IK
HOOR
DE
KLOKKEN
LUIDEN
- Tony
zat lekker in het vliegtuig naar Nepal.
- Dorien
en Simon waren net weer begonnen met school en Britt was weer gewoon aan het
werk, zover je het gewoon kon noemen, want ze moest immers wel met een
vervanger voor Tony werken.
- Nadine;
Britt, inbraak met geweld, twee slachtoffers. Ga jij heen?
- Britt:
Met wie? Ik weet niet of die gek daar nog is en ik ga echt niet alleen.
- Nadine:
Je nieuwe partner staat al benenden bij de balie.
- Het
klont Britt niets prettig in haar oren: je nieuwe partner. Alsof Tony was
afgeschreven, en die was "slechts" op vakantie.
- Britt
haast zich naar beneden, en ziet daar een redelijk knappe man van 36 staan.
- Britt:
U vervangt Tony Dierickx? (vriendelijk)
- Man:
Dat doe ik. U bent Britt Michiels? Aangenaam, ik ben Jonas Eykes.
(glimlachend/vriendelijk)
- Britt
komt er al snel achter dat Jonas niet van Gent is, dus stelt ze voor om dan
maar zelf te rijden.
- Onderweg
licht ze hem in over de situatie zoals die gemeld is.
- Jonas
kom van de Federale Politie en heeft 12 dienstjaren gedaan in Limburg, maar
door reorganisatie zou hij worden overgeplaatst, maar er was nog geen nieuwe
standplaats voor hem gevonden en dus had Nadine gevraagd om hem te mogen
"lenen"
- Op
de PD benaderden Britt en Jonas voorzichtig het pand waarover de melding
ging.
- Ze
zagen dat de deur geforceerd was en gingen met getrokken wapen binnen.
- Jonas
greep Britt bij de schouder om haar tegen te houden zodat hij voor kon gaan,
maar Britt schrok zich een ongeluk van zijn aanraking en liet pardoes haar
wapen vallen.
- Jonas;
Rustig maar. Ik ga wel voor.
- Britt
keek hem vernietigend aan. Ze voelde zich knap onhandig door haar wapen te
verspelen en dat zinde haar helemaal niet.
- Dus
liep ze, na het wapen weer te hebben opgenomen voorzichtig verder en trof in
de keuken een vrouw aan met een in elkaar geslagen schedel. Ze bukte zich en
voelde of er nog een polsslag te voelen was. Gelukkig wel, dus ze vroeg of
Jonas de100 wilde bellen. Daarna liep ze op haar tenen verder naar de kamer,
maar daar trof ze behalve een vreselijke puinhoop niemand aan.
- Plots
hoorde ze boven haar hoofd wat schuifelen en ze keek eens omhoog. Jonas
sprong vlak voor haar neus langs om als eerste bij de trap te zijn en duwde
haar daarbij, per ongeluk, tegen de muur aan.
- Britt
moest eens heel diep zuchten om haar ergernissen onder controle te krijgen
en volgde hem toen snel. Op de overloop was het een bloedbad, maar er was
geen slachtoffer. Voorzichtig opende Jonas de deur van de badkamer en stapte
binnen terwijl Britt naar een van de andere deuren toeliep en deze zachtjes
open duwde. Wat ze daar zag deed haar compleet huiveren: er lag een man met
zijn keel overgesneden van oor tot oor. Hier hoefde ze niet meer te voelen
of er nog leven in zat. Dit kon een blind paard wel zien dat die man dood
was.
- Net
toen ze haar wapen wilde wegstoppen hoorde ze weer een geluid en geschrokken
keek ze weer om zich heen, en weer kwam Jonas zo'n beetje over haar heen
denderen. Britt begon er nu stug de balen van te krijgen dat hij zich zo
machoachtig gedroeg en ze nam zich voor om hier eens goed met hem over te
spreken.
- Plots
hoorde ze hem schreeuwen als een wildeman.
- Ze
liep snel naar de andere kamer en zag dat Jonas zijn geweer gericht had op
een heel bang meisje dat net achter een bed op de knieën zat en helemaal
onder het bloed zat.
- Zijn
geschreeuw kwam uiterst intimiderend over en Britt probeerde hem te
kalmeren, want ze wist uit ervaring dat een "verdachte" hier
helemaal op kon flippen.
- Maar
het meisje reageerde niet eens op het geschreeuw en ook toen Jonas van
nieuws tegen haar begon te schreeuwen reageerde ze niet en nu zag Britt dat
hij wilde schieten.
- Heel
snel ging toen bij Britt het denkwerk:
ze had bij zichzelf gevoeld dat haar nekharen overeind gingen staan
toen Jonas zo schreeuwde, maar het meisje had niet gereageerd, ook niet toe
hij weer was beginnen schreeuwen; stel nu dat het kind doof, of doofstom
was? Dan zou ze hem ook niet hebben kunnen horen.
- Toen
Britt dit begreep gaf zij een duw tegen Jonas zijn armen waardoor zijn schot
in de muur belande.
- Britt
zag dat het schot een halve meter naast het hoofd van het meisje insloeg.
Evengoed had de kogel haar in het hoofd getroffen, en dan was ze misschien
ook wel ...... Ze moest er niet aan denken.
- Snel
liep Britt op het meisje toe, dat vreselijk schrok toen Britt haar aanraakte
en in paniek op haar in begon te slaan.
- Gelijk
had ze een peut op haar neus te pakken en gelijk kreeg ze een bloedneus.
- Britt;
Shit, verdomme.
- Maar
ze herstelde zich snel en keek het meisje aan en probeerde tegen haar te
praten en haar gerust te stellen. Er kwamen oergeluiden uit de mond van het
meisje en toen was Britt duidelijk dat het meisje dus inderdaad doofstom
was.
- Ze
stak haar wapen weg, hield een zakdoek onder haar bloedneus en ging toen op
de knieën bij het meisje zitten en legde een arm om haar heen.
- Vanuit
haar ooghoek zag ze dat Jonas zich behoorlijk stond op te winden.
- Britt:
Ga eens kijken of die ambulance er al aan komt, en laten ze dan ook even
naar dit meisje kijken.
- Jonas;
Je had dood kunnen zijn Britt. Je wist niet eens of ze een wapen had. Ze
heeft god*** die vent zijn strot afgesneden.
- Britt;
Dat weten we niet. Dat moeten wij nog gaan onderzoeken.
- Jonas;
Ik ben beneden
- Het
was hem pijnlijk duidelijk dat hij geen goede eerste indruk had
achtergelaten.
-
- Jonas
had volgens protocol de nodige hulpdiensten ingeroepen en al snel wemelde
het in en om het huis van de politie, recherche, ambulances.
- De
dode man werd door de lijkschouwer meegenomen; de vrouw werd in ijltempo
naar het ziekenhuis gebracht terwijl een broeder zich ontfermde over het
meisje.
- Britt
haar neus bloedde ook nog steeds, en ergens uit de drukte kwam er nog een
arts aan lopen.
- Sam:
Britt?? Nog steeds het gevaar aan het zoeken? Ik hoorde dat je zou gaan
trouwen. Zou je niet wat voorzichtiger aan gaan doen dan?
- Britt;
Sam?? Ook nog steeds op de ambulance?
- Sam:
Ja, het hoort bij het vak. Maar ik vind het wel leuk. Zo kom je nog eens wat
meer mensen tegen. Laat eens zien wat je gedaan hebt.
- Hij
zette Britt op de vloer van de ambulance en haalde zakdoek voor haar neus
weg.
- Sam: Aj, dat bloed wel heftig. Hoe komt het?
- Britt:
(die eigenlijk wel wat misselijk werd van al dat bloed dat ze binnen kreeg)
Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte en begon in paniek om zich heen te
slaan en toen kreeg ik een klap op mijn neus. Het is niets ergs.
- Sam:
Doet dit pijn? (toen hij bovenaan haar neus aanraakte)
- Britt;
Aaaauuwwwww, Sam. Nooit geweten dat jij zo hardhandig was.
- Sam:
Rijd even mee naar het ziekenhuis. We maken een foto en dan zien we wel
verder.
- Brittt;
Ik moet naar het commissariaat terug.
- Sam;
Nadat ik je op het ziekenhuis heb onderzocht.
- Britt;
Maar ....
- Sam:
(fluisterend) Dan kan ik je ook wat meer van dat meisje vertellen, want die
nieuwe partner van je die heeft het er niet zo mee op, wel?
- Britt;
Oké.
-
- Het
meisje werd bij binnenkomst op het ziekenhuis grondig onderzocht. Omdat ze
zelf ook onder het bloed zat waren ze bang dat zij zelf ook gewond was, maar
dat viel nog mee. Wat kneuzing, omdat ze zelf ook klappen had gehad, maar
niets ernstigs. En inderdaad werd bevestigd dat het meisje doofstom was.
- Sam;
Dan zullen jullie een doventolk moeten inschakelen anders krijg je niets uit
haar los. Maar nu jij, Britt Michiels. Ik heb hier je foto's.
- Britt
keek ernaar, maar begreep er niets van.
- Sam:
Mag ik nog eens het doekje weghalen?
- En
gelijk begon de neus weer heftig te bloeden.
- Britt;
Shit, houd dat nooit op?
- Sam;
Zeg, heb je haast of zo?
- Britt;
Nee, ik heb geen zin meer in ziekenhuizen, als je begrijpt wat ik bedoel.
- Sam;
Ik begrijp je, maar ik zal er toch wat aan moeten doen.
- Britt;
Wat dan?
- Sam:
Ik ga het neusbotje weer even rechtzetten en dan brand ik die
bloeding even dicht. Zo gebeurt hoor.
- Britt
voelde zich steeds misselijker worden.
- Sam:Ga
maar even liggen. Anders ben ik nog bang dat je me onderuit gaat.
- Het
rechtzetten van het neusbotje doet even heel erg pijn, en Britt gilt het
uit, maar eenmaal recht is de pijn ook grotendeels over.
- Het
dichtbranden is veel erger, vind Britt. Behalve dat het pijn doet, stinkt
het ook zo vreselijk dat ze haar misselijkheid niet mee ronder controle
heeft en heftig begint te braken.
- Gelukkig
had Sam net de bloedinkjes kunnen stoppen. Nadat Britt uitgespuugd was kwam
een zuster om haar gezicht wat af te doen, want ondertussen zat ze zelf ook
helemaal onder het bloed en het braaksel.
- Britt;
Nou, zo zie ik er ook mooi uit om naar mijn werk te gaan.
- Sam;
Ik heb hier nog steeds dat shirt van Tony liggen, als je wilt doe je dat
toch aan.
- Britt;
Bedankt, kan ik nu gaan?
- Sam:
Nee, even wachten nog. Ik ga even wat tape over je neus plakken zodat hij
ook op zijn plaats blijft en jij je niet nog eens stoot, want ik kan alleen
maar zeggen wat ik heb gehoord: dat doet ontzettend pijn.
- Britt
voelt zich een knock-out geslagen boxer als ze na meer dan anderhalf uur van
behandelen, samen met het meisje het ziekenhuis mag verlaten en ze samen
naar het commissariaat gaan.
- Jonas
was gelijk nadat de PD was vrijgegeven al terug gegaan en deed het voorkomen
of hij al heel veel informatie had weggewerkt in het dossier.
- Vanuit
het ziekenhuis had Britt al gebeld voor een doventolk en die kwam gelijk met
hun aan.
- Ze
plaatste het meisje met toezicht in het verhoor en nam de tolk mee naar het
teamlokaal .
- Net
toen ze met het verhoor wilde gaan beginnen riep Nadine haar binnen.
- Nadine;
Britt? Wat zie jij eruit?
- Britt;
Ongelukje. Komt allemaal wel weer goed zegt Sam. Mag ik gaan verhoren? Die
doventolk wordt per kwartier betaald.
- Nadine;
Ga maar en neem Jonas mee.
- Britt;
Moet dat?
- Nadine;
Nu wel, maar als je klaar bent wil ik dat jij mij even uitlegt wat er mis is
met hem.
- Britt;
Doe ik.
- Britt
en Jonas doen het verhoor, en daarna moet Britt dus bij Vanbruane komen...
- Nadine:
Britt wat is er met je gebeurd? Je gezicht?? Je ziet eruit of je twaalf
rondes tegen een zwaar gewicht hebt lopen boksen
- Britt:
Dat ging per ongeluk. Dat meisje schrok toen ik haar aanraakte. Ze had ons
niet gehoord, ze is doofstom.
- Nadine; Amai, dat maakt het verhoor er ook niet eenvoudig op.
- Britt;
Maar we, ... ik, had op het ziekenhuis al met een doventolk gebeld en die is
net bij het verhoor geweest.
- Nadine;
En wat kreeg je uit het meisje? Hoe oud is ze trouwens?
- Britt;
Ze noemt Irene, ze is pas twaalf.
- Nadine:
Wat voor verklaring gaf ze?
- Britt;
Ze zijn thuis overvallen. Haar moeder was compleet verrast door die vent die
binnen is gedrongen. Ze heeft gelijk een hele zware klap op het hoofd gehad
en is gelijk out gegaan. Toen is hij op zoek gegaan naar haar vader. Die had
zich nog verweerd met een vleesmes, dat had hij vanuit de keuken meegenomen
toen hij weg wilde vluchten. Hij was boven gegaan om Irene te beschermen,
maar is door die vent gepakt.
- Nadine;
Wat was er gaande dan? Kende die vent het gezin? Had hij iets te vereffenen?
- Britt;
Dat weten we nog niet. Irene is heel erg geschrokken, maar ze kon dus niet
horen wat die vent tegen haar ouders heeft geroepen. Ze is heel erg in de
war. Ik wil haar voor de nacht graag laten opvangen in een beschermde groep
of woonvorm of zo. Ze kan niet in dat huis terug en ze is nog zo jong, dat
kunnen we haar niet aandoen.
- Nadine;
Bel sociale zaken maar en spreek af dat we haar elke momnet weer op kunnen
roepen. Als ze wat rustiger is moet ze opnieuw komen en proberen we een
signalement los te krijgen. En misschien dat ze dan ook wat beter kan
aangeven wat ze heeft zien gebeuren.
- Britt
loopt weer naar haar desk en belt sociale zaken om Irene op te halen en gaat
dan weer naar het verhoor, waar Irene nog steeds zit. Ze heeft een kop thee
en een koek bij zich en reikt dat aan. Irene zet het snel neer en pakt
angstig de hand van Britt en begint van nieuws te huilen. Weer slaakt ze
vreemde klanken uit en Britt besluit haar pen en papier te geven om
duidelijk te maken wat ze wil.
- Britt
voelt zich verdrietig als Irene schrijft: Mama.
- Britt;
Dat weten we nog niet. De dokters zorgen nu voor haar.
- Maar
uiteraard verstaat Irene dat niet en ze begint nog harder te huilen. Britt
legt een arm om haar heen en probeert haar te troosten.
- Dan
neemt ze zelf het schrijfblok en schrijft kort op dat haar mama in het
ziekenhuis is en de dokter hun best doen om haar beter te maken.
- Nadat
Irene is overgedragen aan de zorg van sociale zaken loopt Britt helemaal
afgepeigerd terug naar haar desk. Als ze haar tas wil pakken en iets
voorover staat doet voelt ze dat haar hele hoofd pijn doet. Ze gaat vlug
zitten om een aanval van flauwte op te vangen.
- Nadine;
Britt, kom je nog even? Ik geloof niet dat het zo goed samenwerk met die
Jonas, wel?
- Britt;
Misschien moeten we even aan elkaar wennen.
- Nadine:
Ik denk het niet. Hij is hier ook geweest en heeft gezegd wat er is
voorgevallen, maar ik ben ook benieuwd naar wat jij ervan vind.
- Britt:
Ach het valt wel mee.
- Nadine;
Vertel het maar, ik bijt niet.
- En
dus verteld Britt haar kant van de gebeurtenissen en al snel moet Nadine
beslissen dat Britt beter niet met Jonas kan samenwerken. Jonas wordt weer
vrijgegeven voor de federalen en Nadine beloofd een andere partner te zoeken
voor Britt tot Tony terug is, en NA dat ze drie dagen heeft gerust met haar
zere hoofd en neus.
- Britt;
Ik kan wel werken hoor.
- Nadine;
Maar ik wil dat je rust neemt. Maak het nou niet erger dan het is. De vorige
keer gaf je ook niet op tijd je grenzen aan, en je moet het me maar niet
kwalijk nemen dat ik daar nu zelf wat beter op ben ga letten. Ik wil jou
niet weer kwijt raken Britt. Bovendien, kun je je energie wel voor leukere
dingen gebruiken, zoals het plannen van je trouwerij.
- Britt;
Wat zal Johan zeggen als ik straks zo thuis kom?
- Nadine;
Vragen of je gebokst hebt? (lachend)
- Britt
wil ook lachen maar het doet verrekte pijn.
- Dan
gaat ze ook maar naar huis en eigenlijk vind ze wel dat Johan mild reageert
op het gebeuren. Wat ze niet wist was
dat Nadine hem al via de telefoon had voorbereid op wat er aan de
hand was, en had aangegeven dat Britt drie dagen niet mocht werken.
- Britt
heeft niet veel trek in eten, maar ze moet wel van Johan. Na het eten helpt
ze de kinderen wat met hun huiswerk en gaat dan vermoeid op de bank liggen.
- Als
de kinderen slapen gaat Johan lekker bij haar zitten en begint met haar
haren te spelen.
- Johan: Hey, Brittje, alles goed?
- Britt;
Gaat wel. Wat hoofdpijn.
- Johan:
Van die slag?
- Britt;
Ik denk het. Ik denk dat ik maar vroeg ga slapen.
- Johan:
Wil ik met je mee komen of wil je gewoon "slapen"?
- Maar
Britt zegt al niets meer en loopt naar de badkamer. Tijdens het
tandenpoetsen begint haar neus weer heftig te bloeden en als Johan, die net
binnenkomt, dit ziet, grijpt hij een handdoek, drukt die onder haar neus en
neemt haar gelijk mee naar het ziekenhuis om de neus nogmaals te laten
inspecteren.
- En
weer moeten er een paar bloedvaatjes dichtgebrand worden. Nu krijgt ze ook
gaastampons in haar neus geduwd. Meters lang, voor haar gevoel. Het voelt
aan of ze een appel in haar neus heeft, zo dik en opgezet.
- Er
wordt nog wat bloed afgenomen en ze moet even op de uitslag wachten. Er
wordt gekeken of ze niet teveel bloed is verloren en of de stolling wel in
orde is.
- Als
dat allemaal oké blijkt mag ze weer naar huis.
- Moe
en wat verdrietig gaat ze in bed liggen en rolt dicht tegen Johan aan en
zoekt warmte en veiligheid in zijn armen, en hij troost haar en koestert
haar.
- Britt:
Johan? (moe)
- Johan:
Ja, lieverd?
- Britt:
Zou Nadine het goed vinden als ik morgen vrijaf neem?
- Johan:
Lieverd, Nadine zegt dat je drie dagen niet mag komen.
- Britt;
Heeft ze je gebeld?
- Johan:
Ja. Ze wilde me even voorbereiden op je thuiskomst.
- Britt;
Ik voel me zo ziek (zachtjes huilend)
- Johan:
Kom lekker bij me, ik houd je goed vast. Heb geen bang.
- Maar
Britt kan moeilijk in slaap komen. Telkens als ze bijna in slaap valt
schrikt ze half in paniek wakker want ze wordt dan zo benauwd. Dat komt
omdat ze gewend is door haar neus te ademen in haar slaap, maar de neus zit
dus echt volgestouwd met gazen. Ten lange leste valt ze met haar mond open
in slaap en wordt dan na een kleine twee uurtjes weer wakker omdat ze zo'n
droge keel heeft. Ze moet er van hoesten en dat doet ook weer pijn. Ze is
bang dat het weer gaat bloeden en angstig maakt ze Johan wakker.
-
-
- Die
gaat voor haar een glaasje water halen en neemt haar weer even tegen zich
aan, waarna hij weer lekker in slaap valt en Britt andermaal begint om te
proberen ook weer in slaap te komen.
- De
volgende ochtend voelt ze zich geradbraakt. Johan stelt voor dat ze lekker
blijft liggen en dat hij de kinderen wel naar school werkt.
- Zelf
twijfelt hij of hij thuis zal blijven of toch maar gaat werken. Hij gaat nog
even bij Britt langs en vraagt of zij wil dat hij thuis blijft.
- Britt;
Ga maar werken, aan mij heb je toch niets vandaag.
- Johan:
Hoe is het met je hoofdpijn?
- Britt;
Gaat wel. Maar mijn neus doet zo'n pijn.
- Johan;
Weet je zeker dat je je redt vandaag?
- Britt;
Ik wil alleen maar slapen, en dat die pijn weg gaat.
- Johan
heeft echt met haar te doen. Hij ziet dat
Britt haar ogen al weer vochtig worden en gaat nog even dicht bij
haar liggen.
- Johan:
Bel je me als je niet meer alleen wilt zijn? Of als ik iets voor je kan
doen?
- Britt;
Ja, ik bel dan wel.
- Johan;
Probeer of je vandaag ten minste wat kan bijslapen, je hebt vannacht ook
weinig slaap gemaakt.
- Britt;
Ik kon niet slapen. Ik kon geen adem krijgen.
- Johan;
Het is even wennen om door je mond te ademen. Trouwens, de kinderen blijven
over tussen de middag, dus je hebt echt het rijk alleen, maar wel bellen als
ik wat doen kan voor je?
- Britt;
Dank je Johan dat je zo goed voor me zorgt.
- Johan;
Als je je beter voelt mag je me laten weten wat je bedoelt.
- Dan
geeft hij haar een voorzichtige zoen op haar wang en vertrekt toch maar naar
het werk.
-
- Op
het commissariaat zit Nadine te overdenken wie die zaak van Britt kan
overnemen. De mannen zijn allemaal druk, en ze denkt dat het ook beter is
dat een vrouw de zaak overneemt.
- Ze
zoekt in haar agenda wat nummers na en begint dan een nummer in te toetsen.
- Nadine:
Sofie? Hé, hoe is het met je? Ben je nog druk, of zou je ons hier uit de
brand kunnen helpen?
- Sofie:
Naar Gent wil ik zo terug komen. Heb je wat leuks voor mij?
- Nadine:
Als je vandaag nog hierheen kunt komen wil ik even wat met je overleggen.
-
- Dus
zo komt Sofie Beeckman rond de middag aan in Gent.
- Nadine;
Ik stel voor dat we gaan lunchen, maar ik denk dat we eerst samen eens naar
jou tijdelijke partner moeten gaan, maar die is wel ziek thuis op dit
moment.
- Sofie:
Met wie moet ik samenwerken?
- Nadine:
Britt.
- Sofie: Amai, da's nog eens leuk om voor terug te komen. Maar Tony dan?
- Nadine;
Die zit in Nepal.
- Sofie:
Maar wat is er dan met Britt?
- Nadine;
Per ongeluk een slag in haar gezicht gehad. Neusbeentje gebroken en een paar
fikse bloedneuzen gehad. Ze moet van mij drie dagen thuisblijven. We kunnen
zo even gaan zien hoe het met haar is, en misschien kan ze je wat informatie
geven zodat jij alvast op die zaak verder kan.
-
- Britt
had nog tot een uur of elf geprobeerd te slapen, maar was helemaal kriegel
geworden toen dat weer niet lukte en dus het bed maar uitgegaan. Nu zat ze
achter de computer en was aan het zoeken naar informatie over gebarentaal.
- Ze
was helemaal verrast dat er werd gebeld, want ze verwachte niemand.
- Ze
keek dan ook heel verrast dat ze Nadine en Sofie voor de deur zag staan.
- Britt; Hey, wat komen jullie doen?
- Nadine;
Kijken of jij je wel aan de voorgeschreven rust houdt.
- Britt;
Ik kan niet rusten. Ik heb vannacht geen oog dicht gedaan. Ik ben kapot.
- Sofie:
En waarom lig je dan niet in bed?
- Britt;
Ik word strontbenauwd als ik ga liggen. Ik krijg geen lucht.
- Inmiddels
is ze al in de keuken aan het trekken om koffie en thee te maken en ze heeft
ook al wat broodjes gepakt en staat die nu te smeren om haar
"gasten" voor te zetten.
- Nadine
loopt naar de keuken en neemt haar het werk uit handen en stuurt haar naar
de kamer terug waar ze aan de hoge tafel gaat zitten, om vooral rechtop te
kunnen zitten.
- Sofie
gaat achter haar staan en legt haar handen op Britt haar schouders.: Meid
wat ben jij gespannen. Laat die schouders eens hangen. Ontspan en adem eens
diep in, even vasthouden en rustig weer uit. Zo, goed zo, en nog een keer,
heel diep in, even vasthouden en rustig weer uitblazen.
- Britt;
Dank je Sofie. Ik was ook heel gespannen.
- Sofie:
Toch niet vanwege die zaak hoop ik?
- Britt;
Nee, ik werd zo angstig toen ik niet kon ademen en niet kon slapen.
- Sofie:
Dan zullen wij je niet te lang ophouden. Zou je me willen briefen wat je
hebt van die zaak, dan kan ik er alvast mee doorgaan, en als je weer de
straat opkan, dan doen we samen verder.
- Britt;
Hebben jullie al nieuws van die moeder?
- Nadine;
Daar gaat het niet zo goed mee. Ze is in coma geraakt.
- Britt;
En het meisje?
- Nadine:
Had een onrustige nacht en heeft naar je gevraagd.
- Britt;
Wat lastig dat je niet met haar kan praten.
- Sofie:
Waarom kan dat niet?
- Britt;
Ze is doofstom. Ik was al aan het zoeken naar iets van gebarentaal, maar dat
leer je niet zo snel hoor.
- Sofie:
Een heel klein beetje ken ik, maar ik zou er geen gesprek mee kunnen voeren.
- Britt;
Zal ik mee gaan naar haar toe?
- Nadine;
De enigste plek waar jij nu gaat is naar je bed. Jij zou rusten, weet je
nog?
- Britt;
Maar,... ik heb jullie broodjes ook nog staan.
- Sofie;
Daar helpen we je wel vanaf maar ga daarna toch nog lekker even proberen om
te slapen. Ik zal Irene laten weten dat jij bij haar komt zo gauw je dat
kan, oké?
- Britt;
Oké.
- Ze
zucht eens diep en haar ogen vallen al bijna dicht van vermoeidheid.
-
- Zo
treft Johan haar aan als hij om half vier thuiskomt.
- Nadat
Sofie en Nadine waren vertrokken was Britt voorover op de tafel gaan liggen
en had alsnog een stukje slaap gevonden, maar omdat ze op haar aangezicht
had gelegen, deed haar neus nu heel erg pijn.
- Toen
Johan haar voorzichtig wekte begon ze dan ook gelijk te huilen.
- Hij
hielp haar naar bed en ging bij haar liggen.
- Hij
hoorde haar aan wat er die dag zoal gebeurt was en streelde voortdurend door
haar haren.
- Hij
zat heel graag aan haar haren, en haar lichaam trouwens ook. Hij begon haar
nu over haar armen te strelen en gaf haar kleine zoentjes en merkte dat ze
zich wat ging ontspannen.
- Uiteindelijk
viel ze in slaap en Johan was zo blij dat ze dat eindelijk kon, dat hij haar
rustig liet liggen.
- Hij
had al werk meegenomen naar huis zodat hij de andere dag niet weer weg
hoefde en er voor Britt kon zijn.
-
- Ondertussen
was Sofie naar het opvanghuis gegaan waar Irene was ondergebracht.
- Irene
zat al heel de dag als een bang vogeltje in elkaar gedoken op het bed.
- Sofie
probeerde haar aandacht te trekken door een paar handgebaren te maken die ze
nog kende van heel lang geleden.
- Toen
ze haar politiepenning liet zien keek Irene haar aan en begon aan haar haren
te trekken.
- Sofie:
Je bedoelt mijn collega? (wijzend op haar blonde haren)
- Irene
maakte een schrijfgebaar en kreeg een blok met pen van Sofie, en schreef
daarop: Britt?
- Sofie:
Ziek (over haar hoofd wrijvend)
- Irene
wees op haar neus.
- Sofie
knikte.
- En
zo konden ze toch nog wat informatie uitwisselen alleen konden ze daar in
het onderzoek niets verder mee komen.
- Nadat
Sofie had opgeschreven dat Britt zo snel mogelijk langs wilde komen nam ze
afscheid en vertrok weer naar het commissariaat.
-
- Daar
ging helaas meteen de telefoon...
- Sofie:
Beeckman?
- Britt:
Sofie? Hoe was het met Irene?
- Sofie:
Angstig en verdrietig. Het is inderdaad heel moeilijk om een gesprek met
haar te hebben.
- Britt;
Overmorgen wil ik met haar gaan praten. Dorien heeft me wat uitgelegd over
gebarentaal. Leuk hè, dat ze dat tegenwoordig al in het basisonderwijs
meegeven. Dat er allerlei soorten mensen zijn en dat die toch eigenlijk wel
heel goed met elkaar overweg kunnen, als ze zich maar een beetje inzetten om
elkaar te grijpen.
- Sofie:
Zeg dat tegen dat volk wat wij regelmatig van de straat moeten halen.
- Britt;
Ik wil graag weer aan het werk,
- Sofie;
Hoe gaat het met je?
- Britt;
Gaat wel.
- Sofie;
Dan moet je nog even wachten. Als jij kan zeggen : Ik voel me prima, mag je
me komen helpen.
- Britt;
Jij bent je gevoel voor humor ook nog niet kwijt, wel?
- Sofie:
Gelukkig niet, anders zou ik het nier niet volhouden. Maar Nadine had gezegd
drie dagen, dus dat is morgen ook nog. Doe het rustig aan, dan kom ik je
overmorgen wel ophalen oké?
- Britt;
Dat zou ik heel fijn vinden.
- Johan
merkt aan Britt dat ze zich inderdaad al beter begint te voelen. Ze is wat
meer uit bed, en heeft niet meer zoveel pijn. De hele middag had ze op
internet bezig geweest met gebarentaal, en nadat Dorien uit school was
gekomen hadden ze samen even geoefend.
- Johan:
Maar als jij je weer zo goed voelt, zou jij dan voor het eten willen zorgen?
- Dorien: Neeeeeeeeee, ze kan niet koken.
- Britt;
Hé daar dame. Wie heeft er jarenlang voor jou eten gekookt?
- Dorien:
Jij, maar dat was niet lekker. Johan kan veel beter koken.
- Britt;
Maar Johan heeft vandaag vrijaf van de keuken, dus je zult wel moeten eten
wat de pot schaft, en anders heb je maar honger hoor.
-
- Op
het commissariaat had Sofie nu de uitslagen van het gerechtelijk
laboratorium binnen.
- De
vader van Irene was door messteken en die snijwond aan zijn hals overleden.
Maar er waren verschillende types bloed gevonden, en dat maakte de situatie
alleen maar lastiger.
- Zowel
Irene, als haar moeder hadden andere bloedgroepen dan ze op de overloop
hadden aangetroffen, dus was de recherche nog eens teruggegaan. Sofie moest
mee, om als officier ter plaatse aanwezig te zijn als er nieuwe bewijzen
konden worden opgenomen.
- Bij
aankomst bij het huis zag Sofie dat de verzegeling op de voordeur was
verbroken.
- Vlug
belde ze transmissie voor versterking. Hier waagt zij zich ook niet binnen.
- Na
een kwartier zijn Nick en Bruno op hun motoren aanwezig, en met getrokken
wapens gaan ze het huis binnen.
- Terwijl
hier de actie pas begint, is het bij Britt's huis doodsaai...
-
- Dorien
+ Simon: Gaan we een spel spelen? (zeurend)
- Britt:
Nu liever niet. ik heb mijn hoofd er niet zo naar staan.
- Simon:
Dan ga ik wel geschiedenis doen, want meneer heeft ons vandaag heel wat
moois verteld.
- Johan;
Zo, Simon, dan heeft die extra les van Britt toch resultaat gehad?
- Simon:
Zeker en gewis.
- Dorien:
Nou, dan ga ik ook wel lezen. Jullie zijn saaie pieten.
- Als
de kinderen boven zijn gaat Britt vermoeid op de bank hangen en ze staart
wat voor zich uit.
- Johan;
Wat is er Britt, waar zit je aan te denken?
- Britt;
Aan dat meisje, die Irene. Ze heeft waarschijnlijk met eigen ogen gezien dat
haar vader werd vermoord, en haar moeder ligt in coma. Irene is doofstom, en
ik denk dat ze het heel moeilijk zal hebben, want niemand zal haar
begrijpen.
- Johan:
Maar er zal toch wel familie zijn die haar kan opvangen?
- Britt;
Maar ik denk dat ze heel erg afhankelijk was van haar ouders.
- Johan;
Maar er zijn toch wel hulpinstanties?
- Britt
blijft afwezig zitten staren en Johan gaat dicht bij haar zitten en neemt
haar in zijn armen: wat is er toch met je Britt? Je bent zo stil?
- Britt;
Ik dacht aan Dorien. Die is haar papa al verloren en bijna was ik ook ...
- Johan:
Maar jij bent er gelukkig nog voor haar. En als jij over vier en halve week
mevrouw Van Lancker gaat heten dan heeft ze weer een mama en een papa.
- Britt;
Mevrouw Van Lancker? (sipjes)
- Johan:
Of bedenk je je en wil je niet meer met mij trouwen?
- Britt
; Jawel maar ……
- Johan:
Ik heb iets wat ik je wil laten zien. En Dorien trouwens ook. Wil je haar
even ophalen?
- Britt
loopt naar boven en moet de nodige moeite doen om Dorien te motiveren om mee
naar beneden te komen.
- Eenmaal
beneden vraagt Johan of ze wat willen drinken.
- Dorien:
Cola.
- Britt;
Niet door de week.
- Dorien:
Dan maar roosvicee.
- Britt;
Ik wil een glaasje water.
- Johan:
Zo doe maar duur. Hier heb ik iets voor jullie.
- Dorien:
Wat is dat allemaal? Het ziet er zo officieel uit.
- Johan;
Ik heb nagevraagd of jullie na het trouwen jullie eigen naam kunnen houden.
- Dorien:
En? (heel enthousiast, want eigenlijk was dat, behalve de foto's en een paar
stukjes herinnering aan Mark het enige wat ze nog had van haar papa)
- Johan;
Als jullie willen dan mag dat, maar dan moet ik dat volgende week wel weten
als ik naar de ambtenaar van de burgerlijke stand ga.
- Dorien:
Oh, heel graag. Ik ga het gelijk aan Simon zeggen.
- En
hup, daar vliegt ze de trap weer op, maar komt halverwege toch weer naar
benden en vliegt Johan om de hals en geeft hem een dikke zoen: jij bent
geweldig, en als jullie getrouwd zijn en ik mag Michiels blijven heten, dan
wil ik je gerust papa noemen hoor.
- Johan;
Dat mag je zelf weten Dorien, maar ik vind het heel fijn dat jij zo blij
bent.
- Als
Dorien weer boven is, kijkt Johan naar Britt , die nu met vochtige ogen op
de bank zit.
- Johan:
En jij Britt, wat zou jij willen?
- Maar
Britt zegt niets, die is met haar gedachten mijlenver weg.
- Johan
neemt haar mee naar de slaapkamer waar ze zich in een automatisme omkleed en
op bed gaat liggen. Johan gaat dicht bij haar liggen en legt zijn arm om
haar heen en draaide haar naar zich toe.
- Johan:
Gaat het liefje?
- Britt;
Johan, je maakt me zo gelukkig, maar ik raak er ook van in de war.
- Johan:
Waarom dan?
- Britt;
Ik vind het zo edelmoedig van jou dat je mij de naam van Mark wilt laten
houden, maar nu we ook al geen kindjes kunnen krijgen, en ik ook al je naam
niet zou aannemen... het voelt heel vreemd.
- Johan;
Britt, lieverd, de gedachte dat je voor altijd bij mij zult blijven vervult
mij met eeuwige liefde. Een naam of een kindje zullen daar weinig aan
veranderen, als ik maar weet dat ik elke dag bij jou thuis kan komen, en dat
jij er voor me bent.
- Britt
begint nu van blijdschap te huilen en slaat haar armen om Johan heen.
- Voorzichtig
draait hij bovenop haar en begint haar te zoenen en langzaam geraken ze in
een liefdesspel en genieten intens van elkaar.
-
- Als
ze de andere ochtend wakker worden is Britt nog helemaal blij en gelukkig
loopt Dorien er nu ook wat beter gestemd bij dan gisteren.
- De
kinderen gaan naar school en Britt wil gaan werken maar Johan belet haar dat
en om haar af te leiden neemt hij haar na het ontbijtje weer mee naar bed en
begint opnieuw de liefde met haar te bedrijven.
-
- Rond
een uur wordt er aan de deur gebeld.
- Het
is Sofie, met rooddoorlopen ogen.
- Johan:
Kom gauw binnen. Wat is er Sofie?
- Sofie:
Het is helemaal fout gegaan gisteren. Ik moet Britt spreken.
- Het
bleek dat toen ze de dag ervoor naar het huis waren terug gegaan, waar door
de politie verzegeling heen was gebroken. Daarop had Sofie versterking
opgeroepen en waren ze het thuis binnen gegaan. Daar hadden ze twee mannen
aangetroffen die de boel nog verder overhoop hadden gehaald. Die hadden ze
dus betrap en willen arresteren. Daarbij was het op een handgemeen
uitgedraaid en was er een wapen afgegaan.
- Een
van de jongens van het sporenteam was daarbij levensgevaarlijk gewond
geraakt en Sofie trok zich dit behoorlijk aan. Ofwel duidelijk was dat het
niet haar wapen was. En niet haar fout, want ze hadden de taken goed
verdeeld, voelde ze zich super ellendig.
- Peter
Claesens was nog maar een jonge vent, van achter in de twintig en had nog
een klein kindje. Nu lag hij te vechten voor zijn leven. Sofie was deze
ochtend nog op het ziekenhuis geweest, maar het zag er nog steeds
zorgwekkend uit.
- Britt;
Wil ik zo met je meegaan naar het commissariaat?
- Johan:
Britt.
- Britt;
Om Sofie te steunen.
- Johan:
Wil je alsjeblieft nog niet de straat op gaan, ik bedoel op een zaak gaan
werken?
- Britt;
Dat beloof ik Johan.
- Sofie
huilt even lekker uit op Britt haar schouder en na een uurtje of zo gaan ze
samen naar de Belfortstraat.
- Nick
en Bruno waren in het verhoor bezig met een van de verdachten die ze de dag
ervoor in het huis van Irene hadden opgepakt, maar hij was absoluut weinig
coöperatief.
- Britt
merkte aan Sofie dat die heel erg kwaad was.
- Nadine
riep gelijk even Britt in het kantoor.
- Nadine;
Jij zou toch nog niet werken??
- Britt;
Ik ben meegekomen om Sofie wat te steunen. Die trekt het zich heel erg aan
van Peter.
- Nadine;
Ik heb net even gebeld, en ze zeggen dat hij gelukkig stabiel is, en dat hij
sinds een uurtje weer zelfstandig kan ademen dus niet meer aan de machine
ligt.
- Britt;
Dat is goed om te horen. Maar hoe is het gebeurt?
- Nadine:
Dat kun je denk ik beter aan een van hun zelf vragen, maar liever nu nog
niet.
- Morgen
ben je weer van de partij?
- Britt;
Graag , ik heb genoeg thuis gezeten.
- Nadine;
Hoe is het met de pijn?
- Britt;
Is te dragen. Ik ga zo even mijn mailbox nakijken en dan denk ik dat ik
Sofie vanavond maar bij ons te eten vraag.
- Nadine;
Heel aardig van je Britt. Die afleiding kan ze denk ik wel gebruiken.
-
- Als
Britt weer achter haar bureau gaat zitten, voelt dat eigenlijk toch ook wel
heel vertrouwd.
- Snel
opent ze haar mail en ziet tot haar vreugde dat Tony haar ook een mailtje
heeft gestuurd. De inhoud was niet zo vrolijk, want gelijk na aankomst in
Kathmandu had ze kiespijn gekregen en bij een tandarts geweest die de boel
had liggen verkloten. Toen moest ze naar de kaakchirurg en die had haar drie
dagen in het ziekenhuis gehouden. Nu was de verstandskies eruit, de
ontsteking onder controle en dus kon ze aan de reis beginnen. Ze had den
bijlage meegestuurd, met een voorlopige, ruwe indeling van waar ze heen zou
gaan, en ze sloot af met de mededeling dat ze wilde proberen ongeveer een
keer per week te mailen, en ze hoopte dat Britt terug zou mailen over de
ontwikkelingen voor de bruiloft.
- Britt
keek met een glimlach naar het scherm waar nu een grote foto van Tony op
kwam, die gemaakt was voor een van de boeddhistische tempels die de stad
rijk was.
- Sofie
zag Britt glimlachen en liep even naar haar bureau en vond het eigenlijk wel
een supervinding, dat e-mailen en die foto's mee kunnen sturen.
- Britt;
Ze moedig hè, helemaal alleen naar zo'n ver land.
- Sofie;
Ik wou dat ik het lef had.
- Britt;
Leven is het meervoud van lef, en dat heeft ze.
- Sofie:
Petje af. Ik hoop dat ze geniet.
- Britt;
Dat weet ik wel zeker als ik haar op die foto zie.
- Zo
kletsen ze nog een poosje door en dan gaan ze samen naar Britt 's huis voor
de avondmaaltijd, en gelukkig mag Britt de andere dag haar werkzaamheden,
voorzichtig, hervatten.
- Haar
eerste doel: Naar Irene toe gaan.
- Nadine:
Wat ben jij van plan, Michiels? (streng, wanneer Britt naar Irene wilde
gaan)
- Britt:
Ik wilde...
- Nadine:
... naar Irene gaan? (radend)
- Britt; Uhm, ja... (twijfelend)
- Nadine:
Daar komt niks van in!
- Britt:
Maar Nadine, ik had haar dat beloofd. Ik moet haar nog eens spreken over wat
er gebeurt is in dat huis.
- Nadine:
Britt, ze heeft je neus gebroken geslagen. Ik kan dat niet goedkeuren.
- Britt:
Maar dat ging per ongeluk. En Sofie gaat met mij mee.
- Sofie:
Ze zal Britt echt niet wat doen. We willen ook weten hoe het nu met haar is.
- Nadine:
Maar pas heel goed op. Volgens Raymond hadden die twee mannen die bij dat
huis waren nog een handlanger, en die hebben we nog steeds niet. We moeten
donders goed oppassen of die jullie niet volgt anders is dat meisje nog niet
veilig.
- Britt;
We zullen heel goed oppassen. We gaan trouwens eerst eens zien op het
ziekenhuis hoe het met de moeder gaat.
- En
net als ze willen weglopen gaat Britt haar telefoon.
- Het
was het ziekenhuis: de moeder van het meisje was aan de gevolgen van die
slag op haar hoofd ook overleden.
- Britt
zijgt neer in haar stoel en voelt haar tranen omhoog komen.
- Sofie:
Amai Britt, wat is er met u?
- Britt;
De moeder van Irene. Ze is......... Ze is dood. Nu is dat arme kind haar
beide ouders kwijt.
- Sofie:
(heel boos nu) Verdomme. Ook dat nog. Oh, wat baal ik hier van.
- Nadine:
Rustig Sofie, zo schiet niemand er wat mee op. Probeer of je wat te weten
kunt komen van dat meisje, en denk eraan: voorzichtig, allebei, ja?
- Britt;
Doen we. (over haar neus wrijvend)
- Sofie:
Wat scheelt er, Britt?
- Britt:
Mijn neus jeukt. (met een vies gezicht)
- Nadine:
Das een goed teken, dan is hij aan het genezen. (lachend)
- Met
lood in hun schoenen begeven Sofie en Britt zich naar het opvanghuis waar
Irene is ondergebracht. Inmiddels is er al wel familie opgespoord, maar dat
waren oude mensen die absoluut niet de zorg voor Irene op konden nemen. Van
vaders kant was er geen familie bekend en dus zaten ze met de situatie: wat
nu?
- Hier
was er slechts een tijdelijke plek, maar er moest een pleeggezin gevonden
worden voor Irene.
- Britt
voelde zich weeïg worden om het hart
- Sofie
nam haar bij de arm en leidde haar mee naar de gang.
- Sofie:
Britt, ik weet wat je denkt, maar doe het niet.
- Britt;
Maar ze is helemaal alleen.
- Sofie;
Britt, uit professioneel oogpunt, doe het niet. Ik snap best dat je heel erg
bezorgd om haar bent. Dat ben ik ook, maar het is niet niks om de zorg voor
haar op te nemen. Met
haar handicap, en ze is al twaalf jaar, en……
- Britt;
Maar die handicap hoeft het probleem niet te zijn.
- Sofie;
Je kunt haar heus wel eens gaan bezoeken Britt, maar alsjeblieft, denk ook
aan jezelf en aan je gezin.
- Britt
zucht eens diep. Ze weet dat Sofie gelijk heeft, maar toch.
- Dan
gaan ze weer binnen en Britt probeert de gebarentaal uit die ze samen met
Dorien heeft geoefend, en wonderwel kan Irene haar goed begrijpen.
- Britt
vraagt of Sofie aantekeningen mag maken, en als ze klaar zijn dat ze een
verslag gaan typen en als dat klopt met wat Irene hun "verteld"
dan moet ze daar haar naam onder zetten een word het een officieel
bewijsstuk.
- Ze
gaat er mee akkoord en dus begint Britt haar best te doen om informatie los
te krijgen. Soms gaat het wat moeizamer, maar omdat Irene nog zo jong is
kunnen ze in heel eenvoudige bewoording toch veel los krijgen.
- Als
ze gedaan hebben vraagt Irene weer naar haar moeder, want hier hadden ze er
nog niets over losgelaten.
- Toen
begon Britt echt te balen, want nu moesten zij zeggen dat haar moeder was
overleden.Irene reageert intens verdrietig en Britt neemt haar stevig in
haar armen en probeert haar te troosten.
- Ze
blijven wel meer dan een uur bij Irene maar moeten haar dan toch weer
achterlaten. Britt zegt toe om contact te leggen met die oude oom en tante
zodat ze wel samen voor de begrafenis kunnen zorgen, maar dat er daarna dan
toch naar een pleeggezin moet worden gezocht.
-
- Op
het commissariaat zet Sofie zich achter haar computer om het verslag in te
typen. Britt gaat even in de kantine zitten en probeert de zaken wat op een
rijtje krijgen. Ze was heel erg gegrepen door het verdriet van Irene. Maar
ze kon er niet veel aan doen om dat minder te maken. Ze sloot haar ogen en
dacht eraan hoe dankbaar ze zelf was dat ze al haar sores had kunnen
navertellen. Ze prees zich zielsgelukkig met Dorien en met Johan en Simon.
- Nog
vier weken, dan was de grote dag.
- Even
krijgt ze dan ook een rilling van genot door haar rug heen, als ze aan haar
trouwdag denkt...
- Ze
glimlacht zwakjes...
- Plots
komt Vanbruane de kleedkamer ingelopen...
- Nadine:
Irene is weggelopen!
- Britt:
Shit, dat moeten we er net niet bij hebben.
- Nadine:
Hebben jullie enig idee waar ze heen kan zijn gegaan?
- Sofie:
Ik heb een vermoeden. Kom Britt, we gaan haar zoeken.
-
- In
de wagen kijkt Britt Sofie vragend aan.
- Britt;
Wel, zeg je het nog of kom ik er wel achter als we haar gevonden hebben?
- Sofie:
Ze zei toch tegen jou dat er iemand was geweest die geld van haar vader
wilde voor een auto?
- Britt:
Ja, en? Er stond geen auto bij het huis dus ik denk dat ze die ook niet
hebben.
- Sofie:
Irene liet een foto zien van hun andere huis, en daar was een garage bij. Ik
dacht zo als wij daar eens gingen kijken ......
- Britt:
...dan maken we kans dat Irene daar ook is?
- Sofie:
Jij mag niet meer raden.
-
- Nadat
ze een half uurtje hebben gereden komen ze aan bij een klein oud huisje, weg
van de bebouwde kom. Het ziet er gammel en gevaarlijk uit.
- Sofie:
Britt, kijk heel goed uit. Het ziet er nogal bouwvallig uit en ik wil geen
gelazer met Nadine als jij weer gewond raakt.
- Britt;
Hoezo : Weer?
- Sofie:
Je neus? Of ben je dat al vergeten?
- Britt;
Oh dat. Nee, ik pas wel op.
- Voorzichtig
lopen ze eerst eens om het huisje heen en proberen te zien of ze binnen
kunnen kijken, maar overal zitten gordijnen voor de ramen. Het ziet er
onbewoond uit.
- Dan
lopend ze naar het achterom en voelen aan de deur of die open wil en het
lukt ook nog.
- Sofie
heeft haar wapen ter hand genomen. Ook Britt volgt met haar wapen in de hand
naar binnen.
- Voorzichtig
kijken ze eerst beneden rond, maar treffen daar niemand aan.
- Britt
loopt naar de trap maar wordt door Sofie tegengehouden.
- Sofie:
(fluisterend) Die trap is gevaarlijk.
- Britt;
Zie dan dat er stappen in het stof staan, Irene kan hier geweest zijn en
naar boven zijn gegaan.
- Sofie:
Britt, voorzichtig.
- En
voorzichtig, zoals opgedragen, kruipt Britt de trap op.
- Maar
bijna bovenaan de trap ........begint het hele gevaarte te wiebelen en stort
het hele huis in...
- Sofie
haast zich naar buiten en ziet hoe het huis helemaal ineenstort...
- Als
het gevaar geweken lijkt, gaat ze tussen de brokstukken op zoek naar Britt
en Irene...
- Sofie:
BRITT?! (in paniek)
- Sofie
werpt zich tussen de brokstukken en begint steeds harder te schreeuwen.
- Ondertussen
bellen mensen, die het geschreeuw van Sofie en het enorme lawaai van het
instorten van het huis horen, de ambulance.
- Voor
Sofie haar gevoel duurt het uren vooraleer de hulpdiensten er zijn. Nog
steeds heeft ze geen teken van Britt gevonden.
- Ze
legt haar hoofd schuin en probeert te horen of er iemand om hulp roept. Heel
vaag hoort ze een gerammel en ze begint nog fanatieker te zoeken.
- Ze
haalt haar handen los aan het puin maar ze slaagt er uiteindelijk in om bij
het geluid te komen en ziet tot haar opluchting dat het Irene is.
- Ze
slaat haar armen om Irene heen om aan te geven dat ze haar wil beschermen.
- Irene
kijkt haar angstig vragend aan.
- Sofie:
Ik weet niet. Ik weet niet waar Britt is.
- Ze
weet dat Irene haar niet kan horen maar ze denkt dat Irene het wel begrijpt.
Irene blijkt behalve een paar schaafwonden geen verwondingen te hebben
opgelopen, hooguit flink de schrik te pakken gekregen.
- Sofie
helpt haar overeind en nu beginnen ze samen te zoeken naar Britt.
- Sofie
gebaard naar Irene dat Britt boven aan de trap was, waarop Irene zich
omdraait en direct naar de plek loopt waar de trap ooit had gestaan.
- Samen
beginnen ze daar nu ook de stenen en het hout weg te halen.
- Plots
ziet Sofie een hand liggen. Nu moeten ze heel voorzichtig te werk gaan om te
voorkomen dat het puin weer naar beneden komt en Britt weer zal bedelven.
- Net
als ze Britt haar gezicht vrij hebben komt er ook al hulp van de brandweer,
de politie en de ambulance en moeten Sofie en Irene uit het puin weg om de
anderen hun werk te laten doen.
- Irene
wordt in de ambulance nagekeken en krijgt een goedkeurende blik van de arts
en mag dan weer naar Sofie toe.
- Sofie
kijkt hoe de brandweer bezig is om Britt te bevrijden. Ze ziet geen
bewegingen bij Britt en ze maakt zich behoorlijk ongerust. Dan voelt ze een
hand in de hare glippen en ziet dat Irene haar een bemoedigende hand
toesteekt.
- Sofie:
Ik ben zo bang.
- Irene
schudt: Nee, ten teken dat het niet erg zal zijn.
- Als
Britt uit het puin bevrijd is word ze op een brancard en in de ambulance
gelegd en de deuren worden gesloten, zodat Sofie nog niet weet hoe het met
haar is.
- Een
agent komt bij Sofie en vraagt wat ze in vredesnaam in die bouwval te zoeken
hadden.
- Sofie
(boos van de schrik) Man, zie je dat niet, dat is mijn collega.
- Agent:
Nochtans stond er een bordje verboden toegang, maar u kunt blijkbaar niet
lezen.
- Geïrriteerd
pakt Sofie haar eigen politiepenning en begint dan te vertellen dat ze op
zoek waren naar Irene, en dat die getuige was geweest van de moord op haar
vader, en dat er verdenkingen zijn dat er in dit huis, of wat er nog van
over is, mogelijk bewijzen te vinden zijn.
- Agent:
Dan vrees ik dat we het terrein moeten afzetten een alles grondig moeten
onderzoeken. Doen wij dat of doet jullie eigen team dat?
- Sofie:
Ik neem wel even contact op met mijn eigen commissaris, als je even geduld
hebt.
-
- Dus
belt Sofie naar Nadine.
- Nadine:
Sofie, hebben jullie het meisje gevonden?
- Sofie:
(wat twijfelend) Ja.
- Nadine;
Wat is er? Je klinkt zo .....zo twijfelachtig.
- Sofie:
Ze was in het huis wat ik verwachtte, maar het huis...
- Nadine:
Sofie?? Britt!!!???
- Sofie:
Ja Britt is .... Ze word nu onderzocht.
- Nadine;
Sofie wat is er met Britt?
- Sofie:
Wel, ze wilde boven gaan zoeken naar Irene en toen ze boven aan de trap was,
toen begon alles te kraken en te schudden en toen is het hele huis in elkaar
gestort.
- Nadine;
Mijn God. Sofie. Hoe gaat het met haar?
- Sofie:
Goddomme Nadine, luister jij niet of zo? Ik zeg toch dat ze onderzocht word.
Ik mag er ook niet bij.
- Nadine;
Waar zijn jullie? In het ziekenhuis?
- Sofie:
Nee nog bij de restanten van het huis. Maar ik denk dat daar bewijzen liggen
en dus zal hier de hele puinhoop centimeter voor centimeter moeten worden
nagezocht en nu wil de politie hier weten of zij dat moeten doen of dat wij
dat zelf doen.
- Nadine;
Het is jullie zaak, en ik vind dat jullie dat ook zelf moeten uitzoeken. Ik
zal een team van de sporendienst sturen en wil ik ook wat van je collega's
laten komen?
- Sofie:
Graag, dan kan ik zo met Britt en Irene mee.
- Nadine:
Hoe is het met het meisje?
- Sofie:
Wat schaafwondjes en flink de schrik, maar verder is ze oké.
- Nadine:
En nu maar hopen dat Britt ook oké is. Laat me horen zodra je iets weet?
- Sofie:
Doe ik. Dag Nadine.
- Dan
loopt ze weer naar de ambulance maar mag nog niet binnen.
- Boos
loopt ze nu door het puin te stampen. Ze is echt kwaad in haar hoofd. Kwaad
omdat ze Britt nog zo had gewaarschuwd en nu lag die mogelijk weer gewond
daar in die ambulance.
- Ze
gaat op een stapel stenen zitten en begint te huilen.
- Irene
komt bij haar staan en legt haar armen om haar heen. Dan maakt ze een
schrijf beweging en Sofie reikt haar een notitieblok aan waarop ze ijverig
begint te krabbelen.
- Sofie
leest snel met haar mee en schrikt als ze de eerste woorden ziet.
- "Geweer,
geld"
- Bij
Sofie raast er van alles door het hoofd, maar ze kan er niet veel mee, omdat
ze niet voldoende weet van gebarentaal. Ze denkt nog: "verdomme Britt,
jij zou hier heel goed kunnen helpen.Waarom nu dit weer?"
- Dan
gaat de ambulance open en komt de arts op Sofie aflopen.
- Arts;
We kunnen niet zeker zijn, dus we nemen haar mee naar het ziekenhuis,. Gaat
u ook mee?
- Sofie:
Ja, ik moet heel even iets doorgeven aan mijn collega's, en ik zie dat ze er
al aankomen.
- Vlug
draagt Sofie over dat er gezocht moet worden naar een geweer, en naar een
sportzak met mogelijk geldbundels erin.
- Dan
stapt ze bij in de ambulance. Irene mag op de bijrijderplaats en Sofie gaat
naast Britt zitten, die nog heel wazig en verward voor zich uit ligt te
kijken. Ze hebben haar een halskraag omgedaan en ze heeft een infuus
gekregen.
- Sofie
wil haar wangen strelen en dan ziet de arts dat Sofie haar handen ook
helemaal onder het bloed zitten. Hij pakt haar handen en drukt er
voorzichtig op, waardoor de wonden van nieuws beginnen te bloeden en Sofie
nu toch wel een beetje begint te piepen van de pijn. Door de angst had ze
niet eens gemerkt dat ze zelf ook gewond was geraakt. De arts giet rijkelijk
desinfectans op de handen die behoorlijk bijt in de wonden. Dan legt hij
grote gazen er omheen en wikkelt er verband overheen.
- Daar
zit ze dan: beide handen in het verband en een behoorlijke pijn, en ze kan
niets doen voor Britt.
-
- In
het ziekenhuis ziet ze al dat Nadine gelijk ook was gekomen maar ze hebben
geen tijd om te praten. Zowel Sofie als Britt worden gelijk, elk apart in
een onderzoeksruimte gebracht voor verder onderzoek dan wel behandeling.
- Met
name het reinigen van de handen doet bij Sofie nogal pijn. Ze heeft
een paar flinke sneeën in haar handen en een paar ingescheurde nagels. Als
profylaxe krijgt ze gelijk een paar anti-tetanusinjecties in haar bil en
moet echt even op haar tanden bijten. De verplegers zijn tegenwoordig niet
zachtzinnig als ze zoiets moeten doen.De sneeën worden gehecht en over de
kapotte nagels word een speciale lijm gebracht en daarna krijgt ze tape over
de nagels en dat moet drie dagen blijven zitten.
- Dan
mag ze weer naar de wachtkamer waar Nadine haar opwacht en gelijk even in de
armen sluit.
- Nadine;
Gelukkig, je bent er goed vanaf gekomen. Wat was er met je handen?
- Sofie:
Wat sneetjes. Zijn gehecht. Moet even een beetje oppassen maar het komt wel
goed. Ik ben alleen bang dat ik nu niet zo snel kan typen.
- Nadine:
Daar heb je collega's voor, toch?
- Sofie:
En jij denkt dat die dat voor mij willen doen?
- Nadine;
Ja, hoor, die doen dat wel. Als jij later eens een rondje geeft in de Combi,
zal dat allemaal wel loslopen.
- Sofie:
Heb jij al iets gehoord van Britt? Goddomme, ik zei nog zo dat ze moest
oppassen, en toen begon die hele zooi in elkaar te donderen.
- Nadine:
Ga eens rustig zitten. Koffie?
- Sofie:
Graag.
-
- Na
een half uur komt de arts van Britt ook binnen lopen en verteld dat de
verwondingen van haar gelukkig meevallen en dat ze ook mee terug naar huis
mag.
- Sofie:
Wat was er met haar?
- Arts:
Blijkbaar is ze ergens onder gekomen dat het gewicht van het hout en die
stenen heeft opgevangen. Ze heeft een lichte hersenschudding, wat
schaafwonden en kneuzingen aan haar schouder, maar verder komt ze er met de
schrik vanaf. U kunt naar haar toegaan.
- Sofie
weet niet hoe snel ze naar Britt toe moet lopen en valt haar in de
onderzoekkamer huilend om de hals.
- Britt;
Rustig maar Sofie, het stelt niets voor. Hooguit wat schrik.
- Sofie:
Wat gebeurde er daar boven aan die trap?
- Britt;
Wel, toen ik de laatste trede wilde nemen toen leek het of de trap begon te
bewegen en het volgende moment ligt ik onder de trap. Ik hoorde een boel
lawaai en ik zag allemaal stof en toen werd het even zwart.
- Sofie:
Even? Je bent goddomme meer dan een uur weg geweest.
- Britt;
Zo lang? Ik dacht echt maar even een paar secondes.
- Sofie;
Maar het gaat nu weer? Kun je staan?
- Britt
komt overeind en voelt haar hoofd bonzen. Ze blijft even heel stil staan om
het beeld voor haar ogen stil te zetten en trekt dan haar jasje weer aan wat
op een stoel was gelegd.
- Britt;
Kom, we moeten naar Irene toe.
- Sofie:
Jij gaat naar huis en je gaat rusten. De arts zegt dat je een
hersenschudding hebt.
- Britt:
Ik kan nu niet naar huis gaan. Johan vermoord me als hij hoort dat ik weer
wat heb mispeuterd.
- Sofie:
En ik neem je niet mee naar het commissariaat.
- Ineens
grijpt Britt naar haar hoofd en begint het haar allemaal te duizelen. Ze
graait om zich heen naar iets om zich aan vast te houden en zakt pardoes bij
Sofie in haar armen.
- Sofie:
Toch maar naar huis dan?
- Britt;
Graag.
-
- En
weer eindigt het avontuur voor Britt in bed. Ze heeft stevig de balen. En
omdat ze weer gewond is, maar ook omdat ze Sofie zo angstig heeft gemaakt.
En nu kan ze weer niet met Irene praten en dat doet haar nog het meeste
zeer.
- Johan
kan het niet meer opbrengen om boos te worden op haar. Het spijt hem dat ze
weer gewond is, en hij is blij dat ze thuis is, maar het voelt gewoon niet
goed. Die avond reageert hij ook vrij afstandig tegen Britt, die dit
dondersgoed in de gaten heeft en verdrietig in bed ligt te huilen.
- Tegen
beter weten in gaat Britt de andere dag weer gewoon aan het werk. Ofwel ze
een stevige hoofdpijn heeft legt ze opnieuw contact met Irene. Dan horen ze
dat donderdag de gezamenlijke begrafenis van Irene's ouders is in Dongen en
ze zegt toe dat ze daarbij aanwezig zal zijn.
- Ze
vind dat dat het minste is wat ze voor Irene kan doen.
-
- Na
de lunch zit ze diep over de papieren gebogen en probeert uit te puzzelen
wat er allemaal gebeurt is in dat huis waar Irene haar ouders waren
vermoord.
- Het
sporen onderzoek van het ineen gestorte oude huis heeft inderdaad een wapen
opgeleverd en een zak vol geld, zo'n slordige EUR 50.000,==.
- Sofie
fluit eens tussen haar tanden door als ze het bedrag hoort.
- Sofie:
Wat moest ie daarmee?
- Britt;
Ik denk schulden afbetalen.
- Sofie:
Welke schulden?
- Britt;
Er zijn aanwijzingen dat hij gechanteerd werd.
- Sofie;
Door wie? En waarom?
- Britt;
Lees jij zelf geen aantekeningen meer door? (een beetje chagrijnig)
- Sofie:
Sorry Britt, ik wist niet dat je boos was.
- Britt:
Hou effe op wil je? We hebben hier een zaak op te lossen.
- Sofie;
Wat eet jij tegenwoordig voor lunch? Woede?
- Nu
wordt het Britt teveel en ze stampt het lokaal uit en trekt zich terug op
het toilet waar ze een potje begint te janken.
- Wat
ze niet wist was dat Nadine ook op het toilet was en haar kon horen.
- Nadine:
Britt, wat scheelt eraan?
- Britt;
Niets.
- Nadine:
Oh, je huilt om niets. Nou dan vraag ik niet verder.
- Britt;
Johan...
- Nadine
at is er met Johan?
- Britt;
Hij deed zo afstandelijk gisteren, en hij is heel boos, denk ik.
- Nadine;
Ben je in orde Britt? Ik dacht dat je een hersenschudding had en moest
rusten?
- Britt;
Ik wil niet thuis zijn. Johan is boos.
- Nadine:
Kom, ik breng u terug en dan ga je maar eens een flink partijtje slapen en
als Johan thuiskomt, moeten jullie eens goed gaan praten.
- Britt
begint nu nog harder te huilen en Nadine neemt haar troostend in haar armen.
- Nadine: Amai, dit gaat u heel erg aan het hart niet?
- Britt;
Ik mis hem zo.
- Nadine:
Wie?
- Britt
: Johan natuurlijk.
- Nadine:
Wel dan, des te meer reden om naar huis te gaan en het uit te praten.
- Britt;
Zou u mij willen brengen., Ik ben steeds zo duizelig en heb zo'n hoofdpijn.
- Nadine;
Ik pak even mij jas en ga dan met je mee.
-
- In
haar kantoor belt Nadine eerst naar Johan en legt hem de situatie uit en
brengt dan Britt naar huis en zorgt dat die op bed gaat. Zelf blijft ze nog
even om de kinderen op te vangen en uit te leggen dat Britt een paar dagen
rustig aan moet doen. Ook Johan is snel naar huis gekomen en zit nu al met
betraande ogen bij Britt. Hij had duidelijk ook spijt van zijn gedrag van de
avond ervoor en bied wel duizend keer zijn excuses aan.
- Hij
durft echter geen fysieke toenadering te zoeken tot Britt, uit angst dat ze
hem afwijst.
- Johan:
Britt, zou ik u mogen aanraken?
- Britt;
mhmm.
- Johan:
Alstublieft?
- Britt
ligt nog steeds met haar rug naar hem toe . Ook zij mist hem vreselijk maar
het kost haar zo'n moeite om oogcontact te maken. Ze voelt dat ze zelf
schuld heeft aan de situatie. Johan had nog zo gevraagd of ze voorzichtig
aan wilde doen, en koud een dag terug op het werk is ze alweer gewond. Heel
langzaam keert ze toch naar hem toe en kijkt hem smekend aan, alsof ze wil
vragen: Neem me in je armen.
- En
Johan kan haar vraag in haar ogen lezen en neemt inderdaad Britt dicht tegen
zich aan en samen huilen ze een potje.
- Britt;
Johan, het spijt me zo dat ik niet beter naar je heb geluisterd.
- Johan:
Geen spijt Britt. Wie ben ik om te zeggen dat jij je werk niet mag doen?
- Britt;
Maar u had nog zo gezegd het voorzichtig aan te doen. Sofie zei dat ook en
toch ging ik die trap op.
- Johan:
Kon jij weten dat die trap zo slecht was dan?
- Britt;
Nee, niet van die trap, maar dat huis zag er zo oud uit, en ..
- Johan:
Het geeft niet Britt. Ik ben al lang blij dat ik u weer in mijn armen kan
nemen.
-
- Het
komt gelukkig allemaal goed. Britt ziekt thuis een weekje uit. Dan moet ze
nog naar het ziekenhuis in verband met die tampons die ze in haar neus had
om te laten verwijderen. Daar word ze zo beroerd van dat ze gelijk nog een
dag extra thuis kan blijven omdat ze alles aan elkaar kotst.
-
- Nog
drie weken tot de trouwerij. Britt begint langzaam toch wel wat
zenuwachtiger te worden.
- Ze
wil zo graag met haar beste vriendin praten over hoe ze zich voelt, maar ja,
Tony zit ver weg in Nepal.
- Dan
probeert ze maar om een e-mailtje op te zetten en dat naar Tony te sturen,
en hoopt dat Tony snel zal antwoorden.
-
- Op
maandag gaat ze dan weer aan het werk. Sofie heeft zich vol overgave op de
moord van Irene's ouders gestort en heeft ondertussen twee verdachten ,
althans op papier. Ze moet nog gaan zoeken naar bewijzen die de man en de
vrouw kunnen linken aan de roofoverval waarbij Irene's ouders zijn
overleden.
- Als
Britt gaat zitten komt Sofie haar een kop koffie brengen en een brief.
- Britt
kijkt haar wat verward aan: Waar heb ik dit aan te danken?
- Sofie:
Sorry nog, dat ik vorig week zo rot tegen je deed.
- Britt;
Ik zat niet lekker in mijn vel. Ik moet het bij mezelf gaan zoeken.
- Sofie:
Toch, sorry, en ik hoop dat we de rest van de tijd dat we samenwerken weer
gewoon verder kunnen?
- Britt;
Als het aan mij ligt wel ja. En bedankt voor de koffie.
- Dan
begint ze aan de brief. Die was van Irene. Er was voor tijdelijk een
gastgezin gevonden waar ze werd opgevangen. Ze schreef dat ze het jammer
vond dat Britt er niet bij kon zijn tijdens de begrafenis, maar ze had
begrip voor de situatie en hoopte dat Britt op tijd hersteld zou zijn voor
haar grote dag. Ze wenste haar alvast veel geluk en een goede toekomst samen
met haar aanstaande man.
- Britt
kreeg traantjes in haar ogen en Sofie zag dat direct.
- Sofie:
Mag ik vragen wat ze schreef?
- Britt;
Dat ze een tijdelijk adres heeft, en dat ze hoopt dat ik op tijd voor de
bruiloft gezond ben. De lieverd.
- Sofie;
Zo jong, en dan dit allemaal al meemaken. Ik hoop dat ze een goede plek vind
en weer een beetje een thuis kan krijgen.
- Britt;
Ik hoop het ook. Ik ook.
- Sofie;
Wel, dan heb ik hier de situatie.
- En
ze legt alles aan Britt uit over wat ze de afgelopen dagen heeft gedaan en
uitgevogeld.
- Britt
ziet het als een puik stukje werk.
- Britt;
Goed gedaan Sofie. Nu alleen nog wat vinden waar we ze mee binnen kunnen
krijgen.
- Sofie;
Ik dacht maar zo dat we dat dit keer aan een ander overlieten? Jij hebt
genoeg klop gehad, en ik heb geen zin om dat van je over te nemen.
- Britt:
Heel goed idee. Maar hoe krijgen we ze hier?
- Sofie:
Laten schaduwen en bij de geringste overtreding oppakken en hierheen laten
brengen.
- Britt;
En wie wil je dat laten doen? Als we niets hebben zal Nadine dat heus niet
goed vinden dat daar twee man in de buurt gaan rondhangen.
- Sofie;
Hoeven ze ook niet. Het is bekend dat dat stel regelmatig hier in het
centrum is. Dus we kunnen gewoon hier de patrouilles vragen extra alert te
zijn.
- Britt;
Oké, dan gaan we Nadine briefen.
- Sofie;
Sorry. Heb ik al gedaan. Ja, ik was erg vroeg vanochtend.
- Britt;
Niet geslapen vannacht?
- Sofie
(met een rode kop nu) Nee, niet echt.
- Brittl;
Was ie zo goe?
- Sofie:
Zeg, beheers je een beetje, wil je.
- Britt;
Wie is het?
- Sofie:
Gaat je niets aan.
- Maar
dan komen net de nieuwe motards binnen en Sofie weet niet waar ze moet
kijken.
- Britt;
Kom eens mee Sofie.
- Sofie:
Waarheen?
- Britt;
Verhoor 1. En dan ga jij me eens vertellen wat dat is tussen jou en die
Nick.
- Sofie;
Nee, dat vertel ik niet.
- Britt;
Dus er is wel wat?
- Sofie;
Kan ik nou niets verborgen houden voor je?
- Britt;
Ik denk het niet. Maar dan, ik ben ook inspecteur hé?
- Sofie: Hmm, ben ik ook geen inspecteur? En jij kan wel dingen voor me verborgen
houden. (glimlachend/plagend)
- Britt:
Toe nou, Sofie, zeg op? (bijna smekend)
- Sofie:
Oké, oké. (lachend)
- Britt:
Ik wacht.
- Sofie:
Nou, Nick zat een tijdje geleden een beetje in de knoop, omdat het net uit
was met zijn vriendin, waar hij zielsveel van hield. Dus ik heb hem een
rondje in de Combi betaald, en van het één kwam het ander... (glimlachend)
- Britt:
Het ander?
- Sofie:
Nu, ja, moet k dat ook nog vertellen?
- Britt;
Mag je zelf weten, maar je maakt me wel nieuwsgierig.
- Sofie:
Nou, we kunnen het heel goed vinden samen, en we blijven ook wel eens bij
elkaar slapen.
- Britt; Amai,
da's goed nieuws. Toch?
- Sofie:
Zover wel ja.
- Britt;
Hoezo, is er iets?
- Sofie:
Ik weet nie....
- Britt:
Sofie, je bent .... toch niet....?
- Sofie:
Ik weet niet. Ik hoop het niet. Daar hadden we toch beiden geen rekening mee
gehouden.
- Britt;
Heb je al een dokter gezien dan?
- Sofie:
Ik durf niet. Wat als hij zegt dat het zo is? Dan moet ik een keuze maken
wat ik wil.
- Ze
kijkt op naar Britt en ziet het verdriet in haar ogen.
- Sofie:
Sorry Britt, ik moet daar helemaal niet mee bij u aankomen. Nadine had me
gezegd van jou miskraam. Jij denkt daar heel anders over, denk ik.
- Britt;
Ik vond het heel jammer dat het niet gelukt is. We hadden eigenlijk wel
gewild, maar de natuur heeft anders bepaald.
- Sofie;
En dan zit ik hier te zeiken over wel of geen kind willen. Wat een lomperik
ben ik toch. Wil je me vergeven Britt?
- Britt;
Is goed
- Sofie.
Laten we maar aan het werk gaan en daar onze gedachten bij houden.
- Britt:
Mijn idee.
-
- Terug
in het lokaal bespreken ze hun tactiek met Nadine die wel akkoord kan gaan
om het verdachte stel in het centrum te gaan observeren.
- Ze
informeert haar teamleden en dan gaan ze de straat op. Hun normale
patrouilles lopen, maar met extra aandacht voor die twee.
- Het
duurt echter vier dagen voor dat het stel in de stad gesignaleerd word en
dan gedragen ze zich ook nog eens als voorbeeldburgers, niets op aan te
merken.
- Maar
op vrijdag lijkt er verandering in te komen. Nick meld dat ze nu toch wel
verdacht gedrag waarnemen. Samen met Bruno was hij in het Zuid binnen gegaan
om wat beter te kunnen volgen.
- Evenwel
had hun politie-uniform hun gelijk al verraden.
- Na
een kleine schermutseling raken ze ze uit het oog kwijt, maar Bruno ziet de
vrouw de roltrap op gaan.
- Bruno:
Ik ga erachter aan. Neem jij die vent?
- Nick:
Waar is die dan?
- Ze
staan op hun tenen en zien dan dat er een opstootje is op het benden verdiep
en al snel zien ze dat de man er bij betrokken is.
- Bruno
gaat naar boven en Nick naar beneden,
- De
man heeft een mes getrokken en bedreigt een winkeljuffrouw. Nick stapt heel
voorzichtig dichterbij en vraagt of hij zijn mes weg wil leggen.
- Er
ontstaat een behoorlijk spanningsveld tussen de twee mannen.
- Dan
lijkt het of hij het mes weg wil doen en laat de juffrouw los. Dan stapt
Nick naar voren om hem te boeien als ineens de vrouw vanaf de roltrap tegen
hun begint te schreeuwen.
- Bruno
had haar opgepakt en geboeid en wilde naar de uitgang gaan.
- Maar
door haar schreeuwen leidde ze de aandacht af en plots greep de vent Nick om
zijn hals en nam het dienstwapen van Nick uit het holster en zette dat bij
Nick aan het hoofd en begon hard te schreeuwen tegen Bruno.
- Die
had ook even flink de schrik te pakken
- Toen
hij de vrouw onder arrest had geplaatst had hij dat direct gemeld aan het
bureau en dus was er nu iemand onderweg om haar op te halen met de combi.
- Maar
Bruno vreesde dat hij opnieuw Nadine moest contacteren en melden dat Nick
gegijzeld werd.
- Nadine
keek geschrokken het lokaal in . Ze moest het aan haar andere teamleden
doorgeven. Een gijzeling van een collega kan een behoorlijke impact hebben
op het team.
- Als
ze het aan Raymond, Wilfried, Britt en Sofie verteld, krijgt Sofie ook
behoorlijk de schrik te pakken.
- Britt
kijkt haar na als ze zich acuut omdraait en wegloopt naar de kleedkamers.
- Nadine;
Wat heeft die?
- Britt;
Ik ga wel even kijken. Kunnen wij zo ook naar het Zuid gaan?
- Nadine;
Blijven jullie maar binnen. Ik laat de anderen wel gaan. Het gaat namelijk
wel om twee verdachten van die zaak van jullie.
- Britt
loopt op Nadine toe, en verteld heel kort over Sofie en Nick.
- Nadine
slaakt een diepe zucht en geeft ze dan maar toestemming om te gaan, onder
voorwaarde dat ze zich afzijdig zullen houden van de situatie, want er was
al een interventieteam onderweg.
-
- In
de kleedkamer loopt Sofie nerveus heen en weer te banjeren. Nick gegijzeld!!
- Britt;
Sofie, gaat het? We mogen er heen van Nadine Zou je het aankunnen?
- Sofie;
Nick, hij ... we moeten hem bevrijden.
- Britt;
Niet wij. Dat doet het interventieteam. Maar hoe is Nick onder spanning?
- Sofie;
Weet ik niet. Ik heb hem nog nooit onder spanning meegemaakt. Hij lijkt
altijd zo ontspannen. Ik ben bang dat hem wat gebeurt.
- Britt;
Weet hij al van je?
- Sofie;
Nee, nog niet.
- Britt;
Kom dan gaan we. Als het interventieteam die vent heeft ontwapend kun je je
Nick veilig in je armen nemen en er eens met elkaar over gaan praten.
-
- Bij
het Zuid is al een hele volksoploop ontstaan en de agenten hebben moeite om
het publiek op afstand te houden. Britt krijgt van een toeschouwer een
flinke duw in haar rug als ze onder het lint doorloopt.
- Hij
schreeuwt haar na dat zij een vuile flik is die wel overal met haar rotkop
door mag.
- Even
sluit ze haar ogen om te proberen dit langs zich heen te laten gaan, maar
het lukt haar niet echt.
- Sofie
is op van de zenuwen als ze vanaf de railing kan zien dat die vent nog
steeds Nick het wapen op het hoofd heeft staan.
- Vanuit
haar training weet ze waar ze overal de leden van het interventieteam kan
verwachten en ze probeert een inschatting te maken hoe het er aan toe zal
gaan.
- Britt
neemt haar bij de arm en trekt haar weg bij de railing.
- Sofie;
Waarom doe je dat?
- Britt;
Als Nick je ziet, kan je hem afleiden en dan kan hij domme dingen gaan doen.
- Sofie:
Maar ik wil hem graag zien.
- Britt
zet Sofie neer op een stoel en gaat zelf op haar hurken naast haar zitten en
probeert haar kalmerend toe te spreken.
- Ineens
een heleboel lawaai en geschreeuw. Er word gegooid met dingen en dan is het
stil, doodstil.
- Sofie
durft nu niet meer te kijken, en ook Britt houd haar hart vast.
- Angstige
momenten breken aan, tot opeens Nick naast hun staat en "zijn"
Sofie in zijn armen sluit.
- Nick:
Het is over Sofie. Ik ben ongedeerd.
- Sofie:
Maar..... net nog....
- Nick:
Het is over. Ze hebben hem. Kom, ik meld me af bij Nadine en dan gaan we
naar huis. Ik wil je dicht bij me voelen.
- Britt:
Nick, je praat erover alsof je een brood hebt gehaald bij de bakker. Die gek
had een wapen op je gericht. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.
- Nick:
Nee, dat doet het ook niet, en daarom wil ik met Sofie naar huis.
- Britt:
Ik ben bang dat je toch eerst met een corpspsycholoog moet gaan praten.
- Nick:
Dat komt maandag wel.
- Na
het nodige gebakkelei gaan ze allemaal naar bureau Belfortstraat terug en
word de situatie met heel het team doorgesproken.
- Sofie
wijkt geen moment van Nick zijn zijde.
- Ofwel
het protocol is dat Nick dus eerst moet praten met een psycholoog ziet
Nadine ook wel dat dat hier totaal geen voet aan de grond zal krijgen. Wel
drukt ze Sofie op het hart om hem dit weekend heel goed in de gaten te
houden en zonodig te bellen als er wat is.
- Britt
geeft het ook nog eens bij haar aan en dan vertrekt de een na de ander voor
weekend verlof.
-
- Thuis
zakt Britt vermoeid op de bank.
- Johan;
Zo'n zware dag vandaag?
- Britt;
Het liep allemaal goed, totdat om drie uur een melding kwam van een
gijzeling. Ze hadden die nieuwe motard, die Nick Debbaut gegijzeld.
- Johan:
Alles goed afgelopen?
- Britt;
Ja, het was de verdachte van die moordzaak van de ouders van dat meisje.
- Johan;
En jullie moeten hem u ook nog ondervragen? (angstig)
- Britt;
Ja. Maar dat kan echt wel tot maandag wachten. k heb nu verlof.
- Johan;
Dus ook geen bereikbare dienst?
- Britt;
Ook geen bereikbare dienst. Alleen beschikbare dienst.
- Johan:
Hu? Wat is dat nu weer?
- Britt;
Wel, dat is, als ik me volledig voor jou ter beschikking houd. (verleidelijk
glimlachend)
- Johan;
Wel, dan moeten we de kinderen dit weekend maar op pad sturen.
- Britt;
Mijn moeder komt straks hierlangs. Ze was in de stad en heeft gebeld. Ik heb
haar uitgenodigd voor het eten. Alleen......
- Johan:
Alleen wat?
- Britt;
Ik kan niet zo goed koken, en ik heb na vanmiddag ook helemaal geen puf meer
om te koken.
- Johan:
Ga even lekker douchen, en probeer dan of je een beetje kan slapen en dan
zorg ik wel voor het eten. En als je moeder er is dan gaan we samen eten en
|