Toeristen

Dit is een vervolg op vakantie

Britt : Goede morgen Sofie.
Sofie : Ook een goede morgen, fijne vakantie gehad?
Britt : alleen overdag, de nachten niet echt.
Sofie : Licht dat niet zo'n luchtbed?
Britt : Die licht prima, alleen Dorien was vreselijk bang, Johan en ik hebben de nachten behoorlijk moeten afzien, want ze heeft tussen ons in gelegen en behoorlijk lopen knijpen, zelfs Johan heeft ze gekrabd.
Sofie : Vervelend.
Britt : Hoe was jou weekje met Nick?
Sofie : Aan het begin ging het echt voor geen meter, maar verder in de week werd het beter.
Britt : Daar ben ik heel erg blij om.
Sofie : Ach jij mag volgende week met Bruno samenwerken, dan hebben Nick en ik vakantie.
Britt : Gaan jullie samen?
Sofie : Nee, ik ga met een hele goede vriendin en met wie hij gaat is een groot raadsel voor mij, dacht dat hij naar Spanje ging.
Britt : Vrouwen genoeg daar dus.
Sofie : Ja dat is zeker zo.
Britt : O nee, Vanbruane en Raymond en Pasmans hebben nu zeker vakantie?
Sofie : Ja.
Britt : gezellig, ik kan vanmiddag dus naar de burgemeester.
Sofie : Dat is waar ook, ze heeft haar spullen voor jou in haar la gedaan en ze zij dat jij alles wel zou begrijpen.
Britt : Het moest er maar eens van komen he.
Sofie : Ga je de straat nog op?
Britt : Ik zal het proberen, maar denk dat het niet erg gaat lukken.
Sofie : Leuk hoor. 
Britt: Sofie, je mag ook in mijn plaats naar de burgemeester..
Sofie: Neen bedankt, ik ga wel lekker de straat op.. 
Britt : Ik snap het echt niet, niemand wild daar heen.
Sofie : Sorry, slapen doe ik toch lier in mijn bed.
Britt : Je hoeft er ook niet te slapen, alleen doen of je wakker bent en mee luistert.
Sofie : Ik doe dan liever PV's.
Britt : Ga je gang, ik kan me hier ook wel amuseren. 
Sofie: Bedoel je niet bij de burgemeester?
Britt: Leuk Sofie, geestig...

Britt gaat tegen de middag naar de overkant. 
Britt heeft eigenlijk het idee dat het hier peuters zijn de hoeveelheid herhaling er altijd bij de burgemeester is. Het lijkt hier wel een aflevering van de Teletubbies, altijd maar weer die herhaling en zo voorspellend war er gaat gebeuren, zou er dan nooit eens iemand de burgemeester op andere ideeën kunnen brengen. In ieder geval dat gehamer over het blauw op straat, hoe vaak er al gezegd word dat er zo veel als mogelijk aan agenten op straat lopen en het steeds weer terug komt in een of andere vergadering. 
Britt: Bedankt voor uw tijd en ik zal er zeker wat mee doen.
Burgemeester: Dat hoor ik graag.
Britt: Dat is dan mooi. Tot een volgende keer. 
Britt is blij dat ze nu weer buiten is en naar het commissariaat kan.

Sofie : Lekker geslapen?
Britt : Bijna.
Sofie : En wat was het verschil met de vorige vergadering?
Britt : De temperatuur.
Sofie : Was dat alles?
Britt : Volgens mij wel, lijkt me makkelijk als je die notulen moet schrijven.
Sofie : Alleen een andere datum erboven zetten. 
Britt: Ik denk zelf dit keer wel wat meer..
Sofie: vertel..
Britt: Dat de burgemeester aan het eind zowaar vrolijk gestemd was..
Sofie: Ik wist wel dat u een goeie invloed had op den venten..

Nadine die net binnen kwam lopen..
Nadine: Goed gezind?!? 
Sofie: De burgemeester ja.. 
Nadine : jij mag dan vaker gaan Britt.
Britt : Liever niet baas, zoek de verschillen speelde ik als kind.
Sofie : Wat doet u eigenlijk in uw vakantie hier?
Nadine : iets vergeten.
Britt : Halen en dan snel naar Ben toe.
Nadine : Dat zal ik doen, commissaris.
Britt : Als u het na uw vakantie maar over neemt wil ik voor u wel commissaris spelen. 
Ze beginnen te lachen...

Britt: Alle, snel, uit mijn teamlokaal (lachend) 
Vanbruane loopt snel naar haar kantoor en doet daar iets in haar tas, dan gaat ze er weer vandoor.

Sofie : Die mag ook wel eens op haar lijn gaan letten, ze krijgt een buikje.
Britt : Is me eigenlijk nog niet zo opgevallen.
Britt denkt meteen aan wanneer Vanbruane het aan het team gaat vertellen dat ze zwanger is. Dan komt Kris ineens binnen gelopen.

Britt :Hoi Kris.
Kris : Britt, zou jij me willen helpen met het uitzoeken van mijn trouwpak? 
Britt: Trouwpak? (ongeloofwaardig) 
Kris: Ik dacht, misschien kan je me daar ook mee helpen..
Britt: Ja... Ehm, misschien later op de dag..
Kris: Commissaris op vakantie?
Britt: Hoe raad je het zo?
Kris: Ik heb u goed gekend..
Britt: Ik had het kunnen weten, haha..
Kris: Zal ik later anders nog een andere keer terugkomen... 
Britt: Ja, dat is goed.

Kris vertrekt, nadat hij Britt een zoen op de wang heeft gegeven en Sofie een hand, en Britt zucht eventjes...a 
Sofie: Vanwaar die zucht?
Britt: Ik weet het niet,eigenlijk...
Sofie: Klonk erg... zuchtend...
Britt: Haha... 
Britt : Hij heeft wel wat, maar ik zou nooit meer wat met hem willen. Maar ik heb toch wel een leuke tijd met hem gehad en nu ben ik zijn getuige van zijn huwelijk, zo raar.
Sofie : Had je het liever niet gedaan?
Britt : Ik weet het eigenlijk niet.
Sofie : Toch ook wel leuk getuige zijn, je hebt geluk dat je geen ceremoniemeester bent.
Britt : Daar heb ik geen eens tijd voor, want mijn vriend en kinderen gaan toch echt voor. 
Sofie: Je twijfelt toch niet?
Britt: Ik weet het eigenlijk niet... (toch een beetje twijfelend)
Sofie: Wat vind Johan ervan? 
Britt : Hij heeft er geen problemen mee, maar stond in het begin wel even vreemd te kijken dat er een ex op de stoep stond.
Sofie : Die vent van je is toch zo makkelijk.
Britt : Ja, daarom zit hij nu nog steeds onder de stift, die watervaste stift dat krijg je met geen mogelijk van je huis af.
Sofie : Jullie zijn echt erg voor die goedsul geweest.
Britt : Het is vooral gezellig geweest en daar gaat het toch ook om.
Sofie : Ja dat is waar.
Britt : Laten we nu maar weer eens aan het werk gaan he. 
Sofie: gij zijt nu commissaris, dus ik zal wel moeten luisteren naar u he..
Britt: Als jij het zegt.. Kom op dames, aan 't werk..
Sofie: Kom Britt, laten we aan 't werk gaan 
Bruno: Ach, wat zijn jullie weer geestig!!! 
Britt : Je moet plezier in je werk hebben, dus een lolletje hoort er ook bij.
Bruno : Ja dat is waar.
Britt : Sofie, waar was je precies mee bezig?
Sofie : PV's.
Britt : Ga daar maar mee door, laten we de burgemeester een plezier doen en jullie alle drie het centrum in sturen.
Sofie : Toch niet in het blauw?
Britt : ja, hoe wild je anders gaan?
Sofie : Hoe ik nu ben.
Britt : Het toeristen zijzoen is begonnen, je weet het toch wel.
Sofie : Jij blijft zeker lekker hier?
Britt : Ik mag naar een andere vergadering in Brussel, ook in uniform dus als je wilde ruilen?
Sofie : Ik mag dat toch niet doen.
Britt : Geluksvogel. 
Sofie: Maar gaan we dan in trio de straat op?
Britt: neen, voor jou heb ik een speciale vervanger opgetrommeld, namelijk.. Eddy..
Sofie: Bedankt Britt, bedankt..
Britt: Het is een schat..
Sofie: Zo lang ik in een rok loop zeker..
Britt: En dat ga je ook doen, want ik geloof dat ik net zag dat de broeken naar de stomerij zijn..
Sofie: Dat meen je niet?!
Britt: Je lijkt Tony wel, haha 
Sofie : Hoezo?
Britt : Tony haar broek was ook eens bij de stomerij en toen moest ze in een rok. Ze gedroeg zich zo kinderachtig, dat heeft me toen een relatie opgeleverd.'
Sofie : Een goede rede om mij niet zo de straat op te sturen.
Britt : Nee, want ik ben er niet bij dus jij kan mij geen wafel in mijn handen duwen zodat ik bij intern toezicht op het matje moet komen.
Sofie : jammer.
Britt : Toch lekker weer buiten ik wou dat ik de straat op mocht, nee ik kan naar een benauwde vergaderruimte. 
Sofie: Maar niet in rok, want jij hebt je broek net op tijd kunnen redden..
Britt: Soms weet ik dingen op tijd he 
Sofie: En loop ik weer eens achter de feiten aan..
Britt: Doe je dat dan zo vaak? 
Sofie : Vuile pestkop dat je er bent.
Britt : Tip, bewaar altijd wat thuis.
Sofie : Had je die niet wat eerder kunnen geven?
Britt : Dat spreekt toch voor zich.
Sofie : Is er dan niet iemand die een broek over heeft.
Bruno : Ik heb er wel een voor je.
Sofie : Ja, daar kan ik met gemak in, maar ik zie er dan niet uit.
Nick : Zie je dat dan normaal wel? 
Sofie: Hééééél grappig ! (mompelend)
Nick: Vind ik ook (plagend) 
Britt : Ik wil dat jullie nu ophouden met ruzie maken en weer netjes aan het werk gaan.
Sofie : Ik wil morgen een broek aan.
Britt : Je mag een broek aan, je onderbroek.
Sofie : Ga jij nu ook al beginnen.
Britt : Aan het werk nu.
Sofie : Ik vind jou volgens mij ineens niet zo aardig.
Britt : Jammer dan. 
Britt kijkt nog eens met een strenge blik het teamlokaal rond, gaat dan haar bureautje in en sluit de deur...
Sofie komt haar achterna gelopen.

Britt: Ja; wat is er, Sofie? (zuchtend)
Sofie: Is er wat met je de laatste tijd? Je bent zo afstandelijk, kortaf en streng... (twijfelend) Iedereen krijgt schrik van je op die manier... 
Britt : Denk je dat ik dat leuk vind om zo te werken?
Sofie : Nee.
Britt : Zag je jou reactie, op het moment staat ik boven jullie.
Sofie : Ik begrijp het, ik zal er zelf ook op letten.
Britt : Dan probeer ik het ook.
Sofie : Oke, baas.
Britt : Oke, ga maar aan het werk. 
Sofie: oke, en hoe laat moet jij weg?
Britt: Over een uur..
Sofie: Zou ik dan je.. Ehm neen, laat ook maar..
Britt: Heel verstandig Sofie.. 
Sofie : Het is al goed.

Nick : En wat heb jij bij Britt gedaan?
Sofie : Gaan klagen over haar aanpak.
Bruno : En?
Sofie : Omdat ik zo reageerde, en dat zij nu boven ons moet staan.
Nick : Dat mag ze wel wat vriendelijker doen.
Sofie : Het is toch begrijpelijk, ik ging meteen in de tegenaanval. 
Nick: En bij Nadine doe je dat inderdaad niet zo snel, ik kan er steeds beter inkomen, eigenlijk is Britt wel een goeie baas...
Bruno: Voor even dan he..
Sofie: Eh.. Kom aan..
Nick: Nadine of Britt..
Sofie: Britt, maar dan als partner.. 
Nick : Zie je.
Sofie : Ik hoef geen andere partner te hebben.
Bruno : Laten we maar aan het wek gaan, voor dat Britt weer boos moet worden.
Sofie : Goed idee.

Dan gaan ze allemaal aan het werk. 
En Sofie gaat dan de straat op in rok.

De mannen kijken haar duidelijk even na, want die zijn dat niet gewend, Sofie in een rok.. Maar ze moeten toegeven dat het wel heel schoon staat ..
Sofie: Kunnen we niet ergens anders gaan lopen, ik voel me zo bekeken..
Eddy: Je heb gehoord wat Britt zei... 
Sofie: Maar Britt is hier nu niet. (gemeen glimlachend) 
Eddy: Ik denk dat je dan de evrkeerde bij je hebt..
Sofie: Please? Vanavond pintje in de Combi..
Eddy: Neen!! 
Sofie : Alsjeblieft.
Eddy : Nee echt niet Sofie.
Sofie : Waarom niet?
Eddy : Wat denk je als we nu niet naar Britt luisteren dan hebben we echt een heel erg probleem met Vanbruane.
Sofie : Dat zou toch wel los lopen en Britt hoeft er toch niet achter te komen?
Eddy : Daar komt ze achter, Britt is echt niet op haar achterhoofd gevallen. 
Sofie: Sorry..

Samen lopen ze verder en komen onderweg veel toeristen tegen die hun de weg vragen. 
En dan komt er een klein meisje aan.
Meisje: Mag ik iets vragen?
Sofie: Tuurlijk..
Meisje: Zijn jullie verliefd? 
Sofie kleurt rood.

Sofie: Waarom denk je dat, meisje? (vriendelijk) 
Meisje: Er zijn er zoveel hier, en iedereen zowat die naast elkaar lopen zijn verliefd.
Eddy: Ik ben wel verliefd, maar niet op haar.
Meisje: Ik vind jullie net zo lief samen.
Sofie: Dank je wel..
Meisje: Maar nu ga ik weer..
Het meisje rent weg..
Sofie: Had mee gespeelt Eddy..
Eddy: Liever niet, het is de dochter van een goede vriendin van mijn vrouw.. 
Sofie: Hmm... Die had ik nou eens goed kunnen uithoren over jou. (plagend)
Eddy: Grappig (mompelend)
Sofie: Wil je dat ik stop met je te plagen?
Eddy: Graag!
Sofie: Dan moeten we ergens anders gaan lopen. (plagend) 
Eddy: Sofie!!
Sofie: Sorry, maar laten we dan nu wel verder lopen, oke?
Eddy: Oke.. 
Iets verder horen ze ineens geroep en geschreeuw en ze gaan er direct op af.. 
Sofie: Wat is er gebeurd?
Man: Dit meisje kwam aangefietst, en ineens lag ze op de grond...
Sofie: Hebt u gezien hoe het komt dat ze op de grond lag ineens?
Man: Ja, natuurlijk. Ze begon ineens te slingeren op de baan, en is dan onderuit gegaan. Volgens mij was ze van iets of iemand geschrokken. Maar ze is op dit stuk hard ijzer gevallen...
Sofie: Wat is jouw naam, meisje? (zacht)
Meisje: Mi...Mirn...
Sofie: Mirna? (zacht)

Het meisje knikt, maar kan zich niet bewegen... 
Sofie : Laat een ambulance komen en vraag om assistentie..
Eddy was al bezig, maar dat had Sofie niet gezien..
Eddy: Ze zijn onderweg..
Sofie: Bedankt..

Sofie kijkt nog eens maar Mirna en houdt haar hoofd voorzichtig vast..
Sofie: Mirna, zijn je papa of mama in de buurt?
Maar Mirna reageert niet..
Sofie: Mirna?? Minra? 
Mirna kreunt zachtjes...

Sofie: Blijf tegen mij praten Mirna, oke? (vriendelijk)
Mirna: O... oke...
Sofie: Wat is er gebeurd, liefje? (vriendelijk) 
Mirna: Ik... Ik...
Sofie: Kijk, hoor je dat?
De sirenes waren inmiddels al wel te horen.
Sofie: De mensen komen je helpen.
Mirna: Echt?
Sofie: Ja, en dan gaan wij zo naar je papa en mama, oke?
Eddy: Zal ik anders alvast een beetje rondvragen hier, aan getuige enzo?
Sofie: Graag, bedankt... 
Dan richt Sofie zich weer tot Mirna.

Sofie: Mag ik je adres weten, Mirna? Dan kan ik je ouders op de hoogte brengen. (vriendelijk)
Mirna: Ka...Kattenbe...berg... 33.... 
Dan komen de broeders eraan en maakt Sofie direct plaats..
Sofie: Ik heb geen idee wat er in gebeurd..
Man: Ze is gevallen, met haar hoofd op..
Broeder: Bedankt.. 
Maar dat had hij inmiddels ook al wel gezien en kunnen concluderen..
Eddy: En?
Sofie: Eerst dit afmaken en dan naar haar ouders..
Samen ondervragen ze de getuigen, maar allen beweren exact hetzelfde als die ene man vertelde... Mirna moet van iets of iemand geschrokken zijn en zo gevallen...

Eddy: Dan nu naar haar ouders?
Sofie: Ja... Echt een rotklus (zuchtend)
Eddy: Het hoort erbij, Sofie. (lachend)
Sofie: Kunnen we dan niet eerst even via het commissariaat rijden? We hebben een zaak nu, dus kan ik mijn uniform uittrekken. (lachend)
Eddy: De ouders gaan voor, en trouwens... Het is de tegenovergestelde richting dan het commissariaat... (plagend)
Sofie: Oke dan, maar na de ouders onmiddellijk naar het commissariaat, begrepen?
Eddy: Begrepen, baas. (plagend)

Bij de ouders aangekomen, belt Sofie aan... 
Sofie: Goede morgen.
Astrid (oppas): Hallo, wat kan ik voor u doen?
Sofie: Bent u de moeder van Mirna?
Astrid: neen, de oppas, hoezo?
Sofie: Mirna heeft net een ongeluk...
Astrid: Neen, dat kan iet.. Ze is enkel wat lolly's gana halen.. 
Eddy: Was ze op de fiets?

Astrid knikt bevestigend.

Sofie: Mevrouw... Mirna is van haar fiets gevallen op een hard stuk ijzer... Ze is nu in het ziekenhuis. Zelf moeten we nog gaan kijken hoe het ervoor staat met haar, maar we wilden u eerst inlichten. Zijn haar ouders misschien thuis?
Astrid: Neen, die zijn alle twee werken.
Eddy: Kunt u hen bereiken en zeggen dat ze naar het ziekenhuis, Jan Palfijn, moeten komen?
Astrid: Ja, natuurlijk. Ik kom er ook zo aan.
Sofie: Dan zien we u wel aan het ziekenhuis.

Sofie en Eddy nemen afscheid van Astrid en vertrekken dan richting ziekenhuis...
Onderweg...

Sofie: Nu kan ik mijn uniform nog niet gaan uittrekken. (mokkend)
Eddy: Werk gaat voor dan er goed uit te zien, Sofie. (lachend)
Sofie: Rijd maar wat sneller, des te sneller zijn we in het ziekenhuis. (zuchtend)

In het ziekenhuis aangekomen... 
Is de behandeld arts Sam.
Sam: ze wordt nu geopereerd, maar het is niet zeker of ze het gaat halen en hoe ze eruit zal komen. Haar schedel is gebroken en er zijn wat dingen beschadigd geraakt.
Sofie: Maar toch bedankt.
Dan komt Astrid met een man en een vrouw binnenlopen.
Sam: Zijn dat de ouders?
Sofie: Waarschijnlijk, met de oppas samen... 
Sam loopt op hen af en vertelt hen over de toestand... 
Sofie : We moeten er achter komen wie die man was.
Eddy : Daar kom je niet achter, niemand heeft hem gezien, en alsnog, hij heeft niets gedaan ze is alleen geschrokken en dan op een ongelukkig manier gevallen.
Sofie : Ik wil dit met Britt overleggen.
Eddy : Jij wild wel heel graag naar het commissariaat, hé Sofie.
Sofie : Nee, maar ik wil weten wat we hier mee moeten. 
Eddy: Vooruit dan maar. (glimlachend)

Aangekomen op het commissariaat gaat Sofie eerst haar uniform uittrekken en dan Britt briefen en haar vragen wat te doen met deze zaak... 
Britt : Jullie kunnen vandaag niets doen met die zaak, de ouders zijn nu tedruk met hun druk met hun dochter, je mag proberen met ze te praten, maar als ze dat niet op prijsstellen, of als het niets oplevert dan kunnen jullie de straat weer op, dus Sofie je had je uniform aan mogen houden.
Sofie : Britt, alsjeblieft.
Britt : Nee Sofie.
Eddy moet hier wel om lachen.
Sofie : Sta niet zo stom te lachen
Britt : Sofie.(streng) 
Sofie: Maar ik heb er geen zin meer in! Mag ik vandaag geen vrijaf nemen, baas? 
Britt : Dat kan bij Vanbruane ook niet dus het antwoord is nee.
Sofie loopt boos het kantoor uit.
Britt : Laat haar maar even wat stoom afblazen.
Eddy : Dat is goed.
Britt : Ik weet niet wat ze heeft, maar ze heeft nu al een week niet met mij gewerkt en het gaat helemaal mis. 
Eddy: Ik veronderstel dat ze je mist, Britt.
Britt: Maar ik kan hier toch ook niets aan doen, of wel soms?
Eddy: Dat zeg ik niet. Ze mist niet jou als persoon, maar je vriendelijkheid, enfin, hoe je je geraagde toen jullie partners waren. Nu ben je heel anders, Britt.
Britt: Is dat echt zo? (beetje twijfelend)
Eddy: Zeker weten. (glimlachend) Ik weet wel dat je geen andere keuze hebt, en dat je streng moet zijn, om je team in de hand te kunnen houden, maar je kan het toch ook op een wat vriendelijkere manier proberen, niet?
Britt: Je hebt gelijk. Ik kan het proberen. (glimlachend) En bedankt voor je eerlijkheid...
Eddy: Graag gedaan.

Dan komt Sofie weer terug, wéér in uniform... 
Britt: Ik moet toegeven, Sofie, het staat je wel goed..
Sofie: Kom aan Eddy, we gaan weer..
Sofie en Eddy gaan er weer vandoor.

In het ziekenhuis.
Sofie: Sorry, maar zou ik u misschien even iets mogen vragen?
Saskia (moeder): Gaat u gang..
Sofie: Uw dochter... 
Bij deze woorden begint Saskia weer te huilen...

Sofie: Het spijt ons verschrikkelijk, maar we moeten u wel een paar vragen stellen, anders kunnen we niet verder met deze zaak.
Koen (vader): Kan dat niet een andere keer, mevrouw? We zijn nog erg aangeslagen door dit voorval. (ook snikkend)
Sofie: Natuurlijk kan dat. Sorry voor het storen. (vriendelijk)

Sofie: Dus patrouille lopen. (zuchtend)
Eddy: Tja... 
Samen lopen ze weer de straat op. En gaan terug naar waar ze eerst liepen.
Eddy: Vind je het echt zo erg, in uniform?
Sofie: Het is vooral die rok. Een broek, is niet zo erg. Maar die rok..
Eddy: Het is nochtans een echte armani..
Sofie: Te duur voor mij om gewoon aan te schaffen.. 
Eddy : Ik vind het vreselijk om in burger te lopen, laat ze mij maar meteen herkennen, en ik denk dat jij ook meer last hebt dat mensen naar je kijken, maar dat doen de mensen toch wel naar de politie. 
Sofie : En in burger herkennen ze je niet als politie dus kijken ze niet naar je.
Eddy : Precies, dus een rok of een broek maakt geen verschil, voor jou gevoel misschien, maar voor de burger niet.
Sofie : Maar ook die wapenroem, die is zwaarder als hoe ik er bij loop, en het zot gewoon heel erg anders.
Eddy : Went vanzelf. 
Sofie: Ik hoop dat ik niet meer te vaak in uniform moet rondlopen, want als er iets is dat ik haat, is het dat wel (zuchtend)
Eddy: Zin in een kopje koffie? (wijzend naar een gezellig terrasje) 
Sofie : In uniform?
Eddy : Eten mag niet, maar een kopje koffie wel, als we maar niet op het terras gaan zitten.
Sofie : Oke, dan stem ik toe.
Eddy : Je ziet dat je het nog niet gewend bent, maar drinken mag altijd, aangezien je op het commissariaat ook mag drinken.
Sofie : Eten ook hoor. 
Eddy: Maar daar zien de burgers ons niet. (lachend) 
Sofie : Zonder uniform heeft niemand er last van.

Dan gaat Eddy twee koffie halen. En er komt een klein jongentje huilend naar Sofie gerend.
Bard : Mevrouw de politie ik ben mamma en pappa kwijt. (huilend)
Sofie : Hoe heet je?
Bard : Ik heet Bard en ik woon in Amsterdam. (huilend)
Sofie : Waar ben je je mamma en pappa kwijt geraakt?
Bard : Toen we de winkel uit zijn gegaan. (huilend)
Dan komt Eddy met de koffie terug lopen.
Sofie : Welke winkel was het?
Bard : Met de H, maar ik kan de andere letters nog niet lezen, ik zit nog maar in groep 1.
Sofie : Heb je een blaadje met een telefoonnummer?
Bard : Ik weet het telefoonnummer van mijn huis, dat heb ik van mamma moeten leren.
Sofie : We kunnen het proberen te bellen, misschien gaat hij dan naar de mobile telefoon dat hij staat doorgeschakeld.
Bard : Wat is dat doorgeschakeld.
Sofie : Dan belt je telefoon hem gelijk door naar een andere telefoon, maar zeg het nummer maar.
Bard : 728139
Eddy : Je moet even het kerngetal opzoeken. 
Sofie: Een vriendin van mij woont in Amsterdam en het kerngetal is 020.
Eddy: Vergeet het landennummer dan niet..
Sofie: Eh, ik ben ook niet helemaal van gister hoor..
Eddy loopt naar Bard.
Eddy: Zullen we anders even hier gaan zitten? 
Eddy haalt ook wat te drinken voor Bard en dan gaat hij even op het terrasje zitten, Sofie probeert te bellen, maar helaas zonder resultaat, een bandje dat ze er niet zijn, meer niets.
Eddy : Lukt het niet?
Sofie : Nee, een antwoordapparaat.
Eddy : Bard, kan je ons tonen waar die winkel was?
Bard : Wat is tonen?
Sofie : Laten zien.
Bard : Ik weet het niet meer.
Britt : Dan gaan we elke winkel met een H af. 
Eddy: Het zal wel in de buurt zitten, niet?
Sofie: Denk ook niet dat hij ver heeft gelopen, maar we zullen eens kijken..
Eddy: Of gewoon naar het commissariaat gaan, daar zullen zijn ouders ook wel heen gaan, zijn ze hem zoek, denk je ook niet.. 
Sofie: Nou ja, we zullen eerst even rondwandelen hier, en dan naar het commissariaat, goed? (glimlachend)
Eddy: Oke. (glimlachend)
Dus wandelen ze even rond, maar vinden uiteindelijk niets...
Sofie: Nou ja, naar het commissariaat dan maar...

Daar aangekomen...
Britt: Zijn jullie nu wéér hier? (streng)
Bart: Wie is die mevrouw? (fluisterend tegen Sofie) 
Dan ziet Britt hem..
Britt: hey.. En wie ben jij?
Bart: Ik ben Bart..
Sofie: Hij kwam naar ons toe. Zijn ouders ergens kwijtgespeeld.
Britt: Ik heb hier nog geen ouders gezien..
Sofie: Maar het leek ons het handigst hierheen te komen.. Want die winkel waar hij ze voor het laatst zag, kan hij zich niet herinneren... 
Britt : Hebben jullie het doorgegeven aan de andere patrouilles?
Eddy : Ja dat heb ik gedaan.
Britt : Dan komen de ouders zo denk ik wel, zeker een toerist?
Sofie : Ja, hij woont in Amsterdam.
Bard : Ik wil naar mamma!!!!(huilend)
Britt : De andere politiemensen zijn mamma aan het zoeken en brengen haar dan naar jou toe, wil je een snoepje, ik heb er nog wel een in mijn tas zitten.
Bard : Ja, lekker. 
Britt: Toch makkelijk zelf een dochter hebben..
Sofie: En een zoon, enfin Simon, die aan schouw je zo toch?
Britt: In ieder geval snoep voldoende..
Bart: Mag ik die..
Bart wijst naar een snoepje dat Britt net op haar bureau had gelegd..
Britt: Maar wel voorzichtig zijn dan hoor..
Bart: Ja, is goed..
Sofie: Wil jij even op hem letten? 
Britt : Dat is goed, hij mag wel bij mij blijven, dan kunnen jullie opzoek naar zijn ouders.
Sofie : Dat is goed Baas. (plagend)
Bard : Ben jij de baas?
Britt : De baas is op vakantie en nu moet ik op iedereen letten. Maar zullen we eens kijken of ik wat speelgoed voor je hebt?
Bard : Ja.

Britt loopt met Bard naar de kantine en daar staat een kast met wat speelgoed. Bard kiest een paar autootjes en die nemen ze mee naar het kantoor waar hij op de grond gaat zitten spelen, Britt kan dus mooi weer doorwerken.

Nick : He Michiels, neem je je kinderen ook al mee naar je werk?
Britt : Ja, zijn ouders kwijt. 
Nick: Is dat niet het resultaat van een nachtje Johan..
Britt: Geestig Nick..
Nick: Alle, he..
Bart: Wie is hij?
Britt: Hij is een collega, iemand met wie ik samenwerk en soms een beetje vervelend..
Bart: Maar wel lief?
Britt: Hij is wel lief hoor... 
Nick : Ik ben blij dat te horen.
Britt : Maar wat kan ik voor je doen?
Nick : Toestemming voor een huiszoeking op dit adres, een drugdealer.
Britt : Ik ga voor je aan de slag.
Nick : Bedankt Britt.

Het is ondertussen al weer 6 uur en Johan komt binnen om Britt op te halen, want hij had Britt vanochtend ook gebracht en er zijn geen kinderen die opgehaald moeten worden want die zijn uit logeren.
Johan : Hoi, schat.
Britt : Hoi Johan.
Johan : Van wie is die kleine?
Britt : Hij is zijn ouders kwijt geraakt, maar die zijn nog altijd niet terecht.
Johan : Ai, en nu?
Britt : Ik weet het niet, maar kan hem toch niet hier laten? 
Johan: Dan blijf je toch nog even hier..
Britt: En jij dan?
Johan: Ik ook..
Britt: Echt?
Britt geeft hem een kus..
Bart trekt aan haar broek..
Bart: Vind je hem liever?
Britt: ja, Bart, hem vind ik liever.. Veel liever..
Johan: liever dan wie?
Britt: Dan Nick..
Bart: En jij bent?
Johan: Ik ben Johan.. En jij Bart, toch?
Bart: ja.. Ik ben mijn papa en mama kwijt.
Carla komt binnen en klopt op de deur en ziet dat dat Britt en Johan gehurkt naast Bart zitten..
Carla: Britt..
Britt staat op: Ja..
Carla: ik denk dat zijn ouders er zijn... 
Britt : Zou je ze hier na toe willen brengen?
Carla : Ja dat zal ik doen.
Britt : Dankje Carla.

Johan : Wil je dat ik weg ga?
Britt : Nee, Pak anders even een stoel er bij.
Johan : Dat is goed.
Bard : Komen mamma en pappa nu?
Britt : Ik denk het wel.
Bard : Ik vond het hier ook wel leuk hoor.
Britt : Ja, maar bij mamma en pappa is het toch leuker. 
Bart: Dat is waar.
Britt en Johan kijken elkaar aan.
En moeten eigenlijk wel een beetje lachen..

Een paar minuten later komt Carla met de mogelijke ouders van Bart binnen.
Richard: Bart!! Waar was je nu?
Bart die schrikt van de reactie van zijn vader kruipt schuin achter de stoel van Britt en begint te snikken.
Britt: U bent zijn vader?
Richard: En Rosalie zijn moeder ja..
Britt: Waarom bent u niet eerder gekomen?
Richard: Hij was aan het spelen met wat kinderen en toen zijn wij veen weggegaan, toen we terugkwamen was hij weg..
Britt kon haar oren niet geloven en Johan ook niet.. 
Britt moest zich ever over haar moeder gevoel heen zetten.
Britt : Gaat u even zitten.

Britt : Bard is naar een van onze patrouilles gegaan, daar heeft hij verteld dat hij u was kwijt geraakt, daarom hebben ze geprobeerd naar huis te bellen, ik de hoop dat de telefoon stond doorverbonden of een mobiel nummer werd genoemd. Bard wist niet meer welke winkel het was en daarom hebben ze hem hier naar het commissariaat gebracht. Maar hij is hier heel lief geweest.
Rozalie : Bedankt dat u hem heeft opgevangen. 
Britt: Dat was geen moeite..
Bart: Mag ik niet blijven hier?
Britt: Dat zal niet gaan..
Bart: Mag ik dan nu weg?
Britt: Mag ik nog even met je papa en mama praten? Mag jij even met Johan mee..
Britt kijkt Johan een en die reikt zijn hand... 
Johan en Bard verlaten het kantoor en gaan naar de kantine.

Britt : Nu is Bard weg, ik weet zelf niet hoe ouders met hun kinderen in Nederland om gaan, maar in België niet zo als u vandaag er mee om gaat. Het is enorm druk in Gent en u laat u kind van 5 zonder toezicht spelen en gaat zelf weg zonder dat hij het weet.
Rosalie : In Amsterdam is het ook druk.
Britt : Maar daar is hij bekend.
Rosallie : Het zal niet meer gebeuren.
Britt : U moet wel begrijpen dat er een PV opgemaakt wordt naar Nederland gestuurd.
Rozalie : En dan? 
Britt: Kan het zijn dat u er in Nederland nog iets over krijgt te horen. Maar let voortaan wel op uw kleine..
Rosalie: Oke, het spijt me..
Britt: Als u nu maar echt wel op Bart let, he. Het is een schat van jochie..
Rosalie: dat weet ik ook wel, maar toch bedankt..
Britt: Graag gedaan 
Johan : Bard gebeurd het wel eens vaker dat ze je alleen?
Bard : Ja.
Dan bukt Bard om iets te pakken en ziet Johan een blauwe plek.
Johan : Ben je gevallen?
Bard : Van de trap, ik ging niet snel genoeg naar beneden en toen gaf pappa mij een duw.
Johan : Gebeurd dat wel eens vaker?
Bard : Ja.
Johan : Slaat je vader je wel eens?
Bard : Ja.
Johan : Ik ga even naar de wc, blijf jij hier spelen?
Bard : Ja.

Johan vraagt aan een agent of die op Bard wild letten en gaat dan zo snel mogelijk naar Britt toe. 
Britt die toevallig echt naar de toilet moest..
Johan: Britt, kom eens..
Britt: Wat is er?
Johan: Bart vertelde mij net dat hij wel eens wordt geslagen..
Britt: Echt?
Johan: Zeker..
Britt: Je had flik moeten worden..
Johan: Maar wat moet ik nu doen?
Britt: Ik handel dit verder wel af.. je bent een schat en Britt plant een zoen op de lippen van Johan..
Dan gaat Johan weer terug naar Bard toe.
Bard : Heb jij ook kinderen?
Johan : Ja ik heb een zoon en een dochter, samen met Britt waar je de hele middag hebt gespeeld?
Bard : Jij bent ook lief.
Johan : dankje, wil je nog iets drinken?
Bard : Mag ik nog een cola? (onzeker)
Johan : Ja dat mag wel hoor.

Britt heeft nog even snel naar de onderzoeksrechter gebeld om te vragen hoe het zit met deze zaak omdat ze uit Nederland komen. 
Britt: Rosalie, zou ik u man even alleen mogen spreken?
Rosalie: Natuurlijk..
En Britt vertrekt samen Richard naar verhoor 1.
Richard: Wat wil je?
Britt: Weeten wat u met u zoon doet?
Richard: Dat weet u toch?
Britt: Niet dat u hem mishandeld.. 
Richard : Dat doe ik niet.
Britt : Hoe komt hij dan op de blauwe plekken op zijn rug?
Richard : Hij is van de trap gevallen.
Britt : Omdat u hem duwde.
Richard : Dat is niet waar.
Britt : Waarom zou Bard liegen?
Richard : Bard heeft dat niet gezegd.
Britt : Hij heeft dat wel verteld, en kinderen van zijn leeftijd verzinnen dit niet.
Richard : U verzint dit zelf.
Britt : Ik wou dat ik het verzonnen had. 
Richard: Wat denkt u wel van mij!!! (terwijl hij woedend rechtspringt)
Britt: Ga zitten. (streng)

Maar Richard stapt dreigend op haar af...
Britt: Ga zitten! (streng) 
Richard geeft Britt een slag in het gezicht, en dat had hij beter niet kunnen doen, want nu licht hij zelf geboeid op de grond.
Britt : Wat ik denk van u, dat u een nachtje de cel in gaat, voor het slaan van een ambtenaar in functie, en ik geloof steeds meer van Bard zijn verhaal.
Richard : Kreng dat je er bent.
Britt : Dat is smaad, dat weet u toch wel.
Richard : En hoe bewijst u dat?
Britt : Er staat hiernaast iemand die mee luistert en kijkt, u denkt toch niet dat ik alleen ga zitten met een man met lossen handjes.
Dan komt Pattrik binnen.
Pattrik : Zal ik hem maar meenemen?
Britt : Graag. 
Pattrik: Gaat het wel Britt..
Britt: Prima hoor, alles oke..
Terwijl Pattrik Richard meeneemt, gaat Britt naar Johan, maar eerst nog even langs de toiletten om te zien of er iets van die slag in haar gezicht te zien is.. Dat valt gelukkig wel mee.
Johan: Hey.. en?
Britt: Bart mag met zijn moeder mee, en zijn pa zit hier nog wel even..
Bart: Waar is mama..
Britt: Kom maar mee, ik breng je wel..
Britt brengt smane met Johan Bart naar zijn moeder. 
Britt: Rosalie, ik vrees dat u man nog even bij ons zit..
Rosalie: Hoezo?
Bart: Hij doet mij au..
Britt: Mishandeling..
Rosalie: En hij had nog wel beloofd...
Britt ziet aan het gezicht van Rosalie dat ze het uit een verleden wel wist van Richard. 
Rosalie : Heeft hij bekent?
Britt : Nee, maar hij heeft mij geprobeerd in elkaar te slaan.
Rozalie : Maar hoe weet u dat hij Bard mishandelt?
Britt : Aan de blauwe plekken op zijn rug en een simpele vraag stellen.
Rozalie : Waar, heeft hij plekken?
Britt : Op zijn rug.
Rozalie : Ik wist het niet echt niet, hij verzorgde Bard altijd nu weet ik waarom. 
Britt: U moet oppassen hoor, dit soort dingen gebeuren vaker..
Rosalie: En ik wil mijn excuses maken, voor wat mijn man u heeft gedaan..
Britt: Dat is niet nodig hoor..
Rosalie: En mag ik u nog eens bedanken..
Britt: Geen probleem..
Rosalie: ik ga maar naar het hotel, als ik verder iets kan doen..
Britt: Hoort u het wel.. En nog fijne vakantie..

Als ze weg zijn.
Johan: Gaat het?
Britt: Waarom zou het niet gaan?
Johan: Dat hij je heeft geklopt, daar zei je mij niets van...
Britt: Je hoeft ook niet te weten wat er soms in die verhoorkamers gebeurd..
Johan: Niet??
Britt: Schelden en pogingen tot slaan, ik red me wel... 
Johan : Ik weet het schat, maar toch.
Britt : Het os het werk, en eigenlijk doet het me niet zo veel.
Johan : Nou laten we dan mar naar huis gaan.
Britt : Ja, dat is goed, want het is al laad genoeg. 
Johan slaat zijn arm om Britt heen en samen lopen ze het commissariaat uit.

Thuis aangekomen gaat Britt op de sofa zitten en Johan pakt twee glazen wijn en schenkt die in, ze drinken er eentje en dan beginnen Johan en Britt aan het eten.
Britt: Wel lekker, zo met z´n twee..
Johan: Heb ik ook niets op tegen, zo af en toe dan.. niet te vaak.. 
Britt : Bijna de gehele vakante.
Johan : Ja, die kinderen willen veelte graag uit logeren.
Britt : Dorien vind het nu wel leuk, ze is nu eens niet de hele vakantie bij mijn ouders of mijn schoonouders.
Johan : Simon ging naar zijn moeder in de vakantie, maar dat hoeft hij gelukkig ook niet meer.
Britt : Ik zou er niet aan moeten denken.
Johan : Ik weet zeker dat Dorien het gezegd zou hebben als ze geslagen werden.
Britt : Weet ik ook wel, maar toch.
Johan : Ik begrijp het. 
Britt: Dat is de nachtmerrie voor een ieder, volgens mij.. Ontdekken dat je partner
Johan: Dat is ook verschrikkelijk.
Johan kijkt meteen beduusd naar beneden en Britt had al een gevoel dat ze er niet over had moeten beginnen.

Ze schuift dicht tegen Johan aan, die direct zijn hoofd op haar schouder legt.
Britt: het spijt me.. Het spijt me..
Johan: Je kan er niets aan doen..
Britt: Jawel, er niet over beginnen..
Johan: Tis niets..
Johan gaat nog iets dichter tegen Britt aanzitten, die haar arm om hem slaat n hem begint te troosten.. 
Britt: Het spijt me, Johan. (zacht/verontschuldigend) 
Johan en Britt zaten zo nog een tijdje, tot Britt zag dat het inmiddels al wel erg laat was geworden en ze zich bedacht dat ze morgen weer moest werken, terwijl Johan lekker vrij was. Zij had dan ook wel het weekend vrij, maar eerst moest ze morgen nog werken.
En in het vakantieseizoen is het altijd zo druk en daar baalt ze wel van.
Britt: Ik ga zo slapen, denk ik. Ik ben kapot.
Johan: Ik kom ook.
Britt en Johan gingen samen naar bed.. 
De volgende dag...

Johan: Liefje? Je hebt je verslapen... (fluisterend in Britt's oor)

Britt schiet met een schok rechtop...

Britt: Hoe laat is het dan nu wel?!
Johan: half11... 
Britt: Shit
Britt springt op uit bed en wast zich snel en terwijl ze dat doet staat Johan ook op om een ontbijtje voor haar te maken..

Als Britt dan op het commissariaat aankomt.
Sofie: Moest jij niet pas over een uur beginnen.. Volgens mij zou je pas rond de middag komen..
Britt: neen, dat meen je nie, was dat echt vandaag.. Shit..
Sofie: Maar nu je er toch bent, wat was dat gisteravond, ik hoorde dat Johan voor flik heeft gespeeld... 
Britt : Nou ja. (zuchtend, dat ze toch te vroeg is) 
Sofie: Zo erg is het niet hoor..
Britt: Wel als ik bedank dat ik nog zo lekker in bed lag..
Sofie: EN niet alleen natuurlijk..
Britt: Natuurlijk..
Sofie: Dus je bedpartner had gister voor Flik gespeeld?
Britt: Niet echt, enkel hij ging even met Bart weg toen ik met zijn ouders ging praten en toen vertelde Johan mij iets later dat hij werd geslagen... 
Sofie: Een halve flik dan. (plagend)
Britt: Goed... Wat doen we nu? 
Sofie: Dat dacht ik eigenlijk van jou te horen! 
Britt: Ik ben er niet echt met mijn hoofd bij. (zuchtend)
Sofie: Hoe komt het? 
Britt: Ach, ik was eigenlijk wel een beetje geschrokken, maar wat ik van de moeder van Bart begreep was dat Richard wel al vaker had geslagen maar had beloofd op te houden.. En toen kwam bij mij dat met Simon weer boven..
Sofie: Shit, helemaal vergeten..
Britt: Maar ik niet, en het was niet leuk Johan zo weer te zien. Hij stortte thuis volledig ineen..
Sofie: Maar Johan is een sterke..
Britt: Daar ben ik inmiddels ook al wel achter.. Maar ook zo kwetsbaar, als het om Simon gaat.. 
Sofie: Tja... Het zijn ook de enige dingen die hij nog heeft, he. Jouw, Dorien en Simon. Ik kan best begrijpen dat hij zo kwetsbaar is, als het over jullie gaat... 
Britt: Iemand met een klein hartje als het om mensen gaat om wie hij geeft..
Sofie: Maar dat is toch normaal..
Britt: Maar laten we nu maar met die Richard of hoe heet die gast verder gaan, want dit gesprek maakt mij niet echt vrolijk.. En ik wil die gast wel even uithoren..
Sofie: Zullen we dan maar... 

In het verhoor... 
Britt: Richard, wil je nu wel iets zeggen?
Richard: Neen, eigenlijk niet neen, ik snap ook niet dat jullie mij hier houden..
Britt: Ach, ik kan het ook aan mijn Nederlandse collega's overlaten hoor, maar dan zit je nog langer in het gevang, dus het is maar wat jij wilt..
Richard : Ik wil dat u mij met rust laat.
Britt : Dat doen we alleen wanneer u heeft verteld wat u heft gedaan bij uw zoon Bard.
Richard : Ik ga u aanklagen, als ik u was zou ik maar een goede advocaat nemen.
Britt : Die heb ik al, en mij maakt u daar niet bang mee met een bedreiging voor een proces.
Richard : Ik zal u ruïneren met de koste van uw advocaat.
Britt : Dat is goed, nu wil ik weten, waarom mishandeld u uw zoon? 
Richard: Mishandelen, mishandelen. Af en toe een tik op de billen is meer dan normaal, is het niet?
Britt: Maar u doet meer, is het niet?
Richard: Meer? Een tik op de billen, meer niet. Maar daar worden ze groot van.
Britt: En blauw, maar dat is niet alles. Heb ik mij zo laten vertellen.
Richard: Als u nu eens gewoon iets minder luisterd en gewoon uw Job uitvoerd, zal u geld schelen en een hoop tijd.. 
Britt zucht diep...

Britt: Beste Richard... Ik denk dat u ons vak niet begrijpt. DIT is ons vak. (pestend)
Richard: Maar ik mishandel mijn zoon niet! (zuchtend) 
Britt: Neen, tuurlijk doet u dat niet, dat doet toch niemand.
Richard: Inderdaad, wie doet zijn kind dat nu aan?
Britt: Ik weet het niet, ik zou het in ieder geval nooit kunnen en ken nog veel mensen die dat niet zouden kunnen, maar er lopen altijd van die exemplaren tussen die dat wel doen.
Richard kijkt haar een beetje vreemd aan, want heeft geen idee waar ze nu eigenlijk heen wil.
Britt: Het begint onschuldig, zo nu en dan een tik op de billen, dat kan geen kwaad...
Richard: Inderdaad, ben het helemaal met u eens.
Britt: Maar dan gaat het verder, dan wordt het eens, regelmatig..
Richard: Wat bent u nu eigenlijk aan het suggeren?
Britt: Niets.. Helemaal niets.
Richard: Waar bent u mee bezig? 
Britt: Met niets... (beetje gemeen kijkend)

Maar Richard wordt onrustig en ook boos op Britt, en... 
Wil opstaan om er vandoor te gaan..
Britt: Ik was nog niet klaar, daar is je stoel..
En wijst Richard de stoel, die alweer gaat zitten.
Britt: Waar was ik gebleven? Bij het slaan van kinderen, daar was ik..
Richard: Ga je maar naar waar je heen wil, dit heeft lang genoeg geduurd..
Britt: Rustig aan he.. Kinderen slaan is niet echt iets wat snel afgehandeld moet worden, dat doen wij zorgvuldig.. 
Richard: Voor de zoveelste keer, ik sla mijn zoon niet! (boos)
Britt: Iemand beweert anders van wel...
Richard: Wie? (gemeen)
Britt: Dat mogen we helaas niet zeggen.
Richard: Wie? (terwijl hij dreigend rechtstaat) 
Britt: En die tikken op zijn billen is ook slaan..
Richard: U gaat te ver!! Ik ga weg.
Net op het moment dat hij de deur wil openen, staat dat Patrick.
Patrick: Meneer, ik denk dat u beter maar even kunt gaan zitten.. 
Richard : Als ik dat niet doe?
Britt : Dan blijft u hier nog langer.
Richard gaat dan weer zitten.
Britt : Patrick Wat is er?
Patrick : Komen jullie eens mee?

Britt en Sofie staan op en lopen het verhoor uit.
Patrick : Bard is hier weer naar toe gekomen, hij heeft het er over dat Kevin zijn mamma slaat.
Sofie : Hoe komt hij hier?
Patrick : Hij is weggelopen en heeft iemand gevraagd hem naar het politie bureau te brengen. 
Britt: Doe jij verder met Richard? Ik zal wel even naar Bart gaan. (glimlachend)
sofie: Oke. (glimlachend)

Britt: Dag Bart. Ken je mij nog ? (vriendelijk/glimlachend) 
Bard : Ja. (heftig knikkend)
Britt : Wil je me vertellen waarom je bent weggelopen?
Bard : Ook Kevin is in het hotel gekomen en hij slaat mamma in elkaar.
Britt : Is je ook de broer van je pappa?
Bard : Ja.
Britt : Jullie zitten nog steeds in het zelfde hotel?
Bard : Ja.
Britt : Oke, ik kom zo terug, even wat regelen.

Britt loopt weg en vraagt of de moeder en de oom opgehaald kunnen worden. 
Wanneer die 2 zijn aangekomen...

Britt: Laat de oom in verhoor 1 wachten en de moeder in verhoor 3 (tegen de agent)

Na 5 minuten loopt Britt verhoor 3 binnen...

Britt: Alles goed, mevrouw? 
Rosalie : Ik moet Bard zoeken, hij is weg.
Britt : Bard is hier, hij heeft zich hier naartoe laten brengen.
Rozalie : Gelukkig.
Britt : Kan u mij vertellen wat er is gebeurd tussen u en uw zwager?
Rozalie : Hij is boos, omdat zijn broer in de cel zit.
Britt: En wat heeft hij dan gedaan met u ?
Rozalie: Hij heeft me naar zijn slaapkamer genomen en heeft me daar in elkaar geklopt. (zachtjes huilend) 
Britt : Het is voorbij.
Roselie : Voor nu.
Britt : Het gebeurd vaker he?
Roselie : Ja, een paar keer per maand.
Britt : Wild u aangifte doen, dan kunnen ze gestraft worden.
Roselie : Ja, maar dan doen ze het dubbel zo hard terug. 
Britt: Dat kan niet. Eerst worden ze opgesloten en als ze vrijkomen, kan u nog altijd een straatverbod tegen hen aanvragen. (geruststellend glimlachend)
Roselie: U bent zo goed, mevrouw Michiels. (huilend) 
Britt : Het is mijn werk en ik hou niet van mensen die zich niet aan de regels houden.
Roselie : Ik wil al zolang scheiden, maar ik durf niet.
Britt : Ik zal het als ik u was gaan doen, u kan dan ook regelen dat uw man Bard niet meer mag zien.
Roselie : Dat zal ik zeker doen. 
Britt: En als u wilt. Hierop (Britt geeft een kaartje aan Roselie) staat een telefoonnummer en adres van iemand die u kan helpen... Psychisch dan.
Roselie: Wie is dat dan? (nog nasnikkend)
Britt: Psychologe Carolien. (geruststellend glimlachend)
Roselie: Is die wel te vertrouwen? 
Britt : ja die wel, zij kan u denk ik ook wel helpen met iemand te vinden in Amsterdam, ik weet niet hoe lang u nog in Gent wild blijven?
Roselie : Ik weet het niet, maar durf eigenlijk niet naar huis.
Britt : Waarom 
Roselie : Voor zijn andere broer. 
Britt: Heeft uw man nog een broer? (verwonderd)
Roselie: Ja. (zacht)
Britt: En die slaat jullie ook?
Roselie: Ja. (zacht)
Britt: Waar woont die andere broer? Dan laten we hem oppikken en naar hier overbrengen. (geruststellend) 
Rozelie : Ook in Amsterdam.
Britt : Ik zal met de politie in Amsterdam contact opnemen, Ik denk dat ze hem wel willen verhoren en dan horen wij wel wat daar uit komt.
Rozelie : Werkt dat dan zo goed samen, Nederland en België?
Britt : Ja, en als er genoeg bewijs is wel, en als u thuis niet durft te zijn kan u altijd naar een blijf van mijn lijfhuis, daar word er goed op u gelet.
Rozelie : Bedankt.
Britt : Heeft u het adres van uw zwager? 
Rozelie: Rozenstruik 5 
Britt : Oke, ik zal je naar de koffiekamer brengen, daar is Bard ook, dan zal ik met de politie in Amsterdam contact op nemen en dan ga ik je zwager verhoren.
Rozelie : Oke.

Na dat Britt dit gedaan heeft gaat ze Samen met Patrick Kevin verhoren omdat Sofie met Eddie patrouille aan het lopen is.
Britt : Kevin, weet je waarom je hier zit?
Kevin : Ik heb geen enkel idee, mevrouw.
Britt: U hebt dus geen idee, Kevin?
Kevin: Nee, dat zei ik toch net ook al tegen u.
Britt: Wel Kevin, waarom als Amsterdammer bent u hier? En zeg niet om Gent te zien, want ik weet beter.
Kevin: U weet beter?
Britt knikt en hoopt eigenlijk dat die Kevin nu iets zal zeggen, maar erg veel vertrouwen heeft ze er niet in, niet dat hij zal vertellen waar ze op hoopt dan. Ze verwacht er veel omheen gedraai.
Kevin: Waarom zou ik als Amsterdammer hier niet naartoe mogen als toerist? Ik bedoel Gent is een prachtige stad, zo met het Gravensteen en de Leie. Zeker de moeite waard om een bezoekje aan te brengen, mevrouw.
Britt: Leer mij Gent kennen! 
Kevin : Maar ik kwam echt om Gent te bekijken.
Britt : En wij pikken alle hotelgasten uit een hotel zonder ene rede zeker.
Kevin : Ja.
Britt : Nee, U was bij uw schoonzus.
Kevin : Mag dat niet.
Britt : Dat mag, maar u mag haar niet slaan. 
Kevin: Een schouderklopje om haar te bedanken mij hier uit te nodigen.
Britt: Zij heeft u uitgenodigd? (erg verontwaardigd)
Kevin: Neen, mijn broer, haar man. Komt toch op hetzelfde neer?
Britt: Man en vrouw is niet altijd een.
Kevin: Maar die twee wel, dat zijn twee handen op een buik.
Britt: U en uw broer waarschijnlijk.
Kevin: Wat wilt u nu zeggen? Dat zij uiteen zijn. Dat mijn broer haar heeft verlaten? 
Britt : Ik had het meer over je hardhandige schouderklopjes.
Kevin : Zo hardhandig zijn ze toch ook niet, misschien stevig.
Britt : Bij mij komen ze over als het in elkaar kloppen van iemand, en dat heb ik bij je broer ook al.
Kevin : Waarom suggereert u dit? 
Britt: Wie zegt dat ik het suggereer?
Kevin: ik, want u klets maar wat, wat heeft u nu voor bewijzen?
Britt: getuigenverklaringen, bijvoorbeeld...
Kevin: Ik maak haar kapot!!
En boos springt hij op
Britt: Wie maak je kapot, je doet toch niemand kwaad? 
Kevin : U bent gemeen.
Britt : Nee, hoor, ik wil alleen dat u de waarheid verteld.
Kevin : Die vertel ik.
Britt : Slaat u uw schoonzus?
Kevin : Nee.
Britt : U verteld de waarheid niet. 
Kevin: Ik geef toe, ik heb haar ooit eens een klap gegeven, toen ze daarvoor Richard had gezegd dat het zo niet meer ging, niemand doet mijn broer zeer. Die dat doet krijgt met mij te maken, maar die slag was niet hard.
Britt: Maar u heeft dus duidelijk wel last van losse handjes en eens moet de eerste keer zijn..
Kevin: En als er een schaap over de dam is volgen er meer.. Ook ik heb op school gezeten Mevrouw.
Britt: Dat hoort u mij ook niet zeggen, maar slaan is niet iets dat je voor gewoon kan zien, dus vraag ik het nog een keer. keven, heb jij Roslaie wel eens geslagen.
Kevin: Over die ene keer heb ik nu net verteld.
Britt: Buiten die keer om, heeft u haar dan nog eens klop gegeven? 
Kevin : Nee, dat heb ik niet.
Britt : Waarom hoorden mijn collega's haar dan gillen voor ze u arresteerde?
Kevin : Ze had zich gestoten.
Britt : Wel heel erg hard. 
Kevin: Kan gebeuren toch, maar is Richard hier ook? Ik zocht hem, maar kon hem niet vinden.
Britt: Vanwaar die omgang, kan je de waarheid niet aan?
Kevin: Ik vraag verdomme gewoon naar mijn broer, mag dat in dit land niet ofzo? Ik dacht dat jullie zo vriendelijk waren, maar ik geloof dat ik dat maar eens moet bijstellen. jullie zijn net zo erg als de rest! 
Britt : Dat maakt mij niets uit, ik wil dat je de waarheid verteld.
Kevin : U verpest mijn vakantie, ik pik dit niet.
Britt : Als u nou gewoon mee werkt kan u hier weg, maar u doet zo moeilijk.
Kevin : Ik geloof u niet.
Britt : Denkt u dat we u hier wilden houden dan, ik liever niet. 

Ondertussen zijn Sofie en Eddy naar het ziekenhuis om nu misschien met de ouders van Mirna te kunnen praten en om mogelijk ook met Mrina zelf te kunnen spreken.

Sofie: Meneer?
Koen: Ik heb nog geen nieuws over mijn dochter, er is niets veranderd sinds gisteren, ze is nog steeds niet bij. Ik ben bang.. 
Eddy : Hebben de doktoren nog wat gezegd?
Koen : Ik weet eigenlijk niet wat ze zeggen.
Sofie : Vindt u het goed als wij met hun gaan praten?
Koen : Ja, dat mag wel.

Sofie en Eddy lopen naar een dokter toe en vragen bij welke dokter ze moeten zijn. 
Nadat Sofie en Eddy ongeveer een half uur later terug bij de ouders van Mirna kwamen, zag ze dat die nogal overdonderd voor zich uit zaten te kijken.

Astrid komt nu naar hun gelopen.
Astrid: Jullie komen net bij die arts vandaan?
Sofie: Eventjes geleden alweer. Maar ja..
Astrid: Die heeft haar dus net opgehaald, ze zijn weer aan het operen, ze heeft een terugval gehad.
Eddy: Dat spijt me verschrikkelijk..
Astrid: Maar daar kunt u niets aan doen. Het enige dat u kan doen voor de ouders is de dader hiervan vinden en zorgen dat hij wordt gestraft voor het leed dat hij hun heeft aangedaan..
Sofie: We doen alles wat we kunnen mevrouw.. Sterkte, en ook voor de ouders.. 
Dan verlaten Sofie en Eddy het ziekenhuis en gaan naar het commissariaat. Allebei zijn ze wel een beetje overdonderd want ze weten niet wat ze moeten doen om de dader te pakken.

Britt doet samen met Patrick verwoede pogingen om de twee mannen doen te bekennen, maar die willen onderhand geen woord meer lossen. 
Britt loopt met Patrick de gang op.
Patrick: Britt, wat wil je nu nog doen?
Britt: Eens met Rosalie praten en kijken wat zij te zeggen heeft en alles wat ze zegt direct dan te kunnen gebruiken tegen zowel Richard als Kevin.
Patrick: En dan?
Britt: We moeten ze toch doen bekennen, niet?
Patrick: Dat wel, maar ik zie weinig kans..
Britt: Maar dus nog wel iets.. En die kans grijpen we met z`n twee aan..

Samen lopen ze naar het teamlokaal en bellen daar naar Roslaie met de vraag of ze langs zou willen komen, in verband met haar verklaring.
Enkele minuten later, of eigenlijk ongeveer een half uur later is ze op het comissariaat en gaat samen met Britt en Patrick naar de wachtruimte om daar even rustig te kunnen praten. 
Na het gesprek met Rosalie belt Britt ook met de onderzoeksrechter. Ze hebben geen harde bewijzen want het is hun woord tegen die hen. Ze moeten ook contact gaan leggen met de politie van Amsterdam leggen want het kan zijn dat zij nog wet hebben en zo zou de aanhouding verlengt kunnen worden als ze niet bekennen.

Bij de politie van waren ze blij want de Kevin werd juist gezocht voor het in elkaar slaan van zijn buurman, er was ook een medeplichtige bij, na het verhaal van Britt denken ze dat het Richard is. 
Britt: Partick
Patrick komt al snel aangelopen.
Patrick: Ja Britt.
Britt: Die twee gaan naar Amsterdam, die worden gezocht, zijn wij er vanaf..
Patrick: En dan?
Britt: Kan jij Sofie en Eddy gaan helpen met dat ongeval, want dat vodert niet echt heb ik begrepen... 
Patrick : Maar is daarmee de kous af?
Britt : In Nederland gaan ze verder, maar het is zeker dat ze achter slot en grendel verdwijnen.
Patrick : Oke, moet ik ze naar beneden laten brengen?
Britt : Ja doe maar, morgen worden ze naar Amsterdam overgebracht.

Sofie : Britt, hoe kunnen we het eigenlijk bewijzen dat iemand een kind heeft laten schrikken met opzet?
Britt : Ja daar heb ik ook al aan zitten denken, dat meisje moet een verklaring kunnen afleggen, want zo komen we niet echt veel verder.
Eddy : Het gaat juist heel slecht met haar. 
Britt: Maar hebben jullie wel al met de ouders gesproken?
Sofie: Gesproken, maar niet meer als dat, niet ze de vragen kunnen stellen die we wouden stellen. Ze laten ons zeg maar niet binnen tot hun gevoelens en alles wat er met Mirna is gebeurd.
Eddy: Zij hebben wel al met hun dochter gepraat, het eventjes dat ze bij was, maar toen het ons de beurt was, is ze net daarvoor in coma gesukkeld.. We kunnen niets doen, lijkt het op.
Britt: En nog wat van die getuige?
Sofie: Eigenlijk niet.
Britt: Ligt in ieder geval Patrick even in, die gaan coörineren vanuit hier en zal jullie dus gaan helpen. 
Sofie : Is goed, maar we hebben helemaal niets om mee verder te gaan.
Britt : Brief hem in ieder geval maar.
Sofie : Oke. 

Na Patrick op de hoogte te hebben gebracht besluiten ze om Patrick eens naar de ouders te sturen en hem even te laten spelen voor een toevallige passant die zich nu afvroeg hoe het met het meisje ging..

Zo ging Patrick, zonder weet van Britt, naar het ziekenhuis om zo proberen bij de ouders toch iets los te krijgen, ookal wetetn ze dat het niet mag, zijn ze ervan overtuigd dat dit wel eens de doorbraak zou kunnen geven.. 
Wanneer Pattrik in het ziekenhuis loopt hoor hij de ouders tegen elkaar praten. Hij blijft nog uit de buurt en luister na het gesprek. Hij hoort dat de vader het heeft over wie hij denkt dat het is. De vrouw praat er heel zacht over. Het word Pattrik wel duidelijk. De ouders hadden contacten in de onderwereld waar de politie dus niets van mocht weten. 
Nu zat hij te twijfelen om wel of niet naar de ouders te gaan of dan wel Britt eerst in te lichten.

Toch besloot hij eerst met die ouders te gaan praten, al had hij geen idee hoe nu zijn verhaal te doen, hij hoopte dat hun het voortouw namen door bijvoorbeeld hun stellingen vragend te doen, zodat hij er makkelijk opin kon springen en zo misschien nog wat info kon uithalen.. 
Helaas wilde de ouders helemaal niet met hem praten, ze waren nogal kortaf. Ze praten gelijk niet meer verder over hun onderwerp. Pattrik besloot dan maar om weer richting het commissariaat te gaan en daar Sofie en Eddie te briefen.
Sofie : En?
Pattrik : Ik denk dat de ouders weten wie het was, ze hebben wel het idee wie het is. Ik denk dat ze contacten hebben in de onderwereld. Dat leek mij uit wat ze zijden. Maar tegen mij wilde ze niets zeggen.

Dan komt Britt ineens binnen.
Britt : Pattrik, heb jij die ouders staan afluisteren?
Pattrik : Nee, ik hoorde ze praten.
Britt : Wat deed je bij die ouders?
Pattrik : Kijken of ik meer te weten kon komen, en dat is ook zo.
Britt : Wat dan?
Pattrik : Ze hebben vermoedens wie het is, ze hebben contacten in de onderwereld, maar willen daar natuurlijk met ons over praten.
Britt : Je kan alleen niets bewijzen, maar de onderzoeksrecht vind dat jullie moeten stoppen, het kan niet bewezen worden.
Sofie : Britt, ga jij daar zomaar mee akkoord?
Britt : Wat moet ik anders, maak overal een pv van en als het meisje bij komt en met jullie kan praten mogen jullie het nog wel eens proberen, maar ik ben helaas mensen nodig voor op straat.
Sofie : Je lijkt wel een echte baas. 
Britt: Dat ben ik nu ook..
Sofie: Dat moge duidelijk wezen.. Maar we zullen doen wat je vraagt..
Eddy en Sofie kijken elkaar wel teleurgesteld aan 
Britt : Jullie kunnen toch niets doen.
Sofie : Ja dat is wel waar.

Er gingen een aantal dagen voorbij. Sofie en Eddy konden het wel goed vinden samen en waren druk met hun werk bezig.

Britt is ondertussen al met Kris een trouwpak wezen kopen. Door de goede voorlichting van Johan waren ze snel klaar met het winkelen. Britt zal wel dat Kris dat niet helemaal leuk vond maar Britt had niet echt zoveel zin in om nog langer te winkelen.

Een week naar het ongeluk van Mirna kreeg Britt telefoon van het ziekenhuis dat ze Mirna mochten spreken. Sofie en Eddie zijn toen meteen naar het ziekenhuis gegaan.

Sofie : Mirna, weet je nog wat er gebeurd is toen je van je fiets viel?
Mirna : Ja, ik zag Marten. Hij had een pistool.
Sofie : Wie is Marten?
Mirna : Iemand die pappa niet lief vind. Pappa is heel boos op hem, Marten is heel erg stout geweest.
Sofie : Weet je ook nog een achternaam van Marten?
Mirna : Nee.
Sofie : Was je van Marten geschrokken?
Mirna : Ja, hij had tegen pappa gezegd dat hij mij ging doden.
Sofie : Het is heel goed dat je het hebt verteld.
Mirna : Gaat Marten nu naar de gevangenis?
Sofie : Ja.
Mirna : Gelukkig.

Eddie en Sofie vragen of de vader mee wild gaan naar het commissariaat om nog even wat te helpen. De vader wild eigenlijk niet mee, maar dan weten ze hem toch te overtuigen om mee te gaan.

Eddie : Heeft u vijanden? 
Richard: Elk mens heeft wel iemand met wie hij niet goed overweg kan, maar om hem dan direct een vijand te noemen, neen... Ik heb dus geen vijanden..
Sofie: Dan kunt u mij vast wel vertellen die Marten is, is het niet?
Richard: De klootzak, zit hij hierachter? 
Sofie : Waarom is Marten een klootzak?
Richard : Dat gaat u niets aan.
Sofie : U zegt dat hij er wat mee te maken heeft.
Richard : Dat zei u.
Sofie : Nee, ik vroeg alleen maar naar hem.
Richard : Het was vroeger een vriend die me bedrogen heeft.
Sofie : Ik zou graag wat meer over hem te weten komen. 
Eddie : Ik zal al heel blij zijn met zijn achternaam, maar als je ook nog weet waar hij woont ben ik daar heel blij mee.
Richard : Marten Goeman.
Sofie : Geen adres?
Richard : Nee.
Sofie : Bedankt voor de hulp.

Sofie zoekt Marten Goeman op in de computer en vind al vrij zijn gegevens.
Eddie : En heb je wat?
Sofie : Een strafblad van hier tot Tokio.
Eddie : Wat doet jij allemaal?
Sofie : Ik geloof zowat alles. Dealen, inbraken, hold-ups, kidnappings.
Eddie : Geen kleintje dus.
Sofie : Maar even met Britt overleggen hoe we hem gaan oppakken?
Eddy : Lijkt me een wijs besluit.

Britt : Het is geen lieverdje, zou het gaan met 5?
Sofie : ik weet het wel.
Britt : Oke, ik bel de onderzoeksrechter, breng jij Nick en Bruno op de hoogte?
Sofie : Dat is goed.

Met 5 man vertrekken ze naar het huis van Marten Goeman, daar aangekomen word er door een man opengedaan, het is Marten. De ontvangst is niet welkom, maar daar was al op gerekend en al snel licht hij in de boeien. Britt, Sofie en Eddie gaan dan naar het commissariaat en Nick en Bruno doen een huiszoeking. Al is dat niet echt nodig voor hun onderzoek, maar het kan altijd meewerken om die gast weer wat langer vast te houden. 
Britt : Marten, weet je waarom je hier zit?
Marten : U heeft het me niet verteld, hoe zal ik dat moeten weten?
Britt : Is er vorige week niets iets gebeurd?
Marten : Er gebeurd zoveel .
Britt : Niet toevallig getuigen geweest van een eenzijdig ongeluk?
Marten : Nee niet dat ik weet.
Sofie : Een klein meisje dat van haar diets is gevallen?
Marten : Dat noem ik niet echt een ongeluk, kinderen vallen wel eens vaker van hun fiets af.
Britt : Als ze goed kunnen fietsen niet.
Marten : Dan kon ze dat zeker niet.
Britt : Dat kon ze wel, maar ze schrok van iemand. 
Marten : Is dat tegenwoordig ook een misdrijf?
Sofie : iemand bedreigen wel.
Marten : Ik heb geen kinderen bedreigt.
Britt : Maar wel haar ouders.
Marten : Wie zegt dat?
Britt : Het slachtoffer.
Marten : Jullie geloven toch niet alle kinderpraatjes?
Britt : Dit verzint een kind niet.
Marten : iedereen zecht wel eens iets als hij boos is, en ja daar kan je me echt niet op pakken, jullie hebben geen bewijs.

Dan wordt er op de deur geklopt het is Eddy. Britt loopt naar Eddy toe.
Eddy : Nick heeft net gebeld, ze hebben heel wat drugs en geld gevonden en ook een wapen zonder vergunning.
Britt : bedankt.

Britt : Marten, zal ik je vertellen wat mijn collega's in je huis hebben gevonden?
Marten : Als het goed is moet ik weten wat er in huis is.
Britt : Dan weet je ook dat je niet zoveel drugs in huis mag hebben en ook geen wapen zonder vergunning. 
Na nog wat doorzoeken hebben Nick en Bruno nog het een en ander gevonden. Helaas is dat het enigste waar ze hem op kunnen pakken. Gelukkig komt het meisje er weer helemaal bovenop.

Einde vervolgverhaal op de club Britt Michiels geschreven door

Sara, Uijtje en flikken10


* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*