 Winterkou
Het is dinsdagavond 19 januari 2006. Hand in hand komt een echtpaar het commissariaat binnenlopen. De vrouw loopt huilend en met rode ogen tegen de man aanleunend. De man doet het woord: ‘Mijn vrouw en ik willen graag een vermissing aangeven van onze dochter van 6 jaar oud.’ Merel wijst het echtpaar de deur van verhoorkamer 1 en gaat zelf samen met Tina ook naar binnen. Tina vraagt sinds wanneer de dochter vermist is. ‘Sara ging vanmiddag buitenspelen in het parkje vlakbij ons huis, maar ze is niet thuisgekomen’, verteld de vader. ‘Toen ze na twee uur nog niet thuiswas gekomen zijn we haar gaan zoeken in het park, maar we hebben haar nergens kunnen vinden.’ De moeder begint weer te huilen en de vader heeft het ook moeilijk. ‘We zullen alles doen om uw dochter zo snel mogelijk terug te vinden,’ zegt Merel. Als de ouders de kamer verlaten en naar beneden worden geleid, kijkt de moeder nog even om en met betraande ogen zegt ze tegen Merel: ‘Ik hoop dat u haar zult vinden, het is zo koud buiten. En ’s nachts vriest het, stel dat Sara nog buiten is.’ Merel knikt en legt uit dat ze meteen gaat zoeken en dat de moeder beter naar huis kan gaan en kan wachten op een telefoontje van de politie.
De volgende dag komt de oudste dochter van 10 jaar terug van twee nachtjes logeren bij een klasgenoot. Als Eva hoort van de verdwijning rent ze naar haar kamer en blijft daar net zo lang tot haar ouders naar boven komen. Als de moeder inderdaad na een tijdje boven komt vindt ze Eva helemaal overstuur op de grond bij de verwarming. De moeder probeert Eva te troosten, maar ze heeft het zelf ook erg moeilijk bij het zien van de toestand van Eva. Samen lopen ze onder de arm naar beneden voor het avondeten. Eva kan geen hap door haar keel krijgen. Dit is misschien al de tweede dode in haar nabije omgeving. Toen haar buurmeisje Moniek dood ging was ze er ook al bij. Eva had toen veel moeite met het verwerken ervan en ze heeft zelfs professionele begeleiding gehad. Ook is ze dat jaar blijven zitten, ze liep te veel achterstand op. Ook nu kan ze geen hap door haar keel krijgen en zit maar wat voor zich uit te staren.
Die dag op het commissariaat is het team van John Nauwelaerts druk bezig om Sara te vinden. Ze hebben ook een opsporingsbericht verzonden op de tv en in de krant. John trekt zich de verdwijning erg aan, en werkt harder dan ooit. Veel verder zijn ze niet met de zaak, ze weten niet zo goed wat ze moeten doen. In de middag komt er een telefoontje van iemand die misschien Sara heeft zien lopen met een vrouw. Dat was in de buurt van Gent. De man zag het meisje een supermarkt binnengaan. Tina belt de supermarkt op en vraagt aan de caissičre of ze misschien Sara heeft gezien. Tina faxt een foto van Sara naar de supermarkt. De caissičre doet navraag bij de rest van de collega’s. Zij hebben inderdaad een vrouw met een kind zien lopen dat veel leek op Sara. Het kind stribbelde heel erg tegen. De directeur van de supermarkt stuurt de bewakingsvideo’s op naar het commissariaat. Daar gaan ze in de briefingzaal zitten om met z’n allen de video’s te bekijken. Als de vrouw in beeld komt lijkt het er inderdaad op dat het Sara is. Opgelucht halen ze adem, Sara leeft dus nog. Dan vraagt Nick of ze even de band willen terugspoelen. Als ze beter kijken zien ze dat de vrouw op de video Mieke, de moeder van Sara is. Totaal overdonderd kijken ze naar de datum van de tape, 18 januari 2006 staat erop. ‘Shit’, zegt Bruno, dat is de dag voor de verdwijning. Teleurgesteld gaan ze weer verder met de zaak.
Als John even alleen is in zijn kantoor neemt hij de foto van Jacqueline in zijn hand en kijkt er heel goed naar en voelt de tranen opkomen. Hij merkt niet dat Merel ondertussen het kantoor is binnen gekomen en schrikt wanneer Merel opeens begint te praten. ‘Ik wil graag nog een keer gaan praten met de ouders van Eva.’ John kijkt verschrikt op en vindt het allemaal goed wat ze doen.
Even later zitten Tina en Merel thuis bij de familie Pieters. De moeder stuurt Eva naar boven en gaat samen met Pieter, de vader op de bank tegenover Merel en Tina zitten. ‘Hoe ver zijn jullie met de verdwijning van onze dochter?’, begint meneer Pieters. Merel antwoordt met moeite: ‘Niet veel verder, we hebben eigenlijk geen idee waar uw dochter kan zijn. Zijn er geen vriendinnetjes uit de buurt waar ze bij kan zijn?’ ‘Nee, dat zouden de ouders dan meteen zeggen, het is hier zo’n nette en rustige buurt,’ antwoordt de vader. ‘Moeten wij nog iets anders weten wat van belang kan zijn voor het onderzoek? Gebruikt Sara bijvoorbeeld medicijnen of andere speciale dingen?’ vraagt Tina. ‘Nee, ze is kerngezond volgens de dokter’, zegt meneer Pieters. ‘Oke, dat was het’, zegt Merel. ‘Als u nog iets te binnenschiet, dit is mijn kaartje.’ En Merel geeft haar kaartje aan mevrouw Pieters.
In de auto heeft Tina een raar gevoel. ‘Er klopt iets niet in dat gezin.’ Merel kijkt Tina aan: ‘Wat bedoel je, het lijkt een heel normale familie, alleen een beetje verdrietig vanwege Sara.’ Als ze weer op het commissariaat zijn haalt Tina de familie door de computer. Als ze iets bijzonders ontdekt roept ze Merel: ‘Hé Merel, kom een kijken. In die wijk is een meisje van de zelfde leeftijd als Sara gestorven aan asbest, dat komt heel weinig voor. ‘In de computer staat dat het meisje Moniek heette en dat ze is overleden toen ze pas 5 jaar oud was! Er waren asbest stoffen in de lucht gekomen en toen Moniek buiten aan het spelen was heeft ze die stoffen ingeademd. Hierdoor heeft ze keelkanker opgelopen, wat trouwens niet vaak voor komt.’ Merel schrikt, dit had ze niet verwacht.
De volgende dag krijgen ze weer een telefoontje. Dit keer dat er een meisje is gevonden in een parkje. Het meisje ziet er ongeveer hetzelfde uit als Sara. Als ze uitzoeken waar het park ligt, merkt Bruno op: ‘Het park is heel dicht bij het huis van Sara!’ Tina en Merel gaan erheen om te kijken of het Sara is. Als ze in het park aankomen zijn de ouders van Eva er ook en de ambulance is er ook al bij. De ouders van Sara staan heel hard te huilen als ze zien dat het inderdaad Sara is die daar ligt. De arts voelt geen polsslag meer en Sara ziet er ook heel wit uit.
Tina en Merel nemen de ouders mee naar het commissariaat. Daar vertellen ze hoe ze wisten dat er een jong meisje was gevonden in het park. ‘Onze buurman jogde in het park toen hij in de struiken iets zag liggen wat er die dag ervoor nog niet lag. Toen hij de plastic zakken uit de bosjes haalde zag hij dat het een jong meisje was. Hij schrok heel erg toen hij zag dat meisje heel erg leek op Sara. Toen is hij naar ons huis gerend en ons ingelicht, bij ons thuis heeft hij de politie gebeld,’ vertelde de vader met een soort hapering in zijn stem. Dan begint Tina over Moniek. De moeder kijkt heel verschrikt op. De vader vertelt dat Moniek samen met Sara aan het buitenspelen was toen er asbeststoffen in de lucht hingen. Moniek is toen ziek geworden en een maand later zelfs heel erg ziek. De dokter constateerde dat er keelkanker was ontstaan door de asbest stoffen, en dat het eigenlijk te lang heeft geduurd dat ze naar de dokter waren gegaan. Moniek is toen een half jaar later aan de keelkanker overleden. Sara was er helemaal kapot van.
De moeder vraagt of er nog een kans bestaat dat het een natuurlijke dood was. Merel antwoordt: ‘De kans is wel klein aangezien Sara in plastic zakken tussen de bosjes lag. Het kan ook zijn dat het zelfmoord is, maar dan is het wel een raadsel hoe Sara in de bosjes in terecht gekomen.’ ‘Dus het is moord?’ vraagt de vader. ‘Waarschijnlijk wel,’ zegt Tina.
De ouders gaan naar huis en moeten Eva gaan vertellen dat haar jongere zusje dood is. Als Eva het hoort rent ze van huis weg naar haar vriendin. Haar ouders laten haar maar even gaan.
Als die avond het autopsierapport wordt gefaxt staat er inderdaad in dat het meisje is vermoord. Het is gebeurt tussen 11 en 12 uur ’s nachts op 18 januari. De doodsoorzaak is dat er in het lichaam van Sara een te grote hoeveelheid pijnstillers gevonden is. Het hele team zit er een beetje verslagen bij, gelukkig heeft Sara er niet al te veel van gemerkt. Om de stemming iets dichter bij 0 te krijgen zegt Tina nog: ‘Misschien is het zelfmoord, ik kan het me best voorstellen met zulke ouders. De moeder is de hele dag weg, en je vader is de hele dag aan het fotograferen. Je ouders zijn heel rijk en je vriendinnen op school willen alleen met je spelen omdat je rijk bent, lijkt me behoorlijk frustrerend.’
John is de volgende morgen niet erg wakker en zit er met zijn gedachte helemaal niet bij. Daarom neemt Merel maar even de leiding over. Nick en Bruno gaan terug naar de ouders met een huiszoekingsbevel. Pasmans en Raymond gaan naar de dokter om de medische gegevens van Sara te bekijken en Tina en Merel doen een buurtonderzoek. Ook gaan ze ook langs een klasgenoot hoe Sara zich gedroeg in de klas en hoeveel vriendinnen ze had. Haar vriendin vond wel dat Sara de laatste tijd een beetje afwezig was. Haar vriendin vond wel dat haar ouders overbezorgd waren om haar, dat vond Sara heel vervelend.
Nick en Bruno vinden niks verdachts in het huis of in de tuin. Wel pijnstillers, maar die zullen in elk huis aanwezig zijn. Ze hebben wel de computer in beslag genomen. Tina en Merel weten ook niks nieuws. Behalve dat Sara heftige ruzie had gehad met een klasgenoot van haar. Pasmans en Raymond hebben wel iets. ‘Meneer en mevrouw Pieters zijn twee dagen geleden naar de dokter geweest omdat Sara dezelfde symptomen had als Moniek toen ze asbest binnen had gekregen,’ vertelt Raymond. Als Nick samen met Pasmans de computer binnenstebuiten keren komen ze te weten dat er veel is gezocht op de symptomen van asbest op de computer.
‘Misschien waren ze bang dat Sara ook een complicatie had opgelopen door die asbest,’ denkt John hardop. Tina en Merel gaan bij de jongen op bezoek waarmee Sara ruzie had gehad. Hij woont in een beruchte buurt. De vader doet de deur open. Merel doet meteen een stap achteruit. De vader is een grote macho met een flinke bierbuik en een ruige stem. Onder het gesprek wordt heel duidelijk dat de vader van deze jongen een grote hekel heeft aan rijkeluis kinderen zoals Sara. Hij heeft er zelfs eentje in elkaar getrapt na schooltijd vertelt hij met trots. De zoon zelf is niet thuis, maar hoe de vader over zijn zoon praat is wel af te leiden dat hij net zo erg als zijn vader is. Als Merel over zelfmoord begint reageert de vader niet verwonderd: ‘Lijkt me helemaal niet gek met zulke ouders, ik zou gestoord worden.’
Als Tina en Merel weer buiten staan vraagt Tina voor de zekerheid een huiszoekingsbevel voor het huis. Tijdens de huiszoeking is het moeilijk om iets te vinden, het is een grote mesthoop. Overal kleren en andere rotzooi. Als ze in de tuin kijken zien ze dezelfde plasticzakken als die waarin Sara was gewikkeld. Merel arresteert de vader en ze neemt de plasticzakken mee. In het verhoor wordt het de vader duidelijk dat hij verdacht wordt van de moord op Sara. Daardoor wordt hij woest en Merel kan nog net een vuist ontwijken. Twee politiemannen pakken Mark de vader op en stoppen hem in een cel. Als Tina en Merel weer in het teamlokaal komen oppert Merel: ‘Ik denk dat we de dader hebben, hij is er bruut genoeg voor.’ Na een uurtje proberen John en Tina de man weer opnieuw te verhoren. Merel luistert via het andere verhoor mee naar het gesprek. Als John over een alibi begint krijgt hij een enorme reeks van scheldwoorden naar zijn hoofd geworpen, maar als Tina dreigt hem weer in de cel te gooien geeft hij toch een alibi. Hij zat in de pub tot over middernacht en hij heeft een hele berg vrienden om het te bewijzen. Als Tina het alibi checkt klopt het. Dat hoeft eigenlijk nog niks te betekenen, die alibi’s zijn niet waterdicht.
In het labo wordt duidelijk dat de plasticzakken niet van dezelfde rol komen. En dat dus deze man waarschijnlijk niet de dader is. Het team staat voor een raadsel. Dan denkt Tina aan de hobby van de vader van Eva en Sara: fotografie. Zij herinnert zich dat haar oom ook fotograaf is en dat ze altijd heel veel keelpijn kreeg als ze naar hem toe was geweest als hij foto’s stond te ontwikkelen.
Merel en Tina gaan weer naar de ouders van Sara en vragen daar over de fotografie hobby van de vader. De moeder vertelt hen alles erover. De vader loopt tegelijkertijd achterom en gooit een hele dosis pijnstillers in de afvalbak. Doordat Tina achter hem aan was gelopen heeft ze het gezien en draait de afvalbak ondersteboven waar de vader bij is. Ze vindt ook plasticzakken. Snel roept ze Merel. Ondertussen is ook de moeder naar buiten gekomen en als zij ziet wat Tina allemaal heeft gevonden schrikt ze. Meneer Pieters probeert dan weg te rennen. Tina kan hem nog niet grijpen en ze arresteert hem. Merel neemt de vrouw mee.
Het verhoor verloopt moeizaam. De moeder is helemaal kapot en de vader doet duidelijk zijn best om iets te verbergen. De vader vraagt nog wel hoe het zit met de zelfmoord. Merel antwoordt daarop: ‘Nee, dat is het waarschijnlijk niet. Hoe zou Sara gewikkeld in zakken in de bosjes beland zijn? En waarom zou ze zich zo laat nog volstoppen met pijnstillers en ze is ook nog wel erg jong daarvoor?’ Daar heeft de vader geen antwoord op.
Merel en Tina gaan door met het verhoor. Aan de vrouw kunnen ze niet veel vragen, zij is afwezig. Maar dat maakt Tina niks uit, misschien is het wel een truc. Tina vraagt naar het alibi van mevrouw Pieters op de dag van de dood van hun dochter, maar mevrouw Pieters was de hele dag aan het werk en ’s avonds zat ze thuis met haar man voor de tv. Dat is geen sterk alibi voor ’s avonds. Meneer Pieters antwoordt daarop: ‘Ik was overdag naar Zeeland foto’s maken en kwam rond 4 uur thuis. Toen was Sara al thuis.’s Avonds heb ik haar in bed gelegd en ben daarna samen met mijn vrouw beneden gaan zitten. Die volgende dag ben ik weer foto’s gaan maken tot 5 uur. Sara was toen ook al thuis en is toen buiten gaan spelen en daarna nooit meer thuis gekomen.’
Nadat alle feiten getoond zijn aan meneer Pieters dat hij over zijn alibi heeft gelogen. Sara was de dag voor haar dood helemaal niet naar school gegaan. Ze lag ziek in bed.
Tina: ‘Waarom bent u gaan lopen toen we erachter kwamen dat u al uw pijnstillers uit het huis in de vuilnisbak gooide.’
Meneer Pieters: ‘Ik dacht dat als jullie dit zouden zien dat jullie zeker denken dat wij onze dochter hebben vermoord of dat ze zelfmoord had gepleegd.’
Merel: ‘Door weg te lopen maakt u uzelf alleen maar meer verdacht, waarom verbergt u iets voor ons, we komen er toch wel achter.’
Mevrouw Pieters: ‘We verberg niks voor u, u weet alles al.’
Dan neemt Merel meneer Pieters apart en Tina verhoort mevrouw Pieters apart. Na een lang gesprek weet Pieter dat hij er niet onderuit kan komen en hij geeft toe dat hij hun eigen dochter heeft vermoord die avond toen ze al sliep. Ondertussen zet Merel de intercom aan zodat mevrouw Pieters en meneer Pieters elkaar wel kunnen horen.
De moeder stopt even met huilen en wordt woest op haar man. De vader probeert haar te troosten als ze weer samen zijn, maar ze slaat zijn hand weg. De vader wordt weer apart genomen en hij vertelt het hele verhaal aan Tina terwijl Merel alles opschrijft.
Sara vertoonde dezelfde symptomen als Moniek toen en toen zijn ze naar de dokter gegaan, maar de uitslag van dat onderzoek duurde had de vader besloten om zijn dochter een pijnloze dood te geven. Dat was beter dan het lange lijden als ze inderdaad ook last kreeg van de asbest. Hij had haar een te grote dosis paracetamol gegeven onder het slapen en zo overleed ze in haar slaap en zou ze er zelf niks van merken. De ochtend na haar dood had de vader Sara in plasticzakken gewikkeld in de tuin gelegd. Mieke werkt de hele dag en wist helemaal niks van wat haar man had gedaan. Toen Mieke thuis kwam vertelde Pieter dat Sara niet meer van het buitenspelen was teruggekomen en toen zijn ze naar de politie gegaan. Twee dagen erna heeft de vader Sara in het park in de struiken gelegd.
Als Tina dan vertelt dat de symptomen waarschijnlijk komen door het zuurbad waarin de foto’s ontwikkelen begint de vader te huilen. Als de dokter een dag later bevestigd wat Tina heeft gezegd en vertelt dat Sara helemaal gezond was wordt het meneer Pieters allemaal te veel. Hij heeft zijn dochter voor niks vermoord..
Einde….
Dit verhaal is geschreven door Inčs
|