Moord, mishandeling en een ongeluk

De wekker gaat. Britt gooit haar arm opzij en geeft de wekker een oplawaai. Ze wrijft eens in haar ogen en gaat uit bed. Ze springt onder de douche. Als ze beneden komt, is de keuken leeg. "Tony!" roept Britt naar boven. Tony logeert een tijdje bij Britt, omdat haar boot wordt opgeknapt. Ondertussen maakt Britt een toast voor zichzelf. Na vijf minuten is Tony nog steeds niet beneden. Met een toast in haar hand, gaat Britt naar boven. Voor de kamer van Tony stopt ze. Ze luistert. Alles is stil. 'Die zal toch niet meer slapen?' vraagt Britt zich af. Ze klopt. Geen antwoord. Dan neemt ze een besluit en opent de deur. De kamer is leeg. Met een zucht doet Britt de deur weer dicht en gaat naar beneden.
Het is ruim tien minuten later als Britt het politiebureau binnenstapt. Aan de de balie tegenover de deur zit Carla. "Morge, Carla."groet Britt. "Morgen." groet die terug. Britt wil de trap oplopen, die naast de balie staat, maar gaat terug. "Zeg, uhm, Carla?" Carla kijkt op. "Ja, wat is er?" Britt aarzelt even, maar zegt dan:"Heb jij Tony gezien?" "Ja, die was hier al vroeg." Britt knikt. "Bedankt." Britt schiet de trap op, naar de rechercheafdeling. Als ze boven komt, loopt ze door een gang waar de verhoorkamers zijn. Als ze de ruimte instapt, waar haar collega's zitten, ziet ze in eerste instantie geen Tony. De ruimte is handig ingericht. Rechts van haar staan twee bureau's schuin tegen elkaar. Daar zit zij met Tony. Daarachter, voor het kantoortje van de commissaris, staan de bureau's van Raymond en Pasmans. Dan staan aan de linkerkant weer twee bureau's schuin. Die zijn van Ben en Sel, de motards. Op elk bureau staat een computer of laptop. Ze kijkt verwondert om haar heen. "Zoek je iemand?" vraagt Pasmans. "Ja, ik zoek Tony." Raymond, de partner van Pasmans, kijkt op. "Die is in dat kamertje." Raymond wijst naar het kamertje achter haar. Britt knikt en gaat het kamertje in. Daar zit Tony Dierickx, haar eigenzinnige, maar zeer aardige partner. "Waarom heb je geen briefje neergelegd dat je vroeger wegging? Ik me heb rot lopen zoeken." valt Britt uit. "Sorry?" Tony kijkt haar smekend aan. "Ja, ja, t'is al goed. Maar wel voortaan iets achterlaten, hoor." Waarschuwt Britt nog voor dat ze de kamer uitloopt. Opgelucht blijft Tony zitten. Ze kijkt Britt na vanachter het raam. Dan richt ze haar aandacht weer op het scherm. Ondertussen kijkt Britt naar het bord dat aan de muur hangt. Er staat niks op. Ze draait zich om naar Pasmans en Raymond. "Hebben we geen zaak?" Raymond schudt zijn hoofd. "Ha, lekker rustig." Britt ploft op haar bureaustoel en leunt naar achter. Ze legt haar voeten op tafel. Nog geen twee seconden later komt commissaris Vanbruane binnen. Het is een aardige vrouw, hoor, maar als je niks doet, wordt ze pissig. "Zo, Michiels, jij dacht zeker dat je vakantie had?" dondert Vanbruane. Britt schiet geschrokken naar voren. "Eh. . . nee, commissaris." "Hier, als je je dan toch verveelt, kun je dit wel even uittypen, he?" De commissaris laat een stapel procesverbalen, die ze onder haar arm had, op Britt's bureau vallen. "Succes ermee." Vanbruane loopt door naar de kapstok, hangt haar jas op en stapt haar kantoor binnen. Britt kijkt zuchtend naar de stapel pv's op haar bureau. Achter zich hoort ze Pasmans lachen. Snel draait ze zich om. "Lach niet." Een beetje pissig kijkt ze hem aan. Lachend zegt Pasmans:"Da's je eigen schuld." Britt zucht en pakt een pv van de stapel. Wat ze niet ziet, is dat Sel belangstellend naar haar rug zit te kijken. Tony ziet het wel. Ze grinnikt. Zo te zien is Sel verliefd en wel op Britt. "Wat zit jij te grinniken?" vraagt opeens een barse stem. 'Shit, de commissaris.' Met een glimlach op haar gezicht draait ze zich naar Vanbruane om. "Ik . . zag iets grappigs." "O ja joh? Ik weet ook iets grappigs. Als jij niet snel iets gaat doen, mag je Michiels helpen met pv's uittikken." Dondert Vanbruane. Tony draait zich snel om en begint driftig te tikken. 'Sagerijn.'denkt ze kwaad. 
Carla komt aanlopen. "Eh. . ik heb een melding gekregen uit Gent-zuid. Hier heb je het adres." Carla geeft een briefje aan Britt. Die kijkt er even op. "We gaan wel even kijken. Weet je wat er aan de hand is?" Carla knikt. "Ja, een gehandicapte Marokkaanse jongen. Zit roerloos voor het raam in zijn rolstoel. De overbuurvrouw heeft gebeld." Britt knikt en wenkt Tony. Die komt gelijk. "Wat is er?" Vraagt ze nieuwsgierig. "Een roerloze jongen in z'n rolstoel. Ga je mee, dan gaan we even kijken." Als vanzelf staan ook de anderen op. "Pasmans, licht jij Nadine even in?" Vraagt Britt aan hem. Pasmans knikt.
Het is guur, voelt Britt als ze uit de auto stapt. Aan de andere kant staat Tony naar boven te turen. "Ik zie niemand." Merkt ze op. "Nee, hehe, daarvoor gaan we naar binnen." Zegt Pasmans, die ook aan komt lopen. Er staan al heel wat mensen om de auto's. "Mag dat zomaar?" Vraagt één van de toeschouwers "Als het nood is wel, ja." Zegt Tony. Uit haar binnenzak haalt ze een handschoen en een armbandje met het teken van de politie. Het armbandje schuift ze om haar bovenarm. Britt doet hetzelfde. Raymond komt aan lopen. "Ik heb de deur open kunnen krijgen." Britt knikt. "Oké, dan gaan we." Als eerste stapt ze de donkere bungalow in. Tony volgt haar op de voet. Er zijn geen drempels, ziet Tony. Britt loopt de trap op naar boven. Daar staat een traplift, opgeklapt naar boven. Voor dat Britt de deur open doet, wacht ze even tot Raymond er ook is. Dan duwt ze de deurkruk naar beneden. "Oké, daar gaan we dan." Voorzichtig opent Britt de deur. Voor het raam staat een rolstoel. Britt sluipt er naar toe. Als ze ervoor staat, kijkt ze recht in de grote dode ogen van een jongen. In zijn nek ziet ze rode strepen. Tony komt naast haar staan. Britt hoort dat ze haar adem even inhoudt. Britt kijkt naar Raymond. "Hij is dood. Bel de Technische Recherche maar." Raymond knikt en loopt naar de trap. Britt wenkt Tony en loopt de kamer rond. Pasmans komt ook naar boven en gaat bij de jongen kijken. Hij trekt een beetje wit weg. Britt ziet het. "Pasmans, je ziet een beetje wit. Wat is er?" vraagt ze een beetje plagend. "Niks." mompelt Pasmans. "Ik ga even naar Raymond toe." "Is goed." Hij loopt naar de deur. "Pasmans," Britt draait zich om naar hem. "Zet dan de boel even af, wil je?" Pasmans knikt en gaat naar beneden. Britt kijkt naar Tony. "Alles oke?"vraagt ze zacht. Tony knikt. "Denk je dat we het moordwapen hier vinden?" vraagt ze monter. "Nee, ik denk het niet. Dat zou wel erg dom zijn van de dader." Tony loopt de keuken in. Alles is laag, valt haar op. Op het aanrecht ligt een portemonnee. Ze pakt de portemonnee en opent hem. "Hier, de identiteitskaart van die jongen." Britt komt nieuwsgierig kijken. "Laat eens zien?" Tony geeft haar de portemonnee. "Youssef Hamal. 20 jaar. Student aan de universiteit." Britt fluit. "Knappe kop." Dan stapt de TR binnen. Britt wenkt Tony. "Kom, ons werk zit erop hier." Ze lopen de trap af. Sel en Ben zijn intussen ook gearriveerd. Ze staan de buurtbewoners te ondervragen. Als Britt en Tony naar buiten komen, kijkt Sel even op naar Britt. Tony merkt het en grinnikt. "Wat sta jij te grinniken?" Vraagt Britt nieuwsgierig. Tony schudt haar hoofd. "Niks." Britt haalt haar schouders op en loopt naar Raymond. Die draait zich om en kijkt in zijn boekje. "Youssef Hamal. Was 20 en student aan de universiteit. Was erg gesloten, dus ze wisten niet of hij vijanden had." Hij maakt een armgebaar naar de omstanders. Britt knikt. "Ik ga Nadine verder inlichten, als je nog iets interessants aantreft, bel me dan, oké?" Raymond knikt en gaat verder met ondervragen. Britt wenkt Tony. Ze stappen in de auto en rijden weg. Sel kijkt de auto na. "He, sta je te slapen of zo?" Ben zwaait met z'n arm voor Sel's gezicht. Sel schrikt op. "He? Wat?" "Starende ogen zijn verliefd." plaagt Ben hem. "Ik ben niet verliefd." Wijst Sel wrevelig af. Hij draait zich weer om. 'Maar waarom heb ik dan zo'n prettig gevoel in m'n buik als ik Britt zie?'Vraagt hij zich af.
"Weet je dat je een stille aanbidder hebt?" vraagt Tony met pretogen aan Britt. "Nee? Wie?" vraagt Britt. "Jaa, kom daar maar eens achter." plaagt Tony. "Aah, kom op." Vanbruane komt naar hen toe lopen. "En?" vraagt ze. Britt kijkt Tony even doordringend aan, maar kijkt dan naar haar commissaris. "Een jongen, Youssef Hamal, 20 jaar, student aan de universiteit. Waarschijnlijk gewurgd. Ik wacht nog op het rapport." De commissaris knikt. "Al verdachten?" "Nee, hij was erg gesloten vertelden de buurtbewoners." Vanbruane knikt weer. "Ga naar zijn school en licht de ouders in." "Komt in orde." Tony en Britt lopen naar hun bureaus. "Bel jij zijn school? Dan bel ik zijn ouders." Vraagt Britt. "Hoe? We hebben geen nummer." Antwoord Tony. Britt pakt uit haar zak een boekje en zwaait het voor Tony's gezicht heen en weer. " Ik heb z'n telefoonboekje meegenomen, slimme." Tony glimlacht even fijntjes en zegt dan:"Kunnen we niet beter naar de ouders zelf toegaan?" Britt knikt. "Da's inderdaad beter. Dan kunnen we daarna gelijk door naar zijn school." Ze staat op en pakt haar jas van de stoel. "Nu?" Vraagt Tony. "Wanneer wilde je het anders doen? Volgende week of zo?" Ze loopt naar de trap. Tony springt op en loopt achter Britt aan naar buiten.
De bel gaat in huize Hamal. Yamila, een Marokkaanse vrouw en getrouwd met Mohammed, doet open. Ze kijkt in de gezichten van twee jonge vrouwen. "Hallo. Ik u kan helpen?" vraagt Yamila in gebrekkig Nederlands. Één van de vrouwen stapt naar voren. De oudste van de twee, ziet Yamila. "Goedemorgen, hoofdinspecteurs Michiels en Dierickx, politie Gent. Kunnen wij u even spreken?" De vrouw houdt een kaart omhoog met het symbool van de politie. "Is iets met mijn man gebeurd?" vraagt Yamila geschrokken. "Nee," antwoordt inspecteur Michiels. "Ik denk dat het verstandig is als u even gaat zitten." Yamila knikt en laat de agentes binnen. Ze gaat in een stoel zitten. De vrouwen nemen plaats op de bank. Ze kijken elkaar even aan. Dan steekt inspecteur Michiels van wal. "Hebt u een zoon van 20 die gehandicapt is?" vraagt ze. Yamila knikt. "Vanmorgen zijn we door zijn overbuurvrouw gebeld dat er iets mis was. We zijn gaan kijken en . ." ze aarzelt even, maar gaat dan verder. "We zijn naar binnengegaan. We vonden hem in zijn stoel. Dood." Yamila blijft als versteend zitten. Youssef? Haar Youssef? Nee, dat kan niet. "U zich vergissen." zegt ze schor. De inspecteur haalt een foto uit haar jaszak. "Is dit hem?" Yamila kijkt naar de foto. Ze knikt. Ze beeft helemaal van de schok. Ze staat op. "U wat willen drinken?" vraagt ze, zich groot houdend. Inspecteur Dierickx schudt haar hoofd. "Ik denk dat het verstandig is als u blijft zitten. Kunt u iemand bellen die u opvangt?" Yamila knikt. "Ja, mijn man, Mohammed. Ik hem even bellen." Ze staat op en drukt met trillende vingers een nummer in. Als ze de stem hoort van haar man, begint ze te huilen. "Youssef." is het enige wat ze uit kan brengen. Inspecteur Dierickx springt op en neemt de telefoon over en legt kort uit dat hij beter naar huis kan komen. Ze hangt op. Na tien minuten komt Mohammed thuis. "Yamila." Hij begint in het Marokkaans te praten. Inspecteur Michiels legt kort uit wat er is. Mohammed begint ook te huilen. Inspecteur Michiels staat op en wenkt haar collega. "Wij moeten weer verder. Succes." Yamila knikt. Inspecteur Michiels staat al bij de deur als ze zich omdraait. "Mevrouw, we willen later graag nog wat vragen stellen aan u en uw man. Kan dat?" Yamila knikt. "Wanneer?" vraagt ze. "Uhm, hier hebt u mijn kaartje, als u er aan toe bent, kunt u komen." Yamila pakt het kaartje aan. Ze knikt. De vrouwen lopen naar buiten. Als ze buiten staan, zegt Britt:"Zo en nu de school nog." Tony knikt en loopt naar de auto.
Ze stoppen voor een grote school. "Daar moet het zijn." wijst Britt. Tony knikt en stapt uit. Ze lopen over het plein naar het gebouw. Er lopen een paar leerlingen. Britt loopt op één van hen af. "Waar kan ik de directeur vinden?" De jongen denkt even na. "De gang uit, dan rechts en dan de tweede deur links." "Oke, bedankt." De jongen knikt en loopt weer verder. Britt wenkt Tony en ze lopen naar het kantoortje. Britt klopt aan. "Binnen." Ze doet de deur open. Achter het bureau zit een jonge vrouw. "Kan ik jullie helpen?" vraagt ze. Britt knikt. "Hoofdinspecteurs Michiels en Dierickx, politie Gent." De vrouw kijkt hen verbaasd aan. "Politie? Ga zitten." "Vanochtend is één van uw leerlingen in zijn bungalow gevonden. Youssef Hamal, zegt die naam u iets?" vraagt Britt. "Ja, die ken ik wel, ja. Een hele goede leerling. Wat is er met hem?" Britt kijkt Tony even aan. "Hij is dood." De vrouw tegenover haar weet even niet wat ze moet zeggen. "Ik zal het tegen zijn klasgenoten zeggen." zegt ze dan schor. Ze staat op en loopt de kamer uit. "Wat is dit toch eigenlijk een rotvak." verzucht Britt. "Het is toch ook een mooi beroep als je de dader hebt." zegt Tony. "Ja, als. Kom, we gaan er achteraan." Ze lopen achter de directrice aan de klas in. In de klas heerst een diepe rust. Iedereen is aan het werken. De meeste van hen zitten in een rolstoel. De directrice neemt het woord. "Jongens, mag ik jullie even uit jullie werk halen? Deze twee vrouwen zijn van de politie. Ze kwamen vertellen . . . dat Youssef . . " haar stem hapert. Britt neemt het snel over. "Vanochtend werden wij gebeld door de overbuurvrouw van Youssef. Er was iets niet in orde. We zijn gaan kijken en we vonden Youssef. Hij, uhm, hij is dood." Het is even stil. Een meisje probeert haar tranen tegen te houden, maar het lukt niet. Tony schiet naar haar toe om haar te troosten. Nu beginnen de meeste te huilen. Ook Britt gaat naar een leerling toe. De leraar die les gaf, gaat wat collega's halen. Al snel komen er drie andere leraren aan. Die horen hetzelfde verhaal. Ze verspreiden zich over de leerlingen. Britt wenkt Tony en ze vertrekken. Voordat ze gaan, geeft Britt haar kaartje aan de directrice. "Wilt u morgen even langskomen?" De directrice knikt. Als ze buiten lopen, zegt Tony:"Je hebt gelijk, het is een rotvak." Stil lopen ze naar hun auto.
Het is rond een uur of twaalf. Iedereen in het bureau zit zijn lunch te nuttigen. Carla komt aanlopen. "Uhm, Britt, er is hier iemand voor je."
Britt kijkt op en trekt haar wenkbrauwen op. "Ik heb pauze, dat hebben de meeste rond deze tijd." Carla knikt. "Dat weet ik, maar dit is dringen. Het is een leraar van die Youssef." Tony springt gelijk overeind. Ze kijkt naar Britt. Die staat rustig op. "Oke, zet hem dan maar in verhoor 1." "Komt in orde." Ze salueert en komt al snel terug met een man. Tony en Britt lopen ook verhoor 1 in en nemen plaats aan tafel. Tony neemt de man eens goed op. Het is een forse man, sportief gekleed, bruine krullen. "U wilde ons spreken?" hoort Tony ineens naast zich. "Ja," antwoord de man."Ik weet meer over de dood van Youssef." Britt en Tony kijken elkaar aan. 'Dat is snel.' seinen hun ogen. "Oke, vertel maar." zegt Tony. Ze kijkt hem scherp aan. Even schrikt de man van haar blik, maar steekt dan toch van wal. "Nou, ziet u, Youssef en ik, we mochten elkaar wel. Hij kwam altijd naar mij om z'n verhaal te doen. Hij vertelde mij dat hij het gevoel had dat hij werd gevolgd door een onbekende." Tony haalt diep adem. "Wanneer was dat?" De man denkt even na. "Dat is nu, denk ik, een week geleden." Hij kijkt Tony met straalblauwe ogen aan. Britt knikt en maakt wat notities. Ze kijkt Tony aan en knikt. Ze staan op en lopen naar de deur. Britt staat al op de gang, als Tony zich omdraait naar de man, die ondertussen zijn jas aan doet. "Waar was u vannacht?" Zijn handelingen stokken. Hij kijkt Tony schuin aan. Hij hersteld zich snel en doet zijn das om. "Ik was thuis." "Kan iemand dat bevestigen?" "Ja, mijn vriend. Hier hebt u ons telefoonnummer." Hij tast in zijn binnenzak en geeft Tony een kaartje. "Bedankt." Hij stapt langs Tony heen naar buiten. Britt kijkt haar partner eens aan. "Geloof je hem?" Tony schudt haar hoofd. "Ik weet het niet." Ze gaat aan haar bureau zitten. Ze zit nog maar net of de telefoon gaat. "Dierickx. Ja. O, geweldig. Dus ik kan er vanavond weer op? Oke, bedankt." Ze legt de hoorn neer. "Mijn boot is klaar." Britt kijkt verrast op. "Da's snel." Tony knikt. Ze zit met gedachten al bij een heerlijk avondje alleen. Ze weet niet dat dat anders af zal lopen. . .
Het is al laat als Tony in haar jeep stapt. Ze heeft nog wat PV's afgewerkt en haar spullen opgehaald bij Britt. Vijf minuten later stopt ze voor haar boot. Gedachtenloos stapt ze uit en draait de auto op slot. Opeens staat ze stil. Er brandt licht in haar boot. Dat kan toch helemaal niet? Misschien heeft één van de opknappers een licht laten branden. Dat kan niet, ze hebben geen sleutel, corrigeert Tony zichzelf. Voorzichtig loopt ze naar haar boot en stapt erop. Zacht steekt ze de sleutel in het slot en doet de deur open. Als ze het licht aan doet ziet ze Sam op de bank zitten. Tony schrikt. "Wat doe jij hier? Hoe kom je binnen?" Sam staat op en lacht. "Dat waren twee vragen. Ik kom voor uitleg en ik had de sleutel nog." Tony kijkt hem niet begrijpend aan. "Uitleg? Wat voor uitleg?" Er valt een schaduw over Sam's gezicht. Daardoor ziet ze zijn felle ogen niet. "Waarom ik Vera niet mag zien." Tony stapt langs hem heen en hangt haar jas op. Ze loopt de woonkamer in. Ze blijft staan bij de salontafel. Daar legt ze haar mobiel neer. Ze zwijgt. "Nou? Krijg ik nog antwoord?" Sam's stem wordt harder. "Daar hebben we het al vaker over gehad, Sam." zegt Tony ongeduldig. "Lag het aan mij? Ben ik geen goede vader?" vraagt Sam kwaad. "Nee, Sam. Dat was het niet. Het was gewoon, het ging gewoon niet goed tussen ons." Als ze in zijn ogen kijkt, deinst ze verschrikt naar achter. Zijn ogen zien er donker uit. In een flits ziet ze een hand schieten en voelt hem terecht komen op haar wang. "Da's lariekoek, Tony." roept Sam. Dan volgen de vuistslagen. Ze voelt hoe een vuist terecht komt op haar neus. Een warm straaltje glijdt naar beneden. Bloed. Tony schreeuwt het uit. "Niemand hoort je." hijgt Sam. Hij duwt haar van zich af. Tony struikelt over een stoelpoot en valt tegen de muur. Een felle pijn schiet door haar hoofd. Als een reflex houdt ze haar handen voor haar gezicht. Sam begint te stompen in haar gezicht en buik. "Sam, stop. Alsjeblieft!" roept Tony. Sam luistert niet. Hij blijft maar slaan en stompen. Opeens stopt Sam stopt met stompen. Hij wankelt achteruit. "Wat heb ik gedaan?" hoort ze Sam nog vaag zeggen. Ze hoort zijn voetstappen wegsterven en al snel daarop hoort ze een auto starten en wegrijden. Tony tast in haar broekzak naar haar mobiel. Daar zit hij niet in. Ze opent haar ogen en ziet hem liggen op de salontafel. Ze komt overeind, maar met een schreeuw valt ze terug. Toch probeert ze het weer. Dit keer lukt het wel. Ze grabbelt hem van de tafel en leunt weer naar achter. Ze hijgt. Ze toetst een nummer in.
Het is een paar uur eerder. Britt zit gezellig met Dorien op de bank TV te kijken. Tony is net weg. Britt ziet dat Dorien moet geeuwen. "Kom, Dot, naar bed." "Aah, nog even." bedelt Dorien. "Vooruit dan." geeft Britt toe. "Nog vijf minuutjes." Dorien kijkt tevreden weer naar de bewegende beelden op TV. Maar na vijf minuten staat Britt op. "Kom Dorien, nu is het echt tijd. Ze zet de TV uit en Dorien loopt de trap op naar boven. Snel poetst ze haar tanden, kleedt zich om en gaat in bed liggen. "Mam, kom je me nog instoppen?" Britt glimlacht om het lieve kinderstemmetje. Ze staat op en loopt de trap op naar Dorien's kamer. Britt stopt haar in. "Slaap lekker, Dot." Britt geeft een kus op het voorhoofd van Dorien, doet het licht uit en houdt de deur op een kier. Britt loopt weer naar beneden en gaat op de bank zitten. Ze pakt de afstandsbediening van de TV en zapt wat kanalen langs en stopt bij het nieuws. Er verschijnen beelden van het huis van Youssef en een foto van Youssef. Britt's gedachten dwalen af naar zijn ouders. Hoe zouden zij hier op reageren? Terwijl haar gedachten nog bij de zaak zijn, begint er een ander programma. Opeens gaat de bel. Britt staat op en neemt de hoorn van de haak. "Britt. He, kom verder. De deur is open." Met een glimlach legt Britt de hoorn op de haak en doet de deur op een kier. Ze gaat op de bank zitten. Al snel gaat de deur open en komt Sel binnen. "He, Britt." groet hij Britt. "Ha, Sel. Wat kom je doen?" Sel blijft aarzelend staan. "Ik, uhm, gewoon eens even langs. Ik dacht, Britt zit hier maar in haar eentje, ik ga haar eens een avondje verwennen." ' Dat is helemaal niet de reden, sukkel. Zeg haar gewoon dat je haar leuk vind. Wat ben ik ook een schijtluis.' denkt hij bij zichzelf. "Gezellig. Kom verder." Britt lacht en ploft neer op de bank. Sel stapt het appartement in en legt zijn jas over een stoel. Sel ploft neer naast haar. Ze zitten nog maar net of de mobiel van Britt gaat af. Ze kijk op de display. 'Tony belt' verschijnt er op de display. Britt neemt op. "Britt. Tony, wat is er? Ik kom." Snel hangt Britt op. "Dat was Tony. Ik moet naar haar toe, ik weet niet waarom." Britt staat gehaast op en pakt haar jas en autosleutels. "Zal ik meegaan?" vraagt Sel. "Ja, of neen, doet toch maar niet. Misschien wil jij even op Dorien passen?" Sel knikt. "Doe ik. Bel me, oké?" Britt knikt en gaat weg. Sel ploft weer neer op de bank.
Met de snelheid die is toegestaan in het centrum van Gent scheurt Britt naar Tony. Met piepende banden brengt ze de auto tot stilstand naast de jeep van Tony. Met een vaart wordt het portier open gegooid en Britt stapt uit. Met een knal gooit ze de deur dicht. Snel rent ze de boot op en stapt naar binnen. Eerst ziet ze Tony niet. Dan ziet ze een klein hoopje tegen de wand aanzitten. "Tony!" Snel rent ze naar het hoopje tegen de muur. Britt knielt neer. Tony zit zacht te snikken. "Wat is er gebeurt?" vraagt Britt zacht. "Sam. . . hij was hier. Hij. . . was kwaad. . .op me omdat. . . hij Vera niet mag zien." vertelt Tony schokkend. "Alweer?" vraagt Britt verbaasd."Ja, alweer." Tony kijkt Britt angstig aan. Britt kijkt naar Tony's gezicht. Tony's gezicht zit onder de blauwe plekken en bloed. "We zullen eerst je gezicht eens even wassen." Britt staat op en helpt Tony overeind. Tony gaat op de bank zitten. Al snel komt Britt met een nat washandje. Voorzichtig maakt Britt Tony's gezicht schoon. "Auw. Dat doet pijn." Tony deinst achteruit. "Sorry, maar het bloed moet echt weg." Na een tijdje is al het bloed weg. "Die blauwe plekken houdt je nog wel een tijdje, hoor." voorspelt Britt. "Leuk, dan kan ik smoesjes op gaan hangen op het commissariaat." mompelt Tony. "Of je kunt gewoon de waarheid vertellen." antwoordt Britt. Tony knikt. Britt komt weer teug lopen. "Gaat het weer?" Tony knikt. "Ja, alleen heb ik het idee dat m'n neus is gebroken." Britt bekijkt haar neus. "Nou, hij staat nog recht hoor!" Britt staat op en pakt haar autosleutels, die ze heeft neergegooid op de salontafel. "Ik zie je morgen, oké?" "Oké." Britt loopt naar de deur. "Britt, bedankt." "Zit wel goed, Tony. Daar zijn partners toch voor?" knipoogt Britt.
Britt stapt in haar auto en rijdt met een rustig gangetje door Gent. Haar gedachten zijn bij Tony. 'Wat een zak is Sam ook.' denkt Britt kwaad. Nog net op tijd ziet ze dat het licht op rood springt. Ze trapt hard op de rem. Er steekt een Turkse jongen over. Hij lijkt op Sel, denkt Britt. Sel. Wat moet ze nou met hem? Eigenlijk vindt ze hem wel aardig, heel aardig zelfs, maar ze wil nog niet te snel. Mark is ze nog niet vergeten. Britt geeft weer gas en rijdt naar huis. Ze stapt uit, doet de auto op slot en stapt haar appartement in. Als ze binnen komt, ligt Sel languit op de bank voor de TV. "He, luilak." Sel kijkt op en hijst zich overeind. Hij zet de TV uit. "Ha, daar ben je weer. Wat was er met Tony?" Britt hangt haar jas op en komt naast hem zitten. "Ze is in elkaar geslagen door Sam." Sel trekt een lelijk gezicht. "Ai en nu?" "Geen idee. Ik denk niet dat ze morgen komt werken." Britt schudt haar hoofd. "Wat een bruut." Sel knikt. Hij kijkt Britt van opzij aan. "Dat is hij zeker. Zullen we Raymond en Pasmans even bellen dat ze hem oppakken?" Britt denkt even na. "Goed idee, Sel." lachend kijkt ze hem aan. "Ik ben ook goed." zegt hij verwaand. "Pffft, het stinkt hier naar eigendunk, en niet zo'n klein beetje ook." Britt wappert met haar hand voor haar gezicht. "Ruik je het niet?" Sel kijkt quasi verbaasd. "Wat moet ik ruiken? Het ruikt hier heerlijk, naar mijn eigen eigendunk." Britt schudt haar hoofd. "Opschepper. Wil je wat drinken?" "Ja, lekker." antwoord Sel. Britt komt met een biertje en een glas Spa de keuken uit. Ze zet zijn bier neer en gaat zitten. Sel pakt zijn bier en neemt een slok. "En, is Dot lief geweest?" "Ik heb haar niet beneden gezien, dus ja ze was lief." antwoordt Sel. 'En jij bent ook lief.' denkt hij erachteraan.
Vanbruane stapt het bureau in. Ze kijkt op haar horloge. Ze is best wel vroeg, eigenlijk. "Morge, Carla." groet ze Carla. "Morge, commissaris." groet die terug. Vanbruane loopt de trap op naar boven. Max, de burgemeester, was gister weer bij haar. Het was erg gezellig, moet ze toegeven. Ze loopt het teamlokaal in. Voor het bord blijft ze staan. 'Treurige dood.' denkt ze terwijl ze de foto van de dode Youssef bekijkt.
Ze schudt haar hoofd en wil haar kantoor instappen, als Britt aankomt lopen. "Goedemorgen, Britt." begroet Vanbruane Britt vrolijk. "Morge, commissaris." groet die timide terug. "Wat is er met jou?" Britt aarzelt, maar vertelt dan wat Sam gedaan heeft bij Tony. "Waarschijnlijk komt ze niet." besluit Britt haar betoog. Vanbruane kijkt nadenkend voor zich uit. "Ja, we kunnen hem moeilijk oppakken, of wel?" Britt schudt haar hoofd. "Helaas niet, nee." Britt gaat aan haar bureau zitten en Vanbruane gaat haar kantoor binnen. Terwijl ze nadenkt over Tony, pakt ze een dossier van haar bureau. Langzaam druppelt iedereen het teamlokaal in. "Is Tony er niet?" vraag Ben aan Britt. "Nee, Sam is even langs geweest. Ze is bont en blauw." "WAT?! Wat een hufter!" Ben springt bijna uit z'n vel van kwaadheid. "Nou, doe eens even rustig." toomt Sel hem in. "Waarom? Dat is toch niet normaal?" verdedigt Ben zichzelf. "Wat is er niet normaal?" vraagt opeens iemand. Iedereen kijkt op en ziet Tony staan. Britt springt op en loopt naar Tony toe. "Wat doe jij hier? Ik dacht dat je niet zou komen." "Ik laat me niet zomaar tegenhouden door een paar klappen." antwoordt Tony. Rustig loopt ze naar haar bureau. Ben volgt haar. Hij bekijkt haar eens. Tony's rechteroog is helemaal opgezwollen en blauw. Boven haar wenkbrauw zit een klein sneetje. En ook de linkerhoek van haar mond is kapot. Inwendig is Ben witheet, maar hij houdt zich kalm. Na het werk gaat hij wel een uurtje boksen, neemt hij zichzelf voor. Ook Vanbruane komt naar Tony. "He, Tony je bent er toch." "Tuurlijk, ik laat me niet zomaar tegenhouden." antwoordt Tony dapper. Dan komt Carla het teamlokaal in lopen. Tersluiks kijkt ze naar Raymond, als ze Britt het autopsierapport overhandigd. "Het autopsierapport van Youssef Hamal." Britt pakt het aan. "Dank je, Carla." "Graag gedaan." Voordat ze zich omdraait geeft ze Raymond een knipoog en likt ze langs haar lippen. Dan loopt ze weg. Pasmans die Carla wel zag knipogen en likken, draait zich vol verbazing om naar Raymond. "Wat had dat te betekenen?" vraagt hij. "Geen idee." antwoord Raymond met een glimlach. Pasmans trekt zijn wenkbrauwen op en kijkt weer naar zijn computer. Hij denkt er het zijne van. "Hmm, Youssef is om het leven gekomen door wurging." leest Britt. "Leuk, en zijn er vingerafdrukken?" vraagt Tony. Britt schudt haar hoofd. "Waarschijnlijk handschoenen." merkt Pasmans op. "Ja, Pasmans, dat snapt zelfs Vera nog wel." kaatst Tony terug. Britt stoot Tony aan en wijst naar de gang. Daar komen de ouders van Youssef aan. "Wij komen moesten?" vraagt de vader van Youssef in gebrekkig Nederlands. Britt knikt. "Ja, komen jullie maar mee." Britt gaat hen voor naar verhoor 1. Tony volgt. Britt en Tony nemen plaats tegenover Yamila en Mohammed Hamal. "Hebben jullie een beetje kunnen slapen vanacht?" opent Britt het gesprek. Mohammed schudt zijn hoofd. "Nee." "Oke, weten jullie misschien of Youssef vijanden had?" vraagt Tony dan. "Nee, wij niet weten." antwoordt Mohammed. Yamila wilde wat zeggen, maar buigt haar hoofd. Tony bekijkt haar eens aandachtig. "Hebt u enig idee wie uw zoon heeft vermoord?" hoort ze Britt vragen. "Nee, ik geen idee hebben." zegt Mohammed. "Waar was u 25 januari tussen 9 en 12?" vraag Britt dan. Britt let scherp op de reactie van Mohammed. "Ik thuis was." zegt Mohammed. "Is dat zo?" vraagt Tony aan Yamila. Yamila kijkt Tony schichtig aan en knikt. "Goed, dat was het." Britt staat op en verlaat het verhoor. Tony komt achter haar aan. "Ik zou graag eens met Yamila zelf willen praten. Zonder haar man." zegt Tony, terwijl ze naar het teamlokaal in lopen. Britt knikt. "Ja, volgens mij verbergen ze iets." Sel kijkt verdacht snel op als de twee dames het teamlokaal in komen. 'Ze ziet er leuk uit.' "Joehoe, Sel." Ben zwaait met z'n arm voor Sel's gezicht. "He? Wat?" schrikt Sel op. "Of je mijn PV even wil nachecken. Waar zit jij met je gedachten, man?" zegt Ben ongeduldig. "Gewoon, nergens." zegt hij terwijl hij opstaat. 'Je moest eens weten, Ben.' denkt hij terwijl hij de PV van Ben naleest. Maar ook Britt is er niet bij met haar gedachten. Tersluiks kijkt ze naar Sel die voorovergebogen naar het beeldscherm van Ben kijkt. 'Eigenlijk heeft hij best een lekker kontje.' denkt Britt. "Starende ogen zijn verliefd." Met deze woorden haalt Tony haar uit haar gedachten. "Ik ben niet verliefd." wijst Britt resoluut af. 'Maar toch denk ik steeds aan Sel. Waarom?' vraagt ze zich af.
Er stapt een man het teamlokaal in. Ben kijkt op. "Kan ik u helpen?" De man kijkt hem verwart aan. "Ja, ik, uhm, zoek Nadine, uhm commissaris Vanbruane." Ben wijst naar het kantoor. "Daar zit ze." "Bedankt." De man loopt zenuwachtig naar het kantoortje. Ben kijkt hem geamuseerd na. De man klopt en Nadine laat hem binnen. "Volgens mij is onze commissaris aan de man." merkt Ben op. "Hoezo?" Raymond kijkt op. Ook Tony, Britt, Pasmans en Sel kijken zijn richting op. "Kijk maar." Hij wijst naar het kantoortje. Daar zien ze dat Nadine de vreemdeling hartelijk begroet. Opeens veert Pasmans op. "Ik weet wie het is." "Wie dan?" Iedereen is nieuwsgierig. "De burgemeester." Even kijkt iedereen sprakeloos naar het stelletje, dat nu tegenover elkaar zit. "Verrekt, je hebt gelijk." stamelt Britt. "De commissaris en de burgemeester, hoe bestaat het." zegt Tony hoofdschuddend. 
Britt komt thuis in een donker, leeg huis. Dorien blijft bij een vriendje slapen. O, wat mist ze Mark nu. Ze doet het licht aan, hangt haar jas op en loopt naar de foto van Mark. Ze doet de stereo-installatie aan en zet het nummer op dat ze draaiden op de begrafenis van Mark. 'Every body's hurts' heet het nummer, van REM. Britt pakt de foto van Mark. Lange tijd blijft ze zo staan, met de foto van Mark in haar hand. Tranen glijden over haar wangen. Ze denkt terug aan de tijd, toen hij nog leefde. Als het nummer afgelopen is, schrikt Britt op. Ze zet de foto weer terug en loopt de keuken in. Opeens gaan haar gedachten naar Yamila, de moeder van Youssef. 'Ze zag eruit als een geslagen hond.' denkt Britt.
'Morgen zal ik haar maar eens uitnodigen voor een gesprek.' Met die gedachten gaat Britt aan tafel zitten en neemt het dossier door over de moordzaak. Ze zit nog maar net of de telefoon gaat. "Met Britt. He, leuk dat je belt. Ja, tuurlijk, gezellig. Ja, Tot zo, Sel." Britt legt de telefoon neer en sprint naar de badkamer. Snel fatsoeneert ze haar haar en gebruikt wat make-up. 'Dit is niet normaal, eigenlijk.' bedenkt Britt. 'Als ik me nu al op loop te maken. Ik lijk wel een puber.' bedenkt Britt grinnikend.
Intussen rijdt Tony door Gent, op weg naar huis. Eigenlijk was ze van plan om Vanbruane te achtervolgen, maar toch vond ze dat dat schending was van privacy. Opeens haalt een auto haar in. 'Tsjongejonge, wat een haast.' denkt Tony. Toch remt de auto wat af en rijdt nu wat langzamer door, maar heeft toch flink wat gang. Ook de auto voor haar neemt de afslag naar de haven. De weg ernaartoe is donker en slecht belicht. Tony droomt wat weg. Ze fantaseert hoe de bruiloft eruit zou zien van Vanbruane en de burgemeester. Tony grinnikt om de gedachte. Piepende banden en felle remlichten van de auto voor haar halen haar uit haar gedachten. Als een reflex trapt ze op de rem. In een flits ziet ze een schaduw voor de auto voor haar door de lucht vliegen. De auto voor haar maakt een vreemde manoeuvre en rijdt door. Tony brengt haar jeep tot stilstand en gooit de deur open. Ze rent naar het hoopje dat op de weg ligt. Het is een meisje. Tony knielt neer bij het meisje en voelt de hals. Het meisje leeft nog. Snel pakt Tony haar mobiel en belt een ambulance. Tony bekijkt het meisje, ze is nog jong. 
Al snel is er een ambulance en tot overmaat van ramp komt Sam op haar af lopen. "Wat is er gebeurd?" vraagt hij. "Een ongeluk. Ze is geschept door een auto, de auto is door gereden." antwoordt Tony koel. Sam knikt en wenkt zijn collega's. Die komen aanrennen met een brancard en onderzoeken haar eerst. Dan leggen ze heel voorzichtig het meisje op de brancard en laden haar in. De ambulance rijdt weg. Tony kijkt de ambulance na en neemt dan een besluit. Ze stapt in haar jeep en rijdt achter de ambulance aan. Opeens herinnert ze zich dat Vera nog bij de oppas is. Tony zet haar mobiel in de carkit en belt de oppas. "Met Lieve." "Hoi, met Tony. Ik heb een vraagje. Zou Vera bij jou kunnen blijven slapen?" vraagt Tony. "Ja, natuurlijk kan dat. Kom je haar dan morgenavond weer ophalen?" vraagt Lieve. "Ja, dan kom ik haar ophalen. Bedankt, Lieve." "Zit wel goed. Dag." "Dag Lieve." Met een flinke vaart rijdt Tony achter de ambulance aan. Gelukkig kunnen ze doorrijden, het is niet druk op de weg. Al snel rijden ze het terrein op van het ziekenhuis. De ambulance rijdt gelijk door naar de Eerste Hulp. Tony parkeert snel haar jeep en rent achter de mannen aan. Voor de klapdeuren wordt ze tegengehouden door een zuster. Tony kijkt de mannen achterna en neemt dan plaats op de plastic stoeltjes die tegen de wand staan. Het eindeloze wachten is begonnen.
Op hetzelfde moment zit Sel bij Britt. 'Nu moet ik het zeggen, anders durf ik nooit meer.' denkt Sel, terwijl hij op de bank zit met een glas wijn voor zich. "Britt," begint hij aarzelend. Britt kijkt naar hem op. Hij smelt meteen. "Ik ben verliefd." Britt kijkt hem niet begrijpend aan. "Verliefd? Op wie?" Onverwachts laat Sel zich van de bank glijden en knielt neer voor Britt. "Wil je mijn vriendin worden?" vraagt Sel. Britt bloost even, dit heeft ze niet verwacht. "Ja, Sel. Ik wil." Sel komt overeind en neemt haar in zijn armen. "Gelukkig." Hij zoent haar. Plosteling trekt Britt zich terug. "Wat is er?" vraagt Sel. "Niks, maar ik wil niet te snel gaan." antwoord Britt. "Ik snap het. Mark, he?" vraagt Sel begrijpend. Britt knikt en bijt op haar lip. "Het geeft niet, Britt, ik snap het." Ze kijkt hem dankbaar aan. "Dank je, Sel." Sel knikt. "Zit wel goed, schat." Het is lange tijd stil. Britt staat op en loopt naar de foto van Mark. "Weet je, Sel, eens moet de eerste keer zijn." Ze loopt terug en zoent hem zacht, verkennend. Maar al snel staan ze innig te zoenen. "Ik houd van je." fluistert Britt. "Dat komt mooi uit." grapt Sel. Ze lachen allebei. "Denk je dat we het de rest moeten vertellen?" vraagt Britt. "Hmm, laten we het nog maar even zo houden. Je kent Tony en Ben." Britt maakt een instemmend geluid. Op de achtergrond horen ze de nieuwe van Anouk, Lost door het open raam naar binnen waaien. Britt kijkt op naar Sel. 'Wat een geweldige vrouw.' schiet er door Sel heen. Hij haalt zijn hand door haar haar en zoent haar teder. De telefoon begint te rinkelen. "Dat hebben wij weer." moppert Britt. Ze neemt op en kijkt schuldbewust naar Sel. "Met Britt. Hallo, ja. O, oke, ik kom haar wel even halen." Ze haakt in en loopt naar Sel. "Dorien heeft last van heimwee, ik ga haar even halen." legt Britt uit. "Zal ik wachten?" vraagt Sel. Britt knikt. "Graag." Sel salueert. "Kom voor elkaar, baas." Britt schiet in de lach.
Na een paar uur wachten komt Sam naar Tony toelopen. "Tony, het meisje redt het wel. Alleen ben ik bang dat ze een tijdje in de rolstoel zal zitten. Maar ik ben haar arts niet, ze wordt straks naar neurologie gebracht." "Is ze al bij kennis?" vraagt Tony. Sam schudt zijn hoofd. "Nee, nog niet. Je hebt een lekker blauw oog." wijst Sam. "Ja, rara hoe komt dat toch?" zegt Tony sarcastisch. "Tony, het spijt me. Ik liet me gaan. Ik was gewoon zo kwaad." probeert Sam uit te leggen. "Je hebt me nu overtuigd dat je niet voor Vera mag zorgen." antwoordt Tony vinnig. "Tony, ik hou van haar en van jou." smeekt Sam. "O ja? Niks van gemerkt. Als dat zou was, had je me niet geslagen, Sam." Sam buigt zijn hoofd. "Hoe kan ik het ooit goed maken?" vraagt hij wanhopig. Even slaat Tony hem geamuseerd gade. "Nou, je hebt geluk, ik ben vandaag in een goede bui. Als jij nou eens even met je zoon en dochter wilt praten, zal ik er over denken of je Vera mag zien." Sam kijkt haar verbaasd aan. "Mijn kinderen? Waarom?" "Omdat zij de reden waren dat het uit ging tussen ons, ze accepteerden me niet." legt Tony uit. Sam knikt. "Oke, deal. O ja, je mag wel even kijken bij dat meisje, als je wilt?" Tony knikt en volgt Sam. Ze lopen de kamer in en Sam laat hen alleen. Zacht neemt Tony plaats op een stoel naast het bed. Stil ligt het meisje in bed. Een infuus zit in haar bleke hand en langzaam druppelt er bloed door het slangetje .Tony wordt nog kwaad als ze aan het ongeluk denkt. Het meisje begint te kreunen en Tony kijkt naar haar. Lanzaam opent het meisje haar ogen. "Waar ben ik?" vraagt ze zacht. "Je bent in het ziekenhuis." antwoordt Tony. Even schrikt het meisje van de vreemde stem naast haar. Bang kijkt ze naar Tony. "Ssst, ik doe je niks. Ik ben Tony en wie ben jij?" stelt Tony haar gerust. "Samantha," fluistert ze zacht. "Wat is er gebeurt?" Tony aarzelt, maar als ze in de vragende ogen kijkt van Samantha, begint ze te vertellen. "Je bent geschept door een auto. Je hebt een behoorlijke smak gemaakt." Samantha kijkt stil voor zich uit. Opeens raakt ze in paniek. "Wil je niet mijn ouders bellen?" vraagt Samantha paniekerig. "Doe maar rustig, ik zal niet naar je ouders bellen als je dat niet wilt." Zacht streelt Tony het voorhoofd van Samantha. Al snel vallen Samantha's ogen dicht, maar Tony blijft strelen, bang dat ze wakker wordt. De deur gaat open en er komen twee zusters om haar naar neurologie te brengen. "Mag ik mee?" vraagt Tony. "Ja hoor." antwoordt een zuster vriendelijk. Ze halen het bed van de remmen en rijden met het meisje door een lange gang tot ze bij neurologie komen. Daar parkeren ze het bed in een een-persoonskamer. Tony neemt weer plaats op een stoel naast het bed. Stil kijkt ze naar Samantha. 'Waarom wil ze niet dat ik haar ouders bel?' vraagt ze zich af. Opnieuw opent Samantha haar ogen. "Tony?" vraagt ze. "Hier ben ik, rustig maar." Angstig kijkt Samantha Tony aan. "Ik, ik had zo'n enge droom. Ik droomde dat ze me weer..." ze barst in snikken uit. "Ssst, je bent veilig hier. Niemand kan je hier wat doen." Tony streelt Samantha's warme voorhoofd. "Samantha, luister eens. Ik moet zo weer gaan, maar morgen kom ik weer, oke?" zegt Tony dan. Samantha knikt en sluit haar ogen weer. "Zo moe." fluistert ze nog. "Slaap lekker." 
De volgende ochtend is Vanbruane voor de verandering maar weer eens te vroeg. Het komt gewoon door Max, hij is zo aardig. Haar gedachten glijden naar gisteravond. Hij was zo charmant. Als Nadine het teamlokaal inloopt, ontdekt ze dat ze niet de enige is die vroeg is. "Goedemorgen, Dierickx, wat ben jij vroeg?" vraag Vanbruane verbaasd. Tony glimlacht even. "Ja, ik was nogal vroeg wakker, vandaar." Terwijl Vanbruane naar haar kantoor loopt, valt het Tony op dat ze er gelukkig uitziet. Met moeite kan ze een glimlach onderdrukken. "Wat zit jij te glimlachen, Dierickx?" vraagt opeens iemand naast haar. Als ze opkijkt, ziet ze dat het Ben is. Opeens voelt ze dat ze bloost. He, verdorie, denkt ze. "Om Vanbruane, ze ziet er zo gelukkig uit." Nu kijkt Ben ook naar Vanbruane die vrolijk achter haar bureau zit. "Inderdaad, zou ze echt aan het daten zijn met de burgemeester?" vraagt hij zich hardop af. "Ik vermoed van wel, ja." Ze grinniken. Pasmans en Raymond komen het teamlokaal in. "Wat ziet die er vrolijk uit?" vraagt Pasmans terwijl hij naar Vanbruane wijst. "Ja ja, ze is aan het daten." zegt Tony geheimzinnig. "Met wie?" vraagt Pasmans nieuwsgierig. "Met de burgemeester." verklapt Ben. "Dat kan nog leuk worden." vindt Raymond. Tony schudt haar hoofd en doet haar computer aan. Tersluiks kijkt ze op de klok. Negen uur, anders is Britt ook niet zo laat. Zou er wat met Dorien zijn? vraagt ze zich af. Op dat moment loopt Britt het teamlokaal in. Achter haar komt Sel aan, met een grote grijns. Britt draait zich snel om. "Straks verraad je ons nog." fluistert ze. "Hoezo?" grijnst Sel. "Met die leuke grijns van je." glimlacht ze. "O." Snel haalt hij de grijns van zijn gezicht en loopt op z'n dooie akkertje naar zijn bureau. "Zo, meneer dacht toch nog maar te komen." geeft Ben hem van katoen. "Wat heb jij tegenwoordig?" vraagt Ben. Sel kan het niet laten om even te grijnzen. "Voor mij een weet, voor jou een vraag." Tony kijkt verbaasd op als ze Britt voor zich ziet staan. "Had je je overslapen?" vraagt Tony. "Nee." antwoordt Britt. "Is er iets met Dorien?" "Nee." Tony kijkt nadenkend voor zich uit. Opeens veert ze op. "Je hebt een nieuw lief." Britt kijkt haar verbaasd aan. "Hoe weet jij dat nou weer?" Tony zakt tevreden lachend onderuit. "Ik ben gewoon goed. Wie is het?" Britt gaat zitten en doet haar computer aan. "Voor mij een weet, voor jou een vraag. O ja, ik wilde Yamila nog even bellen voor een gesprek. Wil jij misschien naar Nadine gaan?" Tony knikt, staat op, loopt naar het kantoor en klopt. "Binnen." klinkt het. Tony stapt naar binnen en kijkt naar Vanbruane. "Tony, kan ik je helpen?" vraagt ze vrolijk. Tony kijkt even verbaasd naar haar commissaris, zo vrolijk heeft ze haar nog nooit mee gemaakt. "Uhm, ja, Britt en ik wilde graag Yamila Hamal nog eens uitnodigen voor een gesprek." "Ga je gang, ik wil ook weleens weten wat zij erover te zeggen heeft. Volgens mij heeft ze niks gezegd, he?" Tony schudt haar hoofd. "Inderdaad, haar man was haar steeds voor. Ik denk dat ze niks mag zeggen." "Oké, haal haar maar." Tony knikt. "Bedankt." Ze loopt het kantoortje uit en steekt haar duimen op naar Britt. "Bel haar maar, volgens mij kunnen we vandaag alles vragen aan Vanbruane, die heeft nergens problemen mee." zegt Tony blij. "Mooi." Met die woorden staat Ben op en loopt naar het kantoortje. "Wat ga jij doen?" vraagt Sel verbaasd. "Hehe, meneer wordt wakker. Ik ga vrij vragen." Ben heeft niet door dat Vanbruane intussen voor hem staat. "Vergeet dat maar, Vanneste. Je kunt vandaag veel bij me flikken, maar dat nog net niet." Ben kijkt naar haar op. "Jammer." Het hele team begint te lachen. Ben gaat weer terug aan zijn bureau zitten en Britt pakt de telefoon en belt Yamila. Ondertussen komt Carla binnen en overhandigt iets aan Tony. Terwijl ze dat doet, kijkt ze Raymond aan en likt weer langs haar lippen. Pasmans volgt het verbaasd. Als Carla weg is, kijkt hij zijn partner aan, die glimlacht. "Zeg, Raymond, wat is dat nu met Carla?" Raymond kijkt hem aan. "Niks Pasmans, helemaal niks." Pasmans trekt zijn wenkbrauwen op, maar zegt niks. Britt kijkt Tony aan. "Ze is hier over een kwartier." "Mooi, hopen dat ze iets zinnigs heeft te melden, deze zaak begint me de keel uit te hangen." zegt Tony. Op dat moment begint haar telefoon te rinkelen. "Dierickx. Ha Mihriban. Ja, ja, dat klopt." Het blijft even stil. "Dat meen je niet. Is, is het voorgoed? Oke, bedankt Mihriban. O ja, weet ze het zelf al? O, oke. Ja, doe ik. Dag." met een verontrust gezicht legt Tony de telefoon neer. Britt kijkt haar onderzoekend aan. "Tony, wat scheelt er?" "Niks, maar zou je iets voor me kunnen doen?" vraagt Tony. "Ja, tuurlijk." Even aarzelt Tony. "Vanmiddag even mee gaan naar het ziekenhuis." Britt kijkt even richting Sel, die het gesprek heeft gehoord. Die maakt een gebaar van 'ga maar' "Oke, is goed. Waarom?" "Dat leg je ik dan wel uit." Op dat moment komt Yamila aanlopen. "Jullie mij spreken willen?" Tony staat op. "Hallo, mevrouw Hamal. U bent snel." Yamila kijkt Tony onzeker aan. "Ja, ik gelijk gekomen." Ook Britt staat op. "Komt u maar meer." Ze gaat haar voor naar verhoor 1. Vanbruane gaat in het andere verhoor naar binnen en luistert mee. Tony en Britt nemen plaats tegenover Yamila. "Mevrouw, mij viel op dat u tijdens het vorige verhoor niets zei. Waarom?" valt Tony gelijk met de deur in huis. Yamila kijkt haar bang aan. "Jullie niks zeggen tegen man?" Britt schudt resoluut haar hoofd. "Beloofd. Vertelt u maar." Zenuwachtig steekt Yamila van wal. "Familie Mohammed is in België. Broer Mohammed toen zien dat Youssef is gehandicapt. Broer Mohammed toen is kwaad geworden. Hij gehandicapten niet willen als familie. Hij toen naar Youssef gegaan zijn. Ik achter hem aangegaan zijn. Ik zien dat broer Mohammed mijn Youssef..." Hier stokt haar verhaal. "Vertel het maar, Yamila. Je kunt ons vertrouwen." Yamila kijkt Tony even aan, en gaat dan verder. "Broer Mohammed Youssef toen met handen om zijn nek hem toen gewurgd." Vol afschuw kijkt Vanbruane mee. Ze drukt op een knopje. "Vraag hoe die broer heet." Yamila veert geschrokken op. "Wie dat? Dat broer van Mohammed." Ze barst in huilen uit. Britt staat op en knielt bij haar neer. "Nee, dat was onze commissaris. Ze staat daar achter. Hoe heet die broer van Mohammed en waar woont hij?" "Hij Achmed heten." Tony geeft haar een blaadje en Yamila schrijft het adres op.
Britt en Tony lopen het ziekenhuis in. In de auto heeft Tony het hele verhaal gedaan. Ze lopen de kamer in van Samantha. "Tony!" Samantha kijkt blij verrast naar de deur. Achter Tony ontdekt ze ineens nog een vrouw. "Wie is dat?" vraagt ze achterdochtig. "Dit is Britt Michiels, mijn collega." De blik in de ogen van Samantha verandert op slag. "Hallo, Samantha. Tony heeft het hele verhaal verteld." Mihriban komt binnen. "Ha, Tony, Britt." Samantha kijkt haar dokter verbaasd aan. "U kent hen?" vraagt ze verbaasd. "Ja, ze komen hier regelmatig om mensen te ondervragen." legt Mihriban uit. "Ondervragen? Hoezo dat?" "Weet je dat niet? Ze zijn van de politie." Abrupt schuift Samantha zo ver als ze kan bij Tony en Britt weg. "Jullie brengen me toch niet terug naar mijn ouders, he?" Britt schudt haar hoofd. "Natuurlijk niet. Maar, wil je me dan uitleggen waarom je niet naar je ouders wil?" vraagt ze vriendelijk. "Ze slaan me. Daarom ben ik weggelopen." Tony en Britt kijken elkaar begrijpend aan. "Dames," onderbreekt Mihriban hen. "Samantha, ik weet waarom je je benen niet kan bewegen." Samantha kijkt haar bang aan. Tony gaat naast haar zitten. Samantha vindt het wel prettig en leunt gespannen tegen Tony aan. "Door de klap die je maakte, zijn er een aantal pezen overbelast geraakt. Daardoor voel je nu niks in je benen." Samantha begint zacht te huilen. Tony slaat een arm om haar heen. "Is, is het voor al..altijd?" vraagt Samantha dan. "Nee, niet als je veel therapie volgt. Je zal wel niet meer zo veel kunnen lopen als vroeger, maar je zal kunnen lopen." "Gelukkig." antwoordt Samantha. Opeens schiet ze overeind. "Maar, ik heb geen geld. Dat zal ik nooit kunnen betalen!" Tony kijkt Samantha aan. "Maak je maar geen zorgen, dat regel ik wel." Verbaasd staart ze naar Tony. "Maar, u kent me niet eens." "Dat maakt me niks uit. Ik wil je helpen." zegt Tony resoluut. "Nou, Samantha, ik ga weer, als je het niet erg vindt." zegt Mihriban dan. "Nee, bedankt dokter." zegt Samantha. "Zit wel goed." Mihriban loopt de kamer uit. Samantha leunt uitgeput tegen Tony aan. "Maar, als ik uit het ziekenhuis kom, wat dan? Ik wil niet terug naar huis." Tony kijkt Samantha aan. "Daar heb ik al over lopen denken, misschien weet ik wel wat. Maar ik weet niet of jij het goed vind." Samantha kijkt Tony afwachtend aan. "Wat dan?" "Zou je het leuk vinden om een tijdje bij mij op te knappen?" Britt valt van verbazing bijna van haar stoel. Ook Samantha kijkt Tony ongelovig aan. "Jij? Op je woonboot?" vraagt Britt verbaasd. "Ja, waarom niet? Ruimte zat." Samantha valt Tony om haar hals. "O, dat lijkt me gaaf. Mag dat echt?" "Ja, hehe, anders zou ik het niet zeggen." Geamuseerd kijkt Tony naar Samantha, die helemaal door het dolle is. "Cool, echt waar, hartstikke gaaf." "Rustig, rustig, eerst moet je op knappen, anders mag je niet weg." toomt Tony haar in. Samantha knikt en gaat dan rustig liggen. Dan komt Mihriban binnen. "Het bezoekuur is om, dames." Tony en Britt nemen afscheid van Samantha. "Ik kom snel weer langs." belooft Britt. "Ik kom morgenochtend vroeg nog wel even." zegt Tony. "Gezellig." antwoord Samantha. Ze zwaait hen uit. Eindelijk een thuis, denkt Samantha en met die gedachte valt ze in slaap.
Na een paar weken mag Samantha naar huis. Intussen tijd heeft ze kennis gemaakt met het hele team. Allemaal aardige gasten. Tony komt vrolijk haar kamer in. Samantha zit al klaar in haar rolstoel. Met fysiotherapie heeft ze geleerd om met zo'n rolstoel om te gaan. "Ben je er klaar voor?" vraagt Tony vrolijk. "Helemaal, ik ben het hier ontzettend zat." lacht Samantha. Als ze de lift uitkomen, staat daar het hele team op haar te wachten. Boven hen hangt een spandoek. 'Welkom thuis.' staat er op. Haar gezicht begint helemaal te glinsteren. "Er staat een auto voor, madam." zegt Raymond deftig. Tony rijdt haar naar buiten en daar staat een mooie, glimmende wagen klaar. Samen met Tony stapt ze in en rijden naar de woonboot van Tony. Sel en Ben rijden op hun motor ieder aan een kant. Als ze er zijn, helpen Sel en Ben haar in haar rolstoel. Met grote ogen bekijkt ze de boot. Het lijkt wel een sprookje, denkt Samantha. Toch dringt het tot haar door dat ze eindelijk een veilig thuis heeft gevonden, met mensen die om haar geven. Dolgelukkig kijkt ze naar Tony op. Plotseling vliegt de deur open en komt Vera naar buiten rennen. "Mama!" Tony knielt neer en neemt Vera in haar armen. "He, kleine meid, dit is nou Samantha." Met ogen als schoteltjes kijkt Vera naar het meisje in de rolstoel. Ze maakt zich los van Tony en loopt naar Samantha toe. "Hallo, ik ben Vera." Ze steekt haar handje uit naar Samantha. Samantha pakt de hand. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, kruipt Vera op de schoot van Samantha. "Ik vind jou lief." zegt ze met een lief stemmetje. Ben rijdt Samantha de boot op. Eindelijk thuis.

Einde. 

Flikkie 

Start Omhoog
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*