Moeilijke Dag... 

'Ik kan niet geloven dat het alweer bijna een jaar geleden is.' Britt zet het fotolijstje met een foto van Dorien terug op de kast. 'Ik ook niet Britt, ik ook niet.' Johan komt naast haar staan en pakt nu de foto van de kast. 'Soms heb ik gewoon het gevoel dat ze dadelijk vrolijk van de trap af komt rennen. Of dat ze weer ruzie maakt met Simon.'
Als ze voetstappen op de trap horen kijken ze allebei om. Soms kan je in hun ogen zien dat ze stilletjes hopen dat Dorien daar van de trap af komt. Ook al weten ze wel dat het Simon is. 'Is er iets?' 'Nee, Simon. Er is niets. Ik dacht gewoon even na.' 'Je dacht aan Dorien hè.' 'Ja Simon, ik dacht aan haar.' 'Ik net ook. Ik denk vaak aan haar.' 'Dat doen we allemaal Simon. Jij, ik en natuurlijk Britt. En we zullen dat ook blijven doen.' 'Echt, pap, echt?' 'Ik ben zeker.'

'Slaapt Simon?' 'Ja, hij slaapt. We hebben net gepraat. Over Dorien. Hij wou het gewoon eventjes kwijt, denk ik.' 'Hij heeft het er ook nog steeds moeilijk mee, hè.' 'Wij allemaal Britt. Wij allemaal.' Johan gaat naast Britt zitten en slaat zijn armen om haar heen, waarmee hij Britt dichter tegen zich aantrekt. 'Waarom kan ik die dag gewoon niet over doen?' 'Er zijn wel meer dagen die een mens wel eens over zou willen doen. Maar dat soort dagen maken je wel tot wie of wat je bent.' 'Ik ben dan liever niet wie ik nu ben. Ik zou mijn leven geven om die dagen over te doen Johan. Ik zou mijn leven geven.' Johan weet eigenlijk niet zo goed wat hij hier nu op moet zeggen. Hij snapt ook wel dat ze wou dat sommige dingen niet gebeurd waren, zoals de moord op Mark, het overlijden Dorien, maar de tijd kan hij ook niet terugdraaien. Die opmerking van Britt kwam wel hard aan, in ieder geval op de manier hoe hij die interpreteerde. Want nu had hij het gevoel dat ze hem ook liever niet had ontmoet, al weet hij inmiddels wel beter. Toch komt het nog hard aan.
Britt is inmiddels helemaal tegen Johan aangekropen. Voeten op de bank, hoofd leunend tegen zijn schouder. 'Britt?' Britt tilt haar hoofd op van zijn schouder en kijkt hem aan. 'Wil je nog iets doen, overmorgen?' 'Niet aan denken eigenlijk. En dicht bij jou in de buurt zijn. Ben je vrij?' 'Ja, ik heb al vrij genomen. Ik had al zo'n vermoeden.' 'Bedankt.' Britt legt nu haar hoofd op Johan zijn schoot liggen en Johan wrijft liefdevol door d'r haar.

De volgende morgen gaat al heel vroeg de telefoon in huize Michiels. 'Van Lancker.' 'Goede morgen Johan. Is Britt in de buurt?' 'Ze staat onder de douche. Kan ik iets doorgeven?' 'Of ze dadelijk naar de Komijnstraat kan komen. Ongeluk met..' 'Toch geen kinderen hè? Want ik denk dat ze dat deze dagen moeilijk aankan. Aangezien het morgen..' 'Een jaar gelden is. Ik weet het Johan.. Ik weet het..' Dan is het even stil. 'Geen kinderen volgens mij Johan, geen kinderen..' 'Ik zal het haar zeggen.' Britt die net uit de badkamer komt. 'Wat ga je mij zeggen?' 'Britt.. Sofie aan de telefoon.' Britt neemt de telefoon van Johan over. 'Ja Sofie.' 'Goede morgen Britt. Op de Komijnstraat, ongeval met..' 'Ik kom eraan, geef mij nog aan paar minuten.' Britt hangt de telefoon op en kleed zich snel aan.

'Wat is er gebeurt Sofie?' 'Die rode wagen heeft naar wat het eruit ziet die fietser geschept, maar waar die fietser vandaan kwam, weten we nog niet. Er zijn geen getuige. Ze zijn allemaal op de sirenes afgekomen.' 'En hoe is die fietser eraan toe?' 'Het stomme is, dat die niets mankeert. Maar die automobilist is met nek en rugklachten net naar het AZ Sint-Lucas vertrokken.' 'Hoe kan dat?' vraagt Britt duidelijk verbaasd. Sofie kijkt net zo verbaasd want die snapt het ook niet helemaal. Samen lopen ze naar het wrak en de zowat ineen gevouwen fiets. 'Eddy, weet jij al iets meer?' 'Ik heb niets gevonden en zoals Sofie waarschijnlijk al zei, zijn er geen getuigen gevonden. En die fietser en die automobilist hebben zelf ook niet veel verteld.'

Sofie en Britt lopen allebei nog eens naar de wagen en gaan opzoek naar verfsporen. 'Sofie, ondervraag jij anders nog even die fietser of nodig hem uit op het commissariaat.' 'Ik weet hoe dat werkt Britt.' 'Sorry, maar..' 'Het is niet erg Britt.'

Als ze dan eindelijk op het commissariaat zijn, gaat direct de telefoon. 'Michiels.' 'Dag mevrouw Michiels.' 'Sam?' 'Dat klopt Britt. Ik behandel die automobilist van vanmorgen. En hoorde dat jullie het onderzoek hadden.' 'Inderdaad. En wat is er met hem?' 'Niet veel, het leek erger, maar hij heeft enkel een gekneusde schouder en een pijnlijke knie. En hier en daar een beetje blauw.' 'Bedankt Sam, we komen dadelijk naar het ziekenhuis.' Britt hangt de telefoon neer. 'Sofie, kom op, we gaan naar het ziekenhuis.' 'Is hij al aanspreekbaar dan?' 'Met een gekneusde schouder en een pijnlijke knie kan je volgens mij wel praten, niet?' 'Dat valt mee.'

Zodra ze in het ziekenhuis zijn aangekomen loopt Britt samen met Sofie direct in de richting van de kamer van Sam. Maar zien dan dat hij daar niet is. Britt loopt iets verder de gang in en ziet een verpleegster in hun richting lopen. 'Dokter de Groot?' 'Die is net opgeroepen. Kan ik iets voor u doen?' 'Hij heeft net iemand behandeld.' 'Meneer VanderBroecke, bedoeld u?' 'We hebben nog geen naam gehad, sorry.' 'Iets aan de knie en schouder, dacht ik.' 'Dan is hij wel de man die we zoeken, kunnen we hem spreken misschien?' 'Loopt u maar mee.' Sofie en Britt lopen met haar mee en komen al snel in de behandelkamer uit en zien daar de man zitten die naar alle waarschijnlijkheid de automobilist van eerder die morgen was. 'Goedemorgen, Sofie Beeckman, Britt Michiels, politie Gent.' 'Jasper VanderBroecke. U bent hier vanwege dat ongeval, niet?' 'Inderdaad. Wij vroegen ons af of u ons wat meer kan vertellen.' 'Heeft de fietser dan niet gezegd dat hij ineens midden op de weg ging rijden, zonder rede.' 'Nee. Maar al u zich aan de snelheid had gehouden had u op tijd kunnen remmen.' 'Tuurlijk.'

Wanneer Sofie en Britt weer samen teruggaan naar het commissariaat. 'Snap jij er nog iets van Britt?' 'Erg vreemd wel, ze verklaren allebei iets anders. En dan hebben we ook nog eens geen getuigen. Hoe moeten we nu ooit nagaan wat er nu werkelijk is gebeurd?' 'Als jij het weet. Zeg het me dan alsjeblief.' 'Ik kan je vrees ik niet verder helpen, laten we anders gewoon het pv opstellen en dan later beide heren nog eens uitnodigen op gesprek. Of we vragen Nadine wat te doen.'

Als ze het commissariaat binnengaan, komt Carla direct op hun af. 'Britt, wat is er vanmorgen gebeurd?' 'Ongeluk, zonder al te veel brokken.' 'Klopt het dat Jasper er ook bij betrokken was?' 'Jasper VanderBroecke, bedoel je?' 'Dus wel.. Dat is mijn neef, ik hoopte dat ik het verkeerd had gehoord. Hij logeert momenteel bij mij.' 'Hij heeft enkel iets aan zijn knie en schouder, maar zal dadelijk wel al naar huis mogen. Ehm, Carla. Wat voor een soort chauffeur is hij?' 'Heel voorzichtig. Hij heeft pas net zijn rijbewijs.' 'Hij zag inderdaad niet heel oud. Maar zou jij misschien anders voorzichtig..' 'Ik zal mijn best doen, Britt.' 'Bedankt.'

Als dan Sofie en Britt naar het teamlokaal lopen. 'Als Carla dat zou kunnen regelen, is onze zaak opgelost.' 'Dat zou dan toch eens mooi zijn.' 'Echt wel. Laten we nu maar Nadine op de hoogte brengen.'

Als ze het bureau van Nadine uitkomen. 'Die leek er ook nogal makkelijk over.. "Laat Carla maar kijken en anders weten jullie wel wat te doen, niet?"' 'Ik stond daar ook een beetje van te kijken. Maar ach, maakt het jou wat uit?' 'Mij echt niet, even pv klaarmaken en als het goed is, is het onderzoek voor ons over.' 'Hadden we maar meer van dat soort zaken.' 'Wie weet wat ons vandaag nog allemaal brengt, het is immers nog erg vroeg.' Britt kijkt nog eens op haar horloge en ziet inderdaad dat het nog geen half 11 is. 'Het is inderdaad nog vroeg, dat ze daar al zo snel mee klaar waren. Enfin, misschien moeten we anders toch nog even die fietser aan een paar vraagjes onderwerpen..' 'Van Nadine hoeft het niet..' probeert Sofie voorzichtig. 'Dat is waar. Laten we het ons maar niet doen, hè.'

Later op de middag.
'Sofie, ik ga, ik had beloofd Simon van school te halen, Johan zit vast op het Gerechtshof.' 'Tot volgende week dan.' Britt keek Sofie even vreemd aan, maar bedacht zich opeens dat ze morgen vrij had, omdat.. Ze wil er eigenlijk niet eens aan denken. 'Tot volgende week, ja.'

Als Britt het schoolplein opkomt, ziet ze dat ze nog redelijk aan de vroege kant is. Maar dan ziet ze Simon buiten lopen, met nog een vriendje van hem, Mark. Simon ziet Britt dan en loopt naar haar toe. 'Hey Britt' zei Simon met een betraand gezicht. 'Simon, wat is er?' Mark stond erbij, maar wist niet zo goed waar hij moest kijken en stond een beetje op de bal van zijn voet te draaien. 'De juf begon over morgen en toen..' Simon kreeg het niet voor elkaar om zijn zin af te maken en Mark sprong voor hem in. 'Toen zijn we samen even naar buiten gegaan, want het ligt voor Simon iets gevoeliger dan voor de rest van de klas.' 'Bedankt daarvoor Mark.' Zei Britt, want die was wel blij dat Mark met hem even naar buiten was gegaan. Want de afgelopen paar maanden was Mark er al vaker geweest voor Simon, ze zag ze langzaam naar elkaar toegroeien, dat kwam waarschijnlijk doordat Mark in een soort gelijke situatie zat als dat Simon nu zit. Voor Mark op deze school kwam, zat hij in Antwerpen op school en daar was zijn beste vriend ook aangereden, die heeft ongeveer 4 maanden in coma gelegen en is er toen uitgeraakt, maar niet meer wetende wie iedereen bij hem in de buurt was. En toen zijn vader een job kreeg in Drongen zijn ze naar hier verhuisd. Mark heeft het er regelmatig ook nog moeilijk mee, met het ongeluk van Jurren. Maar is dan wel blij dat hij soms weer naar Jurren toe kan gaan om met hem te spelen. Mark kreeg na een tijdje het gevoel van hun band terug, maar is nooit meer helemaal de oude geworden.

Dan gaat de bel van de school. 'Ik moet nog mijn spulletjes pakken.' 'Doe maar rustig aan. Ik wacht hier wel.' Simon en Mark gingen samen weer richting de ingang van de school. En Britt ging op de bankjes vlak naast de ingang zitten.

Zodra ze thuis aankwamen, zag Britt al dat de auto van Johan er stond. 'Is papa al thuis?' 'Het lijkt er wel op Simon.' Samen liepen ze naar boven, waar Britt de koffie al rook.
'Zo vroeg?' Johan keek om, want hij had de deur helemaal niet gehoord. 'Ja, ik was daar iets eerder klaar en de rest kon ik ook thuis doen, naar mijn mening, dus ben ik maar naar huis gegaan. Vind je toch niet erg?' Britt loopt naar Johan en geeft hem een kus. 'Helemaal niet, had je enkel nog niet verwacht omdat ik Simon op moest halen van school.' 'En ik vind het ook niet erg pap.' Maar terwijl Simon dat zei, ging hij wel direct naar zijn kamer. 'De juf had het over wat ze morgen zouden doen, omdat..' 'Ik denk dat ik het al snap.' Britt slaat liefdevol haar armen rond Johan´s middel.

'Simon, opschieten je moet naar school.' Simon komt langzaam de trap af, met een betraand gezicht. 'Moet ik echt naar school vandaag. Ik heb geen zin. Ik wil liever thuis zijn, bij jullie.' 'Simon, dat gaat niet. Dat weet je.' Zei Johan nu al een stukje zachter en zeker medelevender dan eerst. 'Maar ik wil echt niet.' 'Kom, laten we nu maar gaan, voor we Britt wakker maken.' Simon pakt zijn tas en loopt sloffend achter zijn vader aan naar de auto.

Op het commissariaat is Sofie druk bezig om op te schrijven wat Carla haar net allemaal heeft verteld over wat haar neef heeft verklaard als ineens de telefoon van Britt gaat. 'Beeckman.' 'Is dit niet het toestel van Michiels, Britt?' 'Jawel, naar die is er niet vandaag.' 'Owh, ik had haar graag gesproken. Het is belangrijk.' 'Kan ik een boodschap doorgeven?' 'Nee dat is niet nodig.' 'Ik zal doorgeven dat u gebeld heeft, maar wat was u naam ook alweer? Ik geloof dat ik die niet helemaal heb verstaan.' Maar voor Sofie daarop antwoord krijgt, wordt er alweer opgehangen. Sofie vind dit wel een erg vreemd telefoontje. Maar besluit om het daarbij te laten, want heeft geen zin om hiervoor Britt te storen.

Nadine die had gezien dat Sofie net de telefoon van Britt opnam, kwam naar buiten. 'Wie was dat Sofie?' 'Ik heb geen idee, het was een erg vreemd telefoontje. Volgens mij heeft hij niet eens een naam genoemd, maar vroeg enkel of Britt er was. Het was volgens hem erg belangrijk.' 'Vreemd.' 'Dat is precies wat ik ook dacht commissaris.'

Dan gaat nogmaals de telefoon van Britt en nu besluit Nadine om hem te nemen. 'Vanbruane.' 'Sam de Groot, is Britt er toevallig ook?' 'Nee, die is er vandaag niet. Kan ik iets doorgeven.' 'Is haar collega dan toevallig in de buurt?' 'Sofie,ja, ik zal haar u geven, een ogenblikje.' Nadine legt haar hand op de hoorn. 'Sam de Groot voor jou.' 'O ja, dat is die dokter die Jasper had behandeld gister.' Sofie pakt de hoorn van Nadine over. 'Sofie Beeckman.' 'Sam de Groot.' 'Als ik mij het goed herinner had u gister Jasper VanderBroecke verzorgd.' 'Dat klopt, maar toen jullie kwamen was ik net opgeroepen en dat duurde nogal, dus daarom bel ik nu maar even.' 'Bedankt daarvoor alvast.' 'Die Jasper heeft niet echt veel, maar ik geloof dat u dat al had begrepen, maar nu kreeg ik het dossier van die fietser in handen, Bert Goossens, maar die bleek niet helemaal zuiver.' 'Drugs?' 'Ja, cocaïne.' 'Zal ik anders dadelijk even langskomen?' 'Is goed. Dan zie ik u dadelijk.'

Sofie haast zich naar het ziekenhuis want is toch wel een beetje nieuwsgierig en vooral hoe hij aan dat dossier is geraakt. Sofie kan zich van gister nog wel herinneren waar zijn kamer was, dus liep daar ook direct naartoe bij binnenkomst in het ziekenhuis. 'Sam de Groot?' 'Dat klopt, dan moet u Sofie Beeckman zijn.' 'Ook correct.' 'Zullen we mijn kamer even binnengaan, dan zal ik u zijn dossier laten zien.' Sofie knikte bevestigend en samen liepen ze de kamer van Sam binnen en nam Sofie plaats op een stoel die daar stond. Sam pakte het dossier en liet dat aan Sofie zien. 'Mag ik misschien wat vragen?' vroeg Sofie voorzichtig. 'Tuurlijk.' 'Wat ik mij eigenlijk nu afvraag, weet ook wel dat het mij niets aangaat, maar hoe bent u aan dit dossier geraakt, u behandelde hem toch niet?' 'Mijn collega wel, maar die is er vandaag niet en ik moest even wat van zijn papierwerk doen en toen kreeg ik dit dossier in handen.' 'Aha, en sorry dat ik het vroeg.' 'Dat is helemaal niet erg.'

'Sofie.' Riep Nadine uit zodra ze Sofie het teamlokaal binnen zag komen. Sofie keek nogal verbaasd in de richting van Nadine en liep direct naar haar bureau. 'Kom eens binnen.' Sofie gaat binnen en neemt plaats op een stoel. 'Ga zitten.' 'Sorry.' 'Dat is niet erg. Maar jij had daarnet toch ook al een vreemde telefoon op het toestel van Britt?' Sofie kijkt Nadine aan. 'Daarnet weer?' 'Ja. Er werd gevraagd of Britt er was, een mannenstem, maar toen ik zei dat ze er niet was en ik vroeg of ik iets door kon geven zei hij: "Het is belangrijk en heeft met vandaag te maken.." Ik stond even perplex en bedacht toen dat het misschien met het ongeluk van Dorien had te doen. Maar toen ik ernaar wou vragen werd er opgehangen.' 'Heeft u de oproep al laten natrekken, vanwaar werd gebeld?' Nadine knikt bevestigend. 'Maar heb nog geen antwoord gehad. Ben bang dat het waarschijnlijk een telefooncel is, want diegene zal niet vanaf zijn eigen toestel bellen, lijkt mij.' Maar dan ineens lijken ze beide te beseffen wat dit telefoontje mogelijk betekend en kijken ze elkaar strak aan en slikken beide luid en kijken weg van elkaar. 'Het zal toch niet echt zo zijn dat..' Sofie moet er niet aan denken dat ze net mogelijk die gast aan de telefoon had die Dorien zou hebben aangereden vorig jaar en vluchtmisdrijf heeft gepleegd. 'Het zal toch niet Nadine?' vroeg Sofie nog een keer, met een afwijkende blik. 'Ik vraag of ze er tempo achter willen zetten. Ik vind dit maar niets. En volgens mij is het best Britt hier niets van te laten weten, denk jij ook niet Sofie?' 'Britt. Neen, Britt mag hier niets van weten, enfin niet vandaag.' Dan bedenkt Nadine zich ineens die situatie met Mark en Danny van inmiddels een paar jaar terug. 'Ze kan het beter zo snel mogelijk weten, maar inderdaad niet vandaag.' Ze kijken elkaar nog een keer angstig aan voor Sofie Nadine´s bureau buiten gaat.

Bij Britt gaat alles zo snel niet vandaag en ze loopt een beetje door het huis heen en weer, Johan heeft haar nu al zo ongeveer een uur laten doen, maar begint het inmiddels toch echt wel genoeg te vinden. 'Britt? Britt?' Maar Britt reageert hier niet op. Johan staat op van de sofa en loopt naar haar toe en pakt haar bij de schouders. 'Britt, ga even zitten, of iets, maar stop alsjeblief met zo heen en weer te lopen, daar schiet je niets mee op.' 'Maar Johan..' 'Het maakt geen verschil, je kan vandaag niet terugdraaien, vandaag een jaar geleden ook niet. Nooit niet.' 'Dat weet ik ook wel, maar dit soort dagen wordt je gewoon niet vrolijk van. En ik heb het gevoel dat ik nu ook niets kan doen.' 'Kom anders gewoon even op de bank zitten.' Samen gaan ze op de sofa zitten en Britt gaat tegen Johan zitten, die zijn armen liefdevol rond haar legt. 'Kan vandaag niet gewoon snel overgaan?' Vraagt Britt terwijl ze zich nu helemaal lijkt te fixeren op de foto van Dorien die op de kast staat. 'Hij zal niet sneller gaan als anders, waarschijnlijk voor je gevoel zal hij zelfs tergend langzaam gaan. Maar misschien kan ik je helpen hem sneller te laten gaan.' 'Hoe wil je dat dan doen?' 'Laten we dan in ieder geval hier thuis weggaan, totdat Simon uit school komt in ieder geval.' 'Laten we dat maar doen dan..' Johan merkt dat Britt er eigenlijk helemaal geen zin in heeft, maar laat dat maar niet merken.

Sofie loopt terug naar Nadine´s bureau als ze zich ineens bedenkt dat ze Nadine helemaal niet heeft verteld van Bert, die onder de drugs zat. Sofie klopt op de deur van Nadine. 'Nu al resultaat?' 'Zo snel zijn ze niet hoor, maar even over die aanrijding van gister. Dokter de Groot liet mij het dossier van die fietser zien, en die zat onder de cocaïne.' Nadine kijkt Sofie aan. 'Cocaïne?' 'Ja, ik stond eigenlijk ook wel verbaasd. Maar ik vroeg mij nu af, moet ik maar verder gaan met die zaak, en maar niet te veel ingaan op wat Carla mijn heeft verteld over haar neef.' 'Nee Sofie, daar juist op verder gaan, dit geeft een geheel andere kijk op zaak. Ga maar verder met dat onderzoek, maar ga verder met die Bert, die fietser.'
Zo gaat Sofie verder met de zaak en trekt die Bert eens na.

Johan neemt Britt mee naar het strand om daar uit te waaien. 'En?' Vraagt Johan terwijl hij voorzichtig naar de hand van Britt reikt. 'Wat en? Hoe kan ik nu..' Johan trekt dan Britt dicht tegen hem aan en legt zijn arm rond haar schouder. En als reactie daarop legt Britt haar arm rond Johan z'n middel. En dan lopen ze zwijgend verder.

Iets verder gaan ze samen in de duinen zitten. Het lijkt in de verste verte niet op de laatste keer toen ze zo zaten, toen was er enkel het geluk van een net verliefd stel, dat niets in de weg stond en een mooie toekomst wachtte. Niet wetende dat alles wat er in het afgelopen anderhalf jaar gebeurd is, hun relatie te wachten stond. Maar zich er uiteindelijk toch met behulp van elkaar doorheen hebben geslagen. Er heerst nu het gevoel van verdriet, het gevoel dat er iets niet helemaal juist is.
Beide voelen ze dat de stilte niet echt veel helpt aan hun gevoel, maar ook beide weten ze niet wat te zeggen, dus zeggen ze maar niets. Johan laat zich een beetje theatraal achterover vallen, om te laten blijken dat hij deze situatie niet echt plezant vind. Maar weet niet wat te doen om dat te kunnen veranderen. Johan ligt nu gestrekt in de duinen en Britt zit wezenloos voor zich uit te staren en had niet eens door dat Johan inmiddels lag. Ze legt haar handen rond haar benen, die ze zo steeds dichter tegen haar lichaam drukt, om toch een soort warm gevoel te krijgen, al is het niet het warme gevoel dat ze wil krijgen. Daar is veel meer voor nodig, maar lijkt het nu niet te kunnen vinden.

Johan heeft zich inmiddels iets op zijn zij gedraaid en kijkt onafgebroken naar Britt, en ziet dat haar ogen iets wat vochtig beginnen te worden. Hij slikt voorzichtig en zo stil mogelijk om niet te laten merken dat hij een brok in zijn keel heeft. Hij heeft het er duidelijk moeilijker mee dan hij waarschijnlijk zou toegeven. Langzaam beginnen de tranen nu bij Britt over haar gezicht te rollen. Johan wil wel iets doen, maar weet niet wat. Hij gaat weer rechtop zitten en legt zijn hand op de knie van Britt, maar hier schrikt ze hevig van, want door haar verdriet en haar gedachte op nul te zetten, was ze helemaal vergeten dat Johan nog bij haar was. 'Sorry Britt, het spijt me.' En Johan haalt weer snel zijn hand weg en laat zich langzaam naar beneden zakken, tot hij geheel op zijn rug ligt en staart naar de hemelsblauwe lucht boven hem. Zijn ogen beginnen ook vochtig te worden en hij probeert zich af te sluiten van alles om hem heen. Tot hij ineens een hand in de zijne voelt glijden. Hij draait zijn hoofd iets en ziet dat Britt naast hem is komen liggen en haar blik nu ook nog haar blik op oneindig heeft staan.

Na zo een tijdje te hebben gelegen beseft Johan ineens dat het tijd is geworden om terug naar huis te gaan, Simon moet dadelijk van school worden gehaald. Johan zet zich rechtop en wrijft de tranen uit zijn gezicht en ogen, draait zich in de richting van Britt. Draait zich nog iets en geeft dan Britt voorzichtig een kus, een kus waar door Britt volledig op wordt ingegaan. Iets wat Johan niet had verwacht. 'We moeten dadelijk naar huis.' 'Simon zal wel op ons wachten.' 'Hij is nog niet uit Britt, maar we moeten wel dadelijk gaan willen we op tijd zijn. We moeten ook nog een stukje lopen.' Britt en Johan staan op en Britt legt direct haar arm rond Johan. Samen lopen ze in de richting van de auto. 'Ik ben blij dat we hier naartoe zijn gegaan Johan.' 'Echt?' 'Dit doet me beter dan een beetje thuis zitten.' Johan is toch wel blij dat ze zijn gegaan, want hij heeft eigenlijk geen idee hoe hij nu het beste Britt kan helpen op zo'n dag als vandaag.

Als ze bij school aankomen, kijkt Britt op haar horloge. 'Nog maar een paar minuten..' 'Dan is Simon uit.' Probeerde Johan nog, maar hij weet dondersgoed wat Britt met die zin bedoelde. 'Dan komt Simon uit ja..' 'Zullen we maar naar het schoolplein gaan, of zal ik hem halen?' 'Haal jij hem maar.' Johan stapt uit de auto en loopt richting het schoolplein, dan ziet hij op de plek waar Dorien vorig jaar werd aangereden een aantal bloemetjes liggen en een knuffelbeer. Die hij iets later herkend als die van Simon. Die Simon en Dorien samen tijdens de Feesten hadden gekregen.

'Pap!' Simon komt snel op Johan afrennen. 'Pap, kunnen we nu naar huis?' Simon pakt Johan bij de hand en trekt hem mee. Johan snapt niet waarom Simon zo'n haast heeft. Maar dan ziet hij dat de directrice in hun richting komt lopen en dan wil Johan eigenlijk ook wel snel weg. 'Meneer van Lancker.' Johan draait zich maar netjes om. 'Ja.' 'Zou ik u even kunnen spreken?' 'Kan dat niet een andere keer, het komt vandaag niet zo gelegen, begrijpt u.' 'Dat begrijp ik, maar daar gaat het nu juist over.' 'Heeft u dan een ogenblikje?' 'Tuurlijk.'
Johan brengt Simon naar Britt toe. 'Ik moet nog even naar de directrice, maar kom direct.' Maar Britt lijkt het niet te horen, die heeft nu enkel oog voor Simon, dus sluit Johan weer de deur en gaat terug naar de directrice. 'Waarom wou u mij spreken?' 'Hoe gaat het nu?' 'Wat denkt u?' 'Wij, als school, zouden graag iets willen doen voor Dorien.' 'Kan dit echt niet een andere keer, ik bedoel Britt en Simon wachten op mij. En vandaag is voor ons allemaal een erg moeilijke dag. Die we nu graag verder met z'n drieën willen doorbrengen.' 'Ik snap het.' 'Bedankt.' En zonder verder nog iets te zeggen gaat Johan ervandoor, naar de auto.

Onderweg vraagt Simon of ze liever niet naar huis konden gaan, maar naar ergens anders. 'Waar zou je heen willen?' 'In ieder geval niet naar huis. Zijn jullie daar dan de hele dag geweest?' Britt kijkt naar Johan. 'We komen net van het strand.' 'Waarom zijn jullie naar daar geweest?' 'Ik had Britt meegenomen, die was nogal.' Johan kijkt in zijn achteruitkijkspiegel om Simon te laten merken dat hij het er liever niet meer over heeft en Simon die toevallig in die richting keek zag het en was ook direct stil. Enfin, hij hield op om door te vragen, maar was nog steeds aan het bedenken waar hij naar toe wou, maar naar huis wou hij de komende uren zeker niet. Johan zag dat aan Simon en stelde direct maar voor om weer naar het strand te gaan.

Toen ze op het strand aankwamen rende Simon direct in de richting van de zee, terwijl Britt en Johan zich een beetje afzijdig hielden, Britt meer dan Johan. 'Zie hem toch gaan. Net of hij nu even alles van zich af kan zetten. Ik wou dat ik dat ook kon doen.' 'Maar Britt, het gaat zo toch prima. Wij hadden vanmiddag en vanmorgen en nu moeten we Simon even geven.' 'Maar hij lijkt het zo makkelijk van zich af te zetten.' 'Ik denk dat hij het van zich af probeert te zetten, vandaar dat hij nu zo reageert.' Britt gaat zitten in het zand en begint weer voor zich uit te staren, enkel nu geheel gefocust op Simon. Johan komt naast haar zitten en slaat zijn arm om haar schouder en trekt Britt dicht tegen hem aan. Samen zitten ze naar Simon te kijken en Britt wrijft voorzichtig over Johan´s hand die rond haar schouder ligt en pakt die losjes vast, terwijl ze zich nu een beetje laat gaan. En Johan markt dat en trekt Britt nu helemaal tegen haar aan. Britt legt haar hoofd op zijn schouder en begint te huilen.

Later die middag loopt Nadine naar Sofie. 'Heb je al iets meer over die Bert kunnen vinden?' 'Veel is er niet over hem te vinden. Behalve dat hij enkele keren is betrapt op rijden onder invloed en hij een rijverbod van 3 maanden heeft, enfin daar zijn nog 8 dagen van over.' 'Een wegpiraat duidelijk.' 'Ja, maar dit is wel het eerste incident met drugs, waar we hem op hebben kunnen betrappen dan.' 'Ik wil hem dadelijk wel hier hebben en dan verhoren wij hem wel samen.' 'Ik heb hem al laten halen. Raymond en Pasmans zijn onderweg. Ik schat dat ze hier over een kwartiertje zullen zijn, als hij is waar we denken.'

Simon komt terug van de waterkant en ziet dan zijn vader en Britt samen tegen elkaar aanliggen in het zand. Hij besluit nog maar even terug te gaan, want wil eigenlijk niet een weten wat ze aan het doen zijn.
Johan wrijft liefdevol over de rug van Britt en met zijn andere hand veegt hij de tranen uit haar gezicht. Zo krijgt hij weer het gevoel van een paar dagen na het accident, hoe zij samen zo de avonden doorbrachten. Samen op bed liggen, de warmte van elkaar voelen en de steun zoeken die je nodig hebt. Het enige verschil met toen is dat Britt zich nu misschien iets afstandelijker houdt, maar dat zou ook kunnen zijn omdat Simon in de buurt is. Die had de eerste paar nachten bij zijn moeder en grootouders doorgebracht. Want die wouden graag inspringen zodat Johan Britt kon steunen.

Sofie klopt op de deur van Nadine. 'Hij zit in verhoor 1. Ze zijn sneller terug dan verwacht.' 'Ik kom eraan.' Samen lopen Nadine en Sofie naar verhoor 1, waar Eddy weggaat zodra hun binnen komen. 'Bedankt.' Zegt Sofie nog snel tegen hem.
'Zo Bert..' Begon Nadine voorzichtig het gesprek. 'Laten we eens even kijken.' Nadine pakt het dossier van Bert erbij. 'Rijden onder invloed, rijverbod. Dat is allemaal niet verkeerd.' 'Ik dacht dat ik voor het ongeval van gister kwam, waar ik niets mee te doen had. Ik denk dat jullie die automobilist moeten hebben, hij reed mij van de fiets.' 'Rustig Bert. Er zijn ons enkel nog een paar dingen niet duidelijk.' Sofie pakte het verslag van de dokter erbij. 'Zoals die cocaïne die gister in je lichaam zat.' Sprong Sofie bij. 'Coke? Ik?' 'Bert, je hebt al niet de naam van een brave huisvader. Dus speel niet met onze voeten en vertel gewoon wat er echt is gebeurd. Voor jou gemakkelijker, voor ons een stuk duidelijker.' 'Die gek in die auto heeft mij van mijn fiets gereden. Mijn hele fiets naar de klote. Hoe moet ik nu nog ergens komen?' 'Waar zou je dan willen gaan, want zoals het er nu naar uitziet, zal je voorlopig nergens gaan. Ja, misschien een enkele reis naar de Nieuwe Wandeling, maar daar brengen we ja dan met plezier naartoe. Dus wees maar gerust.' Bert springt van achter de tafel op. 'Waarom geloven jullie mij nu niet. Ik zeg jullie, ik heb niets gedaan, behalve gefietst.'

Sofie en Nadine lopen samen het verhoor uit. 'Ik heb geen idee wat we hier nu mee aan moeten, ik bedoel behalve voor die cocaïne kunnen we hem nergens voor vast houden.' 'We moeten iets uit hem zien te krijgen, want naar mijn gevoel houdt hij wel iets achter. Wist ik maar wat.' Sofie keek Nadine aan en zag dat ze hetzelfde dacht.

Britt en Johan lopen samen arm in arm naar Simon toe. 'Simon?' Simon keek op, en veegt de tranen uit zijn gezicht. 'Ja?' 'Kom je mee, we gaan verder.' 'Dat is goed.' Simon wurmt zich tussen Britt en Johan in en zo lopen ze samen verder.
'Pap?' Johan kijkt naar Simon. 'pap, wanneer gaan we naar huis? Ik wil dat graag.' 'Ik vind het eigenlijk wel een goed idee Simon, dan kan ik zo ook nog even eten klaar maken, voor we..' 'Komaan, dan gaan we naar huis.' Ze draaien zich om en dan lopen ze gezellig met z'n drieën terug en praten ineens over van alles, koetjes en kalfjes, je kent het wel. Zo lijken ze even te vergeten wat er vandaag was gebeurd, dat duurde ook tot ze langs school reden en daar de bloemen zagen liggen en een kaars branden. Ze zette de auto enkele meters verder en liepen er met betraande ogen naartoe.

Na ongeveer 5 minuten daar gestaan te hebben, hadden ze toch allemaal wel erg veel drang om daar weer weg te gaan. In ieder geval is de drang bij Johan vrij groot, hij pakt Britt bij de hand en trekt haar mee. Hij zag het weer voor zich hoe Dorien werd geschept en hoopte dat Simon dat niet zag. Eigenlijk was hij wel blij dat Britt dat beeld niet kon zien. Alleen begint hij zich de laatste tijd steeds meer af te vragen waarom die bestuurder verder reed en niet omkeek, laat staan ging kijken naar het kind dat over zijn motorkap vloog en daarna tijdens het remmen half onder de auto terechtkwam. 'Gaan jullie maar anders alvast, ik wil nog even hier blijven.' Op de een of andere manier kan Britt hier een soort van voldoening krijgen, die ze niet krijgt als ze naar het graf van Dorien gaat, daarom wil ze daar vandaag ook niet heen, misschien een andere keer, maar vandaag wil ze hier zijn. Op de plek waar dit alles is gebeurd. Waar voor de zoveelste keer er iets in haar leven voorviel om eigenlijk snel te willen vergeten, maar een enorm litteken achter laat, geestelijk dan, niet lichamelijk. En iets dat ook niet valt te vergeten. En bijna dagelijks wordt ze weer met die plek geconfronteerd, als Simon naar school gaat. Maar Simon wou daar toch op school blijven, bij al zijn vrienden.

Samen met Simon gaat Johan naar huis en kijkt lang om naar Britt, die nog bij de bloemen en de knuffeltjes staat. Hij blijft vrij lang in zijn achteruitkijkspiegel kijken en vergeet zowat dat er nog verkeer rond hem is. 'Pap?' Door de "pap" van Simon is Johan er weer helemaal bij. 'Sorry Simon, ik begrijp wat je wou zeggen. Dat ik nu maar beter even op de weg kon letten niet?' 'Nee, eigenlijk niet. Waarom we niet bij Britt zijn gebleven?' 'Laat haar maar even, volgens mij heeft ze dit even nodig. Dorien lag haar meer naar haar hart dan dat bij ons het gevoel was, het was haar dochter. En..' Dan weet Johan eigenlijk niet meer wat hij wou zeggen. 'Wat pap?' 'Ik weet het niet Simon, ik weet het niet.'
Sofie en Nadine komen ook niet veel verder en besluiten dan er voor vandaag mee te stoppen, want die Bert kunnen ze ook eigenlijk niet veel langer vasthouden. 'Tot morgen, commissaris.' 'Tot morgen Sofie.' Sofie loopt het teamlokaal uit en zit te twijfelen om bij Britt langs te gaan. Ze wil wel, maar eigenlijk ook niet. En ze weet niet eens of ze wel thuis is. Toch loopt ze er maar langs, en dan ziet ze net vanaf de andere kant Britt aan komen lopen. 'Sofie?' vraagt Britt verbaasd, want die had haar hier duidelijk net verwacht. 'Ik kwam toevallig langs en dacht dat ik misschien..' 'Ik kom ook net pas thuis, Johan en Simon zijn boven, wil je ook komen?' 'Als je het niet erg vind?' 'Anders zou ik het niet vragen, hè Sofie.' Samen lopen ze naar boven.

De volgende dag als Sofie het commissariaat binnen komt staat Nadine al op haar te wachten. 'Precies op tijd Sofie, die neef van Carla is er net.' 'Die Jasper?' Nadine knikt. 'Nu zijn versie van het verhaal eens uit zijn mond horen en niet die van Carla, misschien scheelt dat en wordt het voor ons duidelijker.' 'Die Bert is gewoon schuldig.' 'Dat staat voor mij al vast ja.' Samen gaan ze het verhoor binnen.

Na het verhoor halen ze Bert op, die de volgende morgen wordt voorgeleidt aan de procureur. En dan is het afwachten wat hij krijgt. Ze kunnen nu verder eigenlijk niets doen. Dus gaan ze terug naar het teamlokaal.
'Ben je nog bij Britt geweest?' 'Ja, gisteravond nog even.' 'En?' 'Ik heb geen idee hoe ze de dag heeft doorgebracht, maar ik denk dat ze het zeker moeilijk zal hebben gehad. Maar Johan is een grote steun voor haar.' 'Dat denk ik ook wel.' 'En ik denk echt wel dat die twee niet meer zonder elkaar kunnen. Als u ze gisteravond zag.' 'Maar dat dacht ik al eens eerder, en toen had ik het ook fout.' 'Wij allemaal, commissaris, wij allemaal.' 

Einde 

Uijltje

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*