IK  HOOR  DE  KLOKKEN  LUIDEN

Tony zat lekker in het vliegtuig naar Nepal.
Dorien en Simon waren net weer begonnen met school en Britt was weer gewoon aan het werk, zover je het gewoon kon noemen, want ze moest immers wel met een vervanger voor Tony werken.
Nadine; Britt, inbraak met geweld, twee slachtoffers. Ga jij heen?
Britt: Met wie? Ik weet niet of die gek daar nog is en ik ga echt niet alleen.
Nadine: Je nieuwe partner staat al benenden bij de balie.
Het klont Britt niets prettig in haar oren: je nieuwe partner. Alsof Tony was afgeschreven, en die was "slechts" op vakantie.
Britt haast zich naar beneden, en ziet daar een redelijk knappe man van 36 staan.
Britt: U vervangt Tony Dierickx? (vriendelijk)
Man: Dat doe ik. U bent Britt Michiels? Aangenaam, ik ben Jonas Eykes. (glimlachend/vriendelijk)
Britt komt er al snel achter dat Jonas niet van Gent is, dus stelt ze voor om dan maar zelf te rijden.
Onderweg licht ze hem in over de situatie zoals die gemeld is.
Jonas kom van de Federale Politie en heeft 12 dienstjaren gedaan in Limburg, maar door reorganisatie zou hij worden overgeplaatst, maar er was nog geen nieuwe standplaats voor hem gevonden en dus had Nadine gevraagd om hem te mogen "lenen"
Op de PD benaderden Britt en Jonas voorzichtig het pand waarover de melding ging.
Ze zagen dat de deur geforceerd was en gingen met getrokken wapen binnen.
Jonas greep Britt bij de schouder om haar tegen te houden zodat hij voor kon gaan, maar Britt schrok zich een ongeluk van zijn aanraking en liet pardoes haar wapen vallen.
Jonas; Rustig maar. Ik ga wel voor.
Britt keek hem vernietigend aan. Ze voelde zich knap onhandig door haar wapen te verspelen en dat zinde haar helemaal niet.
Dus liep ze, na het wapen weer te hebben opgenomen voorzichtig verder en trof in de keuken een vrouw aan met een in elkaar geslagen schedel. Ze bukte zich en voelde of er nog een polsslag te voelen was. Gelukkig wel, dus ze vroeg of Jonas de100 wilde bellen. Daarna liep ze op haar tenen verder naar de kamer, maar daar trof ze behalve een vreselijke puinhoop niemand aan.
Plots hoorde ze boven haar hoofd wat schuifelen en ze keek eens omhoog. Jonas sprong vlak voor haar neus langs om als eerste bij de trap te zijn en duwde haar daarbij, per ongeluk, tegen de muur aan.
Britt moest eens heel diep zuchten om haar ergernissen onder controle te krijgen en volgde hem toen snel. Op de overloop was het een bloedbad, maar er was geen slachtoffer. Voorzichtig opende Jonas de deur van de badkamer en stapte binnen terwijl Britt naar een van de andere deuren toeliep en deze zachtjes open duwde. Wat ze daar zag deed haar compleet huiveren: er lag een man met zijn keel overgesneden van oor tot oor. Hier hoefde ze niet meer te voelen of er nog leven in zat. Dit kon een blind paard wel zien dat die man dood was.
Net toen ze haar wapen wilde wegstoppen hoorde ze weer een geluid en geschrokken keek ze weer om zich heen, en weer kwam Jonas zo'n beetje over haar heen denderen. Britt begon er nu stug de balen van te krijgen dat hij zich zo machoachtig gedroeg en ze nam zich voor om hier eens goed met hem over te spreken.
Plots hoorde ze hem schreeuwen als een wildeman.
Ze liep snel naar de andere kamer en zag dat Jonas zijn geweer gericht had op een heel bang meisje dat net achter een bed op de knieën zat en helemaal onder het bloed zat.
Zijn geschreeuw kwam uiterst intimiderend over en Britt probeerde hem te kalmeren, want ze wist uit ervaring dat een "verdachte" hier helemaal op kon flippen.
Maar het meisje reageerde niet eens op het geschreeuw en ook toen Jonas van nieuws tegen haar begon te schreeuwen reageerde ze niet en nu zag Britt dat hij wilde schieten.
Heel snel ging toen bij Britt het denkwerk:  ze had bij zichzelf gevoeld dat haar nekharen overeind gingen staan toen Jonas zo schreeuwde, maar het meisje had niet gereageerd, ook niet toe hij weer was beginnen schreeuwen; stel nu dat het kind doof, of doofstom was? Dan zou ze hem ook niet hebben kunnen horen.
Toen Britt dit begreep gaf zij een duw tegen Jonas zijn armen waardoor zijn schot in de muur belande.
Britt zag dat het schot een halve meter naast het hoofd van het meisje insloeg. Evengoed had de kogel haar in het hoofd getroffen, en dan was ze misschien ook wel ...... Ze moest er niet aan denken.
Snel liep Britt op het meisje toe, dat vreselijk schrok toen Britt haar aanraakte en in paniek op haar in begon te slaan.
Gelijk had ze een peut op haar neus te pakken en gelijk kreeg ze een bloedneus.
Britt; Shit, verdomme.
Maar ze herstelde zich snel en keek het meisje aan en probeerde tegen haar te praten en haar gerust te stellen. Er kwamen oergeluiden uit de mond van het meisje en toen was Britt duidelijk dat het meisje dus inderdaad doofstom was.
Ze stak haar wapen weg, hield een zakdoek onder haar bloedneus en ging toen op de knieën bij het meisje zitten en legde een arm om haar heen.
Vanuit haar ooghoek zag ze dat Jonas zich behoorlijk stond op te winden.
Britt: Ga eens kijken of die ambulance er al aan komt, en laten ze dan ook even naar dit meisje kijken.
Jonas; Je had dood kunnen zijn Britt. Je wist niet eens of ze een wapen had. Ze heeft god*** die vent zijn strot afgesneden.
Britt; Dat weten we niet. Dat moeten wij nog gaan onderzoeken.
Jonas; Ik ben beneden
Het was hem pijnlijk duidelijk dat hij geen goede eerste indruk had achtergelaten.
 
Jonas had volgens protocol de nodige hulpdiensten ingeroepen en al snel wemelde het in en om het huis van de politie, recherche, ambulances.
De dode man werd door de lijkschouwer meegenomen; de vrouw werd in ijltempo naar het ziekenhuis gebracht terwijl een broeder zich ontfermde over het meisje.
Britt haar neus bloedde ook nog steeds, en ergens uit de drukte kwam er nog een arts aan lopen.
Sam: Britt?? Nog steeds het gevaar aan het zoeken? Ik hoorde dat je zou gaan trouwen. Zou je niet wat voorzichtiger aan gaan doen dan?
Britt; Sam?? Ook nog steeds op de ambulance?
Sam: Ja, het hoort bij het vak. Maar ik vind het wel leuk. Zo kom je nog eens wat meer mensen tegen. Laat eens zien wat je gedaan hebt.
Hij zette Britt op de vloer van de ambulance en haalde zakdoek voor haar neus weg.
Sam: Aj, dat bloed wel heftig. Hoe komt het?
Britt: (die eigenlijk wel wat misselijk werd van al dat bloed dat ze binnen kreeg) Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte en begon in paniek om zich heen te slaan en toen kreeg ik een klap op mijn neus. Het is niets ergs.
Sam: Doet dit pijn? (toen hij bovenaan haar neus aanraakte)
Britt; Aaaauuwwwww, Sam. Nooit geweten dat jij zo hardhandig was.
Sam: Rijd even mee naar het ziekenhuis. We maken een foto en dan zien we wel verder.
Brittt; Ik moet naar het commissariaat terug.
Sam; Nadat ik je op het ziekenhuis heb onderzocht.
Britt; Maar ....
Sam: (fluisterend) Dan kan ik je ook wat meer van dat meisje vertellen, want die nieuwe partner van je die heeft het er niet zo mee op, wel?
Britt; Oké.
 
Het meisje werd bij binnenkomst op het ziekenhuis grondig onderzocht. Omdat ze zelf ook onder het bloed zat waren ze bang dat zij zelf ook gewond was, maar dat viel nog mee. Wat kneuzing, omdat ze zelf ook klappen had gehad, maar niets ernstigs. En inderdaad werd bevestigd dat het meisje doofstom was.
Sam; Dan zullen jullie een doventolk moeten inschakelen anders krijg je niets uit haar los. Maar nu jij, Britt Michiels. Ik heb hier je foto's.
Britt keek ernaar, maar begreep er niets van.
Sam: Mag ik nog eens het doekje weghalen?
En gelijk begon de neus weer heftig te bloeden.
Britt; Shit, houd dat nooit op?
Sam; Zeg, heb je haast of zo?
Britt; Nee, ik heb geen zin meer in ziekenhuizen, als je begrijpt wat ik bedoel.
Sam; Ik begrijp je, maar ik zal er toch wat aan moeten doen.
Britt; Wat dan?
Sam:  Ik ga het neusbotje weer even rechtzetten en dan brand ik die bloeding even dicht. Zo gebeurt hoor.
Britt voelde zich steeds misselijker worden.
Sam:Ga maar even liggen. Anders ben ik nog bang dat je me onderuit gaat.
Het rechtzetten van het neusbotje doet even heel erg pijn, en Britt gilt het uit, maar eenmaal recht is de pijn ook grotendeels over.
Het dichtbranden is veel erger, vind Britt. Behalve dat het pijn doet, stinkt het ook zo vreselijk dat ze haar misselijkheid niet mee ronder controle heeft en heftig begint te braken.
Gelukkig had Sam net de bloedinkjes kunnen stoppen. Nadat Britt uitgespuugd was kwam een zuster om haar gezicht wat af te doen, want ondertussen zat ze zelf ook helemaal onder het bloed en het braaksel.
Britt; Nou, zo zie ik er ook mooi uit om naar mijn werk te gaan.
Sam; Ik heb hier nog steeds dat shirt van Tony liggen, als je wilt doe je dat toch aan.
Britt; Bedankt, kan ik nu gaan?
Sam: Nee, even wachten nog. Ik ga even wat tape over je neus plakken zodat hij ook op zijn plaats blijft en jij je niet nog eens stoot, want ik kan alleen maar zeggen wat ik heb gehoord: dat doet ontzettend pijn.
Britt voelt zich een knock-out geslagen boxer als ze na meer dan anderhalf uur van behandelen, samen met het meisje het ziekenhuis mag verlaten en ze samen naar het commissariaat gaan.
Jonas was gelijk nadat de PD was vrijgegeven al terug gegaan en deed het voorkomen of hij al heel veel informatie had weggewerkt in het dossier.
Vanuit het ziekenhuis had Britt al gebeld voor een doventolk en die kwam gelijk met hun aan.
Ze plaatste het meisje met toezicht in het verhoor en nam de tolk mee naar het teamlokaal .
Net toen ze met het verhoor wilde gaan beginnen riep Nadine haar binnen.
Nadine; Britt? Wat zie jij eruit?
Britt; Ongelukje. Komt allemaal wel weer goed zegt Sam. Mag ik gaan verhoren? Die doventolk wordt per kwartier betaald.
Nadine; Ga maar en neem Jonas mee.
Britt; Moet dat?
Nadine; Nu wel, maar als je klaar bent wil ik dat jij mij even uitlegt wat er mis is met hem.
Britt; Doe ik.
Britt en Jonas doen het verhoor, en daarna moet Britt dus bij Vanbruane komen...
Nadine: Britt wat is er met je gebeurd? Je gezicht?? Je ziet eruit of je twaalf rondes tegen een zwaar gewicht hebt lopen boksen
Britt: Dat ging per ongeluk. Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte. Ze had ons niet gehoord, ze is doofstom.
Nadine; Amai, dat maakt het verhoor er ook niet eenvoudig op.
Britt; Maar we, ... ik, had op het ziekenhuis al met een doventolk gebeld en die is net bij het verhoor geweest.
Nadine; En wat kreeg je uit het meisje? Hoe oud is ze trouwens?
Britt; Ze noemt Irene, ze is pas twaalf.
Nadine: Wat voor verklaring gaf ze?
Britt; Ze zijn thuis overvallen. Haar moeder was compleet verrast door die vent die binnen is gedrongen. Ze heeft gelijk een hele zware klap op het hoofd gehad en is gelijk out gegaan. Toen is hij op zoek gegaan naar haar vader. Die had zich nog verweerd met een vleesmes, dat had hij vanuit de keuken meegenomen toen hij weg wilde vluchten. Hij was boven gegaan om Irene te beschermen, maar is door die vent gepakt.
Nadine; Wat was er gaande dan? Kende die vent het gezin? Had hij iets te vereffenen?
Britt; Dat weten we nog niet. Irene is heel erg geschrokken, maar ze kon dus niet horen wat die vent tegen haar ouders heeft geroepen. Ze is heel erg in de war. Ik wil haar voor de nacht graag laten opvangen in een beschermde groep of woonvorm of zo. Ze kan niet in dat huis terug en ze is nog zo jong, dat kunnen we haar niet aandoen.
Nadine; Bel sociale zaken maar en spreek af dat we haar elke momnet weer op kunnen roepen. Als ze wat rustiger is moet ze opnieuw komen en proberen we een signalement los te krijgen. En misschien dat ze dan ook wat beter kan aangeven wat ze heeft zien gebeuren.
Britt loopt weer naar haar desk en belt sociale zaken om Irene op te halen en gaat dan weer naar het verhoor, waar Irene nog steeds zit. Ze heeft een kop thee en een koek bij zich en reikt dat aan. Irene zet het snel neer en pakt angstig de hand van Britt en begint van nieuws te huilen. Weer slaakt ze vreemde klanken uit en Britt besluit haar pen en papier te geven om duidelijk te maken wat ze wil.
Britt voelt zich verdrietig als Irene schrijft: Mama.
Britt; Dat weten we nog niet. De dokters zorgen nu voor haar.
Maar uiteraard verstaat Irene dat niet en ze begint nog harder te huilen. Britt legt een arm om haar heen en probeert haar te troosten.
Dan neemt ze zelf het schrijfblok en schrijft kort op dat haar mama in het ziekenhuis is en de dokter hun best doen om haar beter te maken.
Nadat Irene is overgedragen aan de zorg van sociale zaken loopt Britt helemaal afgepeigerd terug naar haar desk. Als ze haar tas wil pakken en iets voorover staat doet voelt ze dat haar hele hoofd pijn doet. Ze gaat vlug zitten om een aanval van flauwte op te vangen.
Nadine; Britt, kom je nog even? Ik geloof niet dat het zo goed samenwerk met die Jonas, wel?
Britt; Misschien moeten we even aan elkaar wennen.
Nadine: Ik denk het niet. Hij is hier ook geweest en heeft gezegd wat er is voorgevallen, maar ik ben ook benieuwd naar wat jij ervan vind.
Britt: Ach het valt wel mee.
Nadine; Vertel het maar, ik bijt niet.
En dus verteld Britt haar kant van de gebeurtenissen en al snel moet Nadine beslissen dat Britt beter niet met Jonas kan samenwerken. Jonas wordt weer vrijgegeven voor de federalen en Nadine beloofd een andere partner te zoeken voor Britt tot Tony terug is, en NA dat ze drie dagen heeft gerust met haar zere hoofd en neus.
Britt; Ik kan wel werken hoor.
Nadine; Maar ik wil dat je rust neemt. Maak het nou niet erger dan het is. De vorige keer gaf je ook niet op tijd je grenzen aan, en je moet het me maar niet kwalijk nemen dat ik daar nu zelf wat beter op ben ga letten. Ik wil jou niet weer kwijt raken Britt. Bovendien, kun je je energie wel voor leukere dingen gebruiken, zoals het plannen van je trouwerij.
Britt; Wat zal Johan zeggen als ik straks zo thuis kom?
Nadine; Vragen of je gebokst hebt? (lachend)
Britt wil ook lachen maar het doet verrekte pijn.
Dan gaat ze ook maar naar huis en eigenlijk vind ze wel dat Johan mild reageert op het gebeuren. Wat ze niet wist was  dat Nadine hem al via de telefoon had voorbereid op wat er aan de hand was, en had aangegeven dat Britt drie dagen niet mocht werken.
Britt heeft niet veel trek in eten, maar ze moet wel van Johan. Na het eten helpt ze de kinderen wat met hun huiswerk en gaat dan vermoeid op de bank liggen.
Als de kinderen slapen gaat Johan lekker bij haar zitten en begint met haar haren te spelen.
Johan: Hey, Brittje, alles goed?
Britt; Gaat wel. Wat hoofdpijn.
Johan: Van die slag?
Britt; Ik denk het. Ik denk dat ik maar vroeg ga slapen.
Johan: Wil ik met je mee komen of wil je gewoon "slapen"?
Maar Britt zegt al niets meer en loopt naar de badkamer. Tijdens het tandenpoetsen begint haar neus weer heftig te bloeden en als Johan, die net binnenkomt, dit ziet, grijpt hij een handdoek, drukt die onder haar neus en neemt haar gelijk mee naar het ziekenhuis om de neus nogmaals te laten inspecteren.
En weer moeten er een paar bloedvaatjes dichtgebrand worden. Nu krijgt ze ook gaastampons in haar neus geduwd. Meters lang, voor haar gevoel. Het voelt aan of ze een appel in haar neus heeft, zo dik en opgezet.
Er wordt nog wat bloed afgenomen en ze moet even op de uitslag wachten. Er wordt gekeken of ze niet teveel bloed is verloren en of de stolling wel in orde is.
Als dat allemaal oké blijkt mag ze weer naar huis.
Moe en wat verdrietig gaat ze in bed liggen en rolt dicht tegen Johan aan en zoekt warmte en veiligheid in zijn armen, en hij troost haar en koestert haar.
Britt: Johan? (moe)
Johan: Ja, lieverd?
Britt: Zou Nadine het goed vinden als ik morgen vrijaf neem?
Johan: Lieverd, Nadine zegt dat je drie dagen niet mag komen.
Britt; Heeft ze je gebeld?
Johan: Ja. Ze wilde me even voorbereiden op je thuiskomst.
Britt; Ik voel me zo ziek (zachtjes huilend)
Johan: Kom lekker bij me, ik houd je goed vast. Heb geen bang.
Maar Britt kan moeilijk in slaap komen. Telkens als ze bijna in slaap valt schrikt ze half in paniek wakker want ze wordt dan zo benauwd. Dat komt omdat ze gewend is door haar neus te ademen in haar slaap, maar de neus zit dus echt volgestouwd met gazen. Ten lange leste valt ze met haar mond open in slaap en wordt dan na een kleine twee uurtjes weer wakker omdat ze zo'n droge keel heeft. Ze moet er van hoesten en dat doet ook weer pijn. Ze is bang dat het weer gaat bloeden en angstig maakt ze Johan wakker.
 
Die gaat voor haar een glaasje water halen en neemt haar weer even tegen zich aan, waarna hij weer lekker in slaap valt en Britt andermaal begint om te proberen ook weer in slaap te komen.
De volgende ochtend voelt ze zich geradbraakt. Johan stelt voor dat ze lekker blijft liggen en dat hij de kinderen wel naar school werkt.
Zelf twijfelt hij of hij thuis zal blijven of toch maar gaat werken. Hij gaat nog even bij Britt langs en vraagt of zij wil dat hij thuis blijft.
Britt; Ga maar werken, aan mij heb je toch niets vandaag.
Johan: Hoe is het met je hoofdpijn?
Britt; Gaat wel. Maar mijn neus doet zo'n pijn.
Johan; Weet je zeker dat je je redt vandaag?
Britt; Ik wil alleen maar slapen, en dat die pijn weg gaat.
Johan heeft echt met haar te doen. Hij ziet dat  Britt haar ogen al weer vochtig worden en gaat nog even dicht bij haar liggen.
Johan: Bel je me als je niet meer alleen wilt zijn? Of als ik iets voor je kan doen?
Britt; Ja, ik bel dan wel.
Johan; Probeer of je vandaag ten minste wat kan bijslapen, je hebt vannacht ook weinig slaap gemaakt.
Britt; Ik kon niet slapen. Ik kon geen adem krijgen.
Johan; Het is even wennen om door je mond te ademen. Trouwens, de kinderen blijven over tussen de middag, dus je hebt echt het rijk alleen, maar wel bellen als ik wat doen kan voor je?
Britt; Dank je Johan dat je zo goed voor me zorgt.
Johan; Als je je beter voelt mag je me laten weten wat je bedoelt.
Dan geeft hij haar een voorzichtige zoen op haar wang en vertrekt toch maar naar het werk.
 
Op het commissariaat zit Nadine te overdenken wie die zaak van Britt kan overnemen. De mannen zijn allemaal druk, en ze denkt dat het ook beter is dat een vrouw de zaak overneemt.
Ze zoekt in haar agenda wat nummers na en begint dan een nummer in te toetsen.
Nadine: Sofie? Hé, hoe is het met je? Ben je nog druk, of zou je ons hier uit de brand kunnen helpen?
Sofie: Naar Gent wil ik zo terug komen. Heb je wat leuks voor mij?
Nadine: Als je vandaag nog hierheen kunt komen wil ik even wat met je overleggen.
 
Dus zo komt Sofie Beeckman rond de middag aan in Gent.
Nadine; Ik stel voor dat we gaan lunchen, maar ik denk dat we eerst samen eens naar jou tijdelijke partner moeten gaan, maar die is wel ziek thuis op dit moment.
Sofie: Met wie moet ik samenwerken?
Nadine: Britt.
Sofie: Amai, da's nog eens leuk om voor terug te komen. Maar Tony dan?
Nadine; Die zit in Nepal.
Sofie: Maar wat is er dan met Britt?
Nadine; Per ongeluk een slag in haar gezicht gehad. Neusbeentje gebroken en een paar fikse bloedneuzen gehad. Ze moet van mij drie dagen thuisblijven. We kunnen zo even gaan zien hoe het met haar is, en misschien kan ze je wat informatie geven zodat jij alvast op die zaak verder kan.
 
Britt had nog tot een uur of elf geprobeerd te slapen, maar was helemaal kriegel geworden toen dat weer niet lukte en dus het bed maar uitgegaan. Nu zat ze achter de computer en was aan het zoeken naar informatie over gebarentaal.
Ze was helemaal verrast dat er werd gebeld, want ze verwachte niemand.
Ze keek dan ook heel verrast dat ze Nadine en Sofie voor de deur zag staan.
Britt; Hey, wat komen jullie doen?
Nadine; Kijken of jij je wel aan de voorgeschreven rust houdt.
Britt; Ik kan niet rusten. Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan. Ik ben kapot.
Sofie: En waarom lig je dan niet in bed?
Britt; Ik word strontbenauwd als ik ga liggen. Ik krijg geen lucht.
Inmiddels is ze al in de keuken aan het trekken om koffie en thee te maken en ze heeft ook al wat broodjes gepakt en staat die nu te smeren om haar "gasten" voor te zetten.
Nadine loopt naar de keuken en neemt haar het werk uit handen en stuurt haar naar de kamer terug waar ze aan de hoge tafel gaat zitten, om vooral rechtop te kunnen zitten.
Sofie gaat achter haar staan en legt haar handen op Britt haar schouders.: Meid wat ben jij gespannen. Laat die schouders eens hangen. Ontspan en adem eens diep in, even vasthouden en rustig weer uit. Zo, goed zo, en nog een keer, heel diep in, even vasthouden en rustig weer uitblazen.
Britt; Dank je Sofie. Ik was ook heel gespannen.
Sofie: Toch niet vanwege die zaak hoop ik?
Britt; Nee, ik werd zo angstig toen ik niet kon ademen en niet kon slapen.
Sofie: Dan zullen wij je niet te lang ophouden. Zou je me willen briefen wat je hebt van die zaak, dan kan ik er alvast mee doorgaan, en als je weer de straat opkan, dan doen we samen verder.
Britt; Hebben jullie al nieuws van die moeder?
Nadine; Daar gaat het niet zo goed mee. Ze is in coma geraakt.
Britt; En het meisje?
Nadine: Had een onrustige nacht en heeft naar je gevraagd.
Britt; Wat lastig dat je niet met haar kan praten.
Sofie: Waarom kan dat niet?
Britt; Ze is doofstom. Ik was al aan het zoeken naar iets van gebarentaal, maar dat leer je niet zo snel hoor.
Sofie: Een heel klein beetje ken ik, maar ik zou er geen gesprek mee kunnen voeren.
Britt; Zal ik mee gaan naar haar toe?
Nadine; De enigste plek waar jij nu gaat is naar je bed. Jij zou rusten, weet je nog?
Britt; Maar,... ik heb jullie broodjes ook nog staan.
Sofie; Daar helpen we je wel vanaf maar ga daarna toch nog lekker even proberen om te slapen. Ik zal Irene laten weten dat jij bij haar komt zo gauw je dat kan, oké?
Britt; Oké.
Ze zucht eens diep en haar ogen vallen al bijna dicht van vermoeidheid.
 
Zo treft Johan haar aan als hij om half vier thuiskomt.
Nadat Sofie en Nadine waren vertrokken was Britt voorover op de tafel gaan liggen en had alsnog een stukje slaap gevonden, maar omdat ze op haar aangezicht had gelegen, deed haar neus nu heel erg pijn.
Toen Johan haar voorzichtig wekte begon ze dan ook gelijk te huilen.
Hij hielp haar naar bed en ging bij haar liggen.
Hij hoorde haar aan wat er die dag zoal gebeurt was en streelde voortdurend door haar haren.
Hij zat heel graag aan haar haren, en haar lichaam trouwens ook. Hij begon haar nu over haar armen te strelen en gaf haar kleine zoentjes en merkte dat ze zich wat ging ontspannen.
Uiteindelijk viel ze in slaap en Johan was zo blij dat ze dat eindelijk kon, dat hij haar rustig liet liggen.
Hij had al werk meegenomen naar huis zodat hij de andere dag niet weer weg hoefde en er voor Britt kon zijn.
 
Ondertussen was Sofie naar het opvanghuis gegaan waar Irene was ondergebracht.
Irene zat al heel de dag als een bang vogeltje in elkaar gedoken op het bed.
Sofie probeerde haar aandacht te trekken door een paar handgebaren te maken die ze nog kende van heel lang geleden.
Toen ze haar politiepenning liet zien keek Irene haar aan en begon aan haar haren te trekken.
Sofie: Je bedoelt mijn collega? (wijzend op haar blonde haren)
Irene maakte een schrijfgebaar en kreeg een blok met pen van Sofie, en schreef daarop: Britt?
Sofie: Ziek (over haar hoofd wrijvend)
Irene wees op haar neus.
Sofie knikte.
En zo konden ze toch nog wat informatie uitwisselen alleen konden ze daar in het onderzoek niets verder mee komen.
Nadat Sofie had opgeschreven dat Britt zo snel mogelijk langs wilde komen nam ze afscheid en vertrok weer naar het commissariaat.
 
Daar ging helaas meteen de telefoon...
Sofie: Beeckman?
Britt: Sofie? Hoe was het met Irene?
Sofie: Angstig en verdrietig. Het is inderdaad heel moeilijk om een gesprek met haar te hebben.
Britt; Overmorgen wil ik met haar gaan praten. Dorien heeft me wat uitgelegd over gebarentaal. Leuk hè, dat ze dat tegenwoordig al in het basisonderwijs meegeven. Dat er allerlei soorten mensen zijn en dat die toch eigenlijk wel heel goed met elkaar overweg kunnen, als ze zich maar een beetje inzetten om elkaar te grijpen.
Sofie: Zeg dat tegen dat volk wat wij regelmatig van de straat moeten halen.
Britt; Ik wil graag weer aan het werk,
Sofie; Hoe gaat het met je?
Britt; Gaat wel.
Sofie; Dan moet je nog even wachten. Als jij kan zeggen : Ik voel me prima, mag je me komen helpen.
Britt; Jij bent je gevoel voor humor ook nog niet kwijt, wel?
Sofie: Gelukkig niet, anders zou ik het nier niet volhouden. Maar Nadine had gezegd drie dagen, dus dat is morgen ook nog. Doe het rustig aan, dan kom ik je overmorgen wel ophalen oké?
Britt; Dat zou ik heel fijn vinden.
Johan merkt aan Britt dat ze zich inderdaad al beter begint te voelen. Ze is wat meer uit bed, en heeft niet meer zoveel pijn. De hele middag had ze op internet bezig geweest met gebarentaal, en nadat Dorien uit school was gekomen hadden ze samen even geoefend.
Johan: Maar als jij je weer zo goed voelt, zou jij dan voor het eten willen zorgen?
Dorien: Neeeeeeeeee, ze kan niet koken.
Britt; Hé daar dame. Wie heeft er jarenlang voor jou eten gekookt?
Dorien: Jij, maar dat was niet lekker. Johan kan veel beter koken.
Britt; Maar Johan heeft vandaag vrijaf van de keuken, dus je zult wel moeten eten wat de pot schaft, en anders heb je maar honger hoor.
 
Op het commissariaat had Sofie nu de uitslagen van het gerechtelijk laboratorium binnen.
De vader van Irene was door messteken en die snijwond aan zijn hals overleden. Maar er waren verschillende types bloed gevonden, en dat maakte de situatie alleen maar lastiger.
Zowel Irene, als haar moeder hadden andere bloedgroepen dan ze op de overloop hadden aangetroffen, dus was de recherche nog eens teruggegaan. Sofie moest mee, om als officier ter plaatse aanwezig te zijn als er nieuwe bewijzen konden worden opgenomen.
Bij aankomst bij het huis zag Sofie dat de verzegeling op de voordeur was verbroken.
Vlug belde ze transmissie voor versterking. Hier waagt zij zich ook niet binnen.
Na een kwartier zijn Nick en Bruno op hun motoren aanwezig, en met getrokken wapens gaan ze het huis binnen.
Terwijl hier de actie pas begint, is het bij Britt's huis doodsaai...
 
Dorien + Simon: Gaan we een spel spelen? (zeurend)
Britt: Nu liever niet. ik heb mijn hoofd er niet zo naar staan.
Simon: Dan ga ik wel geschiedenis doen, want meneer heeft ons vandaag heel wat moois verteld.
Johan; Zo, Simon, dan heeft die extra les van Britt toch resultaat gehad?
Simon: Zeker en gewis.
Dorien: Nou, dan ga ik ook wel lezen. Jullie zijn saaie pieten.
Als de kinderen boven zijn gaat Britt vermoeid op de bank hangen en ze staart wat voor zich uit.
Johan; Wat is er Britt, waar zit je aan te denken?
Britt; Aan dat meisje, die Irene. Ze heeft waarschijnlijk met eigen ogen gezien dat haar vader werd vermoord, en haar moeder ligt in coma. Irene is doofstom, en ik denk dat ze het heel moeilijk zal hebben, want niemand zal haar begrijpen.
Johan: Maar er zal toch wel familie zijn die haar kan opvangen?
Britt; Maar ik denk dat ze heel erg afhankelijk was van haar ouders.
Johan; Maar er zijn toch wel hulpinstanties?
Britt blijft afwezig zitten staren en Johan gaat dicht bij haar zitten en neemt haar in zijn armen: wat is er toch met je Britt? Je bent zo stil?
Britt; Ik dacht aan Dorien. Die is haar papa al verloren en bijna was ik ook ...
Johan: Maar jij bent er gelukkig nog voor haar. En als jij over vier en halve week mevrouw Van Lancker gaat heten dan heeft ze weer een mama en een papa.
Britt; Mevrouw Van Lancker? (sipjes)
Johan: Of bedenk je je en wil je niet meer met mij trouwen?
Britt ; Jawel maar ……
Johan: Ik heb iets wat ik je wil laten zien. En Dorien trouwens ook. Wil je haar even ophalen?
Britt loopt naar boven en moet de nodige moeite doen om Dorien te motiveren om mee naar beneden te komen.
Eenmaal beneden vraagt Johan of ze wat willen drinken.
Dorien: Cola.
Britt; Niet door de week.
Dorien: Dan maar roosvicee.
Britt; Ik wil een glaasje water.
Johan: Zo doe maar duur. Hier heb ik iets voor jullie.
Dorien: Wat is dat allemaal? Het ziet er zo officieel uit.
Johan; Ik heb nagevraagd of jullie na het trouwen jullie eigen naam kunnen houden.
Dorien: En? (heel enthousiast, want eigenlijk was dat, behalve de foto's en een paar stukjes herinnering aan Mark het enige wat ze nog had van haar papa)
Johan; Als jullie willen dan mag dat, maar dan moet ik dat volgende week wel weten als ik naar de ambtenaar van de burgerlijke stand ga.
Dorien: Oh, heel graag. Ik ga het gelijk aan Simon zeggen.
En hup, daar vliegt ze de trap weer op, maar komt halverwege toch weer naar benden en vliegt Johan om de hals en geeft hem een dikke zoen: jij bent geweldig, en als jullie getrouwd zijn en ik mag Michiels blijven heten, dan wil ik je gerust papa noemen hoor.
Johan; Dat mag je zelf weten Dorien, maar ik vind het heel fijn dat jij zo blij bent.
Als Dorien weer boven is, kijkt Johan naar Britt , die nu met vochtige ogen op de bank zit.
Johan: En jij Britt, wat zou jij willen?
Maar Britt zegt niets, die is met haar gedachten mijlenver weg.
Johan neemt haar mee naar de slaapkamer waar ze zich in een automatisme omkleed en op bed gaat liggen. Johan gaat dicht bij haar liggen en legt zijn arm om haar heen en draaide haar naar zich toe.
Johan: Gaat het liefje?
Britt; Johan, je maakt me zo gelukkig, maar ik raak er ook van in de war.
Johan: Waarom dan?
Britt; Ik vind het zo edelmoedig van jou dat je mij de naam van Mark wilt laten houden, maar nu we ook al geen kindjes kunnen krijgen, en ik ook al je naam niet zou aannemen... het voelt heel vreemd.
Johan; Britt, lieverd, de gedachte dat je voor altijd bij mij zult blijven vervult mij met eeuwige liefde. Een naam of een kindje zullen daar weinig aan veranderen, als ik maar weet dat ik elke dag bij jou thuis kan komen, en dat jij er voor me bent.
Britt begint nu van blijdschap te huilen en slaat haar armen om Johan heen.
Voorzichtig draait hij bovenop haar en begint haar te zoenen en langzaam geraken ze in een liefdesspel en genieten intens van elkaar.
 
Als ze de andere ochtend wakker worden is Britt nog helemaal blij en gelukkig loopt Dorien er nu ook wat beter gestemd bij dan gisteren.
De kinderen gaan naar school en Britt wil gaan werken maar Johan belet haar dat en om haar af te leiden neemt hij haar na het ontbijtje weer mee naar bed en begint opnieuw de liefde met haar te bedrijven.
 
Rond een uur wordt er aan de deur gebeld.
Het is Sofie, met rooddoorlopen ogen.
Johan: Kom gauw binnen. Wat is er Sofie?
Sofie: Het is helemaal fout gegaan gisteren. Ik moet Britt spreken.
Het bleek dat toen ze de dag ervoor naar het huis waren terug gegaan, waar door de politie verzegeling heen was gebroken. Daarop had Sofie versterking opgeroepen en waren ze het thuis binnen gegaan. Daar hadden ze twee mannen aangetroffen die de boel nog verder overhoop hadden gehaald. Die hadden ze dus betrap en willen arresteren. Daarbij was het op een handgemeen uitgedraaid en was er een wapen afgegaan.
Een van de jongens van het sporenteam was daarbij levensgevaarlijk gewond geraakt en Sofie trok zich dit behoorlijk aan. Ofwel duidelijk was dat het niet haar wapen was. En niet haar fout, want ze hadden de taken goed verdeeld, voelde ze zich super ellendig.
Peter Claesens was nog maar een jonge vent, van achter in de twintig en had nog een klein kindje. Nu lag hij te vechten voor zijn leven. Sofie was deze ochtend nog op het ziekenhuis geweest, maar het zag er nog steeds zorgwekkend uit.
Britt; Wil ik zo met je meegaan naar het commissariaat?
Johan: Britt.
Britt; Om Sofie te steunen.
Johan: Wil je alsjeblieft nog niet de straat op gaan, ik bedoel op een zaak gaan werken?
Britt; Dat beloof ik Johan.
Sofie huilt even lekker uit op Britt haar schouder en na een uurtje of zo gaan ze samen naar de Belfortstraat.
Nick en Bruno waren in het verhoor bezig met een van de verdachten die ze de dag ervoor in het huis van Irene hadden opgepakt, maar hij was absoluut weinig coöperatief.
Britt merkte aan Sofie dat die heel erg kwaad was.
Nadine riep gelijk even Britt in het kantoor.
Nadine; Jij zou toch nog niet werken??
Britt; Ik ben meegekomen om Sofie wat te steunen. Die trekt het zich heel erg aan van Peter.
Nadine; Ik heb net even gebeld, en ze zeggen dat hij gelukkig stabiel is, en dat hij sinds een uurtje weer zelfstandig kan ademen dus niet meer aan de machine ligt.
Britt; Dat is goed om te horen. Maar hoe is het gebeurt?
Nadine: Dat kun je denk ik beter aan een van hun zelf vragen, maar liever nu nog niet.
Morgen ben je weer van de partij?
Britt; Graag , ik heb genoeg thuis gezeten.
Nadine; Hoe is het met de pijn?
Britt; Is te dragen. Ik ga zo even mijn mailbox nakijken en dan denk ik dat ik Sofie vanavond maar bij ons te eten vraag.
Nadine; Heel aardig van je Britt. Die afleiding kan ze denk ik wel gebruiken.
 
Als Britt weer achter haar bureau gaat zitten, voelt dat eigenlijk toch ook wel heel vertrouwd.
Snel opent ze haar mail en ziet tot haar vreugde dat Tony haar ook een mailtje heeft gestuurd. De inhoud was niet zo vrolijk, want gelijk na aankomst in Kathmandu had ze kiespijn gekregen en bij een tandarts geweest die de boel had liggen verkloten. Toen moest ze naar de kaakchirurg en die had haar drie dagen in het ziekenhuis gehouden. Nu was de verstandskies eruit, de ontsteking onder controle en dus kon ze aan de reis beginnen. Ze had den bijlage meegestuurd, met een voorlopige, ruwe indeling van waar ze heen zou gaan, en ze sloot af met de mededeling dat ze wilde proberen ongeveer een keer per week te mailen, en ze hoopte dat Britt terug zou mailen over de ontwikkelingen voor de bruiloft.
Britt keek met een glimlach naar het scherm waar nu een grote foto van Tony op kwam, die gemaakt was voor een van de boeddhistische tempels die de stad rijk was.
Sofie zag Britt glimlachen en liep even naar haar bureau en vond het eigenlijk wel een supervinding, dat e-mailen en die foto's mee kunnen sturen.
Britt; Ze moedig hè, helemaal alleen naar zo'n ver land.
Sofie; Ik wou dat ik het lef had.
Britt; Leven is het meervoud van lef, en dat heeft ze.
Sofie: Petje af. Ik hoop dat ze geniet.
Britt; Dat weet ik wel zeker als ik haar op die foto zie.
Zo kletsen ze nog een poosje door en dan gaan ze samen naar Britt 's huis voor de avondmaaltijd, en gelukkig mag Britt de andere dag haar werkzaamheden, voorzichtig, hervatten.
Haar eerste doel: Naar Irene toe gaan.
Nadine: Wat ben jij van plan, Michiels? (streng, wanneer Britt naar Irene wilde gaan)
Britt: Ik wilde...
Nadine: ... naar Irene gaan? (radend)
Britt; Uhm, ja... (twijfelend)
Nadine: Daar komt niks van in!
Britt: Maar Nadine, ik had haar dat beloofd. Ik moet haar nog eens spreken over wat er gebeurt is in dat huis.
Nadine: Britt, ze heeft je neus gebroken geslagen. Ik kan dat niet goedkeuren.
Britt: Maar dat ging per ongeluk. En Sofie gaat met mij mee.
Sofie: Ze zal Britt echt niet wat doen. We willen ook weten hoe het nu met haar is.
Nadine: Maar pas heel goed op. Volgens Raymond hadden die twee mannen die bij dat huis waren nog een handlanger, en die hebben we nog steeds niet. We moeten donders goed oppassen of die jullie niet volgt anders is dat meisje nog niet veilig.
Britt; We zullen heel goed oppassen. We gaan trouwens eerst eens zien op het ziekenhuis hoe het met de moeder gaat.
En net als ze willen weglopen gaat Britt haar telefoon.
Het was het ziekenhuis: de moeder van het meisje was aan de gevolgen van die slag op haar hoofd ook overleden.
Britt zijgt neer in haar stoel en voelt haar tranen omhoog komen.
Sofie: Amai Britt, wat is er met u?
Britt; De moeder van Irene. Ze is......... Ze is dood. Nu is dat arme kind haar beide ouders kwijt.
Sofie: (heel boos nu) Verdomme. Ook dat nog. Oh, wat baal ik hier van.
Nadine: Rustig Sofie, zo schiet niemand er wat mee op. Probeer of je wat te weten kunt komen van dat meisje, en denk eraan: voorzichtig, allebei, ja?
Britt; Doen we. (over haar neus wrijvend)
Sofie: Wat scheelt er, Britt?
Britt: Mijn neus jeukt. (met een vies gezicht)
Nadine: Das een goed teken, dan is hij aan het genezen. (lachend)
Met lood in hun schoenen begeven Sofie en Britt zich naar het opvanghuis waar Irene is ondergebracht. Inmiddels is er al wel familie opgespoord, maar dat waren oude mensen die absoluut niet de zorg voor Irene op konden nemen. Van vaders kant was er geen familie bekend en dus zaten ze met de situatie: wat nu?
Hier was er slechts een tijdelijke plek, maar er moest een pleeggezin gevonden worden voor Irene.
Britt voelde zich weeïg worden om het hart
Sofie nam haar bij de arm en leidde haar mee naar de gang.
Sofie: Britt, ik weet wat je denkt, maar doe het niet.
Britt; Maar ze is helemaal alleen.
Sofie; Britt, uit professioneel oogpunt, doe het niet. Ik snap best dat je heel erg bezorgd om haar bent. Dat ben ik ook, maar het is niet niks om de zorg voor haar op te nemen. Met  haar handicap, en ze is al twaalf jaar, en……
Britt; Maar die handicap hoeft het probleem niet te zijn.
Sofie; Je kunt haar heus wel eens gaan bezoeken Britt, maar alsjeblieft, denk ook aan jezelf en aan je gezin.
Britt zucht eens diep. Ze weet dat Sofie gelijk heeft, maar toch.
Dan gaan ze weer binnen en Britt probeert de gebarentaal uit die ze samen met Dorien heeft geoefend, en wonderwel kan Irene haar goed begrijpen.
Britt vraagt of Sofie aantekeningen mag maken, en als ze klaar zijn dat ze een verslag gaan typen en als dat klopt met wat Irene hun "verteld" dan moet ze daar haar naam onder zetten een word het een officieel bewijsstuk.
Ze gaat er mee akkoord en dus begint Britt haar best te doen om informatie los te krijgen. Soms gaat het wat moeizamer, maar omdat Irene nog zo jong is kunnen ze in heel eenvoudige bewoording toch veel los krijgen.
Als ze gedaan hebben vraagt Irene weer naar haar moeder, want hier hadden ze er nog niets over losgelaten.
Toen begon Britt echt te balen, want nu moesten zij zeggen dat haar moeder was overleden.Irene reageert intens verdrietig en Britt neemt haar stevig in haar armen en probeert haar te troosten.
Ze blijven wel meer dan een uur bij Irene maar moeten haar dan toch weer achterlaten. Britt zegt toe om contact te leggen met die oude oom en tante zodat ze wel samen voor de begrafenis kunnen zorgen, maar dat er daarna dan toch naar een pleeggezin moet worden gezocht.
 
Op het commissariaat zet Sofie zich achter haar computer om het verslag in te typen. Britt gaat even in de kantine zitten en probeert de zaken wat op een rijtje krijgen. Ze was heel erg gegrepen door het verdriet van Irene. Maar ze kon er niet veel aan doen om dat minder te maken. Ze sloot haar ogen en dacht eraan hoe dankbaar ze zelf was dat ze al haar sores had kunnen navertellen. Ze prees zich zielsgelukkig met Dorien en met Johan en Simon.
Nog vier weken, dan was de grote dag.
Even krijgt ze dan ook een rilling van genot door haar rug heen, als ze aan haar trouwdag denkt...
Ze glimlacht zwakjes...
Plots komt Vanbruane de kleedkamer ingelopen...
Nadine: Irene is weggelopen!
Britt: Shit, dat moeten we er net niet bij hebben.
Nadine: Hebben jullie enig idee waar ze heen kan zijn gegaan?
Sofie: Ik heb een vermoeden. Kom Britt, we gaan haar zoeken.
 
In de wagen kijkt Britt Sofie vragend aan.
Britt; Wel, zeg je het nog of kom ik er wel achter als we haar gevonden hebben?
Sofie: Ze zei toch tegen jou dat er iemand was geweest die geld van haar vader wilde voor een auto?
Britt: Ja, en? Er stond geen auto bij het huis dus ik denk dat ze die ook niet hebben.
Sofie: Irene liet een foto zien van hun andere huis, en daar was een garage bij. Ik dacht zo als wij daar eens gingen kijken ......
Britt: ...dan maken we kans dat Irene daar ook is?
Sofie: Jij mag niet meer raden.
 
Nadat ze een half uurtje hebben gereden komen ze aan bij een klein oud huisje, weg van de bebouwde kom. Het ziet er gammel en gevaarlijk uit.
Sofie: Britt, kijk heel goed uit. Het ziet er nogal bouwvallig uit en ik wil geen gelazer met Nadine als jij weer gewond raakt.
Britt; Hoezo : Weer?
Sofie: Je neus? Of ben je dat al vergeten?
Britt; Oh dat. Nee, ik pas wel op.
Voorzichtig lopen ze eerst eens om het huisje heen en proberen te zien of ze binnen kunnen kijken, maar overal zitten gordijnen voor de ramen. Het ziet er onbewoond uit.
Dan lopend ze naar het achterom en voelen aan de deur of die open wil en het lukt ook nog.
Sofie heeft haar wapen ter hand genomen. Ook Britt volgt met haar wapen in de hand naar binnen.
Voorzichtig kijken ze eerst beneden rond, maar treffen daar niemand aan.
Britt loopt naar de trap maar wordt door Sofie tegengehouden.
Sofie: (fluisterend) Die trap is gevaarlijk.
Britt; Zie dan dat er stappen in het stof staan, Irene kan hier geweest zijn en naar boven zijn gegaan.
Sofie: Britt, voorzichtig.
En voorzichtig, zoals opgedragen, kruipt Britt de trap op.
Maar bijna bovenaan de trap ........begint het hele gevaarte te wiebelen en stort het hele huis in...
Sofie haast zich naar buiten en ziet hoe het huis helemaal ineenstort...
Als het gevaar geweken lijkt, gaat ze tussen de brokstukken op zoek naar Britt en Irene...
Sofie: BRITT?! (in paniek)
Sofie werpt zich tussen de brokstukken en begint steeds harder te schreeuwen.
Ondertussen bellen mensen, die het geschreeuw van Sofie en het enorme lawaai van het instorten van het huis horen, de ambulance.
Voor Sofie haar gevoel duurt het uren vooraleer de hulpdiensten er zijn. Nog steeds heeft ze geen teken van Britt gevonden.
Ze legt haar hoofd schuin en probeert te horen of er iemand om hulp roept. Heel vaag hoort ze een gerammel en ze begint nog fanatieker te zoeken.
Ze haalt haar handen los aan het puin maar ze slaagt er uiteindelijk in om bij het geluid te komen en ziet tot haar opluchting dat het Irene is.
Ze slaat haar armen om Irene heen om aan te geven dat ze haar wil beschermen.
Irene kijkt haar angstig vragend aan.
Sofie: Ik weet niet. Ik weet niet waar Britt is.
Ze weet dat Irene haar niet kan horen maar ze denkt dat Irene het wel begrijpt. Irene blijkt behalve een paar schaafwonden geen verwondingen te hebben opgelopen, hooguit flink de schrik te pakken gekregen.
Sofie helpt haar overeind en nu beginnen ze samen te zoeken naar Britt.
Sofie gebaard naar Irene dat Britt boven aan de trap was, waarop Irene zich omdraait en direct naar de plek loopt waar de trap ooit had gestaan.
Samen beginnen ze daar nu ook de stenen en het hout weg te halen.
Plots ziet Sofie een hand liggen. Nu moeten ze heel voorzichtig te werk gaan om te voorkomen dat het puin weer naar beneden komt en Britt weer zal bedelven.
Net als ze Britt haar gezicht vrij hebben komt er ook al hulp van de brandweer, de politie en de ambulance en moeten Sofie en Irene uit het puin weg om de anderen hun werk te laten doen.
Irene wordt in de ambulance nagekeken en krijgt een goedkeurende blik van de arts en mag dan weer naar Sofie toe.
Sofie kijkt hoe de brandweer bezig is om Britt te bevrijden. Ze ziet geen bewegingen bij Britt en ze maakt zich behoorlijk ongerust. Dan voelt ze een hand in de hare glippen en ziet dat Irene haar een bemoedigende hand toesteekt.
Sofie: Ik ben zo bang.
Irene schudt: Nee, ten teken dat het niet erg zal zijn.
Als Britt uit het puin bevrijd is word ze op een brancard en in de ambulance gelegd en de deuren worden gesloten, zodat Sofie nog niet weet hoe het met haar is.
Een agent komt bij Sofie en vraagt wat ze in vredesnaam in die bouwval te zoeken hadden.
Sofie (boos van de schrik) Man, zie je dat niet, dat is mijn collega.
Agent: Nochtans stond er een bordje verboden toegang, maar u kunt blijkbaar niet lezen.
Geïrriteerd pakt Sofie haar eigen politiepenning en begint dan te vertellen dat ze op zoek waren naar Irene, en dat die getuige was geweest van de moord op haar vader, en dat er verdenkingen zijn dat er in dit huis, of wat er nog van over is, mogelijk bewijzen te vinden zijn.
Agent: Dan vrees ik dat we het terrein moeten afzetten een alles grondig moeten onderzoeken. Doen wij dat of doet jullie eigen team dat?
Sofie: Ik neem wel even contact op met mijn eigen commissaris, als je even geduld hebt.
 
Dus belt Sofie naar Nadine.
Nadine: Sofie, hebben jullie het meisje gevonden?
Sofie: (wat twijfelend) Ja.
Nadine; Wat is er? Je klinkt zo .....zo twijfelachtig.
Sofie: Ze was in het huis wat ik verwachtte, maar het huis...
Nadine: Sofie?? Britt!!!???
Sofie: Ja Britt is .... Ze word nu onderzocht.
Nadine; Sofie wat is er met Britt?
Sofie: Wel, ze wilde boven gaan zoeken naar Irene en toen ze boven aan de trap was, toen begon alles te kraken en te schudden en toen is het hele huis in elkaar gestort.
Nadine; Mijn God. Sofie. Hoe gaat het met haar?
Sofie: Goddomme Nadine, luister jij niet of zo? Ik zeg toch dat ze onderzocht word. Ik mag er ook niet bij.
Nadine; Waar zijn jullie? In het ziekenhuis?
Sofie: Nee nog bij de restanten van het huis. Maar ik denk dat daar bewijzen liggen en dus zal hier de hele puinhoop centimeter voor centimeter moeten worden nagezocht en nu wil de politie hier weten of zij dat moeten doen of dat wij dat zelf doen.
Nadine; Het is jullie zaak, en ik vind dat jullie dat ook zelf moeten uitzoeken. Ik zal een team van de sporendienst sturen en wil ik ook wat van je collega's laten komen?
Sofie: Graag, dan kan ik zo met Britt en Irene mee.
Nadine: Hoe is het met het meisje?
Sofie: Wat schaafwondjes en flink de schrik, maar verder is ze oké.
Nadine: En nu maar hopen dat Britt ook oké is. Laat me horen zodra je iets weet?
Sofie: Doe ik. Dag Nadine.
Dan loopt ze weer naar de ambulance maar mag nog niet binnen.
Boos loopt ze nu door het puin te stampen. Ze is echt kwaad in haar hoofd. Kwaad omdat ze Britt nog zo had gewaarschuwd en nu lag die mogelijk weer gewond daar in die ambulance.
Ze gaat op een stapel stenen zitten en begint te huilen.
Irene komt bij haar staan en legt haar armen om haar heen. Dan maakt ze een schrijf beweging en Sofie reikt haar een notitieblok aan waarop ze ijverig begint te krabbelen.
Sofie leest snel met haar mee en schrikt als ze de eerste woorden ziet.
"Geweer, geld"
Bij Sofie raast er van alles door het hoofd, maar ze kan er niet veel mee, omdat ze niet voldoende weet van gebarentaal. Ze denkt nog: "verdomme Britt, jij zou hier heel goed kunnen helpen.Waarom nu dit weer?"
Dan gaat de ambulance open en komt de arts op Sofie aflopen.
Arts; We kunnen niet zeker zijn, dus we nemen haar mee naar het ziekenhuis,. Gaat u ook mee?
Sofie: Ja, ik moet heel even iets doorgeven aan mijn collega's, en ik zie dat ze er al aankomen.
Vlug draagt Sofie over dat er gezocht moet worden naar een geweer, en naar een sportzak met mogelijk geldbundels erin.
Dan stapt ze bij in de ambulance. Irene mag op de bijrijderplaats en Sofie gaat naast Britt zitten, die nog heel wazig en verward voor zich uit ligt te kijken. Ze hebben haar een halskraag omgedaan en ze heeft een infuus gekregen.
Sofie wil haar wangen strelen en dan ziet de arts dat Sofie haar handen ook helemaal onder het bloed zitten. Hij pakt haar handen en drukt er voorzichtig op, waardoor de wonden van nieuws beginnen te bloeden en Sofie nu toch wel een beetje begint te piepen van de pijn. Door de angst had ze niet eens gemerkt dat ze zelf ook gewond was geraakt. De arts giet rijkelijk desinfectans op de handen die behoorlijk bijt in de wonden. Dan legt hij grote gazen er omheen en wikkelt er verband overheen.
Daar zit ze dan: beide handen in het verband en een behoorlijke pijn, en ze kan niets doen voor Britt.
 
In het ziekenhuis ziet ze al dat Nadine gelijk ook was gekomen maar ze hebben geen tijd om te praten. Zowel Sofie als Britt worden gelijk, elk apart in een onderzoeksruimte gebracht voor verder onderzoek dan wel behandeling.
Met  name het reinigen van de handen doet bij Sofie nogal pijn. Ze heeft een paar flinke sneeën in haar handen en een paar ingescheurde nagels. Als profylaxe krijgt ze gelijk een paar anti-tetanusinjecties in haar bil en moet echt even op haar tanden bijten. De verplegers zijn tegenwoordig niet zachtzinnig als ze zoiets moeten doen.De sneeën worden gehecht en over de kapotte nagels word een speciale lijm gebracht en daarna krijgt ze tape over de nagels en dat moet drie dagen blijven zitten.
Dan mag ze weer naar de wachtkamer waar Nadine haar opwacht en gelijk even in de armen sluit.
Nadine; Gelukkig, je bent er goed vanaf gekomen. Wat was er met je handen?
Sofie: Wat sneetjes. Zijn gehecht. Moet even een beetje oppassen maar het komt wel goed. Ik ben alleen bang dat ik nu niet zo snel kan typen.
Nadine: Daar heb je collega's voor, toch?
Sofie: En jij denkt dat die dat voor mij willen doen?
Nadine; Ja, hoor, die doen dat wel. Als jij later eens een rondje geeft in de Combi, zal dat allemaal wel loslopen.
Sofie: Heb jij al iets gehoord van Britt? Goddomme, ik zei nog zo dat ze moest oppassen, en toen begon die hele zooi in elkaar te donderen.
Nadine: Ga eens rustig zitten. Koffie?
Sofie: Graag.
 
Na een half uur komt de arts van Britt ook binnen lopen en verteld dat de verwondingen van haar gelukkig meevallen en dat ze ook mee terug naar huis mag.
Sofie: Wat was er met haar?
Arts: Blijkbaar is ze ergens onder gekomen dat het gewicht van het hout en die stenen heeft opgevangen. Ze heeft een lichte hersenschudding, wat schaafwonden en kneuzingen aan haar schouder, maar verder komt ze er met de schrik vanaf. U kunt naar haar toegaan.
Sofie weet niet hoe snel ze naar Britt toe moet lopen en valt haar in de onderzoekkamer huilend om de hals.
Britt; Rustig maar Sofie, het stelt niets voor. Hooguit wat schrik.
Sofie: Wat gebeurde er daar boven aan die trap?
Britt; Wel, toen ik de laatste trede wilde nemen toen leek het of de trap begon te bewegen en het volgende moment ligt ik onder de trap. Ik hoorde een boel lawaai en ik zag allemaal stof en toen werd het even zwart.
Sofie: Even? Je bent goddomme meer dan een uur weg geweest.
Britt; Zo lang? Ik dacht echt maar even een paar secondes.
Sofie; Maar het gaat nu weer? Kun je staan?
Britt komt overeind en voelt haar hoofd bonzen. Ze blijft even heel stil staan om het beeld voor haar ogen stil te zetten en trekt dan haar jasje weer aan wat op een stoel was gelegd.
Britt; Kom, we moeten naar Irene toe.
Sofie: Jij gaat naar huis en je gaat rusten. De arts zegt dat je een hersenschudding hebt.
Britt: Ik kan nu niet naar huis gaan. Johan vermoord me als hij hoort dat ik weer wat heb mispeuterd.
Sofie: En ik neem je niet mee naar het commissariaat.
Ineens grijpt Britt naar haar hoofd en begint het haar allemaal te duizelen. Ze graait om zich heen naar iets om zich aan vast te houden en zakt pardoes bij Sofie in haar armen.
Sofie: Toch maar naar huis dan?
Britt; Graag.
 
En weer eindigt het avontuur voor Britt in bed. Ze heeft stevig de balen. En omdat ze weer gewond is, maar ook omdat ze Sofie zo angstig heeft gemaakt. En nu kan ze weer niet met Irene praten en dat doet haar nog het meeste zeer.
Johan kan het niet meer opbrengen om boos te worden op haar. Het spijt hem dat ze weer gewond is, en hij is blij dat ze thuis is, maar het voelt gewoon niet goed. Die avond reageert hij ook vrij afstandig tegen Britt, die dit dondersgoed in de gaten heeft en verdrietig in bed ligt te huilen.
Tegen beter weten in gaat Britt de andere dag weer gewoon aan het werk. Ofwel ze een stevige hoofdpijn heeft legt ze opnieuw contact met Irene. Dan horen ze dat donderdag de gezamenlijke begrafenis van Irene's ouders is in Dongen en ze zegt toe dat ze daarbij aanwezig zal zijn.
Ze vind dat dat het minste is wat ze voor Irene kan doen.
 
Na de lunch zit ze diep over de papieren gebogen en probeert uit te puzzelen wat er allemaal gebeurt is in dat huis waar Irene haar ouders waren vermoord.
Het sporen onderzoek van het ineen gestorte oude huis heeft inderdaad een wapen opgeleverd en een zak vol geld, zo'n slordige EUR 50.000,==.
Sofie fluit eens tussen haar tanden door als ze het bedrag hoort.
Sofie: Wat moest ie daarmee?
Britt; Ik denk schulden afbetalen.
Sofie: Welke schulden?
Britt; Er zijn aanwijzingen dat hij gechanteerd werd.
Sofie; Door wie? En waarom?
Britt; Lees jij zelf geen aantekeningen meer door? (een beetje chagrijnig)
Sofie: Sorry Britt, ik wist niet dat je boos was.
Britt: Hou effe op wil je? We hebben hier een zaak op te lossen.
Sofie; Wat eet jij tegenwoordig voor lunch? Woede?
Nu wordt het Britt teveel en ze stampt het lokaal uit en trekt zich terug op het toilet waar ze een potje begint te janken.
Wat ze niet wist was dat Nadine ook op het toilet was en haar kon horen.
Nadine: Britt, wat scheelt eraan?
Britt; Niets.
Nadine: Oh, je huilt om niets. Nou dan vraag ik niet verder.
Britt; Johan...
Nadine at is er met Johan?
Britt; Hij deed zo afstandelijk gisteren, en hij is heel boos, denk ik.
Nadine; Ben je in orde Britt? Ik dacht dat je een hersenschudding had en moest rusten?
Britt; Ik wil niet thuis zijn. Johan is boos.
Nadine: Kom, ik breng u terug en dan ga je maar eens een flink partijtje slapen en als Johan thuiskomt, moeten jullie eens goed gaan praten.
Britt begint nu nog harder te huilen en Nadine neemt haar troostend in haar armen.
Nadine: Amai, dit gaat u heel erg aan het hart niet?
Britt; Ik mis hem zo.
Nadine: Wie?
Britt : Johan natuurlijk.
Nadine: Wel dan, des te meer reden om naar huis te gaan en het uit te praten.
Britt; Zou u mij willen brengen., Ik ben steeds zo duizelig en heb zo'n hoofdpijn.
Nadine; Ik pak even mij jas en ga dan met je mee.
 
In haar kantoor belt Nadine eerst naar Johan en legt hem de situatie uit en brengt dan Britt naar huis en zorgt dat die op bed gaat. Zelf blijft ze nog even om de kinderen op te vangen en uit te leggen dat Britt een paar dagen rustig aan moet doen. Ook Johan is snel naar huis gekomen en zit nu al met betraande ogen bij Britt. Hij had duidelijk ook spijt van zijn gedrag van de avond ervoor en bied wel duizend keer zijn excuses aan.
Hij durft echter geen fysieke toenadering te zoeken tot Britt, uit angst dat ze hem afwijst.
Johan: Britt, zou ik u mogen aanraken?
Britt; mhmm.
Johan: Alstublieft?
Britt ligt nog steeds met haar rug naar hem toe . Ook zij mist hem vreselijk maar het kost haar zo'n moeite om oogcontact te maken. Ze voelt dat ze zelf schuld heeft aan de situatie. Johan had nog zo gevraagd of ze voorzichtig aan wilde doen, en koud een dag terug op het werk is ze alweer gewond. Heel langzaam keert ze toch naar hem toe en kijkt hem smekend aan, alsof ze wil vragen: Neem me in je armen.
En Johan kan haar vraag in haar ogen lezen en neemt inderdaad Britt dicht tegen zich aan en samen huilen ze een potje.
Britt; Johan, het spijt me zo dat ik niet beter naar je heb geluisterd.
Johan: Geen spijt Britt. Wie ben ik om te zeggen dat jij je werk niet mag doen?
Britt; Maar u had nog zo gezegd het voorzichtig aan te doen. Sofie zei dat ook en toch ging ik die trap op.
Johan: Kon jij weten dat die trap zo slecht was dan?
Britt; Nee, niet van die trap, maar dat huis zag er zo oud uit, en ..
Johan: Het geeft niet Britt. Ik ben al lang blij dat ik u weer in mijn armen kan nemen.
 
Het komt gelukkig allemaal goed. Britt ziekt thuis een weekje uit. Dan moet ze nog naar het ziekenhuis in verband met die tampons die ze in haar neus had om te laten verwijderen. Daar word ze zo beroerd van dat ze gelijk nog een dag extra thuis kan blijven omdat ze alles aan elkaar kotst.
 
Nog drie weken tot de trouwerij. Britt begint langzaam toch wel wat zenuwachtiger te worden.
Ze wil zo graag met haar beste vriendin praten over hoe ze zich voelt, maar ja, Tony zit ver weg in Nepal.
Dan probeert ze maar om een e-mailtje op te zetten en dat naar Tony te sturen, en hoopt dat Tony snel zal antwoorden.
 
Op maandag gaat ze dan weer aan het werk. Sofie heeft zich vol overgave op de moord van Irene's ouders gestort en heeft ondertussen twee verdachten , althans op papier. Ze moet nog gaan zoeken naar bewijzen die de man en de vrouw kunnen linken aan de roofoverval waarbij Irene's ouders zijn overleden.
Als Britt gaat zitten komt Sofie haar een kop koffie brengen en een brief.
Britt kijkt haar wat verward aan: Waar heb ik dit aan te danken?
Sofie: Sorry nog, dat ik vorig week zo rot tegen je deed.
Britt; Ik zat niet lekker in mijn vel. Ik moet het bij mezelf gaan zoeken.
Sofie: Toch, sorry, en ik hoop dat we de rest van de tijd dat we samenwerken weer gewoon verder kunnen?
Britt; Als het aan mij ligt wel ja. En bedankt voor de koffie.
Dan begint ze aan de brief. Die was van Irene. Er was voor tijdelijk een gastgezin gevonden waar ze werd opgevangen. Ze schreef dat ze het jammer vond dat Britt er niet bij kon zijn tijdens de begrafenis, maar ze had begrip voor de situatie en hoopte dat Britt op tijd hersteld zou zijn voor haar grote dag. Ze wenste haar alvast veel geluk en een goede toekomst samen met haar aanstaande man.
Britt kreeg traantjes in haar ogen en Sofie zag dat direct.
Sofie: Mag ik vragen wat ze schreef?
Britt; Dat ze een tijdelijk adres heeft, en dat ze hoopt dat ik op tijd voor de bruiloft gezond ben. De lieverd.
Sofie; Zo jong, en dan dit allemaal al meemaken. Ik hoop dat ze een goede plek vind en weer een beetje een thuis kan krijgen.
Britt; Ik hoop het ook. Ik ook.
Sofie; Wel, dan heb ik hier de situatie.
En ze legt alles aan Britt uit over wat ze de afgelopen dagen heeft gedaan en uitgevogeld.
Britt ziet het als een puik stukje werk.
Britt; Goed gedaan Sofie. Nu alleen nog wat vinden waar we ze mee binnen kunnen krijgen.
Sofie; Ik dacht maar zo dat we dat dit keer aan een ander overlieten? Jij hebt genoeg klop gehad, en ik heb geen zin om dat van je over te nemen.
Britt: Heel goed idee. Maar hoe krijgen we ze hier?
Sofie: Laten schaduwen en bij de geringste overtreding oppakken en hierheen laten brengen.
Britt; En wie wil je dat laten doen? Als we niets hebben zal Nadine dat heus niet goed vinden dat daar twee man in de buurt gaan rondhangen.
Sofie; Hoeven ze ook niet. Het is bekend dat dat stel regelmatig hier in het centrum is. Dus we kunnen gewoon hier de patrouilles vragen extra alert te zijn.
Britt; Oké, dan gaan we Nadine briefen.
Sofie; Sorry. Heb ik al gedaan. Ja, ik was erg vroeg vanochtend.
Britt; Niet geslapen vannacht?
Sofie (met een rode kop nu) Nee, niet echt.
Brittl; Was ie zo goe?
Sofie: Zeg, beheers je een beetje, wil je.
Britt; Wie is het?
Sofie: Gaat je niets aan.
Maar dan komen net de nieuwe motards binnen en Sofie weet niet waar ze moet kijken.
Britt; Kom eens mee Sofie.
Sofie: Waarheen?
Britt; Verhoor 1. En dan ga jij me eens vertellen wat dat is tussen jou en die Nick.
Sofie; Nee, dat vertel ik niet.
Britt; Dus er is wel wat?
Sofie; Kan ik nou niets verborgen houden voor je?
Britt; Ik denk het niet. Maar dan, ik ben ook inspecteur hé?
Sofie: Hmm, ben ik ook geen inspecteur? En jij kan wel dingen voor me verborgen houden. (glimlachend/plagend)
Britt: Toe nou, Sofie, zeg op? (bijna smekend)
Sofie: Oké, oké. (lachend)
Britt: Ik wacht.
Sofie: Nou, Nick zat een tijdje geleden een beetje in de knoop, omdat het net uit was met zijn vriendin, waar hij zielsveel van hield. Dus ik heb hem een rondje in de Combi betaald, en van het één kwam het ander... (glimlachend)
Britt: Het ander?
Sofie: Nu, ja, moet k dat ook nog vertellen?
Britt; Mag je zelf weten, maar je maakt me wel nieuwsgierig.
Sofie: Nou, we kunnen het heel goed vinden samen, en we blijven ook wel eens bij elkaar slapen.
Britt; Amai,  da's goed nieuws. Toch?
Sofie: Zover wel ja.
Britt; Hoezo, is er iets?
Sofie: Ik weet nie....
Britt: Sofie, je bent .... toch niet....?
Sofie: Ik weet niet. Ik hoop het niet. Daar hadden we toch beiden geen rekening mee gehouden.
Britt; Heb je al een dokter gezien dan?
Sofie: Ik durf niet. Wat als hij zegt dat het zo is? Dan moet ik een keuze maken wat ik wil.
Ze kijkt op naar Britt en ziet het verdriet in haar ogen.
Sofie: Sorry Britt, ik moet daar helemaal niet mee bij u aankomen. Nadine had me gezegd van jou miskraam. Jij denkt daar heel anders over, denk ik.
Britt; Ik vond het heel jammer dat het niet gelukt is. We hadden eigenlijk wel gewild, maar de natuur heeft anders bepaald.
Sofie; En dan zit ik hier te zeiken over wel of geen kind willen. Wat een lomperik ben ik toch. Wil je me vergeven Britt?
Britt; Is goed
Sofie. Laten we maar aan het werk gaan en daar onze gedachten bij houden.
Britt: Mijn idee.
 
Terug in het lokaal bespreken ze hun tactiek met Nadine die wel akkoord kan gaan om het verdachte stel in het centrum te gaan observeren.
Ze informeert haar teamleden en dan gaan ze de straat op. Hun normale patrouilles lopen, maar met extra aandacht voor die twee.
Het duurt echter vier dagen voor dat het stel in de stad gesignaleerd word en dan gedragen ze zich ook nog eens als voorbeeldburgers, niets op aan te merken.
Maar op vrijdag lijkt er verandering in te komen. Nick meld dat ze nu toch wel verdacht gedrag waarnemen. Samen met Bruno was hij in het Zuid binnen gegaan om wat beter te kunnen volgen.
Evenwel had hun politie-uniform hun gelijk al verraden.
Na een kleine schermutseling raken ze ze uit het oog kwijt, maar Bruno ziet de vrouw de roltrap op gaan.
Bruno: Ik ga erachter aan. Neem jij die vent?
Nick: Waar is die dan?
Ze staan op hun tenen en zien dan dat er een opstootje is op het benden verdiep en al snel zien ze dat de man er bij betrokken is.
Bruno gaat naar boven en Nick naar beneden,
De man heeft een mes getrokken en bedreigt een winkeljuffrouw. Nick stapt heel voorzichtig dichterbij en vraagt of hij zijn mes weg wil leggen.
Er ontstaat een behoorlijk spanningsveld tussen de twee mannen.
Dan lijkt het of hij het mes weg wil doen en laat de juffrouw los. Dan stapt Nick naar voren om hem te boeien als ineens de vrouw vanaf de roltrap tegen hun begint te schreeuwen.
Bruno had haar opgepakt en geboeid en wilde naar de uitgang gaan.
Maar door haar schreeuwen leidde ze de aandacht af en plots greep de vent Nick om zijn hals en nam het dienstwapen van Nick uit het holster en zette dat bij Nick aan het hoofd en begon hard te schreeuwen tegen Bruno.
Die had ook even flink de schrik te pakken
Toen hij de vrouw onder arrest had geplaatst had hij dat direct gemeld aan het bureau en dus was er nu iemand onderweg om haar op te halen met de combi.
Maar Bruno vreesde dat hij opnieuw Nadine moest contacteren en melden dat Nick gegijzeld werd.
Nadine keek geschrokken het lokaal in . Ze moest het aan haar andere teamleden doorgeven. Een gijzeling van een collega kan een behoorlijke impact hebben op het team.
Als ze het aan Raymond, Wilfried, Britt en Sofie verteld, krijgt Sofie ook behoorlijk de schrik te pakken.
Britt kijkt haar na als ze zich acuut omdraait en wegloopt naar de kleedkamers.
Nadine; Wat heeft die?
Britt; Ik ga wel even kijken. Kunnen wij zo ook naar het Zuid gaan?
Nadine; Blijven jullie maar binnen. Ik laat de anderen wel gaan. Het gaat namelijk wel om twee verdachten van die zaak van jullie.
Britt loopt op Nadine toe, en verteld heel kort over Sofie en Nick.
Nadine slaakt een diepe zucht en geeft ze dan maar toestemming om te gaan, onder voorwaarde dat ze zich afzijdig zullen houden van de situatie, want er was al een interventieteam onderweg.
 
In de kleedkamer loopt Sofie nerveus heen en weer te banjeren. Nick gegijzeld!!
Britt; Sofie, gaat het? We mogen er heen van Nadine Zou je het aankunnen?
Sofie; Nick, hij ... we moeten hem bevrijden.
Britt; Niet wij. Dat doet het interventieteam. Maar hoe is Nick onder spanning?
Sofie; Weet ik niet. Ik heb hem nog nooit onder spanning meegemaakt. Hij lijkt altijd zo ontspannen. Ik ben bang dat hem wat gebeurt.
Britt; Weet hij al van je?
Sofie; Nee, nog niet.
Britt; Kom dan gaan we. Als het interventieteam die vent heeft ontwapend kun je je Nick veilig in je armen nemen en er eens met elkaar over gaan praten.
 
Bij het Zuid is al een hele volksoploop ontstaan en de agenten hebben moeite om het publiek op afstand te houden. Britt krijgt van een toeschouwer een flinke duw in haar rug als ze onder het lint doorloopt.
Hij schreeuwt haar na dat zij een vuile flik is die wel overal met haar rotkop door mag.
Even sluit ze haar ogen om te proberen dit langs zich heen te laten gaan, maar het lukt haar niet echt.
Sofie is op van de zenuwen als ze vanaf de railing kan zien dat die vent nog steeds Nick het wapen op het hoofd heeft staan.
Vanuit haar training weet ze waar ze overal de leden van het interventieteam kan verwachten en ze probeert een inschatting te maken hoe het er aan toe zal gaan.
Britt neemt haar bij de arm en trekt haar weg bij de railing.
Sofie; Waarom doe je dat?
Britt; Als Nick je ziet, kan je hem afleiden en dan kan hij domme dingen gaan doen.
Sofie: Maar ik wil hem graag zien.
Britt zet Sofie neer op een stoel en gaat zelf op haar hurken naast haar zitten en probeert haar kalmerend toe te spreken.
Ineens een heleboel lawaai en geschreeuw. Er word gegooid met dingen en dan is het stil, doodstil.
Sofie durft nu niet meer te kijken, en ook Britt houd haar hart vast.
Angstige momenten breken aan, tot opeens Nick naast hun staat en "zijn" Sofie in zijn armen sluit.
Nick: Het is over Sofie. Ik ben ongedeerd.
Sofie: Maar..... net nog....
Nick: Het is over. Ze hebben hem. Kom, ik meld me af bij Nadine en dan gaan we naar huis. Ik wil je dicht bij me voelen.
Britt: Nick, je praat erover alsof je een brood hebt gehaald bij de bakker. Die gek had een wapen op je gericht. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.
Nick: Nee, dat doet het ook niet, en daarom wil ik met Sofie naar huis.
Britt: Ik ben bang dat je toch eerst met een corpspsycholoog moet gaan praten.
Nick: Dat komt maandag wel.
Na het nodige gebakkelei gaan ze allemaal naar bureau Belfortstraat terug en word de situatie met heel het team doorgesproken.
Sofie wijkt geen moment van Nick zijn zijde.
Ofwel het protocol is dat Nick dus eerst moet praten met een psycholoog ziet Nadine ook wel dat dat hier totaal geen voet aan de grond zal krijgen. Wel drukt ze Sofie op het hart om hem dit weekend heel goed in de gaten te houden en zonodig te bellen als er wat is.
Britt geeft het ook nog eens bij haar aan en dan vertrekt de een na de ander voor weekend verlof.
 
Thuis zakt Britt vermoeid op de bank.
Johan; Zo'n zware dag vandaag?
Britt; Het liep allemaal goed, totdat om drie uur een melding kwam van een gijzeling. Ze hadden die nieuwe motard, die Nick Debbaut gegijzeld.
Johan: Alles goed afgelopen?
Britt; Ja, het was de verdachte van die moordzaak van de ouders van dat meisje.
Johan; En jullie moeten hem u ook nog ondervragen? (angstig)
Britt; Ja. Maar dat kan echt wel tot maandag wachten. k heb nu verlof.
Johan; Dus ook geen bereikbare dienst?
Britt; Ook geen bereikbare dienst. Alleen beschikbare dienst.
Johan: Hu? Wat is dat nu weer?
Britt; Wel, dat is, als ik me volledig voor jou ter beschikking houd. (verleidelijk glimlachend)
Johan; Wel, dan moeten we de kinderen dit weekend maar op pad sturen.
Britt; Mijn moeder komt straks hierlangs. Ze was in de stad en heeft gebeld. Ik heb haar uitgenodigd voor het eten. Alleen......
Johan: Alleen wat?
Britt; Ik kan niet zo goed koken, en ik heb na vanmiddag ook helemaal geen puf meer om te koken.
Johan: Ga even lekker douchen, en probeer dan of je een beetje kan slapen en dan zorg ik wel voor het eten. En als je moeder er is dan gaan we samen eten en