Geluk bij een ongeluk
"Shit," Tony springt uit bed. Dat is al de tweede keer deze week
dat ze zich heeft verslapen. Ze kleedt zich snel aan en haast zit naar de
keuken. Dan gaat de telefoon. "Dit is de wekcentrale." Het is Britt.
"Sorry, ik heb mij alweer verslapen, maar ik kom er zo snel mogelijk
aan," antwoordt ze geïrriteerd. Hoe krijgt Britt het toch voor elkaar
altijd op tijd te komen vraagt ze zich af. Snel neemt ze wat brood en dan haast
ze zich naar de auto.
Als Tony binnenkomt kijkt Britt heel opvallend op haar horloge. "Zo dat heb
je snel gedaan," zegt Britt met een ironisch lachje. Tony verontschuldigd
zich weer en gaat dan achter haar bureau zitten. Er is iets veranderd, maar wat.
Ze bekijkt haar bureau eens goed en ziet dan dat de stapel PV's in hoogte is
afgenomen. Ze kijkt verbaasd naar Britt. "Tja, ik moest toch wachten en ik
dacht dan maak ik mezelf nog nuttig." Tony kan haar wel omhelzen.
"Moet ik nu weer op Dorien passen?" Vraagt ze, want ze kan zich echt
niet voorstellen dat Britt het alleen maar heeft gedaan, omdat ze moest wachten.
"Nee, maar als je mij een kop koffie kan brengen ben ik al heel
tevreden." Tony staat snel op om voor Britt een kop koffie te halen. Britt
kijkt haar na en vraagt zich af waarom Tony toch zo'n grote hekel heeft aan
PV's. Ja leuk is het niet, maar dat je er zo'n grote hekel aan hebt.
Dan werpt ze een blik op haar eigen bureau en vindt dat die nodig moet worden
opgeruimd. Ze begint direct. "Zo jij bent actief op de vroege morgen,"
zegt Tony als ze terugkomt met de koffie. "Nou dit is een echt vervelend
klusje, maar het moet nou eenmaal gebeuren," terwijl ze dat zegt werpt ze
een blik vol afkeuring op het bureau van Tony. "Ach ik houd wel van een
beetje chaos," verklaard Tony de puinzooi op haar bureau. "Een
beetje?" Merkt Britt lachend op. Ze neemt een slok van haar koffie en gaat
verder met opruimen. Even later gaat de telefoon. "Michiels." Britt
luistert en antwoordt: "We komen eraan." Tony die het gesprek gevolgd
heeft geeft haar jas aan en samen lopen ze naar de auto. "Een burenruzie,
of we even willen zorgen dat het niet uit de hand loopt." Tony knikt, en
vraagt zich af of er nog wel echte criminelen in Gent wonen. Ze stappen in de
auto en rijden in volle vaart weg.
Ze moeten helemaal naar de andere kant van Gent, de straat waar ze moeten zijn
bestaat uit allemaal grote huizen. Nummer 23-25 daar moeten ze zijn. Ze rijden
langzaam verder en opeens zien ze een man staan met een pistool. "Hier zal
het zijn," merkt Tony op. Hij richt het pistool op zijn buurman. Britt en
Tony kijken elkaar aan en besluiten voorzichtig te handelen. Op het moment dat
ze uitstappen valt er een schot. De man heeft op zijn buurman geschoten die
kermend van de pijn ineenzakt. Tony bedenkt zich geen moment: "Politie,
laat dat wapen vallen." De man draait zich om en richt op haar. Tony duikt
snel achter de auto. De man mist haar, maar raakt een toevallig passerende
fietser in zijn arm. Tony trekt de fietser naar zich toe. Britt probeert rustig
te blijven en bestudeert de situatie even. Ze loopt in de richting van het huis
en blijft achter een struik staan. Voorzichtig kijkt ze om de struik heen en
ziet dat de man weer terug is gelopen naar zijn buurman. Britt weet dat ze snel
moet handelen. De man staat met zijn rug naar haar toe, dus als ze zich heel
stil houdt kan hij haar nooit ontdekken. Ze gaat door haar knieën en hoort dat
de man zijn buurman een heleboel verwensingen maakt. Opeens hoort ze: "Ik
kan het niet meer aan ik zal jou moeten doden om mijn leven weer normaal te
maken." Hij richt zijn pistool, maar Britt is sneller. Ze schiet hem in
zijn arm. Hij zakt ineen op de grond en kijkt Britt verschrikkelijk kwaad aan.
Tony belt voor twee ambulances. Britt loopt ondertussen naar de schutter toe. Ze
kijkt even naar zijn schouder en denkt onbewust: "Precies goed
gemikt." De buurman is er veel slechter aan toe, hij is in zijn buik
geraakt en bloed verschrikkelijk. Britt loopt dan naar Tony toe die zich over de
fietser ontfermt. Ze neemt Tony even apart. "Ik heb hem in zijn schouder
geschoten en gebeld voor twee ambulances. Hoe is het met de fietser?" Tony
kijkt haar aan: "Hij heet Jean Slotenmaker en volgens mij valt het wel mee.
Ik denk dat het alleen een schampschot is." Britt kijkt op ze hoort de
ambulances komen. Als de doktoren uitstappen kijken ze verbaasd naar de
situatie. Drie gewonden en twee vrouwen die hun haastig tegemoet komen. "In
de tuin ligt een zwaar gewonde, hij heeft uw hulp het meest nodig. De andere
twee zijn ook geraakt, maar als ik het zo inschat zijn die niet in levensgevaar.
Oh, er komt zo een collega van ons die gaat met de ambulance mee." De
dokter loopt snel naar de gewonden. Nog geen vijf minuten later vertrekken de
ambulances met de gewonden daarin. De doktoren hebben snel gewerkt, maar of hij
het zal halen, dat is nog maar de vraag.
Tony kijkt Britt even aan: "Jij bleef heel rustig, maar ik heb ervoor
gezorgd dat die fietser is geraakt. Zonder jou had ik hier waarschijnlijk niet
meer gestaan." Verbaasd kijkt Britt haar aan. "Tony jij kon er niets
aandoen dat die fietser is neergeschoten. Jij kon toch niet weten dat hij
precies op dat moment langskwam. Jij hebt gedaan wat je dacht dat goed
was." "Dat is nou juist het probleem, ik handel altijd op mijn
intuïtie en schat de situatie daardoor niet altijd goed in. Als ik beter had
opgelet was die fietser niet geraakt." Britt keek even verbaasd, Tony vond
het echt vervelend. "Jij kon toch ook niet weten dat die man op jou zou
gaan schieten? En nu wil ik even binnengaan kijken." Tony knikte en ze
liepen samen naar binnen. "Hij heet Geert Franks. Hier ligt zijn
identiteitskaart." Britt schrijft de gegevens over en Tony doorzoekt het
huis. Ze vinden niets wat aanleiding kan zijn tot een burenruzie. Als ze even
later naar buiten gaan besluiten ze ook nog even in het huis van het slachtoffer
te gaan kijken. Ze zien het drumstel direct staan. Britt en Tony kijken elkaar
aan. "Als mijn buurman een drumstel zou hebben dan was ik ook boos
geworden," zegt Tony. Britt knikt bevestigend. "Het slachtoffer heet
Jack Verstraate." Ze gaan weer naar buiten.
Na een klein buurtonderzoek te hebben gedaan zijn ze nog niet veel wijzer. De
mensen in de straat wisten wel dat Geert en Jack niet goed met elkaar overweg
konden, maar ze wisten niet eens dat ze zo'n erge ruzie hadden. Laat staan dat
ze wisten waarover die ruzie ging. Ze krijgen door dat ze hier niet veel wijzer
van zullen worden en besluiten terug naar het commissariaat te gaan. Tony is nog
steeds in gedachten verzonken. Er blijft maar door haar hoofd spoken dat die
fietser wel dood had kunnen zijn. Ze loopt achter Britt aan het commissariaat
binnen. Ook vraagt ze zich nog steeds af of zie er nog wel was geweest als Britt
niet zo rustig was gebleven. Waarom moet zijn altijd zo impulsief handelen, ze
neemt zich voor om vanaf nu eerst de situatie goed te bestuderen voordat ze iets
ondernam. Baf doordat ze zo in gedachten is ziet ze Pasmans niet aankomen en
loopt ze vol tegen hem op. "Tony, kijk toch eens uit!" Roept Pasmans
boos uit. "Sorry hoor," antwoordt Tony geïrriteerd. Ze loopt snel
door en ziet dan dat Britt al bij Vanbruane is. Ze besluit een kop koffie te
halen. Ze heeft geen zin om met Vanbruane te praten en ze weet dat ze het best
aan Britt over kan laten. Als Tony weer terugkomt is Britt aan het bellen. Als
ze de hoorn neerlegt zegt ze: "Ik heb net met het ziekenhuis gebeld. Mark
Verstraate is er slecht aan toe, maar de dokter denkt dat hij het wel zal halen.
Geert Franks heeft geen blijvend letsel aan het schot overgehouden, maar moet
nog wel even in het ziekenhuis blijven." "Jammer." "En de
fietser, Jean Slotenmaker is alweer naar huis, hij had alleen een
schampschot." Tony kijkt echt opgelucht. "Ik denk dat ik maar eens
naar huis ga, dan zie ik Dorien ook nog eens," vervolgd Britt. Ze drinkt
rustig haar koffie. TRINNNGGGGG. Horen Tony en Britt opeens. "He Sel, hoe
zet ik hem af?" Roept Vanneste. "Misschien moet je dat aan Tony
vragen," is het antwoord. Britt schiet in de lach, maar Tony kijkt boos en
loopt weg. "Wat heeft die," vraagt Vanneste aan Britt. Die haalt haar
schouders op en antwoord: "Ach, je weet toch dat je een slechte timing
hebt." Ze staat op en loopt snel achter Tony aan.
"Tony, jij kan er echt niets aan doen dat die fietser is geraakt. Je hebt
gedaan wat je dacht dat goed was. Die fietser was gewoon op de verkeerde plaats
op het verkeerde moment," probeert Britt nogmaals. "Ik heb de situatie
totaal verkeerd ingeschat en als jij niet zo rustig was gebleven dan had ik hier
niet gestaan." Reageert Tony. "Weet je wat, ga met mij mee naar huis
dan kunnen we het er even rustig over hebben en Dorien vindt het vast leuk als
je meekomt." Tony knikt. Ze drinken hun koffie op en gaan op weg naar
Britts huis.
Als ze de deur van Britts appartement binnenkomen rent Dorien ze al tegemoet.
"Hoi mama, hoi Tony," roept Dorien vrolijk. Voor het eerst verschijnt
er weer een lach op Tony's gezicht. De vrolijkheid van Dorien werkt aanstekelijk
denkt Britt tevreden. Als Britt naar de keuken loopt om eten te gaan maken hoort
ze Dorien en Tony vrolijk over de grootste onzin praten. Tony denkt even aan wat
anders, schiet door haar hoofd. Ze stopt twee pizza's in de magnetron en loopt
de kamer weer in. Als ze binnenkomt vraag Dorien: "Hoe was het op jullie
werk?'' De lach verdwijnt direct van Tony's gezicht. Britt wil wat zeggen, maar
Tony herstelt zich en is haar voor: "Vandaag was Britt, de superflik in
topvorm. Ze heeft een heel gevaarlijke crimineel opgepakt." Dorien werpt
een blik vol bewondering naar haar moeder en vraagt dan: "En wat deed
Tony." Voor de tweede keer betrekt Tony's gezicht. Nu is het Britt die de
situatie redt: "Superflik Tony, zorgde ervoor dat ik de gevaarlijke
crimineel kon oppakken." Vol bewondering kijkt Dorien van de een naar de
ander: "Ik wist het wel, jullie zijn de beste flikken van heel
België!"
Als Dorien naar bed is snijdt Tony het verhaal van de burenruzie direct aan.
"Ik heb de situatie verkeerd ingeschat. De fietser had wel dood kunnen
zijn." "De fietser heeft een miezerig schampschot en daar ga je niet
dood aan," onderbreekt Britt haar. "Jij, hebt de situatie gered,
zonder jou was het waarschijnlijk op een ramp uitgelopen. Ik kan mijzelf wel
voor mijn kop slaan," vervolgd Tony. "Waarom dacht je dat we altijd
met zijn tweeën zijn. Wel helpen elkaar. De ene keer help jij mij en de andere
keer help ik jou." Maar Tony blijkt ontroostbaar. Dus probeert Britt het
nog een keer: "Als jij niet zo snel had gehandeld was die buurman
waarschijnlijk dood geweest. En het is ook niet waar dat ik jouw leven heb
gered. Je zat in dekking achter de auto, dus dat is onzin. Ook kan je nooit
weten wat er was gebeurd als jij iets anders had gedaan. Dus je moet ophouden
jezelf de schuld te geven. Er is maar een iemand schuldig en dat is degene die
de trekker heeft overgehaald. Onthoudt dat!" Ze kijkt Tony strak aan, maar
die is het er niet mee eens. "Maar die fietser had niet het slachtoffer
mogen worden en als jij er niet was geweest dan had nog een keer op mij kunnen
schieten." Britt dacht even na: "Ok, nu weet ik dat ik je heldin ben.
Ok, ik heb je leven gered, jij had dat ook bij mij gedaan, dus daar wil ik
helemaal niets meer over horen." Ze heeft gelijk, ik had haar ook geholpen,
we helpen elkaar, dacht Tony. "En wat die fietser betreft, je voelt je
ongelooflijk schuldig. Koopt een bos bloemen voor hem en maak hem je
excuses." Tony knikte even, als teken dat ze erover heen was. Na over wat
luchtigere onderwerpen te hebben gepraat verliet Tony Britts appartement. Toen
ze naar huis reed dacht ze: Britt helpt altijd als het nodig is en heeft voor
alle problemen een praktische oplossing. Morgen zal ze een grote bos bloemen
kopen voor die fietser. Dan bedenkt ze zich opeens, dat ze Vanneste nog moet
terugpakken. Morgen zal ze op tijd komen, dat was wel nodig ook.
"Goede morgen," zegt Tony vrolijk. Britt is te verbaasd om iets terug
te zeggen. Hoe kon Tony er al zo vroeg zijn? Als ze zich herstelt zegt ze:
"Heb je na gisteren je leven verbeterd of zo?" Tony kijkt haar quasi
geïrriteerd aan: "Nee, ik bedacht mij gisteren dat ik Vanneste nog terug
moet pakken." Britt lacht: "Jij zal ook nooit veranderen, wat had je
in gedachten?" Tony knikt, maar zegt niets. "Oh ja, Geert wordt over
een half uur binnengebracht." Veranderde ze het onderwerp. "Ok, ik zal
even uitzoeken waar Jean Slotenmaker woont, we zijn hem nodig voor een
getuigenverklaring," terwijl ze wegliep groette ze Raymond, Pasmans en Sel
die net binnenkwamen.
Toen ze terugkwam had Tony al voor koffie gezorgd. Ze zag Tony telkens op de
klok kijken en ze vroeg zich af waarom ze dat deed. Ze nam een slok van haar
koffie en begon het uittreksel van het rijksregister door te lezen. Ze viel van
de ene verbazing in de andere, maar het einde sloeg alles. Jean Slotenmaker was
een voortvluchtige crimineel. Op het moment dat ze het aan Tony wilde vertellen
kwam Vanneste binnen. TRINNNNGGGGG. "He Britt, hoe zet je dit ding
uit?" Vroeg Tony. Britt begreep direct, waarom Tony vandaag zo vroeg was
gekomen en antwoordde: "Dat moet je aan Vanneste vragen." Vanneste
liep met een rood hoofd naar zijn bureau. Hij had moeten weten dat Tony hem
terug ging pakken. Ondertussen hadden de anderen grote lol en hij gaf Sel een
klap omdat deze bijna onder zijn bureau lag van het lachen. Toen ging de
telefoon. Britt nam op. "Michiels.. Dat is goed om te horen.. Kunnen we hem
al ondervragen.. Ok, bedankt." Tony keek haar vragend aan. "Het
ziekenhuis, Jack Verstraate is bijgekomen. Het gaat goed met hem, maar we kunnen
hem nog niet verhoren. Oh ja, lees dit eens." Ze gaf Tony het uittreksel
van het rijksregister. "Zo, die is nog niet klaar met mij." Tony keek
Britt even aan: "Die bloemen kan hij wel vergeten en ik vind het ook opeens
jammer dat het maar een schampschot was!" "Laat het Vanbruane niet
horen." Waarschuwde Britt. "Het probleem is, hij wordt al twee maanden
gezocht door de federalen dus hij zal wel geen vast adres hebben. Heb jij een
telefoonnummer van hem gekregen?" Vroeg Britt. Tony dacht even na:
"Ja, want ik zei dat hij misschien als getuige gehoord zou moeten worden en
toen heeft hij mijn zijn mobiele nummer gegeven. Het moet hier ergens liggen. Ik
vind het wel ga jij ondertussen even met Vanbruane praten?" Britt stond op
en keek naar Tony die druk opzoek was naar het telefoonnummer.
"Dus Jean Slotenmaker is de fietser die gisteren bij die schietpartij is
geraakt. En nu blijkt hij een voortvluchtige crimineel te zijn." Britt
knikte: "Ik dacht dat we hem hierheen konden lokken met een
getuigenverklaring, ik denk dat hij dan wel komt. We nemen die verklaring af en
dan arresteren we hem." Vanbruane knikte: "Ik zal met de federalen
bellen om te kijken hoe gevaarlijk hij is en wat de reden is dat zij hem zoeken.
Als ik meer weet vertel ik het direct." Toen Britt weer naar buiten liep
had Tony het nummer gevonden en zwaaide daar triomfantelijk mee. "Hij komt
om 16:00 langs." Britt lachte: "Perfect, we nemen eerst zijn getuigen
verklaring af en dan arresteren we hem." Vanbruane kwam aanlopen: "Ik
heb een vervelende mededeling, de federalen willen alleen zeggen dat het gaat om
een criminele organisatie. Ze willen zelf met de eer strijken dat ze hem hebben
opgepakt." Britt keek even heel boos: "Ze zullen ook nooit veranderen,
maar ok hij komt hier om 16:00 dus rond een uur of vijf is hij van hen."
Net voor vier uur kwam Vanbruane aanlopen: "Er is een probleem, de
federalen kunnen pas morgen komen en ze willen niet zeggen waarvoor ze hem
zoeken. Eigenlijk vinden ze dat we hem moeten afbellen en morgen moeten
afspreken." Britt werd nog bozer: "Zeg maar tegen de federalen dat als
ze hem willen oppakken ze moeten komen, anders zullen ze hem helemaal niet te
pakken krijgen." Vanbruane wilde reageren, maar Britt hield haar tegen en
ze wees op een man in de gang. "Dat is hem. Als u over een uur nog niets
heeft dan arresteer ik hem en ik bedenk wel wat." Ze haalde Tony en zelf
ging ze op zoek naar een reden waarvoor ze Jean Slotenmaker een nachtje kon
laten zitten. Opeens bedacht ze zich iets, ze zou bellen met een oud collega.
Daar had ze nog wat van tegoed, die kon haar vast helpen. "Britt Michiels..
Ja, misschien moeten we een keer wat afspreken.. Maar eigenlijk bel ik voor iets
anders Jean Slotenmaker, zegt die naam je iets? .. Waarom moeten jullie hem
vinden.. Drugs transporten vanuit Nederland.. Kan jij mij wat informatie
opsturen via internet, niet alles, maar een paar kleine dingen.. Ik leg nog wel
uit waarom.. Ik bel je morgen en dan spreken we wat af."
Tony was bijna klaar met het getuigenverslag, ze was het aan het uitprinten.
Britt knikte dat ze wat gevonden had: "Wacht even met het ondertekenen, ik
moet eerst even naar Vanbruane." Tony knikte. "Ik weet waarvoor hij
gezocht wordt, het gaat om drugstransporten vanuit Nederland, ik krijg straks
via e-mail nog wat informatie. Een oud-collega heeft mij geholpen. Nu kunnen we
hem een nachtje vasthouden en morgen overdragen aan de federalen. Al ben ik daar
zelf niet zo voor."
Ze knikte Tony toe die de verbaasde Jean Slotenmaker in de boeien sloeg en naar
verhoor 1 bracht.
Raymond en Pasmans kwamen verslag uitbrengen van het verhoor met Geert Franks.
"Hij is verschrikkelijk boos op Britt, want die heeft op hem geschoten. Hij
werd nog bozer toe we vertelden dat zijn buurman nog leefde en het zou gaan
halen. Britt, ik zou niet te dicht bij hem in de buurt komen. De reden voor de
schietpartij is dat zijn buurman altijd op de meest onlogische tijden op zijn
drumstel speelt. Hierdoor slaapt hij slecht en hij heeft het al een paar keer
gevraagd, maar dan werd hij uitgelachen. De laatste keer dat hij het gevraagd
werd hij weer uitgelachen. Dat was de druppel en toen heeft hij zijn pistool
gepakt en eerst heeft hij geroepen dat het drummen moest stoppen en toen heeft
hij geschoten." Zei Pasmans. "Tik jij de verklaring uit en laat hem
ondertekenen," zei Britt. Toen liep ze naar haar computer om te kijken of
ze al een e-mail had. Gelukkig was die er en ze liep met de gegevens naar
verhoor 1. "Drugstransporten vanuit Nederland, lid van een criminele
organisatie, een overval waarbij een dode is gevallen. Zo kan ik nog wel even
doorgaan. Ik denk niet dat jij snel weer buiten loopt." Zei ze. "Ik
wil een advocaat." Was de reactie van Jean Slotenmaker. Britt keek op haar
horloge: "Het is nu half 6, dus morgen krijg jij een advocaat eerst mag jij
een nachtje nadenken in de cel." Ze stond op en zorgde ervoor dat iemand
hem op kwam halen. Toen Jean Slotenmaker weg was vroeg Tony: "hoe weet jij
dat". "Een oud-collega heeft mij in ruil voor een etentje de
informatie gegeven," zei Britt.
Om 9:00 stonden de federalen al voor de neus van Britt. "Wij komen voor
Jean Slotenmaker." Britt knikte: "Britt Michiels en jullie zijn."
"Sorry, Stefan de Ruyter en Ramon de Zwart." Zei Ramon. "Wij
mochten niet weten waarvoor jullie hem zochten en toch moesten zij hem hier een
nacht vasthouden." Zei Britt boos. "Hoe minder mensen het weten hoe
veiliger het is." Verklaarde Ramon. Nu werd Britt echt boos: "Dus wij
zijn eigenlijk niet te vertrouwen!" De heren schrokken van haar reactie.
"Nee, zo bedoelde ik dat niet, maar waar is hij?" Zei Ramon.
"Tja, das een goede vraag." Zei Britt nog steeds boos. Ze zag Tony
staan en Britt wenkte dat ze Jean Slotenmaker moest ophalen. "Hij is hier
niet?" "Jullie willen de eer van het oppakken, dat is het enige wat
telt." Zei Britt boos. Voor het eerst nam Stefan het woord: "Het spijt
ons dat we jullie niet in vertrouwen hebben genomen." Door die excuses
kalmeerde Britt. "Het is al goed." Het leek wel afgesproken want
precies op dat moment kwam Tony binnen met Jean Slotenmaker. "Hier is
hij," zei Britt. "Maar dat is alleen, omdat een oud collega van mij
mij wat informatie heeft gegeven om hem vast te kunnen houden."
"Bedankt en goed werk." Zei Stefan en toen vertrokken ze samen met
Jean Slotenmaker. Toen ze wegliepen bedacht Britt opeens dat ze Stefan de Ruyter
ergens van kende, maar hoe ze er ook over nadacht ze kwam er niet achter
waarvan. De zaak was afgesloten, maar er moesten nog een heleboel gegevens
worden afgewerkt. Britt wilde dat graag vandaag nog afhandelen dus ze werkte
door tot na acht uur.
Toen ze thuiskwam was ze zeer verbaasd dat Stefan de Ruyter daar ook was. Hij
was in gesprek met Dorien en groette Britt alsof hij haar al jaren kende. Toen
Dorien even weg was zei Stefan: "Ik zal het zo uitleggen." Britt
knikte en toen Dorien even later in bed lag vertelde Stefan wat hij eigenlijk
kwam doen. "Op het moment dat jij je naam zei dacht ik de hele tijd waar
ken ik haar van. Ik heb daar niet zo lang over na moeten denken, want ik kwam
erachter dat jij de vrouw was van Mark. Mark is mijn partner geweest toen ik net
van de politieschool afkwam. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik een goede agent ben
geworden en ik ben hem daar altijd heel dankbaar voor geweest. Toen hij stierf
heb ik mij daar een hele tijd zeer beroerd door gevoeld. Vaak heb ik ook aan jou
gedacht, hoewel ik je slechts een keer heb ontmoet. Als Mark over jou praatte
werd hij altijd vrolijk. Maar goed, de echte reden dat ik hier ben is dit. Toen
Mark overleed herinnerde ik mij dat ik nog een kettinkje van hem had. Hij wilde
dat aan jou geven, maar hij had het aan mij in bewaring geven, omdat jij altijd
alle cadeaus vond. Waarschijnlijk heeft hij het vergeten en ik herinnerde mij
dat ik het nog had toen hij al dood was. Ik besloot het aan jou te geven, maar
ik wilde wachten tot het verdriet een beetje weg was. Toen ik je vandaag zag
dacht ik er weer aan en om het niet te vergeten dacht ik ik breng het
direct." Britt keek hem even aan: "Ja, ik vroeg mij ook af waarvan ik
je kende, maar ik kon er echt niet opkomen." Stefan pakte een doosje uit
zijn zak en gaf het aan Britt. Die pakte het aan en maakte het open, er zat een
mooi gouden kettinkje in met de namen Britt en Mark erop. Ze kreeg tranen in de
ogen en bedankte Stefan dat hij het alsnog had gebracht. "Geen dank,"
zei deze. "Het is al goed als je niet meer boos bent." Daardoor moest
Britt toch even lachen. "Dat heeft Mark niet goed verteld, de relatie
tussen de federalen en de gewone politie is altijd gespannen, maar uiteindelijk
mogen ze elkaar toch wel en hebben ze bewondering voor elkaar. Ze willen
eigenlijk allebei beter zijn dan de ander." Stefan knikte: "Dat heeft
Mark wel gezegd, maar je was zo overtuigend dat ik echt dacht dat je het
meende." "Ik meende het ook, maar ik vergeef ook snel." Zei
Britt. Alleen ik vergeet het nooit dacht ze. Ze was hem heel dankbaar dat hij de
ketting had gebracht.
Einde
Ietje_pool
|