Winterse buien

Het was een hele koude winter. De koudste van de afgelopen 8 jaar. Het sneeuwde al meer dan een hele week en overdag kwam het kwik al lang niet meer boven het vriespunt. Dientengevolge waren er de nodige winterse problemen ontstaan zoals veel aanrijdingen en ongelukken door de gladheid, zwervers die bijna doodvroren omdat ze geen dak boven hun hoofd hadden, en de nodige branden omdat mensen op onverantwoorde wijze probeerden extra warmte in hun huizen te krijgen.
Nadine: Jeetje, dit worden nogal veel zaken, dames.
Tony: Man hé, zo koud is het nog nooit geweest. (zuchtend)
 
Dan komt Britt, al kuchend, kreunend en hoestend het teamlokaal binnengelopen...
Tony: Hey, partner, niet ziek worden hoor. Er komt veel werk op ons toe zegt Nadine.
Britt: Ik doe mijn best. Dorien loopt ook al zo te hoesten, die kon ik vanmorgen met moeite naar school krijgen. Ik besterf het zowat van de kou. Is er nog koffie om warm van te worden?
Maar als Tony haar een beker voorzet en ze wil gaan drinken spuugt ze die proestend weer uit.
Britt: Gatver Tony, dat spul kun je niemand voorzetten.
Tony: Wat is er mis mee?
Britt: Dat is koud en ik vroeg wat warms.
Tony: Koude koffie is goed om een verkoudheid te bestrijden heb ik me ooit eens laten vertellen.
Britt: Geef me maar een opdracht baas, misschien dat ik daarvoor warm kan lopen.
Nadine: Er komt net wat binnen, maar ik weet niet of je er warm voor loopt.
Tony: Wat is het?
Nadine: Zwerver dood gevonden onder de spoorbrug bij het Parkplein dichtbij St. Pieter.
Tony: Doodgevroren?
Nadine: Dat mogen jullie gaan uitzoeken. En rijd voorzichtig en trek je handschoenen en mutsen aan, ik wil geen zieke agenten hier rond hebben lopen.
Tony: Ja baas we gaan.
 
In de wagen is Britt alles behalve enthousiast. Weer de kou in,  en ze heeft al zo veel moeite om op temperatuur te komen. Ondanks de gladde wegen en de aanhoudende sneeuwbuien gaan toch nog heel veel mensen met de auto op pad, wat het verkeer er niet veiliger op maakt.
Een afstand van nog geen twee en een halve kilometer doen ze drie kwartier over en al glijdend komt Tony tot stilstand. In dit hondenweer gaat niemand graag naar buiten en gelukkig zijn er dan ook weinig kijkers die hun voor de voeten lopen.
Britt: Wie heeft die man gevonden?
Agent: Die mevrouw daar (wijzend op een  vrouw die een grote tas met zich meesjouwt alsof dat haar hele hebben en houden is)
Britt: Wat is uw naam?
Maar ze krijgt geen antwoord.
Nogmaals: Kent u die man?
Weer geen antwoord. Britt begint nu al haar geduld te verliezen. Staat ze daar buiten te vernikkelen van de kou doet de getuige geen mond open.
Tony (fluisterend tegen Britt) Misschien is ze wel doofstom?
Britt: Ook dat nog.
Tony: Ik zei misschien, ik zei niet dat het ook zo was. Zullen we haar meenemen naar het bureau zodat ze wat kan opwarmen en daarna misschien wat meer wil praten?
Britt: GRAAG! (opgelucht)
 
Britt en Tony nemen de vrouw mee naar het commissariaat, en geven haar een warme koffie.
Britt: Over een kwartiertje komen we weer terug.
De vrouw knikt en begint langzaam haar koffie op te drinken.
 
Tony: Nou, doof is ze in elk geval dan niet.
Britt: Ik hoop dat ze niet stom is, anders zitten we hier nog uren. Hé, das dan wel een voordeel, met zulk koud weer. (glimlachend)
 
Maar dan weer moet Britt hoesten en kuchen...
Nadine: Britt? Ben je ziek aan het worden?
Britt: Misschien. (zuchtend)
Nadine: Als het niet gaat moet je naar huis gaan, hoor.
Tony: Ja, en ik dan?
Nadine: Ooit gehoord van achterstallige PV's? (lachend)
Tony: Britt, ga maar naar huis dan. Dan warmen mijn vingers op. (lachend/plagend)
Britt: Nee. Nu heb ik net weer een beetje warm, nu ga ik niet weer door die koude naar huis gaan, hoor. Zo meteen krijg ik nog een ongeluk. (lachend/hoestend)
Nadine: Maar we mogen het risico niet lopen dat je een van de mensen die je verhoort besmet, Britt.
Britt: Gaat het daarom? Over het werk? Is dat belangrijker dan mijn gezondheid? (snauwend/slecht gezint)
Tony: Zo bedoelde Nadine het niet, Britt. Dat weet je ook wel. (streng)
Britt: Het spijt me, Nadine. Ik ben gewoon slecht gezint door dat rotweer.
Tony: En volgens de weerman gaat het nog weken verder gaan, zulk weer.
Britt zucht luid.
Britt: Kan ik niet gewoon vrijaf nemen voor die weken? (zuchtend)
Nadine: Tja... Als je zoveel vrije dagen had zou je het wel kunnen, ja, maar tja... Je dagen zijn bijna op, hè Britt? (lachend)
Britt: Ach, bij het nieuwe jaar, dat binnenkort toch begint, krijg ik weer veel dagen bij. (lachend)
Nadine: Das ook weer waar. (lachend)
Britt: Misschien hebben we nu wel een witte Kerst. (dromerig/zuchtend)
Tony: Jaja, en dat lekker vieren met Johan in bed. (lachend)
Britt: Nou ja... (beetje rood)
Nadine: Gaan jullie die getuige nog ondervragen?
Britt: We zijn onderweg. Wel dikke kans bij dat ze stom is, maar goed.
Nadine: Britt... (waarschuwend)
Tony: Britt bedoelt 'stom' niet als scheldwoord, hoor, baas. Volgens ons kan die vrouw niet praten.
Nadine: Ook dat weer... Nou ja, zie maar wat je ermee doet. (zuchtend/glimlachend)
 
Dus beginnen Britt en Tony met het verhoor van de 'stomme' vrouw...
In het verhoor merken ze gelukkig al gauw dat de vrouw niet stom was. Door de kou had de vrouw vanmorgen nauwelijks kunnen praten, en Tony's observatie dat de vrouw zelf ook een zwerfster was, was een goede observatie gebleken.
Tony: Wilt u uw naam geven?
Vrouw: Die heb ik niet meer.
Tony: Ja hoor, iedereen heeft een naam.
Vrouw: Maar niemand noemt mij ooit dus ik heb hem niet nodig.
Tony: Wij kunnen hem noemen als u hem ons geeft (heel vriendelijk)
Vrouw: Zou u dat willen doen? (en een heel bescheiden maar dankbaar lachje breekt door op het gezicht van de vrouw). Vroeger noemde ik Yvette, Yvette van Dongen.
Britt: Dus Yvette, wat weet jij van die man die vanmorgen onder de brug gevonden is?
Yvette: Dat hij dood leek.
Britt: Kende jij hem?
Yvette: Had hem wel eens gezien, maar wat is kennen tegenwoordig in zo'n grote stad?
Tony: Weet jij hoe lang hij al op de straat leefde?
Yvette: Hij had wel eens gezegd dat hij "buiten" was nadat de kinderen groot genoeg waren om voor zichzelf te zorgen. Zijn vrouw was dood gegaan en hij heeft ze alle vijf alleen opgevoed. Hij was best wel heel lief.
Britt: Ik denk dat jij hem best wel goed gekend hebt. Maar wij willen graag zijn naam.
Yvette: Waarom dan toch? Die man wil rust en laat hem nu maar.
Britt begon hier nogal geprikkeld van te raken en dus wenkte Tony haar even mee naar de gang.
Tony: Britt wat is er met jou? Die vrouw doet goed haar best en dan reageer jij zo prikkelbaar.
Britt: Laat ze nou gewoon zeggen hoe hij heet, dan kunnen wij de kinderen verwittigen en is de zaak af.
Tony: En dan: Bedankt Yvette, je kunt weer gaan. De straat weer op ??
Britt: Ik weet ook niet wat ik met haar moet.
Tony: Ga jij eens even een tablet nemen en wat drinken. Ik praat nog even verder met haar dan zie ik je zo weer.
 
In het lokaal ziet Nadine dat Britt alleen terug komt uit het verhoor.
Nadine: Britt , al klaar?
Britt: Ik mag er van Tony niet meer bij blijven.
Nadine: Waarom niet?
Britt: Ze denkt dat ik geen geduld heb met die vrouw.
Nadine: Weet je al iets van die man?
Britt: Nee, niets. Ja eigenlijk wel, dat hij vijf kinderen alleen heeft opgevoed toen zijn vrouw is overleden en daarna naar "buiten " is gegaan zoals die vrouw zegt.
Nadine: Wat weet je van haar?
Britt: Dat ze ook buiten leeft en dat ze Yvette van Dongen heet.
Nadine: Kijk dan eens in het Rijksregister of er wat bekend is.
 
En zo zet Britt zich achter de computer, maar met haar verkouden en waterdoorlopen ogen is dat een waar Salomonsoordeel. Ze moet turen en staren om goed wat te kunnen zien, maar slaagt er uiteindelijk in de naam Yvette van Dongen boven te krijgen.
Ook Yvette was dierbaren verloren en daarna zo ongeveer van de kaart verdwenen. Britt schrok er wel een beetje van. Zelf had ze Mark verloren en dus had het haar ook kunnen overkomen om op straat te (moeten?) gaan leven. Gelukkig had ze Dorien gehad om voor te zorgen en de lieve een geduldige zorg van haar moeder en haar vrienden, anders ......
Ze probeerde de gedachte van zich af te schudden maar het lukte niet echt. Mark speelde weer veel door haar hoofd de laatste dagen. De kerst kwam er aan en dan oud en nieuw. Die nacht, nu zo'n vier jaar geleden was ze ineens, zomaar weduwe geworden. En nog steeds was de moordenaar van Mark niet gevonden. Britt merkte dat ze emotioneel werd en liep vlug naar de toiletten waar ze in stilte een potje ging zitten huilen.
Inmiddels was Tony klaar met het verhoor en had ze de informatie die ze nodig had. Ze had ook al met de opvang van daklozen gebeld en daar kwam nu iemand van om Yvette op te halen, zodat die in elk geval niet in de kou en de sneeuw tijdens de feestdagen op straat hoefde te leven.
Daarna ging ze op zoek naar Britt en vond die in de toiletten. Aan Britt haar gezicht zag je geen verschil tussen de behuilde ogen of de verkoudheid, maar Tony wist wel beter.
Tony: 't Is Mark, is het niet?
Britt: Waarom moet dat nu weer zo opspelen? Heb je gezien wat er over die Yvette in de Rijksregisters staat? Dat zij ook een dierbaar iemand is verloren en daarna is gaan zwerven. Dat had mij ook kunnen overkomen toen Mark stierf.
Tony: Maar het is jou niet overkomen, jij hebt mensen om je heen die jou nodig hebben, mensen waar je van houd. Dat had Yvette niet. Haar man en kindje zijn bij een auto-ongeval om het leven gekomen en zij is toen in een diepe depressie gekomen en heeft altijd een schuldgevoel overgehouden dat zij wel is blijven leven en haar man en kind niet. Zwerven is nooit haar keuze geweest maar ze kon niet meer gewoon in deze harde en harteloze maatschappij leven.
Britt: En die man die gevonden is? Heeft ze daar wat over gezegd?
Tony: Ja, maar zullen we naar het lokaal gaan want hier begint het ook al koud te worden en ik lust wel een kop koffie.
Britt: Ik ook, als die WARM is.
Aan het bureau verteld Tony het verhaal van de mannelijke zwerver. Hij heette Geert DuBois. Was nog maar 43 jaar en had, zoals gezegd in zijn eentje 5 kinderen opgevoed. Vroeger was hij leraar geweest aan het atheneum. Zijn leerlingen spraken altijd vol lof over hem. “Weet je dat Pasmans zelfs nog les van hem heeft gehad?”
Britt: Onze Pasmans?
Tony: Ja, die. Maar goed. Geerts vrouw heeft een hersenbloeding gehad toen het jongste kindje vier was. Daarna heeft ze nog een tijdje, met hulp een beetje kunnen herstellen maar daarna werd ze heel zwak en heeft meerdere nieuwe bloedingen gehad en is overleden. Haar kinderen waren toen 6, 7, een tweeling van 11 , en de oudste Derek van 14 jaar.
Tony ziet hoe Britt een vreselijke rilling krijgt als ze dit hoort.
Tony: Wil ik het je verder vertellen of ga je nu toch maar naar huis om uit te zieken?
Britt: Vertel maar verder. Het veranderd niets aan de situatie als ik weg ga.
Tony. Bon, Geert heeft dus de kinderen alleen opgevoed. En heel goed volgens Yvette.
Britt: Kende zij hem dan wel?
Tony: Nee, ze hebben elkaar op het kerkhof leren kennen en zijn met elkaar aan de praat geraakt. Een soort van soul-mates, allebei hun geliefden kwijt raken, weet je wel.
Wel, toen Derek van school af was is hij medicijnen gaan studeren. Hij was best goed. Maar omdat het gezin al zo weinig had heeft hij een vakantiebaantje genomen om wat geld te sparen zodat ze eens op vakantie zouden kunnen. En toen is het gebeurd. Alle kinderen zijn bij een auto-ongeval om het leven gekomen. Geert was kapot, kon zich niet meer vinden in de wereld waar volgens hem geen gerechtigheid meer bestond.
 
Britt: Wat erg voor die man.  Al zijn kinderen en zijn vrouw kwijt raken.
Tony: Ja, ik zou het niet graag meemaken.
Britt: Nee.
Tony: Ca va?
Britt: Ja ja het gaat wel. Word gewoon ziek denk ik.
Tony: Ik hoop het niet voor je.
Britt: Nee, maar goed, wat kunnen we nu doen?
Tony: Wachten op het autopsierapport om te kijken of hij wel echt doodgevroren is.
Britt: Oké zullen we dan nu maar PV's doen?
Tony: Nee.
Britt: Wat nee?
Tony: Het autopsierapport komt pas morgen dus jij gaat nu naar huis en u bed in want dan kan je morgen weer komen weken.
Britt: Tony ik ben geen klein kind.
Tony: Dat zie ik want kleine kinderen hadden allang in bed gelegen.
Britt: Hahaha, nee ik blijf hier. Ik ga niet weer door die kou.
Tony: Dan moet je het zelf weten maar ik heb je gewaarschuwd en als ik ook ziek wordt ik weet je te vinden.
Britt: Ik word al bang.
Tony: Da's goed.
Vanwege de kou gaan ze niet naar de Combi voor hun lunch. In plaats daarvan had Tony al haar boterhammetjes meegenomen van huis. Britt hield het op alleen een extra kop koffie, en daarna weer verder met het papierwerk tot Nadine ze riep.
Nadine: Auto-ongeval onder het Keizersviaduct bij de Keizerspoort. Gaan jullie erheen? Mogelijk is de wagen te water geraakt, ik zal de brandweer ook laten komen en het MUG team.
 
Britt: Gadver, alweer de kou in, wat heb ik de balen.
Tony: Ik weet nu wel dat je dit weer niet leuk vind, maar je hoeft me dat niet elke keer te herinneren hoor.
Britt: (beetje boos) Nou, dan houd ik mijn mond wel dicht.
Tony: Je kunt toch nog wel over leuke dingen vertellen, zoals over jullie plannen voor de kerst of zo.
Britt: We hebben geen plannen. Johan gaat met zijn zoontje naar Frankrijk naar zijn ouders toe. Die wonen daar sinds ongeveer een jaar en zien Johan en Simon nog maar weinig. Nu willen ze dat in de vakantie gaan inhalen.
Tony: En jij en Dorien mogen niet mee?
Britt: Slimmerd, ik moet werken met de kerst en met oud en nieuw .....
Tony: Sorry Britt dat ik erover begon.
Britt: Laat maar. Ik vind het toch te moeilijk om over te praten.
Eindelijk geraken ze op het aangegeven adres en zien daar al een aardige ravage aan aangereden auto's liggen. Een staat er tegen het viaduct aan gedrukt en twee zitten vast in elkaar. Een derde auto hangt vervaarlijk met de voorkant over de kade en neigt naar beneden te storten het ijskoude water in.
Vlug lopen Britt en Tony eropaf om te zien of er nog mensen in de auto zitten.
Britt hoort een vrouw huilen en ziet dan dat er ook nog een baby in de auto zit. Even wordt ze naar en weeïg in haar buik.
Britt: Verdorie, waar blijft de brandweer? We moeten die vrouw en die baby zien te redden.
Tony buigt zich voorover om de vrouw geruststellend toe te spreken.
Vrouw: Help me. Red mijn kind, help me dan !!
Voorzichtig probeert Tony het portier te openen en als dat gelukt is reikt ze de vrouw haar hand om haar te helpen uitstappen.
Dan leunt ze over de zitting om de baby te pakken en met het nodige kunst en vliegwerk krijgt ze die ook veilig uit het autostoeltje en geeft die over aan Britt die met een hele blijde en gelukkige glimlach het kindje aanneemt. En net als Tony zich weer vooroverbuigt om de verzorgingstas van de baby te pakken begint de auto te schuiven en dondert alsnog de Schelde in, Tony met zich meetrekkend.
Britt: NEEEEE!!!!!!! TONY !!!!!!!!!!!!!!!
Vlug geeft ze de baby aan de moeder en probeert over de kaderand te zien waar Tony is gebleven.
Net dan komt de brandweer er aan, maar die moeten eerst nog hun uitrusting in orde maken. Britt heeft het niet meer van de zenuwen en roept ze toe dat ze op moeten schieten omdat haar collega in de auto zit die onder is gegaan. Het beangstigd Britt dat Tony nog niet weer boven is gekomen en ze haalt zich allerlei nare beelden in haar hoofd dat Tony misschien bewusteloos is geraakt of vast is komen te zitten zodat ze er niet meer uit kan.
Eindelijk is de duiker dan zover dat hij het water in kan en Britt heeft bijna de neiging om met hem mee te gaan. Bloedje zenuwachtig leunt ze zelf ook vervaarlijk over de kaderand maar wordt door de brandweercommandant terug op vaste wal gezet.
Britt: Maar dat is mijn partner.
Commandant: We hebben een man beneden en die zal zijn werk heus wel goed doen. Wij moeten zorgen dat er niet meer slachtoffers vallen.
Nu begint Britt heel hard te huilen. "Slachtoffers??"
Na een kleine minuut hoort en ziet Britt de bubbels van de duiker weer bovenkomen. En ze ziet dat die Tony bij zich heeft die snel door de andere brandweermannen wordt aangenomen en op de kade op een stretcher wordt gelegd. Haar lippen zijn helemaal blauw en ze ademt niet. In paniek loopt Britt weg. Dit kan ze niet aanzien, niet haar partner die zo maar voor haar ogen verdrinkt.
Op de straat wordt Tony gereanimeerd en nadat ze geïntubeerd is wordt ze snel overgebracht naar het ziekenhuis.
Britt is helemaal de kluts kwijt en weet echt niet meer wat ze moet doen. De brandweercommandant heeft dat in de gaten en roept via zijn centrale op dat er ondersteuning moet komen om Britt op te vangen en te begeleiden.
Britt: Ik moet naar Tony. (volledig in paniek)
Arwen: Mevrouw?
Britt: Help me, ik moet naar Tony... (volledig in paniek)
Arwen: Mevrouw, wordt eerst eens rustig.
 
Arwen, een psychologe, neemt Britt in haar armen en wrijft zachtjes over haar rug, om haar te kalmeren.
Maar dit heeft net een averechts effect op Britt...
Britt: Nee, laat me los!!! Ik moet naar Tony!!
Arwen: Mevrouw als u rustig wordt dan kunnen we naar Tony toe.
Britt: Ik ben rustig.
Arwen: Nee dat bent u niet.
Na 10 minuten is Britt rustig en gaan ze naar het ziekenhuis.
 
Britt: Hallo waar ligt TonyDierickx?
Mevrouw: Ze zijn nog met haar bezig. U kunt in de wachtkamer wachten.
Britt: Oké bedankt.
Britt en Arwen wachten meer dan een uur en ondertussen praten ze wat met elkaar.
Dan komt er een dokter aangelopen.
Britt: En dokter gaat ze het halen?
Dokter: Ik denk het wel. Haar kwetsuren zijn niet zo erg.
Britt haalt al opgelucht adem.
Dokter: Maar ik zou nog niet meteen 'hoera' gaan roepen, mevrouw. Mevrouw Dierickx is een paar minuten onder water geweest, daardoor waren haar lippen helemaal blauw. U zag haar ook niet meer ademen? Dat komt door het koude water. Maar haar hart werkte nog heel goed. Dus wij denken dat ze veel onderkoeld is, door die paar minuten in de Schelde gelegen te hebben. We hebben haar nu toegedekt met warme dekens, warme kompressen opgelegd en voorlopig mag ze alleen warme dranken drinken. (vriendelijk)
Britt: Mag ik naar haar toe? (zenuwachtig)
Dokter: Natuurlijk. Mevrouw Dierickx is zelfs al bij bewustzijn. (glimlachend)
Britt: Dank u, dokter. (opgelucht)
Britt wil al snel naar Tony's kamer rennen...
Dokter: Kamer 405 !!
Britt: Bedankt!
Arwen loopt snel achter haar aan en houdt haar tegen voor Tony's deur...
Britt: Wat scheelt er nou? (zenuwachtig)
Arwen: Ik zal eerst gaan kijken hoe ze eruit ziet dan kan ik je daar op voorbereiden.
Britt: Waarom?
Arwen: Omdat je net ook al helemaal overstuur was en dan heeft Tony niks aan je.
Britt: Oké ga maar eerst.
Arwen loopt de kamer van Tony in en komt meteen weer terug.
Britt: En??
Arwen: Het valt wel mee ze is wit en ze heeft het duidelijk koud.
Britt: Mag ik nu gaan?
Arwen: Ga maar.
Britt loopt Tony's kamer in...
Britt schrikt ontzettend en wil al terug naar buiten lopen, maar Arwen houdt haar tegen.
Arwen: Eerst dag zeggen tegen Tony, Britt. (streng)
Britt: Ik wil weg, laat me gaan. (bang)
Arwen: Rustig maar, ik ben bij je. (geruststellend)
Britt twijfelt nog even, maar loopt dan verder Tony's kamer in...
Britt: Dag tony.
Tony: Dag.
Britt: Hoe gaat het?
Tony: Koud.
Britt: Je zal straks wel weer warmer worden.
Tony: Oké.
Britt: Je hebt twee levens gered Tony
Tony: Echt??
Britt: Ja je heb een vrouw en een baby uit de auto gehaald.
Tony: O ja ik weet het weer.
Tony: (met rillende stem) Is het goed gekomen met die vrouw en dat kindje?
Britt: Dankzij jou Tony.
Tony: En met jou dan? Want voor ik onder ging hoorde ik jou heel hard roepen. Alles goed met je?
Britt: Ja hoor (onzeker klinkend)
Arwen: Hoi, ik ben Arwen, dienstpsycholoog. Ik ben opgeroepen om Britt wat te steunen. Ze was behoorlijk geschrokken, maar we hebben even gepraat en ik denk dat het wel goed komt. Als er wat is Britt, hier is mijn nummer. Bel gerust, en als jij niet belt, dan bel ik jou over een paar dagen nog eens. Beterschap Tony. (en dan vertrekt hij weer)
Tony: Kom eens hier zitten Britt. Vertel eens, waarom raakte jij zo in paniek, dat ken ik niet van jou.
Britt: Het zag er zo eng uit en je kwam niet meer boven, en toen je boven water kwam toen ademde je niet. En ik moest weer denken aan Mark en en..... (en daar huilde ze weer heen)
Tony: (haar armen geruststellend om Britt heen leggend) Het gaat wel goed komen Britt. Ik heb het barstend koud nu, maar verder ben ik oké zegt de dokter. Een nachtje hier voor observatie en morgen ben ik er weer. Doe even je tranen af want ik zie liever je glimlachend gezicht.
Britt: Oh, Tony, hoe kun jij nou zo gemakkelijk doen? Je was bijna verdronken..
Tony: Er is wel meer voor nodig om een Dierickx er onder te krijgen hoor. Ga nu maar, ik wil even gaan slapen en proberen wat warm te worden. Wil je me vanavond nog even bellen?
Britt: Slaap lekker Tony, en beterschap. Oké?
Maar Tony is al vertrokken naar dromenland.
 
Britt gaat terug naar het commissariaat om haar PV te schrijven, maar ze komt niet aan het typen toe. Nadine roept haar in het kantoortje en wil tekst en uitleg van wat er vanmiddag is gebeurt. Het kost Britt moeite om niet weer emotioneel te worden als ze verteld van de reddingsactie die Tony heeft verricht en dat toen de auto toch nog te water is geraakt.
Nadine: Is het erg met Tony?
Britt: De dokter zegt dat het wel meevalt. Een nacht ter observatie. Ik kan vanavond nog eens bellen hoe het er mee gaat.
Nadine: Nou, dan kun je wel naar huis.
Britt: Nee, ik moet die papieren van die zwerver en van Yvette nog uitwerken.
Nadine: Die lopen niet weg. Je hebt vandaag genoeg op je bordje gehad. Vooruit naar huis en vanavond vroeg onder de wol.
Britt: Maar baas...
Nadine: Ga je niet vrijwillig?
Britt: Oké ik ga al.
 
Als ze thuiskomt ziet ze dat Lieve er is. De school had haar opgebeld om Dorien op te halen. Die was toch ziek geworden en werd nu thuis door Lieve verzorgd.
Lieve: Ze had koorts en ik heb haar een tabletje gedaan en goed laten drinken. Ze slaapt nu al vanaf drie uur.
Britt: Heel erg bedankt Lieve, dat je haar hebt opgehaald en verzorgd.
Als ik morgen moet werken en Dorien nog ziek is, wil je dan wel oppassen?
Lieve: Ja hoor, ik moet toch nog leren voor mijn tentamens en hier is het tenminste lekker rustig.
Britt: Je bent een schat. Bedankt en nog een fijne avond.
Britt is wel blij dat Dorien lekker slaapt, want dan hoeft ze niet te koken, daar heeft ze na alle narigheid van vandaag helemaal geen zin aan. Ze wil even op de bank gaan liggen uitrusten maar valt al snel in slaap.
Om negen uur schrikt ze wakker van de telefoon.
Tony: Hey, mooie partner ben jij. Ik dacht dat je nog zou bellen?
Britt: Sorry, op de bank in slaap gevallen.
Tony: Ook ziek aan het worden?
Britt: Nee, gewoon heel erg moe. Ik geloof dat ik zo maar naar bed ga. Zal ik morgenvroeg voor het werk even bij je langs komen?
Tony: Is goed. Slaap lekker en tot morgen.
 
Die nacht drijft Britt zo'n beetje het bed uit van de koorts, maar ze wil zich niet laten kennen. Na een verfrissende douche, en met een paar tabletten op gaat ze toch aan het werk. Ze kan de zorg voor Dorien met een gerust hart aan Lieve overlaten.
In het ziekenhuis zit Tony al klaar om weg te gaan.
Britt: Mag je al weg van de dokter?
Tony: Tuurlijk, ik ben een lastige klant. De stad heeft wel wat anders voor mij te doen dan op mijn kont in bed te liggen. Ik heb uit voorzorg antibiotica gekregen en moet een paar dagen mijn temperatuur meten. Verder is alles oké. Even naar de boot om schone kleding te halen en dan gaan we naar het commissariaat.
 
Daar is Nadine verrast, maar blij dat Tony er weer is.
Op Tony's bureau ligt inmiddels het verslag van de autopsie: de man (Geert) is overleden nadat hij een slag op zijn hoofd had gekregen. Hierdoor was hij niet meer in staat geweest om een onderkomen te zoeken zodat hij de nacht in hele lage temperaturen buiten was geweest. De combinatie van de klap op zijn hoofd en de lage temperatuur hadden zijn doodvonnis geweest.
Tony: Dan is het moord, en moeten we een dader zien te vinden.
Britt: Heeft Yvette iets gezien?
Tony: We kunnen haar gaan bezoeken in dat daklozen opvanghuis.
Britt: Ja laten we dat maar gaan doen.
Britt en Tony rijden naar het daklozen opvanghuis.
Yvette: Hallo. Zijn jullie er weer?
Tony: We willen even...kuch..kuch.
Britt: We willen even met je praten.
Yvette: Ja dat kan daar.
Britt: Tony ça va?
Tony: Ja ja.
Yvette: Wat willen jullie weten???
Britt: Die man van gisteren is overleden door een slag op het hoofd en de lage tempratuur. Heb jij misschien iets gezien?
Yvette: Nee ik heb niks gezien ik heb hem daar zien liggen meer niet.
Tony: Weet u het zeker?
Yvette: Ja heel zeker.
Britt: Oké bedankt.
Britt en Tony lopen weer naar de auto.
Britt: Geloof jij haar??
Tony: Uhm wat??
Britt: Gaat het echt wel?
Tony: Ja ja wat zei je nou?
Britt: Geloof jij haar als ze zegt dat ze niks gezien heeft?
Tony: Ja ik denk het wel.
Britt: Oké dan ben ik bang dat we vast zitten in de zaak.
Tony: We kunnen eens in de buurt van die brug gaan kijken.
Britt: Ja dat kan, maar is dat niet te koud voor jou?
Tony: Britt alsjeblieft, ik zeg het wel als er wat is oké?
Britt: Oké oké.
Britt en Tony rijden terug naar de plek waar de man is gevonden.
Britt: Waarmee is hij dan tegen het hoofd geslagen?
Tony: Weet niet. Ik zal daar eens gaan kijken, kijk jij dan even of je andere zwervers ziet die iets gezien kunnen hebben?
Britt: Ja is goed.
Tony gaat kijken of ze iets ziet liggen waarmee de man geslagen kan zijn maar vind niks.
Britt heeft ondertussen een zwerver gevonden.
Britt: Goedendag politie. Er is hier gisteren een man gevonden. Heeft u misschien iets gezien?
Man: Nee ik heb niks gezien.
Britt: Kent u misschien andere mensen die iets gezien kunnen hebben?
Man: Nee maar dan moet u ‘s avonds eens terug komen want dan komen ze allemaal hierheen om te slapen.
Britt: Oké bedankt voor de tip.
Britt loopt weer terug naar Tony.
Britt: En??
Tony: Niks en bij jouw?
Britt: Die man heeft niks gezien maar volgens hem moeten we ‘s avonds terug komen want dan komen al die zwervers hier om te slapen.
Tony zucht diep...
Tony: Vanavond dus terugkomen?
Britt: Ja. En ik denk dat het het beste is als we ons onder hen mengen...
Tony: Je bedoelt... Oude kledij aantrekken, hier ongeveer tegelijk met hen aankomen en dan bevriezen van de koude? (zuchtend)
Britt: Als je het zo opvat. (lachend/hoestend/kuchend)
 
Zowel Britt als Tony gingen eerst weer naar huis, en elk kroop even in bed om in elk geval goed warm en uitgerust te zijn als ze zouden beginnen aan hun avondopdracht.
Britt werd tegen half zeven gewekt door Lieve die weer terug was gekomen en ook maar even voor een maaltijd had gezorgd. Dorien had de hele dag door geslapen en begon nu wat wakkerder te worden.
Dorien: Hoi mam, bent u nog niet ziek?
Britt: Nee gelukkig niet.
Dorien: Waarom heb je dan je pyjama aan?
Britt: Ik heb vanmiddag wat geslapen en moet straks aan het werk.
Dorien: Moet ik dan alleen blijven?
Britt: Nee lieverd, Lieve is hier en ik probeer het niet te laat te maken.
Britt heeft moeite met de maaltijd. Haar keel begint nu toch wel dik te voelen en haar verkoudheid ontneemt haar bijna haar hele smaak.
 
Om half zeven loopt ze op weg naar het parkje nabij het Parkplein, waar de overleden zwerver was gevonden. Door de gladheid viel ze wel drie keer en haar knieën deden behoorlijk pijn. Aangekomen wilde ze zich meteen op een bankje zetten om haar benen wat te ontlasten, maar zag dat de bankjes al in beslag waren genomen door zwervers die er provisorisch een bed van hadden gemaakt. Met kranten en dozen probeerden ze om zich wat tegen de kou en de sneeuw te beschermen. Het deed Britt pijn te zien dat in een land van overvloed de mensen zo armlastig konden zijn.
Ondertussen keek ze steeds uit of ze Tony al zag maar toen die er om acht uur nog niet was belde ze toch maar even op.
Tony: Sorry, overslapen. Ben al onderweg en laat de wagen in de koningin Astridlaan staan. Ze geloven me vast niet dat ik zwerver ben en een grote auto heb.
Om half negen kwam Tony ook eindelijk de straat over glibberen en probeerde naast Britt te komen, die een plaatsje had weten te bemachtigen bij een geïmproviseerde vuurkorf.
Tony: Jongens wat is het koud vandaag.
Zwerver: Al de hele tijd hoor, of ben je nog niet zo lang buiten?
Tony: Ik kon steeds nog wel wat vinden om de nacht te zijn, maar het wordt erg druk nu de gemeente alles afsluit waar je eerst in kon gaan liggen voor de nacht.
Zwerver: Hier heb je ook geen geluk.
Britt: Hoe zo niet?
Zwerver: Kans dat je kop eraf gaat.
Tony: Dat meen je?
Zwerver: Voorgisteren nog, heb je dat niet gehoord? Die man die liep hier sinds een half jaar, jaartje misschien. Zomaar de kop ingeslagen en aan zijn lot overgelaten.
Britt: En jij hebt dat gezien?
Zwerver: Wie zal het zeggen.
Britt: Ik hoop dat jij me dat zegt.
Zwerver: Wat is het je waard?
Britt: Hoe zo?
Zwerver: Ik wil er wel iets warms voor terug. Heb je geen fles bij je of zo?
Tony: En waar zal ze het geld van hebben, slimmerd?
Zwerver: Dan niet. (en hij draait zich om en wil weg lopen)
Britt: Ik heb wel wat, maar we moeten delen. Het is al wat ik heb, en ik wil vannacht ook wel warm gaan slapen.
Tony kijkt haar even vreemd aan. Britt drank bij zich in de dienst???
Britt: Hier neem maar wat, misschien komt je geheugen dan wat terug.
De zwerver neemt het aan en begint spontaan te praten, dat hij hier eergisteren een jonge knaap had zien lopen; geen zwerver, daar zag hij er veel te netjes voor uit. Hij had Geert in de gaten gehouden en gevolgd en toen Geert eindelijk een bankje voor de nacht had gevonden had hij hem met een kei tegen zijn hoofd geklopt, wel drie keer. Toen had hij de jas opengetrokken en gekeken of Geert nog ergens geld of een portemonaie had verstopt. Omdat hij niets had kunnen vinden was hij kwaad geworden en had daarna nog een paar keer op Geert’s hoofd geslagen met de kei en was daarna weggelopen.
Tony: En jij hebt dat zien gebeuren? En niets gedaan?
Zwerver: Zeg, al heb ik geen huis, ik wil nog wel leven hoor.
Britt: Hoe zag die jongen eruit? Neem trouwens nog een slok, als je zo lang buiten bent word je gauw koud.
Zwerver: Hij was ongeveer een meter zeventig groot, magertjes, en droeg zo'n hele dure jas, met zo'n stick erop, je weet wel, zo'n Nike ding. Rood. En hij had bergschoenen aan, zodat hij geen koude voeten kreeg.
Tony: En zijn gezicht? Had hij handschoenen aan?
Zwerver: Zijt ge van de politie, ge zijt zo nieuwsgierig.
Britt: Ja, en wij staan hier onze tenen af te vriezen om erachter te komen wie dat gedaan heeft. Als je meewerkt kunnen we die man oppakken en hebben jullie iets meer geruststelling.
Zwerver: Het was geen man, eerder zo'n snotjong, een jaar of zeventien, achttien misschien.
Britt: Waar ging hij heen, welke kant op?
Zwerver: Onder de brug door en toen rechts af de Sint Denijslaan in. Ik heb een stukje gevolgd en zag hem een huis in gaan.
Tony: Kun je ons dat wijzen?
Zwerver: Als jullie mij beschermen misschien. En als jullie een fatsoenlijk plaats voor me hebben voor de nacht.
Britt: Loop eens mee en wijs ons dat. Ik zal je mijn kaartje geven en als je over een uurtje of zo aan de Belfortstraat komt zal ik wat voor je regelen.
De zwerver liep met hun mee de Sint Denijslaan in en wees hun het huis aan waar hij de jongen binnen had zien gaan. Net op dat moment kwam echter de jongen ook naar buiten en als een speer ging de zwerver er vandoor.
Tony: Shit, we moeten een getekende verklaring hebben.
Britt: Die komt wel naar het bureau. Die heeft het koud en wil graag dat plekje voor de nacht. Ik zweer je dat hij er straks is.
Ineens dook Tony languit op een bankje en ze siste dat Britt zich achter een auto moest verstoppen. De knaap kwam hun kant op en Tony probeerde zich als potentieel slachtoffer op te stellen. En ze kregen nog beet ook. Maar met dat de knaap aan Tony begon te trekken schoot Britt overeind om haar te helpen en wilde de jongen in de boeien slaan, maar hij verzette zich nogal zodat Britt weer op haar zere knie viel, maar Tony nam het over van haar en sloot snel de andere boei om de andere pols en werkte hem naar de grond.
Britt riep een combi op om hem op te laten halen. Maar door de sneeuw en de gladheid duurde dat dik drie kwartier en het was zo stervens koud buiten dat Britt en Tony het gevoel hadden dat hun tenen en vingers eraf vroren.
Daarna terugglibberen naar de koningin Astridlaan om de eigen auto te halen en dan ook naar de Belfortstraat.
Britt: Eindelijk binnen. Nog even en ik was vastgevroren.
Tony: Koffie?
Britt: Zeker weten.
Tony haalt de koffie.
Britt kijkt snel naar haar knieën en ziet dat deze alle twee bloeden...
Britt: Shit, hè. Ook dat nog. (zuchtend)
Tony: Oei... Daarmee moet je naar de dokter, Britt.
Britt: Och neen, ik ga niet weer door de koude. (sissend/zuchtend)
Tony: Dan laten we de dokter hier komen. (simpel)
Britt: Je gaat die arme man toch niet uit zijn bed roepen, voor 2 knieën? (zuchtend)
Tony: Maar, Britt...
Britt: Niets te maren.
Tony: Je knieën moeten verzorgd worden en daarmee uit. Desnoods doe ik het zelf.
Britt: Dat kan je niet. Neen, ik zal het bloed wel even wegwassen.
Britt wil opstaan om naar de toiletten te lopen, maar net als ze wil opstaan zakt ze van pijn terug op haar stoel...
Tony: Wat had ik je gezegd? (zuchtend/glimlachend)
Britt: Oké oké maar niet de dokter, jij mag het doen.
Tony: Oké ga even de verbanddoos halen ben zo terug.
Tony haalt snel de verbanddoos en maakt Britt's knieën schoon en verbind ze.
Britt: En wachten op die zwerver.
Tony: Ja als hij nog komt.
Britt: Tony wat zou jij doen als je een zwerver was en de kans kreeg om warm te slapen.
Tony: Dat weet ik niet want ik ben gelukkig geen zwerver.
 Na 5 minuten is de zwerver aangekomen en hij wijst de gearresteerde man nog een keer aan als de dader.
Britt: Oké bedankt. Als u hier nog even wil tekenen.
Zwerver: Denkt u nou echt dat ik een handtekening heb?
Britt: Zet dan gewoon even je naam of zo.
De man schrijft zijn naam en Britt en Tony besluiten om de arrestant nog een nachtje in de cel te laten en hem morgen te verhoren.
Tony: En wat doen we met die zwerver?
Britt: Wacht, uh meneer u kunt in een cel slapen.
Man: Ja dan kan ik net zo goed op een bankje slapen.
Britt: Oké dan gaat u met mijn collega mee naar huis.
Tony: Britt!!!!!!
Britt: Tot morgen Tony.
En Britt loopt weg.
Tony: Let niet op haar, die heeft last van de kou en van haar knieën. Ik bel wel even of het opvanghuis nog een plaatsje voor u heeft.
En zo is dat dan ook weer geregeld.
 
Tony baant zich weer een weg naar huis en kruipt direct onder de wol. Ze is op. Ze heeft pijn bij het ademen en mogelijk toch ook wel wat verhoging, maar daar wil ze nu niets van weten. Slapen, is al wat ze wil.
 
Britt heeft andermaal een beroerde nacht. Dorien was weer opnieuw koortsig geworden en voelde zich zo ziek dat ze alleen maar wilde gaan slapen als ze bij Britt in bed mocht.
De andere morgen zag ze er dan ook niet uit, maar een moeder, en zeker een werkende moeder heeft geen tijd om ziek te zijn. Dorien leek in de nacht het ergste te hebben uitgezweet en ze voelde zich weer goed genoeg om naar school te gaan.
Dorien: Ik moet wel, want we oefenen voor de kerstmusical en jij komt toch ook?
Britt: Bij het oefenen?
Dorien: Nee dommerd, bij de uitvoering.
Britt: Wanneer was dat ook weer?
Dorien: Morgen om half zeven, en daarna hebben we vakantie.
Britt: Weet je zeker dat je naar school kunt? Ik kan je niet over een half uurtje weer ophalen hoor.
Dorien: Ik ben weer beter.
 
Op het commissariaat wacht Nadine Britt al op.
Nadine: Britt, in mijn kantoor graag.
Britt: Wat is er?
Nadine: Ik hoorde dat jullie een mogelijke dader hebben opgepakt. Hoe heb je dat klaar gespeeld?
Britt: Ons op gelijk niveau begeven. We zijn tussen die zwervers gaan staan en een heeft ons de dader aangewezen.
Nadine: En verder, want je loopt of je een bezemsteel aan je knieën hebt zitten?
Britt: Ben gisteren uitgegleden in de sneeuw en heb een zere knie.
Nadine: Kun je er mee werken?
Britt: Moet wel.
Nadine: Als het niet gaat hoor ik van je, oké?
 
Nu Tony er ook is kunnen ze de verdachte gaan verhoren. En die is allerminst coöperatief. Hij begint al met weigeren van zijn naam te zeggen. Dan wil hij ongevraagd een sigaret opsteken en begint ook nog eens te schelden tegen Britt.
Tony ziet dat Britt het moeilijk heeft en vraagt haar even mee op de gang.
Tony: Britt, kun je dit nu wel aan?
Britt: Tony, begin jij nu niet ook nog, wil je? Eén overbezorgde Nadine is genoeg. Kom laten we hem laten praten en dan overdragen aan de onderzoeksrechter. Met een beetje mazzel zit hij met de kerst er lekker warm bij in het gevang.
En na meer dan anderhalf uur zagen en bakkeleien hebben ze eindelijk een bekentenis van de jongen, John genaamd.
Tony: John, met wat geluk krijg jij dit jaar een staatsviering voor de kerst. Je kunt nu terug naar beneden en we informeren de onderzoeksrechter en dan ga je over naar de Nieuwe Wandeling.
 
Britt: Zal ik het verhoor even snel uittypen?
Tony: Als jij zegt snel, dan heel graag. Dan zal ik koffie voor je halen.
Terug met de koffie voor Britt en een thee voor zichzelf zet Tony zich aan haar bureau.
Tony: Ik moet straks nog even weg. Zal ik op de terugweg even wat broodjes meenemen?
Britt: Is goed. Waar moet je heen?
Tony: Helemaal niet nieuwsgierig, wel?
Britt: gewoon belangstellend.
 
Als Tony om half twee met de broodjes terug komt en ze net aan tafel zitten in de kantine worden ze weer door Nadine op pad gestuurd.
Tony: Zeg, kunnen die anderen ook eens wat doen. Wij lopen de god ganse dag met deze kou op straat en nu is de lol er echt wel een beetje af.
Nadine: Sorry, dat het crapuul je niet vooraf om toestemming vraagt, maar er is nu eenmaal veel werk aan de winkel. Overval op een juwelier aan de Kalanderberg. Je kunt het beste lopend gaan, want alles zit daar vast onder aangevroren sneeuw.
En weer moeten ze de kou in. Britt krijgt meteen een witte neus als ze haar hoofd buiten steekt.
Britt: Waar moest je net zo nodig heen?
Tony: Ben even bij de dokter geweest.
Britt: En?
Tony: En wat?
Britt: En wat zei die? Het ging toch beter?
Tony: Andere antibiotica. Deze hielp niet echt goed.
Britt: Je bent ziek en moet naar huis.
Tony: Ik red het wel. Het slijm komt nu goed los en met deze medicijnen zijn die beestjes zo weg. Trouwens als wij zoveel buiten zijn verdwijnen die bacteriën vanzelf. Die gaan niet in de kou zitten hoor.
En ineens begint ze heel hard te hoesten en te rochelen, zo zwaar dat Britt het er zelfs benauwd van krijgt. Dan moet ze spugen en ziet tot haar schrik dat het slijm groen en rood gekleurd is. Ze schrikt zich een ongeluk en schopt er gauw wat sneeuw over zodat Britt het niet kan zien.
Wat later bij de juwelier zien ze dat de overvallers heel zorgvuldig hun slag hebben geslagen.
Zo vlak voor de kerst stijgt de recette behoorlijk en daar hadden ze blijkbaar rekening mee gehouden. De juwelier was in elkaar geslagen en  de eerste medewerker was bedreigt geweest met een mes. De schade zou zo ongeveer tegen de veertigduizend euro bedragen, afgezien van de schade aan de winkel en het ziekteverzuim door het personeel.
Nadat ook hier de getuigen verhoren hadden plaats gevonden konden Britt en Tony weer door de kou gaan lopen. Ineens zag Tony Johan lopen en riep hem naar zich toe.
Britt: Tony, we zijn in dienst en kunnen hier niet gaan socializen.
Tony: Ik doe dit voor mijn werk. Heb je zin aan een lekkere kop koffie? Ik trakteer.
En zo zaten ze met zijn drieën even uit te blazen onder het genot van een echte lekker kop koffie. Johan was wat stilletjes. Hij voelde zich duidelijk verlegen met de situatie. Toen hij na een kwartiertje opstond liep Britt even met hem mee.
Het ging best lekker in hun relatie, en af en toe bleven ze ook bij elkaar slapen, maar Britt vond het heel jammer dat hij er niet was met kerst en oud en nieuw.
Britt: Zie ik je voor die tijd dan nog?
Johan: Morgen na de kerstmusical? Zal ik jullie dan ophalen en dan kunnen jullie bij ons blijven slapen.
Britt: (met glinster oogjes) Is goed Johan. Tot morgen.
Tony: Weer iets wat ik niet mag weten?
Britt: We hebben gewoon afgesproken voor morgen, meer niets hoor.
 
En zo ging het de hele dag door met aangiftes, overvallen, ongelukken. Als er een dienst in de stad het druk had met deze dagen dan was het wel de politie. Iedereen draaide het maximale aantal uren. En men werkte zelfs nog wat langer want niemand wilde met de kerst terugkomen om PV's te typen. Niemand, behalve die vier pechvogels die dit jaar geloot hadden wie er wachtdienst hadden met de kerst. En een van die pechvogels was Britt.
De donderdag was de musical, en Britt had de vrijdag vrij gevraagd zodat ze met Dorien wat leuks kon doen omdat ze al met de kerst moest werken. Zondag zou Johan vertrekken en ze wilde eigenlijk ook nog wel een beetje bij hem zijn.
Alhoewel Britt zich eigenlijk steeds grieperiger begon te voelen kon ze heerlijk genieten van de musical. En 's avonds nadien had Johan het thuis heel gezellig gemaakt, met mooie sfeerverlichting, een gezellig muziekje, lekkere hapjes en alvast wat kerstcadeaus, omdat hij er dinsdag met de kerst niet zou zijn.
Zijn zorgzaamheid ontroerde Britt en af en toe moest ze even een traantje wegpinken. Nadat de kinderen op bed waren wilde Johan ook niet meer zo lang wachten en hij leidde Britt mee naar de slaapkamer en ze begonnen aan hun eigen speciale kerstnacht. Britt genoot met overgave. Johan had het in zich om Britt perfect gelukkig te laten zijn.
 
De volgende ochtend werd hun uitslaappoging ruw verstoord toen Dorien en Simon al om negen uur hun slaapkamer binnen denderden.
Simon: Papa, mag Dorien met ons mee naar opa en oma? Anders heb ik in de vakantie niemand om mee te spelen. Toe dan, alsjeblieft?
Johan: Hu? Wat zeg je? Ik ben nog niet eens wakker.
Simon: Of Dorien mee mag?
Johan: Wat een vraag op dit uur van de dag.
Nu begon Britt ook wakker te worden.
Britt: Wat een herrie zo vroeg op de ochtend.
Dorien: Mama, Simon vraagt of ik met hem mee mag naar zijn opa en oma anders heeft hij niemand te spelen en u moet toch werken.
Britt: Jeetje, zo vroeg kan ik daar nog niet over denken.
Gaan jullie je eerst eens douchen en aankleden dan zie ik later wel.
Johan: En zet dan ook vast de ontbijttafel als jullie toch zoveel haast hebben.
Johan zag dat Britt zich met starende ogen teruglegde in de kussens en langzaam kreeg ze tranen in haar ogen.
Johan: Wat is er lieverd?
Britt: Dorien met jullie mee?
Johan: Vertrouw je dat niet?
Britt: Jawel, maar ... ze is nog nooit  alleen weggeweest.
Johan: Zie je er tegen op om met kerst alleen te zijn?
Britt: Ja, wel een beetje. Ik ben ook nog nooit alleen geweest met kerst. Ze heeft wel gelijk dat ik moet werken, maar het voelt zo raar.
Johan: Als je even wilt huilen Britt mag dat wel (en hij nam haar liefdevol in zijn armen en Britt liet in zijn veilige geborgenheid haar tranen de vrije loop).
Johan: Al ben ik helemaal in Zuid Frankrijk, ik zal elk moment van de dag aan je denken, en ik zal je ook missen. Maar weet je, ik zie mijn ouders anders ook maar weinig en ze willen graag zien hoe het nu met Simon gaat, nadat wij gescheiden zijn.
Britt: Het is goed Johan, je familie is belangrijk.
Johan: Maar jij bent ook bijna familie. Ik zou heel graag willen dat je mee kon. Is er niemand die je dienst over kan nemen?
Britt: Sorry, al een half jaar geleden geloot. De anderen hadden het ook al eens gedaan en nu is het nou eenmaal mijn beurt.
Het zal niet zo heel gemakkelijk zijn, maar ik zal me er wel doorheen slaan. En anders ga ik Tony wel lastig vallen als die geen lief over de vloer heeft.
En door haar tranen heen probeerde Britt al weer een beetje te lachen.
Britt: Ik zal me eens toonbaar maken en mijn dochter zo gaan verrassen.
Johan: Ze mag mee??? Britt je bent een engel. Zowel voor Simon als voor mij. Heel erg lief dat je dat er voor over hebt.
Britt: Beloof me dat je me volgend voorjaar een keer meeneemt om aan je ouders voorgesteld te worden.
Johan: Dat beloof ik, en nog veel meer.
En daarna gingen ze samen onder de douche en hadden plezier alsof ze kinderen waren.
Toen ze in de kamer terug kwamen zaten Simon en Dorien meewarig hun hoofden te schudden. Die hadden al lang in de gaten hoe verliefd Britt en Johan op elkaar waren.
Britt: Dorien,  we hebben gisteren al een hele mooie voorkerst gehad, vind je niet?
Dorien: Ja, ik vond het supergaaf.
Britt: Maar ik heb nog een verrassing voor je.
Dorien: Wat dan????
Britt: Als je wilt, en als je je netjes gedraagt mag je met Simon en Johan mee op vakantie.
Simon: Joepie. Dat wordt een gave vakantie
Maar Dorien keek niet eens zo blij.
Britt: Wat is er Dorien, vind je het niet leuk?
Dorien: Ik vind het niet leuk dat jij dan helemaal alleen moet blijven. Papa is er ook al niet meer, en als ik ook weg ben, dan ben jij helemaal alleen.
Britt: Maar meisje, ik dacht dat je het leuk vond om met Simon mee te gaan.
Dorien: Dat is ook wel leuk, maar. ...
Johan: Ze heeft me beloofd heel goed voor zichzelf te zorgen, en misschien gaat ze ook nog wel naar Tony toe als ze niet moet werken.
Dorien: Is dat zo mama?
Britt: Ja. Ik moet werken en dan kan ik na de tijd mooi bij Tony gaan eten of zo en gezellig kletsen.
En dan vliegen Dorien en Simon haar beiden gelijk om de hals.
Dorien en Simon: U bent de gaafste mama die er is.
Johan: Dat is nog eens een prachtig compliment.
Britt: Dat is het mooiste kerstcadeau wat ik me zou kunnen wensen,  twee kinderen die me heel lief vinden.
Johan: En hun vader dan?
Britt: Vind die mij dan ook lief?
Johan: Kom eens hier dan zal ik het je laten zien.
Simon en Dorien: Gatver, wat klef worden jullie zeg.
 
En zo vertrekt op zondag het gezelschap naar Frankrijk en gaat Britt een eenzame kerst tegemoet.
Tony moet de maandag nog wel weken tot drie uur maar heeft daarna vrij tot 28 december.
Net voor drie uur komt Nadine het lokaal binnen. Ze houd een kleine toespraak voor haar teamleden. Ze prijst hun harde werken van het hele jaar en in het bijzonder deze weken. Ze hoopt dat iedereen een fijne kerst heeft en een beetje kan uitrusten opdat ze daarna met volle energie verder kunnen werken. Voor de geluksvogels die vakantie hebben wenst ze een behouden thuiskomst, zonder botbreuken van het skiën. Ook heeft ze voor iedereen een klein cadeautje gekocht. Heel toepasselijk voor de ontvanger, en dus met zorg uitgezocht.
Britt krijgt een luxe leren agenda en is daar heel trots op.
Nadien wisselt iedereen zijn cadeautjes met elkaar uit. Het was al een beetje een gewoonte geworden om elkaar met de kerst een kleinigheidje te geven.
In opperbeste stemming worden de kerstgroeten uitgewisseld en vertrekt de een na de ander naar huis.
 
Tony: Ga je nog even mee wat drinken bij de Combi?
Britt: Niet zoveel zin aan nu.
Tony: Je mist Dorien, is het niet?
Britt: Ja.
Tony: Kom dan toch even mee. Even je zinnen een beetje verzetten.
Maar ook aan die gezelligheid komt een einde en rond negen uur gaat Britt alleen naar huis. Ze voelt zich heel eenzaam en leeg. Bijna net zo leeg als die nacht dat ze te horen kreeg dat Mark was overleden.
Thuis nam ze een lange hete douche en rolde daarna gelijk het bed in. Ze wilde eens een nacht echt lekker lang kunnen slapen. Gelukkig hoefde ze de andere dag pas om tien uur beginnen, en dat sliep altijd al een stuk rustiger.
Maar om twaalf uur ging de telefoon.
Met een zwaar hoofd nam ze op, maar haar lach kwam direct terug toen ze de vrolijke stem van Dorien hoorde die haar een vrolijk kerstfeest wenste. Ze sprak met Johan, Simon en Dorien en leverde zo weer ruim een uur van haar nachtrust in. Maar ze ging nu blij en gelukkig slapen.
Nog voor ze in slaap valt denkt Britt gelukkig... 'Ik hou zoveel van mijn dochter, Simon en mijn vriend...'
 
De volgende dag om 10 uur komt Britt een beetje gelukkig het kantoor binnengestapt...
 
Britt groet de aanwezigen en wenst ze een vrolijke kerst toe en zet zich aan haar bureau om de nachtrapporten door te lezen. De nacht was behoudens enkele incidenten van geluidsoverlast betrekkelijk rustig geweest, maar nog maar net een kop koffie verder begon het gedonder al weer.
Na de hoogmis waren er bij de kerk wat botsingen en aanrijdingen geweest en dat was uitgelopen op een behoorlijke vechtpartij. Britt moest er nu heen om de boel te sussen.
Het sneeuwde nu niet meer, maar er lag genoeg sneeuw om nog steeds hinder van te hebben en het was bovendien nog steeds erg koud. Het vroor nu nog 7° alhoewel het rond het middaguur was.
Heel voorzichtig manoeuvreerde Britt de wagen door de straten en was met een half uurtje bij de volksoploop.
Gelukkig waren er geen gewonden en door Brit's tussenkomst kon worden voorkomen dat hier een veldslag zou ontstaan.
Later op in de middag werd bijstand van de politie gevraagd op het Rabot: Familiedrama mogelijk met gewonden.
Britt zuchtte eens diep en dacht: Dag schone kerst, hier ga je.
Samen met Peter reed ze naar het Rabot en daar troffen ze wilde taferelen aan. In de flat was behoorlijk huisgehouden en ze konden op de galerij al horen dat er binnen een gillende vrouw en huilende kinderen waren. Ineens zag Britt een stoel door de ruiten vliegen en vlug bukte ze zich om die te ontwijken.
Uiteraard kwam er op hun geklop en geroep geen reactie dus belde Britt voor ondersteuning van het interventie team. Hier zouden ze niet met zijn twee naar binnen gaan. Dat leek veel te gevaarlijk.
Na vijftien minuten was het team compleet en omdat er nog niet werd gereageerd werd de deur van de flat geforceerd zodat ze binnen konden komen. Netjes volgens interventie voorschrift trokken ze twee aan twee met getrokken wapens binnen. Britt werd getroffen door het schreiende beeld van een huilende moeder met twee krijsende kindjes op haar arm terwijl de man met een honkbalknuppel liep te zwaaien.
Britt: Leg neer die knuppel.
Maar de man reageerde niet, hij was finaal door het dolle heen.
Britt: (nogmaals, maar nu veel luider) Ik zeg leg neer die knuppel.
Woest draaide de man zich om en stormde op haar af. In een fractie van een seconde had hij haar te pakken. Hij duwde haar de knuppel tegen de keel en zette Britt vast tegen de muur en duwde zo hard dat Britt bijna geen lucht meer kreeg. Ze had haar wapen laten vallen en probeerde de knuppel weg te duwen maar kreeg er geen beweging in. Ineens klonk er een schot en liet de man de knuppel los en zakte voor Britt haar voeten in elkaar. Britt zelf zakte ook naar beneden, stikkend benauwd en diep zuchtend om vooral adem binnen te krijgen.
Een andere agent lag bovenop de vrouw. Zij had het wapen van Britt opgenomen en op haar man geschoten. Het was een grote ravage in de flat.
Peter liep op Britt af en informeerde of het wel ging. Britt stond nog stijf van de schrik maar ook nu deed ze zich weer beter voor dan ze was. De man was gewond geraakt aan zijn been en werd door een ambulance meegenomen terwijl de vrouw geboeid werd overgebracht naar het politiebureau en de kinderen tijdelijk onder toezicht van de kinderopvang kwamen.
Het verhoor leverde al gauw de nodige informatie op. De man was kort voor de kerst ontslagen en voelde zich falen als echtgenoot en vader. Dat was hem dubbel ingewreven door zijn vrouw die direct de dag daarop al met een andere vent had gevreeën. Nu had de man de kinderen mee willen nemen en weg willen gaan  maar de vrouw was hierop volledig door het lint gegaan.
Terwijl Britt ijverig de PV's aan het uitwerken was en met Peter overlegde wie de onderzoeksrechter zou informeren kwam Guy Mares van het Intern Toezicht ook al binnen gewandeld.
Guy: Jullie houden zeker niet van een rustige kerst? En gunnen die een ander ook niet?
Britt: Waar heeft u het over?
Guy: U hebt uw wapen verloren en daar is mee geschoten. En er is een gewonde gevallen. Gelukkig geen dode.
Britt: Ik werd bijna doodgedrukt, ja.
Guy: Zullen we even rustig in het verhoor gaan zitten, mijn collega komt er ook aan en dan nemen we even uw verklaring op.
Britt was (van binnen) ontzettend kwaad, maar wist dat ze zich moest zien te beheersen want deze jongens konden met een pennenstreek je hele carrière vernielen.
Compleet doorgezaagd kwam Britt om half vijf weer uit het verhoor. Ze kreeg de mededeling dat er mogelijk een vervolgonderzoek zou komen en dat haar leidinggevende en de hoofdcommissaris op de hoogte zouden worden gebracht van dit incident.
 
Britt baalde als een stekker en bij haar waren de kerstgedachtes op slag geheel verdwenen. Peter probeerde haar nog wat op te beuren, maar het haalde niets uit.
In plaats van nog even bij Tony langs te gaan ging ze rechtstreeks naar huis en liet zich daar huilend op de bank vallen en bleef daar zo liggen tot ze om half tien naar bed ging.
Maar ze ligt nog uren wakker en vraagt zich af  “Wat heb ik in godsnaam verkeerd gedaan in dit leven?”
Tegen 2 uur valt ze uiteindelijk uitgeput in slaap...
 
De volgende dag heeft ze barstende hoofdpijn. Tot haar schrik ziet ze dat het al kwart voor 8 is...
Britt: Shit! (vloekend)
Ze springt uit bed, neemt een pijnstiller in en smeert snel een boterham, die ze onderweg wel op eet.
Voorzichtig rijdt ze naar het commissariaat. Maar voor ze daar is, ziet ze een lifter staan.
Britt stopt even en laat de lifter bij haar instappen.
 
Britt: Waar moet u zijn? (vriendelijk)
Lifter: Kunt u mij in het stad afzetten?
Britt: Ik kom daar wel niet voorbij, maar ik zal even omrijden. (glimlachend/vriendelijk)
Lifter: Das ontzettend vriendelijk van u. (opgelucht)
Maar nog voor Britt goed en wel weer op weg is, gebied de lifter (Fernando, een Italiaan) haar te stoppen.
 
Britt: Maar...
Fernando: STOPPEN! (boos)
Britt stopt de auto en ziet tot haar schrik dat Fernando een wapen in zijn handen heeft... Een mes……
Fernando: Stoppen zeg ik.
Britt: Wat is hier aan de hand? (en dan schrikt ze nog harder als Fernando het mes op haar wang legt en de punt bijna haar rechteroog raakt)
Fernando: Vriend in gevangenis voor jou man. Hij niet gedaan. Ander iemand.
Britt: De moordenaar is nooit opgepakt, dat kan dus niet.
Fernando drukt nog wat harder op het mes en er komt wat bloed uit het dunne sneetje dat hij gemaakt heeft.
Fernando: Jij zoeken en dan vriend vrij. Vriend niet vrij, jij dood als man.
En om zijn woorden kracht bij te zetten snijd hij met het mes in Britt haar hand en het bloed loopt eruit. Dan stapt hij uit de auto en loopt snel weg, een hevig geschrokken en huilende Britt achterlatend.
Britt wikkelt een zakdoek om haar hand en blijft verbouwereerd en huilend over het stuur gebogen in de auto zitten.
Na een tijdje wordt er op de autoruit geklopt en Britt schrikt zich weer het apezuur. Als ze opkijkt ziet ze Tony naast de auto staan.
Die is zo geschrokken van Britt haar behuilde gezicht dat ze vlug om de auto heen loopt en op de bijrijderstoel gaat zitten.
Tony: In hemelsnaam Britt, wat is er gebeurt?
Britt: (happend naar adem en nog steeds huilend) Ik,  ik ..... help me Tony. Ik ben zo bang.
Tony: Wat is er dan?
Britt: Hij, hij heeft me bedreigt.
Tony: Wie?
Britt: Weet ik niet. Een lifter. Hij zei dat ik moest stoppen en ineens zette hij een mes op mijn gezicht. Hij zei dat ik .....de moordenaar van .....Mark .....moest vinden anders zou ik .....eraan gaan. Zijn vriend zit nu ....in het gevang daarvoor, maar...... dat kan helemaal niet, want ze hebben nooit een aanhouding of veroordeling ....gedaan inzake Mark zijn dood.
Tony neemt Britt in de armen om haar te troosten en dan lijkt Britt helemaal in te storten.
Tony: Ik breng je terug naar huis, zo ga jij niet werken.
Britt: Ik ga niet naar huis. Ik ga werken. Thuis word ik gek als ik hier aan denk, en bovendien heb ik dienst. Jij hebt vrij en je ziet er ziek uit dus JIJ gaat naar huis.
Tony: Niks ervan. Ik heb gister de hele dag geslapen en het gaat al veel beter (Maar dat is niet echt waar want ze begint direct weer zwaar te hoesten).
Na een partijtje bakkeleien rijdt Britt Tony naar haar boot en laat haar beloven thuis te blijven. Zelf gaat ze naar het commissariaat en duikt meteen het archief in om te zien of er wat bekend is van het onderzoek naar Mark's dood. Uiteraard kan ze niets vinden want Mark was bij de Rijkswacht en die hebben in die tijd hun eigen onderzoek gedaan. Zelf zat ze toen ook bij de Rijkswacht, maar ze twijfelt of ze nog inzage kan krijgen in dat onderzoek. Maar niet geschoten is in elk geval mis dus belt ze naar de Rijkswacht in Brussel waar ze in die tijd werkte. Maar zoals verwacht krijgt ze niets los.
Met haar gedachten is ze er vandaag niet bij. Gelukkig is het nu een stuk rustiger dan gisteren en hoeft ze niet om de haverklap de straat op.
Tegen twaalf uur krijgt ze een telefoontje van Dorien die haar uitgebreid verteld hoe gaaf de vakantie is, en dat ze zijn gaan skiën en dat Simon zijn oma heel aardig is. Uiteraard staat Johan erbij en Britt kan hem horen lachen om Dorien's opgewektheid. Johan komt ook zelf nog aan de telefoon en verteld haar hoe vreselijk veel hij haar mist, en dat zijn ouders heel graag kennis met haar willen maken. Ze zijn dolenthousiast over Dorien, daar moet wel een hele lieve moeder bijhoren.
In Johan's enthousiasme merkt hij niet dat Britt wat somber klinkt, en Britt is daar maar wat blij om. Ze wil hun vakantieplezier niet bederven. Ze zegt hem dan ook niet wat haar deze ochtend is overkomen.
Net na twee uur belt Tony haar op om te vragen of ze na het werk langs komt dan kunnen ze samen wat eten. Britt wil het afwenden maar daar neemt Tony geen genoegen mee.
Tegen half zes is Britt eindelijk bij Tony die er ook allerminst gezond uit ziet.
Britt: Heb je nog koorts?
Tony: Beetje.
Britt: Hoeveel?
Tony: Beetje zeg ik toch.
Britt: Hoeveel? (streng)
Tony: 38.9 graden, nu tevreden? (ziek)
Britt krijgt Tony zover dat ze weer haar bed inkruipt. Dan gaat Britt maar weer naar huis, maar onderweg komt ze dezelfde lifter tegen en durft niet te weigeren en laat hem weer instappen...
 
Fernando: Al gezocht? (streng)
Britt: J...a... (bang)
Fernando zet het mes op Britt's buik...
Fernando: Iets gevonden? (streng)
Britt: Neeeen.... (doodsbang)
Fernando zet meer en meer druk op het mes, zoveel dat Britt een stekende pijn voelt...
Britt: Hou op, alstublieft, u doet me pijn... (snikkend)
Fernando: U krijgt nog 1 uur... We spreken over een uur af aan het commissariaat... Owee als u er niet bent... (dreigend)
Britt geraakt helemaal in paniek, begint volledig in paniek op het commissariaat alle dossiers te controleren maar vindt, uiteraard, niks...
 
Een uurtje later aan het commissariaat, komt Fernando op Britt afgestapt...
Britt: Ik heb mijn best gedaan maar kan hier niets vinden. Ik wil morgen aan mijn baas vragen of zij informatie kan krijgen, maar alsjeblieft doe me niets.
Fernando: Ik jou gewaarschuwd. Jij voelen wat ik bedoel?
Britt: Nee, niet doen (als hij haar weer het mes voorhoud)
Fernando duwt Britt het verhoor in en sluit de deur in het slot. Britt is doodsbenauwd als Fernando op haar af komt stappen.
Fernando: ZITTEN JIJ. Ik jou zeggen. Vriend van mij heeft niet gedaan wat politie zegt. Hij wel in gevangenis. Jou man dood. Jij ook als jij man niet zoekt die dit gedaan.
Britt: Maar de moordenaar is nooit opgepakt heb ik toch gezegd!
En vervaarlijk zwaait Fernando het mes voor Britt haar ogen.
Fernando: Hier is brief met naam. Jij zoeken en praten. Ik jou bellen over drie dagen. Jij zeggen man gepakt, dan goed, anders .... ...
En met een oorverdovende klap jast hij het mes keihard in het tafelblad.
Dan staat hij op en loopt naar de deur. Daar draait hij zich nog eens om en grijnst eens naar Britt.
Britt: Hoe heet je eigenlijk? En hoe heet je vriend, dan zal ik zien wat ik voor jullie kan doen.
Fernando: Vriend is Alexandro DiLuigi. Is in gevangenis in Brussel. Ik Fernando, dat is genoeg.
 
Nadat hij weg is gegaan probeert Britt een verslag te maken van wat haar is overkomen vandaag. Daarna wil ze het liefst weg hier, maar alleen naar huis ziet ze niet echt zitten. Ze geeft zichzelf nog even uitstel van executie door eerst bij Tony langs te gaan om te zien hoe die er aan toe is.
Tony: Jij hebt goede invloed op mensen. Nadat ik ben gaan slapen voel ik me een stuk beter. En jij? Jij loopt ook al meer dan een week tegen de griep aan te hangen, wil het nog niet doorzetten of wil je niet toegeven?
Britt: Ik denk dat het wel overwaait.
Tony: Zullen we even wat gaan drinken in de kamer?
Britt: Jij blijft lekker nog een paar dagen in bed en ziekt eens heel goed uit. Dat gore Scheldewater heeft je vorige week geen goed gedaan. Hoest je nog bloed op?
Tony: Hoe weet jij dat nou?
Britt: Ik zag het toen we op de Kalanderberg liepen. Je probeerde het te verbergen maar ik had het al gezien.
Tony: Nee, dat is nu over. Eerlijk. Ik heb maandag de dokter nog gezien en die zegt dat ik de goede kant uit ga. Ik ben bijna koortsvrij.
Britt: Vanmiddag had je nog 38.9  en nu dan?
Tony: Weet ik niet, maar het lijkt me minder.
Britt: Meten is weten (en ze geeft Tony de thermometer aan)
Na een aantal minuten krijgt Britt die terug.
Britt: Beter zei je?  39.8° is dus echt niet beter. Ik ga nu de dokter bellen.
Tony: Nee, ik wil geen dokter meer zien.
Britt: (die al haar energie in Tony stopt zodat ze niet aan haar eigen problemen hoeft te denken) Ik bel dus wel en blijf hier tot hij is geweest.
Tony: Weet jij wel wat het kost als zo'n man op 2e kerstdag huisbezoeken af moet leggen?
Britt: Ja, dat kost € 54,65 per visite. Heb je daar een probleem mee?
Tony: Dat is een hoop geld waar je ook andere dingen van kan doen.
Britt: Dingen die belangrijker zijn dan je gezondheid?
Tony is door de koorts eigenlijk op van al dat geruzie. Ze is hartstikke moe en begint spontaan te huilen.
Britt: He meisje, niet huilen. Je gaat wel beter worden. Daar zijn de dokters voor. Voor zo'n honorarium mag je wel verwachten dat ze iets goeds doen.
Tony: Dat weet ik ook wel, maar ik wil geen ruzie met jou. Ik baal er zo van dat ik ziek ben en helemaal niet aan jou gedacht heb met de kerst toen jij moest werken en verder helemaal alleen thuis was. Ik had graag samen met jou de kerst gevierd maar dat is helemaal mislukt. Sorry Britt.
Britt: Er komen nog wel meer kerstmissen, en anders halen we toch gewoon in als je beter bent. Maar eerst moet je dan wel beter worden.
Ik laat even de dokter binnen, die zal er zo wel aankomen.
Dokter: Het gaat nog steeds niet beter met mevrouw Dierickx?
Britt: Nog steeds koorts, net nog 39.8°.
Dokter: Hoest ze nog sputum op?
Britt: Ja, maar niet meer zoveel, en ze zei dat er geen bloed meer bij zit.
Dokter: Dat verwachtte ik ook niet. Dat was een reactie van de longen vorige week toen ze onder water had gelegen. Misschien is zij gewoon minder gevoelig voor de antibiotica die ik haar heb gegeven. Ik zal haar even gaan onderzoeken. Kunt u morgen met haar naar het ziekenhuis voor een longfoto en een bloedtest?
Britt: Doe ik.
Nadat Tony was onderzocht wilde Britt weer vertrekken maar Tony vroeg haar om te blijven, ze voelde zich angstig want ze was benauwd door de forse longontsteking.
Britt zorgde ervoor dat Tony wat rechterop in bed kwam te zitten en deed een raam open zodat ze de koude, maar wel schone lucht van buiten kon inademen. Na een poosje werd Tony rustiger en viel in slaap.
Britt legde zich op de bank en probeerde ook te slapen. Dat dat niet lukte na zo'n dag als vandaag was helemaal niet verwonderlijk.
Ze was blij dat het zeven uur was. Vlug ging ze bij Tony kijken die ook net wakker werd.
Britt: Tony, ik ga even bij mijn huis langs om schone kleren te halen en dan kom ik terug om met je naar het ziekenhuis te gaan.
Tony: Maar ik wil niet. Ik heb geen koorts meer.
(Tony had echt een grondige hekel aan ziekenhuizen maar met Britt in haar buurt kon ze er niet onderuit)
 
Na het polibezoek vertelde de arts dat ze tegen de middag een voorlopige uitslag zouden hebben die kon aangeven of ze de goede medicijnen hadden. Zo nodig zouden ze dat bijstellen, maar het zag er nu toch wel beter uit dan enkele dagen geleden.
Britt bracht Tony weer naar de boot en ging toen weer aan het werk.
 
Nadine was ook terug van kerstverlof en riep Britt binnen voor het verslag van de kerst. (uiteraard had ze zich al wel ingelezen, maar ze vond het ook prettig om het rechtstreeks van de oudste van dienst te horen. Bovendien had ze behoefte aan een praatje met Britt)
Nadine: Ik heb net nog even de verslagen doorgelezen, en er lag een merkwaardige bij, Britt... (vriendelijk)
Britt zucht diep, omdat ze weet over welk verslag het gaat...
Nadine: Zal ik eens voor je bij de Rijkswacht vragen? Mij kennen ze misschien nog en vermits ik nu commissaris ben...
Britt: Maar wilt u de situatie waarom niet vertellen? Ik ben zo bang van die Fernando, Nadine... Ik...
Nadine: Ik zeg niks. (glimlachend/vriendelijk)
Britt haalt opgelucht adem...
Britt: Bedankt. (zacht)
Nadine: Goed... Wanneer belt hij je weer?
Britt: Overmorgen... (zuchtend)
Maar plots gaat Britt's gsm af...
Britt: Britt.
Stem: Fernando hier. Had geen tijd om te wachten. Jij nu hier komen. Havendok 5. Nu meteen. Tot zo, anders... (dreigend)
Britt: Ik... Ik kom...
Dan legt Fernando in en ook Britt haakt in.
Nadine: En? (nieuwsgierig/bezorgd)
Britt legt alles uit. Vanbruane besluit haar te volgen en haar te beschermen indien nodig, maar ze zorgt er wel voor dat Fernando haar niet kan zien...
Wanneer ze aangekomen zijn, loopt Britt met een bang hartje op Fernando af, die met zijn mes staat te zwaaien...
 
 
Britt moet ineens heel hard hoesten en begint bijna te kokhalzen. Ze schud eens flink met haar hoofd en probeert haar angst onder controle te krijgen. Z