: Gaat het Tony? Pijn gedaan?
Tony: Mijn knie. Ik krijg hem niet krom.
Sel: Dat zal ik je maar naar beneden moeten dragen is het niet?
Door haar tranen heen breek voorzichtig een lachje.
Het duurt even voor iedereen weer beneden verzameld is.
De man word eerst naar het ziekenhuis gebracht om de wond te laten verzorgen en daarna kan hij naar het bureau voor verhoor. De andere twee zijn direct al naar het commissariaat gebracht.
Nadine besluit met Tony ook even langs de eerste hulp te gaan.
De knie begint al behoorlijk dik te worden en Tony wordt er stil en witjes van. Als de arts haar begint te onderzoeken gilt ze het uit van de pijn.
Dan moet ze weer een poos wachten op de MRI.
Normaliter wordt er niet direct naar dit soort onderzoeken gegrepen (veel te duur) maar de arts vertrouwde het niet en wilde direct een goed beeld krijgen.
Na meer dan anderhalf uur komt de uitslag: scheurtje in de meniscus en een ingescheurde laterale knieband. Tony mag zich met de tijd verwachten aan een operatie. Nu kan het niet in verband met de inwendige bloeduitstortingen en de zwelling.
Ze laat zich achteroverzakken op de onderzoeksbank en langzaam vullen haar ogen zich met tranen. Nadine is inmiddels ook binnengeroepen en weet ook van de uitslag.
Nadine; Rustig maar Tony. Dat is maar een peulenschilletje. Die voetballers van AA Gent staan ook met twee weken weer op het veld na zo'n blessure.
Tony: Maar je had me nog zo gewaarschuwd en zie mij nu eens zitten hier.
Nadine: Dat komt wel goed. De dokter zegt dat ze je een plaster gaan geven. Ik wacht wel op je in de hal oké?
Tony: Wil je dan gaan kijken of je bij Britt kan? Ik heb haar nog steeds niet kunnen zien of spreken.
Nadine: Ik ga er heen. Goed houden jij hč?
 
Maar ook Nadine mag niet bij Britt. Die heeft het zwaar te verduren in haar therapie, is het enigste wat de zuster haar kan en mag vertellen.
Na een kleine drie kwartier is Tony ook gedaan met plasteren. Ze heeft een lichtgewichts gips gekregen van haar lies tot haar enkel. Ze kan haar knie totaal niet bewegen dus zal ze zich een poosje met krukken moeten behelpen.
Tony staat erop mee terug te gaan naar het commissariaat om mee te gaan met het verhoor.
 
Nadine: Dat lijkt me niet zo'n goed idee Tony hij heeft je al eens geschopt.
Tony: Dat weet ik maar ik zal me rustig houden.
Nadine: Oké maar als je ook maar een klein beetje merkt dat hij agressief wordt dan moet je stoppen oke?
Tony: Jaja.
Tony loopt het verhoor binnen en Nadine gaat met haar mee nadat ze tegen Ben en Sel heeft gezegd dat ze moeten meekijken voor een eventuele ingreep als dat nodig is..
Dan beginnen ze aan het verhoor van “de agressieveling”...
Tony: Zo, gaat het met uw hand?
Verdachte: Kl***wijf.
Tony: Uw identiteitskaart alstublieft.
Verdachte: Valt in de knup;
Tony: Oké, dan laat ik uw zakken wel leeghalen (en ze seint dat Ben en Sel hem zijn zakken na moeten kijken)
Tony: Dus, Sjaak DeVolder. Wat was dat daar in dat huis? Wat had jij daar zo snel in je zakken moeten stoppen?
Sjaak: Gaat je niks aan.
Tony: Oh, toch wel, want jij bent onze hoofdverdachte in die zaak waarin drie vrouwen in koele bloede zijn vermoord.
Sjaak : Heb ik niks mee van doen.
Tony: Nochtans staat jou naam er in dikke letters overheen geschreven. Jij kon al die tijd geen alibi leveren en wij hebben nu getuigen die jou op tijd en plaats van die overvallen kunnen plaatsen.
Sjaak: Wie zijn dat dan wel? Die stomme junks die jullie ook hebben opgepakt? Die schijtlijsters die mij willen verneuken om zelf onder de straf uit te kommen?
Tony: Sjaak, jonge, jij weet heus wel dat ik dat niet aan jou neus ga hangen.
 
Sjaak is wat je noemt een lastige. Of hij zegt niets of hij geeft tegenstrijdige informatie en speelt behoorlijk met Tony's voeten. Als Nadine dit bemerkt onderbreekt ze Tony.
Nadine: Sjaak, het is genoeg geweest voor vandaag. Jij mag beneden in de cel overdenken wat je ons verder nog wilt vertellen.
 
In haar kantoor neemt ze Tony even apart.
Nadine: Tony, waar haal jij de rust vandaan om daar zo te blijven zitten als die gek zo met je voeten aan het spelen is?
Tony: Oh, geleerd van Britt, maar hij was dichtbij om mij aan de kook te krijgen.
Nadine: Ik dacht dat wij genoeg gedaan hadden voor vandaag. Ga lekker naar huis en dan zien we morgen wel weer verder.
Tony: Nadine?
Nadine: Ja Tony?
Tony: Zou u iemand weten die me thuis kan brengen en morgen weer ophalen, want ik geloof niet dat ik zo kan autorijden.
Nadine: Maar natuurlijk. Als je nog een kwartiertje kunt wachten breng ik jezelf.
Tony: Wees niet bang, ik loop niet weg.
Nadine: Hahha je gevoel voor humour ben je niet kwijt.
Tony: Nee dat niet.
Na een kwartiertje heeft Vanbruane gedaan met werken en rijdt ze Tony naar huis.
Tony: Oh, wacht even!
Nadine: Ja?
Tony: Mag ik Britt bezoeken? Het kan me nie schelen of ik er nie bij mag of wel, ik moet haar zien.
Nadine: Ik rijd je naar het ziekenhuis (glimlachend)
Tony: Bedankt. (glimlachend)
 
Aangekomen in het ziekenhuis staan ze voor een aangename verrassing...
Want Britt is nu terug op de half open afdeling en mag, heel gedoseerd, bezoek ontvangen.
Ze is echter heel schuchter als ze Tony ziet want ze vind dat ze in haar vriendschap ernstig tekort is geschoten door Tony's wapen te nemen en een suďcidegeste te doen.
Tony: Britt? Ça va?
Britt: (het hoofd afgewend) Och, het gaat.
Tony: Wat is er met uw arm?
Britt: Gebroken.
Tony: Hoe komt dat?
Britt: Ik wilde weg maar ze hadden me vastgebonden en toen heb ik zo hard geworsteld dat de elleboog gebroken is. Ze hebben me geopereerd en er schroeven en pinnen in gezet.
Tony: Heb je nog pijn?
Maar Britt zegt niets meer. Ze schaamt zich rot voor Tony. Als Tony op haar toe wil stappen legt ze haar armen beschermend over haar hoofd, of ze bang is dat ze slaag zal krijgen.
Tony: Britt, je moet geen bang van me hebben. Ik ben je vriendin.
Britt: Ik ben het niet waard iemand als jou als vriendin te hebben. Ik heb je bedrogen.
Tony: Brit, mag ik wat dichter bij je komen? Ik wil graag een arm om je heen leggen.
Maar Britt zegt niets en blijft star naar de grond kijken. Dan stapt Tony toch op haar af en legt heel zachtjes haar arm om Britt heen en ze voelt meteen dat Britt helemaal verstijft.
Tony: Mag je naar je kamer of moet je overdag in de gemeenschappelijke ruimte blijven?
Britt: Dat moet je de broeders vragen.
Maar Tony wist al dat ze wel met Britt naar haar kamer mocht gaan en voorzichtig leid ze Britt mee naar haar eigen kamer.
Tony: Kom eens zitten Britt. Ik wil graag weer eens met je praten. Ik baalde zo erg dat ik niet eerder bij je mocht komen.
Britt: Wat is er dan met jou? Jij hebt een stijf been.
Tony: Een trap tegen mijn knie gehad. Lang verhaal, vertel ik je nog wel eens. Ik ben er nu voor jou.
Maar dan begint Britt gelijk te huilen. Ze kan het niet snappen dat Tony niet kwaad op haar is en kijkt weemoedig door haar tranen heen op naar Tony, die haar heel vriendelijk terug aankijkt.
Britt: Sorry Tony dat ik zo je vertrouwen hebt beschaamd.
Tony: Ik weet dat je niet anders kon, en echt Britt, ik ben niet kwaad op jou. Zelf heb ik er ook nachten van wakker gelegen wat er nu allemaal gebeurt was, en ik zou me moeten schamen dat ik niet eerder in de gaten heb gehad dat je het allemaal niet meer aankon. Ik heb jou in de steek gelaten.
Britt: Ach Tony, het leven is zo zwaar.
Tony: Heb je nog steeds de behoefte om eruit te stappen?
Britt: Daar begin ik nu aan te twijfelen. Ik heb hele goede gesprekken, maar het voelt gewoon nog niet goed. Als mijn moeder hier is denk ik dat ik vol moet houden maar hele nachten lig ik wakker en vraag mezelf af waarom ik nog door zou moeten gaan.
Tony: Denk je echt dat het leven je niets meer te bieden heeft?
Britt: Vind je het niet gek als ik zo praat?
Tony: Als jij je zo voelt en je wilt er over praten dan wil ik er voor je zijn Britt. Het kan me niet schelen waar het over gaat als je maar weet dat ik er voor je ben. Nee, het leven gaat nou eenmaal niet altijd van een leien dakje, maar dat wil niet zeggen dat er daaronder niet iemand staat om je op te vangen als je valt.
Britt: Ik begrijp je niet Tony.
Tony: Kom eens. (en ze neemt Britt heel warm en liefdevol in haar armen en knuffelt haar lang en stevig) Brittje, ik mag je bijzonder graag, en als er iets is wat ik voor je kan doen, waardoor jij je weer beter gaat voelen, zeg het. Ik zal het voor je doen. Ik ben het verplicht aan jou, mijn partner, maar vooral vriendin.
Nu wordt het echter tijd dat Tony weer weg gaat want Britt moet zo eten en heeft daarna nog een avondsessie met therapie.
Britt: Ik heb geen honger... (zacht)
Tony: Britt, je moet toch eten, hoor. (glimlachend)
Britt: (weinig enthousiast) Oké, dan zal ik wel wat eten. Tony, weet jij of mijn moeder nog komt vanavond?
Tony: Nee, maar ik wil zo wel even bij haar langs gaan. Moet ze iets voor je meenemen?
Britt: Ja, die paracetamol tabletten uit het medicijnkastje.
Tony: Die kun je hier toch ook krijgen als je ze nodig hebt.
Britt: Maar niet genoeg.
Tony: Hoezo niet genoeg? Twee stuks helpen toch wel tegen hoofdpijn?
Britt: Ze zijn niet voor de hoofdpijn.
Tony: Wil je zeggen dat je .... Britt???
Britt: Sorry Tony, ik kan niet meer.
Tony neemt Britt weer in haar armen en ze gaan weer samen op het bed zitten.
Tony: Kalm maar Britt, het gaat heus wel weer goed komen. Huil maar even lekker uit, het zal je opluchten. Hoe komt het toch dat je denkt niet meer verder te kunnen leven?
Britt: Tony, ik ben zoveel kwijt geraakt, heb zoveel pijn. Ik heb het gevoel of ik geen hart meer heb.
Tony: Lieverd, ik weet niet wat ik moet zeggen, maar wij zullen er voor je zijn. Kom eens hier dan krijg je een dikke knuffel van mij.
Hierdoor gaat Britt wel iets meer ontspannen, maar toch blijft ze e