De oppas
Moeder : Je mag vanmiddag weer naar Bard toe, je vader en ik moeten naar een vergadering.
Stefan : Mag ik niet bij Jordy spelen?
Moeder : Ik heb het met Bard afgesproken.
Stefan : oke.
Stefan was de rest van de weg naar school stil, hij zat te denken wat Bard nu weer ging doen, hij deed hem wel vaker pijn, maar hij mocht het tegen niemand zeggen wand anders zou Bard hem vermoorden.
Stefan: Mag ik echt niet bij Jordy ma?
Moeder: Nee Stefan, ik heb nu al afgesproken met Bard.
Toen ze aan school aangekomen waren stapte hij direct uit zonder daag te zeggen tegen zijn moeder. Zijn dag was wel verpest nu hij naar Bard moest.
Britt zette de kinderen af bij school en rijd dan naar het commissariaat. Daar zijn alleen Raymond en Pasmans de andere mannen hebben vrij en het is nog wachten tot haar Partner komt, die is weer eens te laat. Britt besluit maar alvast aan haar PV's te beginnen.
Nadine: Britt, zou je me even kunnen briefen over de dagrapporten?
Britt: Euhm ja, geen probleem.
En Britt gaat naar het bureau van Nadine.
Britt: Er zit niet zo veel speciaals tussen vandaag. Een kleine overval in een superette deze nacht en een vrouw die is lastig gevallen. Dit is alles wat er na 12h is binnengekomen vandaag.
Nadine: Ah oké. Zou je dan iets voor mij willen doen?
Britt: Eu ja, zeg maar.
Nadine: Zou jij het vandaag en morgen van mij willen overnemen hier?
Britt: Geen probleem. Scheelt er iets toch?
Nadine: Pf, niets speciaals. Kleine ruzie, maar trek je er niet te veel van aan.
Britt: Oké
En dan komt haar partner binnen gewandeld.
Britt : Zo Sofie, de weg kunnen vinden?
Sofie : Sorry, de tijd vergeten.
Britt : Dat kan gebeuren.
Sofie : Hebben we al een zaak?
Britt : Nee, geen zaak.
Sofie : Jammer.
Britt : Vind ik niet, ik wil die stapel graag afhebben, ik heb echt geen zin om van de week over te werken omdat ik mijn PV's niet af heb.
Sofie : Ik heb alleen geen zin om de hele dag binnen te zitten.
Britt : Er zal best wel wat komen.
Juf : Stefan, wat is er met je, je let de hele les al niet op.
Stefan : Niets.
Zo lette hij de ganse dag niet op omdat hij wist dat hij naar Brad moest. Op het einde van de dag kwam de juf naar hem.
Juf: Wat scheelt er?
Stefan: Niets.
Juf: Waarom ben je dan zo stil vandaag?
Stefan: Ben ik stil geweest vandaag?
Juf: Oké niet dan...
Stefan: Ik moet weg.
Juf: Daag...
Stefan: Ja dag.
Bard : Hoi, Stefan ga je mee?
Stefan : Ik wil graag bij Jordy spelen.
Bard : Je moeder heeft gezegd dat je bij mij zou komen, ik heb er echt op gerekend.
Stefan : Ik ga wel mee.
Stefan stapt achter op de brommer bij Bard en zo rijden ze naar het huis van Bard. Stefan is blij dat hij de moeder van Bard ziet, die is altijd heel erg aardig voor hem.
Sofie : Waar is die zaak gebleven?
Britt : Sorry, maar ben wel klaar met mijn PV's.
Sofie : Dat is een geluk, wat wil je nu doen?
Britt : Vragen of ik naar huis mag, dan hoeft Live niet zolang op de kinderen te passen.
Sofie : Goed idee van je Britt.
Uiteindelijk vraagt Sofie of ze ook naar huis mag en het is voor beide geen probleem. Dus gaan ze naar huis.
Britt: Ik zie je morgen wel.
Sofie: Ja daag.
Britt komt thuis en maakt onmiddellijk het eten klaar.
Dorien en Simon zaten zoals gewoonlijk te spelen op hun kamer.
Die avond belt de moeder van Stefan of Stefan bij Bard mag blijven logeren omdat het heel laat gaat worden. Bard vindt dat goed en belooft Stefan ook naar school te brengen.
De volgende dag is Stefan niet op school en de jus krijgt thuis ook geen gehoor en belt dan naar de politie en Britt en Sofie worden op de zaak gezet. Ze gaan naar de school en dan gaan ze op aanraden van de juf naar Bard toe. De juf vertelde dat Stefan zich al een hele tijd zo anders gedraagt en zich al zorgen te maken.
Dus de dames gaan naar Bard om te kijken of Stefan daar was. Maar helaas, Stefan was daar niet.
Britt: Ik denk dat het beter is als we nog eens met de moeder praatten. Zij kan ons misschien wel meer vertellen.
Sofie: Ja, wie weet.
En ze gaan naar Stefan's moeder.
Moeder: Hebben jullie al iets van m'n zoon gehoord? Hebben jullie al sporen?
Britt: Nee, nog niet. Wij zijn bij Bard langs geweest, maar daar vinden we hem niet.
Moeder: Waar kan die nu zitten?
Moeder : Maar Bard heeft hem toch naar school gebracht.
Britt : Bard zegt dat hij hem op het schoolplein heef afgezet.
Moeder : Ik begrijp niet waar Stefan kan zijn.
Sofie : We hebben zijn signalement doorgegeven en hopen hem zo, zo snelmogelijk te vinden.
Stefan ligt in een hoekje te huilen, Bard heef hem vannacht weer zoveel pijn gedaan, het doe ongelofelijk veel pijn als hij gaat zitten en daarom durft hij niet naar school, de juf zou zeker vragen gaan stellen, wat moest hij zeggen, hij mocht niet vertellen dat Bard zijn pik in zijn billen had gedaan.
Daarom ging hij maar niet naar school.
Britt: Heb je enig idee waar je zoon veel rondhangt?
Moeder: Ja, op het plein hier een beetje verder gaat hij soms wel eens. En bij Jordy, das een vriend. Maar daar kan hij nu niet zitten want Jordy is naar school.
Britt: Dan gaan wij straks eens kijken naar dat plein en daar rondvragen of ze hem niet hebben gezien. Misschien levert dit wat op.
Moeder: Ik hoop zo dat hem niets is overkomen.
Sofie : Ik denk dat u niet van het ergste uit moet gaan.
Moeder : Maar waarom is hij dan niet op school?
Britt : Hij zal daar wel een rede voor hebben, hij komt wel terecht.
Britt en Sofie gaan nu in de buurt van het pleintje zoeken, maar daar vinden ze hem niet. Ze gaan nu toch maar in de richting van de school om daar in de buurt te kijken, maar ze weten niet waar hij ergens kan zitten.
Britt: Ik denk dat we toch beter nog eens naar die Bard gaan. Hij is wellicht de laatste die hem heeft gezien.
Sofie: Sja, maar die zit nu wel op school hé.
Britt: Dan halen we hem toch gewoon uit de les?
Sofie: Jah.
Britt: Oké, kom, we zijn weg.
En de dames vertrekken naar de school. Ze vragen aan de directeur in welke klas Bard zit en halen hem uit de klas.
Britt: Bard, zou jij ons kunnen vertellen waar Stefan is?
Bard: Nee, ik weet het niet.
Britt : Het is echt belangrijk, heb je echt geen idee waar hij kan zijn?
Bard : Nee, ik heb echt geen enkel idee.
Ondertussen op de ketelvaart zien Raymond en Pasmans een jongentje van een jaar of 10 lopen.
Pasmans : Wat doe die nu op straat?
Raymond : Geen idee, maar hij lijkt wel op de beschrijving van het jongetje wat Britt en Sofie zoeken.
Pasmans : Laten we het aan hem vragen.
De twee agente lopen op het jongentje af.
Raymond : Stefan?
Het jongentje draait zich om en kijkt naar Raymond.
Stefan : Hoe weet u dat ik zo heet?
Raymond: Omdat wij jouw zoeken.
Stefan: Wat?
Raymond: Ja, je ma is heel ongerust over je.
Stefan: Maar waarom?
Raymond : Omdat jij niet naar school bent gegaan vandaag en omdat wij je nergens konden vinden.
Stefan zei niets meer.
Pasmans: Kom, we nemen je mee.
En samen gaan ze naar de moeder van Stefan. Ondertussen belt Pasmans naar Britt om te zeggen dat Stefan terecht is.
Britt en Sofie gaan daarom naar het huis van Stefan. Het valt Pasmans op die naast Stefan zit dat hij heel ongemakkelijk zit en al helemaal niet stil.
Pasmans : Stefan, wat is er aan de hand?
Stefan : Niets.
Pasmans : Je zit zo te wiebelen.
Stefan : Er is echt niets
Pasmans wou niet aandringen dus zei verder niets meer over het wiebelen. Uiteindelijk komen ze bij hem thuis aan.
Moeder: Stefan! Waar heb je gezeten?
Stefan zweeg en zijn moeder omhelsde hem.
Moeder: Ik ben zo blij dat je terug bent!
Stefan: Ja mama, laat me nu maar los! (redelijk ongemakkelijk)
Zijn moeder keek eens raar naar hem.
Moeder: Wat is er met jou gebeurd?
Stefan: Niets!
En hij ging naar zijn kamer.
Stefan viel daar huilend op zijn bed. Ondertussen zijn Britt en Sofie ook gekomen.
Pasmans : Britt, het zit niet goed met die jongen, hij kon de hele weg niet stilzitten en toen zijn moeder hem omhelsde mocht dat ook niet.
Britt : Waar is hij nu?
Pasmans : Naar zijn kamer gerend.
Britt : Ik ga wel even alleen.
Britt loopt naar boven en gaat een kamer in en vind Stefan die licht te huilen.
Britt : Ik ben blij dat je gevonden bent, maar waarom was je weggelopen, je kan me het rustig vertellen ik zal niet boos worden en als je het wild hou ik het geheim.
Stefan keek haar even aan want hij vertrouwde het niet. Blijkbaar heeft Britt hem toch kunnen overtuigen en hij begon te praten.
Stefan: Ik ben bang van Bard!
Britt: Waarom dan? Heeft hij iets misdaan.
Stefan begon licht te wenen.
Stefan: Ja, hij heeft mij pijn gedaan.
Britt: Hoe bedoel je? Wat heeft hij gedaan toch?
Stefan : Dat mag ik niet vertellen.
Britt : Waarom mag je dat niet vertellen?
Stefan : Hij gaat me ander vermoorden.
Britt : En als ik je ga beschermen, wil je het dan vertellen?
Stefan : Kan u me dan beschermen?
Britt : Ja ik kan je beschermen, en dan kan ik er misschien ook voor zorgen dat hij naar de gevangenis moet.
Stefan : Echt waar?
Britt : Heel echt waar.
Stefan : Maar u mag het niet tegen mijn moeder zeggen.
Britt : Ik zal het niet tegen je moeder zeggen.
Stefan : Bard gaat met zijn pik in mijn billen, dat doet echt geel veel pijn.
Britt : Heeft hij dat vannacht ook gedaan?
Stefan : Ja, gister avond, een keer 's nachts en vanochtend, het doet heel veel pijn.
Britt : Heeft hij het al wel een vaker gedaan?
Stefan : Nog drie keer eerder, als we dan alleen waren dan deed hij het.
Britt : Het is goed als we even naar een dokter gaan in het ziekenhuis, ga je mee?
Stefan: Nee dat wil ik niet!
Britt: Gewoon om te kijken of er niets gekwetst is.
Stefan: Maar ik ga niet graag naar de dokter.
Britt: Geloof me, het is beter dat je gaat. Ze geven je misschien wel iets tegen de pijn.
Stefan: Mja, oké dan.
Britt: Kom maar mee met ons, wij zullen met je mee gaan.
Stefan: En mama ?
Britt: Vind jij het goed als je mama mee gaat?
Stefan: Ja, mama moet bij mij blijven.
Britt: Dan gaat je mama mee. Kom , we gaan naar beneden.
Stefan die de hele tijd op zijn buik op bed heeft gelegen staat nu op en loopt met Britt mee naar beneden en laat beneden met een blik aan Sofie duidelijk dat het niet goed is.
Britt : We moeten even naar het ziekenhuis, gaat u ook mee mevrouw?
Moeder : Natuurlijk, maar wat is er?
Britt : Ik heb Stefan beloofd niets te vertellen.
Moeder: Maar ik ben zijn moeder , ik heb het recht om te weten wat er met mijn zoon is gebeurd!
Britt doet teken dat ze het nog wel zal te weten komen, terwijl Stefan het niet ziet.
Moeder: Oké dan, dan gaan we naar het ziekenhuis hé.
En ze vertrekken naar het ziekenhuis waar de dokter Stefan grondig onderzoekt.
De dokter geeft na het onderzoek een pijnstillen aan Stefan en verteld aan Britt, Sofie en de moeder dat de Anus van Stefan van binnen blauw en dikker is en dat de moeder hem met een zalfje moet insmeren, voor de rest heeft hij niets gevonden, maar wild hij nog wel het bloed van Stefan laten prikken. Het begint nu ook tot de moeder door te dringen wat er met haar zoon is gebeurd.
Wanneer ze weer in de auto zitten.
Britt : Stefan, durf je het echt niet aan je moeder te vertellen, wand dan kunne we hem straffen.
Stefan : Gaat Bard dan naar de gevangenis?
Britt : Ja, dan gaat Bard naar de gevangenis.
Stefan: Bard heeft mij pijn gedaan!
Moeder: Sssst, kom hier.
En Stefan ging bij zijn moeder en begon te wenen.
Moeder: We gaan ervoor zorgen dat hij gestraft wordt oké?
Stefan knikte.
Britt: Komen jullie mee naar het commissariaat? Dan kunnen we een aanklacht indienen.
Moeder: Ja, das goed.
Stefan: Moet ik dan niet meer naar school vandaag?
Moeder: Nee hoor. Je mag bij mij blijven.
Op het commissariaat moet Stefan het hele verhaal vertellen hoe het is begonnen. In het begin had Stefan nooit wat gedaan, maar het was pas de laatste maand dat hij dit deed. Britt en Sofie begrijpen hieruit dat Bard eerst het vertouwen van het kind en zijn ouders wilde winnen en zo het kind goed kunnen intimideren.
En zo vertelde Stefan verder.
Stefan: Bard nam een touw en plakband en bond me vast. Ik kon niet meer bewegen. En toen deed hij mij ongelofelijk pijn door zijn pik in mijn billen te steken.
Stefan, die blijkbaar nog veel verdriet had, kroop bij zijn moeder en begon weer te huilen.
Moeder: Ssst, het is over. Hij zal het niet meer doen. Dat beloof ik je.
Britt: Ik denk dat het even genoeg is voor het verhoor. Wij zullen alles intikken en zo snel mogelijk doorgeven. Dan kan hij worden opgepakt en komt er zo snel mogelijk een rechtszaak.
Moeder: Oké, das goed. Mogen wij nu naar huis gaan?
Britt: Ja ga maar. Ik stel voor dat Stefan niet meer naar school gaat deze week, de dokter heeft trouwen sook een briefje voorgeschreven.
Moeder: Ja tuurlijk, hij blijft bij mij hoor.
Sofie: Oké, als wij u nodig hebben laten we wel iets weten.
Moeder: Das goed.
Sofie: Carla, kan jij deze mensen naar buiten begeleiden?
Carla: Ja, geen probleem.
Moeder: Daag en bedankt.
Britt en Sofie : Ja daag.
Sofie : Arme jonge.
Britt : Ja, het heeft me ook moeite gekost om het hem te vertellen en naar het ziekenhuis te krijgen.
Sofie : Dat geloof ik best, laten we die bard meteen ophalen?
Britt : Ik stuur Raymond en Pasmans wel.
Sofie : Zal ik de verklaring in typen?
Britt : Ik doe dat wel, ik heb ook het eerste verhaal gehoord.
Sofie : Dan trommel ik Raymond en Pasmans wel op.
Britt: Ja das goed.
Sofie verwittigd Raymond en Pasmans en Britt tikt de verklaring in.
Sofie: Juist even Nadine inlichten.
Britt: Ow ja,das waar ook.
De dames gaan naar Nadine en leggen alles uit.
Nadine: Tjeezes, verkrachting van een kind.
Britt: Ja, wij hebben nu Raymond en Pasmans gevraagd Bard op te pakken.
Nadine: Ja, das goed. Hij mag zicht toch wel aan een zware straf verwachten. Ik bel meteen de procureur.
Ondertussen komen Ramond en Pasmans binnen met Bard.
Britt: Wij gaan ons al met Bard bezighouden hé.
Nadine: Jep. Ik zal ervoor zorgen dat we hem zolang mogelijk kunnen vasthouden.
Britt: Bedankt.
En Britt en Sofie gaan naar Bard toe en nemen hem mee naar de verhoorkamer.
Britt: Brad: Wij hebben een aanklacht tegen jou!
Bard: Wat? Tegen mij? Waarom?
Britt: Raad eens!
Bard : Ik weet het niet.
Britt : We zullen je helpen, we hebben iemand terug gevonden.
Bard : Heeft de moeder van Simon klacht ingediend omdat Simon is weggelopen?
Sofie : Nee, maar wel om de rede waarom hij niet naar school durfde.
Bard : Wat is er dan aan de hand?
Britt : Denk eens heel goed na.
Bard : Ik weet het niet.
Sofie : Verkrachting.
Bard : Dat kan niet, hoe moet ik nou een jongen verkrachten, een meisje dat zou ik weten hoe het moet maar dan zal ik het nog niet doen.
Britt : Op de manier zo als je het gedaan hebt dus zoals Homo's het doen.
Bard: Wat beweerd u nu? Dat ik homo ben?
Britt: Wat wij beweren is dat je Stefan hebt verkracht!
Bard: Dat is niet waar!
Britt: We hebben de bewijzen!
Bard geloofde haar niet onmiddelijk. (zouden ze nu echt bewijzen hebben?...)
Sofie: Nu horen we je niet meer hé.
Bard: Ja, wat moet ik zeggen?
Britt: Dat je het gedaan hebt bijvoorbeeld. Hoe langer je zwijgt, hoe slechter je er vanaf komt.
Bard : Ik heb het niet gedaan.
Britt : Stefan heeft het precies verteld en hij zegt dat jij het bent, waarom zijn hij liegen.
Bard : Kinderen kunnen fantaseren en Stefan is daar goed in.
Britt : Dan kan hij het wel heel goed, wand hij fantaseert de lichamelijke sporen er ook bij.
Bard : iemand anders heeft dat dan gedaan maar ik niet.
Britt: Dat zal wel.
Bard: Echt waar, ik heb het niet gedaan!
Britt: Wel, dat zullen we wel zien hé, er is sperma teruggevonden en dat wordt nu nagetrokken. Mogen wij haar of speeksel van jou hebben?
Bard: Euhm.... Mja. Haar dan?
Britt: Ja, das goed.
En Brad trok wat haar uit. Sofie keek na of er nog een haarwortel aanhing , want dat hebben ze wel nodig om het dna na te trekken. Maar er hing 1 aan.
Sofie: Oké, das goed. Je wordt opgepakt voor verdenking van verkrachting!
Bard: Maar ik heb niets gedaan!
Britt : Dat merken we snel genoeg als we van het Labo Komen, die kunnen het ons exact vertellen.
Bard : Jullie bluffen.
Sofie : Dan bluffen wij, maar het is eenmaal zo.
Sofie doet de haren in een zakje en dan lopen ze het verhoor uit en laten Bard opsluiten en gaan zelf naar het Labo.
Sofie: Hier hebben we 2 stalen die moeten onderzocht worden.
vrouw: Sperma en haar. Oké, wij laten zo snel mogelijk iets weten.
Britt: Oké bedankt. Tegen wanneer zou dat klaar zijn? Want het is wel redelijk dringend.
Vrouw: Wij doen ons best mevrouw. Misschien dat het morgen al klaar is.
Britt: Oké, bedankt.
Britt en Sofie gaan dan maar terug naar het commissariaat.
Britt : Het is al 1 uur geweest, ik krijg honger.
Sofie : Combi?
Britt : Goed, we moeten toch papierwerk gaan doen.
Sofie : Precies.
Britt en Sofie wijzigen hun plan en gaan dus niet het commissariaat in maar de combi
Britt: Dag Jean!
Jean: Dag dames.
Sofie: Dag.
Jean: Wat zal het zijn ?
Britt: Euhm, voor mij een cola en een dagschotel.
Sofie: Ja, neem voor mij maar hetzelfde.
Jean: Oké, komt eraan.
En plots gaat Britt haar gsm af.
Britt: Met Britt.
Nick: Britt, de advocaat van Bard is hier en hij eist dat Bard wordt vrijgelaten.
Britt: Wat? Vrijgelaten? Die is niet goed wijs zeker?
Nick: Vrijgelaten tot het onderzoek bewezen heeft dat hij het niet heeft gedaan...
Britt : We houden hem vast zolang de wet het toestaat dus stuur die advocaat maar naar huis, je weet wat het betekend als er nu al een advocaat op de stoep staat.
Nick : Een bekentenis?
Britt : Precies.
Dan hangt Britt op.
Sofie : Wat was dat?
Britt : De advocaat van Bard wild dat we Bard vrij laten tot we hebben bewezen dat hij schuldig is.
Sofie : Onzin, we mogen hem vast houden en ik ben zeker dat hij het is.
Britt: Ja, ik ook. Nu nog even afwachten tot morgen en hopen dat het onderzoek op tijd klaar is zodat we hem niet moeten laten gaan voor een paar uren.
Sofie: Ja, dat zou pas stom zijn.
Jean: Voilà sie, jullie eten.
Britt en Sofie: Bedankt.
Britt: Smakelijk hé.
Sofie: Ja, hetzelfde.
Wanneer Britt en Sofie weer op het commissariaat komen is daar een hele boze advocaat.
Sanders : Inspecteur Michiels ik eis dat u mijn cliënt vrij laat.
Britt : Ik eis dat u mij hoofdinspecteur noemt.
Sofie : En uw cliënt word zeker niet voor morgen vrij gelaten, maar dat zal nog wel wat langer kunnen worden.
Na deze woorden druipt de advocaat af.
Britt : Sofie, Bard paste die op meerdere kinderen?
Sofie : Ik dacht van wel.
Britt : We moeten weten op wie hij nog meer past.
Sofie : Je denkt dat hij het bij andere kinderen ook deed?
Britt : Kom we gaan eens met zijn moeder praten, dan hebben we misschien nog meer bewijzen dat Bard kinderen verkracht
Britt en Sofie gingen naar de moeder van Bard.
Moeder: Ja?
Britt: Britt Michiels, Sofie Beeckman, politie Gent. Mogen wij u even spreken?
Moeder: Euh ja, waarover?
Britt: Over u zoon.
Moeder: Bard?
Britt: Ja.
Moeder: Wat is er met Bard?
Britt: Hij zit in de cel.
Moeder: Wat? Maar dat kan niet! Waarom?
Britt: Dat leg ik u direct uit, mogen wij eerst weten op wie hij allemaal paste?
Moeder : Jasper, Glen, Stefan, Ruben, Alex en Kris, maar waarom?
Britt : Weet u ook achternamen?
Moeder : Die weet ik niet, maar waarom zit Bard in de cel?
Sofie : een van de kinderen heeft een klacht tegen hem ingediend.
Moeder : Waarom?
Britt : Omdat hij werd mishandeld door Bard, seksueel.
Moeder : Dat kan niet, Bard, is gek op die kinderen.
Britt: Dat wil niets zeggen. Integendeel...
Moeder: Maar dat kan toch niet?! Bard is zo niet.
Sofie: Mevrouw, Bard is misschien wel zo. Het kan gerust zijn dat hij dat heeft gedaan omdat hij er niet voor durft uitkomen.
Moeder: En wie is dat kind die aanklacht heeft ingediend? Kan ik iets voor hem doen?
Britt: Stefan
Moeder : Stefan?
Britt: Ja.
Sofie: Zou u ons enkele adressen kunnen geven van kinderen die hier kwamen?
Moeder: Euh ja, ik heb die wel niet allemaal, maar degene die ik heb zal ik geven.
Britt: Oké, bedankt.
En de vrouw schreef enkele adressen op.
Sofie: Zo, wij gaan er terug vandoor. U mag altijd uw zoon komen bezoeken.
Moeder: Mag ik er nu al naartoe?
Sofie: In principe wel ja. Maar of u hem nu lang gaat kunnen zien weet ik niet. Hij zit nu zeker 24h vast tot we morgen de resultaten van het onderzoek hebben. Dan zijn we pas zeker of hij het gedaan heeft of niet.
Moeder: Dus het zou kunnen dat hij het niet gedaan heeft?
Britt: Die kans bestaat, maar die is heel klein. Er zijn al sporen van seksueel geweld gevonden bij Stefan.
Moeder: Ah (nog steeds van haar melk)
Sofie: Wij moeten weg.
Moeder: Ja, daag.
Britt en Sofie vertrekken en de moeder gaat direct naar haar zoon toe.
Britt en Sofie komen nu bij het adres van Lex aan, maar daar is nu niemand meer thuis, en dat geld ook voor een de andere adressen.
Britt : We moeten gewoon weten op welke school ze zitten.
Sofie : Probeer de school van Stefan.
Britt: Ja, dat gaan we doen.
En de dames vertrekken naar de school waar ze eerst naar de directie gaan.
Britt: Goedemiddag, Britt Michiels, Sofie Beeckman. Politie Gent.
Directrice: Goedemiddag. Wat kan ik voor u doen?
Sofie: Wij komen enkele inlichtingen nemen.
Britt haalt het blaadje met de namen boven en toont het aan de directrice.
Britt: Zitten die kinderen hier op school?
Directrice: Euhm, eens kijken. Er zitten er 5 van op deze school. Jasper, Glen, Stefan, Ruben en Alex. Kris ken ik niet.
Britt: Mogen wij die even uit de klas halen aub?
Directrice: Ja. Maar waarom toch?
Britt: Wij zijn bezig met een onderzoek en wij hebben daar hun hulp voor nodig.
Directrice: Zo'n kleine kinderen? Wat kunnen die nu doen?
Sofie: Meer dan u denkt.
Britt: Waar zijn hun klassen?
Directrice: Ik zal u begeleiden.
Sofie: Bedankt.
Britt : We zouden ze graag apart willen spreken, is daar een ruimte voor?
Directrice : U kan gebruik maken van het kamertje van de school begeleidster, die is er vandaag niet.
Britt : Dat is fijn.
Bij de klas herkent de juf de dames en vraagt of er iets met Stefan is omdat zijn moeder hem thuis heeft gehouden. Britt verteld dat de moeder zelf moet beslissen of ze wild vertellen wat er gebeurd is en dat zij dat niet mag. Dan krijgen ze Alex mee.
En ze gaan naar het kamertje.
Britt: Alex, mogen wij je enkele vraagjes stellen?
Alex: Ja
Britt: Ken jij Bard?
Britt en Sofie zien dat de jongen zich ongemakkelijk voelt bij het horen van deze naam.
Alex: (een beetje zenuwachtig) Ja, ik ken Bard.
Britt: Ben je al veel bij hem geweest.
Alex: Ja, toch wel. Ik moest altijd bij hem als mijn mama en papa niet thuis waren.
Britt: En was je graag bij hem?
Alex: In het begin wel.
Britt: Wat bedoel je daarmee?
Alex: Dat mag ik niet vertellen.
Britt: Waarom mag je het ons niet vertellen?
Alex: Omdat hij mij dan nog meer pijn gaat doen.
Britt: Heeft hij je dan pijn gedaan?
Alex : Dat mag ik niet zeggen.
Britt : Wij weten het, iemand heeft het al verteld.
Alex : Maar dan gaat Bard hem toch heel veel pijn doen?
Sofie : Nee, wand Bard zit in de cel en gaat gestraft worden, en als jij het ook verteld word hij nog zwaarder gestraft en kan hij niets doen.
Alex : Echt?
Britt : Dat is heel echt waar.
Alex kijkt nog twijfelend naar de twee vrouwen.
Britt : Vertel het maar heel erg rustig.
Alex: Hij heeft mij heel erg pijn gedaan... Ik moest zo veel bij hem komen omdat mijn mama en papa niet thuis waren en dan moest ik zo met hem naar zijn kamer en hij bont mij vast met een touw. En ik had een plakker op m'n mond. En dan deed hij me pijn.
Hij viel een beetje stil...
Britt: En wat deed hij dan?
Alex: Hij deed zijn broek open en stak zijn pik in mijn poep.
Britt : Hoe vaak heeft hij dat al gedaan?
Alex : Ik weet het niet meer, hij doet het een paar keer per week en dat doet hij al heel lang.
Sofie : Zou, je het aan je vader of moeder durven te vertellen, wand dan kan Bard gestraft worden.
Alex: Nja... Maar ik durf dat niet zo goed.
Britt: Als je wilt helpen we je wel, of zeggen wij het wel.
Alex: Jullie moeten het vertellen.
Britt: Oké, dat is goed. Wij gaan bij je ouders langs. Je mag terug naar de klas.
En Alex gaat terug naar zijn klas. Zo halen ze de tweede jongen naar binnen. Blijkt dat Bard hetzelfde heeft gedaan!
Britt: Zou je het aan je ouders willen zeggen ? Dan kan Bard gestraft worden.
De belofte er bij dat het nooit meer zal gebeuren werkt daarbij nog meer en ook die twee kinderen geven toestemming dat Britt en Sofie met hun ouders gaan praten.
Britt : Nu alleen Ruben nog, en dan moeten we die Kris nog weten te vinden.
Sofie : Ruben zit in de kleuterklas.
Britt : Een kleutertje?
Sofie : Ja, erg he.
Britt : Laten we hem maar gaan halen.
Sofie en Brit halen Ruben op uit de kleuterklas.
Britt : Ruben, ga jij wel eens bij Bard spelen?
Ruben : Ja.
Britt : Vind je dat leuk?
Je, maar de laatste keer niet, hij had een nieuw geheim spel verzonnen, maar dat doet pijn.
Britt : Wil je vertellen hoe dat spel gaat?
Ruben : Nee, wand dat is geheim.
Britt: Maar Bard heeft gezegd dat je het mag vertellen.
Ruben: Echt?
Britt: Ja hoor.
Dus dan doet Ruben nog eens hetzelfde verhaal. Bij hem moeten ze niet te veel aandringen om het aan zijn ouders te vertellen. Daarna sturen Britt en Sofie hem naar de klas terug.
Sofie: De school is toch bijna gedaan, zouden we niet van de eerste keer al met 1 van de ouders praten?
Britt : Ja dat lijkt me wel een goed idee, zullen we dan met die kleuter beginnen, daar is het zeker van dat die word opgehaald, maar het zal bij de andere drie kinderen hoop ik ook zo wel zijn.
Sofie : Ik hoop dat ze ook klacht willen neerleggen.
Britt : Ik hoop het ook, maar als iemand je kind zo iets aan doet dan ga je er ver voor.
Sofie: Ja, dat is wel een feit.
En dan gaat de schoolbel af. Britt en Sofie gaan naar de poort om te wachten op de ouders van die kleuter. De kinderen stormen naar beneden en gaan naar hun ouders toe.
Britt: Daar is hij. Gewoon volgen en dan komen we wel bij zijn ouders terecht.
En ze zien hem naar z'n moeder gaan. Britt en Sofie gaan daar ook heen.
Sofie: Mevrouw, mogen wij u even storen.
Moeder: Euh ja.
Britt: Het gaat over u zoon.
Moeder: Over mijn zoon?
Britt : We kunnen denk ik beter naar binnen gaan.
Moeder : Als dat moet.
Sofie : Het is nogal belangrijk.
Ze gaan nu met zijn alle naar binnen en gaan weer in het kamertje zitten.
Britt : Wij zijn van de politie, maar we wilde dat op het plein niet vertellen, omdat er nogal snel geroddeld word.
Moeder : Wat is er dan aan de hand.
Britt : Vanochtend was er een kind weggelopen wat bij de oppas is blijven logeren, dat kind is gevonden en heeft ons wat verteld, we hebben daarom met nog een paar andere kinderen gepraat en Ruben heeft ons wat verteld.
Sofie : Zou je het aan mamma willen vertellen wat je net hebt verteld aan ons?
Ruben : Nee, jullie moeten het vertellen.
Sofie: Oké, wel het gaat over Bard.
Moeder: Wat heeft Bard hier nu mee te zien? Hij is maar de oppas.
Britt: Bard heeft hier alles mee te maken. Hij heeft zich aan Ruben vergrepen.
Moeder : WAT?
Britt: Er zijn nog kinderen die verkracht zijn door hem.
Moeder: Maar mijn zoon zit nog maar in het 3de kleuterklasje!
Sofie: Ja, ik weet het. Hij is dan ook de jongste.
Moeder: Dat kan toch helemaal niet?
En ze nam haar zoon goed vast.
Moeder: Ruben, zeg dat het niet waar is.
Maar de kleine Ruben keek haar aan met een blik dat het wel waar was.
Moeder: Wat nu?
Britt: Wij willen vragen of jullie klacht willen indienen tegen Bard.
Moeder: Ja tuurlijk!
Britt: Dat moet Ruben wel onderzocht worden door een dokter. Die moet dan de letsels vaststellen.
Moeder: Euh ja, dan gaan wij naar de dokter. Waar is die klootzak?
Sofie: Die zit in de cel, maar we hebben nog meer klachten nodig om hem daar lang te houden.
Moeder: Ik euh, ik ga direct met hem naar de dokter.
Britt: Oké, dat is heel goed. Komen jullie daarna naar het commissariaat ? Of heb je liever dat wij komen?
Moeder: We zullen wel naar het commissariaat komen.
Britt: Oké, bedankt.
Moeder: Zijn er nog veel slachtoffers?
Britt: Ja, toch nog een paar jongens. Wij gaan nu even hun ouders inlichten en hopelijk willen die ook klacht indienen.
Moeder: Ik hoop het ook, die smeerlap kan niet streng genoeg gestraft worden!
Britt : Wij doen ons best.
Sofie : we gaan nu de ouders van de andere kinderen in lichten.
Moeder : Maakt het nog uit naar welke dokter ik ga?
Britt : Ik zal u de naam van een hele goede dokter in het ziekenhuis geven.
Britt geeft het adres en dan gaat de moeder weg, Britt en Sofie rijden nu naar het huis van Alex. Daar bellen ze aan en Alex doet zelf open.
Britt : Alex, is je vader of moeder thuis?
Alex : Ja, mijn moeder, gaat u het nu vertellen.
Britt : Als je wild mag je het ook zelf doen.
Alex : Helpt u me dan?
Britt : Wij zullen je dan helpen.
Moeder: Alex, wie is daar?
Alex: 2 Mevrouwen van de politie.
De moeder komt aangelopen.
Moeder: Van de politie?
Britt: Goededag mevrouw. Ik ben Britt Michiels en dit is mijn collega Sofie Beeckman. Zouden wij even kunnen praten?
Moeder: Euh ja, geen probleem. Kom maar binnen.
Britt en Sofie gaan binnen en zetten zich aan tafel.
Moeder: Waar gaat dit over?
Britt: Over Bard, de oppas van Alex. Wij hebben vandaag al met Alex gesproken op school.
De moeder begrijpt niet wat er aan de hand is.
Britt: Alex, zou je het willen vertellen aub?
Alex knikt.
Alex: Bard heeft mij pijn gedaan.
En dan blijft hij haperen.
Britt: Hij heeft zich aan Alex vergrepen.
Alex : Wat is vergrepen?
Britt : Wat bard met jou heeft gedaan.
Alex : Met zijn pik in mijn poep, is dus vergrijpen?
Britt : Ja, dat is het?
Moeder : Alex, waarom heb je het niet vertelt?
Alex : Dan zal Bard me nog veel erger pijn doen of vermoorden.
Sofie : Wij hopen dat u een klacht wild indienen.
Moeder : Natuurlijk doe ik dat.
Britt : U moet Alex wel laten onderzoeken door een arts.
Moeder: Waar moeten we dat laten doen? Bij onze gewone arts?
Britt: Wij kunnen u een naam geven van onze arts in het ziekenhuis.
En Britt schreef die naam op en gaf het aan de moeder.
Moeder: Bedankt.
Sofie: Zou u naar het commissariaat willen komen?
Moeder: Ja, das goed. Wanneer?
Britt: Zodra u bent geweest.
Moeder: Oké.
Britt: Dan laten wij jullie maar. Bedankt.
Moeder: Nee, ik wil jullie bedanken dat ik het ben te weten gekomen. Anders zou het zeker nog gebeurd zijn.
Britt en Sofie knikten even vriendelijk.
Britt: Daag.
Moeder: Daag.
Britt en Sofie gaan zo ook naar de andere ouders. Er is geen enkele die twijfelt om klacht in te dienen, behalve de laatste.
Moeder: Voor wat is het?
Britt: Wij zijn van de politie en we komen eens praten over u zoon.
Moeder: Mijne zoon? Wat is daar mee?
Britt: Mogen wij even binnen komen?
Moeder: Ja
En ze deed de deur meer open.
Britt en Sofie gingen naar binnen.
Moeder: Wat is er nu met mijnen zoon?
Britt: Het gaat ook over Bard.
Moeder: Den Bard? Wat heeft die daar nu mee te maken?
Britt : We hebben redenen om aan te nemen dat Bard zich aan Kris vergrijpt.
Moeder : Dat zal Bard nooit doen.
Britt : Van de 6 kinderen waar Bard op past hebben 5 kinderen het verteld, alleen hebben we nog niet met Kris gepraat.
Moeder : Dat doen jullie ook niet.
Britt : Ik zal u de naam van een hele goede als u toch zeker wild zijn.
Moeder: ik geloof daar allemaal niets van dus laat het maar zo.
Britt: Zoals uw wilt.
En Britt en Sofie vertrekken dan maar.
Sofie: Zo een b*tch
Britt: Ja, zij maar zeker. Wij gaan terug naar het commissariaat hé.
Sofie: Yep.
En de dames vertrekken naar het commissariaat. Daar aangekomen.
Pasmans: Britt , Sofie, er zit hier een mevrouw die zegt dat ze de moeder van een zekere Ruben is.
Britt: Ah, geweldig. Waar zit ze?
Pasmans: Ik heb haar in de wachtkamer laten wachten.
Britt: Oké, bedankt.
Britt en Sofie gaan naar de vrouw.
Britt: Dag.
Mevrouw: Hallo, ik ben met Ruben naar die dokter geweest en hij heeft het verhaal bevestigd.
Britt: Heeft hij een attest meegegeven?
Mevrouw: Ja, hier.
Britt: Bedankt. Wil je nu al klacht indienen?
Mevrouw: Nja, dan moet ik niet meer terugkomen. Ik blijf liever bij m'n zoon nu.
Britt: Dat begrijpen we. We zullen vlug de verklaring intikken en dan zou jij die alleen nog maar moeten nakijken en ondertekenen.
Mevrouw: Oké
Britt en Sofie gaan naar hun bureau.
Wanneer Britt en Sofie de verklaring hebben ingevoerd en de vrouw het heeft ondertekend maken ze nog een verslagje van wat de andere kinderen hebben gehecht en gaan dan naar huis wand het is al weer 7 uur en ze hebben best wel honger gekregen. Ze hebben gevraagd als een van de ouders nog aangiste komt doen of iemand anders die wild noteren, omdat ze anders met hun uren in de knoop komen, vorige week hebben ze nog te horen gekregen dat ze teveel overuren uit hadden staan en dat ze maar eens beter op hun uren moeten letten.
Dorien : Wat ben je laat mam.
Britt : Zo laat ook weer niet, hebben jullie al gegeten?
Johan : Ik wilde net aan tafel gaan.
Britt : Dat is lekker thuis komen en meteen eten.
Simon : Mam, was het wel leuk vandaag?
Britt : We hebben een zaak wat iet zo fijn is. Heel erg zielig voor de slachtoffers. Maar hebben jullie je huiswerk al af?
Dorien : Ja.
Simon : Bijna, maar jij moet helpen?
Britt : Wat is het dan?
Simon : Mijn spreekbeurt.
Britt: Een spreekbeurt? Toch niet tegen morgen?
Simon: Ja, toch wel.
Britt: Je hebt ze toch al gemaakt?
Simon: Ja en nee Ze is nog niet klaar. Maar het lukt niet zo goed.
Britt: Alé, ik weet al wat ik vanavond ga doen. Moet jij morgen naar voor komen? Want als je dat nog gaat moeten leren...
Simon: Dat zou kunnen. Het is nog niet zeker want er is iemand aangeduid die morgen zeker moet komen. Maar ik moest me al klaar houden voor moest er nog genoeg tijd over zijn.
Britt: Dat wordt een laat avondje , weet je dat? En sinds wanneer weet je dat al?
Simon : Een maand. (beschaamt)
Britt : Een maand, ben je dan niet verschrikkelijk laad?
Simon : Het spijt me.
Britt : We zien wat we kunnen doen, maar als het tijd is ga je gewoon naar bed, ik vind het niet normaal.
Simon : Ik wist de hele tijd geen onderwerp.
Britt : Die weet je nu hopelijk wel?
Simon : Ja.
Britt : Wat is het onderwerp?
Simon: de politie. (glimlachend)
Britt lachte even.
Simon: Ja, ik dacht dat je mij zou kunnen helpen dan...
Britt: Dat kan ik zeker, maar ik vind het niet tof dat je me dat de dag ervoor zegt.
Simon: Kweet het...
Britt: Bon, we gaan eerst eten.
Simon en Dorien dekken de tafel.
Britt: Smakelijk.
Na het eten kijkt Britt onmiddellijk naar zijn spreekbeurt.
Britt: Nja, ziet er niet slecht uit, maar ik ga ze toch een beetje veranderen.
Simon : Dat is goed.
Britt maakt wat wijzigingen in de spreekbeurt en geeft nog wat uitleg over bepaalde dingen. Wanneer het tijd is om naar bed te gaan.
Simon : Zou jij morgen willen langs komen om wat dingen te laten zien?
Britt : nee, Simon, ik moet gewoon werken en ik mag ze ook niet aan je meegeven.
Simon : Jammer.
Britt : Als je het eerder had gezegd dan had ik kunnen proberen vrij te nemen.
Simon : Als ik morgen niet moet, kan je de volgende keer dan wel komen?
Britt : Wanneer is dat?
Simon : Volgende week, dan moet ik als eerste om halftwee.
Britt: Ik zal het vragen aan m'n baas, maar ik kan niets beloven.
Simon: Misschien kan ik morgen wel zeggen tegen de juffrouw dat ik jouw hulp nodig heb en dat je alleen maar volgende week kan komen... Dan hoef ik morgen niet te gaan.
Britt: Simon, niet liegen hé. Het is trouwens nog niet zeker of ik volgende week wel ga mogen.
Dorien: Dat zou toch tof zijn hé mama. Jij op ons school terwijl dat we eigenlijk les hebben.
Britt: Wanneer moet jij trouwens voor die spreekbeurt?
Dorien: Ik heb nog 3 weken.
Britt: Weet je al welk onderwerp dat je gaat nemen?
Dorien: Nee, nog niet...
Britt: Denk daar maar al eens over na. Ik zou willen dat je dit weekend al begint met die spreekbeurt.
Dorien: Maar ik heb nog zo lang.
Britt: Doe aub niet zoals Simon en wacht daar niet mee tot de avond daarvoor.
Dorien: Ja mama.(nogal gefrustreerd)
Britt: Ga nu maar slapen.
Wanneer de kinderen op bed liggen en Johan en Britt op de bank zitten.
Johan : Ik ben blij dat je precies zoals ik heb gereageerd over dat werkstuk.
Britt : Ja, het is toch niet normaal om nu pas te beginnen.
Johan : Kijken of Dorien sneller is.
Britt : Moet wel, wand anders krijgt ze met mij aan de stok. Ik kan toch niet op het laatste moment gaan helpen.
Johan : En hij wilde je nog verder voor zijn karretje spannen.
Britt : Ja, maar daar trap ik niet in, als het uit komt volgende week, maar ik ga niets vertellen.
Johan : Heel slim.
Britt: Hoe was je dag?
Johan: Druk, maar het viel wel mee. En de jouwe?
Britt: Pff, erge dingen te weten gekomen vandaag.
Johan: Oeie, wat dan?
Britt: We zijn bezig met een nieuwe zaak... Iemand die kleine jongentjes verkracht. Er zit zelf een slachtoffertje bij dat in het derde kleuterklasje zit.
Johan: Wat? Dat meen je niet.
Britt: Ja, toch wel. We hebben al de ouders aangesproken en ze zouden bijna allemaal klacht indienen.
Johan: "Bijna" allemaal?
Britt: Ja, er was iemand bij die het niet geloofde... We hebben dan ook niet aangedrongen.
Johan: En heb je die verkrachter al opgepakt?
Britt: Ja, die zit in de cel, maar we moeten snel de onderzoeken van het labo krijgen of hij mag morgen vertrekken.
Johan: Oei.
Britt: Ik ben nogal moe, gaan we slapen?
Johan : Ja dat is goed schat.
De volgende ochtend.
Britt : Simon, schiet nou eens op.
Simon : Ik voel me niet lekker.
Britt : Planken koorts zeker, hup opschieten.
Simon : Echt waar mam.
Britt : Heb je koorts?
Simon : Nee, ik voel me gewoon niet lekker.
Britt : Dat zijn d zenuwen, ik vraag wel of je als eerste je spreekbeurt mag doen, dan ben je er meteen vanaf.
Simon : Dat is niet nodig.
Simon maakt zich dan maar verder klaar.
Britt: Kom we zijn weg.
Britt geeft Johan nog een zoen en voert dan Dorien en Simon naar school. Daarna gaat ze naar het commissariaat waar Sofie al op haar zit te wachten.
Sofie: Ah, Britt. We hebben deze ochtend al bezoek gehad van de vader van Kris. Hij zei dat zijn vrouw hem had verteld dat we geweest waren en dat ze het niet geloofde. Hij wou er toch het fijne van weten en is ons komen vragen of het waar was. Hij zou met zijn vrouw praten om naar de dokter te gaan en toch klacht in te dienen.
Britt: Ah, dat is geweldig.
Sofie : De andere ouders hebben al klacht ingediend, er is nog geen uitslag van het labo.
Britt : Zullen we nog maar eens met Bard gaan praten, we mogen hem toch langer vast houden omdat er meerdere verklaringen van de kinderen zeggen dat hij het is.
Sofie : Ja, dat is goed, maar laten we hopen dat hij wat wild zeggen zonder advocaat.
Britt : Die kwal heeft het wel snel opgegeven.
Sofie : Dat vind ik anders niet erg.
Britt : Ik ook niet hoor.
Sofie: Ik mag er niet aan denken hoeveel slachtoffers er nog zouden geweest zijn anders.
Britt: Nja...
Britt en Sofie laten Bard uit de cel halen om hem nog eens te verhoren.
Britt: Bard, ben je het al een beetje gewoon in de cel?
Bard: Nee, en dat ben ik ook niet van plan. Wanneer mag ik hier weg???!!
Britt: Niet (met een schijnheilig lachje) Wij hebben meerdere klachten tegen jou van kinderverkrachting.
Bard keek haar aan en vroeg zich af of ze blufte of niet.
Britt: Je hebt wellicht bezoek gehad van je moeder, klopt dat?
Bard: Ja.
Britt: Heeft ze dan ook niet verteld dat we nog meer slachtoffertjes gingen ondervragen?
Bard: Nee daar heeft ze niets over verteld.
Sofie : We hebben met al je oppaskindjes op 1 na gesproken en al die kinderen hebben verteld dat jij je aan hun hebt vergrepen.
Bard : Ze liegen.
Britt : 5 kinderen waar we mee gepraat hebben die dit uit zichzelf vertellen, nee ik kan niet geloven dat ze dat verzinnen.
Bard : Ik wil mijn advocaat, jullie luizen me er in.
Sofie : We luizen je er niet in, je hebt je zelf niet aan de regels gehouden.
En Bard zei niets meer.
Bard: Ik zeg niets meer tot mijn advocaat hier is!
Britt: Mij best. Als je niet meewerkt kunnen wij je straf nog hoger leggen.
Bard: Das goed voor jullie.
Britt: Ga dan maar terug naar de cel!
Sofie: Ik verzeker je, ik zal er persoonlijk voor zorgen dat je voor jaren achter de cel gaat.
Britt: Johan, kan jij hem even in de cel steken?
Johan: Ja, geen probleem.
Britt: Kwal!
Sofie: O ja!
Britt : Ik zal die advocaat dan maar bellen.
Sofie : Graag, wat denkt die jongen zich wel in?
Britt : Ik zal het niet weten, maar veel realiteit zal het wel niet zijn.
Sofie : Zeker niet.
Britt belt de advocaat maar die zit al in het gerechtshof bij een rechtszitting dus hij kan nog niet komen. Britt en Sofie gaan dan maar aan hun PV's werken, wanneer Vanbruane ineens binnen komt lopen herinnerd Britt zich Simon zijn vraag weer en loopt naar haar toe.
Britt: Zou het mogelijk zijn om volgende week een halve dag vrij te krijgen? Ik moet naar de school van Dorien en Simon. Iets voor een spreekbeurt.
Nadine: Euh ja, geen probleem. Een spreekbeurt?
Britt: Ja, over de politie.
Nadine: Ah, en jij moet uitleg geven.
Britt: Zoiets.
Nadine: Das geen probleem.
Britt: Oké, bedankt.
Sofie: Ik ga nog eens die advocaat bellen.
...
Sofie: Hij heeft gedaan en komt onmiddellijk naar hier.
Britt: Oké, dan laat ik Bard al uit de cel halen.
Britt: Johan, kan jij Bard nog eens gaan halen aub.
Johan: Euh ja, heb je hem weeral nodig?
Britt: Ja, daar straks wou hij niet echt meewerken.
Johan: Oké, ik haal hem wel even.
Britt: Thanks.
Bard zit ondertussen al in de verhoor en de advocaat is in aantocht.
Britt : Je advocaat komt er ieder moment aan, maar ik heb mijn twijfels of je wat aan hem zal hebben, wij staan er zo goed voor. Dan klopt Pasmans op de deur en geeft het rapport van het labo. Britt en Sofie bekijken het door en hun geluk kan niet meer op.
Britt : We hebben de uitslag van het DNA onderzoek, de stalen die we hebben gegeven zijn identiek.
Bard : Het is uw eigen staal.
Britt : Als dat zo zou zijn waren we hier niet, er zijn niet veel vrouwen die Sperma achter laten.
Hij zweeg even. En dan kwam zijn advocaat.
Advocaat: Dag dames, waarom moest ik komen?
Britt: Bard wou er persee zijn advocaat bij, anders zegt hij niets.
Advocaat: Bon ,dat zet ik er mij bij.
Bard: Die vrouwen proberen mij erin te luizen. Ze willen die verkrachtingen in mijn schoenen schuiven.
Britt: Wij hebben UW sperma teruggevonden in 1 van de kinderen. De anderen zijn nu ook naar de dokter geweest en ik ben ervan overtuigd dat de stalen ook zullen matchen, als er nog sporen te vinden zijn.
Sofie : Bard, Die kinderen hebben u bij naam genoemd, wordt het niet stilaan tijd om te bekennen.
Bard kijkt naar zijn advocaat, maar die knikt dat hij het moet vertellen.
Bard : Ik beken.
Britt : Vertel hoe je te werk ging?
Bard : Ik vond het leuk om op kinderen te passen, maar ik wilde zelf nog meer, ik kwam er achter dat ik Homo was en dat ik het wilde doen, maar ik had geen vriend, daarom heb ik me aan de kinderen vergrepen en ze bedrijgt.
Met spijt keek hij Britt en Sofie aan.
Bard: Voilà, nu weten jullie het.
Britt: En hoelang wou je daar nog mee doorgaan?
Bard: Ik was van plan om te stoppen. Ik wist dat ik die kinderen pijn deed...
Britt: Ja, nu ben je wel verplicht om te stoppen.
Sofie: Oké, wij gaan en verklaring uittikken en jij hoeft die dan alleen maar te ondertekenen. Oké?
Bard keek naar zijn advocaat die knikte.
Bard: Oké
Britt en Sofie verlaten het verhoor en laten Bard naar beneden brengen en de advocaat kan weer terug.
Sofie : Wel makkelijk, geld verdienen om alleen langs te komen.
Britt : Hij zal dadelijk hard moeten werken om tegen ons dossier in te gaan.
Sofie : Geloof jij dat hij wilde stoppen?
Britt : Ik weet het niet, maar hij was fout en dat zal zo blijven, hij had zich nooit aan kinderen mogen vergrijpen.
De dames maken alles af en zo dat het naar de onderzoeksrechter kan. De rest van de dag hebben ze het rustig en ze kunnen lekker op tijd naar huis, Britt gaat daarom de kinderen ophalen.
Wanneer Britt het plein op komt lopen komt Dorien net naar buiten en die komt meteen op haar moeder af.
Britt : Hoi schat, waar is Simon?
Dorien : Die moest nog even bij de juf komen, hij heeft zijn spreekbeurt gedaan, en het ging niet zo lekker.
Britt : Zullen wij hem dan maar gaan redden?
Dorien : Ik denk dat het wel nodig is.
Maar wanneer ze bij de klas komen komt Simon er al aan gelopen met een sip gezicht.
Britt : Ging het niet zo lekker?
Simon : Ik wist helemaal niets meer, de juf zij dat ik er helemaal niets aan had gedaan.
Britt : Maar je hebt toch al heel veel dingen er voor gedaan?
Simon : Ja, maar omdat ik het niet uit mijn hoofd wist vond ze het niet goed.
Britt : Je was zeker een beetje zenuwachtig, wand gister wist je het wel.
Simon : Ja ik was heel erg zenuwachtig.
Britt : Kom we gaan even naar de juf, misschien mag je hem volgende week wel over doen en dan kan ik er bij zijn.
Einde
Vervolgverhaal Tweety's toffe flikken site |