Motoren

Nick en Bruno rijden met hun motoren tussen de verschillende motor groepen in, ze hebben van twee collega’s een gewonde motor kunnen lenen om zo undercover te gaan om er achter te komen wie er in de drugs zit. Uit heel België zijn er mensen gekomen naar dit motor spektakel. Zelfs zijn er een paar Fransen en Nederlanders. Nick en Bruno kijken hun ogen uit naar alle motoren, de ene blink nog meer dan de ander.
Het is vooral heel gezellig het lijkt er wel op of iedereen elkaar kent zo word er met elkaar omgegaan. Nick en Bruno worden ook helemaal in de groep opgenomen, de hele stoet trekt dan door Gent en dan gaan ze een tocht maken om Gent heen.

Britt en Sofie rijden door Gent, ze zijn op weg naar een gezin waarbij in de schuur is ingebroken.
Sofie : Hoe gaat het nu eigelijk tussen jou en Johan?
Britt : Er is niets tussen ons, hoe vaak moet ik je dat nog zeggen?
Sofie : Ik geloof dat niet, jullie eten minstens twee keer per week samen.
Britt : De kinderen kunnen goed met elkaar opschieten en hij is ook alleen.
Sofie : Mooie rede om wat met elkaar te krijgen.
Britt : Ga je daar nou eens mee stoppen, ik word het echt beu.
Sofie : Oke, ik zal stoppen.
Britt : Hoe staat het met de voorbereidingen voor het huwelijk?
Sofie : Goed, nog maar 5 maanden, ik vind het echt spannend.
Britt : Het is echt de mooiste dag van je leven, ik vond het echt een mooie dag en zo romantisch was Mark.
Sofie : Nick is ook wel romantisch, alleen dat zal je wel niet geloven.
Britt : Ik geloof het wel, Nick doet zich tegen ons gewoon wat stoerder voor.
Sofie : Ja dat is zeker zo.

Dan zijn ze op de plaats van bestemming. Britt belt aan en er doet een vrouw open.
Britt : Britt Michiels, Sofie Beeckman, Politie Gent. Er is bij u ingebroken?
Anita : Ja, er is in de schuur ingebroken en de motor van mijn man is gestolen. Ik ben Anita Keizer.
Britt : Zouden we de schuur even mogen zien?
Anita : Loopt u maar mee.

Britt en Sofie lopen achter de vrouw aan en gaan door het huis naar de tuin en daar komen ze in een grote schuur. Daar staan nogal wat spullen met waarde.
Sofie : Bent u zeker dat ze alleen de motor hebben gestolen?
Anita : Ja, alleen de motor, het was een Harlydavidson, is dat niet genoeg?
Sofie : Ja, maar er staat hier nogal wat spullen die veel waarde hebben en ik begrijp niet dat ze alleen een motor stelen.
Anita : Alleen een motor? (boos)
Britt : Mijn collega heeft niet zoveel verstand van motoren.
Anita : Dat is te merken.
Britt : We zullen de motor laten seinen.

Britt en Sofie gaan nog even naar de braaksporen kijken. Het is gebeurd op de simpelste manier, gewoon een schroevendraaier ertussen en hij was zo open, ook zien ze geen vingerafdrukken. Dan nemen de dames afscheid en rijden terug naar het commissariaat.

Sofie : Waarom werd ze nou boos op me?
Britt : Een Harlydavidson is de Mersedes onder de motoren. Een behoorlijk duur merk en die hebben een behoorlijke status.
Sofie : Ze zijn toch verzekerd daarvoor?
Britt : Voor de mensen die zo’n motor hebben is die heilig.
Sofie : Dat wist ik niet.
Britt : En jij gaat trouwen met een motard, en je weet niet eens wat een Harlydavidson is, laat Nick dat maar niet horen.
Sofie : Ik weer het, het is een schande.
Britt : Ik kan er wel mee leven hoor.
Sofie : Daar ben ik blij om, maar hoe weet jij dat?
Britt : Gewoon, dat heb ik meegekregen.

Ondertussen zijn Nick en Bruno heerlijk aan het rijden, op het moment is het moeilijk om drugs over te geven maar je kan meestal wel aan de rijstijl zien of iemand geslikt of gesnoven heeft, maar tot op het moment hebben ze niets echt opvallens gezien. 
Op een gegevenmoment krijgen ze door dat er een Harlydavidson is gestolen en dus gezocht word. 
Nick : Dat gaat leuk worden om die te vonden, er zijn meer motoren dan ooit in Gent. (over de radio)
Bruno : We kunnen na hem uitkijken, en als we hem zien het kenteken doorgeven en waar hij rijdt, maar het is te riskant om hem zelf te laten stoppen.
Nick : Ja, dan hebben we onszelf meteen blootgegeven.
Bruno : Precies.

De heren rijden nog even door en dan is er na anderhalf uur een stop, op een grote parkeerplaats. Iedereen gaat wat drinken en wat eten. Het valt de heren op dat er toch heel weinig mensen een biertje drinken.
Nick gaat even twee colaatjes halen en Bruno kijkt wat rond. Tot nu toe heeft hij nog niets gezien van een spoor dat iemand zich met druks bezig houwt. Na een halfuur begint er weer een beweging in de stoet te komen en vertrekken ze weer.

Britt en Sofie zijn na het invoegen van de nodige PV’s patrouille aan het rijden, ze rijden vandaag aan de rand van Gent, waar niet echt veel te zien is dan rijden ze langs het huis van de familie Jansen.
Sofie : Kijk, ze hebben die bomen er neer gezet waar ze over spraken.
Britt : Binnen een maand hebben we nu het eerste dodelijke slachtoffer.
Sofie : Echt levensgevaarlijk, maar wel begrijpelijk, de vorige keer lag ze er zelf bijna onder.
Britt : Ja, ik hoop dat er nu snel actie wordt ondernomen.
Sofie : Dat zal toch wel, als het kalf verdronken is dempt men de put.
Britt : Ja, ik snap echt niet waarom ze zo hardleers zijn bij de gemeente.

Dan krijgen ze een oproep dat iemand op een groep koeien is ingereden. Britt moet zo lachen om het bericht dat ze bijna zelf van de weg rijden, maar ze kan de auto nog net op de weg houden.
Sofie : Britt, we moeten naar een ongeluk, we hoeven er geen een te maken.
Britt : Dat weet ik, maar hoe kan je nou op een groep koeien inrijden?
Sofie : Jij rijdt zowat op een stel bomen af, en die bewegen ook echt niet.
Britt : Ja dat is waar.

Britt en Sofie rijden nu naar de plaats toe en wanneer ze daar aankomen zien ze een aantal koeien rondlopen en twee koeien liggen voor een auto.
Britt en Sofie stappen uit en gaan naar de jongen die tegen de auto staat te leunen
Sofie : Sofie Beeckman, Britt Michiels, Politie Gent. Gaat het met u?
Keven : Ik ben Keven Reiniers, het gaat wel, ik ben meer geschrokken, maar die koe die heeft het niet meer overleefd, maar ik heb de dierenambulance ook al gebeld.
Britt : Kan u vertellen wat er precies is gebeurd?
Keven : Ik was nog even aan het oefenen met rijden, ik moet morgen namelijk afrijden, ik heb mijn broer auto genomen. Ik reed gewoon en ineens zag ik die koeien.
Sofie : Wist je broer dat je zijn auto hebt genomen?
Keven : Nee, hij is met zijn vriendin en haar auto naar Nederland, hij zou dus niets merken.
Britt : Ik ben bang dat hij het nu wel zal merken.
Keven : Dat hij er achter komt is niet zo´n probleem, maar de verzekering dekt het nu niet, ik wist wel dat het stom van mij was.
Britt : Ja, het was zeker dom om zonder rijbewijs te gaan rijden.
Keven : Ik had gewoon een dag moeten wachten, maar ik wilde me gewoon even goed voorberijden ik dacht, dat kan hier in de buurt wel.
Dan komt er een dierenambulance aan en nog een politieauto. De twee agenten gaan achter de koeien aan en Britt en Sofie houden ze zich nog even met de bestuurder bezig. De mensen van de ambulance besluiten dat de tweede koe zo ernstig verwond is dat ze hem moeten laten inslapen. Ondertussen is de boer die bij de losgebroken koeien hoort ook opgetrommeld en hij kan met behulp van de twee andere agenten de koeien in de wei zetten en dan timmert hij de wei dicht met een paar meegenomen latten.
Britt brengt Keven thuis en Sofie rijdt in de auto van de broer van Keven achter hen aan, aangezien Keven de auto niet zelf mag besturen zonder rijbewijs.
Na hem afgezet te hebben gaan Britt en Sofie naar het commissariaat om daar te lunzen.

De hele groep met motoren komen ook op een plaats waar iedereen gaat eten, dan krijt Nick ineens de gestolen Harlydavidson in het oog. Daarom belt hij naar de vrouwen en verteld waar ze nu zijn en waar de motor ongeveer staat. Britt en Sofie gaan dan met Raymond en Pasmans naar die plaats toe, ze zijn nog ruim oprijd om de man op te pakken wand iedereen is aan het eten en maakte aanstalten om naar zijn motor te gaan. Britt en Sofie gaan in de buurt van de motor en Raymond en Pasmans blijven uit zicht. Na tien minuten komt er een man op de motor af en gaat er op zitten. Dan gaan Britt en Sofie naar de man toe en stellen zich voor. De man staat meteen op en probeert er vandoor te gaan, maar hij wordt gelijk door Britt tegen gehouden. Ze besluiten hem maar gelijk naar het commissariaat te nemen en de Harly op te laten halen. Raymond en Pasmans die de Motor eens goed bekijken komen er achter dat hij vol met drugs zit.
Raymond : Die zal wel balen dat hij gepakt is.
Pasmans : Je bent toch gewoon stom om zo’n motor te stelen en daar dan mee te gaan dealen, je kan er van op aan dat de politie hem zoekt.
Raymond : Domme dealer.
Pasmans : Dat is hij zeker.

Dan word de motor opgehaald en Raymond en Pasmans gaan naar het commissariaat, daar vertellen ze aan Britt en Sofie over de drugs.
Sofie : Dan moeten hem nog verhoren, we hebben hem eerst nagetrokken.
Raymond : Wie is het?
Britt : Marsel de Vries, blanco strafblad.
Pasmans : Die drugs was niet echt van iemand die het voor het eerst dit doet.
Britt : Maar de aanpak vind ik niet professioneel.
Sofie : We komen er zo wel achter.

Britt en Sofie gaan nu de verhoorkamer in om Marsel te gaan verhoren.
Britt : Marsel de Vries, weet je waarom je hier zit?
Marsel : Omdat ik die Harly heb gestolen.
Sofie : Waarom heb je die Harly gestolen?
Marsel : Ik heb de mijne vorige week helemaal in elkaar gereden en ik wilde heel graag meerijden op een Harly, ik was echt van plan hem terug te brengen.
Britt : Dat zullen we nooit weten, maar het was fout om hem te stelen, maar we hebben nog een paar vragen aan je.
Marsel : Stelt u ze maar.
Britt : Weet je wat we in die Harly hebben gevonden?
Marsel : Nee, ik heb daar niet naar gekeken.
Sofie : Denk eens heel erg goed na?
Marsel : Ik weet het echt niet.
Britt : Dit.
Britt legt de zak met drugs op tafel en Marsel kijkt er een beetje stom naar.
Marsel : Dat is echt niet van mij.
Sofie : Van wie is het dan?
Marsel : Misschien van de eigenaar?
Britt : Ik geloof u niet.
Marsel : Ik zweer het, die drugs is echt niet van mij.
Britt : we zullen het aan de eigenaar gaan vragen of die toevallig wat drugs in zijn motor heeft laten zitten.
Marsel : Dat vertellen ze toch niet.
Sofie : natuurlijk niet, omdat het jouw drugs is.

Omdat het verhoor niet vordert besluiten ze maar aan de eigenaar te vertellen dat de motor terug is, maar dat hij nog niet terug gegeven kan worden.
Britt : Mevrouw de Keizer, we hebben de motor terug gevonden, alleen er zijn wat problemen waardoor we hem niet kunnen terug geven.
Anita : Hij is toch niet kapot?
Sofie : Hij doet het nog helemaal, de dief wilde alleen maar met de dag vandaag meerijden en hem terug brengen, maar wij denken dat er nog een rede is dat hij de motor van een ander wilde gebruiken.
Anita : Waarom dan?
Britt : De motor stak vol met Drugs.
Anita : Hij had gezegd er mee te stoppen. (huilend)

Britt en Sofie kijken wat vreemd naar Anita.
Anita : Mijn man, hij zal stoppen met dealen, hij had het beloofd.
Sofie : Waar is u man nu?
Anita : Hij is rijden op de motor van onze zoon, die moest voetballen en zelf geeft hij niet veel om het rijden met de club.
Britt : Het spijt ons dat u er op deze manier achter moest komen.
Anita : Mijn moest toch eens door de mand vallen, ik moest het toch eens te weten komen.

Nick en Bruno zijn nu weer aan het rijden, maar zij weten nog niets van dat er drugs in de motor is gevonden. Ze hebben het nog steeds naar hun zin en vinden het heerlijk om in een groep te rijden, maar ze balen er eigelijk wel van dat ze nog geen spoor van de drugs hebben gevonden.

Britt en Sofie zijn weer terug gegaan naar het commissariaat, daar moeten ze toch aan Marsel vertellen dat de drugs inderdaad van de eigenaar is. 
Sofie : Zullen we die man dan toch maar gaan natrekken.
Britt : Ja, we pakken hem morgen gewoon op wegens druks dealen.
Sofie : Waarom morgen pas?
Britt : Ik heb geen zin om vanavond te werken, Dorien wild haar moeder ook wel eens zien.
Sofie : Goede reden.
Britt : Vind ik ook, als jij nou eens het PV op maakt dan ga ik Ronny de Keizer natrekken.
Sofie : Dat is goed.

Niet veel later komt Britt terug met een aantal blaadjes.
Sofie : Je hebt wat gevonden?
Britt : Onze Ronny heeft niet stil gezeten op het drugs gebied, maar voor de rest heeft hij dan ook niets gedaan.
Sofie : Ik ben nog wel even bezig, bel jij naar de onderzoeksrechter?
Britt : Ik zal wel bellen.

Om 4 uur houd de hele stoet een pauze, nu zijn Nick en Bruno tussen een andere groep gaan staan, maar het valt hun nog steeds op dat bijna niemand drinkt. Ze zijn daar natuurlijk wel blij mee, wand dat betekent dat mensen beter gaan nadenken. Na tien minuten krijgt Bruno ineens iets te zien waar ze de hele dag al naar opzoek zijn, namelijk een man die een zakje aan iemand geeft en daarvoor geld krijt. Nick belt naar de vrouwen dat ze de dealer gaan oppakken en dat zij ze dan kunnen komen ophalen en het verhoor willen doen. De vrouwen willen dat best wel doen en gaan naar de afgesproken plaats. Nick en Bruno lopen ondertussen naar de man toe.
Nick : Zag ik het goed dat u drugs had?
Man : Waarom?
Nick : Wij zouden wel eens wat willen proberen.
Man : Dan heeft u het goed gezien, voor €10 heb ik wel wat voor jullie.
Bruno : Graag.
De man pakt wat drugs uit zijn motor en dan grijpen de heren in en boeien hem.
Nick : Sorry, dealen mag niet van de flikken.
Man : Ik had het kunnen weten.
Bruno : Maar je wist het niet.

Dan komen de dames er aangereden.
Sofie : Jullie hebben goed gewerkt vandaag.
Nick : Dat hebben we zeker schat, als jullie deze eens willen meenemen naar het commissariaat, dan wachten wij tot deze word opgehaald.
Britt : Rijden jullie nog verder?
Bruno : Ik zal wel willen, maar denk niet dat het nog nodig is.
Sofie : Rij dan lekker, ik denk dat Nick hem ook wild afrijden.
Nick : Ja dat wil ik wel.
Britt : Ik zie jullie morgen dan wel.
Sofie : Ik zie je vanavond wel schat.

Dan vertrekken Britt en Sofie met de man naar het commissariaat en Nick en Bruno wachten nog even op de takelwagen en wanneer die er is kunnen ze nog net met de groep meerijden.

Britt : Naam?
Man : Ronny de Keizer.
Sofie : U motor is toch vanochtend gestolen?
Ronny : Ja, maar ik had die van mijn zoon.
Britt : We hebben goed nieuws voor u, we hebben u motor terug gevonden, plus de extra spullen.
Ronny : Wat bedoelt u?
Britt : Wat onze collega’s ook van u wilde kopen.
Ronny : Oke, ik was net weer begonnen met dealen, en dan werd precies mijn Harly deze nacht gestolen, hoe slechter kon dat uitkomen.
Sofie : Voor ons was dat niet zo slecht, maar we zijn blij dat u gelijk bekent.
Ronny : Wat moet ik anders doen, jullie hebben de bewijzen toch al.

Britt en Sofie malen na dit verhoor alles netjes op en kunnen dan naar huis. Voor Britt betekent dat eerst langs Johan wand ze hebben afgesproken dat Dorien in het weekend bij hem blijft omdat Simon door de week vaak naar Tony gaat.

Britt : Hebben ze al opgeruimd?
Johan : Ja dat hebben ze gedaan, maar ik heb gedreigd als ze er nog een keer zo’n puinhoop van zouden maken als de vorige keer dat ze niet meer bij elkaar mochten spelen.
Britt : Ik ben blij dat jij er zo ook over denkt.
Johan : Ik vind dat een 11 jarige best wel kan spelen zonder alles uit de kast te trekken.
Britt : Dat is gewoon zo.

Dan komt Dorien naar beneden en gaat met Britt mee naar huis. Onderweg rijden ze langs een groepje kinderen die met waterjojo’s staan te spelen.
Dorien : Mamma?
Britt : Ja Dorien?
Dorien : Mag ik ook een Waterjojo?
Britt : Nee, ik vind die dingen gevaarlijk, er zijn al een paar kinderen bijna gestikt, doordat ze het koord om hun nek kregen.
Dorien : Dat zijn kleine kinderen.
Britt : Toch wil ik het niet, je neemt maar een gewone jojo, die zijn niet zo gevaarlijk.
Dorien : Maar die zijn helemaal niet leuk en ze zijn uit.
Britt : dan geen jojo.

De volgende ochtend is het zondag en brengt Britt Dorien weer naar Johan, ze zou vandaag ook nog even een bakje koffie komen drinken omdat Britt op zondag toch later begint. Wanneer Britt met Dorien bij hem komt gaat Dorien gelijk al met Simon buiten spelen, wanneer Britt haar alvast een afscheidskus geeft voelt ze een harde bonk in de jaszak van Dorien.
Britt : Dorien, wat zit er in je jas?
Doren : Niets.
Britt : Dorien, niet liegen.
Britt stopt haar hand in de zak van Dorien en haalt daar een zakmes uit.
Britt : Wat is dat?
Dorien : Een zakmes.
Britt : Hoe kom jij daar aan?
Dorien : Van Kim geleend.
Britt : Waar heb je die voor nodig?
Dorien : Nergens voor.
Britt : Je weet dat ik niet wil dat je wapens draagt.
Dorien : Jij doet het toch ook en het is maar een zakmes.
Britt : Ik moet dat voor mijn werk en een zakmes is een wapen, heb je dat heel goed begrepen? 
Dorien : Ja mamma.
Britt : Ga maar spelen, maar ik geef de zakmes mogen aan de juf heb je dat begrepen?
Dorien : Dat heb ik begrepen mamma.

Dorien gaat er nu als een haas vandoor en Britt is eigelijk wel een beetje boos maar laat het op hem moment maar gaan en stopt het zakmes in haar jaszak en gaat met Johan een kopje koffie drinken. Na dit gedaan te hebben is het tijd om naar het commissariaat te gaan.

Britt : Goedemiddag, allemaal.
Sofie : Ook een goedemiddag.
Britt : Hebben wij een zaak?
Sofie : Nee, we moeten patrouille rijden.
Britt : Wat moet dat moet dan maar, ik heb helemaal geen zin om de hele tijd in zo’n duffe auto te zitten.
Sofie : Je hebt de keuze tussen dit of in uniform de straat op.
Britt : Ik kies voor dit.
Sofie : Dat dacht ik ook.

Britt en Sofie rijden die middag heel wat rond maar het is een hele rustige zondagmiddag. Dan zien ze een groepje kinderen wat hysterie om een kind, dan komt er 1 hun richting op gerend. Het kind roept “Help. Joost stikt.”
Britt stopt meteen de auto en rent op de groep kinderen af daar ziet ze dat een jongen van 11 een waterjojo om zijn nek heeft en hij loopt nogal blauw aan. Britt haalt snel het zakmes wat ze van Dorien heeft afgepakt uit haar zak en snijd het plastieken touw door en de jongen wordt zo uit zijn benarde positie gered.
Joost : Bedankt, mevrouw. (happend naar adem)
Britt : We zullen je wel even thuisbrengen.
Joost : Ik mag niet met vreemde mee rijden.
Britt : Wij zijn van de politie.
Sofie pakt ondertussen haar beats en laat die aan Joost zien.
Joost : Dan mag het denk ik wel.
Sofie : Kom maar mee, dan kan je aan je ouders vragen of ze met je naar de dokter gaan, wand dat is altijd belangrijk.

Sofie en Britt nemen Joost mee naar de auto en rijden naar zijn huis, daar aangekomen vertellen ze aan zijn ouders wat er gebeurd is. De ouders zijn heel erg blij dat Britt hun zoon heeft gered. Dan gaan Britt en Sofie weer naar de auto.
Sofie : Sinds wanneer heb jij een zakmes bij je?
Britt : Die heb ik vanochtend van Dorien afgepakt, had ze van een vriendinnetje geleend.
Sofie : Maar goed dat je die toevallig bij je had.
Britt : Ik zag dat jij die uit de auto al pakte.
Sofie : Ja, maar jij was sneller.
De rest van de dag hebben ze geen incidenten en kunnen ze op tijd naar huis. 

Die avond bij Nick en Sofie.
Sofie : Nick, kom een even bij me zitten?
Nick : Wat is er schatje?
Sofie : Nick, ik moet je wat vertellen?
Nick : Vertel het maar.
Sofie : Je weet dat ik al een tijdje met de pil ben gestopt?
Nick : Ja, ben je zwanger?
Sofie : Ja, ik heb vandaag een test gedaan.
Nick : O, dat is prachtig schat. Hoelang ben je denk je al zwanger?
Sofie : Ik denk dat ik een maantje ben, ik ben al een tijdje niet meer ongesteld geweest.
Nick : Zullen we morgen dan een afspraak maken bij de gynaecoloog?
Sofie : Ja, dat vind ik een goed idee, ga jij dan wel mee, als ik moet?
Nick : Natuurlijk, schat.

Einde

Flikken10 

Vorige Start Omhoog Volgende
* ©©©©© Alles op deze site is Copyright van de eigenaar en mag dus nergens anders geplaatst worden ©©©©©

*