Brand
"Zeg, waar kom jij zo laat vandaan? Het is al over elfen." Britt
wijst naar de wandklok. "Gewoon.. overslapen. En het was heerlijk."
Tony gooit haar jas uit en ploft neer op haar stoel. "Wel, nog iets
spannends gebeurd, terwijl ik mijn schoonheidsslaapje hield?"
"Nee, het is nog rustig."
"Bon, dan heb ik niks gemist!" Tony begint te lachen en rekt zich eens
flink uit.
"Ah Tony." Vanbruane komt haar kantoor uitgelopen. "Fijn dat wij
ook nog gekomen zijn hmm.." Nadine trekt haar hoofd scheef.
"Dag baas!" Tony zet haar rechterhand tegen haar hoofd en salueert
naar Nadine: "Goede morgen."
"Laat dat goede maar weg. Ik heb een zaak."
"Ah.. just on time." Tony trekt een brede neplach naar Britt. Britt
zucht en went zich tot Nadine. "Het ziekenhuis heeft net gebeld. Er is
zojuist in het park een jongen gevonden met tweede en derdegraads brandwonden.
Dankzij een oplettende vrouw leeft de jongen nog. Hij is overgebracht naar het
ziekenhuis."
"Heeft die vrouw het zien gebeuren?" Vraagt Britt enthousiast.
"Nee," Vanbruane schudt haar hoofd teleurgesteld heen en weer.
"Kunnen jullie eens naar het Koning Albert Park? Selattin en Vanneste zijn
al onderweg."
De dames pakken hun spullen en vertrekken. Als Britt de auto start zet Tony de
radio aan. Met haar voeten op het dashboard begint ze mee te zingen. Britt
draait de auto de parkeerplaats af: "Tony!!!" Britt zet de radio
geërgerd uit.
"Zeg, wat heb jij?" Britt haalt haar schouders op. "Dan zeg je
het niet, maar doe op z'n minst niet zo aangebrand!" Tony draait zich van
Britt af en kijkt naar buiten. Bij het park aangekomen zien ze dat Selattin en
Vanneste al gearriveerd zijn. Samen lopen ze op Ben toe: "Is dat die
vrouw?" Britt wijst een eindje voor zich uit. Ben draait zich even om:
"Ja. Sel is haar aan het ondervragen."
"Heb je al sporen gevonden?" Tony loopt naar een plek van
weggeschroeit gras en schopt wat om zich heen. "Niks bruikbaars. Er komen
hier dagelijks heel veel mensen, voetsporen kun je onmogelijk traceren."
Britt knikt: "Wat zegt die vrouw?"
Selattin die zojuist op hen toe komt lopen antwoordt: "Ze heeft het niet
zien gebeuren. Toen ze hier aankwam stond de jongen al in brand. De vrouw kwam
op zijn geschreeuw af. Toen ze hem in brand zag staan heeft ze haar trui over
hem heen gegooid. En daarna d'n 101 gebeld."
"Heeft ze mensen in de buurt van de jongen gezien?"
"Niemand. Ik heb haar adres genoteerd." Selattin geeft Britt de
notitie. "Bedankt Sel. Jullie kijken hier nog even rond?" De mannen
knikken: "Misschien vinden we nog een aanwijzing of getuigen."
"Oké, dan gaan wij naar het ziekenhuis." Britt neemt haar sleutels
uit haar broekzak en loopt naar de auto. Tony hobbelt achter haar aan en samen
rijden ze naar het Sint Lucas.
Tony legt haar armen op de balie en praat dwars door het telefoongesprek van de
baliemedewerkster: "Waar kunnen wij de jongen van het park vinden?" De
vrouw kijkt geïrriteerd op en wijst hen de gang in. De vrouwen lopen de lange
gang in, hopeloos zoekend naar het slachtoffer. "Ze had ons toch wel even
kunnen zeggen waar hij ligt!" Tony kijkt boos om haar heen. Elke kamer
bekijkt ze aandachtig. "We weten nog niet eens de afdeling!"
"Het is uw eigen schuld hé! Je had gewoon even moeten wachten. Dan had ze
ons gewoon te woord gestaan!" Britt loopt met een versnelde pas naar de
brandwondenafdeling en opent de deur. "Kijk eens." Britt wijst naar de
eerste kamer: "Hier ligt hij!" Samen blijven ze met verstarde ogen
staan kijken voor het raam.
"Dat hij dat overleeft heeft is een godsgeschenk." Meldt Tony. Dan
komt er een dokter buiten gelopen: "Jullie zijn van de politie?" De
dames knikken en Britt houdt haar batch omhoog. "Juist. Het gaat niet zo
best met de jongen. Hij heeft veelal derdegraads brandwonden. Hij mag van geluk
spreken als hij het overleeft. Jullie voeren het onderzoek?"
Tony knikt: "Kunt u ons vertellen wie het is?"
"Toen hij hier binnen kwam was hij weer bij. Hij zegt Jeremy Peeters te
heten. Als u het niet erg vindt ga ik nu terug om mijn collega's te helpen. Ik
bel u zodra er zich veranderingen voordoen."
"Ik ga koffie halen. Zoek jij eens in de computer?" Bij het
koffieautomaat laat Britt haar hoofd tegen de muur zakken. Even blijft ze zo
staan en ze veegt een traan van haar gezicht. Dan pakt ze de beide bekertjes
koffie en loopt naar Tony.
"Jeremy Peeters!" Tony wijst op haar beeldscherm en met haar andere
hand vraagt ze om het bekertje koffie. "Veertien jaar oud. Hij woont op
Sint Agnete straat 12."
"We zullen eens gaan kijken hé."
"Ja, maar eerst onze koffie opdrinken."
Ook Britt neemt plaats achter haar bureau en staart wezenloos voor zich uit.
"Britt, wat scheelt er aan?"
"Ah Sel, nog iets gevonden?" Weet Britt van onderwerp te veranderen,
wanneer de twee heren arriveren.
"Helemaal niks. Niemand heeft iets gezien of gehoord. Hoe is het met die
jongen?"
"Jeremy heet hij, hij mag van geluk spreken dat hij nog leeft. De doktoren
geven hem weinig kans. Zijn toestand is nog altijd kritiek. We gaan nu zijn
ouders inlichten." Britt pakt haar jas: "Kom Tony." Gauw neemt
Tony haar laatste slok koffie en volgt Britt.
"Mevrouw Peeters?"
"Ja.." Zegt de vrouw wat twijfelend: "Kan ik u helpen?"
"Britt Michiels en Tony Dierickx, Politie Gent. Mogen we even
binnenkomen?" Verslagen slaat de vrouw haar hand tegen haar mond en doet de
deur verder open. Dan nemen ze alle drie plaats op de bank. "Is meneer
Peeters ook aanwezig?" Tony kijkt de vrouw aan. "Bert is precies een
jaar geleden overleden." De vrouw snikt. Britt laat haar hoofd hangen
terwijl Tony haar verontschuldigingen aanbied.
"Ik heb slecht nieuws voor uw." De vrouw kijkt geschrokken op van Tony
naar Britt en weer terug. "Uw zoon Jeremy is met ernstige brandwonden
overgebracht naar het Sint Lucas. Zijn toestand is kritiek. Wij voeren het
onderzoek. Heeft uw zoon vijanden?"
"Waarom vraagt u dat? Was het geen ongeluk?"
"Het spijt me. We zullen u zo naar hem toebrengen, maar kunt u misschien
eerst antwoord geven op onze vraag. Dat is heel belangrijk voor het verloop van
het onderzoek."
"Jeremy heeft het moeilijk sinds de dood van zijn vader. Hij heeft niet
veel vrienden, maar ook geen vijanden. Hij sluit zich af van de buitenwereld.
Onze huisarts had hem aangeraden een psychiater te bezoeken."
"Hoe heet de psychiater?"
"Dokter Maas. Kunt u me nu alstublieft naar mijn zoon brengen?"
Samen brengen ze de vrouw naar het ziekenhuis.
"Het gaat nog altijd niet beter met hem." Vertelt de dokter en hij
wijst door het venster.
"Mevrouw.." Britt legt haar hand op de schouder van de moeder,
"Sterkte." De vrouw snikt. Tony en Britt lopen wederom de lange gang
door. "Wat lijkt het me vreselijk als je man een jaar dood is." Britt
knikt: "Dat is het Tony. Dat is het." Snikt ze. "Oh sorry. Ik had
er niet over moeten beginnen." Stil zwijgend lopen ze de lange gang verder
af. Vlak bij de auto geeft Britt de sleutels aan Tony. Tony is al bijna bij haar
portier opdat ze Britt hoort wenen: "Tony." Britt staat stil voor de
auto. "Mark zou vandaag 37 zijn geworden." Tony loopt op Britt toe en
legt haar beide handen op Britt' schouders: "Dus dat was er, waarom heb je
me niks gezegd?" Tony slaat haar armen om Britt heen en even blijven ze zo
staan. Dan maakt Britt zich los van Tony: "Ik dacht dat ik het aankon. Ik
dacht dat ik het allemaal proper had verwerkt, maar."
"Je mag best verdrietig zijn, daar hoef je je niet voor te schamen. Kom dan
breng ik je naar huis."
Bij Britt thuis laat Britt zich op een stoel aan de keukentafel zakken.
"Kijk eens," zegt Tony en ze zet een glas water voor Britt neer.
"Ik zal Nadine bellen om te zeggen dat we hier zijn." Tony loopt naar
de telefoon.
"Nadine Vanbruane." Klinkt er aan de andere kant van de lijn.
"Met Tony. Baas." Tony neemt een ernstige toon aan.
"Ja Tony?"
"We zijn bij Britt thuis. Kunnen we misschien even pauze nemen?"
"Gaat het om Britt?"
"Ja," Tony fluistert haar zin verder af: "Het gaat niet zo goed
met haar."
"Natuurlijk Tony, neem zolang pauze als je denkt nodig te hebben. Let je
goed op haar?"
"Bedankt baas." Tony legt de telefoon dicht en loopt terug naar de
eetkamertafel en neemt plaats. "We mogen zolang pauze nemen als jij nodig
denkt te hebben."
"Als Mark jarig was, dan kwamen altijd al zijn collega's en vrienden langs.
Ook Danny. Die is op zijn laatste verjaardag aanwezig geweest, dat maakt me zo
kwaad!" Britt begint te huilen. "Waarom nou juist Mark? Waarom
Tony?"
"Ik weet het niet Britt."
"Ik had hem nog zoveel willen zeggen. We waren zo gelukkig." Een hele
tijd is het stil. "Gaat het?" Vraagt Tony.
Britt knikt. "We moeten aan het werk." Britt staat op en veegt haar
tranen weg. "Weet je dat zeker?" Tony kijkt Britt onbegrijpelijk aan.
"Ik wil deze zaak zo snel mogelijk oplossen. Ik wil niet dat die vrouw net
zo lang moet wachten op de oplossing als ik." Verbaasd staat Tony van haar
stoel op en loopt achter Britt aan naar de auto. "Ik wil eens met die
psychiater gaan praten. Misschien levert dat wat op." Britt loopt naar de
bestuurderskant en vraagt om de sleutels. "Ik rijd," zegt Tony streng.
"Dokter Maas?"
"Goedemiddag, kan ik wat voor u betekenen?" Tony houdt haar batch
omhoog en de dokter wijst hen de stoelen voor zijn bureau.
"U behandelt Jeremy Peeters?" Vraagt Britt terwijl ze haar
notitieblokje erbij pakt.
"Dat klopt, maar daar kan ik u niks over zeggen. Het spijt me."
"Beroepsgeheim, ik weet het dokter." De dokter knikt. "Maar weet
u.." Vervolgt Tony, "hij is opgenomen met kritieke toestand in het
ziekenhuis. Zijn moeder vertelde ons dat hij in grote problemen zat. Kunt u ons
daar misschien wat over vertellen, in belang van het onderzoek?"
"U weet dat u dat niet van mij mag vragen."
"Dokter wij hebben, net als u, ook te kammen met het beroepsgeheim. Alles
wat u aan ons vertelt zullen zij met de benodigde zorgvuldigheid
behandelen." Tony daagt de dokter uit, maar het lijkt weinig uit te halen.
Britt vult aan: "Zijn moeder vertelde ons dat hij het moeilijk had met de
dood van zijn vader, is het daarom dat hij hier loopt?"
"Goed dan. Ja, hij had het daar heel moeilijk mee. Hij keerde zich in
zichzelf en veréénzaamde. Hij heeft bijna géén vrienden. Hij werd depressief
en daarom komt hij zo nu en dan bij mij om te praten. Ik heb voor vandaag ook
een sessie staan, maar dat zal niet gaan vrees ik."
"Is dat alles?" Vraagt Tony verrast.
"Is dat niet genoeg!?"
"Bedankt dokter." Britt geeft dokter Maas een hand en verlaat samen
met Tony het vertrek.
"Nou, daar hadden we niet veel aan. 'Ik heb een beroepsgeheim. Ik mag u
niks vertellen.' Bah, wat een engerd." Snauwt Tony.
"Die jongen was depressief, misschien."
"Wat misschien? Jij denkt toch niet dat hij zichzelf in de fik heeft
gestoken?" Britt haalt haar schouders op. Dan gaat haar mobiel af:
"Britt."
"Hai, met de arts van Jeremy. Ik wou u even zeggen dat hij bij kennis
is."
"Kunnen we hem ondervragen?"
"U mag het proberen, maar hij heeft wel zijn rust nodig."
"Bedankt dokter." Britt legt neer.
"Mogen we hem ondervragen?" Roept Tony blij uit.
"Hij is bij kennis, we zullen eens gaan kijken hé. Jij rijdt?" Tony
knikt en ze rijden bij de psychiater vandaan.
"Hey Jeremy. Wij zijn van de politie. Hoe gaat het met je?" Britt
neemt naast de jongen plaats op een stoel.
"Goed hoor. Ik moet veel rusten van de dokter, maar hij denkt dat ik
volgende week al het ziekenhuis ontslagen zal worden."
"Oh, dat is goed nieuws." De jongen knikt.
"Jeremy, weet je wat er is gebeurd?" Vraagt Britt.
"Er was een groep jongens in het park. Ze waren me aan het treiteren. Ze
hebben me geschopt en ineens staken ze mijn kleren in brand. Ik kon het niet
doven. Ik ben van de pijn heel hard gaan gillen. Dan weet ik het net meer. Ik
kwam pas weer bij in het ziekenhuis."
"Een vrouw heeft je horen roepen en zij heeft het vuur gedoofd. Dankzij
haar leef je nog." Vult Britt de jongen aan. De jongen slikt even en slaat
zijn ogen een ogenblik neer. Dan kijkt hij op naar Britt. "Weet u wie die
vrouw is? Ik zou haar graag willen bedanken."
"Ik zal het adres hier voor je neerleggen, oké?" Britt legt een
papiertje op het nachtkastje.
"Kun je ons vertellen wie die jongens waren?" Tony kwam dichterbij het
bed staan.
"Ik ken ze niet. Eentje had een blauwe pet op. En er was een hele dikke
jongen bij, maar verder kan ik u niets zeggen."
"Zullen we Nadine maar eens gaan briefen. Die zal ook wel benieuwd zijn hoe
ver we zijn gevorderd."
"Hey Britt, gaat het weer?" Britt knikt. Samen vertellen ze Nadine wat
ze tot nu toe weten.
"Die beschrijving is wel erg magertjes." Nadine kijkt naar Britt:
"Wist hij echt niks meer te vertellen?" Britt schudt haar hoofd:
"Dit was alles."
"Ik zal Ben en Selattin vragen in de buurt te patrouilleren. Misschien dat
zij hen vinden. Met hoeveel waren ze?"
"Met drie. Wat gaan wij doen?"
"Ik weet niet Tony. We kunnen niets doen. Aan de persoonsbeschrijving
hebben we niks en de vrouw heeft ook niemand gezien. Ik ben bang dat het een
onopgeloste zaak zal worden."
"Dat dat kan tegenwoordig. Gewoon iemand in de fik steken en er zo onderuit
komen." Tony verlaat geshockeerd het kantoor.
"Hmm. Britt. Doe je een beetje rustig?"
"Ja, baas. Het gaat wel weer, ik had even een dipje. Ik zou gewoon zo graag
de daders willen pakken. Het is een vreselijk idee te weten dat de daders vrij
rondlopen."
"Ik snap het, ik had het ook graag anders gezien, maar we kunnen nog altijd
de zaak heropenen." Britt knikt instemmend.
"Oké, nou voort. Ik veronderstel dat er vast nog wat pv's uitgewerkt
moeten worden." Grapt Nadine en Britt verlaat het kantoor.
"We moeten pv's schrijven van Nadine."
"Oh.. Lol." Tony legt haar voeten op haar desk en rekt zich eens flink
uit.
Na een lange dag wat PV's tikken en veel koffie drinken komen Ben en Selattin
terug binnen. "Niks, nada, niente!"
"Bon," Nadine komt haar kantoor uitgelopen, "Het was te proberen.
We zullen onze ogen openhouden." Nadine loopt op Tony en Britt toe.
"Brengen jullie Jeremy in dezer dagen op de hoogte? Misschien is hem in die
tussentijd nog wat te binnen geschoten."
"We zullen eens kijken, misschien gaan we morgen wel even langs, of anders
overmorgen."
"Dat is goed Britt, ga maar lekker naar huis. We hebben genoeg gedaan voor
vandaag."
"Bedankt Nadine." Britt en Tony rapen hun spullen bijéén en verlaten
het gebouw.
"Tony, wil je blijven eten, of heb je nog wat te doen?"
"Ik blijf graag bij je eten."
"Dag Tony! Blijf je eten?" Tony knikt heftig. "Vind je dat
goed?"
"Ja ha!!!" Dorien loopt hollend door het huis heen.
"Joepie!!"
Samen zitten ze aan tafel te eten en Dorien klets ze de oren van de kop.
"Dorien, nu moet je echt naar bed. Het is al 8 uur. Morgen moet je weer
naar school."
"Maar mama," probeert Dorien nog eens op de zielige manier.
"Neen, bedtijd!"
Als Dorien dan eindelijk op bed ligt gaan Tony en Britt gepaard met een glas
wijn op de bank zitten: "Wat was Mark voor iemand?"
"Hij was zo lief, hij was mijn maatje. Hij kon heel goed koken. Ik heb het
van hem geleerd." Tony trekt een glimlach.
"Mark was ook erg goed in het uithalen van stunts." Er verschijnt een
brede glimlach op Britt' gezicht bij deze gedachten. Tony gaat er eens lekker
voor zitten.
"Alleen al met onze trouwerij. Hij kreeg mijn ring niet om. Hij had echt
alles geprobeerd, zelfs een koud washandje had hij gehaald." Britt begint
te lachen. "Uiteindelijk heeft hij hem om mijn pink geschoven, want dan
paste hij wel."
"Heb je nog meer van suks?" Vraagt Tony vol interesse. Britt begint te
lachen, "genoeg! Hij was echt een tranentrekker, gewoon vanwege zijn
humor."
De twee dames praten nog uren door en hebben het soms niet meer van het lachen.
Twee dagen later:
"Nadine," Britt loopt het kantoor van Vanbruane binnen: "Tony en
ik gaan naar het ziekenhuis. We gaan Jeremy vertellen dat we niet verder zijn
geraakt."
"Dat is goed Britt."
"Kom Tony, we gaan."
"Ja, ik kom, wacht even." Tony pakt nog gauw even wat te eten uit haar
schuif.
"Het houdt ook nooit op met jou. Alé, kom."
In de auto krijgen ze telefoon van het ziekenhuis. "Met Tony."
"Jeremy is weg. Hij is met de noorderzon vertrokken. Kunt u naar hier
komen?"
"We waren juist onderweg, geef ons 5 minuutjes." Tony haakt af en
kijkt Britt verbaasd aan: "Jeremy, hij is weg. Zomaar. De dokter vroeg of
we langs willen komen." Britt geeft extra gas bij.
"Dokter? Hoe is dat nu mogelijk?" Tony kijkt de dokter stomverbaasd
aan.
"Al zijn kleren zijn weg." Zegt hij.
"We moeten hem zoeken, kom Tony." De dames lopen naar de deur.
"Wacht, er is nog iets. Jeremy had het over een vrouw die er niet mocht
zijn. Hij zou haar een lesje leren." Britt went zich direct tot het
nachtkastje. "Tony kom!" Britt rent door de lange gang. "Roep de
rest op. Hij is naar die vrouw die hem gered heeft. Het briefje met het adres
erop is weg." Legt Britt aan Tony uit, terwijl ze haardhollend naar de auto
gaan. Britt zet de blauwe zwaailicht op het dak en Tony roept iedereen op. Bij
het huis aangekomen van de vrouw wachten ze op de hulppatrouille die echter al
snel arriveren.
"Sel, Ben, Raymond en Pasmans, jullie gaan via achter." Nadine wijst
om het huis. "Britt, Tony en ik nemen voor. Wees voorzichtig, want hij kan
gewapend zijn. Wij vallen eerst binnen, daarna is aan jullie de beurt.
Begrepen?" De heren knikken en lopen voorzichtig langs het huis op, door de
tuin naar de achterdeur.
"Politie!" Roept Britt hard wanneer ze de voordeur openzwaait. Ze
rennen met z'n drieën naar binnen. "Blijf staan!" Roept de jongen
dreigend. Jeremy heeft drie pistolen op zich gericht staan. De agentes treffen
een sterke kerosinegeur en een jongen aan met een zippo in zijn hand. Naast hem
zit een vrouw vastgebonden op een stoel. "Niet doen, alsjeblieft doe het
niet. Ik heb je gered." De vrouw jammert en straalt doodsangsten uit.
Britt waagt een stap dichterbij. "Blijf staan heb ik gezegd!" Jeremy
houdt zijn zippo al brandend omhoog. "Jeremy doe het niet! Het is het niet
waard." Schreeuwt Britt hem toe.
"Ik heb je gered, doe het niet!" Smeekt de vrouw hem nogmaals.
"Je had je er niet mee moeten bemoeien. Zó wilde ik het. Ik wilde niet in
het ziekenhuis. Ik wilde dood! Je had je er niet mee moeten moeien!" Jeremy
begint te huilen.
"Houd die zippo vast!" Jeremy zou hem haast laten vallen van zijn
onmacht. "Kom, laten we er over praten."
"Dan kom ik in de gevangenis." Reageert hij fel op Tony.
Britt gebaart naar Nadine en Tony dat ze de vrouw in de gaten moet houden.
"Bang!!" Er klinkt een harde knal en een vreselijk gegil. Ineens wordt
het heel warm.
Nadine en Tony versnellen zich naar de vrouw en tillen haar weg uit het
brandende deel. De heren komen vanuit de keuken in actie met emmers water en
doven het vuur.
"Teringwijf!!!" schreeuwt de jongen. Hij gilt het uit van de pijn.
Zijn been is geraakt door het schot van Britt.
De ambulance arriveert en Jeremy wordt wederom naar het ziekenhuis gebracht. De
vrouw is met de schrik vrijgekomen en heeft enkele lichte brandwonden opgelopen.
Op het commissariaat nemen Tony en Britt de verklaring van mevrouw af. In de
werkruimte hebben de mannen zich verzamelt. "Wat een interventie zeg!
Poeh!" Ben wrijft eens over zijn voorhoofd. Pasmans is nog steeds niet van
de schrik bekomen. "Ja Pasmans, dat is nu het échte politiewerk."
"Knap werk, mannen." Zegt Nadine die vanuit haar kantoor komt gelopen.
Tony en Britt komen juist aangelopen terug van het verhoor. "Dames,"
Britt en Tony blijven bij hun bureau staan en kijken Nadine vermoeid aan.
"Mooie oplossing."
"Ik ben trots op jullie!" Brengt Nadine aanvullend toe.
"Wat gaat er nu met Jeremy gebeuren?" Vraagt Britt terwijl ze zich op
haar stoel laat zakken. "Ik heb net met de procureur gebeld. Jeremy is
ontoerekeningsvatbaar verklaard."
Einde
ninoutska
|