  TONY
WAT MAAK JE ME NU?
- Tony had weer eens
zo'n dag dat alles en iedereen (volgens haar eigen zeggen) haar tegen zat te
werken.
- Britt: Tony, moet ik
heel de dag tegen zo'n gezicht aankijken?
Tony: Dan ga je toch mooi je eigen gang. Ik heb je niet nodig vandaag.
- Britt: Maar Tony wat
scheelt U? U doet zo kort aan vandaag.
Tony: Gaat je niks aan. Moei je eigen zaken.
Britt: Nee, madam. Wij werken als koppel en om goed te kunnen samen werken
moet ik weten wat er met mijn partner aan de hand is.
Maar dan ineens wordt Tony zo kwaad dat ze haar koffiebeker pakt en die naar
Britt gooit die hem precies op haar voorhoofd krijgt, vlak boven haar
wenkbrauw.
Het gaat zo snel dat Britt geen kans heeft om hem te ontwijken en met een
harde knal krijgt ze de beker in haar gezicht, die in stukken op de grond
valt.
Britt gilt een keer, grijpt haar voorhoofd en valt ter plaatse flauw als ze
het bloed langs haar hand ziet stromen.
Tony lijkt zich niet bewust van wat ze gedaan heeft, grijpt haar jas en
vliegt het commissariaat uit.
- Op weg naar buiten
komt ze Pasmans tegen die ze haastig voorbij loopt. Pasmans kijkt haar
achterna
Pasmans : Mah wa heeft die ??
Langzaam loopt hij verder naar het team kot. Daar ziet hij Britt liggen
Pasmans : Britt ???! Raymond!!!
Raymond komt aanlopen
Raymond : Ja ja, wat…....
Met een schrik knielt hij naast Britt neer
Raymond : Ja sta daar niet zo Pasmans, bel den ambulance!!.
- Pasmans: Wat is er
hier gebeurt?
Raymond: Later, eerst bellen, hup.
Nadine is inmiddels ook toegekomen
Nadine; Wel, wat krijgen we nu? Wat is er met Britt?
Raymond: Tegen een koffiebeker aangelopen.
Langzaam komt Britt weer bij maar ze voelt zich heel zwak en misselijk.
Britt; Wat is er gebeurt?
Raymond; Weet je dat niet meer Britt?
Britt: Nee, ik voelde iets, zag het bloed en toen ........... (en weer zakt
ze weg)
De ambulance is snel aanwezig. Ze bezien de wond, reinigen hem en kleven er
zwaluwstaartjes op. Carla heeft inmiddels een ijsblaas gebracht en Britt
gaat mee naar Nadine's kantoor om wat op verhaal te komen.
- Nadine : Britt wat is
er gebeurt??
Britt : Ik ik .. ik weet het niet meer
Nadine : Waar is Tony eigenlijk naartoe??
Britt : Tony?? Shit.
Nadine : Wat??
Britt : Er was iets met Tony en toen ging ze weg en……
Britt wil opstaan
Nadine : How how, waar ga jij heen??
Britt : Naar Tony …. Ik moet naar haar toe..
Nadine : Jij gaat helemaal nergens naartoe.
Kom ik breng je naar huis
Britt : Nee, ik moet ….
Nadine : Kom!
- Nadine neemt Britt bij
haar arm en brengt haar met de auto naar huis.
Daar aangekomen is Johan er ook weer, want die was zijn agenda vergeten.
Johan:
Britt? Nadine? Wat is er? Waarom zijn
jullie hier?
Nadine; Britt heeft ruzie gehad met een koffiebeker. Glip in haar hoofd en
wat hoofdpijn. Ze wil naar Tony, maar ik denk dat ze vandaag beter thuis kan
blijven en goed kan gaan rusten.
Johan: Gaat het Britt? Je ziet helemaal wit om je neus.
En met dat hij dat zegt sprint ze naar de badkamer en begint te kotsen.
Johan is er achteraan gelopen en reikt Britt een handdoek aan om haar
gezicht wat af te doen.
Johan: Kom, Britt, ga lekker in bed en ga maar slapen. Als je wilt kon ik
direct weer terug als ik deze spullen op kantoor heb gebracht.
Britt: Nee, ga jij maar werken. Iemand moet hier de kost verdienen.
Nadine: Britt, wil ik nog even bij je blijven?
Britt: Ik kruip mijn bed in.
Nadine; Bel je me als er iets is?
Britt; Doe ik. Bedankt dat je me hebt thuisgebracht.
En Britt kruipt inderdaad gelijk het bed in terwijl Nadine Johan nog even
inlicht dat het erop lijkt dat Tony ruzie aan het maken is geweest met
Britt.
Johan: Die twee? Ruzie? Dat bestaat niet.
Nadine: Nochtans heeft Tony haar een koffiebeker tegen het hoofd gegooid.
Johan: Amai, dan zal ik beter toch maar weer gelijk naar huis komen. Ik wil
niet dat ze straks wakker wordt en op zoek gaat naar Tony. Bedankt dat je
haar hebt teruggebracht.
- Nadine : Geen dank
Nadine stapt in haar auto en rijdt weg overdenkend wat er nou gebeurt zou kunnen zijn
Johan gaat terug naar boven
Johan : Brittje??
Britt : Ja ..
Johan : Wat is er nu gebeurt?
Britt : Gewoon een stom ongelukje.
Dan komt Dorien binnen samen met Simon
Dorien : Huh .. mam bent ge thuis??
Johan : Britt heeft een ongelukje gehad op haar werk
Dorien : Ah! Erg?
- Britt : Nee nee, ik ga
morgen weer werken
- Johan: Dat zullen we
nog wel eens zien dan. Eerst rusten nu.
Britt: Johan, zou jij Tony willen bellen voor mij? Ik weet niet wat er met
haar is, maar het leek me niet goed.
Johan: Na wat zij gedaan heeft? Ik denk er niet over. Laat zij maar bellen,
of anderszins met haar excuses komen. Jij gaat er nu eens niet achteraan.
Laat het initiatief bij haar.
Britt: Dan ga ik zelf wel.
En ze slaat de dekens terug om uit bed te gaan, maar krijgt gelijk weer last
van draaiingen.
Johan: Dus, in bed blijven.
Zuchtend laat Britt zich weer in bed zakken en draait zich op haar zijde
zodat ze Johan niet hoeft aan te kijken en langzaam vullen haar ogen zich
met tranen.
Johan is al naar de kamer gelopen en zit met de kinderen wat te praten over
hoe school was.
Dorien: Wat gek dat Tony zo doet. Mama en Tony zijn toch hele goede
vriendinnen? Die maken toch geen ruzie?
Johan: Ik weet niet wat er is gebeurt maar dat horen we nog wel. Wat zeggen
jullie ervan: eerst vlot het huiswerk maken en dan vanavond lekker voor de
TV?
Simon:
Yes !! Terminator is erop.
Johan: Ik denk dat we vandaag al
genoeg geweld hebben gezien. Zoek maar wat anders uit om naar te kijken.
Terwijl de kinderen hun huiswerk doen, begint Johan met koken.
Het is een favoriete hobby van hem, en zelfs met het weinige dat Britt over
het algemeen in haar keukenkastjes heeft staan kan hij iets fantastisch op
tafel toveren.
Tegen zes uur wordt er gegeten en Britt is in haar pyjama ook aan tafel
gekomen. Het eten smaakt haar echter niet. Ze is ver weg met haar gedachten.
Johan: Nog hoofdpijn? Of ben je misselijk? Je hebt toch geen
hersenschudding?
Britt; Nee, gewoon niet veel trek. Heeft Tony al gebeld?
Johan: Leer je het nu nooit Britt? Zij heeft jou aangevallen, het is haar
beurt om bij jou te komen om excuses te maken.
Britt: Maar Johan, er was iets ..
Johan: Basta ! En nu geen woord meer over Tony. Ik ben het beu. Steeds maar
weer haar beschermen. Ben je soms vergeten wat ze je heeft aangedaan? (erg
boos nu)
Britt kijkt hem even verbaasd aan, schuift dan haar stoel weg en rent terug
naar de slaapkamer waar ze huilend op bed valt.
- Dorien staat op en
gaat haar moeder achterna
Dorien : Mama ??
Britt : Ja schat
Dorien : Als ge naar Tony wilt dan gaat ge toch gewoon of moet ik haar even
bellen??
Britt : Ik ga wel naar haar toe schat
Britt staat op en loopt naar de badkamer.
Een paar minuten later verschijnt ze aangekleed en wel in de kamer.
Johan : Britt?? Waar ga je heen
?
Britt : Naar Tony, en hou me niet tegen!!
Britt loopt naar de deur en slaat die hard achter zich dicht
Ze loopt de trap af en stapt in de auto op weg naar Tony
- Maar uiteraard is Tony
niet thuis. Die was zelf ook met een kwaaie kop weggelopen. In pure wanhoop
begint Britt door de stad te rijden op zoek naar Tony of haar auto. Na meer
dan twee uur rijden heeft ze haar nog steeds niet gevonden.
Met zeer veel tegenzin rijd ze weer naar huis waar een onrustige en wat
aangeslagen Johan op de bank op haar zit te wachten.
Zonder wat te zeggen komt Britt weer binnen en gooit haar jas over een
stoel, smijt de sleutels op tafel en wil naar de slaapkamer lopen.
Johan: Britt ....?
Britt; Nu niet Johan. Ik kon Tony niet vinden. Als ik haar weer heb
gevonden, dan misschien.
Johan; Ze is gevonden Britt.
Britt: Hoe bedoel je: Ze is gevonden??
Johan staat op en loopt op Britt toe en neemt haar stevig in de armen.
Britt merkt dat er iets erg gaat komen en word al zwak op haar benen. Johan
houd haar stevig tegen zich aangedrukt.
Johan; Ze heeft een ernstige zelfmoordpoging gedaan. Ze is vanaf de brug in
de Ringvaart gesprongen. Het was een toeval dat die schipper dat zag. Hij
heeft direct alarm geslagen en ze zijn gaan zoeken. Ze waren eerst bang dat
ze in de scheepsschroef was gekomen maar na meer dan een uur zoeken hebben
de duikers van de brandweer haar gevonden.
Britt: NEEEEEEEEEEEEEE !!!!!!!!!!!!!!! (en dan klapt ze in elkaar, in
Johan's armen)
Johan neemt haar op en legt haar op de bank. In de keuken pakt hij een koude
doek en begint Britt door het gezicht te strijken in de hoop dat ze weer
bijkomt. Net als ze een beetje begint te kreunen gaat de telefoon.
Verschrikt neemt Johan op. Het was Nadine die vanuit het ziekenhuis belde.
Het ging helemaal niet goed met Tony. Of Britt er al was, en of ze dan samen
naar het ziekenhuis wilden komen.
Johan schud Britt nog eens bij haar schouders.
Britt kijkt nu wezenloos voor zich uit.
Johan: Britt, ze is in het ziekenhuis. Nadine belde of we wilden komen.
Britt: Is ze ......? Johan, is ze dood?
Johan; Nee, maar het gaat slecht. Heel slecht.
Britt; Waarom ben ik niet eerder naar haar gaan zoeken. Ik zei toch dat er
iets niet goed was met haar?
Johan; Het spijt me dat ik je heb tegengehouden, maar na wat ze je had
aangedaan was ik echt even van slag.
Birtt: (in een automatisme) Breng me maar naar het ziekenhuis.
Daar aangekomen staat ook Nadine, en de rest van het team, met betraande
ogen in de gang te wachten op de berichten die gaan komen.
Britt heeft het echt niet meer, en weeral valt ze flauw. Een arts komt snel
toe en houd een amoniakstift onder haar neus. Die geur is zo penetrant dat
ze er direct van bijkomt, maar ze voelt zich zo ziek als een kat. Kokhalzend
gaat ze weer overeind zitten.
Nadine staat bij haar en houd haar hand vast.
Nadine: Gaat het Britt? Wat is er toch met Tony aan de hand? Zoiets had toch
geen mens zich bij haar kunnen indenken?
Britt: En ik heb niets aan haar gemerkt. Wat een slechte partner ben ik
toch. Ik hoop echt dat ze het gaat halen.
Nadine: De artsen vrezen voor haar leven. Het was slechts zeven graden, en
dat gore water in de ringvaart was slechts een graad of vier, zeiden de
duikers. En dan de slag die ze heeft gemaakt toen ze vanaf die brug in het
water kwam.
Britt; Heb je haar al kunnen zien Nadine?
Nadine: Nee, we wachten met zijn allen nog op bericht. De dokter heeft
gevraagd of er nog een priester moest komen. En stom hč? Ik weet niet eens
of ze gelovig is.
Britt: Heel diep van binnen. Niet
zo zeer het instituut kerk, maar van binnen is ze best gelovig.
Nadine; Dan zal ik een pastoor bellen. Oké?
Dan komt de arts met een bezorgd gezicht naar buiten en Britt gaat bijna
weer onderuit.
Arts: Is hier ook directe familie aanwezig?
Britt; Nee. Zeg niet dat ze ...
Arts: Nee, ze is niet dood, maar ze heeft het ook nog lang niet gehaald. Ze
is ernstig onderkoeld, heeft vervuild water in de longen gekregen en dan nog
die letsels aan haar hoofd en rug. De komende 48 uren zullen heel cruciaal
zijn.
Britt; Mag ik haar zien?
Arts: Alleen haar directe familie.
Britt wordt kwaad en springt van de brancard op, waar ze haar na haar
flauwte hadden opgelegd, en grijpt de arts bij de kraag.
Britt: Ze is mijn partner. Haar familie maalt niet eens om haar.
Arts: Zou dat de reden van de suďcidepoging kunnen zijn?
Britt; Man, zeur niet en laat me bij haar.
Nadine pakt Britt bij de schouders en probeert haar tot rust te manen, maar
heeft weinig succes.
Arts: U twee kunt meekomen, ALS u rustig blijft (op strenge toon)
Binnen op de intensieve vergeet Britt direct dat ze boos is op de arts. Heel
voorzichtig loopt ze naar het bed wat de arts heeft aangewezen, en waar Tony
ligt.
Haar hoofd is ingepakt in verband; ze draagt een halskraag, er zit een
beademingsslang in haar keel en overal lopen infuuslijnen en andere
slangetjes, en er staan allemaal machines en apparaten die in de gaten
houden hoe het met Tony gaat.
Britt trekt een stoel bij een gaat naast Tony zitten en neemt haar hand op.
Britt; Tony, wat heb je toch gedaan? Waarom heb je niet gezegd dat je
problemen had? Je kunt er toch niet zo uitstappen? Er is nog zoveel moois in
het leven en dat wilde je allemaal zo maar weggooien?
Uiteraard geen reactie. Britt voelt hoe ijzig koud Tony's hand is en vraagt
de zuster of ze nog extra dekens heeft om haar wat warmer toe te dekken.
Verslagen zit Britt erbij. Haar hele energie om ruzie te maken is op slag
weg en stilletjes komen haar tranen van intens verdriet omhoog.
Nadine legt een troostende hand op Britt haar schouder.
Nadine; Kom Britt. Vanavond kunnen we hier niet veel doen. De artsen en
zusters zullen haar heel goed verzorgen. Wij gaan naar huis en morgen komen
we samen terug. Oké?
Britt; Kan ik echt niet blijven?
Arts: Het is beter als u ook naar huis gaat en probeert te rusten. Wij
zullen haar heel goed observeren en alles doen om haar te helpen.
Britt; Sorry dat ik net zo uitviel, maar ze is mijn partner en ik werd heel
kwaad van de gedachte dat ze, ... dat ze zou kunnen dood gaan.
Arts: Het is goed. Ik begrijp het wel. Maar porbeer ook te begrijpen dat wij
haar goed zullen helpen. Als ze bijkomt, dan kunnen we met haar gaan praten
en proberen er achter te komen wat haar hier toe heeft aangezet. Maar ga
alsjeblieft eerst zelf goed rusten. Ze heeft u blijkbaar nodig.
- Britt gaat naar buiten
en kijkt nog even om naar Tony
Johan : Kom
In de auto wordt niets meer gezegd. Britt is nog steeds kwaad op Johan.
Thuis aangekomen zit Dorien met tranen in haar ogen op de bank
Britt loopt op haar af en omhelst haar
Britt : Lieve schat toch
Dorien : ‘t is niet eerlijk!!
Britt : Stil maar, het komt goed
Johan staat stil te kijken naar moeder en dochter
Britt kijkt naar Johan en staat op
Britt : Johan .. ik .. ik heb liever dat je naar huis gaat. Ik wil graag met
Dorien alleen zijn vanavond
Johan : Oké .. maar als er iets is bel me dan
Britt : Beloofd. Doei.
’s Avonds kruipt Britt bij Dorien in bed
Dorien : Ga je morgen naar Tony??
Britt : Ja .. maar jij gaat naar school oké ??
Dorien : Mama....
Britt : Je kunt daar niets doen Dorien
Dorien : (zucht) Oké.
De volgende dag staat Britt al vroeg in het ziekenhuis.
Britt : Dokter??
Dokter : Ah mevrouw Michiels .
- Britt : Hoe hoe ..
Dokter : Ze heeft het gehaald.
Britt : Echt waar!!??
Dokter : Ja .. ze is zelfs alweer bij bewustzijn gekomen.
Britt : Ohh!! Ik zou u zo willen omhelzen.
Dan hoort Britt achter haar een stem die haar naam roept.
Britt kijkt om en ziet Sam staan
Sam : Britt ?? Is het waar dat Tony hier ligt ?
Britt
: Ah Sam. Ja wist je dat nog
niet dan ??
Sam : We .. we .. hebben ruzie gemaakt ..
Britt haar ogen worden groot en bedenkt dat dat misschien alles verklaard
Britt : Wanneer??
Sam : Eergisteravond
Britt : Wat??
Sam : Ja. Ik , ik ..
Britt
: Godverdomme Sam! Weet je wel wat je
haar hebt aangedaan ??
- *
- Sam: Maar, sorry hoor,
die ruzie ging niet over ons hoor.
- Britt:
Waar dan wel over? Het moet behoorlijk aan haar hebben gevreten dat
ze zulke drastische maatregelen neemt.
- Sam: Ze was al een
paar weken erg stil, heel kribbig. Als ik wat vroeg of voorstelde snauwde ze
me steeds af. Denk je dat ik dat leuk vond?
Britt; Heb je haar geslagen (Heel kwaad)?
Sam: Wat?? Ik haar geslagen? Hoe kom je daarbij?
Britt: Vorige week in de kleedkamer zag ik dat ze allemaal blauwe plekken
had op haar armen en haar rug.
- Sam: We hebben ruzie
gehad. Oké. Maar ik heb haar niet geslagen, Ik zou haar ook nooit slaan,
zelfs niet kunnen slaan.
- Britt: En waarom is ze
dan van die brug af in de Ringvaart gesprongen?
Sam: Ik weet het ook niet Britt.
- Britt; Ik wil nu naar
haar toe, en ik wil alleen met haar zijn.
-
- Tony is inmiddels
overgeplaatst naar de afdeling traumatologie.
- Ze ligt nog goed
ingepakt in verbanden en met infusen aan in bed. Ze heeft hele donkere
kringen om haar ogen. In haar gezicht zitten wat krassen en verwondingen.
Haar armen zijn bond en blauw. Britt ziet dat ze nog steeds moeite heeft met
ademhalen.
- Voorzichtig loopt ze
naar het bed en wil Tony’s hand pakken, maar die trekt hem verschrikt
terug.
- Britt; Rustig maar
Tony. ’t Is ik, Britt, je partner.
- Tony ligt nu bijkans
te hyperventileren. Omdat ze de kraag om heeft kan ze haar hoofd niet
afwenden. Bovendien heeft ze nog heel veel pijn. Ze begint steeds onrustiger
te worden en plots gaan de alarmbellen af.
- Britt schrikt daar erg
van en stapt gelijk de kamer uit, zodat de artsen er bij kunnen om Tony te
helpen.
- Na een poosje komen
ook die de gang weer op.
- Britt; Hoe is het? Wat
was er mis met haar?
Broeder: Er waren wat draadjes van de bewaking losgeschoten. Niets ernstigs,
maar ze heeft wel veel pijn, en ze is hel erg geëmotioneerd.
- Britt; Is toch ook
niet gek, als je zoiets hebt meegemaakt?
Broeder: U kunt naar haar terug, maar spaar haar een beetje. Ze is erg moe
en heeft veel pijn.
- Britt stapt terug de
kamer in en gaat weer naast Tony zitten. Nu zegt ze niets, maar pakt alleen
Tony’s hand en wrijft daar zachtjes over.
- Na een poosje ziet ze
dat Tony;s ogen zich vullen met tranen.
- Britt; Hey, meis, niet
huilen. Ik ben hier voor je.
- Tony: (moeizaam
pratend) Dat heb ik niet verdiend. Ik heb u verraden.
- Britt; Wat is er dan
Tony?
Tony: Wat ik je heb aangedaan. Heb je nog pijn?
Britt; Nee, dat gaat vanzelf over. Jij moet snel beter worden.
- Tony: Ik word niet
meer beter. Ik kan niet meer leven.
- Britt; Toch niet om de
ruzie die je met Sam hebt gehad?
Tony: Sam is voorbij. Die ruzie stelde niets voor.
- Britt: Maar waarom ben
je dan in de Ringvaart gesprongen.
- Tony: (weer opgewonden
aan het raken) Omdat ik jou niet meer onder ogen kon komen!
- Britt: Voor zo’n
stomme koffiebeker? Maak het nou. Wij hebben toch wel vaker een verschil van
mening gehad. Dan reageer je toch niet zo heftig?
- Tony: Zou je willen
gaan Britt? Ik ben hondsmoe en verrek van de pijn.
- Britt: Maar Tony?
- Tony: Nu, Britt.
-
- Verslagen loopt Britt
weer weg. Ze weet echt niet wat er met Tony aan de hand is, maar goed zit
het in elk geval niet.
-
- Terwijl Britt naar
huis gaat, waar ze apathisch op de bank gaat zitten, ligt Tony , verrekkend
van de pijn, in haar ziekenhuisbed te overdenken hoe ze haar wens om te
sterven alsnog kan waarmaken. Diep van binnen vrat het aan haar.
Zelfs haar eigen leven beëindigen kon ze nog niet eens fatsoenlijk.
Ze kon niet leven, niet met gedachten die steeds maar door haar hoofd
speelden. En ze kon er niemand voor in vertrouwen nemen.
Van slapen was geen sprake, ondanks te toch behoorlijk hoge dosering morfine
die ze kreeg om de pijn wat te onderdrukken. Uren lag ze naar het plafond te
kijken, en steeds weer draaide die film voor haar ogen.
Toen Johan thuis kwam zat Britt nog steeds stil op de bank. Dorien had ook
al geen woord van haar gehad.
Johan: Britt?? Ben je daar? Waar zit je met je gedachten?
Ook nu kwam er geen reactie.
Johan ging naast haar zitten en legde zijn arm om Britt haar schouders en
trok haar zachtjes tegen zich aan. Nu begon Britt te huilen.
Britt; Ze wilde me niet zien Johan. Ze zei dat ze onze vriendschap niet
waard is. Maar zo'n stomme koffiebeker kan toch niet zoveel kwaad
veroorzaken. Ik weet zeker dat er iets met haar is, maar ze wil het gewoon
niet zeggen. Ik zie aan haar ogen dat ze heel erg veel verdriet heeft.
Johan: Heb je al gegeten Britt?
Britt; Geen honger.
Joahn :Kom, dan zal ik wat klaarmaken. De kinderen moeten zeker ook nog
eten?
Britt: Ik ga douchen en naar bed. Ik ben compleet de bout af.
Johan; Je kunt beter eerst wat gaan eten.
Britt; Maar ik heb geen zin.
Britt staat op en wil naar de slaapkamer lopen maar Johan neemt haar vast om
haar middel en drukt haar stevig tegen zich aan, waarop Britt als reactie
meteen begint te huilen.
Johan :Huil maar even lekker uit Britt, het zal je opluchten. Bedenk dat
Tony een behoorlijke klap gemaakt heeft op dat water en dat ze hoofdletsel
heeft. Mogelijk dat ze in de war is. Maar als ze wat opknapt zal ze je wel
vertellen wat er nou echt aan de hand was.
Die avond in bed kan Britt weeral niet de slaap vatten. Heel de tijd ligt ze
te denken aan wat er met Tony aan de hand kan zijn, maar ze komt er met geen
mogelijkheid op.
Ten langen leste draait ze zich naar Johan en klampt zich aan hem vast en
drukt haar gezicht tegen zijn borst aan.
Johan voelt haar toenadering en hij legt warm een arm om Britt heen.
De volgende ochtend sleept Britt zich met moeite naar het commissariaat.
Alle collega's staren haar wat vreemd aan.
Britt; Heb ik kleding van jullie aan of zo? Wat staren jullie?
Sofie: Britt, dat jij hier bent? Ik dacht dat jij wel bij Tony zou zijn.
Britt; Daar was ik, maar ze wil me niet zien.
Sofie: Wat is er in godsnaam tussen juli voorgevallen dan dat ze zo doet?
Britt; Als jij het weet mag je het me komen vertellen. Ik heb me suf
geprakkiseerd en ik kom er niet achter.
Sofie: Kun je werken vandaag?
Britt: Ik word gek als ik thuis tussen de sanseveria's ga zitten wachten.
Wat hebben we?
Sofie: Keuze zat. Het lijkt wel of het gaat stormen, wat een malloten hebben
zich weer in de nesten gewerkt.
Britt; Nog iets waar we onze tanden in kunnen zetten?
Sofie: Overval op een bank, overval op een nachtwinkel, moord bij een
manege, ondersteuning bij drugscontrole, en voor komende week zijn er
ontruimingen aangekondigd.
Britt; En dat zeggen ze nu al? Ik wed dat er dan geen kat meer in die panden
zit.
Sofie: Die weddenschap heb je al gewonnen.
Nadine; Toch niet. We hebben dat bericht bewust al verspreid en hebben dat
pand nu een dag of drie laten observeren. Genoeg activiteiten om er dan maar
gelijk vandaag binnen te vallen. Het zijn geen lieverdjes. Niks geen zielig
doenerij van armlastigen die zo graag woonruimte voor de winter willen. Dit
kunnen harde acties worden dus denk aan je uitrusting: kogelvrije vesten,
volledige protectie en helmen dragen. Over een half uur briefing beneden in
de briefing room.
Zuchtend laat Britt zich in haar bureau stoel vallen. Sofie komt aan met een
beker koffie en geeft die aan Britt.
Sofie: Zal het gaan Britt? Voel je je er zeker genoeg voor? We moeten wel op
je kunnen rekenen.
Britt; Ik ben professioneel genoeg om die dingen uit elkaar te houden.
Nadine: Britt kom je even?
Britt; Wat is er baas?
Nadine; Doe jij ook mee?
Britt; Ik hoor toch ook bij het team?
Nadine; Ik ving net op dat je je zo zorgen maakt over Tony. Ben je wel
genoeg met je hoofd bij deze zaak dan?
Britt: Ik red me wel. Ik zal mijn mannetje staan en mijn collega's niet
afvallen.
Nadine; Ik ga zelf ook mee naar de ontruiming en ik zal je maar vast
vertellen dat ik goed op jou ga letten . Als je dat niet wilt, of als ik
merk dat het niet gaat, ben je weg. Is dat begrepen?
Britt; Zeg, heeft u iets tegen mij of zo?
Nadine; Nee, niets tegen je. Ik wil alleen niet dat ik nog meer mensen kwijt
raak. Ik moet er echt zeker van op aankunnen dat jij het aankan.
Britt; Het zal wel gaan. Mag ik me nu omkleden gaan?
Nadine; Ga maar. Ik zie je zo.
Boos stampend komt Britt de kleedkamer in. Iedereen houd ineens zijn mond en
zoekt naarstig in zijn kastje naar dingen die er helemaal niet zijn.
Het wordt Britt bijna teveel en ze roept dan ook boos: Zijn er nog meer
mensen die denken dat ik het niet aankan? Zeg het dan nu en hou er verder
mee op om mij te behandelen als een porseleinen poppetje. Ik red me wel.
Tijdens de briefing moet Britt al goed haar best doen om bij de les te
blijven. Ze probeert zo aandachtig mogelijk te luisteren maar ze mist af en
toe wel een klein stukje.
Op weg naar de wagens vraagt ze nog eens na bij Sofie.
Sofie: Britt, ik weet niet of het zo goed is als je meegaat. Je hebt de
briefing niet eens goed meegekregen.
Britt; Ik ga wel mee. Zeg nou gewoon even wat er met die Heeresma is, dan
ben ik ook volledig op de hoogte.
Sofie: Bekende crimineel. Geen lekkere jongen. Schroomt niet voor heel grof
geweld, gebruikt wapens naar eigen keuze en heeft al een aantal
veroordelingen erop zitten wegens grove geweldpleging.
Britt; Wie het eerst komt mag hem hebben.
Sofie kijkt haar war verbaasd aan.
Britt; Ik hoef hem niet zo nodig tegen te komen. Ik haat geweld.
Als ze aankomen bij het pand wat ontruimd moet worden staat er al een hele
club toeschouwers, inclusief natuurlijk de mediafreaks die graag actie en
sensatie in hun programma's en roddel bladen willen.
Britt voelt haar boosheid al opkomen.
Volgens plan zal het pand aan drie zijden gelijk worden binnen gegaan.
De drie teams worden geleid door respectievelijk Ben, Sel en Peter.
Britt zit bij het team van Sel , samen met Sofie, Pasmans, Marc, Pieter en
Steven.
Hun opdracht is om binnen te geraken en het beneden verdiep te ontruimen.
Via oortjes staan de teams en de teamleden met elkaar in contact. Zo kan
Britt vernemen dat het team van Ben op de eerste verdiep die Heeresma al te
pakken heeft kunnen nemen.
Toch kost het de overige teams nog meer dan anderhalf uur zwaar werken om de
rest van de bezetters in te rekenen. Er vallen de nodige klappen, want
Heeresma had niet zomaar een paar watjes om zich heen verzameld.
Ook Britt had een paar flinke klappen en trappen opgelopen, maar omdat ze
wist dat iedereen zo goed op haar lette deed ze veel moeite om dat niet te
laten blijken.
Toen iedereen ingerekend was ging van elk team nog een iemand een
sweep-through houden op zijn eigen verdiep en daarna zouden ze zich weer
buiten bij de wagens verzamelen.
Het duurde en duurde voor Britt terugkwam en dus stuurde Nadine Sofie naar
binnen om Britt op te halen.
Maar waar Sofie ook keek: Nergens gene Britt te vinden.
Sofie schreeuwde door het gebouw, en later in haar mobilofoon naar Nadine
dat Britt er niet was.
Vlug ging Nadine en Sel ook weer naar binnen en hielpen met het zoeken naar
Britt.
Sel: Ze kan toch niet zomaar weg zijn? Wij hebben toch alle in en uitgangen
gezekerd
Sofei: Verdomme Britt. Waarom doe je ons di taan?
Nadine: Welke verdiep is Britt geweest?
Sofie: Hier beneden.
Nadine: Ik zet twee man bij elke deur en dan gaan wij samen nog eens van
boven naar beneden door het pand.
Ze keken in alle gaten en hoeken. Achter alles wat mogelijk een uitgang of
doorgang zou kunnen zijn. Britt was onvindbaar op het bovenste of het tweede
verdiep.
Nadine: We hebben de begane grond nog.
Sofie: Maar daar heb ik al twee keer gekeken.
Sel: Sssst. Ik denk dat ik wat hoor. Zachtjes.
En heel stilletjes lopen ze naar de achterwand van de achterste kamer.
Daar stond een oude kast scheef achterover tegen de muur geschoven.
Sofie durfde er niet achter te kijken, bang voor wat ze zou tegen komen.
Nadine: Sel, ga jij eens kijken.
Sel pakte zijn zaklamp en had zijn wapen in de aanslag.
Toen hij achter de kast keek liet hij vlot zijn wapen zakken.
Vlug kwam Nadine nu ook dichterbij. In een hoekje weggedoken zat Britt. Ze
leek in shock. Haar ogen staarden wezenloos voor zich uit. En ze had een
hele bleke toet.
Nadine:
Britt? Brittje? Hoor je ons?
Geen reactie.
Toen bukte Nadine zich naar haar toe en wilde haar bij de schouder pakken en
zag toen tot haar ontsteltenis dat Britt heel heftig bloedde aan haar linker
arm of borstkas, dat was niet duidelijk.
Nadine; Sofie, vlug bel een ambulance.
Sofie: Shit. Godve...
Nadine; Niet vloeken. Je moet bellen.
Toen de ambulance kwam werd Britt uit haar hoekje gehaald.
Een eerste inspectie gaf aan dat Britt een steekwond in de arm had op
gelopen, maar ze had wel al heel veel bloed verloren.
Nog steeds was ze in shock en had nog niet gesproken.
Sofie klom bij in de ambulance en ging mee naar het ziekenhuis.
Daar werd Britt verder onderzocht en gelukkig was die steekwond het enigste
letsel wat ze had opgelopen. Ze kreeg er wel twaalf hechtingen in en moest
haar arm een week lang in een draagband houden.
Britt weigerde om naar huis te gaan en vertrok na het ziekenhuisbezoek weer
met Sofie naar het commissariaat.
Daar waren ook alle bezetters aanwezig en Britt wilde de messentrekker
identificeren . Bovendien moest ze nog debriefen en haar uitrusting
terugbrengen.
Nadine snapt niets meer van Britt.
Hier zat ze met een joekel van een steekwond, daarbij heel erg bezorgd om
haar partner, en toch gewoon haar plicht als politieambtenaar uitvoeren.
Nadine; Kun je beschrijven wie je dit heeft aangedaan?
Britt; Lange vent, een meter negentig zeker, zwart kort krullend haar,
afgewassen jeans, rode ruiten blouse, bruine boutinen. Sprak met Frans
accent.
Nadine; Wanneer heeft hij dat gedaan?
Britt; Toen ik die sweep-through deed. Kwam ineens achter die kast vandaan.
Ik had een trap in mijn buik gehad en voelde me misselijk. Ik moest kotsen
en wilde dat achter die kast doen, zodat jullie het niet zouden zien.
Nadine; Wat gebeurde er precies?
Britt; Hij was nog niet ontdekt en voelde zich door mij bedreigd. Ik greep
mijn wapen en sommeerde hem tevoorschijn te komen. Nog voor ik hem vrij had
trok hij zijn wapen en bedreigde me. We raakten in een gevecht en ineens
stak hij mij met dat mes.
Nadine; Waarom heb je niet gereageerd toen Sofie je riep?
Britt; Ik kon niet. Hij hield me met mijn wapen onder schot. Gaat de IT nu
onderzoeken waarom ik mijn wapen heb verspeeld?
Nadine: Mogelijk dat die er nog wel bij komen, maar dat zien we later nog
wel.
Britt: Mag ik de verhoren meedoen?
Nadine; Zeg, ben jij wel goed bij je hoofd? Je bent gewond. Jij komt dat
verhoor niet in.
Jij mag de messentrekker aanwijzen in de line-up en verder mag jij straks je
verklaring ondertekenen en dan ga je naar huis.
Britt; Oh, nee, ik heb hier werk te doen.
Nadine; Ik word niet graag tegengesproken Britt. Bovendien heb ik Johan
gebeld en die komt je over een half uurtje ophalen. Dan kunnen jullie samen
naar Tony gaan. Hij zei dat Tony naar je had gevraagd.
Daarvan beginnen Britt's ogen weer een beetje te glunderen.
Britt: Echt, had ze naar me gevraagd? Ik ben al weg.
Nadine: NA de line-up en NA het tekenen van je verklaring.
-
- Echter in de line-up
kan Britt de messentrekker niet identificeren.
- Nadine: Weet je zeker
dat hij er niet bijstaat?
Britt: Iedereen was al buiten toch bij die sweep through? En hij was binnen.
En hij hield me met mijn wapen onder schot, dus hij moet kans hebben gezien
om weg te komen.
- Nadine: Dan gaan we
hem nu opgeven als vuurgevaarlijk en jij krijgt bescherming.
- Britt; Nee, dat wil ik
niet. Ik wil niet in mijn eigen huis als een gevangene leven.
- Nadine: Jammer Britt,
maar zo zijn de regels. Ah, ik zie dat Johan er al is. Je kunt gaan en wacht
rustig op de oproep voor eventueel verder verhoor.
- Johan:
(bezorgd) Britt, wat is er gebeurd? Heb je pijn? Hebben ze die vent
te pakken?
Britt; Ik moet naar huis. Maar ik hoorde dat Tony naar mij gevraagd had?
Johan: Maar ik wil eerst weten of jij oké bent?
- Nadine: Ik denk dat ze
nog wat in shock is. Ze heeft een steekwond in haar arm en die is gehecht.
Maar ze wekt niet de indruk daar enige last van te hebben. Ze heeft een heel
goede beschrijving gegeven van haar overvaller,
maar die is er met haar wapen vandoor gegaan. We moeten haar nu
bescherming geven, maar dat
weigert ze.
- Johan; Dat moet toch
Britt ? Je collega’s weten veel beter waar ze op moeten letten dan ik. En
daarbij: ik zal bij jou moeten zijn om je te verzorgen.
- Britt; Kunnen we nog
naar Tony of ga je hier je tijd verdoen?
Nadine; Dat bedoel ik dus.
- Duidend dat Britt
helemaal niet aan zichzelf denkt.
- Johan trekt eens
bedenkelijk zijn schouders op en legt dan een arm om Britt heen, die dan wel
ineens piept van de pijn.
- Johan: Sorry Britt, ik
wilde u geen pijn doen.
-
- In het ziekenhuis
aangekomen loopt ze schoorvoetend naar de kamer van Tony.
- Zo die er uitziet
lijkt er nog niet veel veranderd, behalve dan dat ze naar Britt had
gevraagd.
- Britt; Dag Tony. Gaat
het een beetje met je?
Tony: Natuurlijk gaat het niet. Ik heb verrekte veel pijn in mijn nek en
mijn rug.
- Britt; Kan ik wat voor
je doen? Moet ik een dokter vragen voor pijnstillers of zo?
Tony: Wil je even gaan zitten?
Britt zet zich neer en pakt weer Tony’s hand,
maar die trekt hem resoluut terug.
- Britt; Wat is er Tony?
Doet dat ook pijn of vind je het niet prettig dat ik je hand houd?
Tony: Britt, het is over. Ik had al gezegd dat ik je niet meer onder ogen
kon komen. Ik wil dat jij dat tot je laat doordringen. Ik kan je niet meer
zien. Ik maak teveel kapot wat
voor anderen heel belangrijk is. Ik walg van mezelf.
En wil niet de fout maken dat dat gaat ten koste van jou. Als je
straks weggaat is dat het laatste wat je van me ziet. Ik wil je niet weer
zien. Nooit weer. Beloof me, dat je me niet gaat zoeken want dan gaat het
niet goed.
- Britt kijkt met grote
verbaasde ogen naar Tony, en heel langzaam vullen haar ogen zich met tranen.
- Johan komt dan net ook
binnen lopen. Die was wat later omdat hij nog eerst zijn auto had moeten
parkeren.
- Als hij Britt ziet
huilen legt hij een hand op haar schouder.
- Johan: Wat is er
Britt?
Tony: Ik heb haar gezegd dat ik haar niet meer kan zien. Ik maak teveel
kapot. Als ze straks weggaat zal ze me nooit weer zien. En ze moet me ook
niet gaan zoeken
- Johan: Tony, wat is er
in je gevaren? Jullie zijn zulke goede vriendinnen. Toch niet die stomme
koffiebeker?
Tony: Nee, Johan niet die beker, maar dat was wel het bewijs dat ik
gevaarlijk ben voor Britt. Neem haar mee en bescherm haar goed. Ze heeft
eindelijk rust in haar leven verdiend. Zorg dat ze mij niet gaat zoeken.
- Nu kijkt ook Johan met
grote en vragende ogen. Langzaam neemt hij Britt bij de arm en leid die naar
de gang. Aan het einde van de gang zet hij Britt op een stoeltje en loopt
nog even terug naar Tony.
- Joahn :Tony, ik
begrijp het niet. Je laat Britt zo maar vallen?
Tony: ( nu ook huilend) Ik wou dat ik het anders kon, maar het kan niet, Ik
heb haar verraden. Ik had dood moeten zijn, maar dat is niet gelukt. Ik kan
haar gewoon niet meer zien. Spaar haar het verdriet en zorg dat ze bij me
weg blijft.
- Johan: Maar ik wil
eerst van jou weten wat dat verraad dan is, want ik kan er geen touw meer
aan vast knopen.
- Tony probeert eens
diep te zuchten maar krijgt hierdoor zo’n pijn in haar ribben dat gelijk
het alarm afgaat en er een hele troep artsen en verpleegkundigen
binnenstormt.
- Johan wordt aan de
kant gezet en de artsen beginnen Tony te helpen.
- *
- Johan beseft dat Britt
helemaal van slag is en wil dat ze mee gaat naar huis.
- Britt; Wat heb ik
verkeerd gedaan dat ze me niet meer wil zien? Johan, zeg het me, want ik
weet het niet. Echt niet.
- Johan: Kom, eerst naar
huis. Ik denk dat jij even goed moet gaan rusten en wat tijd voor jezelf
nemen.
- Britt; En Tony dan?
- Johan: Die is hier in
goede handen. Als jij wilt ga ik morgen wel weer even naar haar toe.
- Thuis kruipt Britt, op
aandringen van Johan, gelijk in bed maar van slapen komt niet veel. Ze is
steeds met haar gedachten bij Tony, en als daar de aandacht wat op afzwakt
ziet ze die kraker weer voor zich staan en haar bedreigen, eerst met het mes
en daarna met haar eigen wapen. Maar al die indrukken slopen haar en zo valt
ze uiteindelijk toch in slaap.
- Het is een heel
onrustige en beangstigende slaap. Hele gevechten voert ze. Als Johan bij
haar komt om een kop soep te brengen slaat ze die in paniek uit zijn handen
en kijkt dan huilend op als hij haar in zijn armen neemt om haar te
troosten.
- Johan: Brittje, wat is
er toch met je?
- Britt; Ik ben zo bang
Johan. Ik zie steeds weer die vent voor me met dat mes staan zwaaien. En
Tony, hoe die van die brug springt. Weet je dat toen ik haar zocht, nog op
die brug ben geweest? En ik heb haar niet eens gezien. En dan als ik haar
daar zo zie liggen, al die slangetjes en die verbanden. En al die pijn die
ze moet verduren.
- Johan: Britt, het is
niet jouw schuld dat ze in het ziekenhuis ligt. Het is haar keuze geweest.
- Britt: Maar Johan....
- Johan; Ze zei zelf dat
ze iets had gedaan. Zij zou jou hebben verraden. Wat bedoeld ze daarmee?
- Britt: Ik weet het
niet. Ineens was ze zo vreemd. Vorige week leek er nog niets aan de hand, en
dan ineens gooide ze me deze week die beker tegen mijn hoofd. Maar dat is
toch geen reden om zelfmoord te willen plegen? En ze zei ook dat het niets
met Sam van doen had.
- Johan; Rustig Britt.
Probeer nog wat te slapen
- Britt; Ik wil met jou
mee naar de kamer. Ik wordt helemaal naar als ik hier alleen lig.
- Johan: Oké, kom dan
maar even mee, maar je gaat vroeg slapen vandaag.
-
- Ook die nacht is slaap
niet de grootste vriend van Britt. Met pijn en moeite werkt ze zich uit bed
en maakt zich klaar om naar het werk te gaan.
- Johan: Ik dacht maar
zo dat jij een paar dagen thuis bleef.
- Britt; Dat dacht je
dan verkeerd. Ik kan hier niet gaan zitten kniezen. Ik moet gaan werken
anders maalt het heel de dag door mijn hoofd.
- Johan: Maar als het
niet gaat wil ik dat je naar huis gaat. Of beter nog, dat je mij opbelt.
Britt ik wil niet dat jij je hier slecht over gaat voelen.
- Britt: Dank je Johan,
dat je er voor mij bent. Zou jij vandaag willen zien hoe het met Tony is?
- Johan: Ik zal
vanmiddag even gaan zien voor je.
-
- Op het commissariaat
is Nadine alles behalve gelukkig met Britt's aanwezigheid.
- Nadine: Britt kom je
even in het kantoor?
- Britt; Ik kom.
- Nadine: Waarom ben je
vandaag gekomen? Ik dacht dat jij met verlof was in verband met die arm?
- Britt; Ik kan niet
thuis gaan zitten.
- Nadine; Je was
gisteren bij Tony. Hoe is het met haar?
- Maar daar begint Britt
gelijk al te huilen.
- Nadine; Zo erg?
- Britt; Ze wil me niet
meer zien. Ik mag haar niet meer gaan zoeken zei ze of het zou mis gaan. Ik
weet niet wat ik haar gedaan heb dat ze zo doet, maar ik ben heel bang voor
haar.
- Nadine: Amai. En nu?
- Britt: Ik moet komen
werken. Ik wordt gek als ik thuis ga zitten nadenken over wat er is.
Alsjeblieft Nadine, neem me dat niet ook nog af.
- Nadine; Maar met die
arm kun je ook niet zoveel. Zeker niet de straat op.
- Britt; Ik kan wel de
verhoren doen.
- Nadine; Zeg, alles
goed met je? Jij komt dat verhoor niet in.
- Enigszins betrapt
buigt Britt haar hoofd naar beneden en zegt: Sorry.
- Nadine: Helaas heb ik
niet veel anders voor je dan die oude dossiers nog eens nakijken. En
misschien is het wel heel moeilijk voor je, maar wil je ook de lopende zaken
van Tony eens doornemen en kijken of daar bijzonderheden in staan die ze nog
niet met ons gedeeld heeft?
- Britt; Zal ik doen.
Dank je Nadine.
-
- Als ze aan haar bureau
zit kijkt ze met lede ogen naar Tony's desk en weer voelt ze haar tranen
opkomen en vlug loopt ze naar de kleedkamers waar ze hoopt om even in stilte
te kunnen zitten janken.
- Maar dan komt Sel ook
al binnen.
- Sel: Hč Britt, wat
scheelt er? Ik ken u niet zo verdrietig.
- Britt:
't Is Tony. Ze wil me niet meer
zien
- Sel: Hoe dat zo?
Jullie zijn toch beste maatjes?
- Britt; Dat dacht ik
ook, maar ze heeft me weggestuurd uit het ziekenhuis en gezegd dat ik haar
nooit meer zal zien en dat ik haar niet mag zoeken.
- Sel zwijgt en gaat
naast Britt zitten en legt troostend een arm om haar schouders, waarop Britt
heel hard begint te huilen.
- Sel: Stil maar Britt.
Ik begrijp dat het heel naar is voor je. Maar denk je niet dat Tony door dat
ongeval ook hersenletsel heeft, of misschien helemaal in de war is en niet
weet wat ze zegt?
- Britt; Ik wil dat
geloven maar dat kan ik niet. Ze was heel kwaad op me toen ze dat zei.
- Sel; Maar vrienden die
elkaar niet de waarheid kunnen zeggen maken vaak ruzie, dan is breken niet
zo moeilijk.
- Britt; Zou ze met me
willen breken?
- Sel: Ik weet het niet
Britt. Maar ik denk dat ze eerst beter moet worden voordat we daar meer van
te weten kunnen komen.
- Britt; Dank je dat je
even naar me hebt willen luisteren.
- Sel: Hé, daarvoor
zijn we er toch? We zijn toch collega's?
- Britt; Ja, en dat was
Tony ook.
- Britt loopt de
kleedkamer weer uit en gaat achter haar bureau zitten
- Carla : Britt .. ?? Ik
heb hier een meneer die is opgepakt vannacht
- Britt : Ja en ??
- Carla : Hij was aan
het schreeuwen en iedereen aan het wijsmaken dat hij flik Tony wel eens goed
op haar nummer had gezet
- Britt : Wat?? En waar
is hij nu ..
- Carla : In verhoor 1
- Britt staat op en rent
voorbij Carla naar verhoor 1 ze smijt de deur open en daar zit Sam
- Britt : Sam ??
- Britt smijt in de war
de deur terug dicht en loopt naar het kantoor van Nadine
- Nadine: Wat is er
Britt?
- Britt; Hij heeft het
gedaan.
- Nadine: Wie heeft wat
gedaan?
- Britt: Hij. Sam. Carla
heeft hem in verhoor 1 gezet.
- Nadine; Jij blijft
hier zitten. Ik wil jou er niet bij hebben. Ik ga met Sel en jij wacht hier
tot ik klaar ben met hem.
- Britt; Maar als hij
Tony....... ik doe hem wat.
- Nadine; Precies daarom
dat je niet erbij mag.
-
- Boos blijft Britt
achter in het kantoor van Nadine. Het duurt maar kort voordat Nadine en Sel
terug zijn.
- Britt; Heeft hij
bekent, die vuile schoft?
- Sel: Rustig Britt. Hij
heeft het niet gedaan.
- Britt; Wel waar .
Carla zei net dat hij had bekend.
- Nadine; Hij is zo
dronken als een ladder. Hij gaat voor ontnuchtering op cel en als hij
nuchter is gaan Sel en ik hem opnieuw verhoren.
- Britt; Ik wil hem nu
zien.
- Nadine; Jij komt niet
bij hem en als ik hoor dat je toch beneden bent geweest kun je een schorsing
tegemoet zien.
- Verslagen loopt Britt
weer naar haar bureau en belt dan maar naar Johan om haar op te halen. Ze
kan niet met de gedachte, in hetzelfde gebouw te zitten als die vent die
haar vriendin dit heeft aangedaan.
-
- Johan laat het werk
vallen wat hij eigenlijk had moeten doen en haast zich om bij Britt te komen
en te blijven. Samen liggen ze op de bank. Britt nog wat ongemakkelijk omdat
haar arm nu wel erg pijn begint te doen, en Johan liefdevol met zijn armen
om Britt heen.
- Tegen vier uur gaat de
telefoon. Het is Nadine. Sam had zijn roes uitgeslapen en bij verhoor bleek
dat hij niet degene was die Tony zo te pakken had genomen. Hij voelde zich
heel rot en schuldig na Tony's zelfmoordpoging en hij wilde de schuld op
zich nemen om zichzelf zo te straffen dat hij hun relatie niet langer zag
zitten.
- Johan: Maar dan weten
we nog niet wie er achter zit.
- Nadine; Nee, helaas
nog niet. Zou jij haar kunnen en willen bezoeken?
- Johan kijkt eens naar
Britt die bijna tegen hem aan ligt te slapen. "Jawel, ik ga straks wel
even heen."
- Nadine; Hoe is het met
Britt?
- Johan: Erg moe. Ze
slaapt bijna en ze heeft pijn in haar arm.
- Nadine; Zorg goed voor
haar Johan, ik wil haar niet kwijt.
- Johan; Ik doe wat ik
kan. Tot ziens.
- Als hij heeft
neergelegd merkt hij dat Britt echt in slaap is gevallen . Hij werkt zich
voorzichtig onder haar uit en legt haar dan lekker onder de plaid en begint
in de keuken met het voorbereiden van het eten. De kinderen zullen zo ook
wel thuis komen.
- Simon is de eerste die
binnen stormt
- Simon : Papa!?
- Johan : Wat is er met
jou aan de hand??
- Simon : Dorien ..
- Britt is ondertussen
wakker geworden
- Britt : Wat?? Is er
iets met Dorien ?
- Simon kijkt Britt aan
- Simon : Er was een man
en ….. nu is ze weg
- Meer kan Simon er niet
uitkrijgen en begint te huilen
- Britt aarzelt geen
moment , pakt haar jas en rent naar beneden naar de auto op weg naar het
commissariaat
- Johan was haar direct
met Simon gevolgd en op het commissariaat gaat Britt nu vreselijk tekeer
tegen Nadine.
- Nadine; Mevrouw
Michiels, ik raad u aan het wat rustiger aan te doen.
- Britt; Hij heeft
Dorien ontvoerd. Doe wat en vind haar in plaats van zo tegen mij tekeer te
gaan.
- Inmiddels is ook Johan
binnengekomen en hij neemt Britt stevig in zijn armen.
- Johan: Luister nou
eens naar Simon, Britt. Hij heeft gezien wie het is.
- Britt; Zeg op Simon,
wie is het? Wie heeft Dorien meegenomen?
- Maar Simon wordt bang
van Britt haar boze uitval.
- Johan neemt Britt bij
haar gezonde arm en dirigeert haar mee naar het kantoor van Nadine.
- Johan: Britt, wees
eens een beetje redelijk. Je jaagt mijn zoon de stuipen op het lijf als je
zo tegen hem tekeer gaat.
- Britt; Sorry, maar ik
ben zo bang voor Dorien, wat er met haar gebeurt.
- Gelijk dan ook gaat de
telefoon op Nadine's bureau en Britt kijkt er verschrikt naar.
- Nadine loopt snel
binnen en neemt op en langzaam breekt er een glimlach door op haar gezicht.
- Britt: Zeg op !!! Is
ze gevonden? Vertel het me Nadine.
- Nadine reikt de
telefoon aan Britt die verwachtingsvol de haak aan haar oor legt.
- Britt; Ja?
- Dorien: Mama? Bent u
boos op mij?
- Britt; Meisje, waar
ben je? Is je niets overkomen? Waar ben je?
- Dorien: Ik sta bij de
buurvrouw. Er was niemand thuis en toen kon ik niet binnen.
- Britt; Blijf daar. We
komen gelijk naar huis. Is echt alles oké?
- Dorien: Ja. Maar kom
alsjeblieft snel naar huis want ik voel me bang en verdrietig.
- Britt; We zijn er zo
lieverd.
-
- Zonder verder nog wat
te zeggen rent ze weer buiten maar Johan houd haar weer tegen.
- Johan: Britt, wat is
er? Waar is ze?
- Britt: Bij de buren.
Ze kon er niet in. En ze is bang en ik wil direct naar haar toe.
- Johan: Dan geef mij de
sleutels, ik rijd.
-
- Weer thuis rent Britt
de trappen op en klopt hard op de deur van de buurvrouw en duwt die bijna
omver als ze opent. Ze stormt direct door naar de kamer waar Dorien
inmiddels met een glas limo op de bank zit.
- Dan neemt Britt
huilend haar dochtertje in haar armen en begint haar te zoenen en te
strelen.
- Britt; Kom, we gaan
gauw naar huis en dan ga je me alles vertelen wat er gebeurt is. (en tegen
de buurvrouw: goddank dat je er was. Heel erg bedankt dat je haar hebt
opgevangen, Trude)
-
- In huis gaan Britt en
Dorien op de bank zitten en begint Dorien te vertellen. Ze had de man zelfs
herkent. Het was Sam geweest.
- Britt; Sam? Sam, van
Tony?
- Dorien: Ja. Hij wilde
mij wat vragen maar was denk ik bang van Simon. Toen heeft hij me meegenomen
in zijn auto en later weer hier gebracht. Ik was wel even heel bang.
- Britt; Is er niets
gebeurt? Hij heeft niet aan je gezeten of zo?
- Dorien: Nee, hij zei
dat hij wilde praten. Over Tony, dat hij het erg vond en dat hij dacht dat
Tony dit gedaan had omdat ze ruzie hadden gemaakt.
- Britt; Maar waarom
heeft hij jou dan meegenomen en niet gewoon naar mij gebeld?
- Dorien: Hij zei dat
jij heel boos op hem was. En hij durfde niet te bellen.
- Britt; Zei hij nog wat
over Tony dan?
- Dorien: Dat hij het
erg vind wat er is gebeurt. Verder niet.
-
- Britt pakt haar gsm en
gaat opzoek naar het gsm nummer van Sam
- Ze laat de gsm over
gaan en er wordt opgenomen
- Sam : Sam de Groot
- Britt : Verdomme Sam.
Hoe haalt ge het in uw kop om mijn dochter mee te nemen!!!
- Ik zal je 1 ding
vertellen Sam .. ..had haar maar een iets overkomen en ik had je voor de
rechter gesleept, doktertje van niets!!!!
- Sam : Maar Britt ik
……….
- Britt : Ik wil het
niet eens horen!!
- Britt drukt haar gsm
boos uit
- Dorien : Was dat nu
echt nodig
- Britt : Dot hij heeft
je verdomme wel ontvoerd!
- Dorien : Zeg ik had
hem toch al eens gezien
- Op dat moment komt
Johan binnen samen met Simon
- Johan gaat naar Dorien
en geeft haar een knuffel
- Ook Simon neemt Dorien
in de armen en zegt heel blij te zijn dat er niets is gebeurt en dat ze
gelukkig weer terug is.
- Johan; Britt: Wat is
dat met jou en Sam? Waarom doe je zo boos tegen hem?
- Britt; Hij had .....
hij had mijn dochter ontvoerd.
- Johan: Hij wilde haar
wat vragen, omdat jij steeds zo boos tegen hem deed.
- Britt kan niet meer en
valt huilend in Johan's armen. Alle drukte en alle emotie, het werd haar
gewoon teveel.
- Dorien weet zich met
Britt ook geen houding te geven en loopt maar gelijk door naar haar
slaapkamer.
-
- Beneden legt Johan
Britt op de bank en legt een plaid over haar heen en gaat zelf op zijn knieën
voor haar zitten en streelt zachtjes over haar gezicht.
- Johan; Meisje toch,
wat is er allemaal met je aan de hand? Ik maak me zo zorgen om u.
- Britt:
Ach, Johan. Het doet zo pijn dat
Tony zo tegen me doet, en ik weet niet eens waarom.
- Johan; Morgenochtend
ga ik naar het ziekenhuis en dan probeer ik met haar te praten. Ik zal het
eten weer opwarmen en als je wat hebt gegeten moet je maar lekker gaan
slapen.
- Britt; Ik lust geen
eten. Ik wil niets. Alleen maar dat het goed komt met Tony.
- Hoewel Britt die avond
al heel vroeg op bed ligt komt er van slapen niet veel terecht. Telkens
maalt het door haar hoofd waarom of Tony nu van die brug af was gesprongen
en waarom of ze Britt niet meer wilde zien.
- Britt voelt zich ziek
en misselijk en gaat uit bed omdat ze moet klotsen.
- Daarna loopt ze naar
de kamer en gaat met opgetrokken knieën op de bank zitten en blijft daar
stilletjes zitten.
- Als Johan om half
zeven wakker word mist hij Britt en rent vlug naar de kamer. Tot zijn
geruststelling ziet hij dat ze op de bank zit, maar ze voelt ijzig koud aan.
- Johan: Britt, hoe lang
zit je hier al zo? Je bent helemaal ijskoud.
- Britt; Ik was al een
tijdje op.
- Johan: Kom, ga je even
douchen daar wordt je weer warm van.
- Britt; Ik wil naar
Tony.
- Johan; Als de kinderen
naar school zijn en we hebben ontbijt gehad dan ga ik naar het ziekenhuis,
dat heb ik je beloofd.
- Britt; Ik wil mee.
- Johan; Britt, ik denk
dat je dat misschien beter niet kunt doen. Ze zei uitdrukkelijk dat jij haar
niet meer mocht gaan zoeken. Ik probeer erachter te komen wat er is. Stel nu
dat ze heel depressief is of heel bang, dan willen we toch niet dat ze in
paniek gekke dingen gaat doen?
- Britt; Johan, zeg niet
zulke rare dingen.
- Johan: Maar ze heeft
toch al laten zien tot wat ze in staat is.
- Nu wordt Britt heel
boos en wil op Johan beginnen te slaan maar Johan neemt beschermend haar
handen vast en probeert om die wat warm te blazen.
- Johan: Ik geef om je
Britt. Ik hou van je. Het doet me verdriet om je zo te zien, maar ik zal zo
gaan en zien of ik Tony zover krijg dat ze jou ook wil spreken.
-
- Als Johan tegen half
negen vertrekt kruipt Britt maar weer in bed. Ze voelt zich ellendig en kan
de moed niet opbrengen om nog langer op te zijn.
- De kinderen blijven
tussen de middag over en dus hoeft ze daar geen rekeningen mee te houden.
- Omdat ze zo heel moe
is slaapt ze eindelijk, maar dan ook meteen een gat in de dag. En als de
kinderen om half vier thuiskomen, merkt ze pas dat Johan heel de dag al weg
is.
- Britt: Simon, moest
papa vandaag nog weer naar kantoor?
|