Steekwonde deel 3
(deel 1 en 2 zijn
van Smulsmurf123)
Ben rende de kleren van zijn lijf, recht naar het steegje waar zijn zus was. Hoe
kwam het dat niemand wist dat er achter deze huizenblok nog straatjes lagen?
Zijn benen deden pijn, hij had de jongste nachten niet veel geslapen en het
liefst van al was hij ergens gaan zitten. Maar zijn zus was daar ergens, alleen
met een moordmachine. Hoewel Merel al lang op eigen poten kon staan, kon hij het
niet laten haar zoveel mogelijk te beschermen. Plots hoorde hij een schot.
"Merel!" riep hij, "Merel?!" Nu voelde hij zijn vermoeide
benen niet meer. Hij liep zoals hij nog nooit had gelopen en botste bijna tegen
Britt. "Merel" was alles wat Ben kon uitbrengen en wou verder lopen.
"Ben" zei Britt kalm, "Ben", zei ze wat luider toen hij haar
niet scheen te horen, "ze is in orde." Britt toonde Ben haar
walkietalkie. "Het schot kwam van Merel" vervolgde ze, "ze heeft
Jo geraakt, maar Jef loopt hier nog steeds ergens rond. Ver kan hij niet zijn,
want we hebben heel de buurt afgesloten." Ben haalde opgelucht adem. In al
zijn haast was hij zijn walkietalkie helemaal vergeten. Gelukkig was zijn zus in
orde, ze had Jo zelfs gearresteerd en Ben kon het niet laten trots te zijn op
zìjn zus. Hij merkte dat Britt hem verward aankeek en haalde snel zijn glimlach
van zijn gezicht. "Ik ga naar Merel" zei hij rap en hij was weg.
Jo kreunde. "Teef" riep hij op de agente die hem had geraakt,
"Gij se vuil teef!!" Als het hem niet zoveel moeite kostte om te
praten zou hij nog meer scheldwoorden opgerakeld hebben. Maar de pijn in zijn
schouder deed hem zwijgen. Hij voelde zichzelf ook zwakker en zwakker worden.
"Durf niet te bewegen hè, of ik schiet ook een gat in je andere
schouder" zei de agente op een toon zonder enige emotie. Alsof ze een
geoliede machine was, die zulke dingen dagelijks tegenkwam. Maar Jo wist wel
beter. Ze was waarschijnlijk een collega van die agent Pasmans. Hij had het
kunnen weten dat het hem nog zuur zou opleveren. Hij was dan ook verbaasd toen
ze zei: "Er is een ziekenwagen onderweg, maar durf niet te bewegen zonder
dat ik het zeg." Ze hield nog steeds diezelfde toon aan, zonder een
greintje medelijden, maar Jo had echt gedacht dat ze hem hier zou laten
doodbloeden of dat ze nog een kogel door zijn lijf zou jagen, wat meer naar
rechts. Plots hoorde hij een zware mannenstem 'Merel' roepen. Dat moest de
agente zijn die hem had neergehaald want zij antwoordde direct. Niet lang daarna
kreeg de stem ook een gezicht. De man liep zonder Jo een blik waardig te gunnen
direct naar Merel. Ze moesten vrij close zijn, maar door de manier waarop ze
elkaar aanspraken kon Jo opmaken dat het geen minnaars waren. "Bang dat ik
haar òòk zou neersteken" zei Jo cynisch, ondanks de pijn in zijn
schouder. Tot zijn groot jolijt zag hij hoe Merel de andere agent - die
blijkbaar Ben heette - probeerde tegen te houden. "Klootzak" riep
deze, "denk je dat het nog niet erg genoeg was dat je Pasmans hebt
neergestoken. Maar ik beloof het je, je zal er voor boeten kerel." Jo
begreep al te goed dat als Merel er niet was geweest om Ben tegen te houden, hij
hier nu niet zou liggen te grinniken. Maar het kon hem niet schelen. Ze hadden
hem nu toch en hij vond het geweldig dat Merel haar collega tegenhield om te
vermijden dat hij hem -Jo- verrot zou slaan. En het mooiste was nog dat hij aan
haar gezicht kon zien dat ze ook zichzelf moest inhouden om hem geen petoeter te
verkopen. 'Heb ik jullie vriendje pijn gedaan?' wou Jo nog vragen, 'moet ik hem
anders een kaartje sturen, dan moet hij wel oppassen dat hij zich niet aan de
randjes snijdt' maar voor zijn lippen de woorden hadden kunnen vormen was hij
bewusteloos.
. "Raymond, hier klopt iets niet" zei Pasmans terwijl hij de radio
neerzette. "Ik voel het gewoon aan de toppen van mijn tenen dat er iets
niet pluis is" zei hij weer. Ondertussen probeerde hij uit alle macht een
gigantische fles open te draaien. Raymond wou hem tegenhouden, wetend dat het
slecht zou aflopen, maar om de één of andere reden kon hij niet bewegen.
Ondertussen bleef er uit de radio steeds maar hetzelfde gebliep komen. Met een
laatste krachtinspanning kreeg Wilfried de fles plots open. Hij stak zijn
volledige hand in de fles en toen hij ze er terug uithaalde had hij een mes
vast. "Ik had het toch gezegd" zei Wilfried, "maar luistert er
hier ooit iemand als ik iets zeg? Nee! Zie je nu wat er van komt!". Hij
draaide zich met een ruk om en Raymond zag de grote rode plek op zijn rug die
fel afstak tegen zijn blauw uniform. De bloedplek werd steeds groter en groter
en ineens draaide Wilfried zich terug om zodat hij weer met zijn gezicht naar
Raymond stond. Zonder iets te zeggen nam hij de radio weer op en plots stopte
het gebliep en veranderde het in een monotoon geluid dat door merg en been ging,
dat op haar beurt weer veranderde in een ijselijke schreeuw. Ineens hoorde
Raymond achter zich een auto slippen. Hij draaide zich zonder het zelf te willen
om en zag hoe een stationwagen tegen een boom opknalde. Een klein jongetje stond
er naar te kijken en begon te wenen. Het jongetje deed Raymond denken aan Jonas,
maar Jonas was jonger. Hij ging naar de jongen toe om hem te troosten, maar hoe
dichter Raymond kwam, hoe ouder de jongen werd en hoe duidelijker Raymond zag
dat deze jongen Pasmans was. Toen Raymond vlakbij Wilfried was, was hij
volwassen. Hij wou iets zeggen maar voor hij de kans kreeg zei Wilfried:
"Het is te laat Raymond, 't is te laat."..
Met een ruk werd Raymond wakker. Hij wist niet direct waar hij was, maar na
enkele tellen begon de omgeving vorm te krijgen en hij herkende de
ziekenhuiskamer van Pasmans. Raymond keek naar Wilfried, die daar nog steeds
onbewegelijk lag. Normaal had zijn toestand al lang veranderd moeten zijn.
Raymond zuchtte diep. "Het spijt me Wilfried" zei hij zachtjes, hoewel
hij wist dat hij hem toch niet kon horen.
"Ik wil mee met m'n broer" eiste Jef. Britt negeerde hem. "Hey
blondie, ik heb het tegen u hè!" "Uw broer wordt op dit moment naar
het ziekenhuis gebracht en u gaat met ons mee, naar het bureau."antwoordde
Britt kortaf. Jef keek haar aan met ogen waarin alleen maar haat schuilde. Voor
een honderdste van een seconde had Britt medelijden met dit schepsel. Hij had
waarschijnlijk nog nooit iemand echt lief gehad. Maar direct daarop herinnerde
ze zich wie hier werkelijk voor haar stond en verachte ze hem. "Wilt u nu
instappen" vroeg Britt op een geforceerde vriendelijke toon. Jef zweeg,
maar deed gelukkig wat van hem verlangd werd. Eenmaal Jef binnenwas, stapte ook
Sel in. Hij knikte en Britt klapte de deur van de combi dicht. Ondertussen was
Ben vooraan de combi binnengestapt, hij startte de motor en reed met loeiende
sirene weg. Britt keek de wagen na tot hij uit het zicht was. Daarna wandelde ze
naar Tony's wagen en stapte in. "Ik heb Nadine verwittigd" zei deze.
Britt knikte. Ze voelde zich beter nu ze de daders gevat hadden. Het had echter
niet veel gescheeld of ze waren ontsnapt. Als Sel niet zo snel was geweest en
als Merel Jo niet had weten te overmeesteren, zouden ze nu nog bezig zijn de
buurt uit te kammen. Sel en Ben voerden Jef naar het bureau, waar ook zij en
Tony nu naar toe gingen. Merel was mee de ambulance ingegaan met Jo. Nu was het
over, de flikken hadden hun deel gedaan. Er was niets dat ze nog voor Pasmans
konden doen, tenminste nu niet.
Wilfried luisterde naar het regelmatige gebliep. Hij wist niet hoe lang hij er
al naar aan het luisteren was, hij vond het om de een of andere reden
rustgevend, een soort mantra. Hij opende zijn ogen een fractie van een seconde,
maar dat was al genoeg voor het felle daglicht om een pijnscheut naar zijn hoofd
te sturen. Moeizaam bracht hij zijn hand naar zijn hoofd. Opnieuw opende hij
zijn ogen, ditmaal voorzichtiger. Alles draaide rond hem. Vaag hij kon hij een
figuur herkennen, de rest van de kamer was wit. Zijn ogen focusten zich op die
figuur, die langzamerhand steeds duidelijker werd. Het duurde een tijdje eer hij
een slapende Raymond herkende. Hij probeerde te achterhalen wat er gebeurd was
en waar hij was, maar zijn geheugen liet het afweten. Hij had dorst, zijn droge
keel piekte en hij wou drinken. "Raymond" fluisterde hij, meer geluid
kreeg hij niet uit. "Raymond" herhaalde hij moeizaam. Nu bleek Raymond
hem te horen, want zijn ogen flikkerden open. Wilfried wachtte tot zijn vriend
fatsoenlijk wakker was en fluisterde zijn naam nog een keer. Langzaam draaide
deze zijn hoofd naar hem toe en Pasmans zag hoe een gigantische smile op zijn
gezicht verscheen. "Wilfried" riep hij opgelucht en verbaasd uit en
drukte op het knopje om de zuster te roepen. Pasmans keek hem verbaasd aan, maar
hij was te moe om het te kunnen of te willen begrijpen. "Dorst" bracht
hij met veel moeite uit. "Oh" zei Raymond en greep rap naar de beker
die op het kastje stond, hem in zijn ijver bijna omstotend. "Hier" zei
hij en hij bracht het rietje naar Pasmans mond. "Gaat het zo?" vroeg
hij, bezorgdheid duidelijk aanwezig in zijn stem. Pasmans knikte zachtjes.
"Zo dadelijk komt er een dokter", zei Raymond weer. Pasmans knikte nog
een keer. Plotseling overviel een immense vermoeidheid hem en hij kon zijn ogen
niet meer open houden. "Wilfried?" hoorde hij Raymond vragen,
"Wilfried, komaan, wakker blijven." Pasmans probeerde zijn ogen weer
te openen, maar hij vond zelfs daar de kracht niet voor. Hij hoorde nog een deur
opengaan en voelde dat Raymond hem zachtjes aanduwde, maar daarna was er niets
meer.
Mihriban bladerde verstrooid in een tijdschrift. Plots kwam Lore, een jonge
verpleegster die nog maar pas aan de slag was binnen. Mihriban keek op. Lore
zei: "die agent, die jij kent, euhm hoe heet hij ook weer. Tijsmans, die
is." "Pasmans verbeterde Mihriban Lore, "hij heet Pasmans."
"Oh ja" antwoordde Lore, "die andere agent zegt hij eventjes
wakker is geweest." "Wat" riep Mihriban terwijl ze rechtstond,
"en dat zeg je nu pas!" Lore wou nog iets uitbrengen, maar Mihriban
was al weg. De kamer van Pasmans was niet ver en ze was dan ook rap daar.
"Is hij wakker geweest?" vroeg ze Raymond. Deze knikte opgetogen,
"maar hij is direct daarna terug in slaap gevallen"zei hij. "Dat
is normaal" mompelde Mihriban terwijl ze Wilfrieds parameters checkte en
met een brede glimlach deelde ze Raymond het goede nieuws mee dat zijn vriend en
collega het wel zou halen. "Hij zal wel een tijdje aan rolstoel gekluisterd
zijn, maar na verloop van tijd zou hij weer zo goed als de oude Wilfried moeten
zijn" besloot ze. Plots stak Lore haar hoofd naar binnen, "Euhm, u
wordt gevraagd in kamer 18". Mihriban knikte nog eens naar Raymond en repte
haar toen naar de andere kamer.
Het gebeurde niet vaak, maar nu was Dorien serieus kwaad op haar mama. Ze had
haar beloofd haar direct naar school mee te nemen naar het ziekenhuis om
Wilfried te bezoeken. De school was al een half uur geleden uit en haar mama was
nergens te zien. Nu gebeurde het wel vaker dat haar mama te laat was - en Dorien
kon dat begrijpen - maar ze had deze morgen nog beloofd om haar meteen nadat de
school uitwas naar het ziekenhuis te brengen. Meester Rudy had al gevraagd of
hij haar naar huis moest brengen, maar dat wou Dorien niet, omdat ze dacht dat
haar mama elk moment kon komen. Nu stond ze hier al een half uur te wachten.
Plots zag ze de auto van Tony om de hoek komen. Deze stopte voor haar en haar
mama stapte uit. "Sorry Dorien" begon ze het al uit te leggen, "
ik weet dat ik beloofd had om je om half vier te komen halen, maar we moesten de
daders - die Wilfried hebben neergestoken - arresteren." "Heb je ze
gearresteerd?" vroeg Dorien aan Tony, nog steeds een beetje boos op haar
mama. Tony knikte, "kom, dan gaan we naar het ziekenhuis." Vlug stapte
Dorien in de wagen. "Dorien" zei haar mama toen ze bijna aan het
ziekenhuis waren, "weet je zeker dat je Wilfried wil zien? Hij eum."
ze zocht naar haar woorden en kon niks beters bedenken dan, "ziet er niet
al te best uit, met al die buisjes en zo." Dorien wist wat haar mama wou
zeggen. "Ja, ik wil hem zien" zei ze zachtjes.
"En?" vroeg Merel aan Sam, die Jo behandeld had. "Het komt wel in
orde met hem" zei deze met zijn Nederlands accent. Merel knikte. "Weet
u op welke kamer." voor ze haar vraag kon afmaken antwoordde Sam al:
"kamer 11, dat is de eerste verdieping" "Oké" antwoordde
Merel en ze liep al richting trap. Toen ze de gang waar Wilfried lag binnenliep,
zag ze Britt, Tony en Dorien die net zijn kamer binnengingen. Merel was nog net
op tijd bij de deur om er voor te zorgen dat die niet voor haar neus dichtsloeg.
"Oh sorry" verontschuldigde Britt zich, "ik had je niet
gezien" "Geeft niks" antwoordde Merel rap, "hoe is het met
hem?" "Hij is buiten levensgevaar" zei Raymond in Britts plaats.
Toen Merel het nieuws goed en wel besefte, voelde ze hoe een grote glimlach op
haar gezicht verscheen en zag er ook één verschijnen op de gezichten van Britt
en Tony. Alleen Dorien reageerde niet. Ze keek naar Wilfried met duidelijk
geschrokken ogen. Ook Britt had het in de gaten en vroeg haar "Wat is er
Dorien? Dat is toch goed nieuws." Merel zag dat Dorien haar best deed om
haar tranen te bedwingen, maar het lukte niet al te best. Dorien knikte en zei
met een haastig fiepstemmetje: "Ik moet naar het toilet" en ze haastte
zich naar buiten. Merel keek Britt vragend aan. Deze zuchtte eens en ging toen
haar dochter achterna. Merel keek nu vragend naar Raymond. Deze haalde zijn
schouders op, tuurde nog eventjes naar de deur en richtte toen al zijn aandacht
op Wilfried. "Ik zal eens gaan kijken" Merel schrok even, ze wist niet
dat Tony ook in de kamer was. Tony kneep nog eens in Wilfrieds hand en wandelde
naar buiten.
Toen Tony de deur achter zich dichttrok, wist ze niet hoe ze zich voelde.
Natuurlijk was ze opgelucht: Pasmans zou het halen, daar had Mihriban geen
twijfel over gelaten. Tegelijk was ze ook nog bezorgd: hij lag nog in het
ziekenhuis en daar zou hij nog wel een tijdje blijven. En hoewel ze wist dat hij
lichamelijk volledig in orde zou komen vroeg ze zich af of hij het mentaal aan
zou kunnen. "Tony" zei Britt luid, niet kwaad, maar gewoon luid,
zonder enige vorm van emotie in haar stem. Tony wist wel beter. "ja?"
"Kan je even komen?"Tony volgde Britts blik en deze bleef op Dorien
rusten. Tony kon zien dat ze haar rode ogen probeerde te verbergen. "Wat is
er?" vroeg ze, en plots overmande een gevoel haar, dat ze nog nooit eerder
in zulke mate had gekend. Ze vond het echter niet vreemd, sinds ze zwanger was
leek het wel of haar emoties een spelletje met haar speelde en plots drong het
tot haar door dat haar moederinstinct begon te werken. "Sorry" zei
Dorien zachtjes, nog steeds met dat hoge stemmetje. "Waarvoor?"
"Omdat ik zo kinderachtig doe" antwoordde Dorien. Tony schrok van dit
antwoord. "Dorien, hey, je doet helemaal niet kinderachtig, je was alleen
maar een beetje.verschoten" zei Tony bij gebrek aan een beter woord.
"Dat is toch doodnormaal, toen ik voor het eerst iemand in het ziekenhuis
zag liggen die er net zo erg aan toen was als Pasm.als Wilfried heb ik heel de
Wc ondergeko.ondergebraakt" Dorien keek Tony aan. "Moest jij
overgeven" en de bijgedachte van Dorien was niet moeilijk te achterhalen.
'als jij zelfs al overgeeft dan.' Tony knikte "en ik was ouder dan jij
was" "Komt Wilfried echt in orde?" vroeg Dorien plots, ze vroeg
het aan haar moeder. Deze knikte en Tony kon zien dat Britt zelf ook moeite had
om haar tranen te bedwingen. Tony wist dat Britt, zonder het zelf te willen,
intuïtief aan Mark en dat deze het niet had gehaald. "Dan wil ik terug
naar binnen" zei Dorien vastberaden. "Ben je zeker?" vroeg Britt
een beetje bezorgd. Dorien knikte heftig en stond op.
Sel haakte de telefoon in. "W ie was't?" vroeg Ben. "Je
zuster" antwoordde Sel en hij zweeg met opzet om Ben op stang te jagen.
Normaal was Sel zo niet, maar hij had net vernomen dat Pasmans het zou halen en
kon het niet laten. "Ja en?!" vroeg deze nogal agressief, net zoals
Sel voorspeld had. "Pasmans is buiten levensgevaar. Volgens Mihriban komt
hij er weer helemaal bovenop" antwoordde Sel met een brede glimlach. Ben
veroerde heel even geen vin, slaakte toen een luide "yes" en ging
zitten om direct daarna weer recht te staan. Sel keek geamuseerd naar zijn
vriend. Ben gaf altijd de indruk dat hij Pasmans liever zag gaan dan komen. Sel
had altijd al vermoed dat dit komedie was, dat Ben dit deed om zijn
macho-gehalte op peil te houden. Nu wist Sel het zeker. "Kom, we moeten
naar het ziekenhuis." Zei Ben. Sel wandelde hem achterna, nog steeds met
die brede glimlach op zijn gezicht. Toen ze buitenkwamen zagen ze net hoe Jef en
Karel werden weggevoerd. Sel had eigenlijk compassie met Karel, de arme man was
zich niet echt van het kwaad bewust geweest en werd nu verteerd door
schuldgevoelens. Bovendien zou hem ook nog een sanctie te wachten staan. Maar
met een beetje geluk zou Karel voorwaardelijk vrijkomen. Jef daarentegen, zou er
niet zo licht van afkomen. Maar dat lag natuurlijk niet meer in hun handen. Hoe
het verder met dat crapuul zou aflopen lag aan het gerecht en aan de advocaten.
Wat Sel het meeste zorgen baarde was dat ze enerzijds Jo misschien een beetje
zouden ontzien omdat deze gewond was en dat anderzijds Pasmans zou moeten gaan
getuigen op het proces. Hoewel hij beide gedachten uit zijn hoofd zette, wist
hij onbewust dat hij waarschijnlijk gelijk had.
Wilfried werd zich opnieuw bewust van wat er rond hem gebeurde. Hij hoorde
bekende stemmen, maar kon ze niet direct plaatsen. Het was alsof hij zich in een
nevel bevond. Geen enge nevel boven een moeras zoals je in films ziet, maar een
warme aangename nevel.
Alleen stonk het, het rook naar een ziekenhuis. Was hij misschien in een
ziekenhuis? Was er iemand gewond? Moest hij een slachtoffer ondervragen? Hij
probeerde na te gaan wat er gebeurd was. De nevel werd dunner en dunner, maar
tegelijkertijd werd de pijn in zijn rug feller en feller. Het begon allemaal te
dagen. Plots bevond hij zich in een winkel, aan de flessen te zien was het een
drankwinkel. Hij was met een onderzoek bezig en plots herinnerde Wilfried zich
de winkeldiefstal. Kwam die geur uit de winkel? vroeg hij zich af. Toen zag hij
een flesje perziklikeur staan en toen kwam alles met een schok terug. Hij zag
het schitterende lemet van het mes en een fractie van een seconde later zag hij
zichzelf dichter bij de grond komen tot hij met een harde kwak de vloer raakte.
Hij herkende de stroperige vloeistof rond hem als bloed en toen realiseerde hij
zich dat hij wel degelijk in een ziekenhuis bevond, en dat hij zelf de patiënt
was. Op datzelfde moment werd de kloppende pijn in zijn rug ineens een stekende
felle pijn en hoorde hij de stemmen klaar en duidelijk. Het waren zijn
collega's. "Moet er iemand nog wat drinken hebben?" vroeg Tony.
Verschillend stemmen mompelden iets, dat kon hij niet verstaan, maar hij hoorde
wel Tony vragen of er nog iemand meekwam om te helpen dragen. Ze hadden
blijkbaar veel dorst. Wilfried hoorde iemand rechtstaan, hij wou weten wie het
was en probeerde zijn ogen te openen. Hij zag nog net dat Ben de deur achter
zich dichttrok. Toen sloot hij zijn ogen weer. Het licht maakte de pijn alleen
maar erger. Plots hoorde hij een stem vlak langs hem. "Wilfried?" Dat
was Raymond. "Wat?" hoorde hij nu Sel vragen. "Ik dacht dat hem
zag bewegen, maar ik zal 't me wel hebben ingebeeld" antwoordde Raymond.
"Raymond, ga naar huis. Hoe lang ben je nu al op? We laten het weten van
zodra er iets aan zijn toestand verandert" Wilfried vroeg zich af over
welke toestand ze het hadden. Alles was zo raar, net alsof hij dronken was.
"Ik zal je wel naar huis doen, ik moet toch door, het is al te laat voor
Dorien en ze moet morgen naar school." "Nee" riep Dorien nu.
Wilfried schrok en alsof Britt het gehoord had zei ze op strenge toon
"Dorien, stil." "Ik wil niet naar huis. Het kan toch niet lang
meer duren voor hij wakker wordt" vervolgde Dorien, maar zachter.
"Britt, wacht nog tot half twaalf, als er dan nog niks is veranderd ga je
met Dorien naar huis, goed?" Het was Vanbruane. Ze had al die tijd nog niks
gezegd maar nu kwam ze op het juiste moment tussenbeide om te bemiddelen, zoals
het een goede chef beaamt. "En Raymond, jij gaat mee" vervolgde ze.
Wilfried hoorde Raymond zeggen dat hij oud en wijs genoeg was om zelf te
beslissen wat hij moest doen. Wilfried kon het niet laten om hier op te
reageren. Hoe fel de pijn ook was en hoe versuft hij zich ook voelde "oud
genoeg wel ja" bracht hij met veel moeite en met een kraakstemmetje uit.
Hij verschoot zelf van het geluid. Hij schraapte zijn keel en vervolgde nu wat
luider en minder hees: "maar wijs?" Hij verwachtte een geïrriteerd
"Pasmans!" uit de mond van Raymond maar in plaats daarvan hoorde hij
gelach en kon hij met moeite zijn voornaam - die zijn collega's zelden tot nooit
gebruikten - opmaken.
Wilfried wachtte geduldig tot de deur van de lift zich opende en stapte dan zo
snel als hij kan naar zijn collega's. Twee maanden geleden zou hij deze korte
afstand zonder moeite afgelegd hebben, maar nu was hij nog steeds herstellende
van zijn verwondingen. "Ah ge komt toch nog" hoorde hij Ben zeggen.
Pasmans wist dat Ben het niet slecht bedoelde, nu wist hij dat. Hij wist nu ook
dat hij meer voor het korps betekende dan dat hij of het korps zelf geweten had.
Het had hem veel moeite gekost om terug te kunnen lopen. Alleen was het hem
waarschijnlijk nooit gelukt. Maar zijn collega's en in het bijzonder Raymond
hadden hem erdoor gekregen. Van de dag in die likeurwinkel zelf weet hij niet
veel meer, hij vraagt er ook niet achter, want hij hoeft het niet te weten,
voorlopig toch niet. "En?" vraagt Wilfried "is er al meer
nieuws?" Zijn collega's schudden het hoofd. Wilfried knikt en wandelt naar
de muur om er tegen te kunnen leunen. Zijn wonde mag dan al wel genezen zijn,
maar van de pijn heeft hij nog vaak last, zeker als hij net een inspanning heeft
geleverd. "Wil je gaan zitten?" vraagt Dorien terwijl ze recht staat.
Ze had zich de enige stoel opgeëist omdat ze niet van plan was zolang te staan.
Maar voor Wilfried stond ze die graag af. Ze herinnerde het zich nog zo goed,
van het moment dat haar mama had verteld wat er gebeurd tot hij terug wakker
werd. Ze had Wilfried later verteld hoe erg ze het vond om hem daar zo te zien
liggen en hij had geantwoord dat hij helemaal in orde was en dat er helemaal
niks mis mee is om je gevoelens te tonen, zeker niet in zulke omstandigheden.
Daarna hadden ze vier op een rij gedaan. Dorien won telkens, maar Wilfried stak
de schuld op de verdoving, dat hij zich daardoor niet goed kon concentreren.
Dorien wist niet of ze dit moest geloven of niet. Ze wist alleen dat hij niet te
versuft was geweest om haar de d-t regels klaar en duidelijk uit te leggen zodat
ze het eindelijk snapte. Haar mama had gezegd dat Wilfried leraar moest worden.
Wilfried had daarop gezegd dat dan het gemiddelde IQ van de politie met 10
procent zou zakken. Haar mama had hier hard om moeten lachen. Dorien was blij,
want sinds het voorval was haar mama stiller geworden als ze bij Wilfried kwam,
waarschijnlijk kwam dit omdat alles haar aan papa deed denken. Maar zij en
Pasmans hadden eens lang gepraat en sinsdien was het gebeterd en eenmaal toen de
dokters Wilfried uit het ziekenhuis hadden ontslagen, deed haar mama weer zoals
ze altijd had gedaan.
Sel glimlachte toen Dorien haar stoel aanbood aan Wilfried. Hij wist dat ze het
moeilijk had gehad met het hele voorval, ze hadden het trouwens allemaal
moeilijk gehad. Volgens de kinesist zou Pasmans pas binnen een maand of twee
weer op de straat kunnen gaan. Dat was nog lang. Maar hopelijk zat de kinesist
er weer langs want hij had eerder gezegd dat het minstens 10 weken zou duren
vooraleer Wilfried uit de rolstoel zou mogen en na nog geen 2 maanden kon hij al
gaan zonder krukken. Sel wist niet of de kinesist een slecht
inschattingsvermogen had of dat Wilfried een uitzonderlijke doorbijter was.
Waarschijnlijk het laatste. Want een doorbijter dat was hij. Ze wisten allemaal
dat hij nog veel last had van zijn rug, maar hij zou het nooit laten merken.
Alleen Raymond wist op de een of andere manier altijd wanneer hij zich weer
sterker voordeed dan hij in werkelijkheid was. Ook nu weer. "Gaat het
wel?" hoorde hij Raymond met die bezorgde stem vragen die hij de laatste
twee maanden zo vaak had gehoord.
Raymond zag dat zijn rug Wilfried weer parten speelde. "jaja"
antwoordde Wilfried. Raymond keek hem aan en Wilfried schudde zijn hoofd
"nee het gaat niet". Maar nu was het probleem nog niet opgelost, want
er was niks dat Raymond of de dokters konden doen. Natuurlijk hadden ze hem
pijnstillers voorgeschreven, maar vaak was dat niet genoeg en Wilfried weigerde
er meer te slikken. Raymond wou dat Wilfried wat opener was. Toegeven, Raymond
was sinds het voorval veel over Wilfrieds verleden te weten gekomen maar toch
had hij het gevoel dat hij nog niet alles wist. Wel had hij Wilfried kunnen
overhalen om over het ongeluk van zijn ouders te vertellen. Wilfried was toen
amper acht. Zijn vader was op slag dood en zijn moeder is 3 weken later
gestorven aan haar verwondingen. Daarna woonde hij 8 jaar bij zijn grootvader,
maar deze stuurde hem naar een internaat en alleen in de vakanties mocht hij
naar huis komen. Onder die vakanties moest hij dan altijd op kamp gaan, iets wat
hij haatte. Sinds zijn zestiende woonde hij alleen. Raymond was zwaar onder de
indruk geweest van dit verhaal. Hij had Pasmans altijd gezien als het type dat
tot zijn vijfentwintigste bij zijn ouders zou wonen. Ook had Wilfried met een
drugsprobleem te kampen gehad, maar Raymond had moeten zweren dit voor zich te
houden. Voor de rest had Wilfried er niets over gezegd, maar Raymond zat nog
steeds met vragen en was niet van plan het zomaar te laten gaan.
Ben keek bezorgd naar zijn jonge collega. Hij voelde zich schuldig. Hij had zich
vaak slecht gedragen tegenover Pasmans en de jongeman had het al moeilijk genoeg
gehad in zijn leven. Ben had altijd gedacht dat Pasmans maar eens moest leren om
tegen een stootje te kunnen. Hij had zijn moeder verloren en zijn vader was een
dronkaard, voor Merel gold natuurlijk hetzelfde, Tony was opgegroeid in een
achterbuurt, Britt had haar man verloren, Sel werd vaak scheef bekeken en ze
riepen schunnige dingen naar hem omdat hij een Turk was en Raymond had in heel
zijn carrière al meer meegemaakt dan al de rest samen. Wist hij veel dat
Pasmans alletwee zijn ouders was kwijtgespeeld. Hij had Raymond gevraagd hoe het
ongeluk gebeurd was. Blijkbaar werden ze geramd door een andere wagen, maar de
chauffeur pleegde vluchtmisdrijf en hebben ze nog steeds niet gepakt. Ben had
zich voorgenomen voortaan veel vriendelijker te zijn tegen Pasmans. Het plagen
en het kefferen, dat vond Pasmans niet erg, dat wist hij. Maar de harde
opmerkingen die Ben soms maakte waren voorgoed verleden tijd.
Hij wendde zijn blik van Pasmans af en keek naar Nadine, die langs hem stond.
Sinds ze die nacht samen hadden doorgebracht had het even geduurd voor één van
de twee er terug over begonnen was. Ben had de eerste stap genomen.
Nadine herinnerde zich hoe Ben haar kantoor binnenkwam en voorzichtig het
onderwerp aanhaalde. Hoe hij dat gedaan had wist ze niet meer, maar wel dat ze
de volgende nacht weer samen hadden doorgebracht en de daaropvolgende nacht ook
en die daarop ook. Overdag gedroegen ze zich als collega's, zodat de rest er
niets van zou weten. Ondertussen wisten ze het wel, nadat Pasmans hen die loer
had gedraaid. Ze waren hem samen gaan bezoeken, maar hij sliep. Eerst zaten ze
daar maar op het aanliggende, lege bed - Pasmans was ondertussen naar een andere
kamer gebracht - maar van het een kwam het ander. Ze hadden de gordijn dicht
getrokken, maar dat nam niet weg dat Pasmans hen bezig gehoord had. Ze was al
maar wat blij dat ze 'het' niet gedaan hadden, anders had ze zich nooit meer op
het commissariaat durven vertonen. Hij had hen dus gehoord, maar had niets
gezegd en liet hen gewoon door doen. Op dat moment kwam Tony binnen. Nadine en
Ben hadden de deur gehoord en hielden zich muisstil in de hoop dat ze niet zou
merken dat zij daar waren. Maar omdat ze zich zo stil moesten houden konden ze
zich niet bewegen. Nadine had zeker tien minuten in de meest onmogelijke houding
op Ben gelegen. Toen hoorde ze Tony opstaan om weg te gaan. Maar Pasmans, de
gluipaard, opende zijn ogen en vroeg Tony of ze hem een extra kussen kon geven.
Voor Nadine en Ben het goed en wel beseften stond Tony over hen gebogen met de
meest verwonderde uitdrukking ooit, terwijl Pasmans in lachen was uitgebarsten.
Het was Nadine nog steeds een raadsel hoe Pasmans zo lang heeft kunnen doen
alsof hij sliep. Maar ze was al lang blij dat hij oké was, dat hij terug in
orde zou komen, dat haar team weer compleet was.
Op dat moment kwam Britt buiten met een lange schort voor haar en brede
glimlach. "'t Is over" zei ze, "jullie kunnen even een kijkje
komen nemen naar onze kersverse moeder en haar dochtertje." Mekaar bijna
overhoop lopend spoedden ze zich allemaal de plots veel te kleine verloskamer
binnen om Tony proficiat te wensen en allemaal waren ze even gretig om de kleine
Julie even vast te nemen.
THE END
Ik heb dit verhaal verder afgeschreven met de toestemming van smulmurf123
groetjes Kim