ROMAN  DASHI

Op een lenteochtend krijgt Britt telefoon op haar GSM. Ze heeft een vrije dag, Johan is werken en de kinderen zijn naar school. Ze zit op de bank een boek te lezen...

Britt: Britt.
Stem: Ach, mevrouw Michiels... (sissend)
Britt: Daar spreekt u mee...
Stem: Weet u wie ik ben? (sissend)
Britt: Roman Dashi?
(ongelovig/bang)
Dashi: Goed geraden, mevrouw Michiels.
Britt: Wat wilt u? (bang)
Dashi: Maar mevrouw Michiels, dat weet u toch nog wel? U heeft mijn dochter van mij afgenomen, nu is het tijd voor een eerlijke ruil. Uw dochter voor de mijne.
Britt: Blijf bij mijn dochter uit de buurt. Ik heb Selina niet vermoord.
Dashi: Door uw schuld is ze vermoord en ik rust niet voordat ik haar moord heb gerechtvaardigd.
Britt: Moord is niet te rechtvaardigen. Degene die haar vermoord heeft is al opgepakt en berecht. U mag geen eigen rechter spelen.
Dashi: Zullen we dan nog wel zien. Toch? (en dan hangt hij op)

Britt is helemaal in paniek en belt snel naar Johan.
Johan: Bel dit door naar Nadine en laat ze bescherming voor de kinderen regelen. Ik moet zo direct naar de rechtbank maar als je het liever hebt kom ik nu naar huis.
Britt: Johan ik voel me zo angstig.
Johan : Ik kom naar huis.

Nadine heeft een patrouille naar school gestuurd en is zelf ook naar de school gegaan om de directeur op de hoogte te brengen van de situatie.
Thuis zit Britt schuddend van de zenuwen op de bank te wachten tot Johan thuis komt.
Plots gaat de bel...
Britt: Johan heeft toch een sleutel? (denkend)
Britt doet de deur open, en...
Dashi: Dag mevrouw Michiels. (lachend)
Britt: Ga weg hier. Ik bel de politie.
Dashi: Maar mevrouw Michiels. Heeft u geen manieren geleerd? U kunt mij toch uitnodigen om binnen te komen?
Britt: Ga weg zeg ik. (en ze wil de deur dicht gooien maar hij steekt zijn voet ertussen.)
Dashi: Ik heb al gehoord dat uw dochtertje weer bewaakt wordt. Dan zal ik het met u moeten doen. Wilt u zo vriendelijk zijn mij te volgen, mijn chauffeur staat voor.
Britt: U bent zeker gek geworden. Ga weg !!
Dashi: Fout antwoord mevrouw Michiels. (zich omdraaiend naar zijn bodyguard) Neem haar mee en laat haar vooral goed luisteren als ze haar kindje nog weer terug wil zien.
Plots stapt er een boom van een vent achter Dashi weg en die grijpt met zijn kolenschoppen van handen Britt bij de kraag. Britt staat zo perplex dat ze vergeet om om hulp te roepen. Niet dat ze dat zou kunnen want die grote handen hebben zo'n stevige greep op haar keel dat ze het er benauwd van krijgt.
Onder dwang wordt ze bij Dashi in de auto gezet. Ze wil eruit en begint aan de deurhendel te trekken maar de deur gaat niet open.
Dashi: Rustig mevrouw Michiels, dat zal u niet helpen.
Dan wordt Britt heel kwaad en wil op Dashi in gaan slaan maar met een flinke tik van de bodyguard ligt ze zelf gevloerd languit op de bank van de auto.
Zo merkt ze niet wat er gebeurt en waar ze heen gaat.
Voor haar gevoel is ze maar even weg geweest en als ze bijkomt merkt ze dat haar handen op haar rug gebonden zijn en dat ze een lap in haar mond heeft zodat ze niet kan gaan schreeuwen. Ook heeft ze een blinddoek voor zodat ze nog niet kan zien waar ze is.
Ze probeert wel om te praten maar voelt zich zowat stikken in dat oude vod dat ze tussen haar tanden heeft.
Britt begint zich meer en meer ongerust te maken. Ze wordt doodsbang van die griezel van een Dashi en zijn bodyguard.
Na een voor haar gevoel eindeloze tijd merkt ze dat de auto stop, maar nog voordat de portieren open gaan krijgt ze weer een klap op haar kop zodat ze weer " out" is en dus nog niet weet waar ze is.

Thuis is Johan inmiddels aangekomen en hij schrikt zich wezenloos als hij merkt dat Britt er niet is. Hij wist dat ze vrij was en even naar de stad wilde, maar na dat telefoontje had hij toch verwacht dat ze thuis zou zijn. Half in paniek belt hij naar Nadine die hem verteld dat de kinderen veilig zijn, maar dat ze Britt niet bij de school heeft gezien.
Johan: Zal die Dashi dan bij haar thuis geweest zijn en haar hebben meegenomen??? (angstig)
Nadine: Alsjeblieft niet van die enge dingen zeggen Johan.
Dan gaat Johan's mobiele telefoon.
Johan: Van Lancker hier.
Dashi: Nog steeds met dat lief van u?
Johan: Dashi??? Is Britt bij u?
Dashi: Och, wie zal het zeggen. Soms is het zo moeilijk te weten waar uw geliefden zijn. Ik weet waar mijn geliefde dochter is. Ze is dood door mevrouw Michiels. En ik had nog een afspraak met haar open staan. Ik denk dat heel binnenkort meerdere mensen hun lief kwijt raken. Jullie hebben Dorien goed beschermd, dus zal Britt zelf voor een oplossing moeten zorgen. Als u haar ziet geef haar vast die waarschuwing. (en legt dan neer).
Nadine: Was dat Dashi??
Johan: Maar hij zei zoiets raars. Eerst dat hij Dorien wilde, en toen dat hij een afspraak met haar had en dan weer dat Britt zelf voor een oplossing moest zorgen voor het probleem. En toen zei hij dat ik het aan Britt moest vertellen als ik haar zag. Ik weet niet of hij haar heeft, maar ik ben heel bang.
Nadine: En ze was niet naar de winkel?
Johan: Nadat ze mij gebeld had ben ik zo snel mogelijk thuis gekomen maar ze was weg.
Nadine: Heeft ze haar spullen meegenomen? Haar wapen en haar handboeien? En haar mobiel?
Johan: Ik weet het niet.
Nadine: Kom, we gaan naar jullie huis en Sel en Ben gaan ook mee en dan gaan we eens ziens wat we vinden.

Inmiddels is Britt dus op een voor haar onbekende plek aan gekomen. De blinddoek zit nog steeds voor haar ogen en een vod in haar mond. Dashi vraagt of ze misschien al dorst heeft. Wild gebaard Britt van ja, in de hoop dat het vod uit haar mond gaat en ze om hulp kan roepen.
Als Dashi's hulpje (Lex) een fles water voorhoud en de mond vrijmaakt wil ze gaan gillen maar die vent knijpt zo hard in haar wangen dat ze geen geluid kan maken.
Dashi: Mevrouw Michiels u weet toch dat ik u niet ongestraft kan laten wegkomen met de moord op mijn dochter?
Britt: Ik heb haar niet vermoord.
Dashi: U bent ervoor verantwoordelijk.
Britt: Diegene zit al in het gevang (hard roepend).
Nu begint Dashi zijn geduld te verliezen en begint met steeds meer stemverheffing te praten.
Dashi: Houd uw mond eens. Altijd tegenspreken, dat bekomt u niet.
Britt: Ik doe wat ik wil !!
En dan begint ze te gillen maar nu is het Dashi zelf die zijn handen gebruikt om Britt tot zwijgen te brengen en haar slechts één stomp geeft, maar wel een ontiegelijk harde, in haar buik . Britt klapt dubbel van de pijn en valt meteen flauw.
Lex krijgt de opdracht te zorgen dat Britt goed vast gezet en bewaakt wordt.
Aan zijn handelswijze is te merken dat hij niet onbekend is met folterpraktijken.
Hij knoopt een nylonkoord om Britt haar duimen en trekt dan haar armen zo hoog op dat ze op haar tenen moet gaan staan om niet teveel pijn in haar duimen te voelen. Om even te zien of het goed werkt schopt hij tegen haar benen zodat ze valt en ziet tot zijn plezier dat het koord diep in haar huid trekt. Door het vod heen kan hij haar horen huilen.
Hij geeft haar een klets in het gezicht en neemt dan de blinddoek af maar plakt gelijk haar ogen toe met ducktape.
Dan komt Dashi weer binnen.
Dashi: Die werkt goed, maar je moet nog wel wat overlaten om te onderhandelen. Breng haar maar hier heen (en hij wijst naar een klein kamertje achter in het verlaten gebouw waar ze nu zijn. Daar staat een oud, stalen bedframe met ringen eraan, waar ze Britt vervolgens stevig met kettingen aan vastbinden.
Britt probeert zich in allerlei bochten te wringen om haar vrijheid te hervinden maar ze kan niets beginnen tegen de mannen.
Dashi kijkt minachtend op haar neer en voelt een intense walging voor Britt. Hij zit zo boordevol haat dat hij totaal geen oog meer heeft voor andere dingen.
Eigenlijk vind hij dat hij Britt wel mag confronteren met haar tekortkomingen en dan rukt hij de tape van haar ogen, zodat ze zijn gezicht wel moet zien als hij in de buurt is.
Lex heeft haar nu heel stevig vast op het oude bed liggen maar Britt heeft veel pijn in haar rug want er ligt geen matras op het bed.
Dan gaat Dashi naast Britt op het bed zitten maar Britt keert haar gezicht af. Dashi pakt haar bij de kin en dwingt haar hem aan te kijken.
Dan haalt hij het vod uit haar mond maar gebied haar zich rustig te houden anders moet Lex weer met zijn handen gaan werken.
Dashi: Het zou toch veel makkelijker en zeker minder pijnlijk zijn voor u als u gewoon uw dochter aan mij geeft. Uw dochter voor mijn dochter, dat lijkt me een eerlijke ruil.
Britt: De pot op Dashi. Jij zult nooit met je smerige handen aan mijn dochter komen. Dat zweer ik, al is dat het laatste wat ik kan doen.
Plots haalt hij een jachtmes uit zijn jas en begint ermee langs Britt haar gezicht te strelen. Britt krijgt tranen van angst in haar ogen.
Dashi: Nu nog niet mevrouw Michiels. Dat komt later wel. Er is nog genoeg over aan u waar we u ook wel mee kunnen dwingen om uw dochter af te staan.
Britt: Nooit mijn dochter !!!!
Dan schiet het mes naar haar shirt dat in één haal open wordt gejast.
Dashi: Nog meer tegen te werken?
Britt: Laat me gaan !!
En daarbij vliegt het mes door de stof van haar broek zodat ze er nu half ontkleed bijligt.
Britt huilt heel hard maar Dashi houdt niet van zachte vrouwen en geeft haar een stevige klets in haar gezicht.
Dashi: U bent een doetje. Dat ze u ooit bij de politie hebben toegelaten.
Lex, houd jij mevrouw hier even bezig. Ik moet even weg voor ik ziek wordt van haar.

In het huis van Britt  en Johan heerst totale verslagenheid.
Op het antwoordapparaat was door Dashi een boodschap ingesproken en ook lag er een brief gericht aan de politie.
Die brief vertelde ....
 
'Beste mensen die dit lezen...
Ik heb Mevrouw Michiels en al wie haar lief heeft in mijn macht... Op bepaalde ogenblikken zal ik u bellen en met mevrouw Michiels laten praten... ZIJ moet met een oplossing komen, anders gaat ze eraan.....'

Nadine: Hoe is dit ooit kunnen gebeuren? (zuchtend)


Ondertussen bij Britt, vermaakt Lex zich kostelijk met haar...
Hij laat haar voelen en merken dat hij haar in de macht heeft.
Lex: Zeg mevrouwtje, ik snap niet wat u gedaan heeft om hem zo kwaad te krijgen, maar u bent wel een lekker ding. Ik zou u wel lusten.
Britt: Blijf met je gore poten van me af.
Lex: Hé, wat netter mag ook wel.
Britt: Jij bent niet beter waard als je je door zoiets als Dashi laat inpalmen.
Lex: Kop houden.
Britt: Mooi niet, ik maak het jullie zo lastig dat jullie me graag weer zullen laten gaan.
Lex: Ik dacht het niet (en hij grijpt Britt in haar haren en schud haar hoofd heftig heen en weer)
Britt: Auw man je doet me pijn.
Lex: Pijn? Wat weet jij nou van pijn af?
Britt: Genoeg.
Lex: Ik denk het niet, maar ik laat het je graag voelen.
Dan maakt hij de kettingen los waarmee Britt aan het bed gebonden had gelegen en trekt haar aan haar haren mee naar buiten. Britt wordt verblind door de laag staande zon.
Lex: Had je nog wat of wil je kennis maken met me?
Britt: (nu bijna hysterisch gillend) Laat me gaan.
En in een wanhopige poging weg te komen probeert ze Lex te slaan en te schoppen maar ze kan gewoon niets tegen hem uithalen. Hij is wel over de twee meter lang en zo breed als een kast. Britt maakt geen schijn van kans. Ineens stopt Lex en grijpt Britt bij haar armen en draait die op haar rug waardoor ze voorover buigt en hij haar zo met haar hoofd in een oud olievat drukt dat vol staat met ijskoud en smerig water.
Britt krijgt het benauwd en wil haar hoofd omhoog doen maar ze wordt tegengehouden. Haar oren drukken van de pijn en haar lucht is al uit haar longen als ineens Lex haar boven water trekt en Britt in allerijl een grote hap lucht neemt, maar direct wordt ze weer onder gedrukt. En nu houd hij haar nog langer onder. Britt heeft het gevoel dat ze stikt. Ze heeft geen lucht meer en merkt dat ze slapjes wordt in de benen. Dan wordt ze weer uit het water getrokken en achter Lex aan naar binnen gesleept. Daar gooit hij haar op de grond, wetende dat ze zo kapot is door gebrek aan lucht, dat ze niet zo op zal staan om weg te lopen. Hij loopt zelf even weg om wat koord en touw te pakken.
Alhoewel ze zich hondsberoerd voelt en heel wankel ter been is probeert Britt toch tot een vlucht te komen maar wankelt na amper vijf meter al tegen Dashi op.
Dashi: Weglopen? U hebt uw werk nog niet gedaan. U bedenkt een oplossing voor het probleem dat ik geen dochter meer heb, en dan mag u gaan.
Britt: (helemaal kapot) Help me. Ik kan niet meer.
Dashi moet heel hard lachen: Ik U helpen?? U moet mij gaan helpen. We zullen eens bellen met dat lief van u en horen of hij u nog terug wil hebben.
Johan neemt de telefoon op en schrikt als hij Britt op de achtergrond hoort hoesten en proesten, nadat die van Lex weer een stomp in haar maag had gekregen.
Britt: Johan ze willen Dorien van me wegnemen.
Dashi: U heeft het gehoord: Dorien voor uw lief. Eerlijke ruil.
Johan: Maar ik kan Dorien toch niet zomaar offeren?
Dashi: Ik heb mijn dochter ook geofferd voor de incompetentie van mevrouw Michiels, nu is het haar beurt om terug te betalen.
Johan: Mag ik Britt nog even spreken?
En dan houd Dashi de telefoon bij Britt.
Johan: Britt ik weet niet wat ik doen moet.
Britt: Zorg goed voor Dorien, ook als ik er niet meer ben.Hij mag haar niet krijgen al moet ik dat met mijn eigen leven bekopen.
Dashi: U hoort het, zij geeft haar eigen leven. Maar toch wil ik daarbij ook Dorien. We hebben dus nog geen oplossing en dus moet Lex haar maar weer een beetje helpen.
(en dan legt hij op)

Johan staat huilend naar zijn telefoon te kijken. Hij weet echt niet meer wat hij moet doen. Natuurlijk wil hij Britt niet kwijt maar hij kan toch ook niet Dorien opofferen?
Nadine: We zullen Tony ook inlichten. Die heeft die griezel ook van dichtbij mee gemaakt. Misschien dat zij nog weet waar hij zijn hide-aways had. We moeten Britt gaan zoeken en zien te bevrijden.

Omdat Tony nu bijna een jaar weg is bij het corps moet er even gezocht worden naar een contactadres. Dat blijkt gelukkig niet lang te duren want bijna al haar oud collega's hadden af en toe nog wel eens contact met haar.
Tony is ook behoorlijk aangeslagen als ze van de Britt’s ontvoering hoort. Het kost haar moeite om helder te denken.
Tony: We moeten haar helpen... (bijna hysterisch)
Johan: Zover waren we ook al... (zuchtend/bijna huilend)

 

Ondertussen bij Britt...

Dashi: En mevrouw Michiels? Hebt u nog geen oplossing gevonden? (dreigend)
Britt: Laat me alstublieft gaan... (snikkend)
Lex schopt haar weer in haar buik, zodat Britt naar lucht moet happen...

Dashi: We zullen eens zien of u nog wel protesteert als we u naakt aanpakken... (gemeen)
Britt: Blijf met je vieze tengels van me af... (machteloos)
Dashi knikt naar Lex, die Britt vastgrijpt, haar naar nog een andere leegstaande kamer trekt, en haar vastmaakt aan de muur, door middel van ringen, die aan de muur bevestigd zijn.
Britt is echter zo zwak, dat ze niet op haar benen kan staan en slap aan de ringen hangt.
Plots rukt Lex haar kleding uit, zodat Britt naakt tegen de muur komt te staan.
Ze gilt het uit van angst. Maar Dashi, die zijn geduld al lang verloren heeft, slaat haar in haar buik, zo dat ze ophoudt met schreeuwen.
Britt: Laat me alstublieft gaan, alstublieft... (smekend)
Dashi: Niet voor ik dit gedaan heb...
En dan haalt Dashi iets tevoorschijn, waar Britt enorm van schrikt...
Maar dat wordt Britt teveel. Ze valt flauw en hangt als een lappenpop aan de touwen.
Dashi: Godve......
Lex: Wat moeten we nou? Zo zal ze nooit toegeven.
Dashi: Haal haar hier weg. Ik heb verdriet om mijn dochter als ik haar zie. WEG MET HAAR !!!
Lex: U bedoelt .... (en hij maakt een snijdende beweging langs zijn hals, alsof hij Britt wil kelen)
Dashi: Natuurlijk niet. We zijn nog niet klaar met haar. Ik ga dat lief van haar wat meer onder druk zetten.
Dashi neemt weer de telefoon en belt weer naar Johan.
Dashi: Dat liefje van u werkt niet echt mee. We hebben haar veel pijn moeten doen, maar ze kan op meer rekenen.
Johan: Alstublieft doe haar niets.
Dashi: Ik zwicht niet voor uw smeekbede, trouwens ook niet voor de smeekbede van mevrouw Michiels. Slechts als haar dochter hier is zult u uw lief terug kunnen vinden, in één stuk.
Johan: Hoe bedoelt u, in een stuk??
Dashi: Als ik voor morgenmiddag niets van Dorien zie begin ik uw lief stukje voor stukje naar u op te sturen. BEGREPEN????? (En kwaad verbreekt hij de verbinding)
 
Johan en de rest waren inmiddels op het commissariaat, waar ze beneden in het wachtlokaal een crisiscentrum hadden ingericht.
Nadine had niet nagelaten alle mogelijke (en financieel onmogelijke) middelen te mobiliseren. Het zag er blauw van de agenten. Heel de Gentse politie was geïnformeerd over de ontvoering van Britt. Er was niemand die haar niet kende. Er waren zelfs agenten teruggekomen van hun vrije dagen om te helpen zoeken.
En bij dit alles zat Johan verslagen en verdrietig in een hoekje. Hij doorstond doodsangsten. Hij wist echt niet wat hij doen moest. Nooit zou hij Dorien opgeven, Britt zou niet zonder haar kunnen leven. Maar hij kon niet zonder Britt leven. Maar ze leek zo oneindig onbereikbaar voor hem.
 
Zijn gedachten gingen twee jaar terug toen hij door Dashi gevraagd was die te verdedigen bij het gerecht. Reeds toen was hem de zwaar psychopathische toestand van Dashi opgevallen. Toen had hij ook al voor korte tijd hun leven beheerst. In die tijd had hij Johan gegijzeld om Dorien te krijgen, maar had toen moeten vluchten en het gezin Michiels met rust moeten laten. Ze dachten nu eindelijk van hem af te zijn, maar dat wees zich totaal anders uit. Britt had nog heel lang last gehad van angstdromen waarin Dashi steeds maar weer probeerde om Dorien te gijzelen.
Nadine: Johan, hier is onze corpspsycholoog. Ze wil graag met je spreken.
Johan: Die heb ik niet nodig (kwaad)
Nadine: Ik denk het wel, maar het gaat haar er vooral om een beeld te krijgen van Britt's reactie op die Dashi. We proberen een profiel te schetsen zodat we hun misschien  sneller kunnen vinden.
Johan liep met de psycholoog naar Nadine's kantoor waar ze gingen praten .
 
Beneden in het lokaal werd het angstvallig stil.
Nadine zou het team, en alle extra mankrachten, gaan informeren over de situatie en toestand waarin men dacht dat Dashi verkeerde.
Er werden foto's uitgedeeld zodat iedereen een goed beeld van hem kon vormen. Toen Nadine gedaan had, en iedereen wist tot welke gruwelheden Dashi in staat was, kon je menigeen zijn misselijkheid horen wegslikken.
Ook Tony zat met een lijkbleek gezicht in het lokaal.
Nadine: Gaat het Tony?
Tony: Ik word ziek van die vent.
Nadine: Jij, en al die anderen hier. Die Dashi is een engerd. Hij lijkt zich niet te laten stoppen door de gedachte dat hij zelf ook doodgeschoten zou kunnen worden. Iemand die niets te verliezen heeft, zoals hij, is tot alles in staat, en dan bedoel ik alles.
Dit werd Tony teveel en ze sprintte naar de wc's waar ze heftig begon te braken.
Haar maag deed pijn en ze had de tranen in haar ogen staan. " Niet mijn Britt, niet nog eens".
 
Tony had een jaar loopbaanonderbreking aangevraagd nadat ze zelf ernstig gewond was geraakt bij een politieactie. Ze wilde voor zichzelf heel goed overdenken of ze die risico's nog steeds wilde lopen, of dat ze beter voor meer zekerheid kon kiezen.
Ze vond het een hele moeilijke keuze en was er nog steeds niet uit. Maar op dit moment voelde ze zich weer politieagent. Ze moest en ze zou er persoonlijk voor zorgen dat haar voormalige partner voor eens en voor altijd van die griezel bevrijd zou worden, al zou het haar letterlijk haar kop kosten. Door de jaren heen hadden Britt en Tony zoveel samen doorgemaakt, zoveel ellende gezien, steeds maar weer via hun werk zich in de goten van Gent begeven. Dit mochten ze Britt niet aandoen.  En die Dashi moest helemaal van Britt en Dorien afblijven. Toen ze zijn naam weer in haar hoofd hoorde moest ze weer overgeven.
Ze voelde zich ziek en hoopte dat ze haar verstand nog helder kon gebruiken om met de opsporing mee te doen, want dit moest afgelopen zijn. Mensen zouden zoiets nooit mee moeten maken. Dit was niet menselijk meer.
 
Toen klopte Nadine op de deur en vroeg of ze binnen kon komen.
Tony: (met een klein stemmetje) Ja, kom maar.
Nadine: Ik vind dit zo erg voor jullie Tony. Het spijt me dat ik je er bij heb moeten halen maar jij hebt het toen ook van dichtbij meegemaakt en ik hoopte eigenlijk dat jij ons meer van die Dashi zou kunnen vertellen.
Tony: Je had het behoorlijk met mij aan de stok gekregen als je me er niet bij had gehaald.
Maar ik denk dat je wat moet ritselen bij de hoofdcommissaris of misschien wel bij de burgermeester, want officieel ben ik niet in dienst van het corps.
Nadine: Is al lang geregeld.
Tony: Dank je wel Nadine, dat je dit voor ons doet.
Nadine: Het beste koppel sinds ik ooit zelf inspecteur was laat ik toch niet door zo’n psychopaat als Dashi kapot maken?
Tony: Oké, zullen we dan maar eens wat dingen naast elkaar zetten?

En toen begon de denkmolen bij Tony op volle toeren te werken. Ze had zich teruggetrokken in verhoor drie met alle oude dossiers  die er over de zaak Dashi waren en ze begon ze een voor een door te spitten. Ze gunde zich zelfs geen tijd om koffie te gaan drinken, maar dat loste Nadine wel op  door haar regelmatig wat te brengen. Het was al bijna half twee toen er zachtjes aan de deur werd geklopt, maar ook dat merkte Tony niet op.
Heel zachtjes kwam Johan naar binnen. Hij zag er niet uit met zijn behuilde ogen.
Johan: Tony?? (en nog eens) Tony??
Tony: hu, wat is er?
Johan: Ik ben zo bang Tony dat ik Britt ga verliezen.
Tony: Ik ook Johan, ik ook.
Tony ging opstaan en legde haar armen om Johan heen en trok hem dicht tegen zich aan als teken van hun gedeeld verdriet en samen jankten ze een potje.
Johan: Wat als hij haar nou ……(en toen stikte hij alweer haast in zijn woorden)
Tony: Dat doet hij niet.
Johan: Hij zei dat hij haar stukje voor stukje bij mij terug zou laten komen. Ik ben zo bang dat hij haar gaat vermoorden.
Tony: ………(zich ook intens angstig en verdrietig voelend)Johan, we zullen haar vinden en haar bevrijden.
 
 
Plots ging weer Johans telefoon en vlug liepen de mensen van het crisisteam naar beneden waar ze een installatie hadden opgebouwd die het mogelijk maakte om mee te luisteren en, mits het gesprek lang genoeg duurde, ook kon traceren. Op dat laatste hadden ze echter weinig hoop want Dashi was sluw genoeg om zich niet zo maar te laten opsporen.
Dashi: Uw lief wil u wat zeggen. (en hij duwde Britt de telefoon tegen haar hoofd)
Britt: (pijnlijk en vermoeid klinkend) Laat me maar gaan Johan. Ik kan dit niet volhouden. Breng Dorien in veiligheid en blijf voor haar zorgen. Zeg haar dat ik altijd heel veel van haar heb gehouden.
Johan schrikt hier heel erg van en begint te huilen. Dashi geniet van de pijn die hij deze mensen aandoet. Hij heeft ze volledig in zijn macht.
Johan: Nee Britt, ik wil u niet verliezen. Hou vol, we komen je helpen.
Britt: Alsjeblieft Johan, ze doen me telkens zo’n pijn, ik kan niet meer.
Dashi: U hoort het: ze heeft zo’n pijn. Wacht, ik zal u laten horen wat ze bedoelt.
Dan legt hij de telefoon op een tafel neer en gebaart naar Lex dat die Britt haar arm moet uitstrekken en haar hand plat op de tafel moet drukken.
Dashi: Hoort u al wat er gaat gebeuren??
En dan zet hij zijn jachtmes op Britt haar pink en snijd er zonder pardon een stukje af.
Britt krijst het uit en Johan klapt in elkaar als hij dit hoort.
Dashi: U zult snel een stukje van haar terugzien. (en dan legt hij weer op)
 
 
Tony ziet wit als een laken terwijl ze probeert om Johan weer bij zijn positieven te krijgen.
Als hij bij komt zit er ook een ambulancebroeder naast hem. Hij kan het niet meer volhouden en word afgevoerd naar het ziekenhuis. Ze willen hem daar voor kort opnemen om hem te sederen want zo gaat hij er zelf aan kapot.
 
Nadine: Wat doen we nu als hij weer belt?
Tony: Dashi weet heus wel dat wij al met zijn allen bezig zijn om hun te zoeken. Neem jij dan maar op en laat voorlopig nog niet weten dat ik ook weer terug ben.
 
Na nog eens twee en een half uur spitten in de dossiers komt Tony, nu met een hoog rode kleur, het verhoor uit en gaat op zoek naar Nadine.
Op het bureau heerst een zeer gespannen sfeer. Iedereen is zwaar onder de indruk en iedereen is prikkelbaar. Regelmatig moet Nadine even sussend of corrigerend optreden, maar een ding is duidelijk: ze werken gelukkig allemaal voor hetzelfde doel en alle neuzen staan dezelfde kant op.
Tony: Nadine ik denk dat ik wat heb. Kun je even meekijken.
Tony heeft een hele lijst aangelegd van plaatsen waarvan bekend is dat Dashi daar regelmatig kwam. Als de patrouilles daar wat zouden kunnen gaan rondrijden en in de gaten houden of er zich daar activiteiten afspelen zou dat een aanwijzing op kunnen leveren.
Nadine: Ik denk niet dat hij daar gaat zitten. Hij weet dat hij in de gaten gehouden wordt.
Tony: Waar beter  te verstoppen dan recht voor onze ogen.
Nadine: Zit wat in. Ik zal het doorgeven.
Tony: Gebruik een ander kanaal dan gewoon, want je weet niet of hij meeluistert.
Nadine: Heel goed gedacht.
 
Dan gaat de telefoon op Nadine’s kantoor en verschrikt kijken ze alle twee die kant op.
Vlug neemt ze op en gaat aangeslagen op haar bureaustoel zitten als ze weer neerlegt.
Tony: Wat is er? Is het Dashi????
Nadine: Het ziekenhuis. Johan heeft een dreigend hartinfarct. Hij moet blijven voor observatie.
Tony: Shit, ook dat nog. Heeft Dashi al weer gebeld?
Weer telefoon voor Nadine: er is een pakje gebracht voor haar, of ze dat even bij de balie op wil komen halen.
 
Als die het pakje opent in haar kantoor is die een rolberoerte nabij. In het pakje zit een topje van een vinger. Ter verduidelijking zit er een briefje bij, dat dit het eerste is wat ze van Britt terug zullen zien.
Tony wordt nu zo kwaad dat ze overal tegenaan begint te schoppen. Ze heeft het niet meer.
Tony: Als we hem tegenkomen schiet ik niet om hem slechts buiten gevecht te zetten, dat zweer ik je.
Nadine: Dat heb ik niet gehoord, maar van mij mag je er voor gaan. “Good rinse to bad rubbish”.
 
Als Tony na een poosje weer wat gekalmeerd is schiet haar ineens wat te binnen.
Tony: Nadine, hoe laat belde Dashi toen hij dreigde Britt pijn te zullen doen?
Nadine: Dat zal rond kwart voor twee geweest zijn. Hoezo?
Tony: Het is nu bijna half vijf. Als dit nu is bezorgd kunnen we een actieradius meten waarbinnen we onze aandacht kunnen concentreren. Ik kijk of er bij de bekende locaties iets is hier dicht genoeg bij. Kun jij het labo laten kijken of een bepaalde sporen te vinden zijn op dat topje?
Nadine: Ik durf dat niet mee te nemen, echt niet.
Tony: (zich ineens heel krachtig en sterk voelend)
Geeft niet, ik ga zelf wel even, want ik heb nog wat meer vragen voor hun. Hou me op de hoogte als er gebeld wordt.
Net als Tony weg wil gaan gaat weer de telefoon over.
Dashi: U heeft de boodschap ontvangen neem ik aan. Waar is het lief van mevrouw Michiels?
Nadine: Die kan niet aan de telefoon komen.
Dashi: Ach, is hij ziek van verdriet om haar? (treiterend). Dit was nog maar het begin (ineens heel fel en scherp klinkend). U begrijp dus wat ik bedoel met mijn boodschap.
Voor vandaag hebben wij genoeg contact gehad. Ik kan jullie niet meer horen, jullie zijn domme en harteloze mensen als ik zie hoe jullie mevrouw Michiels hier laten zitten verkommeren, maar ja, het zal jullie wel niets uitmaken of en hoe ze bij jullie terugkomt. En dan legt hij weer op. Tony en Nadine zitten verslagen aar de telefoon te kijken.
 
Tony moet zich gaan haasten om tijdens de avondspits door Gent te komen om naar het labo te gaan. Nadine had opgebeld en een spoedje gemeld en dus zouden ze nog even wachten op Tony.
Tony was zelf ook knap nerveus van de gedachte dat ze hier reed met Britt’s vingertopje maar ze hoopte stellig dat er grondsporen of iets gevonden kon worden zodat ze meer gerichter zouden kunnen gaan zoeken.
 
Na meer dan anderhalf uur zenuwachtig door de gangen van het labo te hebben geijsbeerd kreeg Tony eindelijk bericht.
Als eerste werd bevestigd dat het inderdaad het topje van Britt’s pink was. Men had de vingerafdruk genomen en die vergeleken met wat er van Britt allemaal in de politie personeelsdossiers stond. Tony begon de moed wat in de schoenen te zakken. Ze had zo gehoopt dat het de vinger van iemand anders was. Nu kon ze er niet meer om heen.
Tony: En verder, hebben jullie grondsporen of bepaalde stoffen aangetroffen?
Rob: Jazeker. Het betref een vervuilde grond die hier in Gent is gedumpt. Het terrein is al een paar jaar gesloten, maar de jeugd gaat er nog wel eens crossen, dus jullie zullen er ook al wel eens geweest zijn om dat volk op te pakken.
Tony: Waar is dat terrein????
Rob: U gaat daar nu toch niet zelf alleen naar toe?? Het is daar gevaarlijk.
Tony: Hoe gevaarlijk??
Rob: De grond is giftig en het terrein ligt vol met afval. De paar oude loodsen die er nog staan zijn grote bouwvallen en kunnen elk moment in elkaar klappen.
Tony: Maar die gek houd mogelijk mijn partner daar gevangen !!! Ik moet haar helpen.
Rob: Ik dacht dat u niet meer bij de politie zat?
Tony: Voor Britt doe ik alles, zelfs teruggaan naar de politie.
Rob: Kunt u nog wat hulp gebruiken? (met een beetje een verlegen verliefd glimlachje)
Tony: Ik zal Nadine vragen of je ons kunt helpen. Mogelijk als we het terrein op moeten dat jij veiligheidsadviezen kunt geven. Waar was het terrein ook al weer?
Rob: Beloof me eerst dat je niet alleen gaat. Als die man echt zo gevaarlijk is als jij zegt zou ik zorgen voor veel mensen om hem te overmeesteren.
Tony: (die de hint begrijpt) Oké, ik zal niet alleen gaan. Ik rijd er eerst langs om ooghoogte te nemen en dan zal ik ons team bijeenroepen. Bedankt Rob! (en ze geeft hem een knipoogje, waardoor hij een knal rode kop krijgt)
 
Tony  rijd de richting die Rob heeft aangeduid maar merkt dat het een heel erg open terrein is en ze dus nooit onopgemerkt in de buurt kan komen.
Ze weet in elk geval nu wel zeker dat Britt daar is, of is geweest. Dan rijd ze weer binnen en neemt Nadine mee naar het crisiscentrum waar een hele grote kaart van Gent en omgeving hangt.  Om zeven uur is er weer een crisisoverleg en de kamer vult zich snel met agenten.
Nadine: We hebben vanmiddag van die Dashi een pakketje gekregen. Het bevatte het topje van Britt haar vinger. Dat is door het labo bevestigd. Op dat topje zijn ook grondsporen aangetroffen die geplaatst kunnen  worden aan de noordkant van de stad. Tony zal het aanwijzen op de kaart. Tony?
Tony: Oké.
Het ligt  ….hier. (wijzend op een gebied boven het Kluizendok)
Als ze ziet waar haar vinger is blijven staan wordt ze ineens groen en geel tegelijk in haar gezicht en begint ineens weer te kotsen, nu zo het lokaal in.
Nadine: Ben je oké Tony?
Als Nadine op de kaart kijkt ziet ze wat deze reactie bij Tony teweeg heeft gebracht. Het gebied heet  “Executieoord”.
Iedereen is doodstil. Bang als ze zijn dat Dashi die plek niet zonder reden heeft gekozen.
 
Nu is het Tony die langzaam in elkaar lijkt te zakken. Nadine zet haar op een stoel maar dat help niet voldoende. Ze valt flauw en klapt met haar hoofd tegen de muur.
Snel helpen twee agenten haar overeind en brengen haar naar een cel die verderop in een zijgang gelegen is.
Daar gaat Nadine bij haar zitten en veegt met koude lappen wat over Tony’s gezicht tot die weer wat bijkomt.
Tony: Sorry Nadine.
Nadine: Niet nodig Tony. Zo’n reactie had iedereen kunnen krijgen.
Tony: Executieoord !! Hij heeft het allemaal met zorg geplant. Ik ben zo bang dat hij haar gaat vermoorden. Hij weet dat Britt Dorien nooit op zal geven. Dat zou geen mens doen. Is ook helemaal onredelijk  om een mens voor een mens te ruilen. Ik denk dat hij haar pijnigt en foltert totdat ze niet meer kan. Hij wil haar laten voelen wat hij gevoeld heeft toen hij zijn dochter is verloren. Nadine, we kunnen dit niet winnen. (en dan valt Tony weer huilend op de bedbank)
Nadine neemt haar in de armen en probeert haar te troosten, wat bijna onmogelijk is, want de vriendschap tussen Britt en Tony is zo diep en zo bijzonder, daar kan niemand troost brengen bij zo veel en zo intens verdriet.
Nadine: De kinderen zijn veilig, dat heb ik net doorgekregen.  Ik wil straks even bij Johan langs om te zien hoe het met hem is. Blijf jij hier nog even rusten of ga je naar huis dat ik je morgenochtend ophaal?
Tony: Ik kan niet rusten voor ik Britt heb gevonden.
Nadine: Maar je moet even rusten. Anders ga je straks weer onderuit. En bij God, Tony, wij hebben je nodig.
 
In het ziekenhuis ligt Johan aan de hartbewaking. Zijn hartslag is nog steeds heel irregulair.
Zijn gezicht is getekend door angst en verdriet. Hij kan nog niet uit zijn woorden komen. Als hij wil praten begint hij direct te huilen en dan schiet zijn hartslag heel erg omhoog.
Dokter: U moet proberen om hem niet onnodig stress te bezorgen, anders gaat hij zeker een hartinfarct krijgen.
Nadine: Die stress wordt door iemand anders veroorzaakt. Zijn vriendin wordt gegijzeld en gefolterd en daar kon hij niet mee omgaan.
Dokter: Dat kan niemand. Maar alstublieft hou rekening met zijn gezondheid.
Nadine: Als hij weer wat rustiger is wilt u hem vertellen dat de kinderen veilig zijn en dat we nieuwe aanwijzingen hebben en zo snel mogelijk zullen proberen zijn vriendin te bevrijden?
Dokter: doen we. En succes ermee.
Nadine: Bedankt. (glimlachend)


Dan vertrekt Vanbruane naar huis, waar ze een beetje probeert te rusten...


De nacht voor Britt valt totaal niet mee...
Telkens wanneer ze in slaap is gevallen, maakt Lex haar wakker en schopt haar overal waar hij haar raken kan...
Maar dan... Rond 5 uur 's ochtens, komt Dashi ook de kamer weer ingestapt. Hij heeft (uiteraard) een heerlijke nachtrust gehad, met pijnkreten van Britt tussendoor...


Dashi: Ach, mevrouw Michiels... Goed geslapen? (pestend)
Britt: Laat me met rust, ik ben moe... (slaperig, terwijl ze zich probeert om te draaien op de grond, maar Lex houdt haar tegen en schopt haar in haar buik)
Britt krijst het uit van pijn, tot Dashi op haar afgestapt komt... Britt is zo bang van hem geworden, dat ze niet meer durft te protesteren...

Dashi: We hebben een verassing voor u... (sissend in Britt's oor)

Dashi doet teken en Lex grijpt Britt bij haar arm en trekt haar omhoog. Ze krijgt een deken dat ze rond zich mag doen (ze is nog altijd naakt).

Lex: Nu ga je ervan lusten. (lachend)
Britt: Laat me toch gaan, ik kan niet meer, ik ben op, alstublieft... (snikkend)
Dashi: Eerst de verassing...

Dashi gaat hen voor naar een kamer en Lex sleurt Britt achter zich  aan...

Dashi: Zie hier... Mijn beroemde 'Foltermachine'... (bulderend van het lachen)
 
 
Britt: Laat me gaan (dodelijk vermoeid klinkend). Ik kan niet meer. Maak me maar dood maar Dorien krijgt u nooit.
Dashi: Maar ik beleef nog zoveel plezier aan uw angsten. Waarom zou ik u nu al dood maken? Uw gegil windt mij op. Als u nog even doorgaat heb ik misschien  nog wel zin om u te nemen en met u samen voor een nieuw kindje voor Selina te zorgen. Dan hebben we Dorien helemaal niet meer nodig.   Maar dat is dan jammer voor de pijn die u al gehad heeft, en  nog gaat krijgen.
Lex zet Britt op een stalen frame neer. Het lijkt wat op een stoel, maar er zitten geen zitting of rugleuning aan. Britt is zo verzwakt dat ze er direct weer afvalt.
Lex: Kreng, blijf zitten zeg ik u.
Dan bind hij haar de armen op de rug, maar wel zo dat haar rechterpols aan de linker bovenarm wordt vastgemaakt, en de linkerpols aan de rechterbovenarm. Zo heeft ze helemaal geen bewegingsmogelijkheid meer in haar armen. Hij trekt een koord om haar hals en knoopt die vast aan een stang die achter het frame vastzit.
Ruw trekt hij haar benen wijd uit elkaar en gebruikt veel touw om haar benen, elk apart, aan de poten vast te knopen. Zelf raakt hij er helemaal opgewonden van, maar als Dashi dat ziet schreeuwt die hem toe dat Britt voor hem is en dat Lex naar buiten moet om te wachten.
Nu gaat Dashi voor Britt staan en begint op sensuele toon tegen haar te praten. Maar Britt is bijna bewusteloos en reageert nauwelijks.
Dashi: Vooruit kreng, jij kunt er toch wel wat van? Die Johan van u is toch niet met een preutse gegaan?
Britt: (moeizaam) Laat Johan er buiten. U  wilde mij pakken, nou hier ben ik.
Dashi: U maakt me gek !!
Hij begint zijn geduld te verliezen en zoekt naar iets waar hij haar mee kan pijnigen. Zelf heeft hij er alleen maar over horen vertellen, maar Lex is de expert hierin, dus dan moet hij die maar weer binnen roepen.
Lex heeft nog wel een “zacht plan” voor Britt. Eerst gooit hij een bak koud water over haar heen en dan begint hij met elektriciteitsdraden over haar lichaam te strijken. Er zit nog geen stroom op, maar als Dashi de draden van hem over neemt kan Lex de generator starten zodat ze wel stroom hebben. Eerst een lage dosering, maar hij voert het wel meer en meer op tot Britt totaal verkrampt van de pijn. Door de schokken heeft ze al heel hard op haar tong gebeten en er loopt bloed over haar kin.
Ze heeft allemaal sterretjes voor haar ogen en haar oren poppen steeds. Ze kan zich nauwelijks oriënteren op waar Dashi en Lex zich bevinden.
Dan wordt Dashi nog gemener dan hij al had gedaan. Met een zware geïsoleerde handschoen aan trekt hij Britts hoofd achterover waardoor ze haar mond opent. Dan houd hij de draden op haar tong waardoor ze zo’n grote stroomstoot krijgt dat ze meteen bewusteloos valt en met stoel en al achterover klapt.
Harde, nare en vreemde geluiden komen onder de stoel vandaan. Britt merkt er niets meer van.  Die is volledig bewusteloos.
 
Dashi: Was ik misschien een beetje te hard Lex? (vraagt hij met een sadistisch lachje)
Lex: Je kunt ze ook laten dansen als je draden van onder doet.
Dashi: Dat wil ik nog even bewaren. Misschien dat ik haar zelf moet nemen om een nieuw kindje te maken. Mijn Selina komt nooit terug. (en dan draait hij zich huilend om en loopt weg)
 
 
 
Op het commissariaat is het stil, maar lang niet uitgestorven. Het crisisteam is bezig om zicht te krijgen op de locatie waar Britt zich mogelijk kan bevinden
Sel: De stad heeft toch een fotograaf in dienst die regelmatig luchtopnames maakt? De Bruin, of Bruikert of zo.
Nadine: De Bruicker. Ja, wat is daar mee?
Sel: Als we die vragen om opnames van dat gebied te doen en in plaats van zijn gewone camera een infrarood camera meegeven dan weten we direct waar ze zitten.
Nadine: Ik ga direct bellen.
 
Binnen vijf minuten is het rond. Om half acht in de morgen kan hij opstarten met het vliegtuig en via de satelliet de informatie doorsturen zodat de politie er direct mee aan de slag kan.
Alhoewel Tony op haar tandvlees loopt begint ze toch het Interventie Team te briefen over hoe ze de actie zullen aanpakken.
Kort nadat De Bruicker het luchtruim heeft gekozen krijgen ze op het commissariaat weer telefoon van Dashi.
Dashi: Ik hoor het al, dat vliegtuigje hierboven. Jullie besparen de stad kosten nog moeite om deze verrader terug te vinden. Wel, laat ik jullie uit de droom helpen. We zitten op het Executieoord. Mooie naam eigenlijk voor zo’n gelegenheid. Maar nu jullie me toch gevonden hebben wil ik jullie graag uitnodigen om erbij te zijn als we ons werk afmaken. Ik vrees dat Dorien toch niet komt en mevrouw Michiels maakt het ook niet meer lang. Misschien dat ik haar nog een mooi afscheidscadeautje kan meegeven.
Nadine: We komen er aan, en reken erop dat wij Britt levend en wel terug krijgen. Iets wat ik over u niet kan beloven.
Dashi: En wie wil je daar voor meebrengen?? Hahahah.
Nadine: Ons team staat klaar. Waar is Britt? Ik wil haar spreken.
Dashi: Ik zal haar halen maar ik denk niet dat ze kan spreken. Beetje haar mond  verbrand per ongeluk.
Als ze heel goed op let, kan Nadine zachtjes wat gemurmel en gebrabbel horen. Ze weet dat het Britt is maar het klinkt zeer ernstig.
Dashi: Klinkt niet goed, wel? Ik zou me maar haasten als jullie haar weer willen hebben.
Ik verwacht jullie hier om precies half tien.
 
Inmiddels is bekend dat via de satelliet het beeld is overgebracht dat er zich drie mensen in het gebouw bevinden.
Bij Tony gieren de zenuwen door haar keel. Ze heeft een geweldige maagpijn, maar dat is niet verwonderlijk. Ze is op van de zenuwen, heeft al in geen 36 uur meer geslapen of iets gegeten en alleen maar koffie gedronken.
 
Voor het vertrek neemt Nadine haar even apart en houdt haar stevig in de armen als wil ze zeggen dat ze haar veel sterkte wenst, maar zelf echt niet weet wat ze zullen aantreffen.
Het Interventie Team omsingeld het gebouw en door de megafoon wordt Dashi gesommeerd het gebouw  te verlaten.
Langzaam wordt een grote loodsdeur opengeschoven en komt Lex naar buiten met zijn handen in zijn nek. Hij krijgt de opdracht langzaam naar voren te lopen waar een paar agenten in kogelvrije vesten hem opwachten.
Amper drie passen gelopen klapt hij in elkaar.
Geschrokken kijkt Tony toe. De agenten spoeden zich er heen, onder dekking van een zware vuurlinie en zien dat Lex achter in zijn hoofd is geschoten en dood is. Dood geschoten door Dashi.
Ze laten hem in eerste instantie liggen.
 
Tony kan het niet meer aanzien en niet meer wachten en maakt zich los uit de gelederen en loopt naar de loods. Nadine roept haar na dat ze terug moet komen, maar Tony hoort haar niet meer. Vlak voor de loods blijft ze staan en probeert naar binnen te kijken om te zien of ze Britt of Dashi kan zien.
Ze schrikt als ze ziet dat Dashi een slappe Britt bij haar hals onder zijn arm geklemd heeft en met een wapen op haar hoofd gericht.
Tony: Laat haar gaan Dashi. Jij zul dit nooit winnen.
Dashi: Ach, mevrouw Dierickx. Mocht u ook weer eens meedoen, of kwam u alleen kijken naar de executie van dit exemplaar?
Tony: Laat haar gaan zeg ik .
Dan komt Dashi op haar toelopen en sleept Britt met zich mee. Hij bluft haar af alsof hij geen angst heeft. Maar ineens bedenkt Tony zich DAT hij ook geen angst heeft. Zijn laatste beetje angst is hij verloren toen zijn dochter werd vermoord.
Nu richt hij het wapen op Tony en tot nog grotere schrik realiseert Tony zich dat ze zelf vergeten is haar kogelvrije vest aan te doen.
Het eerste schot mist op een haar na Tony’s schouder. Ze voelde wel de luchtstroom van de kogel vlak langs zich heen gaan.
 
Dan lijken bij Tony plots de stoppen door te slaan.
Het lijkt in slow motion te gaan: Tony grijpt haar Glock 17, richt en schiet op Dashi. Niet een kogel,  niet twee kogels: ze leegt het hele magazijn met zeventien kogels volledig op Dashi zijn bovenlichaam. Niet een schot mist zijn doel. Als een papieren schietschijf fladdert hij langzaam naar beneden, Britt nog steeds in zijn arm geklemd.
 
 
 
 
 
Buiten wordt het ijzig stil.
 
 
 
 
Niemand zegt wat.
 
 
 
 
 
Niemand doet wat.
 
 
 
Van het team had niemand een dusdanige positie dat hij of zij kon zien wat er in de loods was voorgevallen.
 
Dan loopt Tony,  zachtjes en wankel door de emotie,  naar binnen en neemt Britt uit de klauwen van Dashi.
Ze laat zich op de knieën vallen en legt Britt met haar bovenlichaam op haar schoot en begint enorm te huilen.
 
Nu komt er beweging in het team... Vanbruane stormt de loods in en gaat naast Tony zitten en neemt deze in haar armen, terwijl de rest zich over Britt bekommert...

Vanneste: Britt, wordt wakker, alstublieft... (smekend/bijna huilend)

Britt kreunt hard en mompelt wat...
Sel: Wat? Wat zei je, Britt? (vriendelijk)
Sel buigt zich voorover, zodat hij Britt kan verstaan...
Britt: Joo....Johaaan.... (mompelend/zwak)
Sel: Johan ligt ook in het ziekenhuis, Brittje. Jij gaat daar nu ook heen, en dan komt Johan naar jou toe, goed? (vriendelijk)
Britt: J...aaaaa..... (mompelend/zwak)

Sel neemt Britt in zijn armen en Britt valt uiteindelijk, dodelijk vermoeid in slaap...
De ambulance komt al snel aangereden. Een van de broeders raapt Britt op en draagt haar zachtaardig naar de ambulance, waar ze neergelegd wordt op de berrie en lekker warm toegedekt wordt... Sel gaat mee en Vanbruane rijdt Tony zelf naar het ziekenhuis, terwijl het hele team zijn spullen bij elkaar raapt en naar het commissariaat vertrekt.
Onderweg in de ambulance...

Britt: Seee....el.... (mompelend)
Sel: Ik ben hier, liefje, wat scheelt er? (vriendelijk)
Britt: Da...Dash....iiii..... (mompelend)
Sel: Dashi is dood, Britt. Je zal nooit meer last van hem hebben... (vriendelijk)
Britt: J....aaaa...aaaa? (ongelovig/mompelend)
Sel: Ja, echt waar. (vriendelijk)
Britt: Pijn....Pi...jn.......... (mompelend/snakkend naar adem)
 
 
Het team is nog behoorlijk van slag na deze interventie. Als tijdelijke vervanging voor Nadine, die persé mee wilde naar het ziekenhuis, komt Chris Geysen de zaak waarnemen.
Ofwel hij vroeger een relatie had gehad met Britt, moet hij zich hier nu wel professioneel opstellen. In het crisiscentrum debrieft hij de groep maar geeft aan dat hij van iedereen die bij de interventie betrokken is geweest een eigen verslag van de situatie wil. Ook zal hij met de sectieleiders nog een persoonlijk onderhoud hebben. Hier mag niets onbesproken blijven, en als het waar is wat hij gehoord heeft, dat Tony haar hele patrooncapaciteit op Dashi heeft geleegd, zal er zeker nog een onderzoek door Intern Toezicht plaats gaan vinden.
In stilte begint ieder aan zijn verslag te schrijven, terwijl Chris zich in het kantoor terugtrekt en zoveel mogelijk van de notities probeert te lezen die door Nadine en Tony zijn gemaakt.
Hoewel hij vroeger zelf bij de IT heeft gezeten, heeft hij geen idee hoe dit zal worden aangepakt.
Nu denkt hij ook terug aan de tijd dat hij nog met Brit was. Ze was, correctie, IS een goede agent. Hard, maar zeker rechtvaardig. Het was net na Dashi dat ze samen wat hadden en hij kan zich haar angsten nog goed herinneren. Hoe had dit in vredesnaam kunnen gebeuren?
Hij begreep er niets meer van, maar van binnen was er een stem die hem vertelde dat het goed was. Goed dat Tony hem de wereld uit had geschoten. Zoiets verdiende het niet om hier te mogen zijn.
 
Tegen vier uur in de middag had hij de meeste verslagen al ontvangen. Ook had hij gesproken met de sectieleiders en daar zelf verslagen van gemaakt.
Sel kwam als een van de laatsten binnen en vroeg of hij even met Chris kon praten.
Chris: Natuurlijk, ga maar zitten Sel.
Sel: Moet jij nog wel eens terug denken aan jou tijd met Britt samen?
Chris: Ik dacht dat ik er over heen was, maar na vandaag weet ik het niet meer. Hoe was ze er aan toe?
Sel: Heel beroerd. Ik weet niet wat die schoft allemaal met haar gedaan heeft, maar ze was behoorlijk afgeranseld. Hij heeft nota bene zijn eigen mannetje zonder pardon van achteren in het hoofd geschoten. Zo maar, boem, dood.
Chris: Was ze bij bewustzijn toen jullie haar vonden?
Sel: Nauwelijks.
Chris: En Tony?
Sel: Die was helemaal kapot. Die heeft een lef getoond, alsjeblieft. Ze had niet eens een kogelvrij vest aan en is zo op hem toegelopen. Dashi heeft ook op haar geschoten en haar gelukkig net gemist.  Wat er toen gebeurde, ik kan het me bijna niet voorstellen en toch stond ik er niet ver vanaf. Ze pakt haar wapen richt het en rustig schiet ze haar hele wapen leeg op die gek.  Alle zeventien raak, en niet een in de buurt van Britt haar hoofd dat hij nog steeds onder zijn arm klemde.
Chris: Heeft ze haar hele wapen op hem geleegd?? Daar zal de IT van smullen.
Sel: Ze kon denk ik niet anders.
Chris: Nodeloos geweld noemen ze dat.
Sel: Het was niet nodeloos. Het was zeer zinvol. Hij moest dood voor wat hij Britt had aangedaan.
Chris: Maar Tony mag geen eigen rechter spelen, dat weet ze toch. Verdomme, die krijgt hier problemen mee. Ik denk dat we heel goed moeten opletten wat we tegen de IT gaan zeggen, maar we mogen ook geen onwaarheden zeggen.
Als dat maar goed gaat komen.
Sel: Heb je al iets uit het ziekenhuis gehoord?
Chris: Nee, wel van het labo. Alle kogels hebben Dashi in het hoofd, de hals en de borstkast geraakt. Waarschijnlijk was hij na drie schoten al dood.
Sel: Dat is dan mooi voor Tony, want dan heeft ze de overige veertien kogels niet gebruikt om hem te doden.
Chris: Als het zo gemakkelijk was.
Sel: Maar dus nog niets van Nadine over Britt of Tony?
Chris: Nee, helaas. Ik moet hier nog wel een poosje blijven, maar als je wilt mag je wel naar het ziekenhuis gaan om eens te horen.
Sel: Bedankt Chris dat je dit doet voor het team.
Chris: Ik doe dit voor Britt, en voor de mensen die haar liefhebben. Ik mis haar wel een beetje.
 
En met een vette knipoog verlaat Sel het commissariaat en gaat naar het ziekenhuis waar hij in de wachtruimte op de eerste hulp Nadine ziet zitten.
Sel: Dag Nadine. Al nieuws? Waar is Tony trouwens.
Nadine: Die wordt ook even onderzocht. Die verkeerde in een shock toestand.
Sel: En Britt?
Nadine: Nog geen nieuws. Ze zag er heel naar uit. Ik ben bang dat het heel erg is, maar er is nog niemand geweest om te zeggen wat ze gaan doen of hoe het ermee is.
Sel: Ga even mee een kop koffie drinken en wat uitwaaien, dan komen we zo weer terug. Je moet even wat afstand nemen.
 
Maar Nadine houd het niet vol om te lopen. Ze is te zeer geraakt door wat er vandaag gebeurt is en moet steun zoeken aan de muur.
Sel: Ga maar zitten Nadine, ik haal wel wat.
 
Na nog eens een uur wachten komt er eindelijk een arts.
Mevrouw Dierickx verkeerd in shock. Ze is helemaal de kluts kwijt. We hebben haar medicatie gespoten zodat ze wat rustiger wordt. Ze hoeft niet hier te blijven, maar er moet vanavond  en vannacht wel iemand bij haar in de buurt blijven. Als ze bijkomt en in paniek raakt, weet ik niet tot wat ze in staat is.
Sel: Hoe bedoelt u weet u niet wat ze gaat doen?
Arts: Ze was zo in paniek en sprak erover dat ze zonder Britt niet zou kunnen leven. Het was niet goed te volgen, maar het klonk zeer ernstig.
Nadine: En hoe is het met Britt? Britt Michiels?
Arts: Daar ga ik niet over, maar ik denk dat mijn collega daarover straks nog wel bij u komt.
Sel: Hoelang gaat dat nog duren. We wachten al vanaf vanmiddag een uur op een bericht.
Arts: ik weet het niet. Zal eens gaan kijken voor u. Moment nog.
 
Maar deze arts komt ook niet terug. Na een kwartiertje wordt Tony in de rolstoel bij hun gebracht. Ze zit apathisch voor zich uit te staren. Ogen rood behuild en verder een wazige blik in een bleek gezicht. Haar handen voelen als ijsklompjes. Ze reageert nauwelijks op Sel of Nadine.
Sel staat op en legt een arm om haar schouders en probeert haar gerust te stellen. Heel langzaam komt Tony wat bij de positieven.
Tony: Heb ik haar ook geraakt? Is ze dood? Het is mijn schuld.
Sel: Nee Tony. Je hebt haar niet geraakt. Je hebt Dashi gedood maar Britt heb je echt niet geraakt. De artsen zijn haar nog aan het onderzoeken en we wachten nog op bericht.
Dan begint Tony zachtjes te huilen, maar het wordt steeds luider zodat Sel zich genoodzaakt voelt even met haar naar buiten te gaan waar ze zich even lekker de longen uit het lichaam kan schreeuwen.
Tony: Zo dat lucht op. Hebben we nog geen nieuws over Britt? Ik kan haast niet meer wachten.
Sel: Laten we terug gaan naar Nadine.
 
Dan komt ook eindelijk de arts naar hun toe lopen.
Nadine: Hoe is het met haar?
Arts: Kan ik u even alleen spreken?
Nadine: Nee, we hebben samen gewacht en Britt gaat ons ook allemaal dicht aan het hart.
Arts: Wel dan. Ze is er heel ernstig aan toe. Ze is behoorlijk mishandeld zou ik denken als ik al haar kwetsuren zo zie.
Tony: Maar wat heeft ze? Is ze, ….  is ze misbruikt?
Arts: Nee, daar hebben we geen sporen van gevonden. Ze is wel betast en geslagen daar, maar er heeft geen interactie plaats gevonden. Behoudens een flink aantal  zware kneuzingen  aan haar benen en onderrug valt het daar nog wel mee.
Meer zorgen maakt ik me over de rest. Ze heeft inwendige bloedingen aan de nieren; er zit een scheur in de lever; ze heeft 2 gebroken ribben; de linker arm is ontwricht; zware hersenschudding; ernstige brandwonden in haar mond, maar ik weet niet hoe ze daar aan is gekomen; dan zijn beide armen op diverse plaatsen gebroken. Alsof ze vastgebonden heeft gezeten, want we zien ook schroei en brandplekken aan haar duimen en haar polsen en op de bovenarmen. Mijn collega’s zijn haar nu aan het opereren. Het zal een lange en zware operatie worden.  En het herstel zal lange, lange tijd in beslag gaan nemen.
Sel: Wanneer kunnen we haar gaan zien?
Arts: Ik vrees dat ze nog zeker wel een uur of vier tot vijf met haar bezig zijn. En dan is het natuurlijk wachten of er geen complicaties optreden.
Nadine: Hoe bedoeld u geen complicaties?
Arts: Nou, die slagen tegen het hoofd kunnen heel goed tot oedeemvorming leiden en die druk kan niet weg, waardoor de hersenen beknelt kunnen raken. Wat bewustzijnsdaling en mogelijk de dood tot gevolg kan hebben.
Tony: (happend naar adem)  U MOET haar helpen. Ze mag niet sterven. Dit heeft ze niet verdient.
Arts: Niemand verdient dit, maar ik hoop dat degene die dit gedaan heeft zijn verdiende straf krijgt.
Sel: Is al gedaan.
Nadine: Zullen we dan maar gaan en thuis wachten op bericht van het ziekenhuis? Ik denk dat we hier niets meer kunnen doen.
 
Zwaar aangeslagen verlaten ze het ziekenhuis en rijden ze naar Tony’s boot. Na alles wat die had meegemaakt was die het meest toe aan een veilig, en eigen plekje.
 
 
Tony: Als Britt dood gaat, dan... dan... (huilend)
Sel: Dan wat? (ook huilend)
Tony: Dan doe ik me eigen wat aan! (huilend)
Nadine: Tony, rustig, Britt is overal al doorgekomen, dan zal dat hierdoor ook zeker lukken... (snikkend)
Tony: Toen was ze  niet zo mishandeld als nu. (huilend/bijna schreeuwend)
Nadine: Zo komen we ook niet verder, hoor!!!!
Sel: Ik ga terug naar het ziekenhuis, ik kan hier niet zitten en wachten en niks doen. (snikkend)
Tony: Ik ga mee.
Nadine: Neen, jij blijft hier. Sel, bel je ons als er nieuws is?
Sel: Natuurlijk.

Aangeslagen vertrekt Sel weer richting ziekenhuis. Na een 5-tal uren komt er een dokter op hem afgelopen...
 
Arts: Ah, meneer u bent er nog? Of alweer?
Sel: Ik kon niet thuis zitten wachten. Ik moest haar gaan zien. Hoe is het met haar?
Arts: Voorlopig lijkt het er stabiel uit te zien. We hebben de bloedingen aan de nieren kunnen stoppen. De scheur in de lever hopen we dat vanzelf vergroeid want daar kunnen we niet veel aan doen. Haar armen zijn heel zwaar beschadigt. Ze heeft meerdere breuken en er zitten allemaal platen en schroeven in en ook aan beide armen zitten externe fixaties zodat de breuklijnen gericht kunnen worden. Er is te weinig bot wat nog heel en sterk is, zodat we een soort van kunstmatig bouwwerk moesten aanleggen.
De brandwonden in de mond zijn best wel ernstig. Het lijkt wel of iemand haar heeft willen elektrocuteren. Op zich genezen letsels aan de slijmvliezen redelijk goed, maar het is een hele grote wond. We hebben de beademingsslang naar haar longen gelegd via  de adamsappel, dus niet via de mond  door de keel. Dat kon niet. Nu slaapt ze nog, maar als ze bijkomt kan ze niet praten. Bovendien heeft ze haar hoofd in het verband zitten. De huid is flink beschadigt en we hebben veel moeten hechten.
Sel: Kan ik haar alsjeblieft gaan zien? Ik moet haar kunnen zien, dan pas zal ik denk ik begrijpen wat er met haar is gebeurt.
Arts: Als u meeloopt, zal ik u naar het intensief station brengen.
 
Daar schrikt Sel behoorlijk van wat hij ziet. Britt is nauwelijks herkenbaar tussen alle apparatuur, stellages en verbanden.
Heel zachtjes legt hij zijn hand op een stukje arm van Britt en fluistert zacht dat hij haar heel veel sterkte wenst. Voor hij weggaat, veegt hij heel voorzichtig een traantje uit haar ooghoek en merkt dan aan een van de apparaten dat dat van invloed is op haar hartslag. De dokter kijkt naar Sel en knikt hem bemoedigend toe.
Arts: Ze kan u horen. Probeer haar maar wat gerust te stellen. Ze is heel erg angstig in deze situatie. (en dan schuift hij een stoel bij zodat Sel kan gaan zitten.)
Wel een half uur lang is hij tegen Britt aan het praten. Over hoe mooi hij vind dat ze is, en dat ze zo’n leuke dochter heeft, en dat je zo goed met haar kan lachen; allemaal positieve dingen. En het heeft een goede uitwerking op Britt want de meters registreren dat Britt nu rustiger ademt, en ook een rustiger hartslag krijgt.
Als hij weggaat kust hij haar zachtjes op het hoofd en zegt dat hij zo snel mogelijk terug zal komen.
 
Ondanks dat Britt er zwaar gehavend bij ligt heeft Sel een voorgevoel dat het allemaal wel goed zal komen.
 
Op zijn horloge ziet hij dat het al een uur in de nacht is. Eigenlijk is hij total los maar hij had beloofd om verslag te doen aan Nadine en Tony en dus rijd hij naar de boot, waar nog en klein lampje brand.
Nadine zit bij een klein leeslampje op het dek. Binnen zijn benauwde haar. Tony had nog heel lang liggen huilen voor ze eindelijk in slaap was gevallen. Ze wilde haar nu niet wakker gaan maken en nodigde Sel dus niet binnen uit.
Sel: Het zag er heel naar uit Nadine. Helemaal tussen die machines, en allemaal verband. En de dokters hebben allerlei ijzeren stangen en platen in haar arm gezet, en aan de buitenkant van haar armen zitten ook allemaal stangen om de boel bij elkaar te houden. Maar ze leek wel te reageren toen ik bij haar zat. Ze moet nog heel veel pijn verduren maar ik geloof vast dat ze er door komt. Onze Britt is sterk, wat ik je zeg.
 
De andere morgen kan Tony gelukkig lekker lang doorslapen. Sel is inmiddels al weer op het ziekenhuis geweest en heeft gehoord dat Britt een goede nacht had gehad. Ze had geen verdere bloedtransfusie nodig gehad en ze begon al weer wat meer zelfstandig te ademen. In de middag, na drie uur mocht hij terug komen en met dit bericht kon hij Tony gaan wekken.
Tony: (met een hele suf hoofd, alsof ze nauwelijks had meegekregen wat er gisteren allemaal gebeurt was) Hoi Sel, wat doe jij hier? 
Sel: Ik heb goed bericht voor je. Britt gaat het halen. Ze heeft een goede nacht gehad, en begint meer zelfstandig te ademen. Wel heeft ze veel pijn, maar dat wordt goed door de dokters in de gaten gehouden.
Als je wilt kunnen we vanmiddag naar haar toe.
Tony: Niet eerder?
Sel: Het is al twaalf uur slaapkop. Ga je maar douchen en wat eten en dan kunnen we daarna vertrekken.
 
Ondanks de goede berichten van Sel schrikt Tony toch hevig als ze Britt ziet liggen. Ook zij legt haar hand op Britt haar hoofd en begint tegen haar te praten.
Nu begint Britt langzaam haar ogen te openen. Het kost haar heel veel moeite, en de lichtinval doet pijn, maar in haar angsten is alles zo donker en beangstigend dat ze graag weer op de wereld wil komen.
Nadine: Rustig maar Britt. Je bent in goede handen. De artsen zorgen uitstekend voor je.
Tony ziet dat Britt heel voorzichtig met haar mond beweegt, maar ook dat dat heel erg pijn doet. Ze wil wat vertellen maar kan dat niet. En het is ook niet mogelijk dat ze opschrijft wat ze wil want haar armen en handen zijn gefixeerd en behoorlijk opgezwollen.
Tony zit nu bijna op haar knieën naast Britt en spreekt haar rustig en aanmoedigend toe.
Tony: Je gaat het halen Brit, daar zullen wij voor zorgen. Ik kan je pijn niet wegnemen, maar ik zal je steunen en je er door heen helpen. Dat beloof ik je. Ik kom zo snel mogelijk bij je terug. Nu moet ik gaan. Sterkte.
 
Tony en Nadine moeten naar het commissariaat om nog hun verslag af te geven. Aldaar wacht Chris Geysen hen ook al op. Chris staat hier duidelijk met gemengde gevoelens. Hij wil graag met hun meeleven, hij had immers ook veel al met hun meegemaakt in het verleden, maar nu moest hij  “de baas” spelen. En hij had ervaring met Intern Toezicht en wist dus wat er nog voor moeilijke periodes voor Tony aankwamen.
Allereerst schreef Tony haar verslag van de interventie en deed een mondelinge debriefing bij Chris. Daarna kon ze naar het verhoor een gaan waar de IT haar al opwachtte.
 
De IT was allerminst blij met Tony’s actie om haar hele wapen op Dashi te legen. Tony kon geen andere verklaring geven dan dat ze zeker wilde zijn dat hij niemand ooit nog een haar kon krenken.
Tony’s gedrag kon niet getolereerd worden en ze werd dan ook per direct uit actieve dienst gehaald en onder arrest geplaatst. Ze kreeg de handboeien om en werd meegevoerd door de IT naar een doorgangsgevangenis waar ze mocht wachten op plaatsing in een strafinrichting totdat haar zaak volledig was uitgezocht.
Tony: Maar ik heb niets verkeerds gedaan. Ik heb enkel iemand opgeruimd die geen geweten had.
IT: Jij hebt onnodig geweld aangewend en een weerloze burger doodgeschoten, in koelen bloede. U bent strafbaar. En om te zorgen dat u ons niet weer ontloopt, u heeft immers al een hele reputatie bij ons, nemen we u mee en plaatsten u onder streng toezicht.
Tony: Ik ga niet mee (nu steeds harder roepend en om zich heen aan het trappen)
IT: Ik zou me heel erg rustig gedragen als ik u was. U werkt uw eigen zaak alleen maar tegen, en nu meekomen.
Maar Tony houd zich niet rustig en trapt nog steeds om zich heen en raakt een van de mannen in zijn kruis. Die klapt bijna dubbel en in een reflex geeft hij Tony een harde slag in haar gezicht waarop die subiet stil wordt. Dit alles gebeurde in het verhoor dus er waren geen getuigen. Gelukkig niet voor de IT en jammer niet voor Tony.
 
Toen ze uit het verhoor kwamen stond iedereen vreemd te kijken dat Tony geboeid werd afgevoerd.
Nadine: waar nemen jullie haar mee naar toe? Dit kan niet zomaar.
IT: Voldoende strafbare feiten gepleegd, en verzet bij aanhouding. De rest kunt u lezen in het verslag, wat wij overigens naar de hoofdcommissaris zullen sturen en dan zult u wel meer vernemen.
Nadine: Alstublieft, Britt heeft haar nodig!
IT: Daar hebben wij helaas geen zaken mee.
Nadine: Maar...
IT: Geen gemaar. Ze gaat mee, en wel nu direct.
 
Verslagen volgt Tony de IT-ers en stapt lijdzaam in de auto. Zelf weet ze ook nog niet waar ze heen wordt gebracht. Alles lijkt langs haar heen te gaan. Na bijna een uur rijden merkt ze dat ze zijn aangekomen in Brussel bij de gevangenis te Sint-Gilis. Daar wordt ze ingeboekt compleet met foto’s, vingerafdrukken, lichaamsinspectie en een douche en kan dan door naar de cel waar ze meteen in het donker wordt gezet.
Ze heeft geen idee van tijd en zit verdwaasd voor zich uit te staren.
Plots wordt ze uit haar cel gehaald en in een verhoorkamer gestopt en daar moet ze opnieuw wachten. Ze heeft het koud en voelt zich naar.
Het verhoor neemt meer dan vier uur in beslag. Tony voelt zich geradbraakt. Telkens maar weer de vraag waarom ze zoveel kogels heeft afgevuurd als de man al na drie kogels dood was. Af en toe weet ze niet meer wat ze moet zeggen en hult zich dan in stilzwijgen maar de ondervragers gaan onverstoorbaar door, en slaan hard met hun handen op tafel en jagen Tony behoorlijk wat schrik aan.
Tony: Ik weet het niet meer. Ik ben moe en kan niet meer denken.
IT: Dat deed je gisteren ook niet toen je die man vol lood pompte.
Tony: Ik zag hem niet eens meer.
IT: Zo vol woede om je partner dat je niet meer weet wat je doet? Niet goed voor een agent, en al helemaal niet voor een inspecteur. Je zou beter je emoties onder controle moeten kunnen houden.
 
 
 
Tony: Ik wil terug op cel. Laat me even gaan slapen dan zal ik daarna jullie vragen beantwoorden.
IT: WIJ bepalen wat er met gevangenen gebeurt, dat zou je toch moeten weten.
Tony: Bij ons worden verdachten niet meer ondervraagd na tien uur ‘s avonds.
IT: En hier maken wij de dienst uit. Wilde agenten zijn een ernstige bedreiging voor de veiligheid van onze staatsburgers en we zullen ze dan ook hard aanpakken.
Tony zegt niets meer. Ze lijkt met ogen open op de stoel te slapen. Ze is kapot, moe en heel verdrietig en vraagt zich af hoe het nu met Britt is.
Tony: Ik wil met Britt bellen.
IT: Zul je moeten wachten tot je hier uit bent.
Tony: IK KAN NIET MEER. LAAT ME NAAR MIJN CEL GAAN.
 
 
 
Joost: Laten we haar gaan of gaan we hier onze eigen tijd verdoen?
Frans: Laten we haar terugstoppen. Hier heb ik geen zin in. Morgen zullen Klaas en Peter zich wel met haar bemoeien en dan zal ze wel loskomen.
Meer hangend dan lopend komt Tony weer bij haar cel en wordt het duister binnen gegooid. Ze valt naast het bed maar blijft gewoon liggen omdat ze te moe is om op te staan.
Voor haar gevoel slechts een paar minuten later wordt ze weer ruw gewekt.
En weer wordt ze verhoord. Psychische wordt ze helemaal afgebroken. Ze weet van zichzelf niet meer wat ze zegt of doet. En eigenlijk is ze zo ver heen dat het haar allemaal niet meer kan interesseren. Ze is op en wil rusten.
Voor ze in de gaten heeft wat ze heeft gedaan, tekent ze en verklaring en daarmee ook het einde van haar carrière bij de politie.
“Eindelijk rust “ denkt ze als ze weer uit het verhoor gehaald wordt. Maar in plaats van naar haar cel wordt ze weer in een boevenwagen gestopt en over gebracht naar een strafinrichting in Wortel.
Onderweg valt Tony van vermoeidheid van de zitting en knalt met haar hoofd tegen een stang in de bus. Het kan haar allemaal niets meer schelen. Ze hoeft niet meer. Ze krijgt een onverschillige houding over zich. Iets waar ze later nog heel veel spijt van zal krijgen.
 
Ondertussen bij Britt in het ziekenhuis, zit Vanbruane naast haar...
Nadine: Dag Britt. Gaat alles vandaag weer een beetje beter met je?
Britt knikt moeizaam. Na gisteren kan ze al met haar ogen knipperen zonder moeite, en knikken met haar hoofd gaat ook, maar dat gaat nog wat moeizaam. Ook kan ze enkele woorden spreken...
Britt: Dorst. (zacht)
Nadine: Heb je dorst? Ik zal even water voor je halen. (vriendelijk)
Nadine gaat de kamer uit en vraagt zich in godsnaam af hoe ze het aan Britt moet vertellen.. ...van Tony...
 
 
Heel voorzichtig probeert Britt een slokje binnen te krijgen maar ze verslikt zich en moet hoesten maar dat doet veel pijn vanwege haar gebroken ribben. Nadine ziet de tranen in Britt haar ogen.
Nadine: Kalm maar aan Britt. Rustig, maak anders alleen even je lippen nat.
Britt:: (schor klinkend) Dank je Nadine. Komt Tony vandaag nog? Ze had gezegd terug te komen (hijgend)
Nadine: Die kan helaas niet komen.
Britt: Waarom niet? Ze had het beloofd.
Nadine ziet dat Britt haar gezicht wat betrekt. Die had echt gehoopt op Tony's komst.
Nadine: Tony wordt gehoord door de IT.
Britt: Waarom?
Nadine: Ze heeft haar hele wapen leeggeschoten op die Dashi. Ze zeggen onnodig geweld.
Britt: Ik wil nu gaan rusten. (maar eigenlijk wilde ze overdenken wat er met Tony aan de hand kon zijn)
Britt was nog heel erg zwak en zeer snel vermoeid. Zo'n kort gesprekje koste haar alle energie die ze had.
Nadine wilde een hand geven maar dat kon dus niet, dus ze legde heel zacht een hand op Britt haar wang. Die gloeide helemaal.
Nadine: Dag Britt. Als ik wat meer weet kom ik weer langs.
 
Buiten op de gang zag ze Johan zitten. Die mocht van zijn arts ook even naar Britt toe, vermits hij zich rustig hield. Hij was door zijn arts globaal ingelicht over de toestand van Britt maar schrok toch toen hij haar zag.
Johan: Lieverd, heeft die Dashi u dit aangedaan?
Britt: Ja.
Johan: Heb je veel pijn?
Britt: Heel veel.
Dit verraste Johan , want normaal hoorde je Britt niet gauw over pijnen en ongemakken.
Johan: Gaat het goed komen met u? Ik was zo bang om je te verliezen. Maar Britt ik wil je niet kwijt. Probeer het vol te houden. Wij horen bij elkaar.
Britt: Johan, ik wil je heel veel zeggen maar ik heb zo'n pijn en ben zo moe. (nu duidelijk met een van pijn vertrokken gezicht)
Johan: Dan zal ik maar gaan.
Hij staat op en buigt zich voorover zodat hij Britt heel zacht en teder een klein kusje op haar lippen kan geven.
Als Johan weg is moet Britt vreselijk huilen, maar het doet zo'n pijn dat ze weer in ademnood geraakt. Vlug krijgt ze weer zuurstof toegediend en ook krijgt ze pijnmedicatie die haar wat suffig maakt en waarop ze vrij snel in slaap valt.
Deze nacht is voor Britt heel onrustig en gevuld met pijn. In haar lichaam maar ook in haar hart. Ze mist Dorien en Johan, en ook weet ze niet wat er met Tony aan de hand is.
In haar wakende uren probeert ze voor haar geest te krijgen wat er allemaal gebeurt is met haar de laatste paar dagen.
Iedereen heeft het steeds over Dashi. Ze kent de naam en weet dat het een brut kan zijn maar het lijkt wel of de laatste dagen uit haar geheugen gewist zijn.
 
Vanwege de pijn wordt Britt zoveel mogelijk slapende gehouden. Dan heeft ze minder hinder en verloopt het herstel vlotter.
Maar na goed een week is ze zo helder dat ze begint te vragen wat er allemaal gebeurt is.
Eerst is niemand echt vrijelijk met de informatie, maar Britt blijft maar doorvragen en zo ontvouwd zich voor haar geest langzaam het beeld van een Roman Dashi die haar had ontvoerd en gemarteld, alles in de hoop dat Britt haar dochter zou opofferen als compensatie voor de moord op zijn eigen dochter.
Met deze informatie kan Britt echter totaal niet omgaan en ze raakt heel erg in paniek. Ze heeft hele nare dromen en complete nachtmerries waarin ze de vreselijkste dingen beleefd.
De pijn van de kneuzingen neemt wat af maar haar armen en handen doen nog steeds veel pijn.
Vandaag komt de KNO arts naar haar mond kijken. Die ziet er goed uit. Dat heet: het weefsel is hersteld maar de zenuwen werken nog niet goed. Britt heeft totaal nog geen smaak en warm of koud kan ze niet onderscheiden. Dus mag ze voorlopig alleen koude dranken gebruiken om te voorkomen dat ze zich opnieuw brand.
Het verband mag ook van haar hoofd. Op enkele plaatsen waren de haren weggeschoren zodat de chirurg de wonden goed kon hechten. Over een paar dagen mogen de hechten er ook uit.
Nu mag Britt wat hogerop in bed zitten. Ze heeft nog wel zware hoofdpijn en zal nog heel veel moeten rusten. Maar het blijft aan haar knagen dat ze Tony al een week niet heeft gezien of gehoord.
 
 
Ondertussen zit Tony in de gevangenis zich ellendig te voelen. Ze heeft nog steeds de volle impact niet door van de door haar getekende verklaring dat zij Roman Dashi heeft vermoord. " In koele bloede" zoals het rapport vermeld.
Nadine heeft ook nog steeds geen contact met haar mogen leggen.
Tony moet meedoen aan de dagelijkse routine in het gevang, maar het lukt haar niet. Haar onverschilligheid begint haar nu op te spelen. De andere gevangenen vinden dat ze zich arrogant gedraagt en ze wordt uitgedaagd om te gaan vechten, maar daar heeft Tony helemaal de puf niet voor. Af en toe komt er iemand in haar cel kijken of deze verrader er nog wel is. Binnen de gevangenismuren gaat het al snel rond dat Tony zelf een Flik is, en dat soort mogen ze hier absoluut niet. Flikken zijn er voor verantwoordelijk dat de meesten hier binnen zitten voor lange tijd.
Die avond na het luchten, waar ze Tony ook toe verplicht hebben, gaat ze weer snel op cel en kruipt in bed. Ze ligt met haar rug naar de deur. Heeft geen behoefte aan contact en wil niets of niemand zien of horen.
Ineens komen er vijf vrouwen binnen. Een gooit een deken over Tony's hoofd zodat die niet kan zien wie er is, maar ook dat ze niet gehoord kan worden als ze door deze vrouwen heel fors in elkaar geklopt wordt.
Tony heeft niet eens de kracht om terug te meppen. Heel de week had ze al last van haar maag gehad en nauwelijks wat kunnen eten.
Ze laat het allemaal maar over zich heen komen. Het interesseert haar niet meer wat er met haar gebeurt. Ze had Britt uit de klauwen van die gek bevrijd. Dat was haar doel geweest en daarin was ze geslaagd. Verder hoefde ze niet, verder wilde ze niet en verder kon ze niet.
Plots komen er vijf agenten binnengerend, die de vijf vrouwen van Tony aftrekken.
Tot hun verbazing toont Tony eindelijk een emotie... Ze huilt emmers vol tranen en schreeuwt het uit van pijn... Ook schreeuwt ze smekend dat ze Britt mag zien.
De agenten besluiten dat Tony Britt wel 1 keer mag zien, en hopen er zo op, dat Tony de vragen weer goed gaat beantwoorden en misschien, als ze eerlijk is, kunnen ze wel een oordeel vellen waarom Tony haar geweer helemaal heeft leeggeschoten op Dashi... Misschien in de positieve zin voor Tony.
 
Dus mag Tony eens naar Britt toe.
 
Tony: Brittje? (zacht/handen achter haar rug gehouden door handboeien)
Britt: To...Tony? (verwonderd)
Tony: Och, liefje, ik ben hier, maak je maar niet ongerust. (opgelucht dat het al wat beter gaat met Britt)
 
Tony wil een hand op Britt's voorhoofd leggen, maar dat gaat uiteraard niet door de handboeien.
 
Tony: Mogen die boeien even af? (bijna smekend)
Agent: Geen denken aan.
Britt: Agent, alstublieft.
Agent: Vergeet het.
Britt: Maar...
Agent: Ik zei 'neen'. (streng)
 
Britt schrikt van de strengheid, zoiets was ze alleen gewend van Dashi, en begint zacht te huilen.
 
Tony: Maak die boeien verdomme los! (boos)
Agent: Komt u maar meteen weer mee naar de gevangenis. (zuchtend)
Tony: Neen, alstublieft, nog even...
Britt: Maak die boeien alstublieft los, alstublieft... (smekend)
Agent: Heel eventjes dan. (toegevend/medelijden met Britt)
 
De agent maakt Tony's boeien los. Tony legt meteen een hand op Britt's voorhoofd en streelt haar zachtjes...
 
Tony: Alles komt goed. (glimlachend/vriendelijk)
Britt: Ik wil niet dat jij opgesloten wordt, Tony. Als het moet zal ik getuigen voor je, en zal ik zeggen dat je Dashi hebt neergeschoten om mij te beschermen en te helpen. (snikkend)
Tony: Ik zal niet opgesloten worden, Brittje. Ze komen er wel achter dat ik het voor jou bestwil deed, en niet vanwege wraakgevoelens of zo. (zuchtend/geruststellend)
 
Plots komt er een vrouw binnengelopen...
 
Vrouw: Mevrouw Michiels?
Britt: Ja? (zwak/al uitgeput van deze conversatie)
Vrouw: Ik ben Elisa... Elisa Vandenieper... Ik ben psychologe.
Britt: Waarom moet ik met jou praten dan? (zuchtend/zwak/uitgeput)
Elisa: Ik wil je helpen met het verwerken van die zaak met meneer Dashi.
Britt: Zeg die naam niet, alstublieft. Ik krijg het er ijskoud van. (smekend)
Elisa: Daarmee ga ik u onder andere helpen. Dat u de naam Dashi kan horen en ermee omgaan.
Britt: Nu doe je het weer! (uitgeput/zwak)
 
Maar Britt is er nog niet klaar voor. Het kost haar te veel pijn en energie om hier al over te praten. Van de minste inspanning raakt Britt totaal los. Ook is ze veel met haar gedachten bij Tony die er zelf niet goed uit had gezien nadat die in het gevang klop had opgelopen.
 
 
Tony werd weer terug gebracht naar Wortel en moest weer op cel. Haar eerste uitspatting tegen de begeleidende agenten waren haar niet zomaar vergeven en Tony dook verdrietig weer in bed.
Ook nu verscheen ze niet voor het luchten, maar er kwam geen bewaker naar haar kijken. Ze wisten dat ze vandaag weg was geweest en misschien wel heel moe was.
Maar in feite lag ze weer afgerost in haar cel. De andere vrouwen vonden het gemeen dat die flik wel weg mocht en dat hun binnen moesten blijven. Dit keer hadden ze haar nog meer geslagen. Tony was met haar hoofd heel hard tegen de muur gegooid en had een flink gat in haar hoofd waaruit ze hevig bloedde. Haar lippen waren kapotgeslagen, haar arm heel gemeen op de rug gedraaid, en een van de vrouwen, die hier vast zat omdat ze al een paar keer mensen flink in elkaar had geslagen, maakte nu van Tony een boksbal en roste flink in op haar nierstreek.
Tony was half bewusteloos en niet in staat om zich te verdedigen. Toen ze moeizaam een teug lucht binnenkreeg wilde ze gaan roepen maar werd toen heel hard bij haar keel geknepen tot ze flauw viel. Daarna vertrokken de vrouwen een voor een naar hun eigen cel nadat elk nog een trap of stevige slag aan Tony had gegeven.
Zo bleef Tony bloedend en bewusteloos in haar cel liggen en werd pas de andere ochtend door de bewaker ontdekt toen ze niet voor het ontbijt verscheen.
Ze was nog steeds niet aanspreekbaar en werd afgevoerd naar de ziekenzaal van de gevangenis, maar daar kon de arts niet veel voor haar doen, dus moest ze worden overgebracht naar een ziekenhuis in Antwerpen.
Daar moest ze worden opgenomen met inwendige bloedingen en diverse kneuzingen.
En nog steeds was ze niet bij bewustzijn. Ook reageerden haar pupillen traag en asymmetrisch, hetgeen kon duiden op hersenletsel. Nog diezelfde ochtend moest er een scan van haar hoofd gemaakt worden en daarop zagen de artsen inderdaad een kleine bloeding zitten. Haar linker nier was beschadigd en ze had enkele snijwonden in haar hoofd.
Tony mocht niet meer terug naar de gevangenis en moest ter observatie in het ziekenhuis blijven.
De gevangenis directeur had inmiddels Nadine geïnformeerd over de toestand van Tony, en ze was direct afgereisd naar Antwerpen.
Maar daar aangekomen mocht ze niet bij Tony. Voor haar deur zaten twee agenten die de wacht hielde, alsof Tony van plan was om weg te lopen.
Nadine vroeg de arts om haar toestemming te geven Tony te gaan bezoeken. De arts moest zich in allerlei bochten wringen om Nadine binnen te krijgen.
Nadine: Tony, meisje, kun je me horen?
Tony: (alleen maar murmelend gerochel kwam er uit haar mond)
Arts: Ze heeft hersenletsel opgelopen bij een vechtpartij in de gevangenis en nu zit er een bloeding in haar hoofd.
Nadien: Wat gaat er gebeuren?
Arts: Ze moet zich heel rustig houden anders verergerd het. Als ze heel stil en rustig blijft liggen kan de bloeding stoppen en de resten worden geabsorbeerd. Dan verdwijnen ook weer alle verschijnselen.
Nadine: En anders?
Arts: Anders kan ze verlamd raken omdat de hersenen dan zelf beschadigt raken. Dus doe alsjeblieft heel voorzichtig met haar.
Nadine ging stilletjes naast Tony zitten en hield alleen maar haar hand vast. Ze was kapot van het bericht dat Tony zo was mishandeld. En ze was ook heel kwaad, want nog steeds had ze geen uitleg gehad over de aanhouding van Tony voor de vermeende moord op Dashi.
 
 
 
In Gent begon Britt zich weer wat te herstellen van een deel van haar kwetsuren. Gelukkig had ze geen hoofdpijnklachten meer, zodat ze weer wat licht aan haar ogen kon hebben. Door haar gevangenschap bij Dashi had ze zoveel angsten opgelopen dat ze steeds bang was als het donker was, wat er dus op neer kwam dat ze elke avond heel erg bang was.
Met enige tegenzin was ze dan toch begonnen aan de gesprekken met de psycholoog, en hoewel ze het niet wilde toegeven hielp het haar wel. Na een kleine week was ze in elk geval al over haar angst voor het donker heen.
Tot nu toe had Britt steeds op bed gelegen, maar ze wilde er wel weer eens uit.
Ze vroeg de zuster haar te helpen, maar die zei dat ze dat nog niet mocht en ook nog niet kon. Maar nadat Johan op bezoek was geweest en haar het blijde bericht had kunnen geven dat hij weer gezond was en weer naar huis mocht, ging Britt toch zelf uit bed.
Het was een hele toer want ze kon haar armen niet gebruiken. En al schoppend had ze de dekens weg kunnen trappen, voor een deel. Toen ze haar linkerbeen uit het bed liet glijden merkte ze wel dat ze een beetje duizelig werd maar ze wilde niet toegeven. Haar linker voet raakte nu de grond en voorzichtig liet ze haar rechtervoet ook over de bedrand glijden maar die bleef steken in de dekens en met een rotsmak viel Britt op de grond. Op haar gebroken armen waar aan alle kanten nog pinnen en schroeven uitstaken. Een afgrijselijke gil ging er over de afdeling en binnen de kortste keren stond de kamer vol met dokters en zusters.
Door de pijn was Britt flauw gevallen en werd heel voorzichtig weer in bed gelegd en meegenomen om opnieuw röntgenfoto's van de armen te laten maken.
Een paar breuken die net begonnen te helen waren weer gebroken, maar ook zag de arts dat er twee schroeven en een plaat gebroken waren en dus moest Britt opnieuw geopereerd worden. Vanwege de pijn en de te verwachten complicaties werd dat niet uitgesteld maar ging ze direct van de röntgen door naar de operatiekamer. Britt was inmiddels weer bijgekomen en was nu heel verdrietig dat dit was gebeurt.
Nu weer die operatie en weer langer voordat ze helemaal beter zou zijn. Ze had het gevoel dat het niet meer echt beter zou gaan worden. Ze verloor een beetje de moed om nog te vechten voor herstel.
Britt begon zich suïcidaal op te stellen...
 
Britt: Dokter, kunt u me niet laten gaan? Ik wil deze pijn niet meer. (zacht, terwijl ze wordt klaargemaakt voor de operatie)
Dokter: We gaan u helpen, mevrouw Michiels. U zal snel weer de oude zijn.
 
Dan wordt Britt in slaap gemaakt en gebeurt de operatie.
Na een weekje is Britt weer op hetzelfde punt gekomen als voor de laatste operatie.
Britt: Ik zal maar niet weer proberen te stappen zeker. (denkend)
 
Dan komt Elisa binnengelopen...
 
Britt: Dag Elisa. Het is misschien één van de laatste keren dat je me ziet.
Elisa: Wat bedoel je? (achterdochtig, terwijl ze naast Britt gaat zitten)
Britt: Ik ben het beu, Elisa. Maar laten we nu beginnen.
Elisa: Zo meteen. Wat ben je precies beu, Britt? (proberend te achterhalen wat er in Britt's hoofd omgaat)
Britt was zo moe gevochten van haar leven vol met tegenslagen, verlies en verdriet dat ze niet eens meer de moeite nam om het te ontkennen.
Britt: Ik kan niet meer leven. Ik heb geen energie meer. Alles wat ik doe loopt fout. Ik ben al zo vaak slachtoffers geweest. Ik ben gewoon op. Laat me maar gaan, ik wil uit dit leven.
Elisa: Ik heb gehoord van dingen die jij hebt meegemaakt. Wil je er over vertellen?
Britt: Nee, niet meer. Het is genoeg geweest.
Elisa: Zijn er mensen om je heen waar je veel om geeft?
Britt: Ja, een paar.
Elisa: En zou je die ook los willen laten?
Britt: Weet ik niet.
Elisa: Britt, jij hebt een reactieve depressie. Best wel ernstig, maar ik denk dat we je er wel goed overheen kunnen helpen. Je zult het best moeilijk hebben en nog moeilijker krijgen omdat je niets kan doen met je armen en dus de hele dag de tijd hebt om overal over na te denken. Dat is geen goede zet. Ik wil proberen of je naar een revalidatiecentrum kan, zodat je overdag ook andere activiteiten hebt. Dan zal ik twee tot drie keer per week bij je komen voor gesprekken en daar zullen ze je helpen je hand en armfunctie te herstellen. Zo vang je twee vliegen in een klap.
Britt: Doe geen moeite.
Elisa: Ik doe geen moeite, jij moet dat doen.
En nu begint Britt zomaar te huilen. Ze voelt zich zo op, en zo vermoeid.
Britt: Mag Johan komen? Ik wil dit met hem bespreken.
Elisa: Zal ik zijn nummer draaien, dan kun je het hem zelf vragen.
 
En zo komt Johan dus na een poosje op het ziekenhuis. Hij ziet er goed uit. Na zijn eigen opname heeft hij zijn levensstijl drastisch aangepast. Hij is een heel stuk rustiger en ook een paar kilootjes lichter.
Met een brede glimlach begroet hij Brit en legt een grote bos rode rozen op het bed, zodat de zuster die straks op het water kan zetten.
Nadat Elisa samen met Brit ten Johan over het voorstel heeft gesproken gaat zij zelf weer weg en laat de geliefden met hun twee achter.
Johan was wel geschrokken van het bericht dat Britt zo depressief was, maar hij beloofde haar om haar te blijven steunen, hoe moeilijk het ook zou worden. Hij was smoorverliefd op haar en wil de haar nooit meer kwijt.
Voorzichtig nam hij Britt in zijn armen. Zachtjes schoof hij achter haar in het bed en legde Britt veilig tegen zijn borst aan en begon door haar haren te strelen.
Voor het eerst in tijden begon Britt die veiligheid ook weer een heel klein beetje te ervaren. Ze liet zich gaan en begon zachtjes te huilen.
Johan kuste haar teder op haar haren en streelde over haar hoofd, en dat gedeelte van haar armen waar hij bij kon. Nu gleden zijn handen naar haar borsten en aan Britt's reactie merkte hij dat ze het fijn vond. Heel voorzichtig begon hij met haar te spelen en nu kon Britt zich eens een keertje ontspannen.
Nadat ze een poosje bezig waren zuchtte en kreunde Britt eens een keer.
Johan: Wat is er Britt?
Britt: Ik heb zo'n hoofdpijn, het wil maar niet overgaan.
Johan: Nog van die slagen die je hebt gehad?
Britt: Ik weet het niet.
Johan: Ik zal de dokter eens vragen.
 
En al snel was duidelijk dat de hoofdpijn kwam van het gewicht van de gefixeerde armen van Britt. De hele dag waren haar nek en schouderspieren overuren aan het maken om de armen omhoog te houden. Ze had haar nekspieren zwaar overbelast.
Hierop kwam de arts zelf met een voorstel. Als Britt medicatie zou krijgen om de botgroei te versnellen en te verstevigen, dan konden de externe fixaties worden verwijderd en zou ze kunststof gips krijgen. Dat was vele malen lichter en zou niet zo belastend zijn voor haar nek.
Uiteraard ging Britt hier mee akkoord.
Nu moesten de steekgaten van de fixatie nog eerst dichtgroeien voordat er kunststofgips om kon, dus lag Britt weer een paar dagen op bed.
Na drie dagen kwam Johan met een rolstoel voorrijden. Hij had een verrassing voor Britt.
Hij had een hotelkamer geregeld voor een nacht . Een kamer met een heel groot ligbad met bubbels. Daar zou Britt lekker in kunnen liggen en ontspannen. Als ze voorzichtig was, en probeerde haar armen niet te belasten dan kon ze wel mee wat de arts betrof.
En zo begon Britt aan een vreemde, maar hele fijne minivakantie.
Haar depressie stabiliseerde en klaarde op.
Nadat ze gegipst was, (haar linkerarm vanaf haar tweede kootje van de hand tot bijna onder de oksel, haar rechter hand vanaf de knokkels tot net onder haar elleboog) ging ze naar het revalidatiecentrum. Eerst voor opname, maar na drie weken was ze zover opgeknapt, voornamelijk omdat de depressie bijna weg was, dat ze toe kon met deeltijdbehandeling.
Johan probeerde zoveel mogelijk vanuit huis te werken zodat hij haar thuis kon helpen.
Het voelde wel vreemd, maar tegelijk ook heel fijn als ze wilde douchen. Dat kon ze zelf niet dus stond ze elke dag lekker samen met Johan onder de douche.
Hoewel ze haar armen nog niet goed kon gebruiken deed de rest van haar het prima en ze begon ook weer te genieten van hun intimiteit.
Dankzij de gesprekken met Elisa was Britt zover dat ze Dashi een plek had kunnen geven. Ze werd nog wel een paar keer gehoord door de IT om tot een afrondend onderzoek te komen.
Nadat dat gedaan was ging ze met Johan en Elisa een eind rijden met de wagen. Ze zochten een rustige plek op waar Britt symbolisch afscheid nam van Dashi. Johan groef een kuil en daar legde Britt een brief in die ze zelf met veel pijn en moeite had geschreven.
Ze sprak heel duidelijk en resoluut dat het nu echt afgelopen was en dat ze nooit meer hinder zou en wilde hebben van Dashi of de herinnering aan hem.
Ofwel Britt helemaal kapot was en zwaar geëmotioneerd, voelde het ook als een soort wedergeboorte. Britt was er klaar voor haar nieuwe leven, een zonder Dashi, weer op te pakken.
Blij en gelukkig gingen Brit ten Johan weer naar huis waar de kinderen hen al opwachten.
Dorien had de voorbije maanden zoveel pijn en angst gezien bij Britt en dat was nu dan eindelijk over. Ze viel haar moeder huilend van blijdschap om de hals.
Ook Simon was blij dat "zijn moeder" er weer was.
Week voor week herstelden de armen van Britt verder. Al vlot kon het gips eraf en kreeg ze braces en daarmee kon ze ook weer aan het werk. Weliswaar alleen op het bureau maar dat deerde haar niet.
 
Alleen miste ze Tony nog steeds heel erg.
Met al haar eigen problemen en intensieve therapieën was ze daar niet echt aan toe gekomen. Bovendien had Tony een zware en heel moeilijke periode achter de rug.
Daarom besluit Britt naar Nadine te gaan en vragen om toestemming om Tony te bezoeken.
Nadine: Britt, je weet dat het niet kan. (streng)
Britt: Dat zullen we nog wel es zien. (boos)
Britt vraagt aan Sel of hij haar naar het ziekenhuis wil rijden, omdat ze dit uiteraard niet zelf kan.
Sel: Het mag niet van Vanbruane, Britt.
Britt: Ben?
Ben: Neen.
Britt: Raymond?
Raymond: Neen, Britt.
Britt: Wilfried? (bijna huilend)
Wilfried kijkt twijfelend.
Wilfried: Ik mag niet. (kijkend naar Vanbruane, die met haar hoofd schudt)
Britt: Dan ga ik wel alleen! (boos)
 
Britt loopt het commissariaat uit, stapt haar auto in en probeert de auto te starten. Maar met haar armen, die nog niet volledig hersteld zijn, lukt dit niet. Britt buigt over het stuur en begint hard te huilen.
Plots...
Stem: Gaat het, liefje?
Britt: Jo..... johan? (huilend/verbaasd)
Johan: Ja, wat scheelt er? (bezorgd)
Britt: Ik wil naar Tony in het ziekenhuis, maar niemand wel me naar daar rijden.
Johan: Van wie mag dat niet?
Britt: Vanbruane. (huilend)
Johan: Ik heb geen bevelen aan te nemen van Vanbruane, ik zal je ernaar toe rijden, goed?
Britt: Echt? (snikkend)
Johan: Ja, echt. (glimlachend/vriendelijk)
Britt: Dank je... Dank je... (opgelucht/dankbaar/huilend)
 
Britt stapt weer uit de auto, gaat er rond omheen en gaat zitten op de bijrijdersstoel.
Johan start de auto.
In het ziekenhuis  in Antwerpen aangekomen...
 
Britt: Laat me binnen.
Agent voor de deur van Tony: Neen, u mag er niet in.
Johan: Laat haar binnen. Tony is haar beste vriendin en partner bij de flikken.
Agent: Neen heb je, en neen houdt je.
Britt: Laat me verdomme binnen!! (boos)
Agent: Neen.
Britt: Als ik mijn armen kon gebruiken, ik zweer het je, je lag nu op de grond te janken. (dreigend)
Agent: Oehhh, u maakt me bang. (pestend)
Britt: Laat me binnen. (boos)
Agent: Neen.
Britt kijkt hem smekend aan, maar ook dit helpt niet. Dan rent Britt huilend weg.
Johan: Britt! Ziet u nu wat u gedaan hebt?! (boos tegen de agenten)
Die halen hun schouders op.
Johan gaat achter Britt aan, en vindt haar tenslotte in een hoekje weggekropen in het ziekenhuis.
Britt lijkt ontroostbaar. Johan moet veel moeite doen om Britt te laten stoppen met huilen.
Brit: Ik wil haar zo graag zien. Wat heeft ze gedaan dat ik haar niet zien mag?
Johan: Ze heeft van die Dashi een vergiet gemaakt.
Britt: Dat bekomt hem goed.
Johan: Wil je even wachten hier Britt, ik moet even een telefoontje doen.
 
Niet veel later komt hij terug en neemt Britt bij de arm en troont haar mee naar Tony's kamer.
De wachtagenten hadden opdracht gekregen de advocaat en zijn assistente toe te laten, want elke verdachte had recht op juridische bijstand.
 
In de kamer blijft Johan stilletjes in een hoekje staan terwijl Britt schoorvoetend naar het bed van Tony loopt.
Britt: Hè meis. Hoe is het?
Tony: Niet goed, ben ik bang.
Britt: Heb je nog veel pijn?
Tony: Elke dag, de hele dag.
Brit: Wat is er met je gebeurt?
Tony: Een stuk ben ik kwijt. Maar ik heb in het gevang gezeten omdat ik die Dashi heb neergeschoten. Ze zeggen dat ik daar ruzie heb gemaakt en de bewakers heb aangevallen. Ik kan me dat niet herinneren.
Toen moesten ze mij afkoelen en ben ik gevallen, zeggen ze, op mijn hoofd. Een bloeding in mijn hoofd. Volgens de zuster lig ik hier al vijf weken, maar ik heb geen idee van tijd. Behalve de dokter en de zuster ben jij de enige die ik al die tijd gezien heb.
Britt: Mijn God, wat hebben ze met je gedaan? Ik vind het zo erg voor je Tony.
Tony: Wie ben jij eigenlijk?
Britt: Weet je dat niet? Herken je mij niet meer?
Tony: Geen flauw idee.
Nu begint Britt te huilen en keert zich verdrietig naar Johan toe die haar snel in de armen neemt en probeert te troosten.
Maar als Johan binnen Tony's gezichtsveld komt lijkt zij hem te herkennen.
Tony: Johan?? Johan Van Lancker?? Ben jij die advocaat die ons steeds het werk zo lastig maakt?
Johan: Steeds nog dezelfde. Hoe is het Tony? Had je Britt niet herkent?
Tony: Britt? Wie is dat?
En huilend loopt Britt weer op Tony toe en legt haar hand op diens hand. Maar de gehoopte reactie blijft uit.
Wat in paniek begint Britt nu heel druk te praten in de hoop dat ze bij Tony een punt van herkenning kan vatten, maar het helpt niet.
In onmacht begint Britt nu op Tony te slaan. Ze doet zich eigen heel veel pijn. Haar handen kunnen dit echter nog niet aan.
Als Johan haar bij Tony weg wil halen raakt nog net een slag Tony tegen de zijkant van het hoofd.
Een hele harde gil komt over Tony's lippen en verbijsterd kijkt Britt wat ze gedaan heeft.
Door de tranen heen ziet Tony iets wat ze zich vaag kan herinneren.
Tony: Britt?? Ben jij dat Britt?? Mijn vroegere partner bij de Flikken?
Brit: Ja dat ben ik.
Tony: Kom eens hier. (en ze steekt haar armen uit om Britt in op te vangen)
Tony ligt nog steeds volledig plat in bed en haar hoofd zegt ook nog steeds dat ze dat moet blijven doen. Een verkeerde beweging en de hele kamer begint om haar heen te dansen en ze moet kotsen, iets wat ze de laatste weken steeds vaker doet, omdat ze het haast niet meer uit kan houden om plat te liggen)
Al snel komt er een dokteres aangerend om haar te helpen. Britt en Johan worden resoluut de kamer uitgestuurd.
 
Eenmaal buiten zakt Britt van de pijn in elkaar en schreeuwt ze heel hard... Van pijn en verdriet...
 
Omdat ze toch in het ziekenhuis zijn gaan ze direct even langs de eerste hulp waar een arts Britt haar handen en armen onderzoekt en waar een paar röntgenfoto's worden gemaakt. In haar rechterhand is een botje weer opnieuw gebroken. Het botje was nog maar net geheeld en dus nog heel zwak. En weer gaat ze in het gips. Britt voelt zich weer heel verdrietig.
 
Tony heeft nog steeds veel pijn in haar hoofd, maar dat is niets nieuws. Het is de zuster opgevallen dat Tony uiteindelijk wel Britt en Johan had herkend. Ze roept de arts erbij die tevreden stelt dat het geheugen heel langzaam terug komt.
Wel moet ze nog steeds platte bedrust houden.
Het politieonderzoek naar haar handelen inzake de dood van Dashi is nog steeds niet afgerond omdat ze niet gehoord kon worden.
Op verzoek van de arts werd het onderzoek voorlopig uitgesteld. Men zou proberen om, als de situatie het toe zou staan, Tony deze week naar Gent over te plaatsen.
 
Maar in Gent moest ze ook in het ziekenhuis blijven en ook in platte bedrust. Bij elke beweging werd Tony nog steeds misselijk. Het zag er gewoon niet goed uit voor haar. Haar geheugen vertoonde nogal wat hiaten en dus was ze gewoonweg niet betrouwbaar voor het politieonderzoek.
Nu ze terug in Gent was kon Britt wat makkelijker bij haar op bezoek en zo proberen haar geheugen wat te mobiliseren, maar hoe vaak ze ook ging en hoe hard ze ook probeerde, het ging gewoon niet.
Het vreemde was dat Tony er zelf weinig hinder van leek te hebben dat haar geheugen haar in de steek liet.
Britt: Tony, hoe kan het nou dat je Johan en mij wel weer herkend en dat je niet meer weet wat er gebeurt is?
Tony: Weet niet.
Britt: Weet je ook niet meer wat Dashi met mij gedaan heeft?
Tony: Is dat die man die jou heeft ontvoerd?
Britt: (die door de herinnering even een rilling krijgt) Ja dat was hij.
Tony: Die was heel gemeen, is het niet?
Britt: Ja. En jij hebt mij gered en daar zal ik je altijd heel erg dankbaar voor blijven.
Tony: Heb ik je gered??
Britt: Ja Tony, jij hebt me letterlijk uit de klauwen van die psychopaat gered. Aan hem heb ik deze problemen te danken (haar armen ophoudend voor Tony).
Tony: Heb jij nog pijn?
Britt: Maar dat is mijn eigen schuld, had ik jou maar niet moeten slaan.
Tony: Heb jij me geslagen?
Britt: Ja, sorry. Ik was helemaal bang en in paniek toen jij mij niet meer herkende. Ik dacht dat je mij niet meer wilde kennen.
Tony: Denk jij ook dat mijn geheugen niet meer goed komt?
Britt: Ik hoop echt dat dat nog beter wordt want ik wil graag weer met je samenwerken.
Tony: Zit ik dan ook bij de flikken?
Britt: Ja, en we hebben drie jaar samengewerkt. Jij bent vorig jaar gewond geraakt en was een poosje gestopt om te overdenken of je nog weer terug wilde komen. En toen gebeurde dat met mij en toen bij jij direct terug gekomen om mij te helpen.
Met een diepe zucht valt Tony weer in slaap en Britt drukt een zoentje op Tony haar hoofd als ze weer weggaat.
 
's Avonds in huis praat ze met Johan over de toestand van Tony. Het verontrust Britt dat het geheugen zo slecht is, en dat Tony nog steeds heel veel hoofdpijnklachten heeft.
Johan: Dan zal de dokter haar nog eens moeten onderzoeken en misschien nog een scan maken. Zolang die klachten houden is niet normaal.
Britt: Wil jij morgen eens met die dokter gaan praten? Ik weet niet hoe ik het duidelijk moet maken maar ik ben wel ongerust.
En zo langzaam aan zakt ze wat weg tegen Johan's schouder en valt uiteindelijk in slaap.
Johan glimlacht zachtjes, tilt haar op en legt haar neer in hun bed...
Hij gaat het huis een beetje opruimen en gaat dan ook slapen...
Plots...
Britt: Kan Dashi me echt niks meer doen? (ongerust/zachtjes vragend)
Johan is hierdoor ook wakker geworden en neemt Britt ter geruststelling in zijn armen en begint haar te strelen.
Johan: Nee, Britt hij kan je niets meer doen. Hij is dood. Echt hartstikke dood.
Britt: Maar ik ben weer zo bang.
Johan: Hoeft niet lieverd, kom maar dicht bij me. Ik zal je beschermen als dat nodig is.
Die verdere nacht slaapt Britt heel onrustig en 's morgens voelt ze zich ook niet goed om aan het werk te gaan.
Johan: Meld je dan ziek. Zal ik ook thuis blijven, misschien kunnen we lekker naar zee gaan om een beetje uit te waaien.
Britt: Ik voel me zo misselijk.
Johan: Komt denk ik van de spanning. Heb je pas nog met je psycholoog gesproken?
Britt: Daar hoef ik niet meer heen.
Johan: Maar als je er baat bij hebt kun je dat rustig doen hoor.
Britt: Staat dat niet raar als ik nu weer zou gaan?
Johan: Lieverd, als jij je daar goed bij voelt moet je dat doen. Zal ik een ontbijtje maken of wil je nog even slapen?
Britt: Maak maar een ontbijtje. We moeten zo op voor de kinderen.