Puin


"Op de goede afloop" en Ben hief zijn glas. "Op de goede afloop" vielen zijn collega's hem bij. Iedereen was blij en opgelucht dat de zaak op deze manier was afgelopen. Voor hetzelfde geld waren er nog meer slachtoffers gevallen. "Op onze superspeurneus" en Tony klonk opnieuw haar glas. "Op Britt" weerklonk het door de Combi. Brit was maar wat blij dat er buiten hen geen gasten waren. Niet dat ze niet trots was dat ze de zaak had opgelost, want dat was ze wel en met rede. Zonder haar inval was het meisje waarschijnlijk dood geweest en zouden er nog vele volgen.
"Iemand nog wat drinken?" vroeg John vanachter de toog. "Ja" riep Pasmans veel te luid. "Een bloody margharita" "Hij bedoelt een watertje" zei Raymond tegen John, die wijselijk knikte. Je moest geen expert zijn om te zien dat Pasmans al een serieus gat in zijn schoenen had. "Een bloody Margharita?" lachte Tony, "geef mij dan toch maar een pintje uit 2002, 't schijnt dat dat een goed jaar is." "Ja?" vroeg Pasmans op zo'n onnozele manier dat heel de tafel in lachen uitbarstte. Maar het lachen werd al snel overstemd door een ander, veel luider gebulder. Het kwam van de ingang, maar voor iemand kon reageren kwam heel het plafond naar beneden en in een klap veranderde het gezellige café in een puinhoop.

Stijn stapte stevig door. Hij had vandaag echt een pechdag gehad. Hij had zich overslapen, kreeg hierdoor een preek van zijn baas en werd met de vervelendste klanten opgezadeld. Toen de klok eindelijk elf uur sloeg en hij naar huis kon wou zijn wagen niet starten en terwijl hij zich op een maandagavond te voet een weg door Gent baande, begon het tot overmaat van ramp ook nog eens pijpenstelen te regenen. Hij was op zoek naar onderdak, maar - zoals dat gaat op pechdagen - nergens was er een café te bespeuren. Misschien dat hij dan maar even in het politiekantoor zou schuilen. Toen herinnerde hij zich plots dat er hier schuin tegenover een klein, maar gezellig cafeetje was. Eenmaal hij ervoor stond schoot hem de naam weer te binnen 'de Combi'. Hij aarzelde even om naar binnen te gaan. Hij voelde zich nooit op zijn gemak in de buurt van agenten, hij had altijd het gevoel dat ze zaten te wachten totdat hij iets fout deed. Dat was natuurlijk onzin, dat wist hij ook wel, maar toch zocht hij de politie alleen op als het echt niet meer anders kon. Aan het gelach te horen leek het binnen in elk geval gezelliger dan buiten. Hij besloot dat het tijd was om zijn politiefobie te overwinnen en stak de straat over om de Combi binnen te gaan. Maar voor hij binnen was, klonk er een immense knal, gevolgd door een gekraak waarna heel het gebouw ineenzakte. Stijn viel haast achterover van de impact en het eerste wat hij dacht was 'oh shit, dat scheelde ook maar een haartje, stel je voor dat ik naar binnen was gegaan dan was ik nu.' Toen dacht hij terug aan het gelach. 'Daar zaten mensen binnen, oh nee daar zitten mensen onder dat puin' en hij toetste zo snel zijn bevende vingers het toelieten het nummer van de brandweer en van de ziekenwagen.

Toen het gerommel ophield, kwam Tony voorzichtig recht. Ze had zich al die tijd op de grond gezet en zich zo klein mogelijk gemaakt, terwijl ze haar hoofd met haar armen beschermd had. Met moeite krabbelde ze recht. Eenmaal recht testte ze haar vingers en haar tenen: alles functioneerde nog. Toen pas nam ze haar omgeving - of wat er nog van over bleef - in haar op. Alles was een en al brokstuk. "Hallo?" zei ze zacht, bang om nog meer naar beneden te halen. Angstig begon ze om haar heen te zoeken. Haar verbeelding bracht het ene akelige beeld na het andere voort. Wat als één van hen..De kans bestond dat..Wat als zei de enige was die. "Hallo?" zei ze nog eens. "Tony?" Ze herkende de stem van Ben en voorzichtig liep ze op zijn stem af. "Vanneste, alles in orde?" "Wat denk je" riep Ben "Sshh, dadelijk komt heel de boel naar beneden" zei Tony. "Sorry" antwoordde Ben fluisterend, "Mijn been zit vast" "Wacht, ik kom dadelijk kijken, ik ga eerst de anderen zoeken." Zei Tony met een bezorgde stem. "Zijn ze in orde?"vroeg Ben al even bezorgd. Tony haalde haar schouders op.
Raymonds hoofd stond op barsten. Het duurde even voor hij besefte dat hij in de combi was en dat om de een of andere reden heel het café was ingestort. Hij stond recht, maar dat bleek een slecht idee te zijn. Zijn hoofd draaide als een tol, hij verloor zijn evenwicht en zou languit op de grond gesmakt zijn als twee sterke armen hem niet hadden tegengehouden. "Sel?"vroeg Raymond terwijl deze hem op de grond zette. "Ja, je hebt waarschijnlijk een brokstuk op je hoofd gehad, je mag van geluk spreken dat het niet zo'n groot stuk was" antwoordde Sel met een hese stem. "Oh ja, wat ben ik toch een geluksvogel" zei Raymond cynisch, maar al snel had hij spijt van zijn woorden, "sorry Sel, maar ik.." "Laat maar zitten" zei deze, "en blijf jij voorlopig ook maar zitten." Raymond wou knikken, maar denkend aan de pijnscheut die hij zou veroorzaken liet hij dit achterwege. "Hoe is de rest?" vroeg hij. Sel keek hem triest aan. "Ik weet het niet, ik durf hier niet te roepen, want misschien stort dan." Voor Sel zijn zin kon afmaken hoorde hij gefluister. "Sel, Raymond, zijn jullie dat? Zijn jullie in orde?" "Tony" zei Raymond de opluchting duidelijk hoorbaar in zijn stem. "Raymond heeft waarschijnlijk een lichte hersenschudding" antwoordde Sel op Tony's vraag. "Zijn Britt en Pasmans ook daar?" vroeg Tony, maar ze wist het antwoord al. "Nee" zei Raymond nog zachter dan eerst, de opluchting was nu vervangen door bezorgdheid. "Vanneste ligt ginder" Tony wees naar de richting vanwaar ze kwam, "hij is in orde, maar zijn been zit vast." "Raymond, denk je dat je kan gaan?" vroeg Sel. Als antwoord stond Raymond recht, ditmaal zonder om te vallen. "oké dan, Tony neem jij Raymond mee naar Ben en probeer hem los te krijgen, dan ga ik op zoek naar Britt en Pasmans." Twee bezorgde gezichten keken hem aan, toen draaiden ze zich om en langzaam gingen ze naar Ben. Sel ging de andere richting uit op zoek naar de twee vermiste collega's. Hij begreep de bezorgdheid van Tony en Raymond. Als teamlid was je bezorgd om iedereen van het korps, maar je partner was toch nog net iets meer. Sel was dan ook opgelucht dat Ben in orde was. Hij zat weliswaar vast, maar hij was in orde. Hoe het met Britt of Pasmans zou zijn wist hij niet. Hij probeerde niet aan het ergste te denken. 
"Tony, ben jij dat?" vroeg Ben toen hij voetstappen hoorde naderen. "ja" fluisterde Tony "terug en Raymond is hier ook" "De rest?" wou Ben weten. "Sel is op zoek naar Pasmans en Britt" vatte Raymond de rest van de situatie samen. "En John?" vroeg Ben. "Shit, daar heb ik niet meer aan gedacht" vloekte Tony. " Ik ga zoeken achter de toog, blijf hier" "Geen probleem" antwoordde Ben, terwijl Raymond op zoek ging naar iets wat hij als hefboom kon gebruiken om het brokstuk van Bens been af te krijgen.
"Iemand?" zei Sel zo hard als hij durfde, bang dat zijn stemgeluid nog meer schade zou aanrichten. Plots struikelde hij over een paar voeten. Hij herkende meteen de figuur van Britt en knielde naast haar. Ze was buiten bewustzijn, maar ze leefde tenminste nog. Sel probeerde haar wakker te krijgen waar ze bleef bewusteloos. Hij wist niet of hij Britt direct naar de anderen moest brengen of hij eerst verder moest zoeken naar Pasmans. Hij besloot nog eventjes verder te zoeken en als hij dan nog niks gevonden had, dan zou hij Britt voorzichtig naar de rest brengen. 

Stijn hoorde de sirenes naderen. Als de bliksem waren de hulpdiensten daar. Ze vroegen hem beleefd maar met aandrang om plaats te maken. De brandweer begon het puin te ruimen, maar het zou nog een tijdje duren. Wat de ontploffing veroorzaakt had, konden ze nog niet zeggen. Aanvankelijk dachten ze aan een gaslek, maar omdat er vaak agenten komen, werd kwaad opzet niet uitgesloten. Het was te vroeg om te zeggen hoe de toestand in de combi was. En dacht Stijn dat hij een pechdag had.

Sel dacht niet dat hij Pasmans nog zou vinden. Maar hij moest hier ergens zijn, zo groot was het hier toch niet en hij had het dichtst bij de ingang gezeten. Het was ook zo donker en stoffig, Sel zag bijna niets. Hij was bang dat hij dadelijk Britt niet meer zou terugvinden. Hij bleef toch nog doorzoeken. "Pasmans, ben je daar ergens?" zei Sel nog eens. Tot zijn verbazing hoorde hij de bekende stem "Sel?" mompelen. Sel haastte zich naar zijn collega. "Pasmans ben je in orde?" Hij antwoordde niet direct, hij was duidelijk verdwaasd. Sel vroeg zich af of het door de klap of door de alcohol kwam, maar toen merkte hij dat de jonge agent straal voor zich uitstaarde. Hier was iets meer aan de hand. "Hallo iemand thuis" Sel zwaaide met zijn hand voor Pasmans' gezicht. "Sel, ben jij dat?" vroeg Pasmans. "Ja ik ben het, kun je staan?" vroeg Sel zachtjes terwijl hij probeerde uit te zoeken wat er nu juist scheelde. Pasmans knikte en hij stond recht, ondertussen bleef hij maar recht voor zich uit staren. "Ben je in orde?" vroeg Sel bezorgd. Weer knikte Pasmans, ditmaal wel twijfelachtig. "De anderen." "Britt ligt hier" wees Sel, "ze is buiten bewustzijn. De rest is bij Ben, zijn been zit vast en Raymond heeft een hersenschudding. Tony en ik zijn in orde." Pasmans knikte, enerzijds blij dat niemand.dood was, anderzijds bezorgd om de gewonden. "Kom volg me, dan kunnen we Britt naar de anderen brengen, ik denk dat het beter is als we allemaal bij elkaar blijven, goed?" Pasmans knikte weer "Kom dan" zei Sel. Nu wist Wilfried het zeker. Het was niet zo donker als hij aanvankelijk gedacht had. Toen hij wakker werd groette een stekende pijn rond zijn ogen hem en hij zag geen steek. Hij was blijven liggen, bang om iets om te stoten en heel de zaak nog erger te maken. Misschien was het wel zo donker dacht hij. Maar Sel reageerde nadat hij geknkikt had, dat betekende dat Sel hem kon zien. "Sel, daar is een klein probleem" begon Wilfried, "Ik zie niks" "Ja het is hier nogal donker en stoffig, maar kijk maar gewoon naar de grond, dan vind je je weg wel." antwoordde Sel. "Ik bedoel; ik zie niks, geen steek. Ik ben blind." Zei Wilfried zo kalm mogelijk. Sel keek hem aan, maar daar was Wilfried zich niet van bewust.
"Ah daar ben je" zei Raymond toen hij iemand hoorde naderen. "Heb je John gevonden?" "Ja,"antwoordde John en hij groette Raymond. Raymond knikte. "Ik denk niet dat we dat brokstuk zomaar los krijgen, het is behoorlijk zwaar" zei Raymond. "dan zullen we moeten wachten tot Sel met de rest terugkeert" antwoordde Tony, die ondertussen erg ongerust was geworden, vooral over Britt. "Dan moet je niet lang meer wachten" hoorden ze een bekende stem zeggen. "Sel!" riep Ben zachtjes uit. "Dat duurde nogal, heb je de anderen gevo." Bens woorden stokten. Hij zag hoe Sel en Pasmans Britt tussen hun midden droegen. "Britt" zei Tony, "wat is er met haar aan de hand? Is ze in orde? Ze is toch niet.?" "Nee, zo erg is het niet," stelde Sel haar dadelijk gerust, " ze heeft wel een stevige klap op haar hoofd gehad en ze reageert niet. Maar voor de rest lijkt ze in orde." "Voor de rest?" siste Tony, "voor de rest! is ze in orde? Hoe kan je dat nu zeggen? Britt is bewusteloos en je zegt dat ze in orde is?" "Rustig nou maar" probeerde Raymond haar te kalmeren, "ik hoor al dat ze het puin aan het ruimen zijn. Dadelijk zijn de hulpdiensten hier en dan komt alles in orde met haar." Tony hield zich stil, maar was nog steeds kwaad. Ze was niet kwaad op Sel, ze was gewoon pissed door heel deze situatie. En waarom moest het nu uitgerekend Britt zijn die dit overkwam? 
"Pas op voor die steen vlak voor je" zei Sel tegen Pasmans. Deze tastte voorzichtig met zijn linkerbeen voor zich uit tot hij tegen de steen tikte. Hij zette zijn linkervoer er vlak voor neer en nam dan een grote pas om hem zeker niet te raken. "Ja, oké, buig nu maar door je knieën en leg haar dan neer." Vervolgde Sel. Het had een heel tijdje geduurd om terug bij de anderen te raken. Aanvankelijk was Sel van plan geweest Britt alleen te dragen, terwijl Pasmans hem zou volgen met zijn hand op Sels schouder. Maar hij had het niet geriskeerd. Hij wist niet hoe ernstig Britts verwondingen waren en durfde haar niet goed in zijn armen te nemen, bang om het nog erger te maken. Pasmans kwam toen met het idee op de proppen dat hij Britts voeten zou dragen en Sel haar onder haar armen zou heffen. Op die manier zouden ze Britts hoofd niet belasten en kon Pasmans volgen. Het klonk vrij simpel, maar al de stenen en andere obstakels die hen van hun collega's gescheiden hadden, hadden het er niet makkelijker op gemaakt. Sel legde Britt nu voorzichtig neer op de grond. Nog voor hij iets kon zeggen had Tony zich al over Britt gebogen. "Britt, kan je me horen? Hallo? Is daar iemand?" maar ze kreeg geen antwoord. "Volgens mij kunnen we haar het best laten rusten" zei Raymond. Sel knikte. "Zouden we dan ondertussen mijn been uit zijn hachelijke situatie kunnen bevrijden" snapte Ben op cynische toon. Hij had al meteen spijt van zijn woorden. Want hoewel het gewicht hoe langer hoe meer op zijn been begon te drukken, toch wist hij dat Britts toestand erger was.
Pasmans voelde zich ontzettend ongemakkelijk. Hij wist amper wat er gebeurd was - de alcohol zat nog steeds in zijn bloed - en hij zag nog steeds geen steek. Hij durfde er niet aan te denken dat zijn gezichtsvermogen nooit meer zou terugkomen, dat hij altijd in deze duisternis zou moeten leven. Plots legde Raymond zijn hand op Wilfrieds schouder. Hij schrok zodanig dat hij werkelijk de lucht in sprong. "Hey rustig" zei Raymond zacht. "Ben je in orde. Je doet zo raar. Sinds je Britt hebt neergelegd heb je je nog niet verroerd." "Ik zie niks" zei Pasmans, verbazingwekkend kalm, "ik denk dat die ontploffing mijn hoornvlies heeft aangetast." Raymond keek van Pasmans naar Sel en dan weer terug naar Pasmans. Sel knikte. Raymond zuchtte diep en leidde Pasmans voor zich uit naar een plaatsje waar hij kon zitten. Zo zaten of lagen de zes collega's en John daar een tijdje. Niemand zei een woord, niemand bewoog. Totdat Ben begon te kreunen. "Wat is er?" vroeg Sel bezorgd. "Mijn been doet steeds meer en meer pijn" antwoordde Ben, "maar het gaat wel" loog hij. Sel had het door en zei tegen Raymond en John: "we moeten dat brokstuk van zijn been tillen, misschien lukt het met een hefboom." "Dat heb ik al geprobeerd" zei Raymond terwijl hij een in twee geknakte stoelpoot toonde." "Dan moeten we het zo opheffen." Zei John. "Dat krijg je nooit met 2 man gehoffen" zei Raymond weer, "iemand zal Ben naar achter moeten trekken." "Wie spreekt er hier over 2 man?" zei Pasmans en draaide zijn hoofd naar waar hij dacht dat Raymond zat. "Wie spreekt er hier over màn?" zei Tony en ze stond recht. "Ik denk niet dat over Britt blijven hangen ons veel zal kunnen helpen nu." Iedereen knikte. "oké dan, aan de slag" zei Pasmans. Weer knikte iedereen. Na een kort overleg werd er besloten dat de mannen het brokstuk zouden proberen op te heffen, terwijl Tony Ben er onderuit zou trekken. Raymond leidde Pasmans naar Ben en legde zijn handen daar waar hij dadelijk de steen omhoog zou moeten trekken. "Oké, op mijn teken" zei John en hij telde af. "Drie, twee, één, hup" Als één samenhangende machine heften de vier mannen het brokstuk een paar centimeters om hoog. "Alé Tony, trek mij hier onderuit" zei Ben die voelde dat zijn collega aan hem trok, maar zonder het gewenste effect. "Eet wat meer spek hè" zei hij. "Als gij in uw leven wat minder spek had gegeten he, dan moest ik nu niet zo hard trekken" hijgde Tony en met deze woorden trok ze Ben achteruit, waardoor ze alletwee achterover vielen. 

Stijn voelde zijn klamme handen haast niet meer. Het had nog steeds niet gestopt met regenen. Terwijl hij onderdak zocht in de tent die de hulpdiensten in zeven haasten hadden neergepoot, viel zijn ogen op twee vrouwen die druk bezig waren tegen de chef van de brandweer, Luc Degroot. Stijn kende Luc persoonlijk, dat was ook de reden waarom ze hadden toegelaten dat Stijn aanwezig mocht zijn. De regen en de hevige wind beletten hem het gesprek op te vangen, maar hij kon zien dat ze alletwee de vrouwen over hun toeren waren. Zouden ze iemand kennen onder het puin? Een andere brandweerman leidde de twee vrouwen naar de tent waar Stijn stond. "Verdomme" riep de oudste vrouw en ze schopte tegen de gammele tafel in het midden van de tent. Als bij wonder bleef deze overeind. De jongere vrouw ging zitten en zuchtte diep. "Nadine, wat als." ze zweeg, bang om haar zin af te maken. "Dat zal heus niet gebeuren. Ik ken hen, ze kunnen wel tegen een stootje. Ze zijn van beton." Stelde de vrouw, die eerder als Nadine werd aangesproken, de andere gerust. "Ja maar, zijn zeven mensen van beton opgewassen tegen een heel gebouw dat van beton is?" vroeg de jongere vrouw. "Ik weet het niet Merel, ik weet het niet." Zei Nadine en ze zette zich neer naast Merel, terwijl ze haar hand vertrouwelijk op Merels schouder legde. Merel en Nadine dus, zei Stijn tegen zichzelf. Hij was er nu van overtuigd dat ze mensen onder het puin persoonlijk kenden.

"Dat ziet er niet zo goed uit" constateerde John, nadat hij Bens been had onderzocht. "Het is gebarsten en ik denk dat de wonde ook begint te ontsteken." Ben zei niets. "Maar als we hier snel uitgeraken, hoef je niets te vrezen" vervolgde John als een bijna volleerde dokter. "En wat als we hier niet snel uitgeraken?" vroeg Ben. John zweeg. "Wat dan?" herhaalde Ben. "Dan zou je er een blijvend letsel aan kunnen over houden of ze zullen - maar dat is alleen in het ergste geval - je been."John aarzelde even, "moeten amputeren" "Wablief!?" riep Ben uit. "Sshh" zei Tony terwijl ze naar boven keek, "pas toch op" "Wablief?" zei Ben nog eens, nu zachter. "Dat zal heus niet gebeuren" probeerde John Ben gerust te stellen, "Ze zijn al bezig met puin te ruimen, we zijn hier binnen de kortste keren uit. Alleen als we hier dagen in vast zitten, dan is er gevaar. Maar ik ben er zeker van dat we er voor" hij keek op zijn horloge en zag dat het al drie uur door was, "dat we er voor de ochtend uit zijn" "Hhhhrrrr" het was Ben die dit beestachtig geluid uitbracht. Maar iedereen begreep wat hij ermee wou zeggen. Hij zat duidelijk verveeld met de zaak, maar wou er niet meer verder over praten. 
"Begint je zicht nog niet terug te komen?" vroeg Raymond aan Pasmans. Hij knikte langzaam zijn hoofd en bleef voor zich uit staren. "Misschien is het beter als je je ogen sluit" stelde Raymond voor. "Dat gaat niet" zei Pasmans zacht, "ik kan zelfs niet knipperen met m'n ogen" Raymond keek bezorgd naar de anderen, die allemaal bezorgd naar Pasmans keken. "Laat me eens kijken" zei John. Zijn opleiding als verpleegkundige kwam goed van pas. "Waarom heb je niet eerder gezegd dat het zo erg was?" vroeg hij, terwijl hij Pasmans met de grootst voorzichtigheid onderzocht. "Heeft er iemand een zaklantaarn bij? Het licht van die half kapotte TL - lamp is niet genoeg" zei John. "Ja, hier heb ik een pitslamp. Ik wou de batterijen voorlopig sparen, misschien dat we ze nodig hebben als die lamp helemaal kapot is" zei Tony, terwijl ze John de klein lamp overhandigde. "Ik heb het maar even nodig" zei hij en hij scheen ermee op het gezicht van Pasmans. Hij snakte even naar adem. Raymond die dit gezien had, boog zich bezorgd over John. "Pasmans, verdomme" zei hij zacht. "Wat is er?" wou Ben weten en hij probeerde zich dichter bij de anderen te schuifelen. Maar zijn been liet dit niet toe. Raymond zag dat ook Pasmans zelf wou weten wat er aan de hand was. "Er zitten veel splinters rond je ogen" legde John uit. "Sommige zijn nogal groot. Ze zorgen ervoor dat heel je gezicht is opgezwollen." Pasmans slikte even. Hij had wel gedacht dat het geen prettig zich zou zijn, maar dat heel zijn gezicht was opgezwollen had hij niet verwacht. "Daardoor kan je ook je ogen niet sluiten" vervolgde John, "we moeten er een vochtige doek overleggen. Anders bestaat de kans dat je ogen 'uitdrogen' om het zo maar te zeggen." Met deze woorden stond John recht en hij knipte de lantaarn uit. "Heeft er iemand een doek bij?" vroeg hij. Sel toonde zijn zakdoek "We moeten hem nat maken" vervolgde hij weer. "Ik het wel doen" zei Sel en hij wandelde voorzichtig richting toog. "Doe door" riep John Sel zachtjes achterna. "Gaat het nog?" vroeg Raymond aan Pasmans. Hij knikte zachtjes maar zweeg voor de rest. Iedereen wist dat dit niet een van zijn gewoonten was en dat hij meer afzag dan hij wou toegeven.
Even later kwam Sel terug met vijf flessen water. Twee hield hij onder zijn armen gekneld, twee hield hij er vast en de vijfde zat geklemd tussen deze twee flessen en zijn borstkas. Raymond doordrenkte rap de zakdoek met water en legde deze voorzichtig op Pasmans ogen. Deze verkrampte helemaal, maar zei niets. Ook Tony overgoot een doek en legde deze op het voorhoofd van Britt. Deze had nog steeds niet gereageerd en Tony begon zich hoe langer hoe meer zorgen te maken. 

Twee auto's stopten aan de afbakening. Het duurde even, maar ze werden toch binnengelaten. Uit de eerste wagen stapte Merel. Hij herkende haar nog en vroeg zich af waar ze naar toe was geweest. Op dat moment stapten er ook een oudere vrouw en een meisje van een jaar of twaalf uit de auto. Als laatste stapte een vrouw van buitenlandse origine uit de wagen. Deze liep direct op een van de dokters af. De dokter, die als eerste hier was geweest, was een kleine kale man, met een raar brilletje. Hij maakte zelfs in deze omstandigheden een komische indruk. De vrouw vroeg iets. De dokter schudde zijn hoofd en de vrouw vergezelde de anderen. Op dat moment stapte Nadine uit de tweede wagen, gevolgd door drie andere vrouwen. Allemaal stapten ze op de tent af en Stijn vroeg zich af of er buiten hem nog mannen in de tent stonden. Hij keek rond zich en zag dat er buiten een verpleegster niemand anders aanwezig was. 

Tony zuchtte zachtjes. Ze zaten hier nu al zeker vijf uur vast en buiten het gerommel aan de ingang hadden ze geen contact gehad met de buitenwereld. Een GSM had er geen ontvangst en roepen zou ook niet helpen. Sel, Raymond en John waren naar de ingang gegaan. Ze zouden proberen zelf al wat puin te ruimen, zodat de hulpdiensten hen rapper konden bereiken. Tony bleef bij de gewonden achter. Tot haar grote opluchting had Britt ondertussen al bewogen. Ze was weliswaar niet bij bewustzijn geweest, maar het was toch al een goed teken. Ben had zich languit neergelegd en zat al de hele tijd een deuntje te neuriën. Normaal zou Tony hem al lang bedreigd hebben met een of andere gruwelijke daad als hij niet rap zijn smoel hield. Maar nu liet ze hem doen. Het was nu niet het moment om te bekvechten. Ze begon zich ook steeds meer zorgen over Pasmans te maken. De anders zo praatzieke agent had amper vijf woorden gezegd. Met de doek over zijn ogen kon ze niet zien of hij sliep. Ze hoopte voor hem van wel.

Stijn had ondertussen de acht namen van de vrouwen ontdekt. Merel en Nadine kende hij al van naam. Het kind en de bejaarde vrouw heetten respectievelijk Dorien en Magda. De buitenlandse vrouw luisterde naar de naam Mihriban. Dan waren er nog de moeder en dochter. De moeder heette Lydi, de dochter Vera. De laatste vrouw heette Jeanne. Stijn dacht eraan naar huis te gaan. Hij kende tenslotte niemand onder het puin en zou later alleen maar in de weg lopen. Hij wou ook niet voor pottenkijker spelen. Net toen hij zich wou omdraaien om de tent te verlaten hoorde hij één van de gravers roepen.

"Yes!" riep John toen de buitenlucht hem begroette. "Eindelijk zijn jullie er." "Het weer bemoeilijkte het puinruimen" verontschuldigde de jonge brandweerman zich. "Dat begrijpen we" stelde Sel hem gerust. "Is iedereen in orde?" vroeg een andere brandweerman. Raymond schudde zijn hoofd. "Nee, er zijn drie gewonden" De brandweerman knikte. "Oké,hou nog even vol, dan halen we jullie eruit. Ga maar naar achter want het puin zal jullie richting uit vallen." De drie mannen haastten zich naar achter en in enkele minuten was de ingang vrijgemaakt. "Kunnen jullie ons naar de rest brengen?" vroeg de brandweerman die op kop liep. Sel knikte en deed teken dat ze hem moesten volgen. "Is Tony in orde?" vroeg een bekende stem met Nederlands accent. "Sam wat doe jij hi.." zei Raymond voor hij zich realiseerde dat Sam urgentiearts was. "Tony is in orde" zei hij en liep weer achter de anderen aan.

Stijn stond nog altijd in de tent. Hij had gezien hoe de acht vrouwen probeerden bij het puin te raken. De hulpdiensten hadden de grootste moeite om hen achter het hek te houden. "Daar zijn ze" riep Mihriban plots en alle 16 ogen plus die van Stijn keken naar hetzelfde punt. "Ik zie niets!" "Jawel daar" "Oh ja" "Ik hoop maar dat iedereen in orde is" "Dat zal wel" "Oh nee" "Wat?" "een draagberrie, er ligt iemand op" "Mama!" Het was het meisje dat dit laatste had geroepen. Stijn dacht dat ze de dochter was van de vrouw die als eerste op de draagberrie naar buiten werd gereden. Maar niet alleen Dorien was angstig, heel de groep was over hun toeren. "Oh nee Britt" "Mamaaa!" "Ze is toch niet.?" "Nee, dan lag ze niet aan een infuus" "Ik hoop maar dat het niets al te ergs is" De draagberrie werd nu in de ziekenwagen gerold. Alle acht schaarden ze zich rond de ambulance, zoals vliegen die een pot honing roken. "Jullie kunnen niet allemaal mee" zei de ambulancier. "Wij twee gaan mee" zei Magda en ze nam Doriens hand stevig vast voor ze de ziekenwagen instapten. Terwijl de overige zes vrouwen probeerden te achterhalen wat er met Britt aan de hand was, werd een tweede draagberrie naar buiten gerold. "Ben!" riepen Merel en Nadine tegelijkertijd. "Merel, Nadine, wat doen jullie" antwoordde een zwakke stem. "Oh Ben, je bent toch in orde he" zei Merel, die met moeite haar tranen kon inhouden. "Heb maar geen schrik" zei Ben slapjes, maar toch geruststellend, "er is wel wat meer nodig om mij kapot te krijgen" Ondertussen was ook Ben een ziekenwagen ingerold. Merel en Nadine namen achterin plaats en met loeiende sirene reed ook deze ambulance naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Weer was er beweging bij de ingang van de combi. Alle hoofden draaiden zich, hopende dat er dit keer geen draagberrie uit zou komen. Hun hoop werd werkelijkheid want al snel herkenden ze de figuren van Raymond en Pasmans. "Raymond? Gaat het?" riep zijn vrouw met duidelijke opluchting in haar stem. Raymond knikte en leidde Pasmans naar de derde ambulance. "Wat is er met Wilfried?" vroeg Vera, die zag dat deze uit zijn normale doen was. "Hij ziet niks, de ontploffing heeft zijn ogen aangetast" zei Raymond zacht. De bezorgdheid in Vera's blik was weer terug. "Raymond?" vroeg Mihriban, "de rest, hoe." Voor ze haar zin kon afmaken, antwoordde Raymond: "ze zijn in orde, ze hebben nog niet eens een schrammetje" Hierna stapten de vier, samen met het verplegend personeel de ambulance in en terwijl Raymond en Pasmans aan een baxter werden gelegd, reed ook deze naar het ziekenhuis. Nu ze gehoord hadden dat de rest in orde was, haalde de twee laatste vrouwen opgelucht adem. "Sel!" riep Mihriban toen ze haar broer uit het puin zag komen. Jeanne liep vlak achter haar,de krop in haar keel liet haar niet in staat te spreken. "John" bracht ze snikkend uit toen ze haar echtgenoot in haar armen nam. De begroeting tussen broer en zus verliep al even innig. De vrouw, die als laatste uit het puin tevoorschijn kwam, haalde het niet tot aan het tentje. Ze werd onderweg door die Nederlandse dokter tegengehouden. "Tony, alles in orde?" "Sam wat doe jij hier" antwoordde de vrouw, "weet je of Britt in orde is?" "Nee, dat weet ik niet, maar hoe is het met jou, ben je zeker dat je niet verwond bent?" "Ja Sam ik ben echt in orde, maar ik zou Britt en de anderen graag zien." "Oké" zei de Nederlandse stem. Al de overigen stapten in dezelfde ambulance. Het leek niet nodig om bij hen ook een infuus aan te brengen. Stijn glimlachte 'ongelooflijk dat iedereen levend vanonder dat puin vandaan is gekomen' dacht hij 'hopelijk komen de gewonden ook nog in orde, maar de dokters leken optimistisch. Misschien was dit toch nog niet zo'n pechdag. Het viel hem plots op dat het regenen al lang gestopt was en hij besloot ook maar eens huiswaarts te keren. Hij zou de volgende dag alle details wel vernemen tijdens het nieuws.

Ben keek verveeld om zich heen. Hij lag hier nu al twee dagen en hij snakte om naar huis te mogen. Het ergste van al was misschien nog wel, dat hij bij Pasmans op de kamer lag. Eenmaal dat de alcohol volledig uit zijn bloed was en zijn hoofd verzorgd hadden, had zijn klep geen minuut stil gestaan. Die twee dagen met Pasmans vond Ben een zwaardere beproeving dan de instorting zelf. Dat zei hij tenminste tegen al zijn bezoekers, want in werkelijkheid was hij maar wat blij dat ze allemaal levend uit dat puin geraakt waren. Zijn been was inderdaad - zoals John gezegd had - gebarsten. Dat betekende drie weken gips. Het had erger gekund. Ook Britt zou volledig in orde komen. Ze was in de ambulance zelf al bij haar positieven geweest en was volgens Merel al even hard aan het zagen om naar huis te mogen als Ben. Pasmans zijn ogen waren even een twijfelgeval geweest. Al snel bleek echter dat hij zijn volledig zicht zou terugkrijgen. Zijn hoornvlies was aangetast door de knal, maar het genas snel. Hij zou morgen samen met Ben ontslagen worden. Ben nam de afstandsbediening en zette de tv aan. Het één uur journaal was halfweg. "De ontploffing die maandagavond bijna het leven kostte aan zeven agenten werd veroorzaakt door een bompakket. Hoe en waarom het goedje daar geplaatst werd, wordt momenteel nog onderzocht," zei Stef Wouters. Ben zuchtte diep. Tiens, tiens dacht Ben, ik dacht dat er maar zes agenten in de combi zaten. Hij zapte verveeld verder omdat hij toch al wist wat Stef Wouters zou zeggen, waarschijnlijk hetzelfde als wat Martine Tanghe deze morgen had gezegd en Sigrid Spruyt gisterenavond. "Laat eens staan" zei de stem van Pasmans langs hem. Ben verschoot. Hij dacht dat Pasmans sliep. "Lap, daar gaat de stilte" zei hij. In werkelijkheid was hij blij dat Pasmans wakker was, nu had hij iemand om tegen te praten. "Waarom, we weten toch al wat er gebeurd is" antwoordde hij gespeeld verveeld. "Ja, maar dadelijk komt thuis" "Thuis? Wat is daar nu aan?" "Wel, om te beginnen de acteurs, die zijn zo geweldig" "Och, jong wat zou het. Alleen dien ene die de rol van da nieuw lief van Peggy speelt, dien is wel goed, vind ik" Te laat dacht Ben eraan dat hij nu verraden had dat hij Thuis heimelijk volgde. "Je bedoelt Axel Daeseleire? Oh nee. Dan speelt da ex-lief veel beter. Bennie. Weet je wel hoe moeilijk het is om zo'n rol te spelen en die Mark Tijsmans, die doet dat op zo'n goede manier he, onvoorstelbaar, subliem gewoon." "Och zeveraar" Voor Pasmans kon antwoorden kwam een verpleegster binnen. "Zouden jullie alstublieft wat stiller kunnen zijn, jullie storen de overige patiënten." "Sorry" fluisterden Ben en Pasmans tegelijk. De verpleegster schudde haar hoofd en liep glimlachend naar buiten. "Kunnen we niet naar Britt gaan" vroeg Pasmans. "En hoe gaan we daar geraken. Ik kan niet gaan en jij kan niet zien" zei Ben, die zich begon af te vragen of Pasmans niet te veel morfine had gekregen. "Nee" antwoordde Pasmans "Maar jij kan wel zien en ik kan wel gaan." Ben dacht even na en toen snapte hij wat Pasmans bedoelde. "Ben je zeker dat dat zal gaan?" Pasmans knikte hevig. "Oké, je zal de rolstoel wel naar hier moeten brengen he" Pasmans knikte weer. "Waar staat die?" wou hij weten. Na lang tafelen en nadat Pasmans vijf keer bijna over zijn eigen benen was gevallen legde hij eindelijk zijn hand op de rolstoel. Na nog eens zoveel tijd zat Ben in de rolstoel en konden ze vertrekken. "rechtdoor, rechtdoor, rechtdoor, stop!" Pasmans stond abrupt stil. "Heb ik iets geraakt?" "Nee, maar het scheelde niet veel" Het duurde bijna een kwartier vooraleer ze aan Britts kamer waren. 
Sel, Nadine, Merel, Raymond, Tony en Britt merkten het gestommel op de gang op. Het had niet lang geduurd voor ze de stem van Ben hoorden roepen: "Kieken pas toch op!" 'Dat was duidelijk Ben' dacht Britt. Ze merkte dat zij niet de enige was die het uitermate grappig vond. Al haar collega's - die haar na de uren kwamen bezoeken - moesten erom lachen. Ze wist dat ze veel geluk had gehad. Als het brokstuk dat haar geraakt was, iets groter was geweest, dan lag ze misschien wel in het mortuarium. 
Tony dacht net hetzelfde als Britt. Ze had er niet aan mogen denken wat er gebeurd zou zijn als Britt het niet had gehaald. Hetzelfde gold trouwens voor Vanneste en Pasmans. Toen ze op dat moment de twee al klungelend de kamer zag inkomen, wist ze dat alles in orde zou komen. 

Einde

Kim Verdreng

Vorige Start Omhoog
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*