 Back again
“Hé, Tony. Leuk je weer te zien”, begroet Pasmans als Tony het teamlokaal binnenwandelt met haar dochter. “Waar is Britt?” Wil Tony weten. “Ze moet toch werken?” “Inderdaad, ze is opgeroepen voor een zaak”, antwoordt Pasmans.
“Wat voor zaak?” vraagt Tony nieuwsgierig. “Sorry, maar dat mogen wij niet zeggen. Dat moet jij toch weten”, zegt Pasmans met een glimlach op zijn gezicht terwijl hij naar Tony wijst. Ze moet er om lachen. “Hoe is het met de kleine, Tony?” Wil Raymond weten als hij het teamlokaal binnen komt lopen met twee bekers koffie. De ene bied hij aan Tony aan en de andere neemt hij zelf mee en zet het op zijn bureau. Tony heeft Vera op het bureau van Pasmans gezet en ze drinkt van haar koffie. “Dat was mijn koffie”, protesteert Pasmans. “Inderdaad, Pasmans”, zegt Tony. “Het was jou koffie. Bedankt, Raymond. Ik was bijna vergeten hoe de koffie hier smaakte.” “Geen probleem”, zegt Raymond. “Als je het weer eens dreigt te vergeten, kom je toch gewoon even langs? Gezellig.”
Tony glimlacht even. “Waar is Vanbruane?” Wil ze weten. “Die komt zo terug, heeft ze gezegd. Jij wilt ook alles weten, hè?” Zegt Pasmans. Tony knikt en ze gaat zitten aan het bureau van Vanneste, die er samen met Selattin er ook van door is. “Hebben jullie mij erg gemist?” Polst Tony. “We hebben je toch nog regelmatig gezien?” Vraagt Pasmans die niet door heeft waarom Tony die vraag stelde. “Ik bedoel tijdens het werk, of jullie mij als flik missen”, verduidelijkt Tony. “Neuh”, reageert Pasmans direct. “Die Sofie is ook goed en eigenlijk komt die ook meer op tijd.” Tony voelt een licht teleurgesteld gevoel op komen. Misschien moet ik toch maar thuis blijven, denkt ze. “Wij hebben je wel gemist. Iedereen, behalve Pasmans blijkbaar”, stelt Raymond haar gerust. “Echt?” Vraagt Tony, want ze heeft moeite om het te geloven. “Natuurlijk. Je bent altijd zo aanwezig geweest en nu is het een stuk rustiger en stiller. Alleen de verdachten zijn er beter van geworden door je vertrek. De verhoorkamers zijn veiliger geworden.” Tony moet lachen om de woorden van Raymond. Ze voelt zich een stuk beter, nu. Ze was bang dat ze vervangen en vergeten was als flik, maar dat valt dus wel mee. Ze wilt namelijk weer terug aan het werk. Na vijf maanden thuis gezeten te hebben, hield ze het niet meer uit. Haar dochter Vera is wel een gezellig gezelschap, maar in haar hart mist het flikkenwerk toch wel. Daarom is ze nu weer eens in het commissariaat aanwezig en wacht ze op de commissaris. Ze wilt eens informeren naar de mogelijkheden.
Na een half uurtje komen Britt en Sofie terug. “Hé, Tony”, is het enige wat Britt zegt, want ze hebben elkaar gisteravond nog gesproken. Alleen weet Britt nog niet van Tony haar plannen af, omdat Tony het als verrassing wilde houden. En als ze het wel had verteld, was iedereen nu al op de hoogte geweest. “Ha, Tony”, is de reactie van Sofie. Tony glimlacht vriendelijk terug. “Wat kom je doen?” wil Britt weten. “Gewoon weer genieten van de sfeer, hier”, liegt Tony. “Tuurlijk”, zegt Britt, die er niks van gelooft. “Ik ken je goed genoeg, om te weten dat je nu liegt.” Tony kijkt betrapt. “Wat voor zaak hebben jullie?” Vraagt Tony om op een ander onderwerp over te gaan. “Tony!” “Ja, Britt. Wat is er?” Vraagt Tony onschuldig. “Je weet dat we niks over lopende zaken mogen vertellen aan de buitenwereld”, zegt Britt om haar te plagen en als reactie steekt Tony haar tong uit. Net op dat moment loopt Vanbruane voorbij. “Ah, Tony”, zegt Vanbruane. “Weer op visite?” “Kan ik u even spreken?” “Natuurlijk, loop maar mee”, zegt Vanbruane en ze loopt door naar haar kamertje. Britt en de collega’s kijken het tweetal verbaasd na. “Heeft ze iets tegen jullie gezegd?” Wil Britt van Raymond en Pasmans weten. “Helemaal niks. Ze heeft wel naar Vanbruane gevraagd”, antwoordt Raymond. Daarmee verdwijnt de verbaasdheid onder de collega’s niet.
“Tony, waar kan je mee helpen? Zijn er problemen?” “Zo zou u het kunnen noemen”, zegt Tony serieus en Vanbruane gaat wat bezorgder kijken. “Ik hou het thuis niet meer uit. Ik zou graag terug aan het werk willen”, zegt Tony meteen to the point. Vanbruane gaat wat achter over zitten en probeert het te verwerken. “Bedoel je dat je hier weer wilt werken?” Tony knikt. “Bon, dat gaat niet zomaar, natuurlijk. Sofie heeft je plaats overgenomen en die kunnen we niet zomaar wegsturen.” “Dat begrijp ik”, zegt Tony en ze meent het. “Hoe kom je ineens bij die beslissing?” Wilt Vanbruane weten. “Niet ineens. Ik heb het flikkenwerk vanaf het begin gemist, maar ik wilde er niet aan toe geven. Ik had gehoopt dat het over zou gaan, maar het wordt steeds erger. Daarom heb ik besloten om … eh … om te kijken of ik van u nog terug mag gaan werken”, legt Tony uit. “Van mij zou dat wel mogen, maar ik heb hier geen plek vrij. Dat is het probleem.” “Dat begrijp ik, maar ik kon het proberen”, zegt Tony en haar stem klinkt licht teleurgesteld. “Tony, dit is echt niet tegen jou, maar je moet begrijpen dat ik niet zomaar iemand kan wegsturen. En ik weet ook heel goed dat je een goede flik bent, daar gaat het niet om. Het is niet tegen jou persoonlijk.” “Dat weet ik. Wilt u het me laten weten als er wel een plek vrij is, dan kom ik direct”, zegt Tony en ze wilt opstaan. “Wacht, Tony. Ik zal eens met Sofie praten.” “Nee, ik wil niet dat Sofie zich straks weggejaagd voelt. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.” “We kunnen het proberen”, zegt Vanbruane en ze staat op. “Sofie, bureau!” Roept ze nadat ze haar deur heeft opengedaan.
Sofie staat verbaasd op en de collega’s gaan, als dat mogelijk is, nog verbaasder kijken. Ze loopt naar het kamertje van de commissaris. “Ga zitten, Sofie.” Vanbruane wacht totdat de verbaasde Sofie zit. “Sofie, ik zit met een probleem. Ik wil weten of je hier graag werkt.” “Ja”, antwoordt Sofie licht twijfelend op de totaal onverwachte vraag. Vanbruane knikt begrijpend en Tony gaat zich nog wat ongelukkiger voelen. “Maar waarom vraagt u dat terwijl Tony daarbij is? Dat heeft toch niet met elkaar te maken?” “Nou, het zit zo. Tony”, zegt Vanbruane en ze wijst naar Tony, “is naar mij toegekomen met de vraag of ze terug kon aan het werk.” “En nu wilt u dat ik mijn plaats af ga staan?” Onderbreekt Sofie. “Nee, helemaal niet. Je moet mij geloven. Ik heb Tony gezegd dat het niet zomaar gaat en dat jij die plaats hebt overgenomen”, zegt Vanbruane en Sofie kijkt naar Tony, die knikt. “Ik zou jou echt niet wegsturen en ze wilt zelf ook niet dat je wordt weggejaagd, zoals ze dat zelf zei. Dat wil ze niet op haar geweten hebben. Maar ik heb wel voorgesteld om met jou te praten, voor het geval dat…” “Dat komt mooi uit, want ik moet u nog wat vertellen”, bekent Sofie. “Ik durfde het niet vragen, maar ik zou graag terug voor de federale gaan werken.” Sofie wordt door twee verbaasde mensen aangekeken. “Maar ik wil niet dat voor mij vertrekt”, protesteert Tony. “Dat doe ik echt niet. Ik ben erachter gekomen dat dit werk niet helemaal bij mij past. Ik mis het andere.” “Hier zitten dus twee mensen die een verkeerde beslissing hebben genomen”, merkt Vanbruane op. “Maar waarom durfde je dat niet aan mij te vertellen? Ik ben toch niet gevaarlijk?” “Nee, nee. U hebt er voor gezorgd dat ik hier terecht kon en ik wilde u niet kwetsen door weer snel te vertrekken.” “Het maakt niet uit. Kan je al bij de federale terecht?” wilt Vanbruane weten. “Er is een plaats vrij.” “Oké, zorg er dan voor dat je die plaats krijgt en dan heb ik twee gelukkige mensen”, zegt Vanbruane met een gelukkig gezicht. Ook Sofie en Tony zien er gelukkig uit. “Bel maar”, zegt Vanbruane terwijl ze naar de telefoon op haar bureau wijst. “Ik neem aan dat je het nummer kent.” Sofie knikt. “Maar moet dat nu?” “Ja, of wil je dat de plaats al door iemand anders wordt ingenomen?” Zonder verder nog iets te zeggen, neemt Sofie de telefoon.
“Ik heb de plaats”, zegt Sofie na afloop van het gesprek. “Mooi, gefeliciteerd. Wanneer kan je beginnen?” “Morgen”, antwoordt Sofie. “Morgen al?” Vraagt Tony geschrokken. “Zal dat gaan met Vera, Tony?” Wilt Vanbruane weten. “Ja, dat is geen probleem. Sam is morgen vrij. Maar het overvalt me een beetje. Ik ben hier heen gegaan met de gedachte dat ik niet terug zou kunnen beginnen en nu kan ik morgen al terug aan het werk.” Ze moeten lachen om de reactie van Tony. “Oké, het probleem is opgelost. Sofie, kun je mij en Tony even briefen.”
“Natuurlijk”, zegt Sofie en ze gaan verzitten. “Wij hebben een melding gehad dat een vrouw lastig gevallen is en wij zijn daar naar toe gegaan.” “Kende ze de dader?” Vraagt Tony met de professionaliteit alsof ze nooit is weggeweest. “De man had een bivakmuts op en was verder in het zwart gekleed. Hij heeft ook niks gezegd, maar ze zegt dat ze zeker is dat het de man is die haar steeds weer lastig valt. Hij keert dus steeds terug, maar dat weet ze dus niet zeker.” “Nog iemand die terug keert”, merkt Vanbruane op. “Dan zijn jullie met drie.” Sofie en Tony moeten er om lachen, maar ze worden gestoord door Pasmans, die op de deur klopt. “Tony, Vera huilt en ik krijg haar echt niet stil.” “Het is goed”, zegt Tony en gaat met Pasmans mee. Sofie en Vanbruane staan ook op en verlaten ook het kamertje. Tony pakt haar dochter uit haar stoeltje en ze is vrijwel direct stil. Pasmans staat verbaasd te kijken. “Wat doe ik fout?” Vraagt Pasmans zeer verontwaardigt. “Alles”, grapt Raymond en Pasmans laat zich beledigd op zijn stoel zakken. “En wat was dat allemaal?” Wil Britt weten.
“Sofie stopt met werken”, meldt Vanbruane. “En Tony neemt haar plaats over.”
“Tony!” Roept Britt bestraffend, waardoor Vera weer moet huilen. “Sorry. Maar je kunt Sofie toch niet zomaar wegsturen?” “Dat heb ik niet gedaan. Ik kwam alleen informeren en toevallig blijkt dat Sofie hier weg wil. Ik wilde zelfs wachten totdat er wel een plaats vrij was”, verdedigt Tony zichzelf. “Ik zou echt niet kunnen werken met de gedachte dat ik iemand heb weggejaagd. Echt niet.”
“Ze heeft gelijk”, zegt Sofie. “Ik wil terug voor de federale gaan werken en dat is volledig mijn eigen beslissing. Alleen heb ik het niet eerder aan Vanbruane willen vertellen.” “Dan is het goed. Wanneer ga je ons verlaten, Sofie?” Wilt Britt weten. “Nu.” “Nu?” Vraagt Tony verbaasd aan Sofie. “We hadden morgen toch afgesproken?” “Nee, we hebben niks afgesproken. Ik kan alleen morgen mijn nieuwe plaats innemen”, zegt Sofie. “Ik wil graag nu vertrekken om me voor te bereiden.” “Je hebt gelijk, maar ik zit met Vera. Ik heb geen oppas, die heb ik namelijk nooit nodig gehad”, zegt Tony. “Pasmans, wil jij nog even op Vera letten?” Vraagt Tony met een lach. Pasmans kijkt geschrokken op. “Nee, wij moeten patrouilleren”, zegt Pasmans stamelend snel en hij pakt zijn spullen bij elkaar. Raymond staat ook op en wilt met Pasmans meegaan, maar hij feliciteert eerst Tony met haar terugkomst. “Tony, ik kan Lieve bellen. Ik denk wel dat ik ze op Vera wil passen”, stelt Britt voor. “Daar zeg ik geen ‘nee’ tegen”, zegt Tony en Britt gaat bellen. “Sofie, kent die vrouw die man? Heeft ze naam of adres?” Britt kijkt Tony raar aan. “Sofie heeft alles al verteld”, verduidelijkt Tony het voor Britt, die begrijpend knikt. “Ja, ze heeft een naam gegeven, maar ze is niet zeker dat het bij die man hoort. Ze heeft die naam gelezen op een briefje in de wagen van die man.” “Het is zeker ook niet bekend of die wagen in het bezit van die man is”, raadt Tony. “Inderdaad. Hier heb je die naam”, zegt Sofie en ze geeft een briefje met een naam. “Ik zal je bureau leeghalen.” “Is goed, dan zal ik checken of ik nog snap hoe de computers hier werken en dan kijk ik gelijk of hij in ons systeem zit.” Tony gaat achter een computer zitten en ze typt de naam in, maar ze vind geen strafblad. Daarna zoekt ze in het Rijksregister adres van de man op. Ondertussen heeft Sofie het bureau leeggehaald en Britt heeft Lieve gebeld.
“Dat heb je snel gedaan. Ik zou daar veel langer over gedaan hebben”, zegt Tony bewonderend als ze het lege bureau ziet. “Naar het schijnt heb jij meer rotzooi op je bureau liggen. Ik denk dat het daarin scheelt”, zegt Sofie en Tony knikt. “Ik ga, maar laat me weten hoe de zaak afloopt, oké?” “Natuurlijk. Veel succes bij de federale”, zegt Tony en Britt zegt, vlak daarna, bijna hetzelfde. Als Sofie weg is, zegt Britt dat Lieve zit te wachten. “Dan kunnen we daarna een bezoekje brengen aan deze man”, zegt Tony. “Sofie gaf Maarten Devliegere als naam. Hij heeft geen strafblad, maar dat zegt niets.” “Oké, ga je mee?” Tony knikt en neemt Vera mee. Nadat ze bij Lieve zijn geweest, rijden ze naar het adres van Maarten Devliegere. “Weet Sam al dat je terug aan het werk bent?” “Nee, daar heeft hij toch niet mee te maken?” Vraagt Tony geprikkeld. “Jullie zijn weer uit elkaar?” Raadt Britt en Tony knikt. “Maar als je gaat werken, zal Vera ergens anders moeten zijn.” Sam en Tony hebben de tijd door gebracht met een knipperlichtrelatie en daar is Britt van op de hoogte, maar dit knipperlicht flikkert wel vaak. Na de ruzie tussen Sam en Tony hebben ze elkaar nauwelijks nog gesproken tot vlak na de bevalling. Ze kwamen elkaar nog wel eens tegen in het ziekenhuis, maar daar voelden ze zich allebei ongemakkelijk bij. Na de bevalling vond Sam dat hij het kind wel mocht zien en het bleek weer te klikken tussen de twee, maar het was niet voor een lange tijd. Ze voelen wel iets voor de ander, maar het is niet genoeg voor een langdurige relatie. “Er zijn toch meer mensen die werken en een kind hebben. Er bestaat toch ook zoiets als een kinderopvang?” “Oké, je hebt gelijk”, zegt Britt om een eind aan het gesprek te maken.
Iets later zitten beide vrouwen in de woonkamer van Devliegere. “Wat komt u doen?” vraagt hij vriendelijk. “Er is een klacht bij ons binnen gekomen en we hebben redenen om aan te nemen dat u diegene bent die deze klacht veroorzaakt heeft”, zegt Britt. “Ik? Een klacht veroorzaakt?” vraagt de man verbaasd. “Volgens mij heb ik nergens voor overlast veroorzaakt.” “Kent u Anneke Elsen?” “Nooit van gehoord. Ik denk niet dat ik u kan helpen.” “Zij is vanmorgen vroeg lastig gevallen door een man en ze denkt dat u dat bent”, zegt Britt. “Ik? Maar ik ken die vrouw ken ik helemaal niet”, zegt de man verontwaardigd. “Waar was u vanmorgen tussen vier en vijf?” “Gewoon in mijn bed. Waar anders?” vraagt de man. Britt antwoordt niet op zijn vraag. “Is er iemand die dat kan bevestigen?” “Mijn vrouw lag naast mij, ja. Gaat u die nu ook lastig vallen met die rare vragen van u?” “Wij willen haar spreken. Waar is uw vrouw op dit moment?” wil Britt weten. “Die is hier. Ik zal haar roepen.”
“Niet nodig. Wij vinden haar wel”, zegt Britt en ze staat op. Tony volgt haar en ze vinden de vrouw uiteindelijk op de zolder. Ze schrikt van het onverwachte bezoek. “Wie… wie bent u?” stamelt de vrouw. “Wij zijn van de politie”, zegt Britt en ze laat haar legitimatie zien. “Wij willen u iets vragen.” De vrouw knikt. “Waar was u man vanmorgen tussen 4 en 5?” “Die lag naast mij in bed.” “Weet u dat zeker?” “Natuurlijk, anders zou ik dat niet zeggen”, zegt de vrouw licht geïrriteerd. “Het was echt niet de buurman, als u dat soms denkt.” “Dat zeggen wij niet. Bedankt voor uw hulp”, zegt Britt vriendelijk en ze gaan terug naar de man. “En? Mijn vrouw heeft het bevestigd, niet?” “Dat heeft ze inderdaad. Bedankt voor de medewerking.” Tony en Britt geven de man een hand en wensen hem nog een prettige dag. En niet veel later zitten ze terug in de wagen.
“Die vrouw is dus lastig gevallen tussen vier en vijf”, raadt Tony. “Ja, maar ik dacht dat je alles al wist.” “Niet alles. Pasmans onderbrak de briefing, omdat Vera huilde. Weet je nog? Vertel maar.” Britt begint te vertellen terwijl ze terug naar het commissariaat rijdt. Ze verteld dat de dader om ongeveer tien over vier ’s ochtend heeft aangebeld en dat Anneke Elsen niets vermoedend open heeft gedaan. De man heeft haar bedreigd met een mes en hij is zo ook binnengekomen. Daarna heeft hij de vrouw een mes op haar keel gezet en is hij tussen haar spullen gaan rommelen. Tony wil weten of hij iets heeft meegenomen, maar Britt zegt dat de vrouw niks heeft gemerkt. Britt gaat verder met vertellen en ze vertelt dat de man haar daarna is gaan betasten op verschillende intieme plekken. Dat heeft tot gevolg dat Tony zich gaat verzitten en nog meer geïnteresseerd gaat kijken, maar Britt voegt er dan snel aan toe dat de vrouw niet verkracht is en Tony knikt begrijpend. Daarna is de man vertrokken en hij keert dus regelmatig terug. Tony wil weten of die vrouw al eerder naar de politie is geweest, maar dat blijkt niet zo te zijn. De vrouw is met de dood bedreigd door diezelfde man en ze dacht in het begin dat het wel over zou gaan. En niet veel later parkeert Britt de wagen bij het huis van Anneke Elsen.
“Woont ze hier?” vraagt Tony overbodig. Britt knikt en ze stappen uit. “Wat wil je hier gaan doen?” “Wat denk je? Is je flikkenkennis zo ver weg gezakt in die vijf maanden? We gaan die vrouw confronteren met wat die Maarten Devliegere heeft verteld.” “Sorry, ik moet er weer in komen”, zegt Tony terwijl Britt aan belt. De vrouw doet de deur snel open en laat de twee vrouwen binnen. Ze nemen plaats in de woonkamer, nadat ze op de vraag van Anneke Elsen hebben gezegd dat ze niks te drinken hoeven. “Wij hebben met die Maarten Devliegere gesproken…”, begint Britt, maar ze wordt onderbroken. “En, heeft hij bekend?”
Britt schudt haar hoofd. “Hij ontkent dat hij het gedaan heeft en hij beweert ook dat hij u niet kent.” “En hij heeft een alibi”, voegt Tony eraan toe. Anneke Elsen knikt begrijpend. “Daar was ik al bang voor. Ik heb alleen die naam gezien op een briefje in die wagen.” “Is er niets wat u kunt herinneren aan eigenschappen van die man?” wil Tony weten. “Hij had een bivakmuts op en hij droeg lange kleding of hoe moet ik dat zeggen?” De vrouw krijgt rillingen over haar rug als ze weer terug denkt aan wat er die morgen gebeurd is. “Hij had bruine ogen.” “Heeft hij iets aangeraakt hier in huis?” wil Britt weten. De vrouw schudt haar hoofd en ze voelt weer die handen over haar lichaam gaan. Tony merkt dat de vrouw het moeilijk krijgt en ze gaat naast haar zitten. Aan het gedrag van de vrouw voelt Tony dat ze het prettig vind. Als ze iets in die vijf maanden heeft geleerd, is het wel dat ze op gedrag moet letten. De zorgzaamheid is er ook bij haar ingekropen. Ze slaat een arm om haar heen en bij Anneke beginnen de tranen te lopen. “Heeft hij je bedreigd?” wil Tony weten. De vrouw knikt. “Met een mes”, zegt ze met een stem vol verdriet. “Ik mag het aan niemand vertellen.” “Heeft hij gezegd wat hij gaat doen als je het aan iemand zou vertellen?” De vrouw knikt. “Hij heeft gezegd dat hij dan wraak zal gaan nemen”, zegt Anneke en ze barst opnieuw in tranen uit. “Je bent nu bang dat hij wraak gaat nemen”, concludeert Tony. Anneke Elsen knikt. “Hoe regelmatig komt hij langs?” “Elke week op deze dag, donderdag.” Vreselijk, denkt Tony. “Heeft hij een vast tijdstip?” De vrouw schudt haar hoofd. “Hij verspreidt het binnen de 24 uur.” “Heb je al eens geprobeerd om die dag weg te zijn?” wil Tony weten. De vrouw knikt duidelijk. “Maar hij zoekt mij op en hij komt dan als ik even alleen ben.” “Wij zullen ervoor zorgen dat er van woensdag tot vrijdag een observatieploeg voor de deur staat”, belooft Tony en Britt kijkt haar afkeurend aan. “Hij gaat wraak nemen…”, begint Anneke. “En je bent bang dat hij niet tot donderdag gaat wachten?” raadt Tony en de vrouw begint te hevig knikken. “Wij zullen gaan overleggen wat we verder kunnen doen”, zegt Tony en ze staat op. Britt volgt haar naar de gang. “Nee! Hij komt terug!” roept de vrouw in paniek. “Wij zijn alleen hiernaast”, probeert Tony haar gerust te stellen.
“Maar hij kan langs achter komen!” roept de vrouw bang. Tony en Britt wijzigen hun plannen en ze gaan in de open keuken staan in plaats van de dichte gang. “Tony, we moeten eerst toestemming krijgen voor die observatie die je haar hebt beloofd”, zegt Britt op fluistertoon om ervoor te zorgen dat Anneke niet mee kan luisteren. “Dat weet ik, maar ik denk dat we dat wel voor elkaar krijgen en anders doe ik dat wel. Het mag niet nog een keer gebeuren”, reageert Tony op dezelfde fluistertoon. “Tony, je bent onveranderd”, constateert Britt.
“Britt, ik ben serieus bang dat ze gevaar loopt en ik geloof ook dat hij niet tot vrijdag gaat wachten.” “Ik moet je gelijk geven. We zullen met Vanbruane moeten overleggen.” “Maar we kunnen haar nu niet alleen laten”, vindt Tony. Britt pakt haar gsm en ze belt naar Vanbruane. Britt hoeft niet veel moeite te doen om haar te overtuigen om de aan Anneke beloofde observatie uit te laten voeren. Om haar voortdurend te beschermen moet ze meer moeite doen. Uiteindelijk stemt Vanbruane er toch mee in en Britt knipoogt naar Tony, die de hint direct begrijpt. Britt beëindigt het gesprek. “Britt, ik ben wel bang dat wij haar moeten beschermen. Ik denk niet dat ze zich veilig zal voelen bij de mannen.” “Je hebt gelijk, maar ik kan vanavond echt niet. Ik zou met Johan en de kinderen op restaurant gaan en daarna naar de bioscoop. We hebben al gereserveerd.” “Ga jij je vanavond maar amuseren en ik zal het werk wel doen”, zegt Tony om haar te plagen. “Tony, het spijt me. Ik wist het niet van tevoren.” “Natuurlijk niet. Het geeft niet. Je kent mij toch? Ik zal het wel doen”, biedt Tony aan. “En je dochter dan?” “Sam komt haar vanavond halen en dan ben ik beschikbaar. Ik heb niet zo’n vol geplande agenda.” “Je bent een engel”, zegt Britt. “Nee, een flik”, zegt Tony en ze probeert serieus over te komen. “Maar dan moet ik nu wel even een halfuurtje weg om het te gaan regelen met Sam. Ik moet hem nog veel vertellen.” “Geen probleem, maar red je dat wel in een halfuurtje?” wilt Britt weten en Tony knikt. Ze gaan terug naar de vrouw. “Wij hebben geregeld dat u constant gezelschap hebt van agenten.” Anneke ziet er duidelijk wat geruster uit en het lijkt er op dat ze wat ontspant, niet veel, maar toch. “En we hebben ook die observatieploeg geregeld van woensdag tot vrijdag”, voegt Tony er aan toe. “U zult niet meer alleen zijn. Britt, ik ga even en ik ben zo snel mogelijk terug.” Britt knikt en hij gaat op de bank naast de vrouw zitten. Buiten belt Tony direct naar Sam en ze spreken af op de boot. Tony is net iets sneller bij de boot dan Sam, maar hij laat niet lang op zich wachten.
“Hé, Tony. Wat is er?” Vraagt Sam wat bezorgd. “Ik moet je iets vertellen. Ga zitten.” Tony wacht tot hij zit. “Ik ben terug aan het werk.” Sam kijkt haar verbaasd aan. “En Vera dan?” “Jij bent er toch nog? En anders kan ze naar een opvang, dat doen wel meer ouders.” “Daar heb je gelijk in. Je moet ook aan jezelf denken. Heb je dan al een opvangplaats geregeld?” “Nog niet. Ik wilde er eerst met jou over hebben. Ik heb lang getwijfeld of ik terug aan het werk zou gaan, maar ik hield het hier thuis echt niet meer uit. Ik hoop dat je het begrijpt.” “Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik moet er niet aandenken dat ik maanden lang thuis zit zonder werk. We zullen wel een oplossing vinden.” “Bedankt, Sam, voor je begrip. Zou je vanavond al voor Vera zorgen? Ik moet werken vannacht.” “Begin dat nu al? Maar het is goed, ik heb niks gepland. Waar is ze nu eigenlijk?” “Ze is bij Lieve, de oppas van Dorien.” “Dorien? De dochter van Britt?” vraagt Sam voor de zekerheid. Tony knikt. “Zou je haar kunnen ophalen?” Sam knikt. “Ik zal het adres opschrijven en ik zal haar bellen om te zeggen dat jij haar op komt halen, oké?” Sam knikt weer. “Sorry, dat ik je zo overval, maar dit had ik ook niet van tevoren verwacht.” “Geen probleem, Tony. Ik zie ons dochter graag en ik ben blij dat je weer werkt.” “En ik ben blij dat je achter mijn beslissing staat. Ik moet een paar spullen pakken, sorry.” Ze schrijft het adres op een briefje en ze pakt snel een paar spullen bij elkaar. “Bel me als er iets. Doe de deur achter je dicht en je hebt de sleutel, toch?” vraagt ze haastig en in diezelfde haast vergeet ze dat Sam natuurlijk een sleutel heeft. Sam knikt. “Oké, ik spreek je morgen wel weer.” “Doe voorzichtig, Tony”, zegt Sam nog snel voordat ze door de deur verdwijnt. In de wagen belt ze handsfree naar Lieve en geeft de melding door en niet veel later staat ze voor de deur bij Anneke Elsen.
“Alles geregeld?” wil Britt weten als Tony binnen is gelaten door Anneke. “Dat denk ik toch. Ga jij maar. Ik neem het wel over.” “Moet ik echt niet nog even blijven?”vraagt Britt. “Nee, zorg er maar voor dat je hier morgenochtend weer bent, maar slaap gerust uit.” “Maar…”, begint Britt, maar ze krijgt de kans niet om haar zin af te maken. “Maar als er iets is, zal ik bellen. Beloofd.” Britt knikt dat ze dat wilde zeggen en ze vertrekt naar huis. Tony en Anneke gaan zitten. “Wees niet bang. Ik zal u niet alleen laten en vraag gerust alles wat u wilt weten”, zegt Tony om haar gerust te stellen. “Heeft mijn collega al een paar afspraken met u gemaakt?” Anneke schudt haar hoofd. “Oké, dan gaan we dat nu doen, maar ze zullen niet moeilijk zijn, dat beloof ik.” Tony begint met Anneke de basisafspraken te maken. Het is al bijna etenstijd als ze uitgesproken zijn. Er moet nog gekookt worden, maar door de angst is Anneke te veel aan het trillen. Om geen ongelukken te laten gebeuren, zorgt Tony ervoor dat ze kunnen eten en niet veel later zitten ze weer op de bank.
Ondertussen genieten Britt, Johan en de kinderen van een uitstekend restaurant in het Patershol. De kwaliteit wat daar op een hun bord ligt is een pak hoger dan de kwaliteit van de door Tony geserveerde maaltijd. Maar ze kunnen niet te lang blijven genieten. Ze hebben nog een uur om in de bioscoop te geraken voor de avondfilm. Tussen het restaurant en film kan Britt het niet laten om Tony te bellen en te vragen hoe het gaat. Gelukkig meldt Tony dat alles perfect gaat en dat ze voor al geen zorgen moet maken. De film is bij Britt bijna afgelopen als Anneke aangeeft dat ze wilt gaan slapen. Tony spreekt haar niet tegen en ze blijft zelf beneden, maar niet veel later staat Anneke terug beneden. Ze heeft schrik en ze wilt dat Tony mee naar boven gaat. Tony weigert niet en even later zit ze in de slaapkamer van Anneke. Anneke ligt net in bed als de gsm gaat. Britt, ziet ze. Ze drukt op de groene knop en ze loopt snel de kamer uit. “Ja, Britt. Wat nu weer?” vraagt ze licht geïrriteerd. “Hoe gaat het daar?” “Hé, ik zou bellen als er iets mis was. Alles gaat goed hier, maar morgen krijgt je een verslag. Hoe was het bij jou?” “Fantastisch. Echt om aan te raden. Moet je ook eens doen”, raadt Britt aan. “Vera is nog wel een beetje klein, vind je niet? En die kan echt niet zolang stil zitten.” “In de toekomst dan. Het was echt een fantastische film en het eten trouwens ook.” “Het is goed. Straks word ik jaloers. Ik zie je morgen weer.” “Oké.” Ze breken het gesprek af en Tony gaat terug naar de slaapkamer, waar Anneke de slaap nog niet te pakken heeft. Tony gaat terug op de stoel zitten, maar dat is niet geschikt om in te slapen. “Moet u niet slapen?” wil Anneke weten. “Nee, ik werk. Morgenochtend is het mijn beurt om te slapen”, zegt Tony vriendelijk. “Als u wilt, mag u wel gaan liggen. Ik kan er niet zo goed tegen als u daar moet blijven zitten.” Tony heeft ook niet echt zin om de hele nacht op de stoel te blijven zitten. Eigenlijk was ze van plan om terug naar beneden te gaan als Anneke zou slapen, maar een bed is altijd beter dan een bank. Ze gaat op het bed liggen, maar ze laat haar riem met wapens om. Anneke lijkt een stuk geruster en niet veel later slaapt ze. Tony ligt niet aangenaam doordat haar pistool in haar rug drukt en ze beslist om haar riem af te doen. Ze legt het onder het kussen met haar hand er boven op en zo valt ook Tony in slaap.
Anneke wordt de volgende morgen vroeg wakker, waardoor Tony ook wakker schrikt. “Sorry, ik wilde u niet laten schrikken”, verontschuldigt Anneke zich.
“Dat is toch niets? Ik moet nu toch wakker zijn”, zegt Tony. “Ik ben nog altijd aan het werk en eigenlijk hoor ik niet te slapen.” Anneke knikt begrijpend en Tony staat op. Ze haalt haar riem onder het kussen vandaan en ze ziet dat de vrouw schrikt als ze het wapen ziet. Tony doet snel haar riem om. “Nu laat ik u schrikken”, zegt Tony. “Ik heb er niet bij stil gestaan dat u gewapend zou zijn”, zegt Anneke nog steeds een beetje geschrokken. “Dat moet wel als ik u wil beschermen.” Ze gaan naar beneden. “Ik zou eigenlijk vandaag boodschappen moeten doen”, zegt de vrouw als ze aan het ontbijt zitten. “Dat had ik al gepland en als u blijft eten, heb ik zeker niet genoeg.” “We vinden wel een oplossing. Ik wil u niet in uw huis laten opsluiten, dus u zult nog het een en het ander kunnen doen. Maar ik denk dat het beter is om komende week niet te gaan werken, maar daarvoor moet ik met mijn collega overleggen. En die boodschappen zul je ook met haar moeten doen.” Anneke knikt dat ze het begrijpt. Na het ontbijt gaat Anneke zich douchen en aankleden. Ondertussen inspecteert Tony, onopvallend, de straat vanuit een raam op de eerste verdieping. Ze vindt dat een chauffeur in een wagen zich opvallend gedraagt en ze is bang dat hij het huis in de gaten houdt. Als Anneke klaar is, vertelt Tony haar niks van die chauffeur, die vrijwel niet te zien is. Ze gaan terug naar beneden en ze zitten net als er aangebeld wordt. Anneke schrikt en Tony kijkt op haar horloge: half acht. Ze hoopt dat het niet Britt is, omdat ze dan stom bezig is. Ze maakt Anneke dan onnodig bang. Tony gebaart dat de angstige Anneke moet opstaan. Dat doet ze. “Je weet wat we afgesproken hebben”, zegt Tony fluisterend en snel. “Doe de deur rustig open. Loop rustig achteruit als hij een mes heeft. Als hij pistool heeft, doe je het afgesproken teken, oké?” vraag Tony snel fluisterend terwijl ze naar de gang lopen. Anneke knikt. Tony gaat achter de deur zitten met een knie op de grond en haar wapen in haar handen. Met een trillende hand doet Anneke de deur open. Vlak daarna doet ze het handgebaar dat alles veilig is. Tony hoort een vrouw spreken over een pakje en ze bergt haar wapen op. Als Anneke de deur heeft gesloten, ziet Tony dat ze een pakje in haar handen heeft. “Het was de postbode. Het pakje was te groot voor de brievenbus”, zegt Anneke opgelucht en ze wil het pakje openen. “Niet doen!” roept Tony en Anneke laat het pakje vallen en Tony kan het juist nog opvangen. “We weten niet of het veilig is.” Ze neemt het pakje mee naar de woonkamer en Anneke volgt haar. Het scheelt al dat het pakje niet tikt, maar voor de zekerheid trekt Tony toch haar handschoenen aan. Anneke is al een stuk minder gerust dan toen ze deur heeft gesloten. “Is er iets mis?” vraagt ze ongerust. “Niet dat ik weet, maar tegenwoordig steken ze vaker rare en giftige dingen in pakjes. Kijk maar naar de meldingen over miltvuur van een tijdje geleden.” De vrouw knikt begrijpend en ze staat weer te trillen op haar benen. “We kunnen of het pakje openen of de explosieve opruimingsdienst bellen, maar dan krijgen we zeker alle aandacht. Die komen met grote, zware wagens aangescheurd en die aandacht kunnen we zeker missen. Ik denk dat we het pakje beter op kunnen maken.” “Heeft u daar ervaring mee?” vraagt Anneke ongerust. “Ik heb wel meer rare dingen in mijn handen gehad. Ik heb wel meer mysterieuze dingen geopend. We gaan het gewoon proberen. Ze hebben mij wel eens voorlichting gegeven over verdachte pakjes en ik heb de laatste tijd veel tv gezien”, zegt Tony, maar Anneke wordt er niet geruster in. “En als je het niet erg vind, zou ik het buiten willen doen.” De vrouw knikt en ze doet de achterdeur open, maar ze blijft zelf binnen staan. Tony inspecteert het pakje, maar ze vindt niets verdachts. Voorzichtig opent ze, met gestrekte armen, het doosje en er gebeurt niets. Voorzichtig kijkt ze in het doosje en ziet een brief liggen. Ze haalt de brief eruit en ze kijkt opnieuw in de doos. Er zit nog een klein doosje in. Vast een bestelling van Anneke, denkt ze. Ze neemt de brief mee naar binnen. “Heeft u laatst iets besteld dat via de post verstuurd wordt?”
“Nee, niet dat ik weet.” Op dat moment horen ze een luide knal. De vrouw duikt in elkaar en Tony kijkt waar het vandaan komt: de tuin. Ze gaat terug naar buiten en ze ziet dat het doosje ontploft is. Verbaasd gaat ze terug naar binnen.
“Die doos is ontploft”, zegt ze alsof er niks gebeurd is, maar ze ziet dat de vrouw angstiger wordt. Tony vouwt de brief open en ze ziet dat het een dreigbrief is. “Je voorspellingen komen uit. Hij bedreigt je.” Ze beslist om de inhoud van de brief niet te vertellen om haar niet nog banger te maken. Er staan gruwelijke dingen in die brief, waardoor Tony de rillingen over haar rug voelt. Er staat in hoe hij haar zal gaan slachten op een beestachtige manier en meer van dat soort gruwelijkheden. “Ik zal het op vingerafdrukken laten onderzoeken. Misschien heeft hij een fout gemaakt en dan hangt hij.” De vrouw knikt. “En ik denk dat het beter is om niet meer buiten te komen”, zegt Tony en de vrouw knikt duidelijk. Tony stopt de brief in een doorzichtig plastic zakje, dat ze uit haar jas haalt. Ze laat de doos nog even buiten staan en ze trekt de deur dicht. Ook sluit ze de gordijnen. “Moet dat echt?” vraagt de vrouw. “Ik voel me nu zo opgesloten.” “Het is altijd beter. Nu kan hij niet meer zien waar u bent. Ik ga mijn collega bellen.” Tony pakt haar gsm en ze gaat naar de open keuken, daar belt ze Britt. Britt blijkt nog in bed te liggen, want het duurt voordat ze de telefoon op neemt. “Hé, Tony”, klinkt het slaperig. “Ik mocht toch uitslapen?” “Sorry, ik moet die woorden terug nemen, denk ik. Het is beter als je komt.” “Ze is toch niet…” “Nee, haar is niks overkomen, nee”, probeert Tony de slaperige Britt gerust te stellen. “En met mij is ook niets mis, maar het had niet veel gescheeld.” “Nu ben ik echt gerustgesteld”, zegt Britt, die er niks van meent. “Britt, kan je komen? Ik heb je hulp nodig.” “Ja, natuurlijk. Ik kom zo snel mogelijk.” “Maar, Britt, trek niet de aandacht. Er staat waarschijnlijk iemand het huis in de gaten te houden. Parkeer in een andere straat en kom langs achter.” Oké.” “En, Britt, schrik niet om wat je in de tuin tegen komt. Het lijkt erger dan het is”, zegt Tony en ze verbreekt het gesprek, voordat Britt vragen kan gaan stellen. “Mijn collega komt er zo snel mogelijk aan”, zegt ze tegen Anneke en ze gaat naast haar op de bank zitten. Anneke barst direct in tranen uit en Tony heeft grote moeite om haar weer een beetje te kalmeren. Ook Britt is niet meer de koele zelf. Tony heeft haar serieus wakker laten schrikken en ze heeft ook niet gezegd wat er nu precies gebeurd is. Dat maakt haar bang. Johan merkt het als Britt wil vertrekken. Britt zegt tegen de slaperige Johan dat ze gaat werken, maar het dringt niet helemaal door bij Johan en hij draait zich opnieuw om in het bed. Niet veel later komt Britt de tuin binnen en ze schrikt. Ze had in de wagen verschillende dingen bedacht, die gebeurd konden zijn, maar dit had ze niet verwacht. Ze loopt met een boog om het ontplofte pakje heen en ze klopt op de achterdeur. Anneke schrikt hevig en duikt weer in elkaar. Tony staat op en ze schuift het gordijn een stukje weg. Gelukkig ziet ze dat het Britt is en ze doet de deur open. “Hé, Britt. Fijn dat je zo snel gekomen bent”, zegt Tony. Britt knikt en ze wijst over haar schouder naar het pakje in de tuin. “Dat weet ik, daarom heb ik je laten komen.” Britt gaat naar binnen. “Mevrouw Elsen, gaat het een beetje?” vraagt Britt bezorgd. De vrouw schudt haar hoofd. “Ik ben zo bang voor die man. En noem mij gewoon Anneke.” Britt knikt en ze loopt met Tony mee naar de eettafel in de keuken. Daar gaan ze zitten. “Wat is er gebeurd?” vraagt Britt zachtjes. “De postbode kwam langs met een pakje. Ik heb kunnen verhinderen dat ze het opende en ik heb het van haar overgenomen. Het tikte niet of zo, maar voor ze zekerheid heb ik het toch buiten gezet. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Ik zag nergens een ontsteking of iets anders. Voorzichtig heb ik dat pakje geopend en er gebeurde niets. Ik haalde er een brief uit en ik zag nog een klein doosje zitten. Dat moet de bom zijn geweest, maar dat wist ik niet. Ik dacht dat het een bestelling was en ik ben met die brief naar binnen gegaan. Daarna kwam die knal en toen ik de brief openvouwde kwam ik erachter dat het een dreigbrief was”, vertelt Tony en ze geeft de brief in het zakje aan Britt. Britt begint het te lezen en aan het gezicht van Britt is duidelijk te zien dat ze het ook gruwelijk vindt. “Ik ben blij dat je mij gebeld heb. We moeten versterking vragen. Die man is gek.” “Daar heb ik ook aangedacht. Ik zal met dat pakje en deze brief naar het labo gaan. Daarna ga ik met Vanbruane praten en zien wat we geregeld krijgen. Ik denk wel dat ze ook gaat geloven dat Anneke serieus gevaar loopt.” “Ik denk dat we haar ergens anders moeten onderbrengen.” “Je hebt gelijk. Ik zal zien wat we kunnen regelen”, zegt Tony. “Ik beloof dat ik je zo snel mogelijk bel en ik zal de mannen vragen of zij gedeeltelijk het onderzoek van ons overnemen, oké?” Britt knikt. “Sorry, dat ik je uit bed heb gebeld.” “Geeft niet. Je moest toch bellen als er iets was? En dat heb je gedaan. Vraag om een combi, dan heb ik de wagen voor als het mis gaat.” “Goed gedacht.” Tony belt om een combi en ze verlaat het huis via de achterdeur. Ze doet het ontplofte pakje en alles wat er bij hoort in een vuilniszak, die ze uit het huis heeft meegenomen. Ze loopt naar de straat waar ze heeft afgesproken en ze ziet dat de combi er al staat. Britt blijft bij de vrouw en ze probeert haar weer wat rustiger te krijgen. Ze probeert haar er over te laten praten en het gevoel te geven dat ze veilig is. In de combi belt Tony al naar Vanbruane en ze hoeft niet veel moeite te doen om haar overtuigen. Ze stuurt direct Pasmans en Raymond in burger om voor het huis te observeren. De agent achter het stuur van de combi luistert mee naar de stukjes van het gesprek die hij opvangt. Hij kan het niet helemaal volgen en gelooft zelfs dat hij het niet goed gehoord heeft toen het over een bom ging. Het zal een codewoord zijn, denkt hij. Ze rijden naar het labo, waar hij ziet dat de vuilniszak wordt afgegeven. Hij heeft geen idee wat daar in zit, maar hij vraagt er ook niet naar. Daarna rijden ze naar het commissariaat. Onderweg belt ze naar Britt om te melden dat Pasmans en Raymond voor de deur komen te staan.
“Ha, Tony”, zegt Vanbruane direct. “Kom eens naar mijn kamertje.” “Commissaris, met wat voor auto zijn Pasmans en Raymond”, vraagt Tony in het kamertje. “Wees gerust. Ik heb ze echt niet met een combi gestuurd.” “Dat had ik ook niet verwacht, maar Britt wil het weten. Dan weten we dat het collega’s zijn.” “Een donkerblauwe Toyota.” Tony knikt en ze belt weer naar Britt en geeft het door. “Is er dan iemand die het huis in de gaten houdt?” wil Vanbruane weten na het zeer korte telefoongesprek. “Ik heb vanmorgen gezien dat er een man verdacht in zijn auto zat en twee uur later zat hij daar nog. Ik denk wel dat u de conclusies zelf kan trekken.” Vanbruane knikt. “Je hebt mij gezegd dat jullie die vrouw ergens anders onder willen brengen? Tony knikt. “Die man weet waar ze woont, dus denken wij dat ze veiliger zal zijn als ze daar niet is. Ik heb u verteld wat er vanmorgen gebeurd is. Dat is gelukkig goed afgelopen.” Vanbruane knikt. “Gelukkig wel. Ik moet er niet aandenken als het anders was gegaan. Britt is hier gister namiddag nog geweest. Zij heeft mij kort gebrieft en ze vertelde dat Anneke Elsen elke donderdag bezoek krijgt van die man.” Tony knikt. “En dat ze wel eens heeft geprobeerd om die dag niet thuis te zijn, maar dat hij haar dan alsnog vindt. Dus denk ik dat het niet veel uit maakt als wij haar ergens anders onderbrengen.” “U heeft gelijk. Ik heb daar niet meer aangedacht. Het is maar goed dat ik eerst met u moet overleggen. In dat geval is ze thuis ook veiliger. Daar kan ze altijd nog langs achter vluchten.” “Je vertelde over de telefoon over een brief uit dat pakje. Kon je uit de brief opmaken wie achter haar aan zit?” Tony schudt haar hoofd. “Er staat geen enkele aanwijzing in, maar ik laat het labo zoeken op die brief en dat pakje. Als ze iets vinden, zullen ze u bellen.” “Mij?” “Ja, ik dacht dat het slimmer was. U weet dan vast wel of u ons kunt storen of niet.” “Hebben jullie al iemand die jullie verdenken?” “Niemand. De man waar we gister langs zijn geweest, ontkent dat hij de vrouw kent en hij heeft een alibi.” “Is die nagetrokken?” “Natuurlijk, maar het was wel zijn vrouw”, antwoordt Tony. “Ik denk dat we hem opnieuw moeten ondervragen en hem flink onder druk moeten zetten. Kijken of hij dan hetzelfde verteld.” “Hebben Vanneste en Selattin een zaak?” “Kijk maar achter je”, antwoordt Vanbruane. Tony ziet twee mannen die gezellig aan het kletsen zijn. “Nee, dus. Dan stuur ik die twee achter Maarten Devliegere aan en kunnen mooi voor ons werken”, zegt Tony en ze ziet dat Vanbruane goedkeurend knikt. “Tony”, zegt Vanbruane als ze ziet dat Tony wil opstaan. “Ik heb met de zonechef gesproken. Hij vindt het prima dat je terug komt werken, maar je moet wel een paar bezoekjes brengen aan de politieschool.” “Commissaris!” roept Tony verontwaardigd. “Tony, je bent er een tijd tussenuit geweest. Ik geloof echt wel dat je niks verleerd bent, maar het is voor de zekerheid. Laat zien dat je alles nog perfect kunt en je bent er na een paar keer vanaf.” Tony zucht. “Ik zal het doen, maar het mag toch wel na deze zaak?” “Nee, je moet vandaag beginnen.” “Commissaris! Ik zit midden in een belangrijke zaak! Ik kan die toch niet zomaar laten vallen?” vraagt Tony verwonderd. “Niet zomaar en het is een bevel van bovenaf. Tony, doe het nu maar. Anders mag je niet meer terug komen.” Vanbruane wordt onderbroken door gevloek van Tony. “Let meteen ook een beetje op je woorden. Britt is nu bij die vrouw. Pasmans en Raymond staan voor de deur. Die vrouw is nu echt wel veilig.” “Veilig is ze niet totdat die man achter de tralies zit”, onderbreekt Tony haar. “Jij was vannacht ook alleen met haar.” “En dat is bijna goed mis gegaan. Die man gaat alleen maar verder. Hij is van plan om haar op beestachtige wijze te slachten!” “Schrijf dat adres van die Devliegere op.” Tony doet wat Vanbruane vraagt en ze schrijft het adres op een blaadje. Vanbruane neemt het blaadje en ze gaat het kamertje uit. Tony staat ook op en volgt haar. Vanneste en Selattin krijgen het blaadje met de opdracht hem eens flink te verhoren. De mannen vertrekken en Tony wilt ook gaan als Vanbruane haar tegenhoudt. “Wij gaan eens praten.” “Moet dat nu?” vraagt Tony geprikkeld. Vanbruane geeft niet eens antwoordt en ze duwt Tony terug het kamertje in. “Wat wilt u weten?” “Ik ga er van uit dat je geschrokken bent van die bom”, begint Vanbruane. “Natuurlijk.” “Dat verklaart ook je reacties hier. Daarom gaan wij nu eens even praten.” “Moet dat nu? We moeten de dader vinden voor het helemaal uit de hand loopt.” “Je moet de spanning even wegpraten of er gaan ongelukken gebeuren.” Tony heeft door dat ze hier niet zonder gesprek meer weg komt. “Oké, u hebt gewonnen en ik zal vanmiddag mijn gezicht laten zien op het OPAC.” Vanbruane knikt tevreden en Tony lucht haar hart.
Vanneste en Selattin staan bij Devliegere voor de deur. Na drie keer bellen wordt er eindelijk opengedaan. Selattin en Vanneste stonden al zenuwachtig voor de deur te bewegen en ze hadden al door het raam naar binnen gegluurd. Het is een vrouw die opendoet. “Goedendag. Zouden wij met Maarten Devliegere kunnen spreken?” vraagt Vanneste met zijn handen aan zijn riem. “Die… die is er niet”, stamelt de vrouw. “Weet u dat zeker?” wil Selattin weten, omdat hij denkt dat de vrouw liegt. De vrouw probeert zo overtuigend mogelijk te knikken. “Zouden wij even binnen mogen komen?” vraagt Vanneste met een vriendelijk gezicht. “Waarom? Moet dat?” “Dat moet”, antwoordt Vanneste en hij doet een stap in de richting van de deur. De vrouw doet een stap op zij en ze laat de mannen binnen. Ze gaan naar de woonkamer. “Heeft u een idee waar we Maarten Devliegere wel kunnen vinden?” Wilt Vanneste weten, maar de vrouw schudt haar hoofd. “Is hij op zijn werk?” Weer schudt ze haar hoofd. “Wij hebben niet graag dat mensen tegen ons liegen”, waarschuwt Vanneste. “Dat doe ik niet. Ik weet echt niet waar hij is.” “Heeft u er bezwaar tegen als wij hier rond kijken om te zien of de waarheid spreekt?” De vrouw schudt haar hoofd en Vanneste en Selattin doorzoeken het huis snel, maar ze vinden Maarten Devliegere niet. Ze beslissen gezamenlijk om met Vanbruane te overleggen wat ze nu moeten doen. Tony zit nog in het kamertje van Vanbruane als ze gestoord worden door de telefoon op het bureau van Vanbruane. “Ja, Vanbruane hier… Hij is er niet?… Zijn vrouw wel? Een momentje”, zegt Vanbruane door de telefoon en legt haar hand op de telefoon. “Devliegere is niet thuis. Je zei toch dat een man voor het huis stond van Anneke Elsen? Is dat niet die Devliegere?” Tony schudt haar hoofd. “Zeker niet. De man in de wagen is een stuk jonger en hij lijkt er niet op. Devliegere is in de veertig en ik schat de man in de auto in de twintig. Laten ze die vrouw naar het commissariaat brengen.” Vanbruane knikt en ze geeft de boodschap door aan de persoon die haar belt. “Ze brengen die vrouw naar”, zegt Vanbruane als ze de telefoon heeft neergelegd. “Waarom wil je haar hier hebben?” “We kunnen Devliegere zelf niet onderdruk zetten, maar we kunnen wel proberen om wat uit die vrouw te krijgen.” “Tony,” onderbreekt Vanbruane Tony, “we zitten hier niet in Amerika. We moeten hier wel met respect omgaan met mensen.” “Dat weet ik wel. Mensen zijn hier banger en spreken hier vaker de waarheid dan op hun vertrouwde plekken. En ik vond die vrouw gister al vreemd overkomen. Ze verbergt wat. Als ze hier is, ga ik even langs Britt en daarna zal een bezoekje brengen aan de politieschool, oké?” Vanbruane knikt en Tony staat op. Ze gaat een computer zitten ze zoekt informatie over Maarten Devliegere op. Dat heeft ze al eerder gedaan, maar ze denkt dat ze iets over het hoofd heeft gezien. Ze is wel zeker dat hij geen strafblad heeft. Niet veel later stoort Vanneste haar met de boodschap dat de vrouw in de verhoorkamer zit. Ze staat op en ze volgt Vanneste. Als ze de deur van het kamertje open doet, kijkt ze de vrouw verbaasd aan. Selattin ziet het. “Wat is er mis?” wil Selattin weten. Tony gebaart dat ze mee naar de gang moeten komen. “Dat is niet de vrouw van Devliegere”, zegt Tony op de gang. “Maar wij hebben het haar gevraagd en ze antwoordde dat zij de vrouw van Devliegere is”, zegt Selattin. Tony kijkt Selattin vreemd aan. “En er is nog iets. Ik heb opnieuw in onze computer gekeken en ik heb het deze keer ook uitgeprint. Kijk maar”, zegt Tony en ze geeft de papieren aan Selattin. “Devliegere heeft geen strafblad”, merkt Vanneste op, die over de schouder van Selattin mee kijkt.
“Niet dat, slimmerd”, zegt Selattin en hij wijst iets anders aan. “Dit.” “Hij is helemaal niet getrouwd” zegt Vanneste verbaasd. “Sssst”, waarschuwt Tony. “Ga die vrouw vragen hoe het zit en confronteer haar ook met het feit dat er nog een vrouw is, die beweert de vrouw van Devliegere te zijn. Oké? Maar pak het wel slim aan, dus Selattin heeft de leiding.” Selattin knikt. “Als jullie wat hebben, bel dan naar Britt. Over een half uur zal ik alles uitleggen. Oké?” “Waarom moeten we naar Britt bellen en niet naar jou.” “Britt kan straks gestoord worden en ik niet. Oh ja, meldt het ook aan Vanbruane. Succes”, wenst Tony en ze loopt bij ze vandaan. “Ze is nog niet terug of ze maakt al vervelende opmerkingen”, klaagt Vanneste. “Kom, niet zeuren. Wij gaan die vrouw verhoren.” Ze gaan het verhoorkamertje binnen. Tony belt ondertussen naar Britt. Britt vraagt of ze de laptop kan meebrengen. Tony antwoordt dat ze het zal doen en ze zegt dat ze over een halfuurtje bij Anneke zal zijn. Over haar verplichte bezoeken aan de politieschool vertelt ze nog niets. Ze haalt de laptop van het bureau van Britt en ze pakt ook meteen het dossier over de zaak mee. Onderweg doet ze nog een paar boodschappen voor Anneke en niet veel later stapt ze de achtertuin in. Nadat ze op de deur heeft geklopt, doet Britt de deur open.
“Wat heb je allemaal meegenomen?” “Vanmorgen werd mij gemeld dat er dringend boodschappen gedaan moesten worden. Dat heb ik dus ook nog even gedaan. Mag ik binnen komen?” Britt knikt overtuigend en ze doet de deur verder open. “De laptop en het dossier zitten ook ergens in een tas”, zegt Tony en ze geeft de twee tassen aan Britt. “Is het rustig gebleven?” Britt knikt. “Heel rustig.” “Dag, Anneke”, zegt Tony als ze Anneke ziet zitten. Ze ziet er al een stuk beter uit dan toen ze vertrok en haar aan de zorgen van Britt overliet. “Het gaat al beter, zo te zien.” Anneke knikt. “Ik heb boodschappen gedaan, dan kunnen we vanavond weer eten.” “Je neemt het vanavond dus weer over”, concludeert Britt. “Inderdaad, maar wel als jij de rest van de dag nog doet. Ik moet zo weer weg.” Britt zet de twee tassen neer in de keuken en ze gaat aan de eettafel zitten. Tony volgt haar voorbeeld. “Oké, vertel, wat spook je allemaal uit?” wil Britt weten. “Ik ben langs het labo geweest, maar die hebben nog niets van zich laten horen. Ik heb ervoor gezorgd dat Raymond en Pasmans hier voor de deur staan, maar dat wist je al. Daarna heb ik Vanbruane gebrieft en we hebben besloten dat Anneke beter hier kan blijven.” “Waarom?” onderbreekt Britt Tony. “Anneke heeft ons zelf verteld dat als ze weggaat op donderdag, de man haar alsnog vindt. Dus zal die man haar ook vinden als we haar ergens anders onderbrengen”, legt Tony kort uit en ze ziet Britt begrijpend knikken. “Ik heb Vanneste en Selattin opnieuw naar Devliegere gestuurd, maar de vogel was gaan vliegen”, zegt Tony en ze moet even lachen om haar zinspeling. “Hij was er dus niet, maar er was nog wel een vrouw, die beweerde de vrouw van Devliegere te zijn. Vanneste en Selattin hebben in mijn opdracht haar naar het commissariaat gebracht en wat blijkt?” vraagt Tony, maar ze ziet dat Britt haar schouders ophaalt. “Het is een andere vrouw en ik ben erachter gekomen dat die Devliegere helemaal niet getrouwd is. Vanneste en Selattin zijn nu aan het uitvogelen hoe het nu zit en ze zullen je bellen als ze meer weten.” “Mij?” vraagt Britt verbaasd, net zo verbaasd als dat ze naar Tony aan het luisteren was. “Ja, want ik vergeet nog wat te vertellen. De zonechef heeft besloten dat ik terug naar de politieschool moet. Hij vindt dat ik er te lang tussen uit ben geweest.” “Wordt je van de zaak gehaald?” “Nee, nee, nee, dat gelukkig niet, maar ik moet elke dag wel mijn neus laten zien op de politieschool. Als ik laat zien dat ik alles nog beheers, ben ik er snel vanaf. Ik Vanbruane nog gevraagd of het na deze zaak mocht, maar dan mag ik niet meer terug komen werken. Ik moet wel.” Britt zucht. “En nu?” “Ik heb bedacht dat ik elke middag even langs ga als jij je hier bezig houdt. We kunnen het zo doen dat ik de nacht doe en jij de dag. De rest van de dag kan ik me dan bezig houden met het onderzoek.” “Dat is goed, maar wanneer heb je gepland om te gaan slapen?” vraagt Britt bezorgd. “Dat doe ik ook ’s nachts en als dat niet lukt, moet dat ook maar ergens overdag.” “Ik ben daar niet helemaal enthousiast over, maar het kan niet echt anders. Het is goed.” “Ik ga nu maar. Bel me als er iets is”, zegt Tony. “Dat kan ik toch niet doen?”
“Waarom niet? Ik ben druk met een zaak bezig, dat moeten ze maar begrijpen”, zegt Tony met een lach op haar gezicht. “Hoe ga je daar heen?” “Ik ben met mij eigen wagen, die stond toch nog bij het commissariaat. Hoe ben ik hier anders gekomen?” “Je kon toch weer afgezet zijn door een combi?” “Oké, je hebt gelijk. Ik ben zo snel mogelijk weer terug.” “Succes, hè”, wenst Britt. Tony knikt en ze zegt Anneke weer gedag. Daarna verlaat het huis weer via de achterdeur en niet veel later parkeert ze de wagen op het terrein van de OPAC, de Oost-Vlaamse Politie Academie. Bang dat ze de testen zal verpesten, doet ze de deur open.
Ondertussen hebben Vanneste en Selattin de vrouw verhoord, die ze hadden meegenomen. Ze zit nu huilend in de verhoorkamer. Ze hebben de hulp van Vanbruane ingeroepen om de vrouw te kalmeren. De hulp heeft redelijk geholpen en de vrouw is al een stuk rustiger geworden. Vanneste en Selattin zijn overtuigd dat ze nu de waarheid wel heeft verteld. Als Vanbruane denkt dat de vrouw het wel even alleen zal redden, wenkt ze dat de mannen met haar mee moeten naar de gang. “Oké, wat heeft verteld?” “Ze is niet de vrouw van Devliegere, maar dat wisten wel al. Ze heet Kristel Vereijcken en vrijgezel”, zegt Vanneste en dat is voor Selattin een teken om het over te nemen. “De man die we zoeken is Devliegere, dat kunnen we nu zeker zeggen. Kristel is waarschijnlijk het eerste slachtoffer van Devliegere. Het begon eerst ook met regelmatig lastig vallen en dat ging over naar elke woensdag, zoals nu bij Anneke Elsen. Daarna werd het uiteindelijk dagelijks. Ik denk dat Devliegere zo zijn macht krijgt over zijn slachtoffers. Devliegere heeft haar gedwongen om naar hem thuis te komen. Kristel heeft dat niet durven te weigeren. Ze vertelde net dat ze doodsbang voor die Devliegere is. Hij heeft haar meerdere malen met de dood bedreigd.” “Jullie denken dat die vrouw, die gisteren door Tony en Britt gezien is, ook een slachtoffer is?” Vanneste en Selattin knikken beide. “Kennen jullie nog meer slachtoffers?” Nu schudden beide mannen hun hoofd. “Heeft ze jullie verteld wat ze zoal moet doen voor Devliegere?” “Dagelijks doet ze huishoudelijke klusjes en ze moet hem vermaken. Dat gaat van gezelschap houden tot hem vermaken in bed.” Vanbruane schudt vol afschuw haar hoofd. “Heeft ze dat allemaal aan jullie durven vertellen?” vraagt Vanbruane verbaasd.
“We hebben in het begin wat druk uitgevoerd, maar ze klapte vrijwel direct. Wij hebben niet veel gedaan.” “Bel slachtofferhulp en vraag of ze naar huis durft”, stelt Vanbruane voor. “Dat durft ze niet. Ze is doodsbang voor die vent. Ze vertelde dat er bij de deur een camera hangt. Hij kan zo controleren of ze wel op tijd komen en wie er aan de deur is geweest. Die vent komt er dus achter dat wij, van de flikken, langs zijn geweest en dat we haar hebben meegenomen. Ik vrees dat ze gevaar loopt, net als Anneke”, zegt Vanneste. “Oké, ik ga een oplossing bedenken. Zorgen jullie ervoor dat de dames op de hoogte worden gebracht?” Vanneste en Selattin knikken. De twee mannen lopen terug naar hun bureau en Vanbruane gaat haar kamertje binnen. Selattin belt Britt en het duurt niet lang voordat ze op de hoogte is. Vanneste heeft niet bedacht dat hij in die tijd slachtofferhulp had kunnen bellen, dus doet Selattin dat erachteraan. Ondertussen is Vanbruane aan het bedenken hoe ze Kristel kunnen opvangen. Vanbruane krijgt een idee, maar daarvoor heeft ze wel van verschillende mensen toestemming nodig. Ze beslist om het er op te wagen en ze begint te bellen. Tussen het regelen door belt het labo ook nog even. Vanbruane heeft net alles geregeld als ze Tony ziet lopen, ze roept haar en Tony komt het kamertje binnen
“Hoe was het?” wil Vanbruane weten. “Het ging wel goed. Het was voldoende.” “Was het op het randje?” “Natuurlijk niet! U kent mij toch. Het was nog gezellig ook”, zegt Tony met een lach op haar gezicht. “Ah, vertel”, nodigt Vanbruane uit. “Ik moest eerst mijn boeitechnieken laten zien. Ik moest toen in de les met aankomende jonge flikken. Eigenlijk heb ik ze laten zien hoe je iemand in de boeien moet slaan en niet de instructeur. Eén van de instructeurs lette even niet op. Ik heb die kans gegrepen en de man in de boeien geslagen. Je had de gezichten moeten zien van die gasten, die dachten echt zoiets als: die is zot geworden. Maar toen die instructeur op de grond aan het spartelen was, konden ze ermee lachen.” Vanbruane moet ook lachen bij die gedachte. “Je hebt dus weer laten zien hoe je bent. Een slecht voorbeeld voor de toekomstige flikken. Ze zullen wel blij zijn op de politieschool met de beslissing van de zonechef”, zegt Vanbruane. “Wat voor sanctie heb je gekregen?” “Geen. Ze zijn er van overtuigd dat ik het boeien niet verleerd ben.” “Nee, ze waren bang voor wat je zou gaan doen als ze hadden gezegd dat je nog veel zou moeten oefenen”, zegt Vanbruane met een glimlach. “Dat willen ze niet weten”, zegt ze dreigend voor de grap. “Ik ben ook nog even langs de schietstand geweest.” “Oh nee, je hebt die arme man toch niet voor de grap neergeschoten?” vraagt Vanbruane en ze probeert serieus te doen. “Nee, ik heb gewoon de oefeningen gedaan. Dat ging goed, maar ik heb hem wel minder goed kunnen overtuigen”, zegt Tony lachend. “Nu mag ik officieel mijn wapen weer gebruiken”, zegt Tony opgelucht. “Ik had dat eigenlijk morgen pas hoeven te doen, maar ik heb aan de zaak gedacht. Het leek me niet handig als ik mijn wapen zou moeten inleveren.” “Over de zaak gesproken, we hebben niet stil gezeten.” “Konden jullie niet op mij wachten?” “Het labo heeft net gebeld en…” “Nu al? Ze hebben het toch altijd zo druk?” onderbreekt Tony Vanbruane. “Maar ze krijgen niet elke dag een bom onder hun neus, dus hebben ze dat voorrang gegeven. Dat die bom is ontploft, is jou schuld”, zegt Vanbruane om de reactie van Tony te zien. “Mijn schuld? Wat een geluk dat daar geen gewonden van zijn gekomen”, zegt ze serieus. “Anders dat ik meteen D.I.T. achter me aangehad.” “Inderdaad. Je hebt die bom geactiveerd door de brief eruit te halen. Daardoor zijn twee onderdelen tegen elkaar gekomen en dat zorgde ervoor dat de bom ontplofte. Nou, het zorgde eigenlijk dat een aftelmechanisme inwerking werd gezet. Zoiets hebben ze mij verteld. Hoeveel tijd je hebt gehad, konden ze niet zeggen.” “Dat moet een tiental seconden zijn geweest, echt niet langer. Vandaar dat ik niks heb gezien of heb horen tikken. Ik dacht dat Anneke iets via de post had besteld, maar dat zal wel niet. Weer wat bijgeleerd.” “Ik denk niet dat je nog snel pakjes open maakt”, zegt Vanbruane. “Dan denk ik wel eerst twee keer na, denk ik. Nog meer nieuws? Hoe is het afgelopen met die vrouw van Vanneste en Selattin?” “Kristel Vereijcken. We weten nu waarschijnlijk wie Anneke lastig valt. Het is die Devliegere. Kristel is zijn slachtoffer geworden en Anneke haar verhaal lijkt op sprekend op dat van Kristel, maar Kristel is wel al langer in de handen van Devliegere. En die vrouw die jullie eerder aantroffen is mogelijk een ander slachtoffer.” Tony knikt begrijpend. “Is er al een spoor van Devliegere?”
“Nee, ik heb Vanneste en Selattin terug naar zijn huis gestuurd om eventueel meer slachtoffers te vinden. Hij staat inmiddels geseind.” “Weet Britt alles al?”
Vanbruane knikt. “Ze kent het hele verhaal.” “Oké, dan ga ik naar haar toe.” “Oké, zeg maar dat ze niet meer langs hier moet komen.” “Zal ik doen.” Tony staat op en ze verlaat het commissariaat. Voor de tweede keer die dag klopt ze op de achterdeur van het huis van Anneke. Ook deze keer doet Britt de deur open. “Ik had je veel later verwacht”, zegt Britt eerlijk. “Je hebt de politieschool dus overleeft?” “Inderdaad”, zegt Tony als ze naar binnen gaat. “Hoe was het hier?” “Rustig, er is niemand geweest die aan heeft gebeld.” “Dat zullen ze wel bewaren voor morgenochtend”, zegt Tony en ze kijkt de kamer rond. Anneke zit weer of nog steeds op de bank. Plotseling hoort ze het geluid van een toilet dat doorgetrokken wordt en ziet ze een vrouw de kamer in komen. Het is de vrouw uit het verhoor, de vrouw waar Vanbruane een kwartier geleden over heeft verteld, denk ze. Ze vrouw kijkt haar bang aan. Tony loopt naar haar toe.
“Wij hebben elkaar eerder ontmoet, ook al was dat heel kort. Ik ben Tony Dierickx”, zegt Tony en ze steekt haar hand uit. “Kristel Vereijcken”, zegt de vrouw en ze schudden elkaar de hand. “Ik neem het straks over van mijn collega.” De vrouw knikt begrijpend en ze gaat op bank zitten, maar niet dezelfde bank als waar Anneke op zit. Tony loopt door naar de eettafel, waar de laptop op staat en ook het dossier over uitgespreid ligt, en Britt volgt haar. Ze gaan zitten. “Hoe is Kristel hier belandt?” vraagt Tony op fluistertoon.
“Een idee van Vanbruane. Ze zei dat ze, net als Anneke, risico loopt. Devliegere kan zo achterhalen dat ze in contact met politie is geweest. Vanbruane dacht dat we als op één vrouw konden letten, we dat ook met twee vrouwen kunnen.” “Maar twee beschermen is veel moeilijker.” “Er staat nog altijd een observatieploeg voor de deur. Pasmans en Raymond zijn inmiddels al afgelost. Vanbruane heeft ook beloofd dat ze er nog één probeert te regelen en anders kan je altijd versterking vragen.” “Oké, we gaan het proberen”, zegt Tony. “Er kunnen ook niet overal twee goede vrouwelijke beschermengelen gevonden worden”, grapt Tony. “Hoe was het trouwens op de politieschool?” “Prima, anders zat ik hier niet, maar ik vertel het nog wel een keertje. Heb je verder nog iets dat je moet vertellen?” wil Tony weten. “Nee, niets.” “Oh ja, het labo heeft onze bom al onderzocht. Ze vonden dat afwisselend werk en hebben het voorrang gegeven. Als ik met mijn vingers van die brief was afgebleven, was dat pakketje helemaal niet ontploft.” “Het is dus een goede beslissing geweest om dat buiten te doen.” “Inderdaad, en gelukkig kreeg ik een paar seconden van de bommaker om daar weg te komen.” “En gelukkig heb je dat ook gedaan”, voegt Britt er aan toe. “Inderdaad”, zegt Tony en ze pakt haar gsm, die aan het rinkelen is. “Ja, Sam?… Helemaal vergeten, het spijt me. Ik zit midden in een zaak en ik weet dat het geen excuus is… Dat gaat niet, ik moet vannacht werken… Kan jij het vannacht doen?… Dan zal ik wat regelen, ja… Sam, ik vind wel een oplossing… Morgen? Morgen moet ik ook werken en ik moet zeker de politieschool een bezoekje brengen… Dat moet echt, anders ben ik mijn job direct weer kwijt… Nee, Vera is heel belangrijk voor mij, Sam. Dat weet je best. Ik bel je nog”, zonder op reactie te wachten verbreekt ze het gesprek. “Een preek?” raadt Britt. “Ik zou twee uur geleden Vera op gehaald hebben, maar dat ben ik vergeten. En nu is Sam kwaad, wat ik wel kan begrijpen. Dat is nog niet alles. Sam moet vannacht ook werken en er is dus niemand voor Vera. Waar vind ik op dit moment nog iemand om voor Vera te zorgen.” “Dat is niet moeilijk. Ik zal Vera wel mee naar huis nemen.” “Echt? Nu ben jij de engel. Sam is echt kwaad. Hij roept dat ik nu al ons dochter in de steek laat, maar hij werkt toch ook? Waarom zou ik thuis moeten blijven voor Vera en hij maar door werken?” “Dat is gewoon een reactie, omdat jij de tijd vergeten bent. Het komt echt wel goed. Straks hebben jullie perfecte regels en een opvangregeling. Wedden?” Tony kan weer een lach tevoorschijn halen. “Ik hoop dat echt. Anders moet ik toch maar stoppen met werken.” “Natuurlijk niet! Ik doe dat toch ook niet en ik sta er helemaal alleen voor”, probeert Britt om Tony gerust te stellen. “Je hebt gelijk. Wij zijn nog wel met z’n tweeën”, zegt Tony lachend. “Wat zijn wij toch erg.” “Ik ga die zielige dochter van je ophalen”, zegt Britt en ze raapt haar spullen bijeen. “Doe haar de groeten van mij en geef haar een kusje.” “Zal ik doen. Bel me als er iets is, hè?” “Natuurlijk”, belooft Tony, maar ze is er vrijwel zeker van dat ze niet zal bellen. Ze gunt Britt de rust. Nadat ze de twee vrouwen op de bank gedag heeft gezegd, vertrekt Britt door de achterdeur. Tony doet de deur achter haar op slot, maar een paar tellen later wordt er al weer geklopt. Ze schuift het gordijn een stukje opzij en ze ziet Britt staan. De deur wordt weer open gedaan. “Iets vergeten?” “Zo zou je het kunnen noemen. Ik ben met de jeep naar hier gekomen en die zou ik hier willen laten voor jou voor de politiefuncties.” “Het is goed. Pak mijn wagen maar”, zegt Tony en haalt haar sleutels uit haar zak. “Britt, hoe doen we het morgen dan? Vera mag echt niet hier komen”, zegt Tony. “Morgen is het zaterdag, dus Lieve past op Dorien. Ik denk wel dat ze ook wel op Vera wil passen. Ze heeft mij gezegd dat ze het leuk vond de vorige keer. En als je het wilt, kun je Vera altijd nog ophalen.” “Oké, bedankt. En ik wil inderdaad Vera nog wel even zien. Slaap gerust uit.” “Daar trap ik geen tweede keer meer in. Eerst beloven dat ik mag uitslapen en daarna mij vroeg uit bed bellen”, zegt Britt lachend. “Bedankt, hè”, zegt ze terwijl ze met de sleutels zwaait. “Wel voorzichtig”, zegt Tony haar nog snel achterna. Ze doet de deur weer op slot en ze ziet dat ze al met het avondeten kan beginnen. Zonder hulp staat drie kwartier later het eten op tafel. De laptop en het dossier heeft ze van de tafel gehaald. De twee vrouwen tegenover haar zijn nog steeds zwijgzaam en eten nog slecht ook. Zelf krijgt Tony ook bijna geen eten naar binnen, maar bij haar komt het door iets heel anders. De ruzie met Sam zit haar dwars. Ze maakt zich zorgen over hoe het nu verder moet met Vera en Sam. Als het er naar uit ziet dat de twee vrouwen niks meer zullen gaan eten, ruimt ze de tafel af. “Het is niet uw schuld, maar ik kreeg geen hap binnen”, verontschuldigt Kristel. “Het geeft niet. Ik kan mij dat heel goed voorstellen.” Tony ziet dat Kristel wat rustiger wordt en Tony gaat weer met ze op de bank zitten. Ze probeert om met ze te praten, maar dat wilt niet echt lukken. Ze kennen elkaar niet en ze zijn beide bang voor Devliegere. Na een uur geeft Tony het op en ze pakt de laptop. Ze ziet dat Britt niet niets heeft gedaan, maar Tony kan zich er niet op concentreren. Ze belt naar Britt om te horen hoe het met haar dochtertje is. Het blijkt allemaal goed te gaan en verder hebben ze niets te vertellen. Tony verbreekt het gesprek weer en ze kan nu wel verder met het dossier tegen Devliegere. Ze is een stuk opgeschoten als ze merkt dat het al bijna tien uur is. Ze rekt zich uit. Anneke en Kristel zijn wel meer gaan leven, maar ze zijn nog altijd erg rustig. Anneke merkt dat Tony gestopt is met het werk en ze meldt dat ze wilt gaan slapen. “Je hebt toch niet op mij gewacht? Je mag mij elk moment storen. Ik ben hier voor jullie”, zegt Tony en Anneke knikt begrijpend. “Ik zou ook wel wat willen slapen”, zegt Kristel. “Moet ik nu terug naar huis gaan?” “Nee. Je kunt beter hier blijven. Hier ben je veilig. Boven is nog een plekje over. Of er moet bezwaar zijn?” Beide vrouwen schudden hun hoofd. “Wat gaat u dan doen?” wil Anneke van Tony weten. “Ik ga door werken en anders ga ik wel op de bank slapen”, zegt Tony en Anneke knikt. Kristel volgt Anneke naar boven. Anneke is snel terug beneden met een kussen en een dunne deken en ze geeft die aan Tony. Tony was al weer aan het werk gegaan en ze bedankt Anneke, die direct daarna weer naar boven gaat. Snel daarna is alles rustig in het huis. Tony maakt het haar gemakkelijk en ze typt verder. Iets na twaalven bedenkt ze dat ze Sam eens moet bellen, dat doet ze ook. Ze heeft geluk, beweert de vrouw aan de telefoon, want het is rustig in het ziekenhuis. Tony weet niet of ze daarmee gelukkig is, ze twijfelt of het gesprek een goede keuze is. Ze krijgt Sam aan de telefoon en in één klap is ze vergeten wat ze wou gaan zeggen. Dat komt ook doordat Sam alles behalve vriendelijk begint. Tony krijgt meteen de schuld naar zich toegeschoven, maar ze probeert Sam het uit te leggen. Hij begint opnieuw met een preek en Tony beslist dat het hopeloos is. Ze verbreekt, zonder iets te zeggen, het gesprek. De bedoeling van het telefoongesprek was dat ze de ruzie zouden uitpraten, maar het gevolg is dat Tony zich nog beroerder voelt. Ze probeert zich weer op het werk te concentreren, maar dat wilt nu ook niet meer lukken. Uiteindelijk beslist ze om te gaan slapen. Ze nestelt zich op de bank en haar ogen vallen juist dicht als ze iets hoort. Ze probeert de slaap te verdrijven en ze probeert te achterhalen wat het geluid is. Automatisch gaat haar hand naar haar wapen en de kamerdeur gaat open. Het is Kristel die ze hoorde. “Ik wilde u niet wakker maken”, verontschuldigt Kristel zich. “Maar ik kon niet slapen.” “Geen probleem. Je mag mij altijd storen. Kom zitten”, nodigt Tony uit en ze trekt de deken een stuk naar haar toe. Zelf gaat ze ook fatsoenlijk zitten. “Ik zou met u willen praten. Kan dat?” vraagt Kristel voorzichtig als ze zit. “Natuurlijk.” “Ik ben bang voor hem. Ik ben bang dat hij ons hier zal vinden.” Tony knikt. Hij zal jullie hier vinden, daar ben ik zeker van”, zegt Tony, omdat ze geen zin heeft om fabeltjes te vertellen. “Maar er staat een observatieploeg voor de deur. Als hij hier komt, krijg ik dat direct te horen en worden er meer collega’s opgeroepen.” “Maar het kan dan nog mislopen?” “Dat kan altijd. Dat kan overal gebeuren. Ik wil u niet onnodig bang maken of zo, maar ik wil ook niet liegen. Ik wil eerlijk zijn”, zegt Tony. “Daar ben ik blij mee. Zijn jullie naar hem opzoek?” “Hij staat geseind. Als hij ergens opduikt, wordt hij opgepakt. Er wordt druk gewerkt om zo veel mogelijk bewijzen tegen hem te vinden.” Kristel knikt. “Moet ik met u over hem spreken?” “Nee, natuurlijk niet. U moet dat helemaal niet. U moet doen waar u zich goed bij voelt.” Kristel knikt begrijpend. “Het maakt mij echt niet uit.” Weer knikt Kristel en er volgt een stilte.
“Ik heb gehoord dat u nog naar de politieschool gaat”, verbreekt Kristel de stilte. “Werkt u nog maar net bij de politie?” “Nee, ik werk er al jaren. En zo af en toe moeten we terug om onze technieken te onderhouden.” Kristel knikt begrijpend. “Maar ze zijn mij aan het testen of ik nog wel goed genoeg ben om terug te mogen werken, ik ben er namelijk even tussen uit geweest”, zegt Tony eerlijk. “Voor uw dochter?” raadt Kristel. “U luistert wel goed, maar u hebt gelijk. Ik ben niet meer terug gaan werken na mijn zwangerschapsverlof, maar thuis zitten was niks voor mij. Ik vind het nu eigenlijk verbazend dat ik het vijf maanden heb volgehouden. En nu zijn ze aan het kijken of ik alles nog wel ken en dat zal wel zo zijn. Wees daar maar gerust in”, zegt Tony. Kristel glimlacht. “Ik twijfel niet aan u. Anneke heeft al over u verteld.” “Nou, zoveel heb ik hier niet uitgestoken”, zegt Tony verbaasd. “Ze was opgelucht dat u zo slim was om dat pakje over te nemen.” “Oh, dat. Maar dat is dus iets wat ik nooit geleerd heb. Daar hebben we de explosieve opruimingsdienst voor. Het verbaasd mij dat Anneke dat verteld heeft.” “We hebben wat gesproken en Anneke vertelde dat ze zich veilig voelt bij u.” “Dat is mooi. En ze probeerde u te overtuigen?” probeert Tony te raden. “Misschien, maar ik weet het niet. Het heeft wel geholpen, denk ik.” “Perfect. Maar mijn collega is ook een prima flik en die vind ik persoonlijk beter.” “Dat zegt iedereen over een ander”, reageert Kristel. “Daar zit iets in”, bekent Tony. “U zit ook met iets, is het niet?” “Je had bij de flikken moeten gaan, echt waar Volgens mij trek je zo een bekentenis uit een verdachte.” Kristel moet lachen. “Nee, dat interesseert met niet echt. Ik hou niet zo van risico’s.” Tony glimlacht. “Maar je hebt weer gelijk.” “Wil je erover praten?” “Maar ik ben er voor jullie, dan kan ik moeilijk jou belasten met mij problemen.” “Je helpt ons toch ook? En daarbij, dan denk ik ook nog aan iets anders”, probeert Kristel Tony te overtuigen. “Oké, ik vertel het alleen daarom. Ik heb ruzie met de vader van mijn dochter.” “Je bent niet getrouwd?” onderbreekt Kristel haar. “Nee, ik heb niks met haar vader. Het enige wat ons verbind, is onze dochter. Maar hoe het allemaal precies zit, is een lang verhaal. Een verhaal, dat ik zelf ook niet altijd kan volgen. Als ik dat allemaal ga vertellen, zit ik hier volgende week nog.” “En zo lang hoopt u hier niet te zitten?” raadt Kristel. “Inderdaad. Ik hoop dat niet voor jullie en ook niet voor mijzelf, want dan wordt het oorlog tussen mij en haar vader.” “Het gaat dus om je werk”, concludeert Kristel. “Je had echt bij de flikken moeten gaan. Je bent er perfect voor. Als je er ooit aan denkt om dat te gaan doen, zal ik een goed woordje voor je doen. Oké?” “Dat is goed, maar het zal nooit nodig zijn. Ik werk nu goed.” “En je hebt weer gelijk. Het gaat inderdaad om mijn werk. Eerst was hij wel enthousiast, maar toen moesten we niet allebei tegelijk werken. En je moet weten dat er niks onregelmatiger bestaat dan flikkenwerk en daar is het misgelopen. Hij en ik moesten tegelijk werken en we hebben nog niks geregeld als een oppas of zoiets. Dus hadden we deze avond een probleem en ik had een boze vader aan de telefoon.” “Dat heb ik gemerkt en je keek ook alles behalve vrolijk.” “Hij beschuldigde mij ervan dat ik ons kind nu al verwaarloosde, maar hij vergeet dat ik vier maanden voor haar gezorgd heb en dat hij gewoon heeft kunnen werken.” “Mannen zijn gewoon niet de intelligentste en ze denken te veel aan zichzelf”, vindt Kristel. “Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar het zal wel overgaan, volgens mij collega. Volgens haar moeten we nog een paar goede regels opstellen en zeker een vaste oppas zien te vinden.” “Dat zal vast een stuk helpen. Straks gaat je dochter naar school en dan hou je meer tijd over.” “Straks? Dat duurt nog wel een paar jaar, maar ik snap wat je bedoelt. Ik zal wel zien hoe het loopt”, zegt Tony en ze kijkt op de klok. Het is al iets over tweeën in de nacht. “Moet je niet nog wat proberen te slapen? Mij maakt het niet uit hoor, want ik heb straks nog een hele ochtend om te slapen.” “Ik zou wel willen, maar ik durf niet.” “Zal ik boven komen zitten?” stelt Tony voor.
“Maar daar staat alleen een stoel.” “Wat is het probleem? Op een stoel kan je toch zitten? En anders doe ik dat wel op de grond.” “Als u dat wilt?” “Natuurlijk. Ik ben er voor jullie.” Ze staan op. Tony pakt de laptop en het dossier van tafel. Kristel ziet het en ze pakt de deken en de kussen van de bank. Samen gaan ze naar boven. Vlak nadat Kristel op bed is gaan liggen, valt ze in slaap. Tony is op de stoel gaan zitten en ze heeft de laptop op haar schoot staan. Ze werkt nog een halfuur voordat ze beslist dat ze op de grond gaat zitten. Dat zitten wordt snel liggen en ze sluit de laptop af. De laptop wordt dichtgeklap en op zij geschoven. Niet veel later ligt Tony op de grond te slapen.
Tony is de enige die wakker wordt door het geluid van een gsm, haar gsm. Ze ziet dat het Britt is en ze neemt op. Britt blijkt beneden voor de deur te staan en er wordt niet opengedaan. Tony gaat zo snel mogelijk naar beneden en ze doet de achterdeur open. “Zo slaapkop, dat werd tijd.” “Sorry, ik lag inderdaad te slapen.” “Dat hoef je mij niet te vertellen”, zegt Britt lachend en ze wijst naar Tony. “Zeker nog geen spiegel gezien.” “Wil ik die zien?” Britt schudt hard haar hoofd. “Ik ben verkreukeld”, klaagt Tony en ze ziet het gezicht van Britt. “Ik heb op de grond geslapen.” Britt kijkt begrijpend. “Dat heb je wel lang volgehouden.” “Dat valt mee. Het was rond drie uur voordat ik sliep en jij bent vroeg.” “De ochtendstond heeft goud in de mond”, zegt Britt en het gevolg is dat Tony haar vreemd aan kijkt. “Is het rustig gebleven?” “De postbode is nog niet langs geweest”, zegt Tony en ze moet moeite doen om een gaap te onderdrukken. “Een beetje geslapen met Vera?” “Prima. Ze heeft de hele nacht doorgeslapen. Dorien deed dat echt niet op die leeftijd.” “Dat doet Vera ook niet bij mij”, zegt Tony verbaasd. “Is mijn wagen nog heel?” “Natuurlijk. En als ik jou was zou ik naar huis gaan om te slapen. Zo te zien heb je dat hard nodig.” “Je hebt gelijk, maar ik denk niet dat ik rust krijg.” “Je kunt Vera toch nog bij Lieve laten? Die vindt Vera echt prachtig. Het is weer eens wat anders dan die grote mond van Dorien.” Tony glimlacht. “Maar ik denk dat Sam mijn rust gaat verstoren. Ik heb hem vannacht nog gebeld en dat is niet bepaald een succes geweest. Hij wil niet eens luisteren. Ik wilde het echt uitleggen.” “Maak je niet zo druk. Het komt wel goed. Ga eerst was slapen en zie daarna wat je verder kunt doen.” “Maar ik moet toch eens met Sam spreken?” “Doe het vanmiddag nadat je bij de politieschool bent langs geweest en voordat je mij komt aflossen.” “Dat moet ik ook nog doen. De politieschool met een bezoekje verblijden.” “Hé, Tony, ik zal wel langer hier blijven als je dat wilt. Hier,” Britt geeft de sleutel van Tony haar wagen, “de sleutels van je wagen. Je kunt bij mij gaan slapen. Dan weet je zeker dat je kunt slapen zonder gestoord te worden. Je hebt de sleutel.” “Bedankt. Ik zal eerst even langs het commissariaat gaan om te kijken of ze nog iets hebben. Misschien is het laboverslag er al”, zegt Tony. “Mooi niet. Dat doe je later maar. Ik zal wel bellen om te vragen of ze iets hebben.” “Oké, dan ga ik maar. Het dossier ligt boven en de laptop ook. En als het goed is, slapen Anneke en Kristel nog.” “En jij gaat hetzelfde doen en ik bel wel als het nodig is.” “Dat moet je wel echt doen.” “Tuurlijk”, zegt Britt en ze probeert Tony de deur uit te werken, voordat ze weer iets anders bedenkt. Het lukt haar en ze gaat op de bank zitten, maar rust wordt haar niet gegund. Er komt iemand naar beneden. Tony en Britt hebben er beide niet bij stil gestaan dat Lieve bij Britt thuis is. Tony is dus verrast als ze deur open doet van Britt haar appartement. Het is daar alles behalve rustig. “Hé, Tony. Kom je Vera halen?” vraagt Lieve direct. “Eigenlijk niet. Ik was op zoek naar rust en Britt heeft voorgesteld om hier te slapen, maar ik denk niet dat het rustig zal zijn.” “Ik zal wat met Vera gaan wandelen. Volgens mij vindt ze dat wel leuk.” Tony knikt. “Maar je mag ook wel hier blijven. Ik ben ondertussen wel gewend om met lawaai te slapen. Niet dat ik Vera ’s nachts laat huilen of zo, maar ik bedoel… Laat ook maar.” “Volgens mij kan je heel wat rust gebruiken. Slaap lekker”, zegt Lieve om Tony zo ver te krijgen dat ze gaat slapen. Ze pakt het jasje van Vera en ze trekt haar dat aan. Tony ziet dat Lieve het wel zal redden en ze gaat eindelijk fatsoenlijk slapen. Britt heeft ondertussen met Vanbruane gebeld en ze heeft een korte samenvatting gekregen van het laboverslag, wat al op hun bureau lag. Er zaten inderdaad vingerafdrukken op het bompakketje en de bijbehorende brief, maar ze waren niet bekend bij de politie. Ze zijn er dus niet veel mee opgeschoten. Ook is er nog geen enkele spoor van Devliegere. Er is dus geen nieuws. Britt heeft de laptop alweer voor haar neus en tot haar verbazing ziet ze dat Tony een flink stuk heeft doorgewerkt. Iets wat ze totaal niet verwacht had. Ze leest het snel door en ze gaat dan zelf verder. Tony heeft doorgeslapen tot half twaalf. Ze vindt dat laat genoeg en ze merkt dat Lieve en Vera ook weer terug zijn. Redenen genoeg om weer op te staan. Ze passeert langs een spiegel en ze ziet een niet zo aangenaam spiegelbeeld. Ze doet daar snel wat aan en ze gaat naar Lieve en haar dochtertje. “Goed geslapen, zo te zien”, zegt Lieve als ze Tony in het oog krijgt. “Goed gezien. Hoe is het met Vera?” “Prima. Ze heeft buiten genoten. We zijn naar het park geweest en het was er gezellig druk. Ze wijst echt overal naar”, vertelt Lieve enthousiast. “Dat weet ik. Ik heb altijd geleerd dat ik niet mag wijzen”, zegt Tony lachend en ze schenkt koffie voor zichzelf in.
“Maar ze was niet vervelend?” “Nee, helemaal niet. Een ideaal oppaskind.” “Wacht maar tot je haar langer kent. Ze kijkt teveel naar Dorien, volgens mij”, zegt Tony lachend als ze Vera bezig ziet. Ze wiebelt in haar stoeltje en ze is wilt met haar armen aan het zwaaien. Tony staat op en ze pak haar dochter vast, die meteen luid begint te lachen. “Ik heb je gemist, meiske. Ik heb veel aan je gedacht”, zegt Tony tegen haar dochter en die knikt met haar hoofd, alsof ze het begrijp. Tony neemt haar op schoot en ze gaat weer bij Lieve zitten. Vrijwel direct valt Vera in slaap met haar duim in haar mond. “Een gezellige dochter”, lacht Tony. “Ze gaat direct slapen.” Lieve moet lachen. “Ik dacht dat Dorien hier ook zou zijn?” “Ja, maar die is naar Simon vertrokken. Vanmiddag is ze er weer, met Simon. Ik moet ze ophalen.” “Dan neem ik Vera wel even mee. Waarschijnlijk zie je haar vandaag nog”, zegt Tony met een oog op het bezoek aan de politieschool.
Het is iets na de middag als Britt belt om te informeren. Tony was juist onderweg naar het commissariaat en zet de wagen aan de kant. Britt wilt weten of Tony wat heeft kunnen slapen, ze heeft zich namelijk herinnerd dat Lieve daar ook was. Tony stelt haar gerust en vraagt of er nog gebeurd is. Britt vertelt haar dat ze niet bang hoeft te zijn dat ze iets heeft gemist, omdat de postbode geen pakje bij zich had. Wel een dreigbrief, die ze uiterst voorzichtig geopend hadden, en het is al naar het labo. Britt hoort op de achtergrond de geluiden van Vera en vraagt of Lieve haar zat was. Maar Tony antwoordt dat Lieve even weg moest en dat ze daarom Vera heeft meegenomen. Ze hebben daarna niks meer te zeggen en ze verbreken het gesprek. Tony vervolgt haar weg naar het commissariaat. Op het commissariaat trekt ze natuurlijk de aandacht met Vera en het duurt even voordat ze het teamlokaal bereikt. Ze ziet Pasmans niet zitten en dus neemt ze Vera maar mee naar het kantoortje van Vanbruane. “Ah, Tony. Geen oppas?” Wilt Vanbruane weten als Tony gaat zitten. “Die moest even weg. Is Pasmans er niet?” Vanbruane glimlacht. “Nee, die staat bij Anneke voor de deur.” Ze horen Vera giechelen. “Soms denk ik echt dat ze alles begrijpt. Vanmorgen was ze ook al op het juiste moment met haar hoofd aan het knikken.” “Misschien is ze wel intelligenter dan je denkt”, zegt Vanbruane. “Vier maanden? En de gesprekken al kunnen begrijpen? Lijkt me niet”, lacht Tony. “Wat is er hier allemaal gebeurd sinds ik ben vertrokken?” “Niet veel. Devliegere is nog altijd niet gevonden. Van Selattin en Vanneste heb ik ook nog niets gehoord en jullie zijn ook niks wijzer.” “Nee, wij beschermen alleen. Heeft u nog iets van het labo gehoord?” “Het verslag van de bom is er al.” Vanbruane pakt een mapje uit een stapel. “Je hebt zeker van Britt al gehoord dat er weer een dreigbrief is aangekomen?” “Britt heeft me juist gebeld om dat te melden.” “Dat is de enige verandering in de zaak. De brief is al naar het labo en we wachten op resultaat.” “Wilt u het mij laten weten als er nieuws is? Als ik het laborapport heb doorgelezen, ga ik langs bij de politieschool.” “En daarna terug naar Britt?” Tony schudt haar hoofd. “Nee, ik moet dringend met Sam spreken.” “Niet tijdens het werk”, waarschuwt Vanbruane. “Doe ik ook niet. Als ik ’s nachts werk, ben ik overdag vrij.” Vanbruane knikt dat ze gelijk heeft. “Daarna los ik Britt af.” Tony staat op, neemt het laborapport en ze verlaat, samen met haar dochter, het kamertje. Ze gaat aan haar bureau zitten ze leest het rapport door. Daarna vertrekt ze naar de politieschool, maar eerst rijdt ze nog langs het appartement van Britt om Vera af te zetten bij Lieve. Lieve is weer terug en Dorien en Simon zijn er nu ook, die twee zijn blij om Vera te zien.
Nadat Tony het commissariaat verliet, gingen Selattin en Vanneste daar naar binnen met een vrouw. Vanbruane krijgt ze in het oog en roept ze.
“Wie hebben jullie nu weer meegenomen? Nog een slachtoffer?” “Waarschijnlijk, we moeten het haar nog vragen, maar ze ging wel bij Devliegere binnen”, vertelt Vanneste. “Nog een spoor van Devliegere gevonden?” “Niets. Maar misschien weet ze iets”, zegt Selattin terwijl hij naar de verhoorkamer wijst, waar de vrouw zit. “Oké, hou me op de hoogte.” Vanbruane loopt terug naar haar kamertje en Selattin en Vanneste gaan het verhoorkamertje binnen.
Bij Britt blijft het rustig. Ze heeft nog een tijdje door gewerkt aan het dossier, maar ze kan niet meer verder komen. De te verwerken informatie is op. Ondertussen zijn Anneke en Kristel al een stuk losser geworden. Ze spreken wat met elkaar, maar aan de sfeer is nog altijd te merken dat ze bang zijn.
Bij Tony is het een stuk minder rustig. Arrestatietechnieken staan op het programma. Tony heeft zo haar eigen technieken, maar moet nu stevig denken over wat ze haar jaren geleden hebben geleerd. Ze krijgt iedereen wel op de grond, maar de instructeurs zijn niet blij met de manier hoe ze dat doet, ze doet het niet op de manieren die worden aangeleerd. De aanstaande flikken proberen haar snel te leren hoe het wel moet, maar daarmee krijgt ze de instructeurs niet in de boeien als ze tegen werken. Als ze sterk verzetten bij hun ‘arrestatie’, gebruikt ze haar eigen technieken en liggen de instructeurs snel te spartelen op de grond. Tot overmaat van ramp gaat ook nog haar gsm, die aan de kant ligt tussen haar spullen. Ze herkent haar deuntje en ze gaat met een wat rood aangelopen hooft naar haar spullen. Ze hoort een aantal van de flikken in opleiding lachen als kinderen die hun klasgenoten betrappen. Ze trekt er niets van aan en vist direct haar gsm op. Het is Britt en dus moet er wel iets aan de hand zijn. Ze neemt op en ze kan het niet goed verstaan. Ze heeft haar gsm aan haar rechteroor en met haar linkerwijsvinger houdt ze haar andere oor dicht om toch wat te kunnen verstaan. Ze hoort de stem van Britt, die duidelijk niet tegen haar spreekt. Ze hoort een man roepen. Daarna hoort ze Britt iets tegen de man zeggen en ze noemt hem Devliegere. De aanstaande flikken zien de angst op haar gezicht en ze zijn direct stil. Met haar linkerhand maakt Tony een telefoongebaar en ze wijst op de groep. Een van de instructeurs begrijpt de hint en zoekt naar zijn eigen gsm en geeft die aan Tony. Tony toetst het nummer van Vanbruane in en ze probeert nog steeds om wat meer duidelijkheid op te vangen van de gebeurtenissen, die ze verneemt via haar eigen gsm. Ze kan het slecht verstaan en hoort dan Vanbruane in haar andere oor spreken. Ze houdt haar eigen gsm omlaag. “Commissaris? Tony hier. Britt is in moeilijkheden. Als ik het goed begrijp is Devliegere bij haar, maar ik kan het niet goed verstaan.”
“Hoe bedoel je?” “Britt heeft mij gebeld, maar volgens mij steekt haar gsm in haar zak. Het is echt slecht te verstaan en ze spreekt niet tegen mij, maar ze heeft wel een man aan gesproken met Devliegere en het gaat er niet vriendelijk aan toe. U moet een interventieteam sturen.” “Oké, ik zal ze direct bellen. Ga je er nu ook heen?” “Natuurlijk. Ik probeer een combi te pakken te krijgen en anders neem ik mijn eigen wagen. Ik kom zo snel mogelijk.” Tony verbreekt het gesprek en ze geeft de gsm terug aan de instructeur. “Sorry, maar ik moet mijn partner in moeilijkheden gaan helpen.” Ze pakt haar spullen en ze verlaat al rennend het gebouw. Op de parking kan ze nog net een combi tegenhouden en ze dwingt de chauffeur om naar het adres van Anneke te rijden. Met loeiende sirenes crossen ze door Gent, waar het gelukkig niet druk is op de weg. Bij het huis van Anneke springt ze uit de wagen, die nog niet volledig stilstaat en ze roept iets als bedankt. Ze kijkt naar de donkerblauwe Toyota en ziet dat hij leeg is. Raymond en Pasmans zijn dus al binnen. Met getrokken wapen loopt ze naar de voordeur. De deur staat op een kier en ze doet hem verder open. In de woonkamer ziet ze Britt met een wapen tegen haar hoofd. Het is Devliegere die het wapen vast houdt. Raymond en Pasmans houden hem onderschot. Kristel en Anneke zitten angstig in een hoekje weggedoken. Tony verlaat het huis om in het frisse windje haar gedachten op een rijtje te krijgen. Ze bedenkt om langs achter het huis binnen te gaan. In de verte hoort ze sirenes, dat moet het interventieteam zijn. Ze rent zo snel als ze kan naar de achterkant van het huis, daar moet ze even op adem komen voordat ze verder gaat. Ze heeft besloten om te doen alsof ze niets door heeft. Ze klopt op de achterdeur. Geen reactie. Ze klopt nogmaals. Geen reactie. Ze bonkt nog wat harder en ze roept Britt haar naam. Ondertussen voelen Britt en de collega’s dat het mis gaat. Ze weten heel goed dat Tony op de hoogte is, maar ze begrijpen totaal niet wat ze nu aan het doen is. Tony slaat nog eens tegen het raam. “Britt! Waarom doe je niet open? Dat hadden we toch afgesproken? Britt, Britt! Doe die verdomde deur open!” Britt voelt dat Devliegere zenuwachtiger wordt en ze wordt steviger vastgepakt. “Britt! Doe verdomme die deur open!” Tony geeft nog een paar flinke klappen tegen het raam van de deur. “Of ik bel de collega’s en dan weet Devliegere zeker dat we hier zitten en is onze hele actie mislukt. Britt, alsjeblieft! Laat deze actie niet mislukken. Devliegere mag niets van deze actie weten!” Devliegere voelt zich trotser. Die vrouw weet dus niet eens dat hij al lang weet dat er flikken zitten in dit huis. Die vrouw die zo wilt staat te schreeuwen is vast een flik, bedenkt hij. Onhandig. Dom. Onnozel. Stom. Vast net van de politieschool, denkt hij met een verborgen lach. Een kieken, denkt hij er nog snel achterna, die zal haar lesje wel leren. Hij probeert snel te bedenken wat hij met haar gaat doen en ondertussen duwt hij Britt naar de deur. “Doe die deur open”, commandeert hij. Hij laat Britt los en ze doet de deur open. Op dat moment wordt Devliegere overmeesterd door Pasmans en Raymond en in de boeien geslagen. Britt ziet een trotse Tony staan. “Het is gelukt”, merkt Tony zuchtend op. “Heb je dit van te voren bedacht?” vraagt Britt verbaasd. “Niet van te voren. Het kwam plotseling. Ik ben blij dat het heeft gewerkt”, zegt Tony en ze omhelst Britt. “Het was riskant. Devliegere kon panikeren.” “Dat kon, maar ik zag geen andere manier om je uit de handen van die viezerik te bevrijden. Via de voordeur kon ik je niet redden, dat hadden Raymond en Pasmans al geprobeerd. Langs achter kon ik niets zien. Ik heb zelf de gordijnen dicht getrokken”, zegt ze met een glimlach op haar gezicht. De glimlach is er, omdat ze bedenkt dat ze het zichzelf moeilijk heeft gemaakt. Ze laat Britt los en ze gaat naar binnen. Het interventieteam is gearriveerd. Te laat. Tony loopt op Anneke en Kristel af. “Het is voorbij. We hebben hem. Jullie zijn vrij.” Ze helpt de twee vrouwen overeind, die haar direct omhelzen. “Ik denk dat het beter is als jullie met ons mee gaan naar het commissariaat. Daar zullen we Slachtofferhulp verwittigen en die zullen jullie opvangen, oké?” De twee vrouwen knikken. Tony wenkt dat Britt mee komen en ze verlaten het huis via de achterdeur. De jeep staat netjes geparkeerd in de straat erachter. Iets later komen ze aan op het commissariaat. Devliegere zit al in en verhoorkamer te wachten, maar Britt en Tony besteden eerst aandacht aan de twee meegebrachte vrouwen. Slachtofferhulp wordt gebeld en Britt brengt de derde slachtoffer naar de kantine. Britt was op de hoogte gebracht door Vanneste, maar Tony wist nog van niets. Als Slachtofferhulp gearriveerd is, laten Tony en Britt de vrouwen pas alleen. Daarna wil Tony eerst met Britt praten voor ze aan het verhoor beginnen. Zelfs Vanbruane moet wachten van Tony. Ze gaan in de kleedkamer zitten.
“Wat is er gebeurd?” “Vanneste had net gebeld om te melden dat ze een derde slachtoffer hadden gevonden. Vlak daarna werd er aangebeld. Ik heb Anneke open laten doen. Ze sprong vrijwel direct achteruit en toen heeft Devliegere mij gezien. Hij haalde zijn wapen te voorschijn en hij bedreigde mij en Anneke”, vertelt Britt. Tony gaat wat dichterbij zitten en ze slaat een arm om haar partner heen. “Hij heeft de deur gesloten en we moesten naar de kamer. Daar zag hij Kristel zitten en hij moest lachen. Hij heeft niet doorgehad dat ik met mijn gsm naar jou heb gebeld. Ik ben blij dat je er wat van hebt kunnen horen.” “Dat was echt niet gemakkelijk en je hebt met voor schut gezet op het OPAC.” “Was je daar?” “Ja, maar ze hadden gelukkig snel door dat het heel serieus was. Vertel verder.” “Iets later kwamen Pasmans en Raymond met lawaai binnen.” Tony lacht. “Ze hebben de deur geforceerd”, verklaart ze. “Vandaar en later stond jij als een idioot op de achterdeur te bonken.” “Bedankt, hè. Ik zal je nog eens helpen”, zegt Tony beledigt, maar ze meent het niet. “Je liet me schrikken. Ik was echt bang dat het mis ging lopen.” “Ik wilde Devliegere laten geloven dat ik van niets wist en hem daarmee in de war brengen. Ik hoopte dat hij wat minder oplettend werd, waardoor Pasmans en Raymond hem konden pakken.” “Waarom heb je niet op het interventieteam gewacht?” “En jou langer in de klauwen laten van een vieze vent? Ik dacht het niet!” Britt lacht. Ze heeft een fijn gevoel vanbinnen. Ze voelt zich gelukkig, omdat Tony terug is. Terug als partner. En dat Tony direct al de plicht als partner op zich heeft genomen door zelf actie te ondernemen tegen Devliegere. “Ga je vanavond mee iets eten? Dan kunnen we gelijk Sofie uitnodigen en vertellen over de zaak. En natuurlijk uitvragen over haar nieuwe job”, stelt Tony voor. “Leuk idee, maar moet jij niet eerst met Sam praten? Je moet er niet te lang mee wachten.” “Waarom moet je zo’n fijn moment verpesten door over Sam te beginnen. Ik wil even genieten. Ik ben terug en we hebben onze zaak opgelost. Sam moet dat niet verpesten.” “Tony, het is uitstel van executie. Je komt er niet onderuit. Je blijft er tegenaan kijken en elke keer zul je wel wat bedenken.” Tony weet heel goed dat Britt gelijk heeft, maar ze weet echt niet hoe ze het Sam duidelijk moet maken. “Waar zie je tegen op? Waar denk je dat Sam moeilijk over gaat doen?” Wilt Britt weten. “Ik weet het niet. Echt niet. Misschien is hij bang dat Vera te weinig aandacht gaat krijgen. Misschien wil hij dat er altijd iemand bij Vera is… ik bedoel dat ik er ben of haar vader. Ik weet het niet.” “Precies. Je zult het niet weten als je het niet gaat vragen. Praat er met hem over en laat hem weten hoe jij er over denkt.” “Ik heb het al twee keer geprobeerd om het uit te leggen, maar hij luistert niet. Hij blijft maar praten. Hij luistert niet.” Nu is het aan Britt om haar partner naar zich toe te trekken en ze ziet de tranen in de ogen van haar partner. “Hé, het gaat wel goed komen. Je kunt toch zeggen dat Lieve voorlopig op Vera kan passen en misschien wel definitief. Daar moeten jullie samen met Lieve over spreken.” Tony knikt zachtjes. “Ik wil niet dat Vera opgroeit tussen twee ruziënde ouders.” “Dat wilt niemand voor zijn kind. Een moeder zijn is echt niet altijd even makkelijk en ik kan het weten. Natuurlijk zullen er wel eens conflicten zijn. Mark en ik hadden die ook, maar we zagen elkaar graag en we konden het heel goed met elkaar vinden. Tegenslagen horen erbij. Je moet erover praten met elkaar. Ik weet zeker dat er goede regels uitrollen en het meeste gaat vanzelf. Ga vanavond naar Sam toe, voordat hij gaat werken. En ga nu naar huis.” “Britt! We moeten Devliegere verhoren”, protesteert Tony en zo probeert ze er weer onderuit te komen. “Die vent is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Hij kan wel wachten tot morgen. We hebben genoeg bewijzen tegen hem om hem vast te houden.” “Dat gaat Vanbruane niet goed vinden.” “Ik zeg dat we nog op een eventuele vierde slachtoffer wachten om hem met meer informatie aan te pakken.” “Dat is nog slim gedacht ook. Moet ik Sam eerst bellen of moet ik plotseling voor zijn deur staan?” Wilt Tony van haar partner weten
“Verras hem, dan heeft hij geen standaardzinnen voor je klaar liggen. Dan kan hij niet van te voren bedenken wat hij jou gaat aansmeren. Zal ik je vanavond nog bellen?” Tony knikt en ze staat op. “Kan Vera nog even bij jou blijven? Volgens mij moet ze er niet bij zijn.” “Geen probleem. Ga nu maar”, moedigt Britt Tony aan die erg aan het twijfelen is. “Ik zal haar vanavond op halen.”
“Ja, het is goed. Ga maar.” Tony pakt haar jas en ze vertrekt. Haar wagen staat nog bij het OPAC en dus beslist ze om met de bus te gaan, maar het laatste stuk zal ze moeten lopen. Britt komt inderdaad een niet zo vrolijke Vanbruane tegen, die ook niet helemaal blij is met de beslissing van Britt, maar ze laat Britt wel naar huis gaan.
Het is rond negen uur als er bij Britt wordt aangebeld. Het is Tony en die mag uiteraard binnen komen. Ze ziet er moe, maar gelukkig uit. “Tevreden?” Raadt Britt. Tony knikt en ze gaan op de bank zitten. “Ik heb met Sam gesproken. Hij was wat redelijker. Hij was inderdaad bezorgd over de opvang van Vera. Hij was bang dat ze op een verkeerde plek zal terechtkomen, maar ik heb hem beloofd dat we samen iets gaan zoeken wat voor ons beide goed voelt.” “Kijk, dat is wat belangrijk is.” “We hebben afgesproken om samen met Lieve te gaan praten over de mogelijkheden en dan weet Sam ook hoe Lieve is. Niet dat ik Lieve niet vertrouw, maar dan weet Sam ook dat Vera daar goed is.” “Was het zwaar om met hem te spreken?” “Het begin wel, maar hij begon het steeds meer te begrijpen. Hij begrijpt heel goed dat ik terug wil werken en hij respecteert dat gelukkig. Hij heeft zo gereageerd, omdat hij bang was voor zijn dochter. Een zorgzame vader”, zegt Tony met een vrolijk, maar vermoeid gezicht. “Hij heeft het beste met haar voor.” “Tony, blijf slapen. Je bent moe en dan hoef je Vera ook niet te storen. Ze slaapt heel rustig en dan hoef je ook niet meer voor haar te zorgen thuis.” “Ik wil je niet tot last zijn, echt niet. Maar ik kan zo slaap in vallen, dus neem ik graag je aanbod aan.” Niet veel later nestelt Tony zich in het logeerbed en ze valt vrijwel direct in slaap met de fijne gedachte aan Sam als vader van haar kind. Britt is ook opgelucht dat het goed afgelopen is en gaat ook tevreden slapen. Ze is blij dat ze Tony heeft gepusht om toch te gaan.
De volgende morgen is het Vera die iedereen wekt. Het is bijna kwart over zes als ze begint te huilen. Tony staat met een gelukkig gevoel en ze is voelt zich nog gelukkiger als ze Vera in haar armen neemt. Dorien is wat minder gelukkig met de vroege wekker, maar wat ze ziet maakt veel goed. Ze ziet een baby die zich heerlijk thuis voelt in de armen van haar moeder en een moeder die heel gelukkig is met de baby die in haar armen ligt. Tony ziet het en ze wenkt dat Dorien naast haar moet gaan zitten. Dorien doet dat zonder te protesteren en ze krijgt Vera in haar armen. Vera stopt haar kleine duimpje in haar mond, iets wat Britt haar geleerd heeft, en Dorien haar morgen begint nu helemaal goed. “Zou je het erg vinden als Lieve ook op Vera gaat passen?” Wil Tony graag weten. “Natuurlijk niet. Wordt Lieve de oppas van Vera?” Vraagt ze vrolijk. “Dat is niet zeker, maar vandaag is ze er zeker nog. Ik moet met de papa van Vera overleggen.” “Die gaat dat wel goed vinden. Lieve is een hele lieve oppas”, zegt Dorien vastbesloten. Bij huize-Michiels is het de gewoonte om op zondag heerlijk te ontbijten, waar Tony ook van mag mee genieten. De sfeer is om van te genieten en iedereen lijkt goed gezind te zijn. Vera zit mee aan tafel en die is vrolijk aan het mee babbelen in een totaal onverstaanbaar taaltje, maar niemand die het erg vind. De tijd tikt onverstoord verder en het wordt echt tijd dat Tony en Britt naar het commissariaat vertrekken. Daar blijkt niet iedereen even goedgezind te zijn als de twee dames.
“Ah, gaan jullie eindelijk Devliegere verhoren?” Vraagt Vanbruane geïrriteerd als Tony en Britt juist aan hun bureaus willen gaan zitten. “Oké”, zegt Tony zonder te protesteren. “Koffie nodig voor het verhoor?” Vraagt ze aan Britt, die duidelijk zit te knikken. Niet veel later zitten ze, beide met een beker koffie, tegenover Maarten Devliegere. “Hebben jullie niet iets voor mij meegenomen?” is het eerste wat hij zegt. “Nee, mannen als jij krijgen van ons voorkeursbehandeling. Het ligt helemaal aan jou. Ben je van plan om met ons mee te werken?” Vraagt Britt. “Als je dat vriendelijk doet, krijg je na het verhoor een beker heerlijk koffie.” Het woord ‘koffie’ doet Devliegere overtuigen om mee te werken. Wat hij dan nog niet weet, is dat het verhoor pas aan het eind van de middag is afgelopen. Elke keer dat Tony en Britt vertrokken tijdens het verhoor, betekende niet dat het was afgelopen en hij heeft dan ook lang op zijn bekertje moeten wachten. Devliegere heeft de dames het volledige verhaal gegeven. Hij voelde zich eenzaam en had behoefde aan een vrouw. Hij begon met één, maar het zijn er uiteindelijk drie geworden. Allemaal hetzelfde verhaal. Devliegere weet ook heel goed dat hij fout bezig is geweest en hij wist dat hij ooit gepakt zou worden door de flikken, maar die heerlijke tijd kunnen ze hem niet meer afnemen, beweert hij. Tony en Britt zijn blij als het verhoor er op zit en dat ze eindelijk van de man af zijn. Tony geeft hem zijn beloofde beker met koffie. Als hij zijn handtekening onder zijn verklaring heeft gezet, zijn ze van hem af en wordt hij afgevoerd naar de Nieuwe Wandeling. Het is kwart over zes als de twee dames, nog altijd goedgezind, rustig aan hun bureau zitten.
“Zaak opgelost”, zegt Tony en ze wilt juist haar voeten op haar bureau leggen als ze geroepen wordt door Vanbruane. Tony gaat naar haar kamertje. “Wat hebben jullie vanmorgen gegeten dat jullie zo vrolijk zijn? Zelfs na een dag verhoren!” Wilt Vanbruane weten als ze in het kamertje zitten. “Vera is de oorzaak en een opluchtend gesprek met Sam”, zegt Tony met een trots gezicht. “Nou, het werkt prima. Ik heb je net horen zeggen dat de zaak opgelost is, is het dossier ook al bijna af?” “Alleen nog de puntjes op de bekende i zetten”, antwoordt Tony. “Dus dat ligt morgen wel op mijn bureau?” “Dat beloof ik u. Mag ik nu naar huis? Ik wil naar mijn dochter.” “Ik moet je wat vertellen”, begint Vanbruane. “Ik ben gebeld door de zonechef. Je bent vandaag niet naar de politieschool geweest.” “Dat weet ik, maar ik heb wel een zaak opgelost met Britt. Ik moet prioriteiten stellen”, zegt Tony en haar humeur is nog altijd niet aangetast. Ze ziet nog steeds alles zonnig in. “Ik heb je verteld dat je niet terug mocht komen als je niet de testen aan het OPAC af maakt.” Tony knikt, ze kan het nog wel herinneren. “Gister ben je daar halverwege verdwenen en niet meer terug gekomen.” “Had ik Britt dan in de steek moeten laten? Ik heb laten zien hoe je met je partner hoort om te gaan, dat is ook iets wat ze je daar leren. Je partner niet in de steek laten en vooral helpen.” “Ik vind het spijtig, je bent er zo goed aan begonnen en dat blijkt maar voor één dag te zijn.” “Ik had ook niet kunnen voorspellen dat het zo zou lopen, maar ik ga het wel inhalen als u dat wilt”, stelt Tony voor. “Tijd genoeg”, zegt Vanbruane. “Je bent geschorst.” “Commissaris, ik ben nog nooit zo blij geweest met een schorsing”, zegt Tony nog wat vrolijker. Vanbruane vraagt zich af of het wel goed gaat met Tony. Tony, die blij is met een schorsing? Ondenkbaar! Uitgesloten. Onbestaanbaar. “Blij?” “Ja, tijd voor mijn dochter. Hoelang is die schorsing?” “Je bent net vijf maanden thuis geweest en je bent nu al blij na vier dagen dat je tijd kan door brengen met je dochter?” “Ja, Sam is morgen ook vrij. Dat wordt gezellig”, zegt Tony en ze verheugt zich al helemaal op een gezellige dag met z’n drieën. Zonder Sarah en Jitse dus. “Je bent een week geschorst…” “Ik hoop dat Sam veel vrij is”, onderbreekt ze Vanbruane. “Maar daar zit wel nog iets aan vast. Je zult het grote deel van je tijd door brengen op de politieschool. Twee tot drie onderdelen per dag.” Vanbruane ziet de vrolijkheid direct van haar gezicht verdwijnen. “En als je het niet binnen een week haalt, mag je niet meer terug komen.” Tony vloekt. Haar humeur was dus toch aantastbaar. “Het is niet mijn beslissing. Ik heb nog geprobeerd om je te verdedigen, maar ik kan er niks tegen beginnen. Als je slim bent, doe je zoveel mogelijk op een dag en dan ben je aan het eind van de week wel vrij. Ik heb een schema gekregen”, en ze geeft Tony een papiertje. “Dit is alles wat je moet doen. Je mag het zelf in plannen. Profiteer ervan.” Tony pakt het papier aan en ze maakt een vlugge planning in haar hoofd. Het moet lukken. De duur van al die onderdelen staat er bij en ook wanneer ze gegeven worden. Ze staat op en ze verlaat het kamertje. Britt ziet direct dat haar vrolijkheid verdwenen en ze vraagt wat er is. “Ik heb een week gekregen om dit allemaal uit te voeren en als me dat niet lukt, ben ik mijn job kwijt.” Ze ziet dat Britt geschrokken is. “Maar het gaat me wel lukken”, zegt Tony en ze krijgt een deel van haar humeur terug. “Ik ben geschorst en ik heb dus tijd zat. Ga je vanavond mee? Dan gaan we gezellig iets eten met Dorien en Sofie. We moeten haar de afloop van de zaak vertellen. En ik nodig dan meteen Sam uit en Johan en Simon mogen gerust meekomen. Vera gaat natuurlijk ook mee. Kom!” Roept Tony vrolijk. Britt zit verbaasd te luisteren en ze begrijpt niet dat haar partner nog zo vrolijk kan zijn. Bedreigd met ontslag, geschorst en een week politieschool. Vroeger zou ze onhandelbaar zijn geweest. Ze is veranderd, denkt ze. “Waar zit je op te wachten? Dat ik het hele team uitnodig? Kom, Vera moet op tijd in haar bed liggen.” Als Britt door de verbaasdheid nog niet opstaat, helpt Tony haar een beetje.
Een uur later zit het hele uitgenodigde gezelschap in het restaurant. Ze zijn allemaal een beetje overvallen door de plotse beslissing van Tony, maar niemand neemt het haar kwalijk. Het is gezellig en Vera wordt onrustig door alle aandacht die ze krijgt. Het is duidelijk te merken dat het weer goed gaat tussen Tony en Sam, die elkaar hebben begroet met een liefdevolle zoen. Terug bij elkaar, denkt Britt lachend. “Back again”, zegt Britt plotseling en het gevolg is dat iedereen haar aan kijkt, behalve Vera. “Wat bedoel je daar nu weer mee?” wil Tony weten. “Nou, precies wat ik zeg. Back again. Weer terug. Ik ben de laatste paar dagen mensen tegengekomen die ‘weer terug’ zijn gegaan. Devliegere, die steeds weer naar zijn slachtoffers terug keerde. Sofie, die weer terug naar de federale gaat. Maar, Tony, jij bent de ergste.” Tony kijkt haar verbaasd aan. “Jij bent weer terug naar ons team gekomen. Terug mijn partner, maar je bent ook weer terug bij Sam. Weer terug een relatie met Sam.” “Hoe weet je dat nou weer? Ik heb je niets verteld”, zegt Tony verbaasd. “Dat zie ik zo wel. Twee gelukkige ouders. Ik zie het in jullie ogen.” “Shit”, zegt Sam tegen Tony, “we zijn betrapt”, zegt hij als een klein kind. Iedereen moet lachen en Vera doet vrolijk mee. Tony pakt haar dochter en ze zet haar op haar been. Vera kruipt helemaal tegen haar aan en ze steekt haar duim in haar mond. Niet veel later slaapt ze en merkt ze niet meer wat er om haar heen gebeurt. Britt ziet het en ze moet denken aan de tijd dat Dorien zo klein was en hoe gelukkig ze zich toen voelde. Ze pakt Dorien vast en geeft haar een stevige knuffel. “Hoelang zijn jullie nu uit elkaar geweest?” Wil Britt weten om toch op de hoogte te blijven. “Drie dagen volgens mij”, zegt Tony en ze kijkt Sam vragend aan, die knikt bevestigend. “Ik weet het, het is kort, maar jij hebt ons weer bij elkaar gebracht”, zegt Tony tegen Britt. Het gezelschap moet weer lachen en Tony ziet ondertussen uit naar morgen. Ze heeft besloten dat ze morgen vrij heeft. Niemand weet het en ze is van plan om Sam flink te verrassen. Ze wil hem mee nemen naar de kust, maar dat is voor morgen. Rond tien uur gaat iedereen naar huis. Sam gaat met Tony mee om niet gestoord te worden door het gedrag van Sarah en Jitse, die nog altijd niet helemaal vrede met Tony hebben. Maar de laatste tijd gaat het toch steeds beter. De volgende is Sam blij verrast door de volgende verrassing van Tony. Ze genieten op het strand en pas die avond krijgt hij te horen dat Tony geschorst is. Hij is natuurlijk wel geschrokken, maar hij merkt direct dat Tony daar helemaal niet mee zit.
Wordt vervolgd (serie)
Geschreven door: Patrouille 101
Elke gelijkenis met bestaande personen en/of situaties berust op toeval. Alles is bedacht achter mijn pc, behalve de personages die voorkomen in de televisiereeks Flikken. © Niets mag zonder mijn (Patrouille 101) toestemming worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden op wat voor manier dan ook. Graag begrip
hiervoor |