KERKMOORD (deel 2)

En nadat ze gedaan hadden met eten en nog gezellig een spelletje met elkaar hadden gedaan gingen de kinderen naar bed en leidde Johan Britt ook mee naar de slaapkamer.
Britt: Maar ik ben niet moe.
Johan: U mag niet liegen.
Britt; Maar Johan ....
Johan: Dan ga je maar niet slapen maar gewoon in bed liggen rusten.
Britt: Dat heb ik vanmiddag al gedaan . De kinderen waren zo druk dat het me een beetje teveel werd, maar ik wist niet dat ik zo lang had gelegen.
Johan: We kunnen ook wat anders doen hoor.
Britt: ???
Johan: Maar we moeten wel zachtjes doen want Simon zegt dat hij ons kan horen.
Hierop begint Britt te blozen, maar merkt bij zichzelf dat ze best wel zin heeft om met Johan te gaan vrijen.
Heel voorzichtig zetten ze het voorspel in en langzaam werken ze zich beide naar hun hoogtepunt waarna Britt intens blij en voldaan weer in een diepe slaap valt en Johan nog heel lang naar haar schoonheid blijft liggen kijken.
Dan valt ook hij in slaap...

De volgende ochtend, rond half 10 schiet hij wakker...
Johan: Da’s waar ook, de kinderen hadden vrijaf... (denkend/zuchtend)
Dan pas ziet hij dat Britt al uit bed is...

Als hij zijn ochtendjas heeft aangedaan loopt hij naar de keuken en ziet tot zijn blijde verrassing dat Britt een ontbijttafel heeft gedekt, compleet, alles erop en eraan. Niets vergeten. De eitjes staan te koken, er zijn verse broodjes die ze zelf al bij de bakker heeft gehaald en ze heeft ook verse sinaasappelsap geperst.
Johan neemt haar verliefd in zijn armen.
Johan: Wat ben ik gek met u. En wat goed dat je dit helemaal alleen hebt gedaan. Ging het een beetje?
En dan kijkt hij haar in de ogen en ziet toch weer wat tranen.
Johan: Wat is er lief?
Britt: Oh, Johan, ik kan er niet meer tegen dat ik gewoon niet alles meer weet, en overal drie keer zo lang over moet denken en over doe dan ik zou willen. Ik ben waardeloos.
Johan: Maar Britt, het ziet er allemaal fantastisch uit. En je hebt het zelf bedacht en gedaan. Dat is toch geweldig?
Britt: Johan, houd me nog eens even vast, heel dicht bij je.
En terwijl ze zo verliefd tegen elkaar aan staan komen Simon en Dorien van de trap af denderen.
Beiden: Goeiemorgen !!
Johan: Goedemorgen, maar een klein beetje zachter mag het wel alsjeblieft.
Dorien: Hoi mam. Heb je Tony al gebeld?
Britt: Direct vanmorgen om acht uur.
Simon: Zelf aan gedacht?
Britt: Ja.
Simon: Geweldig! Ik zei toch dat je het wel kon onthouden.
Britt: Dank je wijsneus, zullen we gaan ontbijten. Als we allemaal vrij hebben vandaag kunnen we misschien lekker naar zee gaan en een strandwandeling maken of zo. En misschien nog even bij oma gaan. Die zal denk ik wel blij zijn als ze ons allemaal ziet.
Johan: Aan tafel dus.

En als hij na het ontbijt met Britt teruggaat naar de slaapkamer vraagt hij voorzichtig of het haar dan niet teveel zal worden, maar dit kan Britt nu net niet hebben.
Britt: Johan, ........ (en dan gaat ze huilend op bed liggen)
Johan: Wat is er? Heb ik iets verkeerds gezegd?
Britt: Wanneer kan ik nou eens zelf bepalen wat goed voor me is. Iedereen staat heel de dag om me heen mij te controleren.
Johan: Sorry, Britt. Ik wilde je niet kwetsen. Wil je mij vergeven?
Britt: Kom dan eens hier als je durft.
En als Johan bij haar komt zitten trekt ze hem met een ferme armworp over zich heen het bed weer in en begint hem heftig te zoenen.
Johan: Betekend dit dat je me vergeeft?
Britt: Is dat niet genoeg? (en dan trekt ze hem zijn ochtendjas uit en wil weer gaan vrijen.
Johan: Britt, de kinderen wachten op ons.
Britt: Moeten ze maar even wachten hoor, nu zijn wij aan de beurt.

Britt wordt er bedreven in want binnen een kwartier hebben ze gedaan en gaat ze vlot onder de douche.
Nog maar een week de steunen, denkt ze als ze zich aankleed, en dan mag ik weer gewoon lopen.

Johan rijd ze naar het strand, maar het is eigenlijk best wel koud, het is inmiddels al oktober.
Bovendien lukt het Britt niet zo goed om in het zand te lopen, dus blijven ze op het duin zitten terwijl Dorien en Simon zich even lekker uitleven met hun vlieger.
Johan had uit voorzorg maar een extra bodywarmer meegenomen, en een plaid, maar nog heeft Britt het koud.
Dan tovert Johan ook nog een sjaal , een muts en een paar warme wanten tevoorschijn en kleed Britt alsof het winter is. En als ze dan nog zegt dat het koud is neemt hij haar in zijn armen en neemt haar hoofd in zijn handen en zoent haar hele gezicht in de hoop dat ze wat opwarmt.
Maar dat werkt allemaal niet.
Johan: Zullen we dan naar je moeder gaan? Heeft die wel op ons gerekend als we met de hele club komen?
Britt; Mijn moeder is een ster. Uit het niets tovert ze alles wat wenselijk is. En ik denk dat die benieuwd is hoe het met me gaat, dus laten we haar maar gaan verrassen.

Uiteraard is oma José heel blij als Britt met haar gevolg aan komt waaien. Ze hebben een heerlijke middag en daar bij de open haard komt Britt weer lekker op temperatuur. Tegen drie uur 's middags is ze echter de bout af en brengt José haar naar de logeerkamer om even een slaapje te gaan doen.
José: Ga even lekker slapen Britt, ik zie dat je het nodig hebt. En ja, ik weet dat je het niet leuk vind als wij zeggen wat je moet doen, maar wij helpen je, om je grenzen weer te leren kennen. Als je niet kunt slapen of als je wakker wordt kom je gewoon weer uit bed en kom je weer bij ons.
Britt: Mam, ik ben zo blij dat ik u nog heb. Ik ben u eeuwig dankbaar.
José: Ik ben wat blij met zo'n dochter als jij. Maar slaap nu maar even.

Terug in de kamer stelt José voor dat ze ook blijven eten, en als ze willen kunnen ze ook de nacht blijven en morgen bij daglicht en goed uitgerust weer op pad te gaan.
Dorien: Jippie, dat zou ik heel graag willen. Gaan we dan ook nog taart bakken, die u altijd zo lekker maakt?
José: Is goed. Als Johan even meegaat boodschappen doen, dan kunnen jullie misschien even een beetje thee maken?
Simon: Is goed.

Zo blijven ze die vrijdagavond lekker bij oma José. De kinderen met oma in de keuken voor de taart en Johan draagt zijn steentje bij met koken en Britt doet een slaapje wat ze eigenlijk ook wel hard nodig heeft.
Om half zeven gaat José even bij Britt kijken die net wakker begint te worden.
José: Dag meisje. Lekker gerust?
Britt: Heerlijk. Wat ben ik toch ook dom om jullie advies in twijfel te trekken. Ik voel me echt gewoon beter als ik goed gerust heb.
José: Dat ga je allemaal weer vanzelf leren. Tony heeft me gezegd dat je hele goede vorderingen hebt gemaakt.
Britt: Heb je Tony gesproken?
José: Ja, die heeft me opgebeld een week geleden.
Britt: Wat is die toch ook lief hč?
Jose: Die is heel goed, ook voor jou.
Britt: Mag ik uit bed komen?
José: Natuurlijk. Johan heeft geholpen met koken en we kunnen zo aan tafel. Kleed je even aan en dan zie ik je zo.
Britt komt de kamer in met alleen de krukken. Ze wilde niet nog eens die steunen aandoen en ze loopt dus wat voorzichtiger, wel met de krukken maar het gaat toch goed. Ze is trots op zichzelf en iedereen juicht haar initiatief toe.

------

Zo gaat Britt nog een poosje door. Na twee weken mag en kan ze zonder steunen. Na nog eens een week heeft ze ook geen krukken meer nodig. De fysiotherapie is eraf en vervangen door drie keer per week sporten, maar om een overvolle agenda te vermijden heeft Nadine er voor gezorgd dat ze dat in werktijd kan doen, al dan niet samen met een collega.
Britt is zelf ook tot de conclusie gekomen dat ze op tijd haar rust moet nemen en dat dat veel beter werkt op haar gemoed en haar gestel.

Al met al is ze meer dan 9 weken zoet geweest met ziek zijn, maar dan heeft ze het ook echt wel gehad.
De laatste controle bij de neuroloog was zo goed dat Britt pas over een half jaar terug hoeft te komen. De gesprekken bij de psycholoog zijn nu eens per drie weken en verder moet ze zelf leren om een goede balans te vinden tussen rust en activiteit, en daar slaagt ze steeds beter in.
Britt wordt volledig arbeidsgeschikt verklaard en gaat weer "gewoon" aan het werk. Ze weet wel dat Nadine, en zeker Tony, haar goed in de gaten houden maar dat neemt ze voor lief. Ze weet dat ze nog wel een beetje de neiging heeft teveel hooi op de vork te nemen.

Heel blij is ze als ze haar eerste zaak weer "op straat" mag.
Ze kan zelf weer autorijden en onderweg heeft ze met Tony best wel schik. Het is bijna net als vroeger.
De zaak waar ze op komen lijkt op een doorsnee overval en dus nemen ze standaard de verklaringen op van de getuigen, en laten de technische recherche sporen zoeken.
Routinematig verwerkt Britt de informatie in een dossier en werkt zo haar eerste dag af.

En passant moeten ze nog op de rechtbank zijn omdat een van de daders die Tony een poos geleden heeft opgepakt wordt voorgeleid en ze haar verklaring moet onderstrepen. Britt kan zo even een kijkje nemen in het vervolg van een arrestatie en heeft dat ook zo weer onder de knie.

Maar net drie dagen weer aan het werk beginnen er rare dingen te gebeuren: Britt krijgt telefoontjes die snel worden neergelegd; er komt post maar de enveloppen blijken leeg te zijn; ze worden zelfs bij ongevallen geroepen die helemaal niet hebben plaats gevonden.
Britt begint ouderwets te balen van deze verspilling van haar tijd.
Tot op een dag ze weer een enveloppe krijgt, maar die is nu niet leeg. Er zitten twee kogels in en Britt slaat de schrik om het hart.

Johan: Britt? Britt, zeg eens, wat is er gebeurt?
Maar er komt geen reactie. Hij schud stevig aan haar schouders en tikt haar voorzichtig op haar wangen, en na een poosje komt Britt gelukkig weer bij.
Johan: Wat is er gebeurt Britt? Je ligt op de grond en reageert niet?
Britt: (kijkt Johan wat verward aan) Wat is er? Waarom ben je hier?
Johan: Ik zou je ophalen om samen de kinderen uit school te halen. We zouden vanavond toch samen uit eten gaan?
Britt: Oh, dan zal ik me klaar maken.
Johan helpt Britt overeind maar laat niet haar hand los. Hij wil eerst weten wat er is. 
Johan: Britt was je flauw gevallen? Ben je ziek aan het worden? Je gaat toch niet zomaar op de grond liggen?
Britt: Ik weet het niet, maar er is niets hoor. Maak u niet ongerust. 
Maar Britt zegt dus echt niet wat er gebeurt was. Ze is veel te bang dat Johan boos gaat worden en daar kan ze helemaal niet tegen.
Die avond bij het eten is ze ook wat stiller en het valt zelfs de kinderen op.
Als Johan Britt en Dorien 's avonds thuis afzet gaat hij met Simon nog even mee en stuurt de kinderen naar de kamer van Dorien. Hij wil nog even met Britt praten maar die is zo gesloten als de kluis van de Nationale Bank. Ze geeft geen woord toe van wat haar zo afleid.
Enigszins boos verlaat Johan dan Britt's appartement.

Die maandag op het commissariaat krijgt Britt wederom van die rare telefoontjes. Maar een ervan wordt door Tony opgenomen omdat Britt net zelf even weg is om koffie te halen.
Tony: Hallo, wie is daar?
Stem: Waar is Britt?
Tony: Als u zegt wie u bent zal ik het u misschien zeggen.
Stem: Rotwijf. (en hij knalt de haak er weer op)
Als Britt terugkomt vraagt Tony aan Britt of ze wel vaker van die rare telefoontjes krijgt.
Britt: Hoezo raar?
Tony: Er belt net zo'n flippo op en die wilde u spreken maar toen ik zijn naam vroeg werd hij echt brutaal en gooide op.
Tony ziet een lichte schrik reactie bij Britt, maar net als bij Johan zegt ze niet wat er aan de hand is.
Het zit Tony niets lekker en ze gaat toch maar even met Nadine praten. Vanuit diens kantoor zien ze dat Britt wezenloos voor zich uit zit te staren.
Nadine: Toch niet nog ergens zo'n Dashi aanhanger hoop ik?
Tony: Alsjeblieft niet. Ik dacht dat we ze allemaal hadden.
Nadine: Roep Britt eens binnen . Ik WIL dat ze ons verteld wat er gaande is.
Tony: Britt, kom je ook even?
Aarzelend loopt Britt binnen. Ze weet wat er komen gaat en voelt haar moed in de schoenen zakken. Ze wil niet vertellen wat er is maar ze weet dat ze niets kan beginnen als Nadine EN Tony haar samen onder handen nemen.
Britt: Ik heb een paar van die telefoontjes gehad. Ook een paar keer post waar niets in de enveloppe zat.
Tony: En sinds wanneer is dat zo?
Britt: Vanaf dat ik een dag of drie terug was, nu zo'n anderhalve week geleden.
Tony: En wat is er nog meer gebeurt?
Britt; (uiterst twijfelend) Niets, hoezo?
Tony: Britt, vertellen. Ik zie aan je gezicht dat er meer is.
En dan haalt Britt heel voorzichtig een plastic zakje uit haar jasje en legt dat op Nadine's bureau.
Nadien: God******. Ik dacht het al wel.
Tony heeft al beschermend haar armen om Britt heen geslagen die nu al weer tegen haar aan ligt te huilen.
Tony: Rustig maar Britt. Wij gaan dit uitzoeken. Hier is een of andere sikko bezig, maar dat laat ik niet gebeuren. Niet met jou. Wanneer heb je die gehad?
Brit: Vorige week vrijdag.
Tony: Weet Johan ervan?
Britt: Ik durf het hem niet te zeggen. Ben veel te bang dat hij kwaad wordt.
Nadine: Maar dit kun je toch niet voor hem verbergen? Britt, heb je de enveloppe nog? We moeten proberen sporen te vinden.
Britt: Thuis bij het oud papier.
Tony: Ik ga nu met je mee en we gaan het halen. Thuis bel je Johan en vraagt hem om te komen.
Britt: NEE !! Dat durf ik niet.
Nadine: Britt, luister nu naar Tony. Je wilt toch niet weer zo'n ellendige tijd meemaken? Wij gaan er nu werk van maken.
Britt: Maar ik wil niet weer steeds over mijn schouder hoeven kijken of er iemand is die het op mij voorzien heeft. Ik kan dat niet nog eens aan. (en weer huilt ze )
Tony: Kom maar Britt. Ik ga nu met je mee naar huis. Dan kun je daar even een beetje bijkomen. En dan ga ik op zoek naar die enveloppe.

Thuis zakt Britt verslagen neer in een zetel. Apathisch kijkt ze voor zich uit terwijl Tony op zoek gaat naar de enveloppe waar de kogels in hebben gezeten.
Na een tien minuten zoeken heeft ze hem. Ze stopt hem in een plastic bewijszak en noteert een paar gegevens.
Britt heeft zich nog steeds niet verroerd.
Tony: Wil je zelf Johan bellen? Of zal ik het doen?
Maar er komt geen antwoord, dus belt ze zelf.
Johan: Van Lancker.
Tony: Johan kun je NU naar Britt haar appartement komen?
Johan: (verschrikt) Is er wat met Britt??
Tony: Ja, maar kom maar, ik ga het niet over de telefoon vertellen. Ze is hier wel bij me, maar ze is heel erg geschrokken daarom belt ze niet zelf.

Al hij binnenkomt vliegt hij op Britt af en grijpt haar bij haar schouders.
Johan: Britt, wat is er dan toch gebeurt?
Tony houd het zakje met de enveloppe op.
Johan: Wat is dat?
Tony: Ze heeft een paar keer lege enveloppen ontvangen, en telefoontjes die niet ingesproken worden. En in deze enveloppe zaten twee kogels.
Nu krijgt Johan het ook bijna te kwaad. Hij laat zich op zijn knieën voor Britt vallen en sluit haar stevig in zijn armen.
Johan: Meisje, waarom heb je mij niets gezegd. Ik vroeg je laatst nog of alles oké was, en toen zie je dat er niets aan de hand was.
Britt; Ik was zo bang dat je kwaad zou worden.
Johan: Op u nooit, dat weet u.
Britt; Hou me vast Johan, ik ben zo bang.
Johan neemt Britt nog steviger in zijn arm en leid haar mee naar de slaapkamer waar hij haar op bed legt en warm toedekt met een dekbed. Dan gaat hij naast haar zitten en praat zacht lieve woordjes tegen haar, waarop Britt al snel wegzakt in een onrustige maar broodnodige slaap.
Terug in de kamer vraagt hij Tony wat er allemaal aan de hand is.
Tony: Ik nam vandaag haar telefoon op haar desk op en hoorde en of andere flippo zich erg onfatsoenlijk gedragen en toen werd er weer ingehangen. Toen ik vroeg wat er was zei ze eerst dat alles oké was maar Nadine vertrouwde het ook niet en toen ik weer vroeg begon ze heel hard te huilen en vertelde ons dat ze mogelijk weer bedreigd werd. Ze liet ons de kogels zien en ik ben met haar naar huis gekomen om die enveloppe te zoeken in de hoop dat daar sporen op zitten.
Johan: Welke gek doet nu zoiets? Dat moet wel een heel pervers iemand zijn die haar zo de schrik aanjaagt.
Tony: Ik weet niet wie het is. We gaan het uitzoeken. (ze durfde niet te vertellen dat Nadine een van de laatste Dashi mannen verdacht)
Johan: Tony alsjeblieft los het snel op. Ik zou het niet kunnen aanzien om Britt weer zo te zien lijden. Help haar in godsnaam.
Tony legde een hand geruststellend op Johan's arm en vertrok toen weer naar het commissariaat.

Die avond had Johan de grootste moeite om Britt weer gerust te stellen. Hij bleef uit voorzorg maar weer bij haar slapen, maar deed zelf nauwelijks een oog dicht, veel te bang dat hij niet zou merken als er wat met Britt was.
De ander morgen stond Britt op haar gebruikelijke tijd op en wilde naar het werk gaan. Dat ze weinig had geslapen kon Johan wel aan haar gezicht zien maar ze wilde persé gaan werken.
Johan: Toch niet na wat er gebeurt is?
Britt: Johan, ik weiger me in de hoek te laten drijven door zo'n malloot. Ik ga Tony helpen met die idioot te vinden en dan zorg ik dat hij voor heel lang achter de tralies verdwijnt.
Johan: Maar Britt....
Britt: Johan, ik ga. En als het niet lukt dan bel ik u. Dat beloof ik. Ik ben veel te gek op u om dat op het spel te zetten, maar alsjeblieft steun me hierin, en in mijn keuze om er zelf ook wat aan te doen.
Dan neemt hij haar weer in zijn armen en kust haar heel vurig.
Johan: Doe voorzichtig Britt, ik wil u niet kwijt.
Britt; Doe ik Johan. Tot vanmiddag.

Maar op het commissariaat wil Nadine haar weer terug sturen en moet ze heel wat overredingskracht gebruiken om zelf mee te mogen zoeken naar sporen. Maar dan wel sporen in de archieven want verder hebben ze gewoon nog niet veel.
Tony heeft ook zo haar bedenkingen maar weet uit ervaring dat het niets uithaalt als je Britt van een onderzoek af wilt halen als ze een maal haar tanden erin heeft gezet, en even schiet er een lach op haar gezicht als ze aan een opmerking van Pasmans moet denken: Rotweiler Michiels.
Urenlang zitten ze de computer na te pluizen; worden oude verslagen van verhoren weer doorgespit; Nadine gaat zelfs naar de gevangenis om enkele van Dashi's medewerkers te ondervragen of er nog losse elementen rondzwerven.
Een gedetineerde waagt het zelfs om voor strafvermindering te pleiten als hij informatie geeft.
Nadine weet dat dat niet het geval zal zijn, maar ze wil persé alle informatie die ze krijgen kan. Ze zegt niet toe met woorden maar geeft een bescheiden hoofdknikje.Ze denkt bij zichzelf: Niet gesproken dus niet te verantwoorden en probeert zo wat los te krijgen. Ze komt met twee namen terug op het commissariaat en geeft die aan Tony om verder uit te zoeken.
Britt; En ik dan?
Nadine: Jij mag even een kop koffie voor jezelf en voor mij halen en dan bij mij in het kantoor komen.
Britt: Waarom moet ik komen?
Nadine: Ik wil even met je praten. Ik denk niet dat het goed is dat je hier mee doorgaat Britt. Als het is zoals ik verwacht loopt er nog steeds een gek rond uit het kamp van Dashi en je weet verdorie zelf waartoe die lui in staat zijn.
Britt; Maar Nadine ik kan gewoon niet gaan zitten wachten tot er weer wat gebeurt.
Nadine; Ik wilde dat ik je kon beloven dat er ook niets gebeurt, maar dat kan ik ook niet.
Britt: Als jullie iemand vinden wil ik ook niet mee met de arrestatie, maar ik moet gewoon weten dat de laatste ook uit de maatschappij wordt gehaald.
Nadine; Dat vind ik een wijs besluit Britt.
Maar die dag komen ze geen steek verder. De motards hadden twee adressen gecontroleerd maar niets verdachts gevonden.
Nadine ging anderdaags weer terug naar de gevangenis om de gedetineerd eens flink de kast uit te keren over zijn valse informatieverstrekking en dreigde hem daarvoor nog eens extra te laten beboeten.
Daarop kreeg ze een nieuw adres en liet dat weer controleren.
Nu konden ze wel iemand oppakken maar die was zich echt van geen kwaad bewust en moest dus weer worden vrij gelaten.
Ondertussen had het onderzoeksteam het huis van boven naar beneden en van binnen naar buiten nagekeken en hadden een paar kleine zaken aangetroffen die ze niet helemaal vonden kloppen.
Onderwijl op het commissariaat had Britt weer een dreigtelefoontje gehad en ze zat nu bijna te hyperventileren in Nadines kantoor.
Tony: Gaat het Britt of wil ik je terug brengen naar huis?
Britt: Ik ben me kapot geschrokken. Ik dacht dat jullie hem hadden opgepakt maar hij belde weer. Tony ik ben zo bang.
Tony: Zullen we even een stukje gaan lopen? Even een beetje uitwaaien. Je zit heel de dag maar hier binnen en met niets anders aan je hoofd dan die gek met zijn bedreigingen. Kom. ik trakteer op een broodje in de Combi en dan gaan we daarna even een stukje kuieren.
Britt: Kuieren?
Tony: Geleerd van die Nederlandse arts die hier op het St. Lucas werkt.
Britt; Heb jij daar wat mee?
Tony: Nee, hoezo?
Britt: Jij hebt het toch niet zo met dokters?
Tony: Heb ik ook niet, maar zoals je weet kon ik er laatst niet meer omheen. En we hebben een paar keer wat gedronken met elkaar.
Britt: Maar wat heeft dat met kuieren te maken?
Tony: In Nederland zeggen ze kuieren tegen op je gemak wandelen.
Britt: Oké, laten we dan maar een stukje gaan kuieren, want ik kan wel wat frisse lucht gebruiken.

Eerst gaan ze naar de Combi voor een lunch en nadien lopen ze, op hun gemak, door de Gentse Kuip.
Britt heeft ingearmd bij Tony en vind het eigenlijk wel gezellig zo.
Gelukkig is Britt nu meer spraakzaam dan de voorgaande uren en dagen.
Ze hadden de rustige kant uitgezocht en waren via de Augustijnenkaai naar het Rabot gelopen en kwamen nu via de Tinnenpotstraat, het Gewad en de Breydelstraat terug bij de Grasbrug over de Leie.
Even nog een oversteek over de Hooiaard, de Hoogpoort door en dan terug naar de Belfortstraat, naar het commissariaat.
Maar terwijl ze op de Grasbrug liepen kwam er ineens een auto heel hard van de Hooiaard afgereden, recht op hun af. Britt bleef stijf van schrik staan, ze wist niet wat er gebeurde.
Tony probeerde heel snel de situatie in te schatten en zag dat het goed mis zou kunnen gaan. Ze gaf Britt een flinke duw, waardoor die links tegen de brugleuning viel , maar daardoor kwam ze zelf in disbalans en had moeite zich recht te houden.
Toen werd ze frontaal geraakt door de auto die op hun af was komen scheuren. Ze vloog een stuk door de lucht en kwam keihard op het brugdek terecht. De auto reed achterwaarts en zette de versnelling om en reed nogmaals in op Tony, die al hulpeloos op de brug lag. Hij reed zo over haar heen maar verloor daarbij de controle over het stuur en knalde aan de andere zijde tegen de brugleuning en knalde daar doorheen en lande met de neus naar beneden in het water.
Grote verslagenheid bij de omstanders.
Britt, die helemaal trillend als een rietje nog op de grond zat.
Tony, die er vreselijk gewond uitzag.
En een auto op de kop in het water.
Langzaam kwam er beweging in het hele gebeuren. Britt kroop op handen en knieën naar Tony en begon heel hard te huilen.
Ze was te zeer in paniek om haar telefoon te nemen
Omstanders probeerden Britt te kalmeren en hadden al wel de 100 en de 101 gebeld, die snel ter plaatse kwamen.
Ook vanuit bureau Belfortstraat kwamen de agenten en Nadine was erbij toen ze had vernomen dat er twee vrouwen waren aangereden. Ze had er een naar voorgevoel bij gehad en dat bleek helaas te zijn uitgekomen.
Nadine ontfermt zich over Britt die in shock verkeerd, terwijl de ambulanciers bezig zijn met Tony. Die was echt goed geraakt. Ze bloedde hevig aan haar hoofd, haar hele lichaam lag in een vreemde houding, haar kleding was zwaar beschadigd.
Nadine vroeg de ambulancier of ze het ging halen.
Ambulancier: Dat weet ik niet. Het ziet er zeer ernstig uit. We moeten haar hier zien te stabiliseren en dan zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.
Terwijl hij dit zegt begint de hartslagmeter angstvallig te piepen.
Broeder: Flatline. Defibrilleren !!
En op de brug wordt Tony tot twee keer toe geshockt om haar hart weer op gang te brengen.
Ze heeft twee infusen, er is een tube ingebracht en ze wordt met een ambu-ballon beademd en ook heeft ze een halskraag om en komt op een schiene te liggen die haar rug immobiliseert en dan gaan ze in vliegende vaart naar het ziekenhuis.
Nadine volgt in een politiewagen samen met Britt.
Andere agenten van de politie hebben samen met de brandweer de auto uit het water gevist en de bestuurder was wel even bewusteloos geweest maar had het hele voorval wel overleefd. Hij zou ook naar het ziekenhuis begeleid worden en daar eens heel stevig aan de tand worden gevoeld.
Ondertussen werden de verklaringen van omstanders opgenomen en was het snel zo klaar als een klontje dat hier duidelijk sprake was van kwaad opzet. De vraag was even wie het beoogde slachtoffer was, zeker nu ze met die toestand met Britt bezig waren.

Na behandeling kon de chauffeur (Bernd) mee naar het bureau om daar verhoord te worden. Maar wat hij vertelde schokte Raymond heel erg.
Het was inderdaad de laatste man van Dashi en hij had Britt voor eens en voor altijd uit moeten schakelen. Toen hij beide dames had zien lopen, had hij echter niet meer geweten wie hij moest hebben en had klakkeloos zijn gaspedaal ingetrapt en niet eens gezien wie of wat hij raakte.
Raymond: Omstanders hebben gezien dat u achteruit bent gereden en opnieuw over het slachtoffer hebt gereden.
Bernd: Ik moest zeker zijn dat ze dood was.
Raymond kan het niet meer aanhoren en loopt het verhoor uit.
Raymond: Sel , wil jij even met mij meerijden naar het ziekenhuis. Ik moet dit nu, direct aan Nadine vertellen.

In het ziekenhuis zat Nadine alleen in de wachtkamer. Britt werd onderzocht omdat ze wat ademhalingsmoeilijkheden had. Door de val had ze wat ribben gekneusd. Bovendien verkeerde ze nog in shock.
Er was een heel artsenteam bezig met Tony en er was nog geen zicht op hoe ernstig die er aan toe was en of ze het überhaupt wel ging halen.
Na een half uurtje kwam Britt weer buiten. Ze zag er suf uit want ze hadden haar een kalmeringmiddel gegeven. Hierdoor kon ze ook wat makkelijker ademen.
Nadine: Britt, ik moet Johan bellen. Lukt het om even alleen te blijven?
Britt: Ga maar.
Maar net op dat moment kwamen Sel en Raymond aan om verslag te doen van het verhoor en Nadine gruwelde van de verklaring die was afgegeven.
Nadine: Raymond en Sel , willen jullie bij Britt blijven? Ik moet Johan bellen en de procureur. Ik wil die vent uit onze cellen hebben. Laten ze hem maar meteen wegstoppen. Ik heb en heleboel te regelen maar zodra ik klaar ben kom ik terug. Blijf zolang mogelijk bij Britt, zeker tot Johan er is.

Ook Johan reageerde heel erg geschrokken en haastte zich naar het ziekenhuis.
Britt was ondertussen zo moe van de medicatie dat ze niet meer wakker kon blijven. De eerste hulp zuster had een brancard aan geschoven waar Britt nu op lag te slapen.
Johan begon gelijk te huilen toen hij Britt zag.
Raymond: Ze heeft een paar gekneusde ribben. Tony heeft haar opzij geduwd toen die auto op hun afkwam en toen is ze tegen de brugleuning gevallen.
Johan: En Tony??
Sel: Weten we nog niet, maar ze zag er heel slecht uit toen we aankwamen op de PD.
Johan: Ik wil Britt mee naar huis nemen. Zal dat gaan denk je?
Raymond: Doe maar. Hier kan ze niets doen dan zich zorgen maken en in paniek geraken. Breng haar thuis en we zullen jullie op de hoogte houden als er wat bekend wordt.
Johan: Bedankt jongens dat jullie je zo over haar hebben bezorgd.
Raymond: Geen dank Johan. We doen het met liefde.
Sel: Geen dank. Wel thuis en tot later Johan.


Die nacht is opnieuw een hel voor Britt. Ze heeft zelf veel pijn in haar ribben en ze ziet in haar korte slaapjes steeds weer die auto op hun afkomen en ze maakt zich uiteraard heel 
veel zorgen om Tony maar Johan weigert haar naar het ziekenhuis te laten gaan en wil haar ook niet zelf brengen. Hij staat erop dat ze probeert te gaan slapen en hij heeft die nacht heel veel verdriet en zorgen om Britt.

Wanneer Britt na weer een kort hazenslaapje wakker schrikt, herbeleeft ze alles en schreeuwt van schrik...
Johan: Rustig Britt, rustig... Ik ben hier... (geruststellend)
Britt: Oh Johan, waarom moest dit nu net Tony overkomen?
Johan: Ik weet niet waarom Britt. Ik weet het niet.
Britt: Zal ze het halen Johan?
Johan: Ik hoop het.
Britt: Wil je bellen hoe het er mee is?
Johan: Nee, ik heb afgesproken te wachten tot een van je collega's wat weet en dan bellen ze naar ons. Probeer maar of je weer wat kunt slapen. Gaat het nog met die pijn in je ribben?
Britt: Ik voel me wat benauwd.
Johan: Kom, dan zal ik uw kussen wat opschudden en kun je wat hoger gaan zitten zodat je makkelijker kunt ademen.
Britt: Dank je Johan.

Zo gaat Britt haar volgende deel van de nacht in met weer die herbelevingen en die nare dromen.
Tegen half zeven staat Johan op om voor de kinderen de spullen voor school klaar te maken. 
Britt lijkt nu net een beetje te slapen en hij laat haar lekker liggen.
Nadat de kinderen weg zijn begint hij zich echter ook af te vragen hoe het met Tony is en dus belt hij naar Nadine of er wat bekend is over Tony.
Nadine: Het is heel erg Johan, ze ligt nog steeds kritiek. Vannacht heeft ze weer een stilstand gehad. De artsen vrezen nog steeds het ergste.Ze is in een coma geraakt en er lijkt geen contact met de wereld om haar heen te zijn. De vraag is of ze er nog weer uit komt.
Johan: Maar... Hoe... Hoe moet ik... Hoe moet ik dit OOIT aan Britt uitleggen?! Die krijgt een hartaanval als ze dit hoort........... (in paniek)
Nadine: Zullen we het haar samen vertellen? (voorstellend)
Johan: Wil je dat?
Nadine: Tuurlijk. Anders zou ik het niet voorstellen, hč.
Johan: Bedankt Nadine. Spreken we binnen een half uurtje bij Britt's huis af?
Nadine: Oké, tot zo.

Een 3 kwartier later zitten Johan, Nadine en Britt in Britt's huis op de sofa...
Nadine: Britt, we, uhm... We moeten je iets vertellen... (serieus)
Britt: Het gaat niet goed hč? Met Tony?
Nadine: Nee Britt, het gaat niet goed.
Johan heeft Britt stevig in zijn armen om haar op te vangen mocht het haar teveel worden en ze onderuitgaan, maar Johan merkt een onverwachte kracht bij Britt.
Johan: Britt gaat het? Als je verdrietig bent mag je dat best laten zien hoor. Wij zijn allemaal getroffen door wat er gebeurt is.
Britt: Ik vind het ook heel erg maar Tony wordt er niet beter van als ik hier een potje ga zitten grienen. Kan ik haar straks gaan zien?
Nadine: Ik weet niet of dat wel zo geslaagd is. Ze is er heel erg aan toe en we willen niet dat je te zeer schrikt en er zelf onderdoor gaat.
Britt: Hoe bedoel je eronderdoor? Denk je dat ik hysterisch ga doen of zo?
Johan: Nee Britt. Maar Tony, ... ze is heel zwaar gewond. Ze heeft allemaal verband en gips en infusen. Je kunt haar haast niet zien.
Britt: Wat heeft ze dan? Ze is frontaal aangereden door die auto. Ik heb gezien dat ze door de lucht vloog en toen werd het zwart voor mijn ogen. Het eerste wat ik me herinner is dat ze veel bloed aan haar gezicht had.
Nadine: Ze heeft vannacht weer een hartstilstand gehad en ze ligt nu in een coma. Haar toestand is nog steeds kritiek. De artsen durven nog niet te zeggen of ze zal overleven, laat staan dat ze weer uit het coma komt.
Britt: Maar wat scheelt eraan?
Nadine: Heel veel botbreuken in haar schedel en aangezicht, 3 gebroken wervels, bekkenfractuur, beide bovenbenen gebroken en een scheur in de lever, arm gebroken, een verpletterde hand, teveel om op te noemen.
Britt: Johan, ik zou graag willen dat je me naar haar toebrengt.
Johan: Weet je dat wel zeker Britt?
Nadine: Britt ik zou ...
Britt: En hou nou eens op met mij als porselein te behandelen. Ik ben zelf ook van zover gekomen. Ik weet wat het is om daar overgeleverd te zijn aan die machines. En ik weet ook hoe Tony daar aan mijn bed heeft gezeten en mij er doorheen heeft gepraat. Wat nou als ik begin te huilen? Wat is daar mis mee? Ja, het doet me verdriet en pijn om dit te horen maar verdriet is heel normaal hoor. Als je me niet brengt dan ga ik wel met de taxi.
En dan loopt ze boos naar de slaapkamer om zich om te kleden.
Nadine: Johan, gaat dat wel goed komen met Britt?
Johan: Jawel, ik ken haar zo weer. Dit is de Britt die we allemaal kennen, sterk en krachtig. Ze heeft zelf heel wat meegemaakt en weet wat er aan de hand is. Maar ik weet dat ze veel gevoeliger is geworden, maar ook dat ze niet meer alles opkropt. Ze zal erover willen praten en ik wil er zijn voor haar. Ik hoop dat jullie haar ook die kans geven. Als ze kan, en als ze wil, laat haar op het werk komen. Ze heeft jullie nodig om haar gevoelens en haar verdriet mee te delen en het zal jullie ook goed doen over je gevoelens te praten.
Dan loopt hij naar de slaapkamer en neemt Britt in zijn armen omdat die huilend probeert wat make-up op te brengen en daar uiteraard niet in slaagt.
Johan: Doe geen moeite Britt. Het gaat je niet lukken, maar zo zie je er ook heel mooi uit; kwetsbaar, maar heel mooi. Kom, ik breng u naar Tony en ik zal bij u blijven zolang u wilt.
Britt; Echt waar Johan? Dank je. Ik zal dit nooit vergeten.
Nadine kijkt met gemengde gevoelens naar Britt haar vertrek. Bij de deur houd ze Britt nog even staande.
Nadine; Britt, als het gaat en als je wilt, ben je welkom op het commissariaat. Je mag komen werken als je kan. Of als je alleen maar langs wilt komen mag dat ook. Gewoon, om bij ons te zijn of met elkaar te praten, want dit zal niemand in zijn koude kleren gaan zitten.
Britt: (best wel dankbaar voor Nadine's begrip) Bedankt Nadine, maar ik wil nu graag naar mijn partner.
Nadine; Sterkte Britt.

In het ziekenhuis is de toestand met Tony net gestabiliseerd als ze aankomen. Er was van alles mis met de diverse apparaten die de vitale functies controleerden, maar Tony lag in een diep coma.
Arts: Britt Michiels? U bent toch zelf net hersteld van zo'n zwaar trauma?
Britt; Ja en nu hebben ze mijn partner te pakken gehad. Maar ze gaat het toch halen?
Arts: Wil je even meelopen dan kunnen we even praten.
Britt; Mag ik straks naar Tony toe? Ik wil dat ze weet dat ik er voor haar ben.
Arts; Natuurlijk. U weet uit eigen ervaring hoe belangrijk dat is.

Wat de arts te vertellen heeft maakt Britt wel angstig. De verwondingen zijn dermate ernstig dat een groot deel van Tony lichaamsfuncties ernstig in gevaar is. Door de knal met haar hoofd tegen het brugdek zijn er meerdere beenderen in haar schedel gebroken en gaan bloeden en nu is er bij Tony ook sprake van verhoogde druk in de schedel. Met medicijnen word geprobeerd die druk te verlagen.
De vele breuken aan de overige botten zorgen voor een behoorlijke aanslag op de stofwisseling die zwaar belast wordt door de grote afbraak van afvalstoffen van de fracturen. De gescheurde lever kan niet goed zelf de afvalstoffen van het lichaam af werken, de nieren hebben onvoldoende capaciteit omdat men met geforceerde diurese werkt en zo heeft het ene probleem direct gevolg op het ontstaan van het andere probleem. Het enigste voordeel wat vóór Tony spreekt is haar relatief jonge leeftijd en dus veerkracht en haar bekende vechtlust, maar die zal niet zoveel kunnen bijdragen gezien haar diepe staat van coma.
Britt: Ik hoop echt dat ze het gaat halen. Ze heeft mijn leven gered en dat moet ik haar gaan zeggen. Ik wil haar hand vasthouden en laten weten dat ik er ben. 
Johan: Wil ik met je meegaan Britt? Ik wil je helpen en je bijstaan.
Britt; Heel graag Johan. Dank je.
Arts: Ik loop even met je mee. Je kent het wel dat hele gebeuren op de intensieve, maar als je haar ziet zul je echt schrikken en als je vragen hebt wil ik die graag voor je kunnen beantwoorden.

Op de intensieve schrikt Britt inderdaad. Hoe sterk ze zich tot nu toe ook kon houden, dat is nu over. Ze draait zich om en valt huilend tegen Johan's borst aan. 
Britt; Och arme Tony, wat ben je terecht gekomen.
Johan: Sht maar Britt, ze ziet er echt gehavend uit, maar ik denk dat ze wel merkt dat je er bent voor haar.
Britt: Zal ik haar aan mogen raken?
Arts: Ja hoor dat mag wel.
En heel voorzichtig legt Britt haar hand op de schouder van Tony, die niet verborgen zit onder verbanden of slangetjes of wat dan ook.
Dan ziet ze de monitor een rare beweging maken en heel kort daarop merkt ze nog iets op aan het gezwollen gezicht van Tony. 
Ze begint tegen Tony te praten en gaat op een stoel zitten die Johan voor haar heeft aangeschoven.
Britt: Dank je Johan.
Dan richt ze haar aandacht weer op Tony en merkt dat die wel op haar reageert. Vragend kijkt ze de arts aan.
Britt; Ze is toch in een diep coma? Hoe kan ze dan op mij reageren?
Arts: U heeft hele sterke invloed op haar. Houd contact, wij gaan kijken of ze uit haar coma komt.
Britt; Zou het echt? Nu al?
Arts: Hoe eerder hoe liever.

Terwijl Britt daar tegen Tony zit te praten en Johan achter haar staat en zijn handen op Britt haar schouder heeft liggen doen de artsen de diverse comatests en merken inderdaad dat het coma reeds nu reversibel is.
De arts legt ook een hand op Britt haar schouder.
Arts: Ze komt uit het coma. Dat heeft u haar al gegeven. We weten niet hoelang het duurt en hoe ze eruit komt, maar het begin heeft zich ingezet.
Britt: Mag ik bij haar blijven of kan ik beter vertrekken dat jullie me bellen als er wat veranderd?
Arts: Er zal de komende uren en dagen heel veel en heel vaak wat veranderen, maar het is aan u om te bepalen of u wilt blijven. Als de broeders en zusters hun werk kunnen doen om Tony te helpen dan mag u ook wel blijven, maar denk er aan dat u ook voldoende rust voor uzelf moet nemen. Tony zal het direct merken als u niet lekker in uw vel zit.
Britt: (nu met betraande ogen) Ik ben zo blij dat ze bij gaat komen. Ik moet gewoon even weg, maar als jullie mijn nummers op schrijven ben ik ALTIJD bereikbaar voor Tony.

Buiten het ziekenhuis vliegt Britt Johan weer om de nek. 
Britt: Johan, je bent een schat. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat je me naar Tony toe zou laten gaan. Maar ik vind u heel tof.
Johan: Voor u mijn lief, doe ik alles. Ik was u bijna kwijt geweest en ik kan slechts hopen dat dat nooit meer opnieuw gaat gebeuren. Britt ik wil u voor altijd bij me hebben. Ik hou van u! Wil je met me trouwen?
Britt: ???
Johan: Ik meen het Britt, met jou wil ik mijn verdere leven delen. Wil je mijn vrouw worden en samen met mij oud worden?
Britt: Oh, Johan, wat maak je me gelukkig ! 
En dan keert ze zich op haar hakken om, rent het ziekenhuis weer binnen naar de IC en gaat direct tegen Tony vertellen dat Johan haar ten huwelijk heeft gevraagd.
Als ze goed kijkt ziet ze iets van een vage glimlach om Tony's mond verschijnen.
Britt: Maar we wachten wel tot jij ook weer van de partij bent hoor.

Johan is haar gevolgd en staat nu ook te glunderen en neemt Britt weer in zijn armen.
Johan: Wat gaan we doen Britt? Blijven we hier of gaan we het nieuws wereldkundig maken?
Britt: Johan ik ben zo blij, ik kan het wel van de daken afschreeuwen.
Johan: Zullen we je baas eens gaan verblijden met dubbel zo goed nieuws?
Britt: Ja, ik wil ook tegen de jongens zeggen dat Tony het gaat halen. Ik denk dat ze me niet geloven, maar IK geloof er wel in.
Johan: Ik zie hoe blij je bent. Kom, we gaan.



En inderdaad is Nadine heel blij te horen dat Tony uit haar coma geraakt en nog blijer dat Britt na alle ellende eindelijk haar geluk heeft gevonden en samen met Johan haar nieuwe leven gaat beginnen.
Nadine: Mag ik jullie dan alvast de hartelijke gelukwensen overbrengen. (en ze zoent Britt en Johan) Vandaag denk ik heb je geen tijd meer om te werken?
Britt: (zucht eens heel diep en voelt dan weer die stekende pijn in haar ribben.) Eigenlijk kan ik het nog niet. Mijn ribben doen toch wel veel pijn, maar dat was ik even vergeten. Kun je me een paar dagen missen?
Nadine: Jawel Britt. Wordt maar eerst goed beter, dan zien we je daarna wel weer terug.
Britt: Hebben jullie die vent gepakt die dit gedaan heeft?
Nadine: Ja, en hij heeft een volmondige bekentenis afgelegd.
Britt: Mooi en Johan, jij gaat hem niet verdedigen, begrepen?
Johan: Ik zou niet durven. Ik heb je net gewonnen, en ik wil je niet weer al verliezen.
Blij en opgelucht verlaten Brit ten Johan het commissariaat en gaan naar de school van Simon en Dorien en halen hun uit de klas en gaan dan direct door naar oma José om haar ook op de hoogte te brengen van het goede nieuws.
Britt is eindelijk zo gelukkig. Ze weet niet goed hoe er mee om te gaan. Het was al zo lang geleden dat ze zich zo prettig had gevoeld.
Nadat ze koffie hadden gedronken ging ze even alleen naar buiten om in het zonnetje te zitten en de dingen eens goed de revue te laten passeren.
Dorien en Simon hadden oma al weer zover gekregen dat die met hun in de keuken aan het bakken was gegaan.
José: Ik zie dat jullie het heel goed zelf kunnen. Verrassen jullie mij maar eens, dan ga ik even naar buiten om met je moeder te praten.
Simon: ONZE moeder, als ze gaan trouwen wordt Britt ook MIJN moeder.
José: Je hebt helemaal gelijk Simon, en ik krijg er dan een kleinzoon bij. Welkom in de familie.
Simon: Dank u oma.
José: Je moet maar zien of je me oma of José gaat noemen. Oma klinkt een beetje oud.
Simon: Ik kan u ook oma José noemen.
José: Dat klinkt niet eens zo gek. Maar nu ga ik naar buiten.

Buiten schuift José zachtjes bij op het bankje waar Britt zich tegoed doet aan het najaarszonnetje.
José: Alles goed met je Britt?
Britt: Och, mama, ik ben zo blij. Ik wist niet wat me overkwam toen Johan me vroeg. Ik heb er al vaker over nagedacht maar ik dacht steeds dat ik Mark zou bedriegen. Maar na dat ongeluk ben ik gaan inzien dat ik mijn leven niet zomaar aan me voorbij kon laten gaan. Dat zou Mark ook nooit gewild hebben.
José: Ik ben heel blij dat je dat ook zo ziet Britt. Je bent te jong om te stoppen met leven. Er is nog zoveel om te zien en te beleven. Soms was ik echt bang als ik je zag. Ik zag zoveel pijn en verdriet in je ogen, maar ik kon je niet bereiken. Ofschoon je heel erg te pas bent gekomen in die toestanden op je werk laatst, is het wel eindelijk een openbaring voor je geworden. Ik zie een hele andere Britt ineens voor me, en als ik eerlijk ben, ik zie je zo veel liever. Je hebt weer je spontaniteit terug die je vroeger altijd trots met je meedroeg, maar die helemaal weg leek nadat Mark, nadat hij was overleden. Ik vond, ik vind het nog steeds heel erg dat hij dood is en dat hij nooit meer terug zal komen. Ik mocht hem heel graag. Hij was een droom van een schoonzoon, maar hij is niet meer. Ik zal hem nooit minder mogen of hem verloochenen, maar het leven gaat door en ik ben blij dat jij dat nu ook kunt zien.
Britt: Mama, wat fijn dat u het goed vind.
José: Jij bent mijn dochter, en voor jou wil ik alleen het beste wat er is.
Britt: Maar Mark was heel goed.
José: Dat was hij. Johan is anders, is iemand anders, maar ook hij is heel goed voor jou. Het zal anders zijn maar als ik hem zo zie, zul je bij hem ook niets te kort komen.
En daarna valt Britt haar moeder huilend van blijdschap en dankbaarheid in de armen.


----------


Na een weekje is Britt zover hersteld dat ze haar werk kan hervatten. 
Dagelijks gaat ze bij Tony langs die steeds meer bij haar positieven komt. Ze zit nog zwaar onder de medicijnen om de ergste pijn te kunnen weerstaan.
Als Britt na een weekje werken weer op het ziekenhuis komt is ze blij verrast dat ze Tony nu met open ogen ziet liggen. De tube is uit en ze kan weer zelfstandig ademhalen alhoewel dat nog wel pijnlijk is en veel moeite kost.
Heel voorzichtig probeert ze tegen Britt te praten maar Britt verzoekt haar haar energie te sparen.
Tony: (heel hees en schor) Britt, je hebt het gelukkig gehaald. Ik was heel bang voor jou.
Britt: En wat dacht je dat ik was om jou? Ik ben me een ongeluk geschrokken.
Tony: Gaat het met je? Je hebt je zeker pijn gedaan toen ik je weg duwde?
Britt; Heb een week niet kunnen werken omdat mijn ribben gekneusd waren.
Tony: Sorry.
Britt; Tony, praat nou niet zoveel , rust goed uit en wordt alsjeblieft weer beter.
Tony: Doe ik, maar daar heb ik jou bij nodig en je weet het, ik moet praten, anders is het niet goed met mij.
Britt; Heb je nog veel pijn?
Tony: Ja (En Britt ziet duidelijk de tranen in Tony's ogen)
Britt: Kan ik wat voor je doen dat het minder wordt?
Tony: Houd mijn hand maar vast
Britt: Zal ik doen Tony, probeer maar wat te rusten.
En zo valt Tony weer in een (onrustige) slaap. 
Af en toe lijkt ze wakker te schrikken maar nadat ze weer medicatie heeft gehad valt ze dan toch eindelijk echt in slaap en gaat Britt weer naar huis, waar haar "gezinnetje " op haar wacht.
Dorien is blij dat Britt er weer wat beter uitziet. Er zijn nauwelijks nog restverschijnselen merkbaar van het hersenletsel dat ze had opgelopen. Slechts een keer per 5 tot 6 weken hoeft Britt voor een follow-up gesprek naar de psycholoog, en de neuroloog heeft haar deze week opgeroepen voor een uitgebreide nacontrole, compleet met lab, EG en CT-scan.
Daar ziet Britt wel wat tegen op en ze maakt zich er ook zorgen om, maar Johan heeft dat in de gaten en probeert voor voldoende afleiding te zorgen.
Dit weekeinde heeft Britt alleen op zondag dienst dus gaan ze van de vrijdagavond en de zaterdag een lekker familie gebeuren maken.
Simon: Willen wij eens voor jullie koken dan?
Britt: Als je net zo lekker kan koken als je vader heb ik daar helemaal geen moeite mee.
*
Dorien: Oké (lachend)
Britt: Maar even goed als je... als Johan hoor. (lachend)
Dorien: Je mag gerust 'vader' zeggen hoor. (glimlachend)
Britt knikt dankbaar en laat de kinderen hun gang gaan...
Terwijl de kinderen koken, zitten Britt en Johan op de bank een beetje van elkaar te genieten...
En Johan kan niet van Britt afblijven. Eerst heel voorzichtig een hand op haar knie leggend, dan omhoog naar haar dij. Nog wat later verdwijnt zijn hand onder haar truitje.
Britt: (sissend) Johan, de kinderen !
Johan: Die zijn toch bezig? Nou, wij zijn ook bezig.
Britt; Vanavond Johan. 
Johan: Ik kan niet zo lang wachten.
Dan buigt hij over haar heen en wil vlinderkusjes geven en hij begint Britt te kietelen zodat ze het uitschatert van het lachen.
Britt: Johan, niet doen, ik kan daar niet tegen.
Johan; Maar ik hoor je zo graag lachen. 
En dan word het spelletje wat ruwer en ineens valt Britt van de bank en knalt met haar hoofd tegen de salontafel aan.
Johan: (zwaar geschrokken) BRITT. Zeg wat ! Heb je je pijn gedaan? Gaat het??
Maar Britt zegt niets.
En nu slaat Johan echt de schrik om het hart. De kinderen zijn uit de keuken komen rennen en schrikken ook als ze Britt op de grond zien liggen.
Simon: Papa, wat heb je nu gedaan?
Johan: We waren elkaar aan het kietelen en ineens....
Dorien: Mama !! Wakker worden , mama?
Britt: (zich over het hoofd wrijvend) Mmmmm.
Johan: Britt, gaat het? Je maakt me bang. Heb je je pijn gedaan?
Britt; Auw, vreselijk mijn kop gestoten.
Johan: Wacht, ik help je overeind.
Even staat Britt te duizelen op de benen en allemaal kijken ze haar verwachtingsvol aan.
Simon: Gaat het Britt?
Britt: Ik denk ............. (en dan valt ze flauw in Johans armen)
Johan: Britt, alsjeblieft. Niet wegvallen !!
Maar Britt reageert niet en vlug brengt hij haar naar de slaapkamer en legt haar op het bed en draait haar opzij zodat haar ademweg vrij blijft. Hij propt wat kussens onder haar benen zodat die wat hoger liggen en begint dan heel zachtjes en voorzichtig haar hoofd te strelen.
Simon: Papa doe iets !! Straks is het weer mis.
Johan: Ik weet niet wat ik moet doen.
Dorien: Hier al eens van gehoord ? (en ze gooit zo een glas koud water over Britt heen.)
Britt: Huh?? Wat gebeurt hier? Wat is er aan de hand? Gatver.. ik ben ja kletsnat.
Johan: Met dank aan je dochter. Maar gaat het weer Britt?
De kinderen gaan opgelucht weer naar hun kookhoekje in de keuken.
Britt: Wat was er dan?
Johan: We waren aan het donderjagen op de bank en ineens viel je tegen de salontafel aan en was je uit.
Britt laat haar ogen weer dichtzakken (maar dat gebeurt allemaal met voorbedachte rade)
Als Johan zich weer over haar heen buigt grijpt ze hem om de nek en begint hem vurig te zoenen. Ze slaat haar benen om zijn middel en houd hem heel stevig in de houdgreep.
Britt; En je komt niet weg voor ik tevreden ben!
Johan: Genade Britt, ik geef me over.
Britt; Daar merk ik niets van.
Johan: Please, ik doe alles wat je vraagt.
Britt: Alles?
Johan: Alles.
Britt: Oké, dan mag je beginnen me te laten voelen hoe goed je kunt zoenen.
Johan begint vol overgave zijn vriendin te zoenen.
Britt; Oké, volgende test: Laat me trillen van genot.
Johan: Maar Britt, de kinderen.... het eten is zo klaar.
Britt drukt haar dijen steviger tegen elkaar met Johan er nog steeds tussenin.
Johan: (puffend) Britt, ik krijg geen lucht.
Britt: Wil je graag lucht? Dan moet je je test nog doen.
Daarop begint Johan Britt te strelen; eerst over haar natte hoofd en armen, maar al snel gaan zijn handen naar de voorbehouden delen. Hij merkt dat Britt onder zijn handen trilt van genot. En net als hij bezig wil om haar broek te openen roepen de kinderen dat het eten klaar is, en lachend laat hij zich bovenop Britt vallen.
Johan: Die hou je van mij te goed.
Britt: Alleen met zware interest. Beloof je dat? Anders laat ik je niet gaan.
Johan: Ik beloof het echt waar.
De kinderen zijn blij dat het goed is gegaan, die val van Britt.

Britt: Johan ik heb nog wat tegoed van je.
Johan: Oh, ja? Wat dan?
Britt: Zeg niet dat je dat vergeten bent.
Johan: Ik zou het echt niet meer weten.
Maar Britt kan dit grapje niet waarderen en draait zich verdrietig van Johan af.
Johan: Sorry Britt, ik dacht dat je wel tegen een grapje kon.
Britt zegt niets, staat op en pakt het dekbed en haar kussen en loopt naar de kamer waar ze op de bank gaat liggen en al snel in slaap valt.
Johan voelt zich shit. Dit had hij dus echt niet verwacht en Britt moet helemaal niet van dit soort dingen meemaken. Dat maakt haar alleen maar onzeker over haar herstel. Zo zou ze inderdaad kunnen twijfelen of dit nog restverschijnselen zijn van haar ongeval. En het is haar door de keuringsarts van de dienst duidelijk gemaakt dat als ze zes maand na terugkeer in het korps toch restverschijnselen heeft dat ze dan volledig afgekeurd zal worden voor de actieve politiedienst.
Johan kan zich zelf wel voor zijn kop slaan om die stomme grap van hem. Verdrietig loopt hij ook naar de kamer en gaat voor de bank zitten en blijft heel de tijd Britt aankijken. Af en toe veegt hij wat haren uit haar gezicht en ook als hij wat speekseldruppeltjes ziet veegt hij die behoedzaam weg.
Tegen vier uur merkt hij dat Britt wat onrustig begint te worden. Ze lijkt te dromen en begint te praten.
Hij luistert heel goed, en merkt dan dat ze het over Mark heeft. Johan twijfelt of hij haar moet wekken opdat ze niet diep doorschiet in haar droom waar ze zeker de andere dag de naweeën van zal hebben.
Heel voorzichtig legt hij een hand op haar schouder en schud haar zachtjes aan.
Als Britt haar ogen opent ziet Johan de tranen opkomen.
Johan: Sorry Britt dat ik zo'n stomme grap met u hebt uitgehaald. Ik had vooraf veel beter moeten nadenken. Kan ik het goed maken met je?
Britt: Hou me eens vast Johan, ik voel me zo ellendig.
Johan: Kom mee naar bed Britt, dat ligt veel beter voor je.
Britt: Hou je nog van mij?
Johan: Veel meer dan ik ooit aan je duidelijk kan maken. Veel meer dan alle sterren aan de hemel, veel meer dan welke mens zich ook maar kan voorstellen.
Dan legt ze haar arm bij Johan op de schouder en hij neemt haar op zijn armen weer mee naar bed.
In bed praten ze wat met elkaar. Johan toont begrip voor Britt haar verdriet en streelt haar zachtjes.
Langzaam gaat haar onzekerheid weer over en vleit ze zich dicht tegen Johan aan en beginnen ze weer heel teder met elkaar om te gaan. 
Britt: Johan , uw handen voelen als fluweel. 
Johan: Vind je het fijn zo Brit?
Britt; Ik wil nooit meer iemand anders aan me voelen.
Johan: Dus ik mag blijven?
Britt: Voor altijd en eeuwig.
Kort hierna valt Britt in slaap en pas tegen tien uur in de ochtend wordt ze wakker. Beneden hoort ze dat de kinderen al druk zijn. Als ze naast zich kijkt ziet ze dat Johan ook al uit bed is. Ze draait zich nog eens om en valt weer in slaap.
Rond half een komt Johan eens poolshoogte nemen en gaat dicht naast haar liggen en kust haar zachtjes wakker.
Britt; :Ik heb je gemist.
Johan: Wanneer?
Britt; Toen ik wakker werd.
Johan :Maar nu ben ik er weer voor je.
Britt; Helemaal?
Johan: Ik heb de kinderen net geld gegeven dan kunnen ze vanmiddag de stad in of naar de film. Ze komen pas om zes uur weer thuis.
Britt; Waar wacht je nog op dan??
Johan geeft Britt een klein zoentje op haar mond...
Britt: Is dat alles? (teleurgesteld)
Johan: Natuurlijk niet. (zachtjes fluisterend in Britt's oor)
Johan's handen zijn plots overal...
Britt: Johan? (beetje angstig)
Johan: (kreunend) Ja, Britt?
Britt: Vind je het gek dat wij zoveel met elkaar vrijen?
Johan: Waarom zou ik? Dit is toch fijn? Of vind je dat we te ver gaan?
Britt; Ik weet het niet. Soms denk ik dat het niet goed is.
Johan: Waarom zou het niet goed zijn dan?
Britt: Ik vind het echt heel erg fijn, je maakt dat ik me als vrouw volwaardig voel. Maar na alles wat ik heb meegemaakt, die verkrachting, die mishandeling, soms ben ik bang dat ik mezelf overdoe. Dat ik wil compenseren om het allemaal te vergeten.
Johan: Voelt het echt zo voor jou?
Britt: (bijna huilend) Soms wel, en dat doet zeer. Ik bedoel, jij doet me geen pijn of zo, maar in mijn ziel doet het zo'n pijn. Weten dat ik iets doe met mijn lief, wat heel fijn kan zijn, maar dat mijn gedachten dan weer terug zijn toen die vent .... (en nu huilt ze heel hard)
Johan: Liefje, kom, laat me je in mijn armen nemen en troosten. Ik vind het heel erg dat je dat zo ervaart. Ik wilde dat ik dat weg kon nemen. Zeg me Britt wat ik kan doen voor je, opdat jij onze liefde weer gewoon als echt en authentiek kunt ervaren.
Britt: Ik weet het niet Johan. Het voelt alsof ik u verraad, maar ook mijzelf.
Nu begint Johan Britt heel zachtjes en liefdevol te strelen. Hij merkt dat Britt dat fijn vind want haar verdriet lijkt minder te worden.
Johan: Wil je echt wel Britt, ik bedoel wil je ZELF?
Britt: Heel graag Johan, houd me vast. Ik wil u voelen.
Johan: Maar ik wil u geen pijn doen, ik wil u niet dwingen. Alleen als jij het echt ook zelf wilt Britt.
Britt: Neem me Johan. Ik moet gewoon voelen dat het ook anders kan dan onder dwang.
Johan: Britt, kun je hierover praten met die psycholoog?
Britt: Praten helpt niet.
Johan: Ik denk het wel, maar als je het eng vind kunnen we ook naar een relatietherapeut of een seksuoloog gaan.
Britt: ???? Is het zo erg dan met mij te vrijen?
Johan; Nee, Britt, het is juist hele fijn, maar als jij er moeite mee hebt wil ik samen met jou aan het werk om weer van onze liefdesrelatie te kunnen genieten. Weten hoe het voor jou is, en je helpen om weer gewoon te kunnen voelen.
Britt: Oh Johan, waarom heeft het zo lang geduurd voor wij elkaar hebben gevonden? Mark zou het vast niet erg gevonden hebben als hij wist dat jij mij zo goed zou kunnen opvangen.
Johan: Jij hebt vannacht ook weer over hem gedroomd, is het niet?
Britt: Ja (verdrietig)
Johan: Oh Britt, lieverd, het doet zo'n pijn u zo te zien lijden. Kom in mijn armen en laat me duidelijk maken hoeveel ik om u geef.
En zonder bedenking rolt Britt dichter tegen Johan aan en beginnen ze elkaar weer te betasten en te zoenen.
Johan: Britt mag ik met je vrijen?
Britt: Johan, dat jij dat vraagt! Natuurlijk mag jij dat.
Johan: Wil je ook echt dan?
Britt: Heel echt.
Zo beleven ze een heel bijzondere zaterdagmiddag in een doodstil huis. Het enige wat hoorbaar is, is deze jonge maar tegelijk ook zo kwetsbare liefde.
Britt doet veel moeite om ook echt te genieten, maar Johan merkt wel dat het niet echt soepeltjes loopt.
Johan: Britt, alsjeblieft dwing jezelf niet tot iets wat niet goed voor je voelt.
Britt: Maar ik zou zo graag weer eens willen genieten van ons samenzijn.
Johan: Ik ben er altijd voor je. Ik kan wel wachten tot jij het weer aankunt. Maar wees alsjeblieft zuinig op jezelf.
Britt; Vind je het niet erg dan?
Johan: Als jij gelukkig bent, dan ben ik blij. Als jij verdrietig bent kan ik niet blij zijn Britt.
Britt zucht eens, en wrijft de tranen uit haar ogen
Johan: Wil ik even een lekker kopje thee voor ons maken?
Britt; Graag,
Maar als Johan terugkomt ziet hij dat Britt weer in slaap is gevallen. Hij weet niet goed wat hij ervan moet denken . Ze slaapt wel heel erg veel de laatste tijd en toch klaagt ze over vermoeidheid. Hij hoopt dat het puur een kwestie is van aanpassen aan haar dagelijkse activiteiten en niet het gevolg van haar hersenletsel. Hij weet dat Britt daar zelf ook heel erg bang voor is en moet moeite doen om zijn angst niet aan haar te laten merken.
Omdat Britt nu een beetje ontspannen ligt te slapen besluit hij maar even wat voor het werk te gaan doen en gaat met de laptop aan de keukentafel zitten. En daar zit hij nog steeds als de kinderen om zes uur weer thuis komen.
Dorien: Hoi Johan, hoe is het met mama?
Johan: Ze slaapt, ze was erg moe en ook wat verdrietig vanmiddag. We hebben heel fijn met elkaar gepraat en toen is ze weer gaan slapen.
Simon: Maar we zouden toch leuke dingen gaan doen? Morgen moet ze weer werken en dan zitten we weer in huis.
Johan: Simon, mag ik even met jou alleen praten?
Simon: Hier of op onze kamer?
Johan: Vragen we aan Dorien waar zij wil zitten.
Dorien wil graag op haar kamer gaan zitten lezen en dus hebben de mannen de kamer voor zich.
Johan weet dat Simon ondanks zijn leeftijd van net twaalf jaar, al op vele fronten redelijk volwassen aan het worden is, en hij durft dan ook, in grote lijnen, wel met hem over Britt te praten wat betreft hun liefdesleven.
Simon: Ik vind het heel jammer dat Britt daar zo'n moeite mee heeft. En u ook, want Britt is een hele mooie vrouw en ik denk dat je het heel erg jammer vind.
Johan: Maar het belangrijkste is dat Britt weer durft en weer kan gaan genieten van het leven. Ik heb gevraagd of we samen therapie kunnen gaan doen, zodat ze weer leert vertrouwen op haar gevoel.
Simon: U bent een bovenste beste Pa. Britt mag van geluk spreken dat u weer vrij was. 
Johan: Wij zijn heel gelukkig met elkaar, maar helaas staat er nog wat tussen ons in en daar moeten we met elkaar, maar ook met jullie samen aan werken om op te lossen. Maar ik mag toch wel rekenen op jou hulp, kanjer?
Simon: Het gaat wel goed komen met jullie. Mag ik nu even naar Britt toe?
Johan: Als ze slaapt moet je haar maar laten slapen, ze zal het dan wel nodig hebben.

Zachtjes loopt Simon de slaapkamer in en gaan naast Britt zitten. Heel zachtjes begint hij een melodietje te neuriën van een liedje dat hij Britt vaak voor Dorien had horen zingen.
Dan ziet hij dat ze wakker begint te worden.
Simon: Dag Britt, heb je lekker kunnen rusten?
Britt: Dag Simon. Het spijt me dat ik zo jullie weekend moet bederven.
Simon buigt zich spontaan voorover en omhelst Britt stevig.
Simon: Britt, ik mag u heel graag, en papa ook. Wij willen allemaal helpen dat het weer goed gaat komen met je.
Hierop begint Britt spontaan te huilen, en Simon, galant als een heer, en zo helemaal een junior uitvoering van Johan, neemt een schone zakdoek en reikt die aan Britt zodat ze haar tranen af kan doen.
Britt; Sorry Simon.
Simon: Geeft niet. Ik huil ook wel eens en papa zegt dat dat best mag als je verdrietig bent of je niet goed voelt. Maar zou je mee willen komen naar de kamer? Dan kunnen we nog een beetje van je zien vandaag.

Als Britt haar gezicht wat heeft opgefrist en ze lekker warme sokken aan heeft en een dikke ochtendjas, loopt ze bij Simon aan de hand naar de kamer.
Dorien was inmiddels ook al benden en had de bloemen die ze samen met Simon had uitgezocht op de vaas gezet.
Ze raakt even helemaal ontroerd en bukt zich om haar kinderen stevig in haar armen te nemen. Dan voelt ze ineens een felle steek in haar hoofd en ziet ze een paar lichtflitsen. Ze knijpt haar ogen stijf dicht als wil ze ontkennen dat er wat is.
Johan: Kom maar even zitten Britt, dan zal ik wat eten maken en misschien kun je de kinderen wat voorlezen.

En in plaats van het voorgenomen gezinsweekeinde eindigt Britt ziek tussen de lakens. Johan meld haar de andere dag ziek, met als reden griep. Verder weet hij ook niet, dus hij kan niet meer zeggen.
Hij verteld Tony dat Britt haar wel zal bellen als ze weer beter is en komt werken.
Johan: Dat gaat ook wel lukken. Daar ben ik van overtuigd.
Britt: Hoe laat is het eigenlijk? Ik heb geen idee meer van tijd.
Johan: Het is half twee.
Britt: In de middag? Oh shit, ik had moeten werken vandaag. Oh, Nadine maakt me af als ik nu al weer verstek laat gaan.
Johan: Ik heb je ziek gemeld. Je had vannacht weer bijna niet geslapen, je zag er grieperig uit en je zei zelf dat je je helemaal niet goed voelde.
Britt: Maar ik ben nu oké. Ik ga me snel douchen en dan ga ik toch maar.
Johan: Nee Britt, je blijft vandaag thuis.
Brit: Maar ....
Johan: Britt? Ik dacht dat je had beloofd beter voor jezelf te zorgen?
Britt; Maar ik voel me zo waardeloos. Kan jou niet geven waar je van geniet, kan niet voor de kinderen zorgen, verzuim mijn werk. Johan, laat me toch gaan. Wat heb je nou aan mij?
Dan ziet ze dat Johan oprecht verdrietig wordt.
Britt: Wat scheelt er Johan?
Johan: Britt je doet me pijn als je zulke dingen zegt. Kun jij nou nooit accepteren dat je niet perfect kunt zijn? Altijd maar weer beter dan de beste te moeten zijn?
En nu begint Britt ook te huilen.
Britt: Johan , kun je mij vergeven?
Johan: Ja dat kan ik wel, maar kun jij ook eens wat minder hard voor jezelf zijn? 
Britt; Johan , ik denk dat je gelijk hebt dat we samen hulp moeten gaan zoeken. Ik beloof je dat ik morgen direct ga bellen, maar mag ik nu ....?
Johan: (nors) Nee !! Je blijft vandaag thuis.
Maar Britt schrikt hier zo van dat ze snel het bed uitvlucht en zich opsluit in de badkamer, waar ze een portie gaat zitten huilen.
Johan: Britt alsjeblieft, doe open Britt. Waarom moeten wij nu overal ruzie om maken? Ik wil dat helemaal niet.
Britt; Dacht je dat ik dat wil?
Johan: Doe open dan, dan kan ik het goedmaken met je.
Langzaam draait Britt de deur van het slot. Zelf had ze ook helemaal geen behoefte aan ruzie en nu staat ze met een beschaamd hoofd afgewend van Johan.
Die legt zachtjes een hand op haar schouder en draait haar zo dat ze elkaar weer recht in de ogen kunnen zien en hij neemt haar beschermend in zijn armen en begint haar te zoenen.
Britt: Johan, zullen we nog eens ..... (en ze richt haar blik op het bed, ten teken dat ze wil vrijen met Johan)
Johan; Wil je echt Britt? 
Britt; Heel graag.
Johan: Zeker? (onzeker)
Britt knikt, maar in haar ogen zie je wel duidelijk een lichte twijfel...
Johan: Je twijfelt, is het niet? (geruststellend)
Dan begint Britt hard te huilen... Bevend knikt ze...
Johan: Zal ik een seksuoloog bellen, lieverd? (vriendelijk)
Weer knikt Britt... Johan belt... Naar Inge Moerenhout (vrouw).
Inge komt na een klein kwartiertje aangereden... Britt is ontzettend verlegen door dit nieuwe gezicht...
Johan laat Inge binnen terwijl Britt zich heel verlegen terugtrekt in de zetel.
Na de kennismaking met Inge probeert die om een gesprek op gang te krijgen maar Britt is totaal geblokkeerd.
Na een poosje staat Britt op en verontschuldigd zich bij Johan en Inge, en loopt naar de slaapkamer waar ze op de rand van het bed gaat zitten en heel zenuwachtig in haar handen begint te wrijven.
Johan volgt haar en ziet het verdriet in haar ogen.
Johan: Gaat het niet meer Britt? Zal ik vragen of ze een andere keer wil komen?
Britt; Ja.
Johan loopt terug naar de kamer en legt uit dat Britt het op dit moment toch niet aan kan.
Inge: Jammer. Ik had haar zo graag geholpen, maar we kunnen dit niet afdwingen. Ze zal er zelf aan toe moeten zijn. Ik laat mijn kaartje hier achter en als Britt er aan toe is bellen jullie me maar, oké?
Johan: Sorry dat je voor niets hier heen moest komen.
Inge: Het was echt niet voor niets. Het is voor Britt al een hele winst dat ze bereidheid toonde om over dit onderwerp te willen praten. En we hebben al kort kunnen kennismaken zodat ze straks niet weer een ander gezicht voor zich heeft.
Johan: Toch bedankt. (en dan laat hij Inge weer uit)
Op de slaapkamer is Britt met betraande ogen op bed gaan liggen. Ze schaamt zich voor Johan. Hij doet zo zijn best om haar te helpen en dan klapt ze dicht en zegt geen woord meer.
Ze houd echt zielsveel van hem maar kan, als ze heel goed naar zichzelf en naar haar eigen lichaam luistert, nog niet echt genieten van het vrijen met Johan.
Ze schrikt dan ook als ze plots zijn hand op haar schouder voelt en hij haar zachtjes naar zich toe wil draaien.
Johan: Sorry Britt, ik wilde je niet laten schrikken. Kom even bij me liggen en laat me je vast houden. Ik wil dat je weet dat ik er voor je ben
Dan draait Britt zich om en valt gelijk Johan in zijn armen en begint te huilen. Ze gooit er ineens alles uit wat haar dwars zit, en dat is heel veel.
Johan streelt haar zachtjes over haar rug en laat haar maar doorpraten. Het moet er toch een keer uitkomen. Af en toe geeft hij haar een zoentje, wat Britt wel kan toelaten.
Na een poosje (wel bijna twee uur !!) is Britt zelf het praten ook moe.
Britt: Johan , zouden wij het kunnen proberen? Heel voorzichtig?
Johan: Ja Britt, dat kunnen we wel.
En nu, eindelijk, nadat ze over al haar angsten en afkeer heeft gesproken, is er eindelijk een opening voor Britt om een beetje te kunnen genieten van het intieme samenzijn met Johan.
Heel voorzichtig tasten ze elkaar af wat betreft hun behoeftes en Britt kan de intieme nabijheid van Johan zonder angst verdragen.
Johan is heel voorzichtig met Britt en gaat uiterst zorgzaam met haar om, maar uiteindelijk lukt het hun om echt de liefde te bedrijven.

Als ze gedaan hebben rolt Britt van Johan af en kijkt met vochtige ogen naar het plafond.
Johan: Hoe was het voor jou Britt?
Britt: Geweldig. Je bent fantastisch.
Johan: Vond je het echt fijn?
Britt; Ja. Ik wil dit wel vaker. Langzaam aan, maar echt, dit moeten we echt vaker gaan doen.
Johan: En verder, hoe voel je je verder?
Britt; Hondsmoe en misselijk.
Johan: Dus je bent echt wel ziek? Dan zou ik morgen ook maar thuisblijven als ik jou was.
Britt: Maar ik moet naar Tony toe !
Johan: Met jou toestemming neem ik die honneurs waar en ga ik haar bezoeken. Ze heeft er niets aan dat jij haar besmet met jou griep. Ze is nog heel zwak en heel vatbaar. Jij hebt zelf je rust nodig. Ik zal zorgen dat ik morgen heel vroeg thuis ben en als het weer een beetje gaat, dan heb ik misschien ook nog wel een verrassing voor je.
Britt: Wat dan??
Johan: Als ik dat zeg is het geen verrassing meer, dus geduldig wachten tot morgen.
Britt: Aaaahhhhhhhh.
Johan: Nee Britt, als je een verrassing voor de kinderen hebt moeten die ook altijd op hun beurt wachten.
Britt; Loop je even mee naar boven. Die arme schatten hadden gehoopt op een gezellig weekend en nu heb ik dat helemaal verpest. Morgen moeten ze al weer naar school en we hebben elkaar nauwelijks gezien.
Johan: Heel eventjes dan, ik denk dat ze misschien al liggen te slapen.
Britt; Nu al??
Johan: Het is al half tien in de avond.
Britt: Dus wij kunnen zo ook weer lekker naar bed?
Johan: Lekker naar bed om eens goed te gaan slapen.
Maar de kinderen hadden al wel gehoopt dat Britt nog even langs zou komen en waren dus wakker gebleven.
Dorien: Mama, gaat u ziek worden?
Britt; Dat ben ik al een beetje.Johan zegt dat ik morgen ook nog thuis moet blijven en ook niet naar Tony mag omdat ik die anders aansteek.
Dorien: Ga dan maar lekker slapen. Simon en ik kunnen wel overblijven op school en dan zien we u wel als de school uit is. Slaap lekker.
Simon: (fluisterend in Britt's oor) Hij is goed hč?
Britt: Hoe bedoel je?
Simon: Je weet wel. Met liefhebben en zo.
Britt krijgt nu een behoorlijke blos op haar wangen.
Johan: Is het geen tijd om te gaan slapen Simon?
Simon: Ja dat is het wel, maar ik wilde gewoon weten of het tussen jullie allemaal goed gaat komen. Britt word tenslotte mijn nieuwe mama.
Johan: Ja wijsneus. Het is allemaal weer goed gekomen.
Simon: Welterusten dan.
Britt: Welterusten. (glimlachend)
Britt geeft 'haar' 2 kinderen een nachtzoen en gaat dan naar beneden, waar ze koffie uitschenkt voor haar en Johan.
Johan: Lekker, dank je. (glimlachend)
Britt glimlacht vriendelijk en zet zich op de bank neer...
Johan: Gaat het, Britt? (glimlachend)
Britt: Ja... (moe)
Johan: Je bent moe, is het niet? (glimlachend)
Langzaam maar zeker knikt Britt...
Britt: Ik denk dat ik zo ga slapen.
Johan: Goed idee. Als je een beetje geluk hebt kan je overmorgen weer gaan werken, oké?
Britt: Mag ik morgenavond niet naar Tony? (smekend)
Johan: Oké... Maar ik blijf er wel bij, goed?
Britt knikt blij en stapt dan haar bed in. Johan ruimt in de woonkamer en de keuken alles nog een beetje op, maar gaat dan ook in bed liggen.
Britt voelt dat er iemand bij haar in bed kruipt en wordt wakker...
Britt: Hmmm? (kreunend)
Johan: Sorry, ik wilde je niet wakker maken, liefje. (zacht fluisterend in Britt's oor)
Britt: Geeft niet, hoor. (glimlachend/zacht)
Britt geeft 'haar' Johan nog een zoen en valt dan in zijn armen in slaap...

's Nachts zet de koorts behoorlijk in en Britt zweet compleet het bed uit. Ook moet ze vreselijk spugen. Haar maag doet erg pijn en ze kan haast niets hebben, al haar spieren en botten doen pijn van de griep.
Johan verschoont het bed en helpt Britt onder de douche waarna hij een kopje thee voor haar maakt zodat haar maag weer wat tot rust kan komen en dekt haar dan weer lekker toe.
De volgende ochtend zorgt hij dat de kinderen naar school komen. Zelf zegt hij zijn afspraak maar af en blijft bij huis om Britt te helpen als die hem nodig heeft. Maar die slaapt heel de dag, heel de nacht en nog een groot deel van de volgende dag door.
Dinsdagmiddag tegen twee uur wordt ze wakker en kijkt dan verbaasd in het vriendelijke gezicht van Johan.
Britt: Johan? Jij hier?
Johan: Ik wil er zijn voor jou als je me nodig hebt.
Britt: Altijd. Kom eens wat dichter bij me. (en dan neemt ze hem in haar armen en begint hem te zoenen.)
Johan: Ik merk dat je beter aan het worden bent.
Britt; Nooit geweten dat ik zoveel slaap nodig had.
Johan: Blijkbaar. Maar eh, je neuroloog heeft gebeld. Hij is ziek en heeft je afspraak laten verzetten naar volgende week.
Britt: Verdorie. Ik wilde het eindelijk eens achter de rug hebben. Nu moet ik weer wachten.
Johan: Geeft niet Britt. Je bent zelf ook ziek. Het zou toch geen goed onderzoek worden nu. Wordt maar eerst lekker beter en dan ga ik gewoon volgende week met je mee.
Britt; Zou je dat willen?

--

Maar die woensdag heeft Britt gedaan met luieren, zoals ze zelf zegt, en gaat weer aan het werk. Neusspray en zakdoeken in de aanslag en daar gaat ze weer. Aan de manier waarop Johan haar een goede dag wenst merkt ze dat hij bezorgd is maar ook heel verliefd op haar.
Britt; Ik zal het rustig aandoen vandaag. Tot vanavond lieverd.

Nadine: Ah, Britt, gelukkig je bent er weer. Gaat het weer een beetje?
Britt: Ja hoor. Nog behoorlijk verkouden maar ik kon niet meer in bed liggen.
Nadine: Zou jij vandaag met Merel op willen werken?
Britt: Merel?
Nadine: De zus van Ben?!?
Britt: Ah natuurlijk, die Merel. Ja hoor prima. Wat hebben we te doen?
Nadine: Verkeersongeval, net gemeld; daarna naar een school om eens wat leerlingen te horen over die feestjes waar nogal rijkelijk met XTC wordt gestrooid en als er dan nog tijd over is ....
Britt: Laat me raden. PV's?
Nadine: Jij mag nooit meer raden.

In de auto kletsen Britt en Merel gezellig bij. Ze hadden elkaar wel vaker gezien en gesproken, maar na haar stage bij dit team en na haar diplomering was Merel elders te werk gesteld. Maar Britt vond het heel fijn, nu ze Tony moest missen, om met Merel op pad te gaan.
Het auto-ongeval op de Drongensesteenweg zag er behoorlijk ernstig uit. Toen ze ter plaatse kwamen waren er al twee ambulance met gewonden vertrokken naar het ziekenhuis. Langs de weg was er nog een ambulance bezig met hulp verlenen, zo te zien aan een vrachtrijder. Hij was wel bij zijn positieven en Britt probeerde om informatie van hem los te krijgen. 
Ze vond zijn gedrag op zijn minst verdacht en verzocht de MUG arts om in de papieren voor het ziekenhuis te vragen om een drugs screening van zijn bloed. Later zouden ze dan de uitslag wel krijgen en zien wat ze er mee aanmoesten.
Verderop langs de weg zag Merel een pastor lopen. Hij keek een beetje verdwaasd.
Merel: Britt zie je die man daar, die pastor?
Britt; Is daar wat mee?
Merel: Hij kijkt wat vreemd.

Toen ze dichterbij kwamen bij de man meende Britt zijn gezicht te herkennen. Ze kon het niet direct plaatsen maar het bleef wel haar gedachten afleiden. Toch begon ze samen met Merel de man te ondervragen en na een poosje schoot het haar te binnen.: Het was een van die pastoors van die kerk waar ook een van die moorden had plaatsgevonden.
Britt begon acuut te hyperventileren en sloeg paniekerig met haar armen in het rond. Ze haalde zo snel adem dat ze er duizelig van werd en ineens viel ze zomaar flauw. 
Merel schrok hier enorm van.
Merel: Britt? Britt, wat is er? Wat gebeurt er met u?
Al snel kwam er ook een ambulancebroeder aan die snel de polsslag opnam en de bloeddruk controleerde. Terwijl hij daar mee bezig was kwam Britt gelukkig al weer bij. Even zat ze vreemd om zich heen te kijken en had toen door wat er aan de hand was.
Britt: Sorry Merel dat ik zo doe. Ik schrok me ineens een ongeluk toen ik die pastor herkende.
Merel: Waar ken je hem van dan?
Britt: Hij is pastor in een van die kerken waar toen die moorden hebben plaatsgevonden. Ben heeft vast wel verteld van die zaak met Da....... (maar meer kreeg ze niet gezegd, haar maag draaide zich om bij de herinnering aan die Dashi en ze begon gelijk weer te braken).
Merel: Gaat het Britt? Ik geloof dat ik u maar eerst weer terug breng voor ik hier door kan gaan.
Britt; Nee, ik wacht wel in de auto. Wil je niets tegen Nadine vertellen?
Merel: Britt, als er iets is moet je erover praten. Je kunt niet doen of het niets is. Kijk nou eens naar jezelf. Je zit te trillen als een rietje. Iets heeft je heel erg van slag gemaakt en dat beďnvloed jou heel erg. Zo kun je je werk toch niet doen? Kom, ik breng u binnen en dan ga jij maar eens met Nadine praten.
Britt; Maar ik wil niet Merel.
Maar Merel was beduidend meer doortastend dan haar broer en pakte Britt bij haar arm, leidde haar naar de auto en bracht Britt terug op het bureau en zette haar bij Nadine in het kantoor.
Ze vroeg of Pasmans mee terug wilde naar het ongeval en dan zouden ze de laatste mensen aanhoren of die informatie over de ongevaltoedracht konden geven.
Eenmaal buiten belde ze het nummer van Johan en gaf aan wat er net met Britt gebeurt was en of hij haar straks wilde gaan zien op het commissariaat. Misschien dat ze naar hem wilde luisteren om mee naar huis te gaan.

Nadine: Britt, je ziet zo wit en slap als een vaatdoek. Wat is er?
Britt; Oh, niets.
Nadine: Dat wil je mij wijs maken? Zeg het maar, ik hoor liever de waarheid.
Britt: Ik zag net iemand en toen moest ik weer denken aan die D ...( en weer voelt ze haar maag opspelen) Sorry Nadine (en ze sprintte naar de wc waar ze weer moest kotsen.
Nadine was haar gevolgd en ving haar op toen ze uit de wc kwam en even wat water door haar gezicht spoelde.
Nadine: Wat wilde je me zeggen Britt?
Britt: Die Dashi. Hij is al lang dood en toch heb ik nog last van hem. Die pastor..... zijn kerk is de plaats geweest waar Dashi die mensen heeft vermoord. Gewoon om bij mij te komen.
Nadine: Hij is dood Britt. Die pastor was ook slachtoffer, net als jij. Hij heeft geen schuld.
Britt; Nee, maar ik associeer het wel met elkaar.
Nadinen: Praat je er nog over met een psycholoog of zo?
Britt: Ja, maar ik dacht dat ik het verder kwijt was. Zo kan ik toch niet werken?
Nadine; Jawel, dat kun je wel (geruststellend een arm om Britt haar schouders leggend) Af en toe zul je merken dat het zijn kop nog op zal steken, vooral op plaatsen die je er sterk aan herinneren, maar dat zal echt met de tijd gaan slijten. Ik hoop dat je het niet opgeeft. En als je het er moeilijk mee hebt, wil ik graag dat je het me eerlijk zegt, dat zoek ik tijdelijk wel wat anders voor je.
Britt: Dank je Nadine.
Nadine: Kopje thee Britt?
Britt: Graag, dank je.
Terug in het lokaal ziet Britt dat Johan er ook is.
Britt; Johan, wat doe jij hier?
Johan: Merel belde me dat het vandaag niet zo goed was gegaan met jou. Ik kom je halen om naar huis te gaan.
Britt; Maar Johan, het gaat wel weer. Ik was even van slag, heb het eruit gekotst en met Nadine gepraat en nu gaat het wel.
Johan: Maar zo zie je er niet uit.
Britt: Johan, ik kan als politieagent niet steeds blijven weglopen voor moeilijke dingen. Dan kan ik toch geen agent meer zijn?
Nadine; Daar heeft ze wel gelijk in Johan. Het was even moeilijk maar we hebben een heel goed gesprek gehad en ik denk dat voor de verwerking het beter is als Britt hier nog even blijft; een uurtje of zo om nog wat papierwerk te doen en wachten tot Merel terug is. Daar moet ze ook nog even mee praten, maar ik zal er persoonlijk op toezien dat ze om drie uur naar huis gaat, en anders breng ik haar zelf weg.
Johan: Gaat het gaan dan Britt?
Britt; Ja Johan, bedankt dat je even bent gekomen, dat vind ik fijn (en ze kust hem zachtjes gedag)

Het wachten op Merel duurt Britt wel erg lang dus belt ze even naar het ziekenhuis hoe het met Tony is.
Tot haar verbazing krijgt ze die zelf aan de telefoon.
Britt; Tony???
Tony: Ja? Jij belt mij toch?
Britt; Heb je zelf al telefoon naast je bed?
Tony: Ja, ik begon me te vervelen.
Britt; Hoe is het ermee?
Tony: Het gaat.
Britt; Ik was ziek in het weekend vandaar dat ik niet kon komen. Maar echt, vanavond kom ik bij je langs. Zal dat gaan denk je?
Tony: Ik zie er naar uit. Ik ga ophangen want ik voel me wel nog erg moe. Tot vanavond.
Britt: Tot vanavond, Tony. Goed slapen, hoor. (glimlachend)
Tony: Tot vanavond, Britt. (glimlachend/moe klinkend)
Tony legt neer en gaat meteen weer een dutje doen...

Wanneer Merel (eindelijk !!) aangekomen is op het commissariaat springt Britt blij op...
Britt: Sorry Merel van vanmiddag. Ik had zelf ook niet verwacht dat ik zo heftig zou reageren. Die pastor.... daar hadden wij ook mee gesproken na die kerkmoord en toen moest ik weer aan die Dashi denken en zo, ik werd er heel angstig van. Maar ik heb met Nadine gesproken en ik heb al een vervroegde afspraak gemaakt bij de psycholoog. Ik hoop niet dat het je heeft afgeschrikt en ik zou graag verder met je werken als jij dat ook wilt.
Merel: Graag, ik denk dat ik nog veel van je kan leren.
Britt: Ik zou het fijn vinden. Maar ik moet nu weg van Nadine en als ik niet ga dan brengt ze me weg en ik weet zeker dat Johan dan boos wordt en ik vanavond niet naar Tony mag.
Merel: Ga nu maar, en doe Tony de groeten van ons en wens haar heel veel sterkte en beterschap.
Britt loopt op Merel af en omarmd die en geeft haar een knuffel. De andere aanwezigen staan een beetje vreemd te kijken. Britt was anders helemaal niet zo pakkerig, ze stond op zekere afstand, maar na die hele situatie was er iets heel opvallends aan Britt veranderd. En eigenlijk stond hun dat ook wel aan.

Thuis stond Johan net klaar met zijn jas om Britt op te gaan halen.
Johan: Ha Britt, net op tijd.
Britt: Sorry Merel kwam zo laat, maar ik ben er nu toch?
Johan: Lekker even een uurtje naar bed en daarna kom ik je wekken en kunnen we lekker samen gaan koken voor we naar Tony gaan.
Britt: Maar ik ben niet moe, ik wil niet naar bed.
Johan: Moet ik je brengen? 
Britt: Graag. (hopend dat hij bij haar zou gaan liggen)
Johan brengt Britt naar de slaapkamer, ontkleed haar en trekt haar een lekkere warme flanellen pyjama aan en stopt haar dan in. Hij buigt zich voorover een geeft haar een zoentje en gaat dan weer weg.
Britt; Johan?? Waarom kom jij niet bij me liggen?
Johan: Jij zou gaan slapen. Je bent net ziek geweest, wilt nog van alles doen. Je neemt weer niet genoeg rust en ik wil je niet weer ziek hebben. Probeer het nou maar, ik kom over een anderhalf tot twee uurtjes je wekken.
En Johan is nog maar nauwelijks weer in de kamer of Britt ligt al in een diepe slaap. Een nare slaap, met veel nare dromen erin. Ze komt niet echt tot rust, met alles wat er zich nu weer in haar dromen afspeelt.
Na een tweetal uurtjes wekt Johan haar, maar...
Britt wordt maar niet wakker !!!
Wel ligt ze heel onrustig te woelen. Maar wat of Johan ook doet, tegen haar praten, haar schudden of een koude washand: ze blijft diep in slaap.
Wat ongerust belt Johan de huisarts die snel langskomt.
Arts: Ah, ik hoor het al. Ze is net zwaar ziek geweest en nu al weer aan het werk. Ze is gewoon uitgeput. Laat haar lekker slapen. Stel voor dat ze morgen niet meer dan een halve dag gaat werken, dan houd ze nog wat energie over voor andere dingen.

Als Johan een uurtje later weer bij haar komt begint ze net te ontwaken.
Britt: Johan? Ben jij hier nog?
Johan: Ja, hoezo?
Britt: We zouden toch naar Tony gaan en omdat ik sliep dacht ik dat jij wel zou gaan. Ze had ons verwacht vanavond en nu is het vast te laat en kan ik niet meer bij haar.
Johan: Jij had je slaap hard nodig en ik wilde je niet alleen laten. Ik heb al naar het ziekenhuis gebeld en ze zeiden dat Tony vandaag ook heel erg moe was en veel sliep, dus kunnen we morgenmiddag bij haar langs.
Britt: Maar ik moet morgen werken.
Johan: Alleen morgenochtend.
Britt: Nee, gewoon de hele dag. Omdat ik nog geen weekenden doe moet ik door de week gewoon hele dagen werken.
Johan: Nadine is vanmiddag geweest en die zei dat je weer veel te veel hooi op de vork nam en ze zei dat je maar halve dagen mag komen werken.
Britt: Zeg, wanneer mag ik weer mijn eigen beslissingen nemen?
Johan: Die mag je altijd nemen , maar ik vind het niet verstandig dat je hele dagen werkt als ik zie hoe je vanmiddag thuis kwam.
Nu wordt Britt een beetje verdrietig en Johan ziet dat en geeft haar een zoen om haar wat te troosten.
Zijn nabijheid en intimiteit maken toch dat Britt zich meer gaat onspannen, en Johan vind dat heel fijn.
Britt: Mag ik in de ochtendjas in de kamer komen?
Johan: Hé, het is jouw huis en jouw jas. Dan maak je dat toch lekker zelf uit?
Britt: Ik zal me een beetje opfrissen en dan kom ik zo. Wat is het trouwens stil. Waar zijn de kinderen?
Johan: Uit logeren.
En daar glunderen Britt's ogen al weer.
Ze frist zich zo snel mogelijk op om daarna heel dicht naast Johan op de bank te belanden...
Johan: Wat was je snel. (glimlachend)
Britt knikt en kijkt verliefd in Johan's ogen, en...
Ze omhelzen en zoenen elkaar. Verder niets, alleen kussen en knus dicht bij elkaar zitten. Dat voelt goed en dat vinden ze heel erg fijn.
Johan is inmiddels ook al in zijn badjas beland en hij ligt op de bank met Britt dicht tegen hem aan.
Britt: Johan?
Johan: Ja Britt??
Britt: Ik vind dit ook heel fijn. Vrijen ook, maar dit voelt gewoon heel goed. Ik ben heel blij dat ik je ben tegengekomen en dat je, ondanks alles, toch bij me bent gebleven. Ik vind het heel naar voor jou dat ik je een tijdje niet herkende.
Johan: Dat kwam omdat je die slag tegen je hoofd hebt gehad.
Britt: Maar ik deed heel naar tegen jou.
Johan: Dat is allemaal vergeven en vergeten. Ik ben heel blij dat jij weer gezond bent en dat we lekker samen verder kunnen, wij, jij en ik, en de kinderen.
Britt: Wil je dat? Ik bedoel SAMEN verder?
Johan: Ja, ik wil samen met jou oud worden. Lieve Britt wil jij met me trouwen en mijn vrouw worden?
Britt: Was ik alweer vergeten dat je dat gevraagd heb? Zie je wel dat het niet goed met me gaat! En ik moet volgende week ook weer naar de dokter toe. Oh, het gaat echt niet goed komen met mij en dan ....
Johan: Rustig eens Britt. Je was het niet vergeten. Ik wilde het zelf gewoon nog een keer vragen, ik hoorde zo graag dat je JA zou zeggen.
Britt: Echt? Nou dan heb je hier je antwoord: JA, ik wil. Ik wil met je trouwen en ik wil met jou oud worden. En ik wil, ach ik wil gewoon veel te veel en daar krijg ik straks natuurlijk mijn straf weer voor. (en dan verbergt ze haar hoofd tegen Johan's borst en huilt weer.)
Johan streelt zachtjes haar haren: Liefje, wat is er nu? Eerst ben je heel blij en vrolijk en ineens zie ik allemaal verdriet bij je.
Britt: Ik wil gewoon teveel.
Johan: Wat zou je dan nog willen? Vraag het maar en dan zien we wel.
Britt: Als ik het vraag dan gaat er vast wel weer wat gebeuren. Dat is steeds zo geweest. Dit leven is alleen maar om te accepteren wat je krijgt. Voor mij is er niets te willen.
Johan: Brittje, kom op. Nu niet somber worden. Zeg eens wat je graag zou willen. Ik zou je graag helpen als ik kon, maar dan moet ik wel weten wat je wilt.
Britt: Ik zou graag willen dat je meeging naar de dokter volgende week. Ik ben bang.
Johan; Maar natuurlijk ga ik met je mee, en je hoeft echt niet bang te zijn. Welke arts moet je heen? De neuroloog of de keuringarts?
Britt: Volgende week dinsdag een hele dag naar het ziekenhuis voor allerlei tests en onderzoeken. Donderdag naar de neuroloog en misschien vrijdag, anders die week erop naar de keuringsarts. En die bepaald of ik weer mag werken of wordt afgekeurd... (snif, snif)
Johan: Dat doen ze niet zomaar. Maar laat dat werk en die dokters maar even los. Je ligt zo lekker in mijn armen, laten we maar lekker van elkaar genieten.
En door haar tranen heen breekt een voorzichtige lach.

De volgende ochtend op het commissariaat roept Nadine haar direct binnen.
Nadine: Gaat het nu weer Britt? Jij hebt gisteren veel te veel hooi op je vork genomen.
Britt: Maar u heeft mij al die opdrachten gegeven.
Nadine: Sorry. Ik had geen idee hoeveel het was. Maar je mag me gerust zeggen als het teveel is hoor. 
Britt: Maar u bent de baas.
Nadine; Ja en? Maar bon. Je had al begrepen dat ik bij Johan was geweest en dat je, zeker deze en volgende week, maar halve dagen mag werken.
Britt: Maar volgende week ben ik al zoveel afwezig.
Nadine; Je controles en je keuringen zeker? Ben je zenuwachtig Britt?
Britt zegt niets en staart hardnekkig naar de vloer.
Nadine: Britt??
En daar jankt ze al weer heen. Ze schaamt zich en wil op staan om weg te lopen maar Nadine belet haar dat.
Nadine; Je mag het wel zeggen hoor. Het is ook beangstigend als een ander over jou gaat beslissen. Maar het gaat toch goed met je? Ik bedoel, het politiewerk dat je doet doe je weer zoals vroeger, je inzet is weer meer dan 100% en de resultaten zijn ook oké.
Britt: Maar ik vergeet nog steeds dingen. Gisteren vroeg Johan of ik met hem wilde trouwen en ik wist niet eens of hij dat nou wel of niet gevraagd had.
Nadine: Ik denk dat je wat veel gespannen bent voor volgende week. Laat het maar gewoon op je af komen. En als ze twijfelen aan je, mag je ze echt wel naar mij verwijzen, ik zal je heus niet laten vallen. Beter nog, ik kan je hier niet missen. En je team ook niet, al zullen ze dat niet makkelijk hardop zeggen, maar ik het merk het aan hun gedrag.
Britt: Dus ik hoef geen volle dagen te werken? (en ze slaakt en diepe zucht) Dank je Nadine, ik durfde dat zelf niet te vragen maar het was wel erg veel.
Nadine: Britt ik zou graag willen dat je het mij zegt als het je teveel wordt. Jij weet wat je aankunt, ik kan dat niet door je heen zien. En ik heb geen zin aan kwaaie koppen van jou als IK telkens moet zeggen dat je het rustig aan moet doen.
Britt: Hartstikke bedankt Nadine. Kan ik dan wel met Merel werken of moet ik bureaudienst doen?
Nadine: Overleg maar met Merel en dan zal het wel los lopen. Hou je me op de hoogte hoe het gaat? Oké dan. Tot later Britt.

Die middag kan Britt dan eindelijk bij Tony op bezoek. Die is van de intensieve af, maar ligt er verder bepaald niet florissant bij. Ze ligt op een kantelbed vanwege haar wervelfracturen. Ze mag, en kan ook geen millimeter verroeren. Haar hoofd zit in een tractie en haar linker been en rechterarm ook. Haar gezicht zit nog onder de blauwe plekken en er zitten nog steeds veel hechtingen in het gezicht. Britt moet echt even slikken als ze dit ziet.
Johan merkt dat en legt zachtjes een hand op Britt haar rug en langzaam lopen ze verder op Tony toe.
Britt: Tony, ça va?
Tony: Veel pijn Britt, veel pijn.
Britt: Ik zie het.
Tony: Dat kun je niet zien, dat voel ik.
Britt: Maar ik zie het aan uw ogen. Het spijt me zo zeer dat ze jou hebben aangepakt terwijl het voor mij bedoeld was.
Tony: Hoe bedoel je, voor jou bedoeld?
Britt; Hebben ze je nog niets gezegd over het ongeval?
Tony: Ze hebben me niets gezegd. Ik herinner me dat jij en ik door de kuip liepen , en het volgende wat ik me herinner is dat ik een groot wit plafond zie. Daartussen ben ik een en ander kwijt.
Britt: Ik zal het je nu ook maar niet zeggen? Je ziet er beroerd uit.
Tony: Zeg het me maar Britt, ik kan er niet tegen als ze wat voor me achter houden.
Britt: Ik had het even moeilijk en toen stelde jij voor om te gaan lunchen en een wandeling te maken en ineens op de Grasbrug kwam er zo'n idioot op ons afscheuren met zijn auto. Jij duwde mij opzij zodat ik niet zou worden aangereden, jij struikelde bijna en die vent gooit zijn auto in de achteruit, zet hem weer naar voor en ...
Tony: Ja en???
Britt: Hij reed zo op jou in, over jou heen. Ik dacht dat ik dood ging toen ik jou daar zag liggen. Jij hebt mijn leven gered en bent er bijna zelf aan bezweken.
Tony: Die vent krijg ik terug. Reken daar maar op. Wie was het?
Britt: De laatst van de club van Dashi.
En als Britt dat zegt voelt ze haar eigen misselijkheid maar krijgt Tony het ook te kwaad. Maar omdat die helemaal gefixeerd ligt kan ze niets beginnen maar de energie in haar krijgt heel veel kracht en ze begint te heel hard te schreeuwen en het zweet gutst haar van het hoofd en dan ineens begint ze te schokken en te schuimbekken.
In no-time staat er een ploeg met artsen en verpleegkundigen om haar heen en wordt Britt naar de gang gestuurd.
Britt: Johan, wat heb ik nu fout gedaan??
Johan: Niets Britt. Tony vroeg wat er gebeurt was en dat heb je verteld. Het kwam blijkbaar heel zwaar aan bij haar. De artsen zullen zo wel komen om te zeggen wat er is.

En inderdaad komen even later de artsen weer buiten.
Arts: Tony heeft een epileptisch insult gehad. We weten nog niet wat de oorzaak is, dat zullen we nog wel gaan onderzoeken, maar ze heeft medicijnen gehad en is weer uit de aanval. Ze zal denk ik wel hoofdpijn hebben nu en heel moe zijn, maar u kunt wel even bij haar terug.

Tony: Oh, Britt, wat hebben ze toch gedaan met ons??
Britt: Gaat het Tony, of zal ik een andere keer terug komen?
Tony: Wil je nog even blijven? Gewoon even hier naast me zitten?
Britt; Natuurlijk.
Tony: Hoe is het met jou gegaan op die brug?
Britt: Ben tegen de leuning gevallen en had een paar gekneusde ribben. Het gaat wel weer en ik ben weer aan het werk.
Tony: En met Johan?
Britt; Hij heeft me ten huwelijk gevraagd.
Tony: Dat had hij toch al?
Britt wordt weer angstvallig stil.
Tony: Wat is er Britt?
Britt: Zie je wel dat ik vergeetachtig ben. Ik wordt vast afgekeurd volgende week.
Tony: Doe niet zo mal. Jij blijft gewoon bij ons hoor. Ik ga beter worden en dan gaan jij en ik mooi samen weer aan het werk.
Britt: Ik ben bang van niet.
Tony: (nu een beetje boos klinkend) Je denkt toch niet dat ik voor de kat zijn viool hier lig of wel? 
Maar nu begint Britt heel hard te huilen en wil weglopen, maar omdat ze Tony's hand nog vast had lukt dat niet, want die houd haar heel stevig tegen.
Britt: Tony, laat me gaan. Ik doe alleen maar foute dingen.
Tony: Britt, blijf bij me alsjeblieft. Ik heb je nodig.
Britt: Maar ik kan niks.
Tony: Echt wel. Ik lig hier omdat jij in mij geloofd. Ik voelde dat er iemand was die mij niet los kon laten. Daar heb ik een heleboel kracht uitgehaald. De artsen stonden versteld dat ik uit het coma was gekomen, dat ik het überhaupt heb overleefd, en dat allemaal omdat ik om je geef Britt. Laat het niet afweten. Ik weet dat het voor jou een zwaar gevecht is, maar Johan zal je erbij helpen, Nadine ook, heel het team. Op mij moet je ietsje langer wachten maar ik ben er ook voor jou.
Britt: Echt waar Tony?
Tony: Echt waar Britt.
Britt buigt zich voorover en geeft Tony een zoentje op haar voorhoofd en strijkt wat haren uit het gezicht: Bedankt Tony.
En dan zakt Tony in slaap . De valium doet zijn werk.
Johan: Kom Britt, we gaan naar huis. Het was genoeg voor vandaag.
Britt knikt en zoekt snel bescherming in Johan's armen...
Johan: Gaat het? (vriendelijk)
Britt: Het gaat wel... (zacht)

Johan rijdt hen naar huis. Daar aangekomen gaan ze nog eventjes op de bank liggen... Johan zit rechtop, en Britt ligt met haar benen op de bank en haar hoofd op zijn borst.
Johan streelt haar rustig door haar haren...
Johan: Gaat het echt met je, lieverd? (vriendelijk)
Britt: Ja, zei ik toch. (met een zwakke glimlach om haar mond)

Maar Britt reageert niet...
Johan helpt haar overeind en rijd hen weer naar huis, waar Britt, als in een automatisme, in bed kruipt...

De volgende dag, om 10 uur bij de dokter...
Arts: Britt, je kunt gerust zijn, echt. Ik heb hier de uitslagen en wil graag dat je met me meekijkt. Het is niet eng, het is heel goed en duidelijk zichtbaar. Als je het zelf ziet, zul je het ook beter begrijpen.
Johan: Wat is het dan?
Arts: Britt, kom je even hier naast me staan bij de lichtbak.
Met tegenzin gaat Britt staan en kijkt naar haar foto's op de lichtbak.
Britt; Wat moet ik zien dan?
Arts: Kijk, hier. Daar zit het probleem. Duidelijk zichtbaar en heel goed behandelbaar.
Britt; Maar wat is het?
Arts: Er is een wervel in uw nek verschoven en die drukt op zowel een bloedvat als op een zenuw. Daardoor voel je steeds hoofdpijn en duizeligheid. Omdat de bloedtoevoer niet optimaal is krijgen de hersenen soms een beetje zuurstof tekort, en dat ervaar jij als vergeetachtigheid, maar dat is niet zo.
Britt; En dus nu moet ik worden afgekeurd?
Arts: Wie heeft het over afkeuren?
Britt; Ik moet vrijdag voor de keuring of ik terug mag in operationele dienst.
Arts: Ik zal contact opnemen met de keuringsarts en om twee weken uitstel vragen. In die tijd kan ik je laten behandelen en dan hebben we nog wat tijd over om aan te sterken
Britt: Wat moet er dan gebeuren met mij? Wordt ik geopereerd? Ik durf dat niet. Niet in mijn nek!
Arts: Nee, Britt, het kan veel eenvoudiger. De manueel therapeut kan het zaakje weer mooi rechtzetten en dan ben je van al je klachten af.
Johan: Maar dat is heel mooi.
Britt; Johan, zal het echt werken denk je?
Johan: Zoals het nu is kun je ook niet meer Britt. Elke dag die pijn en die klachten. Laat je helpen. Je weet dat wij achter je staan.
Britt; Moet ik weer worden opgenomen?
Arts: Ik bel even met Thomas, de therapeut en zal met hem overleggen.

En dus mag Britt weer voor drie dagen naar het ziekenhuis. 
Een dag voorbereiding, dat wil zeggen platte bedrust met veel relaxantia, zodat de spieren goed ontspannen. Ze ligt er als een slappe pop in bed, en slaapt bijna heel de dag, en van het bezoek van Johan en Simon en Dorien krijgt ze ook niet veel mee.
De tweede dag komt de therapeut om de nekwervels te manipuleren. Ondanks de medicatie is het een zware klus. De boel zit al een aardig tijdje op foutieve wijze vast en dus kost het Thomas heel wat moeite om de wervels ten opzicht van elkaar te bewegen. Het lukt niet in een keer en dus zal hij of 's middags, of de andere dag nogmaals moeten proberen.
Maar 's middags is Britt zo beroerd te pas dat ze haar met medicijnen in slaap hebben gebracht en er dus niets gedaan wordt.
De derde dag ziet Britt als een berg tegen de behandeling op. Ze huilt als Thomas binnenkomt.
Thomas: Wat is er Britt? Zie je er zo tegenop?
Britt; Ja, het deed zo'n pijn gister. Ik was er gewoon ziek van.
Thomas: Helaas zat de boel heel erg vast. Maar je hebt extra medicijnen gehad, dus zal het vandaag beter moeten gaan.
Britt: Vooruit dan maar, als het moet. (nu huilend)
Thomas: Ik zal voorzichtig met je doen, maar we moeten er samen echt even doorheen. Daarna zul je blij zijn dat je hebt doorgezet. 
Britt: Waarom ben je nu stil Thomas?
Thomas; Ik zat me even te concentreren.
Britt; Sorry.
Thomas: Geeft niet. Ik was nog iets vergeten te zeggen.
Britt: Wat dan?
Thomas: Als ik klaar ben zul je een stijve halskraag krijgen. Een week zeker, om de nek te ondersteunen en om te voorkomen dat de wervels in hun foutieve voorkeursstand terugschieten.
Britt: Wat is dat een stijve halskraag?
Thomas: Zo'n kraag die ongevalslachtoffers ook omkrijgen als ze verplaatst moeten worden.
Britt; Moet ik dan hier blijven of mag ik naar huis als ik klaar ben?
Thomas: Johan mag u om vijf uur op komen halen.
Britt; Mag ik hem dan eerst even bellen? Alsjeblieft??
Thomas; Natuurlijk. Als jij daar rustiger en meer ontspannen van wordt mag je dat.
Na het telefoontje zucht Britt nog eens diep en zegt dan: Vooruit dan maar. Zet de boel maar recht. Zeg maar wat ik doen moet.
Thomas: Jij moet niets doen. Ik doe het werk en jij zorgt er alleen voor dat je helemaal ontspannen bent.
Voorzichtig zet hij zijn handen op Britt haar hoofd. Een hand onder haar kin , de ander in haar nek en heel zachtjes beweegt hij het hoofd. Dit kan Britt nog wel hebben, alhoewel ze wel een vreemde tinteling voelt.
Nu legt hij de hand in een andere positie en gaat achter Britt haar hoofd staan. De ander hand ligt op Britt haar voorhoofd en weer beweegt hij heel zachtjes, maar de tintelingen lijken erger te worden en Britt wordt angstig.
Britt; Thomas, het tintelt, ik ben bang.
Thomas: Dan gaan we de goede kant op. De tintelingen geven aan dat de zenuw nu van de drukt ontlast wordt. Wat nu gaat komen zal even heel erg pijn doen, maar met een beetje geluk is dat het laatste wat ik moet doen. De rest is dan voor jou.
Thomas "schaalt" haar hoofd in zijn handen die een schuitje vormen en langzaam leunt hij achterover zodat de trekkracht op de nekwervels langzaam opgevoerd wordt . Met zijn vingers voelt hij een hele kleine beweging. Britt voelt zijn wijsvinger ineens in haar nek drukken en vertrekt pijnlijk haar gezicht.
Thomas: (een beetje hijgend van inspanning) Nog een klein stukje Britt. Heel even door de pijn heen en dan ..... KLAK. Zit het goed.
Maar Britt is door de pijn al flauw gevallen. De tranen lopen over haar gezicht.
Thomas neemt een koude doek en wrijft die over Britt haar gezicht waardoor ze weer bij komt.
Britt; Is het voorbij Thomas?
Thomas; Ja, Britt. Het is voorbij. Als het goed is heb je nu geen tintelingen meer en is je hoofdpijn nu al helemaal weg.
Britt; Ja, zeg, het is over. Mijn hoofd doet geen pijn, en mijn ogen kunnen alles zien zonder dat het pijn doet. Och, wat fijn is dat. Bedankt dat je dat gedaan hebt voor mij.
Thomas; Dat is mijn werk, maar ik ben wel blij dat jij geen klachten meer hebt. Maar je moet nu even zo stil mogelijk blijven liggen. Ik leg even wat zandzakjes naast je hoofd zodat je je niet kan bewegen. Ik moet die kraag even gaan halen en wil niet bij terugkomst opnieuw moeten beginnen.
Britt; Ik doe wat jij me zegt.

Na een kwartiertje is hij terug met de kraag en legt die om bij Britt. De kraag is instelbaar en dus sleutelt Thomas wat totdat er zekere spanning op de nek komt. Daarna wordt er een controlefoto gemaakt en als alles oké is mag Britt weer rechtop komen zitten. Even is ze wat onzeker en lijkt het of ze een duizeling krijgt, maar als Thomas haar een hand reikt en haar vraagt om te gaan staan gaat het al allemaal al wat beter. 
Samen lopen ze terug naar de afdeling waar Britt zich kan omkleden en klaar maken voor vertrek en alleen maar hoeft te wachten op Johan.
Britt; Mag ik ook nog even naar Tony toe?
Thomas; Jij mag wel oplopen, maar doe het de komende dagen een beetje rustig aan. Niet werken en lekker thuis blijven en leuke dingen voor jezelf of met je dochter doen.
Britt: Hoe weet je dat ik een dochter heb?
Thomas: Ze was vanmorgen of de fysio om haar enkel te laten tapen.
Britt; Bedankt nogmaals. Ik zal doen wat je me gezegd hebt.
Thomas; Tot volgende week dan.

Britt is blij als een kind dat ze eindelijk klachtenvrij is en ze loopt door naar Tony's afdeling.
Die ligt nu net op de buik en dus kunnen ze elkaar niet aankijken, althans niet rechtstreeks.
Tony heeft een spiegel voor haar gezicht zodat ze kan zien wie er bij haar is.
Britt; Ca va?
Tony: Dat kan ik beter u vragen. Wat heb jij nou weer om je nek zitten?
Britt; Een kraag. Mijn nekwervels zijn gemanipuleerd omdat ze scheef zaten. Daardoor had ik nog steeds klachten maar het is nu helemaal over.
Tony: Dus je wordt goedgekeurd en houd mijn plekje vrij op het commissariaat?
Britt; Natuurlijk.
Tony: Britt, wil je mij een hand geven?
En Britt reikt haar hand binnen het bereik van Tony die hem aanneemt en er zachtjes in knijpt.
Tony: Ik wist het Britt. Het zou toch goed komen had ik gezegd?
Nu kan Britt het niet meer laten, en met moeite bukt ze zich en legt zich languit op de rug op de grond om toch oogcontact met Tony te krijgen. En zo liggen ze even gezellig te babbelen. 
Britt: En nu jij nog Tony. Ik wil je weer terug als partner.
Tony: Ik doe mijn best, maar het kan nog wel even duren. Vraag maar aan de dokter.
Britt; Geven ze wel informatie dan?
Tony: Ik heb gezegd dat jij informatie over mij mag vragen.
Dan komt Johan binnen en hij schrikt als hij Brit top de grond ziet liggen.
Johan: BRITT??? Wat is er gebeurt?
Britt; Ik ben met Tony aan het praten.
Johan: Alles goed met u? Waarom lig je op de grond?
Britt: Anders kan ik haar niet zien.
Tony: Dag Johan.
Johan: Hoi Tony, hoe gaat het?
Tony: Het gaat wel. Maar je mag Britt weer meenemen hoor. Ze klets me de oren van het hoofd. Tot een volgende keer Britt, en uh, rustig aan, wil je?
Britt; Ja moeder, ik zal rustig aan doen.

En zo gaat Britt weer naar huis. Moe maar heel voldaan.
Nog een weekje thuis en dan kan ze voor controle. De wervels zijn goed blijven staan, maar de kraag moet ze nog een week dragen. Daarna kan ze toe met een zachte kraag maar ze kan en mag er wel mee werken. En dan komt de dag van de keuring ook weer in het verschiet.
Johan merkt dat ze weer nerveus wordt.
Johan; Britt, alles is toch goed gekomen?
Britt; Ja, maar ik ben wel nog zenuwachtig. Wil jij mee gaan morgen?
Johan: Voor jou, altijd.

En ook bij deze keuring blijkt alles goed te zijn en wordt Britt 100 % arbeidsgeschikt verklaard en mag dus terug in actieve politiedienst. Nu huilt ze van blijdschap.
Zowel thuis als op het commissariaat wordt Britt's herstel groots gevierd. Iedereen is blij voor Britt.
Nadine; Ik ben blij dat je er weer helemaal bij bent Britt. Welkom terug. Maar ik hoop dat onze afspraak wel blijft staan.
Britt: Welke afspraak?
Nadine; (lachend) Ben je toch vergeetachtig?
Britt: Nee hoor. Oh, je bedoelt ...
Nadine; Juist ja, die dat je niet teveel hooi op je vork neemt en het bij mij aangeeft als het teveel wordt of ik teveel van je vraag.
Britt; Zal ik doen, en anders zal Johan me er heus wel aan herinneren.

Die avond vieren Britt en Johan heel intiem Britt's volledig herstel en voor het eerst in tijden kan Britt zich helemaal geven en genieten ze intens van elkaar.
Johan valt nadien met een glimlach in slaap en Britt ligt in het schemer nog een tijdje van hem te genieten voor ze zelf ook in slaap valt.
En prompt de ander ochtend zich overslaapt voor het werk.
Om 10 uur schrikt Johan wakker...
Johan: Britt, we hebben ons verslapen!!
Britt schiet rechtop...
Britt: En dat voor mijn 1ste werkdag terug (huilend)
Johan: Hč, dat kan iedereen overkomen. Het is geen ramp hoor.
Britt: Maar mijn eerste werkdag !
Johan: Nadine zal het wel begrijpen. Ik maak je een ontbijtje dan kun jij je douchen en daarna naar je werk gaan.
Britt: Ik hoef geen ontbijt, ik ben al te laat.
Johan: Zonder ontbijt kom je de deur niet uit.
Britt: Zeg, ik ben je dochter niet.
Johan; Maar wel mijn vriendin en daar zorg ik goed voor.

Na een haastig ontbijtje vertrekt Britt naar het commissariaat om haar werkzaamheden weer volledig op te pakken. Nadine staat haar bij de deur van haar kantoortje al op te wachten.
Britt denkt: Oh, jee hier zul je het hebben. De eerste dag te laat en niet zo'n klein beetje ook.
Nadine: Leuk Britt, dat je ons komt verblijden met je bezoek.
Britt: (nederig) Sorry, we hebben ons overslapen.
Nadine: Maak je geen zorgen. Het was vanochtend nog niet zo druk. Ga even zitten. Koffie?
Britt staat al op om ze te halen.
Nadine: Zeg, blijf eens even zitten. Ik kan zelf wel koffie halen hoor.
Nadat ze terug is: Dus Britt, je bent er weer helemaal bij vanaf vandaag. Goedgekeurd. En alles oké. Je moet nog wel weer terugkomen bij de arts voor na controle?
Britt; Ja over twee maanden en dan zal hij steeds zien of ik nog weer moet komen.
Nadine; Voor je eigen bestwil, en voor het team: Doe het voorzichtig aan alsjeblieft. We willen je niet weer kwijt raken Britt.
Britt; Ik zal mijn best doen baas.
Nadine; Hoe is het met Tony? Ik krijg geen informatie over haar toestand.
Britt; Nog steeds weinig verbetering. Ze ligt nu al zeker 6 weken helemaal plat op bed. Haar been en arm zijn uit de tractie. Ze is geopereerd en ze hebben platen en pinnen en schroeven en zo ingebracht. Maar haar hoofd zit nog steeds in tractie en de wervels zijn nog niet weer goed gegroeid.
Nadine: Hoelang zal dat nog duren denk je?
Britt: Ik ben geen arts, maar als ik er weer kom zal ik het eens vragen.
Nadine; Hoe is haar stemming?
Britt; Ze doet zich heel goed voor, maar ik denk dat ze van binnen heel bang is, net als ik toen.
Nadine; Dat geloof ik graag. Maar nu zit jij dus tijdelijk zonder partner. Ik heb wel een vervanger op het oog.
Britt: Mag ik weer de straat op dan? Want als ik bureau werk moet doen kan ik dat ook wel alleen.
Nadine; Jij bent toch volledig hersteld? Nou dan ga je gewoon al je taken weer doen en daarbij kun je heel goed een partner gebruiken.
Britt: Als u dat zegt. 
Nadine: Kun jij je hier even mee bezig houden (en ze geeft een stapeltje PVs die gecontroleerd moeten worden) dan zal ik eens zien of ik je nieuwe partner kan bereiken.
Britt: PV's ??
Nadine: Ja, dat zijn processen verbaal. Weet je nog? En daar staat je bureau.
Britt; Ik ga al.

Na een klein uur komt er een stoere meid binnen lopen met een bomberjacket aan en een baseballpet op en ze loopt in een streep door naar het kantoor van Nadine.
Britt kijkt eens achterom en denkt: moet ik daar mee gaan werken?
Lang hoeft ze niet te wachten op antwoord want Nadine roept haar binnen.
Nadine: Britt, dit wordt je nieuwe partner tot Tony er weer is. Sofie Beekman, komt van de federalen, jou niet onbekend. Sofie, dit is Britt MIchiels, ook ooit van de federalen maar gelukkig nu voor ons werkend. Veel ervaring en een harde tante als het moet. Ik denk dat jullie het wel goed met elkaar kunnen vinden. Ga eerst even lunchen en wat met elkaar kennismaken en kom tegen half twee weer binnen dan zal ik zien of er wat voor jullie is.

En zo worden ze het kantoor weer "uitgezet" .
Britt: Jeetje, wat had die ineens een haast.
Sofie: Zo is ze wel vaker.
Britt; Ken je haar?
Sofie: Ja ze was mijn baas bij de federalen. Heb daar een tijdje undercoverwerk gedaan , maar dat ging niet meer en ik wilde de politie niet opgeven, dus heeft ze gezorgd dat ik tijdelijk hierheen kon.
Britt: Aangenaam, Britt Michiels, hoofdinspecteur, moeder en weduwe. Zo heb je alles in een keer gehoord.
Sofie: Nou, Nadine had mijn naam al genoemd. Je weet dat ik van de federalen kom en verder zullen we wel zien hoe het gaat lopen. Trouwens, al doe ik niet alles volgens het boekje, ze zeggen dat ik wel een goede politieagent ben.
Britt; Dan geloof ik heus wel als Nadine je hierheen haalt om met mij samen te werken.
Sofie: Je partner, is het daar slim mee?
Britt: Die heeft mij willen beschermen toen iemand me omver wilde rijden en heeft zelf de klap opgevangen. Ligt nu al zes weken in het ziekenhuis met drie instabiele wervelfracturen.
Sofie: Da's shit. 
Britt; Zeg dat wel. Ik mis haar echt.
Sofie: Ik kan haar niet vervangen, en ik ben Tony niet, maar ik hoop dat wij desondanks toch goed zullen samen erken.
Britt; Ik ga mijn best doen. Eerst maar eens inwijden in ons lunchuurtje. Meestal gaan Tony en ik even naar de Combi. Dat is een cafeetje hier een eindje verderop. 
Sofie: Oké, laat maar zien.

En ze hebben een heel gezellige lunch en praten erin en eruit met elkaar en zowel Sofie als Britt hebben het idee dat het wel goed gaat lopen tussen hun twee.
Wanneer Britt op haar horloge kijkt om te zien schrikt ze zich rot...
Britt: Shit Sofie, het is al kwart voor 2 !! (paniekerig)
Sofie: Dat is ze wel gewoon van me. (glimlachend) Maar je hebt gelijk, we kunnen ons beter haasten nu...
Britt: Ik trakteer.
Britt doet teken naar Jean en gooit snel wat geld op de tafel. Jean knikt en Britt en Sofie haasten zich naar het commissariaat...

Nadine: Michiels, kan je even in mijn kantoor komen? (streng)
Britt schrikt van deze strenge toon van haar baas, maar laat zich niet kennen en stapt moedig Vanbruane's kantoor in, waar ze een uitbrander krijgt...

Nadine: Je was vanmorgen ook al te laat en nu weer.
Britt kijkt even bedremmeld naar de grond en probeert zich goed te houden. En het lukt: het spijt me, Nadine. We waren de tijd vergeten.
Nadine, die zeer veel belangstelling had voor de reactie van Britt. Ze wilde haar eigenlijk even testen, om te kijken hoe het nu echt met haar ging zei nog even boos: ik ga er vanuit dat het alleen vandaag zo gaat, morgen verwacht ik je op tijd.
Britt: Tuurlijk, Nadine.
Dan kijkt Nadine haar even aan en vraagt: en denk je dat jullie een beetje kunnen samenwerken?
Britt is verbaasd door deze omslag van Nadine en kijkt haar dan ook verbaasd aan en weet niet zo goed wat ze moet zeggen.
Nadine: Als jij denkt dat het niet gaat werken tussen jullie twee, dan moet je dat zeggen en dan regel ik iemand anders voor je.
Britt: Nee, dat is helemaal niet nodig. Ik heb het gevoel dat we prima kunnen samenwerken. Ik neem aan dat u niet anders verwacht had. U kent haar en u kent mij dus ik had ook niet verwacht dat u met iemand zou aankomen die helemaal niet bij mij paste.
Nadine lachte even vriendelijk: ik heb er alles voor over dat het weer goed komt met je. Alles.
Britt keek haar baas blij aan: dat weet ik.
Nadine: oké, ik denk dat het makkelijk is als jij Sofie even een beetje wegwijs maakt hier op het commissariaat. Aan iedereen voorstellen de plaatsen wijzen, dan hoor je het wel als ik een zaak voor jullie heb. Maar eerst stuur je Sofie naar mij.

Britt loopt opgelucht naar buiten en zegt dan tegen Sofie dat ze naar Vanbruane moet. Langzaam staat Sofie op en ze wandelt op haar gemak naar het kantoortje van Vanbruane.
Nadine: Ga zitten.
Sofie: Wat is er?
Nadine: Ik wil graag dat jij de goede gewoonten van Britt overneemt en niet andersom.
Sofie: het was gewoon gezellig en we waren allebei de tijd vergeten. We hadden er allebei net zoveel schuld aan.
Nadine: Je weet wat er de afgelopen tijd met Britt is gebeurd, houdt daar een beetje rekening mee. Niet te opvallend, daar kan ze niet tegen.
Sofie: Dat had ik al begrepen, u kan op mij rekenen.

Dan staat ze op en loopt naar Britt. Even later lopen ze samen door het commissariaat en wordt Sofie aan iedereen voorgesteld. Verder gebeurt er die dag helemaal niets dus kunnen Britt en Sofie op tijd naar huis, iets wat ze allebei helemaal niet erg vinden...
Als Britt thuiskomt, ziet ze dat de kinderen en Johan er ook al zijn...

Britt: Gezellig. (glimlachend)
Johan: Hoe was je 1ste werkdag terug lieverd? (terwijl hij haar een zoen geeft)
Britt: Uitstekend. Ik heb voor een tijdje tot Tony terugkomt een nieuwe partner, Sofie. Die valt heel goed mee. (glimlachend)

Johan glimlacht tevreden en geeft Britt nog een zoen. (De kinderen zijn ondertussen al naar boven gegaan om hun huiswerk te maken)
Britt zoent hem vurig terug, maar plots komen alle gedachten van haar verkrachter weer naar boven...
Johan merkt aan Britt dat iets haar dwars zit.
Johan: Wat is er Britt? Je lijkt ineens zo afstandig.
Britt: Ik ... ik voel me niet goed.
Johan: Ga je ziek worden ? Nee toch?
Britt: Laat me maar. Ik voel me niet goed en ga naar bed.
Johan: Oh nee Britt. Jij gaat niet in je eentje zitten je niet lekker voelen. We gaan samen zitten en dan ga jij eens met mij praten. Zeg maar wat je dwars zit. Krop het niet weer op.
Huilend begint Britt te vertellen van haar herbelevingen en Johan neemt haar stevig in de armen om haar het gevoel van geborgenheid te geven.
Britt zucht een paar keer diep en kijkt dan door haar tranen heen naar Johan.
Britt: Dank je Johan, dat je dit doet voor mij.
Johan:Geen moeite, ik doe het heel graag voor u. Zie maar dat het helpt als je er maar over praat. Wil je me helpen bij het koken?
Britt: Jij kunt veel lekkerder koken, ik ga me even douchen en kom dan zo ook.
Johan: Dan is de afwas straks voor jou (lachend)
Britt: Daar hebben we toch kinderen voor? Tot zo.

Maar als Johan het eten klaar heeft en de tafel heeft gezet en de kinderen ook al beneden zijn is Britt er nog steeds niet dus gaat Johan naar de slaapkamer om Britt te halen.
Maar Britt is niet in de slaapkamer. Dan loopt hij de douche in die helemaal onder de stoom staat. Hij hoort de douche nog stromen maar ziet Britt niet.
Johan: Brtitt? Waar ben je?
Geen antwoord. Dan stapt hij op de douche af om die dicht te draaien en ziet Britt in elkaar gedoken in een hoekje van de douche zitten te huilen en te rillen, ondanks het hele warme water wat over haar heen stroomt.
Johan pakt een grote badhanddoek en wikkelt die om Britt heen en helpt haar dan uit de douche en neemt haar mee naar de slaapkamer waar hij haar op bed legt en direct toedekt met het dekbed en zelf heel dicht tegen haar aan gaat liggen. Hij ziet dat ze het moeilijk heeft.
Johan: Britt, wat is er nu? Ik dacht dat het wel weer ging met jouw? Wat is er gebeurt?
Britt: Ik ... Toen ik daar stond .... en mijn lichaam zag ....toen moest ik weer denken aan...
Johan: Lieverd, kom dicht bij me. Het gaat wel weer beter worden. Ik denk dat je gewoon moe bent en dat die gedachten dan veel gemakkelijker naar boven komen. Je bent al heel ver gekomen met die therapie. Blijf er mee doorgaan zolang je het nodig hebt, ik sta achter je, ik zal je helpen.
Britt; Maar ik voel me zo ellendig.
Johan: Kom eerst eens even wat eten. Daar zul je ook wel wat van opknappen. Dan zal ik je vanavond eens lekker weer gaan masseren zodat je wat kunt ontspannen.
Britt: Maar ik verwaarloos de kinderen zo.
Johan: Die hebben er heus wel begrip voor, en trouwens die komen niets te kort hoor.
Britt; Hoe kun jij dat nou zeggen? 
Johan: Britt, toe nou. Wees eens niet steeds zo somber van gedachten.
Britt heeft het gehad. Ze kan niet tegen Johan's argumenten op en is het zat om zich steeds te verdedigen.
Ze draait zich om en kruipt helemaal onder het dekbed en begint heel hard te huilen.
Johan wil het dekbed optillen en Britt aanspreken maar Britt begint hem uit te schelden dat het niet mooi meer is.
Aangeslagen loopt hij naar de keuken en gaat met de kinderen alleen aan tafel.
Simon: Waarom komt Britt niet eten?
Johan: Die voelde zich niet zo goed.
Dorien: Wat is er dan met haar?
Johan: Dat kan ik niet goed uitleggen.
Simon: Mag ik naar haar toe?
Johan: Eerst je bord leegeten.
Simon: Ik heb geen honger.
Dorien: Ik ook niet. Ik wil naar mama toe.
Johan: Zitten en eten. (kortaf)
Dorien springen acuut de tranen in de ogen en Simon legt troostend een arm om haar schouders.
Simon: Eet maar af Dorien, dan gaan we daarna even naar je moeder.
Verder wordt er aan tafel gezwegen. Johan zit het ook niet lekker dat hij tegen de kinderen aan het brommen was en wil zich verontschuldigen maar Dorien wil niet meer naar hem luisteren.
Als ze klaar zijn vliegen ze samen naar de kamer van Britt en duiken bij haar in bed maar Britt blijft onder het dekbed liggen. 
Dorien: Mama, waarom kom je niet even bij ons?
Britt: Ga weg, ik wil alleen zijn.
Simon: Britt, alsjeblieft, we zien je zo weinig de laatste tijd. En papa doet ook al zo naar tegen ons. Hebben wij iets verkeerds gedaan?
Als Britt dit hoort kan ze zich niet langer voor de kinderen afsluiten en komt eindelijk , met behuilde ogen weer boven het dekbed.
Britt; Sorry jongens, ik voel me gewoon niet goed.
Simon: Heeft papa ook rot tegen u gedaan?
Britt: Nee, hij zegt alleen steeds dat het wel beter wordt maar ik voel dat niet. Ik kan niet nog langer blijven geloven dat het beter word als ik me elke dag toch weer zo voel.
Simon: Heeft dat met die zaak van laatst te maken?
Britt; Ja.
Simon: Hebben jij en papa daar over gepraat?
Britt; Ja, een beetje.
Simon: En wat zegt hij daarvan?
Britt; Dat het met de tijd wel beter zal gaan, maar dat kan helemaal niet.
Dorien: Wat is er dan gebeurt dat je er nog steeds last van hebt?
Britt: Ik ben mishandeld en ... ver.... verkr....
Simon: Hebben ze u verkracht?????
Britt kan niet meer antwoorden. Ze huilt met lange diepe halen en snakt naar adem.
Dorien is heel erg geschrokken van wat haar moeder vertelde en vliegt haar stevig om de hals.
Dorien: Mama !! Dat hadden ze niet mogen doen.
Britt; Nee, maar het is wel gebeurt. En vaak als het donker is, of als ik alleen ben komen die gedachten weer naar boven en dan voel ik me slecht en vies en kan ik het niet hebben als er iemand in mijn buurt is.
Dorien: Ook wij niet?
Britt: Ik moet dan heel erg mijn best doen. Ik weet dat jullie het zijn, maar ik zie nog heel vaak het gezicht van die mannen en daar wordt ik heel bang van.
Simon: Waarom schiet je ze dan niet kapot?
Britt; Dat mag niet.
Simon: Doe dat dan bij de schietbaan. Als je zo'n doel ziet denk dan dat het die vent is en knal hem overhoop. Papa heeft mij ook wel eens gezegd als ik boos op iemand ben en ik mag niet slaan of schoppen dat ik mij dan moet verbeelden dat zo iemand voor me staat en in gedachten kan ik dan met hem afrekenen.
Britt; Simon je hebt me op een geweldig idee gebracht. Kom eens.
En ze steekt haar armen uit om hem te ontvangen en een stevige knuffel te geven.
Dorien: En ik dan? Krijg ik geen knuffel?
Britt: Jij krijgt er ook een. 
En nu heeft ze beide kinderen dicht tegen zich aan en gaat ze rustig in de kussens liggen met haar grootste bezit veilig in haar nabijheid.
Dan komt Johan binnen met een kop koffie, met het doel om met Britt te gaan praten en zijn excuses te maken dat hij was weggelopen. Hij kijkt blij verrast dat Britt weer "boven" is en de kinderen dicht bij zich heeft.
Britt kijkt hem schuldbewust aan en klopt zachtjes met haar hand naast zich op bed om hem uit te nodigen er ook bij te komen zitten.
Dankbaar neemt hij de uitnodiging aan. 
De kinderen schuiven wat opzij en zo zitten ze met zijn allen gezellig op het bed.
Britt; Johan ik heb de kinderen verteld wat er met mij aan de hand is. Sorry dat ik net zo afwerend deed, maar ik kon er niet meer tegen dat je zei dat het wel goed zou komen. Ik kon dan niet hebben. Maar je zoon heeft me een hele goede tip gegeven en die ga ik morgenvroeg direct uitvoeren.
Johan: Welke dan?
Britt: Ik ga naar de schietbaan en van de doelen maak ik die kerels die me dit hebben aangedaan en die doelen kan ik wel overhoop schieten en hopelijk ben ik dan van die gedachten verlost. Desnoods ga ik elke week doel schieten, als ze maar weggaan uit mijn hoofd.
Johan: Prima idee Britt. Fantastisch. En blijf alsjeblieft met ons praten. Met ons allemaal. Wij zijn allemaal bezorgd om jou en willen je allemaal graag helpen, maar dan moeten we wel weten wat er is. Kun je dat beloven?
Britt; Ja, dat kan ik jullie wel beloven.
Nu komt Britt dan toch maar uit bed en wil in de kamer met de kinderen een spelletje gaan doen maar ze moet van Johan eerst eten. Veel te gemakkelijk slaat ze dat nog over, maar Johan zorgt ook in die zin heel goed voor har.


Anderdaags belt Britt al voor acht uur naar het commissariaat dat ze later zal komen want ze moet eerst naar de schietbaan bij de politieschool.
Alsof haar leven er van af hangt schiet ze er op los.
De instructeur staat erbij en kijkt ernaar. Hij ziet wel dat dit geen gewone schietoefening is.
John: Zo gaat het niet goed, en zo hoort het ook niet, inspecteur Michiels.
Britt; Nee, maar zo werkt het wel voor mij.
John: Wat ben je aan het doen dan?
Britt: Spoken aan het verdrijven.
Johan: En die kun je niet anders pakken?
Britt: Niet als ik niet zelf in het gevang wil komen.
John: Dan moeten het wel heel boze spoken zijn.
Britt: Zijn het ook.
John: Ik zal u een tip geven. Ga eens hier staan. Zo. En richt dan niet op het hart, maar schiet gewoon op het hoofd. Rustig staan, rustig in en uitademen, weet dat deze niet terug zal schieten. Neem je tijd en richt en dan .. KNAL , weg is ie. Probeer het maar eens.
En Britt volgt de instructies keurig op en schiet vijf maal achtereen raak op de kop op het doel.
John: En ? Hoe voelt het?
Britt; Zo goed dat ik deze week of volgende week nog een keer terug kom. En zo vaak tot de spoken weg zijn.
John: Goed idee. Kom dan zo vroeg mogelijk want dan heb je alle ruimte. En als je wilt kunnen we ook nog eens een automatisch wapen nemen. Dat gebruikt dat tuig op straat tegenwoordig ook, dus dan kun je ze met gelijke munt terug betalen.
Britt: Bedankt.

Weer op het commissariaat ziet ze dat Sofie al bij Nadine is.
Nadine: Zo Britt, toch maar weer te laat gekomen?
Britt; Ik had gebeld dat ik later zou komen.
Nadine: Sofie heeft een opdracht. Ga maar met haar mee en maak er wat van.

In de wagen is het stil. Sofie zou eigenlijk wel willen weten wat er is maar durft het niet goed te vragen. Britt maakt een gespannen indruk en ze weet nog niet wat daar achter zit.
Britt; Wat voor melding is het?
Sofie: Huiselijk geweld. Derde melding binnen een maand. De buren maken zich zorgen over de vrouw en de kinderen
Britt: Waar is het?
Sofie; Hoogbouw bij het Rabot.
Britt; Dan moet je hier rechts en de tweede links, dan ben je er sneller.
Sofie: Jij kent de weg, zeg het maar.
Bij de flat aangekomen blijkt de lift stuk te zijn en moeten ze acht verdiepingen omhooglopen.
Sofie sprint naar boven en Britt loopt er hijgend achteraan.
Sofie: Zeg, sport jij nog wel eens?
Britt; Hoe... zo...?
Sofie: Je bent langzaam en je hijgt als een oude stoom trein.
Britt; En bedankt hč, partner.
Sofie: Sorry. Ik zeg al niets meer.
Voorzichtig lopen ze naar het aangegeven adres maar daar is alles stil. Op de galerij belt Sofie even terug naar de centrale om te vragen vanwaar de melding is binnengekomen. Dus kloppen ze eerst aan op nummer 815. Een is schort gestoken vrouw doet de deur op een kier open en fluistert dat ze van niets weet en wil de deur al weer sluiten maar Sofie steekt snel de voet tussen de deur.
Sofie: De melding kwam van uw adres dus u kunt ons vast wel wat meer vertellen.
Vrouw: Als ze zien dat ik met u praat heb ik hier geen leven meer.
Sofie: Als wie wat ziet?
Vrouw: Die van twee deuren verderop, op 819. Die lopen de godganse dag te ruziën en gisteren is hij haar achterna gegaan en had iets bij zich. Ik heb niet gezien wat, maar het zag er niet goed uit.
Terwijl ze dat zegt horen Britt en Sofie al weer lawaai op de galerij en lopen vlug naar buiten en zien nog net dat op 819 de deur wordt dichtgegooid. Kort daarop vliegt een TV toestel door de ruit van de voordeur. Britt en Sofie trekken hun wapen en lopen voorzichtig naar de flat.
Sofie: Bellen we, of laten we ons zelf binnen?
Britt; We moeten bekend maken wie we zijn.
Sofie: En jij denkt dat ze ons binnen zullen laten?
Britt; Dat geloof ik niet.
Sofie: En dus, doen we het zelf.
En ze reikt onder het kapotte glas door en ontgrendeld de deur en stapt dan voorzichtig binnen , goed luisterend waar het tumult zich bevind.
Britt volgt haar op de voet.
Ze horen een huilende baby en een krijsende vrouw terwijl de man als een dolle dries tegen haar tekeer gaat,
Sofie: Handen omhoog. Politie
Man: God.... (en zich ineens omdraaiend) Wat doen jullie hier? Ik heb jullie niet binnen gelaten. Huisvredebreuk Hier maak ik melding van.
Britt; Kop houden en handen omhoog heeft mijn collega gezegd.
Man: En wie mag dat wel zijn dan?
Britt; Britt Michiels, Sofie Beekman, politie Gent en nu handen omhoog.
De man maakt een grijpt beweging naar zijn broeksboord en heel even slaat Britt de schrik om het hart, bang als ze is dat hij een wapen pakt, maar Sofie is hem voor en draait met een geroutineerde beweging zijn arm achter zijn rug en slaat hem in de boeien.

Sofie: En nu meekomen. Op het bureau mag u een verklaring afleggen.
Britt loopt naar de vrouw en de baby: Gaat het? Is er iemand die voor u kan zorgen? Wilt u aangifte doen van deze situatie?
Vrouw: Donder toch op. Wij hebben geen hulp gevraagd. Sodemieter op mens, voor ik u de flat uitkegel !!
Beduusd loopt Britt ook de flat uit en halverwege de trappen blijft ze even staan en merkt dat ze over haar hele lichaam bibbert en trilt. Vlug gaat ze op de trap zitten , bang als ze is dat haar benen het begeven en ze valt.
Wat later komt Sofie weer naar boven gerend.
Sofie: Britt gaat het?
Britt; Waar is die