KERKMOORD    (deel 1)

Maandagmorgen. Een grauwe, doordeweekse Belgische morgen. Sofie loopt depri naar kantoor. Ze heeft weeral eens ruzie gemaakt met Nick, en dat zit haar niet lekker. Eigenlijk vind ze hem best wel tof, maar ze durft het gewoon niet toegeven. Al piekerend loopt ze de trap op, en ziet dus niet waar ze loopt. Pas als Britt juist voor haar neus staat, merkt ze ze op.
Britt: Ook een goedemorgen.
Sofie: Niet vandaag Britt.
Britt; Oké, oké, ik kan er ook niet aan doen dat jij problemen hebt met je huisgenoot hoor, en je moet dat niet tegen mij uitwerken.
Sofie; Sorry, Britt, zal niet meer gebeuren. Hebben we iets te doen?
Britt: Ja, je komt juist op tijd binnen. Er is iemand doodgeschoten in de kerk.
Sofie kijkt weer verbaast op.
Sofie: In de kerk? Wat een idee……
Britt; Ik weet het. Maar zolang dat wij hier staan de babbelen gaat die zaak niet opgelost geraken, we moeten er naar oe.
Sofie draait zich met moeite om, en loopt de trap weer af. Nog steeds depri stapt ze de auto in, en wacht tot die vertrekt. Maar nee, die blijft rustig staan. Ze kijkt Britt vragend aan.
Britt: Ik denk dat jij een nood hebt aan een goeie babbel! Je bent precies depri.
Sofie; (boos): Maar nee, ik ben niet depri en ik heb geen nood aan een goeie babbel. En blijf hier zo niet staan, zo geraken we niet in de kerk.
Britt rijdt dan twijfelachtig door. Ze weet niet goed wat ze moet aanvangen met haar schijnbaar-depri collega. Zeker nu ze een nieuwe zaak hebben. Depri zijn en een moord oplossen. Dat is niet de ideale combinatie.
Sofie: Ik heb weer ruzie gehad met Nick... (plotseling zacht)
Britt: Ik val uit de lucht. (vriendelijk)
Sofie: Maar dat is het probleem niet... (zuchtend)
Britt: Wat dan wel? (verwonderd)
Sofie : Het zit me gewoon niet lekker.
Britt : Wat was er nu weer gebeurd?
Sofie : Hij had de badkamer weer eens niet opgeruimd.
Britt : Mannen eigen. Mark deed dat ook nooit, hoe vaak ik hem daar voor overhoop heb gescholden.
Sofie : Werkte het?
Britt : Niet meteen, ik heb al zijn spullen toen demonstratief in een vuilniszak gestopt en die in de kelder verstopt, na een tijdje was hij door zijn kleding heen, toen heb ik hem de zak getoond en dat heeft de was gedaan en daarna nooit meer wat laten liggen.
Sofie : Dat is een goeie.
Britt : Hoe gaat het eigenlijk met zijn vriendinnen?
Sofie : Ik heb anderhalve maand eigenlijk geen vrouw gezien.
Britt: Da’s vreemd... Nick en geen vrouw rond hem heen, da’s nieuw...
Sofie: Ja, hè?
Britt: Of hij moest verliefd zijn op jou (plagend)
Maar dan krijgt Sofie een rode kop...
Britt : Jij bent ook op hem!
Sofie : Ik weet het niet.
Britt : Jullie zijn net Dorien en Simon, die pesten elkaar ook voor dat ze eerlijk er voor uit kwamen dat ze op elkaar zijn.
Sofie : Dus je maakt me uit voor klein kind?
Britt : Nee, maar jullie gedragen jullie hetzelfde.
Sofie : Waarom heb jij dat dan niet met Johan gedaan?
Britt : Wij hebben het volwassener aan gepakt, hij heeft me dwars geboomd met mijn onderzoek.
Sofie : Heb je wel vaker met advocaten.
Britt: Het gaat nu over jou, niet over mij. Dus ben je op Nick of niet ? (plagend)
Sofie : Ik weet het niet Britt.
Britt : Ga eens met hem praten.
Sofie : Zal ik doen.
 
Ondertussen zijn ze al bij de kerk en lopen de kerk in.
Britt: (aan de omstanders): Wat is er precies gebeurd?
Man: Die man... Neergestoken... (volledig van de kaart)
Britt; Meneer, rustig aan. Adem eerst een paar keer diep in en uit, daarna kom ik naar u terug.
Ze loopt naar de dode man. Veel wijzer wordt ze er niet van. Hij is inderdaad neergestoken, maar verder niets te zien. Ze laat hem zo maar liggen, en belt de Technische Recherche. De man zit nog steeds overstuur op een bankje, maar het gaat al heel wat beter. Sofie zit al wat met hem te praten, maar duidelijk niet over de dode man.
Britt; Sorry, dat ik stoor (veelbetekenend kijkend naar Sofie) maar ik zal u toch een paar vragen moeten stellen.
Man: Ja..ja, vuurlijn (nog steeds heel verward)
Sofie: Ik denk dat we meneer beter meenemen naar het bureau, en nog wat laten bekomen.
Britt : Weet u wie dat is?
Man : De Pastoor, Pastoor Vinkers.
Britt : Bedankt.
 
Dan komen Raymond en Pasmans er aan en Britt bedenkt zich ineens dat dit de kerk is waar Pasmans naar toe gaat. Daarom loopt Britt snel naar hun toe.
Britt : Pasmans, ga even zitten.
Pasmans : Waarom Britt?
Britt : De man die is neergestoken is Pastoor Vinkers.
Pasmans : Dat meen je niet Britt?
Britt : Dat meen ik wel Wilfried.
Pasmans is meteen van streek.
Pasmans; Ma..maar, hoe? Wie? Waarom??
Britt: Dat weten we nu allemaal nog niet, maar we doen ons best om erachter te komen.
Raymond trekt Britt een beetje bij Wilfried weg.
Raymond; Kan je dat niet zeggen aan de telefoon? (kwaad)
Britt: Sorry hoor, ik had er toen gewoon nog niet aan gedacht dat hij HIER naar de mis kwam. Sorry. (verontwaardigt)
Raymond:0ké, dan is het niet zo erg. Ik denk dat je beter een andere patrouille belt, want zo kan hij niet deftig werken. (naar Pasmans kijkend)
Pasmans merkt nu pas dat Britt en Raymond naar hem aan het kijken zijn. Hij loopt zelfverzekerd naar hen toe.
Pasmans; Ik wil het onderzoek doen. Ik wil de schoft die dat gedaan heeft oppakken!!!
Britt; wilfried, denk je niet dat het beter is dat we iemand anders oproepen? het mag niet te persoonlijk worden. (vriendelijk)
Maar Pasmans heeft er zijn zinnen op gezet, en gaat door.
Pasmans,; Nee, Britt, ik wil het echt. Zal ik de getuige verhoren?
Britt; als je echt wilt. Ja, dat kan je, maar; niet te voorbarig zijn hé! Het is niet omdat hij hem gevonden heeft dat hij er iets mee te maken heeft! In een kerk kan zoveel volk binnen. De man kwam misschien gewoon zijn ochtendgebedje opzeggen.
Pasmans: Dat wéét ik Britt (geërgerd) en loopt naar de man toe.
 
Als Britt en Sofie klaar zijn in de kerk, gaat Sofie nog even kijken hoe het met Pasmans zit, want ze heeft hem nog niet gesproken.
 
Sofie; Wilfried? gaat het een beetje?
Pasmans; Ja hoor.. (stoer)
Sofie: Echt?
Pasmans: Ja, echt, het gaat wel. Ik was gewoon wat verschoten. Ik ben klaar hier, kan ik nog iets anders doen? ik wil die schoft echt pakken.
Sofie weet niet echt met wat hij nog kan helpen, dus zegt ze maar dat ie kan binnenrijden en daar nog zien. Britt zit ondertussen al in de wagen. Als Sofie binnenstapt;
Britt; Gaat het al wat beter dan deze morgen?
Sofie: Ja, heus, het gaat. Ik moet absoluut is met Nick praten, alles van mijn hart doen. Die beslissing heb ik nu genomen.
Britt; Dat is goed, Sofietje.
 
Britt; Wanneer heb je die beslissing genomen?
Sofie; Toen ik die dooie man zag liggen. Ik dacht; ik moet NU leven, dus nu ook met Nick praten.
Britt; Wat een dooie toch voor effect kan hebben. (lachend)
Sofie, Dat is helemaal niet grappig Britt. Die man, och arme, had misschien nog heel wat geplant.
Britt; Oei, sorry, ik wist niet dat het je zo diep raakte.
Sofie: Ach, laat ons nu maar binnenrijden... Ik heb Raymond en Pasmans ook naar het commissariaat gestuurd.
Britt: Hoe denk je dat Pasmans het opneemt? (bezorgd over Wilfried)
Sofie; Hij leek mij redelijk goed, daarjuist. Hij houd zich goed alleszins.
Britt; Ja, heb ik ook gezien. Ik hoop maar dat het geen té zware slag voor hem is. Zo katholiek als hij is.
Sofie; Ik denk wel dat het zal gaan
En zwijgend rijden ze verder naar het commissariaat. Maar hoe dichter ze komen, hoe zenuwachtiger Sofie wordt.
Britt; Sofie? Laat je zo niet kennen door Nick.
Sofie: Ik weet het, ik mag mij niet laten doen.
Britt; Kom, we gaan gewoon naar boven, en je werkt aan de zaak. En als hij naar jou toe komt, kan je is praten.
Sofie; Dat wordt moeilijk, maar ik zal proberen. Dank je, Britt, voor al je steun!
Britt knipoogt eens, en stapt de auto uit, naar boven. Sofie blijft nog even zitten: eerst wat kalmeren, zodat ze niet té zenuwachtig boven zou komen, dat zou opvallen.
 
5à 10 minutjes later zitten Britt en Sofie gewoon aan hun bureau te werken, tot Nick en Bruno binnen komen. Sofie zit meteen te trillen op haar stoel.
Britt (fluisterend ) : Hou je gewoon kalm (bemoedigend)
Sofie kijkt verschrikt op als Nick zijn hand op haar schouder legt.
Nick; Sofie, kan ik je even spreken?
Sofie wordt helemaal rood, en kijkt vragend naar Britt. Die geeft haar een bemoedigend knipoogje, en Sofie en Nick verdwijnen in de kleedkamer.
 
In de kleedkamer heerst er stilte. Geen van beide zegt een woord. Ze zitten daar maar alle twee ongemakkelijk naar het plafond te staren. Maar Sofie is niet van plan om te beginnen.Uiteindelijk verbreekt Nick toch de stilte.
Nick: Sofie, die ruzie van vanochtend. Het zit me niet lekker.
Sofie; Mij ook niet, maar ik zou ook graag eens douchen in een badkamer die niet vol vuile was ligt!
Nick: Ik weet het. Ik zal er op letten.
Sofie; Echt? (hoopvol)
Nick, Ja, maar... dan wil ik iets terug.
Sofie (heel verbaast) : Wat dan?
Nick pakt haar vast, en kijkt veelbetekenend.
Nick: Ik ben eigenlijk al een hele tijd verliefd op jou... (zachtjes)
Sofie: Ik... Ik ook op jou... Denk ik... (zacht)
 
Ze kijken elkaar verliefd aan, en beginnen dan innig te zoenen...
Dan wordt er op de deur geklopt.
Nick: Wie??
Bruno: Bruno.
Nick: Wat wil je?
Bruno: Jullie pesten gaat het goed?
Nick: Bruno houdt je mond en laat ons.
Bruno: Ik snap het al tot ziens..
Bruno gaat weer weg...
 
Britt: Zou het goed gaan daarbinnen, denk je? (beetje bezorgd)
Bruno: Ik denk het wel... Volgens mij zijn ze daar aan het zoenen dat de vonken eraf vliegen.
Britt: Ik heb het altijd al gedacht : Men plaagt wie men liefheeft. (lachend)
Bruno: Ik begin steeds meer en meer te geloven in die stelling. (lachend)
Britt: Zo zijn Johan en ik nochtans niet bij elkaar gekomen. (lachend)
Bruno: Och neen?
Britt: Onze kinderen hebben ons bij elkaar gebracht ,hè. (lachend) En jij? Nog niemand op het oog?
Dan valt Bruno stil.
Britt; Wel? heb ik een gevoelige snaar geraakt?
Bruno; Euh, nee, nee, alles is goed.
Het was duidelijk dat hij die vraag niet verwacht had. Britt liet het maar zo, maar ze moest en zou erachter komen waarom hij zo verdwaasd deed.
Na een hele tijd komen Nick en Sofie breed lachend de kleedkamers uit.
Sofie loopt meteen naar Britt toe, want Britt wenkte haar.
Britt; Ik denk dat we maar eens naar het huis van die pastoor moeten gaan.
Sofie: Oké (opgewekt)
Terwijl ze naar beneden lopen, probeert Britt een beetje uitleg te krijgen van wat er in de kleedkamers is gebeurt. Maar Sofie zwijgt als een graf.
 
Britt; Komaan, Sofie!! Ik wil het weten! Als ik je niet had geholpen was je nooit meegegaan met Nick!
Sofie; Britt, nee. Ik zeg niets.
Dan houd Britt de sleutels van de auto boven de auto zelf. Als je niets zegt kan je te voet gaan.
 
Sofie; Dat is chantage!! (plagend)
Britt; Nee hoor, dat is rechtvaardigheid!
Sofie; Oké, oké, je krijgt het hele verhaal. Doe nu die auto open!
Britt: Nee, eerst zeggen.
Sofie; Veel te lang om hier zo te zeggen.
Britt doet dan maar de auto open en stapt in, maar zodra ze zit;, kijkt ze vragend naar Sofie.
Sofie; Wel...
En ze doet heel het verhaal. Britt staat versteld: En jij durfde niet naar hem toe gaan? Komaan! Maar eigenlijk, ik wist het al allemaal.
Sofie; WAAT??!!! Van wie??
Britt; Van Bruno, die is toch binnengevallen...
Sofie, Komaan! en jij zegt mij niets!! Zit ik hier heel dat verhaal te doen voor niets?!
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de pastoor en stappen uit.
Britt; Tja, ik kan er ook niets aan doen hé!
Sofie; Dat zet ik je betaalt!
Britt; Oe, oe, daar twijfel ik niet aan!
Sofie; gelukkig!
Britt; Voorzichtig zijn vanavond hé!
 
Britt loopt snel het huis binnen, om de hand van Sofie te ontwijken. Lachend komen ze de woonkamer binnen, maar daar is het muisstil. Op slag zijn zij ook stil. Uit respect.
Britt vertelt alles wat de familie mag weten en wat ze tot nu toe zelf weten. Britt stelt ook de vervelende vraag of ze iemand zouden weten de moordenaar zou kunnen zijn of met wie hij ruzie had, maar niemand weet iets.
 
Wanneer ze weer op het commissariaat zijn.
Nadine : Zijn jullie al wat wijzer geworden?
Britt : Nee uit de familie valt niet veel te krijgen op het gebied van informatie.
Nadine : Misschien weet Pasmans wat, ik heb het idee dat hij er toch over wil praten.
Sofie : Waar is hij nu?
Nadine : Even een koffie drinken.
Britt: Ik ga wel. Ga jij nou maar naar Nickje. (plagend)
 
En snel muist Britt ervan onderdoor...
 
Britt: Wilfried? (vriendelijk)
Pasmans : Britt, waarom hebben ze dat gedaan?
Britt : Ik weet het niet, maar zou jij me wat over de pastoor willen vertellen, hoe hij was of zo, ik ken hem niet en jij wel, ik zou willen weten wat voorn man het is geweest.
Pasmans : Ja ik wil je wel wat vertellen over hem, hij is nog niet zo lang bij ons in de kerk, maar hij kan zo mooi vertellen.
Britt zet zich zachtjes neer naast Wilfried en laat hem rustig zijn verhaal doen. Wanneer er tranen vloeien, slaat Britt haar arm rond Wilfried en troost hem...
 
Britt: Bedankt, Wilfried. Gaat het gaan, denk je? (bezorgd/vriendelijk)
Wilfried: Ja... Bedankt voor je bezorgdheid, Britt. (glimlachend/zijn tranen wegvegend)
Britt: Ik weet wel hoe moeilijk het is om een dierbaar iemand te verliezen. (vriendelijk/glimlachend)
Pasmans : Ik stel me aan hè?
Britt : Hoezo zeg je dat?
Pasmans : Het is mijn dominee, en ik ben zo van de kaart.
Britt : Iedereen mag zijn verdriet uiten, het is toch iemand waar je je een beetje aan hecht, het is een beetje een vaderfiguur voor jou denk ik.
Pasmans : Je hebt gelijk Britt.
Britt : Voel je je al weer wat beter?
Pasmans : Ja.
Britt : Moet ik nog even wat te drinken voor je halen?
Pasmans: Als je wilt. (zuchtend)
 
Britt loopt weg en komt na een paar minuten al terug met een glaasje water.
 
Britt: Gaat het echt gaan, Wilfried? (bezorgd/vriendelijk)
Pasmans: Ja, echt, maak je maar niet ongerust over mij. (glimlachend/vriendelijk)
Britt : Ik ga niet verder zeuren of het goed gaat, daar word je alleen maar geïrriteerd van, maar je trekt wel aan de bel als je een luisterend oor nodig hebt hè?
Pasmans : Beloofd Britt.
Britt : Ik ga hem toch nog wel even natrekken, misschien vinden we dan nog wel iets, maar denk van niet.
Pasmans: Hoe durf je zoiets te suggereren?! Die man was doodbraaf! (gefrustreerd)
Britt: Wilfried, kalm maar... (rustig)
Pasmans : Sorry.
Britt : Je weet toch dat het moet, en kan toch ook dingen in staan van aangiftes die hij heeft gedaan.
Pasmans : Ja dat is waar. Britt, ik denk dat ik vandaag niet echt in staat ben om te werken.
Britt : Zullen we even naar Vanbruane gaan?
Pasmans : Ja, ik denk dat ik nu toch alleen maar fouten ga maken of mensen op hun zenuwen ga werken.
Britt : Ik vind het netjes dat je het toegeeft, je bent al beter dan ik.
Pasmans : Ja, jij bent te koppig op dat gebeid.
 
Pasmans : Baas, ik denk dat ik vandaag beter niet meer aan het werk meer kan, het lijkt me niet zo verstandig.
Nadine : Ik begrijp het, Wilfried. Kan je naar iemand toe, want ik denk niet dat het erg slim is om alleen te gaan zitten.
Pasmans : Ik denk dat ik naar Vera en Jonas ga, moet mijn petekind toch ook aandacht geven.
Nadine : Of die met zo'n opa geen aandacht krijgt. (lachend) Ga maar, ik beschouw dit als ziek.
Pasmans : Dank je baas.
Pasmans vertrekt...
 
Nadine: En?
Britt: Die pastoor moet een geweldige man zijn geweest, volgens Wilfried. (glimlachend)
Nadine: Wilfried is er wel erg onder, hè.
Britt: Ja... Volgens mij meer dan hij wil toegeven... (zuchtend)
Nadine; Dat is meestal zo bij mannen hè! Maar, ga jij nu maar weer aan het werk, want Sofie is blijkbaar ook niet echt aan het werken.
Britt volgt Nadine haar blik, en ziet Sofie met Nick staan 'praten': handje vasthouden, en af en toe een kusje tussendoor.
Britt schiet in de lach, maar Nadine vind het niet grappig.
Nadine; Wat is hier toch aan de hand??
Britt; Weet je dat dan nog niet? Sofie en Nick zijn een koppel.
Nadine; O jee.... laat ik ze dan beter niet apart werken?
Britt; Maar Nadine toch. Ze zullen niets verkeerds doen.
Nadine: Zeker?
Britt: 100% zeker. (glimlachend)
Nadine: Vooruit dan maar... Maar 1 keer te ver gaan... Je weet nog die situatie met Raymond en Carla?
Britt: Baas, Nick en Sofie kunnen privé en werk echt wel gescheiden houden, hoor. (lachend)
Nadine: Dat zie ik ja.
Britt: Ik ga aan het werk.
Nadine: Als ze te ver gaan, Britt, dan moet jij niet proberen om hen te doen stoppen, goed? Ik houd hen in het oog. (streng)
Britt: Ja, baas. (glimlachend)
Nadine: Wilfried is dus naar huis?
Britt: Ja. (glimlachend)
Britt loopt dan het kantoor uit en loopt langs Nick en Sofie en zegt dat ze in de gaten gehouden worden. Dan gaat Britt weer aan haar bureau zitten en niet veel later komt Sofie naar Britt toe.
Sofie : Ben je nog wat wijzer geworden?
Britt : Nee, moet een hele aardige mag geweest zijn, ik ga hem nog natrekken, maar ben bang dat, dat niets oplevert.
Sofie : Het kan iemand zijn die ongelofelijk tegen de kerk is, maar dat gaat wel heel ver.
Britt : Dat is te overdreven.
Sofie : Ja, maar waarom word hij dan vermoord.
Britt : Geen idee.
Even later komen Nick en Bruno binnen.
Nick: dat kan niet waarom heb jij wel bericht gekregen en ik niet?
Bruno: Weet ik veel.
Sofie: Wat is er aan de hand?
Nick: Bruno vertelt mij net dat we ons huis uit worden gezet.
Sofie: Wat? Waarom?
Nick: Heb jij je huur betaalt?
Sofie: Ja
Nick: Bruno ga eens na wat het probleem is?
Bruno: Oké
Britt: Gaan we nu weer verder met de zaak?
Sofie: Ja
Dan gaat de telefoon van Britt....
Britt: Britt Michiels
Man: Ik weet iets over de kerkmoord. Kom om 5 voor 11 naar de Coppinsstraat 6
tutuututututututututut
Dat was een man die zegt meer te weten over de kerkmoord.
Vanavond om elf uur naar Coppinsstraat 6.
Sofie: Britt, moeten we dat nu wel doen?
Britt: Ik weet niet.
Nick; Zal ik het doen?
Sofie, Helaba, jij moet thuis zijn vanavond!! En ze knipoogt naar hem, maar hij blijft Britt aankijken.
Britt; Neen hoor, ik ga wel. De man weet wie ik ben, want anders zou hij MIJN nummer niet draaien; als jij opduikt zal hij argwaan krijgen.
Nick probeert nog te protesteren, maar dan zegt Bruno;
Jij gaat toch niet alleen hé, Britt? Ik ga mee, desnoods achtervolg ik jou, zodat hij mij niet kan zien, maar jij wel gedekt bent.
Britt; moet jij niet uitzoeken waarom Nick en Sofie uit hun huis worden gezet?
Sofie; O, maar dat kan hij morgen ook hoor.Ik zou jij trouwens ook niet alleen laten gaan!
Britt; Oké dan. Bruno, ben jij hier dan tegen 10 uur, kunnen we wat beter afspreken.
Bruno; Dat is goed.
Britt; Dan ga ik nu naar huis, i.p.v. zoveel overuren te doen. Tot straks Bruno, tot morgen allemaal.
Ze neemt haar jas en loopt het bureau uit. Bruno, Nick en Sofie gaan dan maar achter hun bureau zitten. Na een hele tijd roept Sofie;
Ik heb iets!!!! En kei-*blij springt ze recht.
Nick en Bruno kijken allebei verbaast op.
Sofie; Ja, kijk. Die pastoor is ook eens aangifte komen doen van moslims die altijd tegen zijn kerk pisten. Een paar keer zelfs. Na een tijdje zijn ze opgepakt, en verhoort, maar dat leverde niets op, sindsdien is het alleen maar geëscaleerd. De man is een paar dagen geleden nog ineen geslagen. Misschien hebben die mensen er iets mee te maken?
Nick; Heel goed gedaan, Sofie!
Nick en Sofie gaan er samen achteraan...
 
Om 10 uur 's avonds...
Britt : Ik ben nog even wezen kijken maar het is daar best wel druk in die buurt, je zou niet zo erg veel opvallen denk ik.
Bruno : Maar veilig?
Britt : Wat is veilig?
Bruno : Oké, maar kijk wel uit hè?
Britt : Natuurlijk ik heb een man en twee kinderen die thuis wachten.
Bruno : Oké, maar ik vind het eigenlijk maar niets.
Britt: Ach, laat ons gewoon gaan...
 
Om 5 voor 11 in de Coppinstraat, nummer 6...
 
Britt: Hallo? (roepend door het heus)
Stem: Mevrouw Michiels...
Britt: Da...Dashi? (twijfelend)
Britt: Wat wilt u van me?
Stem: Wat denkt u ? (dreigend)
Britt: Zeg nou wat wilt u?
Dashi: U natuurlijk... (dreigend)
Dashi komt tevoorschijn en stopt een 10-tal centimeter voor Britt...
Dan komt Bruno aanlopen.
Britt alles oké?
Dan pakt Dashi zijn mes en draait Britt om.
Dashi: Nog een stap dichterbij en ik steek haar neer.
Bruno: Rustig maar, Dashi... Wat wilt u?
Dashi: Ik wil Britt, en nu ga jij oprotten! (roepend)
Bruno: Dashi, laat haar gaan...
Het mes komt gevaarlijk dicht bij Britt's buik...
Britt: Bruno, luister naar hem... Ga nu maar... (doodsbang)
Bruno loopt weg.
Britt: Wat gaat u nu doen?
Dashi: U straffen, omdat u mij hebt opgesloten. (dreigend)
Britt: Durf me niet aan te raken. (moediger dan ze is)
Dashi: Neen, zelf zou ik het niet durven... Ik heb daar zo mijn vrienden voor. (dreigend)
Een 3-tal mannen komen de kamer ingelopen, en...
dan binden ze Britt vast aan een oude tafel... Ze beginnen haar kledij uit te rukken...
Wanneer ze helemaal naakt is, begint een van de mannen haar in haar gezicht te slaan, een ander slaat haar in haar buik en een ander slaat haar onderaan...
Britt schreeuwt het uit van pijn, tot Dashi aan zijn mannen gebaart dat ze even moeten stoppen...
Dashi: Doet het pijn, mevrouw Michiels? (gemeen)
Britt antwoordt niet, maar huilt ontzettend veel...
Dashi: Ik vroeg u iets, mevrouw Michiels... (pestend)
Weer zwijgt Britt... Dashi's vuist vliegt uit tegen haar buik en Britt krimpt ineen...
Dashi: Ik vroeg u of het pijn doet. (bijna roepend)
Britt: J....a.... (huilend)
Dashi: Goed zo... Karel (1 van de mannen) In de kamer hiernaast staat een knuppel... Ga je die even halen? (gemeen)
Ineens komt Bruno binnen.
Bruno: Dashi, laat haar gaan!
Dashi: Ga weg of ik vermoord haar!
Bruno: Je bent omsingeld!
Dashi: En dat moet ik geloven.
Sofie komt tevoorschijn.
Sofie: Dat zou ik dan toch maar doen hoor!
Dashi kijkt rond en ziet dat al zijn mannen gearresteerd zijn.
Bruno: Op u knieën, handen in u nek!
Dan zegt Dashi: laat mijn mannen vrij of ik vermoord haar
Dashi's mes komt bij Britt haar buik......
Sofie: Laat dat mes vallen of ik schiet!
Maar dan bedenkt ze als ze schiet dat het mes op Britt haar buik valt....
Nick ziet het allemaal gebeuren, en voelt zich machteloos. Om toch maar iets te doen, loopt hij naar Britt, zorgt dat hij de kogel ontwijkt, en probeert het mes nog te pakken voor het valt. Met een helse tijgersprong probeert hij het mes te pakken, maar juist op dat moment krijgt het mes vlees te zien. ....
 
Sofie, Bruno en Pasmans lopen allemaal op Britt af, terwijl Raymond zich met de intussen gearresteerde Dashi bezighoud, want die is immers heel erg aan het bloeden. de kogel heeft zijn hand doorboord.
 
Britt heeft een hele snee in haar buik, maar schijnbaar niet te diep. En Nick? Die ligt op de vloer, te bekomen van de enorme schok adrenaline. Nu is het , buiten het gehuil van Dashi muisstil in het huis. Iedereen wacht op iedereen, totdat ineens Sofie naast Nick gaat liggen. Velen volgend haar voorbeeld, en na een hele tijd ligt iedereen, buiten Britt, die op de tafel ligt, op zijn rug op de grond. En na nog een hele tijd begint ineens iemand te klappen voor Nick. Het applaus wekt Britt, en die probeert nu recht te gaan zitten, wat uiteraard niet lukt.
Sofie; Britt, blijft maar liggen, er komt een ziekenwagen je halen.
Britt (verdwaast) : wat is er gebeurt?
Sofie,; Nick heeft je leven gered, nadat ik het in gevaar had gebracht.
Britt: Hoe? Wanneer? Waarom?
Sofie; Dat zal je allemaal wel uitgelegd worden, maak je maar geen zorgen.
Brit: Ik wil het weten, maar als hij mijn leven heeft gered, wil ik hem nu wel eens zien?
Sofie; Ik denk dat ook hij nog wat moet bekomen hoor, Britt. Dat zou jij ook beter doen.
Maar dan staat Nick juist recht.
Britt roept hem meteen, hij draait zich om en loopt op haar af.
Nick: Britt..
Britt; Je hebt mijn leven gered! Hoe kan ik je bedanken?
Nick: Je hoeft me niet te bedanken, Britt, dat was gewoon reflex.
Britt; Maar je had niet zomaar een reflex! Nick, ik wil je echt op een of andere manier bedanken.
Nick: Wordt snel weer de oude, dat is al goed genoeg.
De ambulanciers komen binnen en nemen Britt mee. Sofie vraagt of Nick ook mee moet/mag, maar dat heeft geen zin.
In het ziekenhuis wordt Britt onderzocht...
 
Dokter (tegen Sofie en Nick, die ondertussen aangekomen zijn) : Alles is in orde met Mevrouw Michiels. Die wonde zal heel snel genezen, zo diep is de wonde niet. En door die slagen, daar houdt ze alleen blauwe plekken aan over. Ook zal ze een beetje beurs worden, maar dat is alles. (glimlachend) Wel wil ze u, meneer, zien.
Nick: Mij? (verwonderd)
Arts; Ja, u. Naar wat ik mij heb laten vertellen, hebt u haar leven gered. Daarvoor moet ik u nog proficiat wensen, want dat mes had anders hele erge verwondingen kunnen aanbrengen, met de dood tot gevolg.
Nick; Het was een reflex....
Sofie geeft hem een klein zetje, en met een bang hartje gaat hij de kamer binnen.
Nick: Britt? (zacht)
Britt: Nick? Kom es hier.
Nick stapt voorzichtig dichterbij en neemt Britt haar hand vast.
Nick: Je wilde me spreken?
Britt trekt Nick tegen zich aan en geeft hem een vurige zoen... Maar... Johan komt net binnengestapt...
Johan; Waarom?? Waarom ben ik ineens afgeschreven?
Britt schrikt op, en krijgt een rooie kop.
Britt; Johan, je moet het begrijpen...
Johan (kwaad) : Waarom zou ik het moeten begrijpen?
Britt; Omdat... (stil)
Johan; Ik moet helemaal niets begrijpen, jij zit mij hier gewoon te bedriegen!
Britt (nu ook kwaad ) : Godverd*mme Johan! Mag het? Ik heb je helemaal niet bedrogen, en was dat ook niet van plan!! Nick heeft mijn leven gered, hoe wil je dat ik hem bedankt? Een kus kan geen kwaad.
Johan; (furieus) : OH NEE??? KAN EEN KUS GEEN KWAAD?!?!
Nick; Johan, Britt, alsjeblief! Sofie staat hiernaast wel! En we zijn in een ziekenhuis!
Johan; Jij moet zwijgen jij!
Nick; Ik wist ook niet was ze van plan was!!! En dit is de eerste en enige kus die ik aan Britt gegeven heb, want ik hou van Sofie!!!
Britt; Johan, alsjeblief. Luister even naar het verhaal. het was gewoon een bedankt kus! Johan is nog steeds niet helemaal zeker, maar gaat dan toch maar zitten. Terwijl Britt aan het vertellen is valt hij van de ene verbazing in de andere, en op het einde neemt hij Nick zelf eens goed vast.
Johan; Sorry, sorry dat ik zo ben uitgevlogen. Het spijt me. Als ik het geweten had...
Nick en Britt in koor:: Dat is niet zo erg Johan.
En ze schieten alledrie in de lach. Ondertussen geraakt Sofie wel heel erg nieuwsgierig, want eerst hoorde ze hen roepen (ze had niet verstaan wat ze gezegd hebben) en nu zijn ze alledrie aan het lachen. Ze moest en zou weten wat er gebeurt is, en ze gaat de kamer ook binnen.
Heel het verhaal wordt gedaan, en ze kan er zich mee verzoenen, en om er nadruk op te leggen geeft ze Nick een hele dikke smakkerd. Johan doet hetzelfde bij Britt, en zo komt het tussen de koppetjes nog goed in orde.
 
Maar ondertussen is die zaak nog niet opgelost, er zijn alleen maar meer vragen gekomen, en die wil Britt zo snel mogelijk opgelost krijgen. De dag zelf mag ze al naar huis, en ze gaat meteen naar kantoor.
Nadine: Wat doe jij hier al?! (streng)
Britt: Werken, wat anders.
Nadine: Naar huis. (streng)
Britt: Maar...
Nadine: Nu meteen, Britt. (streng)
Britt: Maar het gaat wel, echt. (protesterend)
Nadine; Nee, Britt, niet protesteren! Jij gaat vandaag naar huis!
Britt; Nadine, ik wil weten wat Dashi met die vermoorde man te maken heeft!
Nadine; Dan houd ik het onderzoek stil, tot morgen, als je het zo graag zelf doet. Maar vandaag ga jij rusten!
Britt; Oké, maar dan wil ik dat er echt nog niets gedaan wordt met die mannen. Gewoon beneden in de cel.
Nadine; Dat is belooft, en nu naar huis!
Britt: Oké. (zacht)
 
Britt vertrekt snel... Thuis aangekomen is ze echter ontzettend uitgeput en valt moe neer op de bank, waar ze meteen in slaap valt...
Rond een uur 's middags komt Johan langs...
Johan: Hoi lieverd, kon je het niet laten om naar het commissariaat te gaan? Nadine heeft je zeker terug gestuurd?
Britt: Jij begint haar ook al aardig te kennen. Maar ze had wel gelijk. Toen ik thuis kwam was ik ontzettend moe en ben direct in slaap gevallen. Blijf je vanmiddag hier of moet je terug?
Johan: Moeten?? Ik wil eigenlijk niet terug met zo'n mooie vrouw in huis.
Britt: Wat wil je daarmee zeggen?
Johan: Ik wil ook niets zeggen (en dan neemt hij haar hand en voert haar mee naar de slaapkamer en begint haar liefdevol te ontkleden. Britt wil eigenlijk ook wel en begint de knoopjes van Johan's overhemd te ontdoen.
Niet veel later liggen ze lekker in elkaars armen. Johan streelt zacht over de mooie gladde huid van Britt en ziet aan haar reactie dat ze het fijn vind.
Britt: Doorgaan Johan (kreunt ze zachtjes)
Johan: Je bedoelt .... verder ??
Britt: Neem me, ik wil je graag voelen van heel dichtbij.
Voorzichtig gaat hij op Britt liggen en beginnen ze aan een heerlijk intiem liefdesspel. Zo maar, midden op de dag.
En ze genieten er beiden ontzettend van.
Na een uurtje hebben ze 'uiteindelijk' gedaan...
Britt kreunt zacht en gaat van Johan af ... Met een gelukzalige glimlach valt ze in slaap... Johan kleedt zich snel aan, bedekt Britt met het deken en gaat dan de kinderen ophalen.
Dorien: Waar is mama? (beetje verwonderd)
Johan: Mama was zo moe, dat ze eventjes in slaap is gevallen in bed. (glimlachend)
Thuis aangekomen...
Dorien: Waar is mama?
Johan: Die slaapt even.
Dorien: Waarom? Ze moet toch werken?
Johan: Nadine heeft haar naar gestuurd omdat ze een beetje ziek was en heel erg moe.
Dorien: Mag ik naar haar toe gaan?
Johan: Ga maar eens kijken of ze wakker is en een kopje thee wil.
Dorien gaat stil naast het bed staan en kijkt met een tevreden glimlach naar Britt. Wat was het al lang geleden dat ze haar moeder zo rustig en zo blij had gezien. Ze genoot er echt van.
Britt begon wat te praten in haar slaap en Dorien kreeg er rode oortjes van en liep vlug terug naar Johan.
Johan: Wat is er? Je kijkt geschrokken.
Dorien: Ze zegt hele gekke dingen.
Johan: Wat dan?
Dorien: Dat mag ik nog niet zeggen hoor. Dat is voor grote mensen.
Dan gaat Johan zelf even kijken en ziet dat Britt net een beetje wakker begint te worden. Hij gaat nog even naast haar liggen en begint haar weer te strelen.
Britt: (kreunend van genot) Oh, Johan laten we nog eens doen, het was zo heerlijk.
Johan:(zachtjes in haar oor) De kinderen zijn thuis.
Britt: Nou en? Ik wil gewoon nog een keer.
En opnieuw beginnen ze hun liefdesspel. Maar dan worden ze gestoord door Simon en Dorien die toch wel erg benieuwd zijn waarom Johan zo lang weg blijft als Britt ligt te slapen.
Met een beschaamd gezicht slaat Johan een hand voor zijn ogen als hij de kinderen ziet. Britt schiet in de lach maar voelt dan ineens weer de pijn aan haar buikwond. " AUW".
Dorien: Gaat het mama?
Britt: Ja, een beetje pijn als ik lach.
Wat onhandig frommelt ze onder de deken even een shirt aan en nodigt de kinderen uit ook op bed te komen. Britt geniet echt intens dat dit gezellige familiemoment.
Maar aan alle mooie dingen komt een eind. Zo ook nu als Johan het bed uit moet om eten te koken. Britt moet van hem op bed blijven tot alles klaar staat. Hij wil niet dat ze ook maar iets doet in de huishouding vandaag.
Britt probeert er maar van te genieten; zo vaak komt het niet voor dat ze een echte vrije dag heeft. Morgen wil ze weer gaan werken dus een dagje rust komt haar wel van pas.
Wanneer het eten klaar is, kletsen ze alle 4 nogal wat af...
Na het eten helpen Dorien en Simon Johan met de afwas en gaan dan aan hun huiswerk beginnen...
Britt, die weer in bed ligt na het eten, wacht op Johan. Wanneer deze is aangekomen...
Britt: Laten we het nog es doen. En nu kunnen we niet gestoord worden, de kinderen zijn bezig aan hun huiswerk. (glimlachend/met lieve oogjes)
Johan: Britt jij zou het vandaag kalm aan doen, weet je nog?
Britt: Ik doe toch ook heel kalm. Ik vind het gewoon zo lekker.
Johan: Wil je nog een kindje dan? Een van ons samen?
Op slag is Britt nuchter. Hier had ze zelf nog nooit aan gedacht. Wel dat het zou KUNNEN gebeuren, maar ze hadden nog nooit gepraat over nog wel een kindje erbij. Eigenlijk waren ze heel gelukkig met zijn vieren. Nog een kindje zou ook weer zoveel meer kosten, en dan zouden ze weer voor lange tijd behoorlijk gebonden zijn. Simon en Dorien kwamen nu op een leeftijd dat ze groter werden en ze dus wat meer konden gaan ondernemen.
Toen kreeg Britt een paar tranen in haar ogen, maar ze probeerde haar hoofd af te wenden om het niet aan Johan te laten zien.
Johan: Heb ik u gekwetst? Sorry Britt ik wist niet dat het voor u zo moeilijk was.
Britt: Ik moest even denken aan Mark. Wij wilden toen zo graag een kindje en eerst lukte het niet en daarna heb ik een miskraam gehad. Het heeft heel lang geduurd voor ik weer durfde te vrijen met Mark. Toen ik zwanger was van Dorien ben ik heel veel ziek geweest en ook heel bang om haar te verliezen. Ik weet niet of ik het nog weer aankan en aandurf.
Maar een kindje van ons samen zou ook heel leuk zijn. Echt een kroon op onze liefde. Johan ik ben zo gek met u, ik wil u niet kwijt. Als jij een kindje wilt met mij zal ik er heel goed mijn best voor doen.
Johan: Britt, je moet het niet voor mij doen. Ik vind jou heel lief, en aardig en bovendien heel mooi om te zien en fijn om dicht bij me te hebben, maar ik zou je nooit zoiets moeilijks vragen.
Britt huilt nu zachtjes en Johan neemt haar beschermend en liefdevol in zijn armen.
Johan: We kunnen ook veilig vrijen, dan kunnen we heel intiem zijn zonder dat jij zwanger hoeft te worden.
Britt: Bedankt Johan dat jij zoveel begrip voor me hebt. Het is al zo lang geleden dat ik me zo prettig hebt gevoeld. Dank je wel.
En dan nestelt ze zich veilig tegen Johan aan en valt weer in slaap. Ook zonder seks ligt het heel fijn zo dicht tegen Johan aan.
 
De volgende morgen gaat Britt weer aan het werk. Ze heeft nog iets hinder van haar buik, maar heeft daarom voor een strakke broek gekozen zodat haar buik wat gesteund wordt en de last minder is.
Sofie: Wat zie jij er gelukkig uit vandaag.
Britt: Ik heb een hele gelukkige nacht gehad (met een knipoogje) Hebben jullie gister nog wat gedaan met die mannen beneden?
Sofie: We mochten van Nadine niet verhoren.
Britt: Zo, dan heeft die goed naar me geluisterd.
Sofie: Hoe bedoel je? (verwonderd)
Britt: IK wil meewerken aan die zaak, en jullie niet verder laten klungelen. (lachend)
Sofie: Grappig, echt, geestig. (plagend). En wat bedoelde je met die 'hele gelukkige nacht'? (verder plagend)
Britt: Da ga ik nu es nie vertellen. (lachend) Kom, we gaan die mannen verhoren. (gelukkig)
als eerste halen ze Dashi naar boven.
Britt: Bon, u hebt heel wat uit te leggen.
Dashi: Waarom zou ik?
Britt; Omdat..... omdat wij de moordenaar van die dode pastoor willen kennen. Maar ik denk dat we er rap uit gaan zijn. Niet waar, Sofie (zich naar Sofie draaiend) De man is neergestoken, en Dashi wou ook mij neersteken... lijkt me gemakkelijk.
Sofie; Ja, we zullen het mes laten onderzoeken.
Britt (weer tegen Dashi) : Waarom hebt u die pastoor vermoordt?
Dashi;: Ik heb helemaal geen pastoor vermoord. Ik heb daar een veel te goede ziel voor.
Britt; Ja ja, en ik moet dat geloven? Als er ook maar één teken is, dat jij iets met die moord te maken hebt, nagel ik u aan het kruis!
En ze stapt de verhoorkamer uit. Sofie brengt Dashi naar beneden, en haalt koffie. Britt kan duidelijk wat cafeïne gebruiken.
Britt; Ben ik te brut geweest?
Sofie; Nee, je had volkomen gelijk! Maar eh, gaan we die andere mannen ook nog vandaag verhoren?
Britt: Ja, natuurlijk!!
Britt laat de eerste helper van Dashi bovenkomen...
 
Dan beginnen ze aan zijn verhoor...
Britt; Bon, eerst uw naam.
Man: Zoek het zelf uit. (gemeen)
Britt; Geef dan uw portefeuille.
Man; Zeker niet.
Britt; Dat doet u wel.
Man; Als ik zeg van niet?
Sofie; Dan zal ik u even helpen.
En ze neemt hem vast, zodanig dat Britt heel gemakkelijk aan zijn papieren kan.
Man; Ik dien klacht in!
Britt; Waarvoor? Hier is niets gebeurt. Ik weet toch van niets. Jij iets gezien of gehoord, Sofie?
Sofie; Nee, ik heb geen idee waar hij daar het over heeft.
Man: Das gemeen! (woedend)
 
Hij wil Britt aanvallen, en...
Sofie trekt haar wapen.
Sofie; Als je ook maar iets doet, schiet ik een kogel door u kop.
Man; Dan gebruik ik uw collega als levend schild, en hij wil Britt voor zich te zetten. Maar Sofie heeft een supersnelle reflex, laat haar wapen in de hoek vallen, en spuit wat peperspray in zijn gezicht.
Sofie; Dat zal u leren een agent te bedreigen, in het commissariaat dan nog wel.
Man; Auw!! mijn ogen!! Doe iets!! Mijn ogen!!
Sofie; Kom, we gaan ze uitspoelen.
Ze doet hem handboeien aan, en loopt de verhoorkamer uit.
Britt laat zich in een stoel zakken.
Ze lijkt zich wel af te vragen 'Wat was dat allemaal?!'
Nadine kwam binnengestormd...
 
Nadine: Britt, gaat het? (bezorgd)
Britt: Het gaat wel (zuchtend).
Nadine: Wat was er gebeurd?
Britt: Wel die man, die wou zijn naam niet zeggen, wij wouden zijn papieren pakken, maar hij zei dat hij ons zou aanklagen, toen is hij boos geworden en wou hij mij aanvallen. Sofie heeft haar pistool bovengehaald, en gedreigd dat ze zou schieten, de man zei dat hij mij als levend schild zou gebruiken, en toen heeft Sofie haar peperspray gebruikt.
Nadine: ...
Nadine: Wil je liever een dagje vrijaf vandaag?
Britt: Ach, hoeft toch niet.
Nadine; Kan je je werk...
Britt: IK WIST HET! Bij jou draait het allemaal om het feit of ik mijn werk nog aan kan. Als ik het niet zou kunnen zou ik het wel zeggen, hoor ! (boos)
Nadine; Britt!! Ik bedoeld of je je werk psychologisch aan kan.
Britt; Wat ik zeg. Het draait alleen maar om het werk.
Nadine; Neen, Britt, het draait om jou. Ik heb liever dat je als het niet gaat een dagje (of twee) vrijaf neemt, dan dat ik mijn beste rechercheur verlies.
Britt: Dus toch de job. Maar het zal echt wel gaan.
Britt loopt de verhoorkamer uit, en gaat naar Sofie. Die zit te telefoneren aan haar bureau.
Sofie (als ze de hoorn neerlegt) : Die Pastoor, die is eerst verdooft. Het klassieke middel: chloroform. Daarna drie steken in zijn onderbuik, en een juist onder het hart. Die laatste was hem fataal.
Britt gaat zitten en laat haar hoofd op haar handen steunen...
Sofie: Gaat het, Britt?
Britt: Ja ja, het gaat wel... (zuchtend)
Sofie: Blijkbaar niet. (zacht, maar Britt hoort het toch)
Britt; Het doet mij gewoon zo aan Mark denken. Die is ook doodgestoken, maar dan wel één steek, in de buik.
Sofie; Moet ik aan iemand vragen of die de zaak wilt overnemen?
Britt; Neen, dat hoeft niet. Ik zou graag weten welken onnozelaar de pastoor heeft vermoord. EN ik wil weten wat Dashi en zijn mannen daarmee te maken hebben.
Sofie; Brit.. ik denk eerlijk gezegd dat Dashi en zijn manen niets met die pastoor te maken hebben. Het was alleen een middeltje om jou bij hem te krijgen.
Britt betwijfeld dat, maar laat het nu maar rusten. Het is  vier uur, en dus tijd om Dorien op te halen aan school.
Britt: Ik stop ermee voor vandaag, ik neem mijn overuren op. Tot morgen.
En ze loopt de kamer uit, naar de school van Dorien. Sofie blijft een beetje verweest achter, maar fleurt onmiddellijk op als ze Nick ziet. Die doet haar namelijk teken dat hij ook weggaat. Ze kan niet snel genoeg buiten zijn, nu.
Sofie: Ik loop mee. (verliefde/lachend)
 
Ondertussen bij Britt aan het school, komt ze Johan tegen...
Britt; Hé, dag Johan!
Johan komt op haar toegelopen en geeft haar een zoen. Maar juist op dat moment komen de kinderen buiten gelopen.
Dorien; Gaat mama weer rare geluiden maken, nu?
Britt schiet in de lach. Johan ziet de humor er niet in, maar eens dat Britt is uitgelachen, zegt ze:  nee hoor, Dorien.
Met een knipoog naar Johan. Dan pas heeft hij het door, en begint hij ook te lachen.
Johan: Zal ik vanavond koken?
Britt: Daarvoor bel ik mijn werk wel even af. Ik heb toch geen zin meer. (lachend)-
Na het telefoontje rijden ze naar Britt’s loft.
Johan begint direct aan het eten, Dorien en Simon beginnen gehoorzaam aan hun huiswerk en Britt laat zich in de zetel vallen. Ongeveer een half uurtje later roept Johan dat het eten klaar is, maar Britt reageert niet. Als Johan gaat kijken ziet hij dat ze in slaap is gevallen. Hij laat haar maar slapen. Ze kan haar rust goed gebruiken. Na een minuut of twintig wordt Britt dan toch wakker, en zet zich bij aan tafel.
Johan; Goed geslapen?
Britt; Ja, valt wel mee. Dorien, is je huiswerk klaar?
Dorien; Ja hoor mama. Ik kan straks al met Simon gaan spelen!
Simon; Ja, Britt, we zijn klaar. De juffrouw heeft niet zoveel huiswerk gegeven vandaag.
Britt; Oké.
Ze eten nog rustig verder, en dan gaan Dorien en Simon spelen op Dorien haar kamer, en daar profiteren Britt en Johan van om samen heel knus bij elkaar te gaan liggen in de zetel.
Britt: Ik vind zulke avonden echt heerlijk. (zuchtend/glimlachend)
Johan: Ik ook, liefje. Je weet niet hoe blij ik ben dat ik jou ben tegengekomen in mijn leven. (glimlachend)
Britt: Och neen? Ik kan me best voorstellen hoe gelukkig jij nu wel niet bent, want ik ben ook héél gelukkig dat IK JOU heb ontmoet. (lachend)
Ze blijven nog een hele tijd zo liggen, van elkaar te genieten. Tot op een bepaald moment plots Britt’s GSM gaat. Britt en Johan kijken elkaar aan, en Johan zegt bijna smekend:
 Toe, Britt, als het het werk is, neem niet op. Je bent op, je hebt rust nodig!
Britt; Het spijt me Johan, maar na deze zaak, beloof ik je, neem ik een dag of twee vrijaf.
Johan: Maar, je hebt nu rust nodig, niet binnen een week of zo!
Maar dat hoort Britt niet meer. Ze heeft al opgepakt, en het is wel degelijk Sofie.
Sofie; Britt?
Britt; Ja, wat is er? Je klinkt zo raar.
Sofie; Ja, euhm.... Dashi is in zijn cel aan het roepen dat hij weet wie die pastoor vermoordt heeft.
Britt; Ahja? Maar dat is toch goed?!
Sofie; Euh, nee, niet echt.
Britt; Sofie, wat is er?
Sofie; Hij roept dat jij het gedaan hebt.
Britt; WAT??? Er is toch niemand dat dat gelooft hé?!
Sofie; Nee, natuurlijk gelooft niemand dat, maar als hij echt een verklaring wil afleggen, en dat weet jij even goed als ik, zal DIT een onderzoek naar jou moeten starten.
Britt: Maar dat is flauwekul! Ik zou nooit iemand vermoorden, dat weet jij toch ook?!
Sofie; Ja, dat weet ik. En ik geloof ook geen woord van wat Dashi zegt, maar als we niet willen dat er een onderzoek van DIT komt, moeten we zo snel mogelijk die zaak oplossen.
Britt; Ik kom eraan, kunnen we de zaak wat rustiger bespreken dan over de telefoon.
Britt legt haar GSM af, en stormt naar de deur. Ondertussen roept ze naar Johan;
Zorg jij voor de kinderen? Ik moet echt naar mijn werk. Doe alsof je thuis bent!!
Zonder dat Johan kan antwoorden, slaat de deur al toe.
Op het commissariaat aangekomen, rent Britt niet eerst naar Sofie, maar naar Dashi, die nog steeds zit te roepen dat Britt de pastoor vermoord heeft...
Pasmans zit verslagen naast hem, maar wanneer hij Britt in het oog krijgt, vliegt hij op haar af, en...
Pasmans; Britt, eindelijk. Hij wil zijn verklaring al tekenen, maar ik heb hem nog niet uitgetypt.
Britt; Dat is goed, Pasmans, laat mij even met hem praten!
Pasmans; Britt... dat kan ik niet doen. Ik wil niet dat hij jou iets aandoet.
Britt; Kom nu Pasmans, laat me binnen.
Gelukkig voor Pasmans komt Sofie ook juist binnen.
Sofie; Ah, Britt, je bent er. Zullen we Dashi eens aan de tand voelen? Ik wil wel eens weten waarom hij dat allemaal zegt.
Britt; Dat is niet moeilijk; Hij wil mij gewoon van de zaak. Hij heeft er iets mee te maken, ik ben er zeker van! Hij weet iets, dat hij niet wilt vertellen.
Sofie; En daarom wil hij jou van de zaak? Dat klopt ook niet hè, Britt.
Pasmans; Mag ik...
Britt; Sofie, ik weet het niet.
Pasmans: Euhm, mag ik..
Sofie: Ik ook niet, en ik wil het wel weten. Hij moet ons vertellen wat hij weet, EN waarom hij jou van moordt beschuldigt.
Pasmans; MAG IK , JA?
Britt; Oei, Pasmans, zo uitvliegen! Rustig aan!
Pasman; Ik wou gewoon even zeggen dat Dashi misschien gewoon iets aan zijn makkers wou zeggen, daarmee. Een soort codezin of zo.
Britt: Pasmans, je kijk teveel naar tekenfilms!
Sofie; Nee, ik denk dat Pasmans wel eens gelijk zou kunnen hebben!
Britt: Dorien... (zacht)
Sofie: Wat bedoel je?
Britt: Dorien! (schreeuwend)
Britt vliegt naar haar telefoon en belt school op, om te vragen of Dorien er nog is...
Het bericht van school is echter negatief...
Pasmans en Sofie kijken elkaar aan, en weten meteen wat er te doen valt. Ze lopen allebei op Britt af, en gebieden haar te gaan zitten, en te blijven zitten. In de toestand dat ze nu is, kan ze toch niets deftig doen.
Daarna gaat Pasmans Vanbruane bellen, terwijl Sofie bij Britt blijft, die nu echt zit te huilen dat het niet normaal is.
Britt: Hij gaat eraan!!!!!! (schreeuwend)
Britt springt recht en rent naar de cel van Roman Dashi, en...
... begint op hem te kloppen... Zo hard, dat hij begint te bloeden uit zijn mond, maar Britt gaat gewoon verder...
Ze is woedend en wil alles en iedereen gewoon kapot maken.
Wanneer Sofie haar van Dashi wil aftrekken, duwt Britt Sofie aan de kant, zodat deze op de grond valt.
Britt: Waar is mijn dochter?! (razend/huilend)
Dashi; Uw dochter?
Britt; Ja, mijn dochter ja!! Dorien!
Dashi, rustig als altijd, laat zich in elkaar kloppen, maar laat niets los over Dorien. Sofie probeert Britt nog een paar keer van hem af te trekken, maar tevergeefs. Sofie haalt dan maar hulp.
Sofie; NICK?! (naar boven)
Nick; IK KOM! (naar beneden)
Nick staat er bijna meteen, hij had blijkbaar iets anders verwacht, maar eens hij Britt hoort roepen en tieren snapt hij wat de bedoeling is. Hij stapt rustig binnen en gaat op het bankje van de cel zitten. Sofie haar geduld raakt op.
Sofie; GA JE NOG IETS DOEN JA?? IK HEB JE NIET GEROEPEN OMDAT JE HIER ZO KOMEN ZITTEN KIJKEN!!!
Nick; Sofie, rustig. Je jaagt haar alleen maar op. Je ziet toch dat ik op dit moment niets kan doen? Laat mij maar doen, ik haal ze wel uit elkaar. Ga jij anders maar een tas koffie halen of zo!
Sofie loopt dan maar geïrriteerd naar boven, er zo staan op kijken kan ze toch niet. Ondertussen blijft Nick rustig zitten, af en toe iets zeggend tegen Britt. Sussend. En ja, hij boekt resultaat; nog geen 5 minuten later laat Britt Dashi los, en gaat ze op de grond zitten.
Nick; Britt, je moet afkoelen, en hier kan je niet blijven zitten. Kom mee!
Een beetje dwingend zegt hij het, maar ze luistert toch.
Maar net wanneer ze boven aan de trap zijn gekomen, zakt Britt door haar knieën neer en huilt hard...
Britt: Ni... Nick... Johan.... (huilend)
Nick: Moet ik Johan voor je bellen?
Britt: J....a... (huilend/gebroken)
Nick belt Johan op, en wanneer hij is aangekomen...
Johan: Britt!? Gaat het? Wat is er gebeurt?
Britt is zo van streek, en zo erg aan het huilen, dat ze niet kan antwoorden. Dan kijkt Johan maar vragend naar Nick, die hem het hele verhaal doet. Johan is natuurlijk ook meteen van streek, maar hij kan zich toch nog beter in de hand houden, dan Britt.
Johan: Britt, het is erg dat hij -of iemand anders- Dorien heeft, maar moest je echt op hem beginnen kloppen? Dat kan je je job kosten, dat weet je toch!
Brittt: Ja (snik) ik weet (snik) het. Maar ik (snik) kon niet anders. (snik)
Johan: Rustig maar... (sussend)
Maar dan hoort Vanbruane ook dat Britt Dashi in elkaar geklopt heeft, en is ontzettend boos op Britt...
Vanbruane loopt op Britt af en begint te schreeuwen dat dat niet meer zo kan, en dat DIT er zeker op af zal komen, dat het haar haar job kan kosten, en nog veel meer. Op een bepaald moment kan Johan het niet meer aanhoren, en onderbreekt Nadine.
Johan (schreeuwend) :GOD****MME NADINE, BRITT WEET OOK WEL DAT HET ZO NIET KON, EN DAT HET STOM WAS WAT ZE GEDAAN HEEFT, MAAR MOET JIJ HAAR DAT ECHT NOG EENS ZO ONDER HAAR NEUS KOMEN DUWEN???
Nadine; Johan...(opeens stil).. dit ben ik niet van jou gewoon.
Johan (nog steeds kwaad, maar niet meer zoo furieus) : Het is nu ook geen gewone situatie, Nadine. Het gebeurt zo vaak dat ze Dorien bij de zaken bemoeien, ik snap gerust dat het haar deze keer teveel werd!
Nadine: Nu, ik ook, maar..
Britt komt tussenbeide:
Britt: Maar wat, Nadine? Zeg het maar hoor, je moet mij niet sparen!
Nadine; Ik wil niet mijn beste hoofdinspecteur verliezen aan zo een.. onvoorzichtigheid.
Britt: Weeral het werk. Jij denkt echt aan niets anders. Je hebt toch echt geen gevoelens hé? Nadine?
Nadine; Britt! Dit kan ik niet toelaten. Ga thuis afkoelen, ik doe alsof ik niets gehoord heb. DIT moet ik niet verwittigen, dat zal wel op een andere manier gebeuren zeker?
 
Nadine kijkt veelbetekenend naar beneden, waar ze duidelijk Dashi horen telefoneren. En niet met een vriend.
Britt: Maar mij best, ik rot wel op, dat wil je toch zo graag! (boos)
Britt loopt boos weg, met Johan achter zich aan.
Johan: Britt, ik kan je even niet volgen. Dorien is gekidnapt, dat je daarvoor overstuur bent, kan ik geloven, maar moet je echt daarom op Dashi beginnen slaan? Misschien heeft hij er niets mee te maken? Misschien is het de moordenaar van die pastoor wel, die jou nog meer de stuipen op het lijf wil jagen.
Britt is echt niet in de stemming, en loopt stug door. Maar ze denkt wel na over wat Johan gezegd heeft. Na een tijdje staat ze plots stil.
Britt; Johan..
Johan kijkt redelijk verbaast op, want ze zegt dat zo op een speciale toon. Alsof ze het grote licht gezien heeft.
Britt; Johan, als, als Dashi Dorien niet heeft -laten-kidnappen, wie dan wel?
Johan; Dat zullen je collega's wel uitzoeken zeker? Daarvoor dient de politie.
Britt stapt weer door. En deze keer tot ze op haar appartement is. Ondertussen op het commissariaat..
Sofie: Wie zou Dorien ontvoerd kunnen worden, denkt u, baas?
Nadine; Ik heb geen idee, Sofietje. Ga jij anders nu ook maar rusten het is al laat. Je kan hier zo toch niets meer doen.
Sofie; Wie gaat Dorien dan zoeken? En wie gaat die moord op die pastoor oplossen?
Nadine; Je kan sowieso niet met allebei de zaken tegelijk bezig zijn.
Sofie; Ik denk dat die twee echt wel iets met elkaar te maken hebben.
Nadine; Ja... Dat kan, natuurlijk.
Sofie: Is het goed als ik nog langs Britt ga?
Nadine: Ja, ga maar...
Wanneer Sofie bij Britt aangekomen is, is Britt volledig ingestort van verdriet om haar dochter...
Sofie; Britt?! Gaat het,
Britt (huilend) : Neen, het gaat niet. Dat zie je toch zelf. En wat doe jij hier? Wie is er Dorien aan het zoeken?
Sofie; De avond- en nachtploeg doen hun best. Ik heb ook mijn rust nodig. Morgen ga ik meteen aan de slag!
Britt; Dank je. Ik kom ook werken, morgen. En die moordzaak? Wie gaat die oplossen? Ik wil die moordenaar pakken, maar eerst Dorien.
Sofie; Dat is logisch. Heb je al gegeten?
Britt; Nee...
Sofie maakt zich ernstig zorgen om Britt, en stelt dan maar voor om een pizza te bestellen. Britt gaat akkoord, maar eet bijna niets. Dat is logisch natuurlijk, in zo een situatie, maar toch.
Sofie: Britt, je moet iets eten. Je moet er bovenop geraken, zeker zorgen dat je niet ziek wordt.
Britt; Ik weet het, maar ik krijg gewoon niets binnen. Ik maak mij te veel zorgen om Dorien.
Sofie; Dat begrijp ik. Maar je hebt toch al meer gegeten dan als ik niet gekomen was, nietwaar?
Britt: Dat is waar. Dank je, Sofie, dat je er zo bent voor mij.
Sofie: Dat is graag gedaan, maar ik moet nu toch echt voort, ik wordt thuis verwacht. Ga wat slapen, kom op krachten, ik kom je morgen om  acht uur ophalen, goed?
Britt; Ja, ik zal klaarstaan.
Sofie; Tot morgen.
Sofie rijd naar huis, nog steeds ongerust om Britt. Maar meer dan ze nu gedaan heeft, kan ze toch niet doen.
Maar thuis bij Britt, is Britt zo in de war... Plots gaat de telefoon...
Britt: Britt. (zwak)
Stem: Mevrouw Michiels... Ik heb uw dochter bij mij... (sissend)
 
Britt begint meteen te panikeren.
Britt; Doe haar niets!! Ze heeft hier niets mee te maken. Wat wilt u van mij?
Stem; Laat Meneer Dashi vrij. Daarna kunnen we misschien iets regelen voor uw dochter!
Britt: Ik...ik doe mijn best. Hoe is het met mijn Dorien?
Stem: Alles is in orde met haar.
Britt: Laat mij even met haar spreken, alstublieft (smekend)!!
Stem: Even dan.
Hij geeft Dorien door.
Dorien; MAMA!!!
Britt;: Ooh, Dorien!! (huilend) Gaat het meisje?
Dorien; Ja. Ik heb alleen koud.
Britt: Oh, gelukkig. Vraag aan die meneer of hij je een deken kan geven. Ooh, wat ben ik blij dat alles goed met je is.
De stem is er weer.
Stem; U hebt uw dochter nu gehoord, ik wil nu dat Meneer Dashi zo snel mogelijk vrij komt.
Britt; Ik zal echt mijn best doen. Maar doe Dorien niets. Hoe weet ik dat u Dorien niets doet?
Stem; Ik zal morgen vroeg om 8.00 nog eens terugbellen, en u met uw dochter laten spreken.
Britt: Oké.
*klik* tuuut....tuuut...tuuut..
De man heeft ingehaakt. Meteen belt Britt het commissariaat. Gelukkig is Nadine nog op bureau. Britt verteld alles.
Nadine; Britt, dan weet je nu dat met Dorien alles oké is. Maar wat kunnen we doen? Ik kan Dashi niet zomaar laten gaan!
Britt; En Dorien dan?? Ik wil mijn dochter terug ja?
Nadine; Dat begrijp ik. Ik zal zien wat ik kan doen. Wanneer belt hij je terug?
Britt: Morgen vroeg, om 8uur.
Nadine: Oké. Ik bel daarvoor nog eens terug. Ik bel Sofie en heel het team op.
Rond zes uur 's ochtends belt Vanbruane Britt weer op.
Britt: En? EN?! (huilend/volledig in de war)
Nadine; Britt, eerst moet je wat kalmeren.
Het is een tijdje stil... Nadine hoort Britt duidelijk diep in en uit ademen. Na een tijdje klikhaar stem weer.
Britt; Zo.. ik hoop dat het wat beter is nu?
Nadine; Je klinkt beter, inderdaad.
Britt: Wat gaan jullie nu doen
Nadine: Wel, Sofie zou heel graag Dashi laten gaan, en dus zo Dorien terug krijgen. Maar daar ben ik zo niet voor.
Britt: En waarom niet?
Nadine: Omdat we helemaal niet zeker weten dat Dashi het wel gedaan heeft!
Britt: Dat is toch zo klaar als een klontje, Nadine?! Alstublieft, denk aan Dorien. Haar mag niks overkomen! (smekend/snikkend)
Nadine: Natuurlijk denk ik aan Dorien. Maar we zijn niet zeker...
Britt valt haar in de rede: We moesten toch van die man Dashi vrijlaten?! Dan is het toch duidelijk dat hij er iets mee te maken heeft. Laat die gek gewoon gaan. En dan pakken we hem later wel weer op als ik mijn dochter terug heb.
Nadine haalt zuchtend adem.
Britt: WEL?! (zenuwachtig/boos)
Nadine: Ik weet het niet, Britt... (zuchtend)
Britt wordt nu toch echt heel boos en krijgt de nijging om Nadine aan te vliegen. Een paar keer haalt ze diep adem.
Britt: Ik had nooit gedacht dat ik zo teleurgesteld in je kon zijn. Ik dacht dat je een vriendin van me was.
Met deze woorden loopt Britt weg,.
Nadine kijkt haar hulpeloos en verbouwereerd na...
Nadine: Ik ben een vriendin, Britt, maar je moet begrijpen dat ik niet anders kan! (roepend)
Britt loopt stug door om even later in huilen uit te barsten. Na een paar minuten te hebben gesnotterd zegt ze tegen zichzelf: Genoeg gesnotterd nu. Je kan beter je dochter gaan zoeken.
Ze veegt haar tranen weg en pakt haar spullen.
Nadine: Wat ga je doen?
Britt: Dorien zoeken. (kortaf)
Net wanneer ze in de auto stapt, belt de man, die Dorien heeft, haar weer op... Met een aantal eisen...
Na dat gesprek is Britt helemaal in paniek en belt ze Nadine op.
Nadine: Vanbruane.
Britt: Nadine, die man...
Nadine: Heeft hij gebeld?
Britt: Ja...
Nadine: En?
Britt: Ik moet binnen een uur naar hem toe gaan, dan kan ik Dorien even zien, en als ik me laat doen dan mag ze vrij... Maar ik moet daar blijven...
Nadine: Wat ga je doen?
Britt: Ik ga er heen, wat dacht je?! Voor Dorien ga ik door een vuur als ik moet...
Nadine; Maar Britt... (protesterend)
 
Maar Britt heeft al ingelegd... Na een uurtje is ze bij de man...
Britt: Waar is mijn dochter?
Man: Geen zorgen.
Britt: Je had gezegd dat ik haar mocht zien.
Man: Ja zo meteen. Eerst moet je me vermaken.
Britt: Hoe dan?
Man: Dat mag je zelf verzinnen.
Britt: Je bedoelt... (zacht)
Man: Ja, dat bedoel ik...
Britt: Eerst wil ik Dorien zien... (bang)
 
De man grijpt haar vast en gooit haar hardhandig tegen de muur en kleed zichzelf razendsnel uit, terwijl Britt moeizaam opkrabbelt.
Man: Je krijgt nog een kans... Vermaak me, en je mag je dochter zien... (dreigend)
Britt verkeerd in tweestrijd. Aan de ene kant wil ze haar dochter zien, maar aan de andere kant heeft ze echt geen zin om tegen haar zin met die man te... te...
Britt: Ik weet niet... (zacht)
Man: Wacht... Ik help je wel even...
De man duwt Britt tegen de muur en gaat heel dicht tegen haar staan, zodat ze geen kant op kan... Dan...begint hij haar heftig te zoenen. Ondertussen tast hij met zijn handen haar lichaam af. Britt probeert achter hem uit te komen, maar hij is te sterk. Ze krijgt het benauwd als ze voelt dat zijn handen op weg zijn naar beneden. Ze wil dit echt niet.
Plots voelt ze hoe haar broek word opengescheurd... Dan voelt ze hoe haar slipje wordt weggerukt...
Britt slaakt een ijselijke gil van doodsangst... Dit levert haar echter een ruwe slag in haar buik op...
Britt: Hou alstublieft op, waar is Dorien... (huilend)
De man luistert echter niet, duwt haar tegen de grond, en...
gaat boven op haar liggen. Britt gilt het uit van angst, wat haar een paar harde klappen opleverd. De man duwt zich bij haar naar binnen. Britt geeft het verzet op en wil zich er bij neer leggen, als ze ineens Dorien hoort roepen...
Britt: Dorien! (schreeuwend)
Dorien: MAMA !!! (schreeuwend uit een kamer, maar ze kunnen elkaar uiteraard nie zien)
 
Britt begint zich weer ontzettend hard te verzetten, maar dit doet ontzettend veel pijn... Ze krijst het uit van pijn, maar de man wordt ruwer en geeft steeds hardere en snellere stoten... Al gauw komt hij kreunend klaar, gaat van Britt af en duwt haar weer tegen de muur... Nu trekt hij ook haar bloesje en BH uit en duwt haar op een oud, krakend bed... Hij gaat weer op haar liggen, duwt zich weer bij haar binnen en geeft nog krachtiger stoten dan voorheen, zodat het bed ontzettend kraakt... Al snel komt hij weer schreeuwend klaar, en knijpt van opwinding ontzettend hard in Britt's borsten en trekt hard aan haar haren...
Britt heeft het onderhand niet meer en net als ze voelt wat weg te zakken hoort ze Dorien die haar hernieuwde krachten geeft...
Britt: Ga uit me! (schreeuwend van pijn, maar ook van woede)
Britt voelt de man wat verslappen.
Man: Goed hoor. Was toch klaar.
Britt schiet onder hem vandaan en doet dan haar trui weer aan. Verder niets. Ze gaat op zoek naar Dorien en vindt haar in een donker hok.
Britt: Meisje van me. Gaat het gaan met je? Ik was zo bang toen je weg was. Hebben ze je geen pijn gedaan?
Dorien: Nee, maar ik had het zo koud en ik heb honger. MAMA !!!!!! Pas op.
Maar nog voor Britt om kan kijken krijgt ze een hele harde slag tegen haar achterhoofd en valt bewusteloos neer.
Dorien buigt zich voorover om naar Britt te zien maar wordt ruw bij haar weggetrokken en achterin een auto gezet die snel wegrijdt.
De man die Britt bewusteloos heeft geslagen is nog half in zijn roes van wat hij met Britt gedaan heeft, en is nog bezig om weer op adem te komen, als zijn telefoon afgaat.
Man: Ja?
Dashi: Heb je haar?
Man: Ja.
Dashi; Breng haar bij mij, nu direct.
Man: Waar bent u? Hebben ze u vrij gelaten?
Dashi: Dat gaan ze zo doen als dat kind hier is, dan laat ik weten waar ze heen moet.
Man: Er is een probleempje. Ze is bewusteloos en ze bloed aan haar hoofd.
Dashi: Ik kan jullie ook niets laten doen.
 
Ondertussen komt een huilende Dorien aan de hand van Carla van de receptie het commissariaat binnenlopen.
Sofie ontfermt zich direct over haar en probeert haar gerust te stellen.
Dorien: Ze hebben mama heel erg pijn gedaan. Ze gilde steeds en toen ik haar kon zien klopte een man haar heel hard op haar hoofd en toen viel ze en zei ze niets meer.
Sofie: Weet je waar je mama is nu?
Dorien: Het was wel donker, maar ik denk dat ik het ongeveer weet.
Sofie: Kom maar even mee naar Nadine dan kun je het ons op de kaart aanwijzen.
Dorien: Nee, dat kan ik niet op de kaart. Wel als ik meega met de auto. Toen ze me hier brachten heb ik heel goed opgelet waar we reden. Het is niet zo ver denk ik.
 
Nadine wenkt Sofie even mee uit het kantoor.
Nadine: We hebben beloofd die Dashi te laten gaan. Zeker nu ze Britt hebben. Maar ik weet niet wat ze nu gaan doen.
Sofie: Je kunt en mag hem NIET laten gaan. Eerst moeten we Britt weer terug hebben.
Nadine: Hoe krijgen we die Dashi zover dat hij ons Britt terug geeft?
Sofie: Die krijg je niet zover. Je moet met hem meedenken en dan proberen een stap voor te blijven. Hij is verloren wat hem het liefste was. Hij heeft niets meer te verliezen en zal dus echt niet zomaar opgeven.
Nadine: Wat stel jij voor Sofie?
Sofie; We laten hem van hieruit bellen waar ze Britt heen moeten brengen en laten zijn gesprek en dat van zijn ontvanger traceren en proberen zo Britt uit handen van dat geteisem te krijgen.
Nadine: En jij denkt dat hij daar aan meewerkt?
Sofie: Ik weet het niet, maar meer hebben we gewoon niet.
Nadine: Zullen we samen naar hem toegaan?
Sofie: Hij lacht ons uit, maar die sluwaard heeft ons gewoon in zijn macht. Als ik terugzie hoeveel smart hij Britt al heeft aangedaan krijg ik alleen maar sterker de neiging om hem dood te schieten.
Nadine: Ik doe of ik dat niet gehoord heb.
Sofie: Sorry. Maar ik ..
Nadine: Ik begrijp je heel goed, en ik zou ook niets liever willen dan eindelijk eens wat rust voor Britt in haar leven. Ik vraag me wel eens af hoeveel zij denkt nog te moeten incasseren.
Soms denk ik wel eens dat zij dit ziet als een straf dat ze er niet voor Mark kon zijn toen die vermoord werd.
Sofie: Mark vermoord?
Nadine: Ja. Een lang verhaal. Misschien dan Britt het je nog wel eens verteld.
Sofie: Maar dat komt dus later? Eerst moeten we Britt zien te vinden.
 
Beneden in zijn cel worden bij Dashi de handboeien weer omgedaan en hij wordt meegenomen naar boven waar hij met een vaste lijn en onder toeziend oog van Sofie en Nadine mag bellen om door te geven dat hij vrij komt.
Dashi weet donders goed dat ze hem in de gaten houden dus hij spreekt in code, maar wat hij niet in de gaten heeft is dat hij ongemerkt een heel klein peilzendertje in de kraag van zijn jas geprikt krijgt zodat hij gevolgd kan worden. Reeds meerdere keren is Dashi met de politie in aanraking gekomen en steeds heeft hij weten te ontkomen. Een keer zelfs via zijn advocaat, Johan Vanlancker, Britt haar vriend.
Nadine had aan heel veel touwtjes moeten trekken om zo'n grote macht op de benen te krijgen maar ze was er in geslaagd om twaalf volgauto's te mobiliseren zodat ze elkaar telkens konden afwisselen en Dashi geen argwaan kreeg dat hij gevolgd werd. Echter na een half uurtje door Gent rijden hield hij zijn chauffeur stil en liep een gebouw binnen. Via de oortjes gaf Nadine opdracht het hele gebouw te omsingelen zodat hij niet stiekem via de andere kant het gebouw kon verlaten.
Eenmaal binnen kwam het interventieteam in actie en bestormde de ruimte waar Dashi binnen was gegaan.
Daar zat hij pontificaal op een grote zetel. In zijn ene hand een goede sigaar en in zijn andere hand een goed glas cognac.
Dashi: Zo mevrouw Vanbruane. Nu denkt u dat ik zo maar ga zeggen waar mevrouw Michiels is? Mooi mis. Zo gemakkelijk wint u het niet van mij.
Nadine: (haar wapen richtend op Dashi's hoofd) Waar is Britt?
Dashi: Ik zal u iets anders zeggen (streng) Luister heel goed, of liever, neem het maar op op deze bandrecorder (terwijl hij haar een cassettewalkman toewerpt).
En dan begint hij zijn betoog. Sofie en Nadine staan ongedurig te wachten want ze weten dat Britt in nood is en dat ze snel hulp moet hebben.
Sofie: Spreek op, we moeten Britt hebben.
Dashi: Nogal zo'n brutaal bij de politie, het gaat snel achteruit.
Sofie: Ik zou u het liefst uw kop eraf schieten, maar eerst moet ik Britt hebben.
Dashi: Luister. Die mevrouw Michiels is maar een zielig hoopje mens. Zij is verantwoordelijk voor de dood van mijn dochter. Het is zo jammer dat zo iemand zelf een kind heeft. Dat kan nooit goed komen met Dorien. Arm kind, eerst haar vader verliezen en nu haar moeder, maar ja, dat kon mevrouw Michiels wel aan voelen komen.
Sofie verliest nu haar geduld en grijpt Dashi bij zijn kraag.
Sofie: Zeg op waar is ze?
Dashi laat zijn cognacglas vallen en springt overeind, Sofie daarbij omver duwend.
Dashi: En nu is het over. Dat mens heeft mijn leven kapot gemaakt en ze weet maar niet van ophouden. Ik ben een oude man geworden door haar, een oude man die niets te verliezen heeft, maar ik zweer u dit: (en dan haalt hij een revolver uit zijn jas, zet die in zijn mond en haalt de trekker over).
Een harde knal volgt en overal spat het bloed en de vleesresten in het rond. Sofie slaat helemaal in paniek, Nadine staat geschokt te kijken en ook de andere leden van het interventieteam weten even niet wat te doen. Dashi is dood. Dat is zo klaar als een klontje. Zijn hele hoofd is uit elkaar gespat, maar hij heeft niet gezegd waar Britt is.
Sofie laat zich huilend op de grond vallen, ze is helemaal kapot. Suïcides had ze al vaker van heel dichtbij meegemaakt, maar nog nooit had ze zich zo ellendig gevoeld, omdat ze niet wist waar haar gewonde partner zich nu bevond. Hoe moesten ze nu aan Dorien zeggen dat ze haar mama nog niet hadden gevonden en dat die meneer dat ook niet meer kon zeggen?
Trillend en shakend gaat Nick naast haar zitten en probeert haar te kalmeren maar Sofie verkeerd in een shocktoestand.
Nadine: Breng haar naar het ziekenhuis en laat haar onderzoeken en zorg dan dat ze thuis komt en blijf bij haar. Ik ga terug naar het commissariaat. Dorien zal ons moeten vertellen waar ze Britt het laatst gezien heeft en wie er bij haar was.
 
Op het commissariaat is inmiddels Johan ook toegekomen. Hij is kwaad op Nadine dat Britt weer al betrokken is bij die Dashi zaak, en hij wordt nog furieuzer als hij hoort dat Britt weer vermist wordt. Hij probeert ook om Dorien te troosten en wil niet dat die ook nog verder wordt betrokken in de zaak.
Nadine: Johan, wil je even meelopen naar mijn kantoortje?
Johan: Heb je soms nog meer slecht nieuws voor ons?
Nadine: Alsjeblieft Johan, denk ook een beetje aan Dorien.
Johan: Alsof jullie dat doen.
Nadine: (inmiddels in het kantoortje) Dorien heeft Britt als laatste gezien. Die Dashi heeft zichzelf net door de kop geschoten en zal ons niets meer vertellen. Dorien moet ons wijzen waar Britt is.
Johan: En dat kind het trauma van haar leven bezorgen? Nooit niet.
Nadine: Dorien is haar enigste kans. Ik heb al gesproken met een psycholoog van de dienst die zal ons en zeker Dorien en Britt bijstaan.
Johan: Dan zullen jullie haar eerst moeten vinden. (nu bijna buiten zichzelf van woede)
Nadine: Johan, alsjeblieft, probeer je wat in te houden. Hier help je niemand mee. Ik begrijp heel goed dat je bezorgd bent om Britt, maar zo help je haar niet.
Johan: Sorry, maar ik voel me zo machteloos. Ik wil er bij zijn als jullie met Dorien weggaan. Waar is trouwens Sofie?
Nadine: Die verkeerd in een shock.
Johan: Laten we verder geen tijd verspelen.
 
Nadat Nadine met Johan, Dorien en de psycholoog heeft gesproken gaat het hele team weer op pad op zoek naar de locatie die Dorien heeft aangegeven. Maar daar vinden ze niets anders dan het vest van Britt en wat bloedvlekken, waar wel een grote voetafdruk in staat. Die voetafdruk leid weer naar een afdruk van een autoband en zo komen langzaam de puzzelstukjes weer bij elkaar. Dorien weet te vertellen dat het een donker groene auto was met lichte stoelen erin. En dat die auto een heel zacht geluid maakte.
Toen ze uit de auto was gezet had ze ook de nummerplaat goed bekeken: MEL 702.
Nadine belt de gegevens door naar transmissie en laat ze natrekken. Zoals verwacht betrof het een auto van de stal van Dashi en heel toevallig is de avondploeg op weg naar een ongeval met deze wagen bij de Zwijnaardse Dries.
Met gezwinde spoed haasten ook de andere auto's zicht naar de ongevalplaats.
Aanvankelijk worden ze weggehouden van het wrak maar Nadine maakt duidelijk dat zij commissaris is en op zoek is naar een van haar medewerkers die ontvoerd is. Dan mag ze langs de afzetting en wordt bij de auto gelaten. Nauwelijks bij bewustzijn hangt de chauffeur half over het stuur. Nadine grijpt hem bij de kraag en wenst hem allerlei naars toe als hij niet heel snel zegt waar Britt is.
De man kijkt haar verdwaasd aan. Hij lijkt haar niet te snappen.
Nadine: Je baas heeft zich door de kop geschoten, die kunnen we niet meer oppakken, dus als haar ook maar iets overkomt, ik zweer je, je zult de dag berouwen dat je bent geboren.
Man: Kijk achterin. (en hij zakt weer bewusteloos in elkaar)
Nadine loopt naar de achterkant van de wagen en wil hem openen maar slaagt daar niet in.
Vlug gaat ze weer naar de bestuurder en gaat op zoek naar de sleutel om de kofferbak te openen maar kan die niet vinden. Dan hoort ze zachtjes wat geknetter en ruikt de benzine die nu vrij over de straat loopt. Ze begint in paniek te raken en vreest dat de boel gaat exploderen. Dan ziet ze Pasmans met een breekijzer aan komen lopen en die twijfelt geen moment en breekt de kofferbak open. Ineens is er overal vuur en Pasmans springt snel weg maar Nadine trekt de kofferbak verder open en ziet daar een bewusteloze Britt liggen. Ze denkt niet na over de gevaren voor zichzelf, grijpt Britt onder haar oksels en sleurt haar uit de wagen en sleept haar door de berm naar een veiliger plek en struikelt samen met Britt voorover de sloot in als plots de wagen explodeert. Behalve het geluid van de brandende wagen hoort en ziet Nadine even niets. Ze is voor korte tijd zelf ook even haar positieven kwijt. Ze schrikt als er plots een paar handen aan haar beginnen te trekken; het zijn Raymond en Pasmans. Pasmans zet Nadine overeind en Raymond haalt Britt uit het slootwater en legt haar in stabiele zijligging in de berm en dekt haar toe met zijn dienstjas.
Britt is niet bij bewustzijn en ze reageert niet op aanraken of aanspreken.
Gelukkig is de ambulance snel ter plaatse. Voor de chauffeur komt alle hulp te laat. Nadine wordt meegenomen in verband met brandwonden en Britt wordt voor de ogen van Dorien en Johan gereanimeerd en ook snel overgebracht naar het ziekenhuis.
Opnieuw breken bange en spannende tijden aan voor Johan en Dorien.
In het ziekenhuis wordt Nadine goed verzorgd en mag na de verzorging meteen weg...
 
Ze gaat op zoek naar Britt...
Nadine: Britt Michiels? (aan het baliemeisje) Waar ligt Britt Michiels? (zenuwachtig)
Baliejuf: De artsen zijn nog met haar bezig. U kunt in de wachtkamer plaats nemen. Daar zitten al een heleboel mensen te wachten op bericht over haar. Is er wat bijzonders dat er zoveel mensen naar haar komen vragen?
Nadine: Ze is mijn beste inspecteur. Ze heeft al zoveel mee gemaakt, ik wou dat ..... (maar verder komt ze niet want ze begint te huilen)
Dan staan ineens Raymond en Johan naast haar die verwachtingsvol naar haar kijken.
Nadine: Sorry, maar ik weet ook nog niets meer.
Johan: En hoe is het met u? Uw handen in het verband en uw gezicht helemaal ...
Nadine: Wat brandwonden. Dat gaat wel goed komen zegt de dokter. En flink de schrik te pakken. Ik hoop zo dat ik op tijd was om wat voor Britt te doen. Als ze er wat aan overhoud, ik weet niet of ik dan nog wel naar mezelf durf te kijken. Ik had haar moeten tegenhouden, na wat die Dashi allemaal al tegen haar gedaan en gezegd had. Johan het spijt me zo zeer dat Britt nu weer in de problemen is geraakt. Och, laat die artsen eens opschieten.
Als Johan een arm om haar heen wil slaan krimpt ze ineen van de pijn. Bij de val door de explosie is ze hard op haar schouder terecht gekomen en die voelt nu behoorlijk beurs. Ook de brandwonden aan haar handen beginnen veel pijn te doen en ze kan haar tranen niet bedwingen.
Johan: Sorry, ik wilde u geen pijn doen. Kom, ga even zitten en laten we proberen rustig op de artsen te wachten.
 
Na meer dan een uur wachten komen ook Nick en Sofie binnen lopen.
Nick: Ik kon haar niet thuis houden toen ze wist dat Britt gevonden was.
Nadine: Sofie? Hoe gaat het?
Maar Sofie reageert niet. Ze is nog steeds in shock en staart met lege ogen voor zich uit. Het enige wat ze hoort is telkens het slaan van de deuren op de eerste hulp. Ze is gefixeerd op Britt en heeft alleen daar oog voor.
 
Meer dan twee uur later komt er eindelijk een arts op de groep collega's aflopen.
Arts: (op heel serieuze toon) Is hier de echtgenoot van mevrouw Michiels aanwezig?
Iedereen kijkt elkaar aan, en dan kijken ze naar Johan.
Johan: Ik ben haar vriend, haar echtgenoot is overleden.
Arts: Wilt u dan met mij meelopen?
Johan: Mag er iemand meekomen? Ik weet niet of ik dit alleen kan.
Arts: Een kan er nog mee.
Johan kijkt rond maar weet niet wie hij moet vragen. Iedereen is heel goed met Britt bevriend en hij wil niemand voortrekken.
Nadine schud nauwelijks merkbaar dat zij niet perse mee hoeft; de anderen zijn eigenlijk ook bang voor het bericht dat gaat komen. Sofie haar blik is nog steeds gefixeerd op de eerste hulp afdeling.
Johan: Zou het gaan Sofie? Wil jij met mij mee gaan?
Sofie: Britt mag niet weggaan. Ze mag niet.
Johan: Wil je meegaan en zien hoe ze het maakt?
Sofie: Ik ben bang Johan.
Johan: Sofie, niet half zo bang als ik. Ik weet ook niet wat de arts mij gaat zeggen, maar jullie zijn een team en ik weet dat je heel erg bezorgd bent om haar. Ga maar met mij mee.
 
En langzaam, bijna schoorvoetend, lopen ze achter de arts aan terug naar de eerste hulp en valt de deur weer dicht, de anderen nog steeds met vragen achterlatend.
Ze lopen een kantoortje in.
De dokter zegt nog steeds niks...
Dan gaat hij langzaam achter zijn bureau zitten, met een serieuze blik in zijn ogen. Hij gebaart aan Johan en Sofie om ook te gaan zitten...
Johan gaat zitten, maar ziet dat Sofie niet doorheeft wat ze moet doen, daarom duwt hij haar zacht in de stoel naast hem, en trekt de stoel naar zich toe, en slaagt zijn arm om haar schouder...
 
Ze kijken hoopvol naar de dokter...
 
Arts: Wel, ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: het gaat niet goed met mevrouw Michiels. Eigenlijk is het een klein wonder dat ze nog leeft. Die slag op haar hoofd...... Twee centimeter lager en ze was er niet meer geweest. Ik weet niet wie geslagen heeft of met wat. Maar het was ontzettend hard. Ze heeft verschillende breuken in haar schedel en er is sprake van vochtophoping binnen in haar schedel. Dat is hetgeen we het meest voor moeten vrezen. Dat vocht kan niet zomaar weg en als de druk in de schedel te hoog wordt komen de hersenen klem te zitten en komt ze te overlijden. We hebben een spoedoperatie gedaan waarbij we een soort pompje in haar hoofd hebben ingebracht die geleidelijk de hoeveelheid vloeistof zal afvoeren zodat de druk geoptimaliseerd kan worden. We zullen moeten afwachten hoe zich dat ontwikkeld. Als het goed gaat komen, en ik zeg duidelijk ALS, dan heeft ze nog een hele lange en moeizame weg te gaan. Ze zal zich niets kunnen herinneren wat er is gebeurd, ze zal zich haar omgeving en de mensen uit haar leven niet meer kunnen herinneren en mogelijk dat ze een heleboel dingen uit haar dagelijkse leven gewoon niet meer kan. We hebben te maken met zwaar hersenletsel met mogelijk grote en blijvende gevolgen.
Ook haar longen hebben een flinke klap gehad doordat ze zowel die rook van die autobrand heeft ingeademd als dat ze in het vuile slootwater heeft gelegen.
Daarbij heeft ze veel kneuzingen in haar buik en haar ribben en hebben we sporen gevonden van een ruwe verkrachting.
Ik begrijp dat u haar graag wilt zien maar ik moet u waarschuwen dat u haar nauwelijks zult herkennen. Haar gezicht is erg opgezwollen en haar ogen zitten dicht; ze heeft een groot verband om haar hoofd en ze wordt met een machine beademd.
Verder zitten er allerlei infusen en machines en draadjes in en aan haar lichaam zodat we haar zo goed mogelijk kunnen observeren. Let wel dat we op dit moment de situatie redelijk onder controle hebben maar ik geef erbij aan dat de komende 48 uur van cruciaal belang zijn hoe mevrouw Michiels hier uit zal komen.
Johan: Noemt u haar alsjeblieft bij haar voornaam. Noem haar Britt, dat geeft meer een vertrouwder gevoel, ze is al zo aan jullie overgeleverd, en aan die machines.
Sofie: Zal ze het halen? Dokter, zeg me dat ze het zal halen.
Arts: Sorry maar daar kan ik op dit moment nog niets over zeggen. We zullen geduldig moeten wachten. Lopen jullie maar even mee, dan zullen we naar haar toe gaan.
Ook nu weer lopen Johan en Sofie langzaam achter de dokter aan.
Johan slaat de schrik om het hart als hij zijn Britt zo ziet liggen, hoofd in het verband, dik en gezwollen gezicht, en slang die uit haar mond steekt en allemaal lijntjes en slangetjes.
Zachtjes loopt hij op haar af en veegt heel voorzichtig met zijn vinger over haar wang. Uiteraard komt er geen reactie.
Johan: Weet ze dat ik hier ben? Hoort ze mij?
Arts: Ze ligt in een coma, maar we denken dat comateuze mensen hun omgeving wel kunnen horen, dus praat rustig tegen haar, daarmee vergroot u de kans dat ze weer bij gaat komen, al geeft het geen enkele zekerheid. Van mensen die wel zijn bijgekomen weten we dat ze konden horen wat er tegen hun gezegd was, en dat die prikkels hebben geholpen om ze terug te krijgen.
Johan: Lieve Britt, ik weet dat je heel ziek bent, en je heel naar voelt. Dorien is gelukkig goed terug gekomen, ze wacht op jou. Wij wachten allemaal op jou. Ik heb je lief, ga niet weg. Blijf vechten en  kom alsjeblieft weer bij ons terug.
Arts: (tegen Sofie) Mevrouw gaat het wel, u ziet zo wit?
Maar nog voor ze kan reageren ligt Sofie languit op de vloer. Het is haar teveel. Ze kan het niet aanzien dat haar partner hier zo bijligt.
Vlug komen er twee broeders aan die haar opnemen en op een brancard leggen en afvoeren. Johan loopt zelf ook met knikkende knieën weg nadat hij Britt heel zachtjes een zoentje op haar wang heeft gegeven.
 
Op de gang wachten de anderen hem op, maar niemand durft te vragen hoe het is. Aan Johan zijn houding merken ze dat het niet goed is. Nadine staat op en loopt op hem af en legt haar pijnlijke handen op zijn schouders om hem haar steun te betuigen. Langzaam volgen de anderen haar voorbeeld en zo wordt Johan door de groep opgenomen.
Als hij opkijkt ziet hij ergens achteraan op een stoel Dorien zielig voor zich uit zitten kijken.
Johan: Sorry, maar ik moet naar Dorien toe.
Nadine: Gaat het lukken Johan? Kunnen we ergens mee helpen?
Johan: Loop even mee naar Dorien als ik haar moet uitleggen dat haar moeder heel ziek is en de dokters heel erg hun best gaan doen voor haar.
Dan bukt hij zich om oog in oog te komen met Dorien.
Johan: Dorien, de dokters zijn heel hard bezig om uw mama beter te maken maar ze is heel erg ziek. Die man die haar op het hoofd heeft geslagen heeft haar heel veel pijn gedaan.
Dorien: Gaat ze wel terug beter worden dan? Ik wil niet ook mijn mama kwijt zijn. Het is al zo stil zonder een papa.
Nadine: Dorien, uw mama weet dat u op haar wacht en ik weet zeker dat ze jou niet wil alleen laten. Ik ken haar denk ik goed genoeg om te weten dat ze zelfs nu, nu dat ze heel ziek is, heel erg hard haar best doet. Om beter te worden en om bij jou terug te komen.
Dorien: Moet ik nu met Johan mee, of ga jij Tony bellen?
Nadine: Heeft mama nog wel eens contact dan met Tony?
Dorien: Ja, ze bellen wel eens en soms gaan wij ook naar Tony toe, maar die werkt nu toch niet meer bij jullie?
Nadine: Wil ik haar bellen en vragen of zij wil komen helpen?
Johan: Ik wil ook wel voor Dorien zorgen, maar ik heb even een paar dagen nodig om mezelf weer wat bijeen te rapen. Ik ben helemaal kapot van wat ik net zag en de dokter mij vertelde.
Nadine: Is goed Johan. Ik neem Dorien voor vanavond wel mee en zal je morgen bellen of ik wat met Tony heb kunnen regelen. Het ga je goed, en als je ergens mee zit, of gewoon even je verhaal kwijt moet kun je me gerust bellen, ook 's avonds of 's nachts.
Johan: Bedankt Nadine, en sorry dat ik deze week zo tegen je uitviel. Het werk van Britt, soms maak ik me gewoon teveel ongerust, maar nu is het wel echt goed mis gegaan.
 
Zo gaat ieder weer op weg naar huis, maar allemaal met een heel naar gevoel in het lijf.
 
De eerste dagen heerst er een vreemde sfeer op het commissariaat. Sofie heeft zich voor een paar dagen ziek gemeld en Nick is bij haar gebleven om haar wat op te vangen en te steunen.
In zijn nabijheid begint Sofie te praten over haar angst die ze voelde toen Britt vermist werd en toen ze haar op de intensive care weer had terug gezien.
Raymond en Pasmans hebben ook hele gesprekken over wat er toch allemaal al met Britt gebeurd was en dat ze steeds weer de kracht had om zich door alle sores heen te slaan. Ze waren het er over eens dat Britt een hele sterke vrouw was. Terwijl hij dit zei merkte Pasmans dat hij dit misschien wel zei om zich zelf wat moed in te spreken want hij wist intussen van het zware hersenletsel dat Britt had opgelopen.
Ben en Sel waren een heel stuk rustiger dan men van hun gewend was. Beiden een beetje in hun eigen wereldje, maar wel duidelijk zeer begaan met het lot van Britt.
Nadine had haar handen dan wel in de verbanden zitten maar kwam toch naar het commissariaat om er voor haar team te zijn en iedereen kon dat waarderen.
Na twee dagen was het haar gelukt om Tony te pakken te krijgen en ze sprak af die middag bij Tony langs te gaan.
Tony wist nog van niets en was zeer zwaar aangeslagen toen ze hoorde van Britt haar toestand. Uiteraard zonder bedenkingen bood ze aan om voor Dorien te zorgen zolang dat nodig was, en ze had er geen moeite mee om het eventueel af te wisselen met Johan.
Tony en Britt hadden meer dan drie jaar samen gewerkt en kenden zo'n beetje elkaars hele leven. Samen hadden ze voor hele hete vuren gestaan en een van die hete vuren was ook al eens Dashi geweest. Toen Nadine vertelde dat Dashi er ditmaal ook weer achter zat sloegen bij Tony bijna de stoppen door.
Nadine: Rustig maar, hij heeft het werk zelf afgemaakt. Hij heeft zijn revolver in zijn mond gestoken en geschoten. Alleen zit ik nu danig onthand op het commissariaat. Ik weet dat jij je redenen had om dat jaar sabattical te gaan, maar zou je in overweging willen nemen of je ons een beetje kan komen helpen. Echt alle respect als je nee zegt, maar ik kan elke hulp nu heel goed gebruiken.
Tony: Ik ga straks eerst naar het ziekenhuis, dan pik ik Dorien wel op uit school en ga even bij Johan langs en dan laat ik je morgen weten wat ik doe. Is dat goed voor jou?
Nadine: Heel erg bedankt dat je er over wilt denken.
Tony: Ze is eigenlijk nog steeds een beetje mijn partner hoor. We zien elkaar nog regelmatig en we bellen ook nog vaak. Hoe kan die ..... haar dit nu weer aangedaan hebben?
Nadine: Hij heeft het op een bandje ingesproken. We hebben dat bandje op het commissariaat. Zo koel en onbewogen als hij het allemaal verteld. Die man kende geen gevoel meer. Ik ben blij dat hij dood is.    Dit ga je toch niet tegen de IT vertellen als ze komen, is het wel?
Tony: De IT kent Dashi niet. Maar ik beloof je het voor me te houden tegen hun.
 
In het ziekenhuis is bij Tony de eerste reactie ook een flinke schrik, maar ze heeft meer meegemaakt dat Britt zo te pas was gekomen. Nadat ze zich heeft hervonden gaat ze heel rustig naast Britt zitten en neemt diens hand in de hare terwijl ze er zachtjes overheen begint  te strelen.
Een broeder die net komt om wat controles te doen merkt een verandering in de registratie van de metingen en loopt vlug naar de artsenkamer om de hoofdbehandelaar op te halen.
Arts: Wat is er gaande?
Broeder: Deze mevrouw zit tegen Britt te praten en streelt haar hand, en zie eens naar de EEG en ECG registratie, die worden regelmatig en heel rustig. Ik weet zeker dat ze binnenkomt bij Britt.
Arts: Verrek, het lijkt wel of ze gaat bijkomen uit haar coma. Ga haar vriend bellen, ik wil dat hij aanwezig is als ze ontwaakt. We moeten zo veel mogelijk positieve prikkels aanbieden om Britt weer goed terug te krijgen.
Tony: Ik wist niet dat jullie je patiënten bij de voornaam aanspraken.
Arts: Dat heeft haar vriend gevraagd. Hij vond het zo afstandelijk over komen terwijl ze zo aan die machinerieën lag.
Tony: Johan is heel gek met haar. Hij wil haar niet kwijt. Ik ook niet. Ze is jaren mijn partner geweest bij de Flikken en ze heeft al bijna net zoveel ziekenhuis ervaring als menig arts-assistent. Maar ze moet weer terug komen bij ons. Ik moet even iemand bellen maar kom zo zelf ook weer terug.
 
Tony belt naar Nadine om de situatie uit te leggen en te vragen of ze vanmiddag zelf Dorien nog kan ophalen.
Nadine is ingehouden blij dat Britt nu al lijkt bij te komen uit het coma. Het is nog te vroeg om te juichen maar ze weet wel dat hoe korter het coma duurt, hoe groter de kans op een goed herstel.
Nadine: Ik zorg voor Dorien en blijf jij maar bij Britt, zo te zien zijn jullie nog steeds twee handen op een buik. Laat me horen als er iets veranderd.
Tony: Doe ik, en alvast de groetjes aan Dorien. Ik zie er naar uit om haar weer te zien.
 
Als Tony terug komt op de intensieve ziet ze Johan ook al aankomen. Hij heeft een verwilderde blik in zijn ogen. Hij is ook angstig dat er iets niet goed is, maar Tony neemt hem bij de hand en verteld dat de artsen denken dat Britt bijkomt uit haar coma.
Johan: Echt? Ik dacht dat ....
Tony: Kom maar mee, dan gaan we samen.
Johan: Hoe kun jij zo rustig blijven?
Tony: Ik ken mijn vroegere partner. Ik weet dat ze het gaat halen, snel en goed. Ik voel dat gewoon.
Johan: Jij bent toch niet zo'n paranormaal begaafd iemand of wel?
Tony: Nooit in me opgekomen, maar als het Britt helpt wil ik het graag gebruiken.
Johan: Tony je bent een schat.
 
Terug op de intensieve gaat Tony weer naast Britt zitten en neemt weer haar hand en begint weer rustig te praten en de hand te strelen en weer laten de registraties de invloed daarvan op Britt zien.
Rustig blijft Tony doorpraten  en nu ziet ook Johan dat Britt lijkt bij te komen. De zwellingen rond de ogen zijn al flink wat minder en dan ziet hij dat Britt probeert haar ogen te openen. Haar oogleden voelen heel zwaar dus het gaat erg moeizaam maar uiteindelijk heeft ze haar ogen open en kijkt van de een naar de ander die om haar bed staan. Haar blik is nog leeg alsof ze inderdaad niemand herkend, maar als Tony zachtjes in haar hand knijpt richt ze haar blik op Tony en ook de arts ziet dat er bij Britt een teken van herkenning is.
Als door een wonder is Britt al heel snel uit haar coma gekomen. Ze wordt van de beademingsmachine afgekoppeld maar blijft nog wel voor een aantal dagen op de intensieve.
Johan en Tony bezoeken haar iedere dag elk zeker twee keer en bombarderen haar met prikkels om haar te stimuleren om dingen te herkennen.
Dat deel gaat nog erg moeizaam en het doet Johan pijn om te zien dat Britt zich heel veel niet kan herinneren.
Tony: Johan, dat gaat wel weer komen. Vergeet niet dat ze een behoorlijke knal tegen haar hoofd heeft gehad.
Johan: Maar ik voel me zo machteloos.
Tony: Laat dat zo min mogelijk aan Britt blijken. Ze heeft ons, ze heeft jou nodig. Wees er voor haar.
 
Op het commissariaat is de angst omgeslagen in voorzichtige blijdschap over het uit coma komen van Britt.
Raymond en Pasmans hebben zich weer op de Kerkmoord gestort en zijn samen met Sofie bezig de zaken nog eens allemaal grondig door te nemen.
Wilfried werkt hele lange dagen. Hij voelt zich dat verplicht aan Britt en wil niet horen van Sofie of Nadine dat hij tegenover Britt niets verschuldigd is.
Pasmans: Ik heb me aangesteld daar die eerste dag in de kerk. Toen heeft Britt het overgenomen en is die Dashi  erbij geraakt.
Sofie: Hoezo TOEN is hij erbij geraakt?
Pasmans: Nou, ik heb nog geen enkele link kunnen leggen tussen die moord en Dashi. Hij heeft gewoon van de media gebruik gemaakt om weer bij Britt te kunnen komen.
Nadine: En weten we nu al wie die priester heeft vermoord?
Sofie: We hebben het rapport van de schouwarst net gekregen. Ik ga het eens doorspitten.
Pasmans: Nadine, mag ik naar Britt ik moet haar iets vragen.
Maar door die opmerking wordt Sofie ineens zo kwaad op hem dat ze Pasmans naar de keel vliegt en ze in een behoorlijk gevecht terecht komt.
Nadine: (luid) Ophouden jullie!!
Maar Sofie lijkt niets te horen. Pasmans is overdonderd door Sofie en weet niet wat hem overkomt. Dan komt Nick binnen en ziet Sofie in gevecht, maar trekt haar van Pasmans af. Schreeuwend en krijsend staat ze nu tegen Nick te bekken maar die laat het allemaal een beetje langs zich heen gaan.
Nick: Sofie, gaat het weer een beetje?
Sofie: Hij .... hij ..... Ik doe hem wat.
Nick: Jij doet hem niks. Jullie kunnen samenwerken of jullie doen elk wat anders maar met onderling geruzie los je die zaak niet op. Als je even gaat zitten zal ik je wat vertellen.
Met enige moeite laat Sofie zich op een stoel zetten en dan loopt Pasmans naar haar toe en wil zich verontschuldigen voor als hij iets verkeerds gezegd heeft, waarvan hij zich niet bewust is, maar Sofie wil hem al weer aanvliegen.
Sofie: Goddomme Pasmans, Britt is net uit haar coma en dan ga jij haar aan de kop zeiken met dat zielige priester gedoe. Heb je geen verstand in je kop?
Pasmans: Ik zeg sorry, daar had ik aan moeten denken.
Sofie: Denk in het vervolg eerst na voor je zoiets zegt.
Nadine: Sofie, kom je even mee? Wat is er met je aan de hand? Je valt toch niet zomaar je collega's aan, ook al lijkt zo'n vraag onbenullig.
Sofie: Ik ben nog steeds zo kwaad dat Britt dit is overkomen. Ze is dan wel uit coma maar ze herkend niets en niemand meer. Ik wil niet op zo'n manier mijn partner verliezen.
Nadine: Maar moet Pasmans het daarom ontgelden?
Sofie: Misschien niet.
Nadine: Moet ik hem binnen roepen of praat je het zelf met hem uit?
Sofie: Moet dat?
Nadien: Ja, hier kunnen we niet werken als we niet volledig op elkaar kunnen vertrouwen.
Sofie: Oké, ik ga wel naar hem toe.
 
Sofie: Pasmans, loop even mee. (en samen gaan ze naar de kleedkamers) Sorry dat ik je aanviel.
Pasmans: Is oké Sofie, maar waarom deed je het?
Sofie: Vind je het niet kinderachtig als ik het zeg?
Pasmans: Ik weet niets eens wat er was.
Sofie: Ik was bang en ik was kwaad voor wat Britt was overkomen.
Pasmans: Dat waren we allemaal. Ik begrijp dat jij het sterker voelt, jij bent haar partner, maar iedereen hier mist haar. Maar we zullen ons beter met elkaar gaan verdragen en ik zal opletten wat ik zeg. Kunnen we verder samen werken denk je?
Sofie: Jij bent ook zo'n goedzak.
Pasmans: Oké dus, op naar Nick die wat informatie voor ons heeft.
Nick: Wij hebben iemand opgepakt die in allerlei bochten springt om geen straf op te lopen. Hij zegt dat hij wat weet van die kerkmoord. Hij zit in verhoor twee en ik wil vragen of jullie hem willen ondervragen.
Sofie zegt niets maar geeft Nick een dikke zoen midden op zijn mond. Nick krijgt gelijk een rode kop.
Pasmans: Ik zal nu dus maar niets zeggen? (met een knipoog naar Sofie)
Sofie: Kom op Pasmans, er wacht werk op ons.
 
Sofie en Pasmans gaan de man verhoren...
 
Ondertussen in het ziekenhuis, stapt Johan Britt's kamer in... Tot nu toe heeft Britt nog geen woord gezegd...
 
Ook nu nog spreekt ze niet. Ze heeft geen benul hoe dat moet. Ze hoort van alles om zich heen maar weet niet hoe ze zelf contact moet leggen met haar omgeving. Tony zit nog aan haar bed en praat rustig tegen Britt aan.
Als Johan binnenkomt staat Tony op om plaats te maken, maar aan zijn ogen ziet Tony dat hij het er heel moeilijk mee heeft.
Tony: Gaat het Johan, je ziet er zo bezorgt uit?
Johan: Ik ben zo bang Tony. Ze is drie dagen geleden uit het coma gekomen en ze heeft nog geen woord gezegd, ik weet niet eens of ze mij wel herkent.
Tony: Je moet heel veel geduld hebben Johan, ze komt er wel weer bovenop, maar ze heeft ernstig hersenletsel, dat duurt gewoon lang.
Johan: Tony, ik ben bang dat ik haar kwijt ben. Wat hebben we nog als ze ons niet eens meer herkent, als ze straks niet eens zelf zich kan kleden, of niet meer weet wat ze over vijf minuten moet doen?
Tony: Johan, kom eens mee naar de gang. (aldaar) Johan, Britt doet heel erg haar best, ze heeft je steun en je aanwezigheid nodig. Laat haar niet vallen. Ik weet dat het moeilijk is, mij herkent ze ook niet en dacht je dat mij dat geen pijn doet? Ik lig 's nachts ook te janken omdat mijn hartsvriendin mij niet herkent, ik ben ook bang dat ze restverschijnselen zal houden, maar ik geef niet op. Nooit. Britt heeft jou en mij nodig. Al moet ik op mijn blote knieën naar Rome om de paus te smeken een goed woord bij onze lieve heer te doen, dan zou ik dat doen.
Ik ben het Britt verschuldigd. Een ding ben ik blij van dat die Dashi nu voorgoed van de aardbodem weg is. Ik hoop dat Britt daar wat rust in kan vinden.
Johan: Tony hou op met dat zalvende gedoe. Zie je niet dat Britt is verworden tot een kasplant? Kijk haar liggen: het speeksel loopt uit haar mond, haar ogen zijn leeg, en ze kan niks.
Tony: Ga jij nu naar binnen en ga je tegen Britt praten of blijf je hier staan mekkeren?
Johan: Archhhhhh. Ik kan het niet. (en boos draait hij zich om en loopt weer weg)
 
Dus gaat Tony weer naar Britt toe en begint weer tegen haar te praten terwijl ze zachtjes over Britt haar gezicht en haar handen streelt.
Tony: Britt, ben je daar? Kun je me horen? Laat me weten dat je mij hoort.
En dan voelt ze heel zachtjes dat Britt probeert om in Tony's hand te knijpen en van vreugde slaakt ze een gil, waarop direct een zuster naar binnen komt rennen.
Zuster: Is er iets, ik hoorde een harde gil?
Tony: Ze pakte heel zachtjes mijn hand en ze kneep een beetje.
Zuster: Dat is heel mooi, dat is een goed teken.
Tony: Mag ik nog bij haar blijven of moeten jullie zo met haar bezig?
Zuster: De neurochirurg komt zo langs en wil de hoofdwond gaan controleren.
Tony: Moet ik dan weg of mag ik aanwezig zijn voor Britt?
Zuster: Als je niet gaat flauwvallen mag je wel blijven.
Tony: Ik ben niet zo'n held, maar dat weten jullie wel, maar als ik Britt er mee kan helpen wil ik graag blijven.
Zuster: Is goed. Ik denk dat we over ongeveer een kwartiertje hier zijn.
 
Na een kwartier komt de neurochirurg binnen en laat de zuster het verband van Britt haar hoofd halen. Britt wordt op haar rechterzijde gelegd zodat de arts een goed zicht heeft op de hele wond. Tony voelt haar maag al rond draaien en merkt dat het bloed wegtrekt uit haar gezicht, maar ze probeert diep door te ademen om vooral niet onderuit te gaan.
Al het haar is van Britt haar achterhoofd afgeschoren en er zit een wond van wel 10 bij 4 centimeter. De randen zien er naar uit, er zit opgedroogd bloed in de wond en de drainpot zit ruim half vol. Als de chirurg met zijn gehandschoende vingers op de wondranden drukt komt er ineens een hele stroom pus uit de wond.
Arts: Zuster, dit is niet goed. Geef me het scalpel.
Tony heeft steeds meer moeite zich goed te houden, als de arts ook nog eens in de wond begint te snijden. In een soepele beweging maakt hij alle hechtingen open zodat alle rommel uit de wond weg kan. Daarna spoelt hij de wond uit met een fysiologische oplossing en in plaats van draadhechtingen zet hij er nu krammetjes in en hij legt een nieuwe drain aan. Daarna wordt het hoofd weer goed ingepakt in een nieuw verband. En al die tijd heeft Britt geen kick gegeven.
Omdat de krammetjes meer druk op de huid zullen veroorzaken moet Britt nu op haar zij blijven liggen,  maar zal ze om de drie tot vier uur op haar andere zij gedraaid worden.
Als de arts en de zuster weer weg zijn loopt Tony naar de wc een moet even flink braken. Wat was ze geschrokken van die wond. Nu begreep ze ook beter hoe het kwam dat er zulk zwaar hersenletsel was.
Maar ze liet zich niet op de kop zitten, en nadat ze haar gezicht had opgefrist met een plens koud water zette ze zich weer bij Britt neer en begon weer verder te praten.
Na een poosje begon Britt wat te murmelen en Tony zag belletjes uit Britt's mond komen.
Tony: Britt??
Britt: J  .... a...a...a?
Tony: Is het echt? Ben je terug? Britt, wat maak je me blij.
Britt: Z...ee...e.r.
Tony: Heb je veel pijn?
En met heel veel moeite probeerde Britt te knikken, maar dat ging nauwelijks omdat ze nog steeds een stijve halskraag droeg om te voorkomen dat haar hoofd ongecontroleerd zou gaan bewegen.
Toen zag Tony dat Britt tranen in haar ogen kreeg en ze voelde zichzelf naar worden van het verdriet en de pijn die ze bijna letterlijk bij Britt kon voelen.
Nadat ze de zuster weer had geroepen kreeg Britt morfine toegediend en viel weer in slaap, waarop Tony besloot om ook maar weer weg te gaan.
 
In plaats van naar de boot ging Tony naar het commissariaat waar ze direct naar Nadine ging.
Nadine: Dag Tony. Hoe is het met je?
Tony: Met mij? Ik dacht dat je naar Britt wilde informeren.
Nadine: Ook wel, maar ik zie dat jij er niet uitziet. Is er iets gebeurd?
En toen vertelde Tony het hele verhaal van Johan, dat die het niet meer aan kon, en dat de wond ontstoken was en dat Britt kenbaar had gemaakt dat ze heel veel pijn had. En ondertussen was ze zelf ook gaan huilen en had Nadine snel een kop thee gehaald en ging naast Tony zitten om haar te troosten.
Nadine was inmiddels verlost van haar zalfverbanden van de brandwonden. Haar handen zagen nog wat rood en waren gevoelig maar Nadine had zelf geen dag verzuimd om aanwezig te zijn.
Nadine: Pasmans en Sofie zijn verder gegaan met die kerkmoord. Ze hebben net een verdachte gehoord. Misschien hebben hun informatie die jij wilt hebben?
Tony: Wat zou ik daar mee moeten?
Nadine: Misschien zit er een aanwijzing bij of Dashi daar ook bij betrokken is geweest of dat hij misschien op die manier bij Britt in de buurt wist te komen.
Tony: Denk jij dat ik terug moet komen in de dienst?
Nadine: Ik kan niet voor jou kiezen. Ik heb al gezegd dat ik het heel erg zou waarderen maar jij hebt vrij gevraagd voor je eigen redenen en alleen jij kunt bepalen of je terug wilt  al op dit moment.
 
Net als Tony op wil gaan staan om naar Sofie toe te gaan gaat Nadine's telefoon. Weer een melding van een situatie in een kerk, of de onderzoekende agenten zich daarheen willen begeven, want men heeft het vermoeden dat er een verband is.
Nadine kijkt Tony aan die haar vragend terug aan kijkt.
Nadine: Wil je mee doen? Misschien is er een verband, en bij God ik kan elke hulp gebruiken.
Tony: Als ik het aan kan wil ik het wel proberen.
Nadine: Bedankt Tony, dat je nog steeds om je collega's geeft. Maar wees wel eerlijk tegenover jezelf. Als het niet gaat wil ik dat je het aangeeft. Oké?
Tony: Welke kerk is het, dan zal ik Sofie en Pasmans inlichten?
Nadine: Kristus Koningkerk aan het Rerum Novarumplein. En doe het voorzichtig aan Tony.
 
Onderweg naar de kerk licht Sofie Tony in over wat ze uit het verhoor hebben gekregen.
De knaap die ze hadden verhoord was Thymen, 25 jaar, werkeloos en, zoals verwacht, door Dashi geronseld om "zekere zaken" voor hem af te handelen. Maar hij ontkende elke betrokkenheid bij de moord op de pastoor.
Na wat steviger aandringen had hij wel gelost dat hij een nevendienst had verricht en die had er uit moeten bestaan dat hij Britt de stuipen op het lijf had moeten jagen. Zover Thymen wist waren er wel meer jongens in dienst van Dashi geweest maar uiteraard kende hij die niet allemaal.
Bij Tony begon het vermoeden te rijzen dat die handlangers van Dashi nog lang niet uitgewerkt waren en ze maakte zich zorgen over wat Britt en hun nog meer boven het hoofd zou hangen.
Voor de kerk stond de pastoor al in paniek te gebaren dat ze snel binnen moesten gaan en dat hij zich een ongeluk was geschrokken toen hij zelf binnen was geweest. Op het altaar had een afgesneden schapenkop gelegen, alsof het een offer was geweest.Verder niets geen aanwijzingen. Tony keek aandachtig rond en zag wat vage bloedvlekken waar ze een gedeeltelijke voetafdruk vond. Ze belde de sporendienst en liet de boel grondig nakijken, waarna ze zelf weer binnenreden.
Zo kregen ze in de loop van de volgende dagen nog drie meldingen binnen van pastoors die vreemde zaken waren tegen