Ongewenste verandering
‘Johan?’ Britt komt net thuis van werken, maar zag de auto
van Johan niet buiten staan. Terwijl hij eigenlijk wel allang daar had moeten
zijn. Want het was al ver na 7 en normaal is Johan er zeker al voor 6.
Er komt geen reactie. ‘Johan?!’ Maar ook nu komt weer geen
reactie, ook niet van Dorien die dan wel eens wil roepen dat hij later is of wat
dan ook.
Britt loopt de trap op en ziet tot haar verbazing dat Dorien
er niet is, net zoals Simon. Ze pakt haar gsm en belt naar die van Johan, maar
die wordt nie beantwoord..
Dan besluit ze naar het kantoor van Johan te bellen..
‘Met de secretaresse van meester Van Lancker.’ ‘Annie,
Britt hier. Is Johan daar ook?’ ‘Die is er nie. Sorry. Hij was vandaag al
vroeg vertrokken. Maar had verder niets gezegd.’ ‘Toch bedankt. Hij zal wel
komen, dadelijk.’ En ze hangen beide op..
Wanneer Britt klaar is met eten maken en er verder nog niemand
is besluit ze nog eens naar de gsm van Johan te bellen, maar die pakt nie op.
Net wanneer ze klaar is met eten en net heeft opgeruimd hoort
ze ineens de deur.. Ze loopt er direct heen.
‘Sorry mam, maar het was zo gezellig bij Simon.’ ‘Bij
Simon?’ Britt staat geheel verbaasd te kijken. ‘Maar die zou toch hier zijn?’
‘Hij slaapt voorlopig bij zijn moeder, had hij dat nie verteld dan?’ ‘Neen,
ik weet van niets. Maar weet je dan toevallig waar Johan is. Hij is nog steeds
nie thuis.’ Ineens denkt Dorien aan het briefje dat Johan vanmorgen heeft
gelegd naast het bed van Britt toen zij was weggegaan. Ze kijkt haar moeder aan,
maar eigenlijk langs haar en dan ziet ze het briefje liggen dat Johan vanochtend
daar heeft gelegd. ‘Mam?’ ‘Wat is er Dot? Waarom kijk je ineens zo
angstig?’ En dan draait Britt zich om en ziet ineens waar Dorien op doelt.
Als Britt naar haar bed loopt, loopt Dorien direct door naar
boven, want ze wil de reactie van haar moeder niet zien na het briefje te hebben
gelezen.
Dorien weet dat Johan het de laatste dagen hier heel moeilijk
had, alleen is ze niet zeker of Britt dat ook heeft gezien, want die is veel te
verliefd om ook maar iets negatiefs te zien, de laatste dagen. En ze heeft Johan
vorige week al aan dat briefje zien schrijven. En toen hij even naar de toilet
ging heeft ze stiekem een stukje gelezen, maar was daar zo van geschrokken dat
ze niet verder heeft gelezen en zich in haar kamer heeft opgesloten.
Britt gaat op haar bed zitten en pakt het briefje van Johan en
begint te lezen..
Lieve Britt,
Als je eens wist hoelang ik al over deze openingszin
heb gedaan. Dan weet je waarschijnlijk ook wel hoe
moeilijk ik het heb gehad om de rest van deze brief
op papier te zetten.
Na het lezen van deze eerste zinnen verschijnen er al tranen
in de ogen van Britt. En dan kijkt ze alleen maar de brief en ziet dat deze nog
bijna een kantje in beslag neemt.
Toch besluit ze verder te lezen.
Ik doe dit met pijn in mijn hart, maar ik kan niet anders.
Je moet me geloven als ik zeg dat dit misschien wel het
moeilijkste is wat ik ooit in mijn leven heb moeten doen.
Of nog ooit in de toekomst ga doen. Maar je moet weten
dat ik echt heel veel van je hou. Maar …
Bij het lezen van die laatste maar heeft Britt al een gevoel
wat er verder staat en de tranen lopen nu in grote getale over haar wangen. Ze
pakt het dichtstbijzijnde kussen en klemt dat tussen haar armen. Ze ruikt eraan,
maar dat had ze beter niet kunnen doen, want het was het kussen van Johan, dat
dus ook helemaal naar hem rook.
Dan komt Dorien beneden omdat ze haar moeder nog "truste"
wou komen zeggen, maar ziet dan hoe Britt op haar bed zit en deinst er toch wel
van terug.
‘Mam?’ Britt kijkt verdrietig op en veegt de tranen uit
haar ogen. ‘Jah lievie, wat is er?’ ‘Ik wou je een goede nacht komen
zeggen, maar denk niet dat dat nu het goede moment is.’ ‘Kom eens hier..’
En Britt klopt met haar hand op het bed en Dorien gaat naast haar zitten.
‘Wist jij dat Johan … ’ Dorien kijkt haar moeder vragend
aan en Britt geeft Dorien het briefje van Johan en begint hard te huilen.
Maar Dorien wil het eigenlijk helemaal niet lezen, dus dat
doet ze ook niet. Het enige waar haar hoofd nu naar staat is haar moeder te
troosten. Dorien slaat een arm om Britt..
Maar na een tijdje is Dorien in slaap gevallen en ziet Britt
dat en legt haar maar in haar bed en zelf gaat ze naar boven, naar het bed van
Dorien waar zij in gaat slapen. Maar eerst wil ze toch eigenlijk wel weten wat
er verder op dat briefje staat en begint te lezen..
Maar er is afgelopen week iets voorgevallen. En daardoor
durf ik u eigenlijk niet meer onder ogen te komen,
misschien heb je dat de afgelopen dagen ook wel gemerkt.
Sorry daarvoor. Maar Britt, je moet nie denken dat ik u
nu nie meer graag zie, want dat doe ik wel.. Heel graag
zelfs. Maar ik moet eerst mezelf weer terug zien te vinden
voor ik jou weer wil zien.
Liefs,
Johan.
Na deze laatste woorden van Johan begint Britt verschijnen de
tranen weer in de ogen van Britt, maar ze doet er alles aan om zich groot te
houden.. En dan valt ze in slaap.
‘Dorien, we moeten weg. Heb je alles?’ Dorien komt van
boven waar ze zich net heeft omgekleed. ‘Klaar.’ En ze vertrekken naar
school. Daar zet Britt Dorien af en kijkt of ze Johan ziet. Maar die is nergens
te bekennen.
‘Simon!!’ Dorien rent naar Simon toe. ‘Dot, wat is er?
Je ziet zo moe.’ ‘Waar is Johan eigenlijk heen?’ ‘Die moest weg voor
werk, hoezo?’ Dorien is bang dat ook Simon van niets weet.. ‘Ehm Simon, ik
ben bang dat Johan …’ ‘Wat?!’ Simon kijkt Dorien vragend aan want hij
heeft echt geen idee waar ze heen wil. ‘U papa is nie zomaar weg, volgens
mij..’ ‘Dorien, wat wil je nu eigenlijk zeggen?!’ ‘U papa en mijn mama
zijn …’ Dorien slikt duidelijk hoorbaar.. ‘Uit elkaar?’ vraag Simon
verbaasd. En Dorien bevestigd dit, maar rent dan ook direct naar de toiletten
binnen in school. Simon volgt haar..
‘Dorien, hoe weet je dat?’ Maar Dorien antwoord nie.. ‘Dorien?’
Dan komt Dorien 5 minuten later met een betraand gezicht
buiten. ‘Dorien, hoe weet ja dat?’ ‘Je had Britt gister moeten zien. En ik
denk dat ik u pappa ook de brief heb zien schrijven, alleen ik hoopte dat het
niet waar zou zijn, maar het is dus wel zo.’ Simon staat helemaal perplex en
weet niet wat hij moet doen, laat staan zeggen. ‘Vandaar dat hij zo ineens weg
ging en ik naar mama moest.’
Zodra Britt het commissariaat binnen komt wordt ze direct door
Nadine geroepen.. ‘Britt, kom eens.’ Britt legt haar tas op haar desk en
loopt door naar het bureau van Nadine.
Maar als Britt dan binnenloopt ziet Nadine in de blik van
Britt dat er iets nie helemaal pluis is. ‘Britt, wat is er? En zeg niet niets,
want ik zie dat er iets nie klopt.’ ‘Ik wil het er nie over hebben.. Sorry.’
‘Dat is nie erg, maar ik heb een zaak voor je en dacht dat jij die misschien
wel graag wou doen.’ ‘Wat is het? Wat voorn zaak?’ ‘Eentje waarbij je
naar hoe het ernaar uit ziet met Johan mag samenwerken.’ Nadine ziet Britt
ineens naar beneden kijken.. ‘Dat wil ik nie..’ zegt Britt nog net niet
huilend. En Nadine is ook nie van gister en snapt al direct wat er nu eigenlijk
mis is met Britt. En laat haar even alleen.
Als Nadine net buiten haar kantoortje stapt ziet ze Sofie aan
komen.
‘Sofie, kom eens mee.’ Sofie loopt met Nadine naar de
kantine. ‘Waarvoor moest ik nu eigenlijk meelopen?!’ ‘Wist jij dat Britt
en Johan uit elkaar waren?!’ Sofie kijkt Nadine verbaasd aan. ‘Wat zei u
nou. Britt en Johan?! Ik dacht dat het zo goed ging tussen hen. Ik snap het
nie..’ ‘Sofie, ik ook nie, en als ik Britt zou zie, ben ik bang dat zij het
ook nie helemaal snapt. Ze is echt kapot.’ ‘Zal ik eens met haar gaan
praten?’ Nadine knikt dat ze dat een heel goed idee vind.
’s Middags in de Combi als Britt en Sofie samen wat gaan
eten.
‘Britt? Is er iets, je bent zo afwezig vandaag.’ Sofie
ziet in de ogen van Britt dat ze het er heel moeilijk mee heeft. En dan bijt
Britt op haar lip. ‘Is het iets met Johan?’ En nu neem Britt express een
grote hap van haar broodje, zodat ze nie hoeft te antwoorden. Maar als Britt dan
haar mond leeg heeft bedenkt ze dat ze er eigenlijk wel over wil spreken dus
begint Sofie te vertellen wat er nu eigenlijk aan de hand is.
‘Sofie, ik snap het nie… Ineens was hij weg, zomaar.
Alleen heeft hij een briefje achter gelaten. Dat hij eerst zichzelf moest trug
vinden voor hij mij onder ogen kom komen..’ ‘Britt, weet je dan wat er
gaande was?’ ‘Ik heb geen idee.. Ik weet het echt nie..’ Sofie slaat een
arm om Britt heen.. Maar Britt slaat die van haar af. ‘Vind je het erg als ik
naar huis ga?’ ‘Helemaal nie Britt. Echt nie, en Nadine ook nie, denk ik. Ga
maar.’
Als Britt de deur opent ziet ze dat er iemand binnen is. En
gaat voorzichtig naar binnen. Dan ziet ze ineens op de tafel een paar tassen
staan. En heeft direct een idee wie binnen is.
Ze begint nu te twijfelen of ze wel verder naar binnenmoet
gaan, of ze dat wel aankan en besluit toch niet binnen te gaan en gaat op de
gang zitten, tegen de muur.
Johan heeft binnen eigenlijk niet eens doorgehad dat Britt de
deur heeft geopend, laat staan weet dat hij binnen is. Maar als hij buiten
loopt, ziet hij Britt zitten.
‘Johan?’ (verlangend) Maar Johan kijkt niet naar haar om
en loopt gewoon verder met de tassen in zijn hand. Britt staat op en pakt Johan
bij zijn hand. ‘Heb ik nie wat verklaring verdient?’ vraagt ze half huilend.
Britt hoort Johan dan duidelijk slikken en weet ook dat hij het er zelf moeilijk
mee heeft. ‘Johan?’ ‘Britt, alstublief.’ En Johan loopt verder met toch
wel een rot gevoel, maar hij kan Britt nog steeds niet onder ogen komen, voor
zijn gevoel dan.
Britt gaat geheel aangeslagen naar binnen en dan ineens ziet
ze dat Johan zijn sleutels op de tafel heeft laten liggen, maar het naar hem
toebrengen durft ze eigenlijk niet. Want zoals hij nu doet is ze niet van hem
gewoon. En ze weet toch wel dat hij dadelijk wel komt om zijn sleutels te halen,
maar wil daarop niet wachten, om Johan nog eens te zien. Dan bedenkt ze zich dat
ze toch nog boodschappen moet doen en besluit dat dit het juiste moment is. Maar
omdat ze zo van de wereld is trekt ze gewoon de deur achter zich dicht.
Als Britt met een tas vol boodschappen terug komt ziet ze een
briefje op de deur hangen en zet haar tas op de grond en begint te lezen.
Britt,
Mijn sleutels zijn nog binnen. Maar eigenlijk kan
je ze ook wel houden, het zijn de sleutels van uw huis.
Johan.
Britt houdt zich groot en loopt naar binnen nadat ze haar
boodschappen tas heeft gepakt. En zet zich dan op dan op de sofa met een kop
koffie.
‘Mam?’ Dorien kwam net thuis van school. En omdat Britt in
slaap was gevallen was ze haar vergeten op te halen en is ze thuis afgezet. ‘Mam?’
Britt schrikt daar wakker van.. ‘Dorien?’ En Britt kijkt op haar horloge en
ziet dan ineens dat het al na 6 is. ‘Hoe ben je nu eigenlijk
thuisgeraakt ?’ ‘Ehm, Johan heeft mij hier afgezet. Nadat ik bij Simon
heb gespeeld.’ En na dit gezegd te hebben loopt Dorien direct door naar de
keuken. ‘Wil je ook iets drinken mam?’ ‘Nee, dank je wel. Is Simon alweer
bij Johan dan?’ Want zover de informatie van Britt reikte wist zij niet beter
dan dat Simon bij zijn ex was. ‘Jah, hij stond gewoon op school op Simon te
wachten. Maar wel zijn hele auto stond vol tassen. Erg vreemd.’ Britt denkt
direct terug aan wat er hier zich die middag heeft afgespeeld.
Op het schoolplein staat Britt op Dorien te wachten, maar
aangezien Britt erg vroeg is vandaag kijkt ze eens rond of ze Johan ziet. Maar
die is er nog niet. Tot ze ineens hem in het oog krijgt. Alleen is ze niet zeker
wat ze nu moet doen, want als haar iets wel duidelijk is geworden is het dat hij
haar niet wil zien totdat hijzelf een stap in haar richting doet. Dan ineens
ziet ze Johan ook het schoolplein rond kijken maar denkt bij zichzelf dat hij
toch niet opzoek is naar haar, maar waarschijnlijk gewoon naar Simon. Maar als
ze dan op haar horloge kijkt ziet ze dat het nog minimaal 3 minuten duurt voor
de kinderen uit zijn. En nu begint ze zich toch te bedenken of hij naar haar aan
het zoeken was, al weet ze niet of ze dat nu als positief of negatief moet
opvatten. Britt begint zich nu ongemakkelijk te voelen en kijkt eigenlijk niet
geheel zelf doorhebbend de gehele tijd naar Johan, die dat na enkele minuten ook
doorkrijgt en dan direct zijn gezicht afwend. Dat is een heel harde klap die
Britt in haar gezicht krijgt.
Dan komen de kinderen buiten en ze zoekt driftig naar Dorien,
maar ziet dan dat die direct met Simon naar Johan toeloopt. Want Dorien wist
niet dat Britt haar vandaag zou komen afhalen, want de afgelopen twee weken, na
de breuk met Johan, is Britt geen enkele dag meer op school geweest om haar
dochter op te halen. Maar dan ineens ziet ze dat Johan Dorien probeert te
vertellen dat Britt aan de andere kant van het plein op haar staat te wachten.
‘Dorien, je moeder staat daar aan de andere kant op u te wachten.’ ‘Pap,
mag ze niet bij ons komen spelen?’ ‘Vandaag niet Simon.’ Simon kijkt Johan
helemaal teleurgesteld aan. ‘Zal ik anders aan mama vragen of je bij ons mag
spelen?’ ‘Ik zei toch dat het niet mocht vandaag!’ zei Johan boos. Zowel
Simon als Dorien schrokken een beetje van de uitspatting van Johan. ‘Zie ik je
morgen dan weer, Simon?’ ‘Tuurlijk, we hebben toch school.’ Dorien knikt
en dacht bij zichzelf, stom, dat wist ik toch. En Dorien liep naar Britt toe.
‘Tot morgen dan.’ Riep ze nog net naar Simon en Johan die direct wegliepen.
‘Pap, wat is er dat ik niet met Dorien mocht spelen vandaag?’
‘Dat is niets, alleen vandaag heb ik geen tijd, ik moet dadelijk direct weer
naar het Gerechtshof.’ ‘Maar dan kon ik toch beter bij Dorien gaan spelen?’
‘Simon, dat gaat gewoon niet. Klaar.’ Simon kijkt zijn vader nog eens aan en
ziet dat Johan niet helemaal lekker in zijn vel zit. ‘Gaat het wel pap?’
Johan haalt zijn schouders op. ‘Waarom zou het niet gaan?’ Simon kijkt zijn
vader serieus aan en ook Johan weet waarschijnlijk wel waar zijn zoon het over
heeft. En allebei zwijgen ze nu.
‘Britt.’ Britt neemt haar gsm op en kijkt op de wekker en
ziet dat het 5:53 uur is. ‘Ik weet dat ik je waarschijnlijk nu wakker bel,
maar er is een lijk gevonden in de haven.’ ‘Sofie?’ ‘Jah, maar kan je nu
komen dan?’ ‘En hoe moet dat met Dorien dan?’ ‘Hoe je dat normaal ook
doet.’ Maar dan ineens bedenkt Sofie zich dat ze dan Johan op Dorien liet
passen aangezien die dan daar toch vaak bleef slapen. ‘Sorry.’ Zei Sofie
daar snel achteraan. ‘Ik kom zo snel mogelijk.’ ‘Dan zie ik je zo wel.’
‘Als ik eerst even ga douche en zo, kan ik Dorien direct op school afzetten,
want ik weet toevallig dat die al redelijk vroeg open is.’
Britt zet Dorien dus heel vroeg af op school en ziet tot haar
grote verbazing ziet ze dat Simon daar ook al is. Maar eigenlijk is ze daar wel
blij om, omdat Dorien dan niet alleen is.
‘Goede morgen Britt’ zei Sofie met eigenlijk nog half
dichte ogen. ‘Goede morgen Sofie. Sorry dat het zo lang duurde, maar de school
was niet eerder open.’ ‘Dat is toch niks.’ Britt kijkt Sofie toch wel een
beetje opgelucht aan. ‘En wat hebben we eigenlijk?’ vroeg Britt. ‘Een lijk
in die container daar.’ En Sofie wijst naar een container zo’n 13 meter
verderop. ‘Als iets bekend van het slachtoffer?’ ‘Behalve dat het een man
is van ongeveer 35 jaar eigenlijk niets. En hij is net weggehaald.’ ‘Dan
blijft mijn ontbijt misschien nog op zijn plaats.’ Grapte Britt tegen Sofie.
Ze liepen naar de container toe en Britt zag al snel een
plasje bloed liggen. En kijkt direct om zich heen of ze niet meer aanwijzingen
ziet. Maar dat lijkt geen zin te hebben, want er is in die modderpoel hier niet
eens een voetstap of wat dan ook te zien. Wat dit onderzoek zeker niet zal
helpen. ‘Als iets gevonden? Ik bedoel, een soort van aanknopingspunt.’ ‘Ik
weet best wat je bedoelt Britt. Maar we hebben niets gevonden, wat wil je in zo’n
modderpoel als dit. Ik bedoel een beetje voetafdruk zie je niet meer na enkele
uren. En wat het eerste duidelijk werd was dat de man al zeker een uurtje of 48
dood moest zijn.’ ‘Zo lang al?’ vroeg Britt verbaasd. ‘Dus sporen vinden
wordt erg moeilijk in deze omstandigheden, ben ik bang.’ Merkte Britt op. ‘Ik
ben bang van wel. Laten we zo anders naar het commissariaat gaan of eigenlijk
moeten we wachten op het rapport van de lijkschouwing.’ ‘Zullen we anders zo
ergens aan ontbijten want wat ik vanochtend ophad, was niet veel.’
Samen vertrekken ze naar het commissariaat en gaan onderweg
nog even langs bij de bakker om warme broodjes te halen. ‘Britt? Slaap je nog
wel, je ziet er zo moe uit.’ Britt kijkt Sofie een beetje wazig aan en
daardoor weet Sofie het antwoord op haar vraag eigenlijk al. ‘Niet echt. Sinds
Johan.. Sinds dat hij weg is eigenlijk nog maar een paar uurtjes per nacht.’
‘Heb je nu al met hem gepraat?’ ‘Hij wil me niet zien Sofie, hij wil me
niet zien.’ ‘Maar je hebt hem dus wel al gezien?’ ‘Gister nog. Bij
Dorien op school, maar zodra hij doorhad dat ik naar hem zat te kijken wende hij
direct zijn hoofd af.’
‘Britt, Sofie, zo vroeg al hier?’ vroeg Nadine zich
verbaasd af toen ze hun binnen zag komen. ‘Moord in de haven, we waren
opgeroepen.’ ‘Kom mij eens briefen.’ Sofie loopt naar het kantoortje van
Nadine. ‘Er is vanochtend een lijk in een container in de haven gevonden. Een
man van naar we schatten zo’n jaar of 35, maar verder niets bekend.’ ‘Tijdstip
van overlijden?’ ‘Naar wat ze konden zien al iets van 48 uur, maar het is
afwachten wat het rapport zegt. Maar we kunnen verder niets beginnen.’ Nadine
kijkt Sofie verbaasd aan en Sofie geeft uitleg. ‘Het is daar een grote
modderpoel. Zelfs na ongeveer een half uur waren mijn voetafdrukken niet meer te
zien, moet je nagaan van een voetafdruk van ongeveer 48 uur.’ ‘En verder
hebben jullie ook niets gezien? Of gevonden?’ ‘Helemaal niets. Maar
misschien als het straks wat lichter is dat we meer kunnen zien. Want het was
natuurlijk erg vroeg.’ ‘En donker.’
‘Britt, kom je mee? We gaan terug naar de haven. Nu het iets
lichter is hebben we misschien meer kans om iets te vinden.’ Britt pakt haar
jas en samen lopen ze naar de auto. Onderweg wordt er aan hun geen voorrang
verleent en worden ze vol geramd door een andere auto, van links. Die duidelijk
te hard reed. En die reed vol in de deur van Britt, en hun auto werd enkele
meters opzij geslingerd. ‘Britt?’ vraagt Sofie, die licht gewond is, maar
ziet dat Britt haar hoofd bloed en dat ze klem zit. ‘Britt? Hoor je mij?’
Sofie zoekt naar haar gsm en belt naar het commissariaat. ‘Politie Gent, met
Carla.’ ‘Carla, met Sofie, mag ik Vanbruane?’ ‘Een momentje.’ Carla
verbindt Sofie door naar Vanbruane. ‘Vanbruane.’ ‘Nadine, Sofie hier…’
Maar dan hoort Sofie op de achtergrond al Bruno het kantoortje van Nadine binnen
lopen. ‘Britt en Sofie zijn betrokken bij een ongeval!’ ‘Sofie? Die heb ik
nu aan de telefoon.’ ‘Commissaris, kunnen wij daarheen?’ ‘Ga maar.’
Nick en Bruno rijden naar de plek van het ongeval en onderweg
melden zij het direct aan Raymond en Pasmans die ook direct afkomen.
Sofie is het gelukt om uit de auto te kruipen en die hoort de
ambulance al aankomen. Ze loopt naar Britt toe. ‘Britt? Britt?’ Maar Britt
reageert niet. Als Sofie dan in de richting van de andere auto kijkt, ziet ze
dat ze de bestuurder kent. En die ziet er ook niet al te best uit. En ze is blij
als ze Bruno en Nick aanziet komen rijden.
Nick rent direct naar Sofie toe. ‘Wat is er gebeurd?’ ‘We
zijn geramd door die auto aar, hij kwam van links.’ ‘De klootzak.’ ‘Nick,
ik heb als ik zo kijk al een vermoeden wie het is.’ Zegt Sofie heel moeizaam,
want die voelt nu ineens pijn in haar maag opkomen. Nick doet enkele stappen in
de richting van de auto van de andere bestuurder. ‘Van Lancker..’ Zegt hij
ongeloofwaardig. Hij kan niet begrijpen dat juist hij Britt en Sofie moest
rammen. Dan ineens ziet Nick dat Sofie neerzakt naast de auto. ‘Sofie?!’
Nick rent nu naar haar toe en gebaard aan Bruno die de mensen aan het afhouden
was dat hij naar de auto van Johan moest gaan. Niet veel later komt de ambulance
ook aan, tegelijk met Raymond en Pasmans.
‘Wat kunnen wij doen?’ vraagt Pasmans aan Nick. ‘Ik weet
het niet Pasmans, ik weet het niet. Ik denk dat we de broeders gewoon hun werk
moeten laten doen.’ En terwijl hij dat zegt kijkt hij direct in de richting
van Britt, die echt hulp nodig heeft. Maar waar inmiddels toch al wel iets van 3
broeders omheen staan. ‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’ ‘Zie zelf maar die
auto daar Pasmans. Het was Johan.’ Pasmans schrik hevig, net zoals Raymond die
naast hem stond. Raymond loopt naar Bruno toe, die inmiddels al bij Johan was
aangekomen. Maar Raymond kan zich niet geheel inhouden en sleurt Johan uit de
auto, die nog niet geheel door lijkt te hebben wat er nu is gebeurt. En al
helemaal niet wie hij heeft geramd. ‘Hoe heb je dat kunnen doen?!’ En
Raymond pakt Johan bij de kraag van zijn jasje en trekt die erg omhoog waardoor
Johan echt begreep dat er iets niet pluis was. ‘Wat?’ vroeg Johan. En
Raymond draait Johan zo, zodat hij het wrak van de auto van Britt en Sofie ziet.
Johan rukt zich los van Raymond en probeert met zijn laatste kracht naar het
wrak te lopen en ziet dan dat Sofie op de brancard ligt en de eerste ambulance
wordt ingereden.. En dan komt er ineens een broeder naar hem toe gelopen. ‘Ik
denk dat u beter ook even mee kan komen meneer, want zo te zien heeft u ook wat
verzorging nodig.’ En die broeder begeleid Johan naar een andere ambulance,
maar van daaruit kan hij net naar het wrak kijken en kijkt toe hoe Britt uit het
wrak wordt geknipt door de brandweer. En daar stort Johan ineen. Hij kan niet
geloven dat hij de oorzaak is van dit alles. En kan ook niet moedeloos zitten
toekijken hoe Britt daar zo voor haar leven ligt te vechten. ‘Meneer, ik vrees
dat u even mee zal moeten naar het ziekenhuis, want ik vertrouw het niet
helemaal.’ ‘Maar ik wil helemaal niet mee.’ ‘Het is voor u eigen
bestwil. En ik vrees dat u anders nu mee moet naar het commissariaat, aangezien
de politie al in onze richting komt. En een onderzoekje is absoluut niet erg
meneer.’ ‘Maar snapt u het dan niet. Ik wil verdomme hier blijven. Of in
ieder geval totdat ik weet hoe het met die mevrouw gaat.’ En Johan wijst in de
richting van Britt. ‘Ik zou het niet weten meneer. Maar u kunt echt beter even
meekomen.’ Uiteindelijk besluit Johan dat het misschien toch wel een goed idee
is om mee te gaan.
In het ziekenhuis mag Sofie inmiddels alweer weg, net zoals
Johan die ze onderweg tegenkomt. ‘Nick, wil je ons even alleen laten,
alsjeblief?’ En Nick besluit dan maar koffie te gaan halen voor hun drie.
‘Sofie, het spijt mij.’ ‘Ik vrees niet dat je hier zo
gemakkelijk vanaf komt.’ ‘Dat weet ik ook wel.’ Johan kijkt Sofie
beschaamt aan. ‘Wat is er gebeurd, Johan, wat is er daarstraks gebeurd?’ ‘Ik
weet het niet. Echt niet. Ik weet niet wat er is gebeurd. Jah, dat ik jullie heb
geramd, geloof ik.’ Johan gaat erbij zitten en voelt zich schuldig, hele erg
schuldig. ‘Geloof je? Ik weet het verdomme wel zeker.’ Nu kijkt Johan naar
de vloer. ‘Johan, kijk mij eens aan.’ Maar Johan durft dat eigenlijk niet
meer. ‘Verdomme Johan.’ Sofie pakt Johan bij de kin en duwt die omhoog en
ziet dan direct de tranen in de ogen van Johan en dat hij op zijn lippen bijt.
‘Ik wou dat ik de tijd terug kon draaien.’ Zegt Johan, die probeert niet te
laten merken dat hij eigenlijk aan het huilen is, maar weet eigenlijk ook wel
dat Sofie dat allang heeft gezien. ‘Terug draaien naar wanneer Johan?’ vroeg
Sofie, en die vraag kwam bij Johan nogal hard aan. ‘Weet ik niet. Ik zou het
niet weten. Misschien naar het moment voor ik Britt ontmoette.’ En Sofie was
best wel aangeslagen door dit antwoord, want als ze eentje niet had verwacht,
was het deze wel. ‘Dan had ik niet deze fout kunnen begaan en al helemaal niet
die van twee weken terug.’ ‘Je bedoeld dat … ehm, briefje wat je hebt
geschreven?’ Johan knikt. ‘Waarom heb je dat verdomme dan niet aan Britt
verteld. Ze was helemaal kapot daardoor en wat zeg ik, nu nog steeds.’ ‘Dat
is nu te laat, en dat weet je verdomme.. Moet je kijken wat ik jullie net heb
aangedaan. Ze vecht nu voor haar leven en dat is mijn, MIJN schuld.’ En na
deze woorden staat Johan op en loopt weg. Maar dan loopt hij terug naar Sofie.
‘Ik wou dat ik op de plek van Britt zat.’
Als Johan dan buiten het ziekenhuis komt, bedenkt hij zich
ineens dat hij naar het commissariaat moet. Vanwege het ongeval. En Johan loopt
in de richting van het commissariaat. Daar aangekomen kan hij direct doorlopen
naar verhoor 1, waar hem Vanbruane en Bruno verwachten. ‘Goede middag.’ ‘Wat
je een goede middag noemt..’ zegt Bruno sarcastisch. ‘Gaat u zitten, meester
van Lancker.’ En Johan neemt plaats aan de overzijde van de tafel. ‘Kunt u
mij precies vertellen wat er is gebeurd?’ vroeg Nadine. ‘Om u eerlijk te
zeggen. Ik weet niet wat er nu precies gebeurd is vanmorgen. Ik reed .. op de
auto van Britt en Sofie in.’ En na dit gezegd te hebben, kijkt Johan naar
beneden en bijt op zijn lip. ‘En verder?’ ‘Waarom zat ik verdomme niet op
de stoel van Britt!’ riep Johan half huilend uit terwijl hij opsprong en met
zijn vuisten op de tafel sloeg. ‘Meester van Lancker?’ En Johan probeert
zich weer bij elkaar te rapen en gaat weer zitten. ‘Sorry.’ ‘Meester, weet
u echt niet wat er nu vanmorgen is gebeurd?’ Johan wrijft met zijn handen door
zijn haar. ‘Echt niet. Ik weet het echt niet. Ik wou dat ik de tijd terug kon
draaien. Dat heb ik Sofie net ook al verteld.’ ‘Heeft u al met Sofie
gesproken?’ vroeg Nadine verbaasd aan Johan. ‘In het ziekenhuis, jah.’ ‘Wat
vreemd, want ze heeft nog niets van zich laten horen.’ ‘Maar bon. Geen
opzet?!’ ging Nadine verder. ‘Hoe durft u dat te denken. Waarom zou ik met
opzet Britt pijn doen!!!’ Johan kon deze opmerking echt niet hebben. ‘Dat is
niet de eerste keer in deze korte tijd. Ik kan mij nog iets van zo’n twee
weken geleden herinneren.’ Bruno kijkt zowel Nadine als Johan verbaasd aan.
‘Britt was, enfin, is daar nog steeds helemaal kapot van.’ ‘Wacht even.
Zijn jullie uit elkaar?’ ‘Wist je dat nog niet. Dat Johan en Britt uit
elkaar waren?’ vroeg Nadine verbaasd aan Bruno, maar zag direct aan zijn
gezicht dat hij nu iets volkomen nieuws hoorde. Dan kijkt Johan opeens op zijn
horloge. En ziet dat het inmiddels al best laat is. ‘Shit, de kinderen. Die
zijn nog op school. Ze weten van niets.’ ‘Misschien is dat beter zo..’ ‘Ze
staan op ons te wachten. Enfin, Dorien op Britt en Simon op mij. Kan ik ze
halen?’ ‘U gaat hier niet weg, sorry.’ ‘Bruno, haal jij ze op?’ Bruno
staat op en vertrekt om de kinderen bij school op te halen. Nadat hij de deur
achter zich heeft gesloten. ‘En waar waren wij gebleven?’
Op school aangekomen ziet Bruno Dorien en Simon direct zitten
en loopt naar hen toe. ‘Komen jullie mee?’ vraagt Bruno, maar dan komt de
juf buiten. ‘Kan u eerst even met mij meekomen meneer?’ Bruno loopt met de
juf naar binnen. ‘Waarom komt u ze ophalen?’ ‘Mevrouw Michiels heeft
vanochtend een ongeluk gehad, en ligt met nog onbekend letsel in het ziekenhuis.’
‘En meneer van Lancker?’ vraagt de juf verder, maar wel aangeslagen. ‘Hij
heeft.. Hij is op haar ingereden..’ De juf schrik ook hevig van alles wat haar
net verteld is. ‘En nu?’ vraagt ze bezorgt. ‘Dat weet ik ook niet. Ik heb
enkel van de commissaris opdracht gekregen om zowel Dorien als Simon op te halen
van school. Ik heb ook geen idee hoe we het aan hun moeten vertellen. Vooral
niet aan Dorien. Aangezien die natuurlijk al haar vader is verloren en nu haar
moeder met onbekend letsel in het ziekenhuis ligt. Want het zag er niet al te
best uit.’ ‘Als ik iets kan doen…’ ‘Dan hoort u het wel.’
Bruno komt weer terug op het schoolplein. ‘Bruno, waarom kom
jij ons ophalen?’ ‘Het is nogal moeilijk omdat hier uit te leggen. We gaan
nu gewoon naar het commissariaat.’
Op het commissariaat komt Nadine direct naar Bruno toegelopen
als hij binnen komt. ‘Gaan jullie maar iets te drinken halen, Bruno komt zo
terug.’ En de kinderen lopen naar de blikjesautomaat en pakken allebei een
cola. ‘Kom eens mee.’ En Nadine neemt Bruno mee naar verhoor 1, waar Johan
ook nog steeds zit. ‘Meester van Lancker, de kinderen zijn nu hiernaast wat
drinken aan het halen en dadelijk laten we ze hier bij u.’ ‘En dan?’ ‘Dan
mag u ze vertellen wat er is gebeurd. En daarna mag u ook direct aan Dorien
vertellen dat haar moeder in een coma ligt.’ Bruno en Johan kijken beide
verschrikt naar Nadine op. Johan begint te huilen en met zijn hoofd te schudden.
‘Waarom deed je je zonneklep dan ook niet gewoon omlaag. Eigenwijze
klootzak!!!!’ ‘Kwam het door de zon? Waarom heeft u dat net dan niet
verteld?’ vroeg Bruno direct. ‘Wat maakt het ook uit. Ik krijg daarmee Britt
niet terug.’ ‘Maar u kan nu wel met de kinderen naar huis, want u heeft geen
schuld.’ ‘En wat moet ik hun dan dadelijk vertellen? Dorien, Simon, door de
zon zag ik een auto niet. Ben ik er vol op in gereden en even tussendoor... Het
was de auto van u mama, Dorien. Die nu in het ziekenhuis ligt. In coma.’ Zelfs
Nadine en Bruno die het al van Britt wisten, schrokken heel erg bij het horen
van deze uitleg. ‘Dat lijkt me niet zo een goed idee.’ Zei Nadine. ‘Maar
mag ik nu even iets tussendoor vragen?’ ging Nadine verder. ‘Wie gaat er nu
voor Dorien zorgen?’ En eigenlijk uit een soort van automatisme kijkt ze naar
Johan. ‘Ik denk niet dat ik dat kan. En weet eigenlijk wel zeker dat Dorien nu
niet bij mij wil zijn. Ik heb haar dit tenslotte aangedaan. Kan u anders Tony
niet vragen?’ ‘Shit Tony!’ roept Nadine ineens uit. ‘Die weet ook nog
van niets.’
Als de kinderen inmiddels hun cola al bijna ophebben zien ze
Sofie langslopen. ‘Sofie!’ roept Dorien blij uit. En Sofie loopt naar haar
toe en weet ook direct dat ze nog niet heeft gehoord dat haar moeder in coma
ligt. ‘Dorien, wat doe jij hier?’ probeert ze zo verbaasd mogelijk te
zeggen. ‘Bruno heeft ons op school opgehaald. Maar wat is er met jou gebeurd?
Je halve gezicht is blauw.’ ‘Laten we het houden op een klein ongelukje.
Maar Dorien, weet jij toevallig waar Nadine is?’ ‘Volgens mij is ze met
Bruno in een van de verhoorkamers binnengelopen.’ ‘Dank je.’ En Sofie
klopt op de deur van verhoor 1 en hoort Nadine roepen dat ze bijna klaar zijn,
dus Sofie weet voldoende en loopt binnen. ‘Sofie?’ ‘Dag commissaris, Bruno
en Johan.’ Die ze boos aankijkt. ‘Sofie, Johan kon er niets aan doen. Hij
werd verblind door de zon.’ ‘Die was inderdaad best heftig. Maar waarom heb
je dat niet eerder gezegd Johan?’ ‘Alsof het iets uitmaakt.’ En Nadine
kijkt hem aan, waardoor Johan de hint maar al te goed begrijpt en zijn mond
verder houdt. ‘En wie gaat het de kinderen dadelijk vertellen, want Dorien
vroeg net al aan mij wat er met mij gebeurd was, vanwege mijn half blauwe
gezicht.’ ‘Ik zal hun dadelijk gaan vertellen. En ik kan niet vaak genoeg
zeggen dat het me spijt. En de tijd wil terug draaien, maar daar heb je niets
aan.’ ‘We weten nu hoe het komt. Het is niet erg Johan. Niet dat je werd
verblind door de zon. Maar de gevolgen wel.’ Johan kijkt beschaamd naar
beneden. ‘Trouwens, Nick is in het ziekenhuis. Bij Britt. Hij wou haar niet
alleen laten.’ ‘Dat is goed Sofie. En Johan, het komt goed, Britt is een
sterke.’ ‘Dat is ze ook. Maar hoe denkt u dat het is. De schuld aan dit
alles hebben. Dat is onverdraagbaar. En vooral omdat het Britt is.’ En er
komen weer tranen in het gezicht van Johan. ‘We zullen erbij blijven, als je
het ze verteld, als je dat goed vind dan eh.’ Stelt Sofie voor. ‘Graag.’
En er verschijnt een soort van glimlach op het gezicht van Johan, dat ze hem
hierbij willen helpen.
Dan gaat Sofie naar buiten en loopt naar Simon en Dorien. ‘Komen
jullie eventjes mee?’ ‘Waarom Sofie, wat is er?’ Vraagt Dorien. ‘Dat
hoor je zo wel.’ EN ze lopen met z’n drieën naar verhoor 1. Daar zien ze
direct Johan zitten. En Simon loopt direct naar zijn vader. Maar ziet dan zijn
gezicht, ook half open en zijn kleren zijn een beetje bebloed. ‘Wat is er
gebeurd?’ ‘Johan, wat is er gebeurd, waar is mama?’ ‘Dorien. Vanmorgen
is er een ongeluk gebeurd en …’ Voordat Johan zijn zin kon afmaken begon
Dorien te huilen en liep weg, maar Sofie hield haar tegen. ‘Britt ligt nu in
het ziekenhuis.’ Maar in plaats van dat Dorien nu huilend wegloopt, doet Johan
dat en gebaard dat niemand hem moet volgen. En iedereen in het verhoor heeft dat
ook door en ze zijn druk met Simon en Dorien. ‘Hoe is het met mama?’ vraagt
Dorien huilend. ‘Ze ligt in een coma, Dorien. Maar het komt goed.’ Probeert
Nadine troostend te spreken, maar het lijkt niet echt te werken. Dorien begint
nu nog harder te huilen en zoekt troost bij Simon, want die is het dichtst in de
buurt. ‘Maar wat is er met papa?’ ‘Die heeft het er gewoon moeilijk mee,
dat Britt in het ziekenhuis ligt.’ Zegt Sofie. ‘Maar hij is ook gewond.
Toch?’ Sofie kijkt Nadine en Bruno aan en weet nu eigenlijk niet wat ze moet
zeggen. ‘Ik weet het niet Simon, wat er met hem is gebeurd. Dat moet je maar
zelf gaan vragen.’ ‘Mag ik naar mama?’ en kijkt daarbij Nadine aan.
Inmiddels is Johan op weg naar het ziekenhuis, want wil
eigenlijk toch wel heel graag bij Britt zijn. En hopen dat zij hem hiervoor ooit
zal vergeven. Dan ineens bedacht hij zich wat hij in die brief had geschreven.
Dat wat hij daar schreef waarschijnlijk het moeilijkste was uit zijn leven. Maar
Britt, als ze bijkomt, vertellen dat hij de oorzaak is van dit alles, wordt echt
onmogelijk en het moeilijkste uit zijn leven.
Als Johan bij de balie aankomt, vraagt hij waar Britt ligt en
dan wordt er gezegd dat ze op de intensive care ligt. En ondanks dat hij dat wel
had verwacht, schrok hij er toch nog van. En Johan loopt dan naar de IC en ziet
daar al snel Britt liggen, maar ook Nick naast haar zitten en hij kijkt erg
bezorgd. Nick kijkt om en ziet daar Johan staan, staat op en loopt in zijn
richting. ‘Wat doe JIJ hier?’ vroeg Nick erg vijandelijk, maar wel op zacht
volume. ‘Laat ook maar.’ En Johan draait zich om, na nog even naar Britt te
hebben gekeken en vertrekt hij geluidloos. Nick loopt terug naar Britt en gaat
weer naast haar bed zitten. Niet veel later komt nu ook Sofie. Die eerst zelf
wou kijken hoe Britt er bij lag, voor ze Dorien mee wou nemen. Ze tikt
voorzichtig op de schouder van Nick. ‘Hey Nick. Is er al iets veranderd?’
‘Helemaal niets. Ik weet ook niet wat ik moet denken. Om Britt hier zo.. ’
Dan gebaart hij dat het misschien beter is als ze op de gang verder gaan praten.
Zo gezegd zo gedaan en lopen Sofie en Nick naar de gang. ‘Ik vind het zo
moeilijk Britt hier zo te zien liggen en niets te kunnen doen.’ ‘Wij
allemaal. Al ben jij natuurlijk de enige die haar nog heeft gezien zo. En Johan,
waarschijnlijk.’ ‘Die is langs geweest jah, en ik ben hem vriendelijk
verzocht weer te vertrekken.’ ‘Wat?!’ zei Sofie. ‘Shit, jij wist het nog
niet. Johan had geen schuld. Het was de zon die hem verblindde. En ik moet
toegeven, die was echt heel fel.’ Ze kan zien dat Nick eigenlijk wel opgelucht
is dat Johan niet echt de schuld had. Tuurlijk was hij schuldig, maar aan die
zon kon hij niets doen. ‘Hij is pas net vertrokken. Ik zal hem zoeken.’ En
Nick loopt weg en Sofie gaat naar Britt en zet zich naast haar bed.
Wanneer Nick het ziekenhuis buiten gaat, ziet hij Johan voor
het ziekenhuis zitten, loopt naar hem toe. ‘Mag ik hier zitten?’ vraagt Nick
aan Johan. En Johan knikt dat hij het best vind. ‘Sorry van daarstraks. Ik
wist niet dat .. ’ ‘Tuurlijk heb ik wel schuld. Alleen verblindde de zon me
en zag ik daardoor niets meer. Dus ook niet de auto van Britt en Sofie.’ ‘Hoe
nu verder?’ ‘Ik denk dat ik hier weg ga. Ver weg van hier. En dan laat ik
Simon wel bij mijn ex.’ ‘En Britt dan?’ ‘Wat zou zij nu nog van mij
willen. Ik bedoel wij waren al niet meer samen. Al wist je dat waarschijnlijk
nog niet, net zoals je collega.’ Nick houdt verstandelijk zijn mond, want
snapt ook wel dat Johan zijn hart wil luchten. ‘Wat zou jij dan van je ex
willen, die je eigenlijk, achteraf gezien zonder verklaarbare rede aan de kant
heeft gezet. En die je ook nog eens in coma heeft gereden. Daar wil je toch
niets meer mee te maken hebben. Laat staan dat je die nog wil zien. En dan
Dorien, als die erachter komt dat ik degene ben die haar moeder dit heeft
aangedaan, wil ze me ook nooit meer zien. En Simon waarschijnlijk ook niet. Want
die begon volgens mij Britt al een beetje als een moeder te zien.’ Maar dan
staat Johan op en loopt weg. ‘Laat me maar even, oké?’ ‘Neem alle tijd.’
En ook Nick staat op. ‘Nog een ding, ga naar haar toe Johan, ga naar Britt. En
wacht daar niet te lang mee.’ En Johan wuift dat hij dat wel zou doen.
Als Nick terugkomt bij de IC, ziet Sofie hem direct en loopt
naar hem toe. ‘En?’ ‘Hij is echt van de kaart en zit erover te denken weg
te gaan. En ik bedoel niet een weekje.. Voor altijd. Weg, helemaal weg. Hij is
er zelfs bereid voor Simon voor op te geven. Ik ben bang dat hij Britt echt niet
meer onder ogen durft te komen. En nu heb ik eigenlijk spijt dat ik hem
daarstraks had weggestuurd, want het is voor hem natuurlijk heel moeilijk om
hier heen te komen.’ Sofie staat Nick met grote, verbaasde ogen aan te kijken.
‘Hij is bereid Simon bij zijn ex te laten, zei je dat nu?’ ‘Dat zei ik jah.
Als ik hem net goed begreep. Weten zowel Dorien als Simon nog niet dat hij het
ongeluk veroorzaakt heeft.’ Sofie knikt. ‘Hij is nadat hij had gezegd dat
Britt een ongeluk heeft gehad huilend het verhoor uitgelopen en waarschijnlijk
direct naar hier gekomen.’
Johan, die nu eenzaam in zijn huis zit, omdat het hem beter
leek dat Simon nu bij zijn moeder was en Dorien bij iemand anders, omdat hij het
hun na het eten heeft verteld dat hij de oorzaak was van het ongeval. En hij
heeft hun reactie niet eens afgewacht en is toen direct vertrokken, want hij had
al geregeld dat Simon en Dorien daar terecht konden.
Johan is inmiddels begonnen met wat spullen bij een te rapen,
ondanks dat hij eigenlijk niet eens weet wat hij nu wil doen. Hij wil wel naar
Britt, maar durft het niet. Zeker niet omdat de waarheid dan zo dicht bij is.
Dus besluit hij het maar weer op papier te zetten..
Lieve Britt,
Ik weet wat ik de vorige keer in die brief had
geschreven, dat dat waarschijnlijk het moeilijkste was
wat ik ooit zou moeten zeggen, maar je gaat het gewoon
niet geloven. Wat ik nu ga zeggen zal nog veel
moeilijker
zijn. En ik zal ook begrijpen als je me nu niet meer wilt
zien. Maar omdat alvast gemakkelijker te maken. Ik ga
hier toch weg. Dus daar hoef je je geen zorgen over te
maken.
Laat ik nu maar eens beginnen met de rede dat ik deze
brief schrijf. Al weet ik niet eens waar ik moet beginnen.
Ik hoop dat het nu beter met je gaat. Dat zal haast wel,
want als je dit leest, ben je in ieder geval al uit je
coma
ontwaakt. En het is mijn schuld dat je daarin bent
geraakt. Ik ben degene die jullie heeft aangereden. Ik ben
degene die je al die pijn heeft aangedaan. En omdat ik je
verdere pijn wil besparen, ga ik weg. En zal ik zowel uit
jou leven verdwijnen als uit die van Dorien en
waarschijnlijk ook uit die van Simon. Zoek mij ook niet.
En bouw je eigen leven opnieuw op.
Maar vergeet een ding niet. Ik hou heel erg veel van je
en zie je ontiegelijk graag. Maar nu durf ik je gewoon
niet meer onder ogen te komen en dit lijkt me de beste
oplossing.
Heel veel liefs,
Johan.
Johan pakt een envelop en schrijft daar de naam van Britt op.
De volgende dag gaat Johan naar het commissariaat en loopt
direct door naar het bureau van Sofie. ‘Sofie, als Britt bijkomt, zou je haar
dit willen geven?’ ‘Tuurlijk, maar mag ik vragen wat erin staat?’ ‘Vragen
mag, maar vind je het erg dat ik niet antwoord. En als je gister nog met Nick
hebt gesproken, weet je waarschijnlijk ook wel wat erin staat.’ ‘Je bedoelt
dat hierin staat dat je weggaat. Weg, zonder terug te komen?’ ‘Helemaal
juist.’ En Johan vertrekt direct weer. ‘Dag Sofie.’ ‘Johan, wacht.’ En
Sofie rent achter Johan aan. Maar Johan loopt gewoon verder en wil hiermee dus
laten blijken dat hij het echt meent.
Later op die middag, besluit hij nog een keer naar het
ziekenhuis te gaan om Britt nog een keer te zien voor hij weggaat. Maar als hij
daar komt, ziet hij dat Dorien bij haar moeder is en het lijkt hem beter ook
Dorien niet meer onder ogen te komen en besluit weg te gaan, na ongeveer 5
minuten van een afstandje te hebben toegekeken. Het enige dat Dorien hoorde
achter zich was ‘Dag lieve Britt, ik zal je missen.’ Dorien herkende de stem
van Johan, meer keek niet om.
‘Dorien, ga je vanmiddag weer naar je moeder?’ vroeg Simon
een week later op school. ‘Jah.’ Maar echt vrolijk keek ze er niet bij. ‘Zal
ik mee gaan?’ ‘Graag.’ Simon en Dorien liepen samen naar Tony, want daar
sliep Dorien nu. ‘Ik zal het eerst wel even aan mijn moeder moeten vragen.’
En Simon loopt dan eerst naar zijn moeder, maar die staat toch bijna naast Tony,
dus veel maakt het niet uit. En enkele seconde later is hij al bij Tony en
Dorien, want hij mag mee. ‘Zal ik jullie afzetten. Want ik neem aan dat jullie
met twee willen zijn. Zou mij ook wel goed uitkomen, want dan kan ik even een
paar boodschapjes doen.’ ‘Zet ons maar af dan.’ En dan zonder na te denken
vraagt Tony aan Simon de vraag die niet uit kon blijven. ‘Simon, hoe is het nu
met Johan?’ Simon haalt zijn schouders op. ‘Ik heb papa al een week niet
gezien. Nadat hij ons heeft verteld van het ongeluk, heeft niemand iets van hem
gehoord.’ En terwijl Simon dit vertelde hoorde je het verdriet in zijn stem
omhoog komen, net zoals de tranen in zijn ogen. ‘Sorry.’ Zei Tony er nog
snel achteraan.
Aan het eind van de middag staat Tony zoals afgesproken Dorien
en Simon op te wachten in het ziekenhuis, als ze ineens een bekende stem achter
haar hoort. ‘Is mevrouw Michiels inmiddels al van de intensive care af?’ En
Tony draait zich om en ziet dan Johan staan. En loopt naar hem toe. Hij had niet
in de gaten dat Tony er was. En schrok dan ook van het tikje op zijn schouder
terwijl hij stond te wachten op nieuws van de baliemedewerkster. ‘Daar is ze
inmiddels vanaf Johan, daar is ze vanaf.’ Johan draait zich om ‘Tony?’ ‘Verrast?’
‘Eigenlijk wel. Of toch niet. Volgens mij is er telkens bezoek bij haar eh.
Bij Britt.’ ‘Er wordt goed op haar gelet, ook door je zoon.’ Johan bijt op
zijn lip. ‘Hoe is het met hem?’ ‘Johan, waarom vraag je hem dat zelf niet.
Ik wacht nu op hem en Dorien.’ ‘Snap je dat dan niet. Ik kan ze niet onder
ogen komen, na wat er is gebeurd.’ ‘Waarom niet. Wij en ook zij weten dat
het niet jou schuld was.’ ‘Maar ik heb Dorien en Simon veel pijn gedaan, met
wat er met Britt is gebeurd.’ ‘En met je plotselinge verdwijning niet?!’
vraagt Tony verbaasd. ‘Wil je alsjeblief voor je houden dat je mij hier hebt
gezien? Tony?’ ‘Als jij me beloofd naar Britt te gaan en iets van je te
laten horen. Een brief, een telefoontje. Als het maar iets is.’ ‘Dat laatste
is te doen, maar naar Britt gaan. Ik denk het niet. Ik durf eigenlijk ook niet.
Ligt ze nog steeds in coma?’ Tony knikt. ‘Ik ga weer. Je hoort nog wel van
me.’ En Johan loopt weg. En net zodra hij de deur uitgaat komen Dorien en
Simon aangelopen. Die op de schouder van Tony tikken, die zich helemaal rot
schrikt. ‘Gaan we?’ vroeg Dorien. ‘Tuurlijk.’
Maar zodra Johan ziet dat Tony met Simon en Dorien naar de
auto lopen, bedenkt hij zich opeens dat hij eigenlijk wel heel graag naar Britt
wou. En dan besluit hij om toch nog maar terug naar binnen te gaan. ‘Sorry dat
ik u nog een keer stoor, hoor. Maar op welke kamer ligt mevrouw Michiels nu?’
‘Dat is niet erg hoor.’ Zei de baliemedewerkster. ‘Ze ligt op kamer 213.
Weet u die te vinden?’ ‘Dat is nog wel te doen. Bedankt.’ Johan loopt naar
de lift.
Voor hij de kamer van Britt ingaat kijkt hij eerst of hij geen
bekende ziet, want daarstraks was hij wel degelijk geschrokken van Tony. Als hij
echt niemand ziet, gaat hij de kamer binnen en schrikt eigenlijk wel van hoe
Britt erbij ligt. Want de vorige keer had hij het niet goed kunnen zien en nu
zat hij wel degelijk naast haar en drong pas echt goed tot hem door dat hij de
oorzaak was van dit alles. Hij pakt voorzichtig de hand van Britt, maar durft
deze niet goed vast te pakken omdat ie zo zwak aanvoelt. ‘Het spijt me zo
Britt. Het spijt me zo.’ Dan bijt hij op zijn lip, want dit is echt heel
moeilijk. ‘Ik wou dat ik hier je plaats kon innemen, zodat jij met Dorien en
Simon allemaal leuke dingen kon doen. Want dat verdien je, een leuk en gelukkig
leven. Zonder mij, want aan mij heb je niets. Ik voeg niets aan je toe. Of juist
wel, veel verdriet en pijn. En als ik je iets niet wil geven, is het dat wel.’
Maar dan schrikt Johan ineens, de slappe hand van Britt die hij in zijn hand
heeft, lijkt sterker te worden en hij voelt dat ze haar vingers om zijn hand
legt. Nu weet hij niet wat hij moet doen, maar dan ineens ziet hij zo’n
belletje hangen en drukt daarop. Enkele tellen later komt er een dokter binnen.
‘U heeft op het belletje gedrukt meneer?’ vraagt de arts. Johan knikt ja en
probeert de dokter duidelijk te maken dat Britt haar hand zich om die van hem
krulde. ‘Haar hand… Ze leek in mijn hand te knijpen.’ De dokter keek
verbaasd naar Johan en daarna naar zijn hand en zag inderdaad dat de hand van
Britt steeds krachtiger om die van hem kwam te zitten. ‘Meneer, zou u het erg
vinden om zo weg te gaan, want dan kan ik mevrouw dadelijk even onderzoeken.’
‘Tuurlijk is dat geen probleem.’ En Johan maakt voorzichtig zijn hand los
van die van Britt en loopt de kamer uit.
De telefoon van Britt gaat op het commissariaat. ‘Sofie
Beeckman.’ ‘Sorry dat ik op het toestel van Britt bel, maar ik weet het
nummer niet van u.’ ‘Johan?’ roept Sofie verbaasd uit. ‘Ja. Wat is er?’
‘Dat kan ik beter aan jou vragen, jij belt.’ Johan is nog steeds een beetje
van de kaart. ‘Ja, sorry. Ik belde om te zeggen dat het erop lijkt dat Britt
is bijgekomen.’ ‘Wat zeg je, kan je dat eens herhalen. Britt bijgekomen?’
roept Sofie blij uit. ‘Ik was daarstraks nog even bij haar geweest en ze kneep
in mijn hand.’ Zei Johan, maar nog steeds erg ongeloofwaardig, voor zichzelf
dan. ‘Bedoel je.. Dat toen jij daar was, is ze bijgekomen?’ ‘Het lijkt
erop, maar ik moet ophangen, sorry. Ik moet weg.’ ‘Johan wacht.’ ‘Wat is
er Sofie?’ ‘Begrijp je het dan niet? Ze is bijgekomen bij het horen van u
stem. Omdat jij daar was.’ ‘Geloof je echt in die fabeltjes Sofie?’ ‘Het
is medisch uitgewezen. Patiënten die in coma liggen ontwaken vaak bij het horen
van iets bekends.’ ‘Het had ook vanmiddag kunnen gebeuren, toen Dorien en
Simon erbij waren.’ En na deze zin hangt Johan op, zonder dat hij Sofie de
kans gaf om nog iets te zeggen.
De eerst volgende die hij belt is Tony, want hij had beloofd
te bellen. ‘Dierickx’ ‘Tony, Johan hier. Ik belde om te zeggen dat Britt
naar alle waarschijnlijkheid is bijgekomen.’ ‘Hoe bedoel je?’ vroeg Tony
verbaasd. Want ze kon het eigenlijk niet geloven. ‘Toen ik daarstraks toch nog
binnen ben gegaan. Ik zat daar en ze kneep in mijn hand. Ze kneep in mijn hand
Tony..’ ‘Maar dat is fantastisch. Wil je het ook aan Dorien en Simon
vertellen, Johan?’ ‘Doe jij maar.’ Maar Simon kwam net binnen lopen toen
hij Tony "Johan" hoorde zeggen. ‘Is dat papa aan de telefoon, Tony?’
En zonder na te denken gaf Tony de telefoon aan Simon. ‘Papa?’ vroeg Simon
half huilend. ‘Papa, waar ben je?’ ‘Simon…’ zei Johan half verlangend.
Want hij wou eigenlijk zijn zoon wel weer zien, maar bleef bij zijn standpunt om
te vertrekken. ‘Simon, ik ben net bij Britt geweest. En het gaat beter met
haar. Ze is …’ En dan wordt de verbinding verbroken omdat de batterij van de
telefoon van Johan op is. ‘Papa?’ Teleurgesteld kijkt Simon naar Tony. ‘De
verbinding is verbroken. Maar weet jij wat er met Britt is?’ En Simon kijkt
Tony vragend aan. En er verschijnt een glimlach op het gezicht van Tony. ‘Britt
is bijgekomen. Ze heeft in de hand van u papa geknepen.’ En Simon heft zijn
hoofd. ‘Mag ik het Dorien gaan vertellen?’ roept hij blij uit. ‘Tuurlijk,
ga maar.’ ‘Wanneer gaan we naar Britt toe, Tony? Wanneer gaan we?’ ‘Dat
weet ik nog niet. Maar ga het Dorien nu maar vertellen.’ En Simon rent blij
naar de andere kant van de boot, waar Dorien buiten op de dok zit. ‘Dorien!
Dorien!’ Dorien kijkt om naar Simon. ‘U mama is bijgekomen. Johan belde net.
Je mama is bijgekomen!’ Dorien springt op en rent naar Simon toe, die ze
onmiddellijk omhelst.
Sofie loopt naar het kamertje van Nadine toe en klopt daar op
de deur. ‘Mag ik even storen?’ vraagt Sofie. ‘Alleen als het goed nieuws
is.’ ‘Geloof me, dit wilt u weten.’ Nadine kijkt Sofie vragend aan. ‘Is
Britt..? Is ze bijgekomen?’ vraagt Nadine verbaasd met een blije ondertoon in
haar stem. Sofie knikt blij jah. ‘Johan belde net.’ Dan ineens bedenkt Sofie
dat Johan haar die envelop had gegeven. ‘Ehm, commissaris?’ ‘Wat is er
Sofie?’ ‘Ik bedenk me nu opeens dat Johan me had gevraagd om Britt en
envelop te geven. Zodra ze was bijgekomen. Maar ik heb een idee wat erin staat
en ben bang dat ze dan niet aankan nu.’ En nu kijkt Sofie haar vragend aan,
Nadine snapt direct wat Sofie bedoelt. ‘Haal die eens.’ Stelt Nadine voor.
Enkele seconde later komt Sofie terug met die envelop in haar handen. ‘Zullen
we? Ik weet dat het eigenlijk niet kan. Maar…’ Nadine kijkt Sofie nog eens
aan. ‘Ik denk toch dat het beter is als ze hem eerst lezen.’ Dan haalt Sofie
de brief uit de envelop en vouwt die open. En begint te lezen, hardop. ‘Lieve
Britt. Ik weet wat ik de vorige keer in die brief had geschreven, dat dat
waarschijnlijk het moeilijkste was wat ik ooit zou moeten zeggen, maar je gaat
het gewoon niet geloven. Wat ik nu ga zeggen zal nog veel moeilijker zijn. En ik
zal ook begrijpen als je me nu niet meer wilt zien. Maar omdat alvast
gemakkelijker te maken. Ik ga hier toch weg. Dus daar hoef je je geen zorgen
over te maken.’ En dan stopt Sofie met lezen. En Sofie kijkt Nadine angstig
aan. ‘Denkt u wat ik ook denk? Dat Britt dit niet moet lezen?’ En Nadine
knikt. ‘En ik denk ook niet dat het zin heeft om verder te lezen.’ En Sofie
stopt de brief weer netjes terug in de envelop.
Die middag zit de gang vol. Want iedereen wil Britt spreken,
maar de grote afwezige, zoals eigenlijk ook wel verwacht, was Johan. ‘Zou hij
nog komen?’ vroeg Sofie stilletjes aan Tony. ‘Ik ben bang van niet.’ ‘Maar
snapt hij dan niet dat Britt is wakker geworden in zijn bijzijn, waarschijnlijk
door het horen van zijn stem.’ ‘Daar zat ik ook al aan te denken.’ Gaf
Tony toe. ‘Ik heb hem dat via de telefoon ook verteld.’ ‘Maar laat me
raden, hij zei: Geloof jij in die fabeltjes.’ En Sofie knikte bevestigend in
de richting van Tony. ‘Hij heeft het moeilijk met deze situatie. En geef hem
eens ongelijk. Maar om nu weg te gaan.’ ‘Het is zijn keus, alleen denk ik
dat het voor hun beide beter is als hij terug komt en haar gewoon verteld wat er
is gebeurd.’
Dorien zit binnen in de kamer bij Britt. ‘Waar is Johan?’
vroeg Britt. ‘Ik weet het niet mama. Ik weet het niet. Hij is weggegaan sinds
het ongeluk en daarna heeft niemand hem meer gezien.’ ‘Waar is Johan?’
vroeg Britt nog eens. Dan wordt de deur geopend en komt er een arts binnen. ‘Goede
middag.’ En Dorien staat op en maakt plaats voor de dokter. ‘Hoe gaat het nu
met u, mevrouw Michiels?’ ‘Waar is Johan?’ vraagt Britt wederom. Maar de
dokter weet daar natuurlijk geen antwoord op. ‘Ik zal dadelijk eens kijken,
maar hoe voelt u zich?’ Britt geeft geen antwoord. Dus begint de dokter gewoon
met wat routinecontroles. En Dorien verlaat stilletjes de kamer. ‘En?’ vroeg
Simon. ‘Ze zegt niet veel en is niet de mama die ik ken.’ ‘Maar wat zegt
ze dan?’ vraagt Tony aan Dorien. ‘Ze blijft vragen waar Johan is.’ En ze
loopt direct door naar Tony. ‘Ik wil naar huis.’ ‘Dan gaan we naar huis.
Simon, moet ik je afzetten thuis?’ ‘Graag, dank je.’ Tony gaat met Simon
en Dorien naar huis en schemert aan Sofie door dat ze moet bellen als er iets
verandert.
Later op de avond als de rest weg is, zit Britt in haar kamer
voor zich uit te staren en zich af te vragen waar Johan is. Tot als ze ineens
schrik omdat de telefoon gaat. ‘Britt.’ ‘Sliep je al? Sorry.’ Zei de
stem aan de andere kant van de lijn. ‘Nee, ik sliep nog niet. Maar je weet dat
je me altijd mag bellen.’ ‘Nog steeds?’ ‘Waarom vraag je dat?’ ‘Ik
zal je een hint geven, lees die brief. Die Sofie je heeft gegeven.’ ‘Brief?
Van Sofie?’ En dan wordt er opgehangen.
De volgende dag als Sofie op ziekenbezoek komt vraagt Britt
direct naar die brief. ‘Waar is die brief Sofie. Waar is die?’ ‘Heb je met
Johan gesproken?’ Vroeg Sofie verbaasd. ‘Hij heeft me gister gebeld en was
nogal verbaasd dat ik hem nog wou spreken. En hij had het erover dat die brief
dat zou veranderen.’ ‘Ik heb die brief niet bij. Sorry’ Maar dan tikt
Sofie, voor haar gevoel, onopvallend tegen haar zak. Zo van: Hier zit je wel
veilig. ‘Doe niet of ik gek ben Sofie. Hij zit in je jaszak.’ Sofie pakt de
brief dan toch maar uit haar zak. En geeft hem aan Britt, maar met een angstig
gezicht. ‘Weet je wat erin staat Sofie. Weet je dat?’ ‘Ik heb zo’n idee.
En het heeft met het ongeluk te maken.’ ‘Wat heeft dat met Johan te doen?’
vraagt Britt verbaasd. Omdat ze direct buiten bewustzijn was geraakt, weet ze
dus niet dat Johan het veroorzaakt heeft. ‘Hij was degene die ons… Die ons
heeft geramd.’ Dan knijp Britt haar ogen dicht en doet net alsof ze het niet
gehoord heeft. ‘Dat kan niet. Johan heeft hier niets mee te doen.’ En Britt
pakt de envelop uit de handen van Sofie. En haalt dan de brief eruit.
Na de laatste woorden van Johan te hebben staan de tranen in
haar ogen. ‘Wil je me alsjeblieft even alleen laten Sofie?’ zegt Britt met
moeite. ‘Zal het gaan?’ ‘Alsjeblief Sofie. Laat me gerust.’ En Sofie
verlaat de kamer van Britt. En kijkt nog een keer naar Britt voor ze de deur
sluit. Als Britt dan weer helemaal alleen is op de kamer, pakt ze de envelop
weer en begint de brief opnieuw te lezen, want ze kan niet geloven wat hier
allemaal instaat. Zou Johan echt weggaan. En haar alleen laten, al kan ze daar
nog wel inkomen, maar Simon alleen laten. Zijn eigen zoon.
Dan op de gang loopt Sofie tegen iemand op. ‘Sorry.’ ‘Het
is niet erg Sofie.’ Dan kijkt Sofie op. ‘Johan? Wat doe jij nu hier?’ ‘Voor
eens en altijd afscheid nemen van Britt. Morgen ga ik weg.’ ‘Waar ga je
heen?’ ‘Dat weet ik nog niet. Ik zie wel. En ik neem aan dat Britt nu die
brief al heeft gehad.’ ‘Ze was kapot.’ En Sofie bijt op de binnenkant van
haar wang. ‘Dan kan ik beter ook maar helmaal niet meer gaan, want zien, dat
zal ze me wel niet.’ ‘Wie niet waagt, wie niet wint, Johan.’ En Johan
kijkt haar aan. ‘Wees eens eerlijk. Wil je Britt terug?’ ‘Ik weet nu pas
wat ik heb gedaan. En dan heb ik het niet over die aanrijding. Ik mis haar.’
‘Vertel haar dat. Zeg wat je voelt.’ ‘Ze staat bij mij op de eerste
plaats, Sofie. Ik doe alles voor haar.’ ‘Schiet op, ga haar dat vertellen.’
En Sofie geeft Johan een duw in de rug. ‘En ik wil je niet zien voor het weer
goed is tussen jullie.’ Riep Sofie hem nog achterna.
‘Mag ik binnenkomen?’ Britt schrikt bij het opengaan van
de deur. Johan kijkt haar aan en ziet dan dat ze de brief in handen heeft en dat
de tranen over haar gezicht rollen. ‘Of zal ik je maar alleen laten?’ ‘Voor
altijd?’ En ze kijkt Johan aan. ‘Als dat is wat je wilt?’ ‘Dat is wat je
schrijft.’ En Britt kijkt nog eens naar de brief. ‘Waar ben je al die tijd
geweest?’ ‘In een hotel, buiten de stad. Ik heb niemand gezien. Mij geheel
afgesloten van de buitenwereld. Ik moest denken. Nadenken om wat te doen. Ik
weet het niet meer Britt. Ik weet het niet.’ En terwijl Johan dat zei, liep
hij in de richting van Britt. En ging op een stoel zitten. Vlak naast haar bed.
‘En wat heb je bedacht?’ Britt kijkt Johan hoopvol aan. ‘Wat wil je horen?
Dat ik u mis. En niet zonder u kan?’ Johan kijkt Britt aan. ‘Want dan zou ik
je de waarheid vertellen. Weet ge dat. Ik mis u verschrikkelijk.’ En Johan
kijkt weer naar Britt en ziet nog steeds tranen over haar gezicht lopen, al weet
hij niet zo goed wat hij hiermee aanmoet. En veegt met zijn hand de tranen uit
haar gezicht. Ook Britt gaat met haar hand nu naar haar gezicht, maar niet om
haar tranen weg te vegen. Ze pakt de hand van Johan stevig vast en laat die niet
los als hij klaar is met de tranen van haar gezicht af te vegen. ‘Ga je nu
echt weg?’ vraagt Britt duidelijk aangeslagen. ‘Het is voor mij heel
moeilijk om hier te zitten. Zo samen met jou. Na alles wat er is gebeurd.’
Tony, die met Dorien op bezoek kwam bij Britt, is alvast naar
boven gelopen omdat Dorien eerst nog wat snoepjes voor haar moeder wou kopen.
Als ze de deur open ziet staan, kijkt ze naar binnen en ziet ze Britt en Johan
daar samen zitten. Hand in hand. En omdat Tony wel nieuwsgierig is blijft ze
even kijken en ziet dat tot haar verbazing dat Johan iets opstaat en het gezicht
van Britt pakt om haar een kus te geven. Na die kus straalt de blijheid van het
gezicht van Britt af en ook van die van Johan. En net als Dorien komt aangelopen
omhelzen Britt en Johan elkaar. Gevolgd door nog een zoen. ‘Ik denk dat we
beter iets later kunnen terugkomen, Dorien.’ Zegt Tony fluisterend. ‘Waarom?’
‘Kijk zelf maar.’ En Tony wijst naar de deur en Dorien ziet direct wat er
daarbinnen aan de hand is. ‘Ik denk het ook.’ Zegt ze blij en er verschijnt
een grote glimlach op haar gezicht.
Als Dorien en Tony naar beneden lopen hoort Dorien ineens haar
naam. ‘Dorien!’ Dorien en Tony draaien zich om en zien Sofie aankomen. ‘Misschien
een heel stomme vraag hoor. Maar hebben jullie Johan gezien?’ ‘Ja.’ Zegt
Dorien met een grote glimlach op haar gezicht. ‘Hij is dus toch gegaan.’
Zegt Sofie blij. ‘Wist jij dat Johan hier was?’ Vroeg Tony verbaasd. ‘Hij
liep daarstraks tegen mij op. En ik heb hem verteld dat hij Britt nu maar eens
moest vertellen wat hij werkelijk voelde. En aan de glimlach van Dorien te zien
is hij daar aardig in geslaagd.’ ‘Aardig?’ Zei Tony droog. ‘Je had ze
moeten zien zitten. Alleen weten zij niet dat wij weten dat wat we net gezien
hebben.’ En met drie staan ze nu te lachen. ‘Zullen we dadelijk toch nog
even op bezoek gaan. Want daarvoor was ik eigenlijk gekomen. En ons drie kan ze
nu niet weigeren.’ En Sofie knipoogt naar Dorien.
Ze gaan met drie terug naar de kamer van Britt en doen net of
ze van niets weten en lopen zomaar de kamer binnen. ‘Owh sorry.’ Hoort Britt
ineens. Ze had ze niet eens horen binnenkomen. ‘Dag mama. En Johan.’ Roept
Dorien blij uit. Britt en Johan draaien hun gezicht direct in de richting van
Tony, Sofie en Dorien. ‘Wat een verrassing.’ Hoor je Britt ook duidelijk
verrast zeggen. Sofie en Tony kijken naar Johan. ‘En dat niet alleen..’ vult
Sofie Britt dan maar aan.
Als Britt anderhalve week later weer naar huis mag, komt Johan
haar ophalen. ‘Zullen we dan maar?’ vroeg Johan aan Britt. En Britt stond op
en keek nog een keer naar het bed waar de afgelopen weken op heeft doorgebracht
en dan loopt ze samen met Johan naar beneden. ‘Verder geen verrassingen toch?’
‘Wat was dan al een verrassing, je wist dat ik je op kwam halen.’ En Britt
geeft Johan een speelse duw. ‘Kom op, laten we naar huis gaan. Ik kan niet
wachten om eindelijk weer eens in mijn eigen bed te liggen en alleen samen te
zijn met jou.’ En Britt kijkt Johan zwaar verliefd aan.
‘Britt, ik ben blij dat je er weer bent.’ Riep Sofie blij
uit, bij de binnenkomt van Britt, drie weken naar haar thuiskomst. ‘Ben ook
blij dat ik eindelijk weer aan het werk mag.’ ‘Britt, Sofie, kom eens.’
Riep Nadine en direct liepen de dames naar het kantoortje van Nadine. ‘Wat is
er commissaris?’ vroeg Britt. ‘Ik kreeg net een telefoon en volgens mij is
dit wel een zaak voor jullie. Het gaat eigenlijk een beetje verder op die moord
waar jullie mee bezig waren voor het ongeluk. Want zijn broer lijkt nu het
loodje te hebben gelegd. Kunnen jullie dat eens uit gaan zoeken?’ En Britt
pakte direct het dossier uit de handen van Nadine. ‘We doen ons best, zoals
altijd.’ Britt en Sofie vertrokken uit het kantoortje en begonnen het dossier
te lezen.
Als Britt en Sofie vanuit de Combi terug lopen naar het
commissariaat gaat de telefoon van Britt. ‘Britt.’ ‘Britt, Bruno hier. Ik
denk dat je beter maar naar hier kunt komen.’ ‘Wat is er dan? Bruno?’ ‘Dat
zal je zo wel zien. Ik kan en wil je dit niet over de telefoon vertellen.’ ‘Wat?
Wees eens wat duidelijker.’ ‘Neem Sofie mee en kom naar de school van
Dorien.’ ‘Wat?!!!!’ roept Britt half huilend uit. En dan laat Britt de
telefoon uit haar handen vallen en Sofie ziet dat het niet goed is en pakt de
telefoon. ‘Bruno, wat is er? Waarom huilt Britt? Bruno?!’ ‘Sofie, een
ongeval voor de school van Dorien en …’ Sofie snapt het direct. ‘Kom op
Britt, waar wachten we nog op. We ..’ Maar dan ziet Sofie dat Britt al
onderweg is naar de auto.
‘Bruno!!’ Als Sofie de auto uitstapt roept ze direct
Bruno. En Bruno loopt naar de auto van Britt en Sofie toe, maar Britt snelt uit
de auto en gaat naar de plek waar de ambulance staat en dan schrikt ze hevig bij
het zien van… Dorien…
Britt rent naar Dorien toe, maar wordt tegen gehouden door een
van de broeders die met haar bezig is. ‘Mevrouw?’ ‘Laat me bij me dochter,
laat me bij haar.’ ‘Dat lijkt me niet zo een goed idee mevrouw.’ ‘Wat
wilt u daarmee zeggen?’ Dan ineens hoort ze haar naam achter zich. ‘Britt!!!’
Britt draait zich om en ziet daar Johan aan komen lopen. ‘Britt…. Ze kwam…
ze liep naar mij en toen… ’ Britt begint nu te huilen en Johan pakt haar
stevig vast. Maar Britt trekt zich direct los en wurmt zich toch naar Dorien en
net als ze in de buurt is wordt ze weer tegen gehouden. ‘Britt, laat die
mensen hun werk doen. Je kan niets doen.’ Zei Sofie, die haar stevig vast
pakte en zich naar haar toe trok. ‘Moet ik dan toekijken hoe Dorien..’ ‘Het
komt wel goed met Dorien..’ Britt kijkt Sofie aan.
Na een tiental minuten komt Johan weer voorzichtig in de
richting van Britt, die hem nu wel toelaat. En hij slaat zijn armen om Britt en
houdt haar stevig vast. Britt kijkt nog steeds toe hoe de broeders met Dorien
bezig zijn, haar aan het stabiliseren, maar eigenlijk kan ze niet veel zien,
want er staan zoveel mensen om haar heen. ‘Gaat het wel?’ Vraagt Johan
bezorgt. ‘Wat denk je?’ ‘Sorry.’ Maar dan komt er ineens beweging in en
kunnen ze iets zien. Al duurt dat niet lang, want de broeders komen terug en
gaan direct weer verder, maar dan schrikt Britt omdat ze een defibrillatie
machine aan komen lopen. ‘Wat.. wat… wat gaan ze nu doen?’
Britt draait zich om en klemt zich vast aan Johan, want dit
kan ze niet aanzien, ook Sofie, Bruno en Nick, die wat omstanders aan het
verhoren waren in verband met het ongeval lopen nu naar Britt, nu ze dit zagen
en sloegen allemaal een arm om haar heen. En stonden ze daar dus met z’n
vijven. Eigenlijk durfden geen van hun te kijken naar wat er nu eigenlijk gaande
was. Ook begonnen zij bang te worden voor de gevolgen…
Na 5 minuten was er eigenlijk nog niets veranderd, ze waren
allemaal nog druk bezig om Dorien te reanimeren, maar Britt was het zat er rukte
zich los van iedereen en liep in de richting van Dorien en de broeders, maar
toen ze bijna naast hen stond, zag ze dat een van hen met een witte doek kwam
aangelopen en die over de voeten van Dorien legde… Britt draait zich huilend
om en valt op de grond neer, Sofie ziet het als eerste en rent op haar af en
ziet dan dat er een wit doek over Dorien wordt gelegd.. Nu ook rennen Bruno,
Nick en Johan naar de inmiddels geheel ingestorte Britt. ‘Wa…’ Maar voor
Johan zijn zin kan afmaken ziet hij Dorien, of eigenlijk het witte laken liggen.
Dan bedenkt hij ineens dat Simon op het schoolplein is gaan zitten omdat hij het
even niet aankon. Johan staan weer op en loopt naar het schoolplein. Dan komt
Simon op hem afrennen, want Johan had beloofd te komen als er nieuws was. ‘En
pap?’ Vraagt Simon, die dan pas de tranen in de ogen van zijn vader ziet. ‘Simon,
Dorien is…. Sorry.’ Simon laat zich in de armen van zijn vader vallen en
begint te huilen, Johan die inmiddels op zijn hurken zit, zit toch vooral met
zijn hoofd bij Britt. Na alles wat er de afgelopen tijd met haar was gebeurd.
Zelf in het ziekenhuis gelezen, de problemen met hem.. EN nu het verlies van
haar dochter.
‘Kom je mee?’ Vroeg Johan aan Simon, nadat ze ongeveer
samen op het schoolplein een dikke 20 minuten hebben zitten huilen. ‘Is Dorien
daar nog?’ ‘Ik denk het niet.’ ‘Ik weet het wel zeker.’ Horen ze
ineens een droevige stem achter zich zeggen. Het was Sofie. ‘Ze is net weg en
Britt, je kan beter even meekomen Johan.’ En Johan, maar ook Simon lopen
achter Sofie aan en zien dan Britt zitten. Ze wordt ondersteunt door Bruno, want
ze is zo kapot, dat ze eigenlijk niets meer wil. ‘En Nick is inmiddels opzoek
gegaan naar die auto, want zoals je misschien had gehoord heeft die
vluchtmisdrijf gepleegd.’ ‘Dat heb ik zelf gezien.’
Als Sofie samen met Nick en Bruno het commissariaat binnen
komen lopen komt Raymond op hen afgelopen. ‘Wat was er bij de school van
Dorien?’ ‘Dat wil je niet weten, geloof mij.’ Zei Sofie, waarna Raymond
vragend naar Bruno en Nick keek. ‘Dorien.. Zij is… ze is aangereden en…’
Dan bijt Nick op zijn lip, want hij kan het niet over zijn lippen krijgen. ‘Waar
is Britt nu, wie is er bij haar. Hoe gaat het met haar?’ Raymond en Pasmans
weten eigenlijk niet te zeggen. ‘Ze is naar huis Raymond, ze is naar huis.’
‘Kunnen we ziet doen?’ Dan komt Nadine binnen. ‘Jullie kunnen altijd iets
doen, want die bureaus van jullie zakken door onder het gewicht van die pv’s.’
‘Die pv’s zijn me een rotzorg.’ Schreeuwt Raymond uit. ‘Die kunnen
wachten.’ Nadine is verbijsterd door de reactie van Raymond en duidelijk niet
op de hoogte van wat zich heeft afgespeeld. ‘Wat is er dan?’ En dan kijkt ze
eens goed naar haar team en ziet dat iedereen met tranen in de ogen staat. ‘Waar
is Britt trouwens?’ ‘Thuis, en die komt voorlopig ook niet.’ ‘Wat is er
met Britt?’ ‘Behalve weduwe van Mark, is ze ook nog haar laatste herinnering
aan hem verloren.’ Probeert Pasmans subtiel. ‘Is Dorien..?’ ‘Verongelukt
voor haar school, dat was die oproep van vanmiddag.’ Nadine zit nu met grote
ogen voor zich uit te staren. ‘Heeft ze..?’ ‘Waarschijnlijk wel.. Ze
hebben alles geprobeerd, maar niets..’ En dan slaan ze allemaal dicht. ‘Laten
we naar huis gaan, of Britt.’ Stelt Nadine voor. En iedereen pakt direct zijn
spullen en weet niet hoe snel ze weg moeten. Maar ze gaan eigenlijk allemaal
direct naar de Combi.
Dan gaat de gsm van Sofie en ze schrikken er eigenlijk
allemaal van, want ze zijn zo van de wereld dat ze het niet eens doorhadden dat
er nog iets om hen heen gebeurde. Sofie pakt haar gsm uit haar jaszak. ‘Het is
Britt.’ Zegt Sofie met een bang gezicht. En iedereen kijkt gespannen naar de
gsm van Sofie, die ze nu opneemt. ‘Sofie.’ ‘Sofie, Britt hier.’ Zei
Britt met een geheel hese stem. ‘Zou je naar hier kunnen komen? Ik…’ ‘Britt,
ik kom eraan.’ En Sofie pakt haar jas en loopt de Combi uit, samen met Nick.
‘Zal ik u brengen?’ Vroeg Nick. En dat vond Sofie wel een goed idee.
Voor het huis van Britt blijven ze even staan voor ze op de
bel drukken. Al snel wordt horen ze de piep dat ze door kunnen lopen en daar
zien ze dat de deur al open staat. Voorzichtig lopen ze naar binnen, waar het zo
ongewoon stil is, dat je echt alles kan horen. Dan zien ze Britt ineen gekropen
op de sofa zitten, met een kussen stevig tussen haar armen. ‘Nick, hij heeft
mij gebracht.’, begint Sofie voorzichtig, want ze heeft eigenlijk geen idee
hoe je nu moet beginnen. Laat staan dat ze weet wat te zeggen. En Nick loopt
door naar het aanrecht waar hij twee glazen water pakt en die aan Britt en Sofie
geeft. ‘Als jullie iets nodig hebben, je hebt mijn nummer.’ Maar het lijkt
wel of Britt dat niet eens hoort. Ineens hoort hij nog een paar stemmen en loopt
op die stemmen af, naar boven. En daar vind hij Johan op de gang zittend,
leunend tegen de muur, naast de kamerdeur van Dorien. ‘Kan ik iets doen?’
vraagt Nick uiteindelijk. ‘Is Britt beneden?’ ‘Jah, samen met Sofie. Maar
waarom ben jij niet bij haar, Johan?’ ‘Dat kan ik niet. Ik weet ook niet hoe
ik haar nu moet helpen of troosten. En dan te bedenken dat ik erbij was.. Ik was
erbij en heb niets kunnen doen.’ Zei Johan met duidelijk een soort van brok in
zijn keel. ‘Je zou ook niets hebben kunnen doen. Het was een stom ongeluk. Een
stom ongeluk. Het was een stom ongeluk.’ ‘Ze kwam naar mij toe rennen. Als
ik niet had gestaan waar ik stond was dit verdomme niet gebeurd.’ ‘Het is u
schuld niet Johan. Echt niet.’ En Nick gaat naast hem zitten. ‘Waar is Simon
eigenlijk?’ ‘Die zit in de kamer van Dorien. Hij kan het niet begrijpen. En
ik ook niet. Britt heeft de laatste tijd al zoveel meegemaakt. En dan nu dit.’
‘Pap?’ Johan staat op en veegt de tranen uit zijn gezicht
als hij merkt dat Simon inmiddels uit de kamer van Dorien is gekomen. ‘Simon?’
‘Kunnen we gaan pap?’ Johan pakt Simon bij de hand en loopt samen met hem
naar beneden, gevolgd door Nick die er ook nog steeds is.
‘Ik zal jullie wel wegbrengen.’ Stelt Nick voor en Johan
neemt maar al te graag dit voorstel aan. ‘Sofie, ik breng Johan en Simon even
naar huis.’ Maar zowel Sofie als Britt kijken niet op.
‘Bedankt voor het thuisbrengen, Nick.’ ‘Dat is niets
Johan, das geen probleem. Maar mag ik je iets vragen?’ ‘Tuurlijk mag dat.
Simon, ga jij maar naar binnen.’ En Simon loopt direct naar zijn kamer, waar
hij zichzelf opsluit. ‘Vraag maar.’ ‘Ik weet dat het moeilijk is, maar zou
je alsjeblief goed op Britt willen passen. Dit is het moment om te laten zien
hoeveel je om haar geeft. Wat ze nu echt voor je betekent.’ Johan kijkt naar
de vloer. ‘Ik wil haar dat maar al te graag laten zien en merken, maar weet
niet hoe ik dat nu moet doen.’ ‘Bij haar zijn. En je zal het vanzelf wel
voelen waarschijnlijk.’ En Nick draait zich om, om terug te gaan naar Britt en
Sofie.
‘Dorien! Dorien!’ Galmt de volgende morgen door het huis
van Britt, waardoor Sofie wakker schrikt, die was gebleven omdat ze Britt naar
de gebeurtenissen van gister niet alleen durfde te laten, wat ook niet geheel
vreemd is natuurlijk. Sofie loopt op het geluid af en ziet dan Britt naast het
bed van Dorien zitten, met Beer in haar armen. ‘Dorien!’ Het volume van het
uitschreeuwen van de naam van Dorien wordt met de tijd duidelijk minder luid,
maar ook de kracht en energie die staan voor Britt. Langzaam ziet Sofie Britt
naast het bed van Dorien kapot gaan. Ze kan het niet langer aanzien en besluit
naar beneden te gaan en Johan te bellen. ‘Van Lancker.’ ‘Johan, Sofie
hier. Zou je alsjeblief naar hier kunnen komen, Ik bedoel, ik weet dat het
moeilijk is, maar Britt, ze heeft je volgens mij nodig.’ ‘Dan kom ik, maar
breng dan eerst even Simon naar zijn moeder en zal haar eerst moeten vertellen
van gister, dat kan wel even duren.’
Na ongeveer een drie kwartier is Johan er. ‘Waar is ze,
Sofie?’ Je kan aan Johan zien dat het nu met hem al iets beter gaat, want hij
lijkt ook te beseffen dat Britt degene is die hulp nodig heeft. ‘Ze is boven,
in de kamer van Dorien.’ ‘Dank je.’ ‘Vind je het erg als ik nu ga, ik
moet nog naar het commissariaat.’ ‘Das niet erg. Bedankt om me te bellen,
trouwens.’ Terwijl Johan naar boven loopt, pakt Sofie haar spullen en vertrekt
naar het commissariaat.
Johan klopt voorzichtig op de deur en ziet Britt omkijken.
Tegelijkertijd beginnen ze te huilen, want Britt zo zien was erger dan die keer
in het ziekenhuis. Ze is nu echt geestelijk kapot. Britt staat op en doet
voorzichtig een stap in de richting van Johan, Johan op zijn beurt loopt
voorzichtig naar haar toe en wanneer hij dicht in de buurt is laat Britt zich
bijna in zijn armen vallen. Johan houdt haar stevig vast door zijn armen om haar
te slaan en haar dicht tegen zich aan de duwen. ‘Huil maar, het is goed Britt.
Huil maar.’