Geschopt en Geslagen
"Ik wil graag aangifte doen.." Een meisje staat beneden aan de
balie van het politiebureau aan de Belfortstraat. Ze wrijft de traan voorzichtig
van haar wang weg en durft de vrouw achter de balie nauwelijks aan te kijken. Ze
houdt een van bloed doorweekte zakdoek tegen haar wang.
"Ach meisie toch, kom gauw mee." Carla komt vanachter de balie uit en
geeft het meisje een arm om haar zij. Samen lopen ze naar boven. Ze stoppen bij
verhoor 2 en Carla zwaait de deur open. "Ga hier maar even zitten, dan haal
ik even iemand, oké?" Het meisje stemt snikkend toe. Carla trekt de deur
achter haar dicht en schudt haar hoofd onbegrijpelijk van links naar rechts en
weer terug.
"Britt, ik heb een meisje voor jullie, ze zit in verhoor 2. Ze komt
aangifte doen."
"Bedankt Carla." Britt staat op en trekt Tony aan haar arm mee.
"Britt? Ik zou maar even een glas water voor haar meenemen, ze is nogal in
shock!"
"Tony haal jij even water? Carla waar komt dat meisje aangifte van
doen?"
"Wel, ik weet het niet precies, maar." Carla gaat dichter bij Britt
staan en fluistert de rest van de onafgemaakte zin in Britt' oor.
Britt pakt haar notitiespullen bijeen en loopt naar de verhoorkamer. Geschrokken
blijft ze in de deuropening staan. Ze observeert het meisje eens goed. Britt
schat haar zo'n jaar of 11. Voorzichtig neemt ze plaats tegenover het wenende
meisje.
"Ça va?" Britt ziet dat het meisje een kleine instemmende knik in
haar richting geeft.
"Wat is je naam?"
Het meisje snikt even en zegt dan: "Anastazja Dopieralski." Britt
kijkt het meisje aan, draait haar notitieblokje en schuift deze vervolgens naar
het meisje. Britt reikt haar pen toe en voelt zich hier een beetje ongemakkelijk
bij. Het meisje merkt dit op en kijkt Britt met een kleine glimlach aan en
schrijft haar naam met alle begrip op. Dan krijgt Britt het notitieblokje terug
geschoven en eindelijk krijgt Britt contact met het meisje. Dan komt Tony
binnengelopen die vervolgens ook even blijft hangen in de deuropening. Tony zet
het bekertje water op de tafel voor het meisje neer en zegt dan stammelend:
"alsjeblieft." Ook Tony neemt plaats en Britt vervolgt het verhoor:
"Hoe oud ben je?"
"Twaalf."
"Kun je ons vertellen wat er is gebeurd?"
het meisje knikt vertraagt: "Ik fiets altijd samen met een vriendin naar
huis en." Het meisje begint te huilen.
Even laten ze het meisje huilen, en dan neemt Britt gehurkt plaats naast het
meisje en troost haar. "Doe maar rustig."
Tony die zojuist het notitieblokje heeft overgenomen vervolgt met haar
allerliefste stem: "Kan je verder vertellen Anastazja?"
"Ik was dus aan het fietsen en we waren bijna thuis en toen zag ik al van
een afstand een groep jongeren op het fietspad lopen." Het meisje haalt
even diep adem.
"Het gaat goed," moedigt Tony haar aan. "Ik zei nog tegen mijn
vriendin dat we over de grote weg moesten. Dat we moesten afslaan en niet over
dat kleine fietspad. Maar zij zei dat ik niet zo schijterig moest zijn en we
zijn door gefietst." Het meisje kijkt Britt even aan en buigt direct haar
hoofd neer. "Toen ze ons zagen. Dan gingen ze breeduit over het fietspad
lopen." Het meisje begint heel hard te huilen. Ze is niet te stoppen, wat
Britt ook probeert. "We houden even een time-out. Is dat goed?"
Het meisje knikt en neemt een slok water. "Ik zal een dokter bellen. Dan
kan die je onderzoeken. Je hebt een lelijke wond in je gezicht, die zal gehecht
moeten worden, vrees ik." Britt en Tony verlaten de verhoorkamer en laten
allebei een diepe zucht horen. "Ik bel Sam," zegt Tony.
"Moet ik hem niet bellen?" Britt kijkt Tony aan met van die
doordringende ogen.
"Het is dan wel uit, maar.. we zijn nog altijd goede vrienden." Britt
haalt haar schouder op en samen lopen ze naar hun bureau.
Als Sam samen met de dames het verhoor binnen loopt huilt het meisje nog altijd.
"Dit is de dokter. Hij gaat je even onderzoeken." Het meisje kijkt
geschrokken op.
"Wees niet bang, ik ken hem." Tony werpt Sam een glimlach toe. Na een
grondig onderzoek krijgt het meisje een verband om haar hand en een hechting in
haar gezicht. Tony laat dokter Sam vriendelijk uit en bedankt hem. Dan nemen de
beide agentes weer plaats tegenover het meisje, dat inmiddels gestopt is met
huilen.
"Kan je ons nu de rest van het verhaal vertellen, denk je?" Ook al
denken de twee dames te weten hoe het verhaal zal vorderen, Anastazja zal het
toch zelf moeten vertellen.
"Ik, ik euh. Ik werd heel bang van die groep en toen we bijna bij ze waren
hadden ze het hele fietspad in beslag genomen. Even maakte ze plaats voor ons en
toen. Toen gooide ze me van m'n fiets af." Het meisje raakt weer in een
lichte schok, maar na een flinke slok water weet ze haar verhaal te hervatten.
"Ik zag hoe ze mijn vriendin een slag gaven, maar ze lieten haar gaan,
bijna direct. En ze heeft niet eens hulp gehaald! Ik had wel dood kunnen zijn! .
Ze hebben me geslagen en geschopt. Ze trapten tegen mijn fiets en twee waren aan
het voetballen met mijn tas. Die anderen waren me nog steeds aan het schoppen en
slaan, ze trokken keihard aan mijn haren, oooh het deed zo'n pijn. Ik durfde
niet meer te kijken. Ik hield mijzelf ineengedoken en ze gingen maar door. Het
leek wel uren te duren, maar ineens hielden ze op. Eerst durfde ik niette
kijken, maar na een lange tijd keek ik en ik zag ze nergens meer. Ik heb al mijn
spullen bijééngeraapt en toen wou ik wegfietsen, maar mijn fiets was kapot. Ik
begon keihard te huilen. Mijn ouders hebben het niet breed weet u! En als mijn
fiets kapot was, dan zou er wat zwaaien. Met de achterkant opgetild ben ik gaan
lopen. Toen kwam ik een vrouw tegen en die vroeg of ik mijn sleuteltje kwijt
was, omdat ik zo hard huilde. Ik keek de vrouw aan en zei dat ze ongelijk had.
'Ik ben in elkaar geslagen,' en ik wees haar de plek. De vrouw keek mij
ongeloofwaardig aan. Ze heeft mijn fiets gemaakt en dan kon naar hier
fietsen." Het meisje veegt haar tranen van haar gezicht. Dit alles vertelde
ze stokkend van het huilen.
"Waar is je vriendin nu?"
"Ik weet niet. Thuis veronderstel ik. Ik twijfelde of ik wel aangifte zou
doen, maar.." Het meisje haalt haar schouders voorzichtig op.
"Kun je de personen beschrijven, Anastazja?" Britt neemt haar pen in
haar handen en kijkt het meisje aan.
"Ik weet niet veel." Het meisje schudt haar hoofd zachtjes heen en
weer.
"Met hoeveel waren ze?" Tony zet haar ellebogen op tafel.
"Met zeven. Er was 1 meisje bij."
"Kun je haar beschrijven?"
Even later op kantoor bij Vanbruane: "Ze waren met zeven." Vervolgt
Tony het gesprek."
"Zeven? Waar gaat dat toch heen met deze wereld?" Nadine kijkt
onbegrijpelijk naar Britt. "Heb je een persoonsbeschrijving?"
"Ja, maar 't is niet veel soeps. Het meisje was licht getint en een jaar of
17. Lang, donker, krullend haar en ze droeg een zwarte, leren jack." Britt
kijkt Vanbruane aan.
"En die andere?"
"Daar weet ze niks over te zeggen. Een donkere jongen en de ander vijf zijn
blank.
Anastazja heeft dat meisje recht in haar ogen gekeken toen zij haar aan haar
haren trok. Die anderen heeft ze niet goed durven te bekijken. Ter
zelfbescherming dook ze inéén."
"Laten jullie haar in de fotoboeken kijken?"
Tony knikt: "Ze zit in de kantine. Ben let op haar."
"Oké Tony. Misschien moeten jullie eens langs gaan bij die vriendin? Wie
weet kan zij jullie meer vertellen."
"We zullen het adres aan Anastazja vragen en dan gaan we." Nadine
knikt instemmend.
"Hier moet het zijn," Britt wijst naar een oud huis aan de Muinkkaai.
De beide dames stappen op het grote herenhuis af. Een meisje met lange blonde
haren doet de deur op een kier open: "Ja?" Klinkt het meisje wat
beangstigend.
"Hai.. Ik ben Britt Michiels en dit is Tony Dierickx. Politie Gent."
Britt laat haar batch zien. "Politie?" Klinkt er verontwaardigd van
achter de deur. Het meisje trekt de deur ietwat verder open.
"En jij bent?" Wil Tony weten. "Rachel-ann Boekert."
"Mogen we even binnen komen, we willen even met je praten." Britt
neemt een kleien pas op de deur toe, waarop het meisje de deur opent.
"Je vriendin Anastazja heeft net aangifte gedaan bij ons. Waarom ben jij
niet toegekomen?" Even is het stil. Britt heeft zojuist plaats genomen op
de bank en kijkt het meisje afwachtend aan. "Rachel-ann?"
"Sorry, maar ik weet niet waar u het over heeft. En als u het niet erg
vind, ik heb nog veel te doen." In een vluchtige beweging pinkt Rachel-ann
een traan weg. Even is het stil. "Wat is er met je hand gebeurt?"
Vervolgt Britt en ze wijst naar de rood, opgezwollen hand van het meisje. Eerst
haalt het meisje haar schouders op, maar dan komen ook bij haar de tranen snel.
"Hoe is het met Anastazja?"
"Haar hand is gekneusd en ze heeft een hechting in haar gezicht." Het
meisje schrikt. "Ook haar rug heeft een aantal fikse klappen opgelopen en
ze heeft een blauw oog."
"Waarom heb je ons niet verwittigd?" Tony klinkt vol onbegrip.
"Waarom? Omdat. Ik was geschrokken. Ik durfde niet te bellen en ik wil geen
aangifte doen. Ik weet toch ook nie hoe ze er uit zien, daar hebt u dan toch
niks aan. Bovendien wil ik het vergeten."
Daarmee was de kous gedaan voor de twee vrouwelijke flikken. Ze stappen weer
buiten en geven het meisje een hand. Terwijl ze terug naar het commissariaat
rijden zegt Tony: "Raar.." En ze schud haar hoofd onbegrijpelijk heen
en weer, "Ik zou toch gebeld hebben." Britt haalt alleen maar haar
schouders op.
"Hopen dat Anastazja één van de daders uit het fotoboek heeft gepikt,
anders vrees ik dat we niet ver komen." Verbreekt Britt de stilte. Op het
commissariaat gekomen lopen Britt en Tony door naar de kantine. "Én,
Ben?"
"Wel, ze heeft wel bekende gezien, maar geen daders herkend. Ze is nu bezig
met het laatste boek." Net wanneer Britt en Tony het vertrek willen
verlaten slaat het meisje om naar de laatste bladzijde. "Wacht eens!"
roept ze uit. "deze jongen was er bij." Anastazja wijst op een foto
van een jongen met lang donker haar. Zo'n hard-rock type. "Ben je
zeker?" Wil Britt weten. "Nie zeker nee, maar ik geloof van wel."
"Oke we zullen hem ophalen en hem ondervragen. Ga jij maar naar huis, wat
rusten." Ben laat het meisje uit.
Tony neemt met een plof plaats op haar bureaustoel. "Bon, we hebben
niks," Weet Tony, Britt te vertellen. "We zullen hem ondervragen
hé." Reageert Britt geïrriteerd terug.
Even later zit de jongen op het commissariaat. "Geofrey Wellings?"
Vragen de dames in koor als ze de verhoorkamer binnen treden. De jongman knikt
instemmend.
"Geofrey, wij willen weten wat jij deze middag hebt gedaan."
"Dat gaat je niks aan, vieze flik!"
"Oh, dat doet pijn." Tony grijpt naar haar borst. "Geef
antwoord!" gaat Tony verder.
"Ik ben de stad in geweest. Inkopen gedaan. Mijn vriendinneke is morgen
jarig."
"Kan iemand dat bevestigen?"
"Mijn vriendin, die heb ik meegenomen, nou goe! Misschien de winkelier.
Wacht ik zal u mijn bonnetje geven." De jonge overhandigd een bonnetje met
daarop de tijd van aankopen. "Bon, je mag gaan, maar hou u koets!" En
Tony bedeeld hem een dreigende vinger toe.
"Kom, we gaan Vanbruane briefen."
"Dus als ik het goed begrijp," Vanbruane houdt het bonnetje omhoog,
"heef hij een alibi." De beide dames schudden instemmend hun hoofd.
"Zijn handen waren ook nie beschadigd. Ik denk niet dat Geofrey er wat mee
te maken heeft." "Dan moeten jullie dat Anastazja maar gaan vertellen.
We kunnen niet zomaar iedereen op gaan pakken. Daders onbekend!" Vanbruane
wuift Britt en Tony het bureau uit.
"Het spijt ons. Wij kunnen er niks aan doen, hoe graag we die lui ook
zouden willen oppakken." Het meisje snikt. "En nu?" "Dit is
mijn telefoonnummer. Mocht je ook maar iets te binnen schieten kan je me bellen.
En dan heropenen we alsnog deze zaak." Het meisje laat de twee agentes
verslagen uit.
"Het zit mij niet lekker dat we dat stuk crapuul niet kunnen
insluiten!" Tony neemt verbittert plaats achter het stuur en ze rijden
terug binnen. Op het commissariaat gekomen nemen ze beide plaats achter hun
bureau met een diepe zucht. "Ik had dat meisje zo graag willen
helpen." "Ik ook Britt, ik ook!"
Gelange tijd blijven de dames verslagen op hun stoel zitten te denken wat voor
een lange tijd van verwerking Anastazja nog te wachten staat.
Einde
Ninoutska
|