Verloren zekerheid deel 2
John Nauwelaerts
"Hij ging maar door en door en ik."
Merel zuchtte en streek door haar korte, zwarte haar. "Hij riep en pakte
mij overal vast. Hij schreeuwde mijn naam en hij lachte."
"Hij kende je?" vroeg ik. Ik streelde haar hand.
Merel schudde haar hoofd.
"Ik weet het niet," zei ze. "Ik heb hem niet goed gezien."
Er rolde een aantal tranen over haar wangen en ik streek ze weg met mijn
wijsvinger. Vannacht hadden ze haar gevonden. Haar haren waren nat van de regen
en ze had overal blauwe plekken en bloed. Ze was bewusteloos en werd pas wakker
toen ze goed en wel onder gestopt was. Ze kon zich niets meer herinneren en
dokter Ates vond het veiliger haar gerust te laten.
Nu kon ze weer spreken en dat deed ze ook. Ze vertelde wat ze wist en tot mijn
spijt wist ze alles. Ze huilde en zuchtte stukken aan elkaar door, maar voor
deze keer vond ik het niet erg.
Merel Vanneste was natuurlijk niet meer als één van mijn beste inspecteurs en
ik was haar commissaris. Soms gingen we met het ganse team nog wat drinken, maar
meer ook niet. Deze keer was dat anders. Ik probeerde haar te verhoren haar op
een manier die zelfs de sympathieke Raymond Jacobs of vrouwenliefhebber Ben
Vanneste bij verkrachting nog nooit hadden gebruikt.
Ik streelde al de hele tijd haar linkerhand. Ik wist dat Merel haar hand van bij
het begin had willen terug trekken, maar het gevoel was fijn, troostend en
veilig. Ze was veilig bij mij.
"Wat is er nog gebeurd, Mereltje?" vroeg Selattin. Hij was speciaal
uit een training van het OBT gehaald om haar te troosten. Ben was met Nadine
Vanbruane op vakantie en Merel vond het beter hen niet te storen.
Selattin zat naast Merel in de verhoorkamer geknield en had zijn hand op haar
knie gelegd. Zijn andere hand rustte op de stoel waar Merel op zat.
"Toen hij." begon Merel. "Toen hij klaar was, kuste hij me nog
één keer en hij heeft een slag tegen mijn gezicht geven. Ik werd wakker in het
ziekenhuis."
"Lepe klootzak," siste Selattin. "Hoe kun je zóiets doen?"
Merel snikte een enkele keer en snoof haar neus. Ze begon aan de ongevraagde
persoonsbeschrijving: "Hij had donker haar, een beetje krullen. Hij
had." Ze zuchtte en huilde:
"Hij had hele grote handen en een blauwe zonnebril."
"Heb je zijn ogen gezien?"
Dat was ik. Elk detail was mij voor belangrijk.
Merel knikte. "Bruin."
"Hoe wist hij je naam?" vroeg Selattin.
"Ik weet het niet," zuchtte Merel.
"Moet ik Ben bellen?" vroeg Selattin, maar hij wist het antwoord
eigenlijk al.
Merel schudde haar hoofd en zuchtte weeral.
"Merel, ga naar huis," zei ik. "Tot het onderzoek is
afgerond."
Ik wist dat dat wel een tijdje kon duren, maar ik wist ook dat Merel er vroeg of
laat onderdoor zou gaan. Dat had ik liever dat ze veilig thuis zat met wat
familie om haar heen, dan hier bij haar collega's.
Plots kwam Britt Michiels binnen. Ze zei: "Sel, sorry. Ze hebben je nodig
bij het OBT."
Selattin knikte en Britt liep weer weg.
"Bel mij als je me nodig hebt, oké?" vroeg Selattin en terwijl hij
opstond gaf hij Merel een zoen op haar wang.
Merel knikte en keek hem na toen hij wegliep. Hoewel ze hem waarschijnlijk nu
meer dan ooit nodig had, liet ze hem gaan. Ze keek naar mij.
Ik herhaalde: "Merel, ga naar huis."
"Wat moet ik daar doen?" vroeg Merel. "Wat tegen de muren praten?
Ik hou me hier wel bezig."
"Je zou het onderzoek alleen maar in de weg lopen," zei ik. "Is
er iemand waar je voorlopig terecht kan? Je mag niet alleen blijven."
Merel schudde naar waarheid haar hoofd.
"Je kunt bij mij blijven," zei ik gul. Ze wilde dat waarschijnlijk
niet, maar ze wilde ook haar broer niet storen en verdere familie had ze niet
meer.
"Wat?" vroeg Merel. Ze keek wat verdwaasd omhoog en zei: "Dat
heeft geen zin. Jij moet ook werken."
"Mijn zoon in thuis," vertelde ik. "Hij studeert thuis. God,
natuurlijk wil je dat niet."
"Het is goed," zei Merel. Een beetje tegen haar zin, maar als
Nauwelaerts' zoon was zoals zijn vader, kon ze zijn steun meer dan goed
gebruiken.
© SacréNeige |