De
laffe vluchtmisdrijf
- Karin en Matijs Thomassen zijn nu al 5 jaar getrouw, Karin
is nu hoog zwanger van hun eerste kindje. Ze staat op het moment om te
bevallen. Matijs brengt Karin naar het ziekenhuis. Het is nog vroeg in de
ochtend er hangt een vervelende laaghangende zon.
-
- Merel : Goede morgen Britt, hou je jas maar aan, een
ongeluk met vluchtmisdrijf.
- Britt : Waar?
- Merel : Op de weg naar het AZ sint Lucas.
- Britt : Oke.
-
- Merel en Britt komen aanrijden bij de plaats van het
ongeluk, er is al medische hulp aanwezig. Er loopt een man zenuwachtig over
de weg die naad de auto wild. In de vrouw zit een vrouw ze kan er niet uit
want ze zit helemaal beklemt.
-
- Britt : Meneer, hoe heet u?
- Matijs : Ik ben Matijs Thomassen.
- Britt : Meneer Thomassen, kunt u vertellen wat er is
gebeurd?
- Matijs : Mijn vrouw, die moet bevallen.
- Britt: We roepen onmiddellijk de brandweer.
- Britt knikt naar Merel om te zeggen dat zij dat moet doen.
En merel neemt onmiddellijk haar gsm.
- Matijs: Vlug, ze moet bevallen!!
- Britt: Rustig, er is hulp onderweg.
- Merel : Daar is de brandweer al.
- Matijs : Maar ze moet bevallen.
- Merel : Ze moet eerst uit de auto worden bevrijd.
-
- Britt loopt naar Nick en Bruno en Merel probeert wat uit de
man te krijgen.
- Britt : Willen jullie helpen met getuigen verhoren, uit de
man is niet veel te krijgen, maar hij loopt voor het medisch personeel in de
weg dus Merel probeert hem een beetje rustig te houden.
- Nick : Hebben jullie al mensen ondervraagd?
- Britt : Nee, wij zijn hier ook maar net.
- Nick: Dan zal ik daar al mee beginnen. Ik vraag of Bruno me
wil helpen.
- Britt: Ja, dat is goed. Met die man praten we beter straks
als hij niet meer in shock is.
- Nick: Ja, lijkt me een goed idee.
- Britt: Ik vraag hem wel of hij straks mee wil komen naar
het commissariaat.
- Nick: Oké, dan ga ik maar de mensen hier ondervragen. Ik
hoop dat er een paar zijn die wat gezien hebben.
- Britt : Ik ook, hij zal wel niet mee willen denk, zeker
niet voor zijn vrouw is bevallen,
- Nick : De man vind het meestal enger als de vrouw zelf?
- Britt : Heb jij er dan ervaringen mee?
- Nick : Sofie, keek wel eens naar die bevallings series.
- Sofie : Ik vind dat walgenlijk om te zien.
- Nick : Sofie heeft me er een beetje over heen gezet, ze zij
dat ze wel over een paar jaar een kindje wilde.
- Britt : Je kan nu weer goed over haar praten.
- Nick : Ja die hulp heef me goed geholpen, maar laten me
maar weer aan het werk gaan.
- Britt : Goed idee.
- Nick gaat naar Bruno en vraagt of hij meewil getuigen
verhoren.
- Bruno: Pff, moeten wij dat weer doen?
- Nick: Beter dat dan achter de bureau hé! Kom, we zijn weg.
- Bruno: We zullen maar eerst beginnen met die toeschouwers
hier zeker?
- Nick: Goed idee.
- Maar met ondervragen worden ze niet veel wijzer, zo als
altijd zijn het allemaal ramptoeristen. Ondertussen is de brandweer de auto
om de vrouw weg aan het knippen. Een van de dokters verteld Britt dat ze
bang zijn dat de vrouw ook nekletsel heeft en dat de vliezen al zijn
gebroken zijn en de weeën als maar heviger worden. Merel probeert de man
tot rust te krijgen maar dat lukt niet zo goed, hij wild bij zijn vrouw zijn
maar dat is te gevaarlijk.
- Merel: Rustig Matijs, rustig.
- Matijs: Rustig??? Hoe kan ik nu rustig zijn op een moment
als dit?
- Merel: Je kan momenteel niets doen. Laat de brandweer en de
dokters maar hun werk doen. Als jij ze nog wat opjaagt gaat dat het niet
vooruitbrengen.
- Matijs : Ik wil gewoon naar mijn vrouw, begrijp dat dan.
- Merel : Ik begrijp het, maar het is te gevaarlijk als u
daar in de weg gaat lopen.
- Matijs kijkt Merel aan en word dan wat rustiger.
-
- Merel : Wat is er gebeurd, dat uw auto zo is verongelukt?
- Matijs : Er kwam een auto van links, en die is met volle
vaart op mijn auto in gereden, ik kon niet meer stoppen.
- Merel : Kunt u me vertellen wat voorn auto dat was?
- Matijs: Euhm, een grijze. Denk ik. Ja, een grijze, en ik
denk dat het een toyota was.
- Merel: Wat soort auto was het? Een 5deurs?
- Matijs: Dat weet ik niet, ik denk dat het een jeep was. Ik
heb daar allemaal niet op gelet. Het belangrijkste is mijn vrouw!
- Merel: Oké, ik begrijp het. Maar u zou toch vandaag of
morgen eens moeten langskomen naar het commissariaat in Gent, om een
verklaring af te leggen.
- Matijs: Welk commissariaat in Gent?
- Merel: Belfortstraat 3
- Matijs: Oké, is morgen goed? Want ik wil nu wel bij mijn
vrouw blijven.
- Merel: Ja, dat is perfect.
-
- Merel gaat naar Britt die bij de auto staat te praten met
de baas van de brandweer.
- Merel: En?
- Britt: Ze hebben haar bijna kunnen bevrijden, maar ze moet
zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Het kind kan elk moment geboren
worden! Door de stress zijn haar weeën sneller ontwikkeld.
- Merel : Ik weet alleen dat het een grijze auto is, hij
denkt een jeep een Toyota, maar hij is niet zeker.
- Britt : Hoe is hij?
- Merel : wat gekalmeerd, maar hij wild maar naar zijn vrouw.
- Britt : Dat kan zo, kijk ze hebben haar los.
- Merel : Ik hoop dat ze nog op tijd zijn.
- Britt : Er is in ieder geval deskundige hulp aanwezig.
- Merel: Ja, veel zal er wel niet meer mislopen zeker?
- Britt: Ik denk het niet, enfin, ik hoop het niet voor hen.
Komt Matijs naar het commissariaat vandaag?
- Merel: Hij zou maar morgen komen. Kheb maar gezegd dat het
goed is, gezien de omstandigheden.
- Britt: Ja, das goed.
- Merel: Hij was trouwens te veel in shock. Misschien dat hij
morgen wat meer weet over de auto enzo.
- Britt : Laten we het hopen, want zo komen we toch niets
verder.
- Merel : Een grijze auto, waarschijnlijk een jeep.
- Britt : Ja, en geen enkele getuige.
- Merel : Ik ben benieuwd hoe Nauwelaerts hier op gaat
reageren.
- Britt : Je doet je best, maar hier raak je niet ver mee.
- Merel: Ja, dat is wel waar. Maar je weet hoe hij is hé.
Als hij geen vooruitgang ziet zet hij ons onder druk om die vooruitgang te
zoeken.
- Britt: Ik praat anders wel met hem. Mij moet hij niet
proberen onder druk zetten hoor. Ik ben tenslotte ook commissaris.
- Mere Britt : Het komt denk ik door dat hij eigenlijk zelf
aan het speuren wild.
- Merel : Dat mag wel, maar reageer dat niet op ons af.
- Britt : Het zal wel goed komen denk ik.
- Merel : Ik hoop het ook.
- Britt : A, ze gaan haar naar het ziekenhuis brengen, zullen
wij binnen rijden, hier kunnen wij toch niets meer doen, de auto word naar
het labo gebracht om te kijken of ze nog wat kunnen vinden van sporen.l: Ja,
dat is wel handig!
- Merel: Ja, dat is goed.
- Britt, Merel, Nick en Bruno gaan dan maar terug naar het
commissariaat, waar een zenuwachtige commissaris Nauwelaerts op hen aan het
wachten is.
- Nauwelaerts: Ah, hier zijn jullie.
- Britt: Euh ja, wij komen van een zaak.
- Nauwelaerts: Welke zaak?
- Britt: Wel ,van dat koppel dat werd aangereden. Ik heb het
daarstraks toch verteld vlak voor we vertrokken?!
- Nauwelaerts: Ah, ja, zou kunnen. (redelijk verstrooid)
- Britt : John, is er iets?
- John : Waar is Bruno?
- Britt : Die zou binnen rijden als alles daar is opgeruimd.
- John : Stuur hem naar mij toe als hij hier is.
- Britt : Ja zal ik doen.
-
- John verdwijnt dan naar zijn kantoor en Britt en Merel gaan
achter hun bureau zitten.
- Merel : Ik geloof dat er wat met zijn vrouw is.
- Britt : Ja, denk het hij wild daarom Bruno spreken.
- En net op dat moment komt Bruno aangelopen.
- Britt: Bruno, John roept je.
- Bruno: Waarvoor?
- Britt: Weet ik niet, maar hij ziet er net echt gelukkig
uit.
- Bruno: (diep uitademend) Dan zal ik maar eens naar zijn
bureau gaan zeker.
- Britt: Best.
- En Bruno klopt aan bij John.
- John: Binnen.
- Bruno: Je hebt mij geroepen?
- John : Ga maar zitten.
- Bruno : Is er wat met ma?
- John : We waren gister in het ziekenhuis, ze hebben haar
nog maar 3 maanden gegeven.
- Bruno : U bedoelt dat ze binnen drie maanden dood gaat?
- John : Ja.
- Bruno : Moet je dan net bij haar zijn?
- John : Dat wild ze niet en dat gaat niet. Ze wil zo lang
mogelijk gewoon doorleven. En zoveel vrije dagen kan ik niet opnemen.
- Bruno: maar dan neem ik enkele vrije dagen!
- John: Ik zou daar nog even mee wachten, zodat ze het een
beetje kan verwerken.
- Bruno: Maar...
- John: Ik denk dat dat het beste is.
- Bruno: Oke dan, maar ik zou graag volgende week een paar
vrije dagen hebben dan.
- John: Ja, voor mij is dat goed. Ik kan de moustache samen
laten werken met Nick hé.
- Bruno: Ha, laat de Nick ook maar es afzien.
- Er viel even een stilte...
- Bruno: Is het ook mogelijk dat ze nog langer leeft, of dat
ze vroeger sterft?
- John: Ik denk dat de kans dat ze vroeger sterft groter is
dan de kans dat ze langer leeft.
- Bruno : Kan je echt niet minder gaan werken om meer bij
haar te zijn?
- John : En de rest van het team dan?
- Bruno : Er zit anders nog een commissaris in dit team, en
Raymond kan er ook wel wat van.
- John : Ik zal met de zone chef overleggen, maar je moeder
wild niet dat ik de hele tijd bij haar blijf.
- Bruno : Maar je moet wel meer bij haar zijn, ik zal dat ook
doen.
- John : Ze is nu al blij hoe vaak je nu komt.
- Bruno : Ik heb me jaren gewoon aangesteld, dat had ik niet
moeten doen.
- John: Wat gebeurd is is gebeurd. Nu alleen nog denken aan
wat we nog kunnen doen.
- Bruno: Ja , maar neemt ze mij dat dan niet kwalijk?
- John: Dat weet ik niet ,ik denk het niet. Ze is veel te
blij dat je terug met haar contact opneemt.
- Bruno : Maar ik neem het mezelf wel kwalijk.
- John : Je hebt het nu goed gemaakt, je moet daar niet mee
blijven leven, probeer het nu fijn met haar te hebben, dadelijk kan dat niet
meer.
- Bruno : Je hebt gelijk, maar ik zal toch nog iets vaker
langs komen.
- John : Maar, laat dat niet te goed merken alsjeblieft.
- Bruno : Ik begrijp het, ze wild niet zielig gevonden
worden.
- John: Ik denk het.
- Bruno: Ik ga alleszinds vanavond es naar haar toe. Is ze
thuis?
- John: Ik denk het wel, maar bel haar eens.
- Bruno: Zal ik doen.
- John: Enfin ja, dat wou ik je toch vertellen.
- Bruno: Bedankt. Dan ga ik nu maar terug aan het werk.
- Bruno loopt dan het teamlokaal weer in en gaat naar Britt.
-
- Britt : Gaat het?
- Bruno : Ja, maar zou jij zo nu een dan van John over kunne
nemen, het gaat niet zo goed met mijn moeder, en dan kan hij wat meer bij
haar zijn.
- Britt : Natuurlijk, maar waarom vraagt hij dat zelf niet?
- Bruno : Omdat hij ook wel wild blijven werken, ik denk dat
hij ook aan het idee moet wennen, en dat hij toch nog iets heeft om er even
niet aan te denken.
- Britt : Dus ik mag niet laten merken dat jij wat heb gezecht?
- Bruno : Ja dat is goed.
- Merel : Nick heeft ons al gebrieft.
- Bruno : Kunnen wij nog wat doen?
- Merel: Momenteel denk ik van niet.
- Bruno: Dan ga ik vragen aan John of ik naar huis mag.
- Britt knikt.
- Bruno gaat naar John's kantoor en Merel kijkt Britt aan.
- Merel: Waarom wil hij naar huis?
- Britt: Iets met z'n moeder.
- Merel: Ow.
-
- Bruno: commissarit, zou ik aub naar huis mogen? Ik kan
momenteel toch niets doen met de zaak.
- John : Ja dat mag wel. Maar Bruno doe dit niet te vaak, je
moet wel uren overhouden, ook voor jezelf.
- Bruno : Ik zal er op letten.
- John : Ga dan maar.
- En Bruno verlaat John's kantoor.
- Bruno: Raymond, als er een zaak is verwittig maar hé. Ik
ben naar huis.
- Raymond: Oké, zal ik doen.
-
- Dan vertrekt Bruno maar naar z'n ma.
- Merel : Wat gaan we nu doen Britt?
- Britt : Alles op papier zetten, en dan maar hopen dat de
dader zich zelf meld.
- Merel : Geloof jij in sprookjes?
- Britt : Nee, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.
- Merel : Nou, ik hoop op een beschrijving van die auto al
geloof ik daar ook niet in.
- Als het papierwerk gedaan is...
- Britt: Merel, ga je seffens mee naar de Combi ?
- Merel: Euh, ja dat is goed.
- Britt: Ik ga snel nog even John briefen en dan kunnen we
vertrekken.
-
- Als Britt terugkomt van John is Matijs plots daar.
- Merel : Matijs, mag ik je feliciteren?
- Matijs : Ja, ik heb een Dochter, we hebben haar Dorien
genoemd.
- Britt : Net als mijn dochter, gefeliciteerd, hoe gaat het
met uw vrouw?
- Matijs : Karin is nog moe, maar het gaat voor de rest goed
met haar, alleen wat kneuzingen.
- Britt: Gelukkig is het niet erger dan dat.
- Matijs: Ja, inderdaad, maar het had wel veel erger kunnen
zijn. Ik hoop dat jullie zie sm**rl*p vinden.
- Britt: Wij zullen ons best doen, maar we hebben niet echt
veel. Dus het zal heel moeilijk worden.
- Matijs: Ik heb is goed nagedacht en ik herinner mij dat er
een man achter het stuur zat. Hij was kaal.
- Britt : Was hij oud?
- Matijs : Nee maar ook niet jong.
- Merel : Een jaar of 35 40?
- Matijs : Ja denk het, maar het ging zo snel.
- Britt : En die auto weet u dat nog?
- Matijs : Een grijze jeep, ik dacht Tota, maar ben daar niet
zeker van.
- Britt: En heb je toevallig iets van de nummerplaat gezien?
- Matijs: Pff, ik denk dat de letters ROB waren, maar het
ging snel, dus ik ben daar helemaal niet zeker van.
- Britt: ROB, we zoeken het wel op.
- Merel: Moest er nog iets zijn dat jij of je vrouw zich
herinneren kan je ons altijd bereiken op dit nummer. Of je kan altijd naar
hier komen.
- Merel geeft een kaartje met de telefoonnummers aan Matijs.
- Matijs: Oké, zal ik doen.
- Wanneer Matijs weg is komt John naar hun toe.
- John : Hoe staan jullie met de zaak?
- Britt : We weten dat het een grijze Jeep is, waarschijnlijk
een Tojota mat als het goed is in het kenteken ROB.
- Merel : Achter het stuur zat een kale man van ongeveer 35 a
40 jaar.
- John : Oke.
-
- Merel : Zou het Labo ook nog naar versporen kijken?
- Britt : Ja, misschien vinden we hem zo nog sneller, maar ik
denk dat we al een eindje komen.
- John: Oké, begin dan eerst maar te kijken welke wagens al
geschrapt kunnen worden.
- Britt: Je, dat gingen we net doen.
-
- Britt en Merel gaan naar de computer en tikken de gegevens
in. En uiteindelijk hebben ze het resultaat...
- Britt: Bwa, ik had gedacht dat het er meer gingen zijn,
maar het is nog onmogelijk om ze allemaal te ondervragen. Of we zitten tot
de volgende flikkendag nog steeds bezig.
- Merel : Zal een klus worden om ze allemaal hier te krijgen.
- Britt : Hoezo?
- Je heb alle franse nummerplaten nagetrokken.
- Britt : Hoe komt die ineens op Frankrijk te staan?
- Merel : Iemand zeker nodig gehad.
- Britt : Kunnen we weer opnieuw beginnen.
- Merel : Maar het kan nooit meer zoveel zijn, en dan halen
we gewoon alle andere gekleurde auto's er tussenuit, scheelt ook een
heleboel.
- Britt: Oké, we beginnen opnieuw!
- En Britt tikt de gegevens weer in.
- Britt: En enter !
- Merel: Lap zeg, de lijst is bijna dubbel zo groot! (onthoogeld)
- Britt: Ja, maar we kunnen er misschien nog een selectie uit
maken. Er zitten nog gekleurde wagens bij. We weten nog niet wat het rapport
zal zeggen, maar als de wagen overschildert is dan kunnen we er toch al veel
schrappen terug.
- Merel: Ja, dat is wel waar. Wanneer zouden we dat rapport
krijgen?
- Britt: Normaal morgen.
- Merel : Zullen we alvast maar gaan strepen, misschien
willen de mannen ook wel gaan helpen.
- Britt : Ja dat is goed, maar ik begrijp niet dat er zoveel
uitkomen, dat gebeurd nooit.
- Merel : Er zal toch geen fout in het systeem zitten?
- Britt : Laten we het niet hopen.
- Merel: Dat kan toch ook bijna niet? Ze kijken dit programma
dikwijls na.
- Britt: Ja, dat is waar. We zullen wel juist zitten.
- Britt en Merel gaan naar de Bruno en Nick en geven een blad
aan hen.
- Bruno: Wat moeten wij daarmee?
- Britt: Ondervragen.
- Bruno: Allemaal?
- Britt: Ja, tot we het rapport hebben.
- (Bruno is bij zijn moeder, dus doen we Raymond en Pasmans)
-
- Raymond : Is het niet slimmer om eerst de mens te
ondervragen die in de buurt van Gent wonen?
- Pasmans : Ja, ik heb ook niet echt zin om dit te doen, het
is aan de ander kant van België.
- Britt : Ja, dat hebben we nog niet uitgezocht, mogen jullie
doen, we gaan van Gent naar verder.
- Raymond : Ja en sorteer in het vervolg op plaats en niet op
kenteken, dat is veel makkelijker. (knorrig)
- Raymond neemt z'n jas , die aan zijn stoel hangt.
- Raymond: Pasmans! Kom jong. Anders zijn we binnen een jaar
nog niet klaar!
- Pasmans: Ja, ik kom.
- Raymond en pasmans vertrekken met de wagen.
-
- Merel: Die was niet echt content.
- Britt : Hij had ook wel een beetje gelijk.
- Merel : Zullen wij ook maar eens gaan.
- Nick : Kan ik niets doen?
- Britt : Ja, hier licht nog wel een lijst, dus ga je gang.
- Merel : Ga je dat alleen doen dan?
- Nick: Tjah, Er zal niets ander onders opzitten zeker?!
Iedereen is weg.
- Merel: Vraag misschien of John wil meegaan.
- Nick: Bwah nee, ik doe het wel alleen.
- En Nick neemt z'n grief en vertrekt.
-
- 5 Minuten later gaat Britt's Gsm af.
- Britt: Ja Raymond?
- Raymond: Ik denk dat we een mogelijke wagen hebben
gevonden.
- Britt : Zo snel al?
- Raymond : Er zit het een en ander aan wat beschadigt is en
ik denk dat we hem dus hebben.
- Britt : Neem de bestuurder maar mee naar het commissariaat.
- Raymond : Er is niemand thuis.
- Britt : Wacht dan tot hij thuis komt.
- Raymond: Britt! Die mensen kunnen evengoed gaan werken
zijn! Ik ga wel niet mijn tijd verdoen en hier nog uren staan wachten hoor.
- Britt: (een beetje geschrokken) Oké dan, ga dan later eens
terug.
- En op dat moment komt er iemand thuis...
-
- Raymond: Euhm, ja, dat zal niet meer nodig zijn, denk ik.
- Britt: Hoezo?
- Raymond: Er komt hier niet iemand thuis...
- Britt : Oke, dan rijden wij alvast binnen.
-
- Raymond en Pasmans lopen op de vrouw af die net het huis in
wild gaan.
- Raymond : Raymond Jacobs, Wilfried Pasmans, politie Gent,
zouden wij u enkele vragen kunnen stellen?
- Vrouw : Ja.
- Raymond : Van wie is die auto?
- Vrouw: Euh van mijn man. (nogal twijfelachtig)
- Raymond: Rijd u veel met deze auto?
- Vrouw: Bijna nooit, mijn man heeft hem bijna altijd nodig
voor z'n werk.
- Raymond: Mogen wij even uw naam weten?
- Vrouw: Mijn naam is Ruth.
- Raymond: Oké Ruth, zouden wij u nog enkele vragen mogen
stellen?
- Ruth: Ja, maar waar gaat het over?
- Raymond: Dat mogen wij nog niet zeggen.
- Pasmans: Wie reed er de laatste dagen met deze wagen? En
wie gisteren?
- Ruth: Mijn man , waarom?
- Pasmans: Heeft u deze bluts al gezien in uw wagen?
- Ruth: Ja, mijn man gaat de auto morgen in de garage doen.
- Raymond: Dat zal nog even moeten wachten vrees ik.
- Vrouw : Waarom?
- Pasmans : Waar was uw man deze ochtend?
- Vrouw : Weet ik niet, weg met de auto, hij kwam wat halen
thuis en heeft mijn auto mee genomen, hij kon daarmee niet naar die
belangrijke klant.
- Pasmans: Wat is uw man's job?
- Vrouw: Hij is verkoper bij een elektronicabedrijf.
- Raymond: Dus uw man reed met de auto dan.
- Vrouw: Ja, dat zeg ik toch.
- Pasmans: Dan is het uw man dat we moeten vinden. Weet u
waar hij is op het moment?
- Vrouw: Op zijn werk normaal.
- Pasmans : Zouden wij het adres van zijn werk mogen?
- Vrouw : Ik zal het even voor u opschrijven.
- Pasmans : Graag.
- De vrouw gaat een papiertje halen en schrijft het adres op.
- Vrouw: Alstublieft.
- Raymond: Dank u.
-
- Raymond (tegen Pasmans): Dat is wel een eindje hier
vandaan, Brussel Noord. Misschien sturen we er beter een team van Brussel
naartoe. Of we kunnen ook wachten tot hij thuiskomt.
- Pasmans: We zullen Britt bellen en vragen hoe we dat best
oplossen.
-
- Pasmans: Wanneer komt u man thuis?
- Vrouw: Dat hangt van dag tot dag af. Het is te zien hoeveel
werk hij heeft.
- Pasmans: Oké bedankt.
- Raymond belt ondertussen naar Britt.
- Raymond: Britt, die man werkt in Brussel Noord. Sturen we
er mensen van daar naartoe of wachten we tot ze thuis zijn?
- Britt: Euhm, wacht maar tot hij terug komt. Jullie kunnen
misschien beter eerst naar hier komen, want we hebben een 2de zaak.
- Raymond: Oké, we zullen straks nog eens terugkomen naar
hier. We komen.
- Britt: Tot sebiet.
- Raymond en Pasmans nemen afscheid van de vrouw en gaan
richting het commissariaat.
-
- Britt : Wat heeft de moeder verteld?
- Merel : Haar dochter zou bij een vriendinnetje slapen, maar
dat had ze dus niet gedaan. Ze maakte zich ongerust toen ze niet uit school
kwam en ze was daar ook niet geweest.
- Britt : Geeft je haar signalement door?
- Merel ga ik doen.
- Nick : Moeten we Bruno niet informeren, we mochten hem
bellen als we hem nodig hebben, en een verdwijning is belangrijk.
- Britt : Ik wil nog even wachten alleen als we hem echt
nodig hebben, maar nu zitten we toch nog vast met die vluchtmisdrijf.
- Merel: Ja dat is waar.
- Britt: We zullen eerst eens naar het huis gaan waar dat
kind woont en de ouders ondervragen. Het is belangrijk dat we zo veel
mogelijk details weten. Hier is het adres, even opzoeken waar dat is.
- Merel: Ik weet dat zijn. Het is niet zo ver van hier.
- Britt: Ah oké, dan zijn we weg.
- Britt en Merel vertrekken en 5 minuten later komen Raymond
en Pasmans aan. Ze vinden Britt en Merel niet.
- Pasmans: Carla, weet jij waar Britt en Merel zijn?
- Carla: Die zijn weg voor het nieuwe onderzoek , dacht ik.
- Raymond: Ah. Ja lap, nu laten die ons terugkomen en zijn ze
er niet!
- Pasmans: Kom, we wachten wel tot ze terug zijn en tegen die
tijd kunnen we bureauwerk doen.
- Wanneer de twee mannen een kwartier aan het werk zijn komt
Nick binnen.
- Raymond : Wat is die andere zaak?
- Nick : Verdwijning, maar hebben jullie onze verdachte al
nagetrokken?
- Pasmans : Nee.
- Nick : Mag ik zijn gegevens, dan zal ik dat wel even doen.
- Raymond: Hier.
- En Raymond geeft Nick een blad dat Pasmans bij de
ondervraging van de vrouw heeft gemaakt.
- Nick: Bedankt. Ik ga straks nog wel even met Bruno kijken
of hij thuis is.
- Raymond: Oké.
- En Nick zet zich aan zijn bureau.
- Raymond: (tegen Pasmans) Waarom is die zo goed gezind dat
hij ons werk wil doen?
- Pasmans: Geen flauw idee.
- Raymond : Misschien kan hij eindelijk weer eens aan een
andere vrouw denken.
- Pasmans : Ik hoop het echt voor hem.
-
- Nick : Raymond.
- Raymond : Wat is er Nick?
- Nick : Weet je dat die man geen rijbewijs meer heeft.
- Raymond : Afgepakt?
- Nick : Ik denk dat hij voorlopig niet meer thuis komt.
- Pasmans : Dat verklaart ook waarom hij door reed.
- Nick: Volgens mij is het best dat de Brusselse politie hem
oppikt en aan ons overlevert.
- Pasmans: Ik zal hen bellen, ga jij Britt inlichten?
- Nick: Geen probleem.
-
- Pasmans belt naar de Brusselse politie , die hem zullen
oppikken, en Nick brengt Britt op de hoogte.
- Britt: We kunnen alleen maar wachten tot ze hem hebben
opgepakt.
- Nick : Ik hoop eigenlijk dat hij nog in Brussel op zijn
werk is.
- Britt : Dat hoop ik zeker, zijn vrouw kan natuurlijk hebben
gebeld. Anders pikken jullie haar ook maar even op, als hij niet op zijn
werk is, ma zij misschien vertellen waar hij dan wel is.
- Nick : We zullen eerst afwachten tot we nieuws hebben van
Brussel en dan zien we wel of hij op z'n werk is of niet. Als hij er niet is
zullen we zijn vrouw oppakken.
- Britt: Oké, dat is goed. Tot straks
- Nick: Ja, tot sebiet.
-
- Pasmans : Wat zij Britt?
- Nick: Dat we moeten wachten tot we nieuws hebben van
Brussel.
- Pasmans : Ze zouden meteen iemand sturen en gelijk bellen
als ze hem wel of niet hadden.
- Raymond : Laten we hopen dat onze collega's een beetje snel
zijn.
- Nick : dat is zeker te hopen.
-
- Pasmans : Raymond we gaan die vrouw ophalen, hij was niet
meer op zijn werk, en ze konden ook niet vertellen waar hij uit hing, hij
had vrijaf genomen.
- Raymond : Nick, zou jij hem als gezocht willen opgeven en
de vrouwen verwittigen?
- Nick : Komt in orde.
- Nick verwittigd snel alle centrales dat ze moeten uitkijken
voor de man.
-
- Bruno is ondertussen aangekomen op z'n bureau.
- Nick: Ah Bruno, hoe was het?
- Bruno: Bwah. Ik zal het later wel allemaal vertellen.
- Nick: Oké. Zeg , heb je zin om patrouille te rijden? We
zoeken die man die dat ongeval heeft verookzaakt met dat koppel dat moest
bevallen.
- Bruno : Waar is hij ongeveer?
- Nick : Geen enkel Idee, maar dat hij niet graag bij ons
wild komen is duidelijk.
- Bruno : Een speld in een hooiberg zoeken dus.
- Nick : Ja zo kan je het wel zeggen.
- Bruno : Laten we dan maar eens gaan.
- Nick: We kunnen ondertussen ook eens naar het ziekenhuis
gaan en kijken hoe het met doe vrouw is.
- Bruno: Ja, mij goed.
- Bruno en Nick vertrekken met de moto en 5 minuten later
komen Britt en Merel terug.
- Britt : Laten we maar even alles op papier gaan zetten,
want we moetten toch op de mannen wachten.
- Merel : Kunnen we die twee zaken gewoon niet splitsen, dit
is echt niets twee zaken door elkaar heen draaien.
- Britt : Moeten we zo maar even overleggen.
- Merel : Ja goed.
- Pasmans : Niemand thuis en nu?
- Raymond : De buren maar even proberen?
- Pasmans: Ik vrees dat dat niets gaat uithalen ,maar goed.
We zullen eens gaan kijken.
- Pasmans en Raymond gaan naar de buren en een vrouw opent de
deur.
- Raymond: Goededag, mogen wij u enkele vragen stellen?
- Vrouw: Euh ja, vraag maar.
- Pasmans: Heeft u vandaag uw buurman al gezien?
- Vrouw: Ja, toen hij deze morgen vertrok heb ik hem gezien.
- Raymond: En zei hij waar hij naartoe ging?
- Vrouw: Naar zijn werk zeker?
- Raymond: Heeft hij dat gezegd?
- Vrouw: Nee, maar hij vertrekt altijd om dat uur naar z'n
werk.
- Pasmans: Heeft u hem daarna nog gezien?
- Vrouw: Nee, ik niet, maar mijn zoon wel.
- Pasmans: Is uw zoon thuis?
- Vrouw: Ja, ik roep hem even. Mag ik weten waarom jullie me
deze vragen stellen?
- Raymond: Dat kunnen wij op het ogenblik nog niet vertellen,
sorry.
- Vrouw: Oké. Stefaan! Kom eens even naar beneden!
- Stefaan: Ja ma, ik kom.
- En Stefaan komt inderdaad de trap af.
- Vrouw: Deze heren zijn van de politie en willen es iets
vragen.
- Stefaan: Ik heb toch niets misdaan?!
- Raymond: Neenee, het gaat over uw buurman.
- Stefaan: Mijn buurman?
- Pasmans: Ja, heeft u hem gezien vandaag?
- Stefaan: Ja, deze middag is hij naar huis gekomen.
- Pasmans: En heeft u gezien wat hij kwam doen thuis?
- Stefaan: Nee, niet echt. Hij is maar 5 minuten naar binnen
geweest.
- Pasmans : Is hij dan alleen vertrokken?
- Stefaan : Met de auto van zijn vrouw.
- Pasmans : heb je de buurvrouw nog weg zien gaan?
- Stefaan : Een halfuur geleden is ze door een taxi
opgehaald, ze had twee koffer bij zich.
- Pasmans : Heeft ze nog gezegd waar ze naartoe ging?
- Stefaan : Nee, ze heeft niet eens gevraagd of wij de katten
wilden eten geven en voor de planten en de post wilde zorgen.
- Raymond : Denk je misschien te weten waar ze naartoe zijn?
- Stefan: Nee, ik heb geen flauw idee. Misschien naar
vrienden, ik weet het niet.
- Pasman: Oké, bedankt. Moest je nog iets te binnen schieten
of moest je hem zien kan je ons altijd hier bereiken.
- En Pasmans geeft een kaartje met zijn telefoonnummer op.
- Stefaan: Oké.
-
- Pasmans: Volgens mij is die vrouw gewoon koffers gaan
brengen naar haar man en komt zij nog wel terug.
- raymond: Ja, anders zou ze toch niet alles hier in de steek
laten.
- Pasmans: Ik denk dat we beter een observatieploeg plaatsen.
- Raymond : Ik zal wel bellen.
- Pasmans : Vraag anders gelijk if er met Vtax gebeld kan
worden, zij kunnen ons vertellen waar ze is afgezet.
- Raymond : Zal ik doen.
- Raymond : Er komt dadelijk een burgerwagen ons aflossen.
- Pasmans : Wat gaan wij dan doen?
- Raymond : In de richting rijden waar de taxi haar heeft
afgezet als we daar antwoord op hebben.
- Pasmans: Oké. ... Hoe is het met Jonas?
- Raymond: Goed! Hij gaat heel graag naar school.
- Pasmans: Hij kan misschien nog zo slim worden als zijn
grootvader!
- Raymond: Onmogelijk
- Plots gaat Pasmans' Gsm af...
- Pasmans: Hallo?
- Britt : Ik heb gebeld naar Vtax en ze is op het vliegveld
in Brussel afgezet.
- Pasmans : Heb je de luchthaven politie al verwittigt?
- Britt : Heb ik meteen gedaan, ze hebben ze opgepakt, en
worden nu door de lokale politie van Brussel naar het commissariaat
gebracht, jullie kunnen dus binnen rijden.
- Pasmans : Bedankt Britt, we komen er aan.
- Pasmans en Raymond kruipen in de auto en vertrekken naar
het commissariaat.
- Daar aangekomen zien ze de vrouw binnenkomen met 2 agenten.
- Raymond: Bedankt om haar zo snel naar hier te kunnen
brengen.
- Agent: Graag gedaan.
- Raymond: Wij zullen het wel van hier overnemen hoor.
- Agent: Oké.
-
- Raymond en Pasmans nemen de vrouw mee naar boven en laten
haar in de verhookamer zitten.
- Nick en Bruno die ook gearriveerd waren gingen met de man
naar verhoor 2 toe.
-
- Pasmans : Vakantieplannen?
- Vrouw : Mag dat dan niet meneer de agent?
- Pasmans : Ja, maar wel verdacht, wij komen op bezoek en
even laten gaat u ineens met uw man op vakantie, de beuren vonden het ook al
raar dat ze niet voor de kat en de planten moesten zorgen.
- Vrouw: Ik moet toch niet alles aan mijn buren vragen?
- Raymond: En wie ging er de kat dan eten en drinken geven?
- Vrouw: Mijn ouders.
- Raymond: Mogen wij het telefoonnummer van uw ouders? Wij
zullen dat eens natrekken.
- Vrouw: Euh ja euh... Ik moest het hen nog vragen.
- Raymond : Dan was het wel een hele vlug geplande vakantie,
waarom zo ineens?
- Vrouw : Mag dat dan niet?
- Raymond : Heeft dat niet toevallig met ons bezoekje van
vanochtend te maken dat u en uw man ineens op vakantie gaan?
- Vrouw: Waarom zou dat zo zijn?
- Raymond: Omdat wij op zoek zijn naar u man.
- Vrouw: Nee, het was niet daarom. We waren al een tijdje van
plan om op reis te gaan.
- Pasmans: Mevrouw, gaat u nu blijven met ons voeten spelen?
- Vrouw: Nee! Ik speel niet met jullie voeten.
- Raymond: En waar zouden u en u man naartoe gaan?
- Vrouw: We zouden een last minute nemen naar Tenerife.
- Raymond: Heeft u dat ticket al besteld?
- Vrouw: Nee.
- Pasmans: Hoe denk je dat je dan zo inneens te kunnen
vertrekken?
- En de vrouw zweeg even.
- Raymond: Waar is uw man nu?
- (haar man zit in verhoor 2 bij Nick en Bruno)
-
- Raymond : We zullen het zo aan onze collega's gaan vragen,
die zijn met uw man aan het praten.
- Vrouw : Die zal het zelfde zeggen.
- Pasmans : Dat zullen we zo wel horen, u kan nog wel
eventjes wachten, is het niet?
-
- Raymond en Pasmans gaan naar Nick en Bruno.
- Raymond: Bruno, Nick, kom eens.
- Bruno en Nick gaan naar de gang.
- Nick: Ja?
- Raymond: Wat heeft de man al verteld?
- Nick: Hij lost niet zo veel.
- Pasmans: Heeft hij ook verteld dat ze op reis zouden gaan?
- Nick: Ja, hij zei dat ze naar Tenerife zouden gaan.
- Raymond: Dan zou dat kunnen kloppen.
- Pasmans: Heeft hij verteld of ze een last-minute gingen
nemen?
- Nick : Ja, dat heeft hij ook gezegd.
- Raymond : En dat ongeluk?
- Nick : Hij wild helemaal niets meer zeggen.
- Raymond : En dat maakt hem noch verdachter.
- Pasmans: Eigenlijk zitten wij ook met dat probleem. Die
vrouw lost ook niet echt veel en wat ze lost , daar twijfelen we aan. Het
klinkt nogal ongeloofwaardig.
- Nick: Blijven ondervragen tot ze meer vertellen, zou ik
zeggen.
- Bruno: Ja, we zijn zeker dat het die man is geweest.
- Raymond : We kunnen ook nog het slachtoffer hier laten
komen.
- Nick : Goed idee Raymond, wij gaan nog even met hem praten.
- Raymond : Ik vraag of de vrouwen het willen doen, zij
hebben al eerder met hem gepraat.
- Nick : Voor mij is het goed.
-
- Raymond : Britt of Merel, willen jullie aan het slachtoffer
gaan vragen of hij hier wilt komen?
- Britt : Kan je dat zelf niet doen, wij zijn bezig met die
verdwijning bezig.
- Raymond: Wij zijn die man en die vrouw aan het verhoren.
Maar goed... Toch bedankt voor de hulp.
- En Raymond loopt weg.
- Raymond: Kom Pasmans, we gaan om het slachtoffer.
- Pasmans: Ah, zouden Britt en Merel dat niet doen?
- Raymond: Nee, ze hebben het te druk met de tweede zaak
zeggen ze.
- Pasmans : Een verdwijning is toch ook belangrijk.
- Raymond : Ja dat weet ik wel.
- Pasmans : Laten we hem maar gaan ophalen, die vrouw lost
toch niets.
- Raymond : Oke, ik hoop dat hij hem gewoon herkent dan staan
we strek.
- Pasmans: Ja, anders kunnen we het wel vergeten als die 2
hier niets lossen.
- Raymond: En we kunnen ze maar 24 uur vasthouden als we geen
bewijs hebben.
- Pasmans: Kom, we halen die man op.
- Pasmans en Raymond gaan met de wagen naar het huis waar de
man woont, maar er is niemand thuis.
- Raymond: Hij zit misschien in het ziekenhuis.
- Pasmans: Ja, zou best kunnen.
- Dus nemen ze de wagen en gaan naar het Sint Lucas.
- Natuurlijk is hij daar bij zijn vrouw en dochter. Ze leggen
uit wat er aan de hand is en hij wild dan wel mee komen.
-
- Britt : Zullen we maar met die vrienden gaan praten,
misschien weten die meer.
- Merel : Ik hoop dat ze gewoon bij een van hun is en dat ze
niets heeft door gegeven.
- Britt : Ja, dat hoop ik ook.
- Merel en Britt vertrekken en John komt binnen.
- John: Carla, waar is iedereen?
- Carla: Britt en Merel zijn net vertrokken om de buurt van
dat vermiste kind te ondervragen. Euh Pasmans en Raymond zijn naar het
ziekenhuis achter dat slachtoffer van dat autoongeluk.
- John: En Nick en Bruno?
- Carla: Die zijn in de verhoorkamer de verdachte aan het
ondervragen.
- John: Oké, bedankt.
-
- Britt en Merel zijn ondertussen aangekomen en gaan naar de
buren.
- Maar van de beuren word ze niet veel wijzer, daarom gaan ze
nu langs bij wat vrienden en vriendinnen in de hoop dat er een paar thuis
zijn.
-
- Raymond : Meneer herkent u die man?
- Matijs : Het ging snel, maar ik denk dat het nummer 3 is.
- Pasmans : Bent u zeker?
- Matijs : Niet voor 100%.
- Raymond : Heel erg bedankt meneer.
- Matijs: Mag ik nu terug naar mijn vrouw?
- Raymond: Ja , natuurlijk. Nog wel even uw handtekening
plaatsen aub.
- Raymond had al een pv gemaakt voor moest Matijs de man
herkennen. Dit moest nog ondertekend worden om het officieel te maken.
- Matijs: Voilà
- Raymond: Bedankt.
- De man vertrok terug naar z'n vrouw en Raymond en Pasmans
gingen de man ondervragen.
- Pasmans: Is het goed als wij verderdoen met de man?
- Nick: Pff ja, hij lost toch niets en het is vreselijk
frustrerend.
- Pasmans : Dan kunnen we de frustratie delen.
- Nick : Best.
-
- Pasmans : Meneer, zou u ons al iets willen vertellen?
- De man blijft zwijgen.
- Pasmans : Het is duidelijk dat hij ons iets verzwijgt.
- Man : Ik heb zwijgrecht.
- Raymond : Dat heeft u, maar zal ik u vertellen dat u net
bent aangewezen als de bestuurder van de wagen die vluchtmisdrijf heeft
gepleegd.
- Man: ik heb daar niets mee te maken.
- Pasmans: Oh nee? Wij hebben een verklaring dat jij achter
het stuur zat.
- Raymond: En zolang je blijft zwijgen ziet het er slecht uit
voor je.
- Man: Maar wat moet ik dan bekennen?
- Raymond: Dat je die wagen hebt aangereden!
- Man: Oké, ik heb die wagen aangereden, nu goed?
- Raymond: Nee, het is niet goed! Er zat een zwangere vrouw
in die naar het ziekenhuis onderweg was om te bevallen. U hebt verschillende
levens in gevaar gebracht, weet u dat?
- Pasmans: En dan nog es vluchtmisdrijf plegen!
- Man : Maakt het uit dat iemand vluchtmisdrijf pleegt als er
een hoogzwangere vrouw bij is of niet?
- Raymond : De jury zal het een verschil vinden.
- Pasmans : U heeft ook geen hulpverleend, maar bent gelijk
doorgereden.
- Raymond: En als u zo onbeleefd blijft zal ik er persoonlijk
voor zorgen dat die straf veel erger zal zijn!
- En de man draaide even met zijn ogen.
- Raymond: Wij gaan nu een pv opmaken die u straks moet
ondertekenen.
- Man: Een pv, waarover?
- Raymond: Dat u bekend hebt dat u die auto heeft aangereden.
- Man : Jullie luizen me er in, ik onderteken het niet.
- Raymond : Dan zal het sporenonderzoek het wel bewijzen, er
zijn verfresten van uw auto op de auto van het lachtoffer gekomen en
andersom.
- Man : Oke, ik beken.
-
- Britt : En hebben jullie je zaak opgelost?
- Raymond : Ja helemaal, moeten we jullie nog helpen?
- Britt : Nee, ze is terecht, bij haar vriendje blijven
logeren.
- Pasmans : Gelukkig.
- Merel : Ja, maar ik had liever dat je dan zegt dat je gaat
logeren, het scheelt veel werk.
-
- Einde.
-
- Vervolgverhaal van tweety's toffe flikkensite.
-
|