Winterse
buien
- Het was een hele koude
winter. De koudste van de afgelopen 8 jaar. Het sneeuwde al meer dan een
hele week en overdag kwam het kwik al lang niet meer boven het vriespunt.
Dientengevolge waren er de nodige winterse problemen ontstaan zoals veel
aanrijdingen en ongelukken door de gladheid, zwervers die bijna doodvroren
omdat ze geen dak boven hun hoofd hadden, en de nodige branden omdat mensen
op onverantwoorde wijze probeerden extra warmte in hun huizen te krijgen.
- Nadine: Jeetje, dit
worden nogal veel zaken, dames.
- Tony: Man hé, zo koud
is het nog nooit geweest. (zuchtend)
-
- Dan komt Britt, al
kuchend, kreunend en hoestend het teamlokaal binnengelopen...
- Tony: Hey, partner,
niet ziek worden hoor. Er komt veel werk op ons toe zegt Nadine.
- Britt: Ik doe mijn
best. Dorien loopt ook al zo te hoesten, die kon ik vanmorgen met moeite
naar school krijgen. Ik besterf het zowat van de kou. Is er nog koffie om
warm van te worden?
- Maar als Tony haar een
beker voorzet en ze wil gaan drinken spuugt ze die proestend weer uit.
- Britt: Gatver Tony,
dat spul kun je niemand voorzetten.
- Tony: Wat is er mis
mee?
- Britt: Dat is koud en
ik vroeg wat warms.
- Tony: Koude koffie is
goed om een verkoudheid te bestrijden heb ik me ooit eens laten vertellen.
- Britt: Geef me maar
een opdracht baas, misschien dat ik daarvoor warm kan lopen.
- Nadine: Er komt net
wat binnen, maar ik weet niet of je er warm voor loopt.
- Tony: Wat is het?
- Nadine: Zwerver dood
gevonden onder de spoorbrug bij het Parkplein dichtbij St. Pieter.
- Tony: Doodgevroren?
- Nadine: Dat mogen
jullie gaan uitzoeken. En rijd voorzichtig en trek je handschoenen en mutsen
aan, ik wil geen zieke agenten hier rond hebben lopen.
- Tony: Ja baas we gaan.
-
- In de wagen is Britt
alles behalve enthousiast. Weer de kou in,
en ze heeft al zo veel moeite om op temperatuur te komen. Ondanks de
gladde wegen en de aanhoudende sneeuwbuien gaan toch nog heel veel mensen
met de auto op pad, wat het verkeer er niet veiliger op maakt.
- Een afstand van nog
geen twee en een halve kilometer doen ze drie kwartier over en al glijdend
komt Tony tot stilstand. In dit hondenweer gaat niemand graag naar buiten en
gelukkig zijn er dan ook weinig kijkers die hun voor de voeten lopen.
- Britt: Wie heeft die
man gevonden?
- Agent: Die mevrouw
daar (wijzend op een vrouw die
een grote tas met zich meesjouwt alsof dat haar hele hebben en houden is)
- Britt: Wat is uw naam?
- Maar ze krijgt geen
antwoord.
- Nogmaals: Kent u die
man?
- Weer geen antwoord.
Britt begint nu al haar geduld te verliezen. Staat ze daar buiten te
vernikkelen van de kou doet de getuige geen mond open.
- Tony (fluisterend
tegen Britt) Misschien is ze wel doofstom?
- Britt: Ook dat nog.
- Tony: Ik zei
misschien, ik zei niet dat het ook zo was. Zullen we haar meenemen naar het
bureau zodat ze wat kan opwarmen en daarna misschien wat meer wil praten?
- Britt: GRAAG!
(opgelucht)
-
- Britt en Tony nemen de
vrouw mee naar het commissariaat, en geven haar een warme koffie.
- Britt: Over een
kwartiertje komen we weer terug.
- De vrouw knikt en
begint langzaam haar koffie op te drinken.
-
- Tony: Nou, doof is ze
in elk geval dan niet.
- Britt: Ik hoop dat ze
niet stom is, anders zitten we hier nog uren. Hé, das dan wel een voordeel,
met zulk koud weer. (glimlachend)
-
- Maar dan weer moet
Britt hoesten en kuchen...
- Nadine: Britt? Ben je
ziek aan het worden?
- Britt: Misschien.
(zuchtend)
- Nadine: Als het niet
gaat moet je naar huis gaan, hoor.
- Tony: Ja, en ik dan?
- Nadine: Ooit gehoord
van achterstallige PV's? (lachend)
- Tony: Britt, ga maar
naar huis dan. Dan warmen mijn vingers op. (lachend/plagend)
- Britt: Nee. Nu heb ik
net weer een beetje warm, nu ga ik niet weer door die koude naar huis gaan,
hoor. Zo meteen krijg ik nog een ongeluk. (lachend/hoestend)
- Nadine: Maar we mogen
het risico niet lopen dat je een van de mensen die je verhoort besmet,
Britt.
- Britt: Gaat het
daarom? Over het werk? Is dat belangrijker dan mijn gezondheid?
(snauwend/slecht gezint)
- Tony: Zo bedoelde
Nadine het niet, Britt. Dat weet je ook wel. (streng)
- Britt: Het spijt me,
Nadine. Ik ben gewoon slecht gezint door dat rotweer.
- Tony: En volgens de
weerman gaat het nog weken verder gaan, zulk weer.
- Britt zucht luid.
- Britt: Kan ik niet
gewoon vrijaf nemen voor die weken? (zuchtend)
- Nadine: Tja... Als je
zoveel vrije dagen had zou je het wel kunnen, ja, maar tja... Je dagen zijn
bijna op, hè Britt? (lachend)
- Britt: Ach, bij het
nieuwe jaar, dat binnenkort toch begint, krijg ik weer veel dagen bij.
(lachend)
- Nadine: Das ook weer
waar. (lachend)
- Britt: Misschien
hebben we nu wel een witte Kerst. (dromerig/zuchtend)
- Tony: Jaja, en dat
lekker vieren met Johan in bed. (lachend)
- Britt: Nou ja...
(beetje rood)
- Nadine: Gaan jullie
die getuige nog ondervragen?
- Britt: We zijn
onderweg. Wel dikke kans bij dat ze stom is, maar goed.
- Nadine: Britt...
(waarschuwend)
- Tony: Britt bedoelt
'stom' niet als scheldwoord, hoor, baas. Volgens ons kan die vrouw niet
praten.
- Nadine: Ook dat
weer... Nou ja, zie maar wat je ermee doet. (zuchtend/glimlachend)
-
- Dus beginnen Britt en
Tony met het verhoor van de 'stomme' vrouw...
- In het verhoor merken
ze gelukkig al gauw dat de vrouw niet stom was. Door de kou had de vrouw
vanmorgen nauwelijks kunnen praten, en Tony's observatie dat de vrouw zelf
ook een zwerfster was, was een goede observatie gebleken.
- Tony: Wilt u uw naam
geven?
- Vrouw: Die heb ik niet
meer.
- Tony: Ja hoor,
iedereen heeft een naam.
- Vrouw: Maar niemand
noemt mij ooit dus ik heb hem niet nodig.
- Tony: Wij kunnen hem
noemen als u hem ons geeft (heel vriendelijk)
- Vrouw: Zou u dat
willen doen? (en een heel bescheiden maar dankbaar lachje breekt door op het
gezicht van de vrouw). Vroeger noemde ik Yvette, Yvette van Dongen.
- Britt: Dus Yvette, wat
weet jij van die man die vanmorgen onder de brug gevonden is?
- Yvette: Dat hij dood
leek.
- Britt: Kende jij hem?
- Yvette: Had hem wel
eens gezien, maar wat is kennen tegenwoordig in zo'n grote stad?
- Tony: Weet jij hoe
lang hij al op de straat leefde?
- Yvette: Hij had wel
eens gezegd dat hij "buiten" was nadat de kinderen groot genoeg
waren om voor zichzelf te zorgen. Zijn vrouw was dood gegaan en hij heeft ze
alle vijf alleen opgevoed. Hij was best wel heel lief.
- Britt: Ik denk dat jij
hem best wel goed gekend hebt. Maar wij willen graag zijn naam.
- Yvette: Waarom dan
toch? Die man wil rust en laat hem nu maar.
- Britt begon hier nogal
geprikkeld van te raken en dus wenkte Tony haar even mee naar de gang.
- Tony: Britt wat is er
met jou? Die vrouw doet goed haar best en dan reageer jij zo prikkelbaar.
- Britt: Laat ze nou
gewoon zeggen hoe hij heet, dan kunnen wij de kinderen verwittigen en is de
zaak af.
- Tony: En dan: Bedankt
Yvette, je kunt weer gaan. De straat weer op ??
- Britt: Ik weet ook
niet wat ik met haar moet.
- Tony: Ga jij eens even
een tablet nemen en wat drinken. Ik praat nog even verder met haar dan zie
ik je zo weer.
-
- In het lokaal ziet
Nadine dat Britt alleen terug komt uit het verhoor.
- Nadine: Britt , al
klaar?
- Britt: Ik mag er van
Tony niet meer bij blijven.
- Nadine: Waarom niet?
- Britt: Ze denkt dat ik
geen geduld heb met die vrouw.
- Nadine: Weet je al
iets van die man?
- Britt: Nee, niets. Ja
eigenlijk wel, dat hij vijf kinderen alleen heeft opgevoed toen zijn vrouw
is overleden en daarna naar "buiten " is gegaan zoals die vrouw
zegt.
- Nadine: Wat weet je
van haar?
- Britt: Dat ze ook
buiten leeft en dat ze Yvette van Dongen heet.
- Nadine: Kijk dan eens
in het Rijksregister of er wat bekend is.
-
- En zo zet Britt zich
achter de computer, maar met haar verkouden en waterdoorlopen ogen is dat
een waar Salomonsoordeel. Ze moet turen en staren om goed wat te kunnen
zien, maar slaagt er uiteindelijk in de naam Yvette van Dongen boven te
krijgen.
- Ook Yvette was
dierbaren verloren en daarna zo ongeveer van de kaart verdwenen. Britt
schrok er wel een beetje van. Zelf had ze Mark verloren en dus had het haar
ook kunnen overkomen om op straat te (moeten?) gaan leven. Gelukkig had ze
Dorien gehad om voor te zorgen en de lieve een geduldige zorg van haar
moeder en haar vrienden, anders ......
- Ze probeerde de
gedachte van zich af te schudden maar het lukte niet echt. Mark speelde weer
veel door haar hoofd de laatste dagen. De kerst kwam er aan en dan oud en
nieuw. Die nacht, nu zo'n vier jaar geleden was ze ineens, zomaar weduwe
geworden. En nog steeds was de moordenaar van Mark niet gevonden. Britt
merkte dat ze emotioneel werd en liep vlug naar de toiletten waar ze in
stilte een potje ging zitten huilen.
- Inmiddels was Tony
klaar met het verhoor en had ze de informatie die ze nodig had. Ze had ook
al met de opvang van daklozen gebeld en daar kwam nu iemand van om Yvette op
te halen, zodat die in elk geval niet in de kou en de sneeuw tijdens de
feestdagen op straat hoefde te leven.
- Daarna ging ze op zoek
naar Britt en vond die in de toiletten. Aan Britt haar gezicht zag je geen
verschil tussen de behuilde ogen of de verkoudheid, maar Tony wist wel
beter.
- Tony: 't Is Mark, is
het niet?
- Britt: Waarom moet dat
nu weer zo opspelen? Heb je gezien wat er over die Yvette in de
Rijksregisters staat? Dat zij ook een dierbaar iemand is verloren en daarna
is gaan zwerven. Dat had mij ook kunnen overkomen toen Mark stierf.
- Tony: Maar het is jou
niet overkomen, jij hebt mensen om je heen die jou nodig hebben, mensen waar
je van houd. Dat had Yvette niet. Haar man en kindje zijn bij een
auto-ongeval om het leven gekomen en zij is toen in een diepe depressie
gekomen en heeft altijd een schuldgevoel overgehouden dat zij wel is blijven
leven en haar man en kind niet. Zwerven is nooit haar keuze geweest maar ze
kon niet meer gewoon in deze harde en harteloze maatschappij leven.
- Britt: En die man die
gevonden is? Heeft ze daar wat over gezegd?
- Tony: Ja, maar zullen
we naar het lokaal gaan want hier begint het ook al koud te worden en ik
lust wel een kop koffie.
- Britt: Ik ook, als die
WARM is.
- Aan het bureau verteld
Tony het verhaal van de mannelijke zwerver. Hij heette Geert DuBois. Was nog
maar 43 jaar en had, zoals gezegd in zijn eentje 5 kinderen opgevoed.
Vroeger was hij leraar geweest aan het atheneum. Zijn leerlingen spraken
altijd vol lof over hem. “Weet je dat Pasmans zelfs nog les van hem heeft
gehad?”
- Britt: Onze Pasmans?
- Tony: Ja, die. Maar
goed. Geerts vrouw heeft een hersenbloeding gehad toen het jongste kindje
vier was. Daarna heeft ze nog een tijdje, met hulp een beetje kunnen
herstellen maar daarna werd ze heel zwak en heeft meerdere nieuwe bloedingen
gehad en is overleden. Haar kinderen waren toen 6, 7, een tweeling van 11 ,
en de oudste Derek van 14 jaar.
- Tony ziet hoe Britt
een vreselijke rilling krijgt als ze dit hoort.
- Tony: Wil ik het je
verder vertellen of ga je nu toch maar naar huis om uit te zieken?
- Britt: Vertel maar
verder. Het veranderd niets aan de situatie als ik weg ga.
- Tony. Bon, Geert heeft
dus de kinderen alleen opgevoed. En heel goed volgens Yvette.
- Britt: Kende zij hem
dan wel?
- Tony: Nee, ze hebben
elkaar op het kerkhof leren kennen en zijn met elkaar aan de praat geraakt.
Een soort van soul-mates, allebei hun geliefden kwijt raken, weet je wel.
- Wel, toen Derek van
school af was is hij medicijnen gaan studeren. Hij was best goed. Maar omdat
het gezin al zo weinig had heeft hij een vakantiebaantje genomen om wat geld
te sparen zodat ze eens op vakantie zouden kunnen. En toen is het gebeurd.
Alle kinderen zijn bij een auto-ongeval om het leven gekomen. Geert was
kapot, kon zich niet meer vinden in de wereld waar volgens hem geen
gerechtigheid meer bestond.
-
- Britt: Wat erg voor
die man. Al zijn kinderen en
zijn vrouw kwijt raken.
- Tony: Ja, ik zou het
niet graag meemaken.
- Britt:
Nee.
- Tony:
Ca va?
- Britt: Ja ja het gaat
wel. Word gewoon ziek denk ik.
- Tony: Ik hoop het niet
voor je.
- Britt: Nee, maar goed,
wat kunnen we nu doen?
- Tony: Wachten op het
autopsierapport om te kijken of hij wel echt doodgevroren is.
- Britt: Oké zullen we
dan nu maar PV's doen?
- Tony: Nee.
- Britt: Wat nee?
- Tony: Het
autopsierapport komt pas morgen dus jij gaat nu naar huis en u bed in want
dan kan je morgen weer komen weken.
- Britt: Tony ik ben
geen klein kind.
- Tony: Dat zie ik want
kleine kinderen hadden allang in bed gelegen.
- Britt: Hahaha, nee ik
blijf hier. Ik ga niet weer door die kou.
- Tony: Dan moet je het
zelf weten maar ik heb je gewaarschuwd en als ik ook ziek wordt ik weet je
te vinden.
- Britt: Ik word al
bang.
- Tony:
Da's goed.
- Vanwege de kou gaan ze
niet naar de Combi voor hun lunch. In plaats daarvan had Tony al haar
boterhammetjes meegenomen van huis. Britt hield het op alleen een extra kop
koffie, en daarna weer verder met het papierwerk tot Nadine ze riep.
- Nadine: Auto-ongeval
onder het Keizersviaduct bij de Keizerspoort. Gaan jullie erheen? Mogelijk
is de wagen te water geraakt, ik zal de brandweer ook laten komen en het MUG
team.
-
- Britt: Gadver, alweer
de kou in, wat heb ik de balen.
- Tony: Ik weet nu wel
dat je dit weer niet leuk vind, maar je hoeft me dat niet elke keer te
herinneren hoor.
- Britt: (beetje boos)
Nou, dan houd ik mijn mond wel dicht.
- Tony: Je kunt toch nog
wel over leuke dingen vertellen, zoals over jullie plannen voor de kerst of
zo.
- Britt: We hebben geen
plannen. Johan gaat met zijn zoontje naar Frankrijk naar zijn ouders toe.
Die wonen daar sinds ongeveer een jaar en zien Johan en Simon nog maar
weinig. Nu willen ze dat in de vakantie gaan inhalen.
- Tony: En jij en Dorien
mogen niet mee?
- Britt: Slimmerd, ik
moet werken met de kerst en met oud en nieuw .....
- Tony: Sorry Britt dat
ik erover begon.
- Britt: Laat maar. Ik
vind het toch te moeilijk om over te praten.
- Eindelijk geraken ze
op het aangegeven adres en zien daar al een aardige ravage aan aangereden
auto's liggen. Een staat er tegen het viaduct aan gedrukt en twee zitten
vast in elkaar. Een derde auto hangt vervaarlijk met de voorkant over de
kade en neigt naar beneden te storten het ijskoude water in.
- Vlug lopen Britt en
Tony eropaf om te zien of er nog mensen in de auto zitten.
- Britt hoort een vrouw
huilen en ziet dan dat er ook nog een baby in de auto zit. Even wordt ze
naar en weeïg in haar buik.
- Britt: Verdorie, waar
blijft de brandweer? We moeten die vrouw en die baby zien te redden.
- Tony buigt zich
voorover om de vrouw geruststellend toe te spreken.
- Vrouw: Help me. Red
mijn kind, help me dan !!
- Voorzichtig probeert
Tony het portier te openen en als dat gelukt is reikt ze de vrouw haar hand
om haar te helpen uitstappen.
- Dan leunt ze over de
zitting om de baby te pakken en met het nodige kunst en vliegwerk krijgt ze
die ook veilig uit het autostoeltje en geeft die over aan Britt die met een
hele blijde en gelukkige glimlach het kindje aanneemt. En net als Tony zich
weer vooroverbuigt om de verzorgingstas van de baby te pakken begint de auto
te schuiven en dondert alsnog de Schelde in, Tony met zich meetrekkend.
- Britt:
NEEEEE!!!!!!! TONY !!!!!!!!!!!!!!!
- Vlug geeft ze de baby
aan de moeder en probeert over de kaderand te zien waar Tony is gebleven.
- Net dan komt de
brandweer er aan, maar die moeten eerst nog hun uitrusting in orde maken.
Britt heeft het niet meer van de zenuwen en roept ze toe dat ze op moeten
schieten omdat haar collega in de auto zit die onder is gegaan. Het
beangstigd Britt dat Tony nog niet weer boven is gekomen en ze haalt zich
allerlei nare beelden in haar hoofd dat Tony misschien bewusteloos is
geraakt of vast is komen te zitten zodat ze er niet meer uit kan.
- Eindelijk is de duiker
dan zover dat hij het water in kan en Britt heeft bijna de neiging om met
hem mee te gaan. Bloedje zenuwachtig leunt ze zelf ook vervaarlijk over de
kaderand maar wordt door de brandweercommandant terug op vaste wal gezet.
- Britt: Maar dat is
mijn partner.
- Commandant: We hebben
een man beneden en die zal zijn werk heus wel goed doen. Wij moeten zorgen
dat er niet meer slachtoffers vallen.
- Nu begint Britt heel
hard te huilen. "Slachtoffers??"
- Na een kleine minuut
hoort en ziet Britt de bubbels van de duiker weer bovenkomen. En ze ziet dat
die Tony bij zich heeft die snel door de andere brandweermannen wordt
aangenomen en op de kade op een stretcher wordt gelegd. Haar lippen zijn
helemaal blauw en ze ademt niet. In paniek loopt Britt weg. Dit kan ze niet
aanzien, niet haar partner die zo maar voor haar ogen verdrinkt.
- Op de straat wordt
Tony gereanimeerd en nadat ze geïntubeerd is wordt ze snel overgebracht
naar het ziekenhuis.
- Britt is helemaal de
kluts kwijt en weet echt niet meer wat ze moet doen. De brandweercommandant
heeft dat in de gaten en roept via zijn centrale op dat er ondersteuning
moet komen om Britt op te vangen en te begeleiden.
- Britt: Ik moet naar
Tony. (volledig in paniek)
- Arwen: Mevrouw?
- Britt: Help me, ik
moet naar Tony... (volledig in paniek)
- Arwen: Mevrouw, wordt
eerst eens rustig.
-
- Arwen, een psychologe,
neemt Britt in haar armen en wrijft zachtjes over haar rug, om haar te
kalmeren.
- Maar dit heeft net een
averechts effect op Britt...
- Britt: Nee, laat me
los!!! Ik moet naar Tony!!
- Arwen: Mevrouw als u
rustig wordt dan kunnen we naar Tony toe.
- Britt: Ik ben rustig.
- Arwen: Nee dat bent u
niet.
- Na 10 minuten is Britt
rustig en gaan ze naar het ziekenhuis.
-
- Britt: Hallo waar ligt
TonyDierickx?
- Mevrouw: Ze zijn nog
met haar bezig. U kunt in de wachtkamer wachten.
- Britt: Oké bedankt.
- Britt en Arwen wachten
meer dan een uur en ondertussen praten ze wat met elkaar.
- Dan komt er een dokter
aangelopen.
- Britt: En dokter gaat
ze het halen?
- Dokter: Ik denk het
wel. Haar kwetsuren zijn niet zo erg.
- Britt haalt al
opgelucht adem.
- Dokter: Maar ik zou
nog niet meteen 'hoera' gaan roepen, mevrouw. Mevrouw Dierickx is een paar
minuten onder water geweest, daardoor waren haar lippen helemaal blauw. U
zag haar ook niet meer ademen? Dat komt door het koude water. Maar haar hart
werkte nog heel goed. Dus wij denken dat ze veel onderkoeld is, door die
paar minuten in de Schelde gelegen te hebben. We hebben haar nu toegedekt
met warme dekens, warme kompressen opgelegd en voorlopig mag ze alleen warme
dranken drinken. (vriendelijk)
- Britt: Mag ik naar
haar toe? (zenuwachtig)
- Dokter: Natuurlijk.
Mevrouw Dierickx is zelfs al bij bewustzijn. (glimlachend)
- Britt: Dank u, dokter.
(opgelucht)
- Britt wil al snel naar
Tony's kamer rennen...
- Dokter: Kamer 405 !!
- Britt: Bedankt!
- Arwen loopt snel
achter haar aan en houdt haar tegen voor Tony's deur...
- Britt: Wat scheelt er
nou? (zenuwachtig)
- Arwen: Ik zal eerst
gaan kijken hoe ze eruit ziet dan kan ik je daar op voorbereiden.
- Britt: Waarom?
- Arwen: Omdat je net
ook al helemaal overstuur was en dan heeft Tony niks aan je.
- Britt: Oké ga maar
eerst.
- Arwen loopt de kamer
van Tony in en komt meteen weer terug.
- Britt: En??
- Arwen: Het valt wel
mee ze is wit en ze heeft het duidelijk koud.
- Britt: Mag ik nu gaan?
- Arwen: Ga maar.
- Britt loopt Tony's
kamer in...
- Britt schrikt
ontzettend en wil al terug naar buiten lopen, maar Arwen houdt haar tegen.
- Arwen: Eerst dag
zeggen tegen Tony, Britt. (streng)
- Britt: Ik wil weg,
laat me gaan. (bang)
- Arwen: Rustig maar, ik
ben bij je. (geruststellend)
- Britt twijfelt nog
even, maar loopt dan verder Tony's kamer in...
- Britt: Dag tony.
- Tony: Dag.
- Britt: Hoe gaat het?
- Tony: Koud.
- Britt: Je zal straks
wel weer warmer worden.
- Tony: Oké.
- Britt: Je hebt twee
levens gered Tony
- Tony: Echt??
- Britt: Ja je heb een
vrouw en een baby uit de auto gehaald.
- Tony: O ja ik weet het
weer.
- Tony: (met rillende
stem) Is het goed gekomen met die vrouw en dat kindje?
- Britt: Dankzij jou
Tony.
- Tony: En met jou dan?
Want voor ik onder ging hoorde ik jou heel hard roepen. Alles goed met je?
- Britt: Ja hoor
(onzeker klinkend)
- Arwen: Hoi, ik ben
Arwen, dienstpsycholoog. Ik ben opgeroepen om Britt wat te steunen. Ze was
behoorlijk geschrokken, maar we hebben even gepraat en ik denk dat het wel
goed komt. Als er wat is Britt, hier is mijn nummer. Bel gerust, en als jij
niet belt, dan bel ik jou over een paar dagen nog eens. Beterschap Tony. (en
dan vertrekt hij weer)
- Tony: Kom eens hier
zitten Britt. Vertel eens, waarom raakte jij zo in paniek, dat ken ik niet
van jou.
- Britt: Het zag er zo
eng uit en je kwam niet meer boven, en toen je boven water kwam toen ademde
je niet. En ik moest weer denken aan Mark en en..... (en daar huilde ze weer
heen)
- Tony: (haar armen
geruststellend om Britt heen leggend) Het gaat wel goed komen Britt. Ik heb
het barstend koud nu, maar verder ben ik oké zegt de dokter. Een nachtje
hier voor observatie en morgen ben ik er weer. Doe even je tranen af want ik
zie liever je glimlachend gezicht.
- Britt: Oh, Tony, hoe
kun jij nou zo gemakkelijk doen? Je was bijna verdronken..
- Tony: Er is wel meer
voor nodig om een Dierickx er onder te krijgen hoor. Ga nu maar, ik wil even
gaan slapen en proberen wat warm te worden. Wil je me vanavond nog even
bellen?
- Britt: Slaap lekker
Tony, en beterschap. Oké?
- Maar Tony is al
vertrokken naar dromenland.
-
- Britt gaat terug naar
het commissariaat om haar PV te schrijven, maar ze komt niet aan het typen
toe. Nadine roept haar in het kantoortje en wil tekst en uitleg van wat er
vanmiddag is gebeurt. Het kost Britt moeite om niet weer emotioneel te
worden als ze verteld van de reddingsactie die Tony heeft verricht en dat
toen de auto toch nog te water is geraakt.
- Nadine: Is het erg met
Tony?
- Britt: De dokter zegt
dat het wel meevalt. Een nacht ter observatie. Ik kan vanavond nog eens
bellen hoe het er mee gaat.
- Nadine: Nou, dan kun
je wel naar huis.
- Britt: Nee, ik moet
die papieren van die zwerver en van Yvette nog uitwerken.
- Nadine: Die lopen niet
weg. Je hebt vandaag genoeg op je bordje gehad. Vooruit naar huis en
vanavond vroeg onder de wol.
- Britt: Maar baas...
- Nadine: Ga je niet
vrijwillig?
- Britt: Oké ik ga al.
-
- Als ze thuiskomt ziet
ze dat Lieve er is. De school had haar opgebeld om Dorien op te halen. Die
was toch ziek geworden en werd nu thuis door Lieve verzorgd.
- Lieve: Ze had koorts
en ik heb haar een tabletje gedaan en goed laten drinken. Ze slaapt nu al
vanaf drie uur.
- Britt: Heel erg
bedankt Lieve, dat je haar hebt opgehaald en verzorgd.
- Als ik morgen moet
werken en Dorien nog ziek is, wil je dan wel oppassen?
- Lieve: Ja hoor, ik
moet toch nog leren voor mijn tentamens en hier is het tenminste lekker
rustig.
- Britt: Je bent een
schat. Bedankt en nog een fijne avond.
- Britt is wel blij dat
Dorien lekker slaapt, want dan hoeft ze niet te koken, daar heeft ze na alle
narigheid van vandaag helemaal geen zin aan. Ze wil even op de bank gaan
liggen uitrusten maar valt al snel in slaap.
- Om negen uur schrikt
ze wakker van de telefoon.
- Tony: Hey, mooie
partner ben jij. Ik dacht dat je nog zou bellen?
- Britt: Sorry, op de
bank in slaap gevallen.
- Tony: Ook ziek aan het
worden?
- Britt: Nee, gewoon
heel erg moe. Ik geloof dat ik zo maar naar bed ga. Zal ik morgenvroeg voor
het werk even bij je langs komen?
- Tony: Is goed. Slaap
lekker en tot morgen.
-
- Die nacht drijft Britt
zo'n beetje het bed uit van de koorts, maar ze wil zich niet laten kennen.
Na een verfrissende douche, en met een paar tabletten op gaat ze toch aan
het werk. Ze kan de zorg voor Dorien met een gerust hart aan Lieve
overlaten.
- In het ziekenhuis zit
Tony al klaar om weg te gaan.
- Britt: Mag je al weg
van de dokter?
- Tony: Tuurlijk, ik ben
een lastige klant. De stad heeft wel wat anders voor mij te doen dan op mijn
kont in bed te liggen. Ik heb uit voorzorg antibiotica gekregen en moet een
paar dagen mijn temperatuur meten. Verder is alles oké. Even naar de boot
om schone kleding te halen en dan gaan we naar het commissariaat.
-
- Daar is Nadine
verrast, maar blij dat Tony er weer is.
- Op Tony's bureau ligt
inmiddels het verslag van de autopsie: de man (Geert) is overleden nadat hij
een slag op zijn hoofd had gekregen. Hierdoor was hij niet meer in staat
geweest om een onderkomen te zoeken zodat hij de nacht in hele lage
temperaturen buiten was geweest. De combinatie van de klap op zijn hoofd en
de lage temperatuur hadden zijn doodvonnis geweest.
- Tony: Dan is het
moord, en moeten we een dader zien te vinden.
- Britt: Heeft Yvette
iets gezien?
- Tony: We kunnen haar
gaan bezoeken in dat daklozen opvanghuis.
- Britt: Ja laten we dat
maar gaan doen.
- Britt en Tony rijden
naar het daklozen opvanghuis.
- Yvette: Hallo. Zijn
jullie er weer?
- Tony: We willen
even...kuch..kuch.
- Britt: We willen even
met je praten.
- Yvette: Ja dat kan
daar.
- Britt: Tony ça va?
- Tony: Ja ja.
- Yvette: Wat willen
jullie weten???
- Britt: Die man van
gisteren is overleden door een slag op het hoofd en de lage tempratuur. Heb
jij misschien iets gezien?
- Yvette: Nee ik heb
niks gezien ik heb hem daar zien liggen meer niet.
- Tony: Weet u het
zeker?
- Yvette: Ja heel zeker.
- Britt: Oké bedankt.
- Britt en Tony lopen
weer naar de auto.
- Britt: Geloof jij
haar??
- Tony: Uhm wat??
- Britt: Gaat het echt
wel?
- Tony: Ja ja wat zei je
nou?
- Britt: Geloof jij haar
als ze zegt dat ze niks gezien heeft?
- Tony: Ja ik denk het
wel.
- Britt: Oké dan ben ik
bang dat we vast zitten in de zaak.
- Tony: We kunnen eens
in de buurt van die brug gaan kijken.
- Britt: Ja dat kan,
maar is dat niet te koud voor jou?
- Tony: Britt
alsjeblieft, ik zeg het wel als er wat is oké?
- Britt:
Oké oké.
- Britt en Tony rijden
terug naar de plek waar de man is gevonden.
- Britt: Waarmee is hij
dan tegen het hoofd geslagen?
- Tony: Weet niet. Ik
zal daar eens gaan kijken, kijk jij dan even of je andere zwervers ziet die
iets gezien kunnen hebben?
- Britt: Ja is goed.
- Tony gaat kijken of ze
iets ziet liggen waarmee de man geslagen kan zijn maar vind niks.
- Britt heeft
ondertussen een zwerver gevonden.
- Britt: Goedendag
politie. Er is hier gisteren een man gevonden. Heeft u misschien iets
gezien?
- Man: Nee ik heb niks
gezien.
- Britt: Kent u
misschien andere mensen die iets gezien kunnen hebben?
- Man: Nee maar dan moet
u ‘s avonds eens terug komen want dan komen ze allemaal hierheen om te
slapen.
- Britt: Oké bedankt
voor de tip.
- Britt loopt weer terug
naar Tony.
- Britt: En??
- Tony: Niks en bij
jouw?
- Britt: Die man heeft
niks gezien maar volgens hem moeten we ‘s avonds terug komen want dan
komen al die zwervers hier om te slapen.
- Tony zucht diep...
- Tony: Vanavond dus
terugkomen?
- Britt: Ja. En ik denk
dat het het beste is als we ons onder hen mengen...
- Tony: Je bedoelt...
Oude kledij aantrekken, hier ongeveer tegelijk met hen aankomen en dan
bevriezen van de koude? (zuchtend)
- Britt: Als je het zo
opvat. (lachend/hoestend/kuchend)
-
- Zowel Britt als Tony
gingen eerst weer naar huis, en elk kroop even in bed om in elk geval goed
warm en uitgerust te zijn als ze zouden beginnen aan hun avondopdracht.
- Britt werd tegen half
zeven gewekt door Lieve die weer terug was gekomen en ook maar even voor een
maaltijd had gezorgd. Dorien had de hele dag door geslapen en begon nu wat
wakkerder te worden.
- Dorien: Hoi mam, bent
u nog niet ziek?
- Britt: Nee gelukkig
niet.
- Dorien: Waarom heb je
dan je pyjama aan?
- Britt: Ik heb
vanmiddag wat geslapen en moet straks aan het werk.
- Dorien: Moet ik dan
alleen blijven?
- Britt: Nee lieverd,
Lieve is hier en ik probeer het niet te laat te maken.
- Britt heeft moeite met
de maaltijd. Haar keel begint nu toch wel dik te voelen en haar verkoudheid
ontneemt haar bijna haar hele smaak.
-
- Om half zeven loopt ze
op weg naar het parkje nabij het Parkplein, waar de overleden zwerver was
gevonden. Door de gladheid viel ze wel drie keer en haar knieën deden
behoorlijk pijn. Aangekomen wilde ze zich meteen op een bankje zetten om
haar benen wat te ontlasten, maar zag dat de bankjes al in beslag waren
genomen door zwervers die er provisorisch een bed van hadden gemaakt. Met
kranten en dozen probeerden ze om zich wat tegen de kou en de sneeuw te
beschermen. Het deed Britt pijn te zien dat in een land van overvloed de
mensen zo armlastig konden zijn.
- Ondertussen keek ze
steeds uit of ze Tony al zag maar toen die er om acht uur nog niet was belde
ze toch maar even op.
- Tony:
Sorry, overslapen. Ben al onderweg
en laat de wagen in de koningin Astridlaan staan. Ze geloven me vast niet
dat ik zwerver ben en een grote auto heb.
- Om half negen kwam
Tony ook eindelijk de straat over glibberen en probeerde naast Britt te
komen, die een plaatsje had weten te bemachtigen bij een geïmproviseerde
vuurkorf.
- Tony: Jongens wat is
het koud vandaag.
- Zwerver: Al de hele
tijd hoor, of ben je nog niet zo lang buiten?
- Tony: Ik kon steeds
nog wel wat vinden om de nacht te zijn, maar het wordt erg druk nu de
gemeente alles afsluit waar je eerst in kon gaan liggen voor de nacht.
- Zwerver: Hier heb je
ook geen geluk.
- Britt: Hoe zo niet?
- Zwerver: Kans dat je
kop eraf gaat.
- Tony: Dat meen je?
- Zwerver: Voorgisteren
nog, heb je dat niet gehoord? Die man die liep hier sinds een half jaar,
jaartje misschien. Zomaar de kop ingeslagen en aan zijn lot overgelaten.
- Britt: En jij hebt dat
gezien?
- Zwerver: Wie zal het
zeggen.
- Britt: Ik hoop dat jij
me dat zegt.
- Zwerver: Wat is het je
waard?
- Britt: Hoe zo?
- Zwerver: Ik wil er wel
iets warms voor terug. Heb je geen fles bij je of zo?
- Tony: En waar zal ze
het geld van hebben, slimmerd?
- Zwerver: Dan niet. (en
hij draait zich om en wil weg lopen)
- Britt: Ik heb wel wat,
maar we moeten delen. Het is al wat ik heb, en ik wil vannacht ook wel warm
gaan slapen.
- Tony kijkt haar even
vreemd aan. Britt drank bij zich in de dienst???
- Britt: Hier neem maar
wat, misschien komt je geheugen dan wat terug.
- De zwerver neemt het
aan en begint spontaan te praten, dat hij hier eergisteren een jonge knaap
had zien lopen; geen zwerver, daar zag hij er veel te netjes voor uit. Hij
had Geert in de gaten gehouden en gevolgd en toen Geert eindelijk een bankje
voor de nacht had gevonden had hij hem met een kei tegen zijn hoofd geklopt,
wel drie keer. Toen had hij de jas opengetrokken en gekeken of Geert nog
ergens geld of een portemonaie had verstopt. Omdat hij niets had kunnen
vinden was hij kwaad geworden en had daarna nog een paar keer op Geert’s
hoofd geslagen met de kei en was daarna weggelopen.
- Tony: En jij hebt dat
zien gebeuren? En niets gedaan?
- Zwerver: Zeg, al heb
ik geen huis, ik wil nog wel leven hoor.
- Britt: Hoe zag die
jongen eruit? Neem trouwens nog een slok, als je zo lang buiten bent word je
gauw koud.
- Zwerver: Hij was
ongeveer een meter zeventig groot, magertjes, en droeg zo'n hele dure jas,
met zo'n stick erop, je weet wel, zo'n Nike ding. Rood. En hij had
bergschoenen aan, zodat hij geen koude voeten kreeg.
- Tony: En zijn gezicht?
Had hij handschoenen aan?
- Zwerver: Zijt ge van
de politie, ge zijt zo nieuwsgierig.
- Britt: Ja, en wij
staan hier onze tenen af te vriezen om erachter te komen wie dat gedaan
heeft. Als je meewerkt kunnen we die man oppakken en hebben jullie iets meer
geruststelling.
- Zwerver: Het was geen
man, eerder zo'n snotjong, een jaar of zeventien, achttien misschien.
- Britt: Waar ging hij
heen, welke kant op?
- Zwerver: Onder de brug
door en toen rechts af de Sint Denijslaan in. Ik heb een stukje gevolgd en
zag hem een huis in gaan.
- Tony: Kun je ons dat
wijzen?
- Zwerver: Als jullie
mij beschermen misschien. En als jullie een fatsoenlijk plaats voor me
hebben voor de nacht.
- Britt: Loop eens mee
en wijs ons dat. Ik zal je mijn kaartje geven en als je over een uurtje of
zo aan de Belfortstraat komt zal ik wat voor je regelen.
- De zwerver liep met
hun mee de Sint Denijslaan in en wees hun het huis aan waar hij de jongen
binnen had zien gaan. Net op dat moment kwam echter de jongen ook naar
buiten en als een speer ging de zwerver er vandoor.
- Tony: Shit, we moeten
een getekende verklaring hebben.
- Britt: Die komt wel
naar het bureau. Die heeft het koud en wil graag dat plekje voor de nacht.
Ik zweer je dat hij er straks is.
- Ineens dook Tony
languit op een bankje en ze siste dat Britt zich achter een auto moest
verstoppen. De knaap kwam hun kant op en Tony probeerde zich als potentieel
slachtoffer op te stellen. En ze kregen nog beet ook. Maar met dat de knaap
aan Tony begon te trekken schoot Britt overeind om haar te helpen en wilde
de jongen in de boeien slaan, maar hij verzette zich nogal zodat Britt weer
op haar zere knie viel, maar Tony nam het over van haar en sloot snel de
andere boei om de andere pols en werkte hem naar de grond.
- Britt riep een combi
op om hem op te laten halen. Maar door de sneeuw en de gladheid duurde dat
dik drie kwartier en het was zo stervens koud buiten dat Britt en Tony het
gevoel hadden dat hun tenen en vingers eraf vroren.
- Daarna terugglibberen
naar de koningin Astridlaan om de eigen auto te halen en dan ook naar de
Belfortstraat.
- Britt: Eindelijk
binnen. Nog even en ik was vastgevroren.
- Tony: Koffie?
- Britt: Zeker weten.
- Tony haalt de koffie.
- Britt kijkt snel naar
haar knieën en ziet dat deze alle twee bloeden...
- Britt:
Shit, hè. Ook dat nog.
(zuchtend)
- Tony: Oei... Daarmee
moet je naar de dokter, Britt.
- Britt: Och neen, ik ga
niet weer door de koude. (sissend/zuchtend)
- Tony: Dan laten we de
dokter hier komen. (simpel)
- Britt: Je gaat die
arme man toch niet uit zijn bed roepen, voor 2 knieën? (zuchtend)
- Tony: Maar, Britt...
- Britt: Niets te maren.
- Tony: Je knieën
moeten verzorgd worden en daarmee uit. Desnoods doe ik het zelf.
- Britt: Dat kan je
niet. Neen, ik zal het bloed wel even wegwassen.
- Britt wil opstaan om
naar de toiletten te lopen, maar net als ze wil opstaan zakt ze van pijn
terug op haar stoel...
- Tony: Wat had ik je
gezegd? (zuchtend/glimlachend)
- Britt: Oké oké maar
niet de dokter, jij mag het doen.
- Tony: Oké ga even de
verbanddoos halen ben zo terug.
- Tony haalt snel de
verbanddoos en maakt Britt's knieën schoon en verbind ze.
- Britt: En wachten op
die zwerver.
- Tony: Ja als hij nog
komt.
- Britt: Tony wat zou
jij doen als je een zwerver was en de kans kreeg om warm te slapen.
- Tony: Dat weet ik niet
want ik ben gelukkig geen zwerver.
- Na 5 minuten is de zwerver aangekomen en hij wijst de
gearresteerde man nog een keer aan als de dader.
- Britt: Oké bedankt.
Als u hier nog even wil tekenen.
- Zwerver: Denkt u nou
echt dat ik een handtekening heb?
- Britt: Zet dan gewoon
even je naam of zo.
- De man schrijft zijn
naam en Britt en Tony besluiten om de arrestant nog een nachtje in de cel te
laten en hem morgen te verhoren.
- Tony: En wat doen we
met die zwerver?
- Britt: Wacht, uh
meneer u kunt in een cel slapen.
- Man: Ja dan kan ik net
zo goed op een bankje slapen.
- Britt: Oké dan gaat u
met mijn collega mee naar huis.
- Tony:
Britt!!!!!!
- Britt:
Tot morgen Tony.
- En Britt loopt weg.
- Tony: Let niet op
haar, die heeft last van de kou en van haar knieën. Ik bel wel even of het
opvanghuis nog een plaatsje voor u heeft.
- En zo is dat dan ook
weer geregeld.
-
- Tony baant zich weer
een weg naar huis en kruipt direct onder de wol. Ze is op. Ze heeft pijn bij
het ademen en mogelijk toch ook wel wat verhoging, maar daar wil ze nu niets
van weten. Slapen, is al wat ze wil.
-
- Britt heeft andermaal
een beroerde nacht. Dorien was weer opnieuw koortsig geworden en voelde zich
zo ziek dat ze alleen maar wilde gaan slapen als ze bij Britt in bed mocht.
- De andere morgen zag
ze er dan ook niet uit, maar een moeder, en zeker een werkende moeder heeft
geen tijd om ziek te zijn. Dorien leek in de nacht het ergste te hebben
uitgezweet en ze voelde zich weer goed genoeg om naar school te gaan.
- Dorien: Ik moet wel,
want we oefenen voor de kerstmusical en jij komt toch ook?
- Britt: Bij het
oefenen?
- Dorien: Nee dommerd,
bij de uitvoering.
- Britt: Wanneer was dat
ook weer?
- Dorien: Morgen om half
zeven, en daarna hebben we vakantie.
- Britt: Weet je zeker
dat je naar school kunt? Ik kan je niet over een half uurtje weer ophalen
hoor.
- Dorien: Ik ben weer
beter.
-
- Op het commissariaat
wacht Nadine Britt al op.
- Nadine: Britt, in mijn
kantoor graag.
- Britt: Wat is er?
- Nadine: Ik hoorde dat
jullie een mogelijke dader hebben opgepakt. Hoe heb je dat klaar gespeeld?
- Britt: Ons op gelijk
niveau begeven. We zijn tussen die zwervers gaan staan en een heeft ons de
dader aangewezen.
- Nadine: En verder,
want je loopt of je een bezemsteel aan je knieën hebt zitten?
- Britt: Ben gisteren
uitgegleden in de sneeuw en heb een zere knie.
- Nadine: Kun je er mee
werken?
- Britt: Moet wel.
- Nadine: Als het niet
gaat hoor ik van je, oké?
-
- Nu Tony er ook is
kunnen ze de verdachte gaan verhoren. En die is allerminst coöperatief. Hij
begint al met weigeren van zijn naam te zeggen. Dan wil hij ongevraagd een
sigaret opsteken en begint ook nog eens te schelden tegen Britt.
- Tony ziet dat Britt
het moeilijk heeft en vraagt haar even mee op de gang.
- Tony: Britt, kun je
dit nu wel aan?
- Britt: Tony, begin jij
nu niet ook nog, wil je? Eén overbezorgde Nadine is genoeg. Kom laten we
hem laten praten en dan overdragen aan de onderzoeksrechter. Met een beetje
mazzel zit hij met de kerst er lekker warm bij in het gevang.
- En na meer dan
anderhalf uur zagen en bakkeleien hebben ze eindelijk een bekentenis van de
jongen, John genaamd.
- Tony: John, met wat
geluk krijg jij dit jaar een staatsviering voor de kerst. Je kunt nu terug
naar beneden en we informeren de onderzoeksrechter en dan ga je over naar de
Nieuwe Wandeling.
-
- Britt: Zal ik het
verhoor even snel uittypen?
- Tony: Als jij zegt
snel, dan heel graag. Dan zal ik koffie voor je halen.
- Terug met de koffie
voor Britt en een thee voor zichzelf zet Tony zich aan haar bureau.
- Tony: Ik moet straks
nog even weg. Zal ik op de terugweg even wat broodjes meenemen?
- Britt: Is goed. Waar
moet je heen?
- Tony: Helemaal niet
nieuwsgierig, wel?
- Britt: gewoon
belangstellend.
-
- Als Tony om half twee
met de broodjes terug komt en ze net aan tafel zitten in de kantine worden
ze weer door Nadine op pad gestuurd.
- Tony: Zeg, kunnen die
anderen ook eens wat doen. Wij lopen de god ganse dag met deze kou op straat
en nu is de lol er echt wel een beetje af.
- Nadine: Sorry, dat het
crapuul je niet vooraf om toestemming vraagt, maar er is nu eenmaal veel
werk aan de winkel. Overval op een juwelier aan de Kalanderberg. Je kunt het
beste lopend gaan, want alles zit daar vast onder aangevroren sneeuw.
- En weer moeten ze de
kou in. Britt krijgt meteen een witte neus als ze haar hoofd buiten steekt.
- Britt: Waar moest je
net zo nodig heen?
- Tony: Ben even bij de
dokter geweest.
- Britt: En?
- Tony: En wat?
- Britt: En wat zei die?
Het ging toch beter?
- Tony:
Andere antibiotica. Deze hielp niet
echt goed.
- Britt: Je bent ziek en
moet naar huis.
- Tony: Ik red het wel.
Het slijm komt nu goed los en met deze medicijnen zijn die beestjes zo weg.
Trouwens als wij zoveel buiten zijn verdwijnen die bacteriën vanzelf. Die
gaan niet in de kou zitten hoor.
- En ineens begint ze
heel hard te hoesten en te rochelen, zo zwaar dat Britt het er zelfs benauwd
van krijgt. Dan moet ze spugen en ziet tot haar schrik dat het slijm groen
en rood gekleurd is. Ze schrikt zich een ongeluk en schopt er gauw wat
sneeuw over zodat Britt het niet kan zien.
- Wat later bij de
juwelier zien ze dat de overvallers heel zorgvuldig hun slag hebben
geslagen.
- Zo vlak voor de kerst
stijgt de recette behoorlijk en daar hadden ze blijkbaar rekening mee
gehouden. De juwelier was in elkaar geslagen en
de eerste medewerker was bedreigt geweest met een mes. De schade zou
zo ongeveer tegen de veertigduizend euro bedragen, afgezien van de schade
aan de winkel en het ziekteverzuim door het personeel.
- Nadat ook hier de
getuigen verhoren hadden plaats gevonden konden Britt en Tony weer door de
kou gaan lopen. Ineens zag Tony Johan lopen en riep hem naar zich toe.
- Britt: Tony, we zijn
in dienst en kunnen hier niet gaan socializen.
- Tony: Ik doe dit voor
mijn werk. Heb je zin aan een lekkere kop koffie? Ik trakteer.
- En zo zaten ze met
zijn drieën even uit te blazen onder het genot van een echte lekker kop
koffie. Johan was wat stilletjes. Hij voelde zich duidelijk verlegen met de
situatie. Toen hij na een kwartiertje opstond liep Britt even met hem mee.
- Het ging best lekker
in hun relatie, en af en toe bleven ze ook bij elkaar slapen, maar Britt
vond het heel jammer dat hij er niet was met kerst en oud en nieuw.
- Britt: Zie ik je voor
die tijd dan nog?
- Johan: Morgen na de
kerstmusical? Zal ik jullie dan ophalen en dan kunnen jullie bij ons blijven
slapen.
- Britt: (met glinster
oogjes) Is goed Johan. Tot morgen.
- Tony: Weer iets wat ik
niet mag weten?
- Britt: We hebben
gewoon afgesproken voor morgen, meer niets hoor.
-
- En zo ging het de hele
dag door met aangiftes, overvallen, ongelukken. Als er een dienst in de stad
het druk had met deze dagen dan was het wel de politie. Iedereen draaide het
maximale aantal uren. En men werkte zelfs nog wat langer want niemand wilde
met de kerst terugkomen om PV's te typen. Niemand, behalve die vier
pechvogels die dit jaar geloot hadden wie er wachtdienst hadden met de
kerst. En een van die pechvogels was Britt.
- De donderdag was de
musical, en Britt had de vrijdag vrij gevraagd zodat ze met Dorien wat leuks
kon doen omdat ze al met de kerst moest werken. Zondag zou Johan vertrekken
en ze wilde eigenlijk ook nog wel een beetje bij hem zijn.
- Alhoewel Britt zich
eigenlijk steeds grieperiger begon te voelen kon ze heerlijk genieten van de
musical. En 's avonds nadien had Johan het thuis heel gezellig gemaakt, met
mooie sfeerverlichting, een gezellig muziekje, lekkere hapjes en alvast wat
kerstcadeaus, omdat hij er dinsdag met de kerst niet zou zijn.
- Zijn zorgzaamheid
ontroerde Britt en af en toe moest ze even een traantje wegpinken. Nadat de
kinderen op bed waren wilde Johan ook niet meer zo lang wachten en hij
leidde Britt mee naar de slaapkamer en ze begonnen aan hun eigen speciale
kerstnacht. Britt genoot met overgave. Johan had het in zich om Britt
perfect gelukkig te laten zijn.
-
- De volgende ochtend
werd hun uitslaappoging ruw verstoord toen Dorien en Simon al om negen uur
hun slaapkamer binnen denderden.
- Simon: Papa, mag
Dorien met ons mee naar opa en oma? Anders heb ik in de vakantie niemand om
mee te spelen. Toe dan, alsjeblieft?
- Johan: Hu? Wat zeg je?
Ik ben nog niet eens wakker.
- Simon: Of Dorien mee
mag?
- Johan: Wat een vraag
op dit uur van de dag.
- Nu begon Britt ook
wakker te worden.
- Britt: Wat een herrie
zo vroeg op de ochtend.
- Dorien: Mama, Simon
vraagt of ik met hem mee mag naar zijn opa en oma anders heeft hij niemand
te spelen en u moet toch werken.
- Britt: Jeetje, zo
vroeg kan ik daar nog niet over denken.
- Gaan jullie je eerst
eens douchen en aankleden dan zie ik later wel.
- Johan: En zet dan ook
vast de ontbijttafel als jullie toch zoveel haast hebben.
- Johan zag dat Britt
zich met starende ogen teruglegde in de kussens en langzaam kreeg ze tranen
in haar ogen.
- Johan: Wat is er
lieverd?
- Britt: Dorien met
jullie mee?
- Johan: Vertrouw je dat
niet?
- Britt: Jawel, maar ...
ze is nog nooit alleen
weggeweest.
- Johan: Zie je er tegen
op om met kerst alleen te zijn?
- Britt: Ja, wel een
beetje. Ik ben ook nog nooit alleen geweest met kerst. Ze heeft wel gelijk
dat ik moet werken, maar het voelt zo raar.
- Johan: Als je even
wilt huilen Britt mag dat wel (en hij nam haar liefdevol in zijn armen en
Britt liet in zijn veilige geborgenheid haar tranen de vrije loop).
- Johan: Al ben ik
helemaal in Zuid Frankrijk, ik zal elk moment van de dag aan je denken, en
ik zal je ook missen. Maar weet je, ik zie mijn ouders anders ook maar
weinig en ze willen graag zien hoe het nu met Simon gaat, nadat wij
gescheiden zijn.
- Britt: Het is goed
Johan, je familie is belangrijk.
- Johan: Maar jij bent
ook bijna familie. Ik zou heel graag willen dat je mee kon. Is er niemand
die je dienst over kan nemen?
- Britt: Sorry, al een
half jaar geleden geloot. De anderen hadden het ook al eens gedaan en nu is
het nou eenmaal mijn beurt.
- Het zal niet zo heel
gemakkelijk zijn, maar ik zal me er wel doorheen slaan. En anders ga ik Tony
wel lastig vallen als die geen lief over de vloer heeft.
- En door haar tranen
heen probeerde Britt al weer een beetje te lachen.
- Britt: Ik zal me eens
toonbaar maken en mijn dochter zo gaan verrassen.
- Johan: Ze mag mee???
Britt je bent een engel. Zowel voor Simon als voor mij. Heel erg lief dat je
dat er voor over hebt.
- Britt: Beloof me dat
je me volgend voorjaar een keer meeneemt om aan je ouders voorgesteld te
worden.
- Johan: Dat beloof ik,
en nog veel meer.
- En daarna gingen ze
samen onder de douche en hadden plezier alsof ze kinderen waren.
- Toen ze in de kamer
terug kwamen zaten Simon en Dorien meewarig hun hoofden te schudden. Die
hadden al lang in de gaten hoe verliefd Britt en Johan op elkaar waren.
- Britt: Dorien,
we hebben gisteren al een hele mooie voorkerst gehad, vind je niet?
- Dorien: Ja, ik vond
het supergaaf.
- Britt: Maar ik heb nog
een verrassing voor je.
- Dorien: Wat dan????
- Britt: Als je wilt, en
als je je netjes gedraagt mag je met Simon en Johan mee op vakantie.
- Simon: Joepie. Dat
wordt een gave vakantie
- Maar Dorien keek niet
eens zo blij.
- Britt: Wat is er
Dorien, vind je het niet leuk?
- Dorien: Ik vind het
niet leuk dat jij dan helemaal alleen moet blijven. Papa is er ook al niet
meer, en als ik ook weg ben, dan ben jij helemaal alleen.
- Britt: Maar meisje, ik
dacht dat je het leuk vond om met Simon mee te gaan.
- Dorien: Dat is ook wel
leuk, maar. ...
- Johan: Ze heeft me
beloofd heel goed voor zichzelf te zorgen, en misschien gaat ze ook nog wel
naar Tony toe als ze niet moet werken.
- Dorien: Is dat zo
mama?
- Britt: Ja. Ik moet
werken en dan kan ik na de tijd mooi bij Tony gaan eten of zo en gezellig
kletsen.
- En dan vliegen Dorien
en Simon haar beiden gelijk om de hals.
- Dorien en Simon: U
bent de gaafste mama die er is.
- Johan: Dat is nog eens
een prachtig compliment.
- Britt: Dat is het
mooiste kerstcadeau wat ik me zou kunnen wensen,
twee kinderen die me heel lief vinden.
- Johan: En hun vader
dan?
- Britt: Vind die mij
dan ook lief?
- Johan: Kom eens hier
dan zal ik het je laten zien.
- Simon en Dorien:
Gatver, wat klef worden jullie zeg.
-
- En zo vertrekt op
zondag het gezelschap naar Frankrijk en gaat Britt een eenzame kerst
tegemoet.
- Tony moet de maandag
nog wel weken tot drie uur maar heeft daarna vrij tot 28 december.
- Net voor drie uur komt
Nadine het lokaal binnen. Ze houd een kleine toespraak voor haar teamleden.
Ze prijst hun harde werken van het hele jaar en in het bijzonder deze weken.
Ze hoopt dat iedereen een fijne kerst heeft en een beetje kan uitrusten
opdat ze daarna met volle energie verder kunnen werken. Voor de geluksvogels
die vakantie hebben wenst ze een behouden thuiskomst, zonder botbreuken van
het skiën. Ook heeft ze voor iedereen een klein cadeautje gekocht. Heel
toepasselijk voor de ontvanger, en dus met zorg uitgezocht.
- Britt krijgt een luxe
leren agenda en is daar heel trots op.
- Nadien wisselt
iedereen zijn cadeautjes met elkaar uit. Het was al een beetje een gewoonte
geworden om elkaar met de kerst een kleinigheidje te geven.
- In opperbeste stemming
worden de kerstgroeten uitgewisseld en vertrekt de een na de ander naar
huis.
-
- Tony: Ga je nog even
mee wat drinken bij de Combi?
- Britt: Niet zoveel zin
aan nu.
- Tony: Je mist Dorien,
is het niet?
- Britt: Ja.
- Tony: Kom dan toch
even mee. Even je zinnen een beetje verzetten.
- Maar ook aan die
gezelligheid komt een einde en rond negen uur gaat Britt alleen naar huis.
Ze voelt zich heel eenzaam en leeg. Bijna net zo leeg als die nacht dat ze
te horen kreeg dat Mark was overleden.
- Thuis nam ze een lange
hete douche en rolde daarna gelijk het bed in. Ze wilde eens een nacht echt
lekker lang kunnen slapen. Gelukkig hoefde ze de andere dag pas om tien uur
beginnen, en dat sliep altijd al een stuk rustiger.
- Maar om twaalf uur
ging de telefoon.
- Met een zwaar hoofd
nam ze op, maar haar lach kwam direct terug toen ze de vrolijke stem van
Dorien hoorde die haar een vrolijk kerstfeest wenste. Ze sprak met Johan,
Simon en Dorien en leverde zo weer ruim een uur van haar nachtrust in. Maar
ze ging nu blij en gelukkig slapen.
- Nog voor ze in slaap
valt denkt Britt gelukkig... 'Ik hou zoveel van mijn dochter, Simon en mijn
vriend...'
-
- De volgende dag om 10
uur komt Britt een beetje gelukkig het kantoor binnengestapt...
-
- Britt groet de
aanwezigen en wenst ze een vrolijke kerst toe en zet zich aan haar bureau om
de nachtrapporten door te lezen. De nacht was behoudens enkele incidenten
van geluidsoverlast betrekkelijk rustig geweest, maar nog maar net een kop
koffie verder begon het gedonder al weer.
- Na de hoogmis waren er
bij de kerk wat botsingen en aanrijdingen geweest en dat was uitgelopen op
een behoorlijke vechtpartij. Britt moest er nu heen om de boel te sussen.
- Het sneeuwde nu niet
meer, maar er lag genoeg sneeuw om nog steeds hinder van te hebben en het
was bovendien nog steeds erg koud. Het vroor nu nog 7° alhoewel het rond
het middaguur was.
- Heel voorzichtig
manoeuvreerde Britt de wagen door de straten en was met een half uurtje bij
de volksoploop.
- Gelukkig waren er geen
gewonden en door Brit's tussenkomst kon worden voorkomen dat hier een
veldslag zou ontstaan.
- Later op in de middag
werd bijstand van de politie gevraagd op het Rabot: Familiedrama mogelijk
met gewonden.
- Britt zuchtte eens
diep en dacht: Dag schone kerst, hier ga je.
- Samen met Peter reed
ze naar het Rabot en daar troffen ze wilde taferelen aan. In de flat was
behoorlijk huisgehouden en ze konden op de galerij al horen dat er binnen
een gillende vrouw en huilende kinderen waren. Ineens zag Britt een stoel
door de ruiten vliegen en vlug bukte ze zich om die te ontwijken.
- Uiteraard kwam er op
hun geklop en geroep geen reactie dus belde Britt voor ondersteuning van het
interventie team. Hier zouden ze niet met zijn twee naar binnen gaan. Dat
leek veel te gevaarlijk.
- Na vijftien minuten
was het team compleet en omdat er nog niet werd gereageerd werd de deur van
de flat geforceerd zodat ze binnen konden komen. Netjes volgens interventie
voorschrift trokken ze twee aan twee met getrokken wapens binnen. Britt werd
getroffen door het schreiende beeld van een huilende moeder met twee
krijsende kindjes op haar arm terwijl de man met een honkbalknuppel liep te
zwaaien.
- Britt: Leg neer die
knuppel.
- Maar de man reageerde
niet, hij was finaal door het dolle heen.
- Britt: (nogmaals, maar
nu veel luider) Ik zeg leg neer die knuppel.
- Woest draaide de man
zich om en stormde op haar af. In een fractie van een seconde had hij haar
te pakken. Hij duwde haar de knuppel tegen de keel en zette Britt vast tegen
de muur en duwde zo hard dat Britt bijna geen lucht meer kreeg. Ze had haar
wapen laten vallen en probeerde de knuppel weg te duwen maar kreeg er geen
beweging in. Ineens klonk er een schot en liet de man de knuppel los en
zakte voor Britt haar voeten in elkaar. Britt zelf zakte ook naar beneden,
stikkend benauwd en diep zuchtend om vooral adem binnen te krijgen.
- Een andere agent lag
bovenop de vrouw. Zij had het wapen van Britt opgenomen en op haar man
geschoten. Het was een grote ravage in de flat.
- Peter liep op Britt af
en informeerde of het wel ging. Britt stond nog stijf van de schrik maar ook
nu deed ze zich weer beter voor dan ze was. De man was gewond geraakt aan
zijn been en werd door een ambulance meegenomen terwijl de vrouw geboeid
werd overgebracht naar het politiebureau en de kinderen tijdelijk onder
toezicht van de kinderopvang kwamen.
- Het verhoor leverde al
gauw de nodige informatie op. De man was kort voor de kerst ontslagen en
voelde zich falen als echtgenoot en vader. Dat was hem dubbel ingewreven
door zijn vrouw die direct de dag daarop al met een andere vent had gevreeën.
Nu had de man de kinderen mee willen nemen en weg willen gaan
maar de vrouw was hierop volledig door het lint gegaan.
- Terwijl Britt ijverig
de PV's aan het uitwerken was en met Peter overlegde wie de
onderzoeksrechter zou informeren kwam Guy Mares van het Intern Toezicht ook
al binnen gewandeld.
- Guy: Jullie houden
zeker niet van een rustige kerst? En gunnen die een ander ook niet?
- Britt: Waar heeft u
het over?
- Guy: U hebt uw wapen
verloren en daar is mee geschoten. En er is een gewonde gevallen. Gelukkig
geen dode.
- Britt: Ik werd bijna
doodgedrukt, ja.
- Guy: Zullen we even
rustig in het verhoor gaan zitten, mijn collega komt er ook aan en dan nemen
we even uw verklaring op.
- Britt was (van binnen)
ontzettend kwaad, maar wist dat ze zich moest zien te beheersen want deze
jongens konden met een pennenstreek je hele carrière vernielen.
- Compleet doorgezaagd
kwam Britt om half vijf weer uit het verhoor. Ze kreeg de mededeling dat er
mogelijk een vervolgonderzoek zou komen en dat haar leidinggevende en de
hoofdcommissaris op de hoogte zouden worden gebracht van dit incident.
-
- Britt baalde als een
stekker en bij haar waren de kerstgedachtes op slag geheel verdwenen. Peter
probeerde haar nog wat op te beuren, maar het haalde niets uit.
- In plaats van nog even
bij Tony langs te gaan ging ze rechtstreeks naar huis en liet zich daar
huilend op de bank vallen en bleef daar zo liggen tot ze om half tien naar
bed ging.
- Maar ze ligt nog uren
wakker en vraagt zich af “Wat
heb ik in godsnaam verkeerd gedaan in dit leven?”
- Tegen 2 uur valt ze
uiteindelijk uitgeput in slaap...
-
- De volgende dag heeft
ze barstende hoofdpijn. Tot haar schrik ziet ze dat het al kwart voor 8
is...
- Britt: Shit!
(vloekend)
- Ze springt uit bed,
neemt een pijnstiller in en smeert snel een boterham, die ze onderweg wel op
eet.
- Voorzichtig rijdt ze
naar het commissariaat. Maar voor ze daar is, ziet ze een lifter staan.
- Britt stopt even en
laat de lifter bij haar instappen.
-
- Britt: Waar moet u
zijn? (vriendelijk)
- Lifter: Kunt u mij in
het stad afzetten?
- Britt: Ik kom daar wel
niet voorbij, maar ik zal even omrijden. (glimlachend/vriendelijk)
- Lifter: Das ontzettend
vriendelijk van u. (opgelucht)
- Maar nog voor Britt
goed en wel weer op weg is, gebied de lifter (Fernando, een Italiaan) haar
te stoppen.
-
- Britt: Maar...
- Fernando: STOPPEN!
(boos)
- Britt stopt de auto en
ziet tot haar schrik dat Fernando een wapen in zijn handen heeft... Een
mes……
- Fernando: Stoppen zeg
ik.
- Britt: Wat is hier aan
de hand? (en dan schrikt ze nog harder als Fernando het mes op haar wang
legt en de punt bijna haar rechteroog raakt)
- Fernando: Vriend in
gevangenis voor jou man. Hij niet gedaan. Ander iemand.
- Britt: De moordenaar
is nooit opgepakt, dat kan dus niet.
- Fernando drukt nog wat
harder op het mes en er komt wat bloed uit het dunne sneetje dat hij gemaakt
heeft.
- Fernando: Jij zoeken
en dan vriend vrij. Vriend niet vrij, jij dood als man.
- En om zijn woorden
kracht bij te zetten snijd hij met het mes in Britt haar hand en het bloed
loopt eruit. Dan stapt hij uit de auto en loopt snel weg, een hevig
geschrokken en huilende Britt achterlatend.
- Britt wikkelt een
zakdoek om haar hand en blijft verbouwereerd en huilend over het stuur
gebogen in de auto zitten.
- Na een tijdje wordt er
op de autoruit geklopt en Britt schrikt zich weer het apezuur. Als ze
opkijkt ziet ze Tony naast de auto staan.
- Die is zo geschrokken
van Britt haar behuilde gezicht dat ze vlug om de auto heen loopt en op de
bijrijderstoel gaat zitten.
- Tony: In hemelsnaam
Britt, wat is er gebeurt?
- Britt: (happend naar
adem en nog steeds huilend) Ik, ik
..... help me Tony. Ik ben zo bang.
- Tony: Wat is er dan?
- Britt: Hij, hij heeft
me bedreigt.
- Tony: Wie?
- Britt: Weet ik niet.
Een lifter. Hij zei dat ik moest stoppen en ineens zette hij een mes op mijn
gezicht. Hij zei dat ik .....de moordenaar van .....Mark .....moest vinden
anders zou ik .....eraan gaan. Zijn vriend zit nu ....in het gevang
daarvoor, maar...... dat kan helemaal niet, want ze hebben nooit een
aanhouding of veroordeling ....gedaan inzake Mark zijn dood.
- Tony neemt Britt in de
armen om haar te troosten en dan lijkt Britt helemaal in te storten.
- Tony: Ik breng je
terug naar huis, zo ga jij niet werken.
- Britt: Ik ga niet naar
huis. Ik ga werken. Thuis word ik gek als ik hier aan denk, en bovendien heb
ik dienst. Jij hebt vrij en je ziet er ziek uit dus JIJ gaat naar huis.
- Tony: Niks ervan. Ik
heb gister de hele dag geslapen en het gaat al veel beter (Maar dat is niet
echt waar want ze begint direct weer zwaar te hoesten).
- Na een partijtje
bakkeleien rijdt Britt Tony naar haar boot en laat haar beloven thuis te
blijven. Zelf gaat ze naar het commissariaat en duikt meteen het archief in
om te zien of er wat bekend is van het onderzoek naar Mark's dood. Uiteraard
kan ze niets vinden want Mark was bij de Rijkswacht en die hebben in die
tijd hun eigen onderzoek gedaan. Zelf zat ze toen ook bij de Rijkswacht,
maar ze twijfelt of ze nog inzage kan krijgen in dat onderzoek. Maar niet
geschoten is in elk geval mis dus belt ze naar de Rijkswacht in Brussel waar
ze in die tijd werkte. Maar zoals verwacht krijgt ze niets los.
- Met haar gedachten is
ze er vandaag niet bij. Gelukkig is het nu een stuk rustiger dan gisteren en
hoeft ze niet om de haverklap de straat op.
- Tegen twaalf uur
krijgt ze een telefoontje van Dorien die haar uitgebreid verteld hoe gaaf de
vakantie is, en dat ze zijn gaan skiën en dat Simon zijn oma heel aardig
is. Uiteraard staat Johan erbij en Britt kan hem horen lachen om Dorien's
opgewektheid. Johan komt ook zelf nog aan de telefoon en verteld haar hoe
vreselijk veel hij haar mist, en dat zijn ouders heel graag kennis met haar
willen maken. Ze zijn dolenthousiast over Dorien, daar moet wel een hele
lieve moeder bijhoren.
- In Johan's
enthousiasme merkt hij niet dat Britt wat somber klinkt, en Britt is daar
maar wat blij om. Ze wil hun vakantieplezier niet bederven. Ze zegt hem dan
ook niet wat haar deze ochtend is overkomen.
- Net na twee uur belt
Tony haar op om te vragen of ze na het werk langs komt dan kunnen ze samen
wat eten. Britt wil het afwenden maar daar neemt Tony geen genoegen mee.
- Tegen half zes is
Britt eindelijk bij Tony die er ook allerminst gezond uit ziet.
- Britt: Heb je nog
koorts?
- Tony: Beetje.
- Britt: Hoeveel?
- Tony: Beetje zeg ik
toch.
- Britt: Hoeveel?
(streng)
- Tony: 38.9 graden, nu
tevreden? (ziek)
- Britt krijgt Tony
zover dat ze weer haar bed inkruipt. Dan gaat Britt maar weer naar huis,
maar onderweg komt ze dezelfde lifter tegen en durft niet te weigeren en
laat hem weer instappen...
-
- Fernando:
Al gezocht? (streng)
- Britt:
J...a... (bang)
- Fernando zet het mes
op Britt's buik...
- Fernando: Iets
gevonden? (streng)
- Britt: Neeeen....
(doodsbang)
- Fernando zet meer en
meer druk op het mes, zoveel dat Britt een stekende pijn voelt...
- Britt: Hou op,
alstublieft, u doet me pijn... (snikkend)
- Fernando: U krijgt nog
1 uur... We spreken over een uur af aan het commissariaat... Owee als u er
niet bent... (dreigend)
- Britt geraakt helemaal
in paniek, begint volledig in paniek op het commissariaat alle dossiers te
controleren maar vindt, uiteraard, niks...
-
- Een uurtje later aan
het commissariaat, komt Fernando op Britt afgestapt...
- Britt: Ik heb mijn
best gedaan maar kan hier niets vinden. Ik wil morgen aan mijn baas vragen
of zij informatie kan krijgen, maar alsjeblieft doe me niets.
- Fernando: Ik jou
gewaarschuwd. Jij voelen wat ik bedoel?
- Britt: Nee, niet doen
(als hij haar weer het mes voorhoud)
- Fernando duwt Britt
het verhoor in en sluit de deur in het slot. Britt is doodsbenauwd als
Fernando op haar af komt stappen.
- Fernando: ZITTEN JIJ.
Ik jou zeggen. Vriend van mij heeft niet gedaan wat politie zegt. Hij wel in
gevangenis. Jou man dood. Jij ook als jij man niet zoekt die dit gedaan.
- Britt: Maar de
moordenaar is nooit opgepakt heb ik toch gezegd!
- En vervaarlijk zwaait
Fernando het mes voor Britt haar ogen.
- Fernando: Hier is
brief met naam. Jij zoeken en praten. Ik jou bellen over drie dagen. Jij
zeggen man gepakt, dan goed, anders .... ...
- En met een
oorverdovende klap jast hij het mes keihard in het tafelblad.
- Dan staat hij op en
loopt naar de deur. Daar draait hij zich nog eens om en grijnst eens naar
Britt.
- Britt: Hoe heet je
eigenlijk? En hoe heet je vriend, dan zal ik zien wat ik voor jullie kan
doen.
- Fernando:
Vriend is Alexandro DiLuigi. Is in
gevangenis in Brussel. Ik Fernando, dat is genoeg.
-
- Nadat hij weg is
gegaan probeert Britt een verslag te maken van wat haar is overkomen
vandaag. Daarna wil ze het liefst weg hier, maar alleen naar huis ziet ze
niet echt zitten. Ze geeft zichzelf nog even uitstel van executie door eerst
bij Tony langs te gaan om te zien hoe die er aan toe is.
- Tony: Jij hebt goede
invloed op mensen. Nadat ik ben gaan slapen voel ik me een stuk beter. En
jij? Jij loopt ook al meer dan een week tegen de griep aan te hangen, wil
het nog niet doorzetten of wil je niet toegeven?
- Britt: Ik denk dat het
wel overwaait.
- Tony: Zullen we even
wat gaan drinken in de kamer?
- Britt: Jij blijft
lekker nog een paar dagen in bed en ziekt eens heel goed uit. Dat gore
Scheldewater heeft je vorige week geen goed gedaan. Hoest je nog bloed op?
- Tony: Hoe weet jij dat
nou?
- Britt: Ik zag het toen
we op de Kalanderberg liepen. Je probeerde het te verbergen maar ik had het
al gezien.
- Tony: Nee, dat is nu
over. Eerlijk. Ik heb maandag de dokter nog gezien en die zegt dat ik de
goede kant uit ga. Ik ben bijna koortsvrij.
- Britt: Vanmiddag had
je nog 38.9 en nu dan?
- Tony: Weet ik niet,
maar het lijkt me minder.
- Britt: Meten is weten
(en ze geeft Tony de thermometer aan)
- Na een aantal minuten
krijgt Britt die terug.
- Britt: Beter zei je?
39.8° is dus echt niet beter. Ik ga nu de dokter bellen.
- Tony: Nee, ik wil geen
dokter meer zien.
- Britt: (die al haar
energie in Tony stopt zodat ze niet aan haar eigen problemen hoeft te
denken) Ik bel dus wel en blijf hier tot hij is geweest.
- Tony: Weet jij wel wat
het kost als zo'n man op 2e kerstdag huisbezoeken af moet leggen?
- Britt: Ja, dat kost
€ 54,65 per visite. Heb je daar een probleem mee?
- Tony: Dat is een hoop
geld waar je ook andere dingen van kan doen.
- Britt: Dingen die
belangrijker zijn dan je gezondheid?
- Tony is door de koorts
eigenlijk op van al dat geruzie. Ze is hartstikke moe en begint spontaan te
huilen.
- Britt: He meisje, niet
huilen. Je gaat wel beter worden. Daar zijn de dokters voor. Voor zo'n
honorarium mag je wel verwachten dat ze iets goeds doen.
- Tony: Dat weet ik ook
wel, maar ik wil geen ruzie met jou. Ik baal er zo van dat ik ziek ben en
helemaal niet aan jou gedacht heb met de kerst toen jij moest werken en
verder helemaal alleen thuis was. Ik had graag samen met jou de kerst
gevierd maar dat is helemaal mislukt. Sorry Britt.
- Britt: Er komen nog
wel meer kerstmissen, en anders halen we toch gewoon in als je beter bent.
Maar eerst moet je dan wel beter worden.
- Ik laat even de dokter
binnen, die zal er zo wel aankomen.
- Dokter: Het gaat nog
steeds niet beter met mevrouw Dierickx?
- Britt: Nog steeds
koorts, net nog 39.8°.
- Dokter: Hoest ze nog
sputum op?
- Britt: Ja, maar niet
meer zoveel, en ze zei dat er geen bloed meer bij zit.
- Dokter: Dat verwachtte
ik ook niet. Dat was een reactie van de longen vorige week toen ze onder
water had gelegen. Misschien is zij gewoon minder gevoelig voor de
antibiotica die ik haar heb gegeven. Ik zal haar even gaan onderzoeken. Kunt
u morgen met haar naar het ziekenhuis voor een longfoto en een bloedtest?
- Britt: Doe ik.
- Nadat Tony was
onderzocht wilde Britt weer vertrekken maar Tony vroeg haar om te blijven,
ze voelde zich angstig want ze was benauwd door de forse longontsteking.
- Britt zorgde ervoor
dat Tony wat rechterop in bed kwam te zitten en deed een raam open zodat ze
de koude, maar wel schone lucht van buiten kon inademen. Na een poosje werd
Tony rustiger en viel in slaap.
- Britt legde zich op de
bank en probeerde ook te slapen. Dat dat niet lukte na zo'n dag als vandaag
was helemaal niet verwonderlijk.
- Ze was blij dat het
zeven uur was. Vlug ging ze bij Tony kijken die ook net wakker werd.
- Britt: Tony, ik ga
even bij mijn huis langs om schone kleren te halen en dan kom ik terug om
met je naar het ziekenhuis te gaan.
- Tony: Maar ik wil
niet. Ik heb geen koorts meer.
- (Tony had echt een
grondige hekel aan ziekenhuizen maar met Britt in haar buurt kon ze er niet
onderuit)
-
- Na het polibezoek
vertelde de arts dat ze tegen de middag een voorlopige uitslag zouden hebben
die kon aangeven of ze de goede medicijnen hadden. Zo nodig zouden ze dat
bijstellen, maar het zag er nu toch wel beter uit dan enkele dagen geleden.
- Britt bracht Tony weer
naar de boot en ging toen weer aan het werk.
-
- Nadine was ook terug
van kerstverlof en riep Britt binnen voor het verslag van de kerst.
(uiteraard had ze zich al wel ingelezen, maar ze vond het ook prettig om het
rechtstreeks van de oudste van dienst te horen. Bovendien had ze behoefte
aan een praatje met Britt)
- Nadine: Ik heb net nog
even de verslagen doorgelezen, en er lag een merkwaardige bij, Britt...
(vriendelijk)
- Britt zucht diep,
omdat ze weet over welk verslag het gaat...
- Nadine: Zal ik eens
voor je bij de Rijkswacht vragen? Mij kennen ze misschien nog en vermits ik
nu commissaris ben...
- Britt: Maar wilt u de
situatie waarom niet vertellen? Ik ben zo bang van die Fernando, Nadine...
Ik...
- Nadine: Ik zeg niks.
(glimlachend/vriendelijk)
- Britt haalt opgelucht
adem...
- Britt: Bedankt.
(zacht)
- Nadine: Goed...
Wanneer belt hij je weer?
- Britt: Overmorgen...
(zuchtend)
- Maar plots gaat
Britt's gsm af...
- Britt:
Britt.
- Stem:
Fernando hier. Had geen tijd om te
wachten. Jij nu hier komen. Havendok 5. Nu meteen. Tot zo, anders...
(dreigend)
- Britt: Ik... Ik kom...
- Dan legt Fernando in
en ook Britt haakt in.
- Nadine: En?
(nieuwsgierig/bezorgd)
- Britt legt alles uit.
Vanbruane besluit haar te volgen en haar te beschermen indien nodig, maar ze
zorgt er wel voor dat Fernando haar niet kan zien...
- Wanneer ze aangekomen
zijn, loopt Britt met een bang hartje op Fernando af, die met zijn mes staat
te zwaaien...
-
-
- Britt moet ineens heel
hard hoesten en begint bijna te kokhalzen. Ze schud eens flink met haar
hoofd en probeert haar angst onder controle te krijgen. Z
|