Sneeuw ballen
Het is januari en het sneeuwt. Veel kinderen zijn buiten aan het spelen ook Dorien en Simon zijn een sneeuwpop aan het maken. Na een tijdje gaan ze ook sneeuwballen gooien. Wanneer het al wat later op de avond is mogen Dorien en Simon niet meer buiten spelen wand ze moesten eten.
Een aantal straten verderop.
Een ouder echtpaar loopt over straat, er staat een hele groep jongeren sneeuwballen te gooien. De jongeren begonnen de sneeuwballen teken de mensen te gooien en de man zij er wat van. De jongeren begonnen de man daarom in elkaar te slaan toen de vrouw probeerde te helpen begonnen ze haar ook in elkaar te slaan. Daarna verlieten de jongens de straat en lieten de twee mensen alleen achter.
Ondertussen waren ze in huize Michiels eb van Lankeren uitgegeten en gingen nog een wandelingentje maken en kwamen is de straat waar ze de man op de grond zagen liggen en de vrouw er over heen hangen
Britt: SHIT!
Britt rende er op af
Britt: wat is er gebeurd mevrouw
Vrouw: een paar jongeren die
Dorien: van die grote met van die wiet mutsen op en zo
de vrouw knikte en Britt keek naar haar dochter
Britt: hoe weet jij dat? (verbaasd)
Dorien: die zijn voorbij onze straat gekomen. (twijfelend)
Britt: ach zo... Johan, bel jij een ambulance?
Johan: meteen!
Johan sprint weg naar hun huis en belt snel de ziekenwagen...
ondertussen bij Britt, de kinderen en het oude echtpaar...
Britt: meneer hoort u mij
Meneer: ja
Britt: er komt iemand om u te helpen
de man knikt
Simon: je houd je mond! (fluisterend)
Dorien knikt
Britt doet net als sof ze het niet hoort
Dorien: ik weet nie of je het weet hoor maar me ma is flik die komt er echt wel achter dat we ze kennen (fluisterend)
Britt haalt opgelucht adem in haar zelf die al dacht dat haar zoon en dochter het hadden gedaan
wanneer de ambulance aangekomen is wordt het oude echtpaar meegenomen, met duizend bedankjes aan Britt en Johan en de kinderen...
dan gaan Britt en co weer naar huis en begint ze van alles te vragen aan Dorien en Simon...
Britt: hoe zagen die kinderen er uit
Simon: dat weet ik niet hoor
Britt ziet haar dochter twijfelen
Dorien: en ik weet het ook niet
Britt: weten jullie het heel erg zeker dat jullie helemaal niets hebben gezien?
Dorien en Simon: echt helemaal zeker
Britt: ik zie het wanneer jullie liegen (dreigend)
Dorien: weet ik
Simon: maar we liegen niet he Dorien
hij keek Dorien aan
Dorien: klopt
Britt: Dorien ga maar naar boven ik kom er zo aan
Britt: Simon mijn dochter liegt ik zie het aan der kennen jullie die jongens
Simon: nee
later bij Dorien
Britt: lieverd ken je die jongens
Dorien: ik mag niets zeggen
Britt: van Simon
Dorien knikt
Britt: zeg het maar dat is beter
Dorien: ik ken die jongens niet echt niet geloof me mama
Britt : Maar je hebt ze wel vaker gezien?
Dorien : Ja.
Britt : Oke, dan ga je nu aan je bureau zitten schrijft op hoe ze er uit zien en ik ga met Simon praten en je weet dat je niet mag liegen.
Britt loopt de slaapkamer uit en gaat aan de tafel zitten en roept Simon bij zich, Simon komt.
Britt : Simon, jullie kennen die jongens wel he?
Simon: neen, echt niet!!
Britt: SIMON! (boos) dot heeft gezegd dat ze niets mocht zeggen van JOU! dus vertel maar op! (boos)
Johan die ook in de kamer is schrikt hoe Britt tegen zijn zoon doet maar ook omdat Simon heeft gezegd dat Dorien iets niet mocht zeggen. Johan besluit om zich er nog niet mee te bemoeien.
Simon : Ik vertel het niet. (bang)
Britt : waarom vertel je het niet. (boos)
Simon: nee
dan komt Johan aan gelopen
Johan: je mag hem opsluiten hoor
Britt: dat wou ik hem besparen
Dorien: ALS HIJ GAAT GA IK OOK!!!
Britt : Dorien, ga na u kamer en verder met wat je moest doen.
Dorien : ben al klaar.
Britt : Dan wacht je maar op me.
Dorien loopt boos naar haar kamer.
Britt : Simon, ik wil weten wat er aan de hand is.
Simon: je bent me moeder niet!!!
Britt: dat weet ik ook wel
Simon: doe dan niet zo jij hebt niet het recht om zo tegen mij te doen
Britt: dat heb ik wel!!! Ik ben Agent!!
Johan: EN NOU IS HET GENOEG. (boos) Britt jij daar zitten Simon daar DORIEN! Komen!
Dorien komt zachtjes de trap af
Johan : daar zitten jij!!! zei Johan boos
Johan: Simon als je nu niet verteld of je die jongens kent stuur ik je naar je moeder!
Simon: maar
Johan: niet te maren en Britt is je moeder niet is, ze wil alleen die oude man helpen!
Britt is er geschrokken
Dorien: en ik (heel droog)
Britt moet er bijna van lachen
Johan: JIJ, heeft Simon jou gezegd je mond te houden
Dorien: nee
Simon kijkt haar dank baar aan
Johan : Waarom heb je dat dan net tegen Britt gezegd? (boos)
Dorien kijkt naar de grond.
Dorien : Dat heb ik gelogen. (bang)
Johan : Ik wil nu de waarheid horen.
Simon : Er is niets. (bang)
Johan : Jullie kennen die gasten, dus er is wel wat en ik wil dat weten. (boos)
Dorien: ER IS NIET!!
Simon: echt niet!
Johan: alle 2 naar boven! jullie hebben straf!
Simon : Straf om dat er niets is.
Johan : straf omdat jullie liegen en jullie gaan gelijk slapen.
Britt : Dorien ik wil die beschrijving van je hebben.
Dorien : Ik zal hem brengen.
Dorien komt met de persoonsbeschrijving naar beneden en gaat dan gelijk weer naar haar kamer.
Britt leeft de beschrijving en ziet dat het klopt, zelf had ze niet op de jongen gelet.
Britt : Ik ga even naar het commissariaat dit doorgeven.
Johan : Ja dat is goed.
Britt: spaar je ze een beetje
Johan: nee
Brit kijkt een beetje triest.
Johan: oke ik zal ze sparen
en hij geeft haar ene kus
Britt gaat naar het commissariaat en geeft het signalement door ook zoekt ze het op in de computer. Uit de computer vindt ze een paar jongens die aan de beschrijving voldoen, Britt print ze uit en neemt ze mee naar huis.
Wanneer Britt thuis komt gaat ze naar boven maar daar ziet ze dat de kinderen liggen te slapen, ook ziet ze dat Dorien heeft gehuild. Britt loopt dan weer naar Johan toe.
Britt : Johan, is er nog wat gebeurd wand Dorien heeft gehuild.
Johan : Nee ze zijn gelijk gaan slapen.
Britt : Ik heb een paar foto's ik laat ze morgen aan de kinderen zien ik denk zelf dat er twee er van het zijn maar ben niet zeker, ze lijken te veel op elkaar. Maar ik heb het gevoel dat de kinderen ze kennen.
Johan: wie is hier nou de flik
Britt : Hoezo?
Johan: laat maar,ik denk dat de kinderen iets achter houden
Britt: Ja, ik denk het ook. Er klopt toch iets niet? Eerst zeg Dot dat ze die gasten kent en daarna ontkent ze alles!
Johan: Ik heb het al gezegd, jij bent de flik hé.
Britt : Ik wil ze eigelijk morgen maar even mee nemen en apart door iemand anders laten verhoren, misschien durven ze het niet aan os te vertellen.
Johan : Ja ik hoop dat het gaat helpen.
Britt : Ik ook Johan, ik ook.
dus de volgende ochtend op het commissariaat...
Verteld Britt aan Raymond en Pasmans wat er de vorige avond is gebeurd.
Pasmans : dus als ik het goed begrijp dan zijn die twee oude mensen door twee gasten in elkaar geslagen en Dorien en Simon kennen die gasten maar willen het niet vertellen.
Britt : Ja zo licht het maar ik zou graag willen dat jullie ze zouden verhoren
Raymond : Waar zijn ze nu?
Britt : Zo als het hoort op school, maar het is woensdag dus als jullie ze ophalen dan kan alles geregeld worden.
Raymond : Is goed vertel jij het aan Vanbruane?
Britt : Dat zal ik doen.
Britt vertelt snel alles aan Vanbruane, die geschokt gereageerd...
Vanbruane : waarom heb jij me gisteravond niet gebeld? (beetje boos)
Britt : Het was buiten de uren en niet van de hoogste prioriteit.
Nadine : Het is al goed.
Britt : Moet ik verder gaan met die twee mensen?
Nadine : ja dat is goed en dan doen de heren wel het verhoor met Simon en Dorien en dan luister je maar gewoon mee van achter het raam.
Britt : Oke dan ga ik Sofie brieven die net binnen is gekomen.
Britt: verhoor jij mij kinderen ik wil nie dat de heren dat doen
Nadine : Waarom heb je het dan net aan de heren gevraagd?
Britt : Ja het leek me logischer, maar Dorien is eigelijk wel een beetje dol op de heren alle vier en ze weet dat u mijn baas bent en ik denk dat ze dan wat minder snel zullen liegen.
Nadine : Dat is goed maar ik moet over drie uur weg en ik kom vandaag niet meer terug.
Britt : Dan moeten we ze maar van school gaan halen.
Nadine : Doen jullie dat nu en vertel aan de heren dat het niet meer nodig is en dan kunnen jullie contact nemen met dat oudere echtpaar.
Britt: goed
Britt haalt de kinderen van school ze begrijpen er niets van
Dorien: mama waarom moeten we mee
Britt: daarom
Simon: daarom is geen reden
Britt : Dat horen jullie dadelijk wel.
Dorien : ik wil het nu weten! (boos)
Britt : Jullie gaan nu luisteren. (dwingend)
Dorien : Dat doe ik niet. (dwars)
Britt : Dat word dus straf Dorien.
Dorien : Je bent gemeen ma! (boos)
Britt : Dan ben ik dat maar en nu meekomen, je juf wild verder met de les.
Juf : Ik heb hier hun huiswerk zo dat ze niets hoeven te missen.
Britt : bedankt.
Nu pas besefte Dorien dat ze nog in de klas waren en schaamde zich wel een beetje.
Dorien: ik moet hiet blijven
Britt: nee je gaat mee
Simone: ja ze zou met mij mee gaan
Britt: o nou volgende keer beter
Dorien kijkt haar moeder aan en geeft haar een trap op haar voet
en rent snel weg met Simon achter haar aan als Britt de auto in komt
Britt: DORIEN JIJ, JIJ MAG ZO EVEN BIJ MIJ KOMEN!!
Dorien: trut
Britt: wat zei je
Dorien: gaat je geen reed aan!!!!!!!
Britt: er uit!
Dorien: mam
Britt: er uit!! je loopt maar
Dorien : We gaan niet naar huis.
Britt : Je moet ook op het commissariaat komen jullie worden namelijk verhoord.
Simon : dat zint pappa nooit goed.
Britt : Heb het gister al met je vader besproken en hij was het er mee eens.
Simon: dat praat je uit je nek!!
Britt: INSTAPPEN NU!!!
Dorien en Simon: NEE!!!!!
Britt: ik word heel erg boos
Simon en Dorien stappen in als ze verhoort worden houden ze hun mond de hele tijd dicht
Sofie: dat word een nachtje cel jongens
Dorien: COOL!
Simon: GAAF!!
Sofie : Dat is niet leuk, zal ik jullie vertellen.
Sofie brengt ze naar beneden daar moeten ze beide hun veters uit hun schoenen halen en hun riem afgeven.
Dorien : Waar is dat nou goed voor?
Sofie : Dat hoor.
Dan sluit Sofie ze allebei in, in ieder een eigen cel. Het eerste half uur vinden ze het allebei nog wel leuk, maar dan beginnen ze zicht te vervelen. Na een uur gaat Sofie naar beneden naar Simon toe. Ze doet de cel deur open en gaat in de deuropening staan.
Sofie : Ben je bereid om nu wat te vertellen?
Simon: nee
Sofie : Oke, dan mag je nog even een tijdje in de cel zitten.
Simon : Ik moet nog mijn schoolwerk doen.
Sofie dat is jammer.
Sofie doet gelijk de celdeur dicht en Simon begint te huilen maar Sofie wild eerst met Dorien praten als die dat wild. Sofie loopt nu naar de cel van Dorien toe en doet haar cel open
Sofie : Ben je van plan om wat aan mij en de commissaris te vertellen Dorien?
Als Simon dat ook doet.
Sofie: hij houd zijn mond.
Dorien: ik zal het wel vertellen anders word mama boos.
Sofie: je doet het voor je zelf mies.
Dorien: ik weet het 8ik zal alles vertellen.
Sofie : Oke, maar dan neem ik je even mee naar boven.
Dorien : Oke, ik kom al.
Sofie neemt Dorien mee naar boven en brengt haar naar verhoor 1 en wenkt naar Nadine die komt er meteen aangelopen.
Dorien : Kan mijn moeder mee luisteren, Sofie?
Sofie : Als je dat wild mag het maar de commissaris heeft het haar verboden.
Dorien : Ik wil ook niet dat mijn moeder het hoort, maar hoe weet je zeker dat ze het niet stiekem doet?
Sofie : Ze kan het alleen maar horen als hier de interkom aan staat.
Dorien : Zet jij hem dan uit?
Sofie : Dat zal ik doen.
Nadine : Wat ga jij doen?
Sofie : De intercom uitzetten.
Nadine : Geen vertrouwen in Britt?
Sofie : Ik wel maar Dorien niet.
Nadine : Oke, laten we dan maar gaan beginnen wand ik moet dadelijk weg.
Sofie : Dorien vertel eens waarvan je die jongens kent.
Dorien : Ze wonen 3 straten achter ons, ze lopen alle kinderen uit de buurt te bedreigen, en als je wat tegen je ouders zal zeggen dan slaan ze je in elkaar.
Nadine : Maar Dorien, je weet toch als je het tegen de politie verteld dat we ze kunnen oppakken.
Dorien : Maar we kunnen het niet bewijzen, ik heb mamma al zo vaak gehoord tegen Johan dat ze iemand niet konden houden omdat ze geen bewijzen hadden.
Sofie: maar al die mensen zijn allemaal weer opgepakt
Dorien: fijn
Sofie: gedraag je een beetje ken je die jongens goed
Dorien: nee
Sofie: en Simon
Dorien: nope ook niet
Sofie: goed dan ik geloof je Dorien maar kun je me zeggen waar die jongens wonen
Dorien: nee dat kan ik niet dan
Sofie: dan wat
Dorien staat op gooit haar stoel naar achteren en rent het bureau uit!...
Sofie en Vanbruane rennen snel achter haar aan maar Dorien is snel en heeft daardoor al een voorsprong. Maar buiten rent Dorien door dat ze niet oplet in de armen van een voorbijganger en die ziet ook Sofie en Vanbruane aan komen rennen en houwt haar daarom vast.
Dorien : Laat me los!
Man : Volgens mij willen die madammen met je spreken.
Nadine : Dat klopt.
Nadine pakt Dorien over van de man.
Nadine : Dorien, ga je nu rustig mee, of moet ik je boeien?
Dorien: je DOET maar, maar ik zeg niets meer!!!
Dorien rukt zich los en rent weer weg maar dit keer is Sofie sneller
Dorien: LAAT ME LOS!!
Sofie: nee mee komen jij!!
Dorien: neen
Dorien heeft niet in de gaten dat Sofie nu echt boos is
ze gooit Dorien tegen de muur
Sofie: als je het zo wilt is het ook goed
Nadine: maar
Sofie: iedereen heeft gelijke rechten
Sofie boeit Dorien strak als ze aan komen, kijkt Britt naar haar dochter
Britt ziet dat Dorien Sofie echt heel boos heeft gemaakt
Sofie: weg Britt ga voor al weg
Dat doet Britt ook Sofie gooit Dorien weer in de cel en neemt Simon mee
Dorien begint hard te gillen in haar cel wand ze ik ook boos aan het worden wand Sofie heeft de boeien niet afgedaan en ze zitten nogal wat aan de strakke kand.
Sofie is ondertussen met Simon in verhoor 1 en ze gaat nu samen met Vanbruane Simon verhoren.
Nadine : Simon, Ik wil nu dat je gaat vertellen waar je die jongens van kent, en Dorien heeft het al verteld maar ik wil weten of dat de echte waarheid is of dat ze me wat op de mouw speld.
Simon: we kennen die jongens een heel klein beetje ze wonen tegen over ons het zijn van die kleine jochies
Sofie: bedreigen ze jullie
Simon: neen
Sofie: Nadine ik ga Dorien even los maken
als ze in haar cel komt ziet ze Dorien liggen
ze maakt haar meteen los
Dorien kijk haar aan
Dorien: dank je
Sofie :dat ik je geboeid heb
Dorien : Dat je me lof hebt gemaakt.
Sofie : Ja, eigelijk heb je het niet verdiend, ik hoorde dat je nogal aan het schreeuwen was.
Dorien : Ik was boos.
Sofie : Alleen heb ik een probleem.
Dorien : Waarom?
Sofie : Jij of Simon liegt.
Dorien: ik heb Simon gevraagd of Simon wou liegen
Sofie: waarom
Dorien: weet ik niet
Sofie: kom
Dorien: Sofie
Sofie: ja
Dorien: hou me eens vast Sofie pakt Dorien vast.
Dorien : Ik ben zo bang Sofie, echt heel erg bang.
Sofie : Er zal niets gebeuren, misschien zouden Britt en Johan nog wel even heel boos zijn om dat je niets hebt gezegd maar voor de rest niets.
Dorien : Wil jij het mamma uitleggen?
Sofie : Zullen we het zo afspreken dat jij het vertelt en ik blijf er bij, maar nu mag je Simon gaan vertellen dat hij niet meer hoeft te liegen.
Dorien: Simon je hoeft niet meer te liegen, ze weten het allemaal
Simon : Maar dan gaan ze ons wat doen.
Dorien : Dat gaan ze niet, Sofie weet zeker dat ze opgepakt en gestraft worden.
Simon : Is dat echt zo?
Dorien : Ja.
Simon : Dan ga ik het vertellen.
Sofie : Ik ga Dorien even naar Britt brengen die kan wel op haar letten en dan mag je alles vertellen.
Sofie brengt Dorien naar Britt en vraagt of die op Dorien wild letten en gaat dan terug naar het verhoor.
Sofie : Simon, vertel de waarheid maar.
Simon begint te vertellen.
Simon: ik weet wie het zijn, volgens mij heten we Marco en Dinand. Ze wonen 3 straten achter ons.
Sofie: oke, weet je ook hun achternaam?
Simon schut van nee.
Sofie: welk nummer ze wonen?
Simon: ik geloof dat Marco op nummer 6 woont, daar heb ik hem in ieder geval eens naar binnen zien gaan.
Sofie noteerd alles en gaat naar Britt om met haar te overleggen.
Britt : Laten we maar eens langs gaan.
Sofie : Ja dat is goed, ga je de kinderen nog naar school brengen?
Britt : Nee, daar is het al te laat voor, ze kunnen hun huiswerk hier wel doen.
Sofie : Wil je ze hier laten?
Britt : Ik laat ze niet alleen thuis, en ik zal Johan bellen of hij ze ophaalt.
Sofie : Zal ik Vanbruane Briefen?
Britt : Dat is goed, dan zet ik de kinderen aan het werk en bel Johan.
Sofie loopt naar het kantoor van Vanbruane en Britt haat naar de kinderen en laat ze aan haar bureau hun huiswerk maken.
Sofie : Baas, Britt en ik willen naar het adres gaan, om te kijken of die Marco daar woont en met hem te praten.
Nadine: oke, arresteer hem maar, en mocht je zijn vriend nog tegenkomen neem hem dan meteen ook even mee.
Sofie: oke
Sofie verlaat Nadines kantoor en loopt naar Britt die Dorien en Simon aan het werk zet.
Dorien: hihi dat is best stoer, huiswerk maken op het politiebureau.
Simon: echt wel.
Britt: johan komt jullie zo halen, ik moet met Sofie mee.
Dorien: gaan jullie hun ophalen.
Britt knikt.
Dorien: ik mag hopen dat Johan dan al is geweest want ik wil niet dat ze ons zien.
Sofieees maar niet bang dat gebeurt niet hoor, daar zorgen wij wel voor.
Dorien: gelukkig.
Dan gaan Britt en Sofie richting het huis van Marco om hem op te pakken.
Britt : Ik wil wel eens weten wat voorn gast is als hij bijna de hele buurt bedreigt heeft.
Sofie : Ik ook, maar kinderen zijn snel te intimideren.
Britt : Dat is waar, maar ik heb Dorien altijd gezegd dat ze alles tegen me moet zeggen al word ze bedreigd, maar waarschijnlijk zijn, zijn woorden toch sterker.
Sofie : Heb je nooit wat van hun gemerkt?
Britt : Nee, eigelijk niet.
Dan bellen ze aan en een vrouw opent de deur.
Britt: wij zijn Britt Michiels en Sofie Beeckman van de politie gent, wij zijn op zoek naar Marco woont die hier?
De vrouw knikt.
Vrouw: hij heeft toch niks misdaan?
Britt: dat weten we nog niet, er zijn klachten tegen hem.
De vrouw schrikt.
Vrouw: hij is boven, ik zal hem even roepen.
De vrouw loopt naar de trap en roept naar boven.
Vrouw: Marco bezoek voor je.
Marco: wie?
Vrouw: kom eens naar beneden.
Marco: wie is daar?
Vrouw: het is Dinand
Marco: ik kom ik kom.
Als Marco beneden komt
Marco: waar is hij dan?
Vrouw: deze dames zijn hier voor jou, ze zijn van de politie
Marco schrikt
Sofie : Je hoeft niet zo van ons te schrikken hoor.
Britt : We willen je wat vragen stellen, zou je met ons mee willen komen?
Marco : Moet dat echt?
Britt : Het ons voor ons wat makkelijker.
Marco : Ik heb veel werk voor school.
Britt : Het zal niet te lang duren, maar we willen ook weten of je iemand herkent, snapje?
Marco : ja, ik zal wel meekomen.
Marco pakt snel zijn jas en volgt de vrouwen.
Op het bureau
Britt: we willen je wat vragen stellen
Marco: doe maar
Sofie: ben je bevriend met ene Dinand?
Marco: kan wel
Britt: ff serieus wil je!
Marco: jah hij is mijn vriend.
Sofie: waar woont hij
Marco: waarom willen jullie dat weten?
Britt: daarom
Marco: op nummer 12 bij mij in de straat.
Sofie: dank je.
Britt: een leuk mutsje heb je op.
Marco: bedankt
Sofie: had je die gisteren ook op?
Marco: jap, met dit weer vat je zo een kauwtje.
Dan komt Pasmans die vraagt of Sofie en Britt buiten komen.
Pasmans : De vrouw heeft hem herkend, ze zegt dat hij met een andere jongen het gedaan hebben.
Britt : Mooi. Zou je Dinand willen ophalen, hij woont in dezelfde straat op nummer 12.
Pasmans : Komt voor elkaar Britt.
Sofie : Zullen we kijken of hij al bekend zonder dat hij weet dat we het bewijs hebben?
Britt : Ja goed idee, we gaan gewoon proberen of hij iets gezien heeft als getuige omdat ik hem heb zien rennen.
Sofie : Ja een heel goed idee.
Britt en Sofie komen weer binnenlopen.
Marco: moet ik hier nog lang zitten? ik moet zo naar voetbal training
Sofie: dat ligt aan jezelf.
Britt: een paar dagen geleden zijn 2 mensen in elkaar geslagen.
Marco: wat heb ik daar mee te maken?
Sofie: luister, dan kun je misschien eerder weg.
Britt: ik heb die 2 mensen gevonden, op dat moment dat ik ze vond zag ik 2 jongens wegrennen, een ervan was jij, heb jij wat gezien?
Marco: zit ik hiervoor hier? nou uhm nee, eigelijk niet.
Sofie: weet je het zeker? je zou ons er echt heel goed mee kunnen helpen.
Marco schut van nee
Britt: mag ik je vuisten zien?
Marco: moet dat?
Sofie: dat hoor je toch!
Marco laat zijn vuisten zien die onder de blauwe plekken zitten.
Britt en Sofie staan op en gaan buiten het verhoor met elkaar overleggen als Pasmans aan komt lopen met Dinand
Britt : Zou jij hem naar een cel willen brengen, dan gaan we nu met hem praten en je weet wat je nog een keer mag doen?
Pasmans : Alles duidelijk.
Pasmans brengt Marco naar de cel en laat de vouw nu naar Dinand kijken en ze herkent hem ook.
Sofie: zullen we eens met hem gaan praten?
Britt: oke, op dezelfde manier?
Sofie: nee, als we nou eens zeggen dat Marco heeft bekent?
Britt: afgesproken en ze lopen naar binnen
Britt : Marco heeft ons verteld wat er gister is gebeurd met dat echtpaar, we zouden het nu ook van jou willen weten.
Dinand : Welk echtpaar?
Britt : Dat echtpaar wat gister mishandeld is en ik gevonden heb en ik heb je voorbij zien rennen.
Sofie : En Marco zij dat jij er bij was.
Dinand: dat is helemaal niet zo ik was gisten bij me vriendin
Sofie: LIEG NIET!
Britt: rustig Sofie
Diand: ik was echt bij me vriendin
Britt: je kunt beter eerlijk zijn
Diand: ik denk dat het me 2ling broer is
Sofie: en waarom denk je dat wel?
Dinand: omdat ik er niet was!
Britt: kijk, voor ons is het veel makkelijker als je gewoon eerlijk bent.
Dinand: zie ik eruit alsof ik lieg?
Sofie: moet ik eerlijk zijn?
Britt: en hoe heet jouw tweeling broer dan wel?
Dinand: Thijs
Sofie: is hij nu thuis?
Dinand: ´k denk het
Britt: ik hoop het voor je!
Als ze bij hem thuis zijn is hij er niet
Britt: hij is niet thuis Dinand
Dinand: ja wat kan ik er aan doen
Sofie: ik heb het gevoel dat je liegt
Dinand: kijk daar komt hij aan!
Sofie en Britt kijken allebei om niet weten dat het een valstrik is.
Dinand rent weg en Britt en Sofie rennen achter hem aan.
Maar ver komt Dinand niet want Sofie heeft hem al snel in gehaald.
Sofie : Hebben we haast, waar wil je naar toe?
Britt : Hij wil naar beneden naar een cel.
Sofie : O, laten we hem daar dan maar naar toe brengen, of wil je ons nog wat vertellen?
Dinand: laat mij gaan, ik heb niks gedaan, echt niet!
Britt: die indruk hebben wij anders niet gekregen.
Sofie: meekomen!
Sofie brengt Dinand naar de cel en Britt loopt naar Pasmans die vertelt dat de vrouw Dinand ook heeft herkend. Wanneer Sofie weer boven is verteld Britt dat Dinand ook herkend is. Britt loopt dan naar de computer gaat daar in kijken.
Sofie : Wat zoek je?
Britt : Kijken of hij echt een tweelingbroer heeft.
Sofie: zo te zien niet.
Britt: wat een lullo zeg, we waren er zowat ingetrapt.
Sofie: zowat, zowat, je was er al ingetrapt je was al op weg.
Britt: echt niet!
Sofie : Het maakt niet uit, laten we Marco maar gaan verhoren en het over de bewijzen gaan hebben.
Britt : Ik laat hem boven halen.
Britt belt naar beneden of ze Marco naar boven willen brengen en wanneer hij boven is gaan Britt en Sofie hem verhoren.
Britt : Je bent net formeel herkend als een van de personen die het echtpaar in elkaar heeft geslagen.
Marco: echt? of is dit om me erin te luizen?
Sofie: ben je doof? we lullen niet zomaar hoor!
Marco: oke oke, moet ik nu een bekentenis afleggen?
Britt: zoiets jah
Sofie : Vertel eens wat er precies gebeurd is en waarom.
Marco : Die vent moet zich niet overal mee moeien.
Britt : Dat is geen reden om iemand het ziekenhuis in te slaan.
Marco : Dat vint u, weet hu hoe vervelend dat is?
Britt: jah, maar dan hoef je toch niet meteen iemand in elkaar te slaan? Je kan toch ook gewoon praten.
Marco: praten, praten, dat is voor mietjes
Britt: wie was er bij jou?
Marco: di.... zeg ik verlul mijn vrienden niet!
Sofie: di wie? di wat?
Marco: di niemand!
Britt : Dinand, misschien.
Marco : Ik zeg niets.
Britt : Ja dus, ik snap ook waarom hij zo'n haast had daarnet, alleen hebben wij hem nu in een cel zitten.
Marco : U bluft.
Sofie : De waarheid is hard he?
Marco: echt wel! vooral als u liegt.
Britt: Ow wie zegt dat ik lieg? Sofie lieg ik?
Sofie:nee niet dat ik weet.
Britt: vertellen dus!
Marco : Oke, Dinand was er bij.
Britt : Oke, dan is dit gedeelte opgehelderd. We hebben nog wat vragen, waarom bedreig jij en Dinand kinderen uit de buurt?
Marco : Dat doe ik niet.
Sofie : Net zo als je dat echtpaar in elkaar hebt geklopt?
Marco: rustig, rustig zeg! Verdenk me dan maar meteen van moord joh.
Britt: rustig, rustig! We hebben getuigen en bewijzen jah!
Marco: oke oke hoor
Sofie: waarom?
Marco: daarom
Britt: daarom is geen rede!
Marco : Als je van de trap balt ben je snel benden.
Sofie : Je bent met haar voeten aan het spelen, ik zal daar meteen mee stoppen als ik jou was.
Marco : Het is leuk om te zien hoe die kleintjes naar je luisteren, er is er alleen 1 die het dus niet doet.
Britt : Wie bedreigde jullie allemaal?
Marco : Dat ga ik echt niet vertellen, ik weet trouwens de meeste niet een te wonen.
Britt: de meeste, van sommige wist je het dus wel!
Marco: jah, dat weet ik jah!
Sofie: vertel.
Marco: nee
Britt:schrijf op dan!
Marco: nee
Sofie: je doet maar, maar je maakt het alleen maar erger voor jezelf, want met of zonder adressen, we komen er wel achter!
Marco : Ik vertel het toch niet, jullie gaan zelf maar zoeken.
Britt : Die twee kinderen kunnen ons verder helpen denk ik.
Sofie : Ik denk het ook van wel.
Dan verlaten ze het verhoor.
Pasmans : En?
Britt : Hij heeft bekend, maar hij heeft ook bekend dat hij de kinderen in de buurt bedreigd, we moeten met Dorien en Simon gaan praten om er achter te komen wie hij nog meer bedreigd.
Pasmans : Willen jullie Dinand nog verhoren, misschien wild hij nu wel bekennen.
Sofie : Dan kan hij misschien vertellen wie hij bedreigt.
Dinand word opgehaald en Sofie en Britt spreken af hoe ze het gaan aanpakken
Britt: wat doen we nu? hij zal niet zomaar gaan bekennen.
Sofie: die ander zit toch nog hiernaast?
Britt knikt, ze mogen elkaar niet zien of spreken.
Sofie: als ik nou met hem ga praten en jullie luisteren mee zal hij wel bekennen.
Britt : Ja dat is goed.
Dan wordt Dinand boven gebracht en ieder verdwijnt in het verhoor en de intercoms gaan aan.
Sofie : Marco, ik wil dat je verteld hoe het is begonnen met het bedrijgen van die kinderen.
Marco : Dinand en ik hadden een weddenschap gesloten, of we die kleintjes naar onze hand konden zetten.
Sofie: en toen?
Marco: we vonden het wel leuk, en we hadden zo wat bij verdiensten, dus we gingen maar door en we gingen steeds verder.
Intussen bij Britt
Dinand: u moet hem nie geloven, hij liegt!
Ik heb niks gedaan, echt niet! hij liegt!
Britt : Waarom verteld hij het dan?
Dinand : Ik weet het niet maar het is niet waar.
Britt : Er zijn kinderen die zijden dat jij het ook doet, net zoals dat je hebt geholpen dat echtpaar in elkaar te slaan.
Dinand : Dat was mijn tweeling broer en hij zal dit ook wel gedaan hebben.
Britt : Volgens het rijksregister heb je helemaal geen tweelingbroer.
Dinand: dat rijksrechter klopt dan niet.
Britt: geloof je dat nou zelf?
Dinand: jah hoezo? je bent een tweeling of je bent het niet.
Britt: en jij bent het niet!
Dinand: laat me gaan, ik heb niks gedaan!
Sofie: bewijs dat dan maar
Dinand: bewijzen jullie dan eerst maar dat ik het wel gedaan heb.
Britt: je bent toch niet vergeten wat je net hoorde? Dat is ons bewijs.
Britt : Je hebt wel heel erg veel fantasie he. Maar wil je bekennen of nog even beneden wachten?
Dinand : Ik wil naar huis, ik ben onschuldig.
Britt : Dat word nog even op cel dus.
Britt laat Dinand weer naar een cel brengen en gaat naar Sofie. Sofie is net klaar met het verwerken van de verklaring van Marco.
Dan komt Carla binnenlopen
Carla: ik geloof dat die jongen beneden een verklaring wil afleggen.
Britt: meen je dat?
Carla: hij zegt het!
Britt: oke, haal hem maar op
Dus zo zit Dinand even later tegenover Britt en Sofie.
Dinand : Ik heb dat echtpaar in elkaar geslagen en ook die kinderen bedreigt.
Britt : Waarom?
Dinand : Verveling, en de macht kunnen krijgen.
Britt: verveling? hmm wij zitten ons hier ook te vervelen, mogen wij nu ook slaan?
Dinand: nee, nee jullie zijn flikken.
Sofie: waarom mag jij wel slaan en wij niet dan? geef daar eens een rede voor.
Dinand : Ik weet daar geen reden voor.
Sofie : Helemaal goed, wand er is helemaal geen rede voor.
Dinand : Ik zal het niet meer doen.
Sofie : Dat zal ik als ik jou was maar heel erg goed in je oren knopen.
Dinand: en wat gaat er nu met mij gebeuren?
Sofie: dat laten we over aan de jeugdrechter!
Dinand: en zo lang?
Britt : Dat besluit de procureur.
Dinand : wanneer doet hij dat?
Britt : Als ik met hem gebeld hebt.
Dinand : Gaat u zo bellen?
Britt : Wanneer alles afgehandeld is ja.
Dinand: en dat is?
Sofie: hou alsjeblieft je mond, des te eerder zijn we klaar.
Dinand: sorry hoor!
Britt en Sofie gaan nu naar het teamlokaal om alles in orde te maken, wanneer dat na een uurtje is gedaan word de procureur gebeld. Na het telefoontje lopen Britt en Sofie naar Dinand toe die nog steeds in het verhoor wacht.
Sofie: dat word wachten, hij beld zo terug.
Britt: intussen gaan wij Marco nog eens vragen.
en ze vertrekken uit het lokaal.
Sofie: wat wou je nou nog aan Marco gaan vragen dan?
Britt: niks, maar ik heb geen zin om bij hem te zitten wachten op het telefoontje.
Dan gaat de telefoon en Britt neemt op
Britt: Michiels! jah? oke dus vasthouden tot morgen en dan? mm oke doei
En ze legt neer.
Sofie: en? vasthouden tot morgen en dan worden ze veroordeelt door de jeugdrechter.
Britt: ga jij het hem maar vertellen, ik ga naar huis, het de anderen vertellen.
Sofie: die zullen wel benieuwd zijn jah, doei
Sofie loopt het verhoor in, vertelt het Dinand en brengt hem naar zijn cel.
Bij Britt thuis.
Britt : Dorien en Simon kom eens?
Meteen komen de twee kinderen de trap af.
Britt : Ga maar even op de bank zitten, ik moet jullie wat vertellen.
Dorien en Simon nemen dan plaats op de bank en Britt verteld dan het goede nieuw. Het is een hele opluchting voor de twee kinderen.
Einde
Vervolgverhaal van flikkusjes
|